Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
23.2.2017
AMENDEMENTEN
52 - 295
Ontwerpverslag
Sophia in 't Veld
(PE593.978v02-00)
Vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming
Voorstel voor een richtlijn
( COM(2016)0465 – C8‑0323/0216 – 2016/0222(COD) )
AM_Com_LegReport
Amendement 52
Gilles Lebreton
Voorstel voor een richtlijn
–
| |
| Voorstel tot verwerping |
| Het Europees Parlement verwerpt het voorstel van de Commissie. |
Or. fr
Amendement 53
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
–
| |
| Voorstel tot verwerping |
| Het Europees Parlement verwerpt het voorstel van de Commissie. |
Or. en
Amendement 54
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(2) Een gemeenschappelijk asielbeleid, dat een gemeenschappelijk Europees asielstelsel omvat dat stoelt op de volledige en niet-restrictieve toepassing van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, zoals aangevuld bij het Protocol van New York van 31 januari 1967, is een wezenlijk aspect van de doelstelling van de Europese Unie om geleidelijk een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen, die openstaat voor diegenen die onder druk van de omstandigheden op wettige wijze in de Unie bescherming zoeken, en bevestigt dus het beginsel van non-refoulement. Dit beleid dient te zijn gebaseerd op solidariteit en een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheid, inclusief de financiële gevolgen, tussen de lidstaten. | (2) Een gemeenschappelijk asielbeleid, dat een gemeenschappelijk Europees asielstelsel omvat dat stoelt op de volledige en niet-restrictieve toepassing van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, zoals aangevuld bij het Protocol van New York van 31 januari 1967, is een wezenlijk aspect van de doelstelling van de Europese Unie om geleidelijk een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen, die openstaat voor diegenen die onder druk van de omstandigheden op wettige wijze in de Unie bescherming zoeken, en bevestigt dus het beginsel van non-refoulement. Dit beleid dient te zijn gebaseerd op betaalbaarheid, rekening houdend met de opnamecapaciteiten van de ontvangende gemeenschappen en de maximale zelfredzaamheid van diegenen die bescherming zoeken. |
Or. en
Motivering
Een doeltreffend gemeenschappelijk Europees asielstelsel kan niet worden gebaseerd op het uitgangspunt van solidariteit en gedeelde lasten. In plaats daarvan moet de uitvoering van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel steunen op een doeltreffend beheer van migratiestromen en de beperking van onnodige aantrekkingsfactoren, zoals royale sociale uitkeringen.
Amendement 55
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(3) Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is gebaseerd op een systeem om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van verzoeken om internationale bescherming en gemeenschappelijke normen voor asielprocedures, opvangvoorzieningen en procedures en rechten van personen die internationale bescherming genieten. Er zijn aanzienlijke vorderingen gemaakt met de ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, maar toch zijn er nog steeds aanmerkelijke verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toegepaste procedures, de opvangvoorzieningen die aan verzoekers worden aangeboden, de erkenningspercentages en het soort bescherming dat wordt verleend aan personen die internationale bescherming genieten. Deze verschillen bevorderen secundaire bewegingen en ondermijnen de doelstelling om te verzekeren dat alle verzoekers om internationale bescherming in de Unie gelijk worden behandeld. | (3) Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is gebaseerd op een systeem om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van verzoeken om internationale bescherming en gemeenschappelijke normen voor asielprocedures, opvangvoorzieningen en procedures en rechten van personen die internationale bescherming genieten. Er zijn aanzienlijke vorderingen gemaakt met de ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, maar toch zijn er nog steeds aanmerkelijke verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toegepaste procedures, de opvangvoorzieningen die aan verzoekers worden aangeboden, de erkenningspercentages en het soort bescherming dat wordt verleend aan personen die internationale bescherming genieten. Deze verschillen ondermijnen de doelstelling om te verzekeren dat alle verzoekers om internationale bescherming in de Unie gelijk worden behandeld. |
Or. en
Amendement 56
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(4) In haar mededeling van 6 april 2016 "Naar een hervorming van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel en een verbetering van de legale mogelijkheden om naar Europa te komen"23 heeft de Commissie de noodzaak benadrukt om het gemeenschappelijk Europees asielstelsel verder te versterken en te harmoniseren. In de mededeling heeft zij tevens de mogelijkheden uiteengezet om het stelsel te verbeteren, met name door een duurzaam en billijk stelsel tot stand te brengen voor het bepalen van de voor verzoekers om internationale bescherming verantwoordelijke lidstaat, het Eurodac-systeem te verbeteren, te zorgen voor grotere convergentie van het asielstelsel van de Unie, secundaire bewegingen binnen de Unie te voorkomen en een nieuw mandaat voor het Asielagentschap van de Europese Unie vast te stellen. Hiermee wordt antwoord gegeven op de oproepen van de Europese Raad van 18–19 februari 201624 en 17–18 maart 201625 om vooruitgang te boeken wat betreft de hervorming van het bestaande Uniekader teneinde een humaan en efficiënt asielbeleid te garanderen. Voorts worden in de mededeling vervolgstappen voorgesteld overeenkomstig de holistische aanpak van migratie die het Europees Parlement heeft uiteengezet in zijn initiatiefverslag van 12 april 2016. | (4) In haar mededeling van 6 april 2016 "Naar een hervorming van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel en een verbetering van de legale mogelijkheden om naar Europa te komen"23 heeft de Commissie de noodzaak benadrukt om het gemeenschappelijk Europees asielstelsel verder te versterken en te harmoniseren. In de mededeling heeft zij tevens de mogelijkheden uiteengezet om het stelsel te verbeteren, met name door een duurzaam en billijk stelsel tot stand te brengen voor het bepalen van de voor verzoekers om internationale bescherming verantwoordelijke lidstaat, het Eurodac-systeem te verbeteren, te zorgen voor grotere convergentie van het asielstelsel van de Unie, secundaire bewegingen binnen de Unie te voorkomen en een nieuw mandaat voor het Asielagentschap van de Europese Unie vast te stellen. Hiermee wordt antwoord gegeven op de oproepen van de Europese Raad van 18–19 februari 201624 en 17–18 maart 201625 om vooruitgang te boeken wat betreft de hervorming van het bestaande Uniekader teneinde een humaan en efficiënt asielbeleid te garanderen. Voorts worden in de mededeling vervolgstappen voorgesteld die deels overeenstemmen met de holistische aanpak van migratie die het Europees Parlement heeft uiteengezet in zijn initiatiefverslag van 12 april 2016. |
__________________ | __________________ |
23 COM(2016) 197 final. | 23 COM(2016) 197 final. |
24 EUCO 19.2.2016, SN 1/16. | 24 EUCO 19.2.2016, SN 1/16. |
25 EUCO 12.1.2016. | 25 EUCO 12.1.2016. |
Or. en
Amendement 57
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(5) De opvangvoorzieningen verschillen nog aanzienlijk van lidstaat tot lidstaat, zowel wat de organisatie van de opvang als wat de normen voor de verzoekers betreft. De aanhoudende problemen van sommige lidstaten om de opvangnormen in acht te nemen die voor een waardige behandeling van verzoekers vereist zijn, hebben ertoe bijgedragen dat een onevenredige last rust op enkele lidstaten die in het algemeen strikte opvangnormen in acht nemen, waardoor deze onder druk staan om hun normen te verlagen. Door in alle lidstaten gelijkere opvangnormen op een passend niveau tot stand te brengen, wordt bijgedragen tot een waardiger behandeling en een eerlijker verdeling van de verzoekers over de EU. | (5) De opvangvoorzieningen verschillen nog aanzienlijk van lidstaat tot lidstaat, zowel wat de organisatie van de opvang als wat de normen voor de verzoekers betreft. De verschillen in opvangnormen in de lidstaten hebben ertoe bijgedragen dat een onevenredige last rust op enkele lidstaten die in het algemeen strikte opvangnormen in acht nemen. Door in alle lidstaten gelijkere opvangnormen op een passend en economisch haalbaar niveau tot stand te brengen, wordt bijgedragen tot een eerlijker verdeling van de verzoekers over de EU en daarmee tot de snellere verwerking van de verzoeken. |
Or. en
Amendement 58
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(5) De opvangvoorzieningen verschillen nog aanzienlijk van lidstaat tot lidstaat, zowel wat de organisatie van de opvang als wat de normen voor de verzoekers betreft. De aanhoudende problemen van sommige lidstaten om de opvangnormen in acht te nemen die voor een waardige behandeling van verzoekers vereist zijn, hebben ertoe bijgedragen dat een onevenredige last rust op enkele lidstaten die in het algemeen strikte opvangnormen in acht nemen, waardoor deze onder druk staan om hun normen te verlagen. Door in alle lidstaten gelijkere opvangnormen op een passend niveau tot stand te brengen, wordt bijgedragen tot een waardiger behandeling en een eerlijker verdeling van de verzoekers over de EU. | (5) De opvangvoorzieningen verschillen nog aanzienlijk van lidstaat tot lidstaat, zowel wat de organisatie van de opvang als wat de normen voor de verzoekers betreft. De aanhoudende problemen van sommige lidstaten om de opvangnormen in acht te nemen die voor een waardige behandeling van verzoekers vereist zijn, hebben ertoe bijgedragen dat een onevenredige last rust op enkele lidstaten die in het algemeen strikte opvangnormen in acht nemen, waardoor deze onder druk staan om ervoor te zorgen dat hun hoge opvangnormen worden gehandhaafd. Gelijke en hoge opvangnormen in alle lidstaten zullen bijdragen tot een waardiger behandeling en een eerlijker verdeling van de verzoekers over de EU. |
Or. en
Amendement 59
Alessandra Mussolini, Salvatore Domenico Pogliese
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(5) De opvangvoorzieningen verschillen nog aanzienlijk van lidstaat tot lidstaat, zowel wat de organisatie van de opvang als wat de normen voor de verzoekers betreft. De aanhoudende problemen van sommige lidstaten om de opvangnormen in acht te nemen die voor een waardige behandeling van verzoekers vereist zijn, hebben ertoe bijgedragen dat een onevenredige last rust op enkele lidstaten die in het algemeen strikte opvangnormen in acht nemen, waardoor deze onder druk staan om hun normen te verlagen. Door in alle lidstaten gelijkere opvangnormen op een passend niveau tot stand te brengen, wordt bijgedragen tot een waardiger behandeling en een eerlijker verdeling van de verzoekers over de EU. | (5) De opvangvoorzieningen verschillen nog aanzienlijk van lidstaat tot lidstaat, zowel wat de organisatie van de opvang als wat de normen voor de verzoekers betreft. De aanhoudende problemen van sommige lidstaten om de opvangnormen in acht te nemen die voor een passende behandeling van verzoekers vereist zijn, hebben ertoe bijgedragen dat een onevenredige last rust op enkele lidstaten die in het algemeen strikte opvangnormen in acht nemen, waardoor deze onder druk staan om hun normen te verlagen. Door in alle lidstaten gelijkere opvangnormen op een passend niveau tot stand te brengen, wordt bijgedragen tot een waardiger behandeling en een eerlijker verdeling van de verzoekers over de EU. |
Or. it
Amendement 60
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(6) De middelen van het Fonds voor asiel, migratie en integratie en het Asielagentschap van de Europese Unie dienen te worden ingezet om de lidstaten voldoende ondersteuning te geven bij de toepassing van de normen die worden vastgesteld bij deze richtlijn, onder andere die lidstaten waarvan het asielstelsel specifiek en onevenredig onder druk staat, met name als gevolg van hun ligging of de demografische situatie van die lidstaten. | (6) De middelen van het Fonds voor asiel, migratie en integratie en het Asielagentschap van de Europese Unie dienen spaarzaam te worden ingezet om de lidstaten aanvullende ondersteuning te geven bij de toepassing van de normen die worden vastgesteld bij deze richtlijn, onder andere die lidstaten waarvan het asielstelsel specifiek en onevenredig onder druk staat, met name als gevolg van hun ligging of de demografische situatie van die lidstaten. |
Or. en
Motivering
De hoofdverantwoordelijkheid voor het dekken van de kosten van de opvang van asielzoekers ligt bij de lidstaten.
Amendement 61
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(7) Om in de gehele Unie de gelijke behandeling van verzoekers te garanderen, moet deze richtlijn van toepassing zijn tijdens alle fasen en op alle soorten procedures betreffende verzoeken om internationale bescherming, in alle plaatsen en voorzieningen waar verzoekers worden gehuisvest, en zolang zij als verzoekers op het grondgebied van de lidstaten mogen blijven. Er moet worden verduidelijkt dat de materiële opvangvoorzieningen ter beschikking van de verzoekers moeten worden gesteld vanaf het moment dat de betrokkene de wens om te verzoeken om internationale bescherming heeft geuit aan medewerkers van de beslissingsautoriteit of medewerkers van andere autoriteiten die bevoegd zijn verklaard om verzoeken in ontvangst te nemen en te registreren of die de beslissingsautoriteit bijstaan bij het in ontvangst nemen van dergelijke verzoeken overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [de verordening asielprocedures]. | (7) Om in de gehele Unie de gelijke behandeling van verzoekers te garanderen, moet deze richtlijn van toepassing zijn tijdens alle fasen en op alle soorten procedures betreffende verzoeken om internationale bescherming, in alle plaatsen en voorzieningen waar verzoekers worden gehuisvest, en zolang zij als verzoekers op het grondgebied van de lidstaten mogen blijven. Deze richtlijn is niet van toepassing op personen die geen verzoek om internationale bescherming hebben ingediend of niet langer als verzoekers worden beschouwd. Er moet worden verduidelijkt dat de materiële opvangvoorzieningen ter beschikking van de verzoekers moeten worden gesteld vanaf het moment dat de betrokkene de wens om te verzoeken om internationale bescherming heeft geuit aan medewerkers van de beslissingsautoriteit of medewerkers van andere autoriteiten die bevoegd zijn verklaard om verzoeken in ontvangst te nemen en te registreren of die de beslissingsautoriteit bijstaan bij het in ontvangst nemen van dergelijke verzoeken overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [de verordening asielprocedures]. |
Or. en
Motivering
Personen die hebben geweigerd om op de juiste manier een verzoek om internationale bescherming in te dienen, dienen niet het recht te hebben de waarborgen te genieten waarin deze richtlijn voorziet.
Amendement 62
Cornelia Ernst
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(8) Indien een verzoeker zich bevindt in een andere lidstaat dan de lidstaat waar hij uit hoofde van Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden, dient die verzoeker geen recht te kunnen doen gelden op de in de artikelen 14 tot en met 17 vermelde opvangvoorzieningen. | Schrappen |
Or. de
Amendement 63
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(8) Indien een verzoeker zich bevindt in een andere lidstaat dan de lidstaat waar hij uit hoofde van Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden, dient die verzoeker geen recht te kunnen doen gelden op de in de artikelen 14 tot en met 17 vermelde opvangvoorzieningen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 64
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(8) Indien een verzoeker zich bevindt in een andere lidstaat dan de lidstaat waar hij uit hoofde van Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden, dient die verzoeker geen recht te kunnen doen gelden op de in de artikelen 14 tot en met 17 vermelde opvangvoorzieningen. | Schrappen |
Or. it
Amendement 65
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(8) Indien een verzoeker zich bevindt in een andere lidstaat dan de lidstaat waar hij uit hoofde van Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden, dient die verzoeker geen recht te kunnen doen gelden op de in de artikelen 14 tot en met 17 vermelde opvangvoorzieningen. | (8) Teneinde secundaire bewegingen te ontmoedigen, dient een verzoeker die zich bevindt in een andere lidstaat dan de lidstaat waar hij uit hoofde van Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden, geen recht te kunnen doen gelden op de in de artikelen 14 tot en met 17 vermelde opvangvoorzieningen. |
Or. en
Amendement 66
Udo Voigt
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(8) Indien een verzoeker zich bevindt in een andere lidstaat dan de lidstaat waar hij uit hoofde van Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden, dient die verzoeker geen recht te kunnen doen gelden op de in de artikelen 14 tot en met 17 vermelde opvangvoorzieningen. | (8) Indien een verzoeker zich bevindt in een andere lidstaat dan de lidstaat waar hij uit hoofde van Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden, heeft die verzoeker geen recht op de in de artikelen 14 tot en met 17 vermelde opvangvoorzieningen. |
Or. de
Amendement 67
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(10) Er moeten standaardvoorwaarden worden vastgesteld voor de opvang van verzoekers die voldoende zijn om een waardige levensstandaard en vergelijkbare levensomstandigheden in alle lidstaten te waarborgen. De harmonisatie van de opvangvoorzieningen voor verzoekers zal ertoe bijdragen dat de secundaire stromen van verzoekers, die worden veroorzaakt door het verschil in opvangvoorzieningen, worden beperkt. | (10) De lidstaten stellen de voorwaarden voor de opvang van verzoekers vast. Deze voorwaarden dienen op grond van het subsidiariteitsbeginsel niet te worden geharmoniseerd. Bovendien worden de verschillen in opvangvoorzieningen erkend als gevolg van de verschillende prioriteiten binnen de afzonderlijke begrotingen van de lidstaten. |
Or. en
Motivering
Wij hebben ontvankelijke amendementen op basis van het subsidiariteitsbeginsel ingediend die onlosmakelijk verband houden met de amendementen in de witte delen van de tekst. Het zou niet logisch zijn om dit beginsel uitsluitend op de grijze delen van de tekst toe te passen.
Amendement 68
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(10) Er moeten standaardvoorwaarden worden vastgesteld voor de opvang van verzoekers die voldoende zijn om een waardige levensstandaard en vergelijkbare levensomstandigheden in alle lidstaten te waarborgen. De harmonisatie van de opvangvoorzieningen voor verzoekers zal ertoe bijdragen dat de secundaire stromen van verzoekers, die worden veroorzaakt door het verschil in opvangvoorzieningen, worden beperkt. | (10) Er moeten standaardvoorwaarden worden vastgesteld voor de opvang van verzoekers en vergelijkbare levensomstandigheden in alle lidstaten. De harmonisatie van de opvangvoorzieningen voor verzoekers zal ertoe bijdragen dat de secundaire stromen van verzoekers, die worden veroorzaakt door het verschil in opvangvoorzieningen, worden beperkt. |
Or. en
Motivering
Het begrip "waardig" kan op meerdere manieren worden opgevat.
Amendement 69
Alessandra Mussolini, Salvatore Domenico Pogliese
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(10) Er moeten standaardvoorwaarden worden vastgesteld voor de opvang van verzoekers die voldoende zijn om een waardige levensstandaard en vergelijkbare levensomstandigheden in alle lidstaten te waarborgen. De harmonisatie van de opvangvoorzieningen voor verzoekers zal ertoe bijdragen dat de secundaire stromen van verzoekers, die worden veroorzaakt door het verschil in opvangvoorzieningen, worden beperkt. | (10) Er moeten standaardvoorwaarden worden vastgesteld voor de opvang van verzoekers die voldoende zijn om een passende levensstandaard en vergelijkbare levensomstandigheden in alle lidstaten te waarborgen. De harmonisatie van de opvangvoorzieningen voor verzoekers zal ertoe bijdragen dat de secundaire stromen van verzoekers, die worden veroorzaakt door het verschil in opvangvoorzieningen, worden beperkt. |
Or. it
Motivering
Wanneer de levensstandaard die middels de vaststelling van geharmoniseerde opvangvoorwaarden voor de verzoekers moet worden gegarandeerd, wordt beschreven als "waardig", zonder de betekenis daarvan te specificeren, kan dat leiden tot geschillen met de betrokkenen.
Amendement 70
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(11) Om ervoor te zorgen dat verzoekers beseffen wat de consequenties van onderduiken zijn, moeten de lidstaten hen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk bij het indienen van het verzoek, op eenvormige wijze informeren over alle plichten die verzoekers moeten vervullen in verband met de opvangvoorzieningen, met inbegrip van de omstandigheden waarin de verstrekking van materiële opvangvoorzieningen kan worden beperkt, alsook over de voordelen. | (11) Om ervoor te zorgen dat verzoekers beseffen wat de consequenties van onderduiken zijn, moeten de lidstaten hen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk bij het doen van het verzoek, op eenvormige wijze informeren over alle rechten en plichten in verband met de opvangvoorzieningen, met inbegrip van de omstandigheden waarin de verstrekking van materiële opvangvoorzieningen kan worden beperkt, alsook over de voordelen en rechtsbijstand, bijzondere behoeften, verhaal en het recht om beroep aan te tekenen tegen bewaring of besluiten in verband met vervanging, beperking of intrekking van de opvangvoorzieningen en over de relevante asielprocedure. |
Or. en
Amendement 71
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(11) Om ervoor te zorgen dat verzoekers beseffen wat de consequenties van onderduiken zijn, moeten de lidstaten hen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk bij het indienen van het verzoek, op eenvormige wijze informeren over alle plichten die verzoekers moeten vervullen in verband met de opvangvoorzieningen, met inbegrip van de omstandigheden waarin de verstrekking van materiële opvangvoorzieningen kan worden beperkt, alsook over de voordelen. | (11) Om ervoor te zorgen dat verzoekers beseffen wat de consequenties van onderduiken zijn, moeten de lidstaten hen op het moment waarop zij kenbaar maken dat zij om internationale bescherming willen verzoeken, maar uiterlijk bij het indienen van het verzoek, op eenvormige wijze informeren over alle plichten die verzoekers moeten vervullen in verband met de opvangvoorzieningen, met inbegrip van de omstandigheden waarin de verstrekking van materiële opvangvoorzieningen kan worden beperkt, alsook over de voordelen. |
Or. it
Amendement 72
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(12) Indien de regels betreffende de aan verzoekers uit te reiken documenten in de EU geharmoniseerd zijn, is het voor verzoekers moeilijker om zich op ongeoorloofde wijze in de Unie te verplaatsen. Er moet worden verduidelijkt dat de lidstaten slechts een reisdocument dienen te verstrekken indien daarvoor ernstige humanitaire of andere dwingende redenen bestaan. De geldigheidsduur van reisdocumenten moet worden beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. Ernstige humanitaire redenen kunnen bijvoorbeeld in overweging worden genomen als een verzoeker naar een andere staat moet reizen met het oog op medische behandeling of bezoeken aan familieleden in bijzondere omstandigheden, zoals bezoeken aan naaste verwanten die ernstig ziek zijn of om een huwelijk of uitvaart van een naaste verwant bij te wonen. Van andere dwingende redenen kan sprake zijn wanneer verzoekers die zijn toegelaten tot de arbeidsmarkt moeten reizen met het oog op hun werkzaamheden, wanneer verzoekers moeten reizen in het kader van hun studie of wanneer minderjarigen samen met hun pleeggezin op reis gaan. | (12) Indien de regels betreffende de aan verzoekers uit te reiken documenten in de EU geharmoniseerd zijn, is het voor verzoekers moeilijker om zich op ongeoorloofde wijze in de Unie te verplaatsen. De geldigheidsduur van reisdocumenten moet worden beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. |
Or. it
Amendement 73
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(12) Indien de regels betreffende de aan verzoekers uit te reiken documenten in de EU geharmoniseerd zijn, is het voor verzoekers moeilijker om zich op ongeoorloofde wijze in de Unie te verplaatsen. Er moet worden verduidelijkt dat de lidstaten slechts een reisdocument dienen te verstrekken indien daarvoor ernstige humanitaire of andere dwingende redenen bestaan. De geldigheidsduur van reisdocumenten moet voorts worden beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. Ernstige humanitaire redenen kunnen bijvoorbeeld in overweging worden genomen als een verzoeker naar een andere staat moet reizen met het oog op medische behandeling of bezoeken aan familieleden in bijzondere omstandigheden, zoals bezoeken aan naaste verwanten die ernstig ziek zijn of om een huwelijk of uitvaart van een naaste verwant bij te wonen. Van andere dwingende redenen kan sprake zijn wanneer verzoekers die zijn toegelaten tot de arbeidsmarkt moeten reizen met het oog op hun werkzaamheden, wanneer verzoekers moeten reizen in het kader van hun studie of wanneer minderjarigen samen met hun pleeggezin op reis gaan. | (12) Indien de regels betreffende de aan verzoekers uit te reiken documenten in de EU geharmoniseerd zijn, is het voor verzoekers moeilijker om zich op ongeoorloofde wijze in de Unie te verplaatsen. Er moet worden verduidelijkt dat de lidstaten slechts een reisdocument dienen te verstrekken indien daarvoor ernstige humanitaire of andere dwingende redenen bestaan. De geldigheidsduur van reisdocumenten moet voorts worden beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. Ernstige humanitaire redenen kunnen bijvoorbeeld in overweging worden genomen als een verzoeker naar een andere staat moet reizen met het oog op medische behandeling of bezoeken aan familieleden in bijzondere omstandigheden, zoals bezoeken aan naaste verwanten die ernstig ziek zijn of om een huwelijk of uitvaart van een naaste verwant bij te wonen. |
Or. en
Amendement 74
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(12) Indien de regels betreffende de aan verzoekers uit te reiken documenten in de EU geharmoniseerd zijn, is het voor verzoekers moeilijker om zich op ongeoorloofde wijze in de Unie te verplaatsen. Er moet worden verduidelijkt dat de lidstaten slechts een reisdocument dienen te verstrekken indien daarvoor ernstige humanitaire of andere dwingende redenen bestaan. De geldigheidsduur van reisdocumenten moet voorts worden beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. Ernstige humanitaire redenen kunnen bijvoorbeeld in overweging worden genomen als een verzoeker naar een andere staat moet reizen met het oog op medische behandeling of bezoeken aan familieleden in bijzondere omstandigheden, zoals bezoeken aan naaste verwanten die ernstig ziek zijn of om een huwelijk of uitvaart van een naaste verwant bij te wonen. Van andere dwingende redenen kan sprake zijn wanneer verzoekers die zijn toegelaten tot de arbeidsmarkt moeten reizen met het oog op hun werkzaamheden, wanneer verzoekers moeten reizen in het kader van hun studie of wanneer minderjarigen samen met hun pleeggezin op reis gaan. | (12) Geharmoniseerde regels betreffende de aan verzoekers uit te reiken documenten in de EU om het voor verzoekers moeilijker te maken om zich op ongeoorloofde wijze in de Unie te verplaatsen, kunnen slechts worden aangenomen wanneer weer permanente grenscontroles worden ingevoerd. Er moet worden verduidelijkt dat de lidstaten slechts een reisdocument dienen te verstrekken indien daarvoor ernstige humanitaire of andere dwingende redenen bestaan. De geldigheidsduur van reisdocumenten moet voorts worden beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. Ernstige humanitaire redenen kunnen bijvoorbeeld in overweging worden genomen als een verzoeker naar een andere staat moet reizen met het oog op medische behandeling of bezoeken aan familieleden in bijzondere omstandigheden, zoals bezoeken aan naaste verwanten die ernstig ziek zijn of om een huwelijk of uitvaart van een naaste verwant bij te wonen. Van andere dwingende redenen kan sprake zijn wanneer verzoekers die zijn toegelaten tot de arbeidsmarkt moeten reizen met het oog op hun werkzaamheden, wanneer verzoekers moeten reizen in het kader van hun studie of wanneer minderjarigen samen met hun pleeggezin op reis gaan. |
Or. en
Amendement 75
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(12) Indien de regels betreffende de aan verzoekers uit te reiken documenten in de EU geharmoniseerd zijn, is het voor verzoekers moeilijker om zich op ongeoorloofde wijze in de Unie te verplaatsen. Er moet worden verduidelijkt dat de lidstaten slechts een reisdocument dienen te verstrekken indien daarvoor ernstige humanitaire of andere dwingende redenen bestaan. De geldigheidsduur van reisdocumenten moet voorts worden beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. Ernstige humanitaire redenen kunnen bijvoorbeeld in overweging worden genomen als een verzoeker naar een andere staat moet reizen met het oog op medische behandeling of bezoeken aan familieleden in bijzondere omstandigheden, zoals bezoeken aan naaste verwanten die ernstig ziek zijn of om een huwelijk of uitvaart van een naaste verwant bij te wonen. Van andere dwingende redenen kan sprake zijn wanneer verzoekers die zijn toegelaten tot de arbeidsmarkt moeten reizen met het oog op hun werkzaamheden, wanneer verzoekers moeten reizen in het kader van hun studie of wanneer minderjarigen samen met hun pleeggezin op reis gaan. | (12) Indien de regels betreffende de aan verzoekers uit te reiken documenten in de EU geharmoniseerd zijn, is het voor verzoekers moeilijker om zich op ongeoorloofde wijze in de Unie te verplaatsen. Er moet worden verduidelijkt dat de lidstaten een reisdocument dienen te verstrekken indien daarvoor ernstige humanitaire of andere redenen bestaan. De geldigheidsduur van reisdocumenten moet ten minste het doel en de duur bestrijken zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. Ernstige humanitaire redenen kunnen bijvoorbeeld in overweging worden genomen als een verzoeker naar een andere staat moet reizen met het oog op medische behandeling of bezoeken aan familieleden in bijzondere omstandigheden, zoals bezoeken aan naaste verwanten die ernstig ziek zijn of om een huwelijk of uitvaart van een naaste verwant bij te wonen. Van andere redenen kan sprake zijn wanneer verzoekers die zijn toegelaten tot de arbeidsmarkt moeten reizen met het oog op hun werkzaamheden, wanneer verzoekers moeten reizen in het kader van hun studie of wanneer minderjarigen samen met hun pleeggezin op reis gaan. |
Or. en
Amendement 76
Cornelia Ernst
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) Verzoekers hebben niet het recht om zelf te kiezen in welke lidstaat zij een verzoek indienen. Verzoekers moeten een verzoek om internationale bescherming doen in de lidstaat van eerste binnenkomst, of, indien zij legaal verblijven, in de lidstaat waar zij legaal verblijven of wonen. Wanneer een verzoeker niet aan deze verplichting heeft voldaan nadat overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] de verantwoordelijke lidstaat is vastgesteld, is het minder waarschijnlijk dat het die verzoeker wordt toegestaan te verblijven in de lidstaat waar het verzoek is gedaan en is het derhalve waarschijnlijker dat deze zal onderduiken. Diens verblijfplaats moet derhalve goed in het oog worden gehouden. | Schrappen |
Or. de
Amendement 77
Emil Radev
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) Verzoekers hebben niet het recht om zelf te kiezen in welke lidstaat zij een verzoek indienen. Verzoekers moeten een verzoek om internationale bescherming doen in de lidstaat van eerste binnenkomst, of, indien zij legaal verblijven, in de lidstaat waar zij legaal verblijven of wonen. Wanneer een verzoeker niet aan deze verplichting heeft voldaan nadat overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] de verantwoordelijke lidstaat is vastgesteld, is het minder waarschijnlijk dat het die verzoeker wordt toegestaan te verblijven in de lidstaat waar het verzoek is gedaan en is het derhalve waarschijnlijker dat deze zal onderduiken. Diens verblijfplaats moet derhalve goed in het oog worden gehouden. | Schrappen |
Or. bg
Amendement 78
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) Verzoekers hebben niet het recht om zelf te kiezen in welke lidstaat zij een verzoek indienen. Verzoekers moeten een verzoek om internationale bescherming doen in de lidstaat van eerste binnenkomst, of, indien zij legaal verblijven, in de lidstaat waar zij legaal verblijven of wonen. Wanneer een verzoeker niet aan deze verplichting heeft voldaan nadat overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] de verantwoordelijke lidstaat is vastgesteld, is het minder waarschijnlijk dat het die verzoeker wordt toegestaan te verblijven in de lidstaat waar het verzoek is gedaan en is het derhalve waarschijnlijker dat deze zal onderduiken. Diens verblijfplaats moet derhalve goed in het oog worden gehouden. | Schrappen |
Or. en
Amendement 79
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) Verzoekers hebben niet het recht om zelf te kiezen in welke lidstaat zij een verzoek indienen. Verzoekers moeten een verzoek om internationale bescherming doen in de lidstaat van eerste binnenkomst, of, indien zij legaal verblijven, in de lidstaat waar zij legaal verblijven of wonen. Wanneer een verzoeker niet aan deze verplichting heeft voldaan nadat overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] de verantwoordelijke lidstaat is vastgesteld, is het minder waarschijnlijk dat het die verzoeker wordt toegestaan te verblijven in de lidstaat waar het verzoek is gedaan en is het derhalve waarschijnlijker dat deze zal onderduiken. Diens verblijfplaats moet derhalve goed in het oog worden gehouden. | (13) Verzoekers hebben niet het recht om zelf te kiezen in welke lidstaat zij een verzoek indienen. Verzoekers moeten een verzoek om internationale bescherming doen overeenkomstig de criteria die zijn vastgesteld bij Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening]. |
Or. it
Amendement 80
Cornelia Ernst
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) Verzoekers worden geacht zich te bevinden in de lidstaat waar het verzoek is gedaan of in de lidstaat waarheen zij zijn overgebracht overeenkomstig de Dublinverordening. Indien een verzoeker is ondergedoken en zonder toestemming uit deze lidstaat is vertrokken naar een andere lidstaat, is het om de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te waarborgen, cruciaal dat de verzoeker snel wordt teruggebracht naar de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden. Totdat de verzoeker is overgebracht, blijft het risico bestaan dat hij onderduikt; zijn verblijfplaats moet daarom goed in het oog worden gehouden. | Schrappen |
Or. de
Amendement 81
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) Verzoekers worden geacht zich te bevinden in de lidstaat waar het verzoek is gedaan of in de lidstaat waarheen zij zijn overgebracht overeenkomstig de Dublinverordening. Indien een verzoeker is ondergedoken en zonder toestemming uit deze lidstaat is vertrokken naar een andere lidstaat, is het om de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te waarborgen, cruciaal dat de verzoeker snel wordt teruggebracht naar de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden. Totdat de verzoeker is overgebracht, blijft het risico bestaan dat hij onderduikt; zijn verblijfplaats moet daarom goed in het oog worden gehouden. | (14) Verzoekers worden geacht beschikbaar te blijven voor de desbetreffende autoriteiten van de lidstaat waar het verzoek is gedaan of in de lidstaat waarheen zij zijn overgebracht overeenkomstig de Dublinverordening. De lidstaten dienen geen sancties op te leggen aan verzoekers louter vanwege het irregulier binnenkomen of verblijven op hun grondgebied, met inbegrip van het niet naleven van de verplichting om een verzoek in te dienen in de lidstaat van eerste binnenkomst, zoals uiteengezet in [artikel 4, lid 1, van de Dublinverordening] of het verblijf in een andere lidstaat overeenkomstig [de Dublinverordening], wanneer er dwingende redenen zijn om aan te nemen dat de verzoeker afkomstig is van een grondgebied waarop zijn leven of vrijheid in gevaar was overeenkomstig [artikel 9 van de verordening asielnormen] of [artikel 16 van de verordening asielnormen] of wanneer de verzoeker aantoont dat hij een goede reden had voor zijn irreguliere binnenkomst of verblijf. |
Or. en
Amendement 82
Emil Radev
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) Verzoekers worden geacht zich te bevinden in de lidstaat waar het verzoek is gedaan of in de lidstaat waarheen zij zijn overgebracht overeenkomstig de Dublinverordening. Indien een verzoeker is ondergedoken en zonder toestemming uit deze lidstaat is vertrokken naar een andere lidstaat, is het om de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te waarborgen, cruciaal dat de verzoeker snel wordt teruggebracht naar de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden. Totdat de verzoeker is overgebracht, blijft het risico bestaan dat hij onderduikt; zijn verblijfplaats moet daarom goed in het oog worden gehouden. | (14) Verzoekers worden geacht zich te bevinden in de lidstaat waar het verzoek is gedaan of in de lidstaat waarheen zij zijn overgebracht overeenkomstig de Dublinverordening. Totdat de verzoeker is overgebracht, blijft het risico bestaan dat hij onderduikt; zijn verblijfplaats moet daarom goed in het oog worden gehouden. |
Or. bg
Amendement 83
Udo Voigt
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) Verzoekers worden geacht zich te bevinden in de lidstaat waar het verzoek is gedaan of in de lidstaat waarheen zij zijn overgebracht overeenkomstig de Dublinverordening. Indien een verzoeker is ondergedoken en zonder toestemming uit deze lidstaat is vertrokken naar een andere lidstaat, is het om de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te waarborgen, cruciaal dat de verzoeker snel wordt teruggebracht naar de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden. Totdat de verzoeker is overgebracht, blijft het risico bestaan dat hij onderduikt; zijn verblijfplaats moet daarom goed in het oog worden gehouden. | (14) Verzoekers worden geacht zich te bevinden in de lidstaat waar het verzoek is gedaan of in de lidstaat waarheen zij zijn overgebracht overeenkomstig de Dublinverordening. Indien een verzoeker is ondergedoken en zonder toestemming uit deze lidstaat is vertrokken naar een andere lidstaat, verliest hij alle verdere rechten op verblijf in de Europese Unie. |
Or. de
Amendement 84
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) Verzoekers worden geacht zich te bevinden in de lidstaat waar het verzoek is gedaan of in de lidstaat waarheen zij zijn overgebracht overeenkomstig de Dublinverordening. Indien een verzoeker is ondergedoken en zonder toestemming uit deze lidstaat is vertrokken naar een andere lidstaat, is het om de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te waarborgen, cruciaal dat de verzoeker snel wordt teruggebracht naar de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden. Totdat de verzoeker is overgebracht, blijft het risico bestaan dat hij onderduikt; zijn verblijfplaats moet daarom goed in het oog worden gehouden. | (14) Verzoekers worden geacht zich te bevinden in de lidstaat waar het verzoek is gedaan of in de lidstaat waarheen zij zijn overgebracht overeenkomstig de Dublinverordening. Indien een verzoeker zonder toestemming is vertrokken naar een andere lidstaat, is het om de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te waarborgen, cruciaal dat de verzoeker snel wordt teruggebracht naar de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden. Totdat de verzoeker is overgebracht, blijft het risico bestaan dat hij onderduikt; zijn verblijfplaats moet daarom goed in het oog worden gehouden. |
Or. it
Amendement 85
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(15) Het feit dat een verzoeker eerder is ondergedoken en naar een andere lidstaat is vertrokken, is een belangrijke factor bij de beoordeling van het risico dat de verzoeker onderduikt. Teneinde te waarborgen dat de verzoeker niet opnieuw onderduikt en ter beschikking blijft van de bevoegde autoriteiten, moet diens verblijfplaats goed in het oog worden gehouden wanneer hij is teruggezonden naar de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden. | Schrappen |
Or. en
Amendement 86
Emil Radev
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(15) Het feit dat een verzoeker eerder is ondergedoken en naar een andere lidstaat is vertrokken, is een belangrijke factor bij de beoordeling van het risico dat de verzoeker onderduikt. Teneinde te waarborgen dat de verzoeker niet opnieuw onderduikt en ter beschikking blijft van de bevoegde autoriteiten, moet diens verblijfplaats goed in het oog worden gehouden wanneer hij is teruggezonden naar de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden. | (15) Het feit dat een verzoeker eerder is ondergedoken en naar een andere lidstaat is vertrokken, is een belangrijke factor bij de beoordeling van het risico dat de verzoeker onderduikt. Teneinde te waarborgen dat de verzoeker niet opnieuw onderduikt en ter beschikking blijft van de bevoegde autoriteiten, moet diens verblijfplaats goed in het oog worden gehouden. |
Or. bg
Amendement 87
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(16) Om redenen van openbaar belang of openbare orde of met het oog op een snelle behandeling en een doeltreffende controle van het verzoek om internationale bescherming, met het oog op een snelle behandeling en een doeltreffende controle van de procedure om overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] de verantwoordelijke lidstaat vast te stellen, of teneinde op doeltreffende wijze te voorkomen dat de verzoeker onderduikt, moeten de lidstaten, indien dat noodzakelijk is, aan verzoekers een specifieke verblijfplaats toewijzen, zoals een opvangcentrum, een particuliere woning, een appartement, een hotel of een ander voor de huisvesting van verzoekers ingericht pand. Het besluit daartoe kan noodzakelijk zijn om op doeltreffende wijze te voorkomen dat de verzoeker onderduikt, met name ingeval deze niet heeft voldaan aan de verplichting om: een verzoek te doen in de lidstaat van eerste irreguliere of legale binnenkomst; te blijven in de lidstaat waar hij geacht wordt te zich te bevinden; of ingeval de verzoeker is teruggestuurd naar de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden, nadat hij is ondergedoken en naar een andere lidstaat is vertrokken. Indien de verzoeker recht heeft op materiële opvangvoorzieningen, moet voor de verstrekking van deze materiële opvangvoorzieningen de voorwaarde gelden dat de verzoeker verblijft op de toegewezen specifieke plaats. | (16) Om naar behoren gerechtvaardigde en dwingende redenen van openbaar belang of openbare orde, mogen de lidstaten, indien dat noodzakelijk is, aan verzoekers een specifieke verblijfplaats toewijzen, zoals een open opvangcentrum, een particuliere woning, een appartement, een hotel of een ander voor de huisvesting van verzoekers ingericht pand. Indien de verzoeker recht heeft op materiële opvangvoorzieningen, moeten deze materiële opvangvoorzieningen ook aan de verzoeker worden verstrekt die verblijft op de toegewezen specifieke plaats. |
Or. en
Amendement 88
Emil Radev
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(16) Om redenen van openbaar belang of openbare orde of met het oog op een snelle behandeling en een doeltreffende controle van het verzoek om internationale bescherming, met het oog op een snelle behandeling en een doeltreffende controle van de procedure om overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] de verantwoordelijke lidstaat vast te stellen, of teneinde op doeltreffende wijze te voorkomen dat de verzoeker onderduikt, moeten de lidstaten, indien dat noodzakelijk is, aan verzoekers een specifieke verblijfplaats toewijzen, zoals een opvangcentrum, een particuliere woning, een appartement, een hotel of een ander voor de huisvesting van verzoekers ingericht pand. Het besluit daartoe kan noodzakelijk zijn om op doeltreffende wijze te voorkomen dat de verzoeker onderduikt, met name ingeval deze niet heeft voldaan aan de verplichting om: een verzoek te doen in de lidstaat van eerste irreguliere of legale binnenkomst; te blijven in de lidstaat waar hij geacht wordt te zich te bevinden; of ingeval de verzoeker is teruggestuurd naar de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden, nadat hij is ondergedoken en naar een andere lidstaat is vertrokken. Indien de verzoeker recht heeft op materiële opvangvoorzieningen, moet voor de verstrekking van deze materiële opvangvoorzieningen de voorwaarde gelden dat de verzoeker verblijft op de toegewezen specifieke plaats. | (16) Om redenen van openbaar belang of openbare orde of met het oog op een snelle behandeling en een doeltreffende controle van het verzoek om internationale bescherming, met het oog op een snelle behandeling en een doeltreffende controle van de procedure om overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] de verantwoordelijke lidstaat vast te stellen, of teneinde op doeltreffende wijze te voorkomen dat de verzoeker onderduikt, moeten de lidstaten, indien dat noodzakelijk is, aan verzoekers een specifieke verblijfplaats toewijzen, zoals een opvangcentrum, een particuliere woning, een appartement, een hotel of een ander voor de huisvesting van verzoekers ingericht pand. Indien de verzoeker recht heeft op materiële opvangvoorzieningen, moet voor de verstrekking van deze materiële opvangvoorzieningen de voorwaarde gelden dat de verzoeker verblijft op de toegewezen specifieke plaats. |
Or. bg
Amendement 89
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(16) Om redenen van openbaar belang of openbare orde of met het oog op een snelle behandeling en een doeltreffende controle van het verzoek om internationale bescherming, met het oog op een snelle behandeling en een doeltreffende controle van de procedure om overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] de verantwoordelijke lidstaat vast te stellen, of teneinde op doeltreffende wijze te voorkomen dat de verzoeker onderduikt, moeten de lidstaten, indien dat noodzakelijk is, aan verzoekers een specifieke verblijfplaats toewijzen, zoals een opvangcentrum, een particuliere woning, een appartement, een hotel of een ander voor de huisvesting van verzoekers ingericht pand. Het besluit daartoe kan noodzakelijk zijn om op doeltreffende wijze te voorkomen dat de verzoeker onderduikt, met name ingeval deze niet heeft voldaan aan de verplichting om: een verzoek te doen in de lidstaat van eerste irreguliere of legale binnenkomst; te blijven in de lidstaat waar hij geacht wordt te zich te bevinden; of ingeval de verzoeker is teruggestuurd naar de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden, nadat hij is ondergedoken en naar een andere lidstaat is vertrokken. Indien de verzoeker recht heeft op materiële opvangvoorzieningen, moet voor de verstrekking van deze materiële opvangvoorzieningen de voorwaarde gelden dat de verzoeker verblijft op de toegewezen specifieke plaats. | (16) Om redenen van openbaar belang of openbare orde of met het oog op een snelle behandeling en een doeltreffende controle van het verzoek om internationale bescherming, met het oog op een snelle behandeling en een doeltreffende controle van de procedure om overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] de verantwoordelijke lidstaat vast te stellen, moeten de lidstaten, indien dat noodzakelijk is, aan verzoekers een specifieke verblijfplaats toewijzen, zoals een opvangcentrum, een particuliere woning, een appartement, een hotel of een ander voor de huisvesting van verzoekers ingericht pand. Het besluit daartoe kan noodzakelijk zijn om op doeltreffende wijze te voorkomen dat de verzoeker onderduikt. Indien de verzoeker recht heeft op materiële opvangvoorzieningen, moet voor de verstrekking van deze materiële opvangvoorzieningen de voorwaarde gelden dat de verzoeker verblijft op de toegewezen specifieke plaats. |
Or. it
Amendement 90
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 17
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(17) Indien er redenen zijn om aan te nemen dat het risico bestaat dat een verzoeker onderduikt, moeten de lidstaten verzoekers verplichten om zich bij de bevoegde autoriteiten te melden, zo vaak als nodig is om erop toe te zien dat de verzoeker niet onderduikt. Om verzoekers te ontmoedigen om opnieuw onder te duiken, moeten de lidstaten tevens de mogelijkheid hebben materiële opvangvoorzieningen, indien de verzoeker daarop recht heeft, slechts in natura te verstrekken. | (17) Indien er specifieke en objectieve redenen zijn om aan te nemen dat het ernstige en acute risico bestaat dat een verzoeker onderduikt, mogen de lidstaten, indien noodzakelijk, evenredig en naar behoren gerechtvaardigd na een individuele beoordeling door een gerechtelijke autoriteit en na raadpleging van de betrokken verzoeker, vereisen dat verzoekers zich volgens een redelijke regelmaat en op redelijke tijdstippen melden bij de bevoegde autoriteiten. De lidstaten moeten tevens de mogelijkheid hebben materiële opvangvoorzieningen, indien de verzoeker daarop recht heeft, slechts in natura te verstrekken, wanneer er na een individuele beoordeling en een besluit van een gerechtelijke autoriteit naar behoren gerechtvaardigde redenen zijn om aan te nemen dat het risico bestaat dat de verzoeker onderduikt. Verzoekers moeten het recht hebben om beroep aan te tekenen tegen besluiten waarbij een meldingsplicht wordt opgelegd of wordt bepaald dat materiële opvangvoorzieningen slechts in natura worden verstrekt en moeten naar behoren worden geïnformeerd over dit recht. |
Or. en
Amendement 91
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 18
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(18) Elk besluit tot beperking van de bewegingsvrijheid van een verzoeker moet berusten op het individuele gedrag en de specifieke situatie van de betrokken persoon, rekening houdend met diens eventuele bijzondere opvangbehoeften en het evenredigheidsbeginsel. Verzoekers moeten naar behoren in kennis worden gesteld van dergelijke besluiten en de gevolgen van niet-naleving daarvan. | (18) Elk besluit tot beperking van de bewegingsvrijheid van een verzoeker moet uitsluitend in laatste instantie worden genomen en moet berusten op een besluit van een gerechtelijke autoriteit naar aanleiding van een individuele beoordeling van de specifieke situatie van de betrokken persoon, rekening houdend met diens eventuele bijzondere opvangbehoeften en de beginselen van noodzaak en evenredigheid. Verzoekers moeten naar behoren in kennis worden gesteld van dergelijke besluiten, de gevolgen van niet-naleving daarvan en hun recht om tegen deze besluiten beroep aan te tekenen. |
Or. en
Amendement 92
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 19
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(19) Gezien de ernstige gevolgen voor verzoekers die zijn ondergedoken of ten aanzien van wie er geacht wordt een onderduikrisico te bestaan, moet onderduiken zodanig worden gedefinieerd dat er sprake is van zowel een opzettelijke handeling om de toepasselijke asielprocedures te omzeilen als de feitelijke omstandigheid dat de betrokkene niet ter beschikking is van de bevoegde autoriteiten, bijvoorbeeld doordat de verzoeker het gebied waar hij geacht wordt zich te bevinden, heeft verlaten. | (19) Gezien de ernstige gevolgen voor verzoekers die zijn ondergedoken of ten aanzien van wie er geacht wordt een onderduikrisico te bestaan, moet onderduiken zodanig strikt worden gedefinieerd, in lijn met de door het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten vastgestelde richtlijnen en op basis van een beoordeling van de individuele situatie van de betrokken persoon door een rechterlijke instantie, dat er sprake is van zowel een opzettelijke handeling om de toepasselijke asielprocedures te omzeilen als de feitelijke omstandigheid dat de betrokkene niet ter beschikking is van de bevoegde autoriteiten. De irreguliere binnenkomst, het ontbreken van een adres of documenten ter staving van de identiteit van een verzoeker vormen nooit geldige criteria voor het bepalen van het risico op onderduiken. |
Or. en
Amendement 93
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 20
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(20) De bewaring van verzoekers moet worden toegepast in overeenstemming met het onderliggende beginsel dat personen niet in bewaring mogen worden gehouden om de enkele reden dat zij internationale bescherming zoeken, met name overeenkomstig de internationale wettelijke verplichtingen van de lidstaten en overeenkomstig artikel 31 van het Verdrag van Genève. Verzoekers mogen alleen in bewaring worden genomen onder de in deze richtlijn vastgestelde, zeer duidelijk omschreven uitzonderlijke voorwaarden en alleen indien dit beantwoordt aan de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid, zowel wat de wijze als wat het doel van de bewaring betreft. Bewaring van verzoekers uit hoofde van deze richtlijn moet schriftelijk worden bevolen door de gerechtelijke of bestuurlijke autoriteiten met vermelding van de redenen ervan, ook indien de betrokkene reeds in bewaring wordt gehouden wanneer het verzoek om internationale bescherming wordt gedaan. Verzoekers die in bewaring worden gehouden, dienen daadwerkelijk de noodzakelijke procedurele waarborgen te kunnen genieten, zoals een beroep voor een nationale rechterlijke instantie. | (20) De bewaring van verzoekers moet worden toegepast in overeenstemming met het onderliggende beginsel dat personen niet in bewaring mogen worden gehouden om de enkele reden dat zij internationale bescherming zoeken, met name overeenkomstig de internationale wettelijke verplichtingen van de lidstaten en overeenkomstig artikel 31 van het Verdrag van Genève. Verzoekers mogen alleen in bewaring worden genomen onder de in deze richtlijn vastgestelde, zeer duidelijk omschreven uitzonderlijke voorwaarden en alleen indien dit beantwoordt aan de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid, zowel wat de wijze als wat het doel van de bewaring betreft. Bewaring van verzoekers uit hoofde van deze richtlijn moet schriftelijk worden bevolen door de gerechtelijke autoriteiten met vermelding van de afzonderlijke redenen ervan, ook indien de betrokkene reeds in bewaring wordt gehouden wanneer het verzoek om internationale bescherming wordt gedaan. Er moet een schriftelijke rechtvaardiging worden ingediend bij de gerechtelijke autoriteit voor het niet toepassen van alternatieven voor bewaring in het afzonderlijke geval. Verzoekers die in bewaring worden gehouden, dienen daadwerkelijk de noodzakelijke procedurele waarborgen te kunnen genieten, zoals een beroep voor een nationale rechterlijke instantie. |
Or. en
Amendement 94
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 20
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(20) De bewaring van verzoekers moet worden toegepast in overeenstemming met het onderliggende beginsel dat personen niet in bewaring mogen worden gehouden om de enkele reden dat zij internationale bescherming zoeken, met name overeenkomstig de internationale wettelijke verplichtingen van de lidstaten en overeenkomstig artikel 31 van het Verdrag van Genève. Verzoekers mogen alleen in bewaring worden genomen onder de in deze richtlijn vastgestelde, zeer duidelijk omschreven uitzonderlijke voorwaarden en alleen indien dit beantwoordt aan de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid, zowel wat de wijze als wat het doel van de bewaring betreft. Bewaring van verzoekers uit hoofde van deze richtlijn moet schriftelijk worden bevolen door de gerechtelijke of bestuurlijke autoriteiten met vermelding van de redenen ervan, ook indien de betrokkene reeds in bewaring wordt gehouden wanneer het verzoek om internationale bescherming wordt gedaan. Verzoekers die in bewaring worden gehouden, dienen daadwerkelijk de noodzakelijke procedurele waarborgen te kunnen genieten, zoals een beroep voor een nationale rechterlijke instantie. | (20) De bewaring van verzoekers moet worden toegepast in overeenstemming met het onderliggende beginsel dat personen niet in bewaring mogen worden gehouden om de enkele reden dat zij internationale bescherming zoeken, met name overeenkomstig de internationale wettelijke verplichtingen van de lidstaten en overeenkomstig artikel 31 van het Verdrag van Genève. Verzoekers mogen alleen in bewaring worden genomen onder de in deze richtlijn vastgestelde, zeer duidelijk omschreven uitzonderlijke voorwaarden en alleen indien dit beantwoordt aan de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid, zowel wat de wijze als wat het doel van de bewaring betreft. Minderjarigen mogen in geen geval in bewaring worden genomen. Bewaring van verzoekers uit hoofde van deze richtlijn moet schriftelijk worden bevolen door de gerechtelijke autoriteiten met vermelding van de redenen ervan, ook indien de betrokkene reeds in bewaring wordt gehouden wanneer het verzoek om internationale bescherming wordt gedaan. Verzoekers die in bewaring worden gehouden, dienen daadwerkelijk de noodzakelijke procedurele waarborgen te kunnen genieten, zoals een beroep voor een nationale rechterlijke instantie en het recht op gratis juridische bijstand. |
Or. it
Motivering
Het laatste deel van het amendement is nodig om de tekst in overeenstemming te brengen met andere wetgevingsvoorstellen, met name de richtlijn asielprocedures, die voorziet in gratis rechtsbijstand in alle fases van de procedure. Deze informatie is essentieel voor de verzoekers en is daarom het vermelden waard.
Amendement 95
Salvatore Domenico Pogliese, Alessandra Mussolini
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 20
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(20) De bewaring van verzoekers moet worden toegepast in overeenstemming met het onderliggende beginsel dat personen niet in bewaring mogen worden gehouden om de enkele reden dat zij internationale bescherming zoeken, met name overeenkomstig de internationale wettelijke verplichtingen van de lidstaten en overeenkomstig artikel 31 van het Verdrag van Genève. Verzoekers mogen alleen in bewaring worden genomen onder de in deze richtlijn vastgestelde, zeer duidelijk omschreven uitzonderlijke voorwaarden en alleen indien dit beantwoordt aan de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid, zowel wat de wijze als wat het doel van de bewaring betreft. Bewaring van verzoekers uit hoofde van deze richtlijn moet schriftelijk worden bevolen door de gerechtelijke of bestuurlijke autoriteiten met vermelding van de redenen ervan, ook indien de betrokkene reeds in bewaring wordt gehouden wanneer het verzoek om internationale bescherming wordt gedaan. Verzoekers die in bewaring worden gehouden, dienen daadwerkelijk de noodzakelijke procedurele waarborgen te kunnen genieten, zoals een beroep voor een nationale rechterlijke instantie. | (20) De bewaring van verzoekers moet worden toegepast in overeenstemming met het onderliggende beginsel dat personen niet in bewaring mogen worden gehouden om de enkele reden dat zij internationale bescherming zoeken, met name overeenkomstig de internationale wettelijke verplichtingen van de lidstaten en overeenkomstig artikel 31 van het Verdrag van Genève. Verzoekers mogen alleen in bewaring worden genomen onder de in deze richtlijn vastgestelde, zeer duidelijk omschreven uitzonderlijke voorwaarden en alleen indien dit beantwoordt aan de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid, zowel wat de wijze als wat het doel van de bewaring betreft. Bewaring van verzoekers uit hoofde van deze richtlijn moet schriftelijk worden bevolen door de gerechtelijke autoriteiten met vermelding van de redenen ervan, ook indien de betrokkene reeds in bewaring wordt gehouden wanneer het verzoek om internationale bescherming wordt gedaan. Verzoekers die in bewaring worden gehouden, dienen daadwerkelijk de noodzakelijke procedurele waarborgen te kunnen genieten, zoals een beroep voor een nationale rechterlijke instantie. |
Or. it
Amendement 96
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 21
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(21) Als aan een verzoeker een specifieke verblijfplaats is toegewezen maar hij niet voldoet aan de verplichting om daar te verblijven, mag de verzoeker enkel in bewaring worden genomen indien is aangetoond dat het risico bestaat dat de verzoeker onderduikt. In alle omstandigheden moet er speciaal voor worden gezorgd dat de duur van de bewaring evenredig is en dat de bewaring wordt beëindigd zodra de verzoeker aan zijn verplichtingen heeft voldaan of er geen redenen meer zijn om aan te nemen dat de verzoeker niet aan zijn verplichtingen zal voldoen. De verzoeker moet tevens worden gewezen op de verplichting die op hem rust en op de consequenties van niet-naleving. | (21) Als aan een verzoeker een specifieke verblijfplaats is toegewezen maar hij niet voldoet aan de verplichting om daar te verblijven, mag de verzoeker enkel in bewaring worden genomen indien is aangetoond dat een individueel gerechtvaardigd, acuut en ernstig risico bestaat dat de verzoeker onderduikt. In alle omstandigheden moet er speciaal voor worden gezorgd dat de duur van de bewaring evenredig is en dat de bewaring wordt beëindigd zodra de verzoeker aan zijn verplichtingen heeft voldaan of er geen redenen meer zijn om aan te nemen dat de verzoeker niet aan zijn verplichtingen zal voldoen. De verzoeker moet tevens worden gewezen op de verplichting die op hem rust en op de consequenties van niet-naleving. |
Or. en
Amendement 97
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 21
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(21) Als aan een verzoeker een specifieke verblijfplaats is toegewezen maar hij niet voldoet aan de verplichting om daar te verblijven, mag de verzoeker enkel in bewaring worden genomen indien is aangetoond dat het risico bestaat dat de verzoeker onderduikt. In alle omstandigheden moet er speciaal voor worden gezorgd dat de duur van de bewaring evenredig is en dat de bewaring wordt beëindigd zodra de verzoeker aan zijn verplichtingen heeft voldaan of er geen redenen meer zijn om aan te nemen dat de verzoeker niet aan zijn verplichtingen zal voldoen. De verzoeker moet tevens worden gewezen op de verplichting die op hem rust en op de consequenties van niet-naleving. | (21) Als aan een verzoeker een specifieke verblijfplaats is toegewezen maar hij niet voldoet aan de verplichting om daar te verblijven, moet dit worden gezien als indicatie dat een verzoeker zal onderduiken, wat een reden vormt voor de het in bewaring nemen van de verzoeker. In alle omstandigheden moet er speciaal voor worden gezorgd dat de duur van de bewaring evenredig is en dat de bewaring wordt beëindigd zodra de verzoeker aan zijn verplichtingen heeft voldaan of er geen redenen meer zijn om aan te nemen dat de verzoeker niet aan zijn verplichtingen zal voldoen. De verzoeker moet tevens worden gewezen op de verplichting die op hem rust en op de consequenties van niet-naleving. |
Or. en
Motivering
Het is onmogelijk om een eventualiteit te bewijzen, waardoor de notie van een "aangetoond" risico absurd is. Daarom wordt voorzien in een alternatieve formulering.
Amendement 98
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 22
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(22) Wat betreft administratieve procedures in verband met de redenen van bewaring, vereist het begrip „met de nodige zorgvuldigheid” ten minste dat de lidstaten concrete en wezenlijke maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de tijd die nodig is om de redenen van bewaring te verifiëren zo kort mogelijk is, en dat er een daadwerkelijk vooruitzicht is dat deze verificatie binnen de kortst mogelijke tijd met resultaat kan worden uitgevoerd. De bewaring mag niet langer duren dan redelijkerwijs nodig is om de betrokken procedures te voltooien. | (22) Wat betreft administratieve procedures in verband met de redenen van bewaring, vereist het begrip "met de nodige zorgvuldigheid" ten minste dat de lidstaten concrete en wezenlijke maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de tijd die nodig is om de redenen van bewaring te verifiëren zo kort mogelijk is, en dat er een daadwerkelijk vooruitzicht is dat deze verificatie binnen de kortst mogelijke tijd met resultaat kan worden uitgevoerd. |
Or. en
Motivering
Met het oog op de bescherming van de openbare orde en binnenlandse veiligheid van de lidstaten, is het noodzakelijk om geen beperkingen in te voeren voor de duur van de termijn van bewaring.
Amendement 99
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 24
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(24) Verzoekers in bewaring moeten worden behandeld met volledige eerbiediging van de menselijke waardigheid en hun opvang moet zijn toegesneden op de behoeften van verzoekers in die situatie. De lidstaten moeten met name de toepassing van artikel 24 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 37 van het Verdrag van de Verenigde Naties van 1989 inzake de rechten van het kind waarborgen. | (24) Verzoekers in bewaring moeten worden behandeld met volledige eerbiediging van de menselijke waardigheid. De lidstaten moeten met name de toepassing van artikel 24 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 37 van het Verdrag van de Verenigde Naties van 1989 inzake de rechten van het kind waarborgen. |
Or. en
Motivering
Het regelen van bijzondere opvangvoorzieningen voor personen die in bewaring zijn genomen vormt een onnodige administratieve last voor de lidstaten.
Amendement 100
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 28
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(28) Bij het nemen van beslissingen inzake huisvesting dienen de lidstaten terdege rekening te houden met het belang van het kind en met de bijzondere omstandigheden van iedere verzoeker die afhankelijk is van gezinsleden of andere naaste verwanten zoals ongehuwde minderjarige broers of zussen die reeds in de lidstaat zijn. | (28) Bij het nemen van beslissingen inzake huisvesting dienen de lidstaten terdege rekening te houden met het belang van het kind en met de bijzondere omstandigheden van iedere verzoeker die afhankelijk is van gezinsleden die reeds in de lidstaat zijn. |
Or. en
Motivering
Het aantal personen dat onder de gezinsleden valt, moet niet worden uitgebreid.
Amendement 101
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 30
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(30) De lidstaten moeten ernaar streven om bij de toepassing van deze richtlijn de beginselen van het belang van het kind en van de eenheid van het gezin volledig in acht te nemen, overeenkomstig respectievelijk het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Verdrag van de Verenigde Naties van 1989 inzake de rechten van het kind en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De opvangvoorzieningen voor minderjarigen moeten worden aangepast aan hun specifieke situatie, zowel voor niet-begeleide minderjarigen als minderjarigen met hun familie, en gepaste rekening moet worden gehouden met hun veiligheid en hun fysieke en emotionele toestand; de voorzieningen moeten worden aangeboden op een wijze die hun algemene ontwikkeling stimuleert. | (30) De lidstaten moeten ernaar streven om bij de toepassing van deze richtlijn de beginselen van het belang van het kind en van de eenheid van het gezin volledig in acht te nemen, overeenkomstig respectievelijk het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Verdrag van de Verenigde Naties van 1989 inzake de rechten van het kind en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. |
Or. en
Amendement 102
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 30
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(30) De lidstaten moeten ernaar streven om bij de toepassing van deze richtlijn de beginselen van het belang van het kind en van de eenheid van het gezin volledig in acht te nemen, overeenkomstig respectievelijk het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Verdrag van de Verenigde Naties van 1989 inzake de rechten van het kind en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De opvangvoorzieningen voor minderjarigen moeten worden aangepast aan hun specifieke situatie, zowel voor niet-begeleide minderjarigen als minderjarigen met hun familie, en gepaste rekening moet worden gehouden met hun veiligheid en hun fysieke en emotionele toestand; de voorzieningen moeten worden aangeboden op een wijze die hun algemene ontwikkeling stimuleert. | (30) De lidstaten moeten ernaar streven om bij de toepassing van deze richtlijn de beginselen van het belang van het kind en van de eenheid van het gezin volledig in acht te nemen, overeenkomstig respectievelijk het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Verdrag van de Verenigde Naties van 1989 inzake de rechten van het kind en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De opvangvoorzieningen voor minderjarigen moeten worden aangepast aan hun specifieke situatie, zowel voor niet-begeleide minderjarigen als minderjarigen met hun familie, en gepaste rekening moet worden gehouden met hun veiligheid en hun fysieke en emotionele toestand; de voorzieningen moeten worden aangeboden op een wijze die hun algemene ontwikkeling stimuleert. Het in bewaring nemen van kinderen, ongeacht of deze niet-begeleid of met hun familie zijn, is nooit in hun belang, vormt altijd een schending van de rechten van het kind en moet derhalve worden verboden. |
Or. en
Motivering
Amendments aimed at prohibiting detention of children are inextricably linked to admissible amendments under the draft report aiming to strengthen the conditions related to the deprivation of personal freedom, and also to enhance the provisions related to the treatment of vulnerable persons including children.The UN CRC, UNHCR and UNICEF have clarified that children, whether unaccompanied, separated, or together with their parents or other caregivers, should never be detained for immigration purposes, irrespective of their legal/migration status or that of their parents, and that detention can never be justified as in a child’s best interests. See:UNHCR's position regarding the detention of refugee and migrant children in the migration context, January 2017, p. 2; UNHCR 2012 Detention Guidelines, paragraph 51. References to the application of Art.37(b), “exceptional circumstances / measure of last resort”, are not appropriate for cases of detention of any child for immigration related purposes. It is understood from the commentaries of the UN CRC, that while Art. 37 (b) may apply in other contexts (such as in cases of children in conflict with the law – CRC/C/GC/10), its application to detention in the immigration context would be in conflict with the principle of best interests of the child. See also: CRC/GC/2005/6) – para. 61;UN CRC, Report on the 2012 DGD: The rights of all children in the context of international migration – para.78: "The detention of a child because of their or their parent’s migration status constitutes a child rights violation and always contravenes the principle of the best interests of the child. In this light, States should expeditiously and completely cease the detention of children on the basis of their immigration status.”; UN SR on Torture, 5 March 2015 (A/HRC/28/68) – para. 80.
Amendement 103
Udo Voigt
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 31
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(31) De lidstaten moeten er zorg voor dragen dat verzoekers de nodige medische zorg ontvangen, die ten minste spoedeisende behandelingen en essentiële behandeling van ziekten, inclusief ernstige psychische stoornissen, omvat. In verband met de volksgezondheid dient, ter voorkoming van ziekten en ter bescherming van de gezondheid van individuele verzoekers, de toegang van verzoekers tot gezondheidszorg tevens preventieve medische behandelingen, zoals vaccinaties, te omvatten. De lidstaten kunnen om redenen van volksgezondheid verzoekers een medisch onderzoek laten ondergaan. De resultaten van dit medisch onderzoek mogen niet van invloed zijn op de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming, die te allen tijde objectief, onpartijdig en op individuele basis overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [richtlijn asielprocedures] moet worden verricht. | (31) De lidstaten moeten er zorg voor dragen dat verzoekers de nodige medische zorg ontvangen, die spoedeisende behandelingen en essentiële behandeling van ziekten omvat. In verband met de volksgezondheid dient, ter voorkoming van ziekten en ter bescherming van de gezondheid van individuele verzoekers, de toegang van verzoekers tot gezondheidszorg tevens preventieve medische behandelingen, zoals vaccinaties, te omvatten. De lidstaten kunnen om redenen van volksgezondheid verzoekers een medisch onderzoek laten ondergaan. De resultaten van dit medisch onderzoek zijn van invloed op de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming. |
Or. de
Amendement 104
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 31
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(31) De lidstaten moeten er zorg voor dragen dat verzoekers de nodige medische zorg ontvangen, die ten minste spoedeisende behandelingen en essentiële behandeling van ziekten, inclusief ernstige psychische stoornissen, omvat. In verband met de volksgezondheid dient, ter voorkoming van ziekten en ter bescherming van de gezondheid van individuele verzoekers, de toegang van verzoekers tot gezondheidszorg tevens preventieve medische behandelingen, zoals vaccinaties, te omvatten. De lidstaten kunnen om redenen van volksgezondheid verzoekers een medisch onderzoek laten ondergaan. De resultaten van dit medisch onderzoek mogen niet van invloed zijn op de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming, die te allen tijde objectief, onpartijdig en op individuele basis overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [richtlijn asielprocedures] moet worden verricht. | (31) De lidstaten moeten er zorg voor dragen dat verzoekers de nodige medische zorg ontvangen, die ten minste gratis spoedeisende behandelingen en eerstelijnszorg en essentiële behandeling van ziekten, inclusief ernstige psychische stoornissen, en de toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg omvat. In verband met de volksgezondheid dient, ter voorkoming van ziekten en ter bescherming van de gezondheid van individuele verzoekers, de toegang van verzoekers tot gezondheidszorg tevens preventieve medische behandelingen, zoals vaccinaties, en secundaire gezondheidszorg te omvatten. De lidstaten kunnen om redenen van volksgezondheid verzoekers een medisch onderzoek laten ondergaan. De resultaten van dit medisch onderzoek mogen niet van invloed zijn op de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming, die te allen tijde objectief, onpartijdig en op individuele basis overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures] moet worden verricht. |
Or. en
Amendement 105
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 32
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(32) Het recht van een verzoeker op materiële opvangvoorzieningen uit hoofde van deze richtlijn mag in bepaalde omstandigheden worden beperkt, bijvoorbeeld wanneer een verzoeker is ondergedoken en zich vanuit de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden naar een andere lidstaat heeft begeven. De lidstaten moeten er echter op toezien dat verzoekers te allen tijde toegang hebben tot medische hulp en een waardige levensstandaard, overeenkomstig het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind, in het bijzonder door te voorzien in de bestaansmiddelen en basisbehoeften van de verzoeker, zowel wat diens fysieke veiligheid en waardigheid als wat diens interpersoonlijke betrekkingen betreft, met inachtneming van de inherente kwetsbaarheid van verzoekers om internationale bescherming en hun familie of belangenbehartiger. De nodige aandacht dient tevens uit te gaan naar verzoekers met bijzondere opvangbehoeften. De specifieke behoeften van kinderen, met name wat betreft de eerbiediging van het recht van het kind op onderwijs en toegang tot gezondheidszorg, moeten in aanmerking worden genomen. Wanneer een minderjarige zich bevindt in een andere lidstaat dan die waar hij geacht wordt zich te bevinden, moet de lidstaat de minderjarige toegang verlenen tot gepaste educatieve activiteiten in afwachting van de overbrenging naar de verantwoordelijke lidstaat. De specifieke behoeften van vrouwelijke verzoekers die gendergerelateerd letsel hebben ondervonden, moeten in acht worden genomen, onder meer door erop toe te zien dat zij gedurende de verschillende fasen van de asielprocedure toegang hebben tot medische zorg, juridische bijstand en gepaste traumabegeleiding en psychosociale zorg. | (32) De nodige aandacht dient tevens uit te gaan naar verzoekers met bijzondere opvangbehoeften. De specifieke behoeften van kinderen, met name wat betreft de eerbiediging van het recht van het kind op onderwijs en toegang tot gezondheidszorg, moeten in aanmerking worden genomen. Wanneer een minderjarige zich bevindt in een andere lidstaat dan die waar hij geacht wordt zich te bevinden, moet de lidstaat de minderjarige toegang verlenen tot gepaste educatieve activiteiten in afwachting van de overbrenging naar de verantwoordelijke lidstaat. De specifieke behoeften van vrouwelijke verzoekers die gendergerelateerd letsel hebben ondervonden, moeten in acht worden genomen, onder meer door erop toe te zien dat zij gedurende de verschillende fasen van de asielprocedure toegang hebben tot medische zorg, juridische bijstand en gepaste traumabegeleiding en psychosociale zorg. |
Or. it
Amendement 106
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 32
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(32) Het recht van een verzoeker op materiële opvangvoorzieningen uit hoofde van deze richtlijn mag in bepaalde omstandigheden worden beperkt, bijvoorbeeld wanneer een verzoeker is ondergedoken en zich vanuit de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden naar een andere lidstaat heeft begeven. De lidstaten moeten er echter op toezien dat verzoekers te allen tijde toegang hebben tot medische hulp en een waardige levensstandaard, overeenkomstig het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind, in het bijzonder door te voorzien in de bestaansmiddelen en basisbehoeften van de verzoeker, zowel wat diens fysieke veiligheid en waardigheid als wat diens interpersoonlijke betrekkingen betreft, met inachtneming van de inherente kwetsbaarheid van verzoekers om internationale bescherming en hun familie of belangenbehartiger. De nodige aandacht dient tevens uit te gaan naar verzoekers met bijzondere opvangbehoeften. De specifieke behoeften van kinderen, met name wat betreft de eerbiediging van het recht van het kind op onderwijs en toegang tot gezondheidszorg, moeten in aanmerking worden genomen. Wanneer een minderjarige zich bevindt in een andere lidstaat dan die waar hij geacht wordt zich te bevinden, moet de lidstaat de minderjarige toegang verlenen tot gepaste educatieve activiteiten in afwachting van de overbrenging naar de verantwoordelijke lidstaat. De specifieke behoeften van vrouwelijke verzoekers die gendergerelateerd letsel hebben ondervonden, moeten in acht worden genomen, onder meer door erop toe te zien dat zij gedurende de verschillende fasen van de asielprocedure toegang hebben tot medische zorg, juridische bijstand en gepaste traumabegeleiding en psychosociale zorg. | (32) Het recht van een verzoeker op materiële opvangvoorzieningen uit hoofde van deze richtlijn moet in bepaalde omstandigheden worden beperkt, bijvoorbeeld wanneer een verzoeker is ondergedoken en zich vanuit de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden naar een andere lidstaat heeft begeven. De lidstaten moeten er echter op toezien dat verzoekers te allen tijde toegang hebben tot spoedeisende hulp. De nodige aandacht dient tevens uit te gaan naar verzoekers met bijzondere opvangbehoeften. Wanneer een minderjarige zich bevindt in een andere lidstaat dan die waar hij geacht wordt zich te bevinden, moet de lidstaat de minderjarige toegang verlenen tot gepaste activiteiten in afwachting van de overbrenging naar de verantwoordelijke lidstaat. De specifieke behoeften van vrouwelijke verzoekers die gendergerelateerd letsel hebben ondervonden, moeten in acht worden genomen. |
Or. en
Amendement 107
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 32
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(32) Het recht van een verzoeker op materiële opvangvoorzieningen uit hoofde van deze richtlijn mag in bepaalde omstandigheden worden beperkt, bijvoorbeeld wanneer een verzoeker is ondergedoken en zich vanuit de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden naar een andere lidstaat heeft begeven. De lidstaten moeten er echter op toezien dat verzoekers te allen tijde toegang hebben tot medische hulp en een waardige levensstandaard, overeenkomstig het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind, in het bijzonder door te voorzien in de bestaansmiddelen en basisbehoeften van de verzoeker, zowel wat diens fysieke veiligheid en waardigheid als wat diens interpersoonlijke betrekkingen betreft, met inachtneming van de inherente kwetsbaarheid van verzoekers om internationale bescherming en hun familie of belangenbehartiger. De nodige aandacht dient tevens uit te gaan naar verzoekers met bijzondere opvangbehoeften. De specifieke behoeften van kinderen, met name wat betreft de eerbiediging van het recht van het kind op onderwijs en toegang tot gezondheidszorg, moeten in aanmerking worden genomen. Wanneer een minderjarige zich bevindt in een andere lidstaat dan die waar hij geacht wordt zich te bevinden, moet de lidstaat de minderjarige toegang verlenen tot gepaste educatieve activiteiten in afwachting van de overbrenging naar de verantwoordelijke lidstaat. De specifieke behoeften van vrouwelijke verzoekers die gendergerelateerd letsel hebben ondervonden, moeten in acht worden genomen, onder meer door erop toe te zien dat zij gedurende de verschillende fasen van de asielprocedure toegang hebben tot medische zorg, juridische bijstand en gepaste traumabegeleiding en psychosociale zorg. | (32) De lidstaten moeten erop toezien dat verzoekers te allen tijde toegang hebben tot medische hulp en een toereikende levensstandaard, overeenkomstig het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind, in het bijzonder door te voorzien in de bestaansmiddelen en basisbehoeften van de verzoeker, zowel wat diens fysieke veiligheid en waardigheid als wat diens interpersoonlijke betrekkingen betreft, met inachtneming van de inherente kwetsbaarheid van verzoekers om internationale bescherming en hun familie of belangenbehartiger. De nodige aandacht dient tevens uit te gaan naar verzoekers met bijzondere opvangbehoeften. De specifieke behoeften van kinderen, met name wat betreft de eerbiediging van het recht van het kind op onderwijs en toegang tot gezondheidszorg, moeten in aanmerking worden genomen. De specifieke behoeften van vrouwelijke verzoekers die met seksueel of gendergerelateerd geweld te maken hebben gekregen, moeten in acht worden genomen, onder meer door erop toe te zien dat zij gedurende de verschillende fasen van de asielprocedure toegang hebben tot medische zorg, juridische bijstand en gepaste traumabegeleiding en psychosociale zorg. |
Or. en
Amendement 108
Ulrike Lunacek, Daniele Viotti, Malin Björk
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 32 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (32 bis) Geweld dat zich richt tegen een persoon wegens het geslacht, de genderidentiteit of de genderexpressie van die persoon of waaronder personen van een bepaald geslacht in onevenredige mate te lijden hebben, wordt aangemerkt als gendergerelateerd geweld. Het kan resulteren in lichamelijke, seksuele, emotionele of psychologische schade, dan wel economisch nadeel voor het slachtoffer. Gendergerelateerd geweld wordt aangemerkt als een vorm van discriminatie en als een schending van de fundamentele vrijheden van het slachtoffer, en omvat geweld in hechte relaties, seksueel geweld (onder meer verkrachting, aanranding en seksuele intimidatie), mensenhandel en slavernij, en verschillende vormen van schadelijke praktijken zoals gedwongen huwelijken, genitale verminking bij vrouwen en zogenoemde "eergerelateerde misdrijven". Vrouwelijke slachtoffers van gendergerelateerd geweld, en hun kinderen, hebben vaak behoefte aan bijzondere ondersteuning en bescherming, in verband met het hoge risico van secundaire en herhaalde victimisatie, van intimidatie en van vergelding in verband met dergelijk geweld. |
Or. en
Motivering
Gendergerelateerd geweld kan niet uitsluitend als geweld tegen vrouwen worden aangemerkt. De definitie moet worden uitgebreid om hieronder genderidentiteit en -expressie op te nemen.
Amendement 109
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 33
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(33) De reikwijdte van de definitie van gezinslid moet in overeenstemming zijn met de realiteit van de huidige ontwikkelingen op migratiegebied, die inhoudt dat verzoekers vaak pas na een langdurige reis op het grondgebied van de lidstaten aankomen. De definitie dient derhalve gezinnen te omvatten die buiten het land van herkomst, maar voor de aankomst op het grondgebied van de lidstaten zijn gevormd. | Schrappen |
Or. en
Amendement 110
Udo Voigt
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 33
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(33) De reikwijdte van de definitie van gezinslid moet in overeenstemming zijn met de realiteit van de huidige ontwikkelingen op migratiegebied, die inhoudt dat verzoekers vaak pas na een langdurige reis op het grondgebied van de lidstaten aankomen. De definitie dient derhalve gezinnen te omvatten die buiten het land van herkomst, maar voor de aankomst op het grondgebied van de lidstaten zijn gevormd. | (33) De reikwijdte van de definitie van gezinslid moet overeenstemmen met het wettelijke kader van de lidstaten. |
Or. de
Amendement 111
Ulrike Lunacek, Daniele Viotti, Malin Björk
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 33
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(33) De reikwijdte van de definitie van gezinslid moet in overeenstemming zijn met de realiteit van de huidige ontwikkelingen op migratiegebied, die inhoudt dat verzoekers vaak pas na een langdurige reis op het grondgebied van de lidstaten aankomen. De definitie dient derhalve gezinnen te omvatten die buiten het land van herkomst, maar voor de aankomst op het grondgebied van de lidstaten zijn gevormd. | (33) De reikwijdte van de definitie van gezinslid moet in overeenstemming zijn met de realiteit van de huidige ontwikkelingen op migratiegebied, die inhoudt dat verzoekers vaak pas na een langdurige reis op het grondgebied van de lidstaten aankomen. De definitie dient derhalve gezinnen te omvatten die buiten het land van herkomst, maar voor de aankomst op het grondgebied van de lidstaten zijn gevormd. Ten aanzien van niet-gehuwde paren, mag de definitie niet discriminerend zijn op grond van het geslacht van de partners. |
Or. en
Motivering
Veel landen erkennen het huwelijk of geregistreerd partnerschap van homoseksuele paren niet. Het is noodzakelijk om samenlevingsvormen en daarmee gezinnen te beschermen die niet konden worden erkend volgens de wetgeving van het land van herkomst.
Amendement 112
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 34
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(34) Om de zelfstandigheid van verzoekers te bevorderen en de grote verschillen tussen de lidstaten te beperken, is het essentieel duidelijke regels vast te stellen met betrekking tot de toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt en ervoor te zorgen dat die toegang effectief is, door geen voorwaarden op te leggen die effectief verhinderen dat een verzoeker werk zoekt. Arbeidsmarkttoetsen die voorrang geven aan eigen onderdanen, andere Unieburgers of onderdanen van derde landen die al legaal in de betrokken lidstaat verblijven, mogen de effectieve toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt niet bemoeilijken en dienen te worden uitgevoerd onverminderd het beginsel dat Unieburgers voorrang genieten, zoals is vastgelegd in de desbetreffende bepalingen van de toepasselijke toetredingsakten. | (34) Om de zelfstandigheid van verzoekers te bevorderen en de grote verschillen tussen de lidstaten te beperken, is het essentieel duidelijke regels vast te stellen met betrekking tot de toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt en ervoor te zorgen dat die toegang effectief is, door geen voorwaarden op te leggen die effectief verhinderen dat een verzoeker werk zoekt. |
Or. en
Amendement 113
Salvatore Domenico Pogliese, Alessandra Mussolini
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 34
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(34) Om de zelfstandigheid van verzoekers te bevorderen en de grote verschillen tussen de lidstaten te beperken, is het essentieel duidelijke regels vast te stellen met betrekking tot de toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt en ervoor te zorgen dat die toegang effectief is, door geen voorwaarden op te leggen die effectief verhinderen dat een verzoeker werk zoekt. Arbeidsmarkttoetsen die voorrang geven aan eigen onderdanen, andere Unieburgers of onderdanen van derde landen die al legaal in de betrokken lidstaat verblijven, mogen de effectieve toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt niet bemoeilijken en dienen te worden uitgevoerd onverminderd het beginsel dat Unieburgers voorrang genieten, zoals is vastgelegd in de desbetreffende bepalingen van de toepasselijke toetredingsakten. | (34) Om de zelfstandigheid van verzoekers te bevorderen en de grote verschillen tussen de lidstaten te beperken, is het essentieel duidelijke regels vast te stellen met betrekking tot de toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt en ervoor te zorgen dat die toegang effectief is, door geen voorwaarden op te leggen die effectief verhinderen dat een verzoeker werk zoekt, met uitzondering van de mogelijkheid van de betreffende lidstaat om voorrang te geven aan eigen onderdanen of aan andere Unieburgers. |
Or. it
Motivering
Dit amendement dient om aan te geven dat de lidstaten maatregelen kunnen nemen om voorrang te geven aan de toegang tot de arbeidsmarkt van de eigen onderdanen en andere Unieburgers. Aangezien dit een zeer gevoelige kwestie voor EU-burgers betreft, willen de indieners duidelijk maken dat er geen specifieke maatregelen of bijzondere quota zullen worden vastgesteld om de arbeidsmarktintegratie van verzoekers om internationale bescherming te bevorderen ten opzichte van de onderdanen van de lidstaat.
Amendement 114
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 34
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(34) Om de zelfstandigheid van verzoekers te bevorderen en de grote verschillen tussen de lidstaten te beperken, is het essentieel duidelijke regels vast te stellen met betrekking tot de toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt en ervoor te zorgen dat die toegang effectief is, door geen voorwaarden op te leggen die effectief verhinderen dat een verzoeker werk zoekt. Arbeidsmarkttoetsen die voorrang geven aan eigen onderdanen, andere Unieburgers of onderdanen van derde landen die al legaal in de betrokken lidstaat verblijven, mogen de effectieve toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt niet bemoeilijken en dienen te worden uitgevoerd onverminderd het beginsel dat Unieburgers voorrang genieten, zoals is vastgelegd in de desbetreffende bepalingen van de toepasselijke toetredingsakten. | (34) Om de zelfstandigheid van verzoekers te bevorderen en de grote verschillen tussen de lidstaten te beperken, is het essentieel duidelijke regels vast te stellen met betrekking tot de toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt en ervoor te zorgen dat die toegang effectief is, door geen voorwaarden, zoals sectorale beperkingen, beperkingen op de arbeidstijd of onredelijke administratieve formaliteiten, op te leggen die effectief verhinderen dat een verzoeker werk zoekt. |
Or. en
Amendement 115
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 34
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(34) Om de zelfstandigheid van verzoekers te bevorderen en de grote verschillen tussen de lidstaten te beperken, is het essentieel duidelijke regels vast te stellen met betrekking tot de toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt en ervoor te zorgen dat die toegang effectief is, door geen voorwaarden op te leggen die effectief verhinderen dat een verzoeker werk zoekt. Arbeidsmarkttoetsen die voorrang geven aan eigen onderdanen, andere Unieburgers of onderdanen van derde landen die al legaal in de betrokken lidstaat verblijven, mogen de effectieve toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt niet bemoeilijken en dienen te worden uitgevoerd onverminderd het beginsel dat Unieburgers voorrang genieten, zoals is vastgelegd in de desbetreffende bepalingen van de toepasselijke toetredingsakten. | (34) Om de zelfstandigheid van verzoekers te bevorderen en de grote verschillen tussen de lidstaten te beperken, is het essentieel duidelijke regels vast te stellen met betrekking tot de toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt en ervoor te zorgen dat die toegang effectief is, door geen onevenredige voorwaarden op te leggen die effectief verhinderen dat een verzoeker werk zoekt. Arbeidsmarkttoetsen die voorrang geven aan eigen onderdanen, andere Unieburgers of onderdanen van derde landen die al legaal in de betrokken lidstaat verblijven, mogen geen onevenredige belemmering vormen voor de effectieve toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt en dienen te worden uitgevoerd onverminderd het beginsel dat Unieburgers voorrang genieten, zoals is vastgelegd in de desbetreffende bepalingen van de toepasselijke toetredingsakten. |
Or. en
Amendement 116
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 35
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(35) De maximale termijn voor de toegang tot de arbeidsmarkt moet worden afgestemd op de duur van het onderzoek ten gronde van het verzoek. Teneinde de integratievooruitzichten en de zelfstandigheid van verzoekers te vergroten, wordt aangemoedigd dat in een vroeg stadium toegang tot de arbeidsmarkt wordt verleend indien het verzoek waarschijnlijk gegrond is, ook als het verzoek overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures] met voorrang is behandeld. De lidstaten dienen derhalve te overwegen die termijn zo veel mogelijk te bekorten om ervoor te zorgen dat verzoekers, indien het waarschijnlijk is dat hun verzoek gegrond is, uiterlijk drie maanden na het indienen van het verzoek toegang krijgen tot de arbeidsmarkt. De lidstaten dienen echter geen toegang te geven tot de arbeidsmarkt aan verzoekers wier verzoek om internationale bescherming waarschijnlijk ongegrond is en volgens een versnelde procedure wordt behandeld. | (35) Teneinde de integratievooruitzichten en de zelfstandigheid van verzoekers te vergroten, moet verzoekers onmiddellijke toegang tot de arbeidsmarkt worden verleend. |
Or. en
Amendement 117
Udo Voigt
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 35
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(35) De maximale termijn voor de toegang tot de arbeidsmarkt moet worden afgestemd op de duur van het onderzoek ten gronde van het verzoek. Teneinde de integratievooruitzichten en de zelfstandigheid van verzoekers te vergroten, wordt aangemoedigd dat in een vroeg stadium toegang tot de arbeidsmarkt wordt verleend indien het verzoek waarschijnlijk gegrond is, ook als het verzoek overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures] met voorrang is behandeld. De lidstaten dienen derhalve te overwegen die termijn zo veel mogelijk te bekorten om ervoor te zorgen dat verzoekers, indien het waarschijnlijk is dat hun verzoek gegrond is, uiterlijk drie maanden na het indienen van het verzoek toegang krijgen tot de arbeidsmarkt. De lidstaten dienen echter geen toegang te geven tot de arbeidsmarkt aan verzoekers wier verzoek om internationale bescherming waarschijnlijk ongegrond is en volgens een versnelde procedure wordt behandeld. | (35) De maximale termijn voor de toegang tot de arbeidsmarkt moet vooral worden afgestemd op de behoeften op de arbeidsmarkt van de desbetreffende lidstaat. De lidstaten dienen geen toegang te geven tot de arbeidsmarkt aan verzoekers wier verzoek om internationale bescherming waarschijnlijk ongegrond is en volgens een versnelde procedure wordt behandeld. |
Or. de
Amendement 118
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 35
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(35) De maximale termijn voor de toegang tot de arbeidsmarkt moet worden afgestemd op de duur van het onderzoek ten gronde van het verzoek. Teneinde de integratievooruitzichten en de zelfstandigheid van verzoekers te vergroten, wordt aangemoedigd dat in een vroeg stadium toegang tot de arbeidsmarkt wordt verleend indien het verzoek waarschijnlijk gegrond is, ook als het verzoek overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures] met voorrang is behandeld. De lidstaten dienen derhalve te overwegen die termijn zo veel mogelijk te bekorten om ervoor te zorgen dat verzoekers, indien het waarschijnlijk is dat hun verzoek gegrond is, uiterlijk drie maanden na het indienen van het verzoek toegang krijgen tot de arbeidsmarkt. De lidstaten dienen echter geen toegang te geven tot de arbeidsmarkt aan verzoekers wier verzoek om internationale bescherming waarschijnlijk ongegrond is en volgens een versnelde procedure wordt behandeld. | (35) Teneinde de integratievooruitzichten en de zelfstandigheid van verzoekers te vergroten, wordt aangemoedigd dat in een vroeg stadium toegang tot de arbeidsmarkt wordt verleend indien het verzoek waarschijnlijk gegrond is, ook als het verzoek overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures] met voorrang is behandeld. De lidstaten dienen geen toegang te geven tot de arbeidsmarkt aan verzoekers wier verzoek om internationale bescherming waarschijnlijk ongegrond is en volgens een versnelde procedure wordt behandeld. |
Or. en
Amendement 119
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 35
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(35) De maximale termijn voor de toegang tot de arbeidsmarkt moet worden afgestemd op de duur van het onderzoek ten gronde van het verzoek. Teneinde de integratievooruitzichten en de zelfstandigheid van verzoekers te vergroten, wordt aangemoedigd dat in een vroeg stadium toegang tot de arbeidsmarkt wordt verleend indien het verzoek waarschijnlijk gegrond is, ook als het verzoek overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures] met voorrang is behandeld. De lidstaten dienen derhalve te overwegen die termijn zo veel mogelijk te bekorten om ervoor te zorgen dat verzoekers, indien het waarschijnlijk is dat hun verzoek gegrond is, uiterlijk drie maanden na het indienen van het verzoek toegang krijgen tot de arbeidsmarkt. De lidstaten dienen echter geen toegang te geven tot de arbeidsmarkt aan verzoekers wier verzoek om internationale bescherming waarschijnlijk ongegrond is en volgens een versnelde procedure wordt behandeld. | (35) Het is cruciaal om de integratie van die verzoekers te ondersteunen en aan te moedigen die een realistische kans hebben op het verkrijgen van asiel. Daarom moet de maximale termijn voor de toegang tot de arbeidsmarkt worden afgestemd op de duur van het onderzoek ten gronde van het verzoek. Teneinde de integratievooruitzichten en de zelfstandigheid van verzoekers te vergroten, wordt aangemoedigd dat in een vroeg stadium toegang tot de arbeidsmarkt wordt verleend indien het verzoek waarschijnlijk gegrond is, ook als het verzoek overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures] met voorrang is behandeld. De lidstaten dienen derhalve te overwegen die termijn zo veel mogelijk te bekorten om ervoor te zorgen dat verzoekers, indien het waarschijnlijk is dat hun verzoek gegrond is, uiterlijk drie maanden na het indienen van het verzoek toegang krijgen tot de arbeidsmarkt. De lidstaten dienen echter geen toegang te geven tot de arbeidsmarkt aan verzoekers wier verzoek om internationale bescherming waarschijnlijk ongegrond is en volgens een versnelde procedure wordt behandeld. |
Or. en
Amendement 120
Alessandra Mussolini, Salvatore Domenico Pogliese
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 35
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(35) De maximale termijn voor de toegang tot de arbeidsmarkt moet worden afgestemd op de duur van het onderzoek ten gronde van het verzoek. Teneinde de integratievooruitzichten en de zelfstandigheid van verzoekers te vergroten, wordt aangemoedigd dat in een vroeg stadium toegang tot de arbeidsmarkt wordt verleend indien het verzoek waarschijnlijk gegrond is, ook als het verzoek overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures] met voorrang is behandeld. De lidstaten dienen derhalve te overwegen die termijn zo veel mogelijk te bekorten om ervoor te zorgen dat verzoekers, indien het waarschijnlijk is dat hun verzoek gegrond is, uiterlijk drie maanden na het indienen van het verzoek toegang krijgen tot de arbeidsmarkt. De lidstaten dienen echter geen toegang te geven tot de arbeidsmarkt aan verzoekers wier verzoek om internationale bescherming waarschijnlijk ongegrond is en volgens een versnelde procedure wordt behandeld. | (35) De maximale termijn voor de toegang tot de arbeidsmarkt moet worden afgestemd op de duur van het onderzoek ten gronde van het verzoek. Teneinde de integratievooruitzichten en de zelfstandigheid van verzoekers te vergroten, wordt aangemoedigd dat in een vroeg stadium toegang tot de arbeidsmarkt wordt verleend, ook door de verzoekers te betrekken bij activiteiten van maatschappelijk belang, indien het verzoek waarschijnlijk gegrond is, ook als het verzoek overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures] met voorrang is behandeld. De lidstaten dienen derhalve te overwegen die termijn zo veel mogelijk te bekorten om ervoor te zorgen dat verzoekers, indien het waarschijnlijk is dat hun verzoek gegrond is, uiterlijk drie maanden na het indienen van het verzoek toegang krijgen tot de arbeidsmarkt. De lidstaten dienen echter geen toegang te geven tot de arbeidsmarkt aan verzoekers wier verzoek om internationale bescherming waarschijnlijk ongegrond is en volgens een versnelde procedure wordt behandeld. |
Or. it
Amendement 121
Udo Voigt
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 36
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(36) Zodra verzoekers toegang hebben tot de arbeidsmarkt, dienen zij recht te hebben op een gemeenschappelijk geheel van rechten op basis van dezelfde behandeling als onderdanen van de betrokken lidstaat. De arbeidsvoorwaarden moeten ten minste salaris, ontslag, gezondheid en veiligheid op het werk, arbeidstijden en een verlofregeling omvatten, met inachtneming van de geldende collectieve arbeidsovereenkomsten. Verzoekers dienen ook gelijke behandeling te genieten inzake vrijheid van vereniging en aansluiting bij een werknemersorganisatie, onderwijs en beroepsopleiding, erkenning van beroepskwalificaties en sociale zekerheid. | (36) Zodra verzoekers toegang hebben tot de arbeidsmarkt, dienen zij recht te hebben op eenzelfde gemeenschappelijk geheel van rechten als onderdanen, waarbij met name ook moet worden gelet op het voorkomen van de discriminatie van ingezetenen. De arbeidsvoorwaarden moeten ten minste salaris, ontslag, gezondheid en veiligheid op het werk, arbeidstijden en een verlofregeling omvatten, met inachtneming van de geldende collectieve arbeidsovereenkomsten. |
Or. de
Amendement 122
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 36
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(36) Zodra verzoekers toegang hebben tot de arbeidsmarkt, dienen zij recht te hebben op een gemeenschappelijk geheel van rechten op basis van dezelfde behandeling als onderdanen van de betrokken lidstaat. De arbeidsvoorwaarden moeten ten minste salaris, ontslag, gezondheid en veiligheid op het werk, arbeidstijden en een verlofregeling omvatten, met inachtneming van de geldende collectieve arbeidsovereenkomsten. Verzoekers dienen ook gelijke behandeling te genieten inzake vrijheid van vereniging en aansluiting bij een werknemersorganisatie, onderwijs en beroepsopleiding, erkenning van beroepskwalificaties en sociale zekerheid. | (36) Zodra verzoekers toegang hebben tot de arbeidsmarkt, dienen zij recht te hebben op een gemeenschappelijk geheel van rechten op basis van dezelfde behandeling als onderdanen van de betrokken lidstaat. De arbeidsvoorwaarden moeten ten minste salaris, ontslag, gezondheid en veiligheid op het werk, arbeidstijden en een verlofregeling omvatten, met inachtneming van de geldende collectieve arbeidsovereenkomsten. Verzoekers dienen ook gelijke behandeling te genieten inzake vrijheid van vereniging en aansluiting bij een werknemersorganisatie. |
Or. en
Amendement 123
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 37
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(37) De lidstaten moeten beroepskwalificaties die door een verzoeker in een andere lidstaat zijn verworven, erkennen op dezelfde wijze als die van burgers van de Unie en moeten rekening houden met in een derde land verworven kwalificaties overeenkomstig Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad27. Er dienen speciale maatregelen te worden overwogen om een degelijke oplossing te vinden voor de praktische problemen die verzoekers ondervinden bij de legalisatie van hun buitenlandse diploma, getuigschriften of andere bewijzen van officiële kwalificaties, in het bijzonder als gevolg van het ontbreken van bewijsstukken en hun onvermogen om de kosten van de erkenningsprocedures te betalen. | (37) De lidstaten moeten beroepskwalificaties die door een verzoeker in een andere lidstaat zijn verworven, erkennen op dezelfde wijze als die van burgers van de Unie en moeten rekening houden met in een derde land verworven kwalificaties overeenkomstig Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad27. |
__________________ | __________________ |
27 Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 22). | 27 Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 22). |
Or. en
Amendement 124
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 38
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(38) De definitie van de takken van de sociale zekerheid die is opgenomen in Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad28 dient van toepassing te zijn. | Schrappen |
__________________ |
|
28 Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1). |
|
Or. en
Amendement 125
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) Gezien de mogelijk tijdelijke aard van het verblijf van de verzoekers en onverminderd Verordening (EU) nr. 1231/2010 van het Europees Parlement en de Raad moeten de lidstaten gezinstoelagen en werkloosheidsuitkeringen kunnen uitsluiten van de gelijke behandeling van verzoekers en de eigen onderdanen en moeten zij de gelijke behandeling op het gebied van onderwijs en beroepsopleiding kunnen beperken. Ook het recht op vrijheid van vereniging en aansluiting bij een werknemersorganisatie kan worden beperkt door verzoekers uit te sluiten van deelname aan het management van bepaalde instanties en van het uitoefenen van een openbaar ambt. | Schrappen |
Or. it
Amendement 126
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) Gezien de mogelijk tijdelijke aard van het verblijf van de verzoekers en onverminderd Verordening (EU) nr. 1231/2010 van het Europees Parlement en de Raad moeten de lidstaten gezinstoelagen en werkloosheidsuitkeringen kunnen uitsluiten van de gelijke behandeling van verzoekers en de eigen onderdanen en moeten zij de gelijke behandeling op het gebied van onderwijs en beroepsopleiding kunnen beperken. Ook het recht op vrijheid van vereniging en aansluiting bij een werknemersorganisatie kan worden beperkt door verzoekers uit te sluiten van deelname aan het management van bepaalde instanties en van het uitoefenen van een openbaar ambt. | (39) Het recht op vrijheid van vereniging en aansluiting bij een werknemersorganisatie kan worden beperkt door verzoekers uit te sluiten van deelname aan het management van bepaalde instanties en van het uitoefenen van een openbaar ambt. |
Or. en
Amendement 127
Udo Voigt
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) Gezien de mogelijk tijdelijke aard van het verblijf van de verzoekers en onverminderd Verordening (EU) nr. 1231/2010 van het Europees Parlement en de Raad moeten de lidstaten gezinstoelagen en werkloosheidsuitkeringen kunnen uitsluiten van de gelijke behandeling van verzoekers en de eigen onderdanen en moeten zij de gelijke behandeling op het gebied van onderwijs en beroepsopleiding kunnen beperken. Ook het recht op vrijheid van vereniging en aansluiting bij een werknemersorganisatie kan worden beperkt door verzoekers uit te sluiten van deelname aan het management van bepaalde instanties en van het uitoefenen van een openbaar ambt. | (39) Gezien de tijdelijke aard van het verblijf van de verzoekers en onverminderd Verordening (EU) nr. 1231/2010 van het Europees Parlement en de Raad moeten de lidstaten gezinstoelagen en werkloosheidsuitkeringen kunnen uitsluiten van de gelijke behandeling van verzoekers en de eigen onderdanen en moeten zij de gelijke behandeling op het gebied van onderwijs en beroepsopleiding kunnen beperken. Ook het recht op vrijheid van vereniging en aansluiting bij een werknemersorganisatie moet worden beperkt door verzoekers uit te sluiten van deelname aan het management van bepaalde instanties en van het uitoefenen van een openbaar ambt. |
Or. de
Amendement 128
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 40 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (40 bis) Taalvaardigheden zijn onontbeerlijk om een adequate levensstandaard voor verzoekers te garanderen, ervoor te zorgen dat hun onmiddellijke toegang tot de arbeidsmarkt wordt verleend, en hun materiële opvangvoorzieningen, met inbegrip van niet-voedingsmiddelen, te waarborgen. Het leren van de officiële taal of één van de officiële talen van de desbetreffende lidstaat zou de zelfredzaamheid en de integratievooruitzichten in de gastgemeenschap vergroten, en zou helpen om secundaire bewegingen tegen te gaan. Verzoekers moeten daarom zo snel mogelijk, maar uiterlijk zes maanden na de datum waarop zij hun verzoek om internationale bescherming indienen daadwerkelijke toegang tot taalcursussen krijgen. Er moet prioriteit worden verleend aan verzoekers wier verzoek waarschijnlijk gegrond is. De lidstaten zijn bovendien niet verantwoordelijk voor het aanbieden van taalcursussen aan verzoekers wier verzoek om internationale bescherming waarschijnlijk ongegrond is en volgens een versnelde procedure wordt behandeld. |
Or. en
Motivering
Language courses are an important tool to increase an applicants’ self-reliance and chances of integration in a host society. Member States should therefore have an obligation to make language courses available as soon as possible and should focus on applicants that have a high probability of receiving asylum. It is necesarry to focus on those that have a high probablity because a substantive share of the asylum seekers that arrive in Europe today do not have a right to asylum. (This amendment should be read together with the accompanying amendment on a new article for language courses (art. 15a))
Amendement 129
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 41
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(41) Om ervoor te zorgen dat de materiële opvangvoorzieningen die aan verzoekers worden verstrekt, stroken met de beginselen van deze richtlijn, is het noodzakelijk de aard van die voorzieningen, die niet alleen huisvesting, voeding en kleding maar ook essentiële non-foodartikelen zoals sanitaire artikelen omvatten, nader te bepalen. Het is tevens noodzakelijk dat de lidstaten het niveau van deze materiële opvangvoorzieningen, die in de vorm van uitkeringen of tegoedbonnen worden verstrekt, vaststellen op basis van relevante referentiewaarden die voor hun onderdanen een passende levensstandaard waarborgen, zoals minimuminkomens, minimumlonen, minimumpensioenen, werkloosheidsuitkeringen en socialebijstandsuitkeringen. Dit houdt niet in dat de omvang van de steun dezelfde moet zijn als voor onderdanen. De lidstaten kunnen aan verzoekers een minder gunstige behandeling geven dan aan onderdanen, zoals omschreven in deze richtlijn. | (41) Om ervoor te zorgen dat de materiële opvangvoorzieningen die aan verzoekers worden verstrekt, stroken met de beginselen van deze richtlijn, is het noodzakelijk de aard van die voorzieningen, die niet alleen huisvesting, voeding en kleding maar ook essentiële non-foodartikelen zoals sanitaire artikelen omvatten, nader te bepalen. Het is tevens noodzakelijk dat de lidstaten het niveau van deze materiële opvangvoorzieningen, die in de vorm van uitkeringen of tegoedbonnen worden verstrekt, vaststellen op basis van relevante referentiewaarden die voor hun onderdanen een passende levensstandaard waarborgen, zoals minimuminkomens, minimumlonen, minimumpensioenen, werkloosheidsuitkeringen en socialebijstandsuitkeringen. Dit houdt niet in dat de omvang van de steun dezelfde moet zijn als voor onderdanen. |
Or. it
Motivering
De laatste zin van deze overweging kan uit de tekst van de richtlijn worden geschrapt, omdat de herschikking al duidelijk maakt dat de lidstaten asielzoekers anders mogen behandelen.
Amendement 130
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 41
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(41) Om ervoor te zorgen dat de materiële opvangvoorzieningen die aan verzoekers worden verstrekt, stroken met de beginselen van deze richtlijn, is het noodzakelijk de aard van die voorzieningen, die niet alleen huisvesting, voeding en kleding maar ook essentiële non-foodartikelen zoals sanitaire artikelen omvatten, nader te bepalen. Het is tevens noodzakelijk dat de lidstaten het niveau van deze materiële opvangvoorzieningen, die in de vorm van uitkeringen of tegoedbonnen worden verstrekt, vaststellen op basis van relevante referentiewaarden die voor hun onderdanen een passende levensstandaard waarborgen, zoals minimuminkomens, minimumlonen, minimumpensioenen, werkloosheidsuitkeringen en socialebijstandsuitkeringen. Dit houdt niet in dat de omvang van de steun dezelfde moet zijn als voor onderdanen. De lidstaten kunnen aan verzoekers een minder gunstige behandeling geven dan aan onderdanen, zoals omschreven in deze richtlijn. | (41) Om ervoor te zorgen dat de materiële opvangvoorzieningen die aan verzoekers worden verstrekt, stroken met de beginselen van deze richtlijn, is het noodzakelijk de aard van die voorzieningen, die niet alleen huisvesting, voeding en kleding maar ook essentiële non-foodartikelen zoals sanitaire artikelen omvatten, nader te bepalen. Het is tevens noodzakelijk dat de lidstaten het niveau van deze materiële opvangvoorzieningen, die in de vorm van uitkeringen of tegoedbonnen worden verstrekt, vaststellen, evenals de mogelijke verschillen hierin op basis van relevante referenties. Dit houdt niet in dat de omvang van de steun dezelfde moet zijn als voor onderdanen. De lidstaten kunnen aan verzoekers een minder gunstige, maar niet een gunstigere behandeling geven dan aan onderdanen, zoals omschreven in deze richtlijn. |
Or. en
Motivering
Dit is in strijd met overweging 40, waarin wordt bepaald dat de Uniewetgeving de bevoegdheid van de lidstaten onverlet moet laten om hun socialezekerheidsstelsels te organiseren, met inbegrip van de mogelijkheid om een minimum vast te stellen voor inkomens, lonen en pensioenen.
Amendement 131
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 41
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(41) Om ervoor te zorgen dat de materiële opvangvoorzieningen die aan verzoekers worden verstrekt, stroken met de beginselen van deze richtlijn, is het noodzakelijk de aard van die voorzieningen, die niet alleen huisvesting, voeding en kleding maar ook essentiële non-foodartikelen zoals sanitaire artikelen omvatten, nader te bepalen. Het is tevens noodzakelijk dat de lidstaten het niveau van deze materiële opvangvoorzieningen, die in de vorm van uitkeringen of tegoedbonnen worden verstrekt, vaststellen op basis van relevante referentiewaarden die voor hun onderdanen een passende levensstandaard waarborgen, zoals minimuminkomens, minimumlonen, minimumpensioenen, werkloosheidsuitkeringen en socialebijstandsuitkeringen. Dit houdt niet in dat de omvang van de steun dezelfde moet zijn als voor onderdanen. De lidstaten kunnen aan verzoekers een minder gunstige behandeling geven dan aan onderdanen, zoals omschreven in deze richtlijn. | (41) Om ervoor te zorgen dat de materiële opvangvoorzieningen die aan verzoekers worden verstrekt, stroken met de beginselen van deze richtlijn, is het noodzakelijk de aard van die voorzieningen, die niet alleen huisvesting, voeding en kleding maar ook essentiële non-foodartikelen zoals sanitaire artikelen, medische hulpmiddelen of onderwijsmaterialen omvatten, nader te bepalen. Het is tevens noodzakelijk dat de lidstaten het niveau van deze materiële opvangvoorzieningen, die in de vorm van uitkeringen of tegoedbonnen worden verstrekt, vaststellen op basis van relevante referentiewaarden die voor hun onderdanen een passende levensstandaard waarborgen, zoals minimuminkomens, minimumlonen, minimumpensioenen, werkloosheidsuitkeringen en socialebijstandsuitkeringen. Dit houdt niet in dat de omvang van de steun dezelfde moet zijn als voor onderdanen. De lidstaten kunnen aan verzoekers een minder gunstige behandeling geven dan aan onderdanen, zoals omschreven in deze richtlijn. |
Or. en
Amendement 132
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 42
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(42) Om de mogelijkheid tot misbruik van het opvangstelsel te beperken, moeten de lidstaten in staat worden gesteld om materiële opvangvoorzieningen slechts te verstrekken voor zover verzoekers onvoldoende middelen hebben om zelf in hun onderhoud te voorzien. Wanneer de lidstaten beoordelen of de middelen waarover een verzoeker beschikt, toereikend zijn en wanneer zij van een verzoeker een bijdrage verlangen voor het totaal of een deel van de kosten van materiële opvangvoorzieningen, moeten zij het evenredigheidsbeginsel in acht nemen en rekening houden met de specifieke omstandigheden van de verzoeker en met de noodzaak om diens waardigheid of persoonlijke integriteit te eerbiedigen, alsook met diens bijzondere opvangbehoeften. Er mag van verzoekers geen bijdrage worden verlangd voor het totaal of een deel van de kosten van noodzakelijke gezondheidszorg. Mogelijk misbruik van het opvangstelsel moet ook worden tegengegaan door de omstandigheden te specificeren waarin huisvesting, voedsel, kleding en andere essentiële non-foodartikelen, verstrekt in de vorm van uitkeringen of tegoedbonnen, mogen worden vervangen door in natura verstrekte opvangvoorzieningen, alsook de omstandigheden waarin de dagvergoeding kan worden beperkt of ingetrokken, terwijl tegelijkertijd voor alle verzoekers een waardige levensstandaard wordt gegarandeerd. | (42) Om de mogelijkheid tot misbruik van het opvangstelsel te beperken, moeten de lidstaten materiële opvangvoorzieningen slechts verstrekken voor zover verzoekers of hun gezinsleden zoals bedoeld in deze richtlijn en wanneer deze verblijven in de lidstaat onvoldoende middelen hebben om zelf in hun onderhoud te voorzien. Wanneer de lidstaten beoordelen of de middelen waarover verzoekers of hun gezinsleden beschikken, toereikend zijn en wanneer zij van een verzoeker of zijn gezinsleden een bijdrage verlangen voor het totaal of een deel van de kosten van materiële opvangvoorzieningen, moeten zij het evenredigheidsbeginsel in acht nemen. Mogelijk misbruik van het opvangstelsel moet ook worden tegengegaan door de omstandigheden te specificeren waarin huisvesting, voedsel, kleding en andere essentiële non-foodartikelen, verstrekt in de vorm van uitkeringen of tegoedbonnen, mogen worden vervangen door in natura verstrekte opvangvoorzieningen, alsook de omstandigheden waarin de dagvergoeding kan worden beperkt of ingetrokken. |
Or. en
Motivering
Het is noodzakelijk dat de autoriteiten rekening houden met de financiële situatie van de gezinsleden van verzoekers bij het bepalen van het niveau van de materiële opvangvoorzieningen. Het begrip "waardig" is subjectief en kan op te veel manieren worden opgevat.
Amendement 133
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 42
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(42) Om de mogelijkheid tot misbruik van het opvangstelsel te beperken, moeten de lidstaten in staat worden gesteld om materiële opvangvoorzieningen slechts te verstrekken voor zover verzoekers onvoldoende middelen hebben om zelf in hun onderhoud te voorzien. Wanneer de lidstaten beoordelen of de middelen waarover een verzoeker beschikt, toereikend zijn en wanneer zij van een verzoeker een bijdrage verlangen voor het totaal of een deel van de kosten van materiële opvangvoorzieningen, moeten zij het evenredigheidsbeginsel in acht nemen en rekening houden met de specifieke omstandigheden van de verzoeker en met de noodzaak om diens waardigheid of persoonlijke integriteit te eerbiedigen, alsook met diens bijzondere opvangbehoeften. Er mag van verzoekers geen bijdrage worden verlangd voor het totaal of een deel van de kosten van noodzakelijke gezondheidszorg. Mogelijk misbruik van het opvangstelsel moet ook worden tegengegaan door de omstandigheden te specificeren waarin huisvesting, voedsel, kleding en andere essentiële non-foodartikelen, verstrekt in de vorm van uitkeringen of tegoedbonnen, mogen worden vervangen door in natura verstrekte opvangvoorzieningen, alsook de omstandigheden waarin de dagvergoeding kan worden beperkt of ingetrokken, terwijl tegelijkertijd voor alle verzoekers een waardige levensstandaard wordt gegarandeerd. | (42) De lidstaten moeten in staat worden gesteld om materiële opvangvoorzieningen slechts te verstrekken voor zover verzoekers onvoldoende middelen hebben om zelf in hun onderhoud te voorzien. Wanneer de lidstaten beoordelen of de middelen waarover een verzoeker beschikt, toereikend zijn en wanneer zij van een verzoeker een bijdrage verlangen voor het totaal of een deel van de kosten van materiële opvangvoorzieningen, moeten zij het evenredigheidsbeginsel in acht nemen en rekening houden met de specifieke omstandigheden van de verzoeker en met de noodzaak om diens waardigheid of persoonlijke integriteit te eerbiedigen, alsook met diens bijzondere opvangbehoeften. Er mag van verzoekers geen bijdrage worden verlangd voor het totaal of een deel van de kosten van noodzakelijke gezondheidszorg. Mogelijk misbruik van het opvangstelsel moet ook worden tegengegaan door de omstandigheden te specificeren waarin huisvesting, voedsel, kleding en andere essentiële non-foodartikelen, verstrekt in de vorm van uitkeringen of tegoedbonnen, mogen worden vervangen door in natura verstrekte opvangvoorzieningen, alsook de omstandigheden waarin de dagvergoeding kan worden beperkt of ingetrokken, terwijl tegelijkertijd voor alle verzoekers een waardige levensstandaard wordt gegarandeerd. |
Or. en
Amendement 134
Alessandra Mussolini, Salvatore Domenico Pogliese
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 42
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(42) Om de mogelijkheid tot misbruik van het opvangstelsel te beperken, moeten de lidstaten in staat worden gesteld om materiële opvangvoorzieningen slechts te verstrekken voor zover verzoekers onvoldoende middelen hebben om zelf in hun onderhoud te voorzien. Wanneer de lidstaten beoordelen of de middelen waarover een verzoeker beschikt, toereikend zijn en wanneer zij van een verzoeker een bijdrage verlangen voor het totaal of een deel van de kosten van materiële opvangvoorzieningen, moeten zij het evenredigheidsbeginsel in acht nemen en rekening houden met de specifieke omstandigheden van de verzoeker en met de noodzaak om diens waardigheid of persoonlijke integriteit te eerbiedigen, alsook met diens bijzondere opvangbehoeften. Er mag van verzoekers geen bijdrage worden verlangd voor het totaal of een deel van de kosten van noodzakelijke gezondheidszorg. Mogelijk misbruik van het opvangstelsel moet worden tegengegaan door de omstandigheden te specificeren waarin huisvesting, voedsel, kleding en andere essentiële non-foodartikelen, verstrekt in de vorm van uitkeringen of tegoedbonnen, mogen worden vervangen door in natura verstrekte opvangvoorzieningen, alsook de omstandigheden waarin de dagvergoeding kan worden beperkt of ingetrokken, terwijl tegelijkertijd voor alle verzoekers een waardige levensstandaard wordt gegarandeerd. | (42) Om de mogelijkheid tot misbruik van het opvangstelsel te beperken, moeten de lidstaten in staat worden gesteld om materiële opvangvoorzieningen slechts te verstrekken voor zover verzoekers onvoldoende middelen hebben om zelf in hun onderhoud te voorzien. Wanneer de lidstaten beoordelen of de middelen waarover een verzoeker beschikt, toereikend zijn en wanneer zij van een verzoeker een bijdrage verlangen voor het totaal of een deel van de kosten van materiële opvangvoorzieningen, moeten zij het evenredigheidsbeginsel in acht nemen en rekening houden met de specifieke omstandigheden van de verzoeker en met de noodzaak om diens waardigheid of persoonlijke integriteit te eerbiedigen, alsook met diens bijzondere opvangbehoeften. Er mag van verzoekers geen bijdrage worden verlangd voor het totaal of een deel van de kosten van noodzakelijke gezondheidszorg. Mogelijk misbruik van het opvangstelsel moet worden tegengegaan door de omstandigheden te specificeren waarin huisvesting, voedsel, kleding en andere essentiële non-foodartikelen, verstrekt in de vorm van uitkeringen of tegoedbonnen, mogen worden vervangen door in natura verstrekte opvangvoorzieningen, alsook de omstandigheden waarin de dagvergoeding kan worden beperkt of ingetrokken, terwijl tegelijkertijd voor alle verzoekers een passende levensstandaard wordt gegarandeerd. |
Or. it
Motivering
Wanneer de levensstandaard die middels de vaststelling van geharmoniseerde opvangvoorwaarden voor de verzoekers moet worden gegarandeerd, wordt beschreven als "waardig", zonder de betekenis daarvan te specificeren, kan dat leiden tot geschillen met de betrokkenen.
Amendement 135
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 45
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(45) De ervaring heeft uitgewezen dat noodplannen noodzakelijk zijn om een passende opvang van verzoekers te garanderen wanneer lidstaten met een buitenproportioneel aantal verzoekers om internationale bescherming worden geconfronteerd. Er moet regelmatig worden gecontroleerd en beoordeeld of de maatregelen waarin de noodplannen van de lidstaten voorzien, toereikend zijn. | (45) De ervaring heeft uitgewezen dat noodplannen noodzakelijk zijn om een passende opvang van verzoekers te garanderen wanneer lidstaten met een buitenproportioneel aantal verzoekers om internationale bescherming worden geconfronteerd. Nationale noodplannen moeten de nationale autoriteiten voorzien van het noodzakelijke wettelijke kader voor het terugdringen van migranten aan de binnengrenzen in het geval van een plotselinge toestroom van irreguliere migranten. Er moet regelmatig worden gecontroleerd en beoordeeld of de maatregelen waarin de noodplannen van de lidstaten voorzien, toereikend zijn. |
Or. en
Amendement 136
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 46
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(46) Het dient de lidstaten vrij te staan gunstiger regelingen in te voeren of te handhaven voor onderdanen van derde landen en staatlozen die internationale bescherming zoeken in een lidstaat. | (46) Het dient de lidstaten niet vrij te staan gunstiger regelingen in te voeren of te handhaven voor onderdanen van derde landen en staatlozen die internationale bescherming zoeken in een lidstaat, tenzij dit nadrukkelijk is genoemd in deze richtlijn. |
Or. en
Motivering
Verschillende normen en bepalingen in de lidstaten dragen bij tot asieltoerisme en secundaire bewegingen binnen de Unie. Het wegnemen van een dergelijke aanzuigende werking moet een topprioriteit zijn binnen het gemeenschappelijk Europees asielstelsel.
Amendement 137
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 47
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(47) De lidstaten worden opgeroepen de bepalingen van deze richtlijn ook toe te passen in procedures inzake verzoeken om andere vormen van bescherming dan die bepaald in Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielnormen]. | (47) De lidstaten worden opgeroepen de bepalingen van deze richtlijn ook toe te passen als maximumniveau van opvangvoorzieningen in procedures inzake verzoeken om andere vormen van bescherming dan die bepaald in Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielnormen]. |
Or. en
Motivering
De toepassing van uitsluitend minimumnormen voor opvangvoorzieningen gaat de migratiedruk op de EU en secundaire bewegingen binnen de Unie tegen.
Amendement 138
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 49
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(49) Daar de doelstelling van deze richtlijn, namelijk de vaststelling van normen voor de opvangvoorzieningen voor verzoekers in de lidstaten, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang en de gevolgen van deze richtlijn beter op het niveau van de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken. | (49) Daar de doelstelling van deze richtlijn, namelijk de vaststelling van gemeenschappelijke normen voor de opvangvoorzieningen voor verzoekers in de lidstaten, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang en de gevolgen van deze richtlijn beter op het niveau van de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken. |
Or. en
Motivering
Gemeenschappelijke minimumnormen voor opvangvoorzieningen zijn essentieel om secundaire bewegingen van irreguliere migranten tegen te gaan.
Amendement 139
Kati Piri, Sylvie Guillaume, Christine Revault D'Allonnes Bonnefoy, Juan Fernando López Aguilar, Tanja Fajon, Péter Niedermüller, Maria Grapini
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – alinea 1 – punt 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(3) "gezinsleden": gezinsleden zoals gedefinieerd in artikel [2, punt (9),] van Verordening (EU) XXX/XXX31 [verordening asielnormen]; | (3) "gezinsleden": de volgende leden van het gezin van de verzoeker die aanwezig zijn op het grondgebied van de lidstaten: |
| – de echtgenoot van de verzoeker of de niet-gehuwde partner met wie een duurzame relatie wordt onderhouden, indien in het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat niet-gehuwde en gehuwde paren op een vergelijkbare manier worden behandeld in het kader van het recht dat betrekking heeft op onderdanen van derde landen; |
| – de minderjarige kinderen van paren als bedoeld onder het eerste streepje of van de verzoeker, ongeacht of deze buitenechtelijk of geadopteerd zijn, zoals bedoeld of erkend volgens de nationale wetgeving; |
| – indien de verzoeker een minderjarige is, de vader, moeder of andere volwassene die krachtens de wet of volgens de praktijk van de lidstaat waar de volwassene aanwezig is, voor de verzoeker verantwoordelijk is; |
| – de broer(s) en zus(sen) van de verzoeker; |
__________________ |
|
31 PB C […] van […], blz. […]. |
|
Or. en
Motivering
De definitie van "gezinsleden" moet worden afgestemd op het asielacquis. De definitie van de Dublinverordening is als model gebruikt, met de nodige aanpassingen om ervoor te zorgen dat gehuwde kinderen geen nadeel ondervinden.
Amendement 140
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – alinea 1 – punt 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(3) "gezinsleden": gezinsleden zoals gedefinieerd in artikel [2, punt (9),] van Verordening (EU) XXX/XXX31 [verordening asielnormen]; | (3) "gezinsleden": de volgende leden van het gezin van de verzoeker, voor zover het gezin reeds bestond in het land van herkomst, die in verband met het verzoek om internationale bescherming in dezelfde lidstaat aanwezig zijn: de echtgenoot van de verzoeker, de ongehuwde minderjarige kinderen van de verzoeker en de ouders van de ongehuwde minderjarige verzoeker; |
__________________ |
|
31 PB C […] van […], blz. […]. |
|
Or. en
Motivering
Aangezien de verordening asielnormen momenteel wordt herzien en nog geen besluit is genomen over de toekomstige definitie van "gezinsleden", moet de huidige definitie grotendeels behouden blijven.
Amendement 141
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – alinea 1 – punt 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. "gezinsleden": gezinsleden zoals gedefinieerd in artikel [2, punt (9),] van Verordening (EU) XXX/XXX31 [verordening asielnormen]; | 3. "gezinsleden": een echtgenoot van de verzoeker, zijn directe nakomelingen en, in het geval van een niet-begeleide minderjarige verzoeker, zijn ouders; |
__________________ |
|
31 PB C […] van […], blz. […]. |
|
Or. de
Amendement 142
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – alinea 1 – punt 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(7) "materiële opvangvoorzieningen": de opvangvoorzieningen met inbegrip van huisvesting, voedsel, kleding en andere essentiële non-foodartikelen die aan de behoeften van de verzoekers in verband met hun specifieke opvangvoorzieningen voldoen, zoals sanitaire artikelen, die in natura of in de vorm van uitkeringen of tegoedbonnen worden verstrekt of een combinatie van deze drie, alsmede een dagvergoeding; | (7) "materiële opvangvoorzieningen": de opvangvoorzieningen met inbegrip van huisvesting, voedsel, kleding en andere essentiële non-foodartikelen die aan de behoeften van de verzoekers in verband met hun specifieke opvangvoorzieningen voldoen, zoals sanitaire artikelen, medische hulpmiddelen of onderwijsmaterialen, die in natura of in de vorm van uitkeringen of tegoedbonnen worden verstrekt of een combinatie van deze drie, alsmede een dagvergoeding; |
Or. en
Amendement 143
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – alinea 1 - punt 7 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (7 bis) "passende levensstandaard": een levensstandaard die hoog genoeg is om de gezondheid en het welzijn van zichzelf en van het gezin te waarborgen, met name wat betreft voeding, kleding, huisvesting, medische zorg en de noodzakelijke sociale diensten; |
Or. it
Motivering
Deze definitie is nodig om aan te geven wat in de richtlijn wordt bedoeld met "passende levensstandaard". Voorgesteld wordt om alleen deze definitie aan te houden en elke verwijzing in de tekst naar een "waardige levensstandaard" uit de tekst te schrappen.
Amendement 144
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – alinea 1 – punt 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(10) "onderduiken": een handeling waarbij een verzoeker, teneinde asielprocedures te ontlopen, ofwel het grondgebied verlaat waar hij overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX32 [Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden, ofwel zich niet ter beschikking houdt van de bevoegde autoriteiten of de rechter; | (10) "onderduiken": een opzettelijke en ongerechtvaardigde handeling waarbij een verzoeker met opzet en herhaaldelijk contact met de bevoegde autoriteiten vermijdt; |
__________________ |
|
32 PB C […] van […], blz. […]. |
|
Or. en
Amendement 145
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – alinea 1 – punt 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(11) "risico van onderduiken": het in een individueel geval bestaan van redenen gebaseerd op objectieve, in de nationale wetgeving vastgelegde criteria, om aan te nemen dat een verzoeker zou kunnen onderduiken; | (11) "risico van onderduiken": het in een individueel geval bewezen bestaan van redenen gebaseerd op specifieke en objectieve, overeenkomstig de richtsnoeren van het Europees Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten in de nationale wetgeving strikt vastgelegde criteria, om aan te nemen dat een verzoeker zou kunnen onderduiken; |
Or. en
Amendement 146
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – alinea 1 – punt 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) "verzoeker met bijzondere opvangbehoeften": een verzoeker die bijzondere waarborgen behoeft om gebruik te kunnen maken van de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen die in deze richtlijn zijn vastgesteld, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen met ernstige ziekten, personen met mentale stoornissen en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld, zoals slachtoffers van vrouwelijke genitale verminking. | (13) "verzoeker met bijzondere opvangbehoeften": een verzoeker die bijzondere waarborgen behoeft om gebruik te kunnen maken van de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen die in deze richtlijn zijn vastgesteld. |
Or. en
Motivering
Een niet-limitatieve lijst zou ervoor zorgen dat elk geval individueel wordt beoordeeld en zonder bijvoorbeeld alle zwangere vrouwen te victimiseren. Bovendien is een groot deel van de vrouwelijke verzoekers besneden, waardoor zij automatisch onder de definitie vallen als slachtoffers van vrouwelijke genitale verminking.
Amendement 147
Kati Piri, Juan Fernando López Aguilar, Tanja Fajon, Péter Niedermüller, Maria Grapini, Elly Schlein, Soraya Post, Anna Hedh, Cécile Kashetu Kyenge
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – alinea 1 – punt 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) "verzoeker met bijzondere opvangbehoeften": een verzoeker die bijzondere waarborgen behoeft om gebruik te kunnen maken van de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen die in deze richtlijn zijn vastgesteld, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen met ernstige ziekten, personen met mentale stoornissen en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld, zoals slachtoffers van vrouwelijke genitale verminking. | (13) "verzoeker met bijzondere opvangbehoeften": een verzoeker die bijzondere waarborgen behoeft om gebruik te kunnen maken van de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen die in deze richtlijn zijn vastgesteld, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, personen met een beperking, lesbiennes, homo's, biseksuelen, transgenders en interseksuelen, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen met ernstige ziekten, personen met mentale stoornissen, met inbegrip van posttraumatische stress-stoornis, en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel of gendergerelateerd geweld zijn blootgesteld, zoals slachtoffers van vrouwelijke genitale verminking. |
Or. en
Amendement 148
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – alinea 1 – punt 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
13. "verzoeker met bijzondere opvangbehoeften": een verzoeker die bijzondere waarborgen behoeft om gebruik te kunnen maken van de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen die in deze richtlijn zijn vastgesteld, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen met ernstige ziekten, personen met mentale stoornissen en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld, zoals slachtoffers van vrouwelijke genitale verminking. | 13. "verzoeker met bijzondere opvangbehoeften": een verzoeker die bijzondere waarborgen behoeft om gebruik te kunnen maken van de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen die in deze richtlijn zijn vastgesteld, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, zwakke ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen met ernstige ziekten, personen met mentale stoornissen en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere vormen van ernstig geweld zijn blootgesteld. |
Or. de
Amendement 149
Ulrike Lunacek, Daniele Viotti, Malin Björk
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – alinea 1 – punt 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) "verzoeker met bijzondere opvangbehoeften": een verzoeker die bijzondere waarborgen behoeft om gebruik te kunnen maken van de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen die in deze richtlijn zijn vastgesteld, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen met ernstige ziekten, personen met mentale stoornissen en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld, zoals slachtoffers van vrouwelijke genitale verminking. | (13) "verzoeker met bijzondere opvangbehoeften": een verzoeker die bijzondere waarborgen behoeft om gebruik te kunnen maken van de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen die in deze richtlijn zijn vastgesteld, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, slachtoffers van mensenhandel, lesbiennes, homo's, biseksuelen, transgenders en interseksuelen, personen met ernstige ziekten, personen met mentale stoornissen en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld, zoals slachtoffers van vrouwelijke genitale verminking. |
Or. en
Motivering
LGBTI's zijn "verzoekers met bijzondere opvangbehoeften", omdat zij een kwetsbare, gediscrimineerde groep vormen.
Amendement 150
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – alinea 1 – punt 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) "verzoeker met bijzondere opvangbehoeften": een verzoeker die bijzondere waarborgen behoeft om gebruik te kunnen maken van de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen die in deze richtlijn zijn vastgesteld, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen met ernstige ziekten, personen met mentale stoornissen en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld, zoals slachtoffers van vrouwelijke genitale verminking. | (13) "verzoeker met bijzondere opvangbehoeften": een verzoeker die bijzondere waarborgen behoeft om gebruik te kunnen maken van de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen die in deze richtlijn zijn vastgesteld, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen met ernstige ziekten, personen met mentale stoornissen en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld, zoals slachtoffers van vrouwelijke genitale verminking en personen met een posttraumatische stress-stoornis. |
Or. en
Amendement 151
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Deze richtlijn is van toepassing op alle onderdanen van derde landen en staatlozen die een verzoek om internationale bescherming op het grondgebied, inclusief aan de buitengrens, in de territoriale zee of in de transitzones, van de lidstaten indienen voor zover zij als verzoeker op het grondgebied mogen verblijven, alsmede op de gezinsleden, indien zij overeenkomstig het nationale recht onder dit verzoek om internationale bescherming vallen. | 1. Deze richtlijn is van toepassing op alle onderdanen van derde landen en staatlozen die via de buitengrenzen een lidstaat binnenkomen en aan de buitengrenzen van deze lidstaat, zijn territoriale zee of zijn transitzones een verzoek om internationale bescherming indienen voor zover zij als verzoeker op het grondgebied van deze lidstaat mogen verblijven, alsmede op de gezinsleden, indien zij overeenkomstig het internationale recht internationale bescherming genieten. |
Or. de
Motivering
De oorspronkelijke tekst is juridisch onjuist, aangezien een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend wanneer een persoon zich aan de grens, en nog niet op het grondgebied of in de transitzones van een lidstaat, bevindt.
Amendement 152
Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Hilde Vautmans, Vilija Blinkevičiūtė, Julie Ward, Luigi Morgano, Bodil Valero, Brando Benifei, Damiano Zoffoli, Nathalie Griesbeck, Jean Lambert
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| De lidstaten passen deze richtlijn toe op alle niet-begeleide minderjarigen uit derde landen, vanaf het moment van hun aankomst tot op het moment van hun aanmerking als vluchteling of toekenning van subsidiaire bescherming uit hoofde van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielnormen], of de toekenning van een andere vorm van humanitaire bescherming, of hun overplaatsing naar een derde land, in lijn met hun belangen, in het kader van de nationale wetgeving. |
Or. en
Motivering
Niet-begeleide minderjarigen hebben bijzondere basisbehoeften vanaf het moment van aankomst, ongeacht of zij asielzoekers, economische migranten of verhandelde kinderen zijn. Het is van belang dat de lidstaten deze richtlijn direct bij hun aankomst toepassen, zonder te wachten op de indiening van het asielverzoek.
Amendement 153
Kati Piri, Péter Niedermüller, Juan Fernando López Aguilar, Tanja Fajon, Maria Grapini, Sylvie Guillaume, Elly Schlein, Anna Hedh, Cécile Kashetu Kyenge
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Deze richtlijn is niet van toepassing wanneer Richtlijn 2001/55/EG van de Raad33 van toepassing is. | Schrappen |
__________________ |
|
33 Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PB L 212 van 7.8.2001, blz. 1). |
|
Or. en
Motivering
Richtlijn 2001/55/EG van de Raad is in de praktijk nog nooit geactiveerd, ondanks grote toestromen van onderdanen van derde landen. De richtlijn opvangvoorzieningen moet in ieder geval van toepassing zijn.
Amendement 154
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 4 | Schrappen |
Gunstiger bepalingen |
|
De lidstaten kunnen gunstiger bepalingen inzake opvangvoorzieningen vaststellen of handhaven, voor verzoekers en voor in dezelfde lidstaat aanwezige van hen afhankelijke naaste verwanten, of om humanitaire redenen voor zover die bepalingen verenigbaar zijn met deze richtlijn. |
|
Or. en
Motivering
Teneinde asieltoerisme op doeltreffende wijze te bestrijden, dienen de lidstaten niet de mogelijkheid te hebben om te zorgen voor gunstiger opvangvoorzieningen dan in deze richtlijn vastgesteld.
Amendement 155
Kati Piri, Juan Fernando López Aguilar, Péter Niedermüller, Maria Grapini, Tanja Fajon, Sylvie Guillaume, Elly Schlein, Anna Hedh, Cécile Kashetu Kyenge
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten kunnen gunstiger bepalingen inzake opvangvoorzieningen vaststellen of handhaven, voor verzoekers en voor in dezelfde lidstaat aanwezige van hen afhankelijke naaste verwanten, of om humanitaire redenen voor zover die bepalingen verenigbaar zijn met deze richtlijn. | De lidstaten kunnen gunstiger bepalingen inzake opvangvoorzieningen vaststellen of handhaven, voor verzoekers en voor in dezelfde lidstaat aanwezige naaste verwanten, of om humanitaire redenen voor zover die bepalingen verenigbaar zijn met deze richtlijn. |
Or. en
Motivering
De lidstaten moeten vrij zijn om te voorzien in gunstiger opvangvoorzieningen voor gezinsleden, ongeacht of deze van de verzoeker afhankelijk zijn.
Amendement 156
Kati Piri, Juan Fernando López Aguilar, Péter Niedermüller, Maria Grapini, Tanja Fajon
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten verstrekken verzoekers zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk bij de indiening van het verzoek om internationale bescherming, informatie over de geldende voordelen en over de verplichtingen die zij moeten nakomen in verband met de opvangvoorzieningen. Zij wijzen er in de te verstrekken informatie op dat de verzoeker, overeenkomstig artikel 17 bis van deze richtlijn, geen recht heeft op de opvangvoorzieningen bedoeld in de artikelen 14 tot en met 17 van deze richtlijn, indien hij zich niet bevindt in de lidstaat waar hij overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden. | De lidstaten verstrekken verzoekers bij het doen van het verzoek om internationale bescherming informatie over de geldende voordelen en over de verplichtingen die zij moeten nakomen in verband met de opvangvoorzieningen. |
Or. en
Motivering
Overeenkomstig artikel 3 is deze richtlijn van toepassing op alle personen die een verzoek om internationale bescherming "doen". Verzoekers moeten derhalve bij het doen van hun verzoek informatie ontvangen over hun rechten op opvangvoorzieningen en ook op dat moment worden geïnformeerd over hun procedurele rechten en plichten uit hoofde van artikel 8, lid 2, van de verordening asielprocedures.
Amendement 157
Cornelia Ernst, Martina Anderson, Barbara Spinelli
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten verstrekken verzoekers zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk bij de indiening van het verzoek om internationale bescherming, informatie over de geldende voordelen en over de verplichtingen die zij moeten nakomen in verband met de opvangvoorzieningen. Zij wijzen er in de te verstrekken informatie op dat de verzoeker, overeenkomstig artikel 17 bis van deze richtlijn, geen recht heeft op de opvangvoorzieningen bedoeld in de artikelen 14 tot en met 17 van deze richtlijn, indien hij zich niet bevindt in de lidstaat waar hij overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden. | De lidstaten verstrekken verzoekers zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk bij de indiening van het verzoek om internationale bescherming, informatie over de geldende voordelen en over de verplichtingen die zij moeten nakomen in verband met de opvangvoorzieningen. |
Or. en
Amendement 158
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten verstrekken verzoekers zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk bij de indiening van het verzoek om internationale bescherming, informatie over de geldende voordelen en over de verplichtingen die zij moeten nakomen in verband met de opvangvoorzieningen. Zij wijzen er in de te verstrekken informatie op dat de verzoeker, overeenkomstig artikel 17 bis van deze richtlijn, geen recht heeft op de opvangvoorzieningen bedoeld in de artikelen 14 tot en met 17 van deze richtlijn, indien hij zich niet bevindt in de lidstaat waar hij overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden. | De lidstaten verstrekken verzoekers op het moment waarop zij kenbaar maken dat zij om internationale bescherming willen verzoeken, maar uiterlijk op het moment van indiening van het verzoek om internationale bescherming, informatie over de geldende voordelen en over de verplichtingen die zij moeten nakomen in verband met de opvangvoorzieningen. |
Or. it
Amendement 159
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten verstrekken verzoekers zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk bij de indiening van het verzoek om internationale bescherming, informatie over de geldende voordelen en over de verplichtingen die zij moeten nakomen in verband met de opvangvoorzieningen. Zij wijzen er in de te verstrekken informatie op dat de verzoeker, overeenkomstig artikel 17 bis van deze richtlijn, geen recht heeft op de opvangvoorzieningen bedoeld in de artikelen 14 tot en met 17 van deze richtlijn, indien hij zich niet bevindt in de lidstaat waar hij overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden. | De lidstaten verstrekken verzoekers zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk bij het doen van het verzoek om internationale bescherming overeenkomstig artikel 25 van Verordening XXX/XXXX [verordening asielprocedures], ten minste informatie over de geldende voordelen en over de verplichtingen die zij moeten nakomen in verband met de opvangvoorzieningen. Zij wijzen in de te verstrekken informatie op de rechten van de verzoeker in verband met de toegang tot opvangvoorzieningen, rechtsbijstand, bijzondere behoeften, verhaal en het recht om beroep aan te tekenen tegen bewaring of besluiten in verband met de vervanging, beperking of intrekking van de opvangvoorzieningen en over de relevante asielprocedures. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is noodzakelijk om dringende redenen in verband met de interne logica van de tekst en houdt onlosmakelijk verband met andere ontvankelijke amendementen, om te verduidelijken dat verzoekers toegang hebben tot opvangvoorzieningen vanaf het moment dat zij het verzoek doen, overeenkomstig de verordening asielprocedures.
Amendement 160
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten verstrekken verzoekers zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk bij de indiening van het verzoek om internationale bescherming, informatie over de geldende voordelen en over de verplichtingen die zij moeten nakomen in verband met de opvangvoorzieningen. Zij wijzen er in de te verstrekken informatie op dat de verzoeker, overeenkomstig artikel 17 bis van deze richtlijn, geen recht heeft op de opvangvoorzieningen bedoeld in de artikelen 14 tot en met 17 van deze richtlijn, indien hij zich niet bevindt in de lidstaat waar hij overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden. | De lidstaten mogen verzoekers zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk bij de indiening van het verzoek om internationale bescherming, informatie verstrekken over de geldende voordelen en over de verplichtingen die zij moeten nakomen in verband met de opvangvoorzieningen. Zij mogen er in de te verstrekken informatie op wijzen dat de verzoeker, overeenkomstig artikel 17 bis van deze richtlijn, geen recht heeft op de opvangvoorzieningen bedoeld in de artikelen 14 tot en met 17 van deze richtlijn, indien hij zich niet bevindt in de lidstaat waar hij overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden. |
Or. en
Motivering
Het woord "mogen" in het eerste deel van de eerste alinea weerspiegelt de wijziging van het ontvankelijke amendement op het tweede deel van de eerste alinea.
Amendement 161
Heinz K. Becker
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten verstrekken verzoekers zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk bij de indiening van het verzoek om internationale bescherming, informatie over de geldende voordelen en over de verplichtingen die zij moeten nakomen in verband met de opvangvoorzieningen. Zij wijzen er in de te verstrekken informatie op dat de verzoeker, overeenkomstig artikel 17 bis van deze richtlijn, geen recht heeft op de opvangvoorzieningen bedoeld in de artikelen 14 tot en met 17 van deze richtlijn, indien hij zich niet bevindt in de lidstaat waar hij overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden. | De lidstaten verstrekken verzoekers binnen een redelijke termijn van ten hoogste 15 dagen na het doen van het verzoek om internationale bescherming informatie over de geldende voordelen en over de verplichtingen die zij moeten nakomen in verband met de opvangvoorzieningen. Zij wijzen er in de te verstrekken informatie op dat de verzoeker, overeenkomstig artikel 17 bis van deze richtlijn, geen recht heeft op de opvangvoorzieningen bedoeld in de artikelen 14 tot en met 17 van deze richtlijn, indien hij zich niet bevindt in de lidstaat waar hij overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden. |
Or. en
Amendement 162
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten zorgen ervoor dat verzoekers informatie krijgen over organisaties of groepen van personen die specifieke rechtsbijstand verlenen en over organisaties die hulp kunnen bieden of informatie kunnen verstrekken over de opvangvoorzieningen, waaronder medische zorg. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Deze alinea zou beter in de nieuwe verordening asielprocedures passen.
Amendement 163
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten zorgen ervoor dat verzoekers informatie krijgen over organisaties of groepen van personen die specifieke rechtsbijstand verlenen en over organisaties die hulp kunnen bieden of informatie kunnen verstrekken over de opvangvoorzieningen, waaronder medische zorg. | De lidstaten mogen ervoor zorgen dat verzoekers informatie krijgen over organisaties of groepen van personen die specifieke rechtsbijstand verlenen en over organisaties die hulp kunnen bieden of informatie kunnen verstrekken over de opvangvoorzieningen, waaronder medische zorg. |
Or. en
Motivering
Het woord "mogen" in het eerste deel van de eerste alinea weerspiegelt de wijziging van het ontvankelijke amendement op het tweede deel van de eerste alinea.
Amendement 164
Kati Piri, Elly Schlein, Juan Fernando López Aguilar, Péter Niedermüller, Maria Grapini, Tanja Fajon, Cécile Kashetu Kyenge
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. De lidstaten stellen verzoekers geen onnodige of onevenredige eisen inzake documenten of administratieve verrichtingen alvorens hen de rechten toe te kennen waarop zij krachtens deze richtlijn aanspraak kunnen maken om de enkele reden dat zij om internationale bescherming verzoeken of louter op basis van de nationaliteit van een verzoeker. |
Or. en
Motivering
Deze bepaling staat in de huidige richtlijn en moet behouden blijven.
Amendement 165
Ulrike Lunacek, Daniele Viotti, Malin Björk
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde informatie schriftelijk wordt verstrekt volgens een door het Asielagentschap van de Europese Unie te ontwikkelen model en in een taal die de verzoeker verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij deze verstaat. Indien nodig wordt deze informatie tevens mondeling verstrekt en aan de behoeften van minderjarigen aangepast. | 2. De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde informatie schriftelijk wordt verstrekt volgens een door het Asielagentschap van de Europese Unie te ontwikkelen model, waarop relevante informatie zichtbaar is met betrekking tot de persoonlijke situatie die aanleiding kan geven tot bijzondere opvangbehoeften of een behoefte aan bijzondere procedurele waarborgen, zoals opgenomen in deze richtlijn en de verordening asielprocedures, en in een taal die de verzoeker verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij deze verstaat. Indien nodig wordt deze informatie tevens mondeling verstrekt en aan de behoeften van minderjarigen aangepast. |
Or. en
Motivering
De autoriteiten moeten in staat zijn om de behoefte aan bijzondere opvangvoorzieningen of procedurele waarborgen meteen te beoordelen en in de behoeften van de verzoeker te voorzien.
Amendement 166
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde informatie schriftelijk wordt verstrekt volgens een door het Asielagentschap van de Europese Unie te ontwikkelen model en in een taal die de verzoeker verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij deze verstaat. Indien nodig wordt deze informatie tevens mondeling verstrekt en aan de behoeften van minderjarigen aangepast. | 2. De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde informatie schriftelijk wordt verstrekt volgens een door het Asielagentschap van de Europese Unie en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten te ontwikkelen model en in een taal die de verzoeker verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij deze verstaat. Deze informatie wordt tevens mondeling verstrekt en aangepast aan de behoeften van kinderen of personen met bijzondere opvangbehoeften. |
Or. en
Amendement 167
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde informatie schriftelijk wordt verstrekt volgens een door het Asielagentschap van de Europese Unie te ontwikkelen model en in een taal die de verzoeker verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij deze verstaat. Indien nodig wordt deze informatie tevens mondeling verstrekt en aan de behoeften van minderjarigen aangepast. | 2. De lidstaten mogen ervoor zorgen dat de in lid 1 bedoelde informatie schriftelijk wordt verstrekt volgens een door het Asielagentschap van de Europese Unie te ontwikkelen model en in een taal die de verzoeker verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij deze verstaat. Indien nodig wordt deze informatie tevens mondeling verstrekt en aan de behoeften van minderjarigen aangepast. |
Or. en
Motivering
Wij hebben ontvankelijke amendementen op basis van het subsidiariteitsbeginsel ingediend die onlosmakelijk verband houden met de amendementen in de witte delen van de tekst die ook gestoeld zijn op het subsidiariteitsbeginsel. Het zou niet logisch zijn om dit beginsel uitsluitend op de grijze delen van de tekst toe te passen.
Amendement 168
Cornelia Ernst, Martina Anderson, Barbara Spinelli
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde informatie schriftelijk wordt verstrekt volgens een door het Asielagentschap van de Europese Unie te ontwikkelen model en in een taal die de verzoeker verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij deze verstaat. Indien nodig wordt deze informatie tevens mondeling verstrekt en aan de behoeften van minderjarigen aangepast. | 2. De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde informatie schriftelijk wordt verstrekt volgens een door het Asielagentschap van de Europese Unie te ontwikkelen model en in een taal die de verzoeker verstaat. Indien nodig wordt deze informatie tevens mondeling verstrekt en aangepast aan de behoeften van de betrokken persoon, rekening houdend met zijn individuele situatie. |
Or. en
Amendement 169
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten verstrekken verzoekers een reisdocument uitsluitend indien om ernstige humanitaire of andere dwingende redenen hun aanwezigheid in een andere staat is vereist. De geldigheidsduur van het reisdocument wordt beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. | De lidstaten verstrekken verzoekers een reisdocument uitsluitend wanneer de identiteit van de verzoeker is geverifieerd en indien om ernstige humanitaire of andere dwingende redenen hun aanwezigheid in een andere staat is vereist. De geldigheidsduur van het reisdocument wordt beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. Omwille van de veiligheid kan het reisdocument niet worden verstrekt voor een reis naar een conflictgebied. |
Or. en
Motivering
Het aanbieden van reisdocumenten moet slechts in buitengewone situaties plaatsvinden en alleen wanneer de persoonlijke informatie van de verzoeker kan worden geverifieerd.
Amendement 170
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten verstrekken verzoekers een reisdocument uitsluitend indien om ernstige humanitaire of andere dwingende redenen hun aanwezigheid in een andere staat is vereist. De geldigheidsduur van het reisdocument wordt beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. | De lidstaten verstrekken asielzoekers een reisdocument indien om bepaalde redenen hun aanwezigheid in een andere staat is vereist. De geldigheidsduur van het reisdocument wordt beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. |
Or. it
Motivering
De gevallen waarin een reisdocument kan worden verstrekt, zijn in de voorgestelde herschikte tekst onnodig beperkt, en daar is geen reden voor. Dit amendement sluit aan op alle ingediende amendementen die als doel hebben de bestraffende aanpak van verzoekers om internationale bescherming te beperken.
Amendement 171
Heinz K. Becker
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten verstrekken verzoekers een reisdocument uitsluitend indien om ernstige humanitaire of andere dwingende redenen hun aanwezigheid in een andere staat is vereist. De geldigheidsduur van het reisdocument wordt beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. | De lidstaten mogen verzoekers alleen een reisdocument verstrekken indien om ernstige humanitaire of andere dwingende redenen hun aanwezigheid in een andere staat is vereist. De geldigheidsduur van het reisdocument wordt beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. |
Or. en
Amendement 172
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten verstrekken verzoekers een reisdocument uitsluitend indien om ernstige humanitaire of andere dwingende redenen hun aanwezigheid in een andere staat is vereist. De geldigheidsduur van het reisdocument wordt beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. | De lidstaten verstrekken verzoekers een reisdocument indien om ernstige humanitaire of andere redenen hun aanwezigheid in een andere staat is vereist. De geldigheidsduur van het reisdocument moet ten minste het doel en de duur bestrijken zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. |
Or. en
Amendement 173
József Nagy
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten verstrekken verzoekers een reisdocument uitsluitend indien om ernstige humanitaire of andere dwingende redenen hun aanwezigheid in een andere staat is vereist. De geldigheidsduur van het reisdocument wordt beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. | De lidstaten mogen verzoekers een reisdocument verstrekken indien om ernstige humanitaire of andere dwingende redenen hun aanwezigheid in een andere staat is vereist. De geldigheidsduur van het reisdocument wordt beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. |
Or. en
Amendement 174
Cornelia Ernst, Martina Anderson, Barbara Spinelli
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – alinea 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Dit reisdocument verleent toestemming voor het onbeperkt opnieuw binnenkomen van het grondgebied van de lidstaat van afgifte. |
Or. en
Motivering
Deze verduidelijking is noodzakelijk, omdat artikel 6 nu betrekking heeft op "reisdocumenten" en niet meer op "documenten". Het omvat de mogelijkheid om een reisdocument te verstrekken voor het reizen buiten de Unie, waardoor het opnieuw binnenkomen noodzakelijk wordt.
Amendement 175
Cornelia Ernst, Martina Anderson, Barbara Spinelli
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Verzoekers kunnen zich vrij bewegen op het grondgebied van de ontvangende lidstaat of binnen een hun daartoe door die lidstaat aangewezen gebied. Dit aangewezen gebied mag de onvervreemdbare sfeer van het privéleven niet aantasten en dient voldoende bewegingsvrijheid te bieden om ervoor te zorgen dat alle voorzieningen die deze richtlijn biedt, toegankelijk zijn. | 1. Verzoekers kunnen zich vrij bewegen op het grondgebied van de ontvangende lidstaat. |
Or. en
Motivering
Het hier geschrapte deel houdt intrinsiek verband met de oude tekst van artikel 6, lid 1, die de Commissie wil schrappen. Zonder een document om te voldoen aan het oude lid 1 van artikel 6, is de beperking tot een gebied in een lidstaat niet langer logisch.
Amendement 176
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Verzoekers kunnen zich vrij bewegen op het grondgebied van de ontvangende lidstaat of binnen een hun daartoe door die lidstaat aangewezen gebied. Dit aangewezen gebied mag de onvervreemdbare sfeer van het privéleven niet aantasten en dient voldoende bewegingsvrijheid te bieden om ervoor te zorgen dat alle voorzieningen die deze richtlijn biedt, toegankelijk zijn. | 1. Verzoekers kunnen zich vrij bewegen op het grondgebied van de ontvangende lidstaat of binnen een hun daartoe door die lidstaat aangewezen gebied. |
Or. en
Motivering
De lidstaten moeten beschikken over een ruime beoordelingsvrijheid bij het aanwijzen van een gebied waarin de verzoekers mogen verblijven.
Amendement 177
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Verzoekers kunnen zich vrij bewegen op het grondgebied van de ontvangende lidstaat of binnen een hun daartoe door die lidstaat aangewezen gebied. Dit aangewezen gebied mag de onvervreemdbare sfeer van het privéleven niet aantasten en dient voldoende bewegingsvrijheid te bieden om ervoor te zorgen dat alle voorzieningen die deze richtlijn biedt, toegankelijk zijn. | 1. Verzoekers kunnen zich vrij bewegen op het grondgebied van de ontvangende lidstaat of binnen een hun daartoe door die lidstaat aangewezen gebied. Dit aangewezen gebied mag de onvervreemdbare sfeer van het privéleven niet aantasten en dient voldoende bewegingsvrijheid te bieden om ervoor te zorgen dat alle rechten die deze richtlijn biedt, toegankelijk zijn. |
Or. de
Motivering
Een wet kan alleen rechten bieden, geen voorzieningen.
Amendement 178
Heinz K. Becker
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| De lidstaten mogen de toekenning van materiële opvangvoorzieningen afhankelijk stellen van het daadwerkelijk verblijf van de verzoekers op een door de lidstaten te bepalen specifieke locatie. Het bepalen van het verblijf op een specifieke locatie hoeft niet de vorm van een administratieve procedure aan te nemen. |
Or. en
Motivering
De verplichting tot het nemen van een individueel besluit (waartegen beroep zou kunnen worden aangetekend) moet worden beperkt tot beperkingen zoals het bepalen van de verblijfplaats (lid 2) en niet van toepassing zijn op een normale toewijzing van een accommodatie (het voorzien in materiële opvangvoorzieningen) (lid 1). Wanneer een normale toewijzing van een accommodatie moet worden gebaseerd op een dergelijk individueel besluit, zouden de opvangstelsels van lidstaten zoals Oostenrijk worden lamgelegd, aangezien het formele besluit voor aanvang van het toewijzingsproces zou moeten worden genomen.
Amendement 179
Kati Piri, Juan Fernando López Aguilar, Péter Niedermüller, Maria Grapini, Tanja Fajon, Elly Schlein, Anna Hedh, Cécile Kashetu Kyenge
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De lidstaten nemen indien nodig een besluit over een specifieke plaats waar een verzoeker moet verblijven om een van de volgende redenen: | 2. De lidstaten kunnen een besluit nemen over een specifieke plaats waar een verzoeker moet verblijven om een van de volgende redenen: |
Or. en
Motivering
De woorden "nemen indien nodig" zijn zeer misleidend. Zijn de lidstaten verplicht een besluit te nemen in elk geval waarin een verzoeker op een specifieke plaats moet verblijven? Een formulering met "kunnen" is duidelijker. De lidstaten moeten de mogelijkheid behouden om te bepalen dat een verzoeker op een specifieke plaats moet verblijven.
Amendement 180
Cornelia Ernst, Martina Anderson, Barbara Spinelli
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De lidstaten nemen indien nodig een besluit over een specifieke plaats waar een verzoeker moet verblijven om een van de volgende redenen: | 2. De lidstaten kunnen een besluit nemen over een specifieke plaats waar een verzoeker moet verblijven om een van de volgende redenen: |
Or. en
Amendement 181
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De lidstaten nemen indien nodig een besluit over een specifieke plaats waar een verzoeker moet verblijven om een van de volgende redenen: | 2. De lidstaten kunnen indien nodig een evenredig en naar behoren gerechtvaardigd besluit nemen over een open opvangcentrum of specifieke open accommodatie waar een verzoeker moet verblijven om een van de volgende redenen: |
Or. en
Amendement 182
Heinz K. Becker
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De lidstaten nemen indien nodig een besluit over een specifieke plaats waar een verzoeker moet verblijven om een van de volgende redenen: | 2. De lidstaten kunnen indien nodig een besluit nemen over een specifieke plaats waar een verzoeker moet verblijven om gerechtvaardigde redenen, zoals: |
Or. en
Motivering
Zoals hierboven aangegeven, moeten de bepaling van de normale toewijzing van een accommodatie en het besluit over het verblijf van verzoekers los van elkaar worden gezien. De lijst van redenen moet bovendien niet-uitputtend zijn.
Amendement 183
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
a) het openbaar belang of de openbare orde; | a) het openbaar belang of de openbare orde, zoals het zorgen voor een gelijke verdeling van verzoekers over de gebieden van de lidstaat; |
Or. en
Motivering
Immigranten concentreren zich vaak in bepaalde gebieden. Een dergelijke groepering draagt bij tot segregatie en bemoeilijkt de integratie.
Amendement 184
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
a) het openbaar belang of de openbare orde; | a) het openbaar belang, de openbare veiligheid of de openbare orde; |
Or. de
Motivering
Er is een verschil tussen de openbare orde en de openbare veiligheid.
Amendement 185
Kati Piri, Juan Fernando López Aguilar, Péter Niedermüller, Maria Grapini, Tanja Fajon, Elly Schlein, Cécile Kashetu Kyenge
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
c) voor de snelle behandeling en een doeltreffende controle van de procedure om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening]; | Schrappen |
Or. en
Amendement 186
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
c) voor de snelle behandeling en een doeltreffende controle van de procedure om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening]; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Met het oog op de naleving van de door het Handvest gewaarborgde fundamentele rechten en artikel 2 van protocol 4 van het EVRM, mogen beperkingen van de bewegingsvrijheid slechts worden opgelegd om redenen van nationale veiligheid, openbare orde, misdaadpreventie, de bescherming van de gezondheid of moraal, de bescherming van de rechten van anderen of in gevallen waarin dit wordt gerechtvaardigd door het algemeen belang in een democratische samenleving. Het behoud van deze bepaling brengt het gevaar met zich mee dat beperkingen van de verblijfplaats algemeen worden toegepast in gevallen waarin de Dublinverordening van toepassing is.
Amendement 187
Cornelia Ernst, Martina Anderson, Barbara Spinelli
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
c) voor de snelle behandeling en een doeltreffende controle van de procedure om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening]; | Schrappen |
Or. en
Amendement 188
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter d – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
d) om doeltreffend te voorkomen dat de verzoeker onderduikt, in het bijzonder: | Schrappen |
Or. en
Amendement 189
Cornelia Ernst, Martina Anderson, Barbara Spinelli
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter d – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
d) om doeltreffend te voorkomen dat de verzoeker onderduikt, in het bijzonder: | Schrappen |
Or. en
Amendement 190
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter d – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
d) om doeltreffend te voorkomen dat de verzoeker onderduikt, in het bijzonder: | d) om doeltreffend te voorkomen dat de verzoeker onderduikt; |
Or. it
Amendement 191
Cornelia Ernst, Martina Anderson, Barbara Spinelli
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter d – streepje 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
– verzoekers die niet hebben voldaan aan de verplichting om een verzoek te doen in de lidstaat van eerste binnenkomst, zoals bepaald in artikel [4, lid 1] van Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening], en zich zonder passende verantwoording naar een andere lidstaat hebben begeven en daar een verzoek hebben gedaan; of | Schrappen |
Or. en
Amendement 192
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter d – streepje 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
– verzoekers die niet hebben voldaan aan de verplichting om een verzoek te doen in de lidstaat van eerste binnenkomst, zoals bepaald in artikel [4, lid 1] van Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening], en zich zonder passende verantwoording naar een andere lidstaat hebben begeven en daar een verzoek hebben gedaan; of | Schrappen |
Or. it
Amendement 193
Emil Radev
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter d - streepje 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
– verzoekers die niet hebben voldaan aan de verplichting om een verzoek te doen in de lidstaat van eerste binnenkomst, zoals bepaald in artikel [4, lid 1] van Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening], en zich zonder passende verantwoording naar een andere lidstaat hebben begeven en daar een verzoek hebben gedaan; of | Schrappen |
Or. bg
Amendement 194
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter d – streepje 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
– verzoekers die niet hebben voldaan aan de verplichting om een verzoek te doen in de lidstaat van eerste binnenkomst, zoals bepaald in artikel [4, lid 1] van Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening], en zich zonder passende verantwoording naar een andere lidstaat hebben begeven en daar een verzoek hebben gedaan; of | Schrappen |
Or. en
Amendement 195
Cornelia Ernst, Martina Anderson, Barbara Spinelli
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter d – streepje 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
– indien verzoekers overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] verplicht zijn om zich in een andere lidstaat te bevinden; of | Schrappen |
Or. en
Amendement 196
Emil Radev
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter d - streepje 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
– indien verzoekers overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] verplicht zijn om zich in een andere lidstaat te bevinden; of | Schrappen |
Or. bg
Amendement 197
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter d – streepje 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
– indien verzoekers overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] verplicht zijn om zich in een andere lidstaat te bevinden; of | Schrappen |
Or. en
Amendement 198
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter d – streepje 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
– indien verzoekers overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] verplicht zijn om zich in een andere lidstaat te bevinden; of | Schrappen |
Or. it
Amendement 199
Cornelia Ernst, Martina Anderson, Barbara Spinelli
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter d – streepje 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
– indien verzoekers zijn teruggestuurd naar de lidstaat waar zij overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] verplicht zijn zich te bevinden, nadat zij zijn ondergedoken en zich naar een andere lidstaat hebben begeven. | Schrappen |
Or. en
Amendement 200
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter d – streepje 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
– indien verzoekers zijn teruggestuurd naar de lidstaat waar zij overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] verplicht zijn zich te bevinden, nadat zij zijn ondergedoken en zich naar een andere lidstaat hebben begeven. | Schrappen |
Or. en
Amendement 201
Emil Radev
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter d - streepje 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
– indien verzoekers zijn teruggestuurd naar de lidstaat waar zij overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] verplicht zijn zich te bevinden, nadat zij zijn ondergedoken en zich naar een andere lidstaat hebben begeven. | Schrappen |
Or. bg
Amendement 202
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter d – streepje 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
– indien verzoekers zijn teruggestuurd naar de lidstaat waar zij overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] verplicht zijn zich te bevinden, nadat zij zijn ondergedoken en zich naar een andere staat hebben begeven. | Schrappen |
Or. it
Amendement 203
Cornelia Ernst, Martina Anderson, Barbara Spinelli
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
In dergelijke gevallen geldt voor de verstrekking van materiële opvangvoorzieningen de voorwaarde dat de verzoeker daadwerkelijk op de specifieke plaats verblijft. | Schrappen |
Or. en
Amendement 204
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
In dergelijke gevallen geldt voor de verstrekking van materiële opvangvoorzieningen de voorwaarde dat de verzoeker daadwerkelijk op de specifieke plaats verblijft. | Schrappen |
Or. en
Amendement 205
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Indien er redenen zijn om aan te nemen dat het risico bestaat dat een verzoeker onderduikt, verplichten de lidstaten verzoekers, indien nodig, om zich bij de bevoegde autoriteiten te melden of daar persoonlijk te verschijnen, onmiddellijk dan wel op een vastgesteld tijdstip, zo vaak als nodig is om daadwerkelijk te voorkomen dat de verzoeker niet onderduikt. | 3. Indien er specifieke en objectieve redenen zijn om aan te nemen dat het ernstige en acute risico bestaat dat een verzoeker onderduikt, mogen de lidstaten, indien nodig, evenredig en naar behoren gerechtvaardigd, na een individuele beoordeling door een gerechtelijke autoriteit en na raadpleging van de verzoeker, vereisen dat verzoekers zich volgens een redelijke regelmaat en op redelijke tijdstippen elektronisch of telefonisch melden of persoonlijk verschijnen bij de bevoegde autoriteiten. Deze maatregelen zijn noodzakelijk en evenredig en zijn niet zodanig uitgebreid of ingrijpend dat de bewegingsvrijheid of het recht op privacy en een gezinsleven van de verzoeker wordt beperkt. |
Or. en
Motivering
Als beperking van de bewegingsvrijheid, moet de meldplicht ook worden onderzocht in verband met de fundamentele rechten uit hoofde van het Handvest en het EVRM. Dit omvat een individuele beoordeling, even als de noodzakelijkheid en evenredigheid van dergelijke maatregelen.
Amendement 206
Kati Piri, Juan Fernando López Aguilar, Péter Niedermüller, Maria Grapini, Tanja Fajon, Anna Hedh
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Indien er redenen zijn om aan te nemen dat het risico bestaat dat een verzoeker onderduikt, verplichten de lidstaten verzoekers, indien nodig, om zich bij de bevoegde autoriteiten te melden of daar persoonlijk te verschijnen, onmiddellijk dan wel op een vastgesteld tijdstip, zo vaak als nodig is om daadwerkelijk te voorkomen dat de verzoeker niet onderduikt. | 3. Indien er redenen zijn om aan te nemen dat het risico bestaat dat een verzoeker onderduikt, mogen de lidstaten verzoekers verplichten, indien nodig, om zich bij de bevoegde autoriteiten te melden of daar persoonlijk te verschijnen, onmiddellijk dan wel op een vastgesteld tijdstip, zo vaak als nodig is om daadwerkelijk te voorkomen dat de verzoeker niet onderduikt. Een dergelijk besluit wordt schriftelijk genomen en onderworpen aan een rechterlijke toetsing. Een dergelijke rechterlijke toetsing wordt ambtshalve uitgevoerd wanneer de maatregel langer dan twee maanden van toepassing blijft. |
Or. en
Motivering
Een besluit om van een verzoeker te eisen voor de bevoegde autoriteiten te verschijnen moet noodzakelijk en evenredig zijn, moet schriftelijk zijn en moet worden onderworpen aan rechterlijke toetsing. Een dergelijke rechterlijke toetsing moet automatisch worden uitgevoerd wanneer de maatregel langer dan twee maanden van toepassing blijft.
Amendement 207
Cornelia Ernst, Martina Anderson
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Indien er redenen zijn om aan te nemen dat het risico bestaat dat een verzoeker onderduikt, verplichten de lidstaten verzoekers, indien nodig, om zich bij de bevoegde autoriteiten te melden of daar persoonlijk te verschijnen, onmiddellijk dan wel op een vastgesteld tijdstip, zo vaak als nodig is om daadwerkelijk te voorkomen dat de verzoeker niet onderduikt. | 3. Indien er redenen zijn om aan te nemen dat het risico bestaat dat een verzoeker onderduikt, kunnen de lidstaten verzoekers, indien nodig en evenredig op grond van een besluit van een gerechtelijke autoriteit, verplichten om zich bij de bevoegde autoriteiten te melden of daar persoonlijk te verschijnen, op een vastgesteld tijdstip, zo vaak als nodig is, maar niet vaker dan een keer per werkdag, om daadwerkelijk te voorkomen dat de verzoeker onderduikt. |
Or. en
Amendement 208
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Indien er redenen zijn om aan te nemen dat het risico bestaat dat een verzoeker onderduikt, verplichten de lidstaten verzoekers, indien nodig, om zich bij de bevoegde autoriteiten te melden of daar persoonlijk te verschijnen, onmiddellijk dan wel op een vastgesteld tijdstip, zo vaak als nodig is om daadwerkelijk te voorkomen dat de verzoeker niet onderduikt. | 3. Indien er redenen zijn om aan te nemen dat het risico bestaat dat een verzoeker onderduikt, kunnen de lidstaten verzoekers, indien nodig en met toestemming van de rechterlijke instantie, verplichten om zich bij de bevoegde autoriteiten te melden of daar persoonlijk te verschijnen, onmiddellijk dan wel op een vastgesteld tijdstip, zo vaak als nodig is om daadwerkelijk te voorkomen dat de verzoeker niet onderduikt. |
Or. it
Amendement 209
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Indien er redenen zijn om aan te nemen dat het risico bestaat dat een verzoeker onderduikt, verplichten de lidstaten verzoekers, indien nodig, om zich bij de bevoegde autoriteiten te melden of daar persoonlijk te verschijnen, onmiddellijk dan wel op een vastgesteld tijdstip, zo vaak als nodig is om daadwerkelijk te voorkomen dat de verzoeker niet onderduikt. | 3. Indien er redenen zijn om aan te nemen dat het risico bestaat dat een verzoeker onderduikt, kunnen de lidstaten verzoekers verplichten, indien nodig, om zich bij de bevoegde autoriteiten te melden of daar persoonlijk te verschijnen, onmiddellijk dan wel op een vastgesteld tijdstip, zo vaak als nodig is om daadwerkelijk te voorkomen dat de verzoeker niet onderduikt. |
Or. en
Amendement 210
Cornelia Ernst, Martina Anderson, Barbara Spinelli
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 4 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten voorzien in de mogelijkheid van het verlenen van een tijdelijke toestemming aan verzoekers om hun verblijfplaats of het hun aangewezen gebied te verlaten. Beslissingen daartoe worden objectief en onpartijdig genomen, overeenkomstig de merites van elk afzonderlijk geval, en negatieve beslissingen worden met redenen omkleed. | De lidstaten voorzien in de mogelijkheid van het verlenen van een tijdelijke toestemming aan verzoekers om hun verblijfplaats te verlaten. Beslissingen daartoe worden objectief en onpartijdig genomen, overeenkomstig de merites van elk afzonderlijk geval, en negatieve beslissingen worden met redenen omkleed. |
Or. en
Motivering
Dit amendement houdt onlosmakelijk verband met de door de Commissie in artikel 6 geschrapte tekst.
Amendement 211
Kati Piri, Juan Fernando López Aguilar, Péter Niedermüller, Maria Grapini, Tanja Fajon
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 4 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten voorzien in de mogelijkheid van het verlenen van een tijdelijke toestemming aan verzoekers om hun verblijfplaats of het hun aangewezen gebied te verlaten. Beslissingen daartoe worden objectief en onpartijdig genomen, overeenkomstig de merites van elk afzonderlijk geval, en negatieve beslissingen worden met redenen omkleed. | De lidstaten voorzien in de mogelijkheid van het verlenen van een tijdelijke toestemming aan verzoekers om hun verblijfplaats of het hun aangewezen gebied te verlaten en op een andere plek te verblijven. Beslissingen daartoe worden objectief en onpartijdig genomen, overeenkomstig de merites van elk afzonderlijk geval, en negatieve beslissingen worden met redenen omkleed. |
Or. en
Motivering
Het recht om een verblijfplaats tijdelijk te verlaten houdt ook het recht in om ergens anders te verblijven. Dit dient te worden vermeld.
Amendement 212
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 4 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten voorzien in de mogelijkheid van het verlenen van een tijdelijke toestemming aan verzoekers om hun verblijfplaats of het hun aangewezen gebied te verlaten. Beslissingen daartoe worden objectief en onpartijdig genomen, overeenkomstig de merites van elk afzonderlijk geval, en negatieve beslissingen worden met redenen omkleed. | De lidstaten kunnen voorzien in de mogelijkheid van het verlenen van een tijdelijke toestemming aan verzoekers om hun verblijfplaats of het hun aangewezen gebied te verlaten. Beslissingen daartoe worden objectief en onpartijdig genomen, overeenkomstig de merites van elk afzonderlijk geval, en negatieve beslissingen worden met redenen omkleed. |
Or. en
Motivering
Wij hebben ontvankelijke amendementen op basis van het subsidiariteitsbeginsel ingediend die onlosmakelijk verband houden met de amendementen in de witte delen van de tekst die ook gestoeld zijn op het subsidiariteitsbeginsel. Het zou niet logisch zijn om dit beginsel uitsluitend op de grijze delen van de tekst toe te passen.
Amendement 213
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De lidstaten verlangen van verzoekers dat zij hun verblijfplaats of adres of een telefoonnummer waarop zij bereikbaar zijn, bekendmaken bij de bevoegde autoriteiten en eventuele wijzigingen van dit adres of telefoonnummer onverwijld aan die autoriteiten doorgeven. | 5. De lidstaten verlangen van verzoekers dat zij hun verblijfplaats of adres of een telefoonnummer of e-mailadres waarop zij bereikbaar zijn, bekendmaken bij de bevoegde autoriteiten en eventuele wijzigingen van dit adres of telefoonnummer of e-mailadres onverwijld aan die autoriteiten doorgeven. |
Or. en
Amendement 214
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De lidstaten verlangen van verzoekers dat zij hun verblijfplaats of adres of een telefoonnummer waarop zij bereikbaar zijn, bekendmaken bij de bevoegde autoriteiten en eventuele wijzigingen van dit adres of telefoonnummer onverwijld aan die autoriteiten doorgeven. | 5. De lidstaten verlangen van verzoekers dat zij hun verblijfplaats of adres waaronder hun e-mailadres, of een telefoonnummer waarop zij bereikbaar zijn, bekendmaken bij de bevoegde autoriteiten en eventuele wijzigingen van dit adres of telefoonnummer onverwijld aan die autoriteiten doorgeven. |
Or. it
Amendement 215
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De lidstaten verlangen van verzoekers dat zij hun verblijfplaats of adres of een telefoonnummer waarop zij bereikbaar zijn, bekendmaken bij de bevoegde autoriteiten en eventuele wijzigingen van dit adres of telefoonnummer onverwijld aan die autoriteiten doorgeven. | 5. De lidstaten kunnen van verzoekers verlangen dat zij hun verblijfplaats of adres of een telefoonnummer waarop zij bereikbaar zijn, bekendmaken bij de bevoegde autoriteiten en eventuele wijzigingen van dit adres of telefoonnummer onverwijld aan die autoriteiten doorgeven. |
Or. en
Motivering
Wij hebben ontvankelijke amendementen op basis van het subsidiariteitsbeginsel ingediend die onlosmakelijk verband houden met de amendementen in de witte delen van de tekst die ook gestoeld zijn op het subsidiariteitsbeginsel. Het zou niet logisch zijn om dit beginsel uitsluitend op de grijze delen van de tekst toe te passen.
Amendement 216
József Nagy
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De lidstaten verlangen van verzoekers dat zij hun verblijfplaats of adres of een telefoonnummer waarop zij bereikbaar zijn, bekendmaken bij de bevoegde autoriteiten en eventuele wijzigingen van dit adres of telefoonnummer onverwijld aan die autoriteiten doorgeven. | 5. De lidstaten verlangen van verzoekers dat zij hun verblijfplaats of adres en een telefoonnummer waarop zij bereikbaar zijn, bekendmaken bij de bevoegde autoriteiten en eventuele wijzigingen van dit adres en telefoonnummer onverwijld aan die autoriteiten doorgeven. |
Or. en
Amendement 217
Kinga Gál
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De lidstaten verlangen van verzoekers dat zij hun verblijfplaats of adres of een telefoonnummer waarop zij bereikbaar zijn, bekendmaken bij de bevoegde autoriteiten en eventuele wijzigingen van dit adres of telefoonnummer onverwijld aan die autoriteiten doorgeven. | 5. De lidstaten verlangen van verzoekers dat zij hun verblijfplaats of adres en een telefoonnummer waarop zij bereikbaar zijn, bekendmaken bij de bevoegde autoriteiten en eventuele wijzigingen van de verblijfplaats, dit adres of dit telefoonnummer onverwijld aan die autoriteiten doorgeven. |
Or. en
Amendement 218
Cornelia Ernst, Martina Anderson, Barbara Spinelli
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De lidstaten verlangen van verzoekers dat zij hun verblijfplaats of adres of een telefoonnummer waarop zij bereikbaar zijn, bekendmaken bij de bevoegde autoriteiten en eventuele wijzigingen van dit adres of telefoonnummer onverwijld aan die autoriteiten doorgeven. | 5. De lidstaten verlangen van verzoekers dat zij hun verblijfplaats of adres of, indien van toepassing, een telefoonnummer waarop zij bereikbaar zijn, bekendmaken bij de bevoegde autoriteiten en eventuele wijzigingen van dit adres of telefoonnummer onverwijld aan die autoriteiten doorgeven. |
Or. en
Motivering
Dit is ingevoegd om rekening te houden met gevallen, hoe zeldzaam ook, waarin verzoekers geen telefoonnummer hebben.
Amendement 219
József Nagy
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De lidstaten mogen de toekenning van materiële opvangvoorzieningen afhankelijk stellen van het daadwerkelijk verblijf van de verzoekers op een specifieke locatie. | 6. De lidstaten mogen de toekenning van materiële opvangvoorzieningen afhankelijk stellen van het daadwerkelijk verblijf van de verzoekers op een specifieke locatie. Een dergelijke beslissing moet worden genomen in de vorm van een administratief besluit. |
Or. en
Amendement 220
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De lidstaten mogen de toekenning van materiële opvangvoorzieningen afhankelijk stellen van het daadwerkelijk verblijf van de verzoekers op een specifieke locatie. | 6. De lidstaten mogen de toekenning van materiële opvangvoorzieningen afhankelijk stellen van het daadwerkelijk naleven van de aan verzoekers opgelegde verplichtingen, met name het verblijven op een specifieke locatie. |
Or. de
Motivering
Verduidelijking is nodig vanwege het feit dat de tweede grijze zin is geschrapt, waarin werd verwezen naar het nationale recht.
Amendement 221
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De lidstaten mogen de toekenning van materiële opvangvoorzieningen afhankelijk stellen van het daadwerkelijk verblijf van de verzoekers op een specifieke locatie. | 6. De lidstaten stellen de toekenning van materiële opvangvoorzieningen afhankelijk van het daadwerkelijk verblijf van de verzoekers op een specifieke locatie. |
Or. en
Motivering
Om secundaire bewegingen te ontmoedigen, is het essentieel dat migranten in alle lidstaten aan dezelfde regels worden onderworpen.
Amendement 222
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. De in dit artikel bedoelde besluiten berusten op het individuele gedrag en de specifieke situatie van de betrokken persoon, ook ten aanzien van verzoekers met bijzondere opvangbehoeften, en met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel. | 7. De in dit artikel bedoelde besluiten berusten op een individuele beoordeling van de specifieke situatie van de betrokken persoon, ook ten aanzien van verzoekers met bijzondere opvangbehoeften, en met inachtneming van de beginselen van noodzaak en evenredigheid. |
Or. en
Amendement 223
Heinz K. Becker
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. De in dit artikel bedoelde besluiten berusten op het individuele gedrag en de specifieke situatie van de betrokken persoon, ook ten aanzien van verzoekers met bijzondere opvangbehoeften, en met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel. | 7. De in lid 2 bedoelde besluiten berusten op het individuele gedrag en de specifieke situatie van de betrokken persoon, ook ten aanzien van verzoekers met bijzondere opvangbehoeften, en met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel. |
Or. en
Amendement 224
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
8. De lidstaten vermelden in elk overeenkomstig dit artikel genomen besluit de feitelijke en, indien van toepassing, de wettelijke redenen ervan. Verzoekers worden onverwijld schriftelijk in kennis gesteld, in een taal die zij verstaan of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij deze verstaan, van de vaststelling van een dergelijk besluit, van de procedures om het besluit te betwisten overeenkomstig artikel 25 en van de consequenties van niet-nakoming van de verplichtingen die bij het besluit worden opgelegd. | 8. De lidstaten vermelden in elk overeenkomstig dit artikel genomen besluit de feitelijke en, indien van toepassing, de wettelijke redenen ervan. Verzoekers worden onverwijld schriftelijk in kennis gesteld, in een taal die zij verstaan of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij deze verstaan, van de vaststelling van een dergelijk besluit, van de procedures om het besluit te betwisten overeenkomstig artikel 25 en van de consequenties van niet-nakoming van de verplichtingen die bij het besluit worden opgelegd. Er mag van verzoekers worden geëist dat zij een billijke bijdrage leveren aan de kosten van een eventueel noodzakelijke vertaling. |
Or. de
Amendement 225
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
8. De lidstaten vermelden in elk overeenkomstig dit artikel genomen besluit de feitelijke en, indien van toepassing, de wettelijke redenen ervan. Verzoekers worden onverwijld schriftelijk in kennis gesteld, in een taal die zij verstaan of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij deze verstaan, van de vaststelling van een dergelijk besluit, van de procedures om het besluit te betwisten overeenkomstig artikel 25 en van de consequenties van niet-nakoming van de verplichtingen die bij het besluit worden opgelegd. | 8. De lidstaten vermelden in elk overeenkomstig dit artikel genomen besluit de feitelijke en, indien van toepassing, de wettelijke redenen ervan. Verzoekers worden onverwijld schriftelijk in kennis gesteld, in een taal die zij verstaan, van de vaststelling van een dergelijk besluit, van de procedures om het besluit te betwisten overeenkomstig artikel 25 en van de consequenties van niet-nakoming van de verplichtingen die bij het besluit worden opgelegd. |
Or. it
Amendement 226
Cornelia Ernst, Martina Anderson, Barbara Spinelli
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
8. De lidstaten vermelden in elk overeenkomstig dit artikel genomen besluit de feitelijke en, indien van toepassing, de wettelijke redenen ervan. Verzoekers worden onverwijld schriftelijk in kennis gesteld, in een taal die zij verstaan of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij deze verstaan, van de vaststelling van een dergelijk besluit, van de procedures om het besluit te betwisten overeenkomstig artikel 25 en van de consequenties van niet-nakoming van de verplichtingen die bij het besluit worden opgelegd. | 8. De lidstaten vermelden in elk overeenkomstig dit artikel genomen besluit de feitelijke en, indien van toepassing, de wettelijke redenen ervan. Verzoekers worden onverwijld schriftelijk in kennis gesteld, in de officiële taal van de lidstaat en in een taal die zij verstaan, van de vaststelling van een dergelijk besluit, van de procedures om het besluit te betwisten overeenkomstig artikel 25 en van de consequenties van niet-nakoming van de verplichtingen die bij het besluit worden opgelegd. |
Or. en
Amendement 227
Heinz K. Becker
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
8. De lidstaten vermelden in elk overeenkomstig dit artikel genomen besluit de feitelijke en, indien van toepassing, de wettelijke redenen ervan. Verzoekers worden onverwijld schriftelijk in kennis gesteld, in een taal die zij verstaan of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij deze verstaan, van de vaststelling van een dergelijk besluit, van de procedures om het besluit te betwisten overeenkomstig artikel 25 en van de consequenties van niet-nakoming van de verplichtingen die bij het besluit worden opgelegd. | 8. De lidstaten vermelden in elk overeenkomstig lid 2 genomen besluit de feitelijke en, indien van toepassing, de wettelijke redenen ervan. Verzoekers worden onverwijld schriftelijk in kennis gesteld, in een taal die zij verstaan of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij deze verstaan, van de vaststelling van een dergelijk besluit, van de procedures om het besluit te betwisten overeenkomstig artikel 25 en van de consequenties van niet-nakoming van de verplichtingen die bij het besluit worden opgelegd. |
Or. en
Amendement 228
Kati Piri, Elly Schlein, Juan Fernando López Aguilar, Péter Niedermüller, Maria Grapini, Tanja Fajon, Anna Hedh, Cécile Kashetu Kyenge
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De lidstaten houden een persoon niet in bewaring om de enkele reden dat hij een verzoeker is. | 1. De lidstaten houden een persoon niet in bewaring om de enkele reden dat hij een verzoeker is of enkel op basis van de nationaliteit van een verzoeker. |
Or. en
Motivering
De nationaliteit van een verzoeker mag niet de enkele reden zijn voor het in bewaring houden van die verzoeker.
Amendement 229
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. Minderjarigen mogen in geen enkel geval in bewaring worden genomen. |
Or. it
Motivering
Dit amendement is nodig met het oog op de samenhang met andere gewijzigde tekstdelen en om duidelijk te maken dat minderjarigen in geen enkele omstandigheid in bewaring mogen worden genomen.
Amendement 230
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 1 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 ter. Elk besluit dat leidt tot het in bewaring nemen van verzoekers moet door de rechterlijke instantie worden genomen; |
Or. it
Motivering
Ook dit artikel moet worden gewijzigd om te zorgen voor een coherente tekst, omdat andere delen van de tekst zo worden gewijzigd dat elk besluit dat leidt tot de bewaring van asielzoekers moet worden genomen door een rechterlijke instantie.
Amendement 231
Cornelia Ernst, Martina Anderson, Barbara Spinelli
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. Verzoekers worden niet in bewaring gehouden voordat de beoordeling van hun bijzondere opvangbehoeften overeenkomstig artikel 21 is uitgevoerd. |
Or. en
Motivering
Deze aanvulling dient om de door de Commissie ingevoerde wijzigingen op het nieuwe artikel 21 door te voeren, waarin wordt bepaald dat de beoordeling systematisch moet worden uitgevoerd. Dit amendement volgt de logica van de in artikel 21 ingevoerde veranderingen en is in dit opzicht noodzakelijk.
Amendement 232
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Een verzoeker mag alleen in bewaring worden gehouden: | 3. Een verzoeker mag met name in bewaring worden gehouden: |
Or. de
Motivering
Wij hebben ontvankelijke amendementen op basis van het subsidiariteitsbeginsel ingediend die onlosmakelijk verband houden met de amendementen in de witte delen van de tekst die ook gestoeld zijn op het subsidiariteitsbeginsel. Het zou niet logisch zijn om dit beginsel uitsluitend op de grijze delen van de tekst toe te passen.
Amendement 233
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Een verzoeker mag alleen in bewaring worden gehouden: | 3. Een verzoeker wordt alleen in bewaring gehouden: |
Or. en
Motivering
De lidstaten moeten gebonden zijn door de wetgeving om in specifieke gevallen bewaring toe te passen.
Amendement 234
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 3 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
a) om zijn identiteit of nationaliteit vast te stellen of na te gaan; | a) om zijn identiteit of nationaliteit vast te stellen of na te gaan of wanneer de door de verzoeker verstrekte informatie over zijn identiteit of nationaliteit onjuist blijkt te zijn; |
Or. en
Motivering
De vervalsing van persoonsgegevens moet worden ontmoedigd door daadwerkelijke consequenties.
Amendement 235
Cornelia Ernst, Martina Anderson, Barbara Spinelli
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 3 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
c) om te zorgen dat de verzoeker de hem bij een individueel besluit als bedoeld in artikel 7, lid 2, opgelegde juridische verplichtingen nakomt, ingeval de verzoeker niet aan die verplichtingen heeft voldaan en het risico bestaat dat de verzoeker onderduikt. | Schrappen |
Or. en
Amendement 236
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 3 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
c) om te zorgen dat de verzoeker de hem bij een individueel besluit als bedoeld in artikel 7, lid 2, opgelegde juridische verplichtingen nakomt, ingeval de verzoeker niet aan die verplichtingen heeft voldaan en het risico bestaat dat de verzoeker onderduikt. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Deze reden houdt geen verband met het naleven van een duidelijke en precieze verplichting van de verzoeker, zoals vereist door artikel 5, lid 1, onder b), van het EVRM en artikel 6 van het Handvest. Deze reden impliceert bovendien dat bewaring een bestraffend karakter heeft, wat ook in strijd is met artikel 5, lid 1, onder b), van het EVRM en artikel 6 van het Handvest.
Amendement 237
József Nagy
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 3 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
c) om te zorgen dat de verzoeker de hem bij een individueel besluit als bedoeld in artikel 7, lid 2, opgelegde juridische verplichtingen nakomt, ingeval de verzoeker niet aan die verplichtingen heeft voldaan en het risico bestaat dat de verzoeker onderduikt. | c) om te zorgen dat de verzoeker de verplichting nakomt om op het grondgebied te blijven van de verantwoordelijke lidstaat wanneer er een risico bestaat dat de verzoeker onderduikt. |
Or. en
Amendement 238
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 3 – alinea 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
d) om in het kader van een grensprocedure als bedoeld in artikel [41] van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures] een beslissing te nemen over het recht van de verzoeker om het grondgebied te betreden; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Bewaring om deze reden kan niet het doel van het "voorkomen van illegale binnenkomst" dienen en zou daarom in strijd zijn met artikel 5, lid 1, onder f), van het EVRM. De mogelijkheid om een verzoeker in bewaring te houden terwijl een beslissing wordt genomen over "het recht van de verzoeker om het grondgebied te betreden" zou niet in overeenstemming zijn met artikel 5, lid 1, onder b) en f), van het EVRM.
Amendement 239
Cornelia Ernst, Martina Anderson, Barbara Spinelli
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 3 – alinea 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
d) om in het kader van een grensprocedure als bedoeld in artikel [41] van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures] een beslissing te nemen over het recht van de verzoeker om het grondgebied te betreden; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Dit wordt geschrapt met het oog op de samenhang met de door de Commissie ingevoerde wijzigingen op het nieuwe artikel 21, waarin wordt bepaald dat de beoordeling van de al dan niet bestaande bijzondere behoeften van een verzoeker systematisch en zo vroeg mogelijk moet worden uitgevoerd. Dit amendement volgt de logica van de in artikel 21 ingevoerde wijzigingen en is in dit opzicht noodzakelijk, aangezien met de bestaande tekst een verzoeker in bewaring mag worden genomen voorafgaande aan de beoordeling, wat kan leiden tot een inreisverbod/beperking van de bewaring.
Amendement 240
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 3 – alinea 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
e) indien hij ter voorbereiding van de terugkeer en/of ter uitvoering van het verwijderingsproces in bewaring wordt gehouden in het kader van een terugkeerprocedure uit hoofde van Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad35, en de betrokken lidstaat op basis van objectieve criteria kan aantonen dat de betrokkene reeds de mogelijkheid van toegang tot de asielprocedure heeft gehad en er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de betrokkene het verzoek om internationale bescherming louter indient om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen; | e) indien hij ter voorbereiding van de terugkeer en/of ter uitvoering van het verwijderingsproces in bewaring wordt gehouden in het kader van een terugkeerprocedure uit hoofde van Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad35, of de betrokken lidstaat op basis van objectieve criteria kan aantonen dat de betrokkene reeds de mogelijkheid van toegang tot de asielprocedure heeft gehad en er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de betrokkene het verzoek om internationale bescherming louter indient om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen; |
__________________ | __________________ |
35 Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 343 van 23 december 2011, blz. 98). | 35 Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 343 van 23 december 2011, blz. 98). |
Or. en
Motivering
De onnodige juridische belemmeringen voor de terugkeer moeten worden weggenomen.
Amendement 241
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De lidstaten zorgen ervoor dat in het nationale recht regels worden vastgesteld over alternatieven voor bewaring, zoals het zich regelmatig melden bij de overheid, het stellen van een borgsom of een verplichting om op een bepaalde plaats te blijven. | 4. De lidstaten zorgen ervoor dat in het nationale recht regels worden vastgesteld over alternatieven voor bewaring, zoals het zich regelmatig melden bij de overheid, het stellen van een borgsom, het gebruik van elektronische enkelband of een verplichting om op een bepaalde plaats te blijven. |
Or. en
Motivering
Elektronische enkelbanden bieden de lidstaten een kosteneffectief instrument om de verzoekers op doeltreffende wijze in de gaten te houden.
Amendement 242
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Administratieve procedures die verband houden met de in artikel 8, lid 3, genoemde redenen voor bewaring, worden met de nodige zorgvuldigheid uitgevoerd. Vertraging in de administratieve procedure die niet aan de verzoeker kan worden toegeschreven, is geen reden om de bewaring te laten voortduren. | Administratieve procedures die verband houden met de in artikel 8, lid 3, genoemde redenen voor bewaring, worden met de nodige zorgvuldigheid uitgevoerd. |
Or. en
Motivering
De bewaring moet voortduren zolang de redenen voor bewaring, zoals bedoeld in artikel 8, lid 3, bestaan.
Amendement 243
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Bewaring wordt schriftelijk bevolen door rechterlijke of bestuurlijke instanties. In het bevel tot bewaring worden de feitelijke en juridische gronden vermeld waarop het gebaseerd is. | 2. Bewaring wordt schriftelijk bevolen door rechterlijke instanties. In het bevel tot bewaring worden de feitelijke en juridische gronden vermeld waarop het gebaseerd is. |
Or. it
Motivering
Ook dit artikel moet worden gewijzigd om te zorgen voor een coherente tekst, omdat artikel 8 zo wordt gewijzigd dat elk besluit dat leidt tot de bewaring van asielzoekers moet worden genomen door een rechterlijke instantie.
Amendement 244
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wanneer de bewaring wordt bevolen door een administratieve instantie, zorgen de lidstaten er ambtshalve of op verzoek van de verzoeker voor dat de rechtmatigheid van de bewaring door de rechter met spoed wordt getoetst. Indien de rechtmatigheid van de bewaring ambtshalve wordt getoetst, wordt het besluit daartoe zo spoedig mogelijk bij aanvang van de bewaring genomen. Indien de verzoeker om toetsing verzoekt, wordt het besluit tot toetsing van de rechtmatigheid zo spoedig mogelijk na de aanvang van de betrokken procedures genomen. Te dien einde stellen de lidstaten in hun nationale recht een termijn vast binnen welke de rechterlijke toetsing ambtshalve en/of de rechterlijke toetsing op verzoek van de verzoeker moet worden uitgevoerd. | Schrappen |
Indien de toetsing ertoe leidt dat de bewaring als niet rechtmatig beoordeeld wordt, wordt de betrokken verzoeker onmiddellijk vrijgelaten. |
|
Or. en
Motivering
De lidstaten moeten niet worden belast met een vereiste om te voorzien in een rechterlijke toetsing wanneer de bewaring door een administratieve instantie is bevolen.
Amendement 245
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wanneer de bewaring wordt bevolen door een administratieve instantie, zorgen de lidstaten er ambtshalve of op verzoek van de verzoeker voor dat de rechtmatigheid van de bewaring door de rechter met spoed wordt getoetst. Indien de rechtmatigheid van de bewaring ambtshalve wordt getoetst, wordt het besluit daartoe zo spoedig mogelijk bij aanvang van de bewaring genomen. Indien de verzoeker om toetsing verzoekt, wordt het besluit tot toetsing van de rechtmatigheid zo spoedig mogelijk na de aanvang van de betrokken procedures genomen. Te dien einde stellen de lidstaten in hun nationale recht een termijn vast binnen welke de rechterlijke toetsing ambtshalve en/of de rechterlijke toetsing op verzoek van de verzoeker moet worden uitgevoerd. | Schrappen |
Indien de toetsing ertoe leidt dat de bewaring als niet rechtmatig beoordeeld wordt, wordt de betrokken verzoeker onmiddellijk vrijgelaten. |
|
Or. it
Motivering
Ook dit artikel moet worden gewijzigd om te zorgen voor een coherente tekst, omdat artikel 8 zo wordt gewijzigd dat elk besluit dat leidt tot de bewaring van asielzoekers moet worden genomen door een rechterlijke instantie.
Amendement 246
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 3 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Wanneer de bewaring wordt bevolen door een administratieve instantie, zorgen de lidstaten er ambtshalve of op verzoek van de verzoeker voor dat de rechtmatigheid van de bewaring door de rechter met spoed wordt getoetst. Indien de rechtmatigheid van de bewaring ambtshalve wordt getoetst, wordt het besluit daartoe zo spoedig mogelijk bij aanvang van de bewaring genomen. Indien de verzoeker om toetsing verzoekt, wordt het besluit tot toetsing van de rechtmatigheid zo spoedig mogelijk na de aanvang van de betrokken procedures genomen. Te dien einde stellen de lidstaten in hun nationale recht een termijn vast binnen welke de rechterlijke toetsing ambtshalve en/of de rechterlijke toetsing op verzoek van de verzoeker moet worden uitgevoerd. | Schrappen |
Or. it
Motivering
Ook dit artikel moet worden gewijzigd om te zorgen voor een coherente tekst, omdat artikel 8 zo wordt gewijzigd dat elk besluit dat leidt tot de bewaring van asielzoekers moet worden genomen door een rechterlijke instantie.
Amendement 247
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 3 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Indien de toetsing ertoe leidt dat de bewaring als niet rechtmatig beoordeeld wordt, wordt de betrokken verzoeker onmiddellijk vrijgelaten. | Schrappen |
Or. it
Motivering
Ook dit artikel moet worden gewijzigd om te zorgen voor een coherente tekst, omdat artikel 8 zo wordt gewijzigd dat elk besluit dat leidt tot de bewaring van asielzoekers moet worden genomen door een rechterlijke instantie.
Amendement 248
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De bewaring wordt, op verzoek van de verzoeker en/of ambtshalve, met redelijke tussenpozen door een rechterlijke instantie opnieuw bezien, in het bijzonder wanneer het om een bewaring van langere duur gaat of wanneer zich nieuwe omstandigheden voordoen of nieuwe informatie beschikbaar komt die van invloed kunnen zijn op de rechtmatigheid van de bewaring. | 5. De bewaring wordt, op verzoek van de verzoeker en/of ambtshalve, met redelijke tussenpozen door een rechterlijke instantie opnieuw bezien, in het bijzonder wanneer zich nieuwe omstandigheden voordoen of nieuwe informatie beschikbaar komt die van invloed kunnen zijn op de rechtmatigheid van de bewaring. |
Or. en
Motivering
Een lange periode van bewaring kan op zichzelf niet worden beschouwd als specifieke reden voor een rechterlijke toetsing.
Amendement 249
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 6 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Bij de in lid 3 bedoelde rechterlijke toetsing van het bevel tot bewaring zorgen de lidstaten ervoor dat verzoekers toegang hebben tot gratis rechtsbijstand en vertegenwoordiging. Dit omvat ten minste de voorbereiding van de vereiste proceduredocumenten en het verschijnen voor de rechterlijke instantie namens de verzoeker. | Bij de in lid 3 bedoelde rechterlijke toetsing van het bevel tot bewaring zorgen de lidstaten ervoor dat verzoekers kunnen verzoeken om gratis rechtsbijstand en vertegenwoordiging. Dit omvat ten minste de voorbereiding van de vereiste proceduredocumenten en het verschijnen voor de rechterlijke instantie namens de verzoeker. |
Or. en
Motivering
Een automatische toegang tot gratis rechtsbijstand is niet verenigbaar met de doelstellingen van deze richtlijn.
Amendement 250
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 7 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. De lidstaten kunnen tevens bepalen dat gratis rechtsbijstand en vertegenwoordiging alleen worden verstrekt: | 7. De lidstaten bepalen tevens dat gratis rechtsbijstand en vertegenwoordiging alleen worden verstrekt: |
Or. en
Motivering
Gratis rechtsbijstand wordt alleen in duidelijk gedefinieerde gevallen verstrekt.
Amendement 251
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 7 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
a) aan personen die niet over voldoende middelen beschikken; en/of | a) aan personen die niet over voldoende middelen beschikken; |
Or. en
Motivering
Dit moet de enige reden voor gratis rechtsbijstand zijn.
Amendement 252
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 7 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
b) door juridisch adviseurs of andere raadslieden die in het nationale recht specifiek zijn aangewezen om verzoekers bij te staan en te vertegenwoordigen. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Deze voorwaarde is niet nodig voor het waarborgen van de wettelijke bescherming van verzoekers.
Amendement 253
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 8 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
8. Tevens kunnen de lidstaten: | 8. De lidstaten doen tevens het volgende: |
Or. en
Motivering
Er moeten duidelijke grenzen zijn aan de omvang van de gratis rechtsbijstand.
Amendement 254
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 9
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
9. De lidstaten kunnen om gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de betaalde kosten verzoeken wanneer de financiële situatie van de verzoeker aanzienlijk is verbeterd, of indien de beslissing om deze kosten te betalen was genomen op basis van onjuiste informatie van de verzoeker. | 9. De lidstaten verzoeken om gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de betaalde kosten wanneer de financiële situatie van de verzoeker aanzienlijk is verbeterd, of indien de beslissing om deze kosten te betalen was genomen op basis van onjuiste informatie van de verzoeker. |
Or. en
Motivering
Een sterkere bewoording is noodzakelijk om verzoekers ervan te weerhouden valse informatie te verstrekken.
Amendement 255
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De lidstaten zorgen ervoor dat familieleden, juridisch adviseurs of raadslieden en vertegenwoordigers van relevante, door de betrokken lidstaat erkende niet-gouvernementele organisaties contact kunnen onderhouden met verzoekers en hen kunnen bezoeken in omstandigheden waarin de privacy wordt geëerbiedigd. De toegang tot de bewaringsaccommodatie mag alleen worden beperkt indien dit volgens het nationale recht objectief noodzakelijk is voor de veiligheid, de openbare orde of het administratieve beheer van de bewaringsaccommodatie, mits de toegang hierdoor niet ernstig wordt belemmerd of onmogelijk wordt gemaakt. | 4. De lidstaten zorgen ervoor dat familieleden, juridisch adviseurs en raadslieden contact kunnen onderhouden met verzoekers en hen kunnen bezoeken in omstandigheden waarin de privacy wordt geëerbiedigd. De toegang tot de bewaringsaccommodatie mag alleen worden beperkt indien dit volgens het nationale recht objectief noodzakelijk is voor de veiligheid, de openbare orde of het administratieve beheer van de bewaringsaccommodatie, mits de toegang hierdoor niet ernstig wordt belemmerd of onmogelijk wordt gemaakt. |
Or. en
Motivering
De acties van veel ngo's belemmeren de doeltreffende uitvoering van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel en daarom moeten ngo's buiten de asielprocedure worden gehouden.
Amendement 256
Cornelia Ernst, Martina Anderson, Barbara Spinelli
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Ingeval verzoekers met bijzondere opvangbehoeften in bewaring worden gehouden, zorgen de lidstaten ervoor dat zij regelmatig worden gecontroleerd en de bijstand krijgen die gezien hun specifieke situatie en hun gezondheid noodzakelijk is. | Ingeval verzoekers met bijzondere opvangbehoeften in bewaring worden gehouden, zorgen de lidstaten ervoor dat zij regelmatig worden gecontroleerd en de bijstand krijgen die gezien hun specifieke situatie en hun fysieke en geestelijke gezondheid noodzakelijk is. |
Or. en
Motivering
Dit is een verduidelijking die onlosmakelijk verband houdt met de definitie van verzoekers met bijzondere opvangbehoeften, waaruit volgt dat die verzoekers kunnen lijden aan psychologische problemen. Bepalingen die eenvoudigweg verband houden met de fysieke gezondheid of die in dat opzicht ambigu zijn, zouden derhalve nutteloos zijn.
Amendement 257
Elly Schlein
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Ingeval verzoekers met bijzondere opvangbehoeften in bewaring worden gehouden, zorgen de lidstaten ervoor dat zij regelmatig worden gecontroleerd en de bijstand krijgen die gezien hun specifieke situatie en hun gezondheid noodzakelijk is. | Ingeval kwetsbare personen in bewaring worden gehouden, zorgen de lidstaten ervoor dat zij regelmatig worden gecontroleerd en de bijstand krijgen die gezien hun specifieke situatie en hun gezondheid noodzakelijk is. |
Or. en
Amendement 258
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Bewaring van minderjarigen is een maatregel die pas in laatste instantie wordt genomen en nadat is gebleken dat andere, minder dwingende maatregelen, niet doeltreffend kunnen worden toegepast. Deze bewaring moet zo kort mogelijk zijn en alles moet in het werk worden gesteld om de bewaring op te heffen en de minderjarige te plaatsen in een voor minderjarigen geschikte accommodatie. | Schrappen |
Or. it
Motivering
Ook dit deel van de tekst moet worden gewijzigd om aan te sluiten op artikel 8, lid 1 bis, waarin wordt gesteld dat minderjarige asielzoekers in geen geval in bewaring mogen worden geplaatst in afwachting van hun asielprocedure.
Amendement 259
Salvatore Domenico Pogliese, Alessandra Mussolini
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Bewaring van minderjarigen is een maatregel die pas in laatste instantie wordt genomen en nadat is gebleken dat andere, minder dwingende maatregelen, niet doeltreffend kunnen worden toegepast. Deze bewaring moet zo kort mogelijk zijn en alles moet in het werk worden gesteld om de bewaring op te heffen en de minderjarige te plaatsen in een voor minderjarigen geschikte accommodatie. | Bewaring van kinderen is verboden. Dit doet echter geen afbreuk aan het strafrecht van de lidstaat. |
Or. en
Motivering
Met dit amendement wordt beoogd de bewaring van kinderen in het kader van de uitvoering van de richtlijn opvangvoorzieningen te verbieden, maar hierin wordt tegelijkertijd gespecificeerd dat in gevallen waarin kinderen misdaden plegen, zij nog steeds kunnen worden gestraft volgens de nationale wetgeving.
Amendement 260
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Bewaring van minderjarigen is een maatregel die pas in laatste instantie wordt genomen en nadat is gebleken dat andere, minder dwingende maatregelen, niet doeltreffend kunnen worden toegepast. Deze bewaring moet zo kort mogelijk zijn en alles moet in het werk worden gesteld om de bewaring op te heffen en de minderjarige te plaatsen in een voor minderjarigen geschikte accommodatie. | Bewaring van minderjarigen is een maatregel die pas in laatste instantie wordt genomen en nadat is gebleken dat andere, minder dwingende maatregelen, niet doeltreffend kunnen worden toegepast. |
Or. en
Motivering
Ongerechtvaardigde beperkingen van het gebruik van bewaring kunnen niet in stand worden gehouden.
Amendement 261
Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Hilde Vautmans, Vilija Blinkevičiūtė, Julie Ward, Luigi Morgano, Salvatore Domenico Pogliese, Alessandra Mussolini, Brando Benifei, Damiano Zoffoli, Nathalie Griesbeck
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Bewaring van minderjarigen is een maatregel die pas in laatste instantie wordt genomen en nadat is gebleken dat andere, minder dwingende maatregelen, niet doeltreffend kunnen worden toegepast. Deze bewaring moet zo kort mogelijk zijn en alles moet in het werk worden gesteld om de bewaring op te heffen en de minderjarige te plaatsen in een voor minderjarigen geschikte accommodatie. | Minderjarigen worden niet in bewaring genomen. De lidstaten brengen minderjarigen en gezinnen met minderjarigen in plaats daarvan onder op niet tot vrijheidsbeneming strekkende plaatsen in de gemeenschap terwijl hun immigratiestatus wordt bepaald. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is erop gericht deze richtlijn af te stemmen op het VRK van de VN door ervoor te zorgen dat de belangen van het kind in acht worden genomen door de bewaring van kinderen in het kader van deze richtlijn te verbieden. De bewaring van minderjarigen is nooit in hun belang.
Amendement 262
Sophia in 't Veld
namens de ALDE-Fractie
Kati Piri, Tanja Fajon
namens de S&D-Fractie
Cornelia Ernst
namens de GUE/NGL-Fractie
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Sylvie Guillaume, Miltiadis Kyrkos, Anna Hedh, Juan Fernando López Aguilar, Elly Schlein, Christine Revault D'Allonnes Bonnefoy, Cecilia Wikström, Barbara Spinelli, Miriam Dalli, Péter Niedermüller, Nathalie Griesbeck, Anna Maria Corazza Bildt
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Bewaring van minderjarigen is een maatregel die pas in laatste instantie wordt genomen en nadat is gebleken dat andere, minder dwingende maatregelen, niet doeltreffend kunnen worden toegepast. Deze bewaring moet zo kort mogelijk zijn en alles moet in het werk worden gesteld om de bewaring op te heffen en de minderjarige te plaatsen in een voor minderjarigen geschikte accommodatie. | Bewaring van kinderen is verboden. De lidstaten voorzien in passende zorgvoorzieningen en programma's in de gemeenschap om te zorgen voor de adequate opvang van kinderen en hun families. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is erop gericht deze richtlijn af te stemmen op het VRK van de VN door ervoor te zorgen dat de belangen van het kind in acht worden genomen door de bewaring van kinderen in het kader van deze richtlijn te verbieden. Amendementen die gericht zijn op het verbieden van de bewaring van minderjarigen houden onlosmakelijk verband met ontvankelijke amendementen van het ontwerpverslag die gericht zijn op het versterken van de voorwaarden met betrekking tot vrijheidsberoving en met het verbeteren van de bepalingen met betrekking tot de behandeling van kwetsbare personen, met inbegrip van minderjarigen.
Amendement 263
Sophia in 't Veld
namens de ALDE-Fractie
Kati Piri
namens de S&D-Fractie
Cornelia Ernst
namens de GUE/NGL-Fractie
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Sylvie Guillaume, Miltiadis Kyrkos, Anna Hedh, Juan Fernando López Aguilar, Elly Schlein, Christine Revault D'Allonnes Bonnefoy, Cecilia Wikström, Barbara Spinelli, Miriam Dalli, Péter Niedermüller, Caterina Chinnici, Nathalie Griesbeck
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Het belang van het kind, als bedoeld in artikel 22, lid 2, moet voorop staan bij de lidstaten. | Het belang van het kind, als bedoeld in artikel 22, lid 2, moet voorop staan bij de lidstaten. De passende zorgvoorzieningen en opvangmaatregelen voor kinderen en hun families worden binnen de gemeenschap verstrekt, zijn zo min mogelijk ingrijpend en eerbiedigen het recht op privacy en een gezinsleven. |
Or. en
Motivering
Amendementen die gericht zijn op het verbieden van de bewaring van minderjarigen houden onlosmakelijk verband met ontvankelijke amendementen van het ontwerpverslag die gericht zijn op het versterken van de voorwaarden met betrekking tot vrijheidsberoving en met het verbeteren van de bepalingen met betrekking tot de behandeling van kwetsbare personen, met inbegrip van minderjarigen.
Amendement 264
Sophia in 't Veld
namens de ALDE-Fractie
Kati Piri, Tanja Fajon
namens de S&D-Fractie
Cornelia Ernst
namens de GUE/NGL-Fractie
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Sylvie Guillaume, Miltiadis Kyrkos, Anna Hedh, Juan Fernando López Aguilar, Elly Schlein, Christine Revault D'Allonnes Bonnefoy, Cecilia Wikström, Barbara Spinelli, Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Nathalie Griesbeck
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 2 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Het recht van in bewaring gehouden minderjarigen op onderwijs moet worden gewaarborgd en zij moeten kunnen deelnemen aan vrijetijdsactiviteiten, met inbegrip van spel- en recreatieactiviteiten die passen bij hun leeftijd. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Amendementen die gericht zijn op het verbieden van de bewaring van minderjarigen houden onlosmakelijk verband met ontvankelijke amendementen van het ontwerpverslag die gericht zijn op het versterken van de voorwaarden met betrekking tot vrijheidsberoving en met het verbeteren van de bepalingen met betrekking tot de behandeling van kwetsbare personen, met inbegrip van minderjarigen.
Amendement 265
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 2 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Het recht van in bewaring gehouden minderjarigen op onderwijs moet worden gewaarborgd en zij moeten kunnen deelnemen aan vrijetijdsactiviteiten, met inbegrip van spel- en recreatieactiviteiten die passen bij hun leeftijd. | Schrappen |
Or. it
Motivering
Ook dit deel van de tekst moet worden gewijzigd om aan te sluiten op artikel 8, lid 1 bis, waarin wordt gesteld dat minderjarige asielzoekers in geen geval in bewaring mogen worden geplaatst in afwachting van hun asielprocedure.
Amendement 266
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 2 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Het recht van in bewaring gehouden minderjarigen op onderwijs moet worden gewaarborgd en zij moeten kunnen deelnemen aan vrijetijdsactiviteiten, met inbegrip van spel- en recreatieactiviteiten die passen bij hun leeftijd. | In bewaring gehouden minderjarigen moeten kunnen deelnemen aan activiteiten die passen bij hun leeftijd. |
Or. en
Motivering
Toegang tot onderwijs en vrijetijdsactiviteiten tijdens de bewaring zorgen voor een te grote last voor de lidstaten.
Amendement 267
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 3 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Niet-begeleide minderjarigen worden alleen in uitzonderlijke omstandigheden in bewaring gehouden. Alles wordt in het werk gesteld om de bewaring van niet-begeleide minderjarigen zo spoedig mogelijk op te heffen. | Schrappen |
Or. it
Motivering
Ook dit deel van de tekst moet worden gewijzigd om aan te sluiten op artikel 8, lid 1 bis, waarin wordt gesteld dat minderjarige asielzoekers in geen geval in bewaring mogen worden geplaatst in afwachting van hun asielprocedure.
Amendement 268
Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Hilde Vautmans, Vilija Blinkevičiūtė, Julie Ward, Luigi Morgano, Brando Benifei, Damiano Zoffoli, Nathalie Griesbeck
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 3 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Niet-begeleide minderjarigen worden alleen in uitzonderlijke omstandigheden in bewaring gehouden. Alles wordt in het werk gesteld om de bewaring van niet-begeleide minderjarigen zo spoedig mogelijk op te heffen. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Amendementen die gericht zijn op het verbieden van de bewaring van minderjarigen houden onlosmakelijk verband met ontvankelijke amendementen van het ontwerpverslag die gericht zijn op het versterken van de voorwaarden met betrekking tot vrijheidsberoving en met het verbeteren van de bepalingen met betrekking tot de behandeling van kwetsbare personen, met inbegrip van minderjarigen.
Amendement 269
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 3 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Niet-begeleide minderjarigen worden alleen in uitzonderlijke omstandigheden in bewaring gehouden. Alles wordt in het werk gesteld om de bewaring van niet-begeleide minderjarigen zo spoedig mogelijk op te heffen. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Veel niet-begeleide minderjarigen bevinden zich niet feitelijk in een kwetsbare positie, omdat zij bijna volwassen zijn met 16 of 17, waardoor deze vereiste ongegrond is.
Amendement 270
Sophia in 't Veld
namens de ALDE-Fractie
Kati Piri, Tanja Fajon
namens de S&D-Fractie
Cornelia Ernst
namens de GUE/NGL-Fractie
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Sylvie Guillaume, Miltiadis Kyrkos, Anna Hedh, Juan Fernando López Aguilar, Elly Schlein, Christine Revault D'Allonnes Bonnefoy, Cecilia Wikström, Barbara Spinelli, Péter Niedermüller, Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Nathalie Griesbeck
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 3 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Niet-begeleide minderjarigen worden alleen in uitzonderlijke omstandigheden in bewaring gehouden. Alles wordt in het werk gesteld om de bewaring van niet-begeleide minderjarigen zo spoedig mogelijk op te heffen. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Amendementen die gericht zijn op het verbieden van de bewaring van minderjarigen houden onlosmakelijk verband met ontvankelijke amendementen van het ontwerpverslag die gericht zijn op het versterken van de voorwaarden met betrekking tot vrijheidsberoving en met het verbeteren van de bepalingen met betrekking tot de behandeling van kwetsbare personen, met inbegrip van minderjarigen.
Amendement 271
Laura Ferrara, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 3 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Niet-begeleide minderjarigen worden nooit in een gevangenis in bewaring gehouden. | Schrappen |
Or. it
Motivering
Ook dit deel van de tekst moet worden gewijzigd om aan te sluiten op artikel 8, lid 1 bis, waarin wordt gesteld dat minderjarige asielzoekers in geen geval in bewaring mogen worden geplaatst in afwachting van hun asielprocedure.
Amendement 272
Sophia in 't Veld
namens de ALDE-Fractie
Kati Piri, Tanja Fajon
namens de S&D-Fractie
Cornelia Ernst
namens de GUE/NGL-Fractie
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Sylvie Guillaume, Miltiadis Kyrkos, Anna Hedh, Juan Fernando López Aguilar, Elly Schlein, Christine Revault D'Allonnes Bonnefoy, Cecilia Wikström, Barbara Spinelli, Miriam Dalli, Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Nathalie Griesbeck
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 3 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Niet-begeleide minderjarigen worden nooit in een gevangenis in bewaring gehouden. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Amendementen die gericht zijn op het verbieden van de bewaring van minderjarigen houden onlosmakelijk verband met ontvankelijke amendementen van het ontwerpverslag die gericht zijn op het versterken van de voorwaarden met betrekking tot vrijheidsberoving en met het verbeteren van de bepalingen met betrekking tot de behandeling van kwetsbare personen, met inbegrip van minderjarigen.
Amendement 273
Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Hilde Vautmans, Vilija Blinkevičiūtė, Julie Ward, Luigi Morgano, Brando Benifei, Damiano Zoffoli, Nathalie Griesbeck
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 3 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Niet-begeleide minderjarigen worden nooit in een gevangenis in bewaring gehouden. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Amendementen die gericht zijn op het verbieden van de bewaring van minderjarigen houden onlosmakelijk verband met ontvankelijke amendementen van het ontwerpverslag die gericht zijn op het versterken van de voorwaarden met betrekking tot vrijheidsberoving en met het verbeteren van de bepalingen met betrekking tot de behandeling van kwetsbare personen, met inbegrip van minderjarigen.
Amendement 274
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 3 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Niet-begeleide minderjarigen worden nooit in een gevangenis in bewaring gehouden. | Niet-begeleide minderjarigen dienen niet in een gevangenis in bewaring te worden gehouden wanneer dit redelijkerwijs kan worden voorkomen. |
Or. en
Motivering
Het moet niet categorisch worden verboden om niet-begeleide minderjarigen in een gevangenis onder te brengen als accommodatie.
Amendement 275
Sophia in 't Veld
namens de ALDE-Fractie
Kati Piri, Tanja Fajon
namens de S&D-Fractie
Cornelia Ernst
namens de GUE/NGL-Fractie
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Sylvie Guillaume, Miltiadis Kyrkos, Anna Hedh, Juan Fernando López Aguilar, Elly Schlein, Christine Revault D'Allonnes Bonnefoy, Cecilia Wikström, Barbara Spinelli, Miriam Dalli, Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Nathalie Griesbeck
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 3 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Zij worden zoveel als mogelijk ondergebracht in instellingen met personeel dat rekening houdt met de rechten en noden van personen van hun leeftijd en faciliteiten die zijn aangepast aan niet-begeleide minderjarigen. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Amendementen die gericht zijn op het verbieden van de bewaring van minderjarigen houden onlosmakelijk verband met ontvankelijke amendementen van het ontwerpverslag die gericht zijn op het versterken van de voorwaarden met betrekking tot vrijheidsberoving en met het verbeteren van de bepalingen met betrekking tot de behandeling van kwetsbare personen, met inbegrip van minderjarigen.
Amendement 276
Sophia in 't Veld
namens de ALDE-Fractie
Kati Piri, Tanja Fajon
namens de S&D-Fractie
Cornelia Ernst
namens de GUE/NGL-Fractie
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Sylvie Guillaume, Miltiadis Kyrkos, Anna Hedh, Juan Fernando López Aguilar, Elly Schlein, Christine Revault D'Allonnes Bonnefoy, Cecilia Wikström, Barbara Spinelli, Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Nathalie Griesbeck
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 3 – alinea 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Ingeval niet-begeleide minderjarigen toch in bewaring worden gehouden, zorgen de lidstaten ervoor dat zij afgescheiden van volwassenen worden gehuisvest. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Amendementen die gericht zijn op het verbieden van de bewaring van minderjarigen houden onlosmakelijk verband met ontvankelijke amendementen van het ontwerpverslag die gericht zijn op het versterken van de voorwaarden met betrekking tot vrijheidsberoving en met het verbeteren van de bepalingen met betrekking tot de behandeling van kwetsbare personen, met inbegrip van minderjarigen.
Amendement 277
Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Hilde Vautmans, Vilija Blinkevičiūtė, Julie Ward, Luigi Morgano, Brando Benifei, Damiano Zoffoli, Nathalie Griesbeck
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 3 – alinea 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Ingeval niet-begeleide minderjarigen toch in bewaring worden gehouden, zorgen de lidstaten ervoor dat zij afgescheiden van volwassenen worden gehuisvest. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Amendementen die gericht zijn op het verbieden van de bewaring van minderjarigen houden onlosmakelijk verband met ontvankelijke amendementen van het ontwerpverslag die gericht zijn op het versterken van de voorwaarden met betrekking tot vrijheidsberoving en met het verbeteren van de bepalingen met betrekking tot de behandeling van kwetsbare personen, met inbegrip van minderjarigen.
Amendement 278
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. In bewaring gehouden gezinnen moeten kunnen beschikken over een afzonderlijke leefruimte die voldoende privacy garandeert. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het is praktisch onmogelijk om altijd te voorzien in afzonderlijke leefruimten voor in bewaring gehouden gezinnen.
Amendement 279
Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Hilde Vautmans, Vilija Blinkevičiūtė, Julie Ward, Luigi Morgano, Brando Benifei, Damiano Zoffoli, Nathalie Griesbeck
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. In bewaring gehouden gezinnen moeten kunnen beschikken over een afzonderlijke leefruimte die voldoende privacy garandeert. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Amendementen die gericht zijn op het verbieden van de bewaring van minderjarigen houden onlosmakelijk verband met ontvankelijke amendementen van het ontwerpverslag die gericht zijn op het versterken van de voorwaarden met betrekking tot vrijheidsberoving en met het verbeteren van de bepalingen met betrekking tot de behandeling van kwetsbare personen, met inbegrip van minderjarigen.
Amendement 280
Sophia in 't Veld
namens de ALDE-Fractie
Kati Piri, Tanja Fajon
namens de S&D-Fractie
Cornelia Ernst
namens de GUE/NGL-Fractie
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Sylvie Guillaume, Miltiadis Kyrkos, Anna Hedh, Juan Fernando López Aguilar, Elly Schlein, Christine Revault D'Allonnes Bonnefoy, Cecilia Wikström, Barbara Spinelli, Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Nathalie Griesbeck
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. In bewaring gehouden gezinnen moeten kunnen beschikken over een afzonderlijke leefruimte die voldoende privacy garandeert. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Amendementen die gericht zijn op het verbieden van de bewaring van minderjarigen houden onlosmakelijk verband met ontvankelijke amendementen van het ontwerpverslag die gericht zijn op het versterken van de voorwaarden met betrekking tot vrijheidsberoving en met het verbeteren van de bepalingen met betrekking tot de behandeling van kwetsbare personen, met inbegrip van minderjarigen.
Amendement 281
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 5 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten zorgen ervoor dat in bewaring gehouden vrouwelijke verzoekers afgescheiden van de mannelijke verzoekers worden gehuisvest, tenzij het om gezinsleden gaat en alle betrokkenen ermee instemmen niet-gescheiden te worden gehuisvest. | De lidstaten zorgen ervoor dat in bewaring gehouden mannelijke en vrouwelijke verzoekers gescheiden worden gehuisvest, tenzij zij gezinsleden zijn en alle betrokkenen ermee instemmen niet-gescheiden te worden gehuisvest. |
Or. en
Motivering
De herformulering benadrukt de gelijke rechten van beide geslachten.
Amendement 282
Sophia in 't Veld
namens de ALDE-Fractie
Kati Piri, Tanja Fajon
namens de S&D-Fractie
Cornelia Ernst
namens de GUE/NGL-Fractie
Bodil Valero
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Sylvie Guillaume, Miltiadis Kyrkos, Anna Hedh, Juan Fernando López Aguilar, Elly Schlein, Christine Revault D'Allonnes Bonnefoy, Cecilia Wikström, Barbara Spinelli, Miriam Dalli, Péter Niedermüller, Caterina Chinnici, Nathalie Griesbeck
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. In naar behoren gemotiveerde gevallen mogen de lidstaten voor een zo kort mogelijke, redelijke termijn afwijken van de derde alinea van lid 2, lid 4, en de eerste alinea van lid 5, wanneer de verzoeker in bewaring wordt gehouden aan een grenspost of in een transitzone, tenzij het gaat om de in artikel 41 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures] bedoelde gevallen. | 6. In naar behoren gemotiveerde gevallen mogen de lidstaten voor een zo kort mogelijke, redelijke termijn afwijken van de eerste alinea van lid 5, wanneer de verzoeker in bewaring wordt gehouden aan een grenspost of in een transitzone. |
Or. en
Motivering
Amendementen die gericht zijn op het verbieden van de bewaring van minderjarigen houden onlosmakelijk verband met ontvankelijke amendementen van het ontwerpverslag die gericht zijn op het versterken van de voorwaarden met betrekking tot vrijheidsberoving en met het verbeteren van de bepalingen met betrekking tot de behandeling van kwetsbare personen, met inbegrip van minderjarigen. Dit amendement houdt bovendien onlosmakelijk verband met het ontvankelijke amendement van de rapporteur op artikel 8, lid 3, onder d) (AM 31 van het ontwerpverslag).
Amendement 283
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. In naar behoren gemotiveerde gevallen mogen de lidstaten voor een zo kort mogelijke, redelijke termijn afwijken van de derde alinea van lid 2, lid 4, en de eerste alinea van lid 5, wanneer de verzoeker in bewaring wordt gehouden aan een grenspost of in een transitzone, tenzij het gaat om de in artikel 41 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures] bedoelde gevallen. | 6. In naar behoren gemotiveerde gevallen mogen de lidstaten voor een zo kort mogelijke, redelijke termijn afwijken van de derde alinea van lid 2 en de eerste alinea van lid 5, wanneer de verzoeker in bewaring wordt gehouden aan een grenspost of in een transitzone, tenzij het gaat om de in artikel 41 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures] bedoelde gevallen. |
Or. en
Motivering
Niet-begeleide minderjarigen zijn vaak jonge mannen, een bevolkingsgroep waarbij vaker dan gemiddeld sprake is van omstandigheden die bewaring vereisen. Uit praktisch oogpunt moet het dus mogelijk zijn om niet-begeleide minderjarigen in laatste instantie in bewaring te nemen in een gevangenis, aangezien hun rechten geen voorrang mogen krijgen boven de rechten van anderen op veiligheid en zekerheid.
Amendement 284
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 12 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten nemen passende maatregelen om in de mate van het mogelijke de eenheid van het gezin zoals aanwezig op zijn grondgebied te bewaren indien deze lidstaat zorg draagt voor de huisvesting van de verzoekers. Deze maatregelen worden uitgevoerd met instemming van de verzoekers. | De lidstaten nemen passende maatregelen om in de mate van het mogelijke de eenheid van de verzoeker en zijn gezinsleden zoals aanwezig op zijn grondgebied te bewaren indien deze lidstaat zorg draagt voor de huisvesting van de verzoekers. |
Or. de
Motivering
Dit is een juridische verduidelijking in verband met de definities. Zie hierboven in artikel 2.
Amendement 285
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 13 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten kunnen om redenen van volksgezondheid verzoekers een medisch onderzoek laten ondergaan. | De lidstaten kunnen, met name om redenen van volksgezondheid, verzoekers een medisch onderzoek laten ondergaan. |
Or. de
Motivering
Wij hebben ontvankelijke amendementen op basis van het subsidiariteitsbeginsel ingediend die onlosmakelijk verband houden met de amendementen in de witte delen van de tekst die ook zijn gebaseerd op het subsidiariteitsbeginsel. Het zou niet logisch zijn om dit beginsel uitsluitend op de grijze delen van de tekst toe te passen.
Amendement 286
Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Hilde Vautmans, Vilija Blinkevičiūtė, Julie Ward, Luigi Morgano, Bodil Valero, Brando Benifei, Damiano Zoffoli, Nathalie Griesbeck, Jean Lambert
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten bieden minderjarige kinderen van verzoekers en minderjarige verzoekers toegang tot onderwijs onder vergelijkbare omstandigheden als hun eigen onderdanen zolang een eventueel tegen hen of hun ouders gerichte verwijderingsmaatregel niet daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Dit onderwijs kan in opvangcentra gegeven worden. | De lidstaten bieden minderjarige kinderen van verzoekers en minderjarige verzoekers toegang tot onderwijs onder dezelfde omstandigheden als hun eigen onderdanen gedurende de volledige duur van hun verblijf op het grondgebied van de lidstaat. Dit onderwijs kan, als tijdelijke maatregel, totdat wordt gezorgd voor toegang tot nationale onderwijsstelsels, in opvangcentra gegeven worden. |
Or. en
Motivering
De woorden "vergelijkbare omstandigheden" kunnen leiden tot segregatie in het onderwijs. Artikel 14, lid 3, voorziet reeds in de mogelijkheid om andere regelingen te treffen in het geval hetgeen in lid 1 wordt beschreven niet mogelijk is.
Amendement 287
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten bieden minderjarige kinderen van verzoekers en minderjarige verzoekers toegang tot onderwijs onder vergelijkbare omstandigheden als hun eigen onderdanen zolang een eventueel tegen hen of hun ouders gerichte verwijderingsmaatregel niet daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Dit onderwijs kan in opvangcentra gegeven worden. | De lidstaten mogen minderjarige verzoekers toegang tot onderwijs onder vergelijkbare omstandigheden als hun eigen onderdanen en inwoners aanbieden totdat een beslissing over hun asielverzoek wordt genomen. Dit onderwijs kan in opvangcentra gegeven worden. |
Or. en
Motivering
Het is niet gerechtvaardigd om het toepassingsgebied van dit artikel uit te breiden tot kinderen van verzoekers, aangezien het toepassingsgebied van de richtlijn overeenkomstig artikel 3, lid 1, beperkt is tot de verzoekers om internationale bescherming. Wat het verlenen van toegang tot de onderwijsstelsels van de lidstaten betreft, zou de voorkeur moeten worden gegeven aan een flexibelere aanpak, rekening houdend met bijvoorbeeld de taalvaardigheden van de verzoekers en om hun te voorzien van beter afgestemd onderwijs. Het plaatsen van verzoekers in klaslokalen waarin een andere taal wordt gesproken is niet in hun voordeel, maar een potentiële bron van sociale problemen.
Amendement 288
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten bieden minderjarige kinderen van verzoekers en minderjarige verzoekers toegang tot onderwijs onder vergelijkbare omstandigheden als hun eigen onderdanen zolang een eventueel tegen hen of hun ouders gerichte verwijderingsmaatregel niet daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Dit onderwijs kan in opvangcentra gegeven worden. | De lidstaten mogen minderjarige kinderen van verzoekers en minderjarige verzoekers toegang tot onderwijs bieden onder passende omstandigheden zolang een eventueel tegen hen of hun ouders gerichte verwijderingsmaatregel niet daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Dit onderwijs kan in opvangcentra gegeven worden. |
Or. en
Motivering
Wij hebben ontvankelijke amendementen op basis van het subsidiariteitsbeginsel ingediend die onlosmakelijk verband houden met de amendementen in de witte delen van de tekst die ook gestoeld zijn op het subsidiariteitsbeginsel. Het zou niet logisch zijn om dit beginsel uitsluitend op de grijze delen van de tekst toe te passen.
Amendement 289
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – lid 1 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten kunnen geen personen uit het voortgezet onderwijs weren alleen omdat zij meerderjarig zijn geworden. | De lidstaten mogen geen personen uit het voortgezet onderwijs weren alleen omdat zij meerderjarig zijn geworden. |
Or. en
Motivering
Wij hebben ontvankelijke amendementen op basis van het subsidiariteitsbeginsel ingediend die onlosmakelijk verband houden met de amendementen in de witte delen van de tekst die ook gestoeld zijn op het subsidiariteitsbeginsel. Het zou niet logisch zijn om dit beginsel uitsluitend op de grijze delen van de tekst toe te passen.
Amendement 290
Beatrix von Storch
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – lid 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Minderjarigen moeten uiterlijk na drie maanden, te rekenen vanaf de datum waarop door of namens de minderjarige een verzoek om internationale bescherming is ingediend, toegang krijgen tot het onderwijsstelsel. | (Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Or. en
Motivering
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)
Amendement 291
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – lid 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Minderjarigen moeten uiterlijk na drie maanden, te rekenen vanaf de datum waarop door of namens de minderjarige een verzoek om internationale bescherming is ingediend, toegang krijgen tot het onderwijsstelsel. | Indien toegekend, moeten minderjarigen uiterlijk na drie maanden, te rekenen vanaf de datum waarop door of namens de minderjarige een verzoek om internationale bescherming is ingediend, toegang krijgen tot het onderwijs. |
Or. en
Motivering
Een automatische toegang tot het onderwijsstelsel voor minderjarige verzoekers zou leiden tot te veel druk op de lidstaten en zou de sociale samenhang op scholen in gevaar kunnen brengen.
Amendement 292
Cornelia Ernst, Martina Anderson, Barbara Spinelli
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – lid 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Minderjarigen moeten uiterlijk na drie maanden, te rekenen vanaf de datum waarop door of namens de minderjarige een verzoek om internationale bescherming is ingediend, toegang krijgen tot het onderwijsstelsel. | Minderjarigen moeten uiterlijk na een maand, te rekenen vanaf het moment waarop door de minderjarige een verzoek om internationale bescherming is gedaan, toegang krijgen tot het onderwijsstelsel. |
Or. en
Motivering
Dit volgt uit de logica van artikel 22.
Amendement 293
Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Hilde Vautmans, Vilija Blinkevičiūtė, Julie Ward, Luigi Morgano, Bodil Valero, Brando Benifei, Damiano Zoffoli, Nathalie Griesbeck
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – lid 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Minderjarigen moeten uiterlijk na drie maanden, te rekenen vanaf de datum waarop door of namens de minderjarige een verzoek om internationale bescherming is ingediend, toegang krijgen tot het onderwijsstelsel. | Minderjarigen moeten uiterlijk na een maand, te rekenen vanaf de datum waarop door of namens de minderjarige een verzoek om internationale bescherming is ingediend, toegang krijgen tot het onderwijsstelsel. |
Or. en
Motivering
Een vroege toegang tot het onderwijsstelsel kan kinderen helpen weer een gevoel van normaliteit te krijgen en bevordert de integratie. Om deze redenen moet zo snel mogelijk en uiterlijk na een maand na indiening van een verzoek om internationale bescherming door of namens de minderjarige worden gezorgd voor toegang tot het onderwijsstelsel.
Amendement 294
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – lid 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Indien nodig worden voorbereidende lessen, met inbegrip van taallessen, aangeboden aan minderjarigen om de toegang tot en de deelname aan het in lid 1 bedoelde onderwijsstelsel te vergemakkelijken. | Indien nodig mogen voorbereidende lessen, met inbegrip van taallessen, worden aangeboden aan minderjarigen om de toegang tot en de deelname aan het in lid 1 bedoelde onderwijsstelsel te vergemakkelijken. |
Or. en
Motivering
Voorbereidende lessen moeten slechts worden aangeboden wanneer dit haalbaar wordt geacht door de lidstaten.
Amendement 295
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 14 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wanneer toegang tot het onderwijsstelsel als bedoeld in lid 1 onmogelijk is in verband met de specifieke situatie van de minderjarige, biedt de betrokken lidstaat overeenkomstig het nationale recht en de nationale praktijk andere onderwijsfaciliteiten aan. | 3. Wanneer toegang tot het onderwijs als bedoeld in lid 1 onmogelijk is in verband met de specifieke situatie van de minderjarige, mag de betrokken lidstaat overeenkomstig het nationale recht en de nationale praktijk andere onderwijsfaciliteiten aanbieden. |
Or. en
Motivering
De lidstaten moet worden toegestaan geen onderwijsdiensten aan te bieden wanneer dit vanwege omstandigheden buiten hun controle ligt.