Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
2016/0132(COD)
3.3.2017
AMENDEMENTEN
272 - 455
Ontwerpverslag
Monica Macovei
(PE597.620v02-00)
Instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EU) nr. 604/2013, voor de identificatie van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land of staatloze en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving (herschikking)
Voorstel voor een verordening
( COM(2016)0272 – C8-0179/2016 – 2016/0132(COD) )
AM_Com_LegReport
Amendement 272
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek, Hilde Vautmans
Voorstel voor een verordening
Hoofdstuk 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| HOOFDSTUK II bis: ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN OF STAATLOZEN VOOR WIE EEN LIDSTAAT VOORNEMENS IS EEN HERVESTIGINGSPROCEDURE UIT TE VOEREN |
| Artikel 12 bis: Verzameling en toezending van vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens |
| 1. Elke lidstaat neemt onverwijld de vingerafdrukken van alle vingers en maakt een gezichtsopname van elke onderdaan van een derde land of staatloze van zes jaar of ouder voor wie de lidstaat voornemens is een hervestigingsprocedure uit te voeren en zendt deze gegevens zo spoedig mogelijk toe aan het centraal systeem na de registratie van de persoon die is bedoeld in artikel 10, lid 2, van Verordening XXX/XXX, samen met de andere in artikel 10 van deze verordening vermelde gegevens. |
| Als de lidstaten nalaten om vingerafdrukken te nemen van alle vingers en een gezichtsopname te maken op het moment van registratie, betekent dit niet dat zij zijn ontslagen van hun verplichting de vingerafdrukken te nemen en de gezichtsopname te maken en toe te zenden aan het centraal systeem. Wanneer het als gevolg van de toestand van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een passende vergelijking in de zin van artikel 26 mogelijk te maken, neemt de lidstaat van oorsprong opnieuw de vingerafdrukken van de verzoeker en zendt hij deze zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur nadat zij met succes zijn genomen, opnieuw toe. |
| 2. Wanneer de vingerafdrukken van een onderdaan van een derde land of een staatloze voor wie een lidstaat voornemens is een hervestigingsprocedure uit te voeren, niet kunnen worden genomen of zijn gezichtsopname niet kan worden gemaakt als gevolg van maatregelen ter bescherming van de gezondheid van die persoon of van de volksgezondheid, nemen de lidstaten, in afwijking van lid 1, deze vingerafdrukken en maken zij een gezichtsopname en zenden zij deze toe, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur nadat die gezondheidsredenen zijn weggevallen. |
| 3. De vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens, alsook de andere gegevens die zijn vermeld in artikel 10, lid 2, van Verordening XXX/XXX, kunnen ook worden verzameld en toegezonden door deskundigen van het Asielagentschap van de Europese Unie bij het uitoefenen van hun taken in overeenstemming met de verordening betreffende het Asielagentschap. |
| Artikel 12 ter. Opslag van gegevens |
| Slechts de volgende gegevens worden in het centraal systeem opgeslagen: |
| a) vingerafdrukgegevens; |
| b) een gezichtsopname; |
| c) achterna(a)m(en) en voorna(a)m(en), na(a)m(en) bij geboorte en voorheen gebruikte namen, alsmede eventuele aliassen, die afzonderlijk mogen worden ingevoerd; |
| d) nationaliteit(en); |
| e) geboorteplaats en -datum; |
| f) lidstaat van oorsprong, plaats en datum van registratie; |
| g) geslacht; |
| h) in voorkomend geval, soort en nummer van het identiteits- of reisdocument; drielettercode van het land van afgifte en geldigheidsduur; |
| i) referentienummer dat door de lidstaat van oorsprong wordt gebruikt; |
| j) datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen en/of de gezichtsopname is gemaakt; |
| k) datum waarop de gegevens aan het centraal systeem zijn toegezonden; |
| l) gebruikersidentificatie van de operator. |
Or. fr
Motivering
Recast: la création de ce nouveau chapitre se justifie par la proposition d’inclure dans Eurodac les ressortissants de pays tiers et les apatrides pour lesquels un Etat membre entend exécuter une procédure de réinstallation conformément au règlement XXX/XXX. L'article 10 dudit règlement prévoit que les États membres enregistrent les données des personnes qu’ils entendent réinstaller et les stockent ensuite. Il n’est pas précisé dans quelle base de données celles-ci sont enregistrées. Il est donc proposé de les enregistrer directement dans Eurodac afin qu’elles puissent bénéficier des garanties offertes par le présent règlement et qu’elles soient soumises au même régime que les données des autres bénéficiaires de protection internationale. Cet enregistrement permettra aussi de pouvoir déterminer l’État membre de réinstallation et ce, afin de contrôler les mouvements secondaires comme cela est avancé par la Commission dans sa proposition.
Amendement 273
Malin Björk, Barbara Spinelli, Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Hoofdstuk 3 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
IN VERBAND MET ILLEGALE BUITENGRENSOVERSOVERSCHRIJDING AANGEHOUDEN ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN OF STAATLOZEN | Schrappen |
Or. en
Motivering
In many cases, asylum seekers who enter the EU in an irregular manner are first fingerprinted as irregular border crossers. When they formally lodge a claim for international protection, they are fingerprinted again as applicants for international protection. Double fingerprinting could lead to an excessive interference into the right to respect for private life enshrined in Article 7 of the Charter and Article 8 of the European Convention on Human Rights (ECHR). It could also create situations of tensions leading to the use of coercive measures to enforce fingerprinting.Moreover, the EU legislator should carefully assess the necessity and proportionality of centrally storing the name, surname, nationality, date and place of birth, as well as information on the travel document of an applicant for international protection for a period as long as 10 years. To reduce risk of abuse, the EU legislator should consider blocking the personal data of international protection applicants listed in Article 13 (2) (c)-(e) and (h) of the proposal until the international protection claim is rejected in the final instance that these are not automatically visible in case of a Eurodac match. Where such data are needed to achieve the objectives laid down in Article 1 (1) (a) and (c) of the proposed recast Eurodac Regulation, it should be exchanged bilaterally between Member States as it is currently the case under Regulation (EU) No. 603/2013.
Amendement 274
Malin Björk, Barbara Spinelli, Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[...] | Schrappen |
Or. en
Motivering
In many cases, asylum seekers who enter the EU in an irregular manner are first fingerprinted as irregular border crossers. When they formally lodge a claim for international protection, they are fingerprinted again as applicants for international protection. Double fingerprinting could lead to an excessive interference into the right to respect for private life enshrined in Article 7 of the Charter and Article 8 of the European Convention on Human Rights (ECHR). It could also create situations of tensions leading to the use of coercive measures to enforce fingerprinting.Moreover, the EU legislator should carefully assess the necessity and proportionality of centrally storing the name, surname, nationality, date and place of birth, as well as information on the travel document of an applicant for international protection for a period as long as 10 years. To reduce risk of abuse, the EU legislator should consider blocking the personal data of international protection applicants listed in Article 13 (2) (c)-(e) and (h) of the proposal until the international protection claim is rejected in the final instance that these are not automatically visible in case of a Eurodac match. Where such data are needed to achieve the objectives laid down in Article 1 (1) (a) and (c) of the proposed recast Eurodac Regulation, it should be exchanged bilaterally between Member States as it is currently the case under Regulation (EU) No. 603/2013.
Amendement 275
Sylvia-Yvonne Kaufmann, Josef Weidenholzer, Vilija Blinkevičiūtė, Péter Niedermüller, Kati Piri, Maria Grapini, Juan Fernando López Aguilar
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Elke lidstaat neemt onverwijld de vingerafdrukken van alle vingers en maakt een gezichtsopname van elke onderdaan van een derde land of staatloze van zes jaar of ouder die, komende uit een derde land, door de bevoegde controleautoriteiten van een lidstaat is aangehouden in verband met het illegaal over land, over zee of door de lucht overschrijden van de grens van die lidstaat, en die niet is teruggezonden of die fysiek op het grondgebied van de lidstaten blijft en niet in afzondering of bewaring wordt gehouden gedurende de gehele periode tussen de aanhouding en de verwijdering op grond van de beslissing hem terug te zenden. | 1. Elke lidstaat neemt onverwijld de vingerafdrukken van alle vingers en maakt een gezichtsopname van elke onderdaan van een derde land of staatloze van zes jaar of ouder die, komende uit een derde land, door de bevoegde controleautoriteiten van een lidstaat is aangehouden in verband met het illegaal over land, over zee of door de lucht overschrijden van de grens van die lidstaat, en die niet is teruggezonden of die fysiek op het grondgebied van de lidstaten blijft en niet in afzondering of bewaring wordt gehouden gedurende de gehele periode tussen de aanhouding en de verwijdering op grond van de beslissing hem terug te zenden. Het nemen van vingerafdrukken en maken van gezichtsopnamen van kinderen is in het bijzonder voor het doeleinde in artikel 1, lid 1, onder c bis). |
Or. en
Motivering
Dit amendement houdt rechtstreeks verband met de wijziging van de leeftijd van 14 naar 6 jaar, zoals voorgesteld door de Commissie in dit artikel.
Amendement 276
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Elke lidstaat neemt onverwijld de vingerafdrukken van alle vingers en maakt een gezichtsopname van elke onderdaan van een derde land of staatloze van zes jaar of ouder die, komende uit een derde land, door de bevoegde controleautoriteiten van een lidstaat is aangehouden in verband met het illegaal over land, over zee of door de lucht overschrijden van de grens van die lidstaat, en die niet is teruggezonden of die fysiek op het grondgebied van de lidstaten blijft en niet in afzondering of bewaring wordt gehouden gedurende de gehele periode tussen de aanhouding en de verwijdering op grond van de beslissing hem terug te zenden. | 1. Elke lidstaat neemt onverwijld de vingerafdrukken van alle vingers van elke onderdaan van een derde land of staatloze van achttien jaar of ouder die, komende uit een derde land, door de bevoegde controleautoriteiten van een lidstaat is aangehouden in verband met het illegaal over land, over zee of door de lucht overschrijden van de grens van die lidstaat, en die niet is teruggezonden of die fysiek op het grondgebied van de lidstaten blijft en niet in afzondering of bewaring wordt gehouden gedurende de gehele periode tussen de aanhouding en de verwijdering op grond van de beslissing hem terug te zenden. |
Or. en
Motivering
Dit amendement houdt verband met de invoeging van het nieuwe lid 1 bis (nieuw) aan dit artikel, dat minderjarige slachtoffers van mensenhandel beter moet beschermen en de identificatie en bescherming van kinderen die vermist raken, moet ondersteunen.
Amendement 277
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. Elke lidstaat neemt onverwijld, voor het doeleinde in artikel 1, lid 1, onder c bis), de vingerafdrukken van alle vingers en maakt een gezichtsopname van elke minderjarige onderdaan van een derde land van zes jaar of ouder die, komende uit een derde land, door de bevoegde controleautoriteiten van een lidstaat is aangehouden in verband met het illegaal over land, over zee of door de lucht overschrijden van de grens van die lidstaat, en die fysiek op het grondgebied van de lidstaten blijft. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is nodig om in overeenstemming te blijven met de grondgedachte van de tekst, met name de bescherming van minderjarige slachtoffers van mensenhandel en steun bij de identificatie en bescherming van niet-begeleide kinderen die vermist raken, verdwijnen of weglopen, zoals de Europese Commissie in haar toelichting bij de voorgestelde herschikking van de Eurodac-verordening heeft benadrukt. Om te voldoen aan artikelen 7, 8 en 24 van het Handvest, kan de verwerking van biometrische gegevens van kinderen van amper zes jaar alleen worden gerechtvaardigd als de verwerking uitdrukkelijk de bescherming van een kind beoogt.
Amendement 278
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
b) een gezichtsopname; | b) een gezichtsopname indien de betrokkene een minderjarige is; |
Or. en
Amendement 279
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 2 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
c) achterna(a)m(en) en voorna(a)m(en), na(a)m(en) bij geboorte en voorheen gebruikte namen, alsmede eventuele aliassen, die afzonderlijk mogen worden ingevoerd; | c) achterna(a)m(en) en voorna(a)m(en), na(a)m(en) bij geboorte en voorheen gebruikte namen; |
Or. en
Amendement 280
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 2 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
d) nationaliteit(en); | Schrappen |
Or. en
Amendement 281
Sylvia-Yvonne Kaufmann, Josef Weidenholzer, Vilija Blinkevičiūtė, Péter Niedermüller, Kati Piri, Maria Grapini, Juan Fernando López Aguilar, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 2 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
d) nationaliteit(en); | d) nationaliteit(en) of veronderstelde of aangegeven nationaliteit of status als staatloze in overeenstemming met artikel 1, lid 1, van het Verdrag van 1954 betreffende de status van staatlozen; |
Or. en
Amendement 282
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 2 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
e) geboorteplaats en -datum; | Schrappen |
Or. en
Amendement 283
Sylvia-Yvonne Kaufmann, Josef Weidenholzer, Vilija Blinkevičiūtė, Péter Niedermüller, Kati Piri, Maria Grapini, Juan Fernando López Aguilar, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 2 – letter g bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| g bis) gegevens over de familiebanden van minderjarigen, zoals namen van gezinsleden en begeleiders of andere desbetreffende informatie die nuttig kan zijn om het gezin op te sporen en te herenigen; |
Or. en
Motivering
As the European Commission highlighted in its explanatory memorandum accompanying the proposed Eurodac recast, the lowering of the minimum age from 14 years to 6 years in Article 10(1) et al. should serve in order to protect child victims of trafficking and support the identification and protection of unaccompanied children. In order to comply with Article 7, 8 and 24 of the EU Charter of Fundamental Rights the processing of childrens' biometric data could be only justified by a child protection purpose. Therefore this amendment is directly linked to the changes which the Commission proposed.
Amendement 284
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 2 – letter h
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
h) soort en nummer van het identiteits- of reisdocument; drielettercode van het land van afgifte en geldigheidsduur; | Schrappen |
Or. en
Amendement 285
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek, Hilde Vautmans
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 2 – letter i bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| i bis) een terugkeerbesluit of verwijderingsmaatregel van de lidstaat van oorsprong; |
Or. fr
Motivering
Herschikking: Teneinde de samenwerking tussen de lidstaten bij het beheer van irreguliere migratie te verbeteren, is het nodig om voor illegaal verblijvende onderdanen het nummer van het asielverzoek en het type verwijderingsmaatregel toe te voegen die is genomen door de lidstaat die de gegevens in Eurodac invoert.
Amendement 286
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 2 – letter m
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
m) in voorkomend geval overeenkomstig lid 6 de datum waarop de betrokken persoon het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten of daarvan is verwijderd. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Dit moet in het SIS worden geregistreerd. Resterende gegevens in Eurodac nadat de persoon is vertrokken of teruggekeerd, moeten worden gewist.
Amendement 287
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 5 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Wanneer het als gevolg van maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de aangehouden persoon of van de volksgezondheid niet mogelijk is diens vingerafdrukken te nemen en een gezichtsopname te maken, neemt de betrokken lidstaat, in afwijking van lid 1, deze vingerafdrukken en maakt hij een gezichtsopname en zendt hij deze zo spoedig mogelijk toe, maar uiterlijk 48 uur nadat die gezondheidsredenen zijn weggevallen. | Wanneer het als gevolg van maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de aangehouden persoon of van de volksgezondheid niet mogelijk is diens vingerafdrukken te nemen, een gezichtsopname te maken, of beide te doen, neemt de betrokken lidstaat, in afwijking van lid 1, deze vingerafdrukken, maakt hij een gezichtsopname of doet hij beide, en zendt hij deze zo spoedig mogelijk toe, maar uiterlijk 48 uur nadat die gezondheidsredenen zijn weggevallen. |
Or. en
Amendement 288
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. zodra de lidstaat van oorsprong garandeert dat de betrokken persoon van wie de gegevens overeenkomstig lid 1 in Eurodac zijn opgeslagen, het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten op grond van een terugkeerbesluit of een verwijderingsmaatregel, werkt hij zijn overeenkomstig lid 2 opgeslagen gegevens betreffende de betrokken persoon bij door toevoeging van de datum waarop de persoon is verwijderd of het grondgebied heeft verlaten. | 6. zodra de verantwoordelijke lidstaat garandeert dat de betrokken persoon van wie de gegevens overeenkomstig lid 1 in Eurodac zijn opgeslagen, een verblijfsvergunning heeft gekregen of het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten op grond van een terugkeerbesluit of een verwijderingsmaatregel, wist hij zijn overeenkomstig lid 2 opgeslagen gegevens betreffende de betrokken persoon. |
Or. en
Amendement 289
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. Ook leden van de Europese grens[- en kust]wachtteams mogen vingerafdrukken nemen en vingerafdrukgegevens doorzenden, wanneer zij taken uitvoeren en bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de [verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2007/2004, Verordening (EG) nr. 863/2007 en Besluit 2005/267/EG van de Raad]. | 7. Vingerafdrukken worden genomen en vingerafdrukgegevens worden doorgezonden door asieldeskundigen van de lidstaten die een specifieke opleiding hebben gekregen op het gebied van grondrechten, het recht op asiel en het omgaan met de bijzondere behoeften van kwetsbare migranten, waaronder kinderen. |
Or. en
Amendement 290
Sylvia-Yvonne Kaufmann, Josef Weidenholzer, Vilija Blinkevičiūtė, Péter Niedermüller, Kati Piri, Maria Grapini, Juan Fernando López Aguilar
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. Ook leden van de Europese grens[- en kust]wachtteams mogen vingerafdrukken nemen en vingerafdrukgegevens doorzenden, wanneer zij taken uitvoeren en bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de [verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2007/2004, Verordening (EG) nr. 863/2007 en Besluit 2005/267/EG van de Raad]. | 7. Ook leden van de Europese grens[- en kust]wachtteams mogen vingerafdrukken nemen en een gezichtsopname maken en vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens doorzenden, wanneer zij taken uitvoeren en bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de [verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2007/2004, Verordening (EG) nr. 863/2007 en Besluit 2005/267/EG van de Raad]. |
Or. en
Amendement 291
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Hoofdstuk 4 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN OF STAATLOZEN DIE ILLEGAAL IN EEN LIDSTAAT BLIJKEN TE VERBLIJVEN | Schrappen |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ontvankelijk want het is onlosmakelijk verbonden met de ontvankelijke amendementen tot schrapping van artikel 14, leden 1, 2, 4, 5 en 6.
Amendement 292
Malin Björk, Barbara Spinelli, Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Hoofdstuk 4 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN OF STAATLOZEN DIE ILLEGAAL IN EEN LIDSTAAT BLIJKEN TE VERBLIJVEN | ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN OF STAATLOZEN DIE IRREGULIER IN EEN LIDSTAAT BLIJKEN TE VERBLIJVEN |
Or. en
Motivering
Houdt verband met het amendement betreffende de definitie in artikel 3, lid 1, onder d). Dit amendement is in de hele tekst van toepassing.
Amendement 293
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[...] | Schrappen |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ontvankelijk want het is onlosmakelijk verbonden met de ontvankelijke amendementen tot schrapping van artikel 14, leden 1, 2, 4, 5 en 6.
Amendement 294
Sylvia-Yvonne Kaufmann, Josef Weidenholzer, Vilija Blinkevičiūtė, Péter Niedermüller, Kati Piri, Maria Grapini, Juan Fernando López Aguilar
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Elke lidstaat neemt onverwijld de vingerafdrukken van alle vingers en maakt een gezichtsopname van elke onderdaan van een derde land of staatloze van zes jaar of ouder die illegaal op zijn grondgebied blijkt te verblijven. | 1. Elke lidstaat neemt onverwijld de vingerafdrukken van alle vingers en maakt een gezichtsopname van elke onderdaan van een derde land of staatloze van zes jaar of ouder die illegaal op zijn grondgebied blijkt te verblijven. Het nemen van vingerafdrukken en maken van gezichtsopnamen van kinderen is in het bijzonder voor het doeleinde van artikel 1, lid 1, onder c bis). |
Or. en
Motivering
Dit amendement houdt rechtstreeks verband met de wijziging van de leeftijd van 14 naar 6 jaar, zoals voorgesteld door de Commissie in dit artikel.
Amendement 295
Malin Björk, Barbara Spinelli, Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. Teneinde na te gaan of een onderdaan van een derde land of een staatloze die irregulier op het grondgebied van een lidstaat verblijft, reeds eerder in een andere lidstaat een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend, kan elke lidstaat vingerafdrukgegevens met betrekking tot die onderdaan van een derde land of die staatloze, van veertien jaar of ouder, samen met het door die lidstaat gebruikte referentienummer aan het centraal systeem toezenden. |
Or. en
Motivering
Amendement om lid 1 van het huidige artikel 14 recht te zetten.
Amendement 296
Malin Björk, Barbara Spinelli, Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
b) een gezichtsopname; | Schrappen |
Or. en
Amendement 297
Sylvia-Yvonne Kaufmann, Josef Weidenholzer, Vilija Blinkevičiūtė, Péter Niedermüller, Kati Piri, Maria Grapini, Juan Fernando López Aguilar, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
d) nationaliteit(en); | d) nationaliteit(en) of veronderstelde of aangegeven nationaliteit of status als staatloze in overeenstemming met artikel 1, lid 1, van het Verdrag van 1954 betreffende de status van staatlozen; |
Or. en
Amendement 298
Sylvia-Yvonne Kaufmann, Josef Weidenholzer, Vilija Blinkevičiūtė, Péter Niedermüller, Kati Piri, Maria Grapini, Juan Fernando López Aguilar, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2 – letter g bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| g bis) gegevens over de familiebanden van minderjarigen, zoals namen van gezinsleden en begeleiders of andere desbetreffende informatie die nuttig kan zijn om het gezin op te sporen en te herenigen. |
Or. en
Motivering
As the European Commission highlighted in its explanatory memorandum accompanying the proposed Eurodac recast, the lowering of the minimum age from 14 years to 6 years in Article 10(1) et al. should serve in order to protect child victims of trafficking and support the identification and protection of unaccompanied children. In order to comply with Article 7, 8 and 24 of the EU Charter of Fundamental Rights the processing of childrens' biometric data could be only justified by a child protection purpose. Therefore this amendment is directly linked to the changes which the Commission proposed.
Amendement 299
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek, Hilde Vautmans
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2 – letter i bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| i bis) een terugkeerbesluit of verwijderingsmaatregel van de lidstaat van oorsprong; |
Or. fr
Motivering
Teneinde de samenwerking tussen de lidstaten bij het beheer van irreguliere migratie te verbeteren, is het nodig om voor illegaal verblijvende onderdanen het nummer van het asielverzoek en het type verwijderingsmaatregel toe te voegen die is genomen door de lidstaat die de gegevens in Eurodac invoert.
Amendement 300
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek, Hilde Vautmans
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. Wanneer illegaal verblijvende onderdanen van een derde land zijn binnengekomen na de buitengrens van het Schengengebied legaal te hebben overschreden en de toegestane verblijfsduur met niet meer dan 15 dagen overschrijden, kan de lidstaat afwijken van de verplichtingen die voortvloeien uit de leden 1 en 2 van onderhavig artikel. |
Or. fr
Motivering
Les données de ressortissant de pays tiers en séjour irrégulier seront enregistrées pour une période de 5 ans dans Eurodac. C'est pourquoi, les personnes qui sont entrée légalement sur le territoire de l'UE et qui font l'objet d'un dépassement très court de la durée de séjour autorisée et pour lesquels soit un retour volontaire est imminent soit une procédure de régularisation est cours et qu'ils ne présentent aucun risque de fuite, les Etats membres devrait disposer d'une marge d'appréciation et leur octroyer un délai raisonnable pour quitter le territoire ou se régulariser avant d'enregistrer leur données pour une si longue durée. Il convient donc que pour les personnes entré illégalement sur le territoire d'un Etat membre, ces données soient directement enregistrées dans Eurodac mais que pour celles entré légalement un délai raisonnable de 15 jours leur soit laissé.
Amendement 301
Sylvia-Yvonne Kaufmann, Josef Weidenholzer, Vilija Blinkevičiūtė, Péter Niedermüller, Juan Fernando López Aguilar, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. Wanneer irregulier verblijvende onderdanen van een derde land zijn binnengekomen na de buitengrens van het Schengengebied legaal te hebben overschreden en de toegestane verblijfsduur met niet meer dan 15 dagen overschrijden, kan de lidstaat afwijken van de verplichtingen die voortvloeien uit de leden 1 en 2. |
Or. en
Motivering
Dit amendement houdt rechtstreeks verband met artikel 14 van het voorstel van de Commissie. De uitbreiding van het toepassingsgebied tot "onderdanen van derde landen of staatlozen die illegaal in een lidstaat verblijven" moet vergezeld gaan van garanties voor gevallen waarin een persoon de EU legaal is binnengekomen, maar door mogelijk onopzettelijke redenen zijn/haar bezoek met enkele dagen overschrijdt.
Amendement 302
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De vingerafdrukgegevens van een onderdaan van een derde land of een staatloze als bedoeld in lid 1 worden aan het centraal systeem toegezonden en vergeleken met de vingerafdrukgegevens van personen van wie de vingerafdrukken zijn genomen voor de doeleinden van artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, en artikel 14, lid 1, welke door andere lidstaten zijn toegezonden en reeds in het centraal systeem zijn opgeslagen. | 3. De vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens van een onderdaan van een derde land of een staatloze als bedoeld in lid 1 worden aan het centraal systeem toegezonden en vergeleken met de vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens van personen van wie de vingerafdrukken zijn genomen voor de doeleinden van artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, en artikel 14, lid 1, welke door andere lidstaten zijn toegezonden en reeds in het centraal systeem zijn opgeslagen. |
Or. en
Motivering
Correctie van het voorstel van de Commissie, waarin niet op alle vereiste plaatsen zowel "vingerafdrukken" als "gezichtsopname" is opgenomen, hetgeen in overeenstemming is met de plichten in artikel 2.
Amendement 303
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Niet-inachtneming van de in lid 3 van dit artikel bedoelde termijn van 72 uur ontslaat de lidstaten niet van hun verplichting de vingerafdrukken te nemen en toe te zenden aan het centraal systeem. Wanneer het als gevolg van de toestand van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een passende vergelijking in de zin van artikel 26 mogelijk te maken, neemt de lidstaat van oorsprong opnieuw vingerafdrukken van de personen die zijn aangehouden zoals beschreven in lid 1 van dit artikel en zendt hij deze zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur nadat zij met succes opnieuw zijn genomen, opnieuw toe. | 4. Niet-inachtneming van de in lid 2 van dit artikel bedoelde termijn van 72 uur ontslaat de lidstaten niet van hun verplichting de vingerafdrukken te nemen en de gezichtsopname te maken en de vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens toe te zenden aan het centraal systeem. Wanneer het als gevolg van de toestand van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een passende vergelijking in de zin van artikel 26 mogelijk te maken, neemt de lidstaat van oorsprong opnieuw vingerafdrukken van de personen die zijn aangehouden zoals beschreven in lid 1 van dit artikel en zendt hij deze zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur nadat zij met succes opnieuw zijn genomen, opnieuw toe. |
Or. en
Motivering
Correctie van het voorstel van de Commissie, waarin niet op alle vereiste plaatsen zowel "vingerafdrukken" als "gezichtsopname" is opgenomen, hetgeen in overeenstemming is met de plichten in artikel 2.
Amendement 304
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Hoofdstuk 5 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
PROCEDURE VOOR DE VERGELIJKING VAN GEGEVENS INZAKE PERSONEN DIE OM INTERNATIONALE BESCHERMING VERZOEKEN, ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN DIE ZIJN AANGEHOUDEN BIJ IRREGULIERE GRENSOVERSCHRIJDING EN PERSONEN DIE ILLEGAAL OP HET GRONDGEBIED VAN EEN LIDSTAAT BLIJKEN TE VERBLIJVEN | PROCEDURE VOOR DE VERGELIJKING VAN GEGEVENS INZAKE PERSONEN DIE OM INTERNATIONALE BESCHERMING VERZOEKEN, ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN OF STAATLOZEN VOOR WIE EEN LIDSTAAT VOORNEMENS IS EEN HERVESTIGINGSPROCEDURE UIT TE VOEREN EN ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN DIE ZIJN AANGEHOUDEN BIJ IRREGULIERE GRENSOVERSCHRIJDING EN PERSONEN DIE ILLEGAAL OP HET GRONDGEBIED VAN EEN LIDSTAAT BLIJKEN TE VERBLIJVEN |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 305
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Hoofdstuk 5 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
PROCEDURE VOOR DE VERGELIJKING VAN GEGEVENS INZAKE PERSONEN DIE OM INTERNATIONALE BESCHERMING VERZOEKEN, ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN DIE ZIJN AANGEHOUDEN BIJ IRREGULIERE GRENSOVERSCHRIJDING EN PERSONEN DIE ILLEGAAL OP HET GRONDGEBIED VAN EEN LIDSTAAT BLIJKEN TE VERBLIJVEN | PROCEDURE VOOR DE VERGELIJKING VAN GEGEVENS INZAKE PERSONEN DIE OM INTERNATIONALE BESCHERMING VERZOEKEN EN ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN DIE ZIJN AANGEHOUDEN BIJ IRREGULIERE GRENSOVERSCHRIJDING |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ontvankelijk want het is onlosmakelijk verbonden met de ontvankelijke amendementen tot schrapping van artikel 14, leden 1, 2, 4, 5 en 6.
Amendement 306
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Hoofdstuk 5 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
PROCEDURE VOOR DE VERGELIJKING VAN GEGEVENS INZAKE PERSONEN DIE OM INTERNATIONALE BESCHERMING VERZOEKEN, ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN DIE ZIJN AANGEHOUDEN BIJ IRREGULIERE GRENSOVERSCHRIJDING EN PERSONEN DIE ILLEGAAL OP HET GRONDGEBIED VAN EEN LIDSTAAT BLIJKEN TE VERBLIJVEN | PROCEDURE VOOR DE VERGELIJKING VAN GEGEVENS INZAKE PERSONEN DIE OM INTERNATIONALE BESCHERMING VERZOEKEN EN ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN EN STAATLOZEN DIE ZIJN AANGEHOUDEN BIJ IRREGULIERE GRENSOVERSCHRIJDING EN PERSONEN DIE ILLEGAAL OP HET GRONDGEBIED VAN EEN LIDSTAAT BLIJKEN TE VERBLIJVEN |
Or. en
Motivering
Correctie van het voorstel van de Commissie, waarin niet op alle vereiste plaatsen "en staatlozen" is opgenomen, hetgeen in overeenstemming is met het doeleinde van Eurodac zoals vermeld in artikel 1, onder a).
Amendement 307
Malin Björk, Barbara Spinelli, Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Hoofdstuk 5 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
PROCEDURE VOOR DE VERGELIJKING VAN GEGEVENS INZAKE PERSONEN DIE OM INTERNATIONALE BESCHERMING VERZOEKEN, ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN DIE ZIJN AANGEHOUDEN BIJ IRREGULIERE GRENSOVERSCHRIJDING EN PERSONEN DIE ILLEGAAL OP HET GRONDGEBIED VAN EEN LIDSTAAT BLIJKEN TE VERBLIJVEN | PROCEDURE VOOR DE VERGELIJKING VAN GEGEVENS INZAKE PERSONEN DIE OM INTERNATIONALE BESCHERMING VERZOEKEN EN ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN DIE ZIJN AANGEHOUDEN BIJ ILLEGAAL VERBLIJF OP HET GRONDGEBIED VAN EEN LIDSTAAT |
Or. en
Amendement 308
Malin Björk, Barbara Spinelli, Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens die door een lidstaat zijn toegezonden, worden, met uitzondering van de overeenkomstig artikel 11, onder b) en c), toegezonden gegevens, automatisch vergeleken met de gegevens over vingerafdrukken die door andere lidstaten zijn toegezonden en reeds in het centraal systeem zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, en artikel 14, lid 1. | 1. De vingerafdrukgegevens die door een lidstaat zijn toegezonden, worden, met uitzondering van de overeenkomstig artikel 11, onder b) en c), toegezonden gegevens, automatisch vergeleken met de gegevens over vingerafdrukken die door andere lidstaten zijn toegezonden en reeds in het centraal systeem zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, en artikel 14, lid 1. |
Or. en
Amendement 309
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens die door een lidstaat zijn toegezonden, worden, met uitzondering van de overeenkomstig artikel 11, onder b) en c), toegezonden gegevens, automatisch vergeleken met de gegevens over vingerafdrukken die door andere lidstaten zijn toegezonden en reeds in het centraal systeem zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, en artikel 14, lid 1. | 1. De vingerafdruk- en, in laatste instantie, gezichtsopnamegegevens die door een lidstaat zijn toegezonden, worden, met uitzondering van de overeenkomstig artikel 11, onder b) en c), toegezonden gegevens, automatisch vergeleken met de gegevens over vingerafdrukken die door andere lidstaten zijn toegezonden en reeds in het centraal systeem zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 10, lid 1, en artikel 13, lid 1. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ontvankelijk want het is onlosmakelijk verbonden met de ontvankelijke amendementen tot schrapping van artikel 14, leden 1, 2, 4, 5 en 6. De toevoeging van "in laatste instantie" is nodig om, op basis van de opmerkingen van de EDPS, de samenhang met artikel 16 van het herschikte voorstel te verzekeren.
Amendement 310
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens die door een lidstaat zijn toegezonden, worden, met uitzondering van de overeenkomstig artikel 11, onder b) en c), toegezonden gegevens, automatisch vergeleken met de gegevens over vingerafdrukken die door andere lidstaten zijn toegezonden en reeds in het centraal systeem zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, en artikel 14, lid 1. | 1. De vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens die door een lidstaat zijn toegezonden, worden, met uitzondering van de overeenkomstig artikel 11, onder b) en c), toegezonden gegevens, automatisch vergeleken met de gegevens over vingerafdrukken die door andere lidstaten zijn toegezonden en reeds in het centraal systeem zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 10, lid 1, artikel 12 bis, artikel 13, lid 1, en artikel 14, lid 1. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 311
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Op verzoek van een lidstaat draagt het centraal systeem er zorg voor dat de in lid 1 van dit artikel bedoelde vergelijking de door die lidstaat voordien toegezonden vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens bestrijkt, in aanvulling op de vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens van andere lidstaten. | 2. Op verzoek van een lidstaat draagt het centraal systeem er zorg voor dat de in lid 1 van dit artikel bedoelde vergelijking de door die lidstaat voordien toegezonden vingerafdrukgegevens, gezichtsopnamegegevens of beide gegevens bestrijkt, in aanvulling op de vingerafdrukgegevens, gezichtsopnamegegevens of beide gegevens van andere lidstaten. |
Or. en
Amendement 312
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Het centraal systeem zendt de treffer of het negatieve resultaat van de vergelijking automatisch toe aan de lidstaat van oorsprong volgens de procedure van artikel 26, lid 4. Bij een treffer zendt het voor alle reeksen gegevens die met de treffer overeenkomen de gegevens toe zoals bedoeld in artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, samen met, in voorkomend geval, de in artikel 19, leden 1 en 4, bedoelde markering. Bij een negatief resultaat worden de gegevens bedoeld in artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, niet toegezonden. | 3. Het centraal systeem zendt de treffer of het negatieve resultaat van de vergelijking automatisch toe aan de lidstaat van oorsprong volgens de procedure van artikel 26, lid 4. Bij een treffer zendt het voor alle reeksen gegevens die met de treffer overeenkomen de gegevens toe zoals bedoeld in artikel 12 en artikel 13, lid 2, samen met, in voorkomend geval, de in artikel 19, lid 1, bedoelde markering. Bij een negatief resultaat worden de gegevens bedoeld in artikel 12 en artikel 13, lid 2, niet toegezonden. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ontvankelijk want het is onlosmakelijk verbonden met de ontvankelijke amendementen tot schrapping van artikel 14, leden 1, 2, 4, 5 en 6.
Amendement 313
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Het centraal systeem zendt de treffer of het negatieve resultaat van de vergelijking automatisch toe aan de lidstaat van oorsprong volgens de procedure van artikel 26, lid 4. Bij een treffer zendt het voor alle reeksen gegevens die met de treffer overeenkomen de gegevens toe zoals bedoeld in artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, samen met, in voorkomend geval, de in artikel 19, leden 1 en 4, bedoelde markering. Bij een negatief resultaat worden de gegevens bedoeld in artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, niet toegezonden. | (Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Or. en
Amendement 314
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Het centraal systeem zendt de treffer of het negatieve resultaat van de vergelijking automatisch toe aan de lidstaat van oorsprong volgens de procedure van artikel 26, lid 4. Bij een treffer zendt het voor alle reeksen gegevens die met de treffer overeenkomen de gegevens toe zoals bedoeld in artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, samen met, in voorkomend geval, de in artikel 19, leden 1 en 4, bedoelde markering. Bij een negatief resultaat worden de gegevens bedoeld in artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, niet toegezonden. | 3. Het centraal systeem zendt de treffer of het negatieve resultaat van de vergelijking automatisch toe aan de lidstaat van oorsprong volgens de procedure van artikel 26, lid 4. Bij een treffer zendt het voor alle reeksen gegevens die met de treffer overeenkomen de gegevens toe zoals bedoeld in artikel 12, artikel 12 ter, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, samen met, in voorkomend geval, de in artikel 19, leden 1, 3 bis en 4, bedoelde markering. Bij een negatief resultaat worden de gegevens bedoeld in artikel 12, artikel 12 ter, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, niet toegezonden. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 315
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Indien een lidstaat van Eurodac aanwijzingen ontvangt over een treffer die ertoe kan bijdragen dat de lidstaat zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 1, lid 1, onder a), kan vervullen, hebben die aanwijzingen voorrang boven alle andere ontvangen treffers. | Schrappen |
Or. en
Amendement 316
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Indien een lidstaat van Eurodac aanwijzingen ontvangt over een treffer die ertoe kan bijdragen dat de lidstaat zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 1, lid 1, onder a), kan vervullen, hebben die aanwijzingen voorrang boven alle andere ontvangen treffers. | 4. Indien een lidstaat van Eurodac aanwijzingen ontvangt over een treffer die ertoe kan bijdragen dat de lidstaat zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 1, lid 1, onder a) en c bis), kan vervullen, hebben die aanwijzingen voorrang boven alle andere ontvangen treffers. |
Or. en
Amendement 317
Malin Björk, Barbara Spinelli, Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 16 | Schrappen |
Vergelijking van gezichtsopnamegegevens |
|
1. Wanneer het als gevolg van de toestand van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een passende vergelijking in de zin van artikel 26 mogelijk te maken of wanneer een in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, bedoelde persoon medewerking aan het nemen van vingerafdrukken weigert, kan een lidstaat in laatste instantie een vergelijking van enkel de gezichtsopnamegegevens verrichten. |
|
2. Gezichtsopnamegegevens en gegevens betreffende het geslacht van de betrokkene mogen automatisch worden vergeleken met de gezichtsopnamegegevens en persoonsgegevens betreffende het geslacht van de betrokkene, die door andere lidstaten zijn toegezonden en reeds in het centraal systeem zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, en artikel 14, lid 1, met uitzondering van de gegevens die zijn toegezonden overeenkomstig artikel 11, onder b) en c). |
|
3. Op verzoek van een lidstaat draagt het centraal systeem er zorg voor dat de in lid 1 van dit artikel bedoelde vergelijking de door die lidstaat voordien toegezonden gezichtsopnamegegevens bestrijkt, in aanvulling op de gezichtsopnamegegevens van andere lidstaten. |
|
4. Het centraal systeem zendt de treffer of het negatieve resultaat van de vergelijking automatisch toe aan de lidstaat van oorsprong volgens de procedure van artikel 26, lid 4. Bij een treffer zendt het voor alle datasets die met de treffer overeenkomen de gegevens toe zoals bedoeld in artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, samen met, in voorkomend geval, de in artikel 17, leden 1 en 4, bedoelde markering. Bij een negatief resultaat worden de gegevens bedoeld in artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, niet toegezonden. |
|
5. Indien een lidstaat van Eurodac aanwijzingen ontvangt over een treffer die ertoe kan bijdragen dat de lidstaat zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 1, lid 1, onder a), kan vervullen, hebben die aanwijzingen voorrang boven alle andere ontvangen treffers. |
|
Or. en
Amendement 318
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Vergelijking van gezichtsopnamegegevens | Vergelijking van gezichtsopnamegegevens van minderjarigen |
Or. en
Amendement 319
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Vergelijking van gezichtsopnamegegevens | Vergelijking van enkel gezichtsopnamegegevens |
Or. en
Amendement 320
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Wanneer het als gevolg van de toestand van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een passende vergelijking in de zin van artikel 26 mogelijk te maken of wanneer een in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, bedoelde persoon medewerking aan het nemen van vingerafdrukken weigert, kan een lidstaat in laatste instantie een vergelijking van enkel de gezichtsopnamegegevens verrichten. | 1. Wanneer het als gevolg van de toestand van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een passende vergelijking in de zin van artikel 26 mogelijk te maken, kan een lidstaat in laatste instantie een vergelijking van enkel de gezichtsopnamegegevens van minderjarigen verrichten. |
Or. en
Amendement 321
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Wanneer het als gevolg van de toestand van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een passende vergelijking in de zin van artikel 26 mogelijk te maken of wanneer een in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, bedoelde persoon medewerking aan het nemen van vingerafdrukken weigert, kan een lidstaat in laatste instantie een vergelijking van enkel de gezichtsopnamegegevens verrichten. | 1. Wanneer het als gevolg van de toestand van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een passende vergelijking in de zin van artikel 26 mogelijk te maken of wanneer een in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, bedoelde persoon medewerking aan het nemen van vingerafdrukken weigert, verricht een lidstaat in laatste instantie een vergelijking van enkel de gezichtsopnamegegevens. |
Or. en
Amendement 322
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Gezichtsopnamegegevens en gegevens betreffende het geslacht van de betrokkene mogen automatisch worden vergeleken met de gezichtsopnamegegevens en persoonsgegevens betreffende het geslacht van de betrokkene, die door andere lidstaten zijn toegezonden en reeds in het centraal systeem zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, en artikel 14, lid 1, met uitzondering van de gegevens die zijn toegezonden overeenkomstig artikel 11, onder b) en c). | 2. Gezichtsopnamegegevens en gegevens betreffende het geslacht van de betrokkene mogen automatisch worden vergeleken met de gezichtsopnamegegevens en persoonsgegevens betreffende het geslacht van de betrokkene, die door andere lidstaten zijn toegezonden en reeds in het centraal systeem zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 10, leden 1 en 1 bis, en artikel 13, leden 1 en 1 bis. |
Or. en
Amendement 323
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Gezichtsopnamegegevens en gegevens betreffende het geslacht van de betrokkene mogen automatisch worden vergeleken met de gezichtsopnamegegevens en persoonsgegevens betreffende het geslacht van de betrokkene, die door andere lidstaten zijn toegezonden en reeds in het centraal systeem zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, en artikel 14, lid 1, met uitzondering van de gegevens die zijn toegezonden overeenkomstig artikel 11, onder b) en c). | 2. Gezichtsopnamegegevens en gegevens betreffende het geslacht van de betrokkene mogen automatisch worden vergeleken met de gezichtsopnamegegevens en persoonsgegevens betreffende het geslacht van de betrokkene, die door andere lidstaten zijn toegezonden en reeds in het centraal systeem zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 10, lid 1, artikel 12 bis, artikel 13, lid 1, en artikel 14, lid 1, met uitzondering van de gegevens die zijn toegezonden overeenkomstig artikel 11, onder b) en c). |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 324
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Het centraal systeem zendt de treffer of het negatieve resultaat van de vergelijking automatisch toe aan de lidstaat van oorsprong volgens de procedure van artikel 26, lid 4. Bij een treffer zendt het voor alle datasets die met de treffer overeenkomen de gegevens toe zoals bedoeld in artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, samen met, in voorkomend geval, de in artikel 17, leden 1 en 4, bedoelde markering. Bij een negatief resultaat worden de gegevens bedoeld in artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, niet toegezonden. | 4. Het centraal systeem zendt de treffer of het negatieve resultaat van de vergelijking automatisch toe aan de lidstaat van oorsprong volgens de procedure van artikel 26, lid 4. Bij een treffer zendt het voor alle datasets die met de treffer overeenkomen de gegevens toe zoals bedoeld in artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, samen met, in voorkomend geval, de in artikel 19, leden 1 en 4, bedoelde markering. Bij een negatief resultaat worden de gegevens bedoeld in artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, niet toegezonden. |
Or. en
Amendement 325
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Het centraal systeem zendt de treffer of het negatieve resultaat van de vergelijking automatisch toe aan de lidstaat van oorsprong volgens de procedure van artikel 26, lid 4. Bij een treffer zendt het voor alle reeksen gegevens die met de treffer overeenkomen de gegevens toe zoals bedoeld in artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, samen met, in voorkomend geval, de in artikel 17, leden 1 en 4, bedoelde markering. Bij een negatief resultaat worden de gegevens bedoeld in artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, niet toegezonden. | 4. Het centraal systeem zendt de treffer of het negatieve resultaat van de vergelijking automatisch toe aan de lidstaat van oorsprong volgens de procedure van artikel 26, lid 5. Bij een treffer zendt het voor alle reeksen gegevens die met de treffer overeenkomen de gegevens toe zoals bedoeld in artikel 12 en artikel 13, lid 2, samen met, in voorkomend geval, de in artikel 19, lid 1, bedoelde markering. Bij een negatief resultaat worden de gegevens bedoeld in artikel 12 en artikel 13, lid 2, niet toegezonden. |
Or. en
Amendement 326
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Indien een lidstaat van Eurodac aanwijzingen ontvangt over een treffer die ertoe kan bijdragen dat de lidstaat zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 1, lid 1, onder a), kan vervullen, hebben die aanwijzingen voorrang boven alle andere ontvangen treffers. | Schrappen |
Or. en
Amendement 327
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Het centraal systeem zendt de treffer of het negatieve resultaat van de vergelijking automatisch toe aan de lidstaat van oorsprong volgens de procedure van artikel 26, lid 4. Bij een treffer zendt het voor alle datasets die met de treffer overeenkomen de gegevens toe zoals bedoeld in artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, samen met, in voorkomend geval, de in artikel 17, leden 1 en 4, bedoelde markering. Bij een negatief resultaat worden de gegevens bedoeld in artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, niet toegezonden. | 4. Het centraal systeem zendt de treffer of het negatieve resultaat van de vergelijking automatisch toe aan de lidstaat van oorsprong volgens de procedure van artikel 26, lid 4. Bij een treffer zendt het voor alle datasets die met de treffer overeenkomen de gegevens toe zoals bedoeld in artikel 12, artikel 12 ter, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, samen met, in voorkomend geval, de in artikel 17, leden 1 en 4, bedoelde markering. Bij een negatief resultaat worden de gegevens bedoeld in artikel 12, artikel 12 ter, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, niet toegezonden. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 328
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Indien een lidstaat van Eurodac aanwijzingen ontvangt over een treffer die ertoe kan bijdragen dat de lidstaat zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 1, lid 1, onder a), kan vervullen, hebben die aanwijzingen voorrang boven alle andere ontvangen treffers. | 5. Indien een lidstaat van Eurodac aanwijzingen ontvangt over een treffer die ertoe kan bijdragen dat de lidstaat zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 1, lid 1, onder a) of c bis), kan vervullen, hebben die aanwijzingen voorrang boven alle andere ontvangen treffers. |
Or. en
Amendement 329
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Voor de in artikel 10, lid 1, vermelde doeleinden wordt elke reeks gegevens betreffende een persoon die om internationale bescherming verzoekt als vermeld in artikel 12 in het centraal systeem bewaard voor een periode van tien jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen. | 1. Voor de in artikel 10, lid 1, vermelde doeleinden wordt elke reeks gegevens betreffende een persoon die om internationale bescherming verzoekt als vermeld in artikel 12 in het centraal systeem bewaard voor een periode van tien jaar vanaf de datum waarop zijn of haar vingerafdrukken zijn genomen of gezichtsopname is gemaakt. |
Or. en
Motivering
Correctie van het voorstel van de Commissie, waarin niet op alle vereiste plaatsen zowel "vingerafdrukken" als "gezichtsopname" is opgenomen, hetgeen in overeenstemming is met de plichten in artikel 2.
Amendement 330
Sophia in 't Veld
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Voor de in artikel 10, lid 1, vermelde doeleinden wordt elke reeks gegevens betreffende een persoon die om internationale bescherming verzoekt als vermeld in artikel 12 in het centraal systeem bewaard voor een periode van tien jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen. | 1. Voor de in artikel 10, lid 1, vermelde doeleinden wordt elke reeks gegevens betreffende een persoon die om internationale bescherming verzoekt als vermeld in artikel 12 in het centraal systeem bewaard voor een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken voor het eerst zijn genomen. |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met artikel 104 van het Reglement moet dit amendement worden gemaakt omdat het onlosmakelijk is verbonden met de andere ontvankelijke amendementen met betrekking tot de doeleinden van Eurodac (artikel 1), waarin wordt verwezen naar de naleving van de noodzakelijkheids- en evenredigheidsbeginselen onder artikel 52, lid 1, van het Handvest en de betreffende jurisprudentie van het HvJ-EU.
Amendement 331
Christine Revault D'Allonnes Bonnefoy, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Voor de in artikel 10, lid 1, vermelde doeleinden wordt elke reeks gegevens betreffende een persoon die om internationale bescherming verzoekt als vermeld in artikel 12 in het centraal systeem bewaard voor een periode van tien jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen. | 1. Voor de in artikel 10, lid 1, vermelde doeleinden wordt elke reeks gegevens betreffende een persoon die om internationale bescherming verzoekt als vermeld in artikel 12 in het centraal systeem bewaard voor een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen. |
Or. en
Motivering
De bewaringstermijn van tien jaar is, rekening houdend met de gevolgen voor de persoonlijke levenssfeer (cf. artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de EU betreffende het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer) niet gerechtvaardigd en te lang. Ik stel een bewaringstermijn van vijf jaar voor, d.i. de bewaringstermijn die de Commissie vandaag voorstelt voor de personen die de EU irregulier binnenkomen. Het heeft geen zin om de gegevens van personen die legaal op het grondgebied verblijven vijf jaar langer te bewaren.
Amendement 332
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. Voor de in artikel 12 bis vermelde doeleinden worden alle gegevens betreffende een persoon voor wie de lidstaat voornemens is een hervestigingsprocedure uit te voeren in het centraal systeem bewaard voor een periode van tien jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen in het geval van een positieve beslissing inzake hervestiging van de betreffende persoon. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren. Het beoogt de vaststelling van de bewaringstermijn van de gegevens van personen voor wie de lidstaten voornemens zijn een hervestigingsprocedure uit te voeren. Er wordt voorgesteld de gegevens gedurende een periode van tien jaar te bewaren in het geval van een positieve beslissing inzake hervestiging. Deze periode wordt gerechtvaardigd door het feit dat in onderhavige verordening een periode van gelijke duur voor de gegevens van de andere begunstigden van internationale bescherming is vastgesteld.
Amendement 333
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 1 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 ter. In het geval van een negatieve uitkomst van de hervestigingsprocedure schrappen de lidstaten uit Eurodac de gegevens die zijn geregistreerd overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening XXX/XXX. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren. Er wordt voorgesteld om, in het geval van een negatieve uitkomst van de hervestigingsprocedure, de geregistreerde gegevens uit Eurodac te schrappen.
Amendement 334
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Voor de in artikel 13, lid 1, vermelde doeleinden worden alle gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze als vermeld in artikel 13, lid 2, in het centraal systeem bewaard voor een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen. | 2. Voor de in artikel 13, lid 1, vermelde doeleinden worden alle gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze als vermeld in artikel 13, lid 2, in het centraal systeem bewaard voor een periode van een jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken voor het eerst zijn verwerkt door een lidstaat of, indien een inreisverbod is opgelegd aan een onderdaan van een derde land of een staatloze, voor de duur van het inreisverbod vanaf de datum waarop de vingerafdrukken voor het eerst zijn verwerkt door een lidstaat tot maximaal vijf jaar. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is gebaseerd op de opmerkingen van de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming om te garanderen dat de gegevensbewaringstermijn evenredig is met het doel van de gegevensverzameling. Aangezien de gegevens voornamelijk met het oog op inreisverboden moeten worden bewaard, stellen we voor de gegevensbewaringstermijn af te stemmen op de duur van het inreisverbod. Indien er geen inreisverbod is, moeten de gegevens gedurende een in plaats van vijf jaar worden bewaard.
Amendement 335
Sophia in 't Veld
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Voor de in artikel 13, lid 1, vermelde doeleinden worden alle gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze als vermeld in artikel 13, lid 2, in het centraal systeem bewaard voor een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen. | 2. Voor de in artikel 13, lid 1, vermelde doeleinden worden alle gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze als vermeld in artikel 13, lid 2, in het centraal systeem bewaard voor een periode die beperkt is tot de duur van een maatregel die voor een specifiek individu is genomen met een maximum van vijf jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken voor het eerst zijn genomen. |
Or. en
Amendement 336
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Voor de in artikel 13, lid 1, vermelde doeleinden worden alle gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze als vermeld in artikel 13, lid 2, in het centraal systeem bewaard voor een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen. | 2. Voor de in artikel 13, lid 1, vermelde doeleinden worden alle gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze als vermeld in artikel 13, lid 2, in het centraal systeem bewaard voor een periode van tien jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen en de gezichtsopname is gemaakt. |
Or. en
Amendement 337
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Voor de in artikel 13, lid 1, vermelde doeleinden worden alle gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze als vermeld in artikel 13, lid 2, in het centraal systeem bewaard voor een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen. | 2. Voor de in artikel 13, lid 1, vermelde doeleinden worden alle gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze als vermeld in artikel 13, lid 2, in het centraal systeem bewaard voor een periode van 18 maanden vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen. |
Or. it
Amendement 338
Monika Hohlmeier, Heinz K. Becker, Rachida Dati, Brice Hortefeux, Mariya Gabriel
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Voor de in artikel 13, lid 1, vermelde doeleinden worden alle gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze als vermeld in artikel 13, lid 2, in het centraal systeem bewaard voor een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen. | 2. Voor de in artikel 13, lid 1, vermelde doeleinden worden alle gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze als vermeld in artikel 13, lid 2, in het centraal systeem bewaard voor een periode van tien jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen. |
Or. en
Amendement 339
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. Voor de doeleinden die zijn vastgesteld in artikel 10, lid 1 bis, en artikel 13, lid 1 bis, wordt elke reeks gegevens met betrekking tot minderjarigen in het centraal systeem bewaard voor een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken voor het eerst zijn verwerkt door een lidstaat. |
Or. en
Motivering
This amendment is needed to maintain the logic of the text as it should serve to protect child victims of trafficking and support the identification and protection of unaccompanied children who go missing, disappear or abscond, as the European Commission highlighted in its explanatory memorandum accompanying the proposed recast Eurodac Regulation. To respect the duty to give a primary consideration to the best interests of the child, fingerprints should not be compared anymore with those taken in the past if the likelihood of a wrong match increases. In case of young children, the reliability of matches of fingerprints after more than five years have passed is not yet proven. To avoid the negative consequences of a possible mismatch after a certain period has elapsed, fingerprints of children younger than 14 years should only be automatically compared for a maximum of five years. Following this period, dactyloscopic experts should only carry out manually such comparisons to avoid disadvantages for the child.
Amendement 340
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Voor de in artikel 14, lid 1, vermelde doeleinden worden alle gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze als vermeld in artikel 14, lid 2, in het centraal systeem bewaard voor een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ontvankelijk want het is onlosmakelijk verbonden met de ontvankelijke amendementen tot schrapping van artikel 14, leden 1, 2, 4, 5 en 6.
Amendement 341
Sophia in 't Veld
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Voor de in artikel 14, lid 1, vermelde doeleinden worden alle gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze als vermeld in artikel 14, lid 2, in het centraal systeem bewaard voor een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen. | 3. Voor de in artikel 14, lid 1, vermelde doeleinden worden alle gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze als vermeld in artikel 14, lid 2, in het centraal systeem bewaard voor een periode die beperkt is tot de duur van een maatregel die voor een specifiek individu is genomen met een maximum van vijf jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken voor het eerst zijn genomen. |
Or. en
Amendement 342
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Voor de in artikel 14, lid 1, vermelde doeleinden worden alle gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze als vermeld in artikel 14, lid 2, in het centraal systeem bewaard voor een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen. | 3. Voor de in artikel 14, lid 1, vermelde doeleinden worden alle gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze als vermeld in artikel 14, lid 2, in het centraal systeem bewaard voor een periode van tien jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen en de gezichtsopname is gemaakt. |
Or. en
Amendement 343
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Voor de in artikel 14, lid 1, vermelde doeleinden worden alle gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze als vermeld in artikel 14, lid 2, in het centraal systeem bewaard voor een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen. | 3. Voor de in artikel 14, lid 1, vermelde doeleinden worden alle gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze als vermeld in artikel 14, lid 2, in het centraal systeem bewaard voor een periode van 18 maanden vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen. |
Or. it
Amendement 344
Monika Hohlmeier, Heinz K. Becker, Rachida Dati, Brice Hortefeux, Mariya Gabriel
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Voor de in artikel 14, lid 1, vermelde doeleinden worden alle gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze als vermeld in artikel 14, lid 2, in het centraal systeem bewaard voor een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen. | 3. Voor de in artikel 14, lid 1, vermelde doeleinden worden alle gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze als vermeld in artikel 14, lid 2, in het centraal systeem bewaard voor een periode van tien jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen. |
Or. en
Amendement 345
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Na het verstrijken van de in de leden 1 tot en met 3 van dit artikel bedoelde gegevensbewaringstermijnen worden de gegevens betreffende de betrokkenen automatisch door het centraal systeem uit het centraal systeem verwijderd. | 4. Na het verstrijken van de in de leden 1 tot en met 2 bis van dit artikel bedoelde gegevensbewaringstermijnen worden de gegevens betreffende de betrokkenen automatisch door het centraal systeem uit het centraal systeem verwijderd. |
Or. en
Amendement 346
Sylvia-Yvonne Kaufmann, Josef Weidenholzer, Vilija Blinkevičiūtė, Péter Niedermüller, Kati Piri, Maria Grapini, Juan Fernando López Aguilar, Dietmar Köster
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Gegevens over een persoon die vóór het verstrijken van de in artikel 17, lid 1, 2 of 3, gestelde termijn het burgerschap van een lidstaat heeft verkregen, worden uit het centraal systeem verwijderd overeenkomstig artikel 28, lid 4, zodra de lidstaat van oorsprong er kennis van neemt dat de persoon in kwestie dat burgerschap heeft verkregen. | 1. Gegevens over een persoon die vóór het verstrijken van de in artikel 17, lid 1, 2 of 3, gestelde termijn het burgerschap van een lidstaat heeft verkregen, worden uit het centraal systeem verwijderd overeenkomstig artikel 28, lid 4. De lidstaat van oorsprong wordt onmiddellijk op de hoogte gebracht als de persoon in kwestie dat burgerschap heeft verkregen, zodat de gegevens kunnen worden gewist. |
Or. en
Motivering
Dit amendement houdt verband met artikel 17, lid 2 (nieuw), en artikel 17, lid 3 (nieuw), van het voorstel van de Commissie. Door de uitbreiding van de gegevensbewaringstermijn voor betrokkenen, moet er een duidelijke verplichting zijn om de gegevens te wissen zodra de persoon burgerschap van een lidstaat heeft verkregen.
Amendement 347
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Gegevens over een persoon die vóór het verstrijken van de in artikel 17, lid 1, 2 of 3, gestelde termijn het burgerschap van een lidstaat heeft verkregen, worden uit het centraal systeem verwijderd overeenkomstig artikel 28, lid 4, zodra de lidstaat van oorsprong er kennis van neemt dat de persoon in kwestie dat burgerschap heeft verkregen. | 1. Gegevens over een persoon die vóór het verstrijken van de in artikel 17, lid 1, 2 of 3, gestelde termijn het burgerschap van een lidstaat heeft verkregen, worden zo snel mogelijk uit het centraal systeem verwijderd overeenkomstig artikel 28, lid 4, zodra de persoon in kwestie dat burgerschap heeft verkregen. |
Or. en
Motivering
Om de goede werking van databanken te verzekeren, moeten ze altijd zo snel mogelijk worden bijgewerkt.
Amendement 348
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Gegevens over een persoon die vóór het verstrijken van de in artikel 17, lid 1, 2 of 3, gestelde termijn het burgerschap van een lidstaat heeft verkregen, worden uit het centraal systeem verwijderd overeenkomstig artikel 28, lid 4, zodra de lidstaat van oorsprong er kennis van neemt dat de persoon in kwestie dat burgerschap heeft verkregen. | 1. Gegevens over een persoon die vóór het verstrijken van de in artikel 17, lid 1, 1 bis, 2 of 3, gestelde termijn het burgerschap van een lidstaat heeft verkregen, worden uit het centraal systeem verwijderd overeenkomstig artikel 28, lid 4, zodra de lidstaat van oorsprong er kennis van neemt dat de persoon in kwestie dat burgerschap heeft verkregen. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 349
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Gegevens over een persoon die vóór het verstrijken van de in artikel 17, lid 1, 2 of 3, gestelde termijn het burgerschap van een lidstaat heeft verkregen, worden uit het centraal systeem verwijderd overeenkomstig artikel 28, lid 4, zodra de lidstaat van oorsprong er kennis van neemt dat de persoon in kwestie dat burgerschap heeft verkregen. | 1. Gegevens over een persoon die vóór het verstrijken van de in artikel 17, lid 1, 2 of 2 bis, gestelde termijn het burgerschap van een lidstaat heeft verkregen, worden uit het centraal systeem verwijderd overeenkomstig artikel 28, lid 4, zodra de lidstaat van oorsprong er kennis van neemt dat de persoon in kwestie dat burgerschap heeft verkregen. |
Or. en
Amendement 350
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. Gegevens over een persoon die vóór het verstrijken van de in artikel 17, lid 2 bis, gestelde termijn de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, worden uit het centraal systeem verwijderd overeenkomstig artikel 28, lid 4, zodra de lidstaat van oorsprong er kennis van neemt dat de persoon in kwestie de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is nodig om in overeenstemming te blijven met de grondgedachte van de tekst, met name de bescherming van minderjarige slachtoffers van mensenhandel en steun bij de identificatie en bescherming van niet-begeleide kinderen die vermist raken, verdwijnen of weglopen, zoals de Europese Commissie in haar toelichting bij de voorgestelde herschikking van de Eurodac-verordening heeft benadrukt. Om te voldoen aan artikelen 7, 8 en 24 van het Handvest, kan de verwerking van biometrische gegevens van kinderen van amper zes jaar alleen worden gerechtvaardigd als de verwerking uitdrukkelijk de bescherming van een kind beoogt.
Amendement 351
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het centraal systeem stelt alle lidstaten van oorsprong zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk na 72 uur, in kennis van het feit dat een andere lidstaat van oorsprong overeenkomstig lid 1 gegevens heeft verwijderd wanneer er een treffer is met gegevens die zij hebben toegezonden betreffende in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, bedoelde personen. | 2. Het centraal systeem stelt alle lidstaten van oorsprong zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk na 72 uur, in kennis van het feit dat een andere lidstaat van oorsprong overeenkomstig lid 1 gegevens heeft verwijderd wanneer er een treffer is met gegevens die zij hebben toegezonden betreffende in artikel 10, lid 1, artikel 12 bis, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, bedoelde personen. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 352
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het centraal systeem stelt alle lidstaten van oorsprong zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk na 72 uur, in kennis van het feit dat een andere lidstaat van oorsprong overeenkomstig lid 1 gegevens heeft verwijderd wanneer er een treffer is met gegevens die zij hebben toegezonden betreffende in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, bedoelde personen. | 2. Het centraal systeem stelt alle lidstaten van oorsprong zo spoedig mogelijk en uiterlijk na 72 uur in kennis van het feit dat een andere lidstaat van oorsprong overeenkomstig leden 1 en 1 bis gegevens heeft verwijderd wanneer er een treffer is met gegevens die zij hebben toegezonden betreffende in artikel 10, lid 1, of artikel 13, lid 1, bedoelde personen. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is nodig om in overeenstemming te blijven met de grondgedachte van de tekst, met name de bescherming van minderjarige slachtoffers van mensenhandel en steun bij de identificatie en bescherming van niet-begeleide kinderen die vermist raken, verdwijnen of weglopen, zoals de Europese Commissie in haar toelichting bij de voorgestelde herschikking van de Eurodac-verordening heeft benadrukt. Om te voldoen aan artikelen 7, 8 en 24 van het Handvest, kan de verwerking van biometrische gegevens van kinderen van amper zes jaar alleen worden gerechtvaardigd als de verwerking uitdrukkelijk de bescherming van een kind beoogt.
Amendement 353
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a), vastgelegde doeleinden, markeert de lidstaat van oorsprong die internationale bescherming heeft verleend aan een persoon die om internationale bescherming heeft verzocht en van wie de gegevens overeenkomstig artikel 12 eerder in het centraal systeem zijn opgeslagen, de relevante gegevens conform de door eu-LISA vastgestelde voorschriften voor elektronische communicatie met het centraal systeem. Die markering wordt in het centraal systeem opgeslagen overeenkomstig artikel 17, lid 1, ten behoeve van toezendingen op basis van artikel 15. Het centraal systeem stelt alle lidstaten van oorsprong zo spoedig mogelijk, maar binnen 72 uur, in kennis van de markering van gegevens door een andere lidstaat van oorsprong wanneer er een treffer is met gegevens die zij hebben toegezonden betreffende in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, bedoelde personen. Die lidstaten van oorsprong markeren eveneens de desbetreffende gegevens. | 1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a), vastgelegde doeleinden, markeert de lidstaat van oorsprong die internationale bescherming heeft verleend aan een persoon die om internationale bescherming heeft verzocht en van wie de gegevens overeenkomstig artikel 12 eerder in het centraal systeem zijn opgeslagen, de relevante gegevens conform de door eu-LISA vastgestelde voorschriften voor elektronische communicatie met het centraal systeem. Die markering wordt in het centraal systeem opgeslagen overeenkomstig artikel 17, lid 1, ten behoeve van toezendingen op basis van artikel 15. Het centraal systeem stelt alle lidstaten van oorsprong zo spoedig mogelijk, maar binnen 72 uur, in kennis van de markering van gegevens door een andere lidstaat van oorsprong wanneer er een treffer is met gegevens die zij hebben toegezonden betreffende in artikel 10, lid 1, of artikel 13, lid 1, bedoelde personen. Die lidstaten van oorsprong markeren eveneens de desbetreffende gegevens. |
Or. en
Amendement 354
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a), vastgelegde doeleinden, markeert de lidstaat van oorsprong die internationale bescherming heeft verleend aan een persoon die om internationale bescherming heeft verzocht en van wie de gegevens overeenkomstig artikel 12 eerder in het centraal systeem zijn opgeslagen, de relevante gegevens conform de door eu-LISA vastgestelde voorschriften voor elektronische communicatie met het centraal systeem. Die markering wordt in het centraal systeem opgeslagen overeenkomstig artikel 17, lid 1, ten behoeve van toezendingen op basis van artikel 15. Het centraal systeem stelt alle lidstaten van oorsprong zo spoedig mogelijk, maar binnen 72 uur, in kennis van de markering van gegevens door een andere lidstaat van oorsprong wanneer er een treffer is met gegevens die zij hebben toegezonden betreffende in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, bedoelde personen. Die lidstaten van oorsprong markeren eveneens de desbetreffende gegevens. | 1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a), vastgelegde doeleinden, markeert de lidstaat van oorsprong die internationale bescherming heeft verleend aan een persoon die om internationale bescherming heeft verzocht en van wie de gegevens overeenkomstig artikel 12 eerder in het centraal systeem zijn opgeslagen, de relevante gegevens conform de door eu-LISA vastgestelde voorschriften voor elektronische communicatie met het centraal systeem. Die markering wordt in het centraal systeem opgeslagen overeenkomstig artikel 17, lid 1, ten behoeve van toezendingen op basis van artikelen 15 en 16. Het centraal systeem stelt alle lidstaten van oorsprong zo spoedig mogelijk, maar binnen 72 uur, in kennis van de markering van gegevens door een andere lidstaat van oorsprong wanneer er een treffer is met gegevens die zij hebben toegezonden betreffende in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, bedoelde personen. Die lidstaten van oorsprong markeren eveneens de desbetreffende gegevens. |
Or. en
Amendement 355
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Gegevens van personen die internationale bescherming genieten, die in het centraal systeem zijn opgeslagen en overeenkomstig lid 1 van dit artikel zijn gemarkeerd, worden voor vergelijking met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden ter beschikking gesteld voor een periode van drie jaar na de datum waarop aan de betrokkene internationale bescherming is verleend. | Gegevens van personen die internationale bescherming genieten, die in het centraal systeem zijn opgeslagen en overeenkomstig lid 1 van dit artikel zijn gemarkeerd, worden voor vergelijking met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden ter beschikking gesteld totdat die gegevens overeenkomstig artikel 17, lid 4, automatisch door het centraal systeem uit het centraal systeem zijn verwijderd. |
Or. en
Motivering
Om de goede werking van databanken te verzekeren, moeten ze altijd zo snel mogelijk worden bijgewerkt. Om die reden moet in deze alinea worden verwezen naar de vereiste verwijdering als vastgelegd in artikel 17, lid 4.
Amendement 356
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Bij een treffer zendt het centraal systeem de in artikel 12, onder b) tot en met s), bedoelde gegevens toe voor alle gegevens die met de treffer overeenkomen. Het centraal systeem zendt niet de in lid 1 van dit artikel bedoelde markering toe. Na afloop van de termijn van drie jaar schermt het centraal systeem de doorgifte van dergelijke gegevens automatisch af bij een verzoek om vergelijking ten behoeve van de in artikel 1, lid 1, onder c), vervatte doeleinden, terwijl het deze gegevens ter beschikking houdt voor vergelijking voor de in artikel 1, lid 1, onder a), vastgelegde doeleinden totdat zij worden verwijderd. Afgeschermde gegevens worden niet toegezonden en bij een treffer deelt het centraal systeem de verzoekende lidstaat een negatief resultaat mee. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Databanken moeten beschikbaar zijn zolang de gegevens niet worden gewist in overeenstemming met artikel 17, lid 4.
Amendement 357
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De lidstaat van oorsprong verwijdert de markering of gaat over tot de vrijgave van gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze van wie de gegevens overeenkomstig de leden 1 of 2 van dit artikel eerder zijn gemarkeerd of afgeschermd, wanneer zijn status is ingetrokken of beëindigd of de verlenging ervan is geweigerd op grond van [artikel 14 of artikel 19 van Richtlijn 2011/95/EU]. | 3. De lidstaat van oorsprong verwijdert de markering van gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze van wie de gegevens overeenkomstig de leden 1 of 2 van dit artikel eerder zijn gemarkeerd, wanneer zijn status is ingetrokken of beëindigd of de verlenging ervan is geweigerd op grond van [artikel 14 of artikel 19 van Richtlijn 2011/95/EU]. |
Or. en
Motivering
Overeenkomstig vorig amendement.
Amendement 358
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 bis. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a bis), vastgelegde doeleinden, markeert de lidstaat van oorsprong die een positieve beslissing inzake de hervestiging van een onderdaan van een derde land of een staatloze heeft genomen op grond van Verordening XXX/XXX, van wie de gegevens overeenkomstig artikel 12 bis eerder in het centraal systeem zijn opgeslagen, de relevante gegevens conform de door eu-LISA vastgestelde voorschriften voor elektronische communicatie met het centraal systeem. Die markering wordt in het centraal systeem opgeslagen overeenkomstig artikel 17, lid 1 bis, ten behoeve van toezendingen op basis van de artikelen 15 en 16. Het centraal systeem stelt alle lidstaten van oorsprong zo spoedig mogelijk, maar binnen 72 uur, in kennis van de markering van gegevens door een andere lidstaat van oorsprong wanneer er een treffer is met gegevens die zij hebben toegezonden betreffende in artikel 12 bis bedoelde personen. Die lidstaten van oorsprong markeren eveneens de desbetreffende gegevens. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 359
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 3 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 ter. In het geval van een negatieve uitkomst van een hervestigingsprocedure die is ingesteld ten aanzien van een onderdaan van een derde land of een staatloze overeenkomstig Verordening XXX/XXX, schrapt de betrokken lidstaat uit Eurodac de gegevens die zijn geregistreerd overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening XXX/XXX. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 360
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 3 quater (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 quater. Gegevens van personen die internationale bescherming genieten en die in een lidstaat zijn hervestigd, die in het centraal systeem zijn opgeslagen en overeenkomstig lid 3 bis van dit artikel zijn gemarkeerd, worden voor vergelijking met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden ter beschikking gesteld voor een periode van drie jaar na de datum waarop de betrokkene is hervestigd. |
| Bij een treffer zendt het centraal systeem de in artikel 12 ter, onder b) tot en met l), bedoelde gegevens toe voor alle gegevens die met de treffer overeenkomen. Het centraal systeem zendt niet de in lid 1 van dit artikel bedoelde markering toe. Na afloop van de termijn van drie jaar schermt het centraal systeem de doorgifte van dergelijke gegevens automatisch af bij een verzoek om vergelijking ten behoeve van de in artikel 1, lid 1, onder c), vervatte doeleinden, terwijl het deze gegevens ter beschikking houdt voor vergelijking voor de in artikel 1, lid 1, onder a bis), vastgelegde doeleinden totdat zij worden verwijderd. Afgeschermde gegevens worden niet toegezonden en bij een treffer deelt het centraal systeem de verzoekende lidstaat een negatief resultaat mee. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 361
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 3 quinquies (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 quinquies. De lidstaat van oorsprong verwijdert de markering of gaat over tot de vrijgave van gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze van wie de gegevens overeenkomstig de leden 3 bis of 3 quater van dit artikel eerder zijn gemarkeerd of afgeschermd, wanneer zijn status is ingetrokken of beëindigd of de verlenging ervan is geweigerd op grond van [artikel 14 of artikel 19 van Richtlijn 2011/95/EU]. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 362
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder b), vastgelegde doeleinden, markeert de lidstaat van oorsprong die een verblijfstitel heeft afgegeven aan een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land of staatloze van wie de gegevens overeenkomstig artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, eerder in het centraal systeem zijn opgeslagen, de relevante gegevens conform de door eu-LISA vastgestelde voorschriften voor elektronische communicatie met het centraal systeem. Die markering wordt in het centraal systeem opgeslagen overeenkomstig artikel 17, leden 2 en 3, ten behoeve van toezendingen op basis van de artikelen 15 en 16. Het centraal systeem stelt alle lidstaten van oorsprong zo spoedig mogelijk, maar binnen 72 uur, in kennis van de markering van gegevens door een andere lidstaat van oorsprong wanneer er een treffer is met gegevens die zij hebben toegezonden betreffende in artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, bedoelde personen. Die lidstaten van oorsprong markeren eveneens de desbetreffende gegevens. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ontvankelijk want het is onlosmakelijk verbonden met het ontvankelijke amendement tot schrapping van artikel 1, lid 1, onder b).
Amendement 363
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Gegevens van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen of staatlozen die in het centraal systeem zijn opgeslagen en overeenkomstig lid 4 van dit artikel zijn gemarkeerd, worden voor vergelijking met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden ter beschikking gesteld totdat die gegevens overeenkomstig artikel 17, lid 4, automatisch door het centraal systeem uit het centraal systeem zijn verwijderd. | Schrappen |
Or. en
Amendement 364
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Procedure voor de vergelijking van vingerafdrukgegevens met Eurodac-gegevens | Procedure voor de vergelijking van vingerafdrukgegevens, gezichtsopnamegegevens en alfanumerieke gegevens met Eurodac-gegevens |
Or. en
Motivering
Correction of the commission'sproposal that doesn't insert in all the required places both 'fingerprints' and'facial image', which is in line with the obligation as mentioned in article 2. With regards to the search on alphanumeric data: In line with the purpose extention in Article1(1)(c) of proposal (non-codified) which provides thatEurodac will serve not only the purpose of implementation of the Dublin Regulation, but also law enforcementpurposes. In order to fullfill the obligation of Member States designatedauthorities and Europol the procedure for access toEurodac should be quick and effective, but should still take into considerationthat the main purpose of Eurodac is to support the Member States in applyingthe Dublin regulation.
Amendement 365
Sylvia-Yvonne Kaufmann, Josef Weidenholzer, Vilija Blinkevičiūtė, Péter Niedermüller, Kati Piri, Maria Grapini, Juan Fernando López Aguilar, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden kunnen de in artikel 6, lid 1, en artikel 8, lid 2, bedoelde aangewezen autoriteiten overeenkomstig artikel 21, lid 1, tot de controlerende autoriteit een gemotiveerd elektronisch verzoek richten, samen met het door hen gebruikte referentienummer, om, met het oog op vergelijking, via het nationale toegangspunt vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens door te geven aan het centraal systeem. Na ontvangst van een dergelijk verzoek gaat de controlerende autoriteit na of is voldaan aan alle voorwaarden voor een in artikel 21 of artikel 22, naargelang van het geval, bedoeld verzoek om vergelijking. | 1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden kunnen de in artikel 6, lid 1, en artikel 8, lid 2, bedoelde aangewezen autoriteiten overeenkomstig artikel 21, lid 1, tot de controlerende autoriteit een gemotiveerd elektronisch verzoek richten, samen met het door hen gebruikte referentienummer, om, met het oog op vergelijking, via het nationale toegangspunt vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens door te geven aan het centraal systeem en de in artikel 6, lid 1, bedoelde aangewezen autoriteiten. Na ontvangst van een dergelijk verzoek gaat de controlerende autoriteit na of is voldaan aan alle voorwaarden voor een in artikel 21 of artikel 22, naargelang van het geval, bedoeld verzoek om vergelijking. |
Or. en
Motivering
Dit amendement houdt verband met artikel 1, lid 1, onder c). Wegens technische en gegevensbeschermingsredenen kan Europol op dit moment niet om een vergelijking verzoeken via het nationale contactpunt, hoewel de wetgever bij de laatste herschikkingsprocedure in 2013 Europol hiertoe toestemming had gegeven. Europol moet bijgevolg zonder omwegen om een vergelijking kunnen verzoeken.
Amendement 366
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden kunnen de in artikel 6, lid 1, en artikel 8, lid 2, bedoelde aangewezen autoriteiten overeenkomstig artikel 21, lid 1, tot de controlerende autoriteit een gemotiveerd elektronisch verzoek richten, samen met het door hen gebruikte referentienummer, om, met het oog op vergelijking, via het nationale toegangspunt vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens door te geven aan het centraal systeem. Na ontvangst van een dergelijk verzoek gaat de controlerende autoriteit na of is voldaan aan alle voorwaarden voor een in artikel 21 of artikel 22, naargelang van het geval, bedoeld verzoek om vergelijking. | 1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden kunnen de in artikel 6, lid 1, en artikel 8, lid 2, bedoelde aangewezen autoriteiten overeenkomstig artikel 21, lid 1, tot de controlerende autoriteit een gemotiveerd elektronisch verzoek richten, samen met het door hen gebruikte referentienummer, om, met het oog op vergelijking, via het nationale toegangspunt vingerafdrukgegevens, gezichtsopnamegegevens of beide gegevens door te geven aan het centraal systeem. Na ontvangst van een dergelijk verzoek gaat de controlerende autoriteit na of is voldaan aan alle voorwaarden voor een in artikel 21 of artikel 22, naargelang van het geval, bedoeld verzoek om vergelijking. |
Or. en
Amendement 367
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden kunnen de in artikel 6, lid 1, en artikel 8, lid 2, bedoelde aangewezen autoriteiten overeenkomstig artikel 21, lid 1, tot de controlerende autoriteit een gemotiveerd elektronisch verzoek richten, samen met het door hen gebruikte referentienummer, om, met het oog op vergelijking, via het nationale toegangspunt vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens door te geven aan het centraal systeem. Na ontvangst van een dergelijk verzoek gaat de controlerende autoriteit na of is voldaan aan alle voorwaarden voor een in artikel 21 of artikel 22, naargelang van het geval, bedoeld verzoek om vergelijking. | 1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden kunnen de in artikel 6, lid 1, bedoelde aangewezen autoriteiten overeenkomstig artikel 21, lid 1, tot de controlerende autoriteit een gemotiveerd elektronisch verzoek richten, samen met het door hen gebruikte referentienummer, om, met het oog op vergelijking, via het nationale toegangspunt vingerafdrukgegevens, gezichtsopnamegegevens en alfanumerieke gegevens door te geven aan het centraal systeem. Na ontvangst van een dergelijk verzoek gaat de controlerende autoriteit na of is voldaan aan alle voorwaarden voor een in artikel 21 of artikel 22, naargelang van het geval, bedoeld verzoek om vergelijking. |
Or. en
Motivering
Dezelfde motivering als de motivering van het amendement op de titel van artikel 20.
Amendement 368
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Wanneer is voldaan aan alle voorwaarden voor een verzoek om een vergelijking als bedoeld in artikel 21 of artikel 22, stuurt de controlerende autoriteit het verzoek om vergelijking door naar het nationale toegangspunt dat het volgens de procedures van de artikelen 15 en 16 naar het centraal systeem doorstuurt voor vergelijking met de vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens die overeenkomstig artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, en artikel 14, lid 1, aan het centraal systeem zijn toegezonden. | 2. Wanneer is voldaan aan alle voorwaarden voor een verzoek om een vergelijking als bedoeld in artikel 21 of artikel 22, stuurt de controlerende autoriteit het verzoek om vergelijking door naar het nationale toegangspunt dat het volgens de procedures van de artikelen 15 en 16 naar het centraal systeem doorstuurt voor vergelijking met de vingerafdrukgegevens, gezichtsopnamegegevens of beide gegevens die overeenkomstig artikel 10, lid 1, en artikel 13, lid 1, aan het centraal systeem zijn toegezonden. |
Or. en
Amendement 369
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Wanneer is voldaan aan alle voorwaarden voor een verzoek om een vergelijking als bedoeld in artikel 21 of artikel 22, stuurt de controlerende autoriteit het verzoek om vergelijking door naar het nationale toegangspunt dat het volgens de procedures van de artikelen 15 en 16 naar het centraal systeem doorstuurt voor vergelijking met de vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens die overeenkomstig artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, en artikel 14, lid 1, aan het centraal systeem zijn toegezonden. | 2. Wanneer is voldaan aan alle voorwaarden voor een verzoek om een vergelijking als bedoeld in artikel 21 of artikel 22, stuurt de controlerende autoriteit het verzoek om vergelijking door naar het nationale toegangspunt dat het volgens de procedures van de artikelen 15 en 16 naar het centraal systeem doorstuurt voor vergelijking met de vingerafdrukgegevens, gezichtsopnamegegevens en alfanumerieke gegevens die overeenkomstig artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, en artikel 14, lid 1, aan het centraal systeem zijn toegezonden. |
Or. en
Motivering
Dezelfde motivering als de motivering van het amendement op de titel van artikel 20.
Amendement 370
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Wanneer is voldaan aan alle voorwaarden voor een verzoek om een vergelijking als bedoeld in artikel 21 of artikel 22, stuurt de controlerende autoriteit het verzoek om vergelijking door naar het nationale toegangspunt dat het volgens de procedures van de artikelen 15 en 16 naar het centraal systeem doorstuurt voor vergelijking met de vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens die overeenkomstig artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, en artikel 14, lid 1, aan het centraal systeem zijn toegezonden. | 2. Wanneer is voldaan aan alle voorwaarden voor een verzoek om een vergelijking als bedoeld in artikel 21 of artikel 22, stuurt de controlerende autoriteit het verzoek om vergelijking door naar het nationale toegangspunt dat het volgens de procedures van de artikelen 15 en 16 naar het centraal systeem doorstuurt voor vergelijking met de vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens die overeenkomstig artikel 10, lid 1, artikel 12 bis, artikel 13, lid 1, en artikel 14, lid 1, aan het centraal systeem zijn toegezonden. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 371
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. In uitzonderlijke dringende gevallen waarin een dreigend gevaar moet worden verhinderd dat verband houdt met terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, kan de controlerende autoriteit de vingerafdrukgegevens onmiddellijk na ontvangst van een verzoek van een aangewezen autoriteit ter vergelijking aan het nationale toegangspunt toezenden en alleen achteraf verifiëren of is voldaan aan alle voorwaarden voor een verzoek tot vergelijking als bedoeld in artikel 21 of artikel 22, onder meer of daarbij werkelijk sprake was van een uitzonderlijk dringend geval. De verificatie achteraf vindt plaats zonder onnodige vertraging na de verwerking van het verzoek. | 4. In uitzonderlijke dringende gevallen waarin een dreigend gevaar moet worden verhinderd dat verband houdt met terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, kan de controlerende autoriteit de vingerafdrukgegevens, gezichtsopnamegegevens en alfanumerieke gegevens onmiddellijk na ontvangst van een verzoek van een aangewezen autoriteit ter vergelijking aan het nationale toegangspunt toezenden en alleen achteraf verifiëren of is voldaan aan alle voorwaarden voor een verzoek tot vergelijking als bedoeld in artikel 21 of artikel 22, onder meer of daarbij werkelijk sprake was van een uitzonderlijk dringend geval. De verificatie achteraf vindt plaats zonder onnodige vertraging na de verwerking van het verzoek. |
Or. en
Motivering
Dezelfde motivering als de motivering van het amendement op de titel van artikel 20.
Amendement 372
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 - lid 1 - inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden mogen aangewezen autoriteiten binnen het kader van hun bevoegdheden alleen een gemotiveerd elektronisch verzoek richten ter vergelijking van vingerafdrukgegevens met in het centraal systeem opgeslagen gegevens wanneer vergelijkingen met de onderstaande gegevensbanken niet tot de vaststelling van de identiteit van de betrokkene hebben geleid: | 1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden mogen aangewezen autoriteiten binnen het kader van hun bevoegdheden alleen een gemotiveerd elektronisch verzoek richten ter vergelijking van vingerafdrukgegevens, gezichtsopnamegegevens en alfanumerieke gegevens met in het centraal systeem opgeslagen gegevens wanneer voorafgaande controle is verricht in: |
Or. en
Motivering
Het amendement houdt verband met artikel 1, lid 1, onder c), van het voorstel (niet-gecodificeerd), waarin is vastgelegd dat Eurodac niet alleen gericht is op de tenuitvoerlegging van de Dublin-verordening maar ook rechtshandhaving als doel heeft. De aangewezen autoriteiten van de lidstaten en Europol kunnen slechts aan hun verplichting voldoen als de procedure voor toegang tot Eurodac snel en doeltreffend is, maar er ook nog mee rekening houdt dat de hoofddoelstelling van Eurodac het ondersteunen van de lidstaten bij de toepassing van de Dublin-verordening is.
Amendement 373
Sophia in 't Veld
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 - lid 1 - streepje 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
– de geautomatiseerde dactyloscopische identificatiesystemen van alle andere lidstaten op grond van Besluit 2008/615/JBZ indien vergelijkingen technisch beschikbaar zijn, tenzij er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de vergelijking met dergelijke systemen niet tot de vaststelling van de identiteit van de betrokkene zou leiden. Die gegronde redenen worden opgenomen in het gemotiveerde elektronische verzoek om vergelijking met Eurodac-gegevens dat de aangewezen autoriteit naar de controlerende autoriteit stuurt; en | – de geautomatiseerde dactyloscopische identificatiesystemen van alle andere lidstaten op grond van Besluit 2008/615/JBZ; en |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met artikel 104 van het Reglement moet dit amendement worden gemaakt omdat het onlosmakelijk is verbonden met de andere ontvankelijke amendementen met betrekking tot de doeleinden van Eurodac (artikel 1), waarin wordt verwezen naar de naleving van de noodzakelijkheids- en evenredigheidsbeginselen onder artikel 52, lid 1, van het Handvest en de betreffende jurisprudentie van het HvJ-EU.
Amendement 374
Sophia in 't Veld
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens blijven beperkt tot het opzoeken met behulp van vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens. | 2. Verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens blijven beperkt tot wat strikt noodzakelijk en evenredig is, en in elk geval tot het opzoeken met behulp van vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens. |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met artikel 104 van het Reglement moet dit amendement worden gemaakt omdat het onlosmakelijk is verbonden met de andere ontvankelijke amendementen met betrekking tot de doeleinden van Eurodac (artikel 1), waarin wordt verwezen naar de naleving van de noodzakelijkheids- en evenredigheidsbeginselen onder artikel 52, lid 1, van het Handvest en de betreffende jurisprudentie van het HvJ-EU.
Amendement 375
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens blijven beperkt tot het opzoeken met behulp van vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens. | 2. Verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens blijven beperkt tot het opzoeken met behulp van vingerafdrukgegevens, gezichtsopnamegegevens of alfanumerieke gegevens. |
Or. en
Motivering
Dezelfde motivering als de motivering van het amendement op de titel van artikel 20.
Amendement 376
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens blijven beperkt tot het opzoeken met behulp van vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens. | 2. Verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens blijven beperkt tot het opzoeken met behulp van vingerafdrukgegevens, gezichtsopnamegegevens of beide gegevens. |
Or. en
Amendement 377
Malin Björk, Barbara Spinelli, Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 22
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 22 | Schrappen |
Voorwaarden voor toegang tot Eurodac-gegevens door Europol |
|
1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden mag de aangewezen autoriteit van Europol binnen het kader van het mandaat van Europol en indien dit nodig is voor het vervullen van de taken van Europol alleen een gemotiveerd elektronisch verzoek richten ter vergelijking van vingerafdrukgegevens met in het centraal systeem opgeslagen gegevens wanneer vergelijkingen met vingerafdrukgegevens die zijn opgeslagen in informatieverwerkingssystemen die technisch en wettelijk toegankelijk zijn voor Europol, niet tot de vaststelling van de identiteit van de betrokkene hebben geleid en wanneer voldaan is aan elk van de volgende voorwaarden: |
|
a) de vergelijking is noodzakelijk om het optreden van de lidstaten bij het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten die onder het mandaat van Europol vallen, te ondersteunen en te versterken, wat betekent dat er sprake is van een doorslaggevend openbaarveiligheidsbelang dat het doorzoeken van de gegevensbank rechtvaardigt; |
|
b) de vergelijking noodzakelijk is in een specifiek geval (wat inhoudt dat er geen systematische vergelijkingen worden verricht); en |
|
c) er bestaan gegronde redenen om aan te nemen dat de vergelijking wezenlijk zal bijdragen tot het voorkomen, opsporen of onderzoeken van een van de betrokken strafbare feiten. Dergelijke gegronde redenen bestaan met name wanneer er een gegrond vermoeden bestaat dat de verdachte, de overtreder of het slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit behoort tot één van de in deze verordening behandelde categorieën. |
|
2. Verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens blijven beperkt tot het vergelijken van vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens. |
|
3. Voor het verwerken van de gegevens die Europol door middel van vergelijking met Eurodac-gegevens heeft verkregen, is de toestemming nodig van de lidstaat van oorsprong. Deze toestemming wordt verleend via de nationale Europol-dienst van die lidstaat. |
|
| (Dit amendement is van toepassing op de gehele tekst. Bij aanneming van dit amendement moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.) |
Or. en
Motivering
In its original form, the Eurodac Regulation was conceived to assist in the detection of multiple asylum applications. As such, access to data was restricted to immigration and asylum authorities. In 2013, the Eurodac Regulation was amended to introduce the possibility for Member States' law enforcement authorities and Europol to access Eurodac for the purposes of prevention, detection and investigation of terrorist offences and other serious criminal offences.The proposal to add a secondary objective not envisaged in the original architecture of the system raised considerable concerns. In its opinion, the European Data Protection Supervisor (EDPS) argued that the necessity and proportionality of law enforcement access were not sufficiently demonstrated and applicable data protection law aspects had not been sufficiently considered. In particular, it argued that the additional purpose of Eurodac presented a ‘function creep’ and was hard to reconcile with the principle of purpose limitation, and that the access to a database of vulnerable persons (international protection applicants) was potentially discriminatory.The rapporteur has opened up this part of the regulation in order to give Europol direct access to the Eurodac database.However, the concerns raised in 2013 against the enlargement of the scope remains, and there has yet not been a assessment of necessity or proportionality. As long as necessity and proportionality have not been proven for each of these elements, the Regulation risks violating the Charter and could be challenged before the CJEU. As recommended by the EDPS, such an expansion should not be done before a careful assessment of the suitability of Eurodac to meet these objectives.
Amendement 378
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 - lid 1 - inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden mag de aangewezen autoriteit van Europol binnen het kader van het mandaat van Europol en indien dit nodig is voor het vervullen van de taken van Europol alleen een gemotiveerd elektronisch verzoek richten ter vergelijking van vingerafdrukgegevens met in het centraal systeem opgeslagen gegevens wanneer vergelijkingen met vingerafdrukgegevens die zijn opgeslagen in informatieverwerkingssystemen die technisch en wettelijk toegankelijk zijn voor Europol, niet tot de vaststelling van de identiteit van de betrokkene hebben geleid en wanneer voldaan is aan elk van de volgende voorwaarden: | 1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden mag de aangewezen autoriteit van Europol binnen het kader van het mandaat van Europol en indien dit nodig is voor het vervullen van de taken van Europol alleen een verzoek richten om toegang te krijgen tot in het centraal systeem opgeslagen gegevens wanneer een voorafgaande controle is verricht in informatieverwerkingssystemen die technisch en wettelijk toegankelijk zijn voor Europol en wanneer voldaan is aan elk van de volgende voorwaarden: |
Or. en
Motivering
Het amendement houdt verband met artikel 1, lid 1, onder c), van het voorstel (niet-gecodificeerd), waarin is vastgelegd dat Eurodac niet alleen gericht is op de tenuitvoerlegging van de Dublin-verordening maar ook rechtshandhaving als doel heeft. De aangewezen autoriteiten van de lidstaten en Europol kunnen slechts aan hun verplichting voldoen als de procedure voor toegang tot Eurodac snel en doeltreffend is, maar er ook nog mee rekening houdt dat de hoofddoelstelling van Eurodac het ondersteunen van de lidstaten bij de toepassing van de Dublin-verordening is.
Amendement 379
Sophia in 't Veld
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens blijven beperkt tot het vergelijken van vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens. | 2. Verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens blijven beperkt tot wat strikt noodzakelijk en evenredig is, en in elk geval tot het vergelijken van vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens. |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met artikel 104 van het Reglement moet dit amendement worden gemaakt omdat het onlosmakelijk is verbonden met de andere ontvankelijke amendementen met betrekking tot de doeleinden van Eurodac (artikel 1), waarin wordt verwezen naar de naleving van de noodzakelijkheids- en evenredigheidsbeginselen onder artikel 52, lid 1, van het Handvest en de betreffende jurisprudentie van het HvJ-EU.
Amendement 380
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens blijven beperkt tot het vergelijken van vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens. | 2. Verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens blijven beperkt tot het vergelijken van vingerafdrukgegevens, gezichtsopnamegegevens of alfanumerieke gegevens. |
Or. en
Motivering
Dezelfde motivering als de motivering van het amendement op de titel van artikel 20.
Amendement 381
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens blijven beperkt tot het vergelijken van vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens. | 2. Verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens blijven beperkt tot het vergelijken van vingerafdrukgegevens, gezichtsopnamegegevens of beide gegevens. |
Or. en
Amendement 382
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden worden de vingerafdrukken door de lidstaat gedigitaliseerd en verzonden in het in het overeengekomen Interface Control Document vastgelegde gegevensformaat zodat zij geschikt zijn voor vergelijkingen door het geautomatiseerde vingerafdrukherkenningssysteem. | 2. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden worden de vingerafdrukken en de gezichtsopname door de lidstaat gedigitaliseerd en verzonden in het in het overeengekomen Interface Control Document vastgelegde gegevensformaat zodat zij geschikt zijn voor vergelijkingen door het geautomatiseerde vingerafdruk- en gezichtsherkenningssysteem. |
Or. en
Motivering
Correctie van het voorstel van de Commissie, waarin niet op alle vereiste plaatsen zowel "vingerafdrukken" als "gezichtsopname" is opgenomen, hetgeen in overeenstemming is met de plichten in artikel 2.
Amendement 383
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
a) de rechtmatigheid van het nemen van de vingerafdrukken en het maken van de gezichtsopname; | a) de rechtmatigheid van het nemen van de vingerafdrukken, het maken van de gezichtsopname of beide; |
Or. en
Amendement 384
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
b) de rechtmatigheid van de toezending van de vingerafdrukgegevens en van de overige in artikel 12, in artikel 13, lid 2, en in artikel 14, lid 2, bedoelde gegevens aan het centraal systeem; | b) de rechtmatigheid van de toezending van de vingerafdrukgegevens en van de overige in artikel 12, in artikel 12 ter, in artikel 13, lid 2, en in artikel 14, lid 2, bedoelde gegevens aan het centraal systeem; |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 385
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – lid 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
e) de rechtmatigheid van de verwerking van de door het centraal systeem toegezonden resultaten van de vergelijking van de vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens. | e) de rechtmatigheid van de verwerking van de door het centraal systeem toegezonden resultaten van de vergelijking van de vingerafdrukgegevens, gezichtsopnamegegevens of beide gegevens. |
Or. en
Amendement 386
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De vingerafdrukken worden gedigitaliseerd en toegezonden in het in het overeengekomen Interface Control Document vastgelegde gegevensformaat. Voor zover dat met het oog op de doeltreffende werking van het centraal systeem noodzakelijk is, stelt het Agentschap eu-LISA de nodige technische voorschriften op voor toezendingen in dat gegevensformaat door de lidstaten aan het centraal systeem en vice versa. Het Agentschap eu-LISA zorgt ervoor dat de door de lidstaten toegezonden vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens in het geautomatiseerde vingerafdruk- en gezichtsherkenningssysteem kunnen worden vergeleken. | 1. De vingerafdrukken en de gezichtsopname worden gedigitaliseerd en toegezonden in het in het overeengekomen Interface Control Document vastgelegde gegevensformaat. Voor zover dat met het oog op de doeltreffende werking van het centraal systeem noodzakelijk is, stelt het Agentschap eu-LISA de nodige technische voorschriften op voor toezendingen in dat gegevensformaat door de lidstaten aan het centraal systeem en vice versa. Het Agentschap eu-LISA zorgt ervoor dat de door de lidstaten toegezonden vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens in het geautomatiseerde vingerafdruk- en gezichtsherkenningssysteem kunnen worden vergeleken. |
Or. en
Motivering
Correctie van het voorstel van de Commissie, waarin niet op alle vereiste plaatsen zowel "vingerafdrukken" als "gezichtsopname" is opgenomen, hetgeen in overeenstemming is met de plichten in artikel 2.
Amendement 387
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De toezending van de gegevens overeenkomstig artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, door de lidstaten geschiedt langs elektronische weg. De in artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, bedoelde gegevens worden automatisch opgeslagen in het centraal systeem. Voor zover dat met het oog op de doeltreffende werking van het centraal systeem noodzakelijk is, stelt eu-LISA technische voorschriften op die waarborgen dat gegevens naar behoren langs elektronische weg door de lidstaten aan het centraal systeem en vice versa kunnen worden gezonden. | 2. De toezending van de gegevens overeenkomstig artikel 12 en artikel 13, lid 2, door de lidstaten geschiedt langs elektronische weg. De in artikel 12 en artikel 13, lid 2, bedoelde gegevens worden automatisch opgeslagen in het centraal systeem. Voor zover dat met het oog op de doeltreffende werking van het centraal systeem noodzakelijk is, stelt eu-LISA technische voorschriften op die waarborgen dat gegevens naar behoren langs elektronische weg door de lidstaten aan het centraal systeem en vice versa kunnen worden gezonden. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ontvankelijk want het is onlosmakelijk verbonden met de ontvankelijke amendementen tot schrapping van artikel 14, leden 1, 2, 4, 5 en 6.
Amendement 388
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De toezending van de gegevens overeenkomstig artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, door de lidstaten geschiedt langs elektronische weg. De in artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, bedoelde gegevens worden automatisch opgeslagen in het centraal systeem. Voor zover dat met het oog op de doeltreffende werking van het centraal systeem noodzakelijk is, stelt eu-LISA technische voorschriften op die waarborgen dat gegevens naar behoren langs elektronische weg door de lidstaten aan het centraal systeem en vice versa kunnen worden gezonden. | 2. De toezending van de gegevens overeenkomstig artikel 12, artikel 12 ter, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, door de lidstaten geschiedt langs elektronische weg. De in artikel 12, artikel 12 ter, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, bedoelde gegevens worden automatisch opgeslagen in het centraal systeem. Voor zover dat met het oog op de doeltreffende werking van het centraal systeem noodzakelijk is, stelt eu-LISA technische voorschriften op die waarborgen dat gegevens naar behoren langs elektronische weg door de lidstaten aan het centraal systeem en vice versa kunnen worden gezonden. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 389
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Het in artikel 12, onder i), artikel 13, lid 2, onder i), artikel 14, lid 2, onder i), en artikel 20, lid 1, bedoelde referentienummer maakt het mogelijk om de gegevens ondubbelzinnig aan een persoon en aan de lidstaat die de gegevens toezendt te koppelen. Voorts kan uit dat nummer worden opgemaakt of het gaat om een persoon als bedoeld in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1. | 3. Het in artikel 12, onder i), artikel 12 ter, artikel 13, lid 2, onder i), artikel 14, lid 2, onder i), en artikel 20, lid 1, bedoelde referentienummer maakt het mogelijk om de gegevens ondubbelzinnig aan een persoon en aan de lidstaat die de gegevens toezendt te koppelen. Voorts kan uit dat nummer worden opgemaakt of het gaat om een persoon als bedoeld in artikel 10, lid 1, artikel 12 bis, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 390
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Het in artikel 12, onder i), artikel 13, lid 2, onder i), artikel 14, lid 2, onder i), en artikel 20, lid 1, bedoelde referentienummer maakt het mogelijk om de gegevens ondubbelzinnig aan een persoon en aan de lidstaat die de gegevens toezendt te koppelen. Voorts kan uit dat nummer worden opgemaakt of het gaat om een persoon als bedoeld in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1. | 3. Het in artikel 12, onder i), artikel 13, lid 2, onder i), en artikel 20, lid 1, bedoelde referentienummer maakt het mogelijk om de gegevens ondubbelzinnig aan een persoon en aan de lidstaat die de gegevens toezendt te koppelen. Voorts kan uit dat nummer worden opgemaakt of het gaat om een persoon als bedoeld in artikel 10, lid 1, en artikel 13, lid 1. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ontvankelijk want het is onlosmakelijk verbonden met de ontvankelijke amendementen tot schrapping van artikel 14, leden 1, 2, 4, 5 en 6.
Amendement 391
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Het referentienummer begint met de kenletter(s) waarmee de lidstaat die de gegevens heeft toegezonden, wordt aangeduid. Na de kenletter(s) volgt de identificatie van de personen- of verzoekcategorie. Gegevens van in artikel 10, lid 1, bedoelde personen worden aangeduid met "1", van in artikel 13, lid 1, bedoelde personen met "2", van in artikel 14, lid 1, bedoelde personen met "3", van in artikel 21 bedoelde verzoeken met "4", van in artikel 22 bedoelde verzoeken met "5" en van in artikel 30 bedoelde verzoeken met "9". | 4. Het referentienummer begint met de kenletter(s) waarmee de lidstaat die de gegevens heeft toegezonden, wordt aangeduid. Na de kenletter(s) volgt de identificatie van de personen- of verzoekcategorie. Gegevens van in artikel 10, lid 1, bedoelde personen worden aangeduid met "1", van in artikel 13, lid 1, bedoelde personen met "2", van in artikel 14, lid 1, bedoelde personen met "3", van in artikel 21 bedoelde verzoeken met "4", van in artikel 22 bedoelde verzoeken met "5", van in artikel 30 bedoelde verzoeken met "9" en van in artikel 12 bis bedoelde personen met "6". |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 392
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Het referentienummer begint met de kenletter(s) waarmee de lidstaat die de gegevens heeft toegezonden, wordt aangeduid. Na de kenletter(s) volgt de identificatie van de personen- of verzoekcategorie. Gegevens van in artikel 10, lid 1, bedoelde personen worden aangeduid met "1", van in artikel 13, lid 1, bedoelde personen met "2", van in artikel 14, lid 1, bedoelde personen met "3", van in artikel 21 bedoelde verzoeken met "4", van in artikel 22 bedoelde verzoeken met "5" en van in artikel 30 bedoelde verzoeken met "9". | 4. Het referentienummer begint met de kenletter(s) waarmee de lidstaat die de gegevens heeft toegezonden, wordt aangeduid. Na de kenletter(s) volgt de identificatie van de personen- of verzoekcategorie. Gegevens van in artikel 10, lid 1, bedoelde personen worden aangeduid met "1", van in artikel 13, lid 1, bedoelde personen met "2", van in artikel 21 bedoelde verzoeken met "4", van in artikel 22 bedoelde verzoeken met "5" en van in artikel 30 bedoelde verzoeken met "9". |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ontvankelijk want het is onlosmakelijk verbonden met de ontvankelijke amendementen tot schrapping van artikel 14, leden 1, 2, 4, 5 en 6.
Amendement 393
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De lidstaten dragen er zorg voor dat de toegezonden vingerafdrukgegevens van zodanige kwaliteit zijn dat zij geschikt zijn voor vergelijkingen door het geautomatiseerde vingerafdruk- en gezichtsherkenningssysteem. Voor zover dat nodig is om te waarborgen dat bij de vergelijking door het centraal systeem zeer nauwkeurige resultaten worden verkregen, bepaalt eu-LISA welke kwaliteit toegezonden vingerafdrukgegevens moeten hebben. Het centraal systeem controleert zo spoedig mogelijk de kwaliteit van de toegezonden vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens. Indien vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens niet geschikt zijn voor vergelijkingen door het geautomatiseerde vingerafdruk- en gezichtsherkenningssysteem, stelt het centraal systeem de lidstaat daarvan in kennis. De betrokken lidstaat zendt dan kwalitatief geschikte vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens toe met hetzelfde referentienummer als de vorige reeks vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens. | 1. De lidstaten dragen er zorg voor dat de toegezonden vingerafdrukgegevens van zodanige kwaliteit zijn dat zij geschikt zijn voor vergelijkingen door het geautomatiseerde vingerafdruk- en gezichtsherkenningssysteem. Voor zover dat nodig is om te waarborgen dat bij de vergelijking door het centraal systeem zeer nauwkeurige resultaten worden verkregen, bepaalt eu-LISA welke kwaliteit toegezonden vingerafdrukgegevens moeten hebben. Het centraal systeem controleert zo spoedig mogelijk de kwaliteit van de toegezonden vingerafdrukgegevens of gezichtsopnamegegevens. Indien vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens niet geschikt zijn voor vergelijkingen door het geautomatiseerde vingerafdruk- en gezichtsherkenningssysteem, stelt het centraal systeem de lidstaat daarvan in kennis. De betrokken lidstaat zendt dan kwalitatief geschikte vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens toe met hetzelfde referentienummer als de vorige reeks vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens. |
Or. en
Amendement 394
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De lidstaten dragen er zorg voor dat de toegezonden vingerafdrukgegevens van zodanige kwaliteit zijn dat zij geschikt zijn voor vergelijkingen door het geautomatiseerde vingerafdruk- en gezichtsherkenningssysteem. Voor zover dat nodig is om te waarborgen dat bij de vergelijking door het centraal systeem zeer nauwkeurige resultaten worden verkregen, bepaalt eu-LISA welke kwaliteit toegezonden vingerafdrukgegevens moeten hebben. Het centraal systeem controleert zo spoedig mogelijk de kwaliteit van de toegezonden vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens. Indien vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens niet geschikt zijn voor vergelijkingen door het geautomatiseerde vingerafdruk- en gezichtsherkenningssysteem, stelt het centraal systeem de lidstaat daarvan in kennis. De betrokken lidstaat zendt dan kwalitatief geschikte vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens toe met hetzelfde referentienummer als de vorige reeks vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens. | 1. De lidstaten dienen er zorg voor te dragen dat de toegezonden vingerafdrukgegevens en gezichtsopnamegegevens van zodanige kwaliteit zijn dat zij geschikt zijn voor vergelijkingen door het geautomatiseerde vingerafdruk- en gezichtsherkenningssysteem. Voor zover dat nodig is om te waarborgen dat bij de vergelijking door het centraal systeem zeer nauwkeurige resultaten worden verkregen, bepaalt eu-LISA welke kwaliteit toegezonden vingerafdrukgegevens en gezichtsopnamegegevens moeten hebben. Het centraal systeem controleert zo spoedig mogelijk de kwaliteit van de toegezonden vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens. Indien vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens niet geschikt zijn voor vergelijkingen door het geautomatiseerde vingerafdruk- en gezichtsherkenningssysteem, stelt het centraal systeem de lidstaat daarvan in kennis. De betrokken lidstaat zendt dan kwalitatief geschikte vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens toe met hetzelfde referentienummer als de vorige reeks vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens. |
Or. en
Motivering
Correctie van het voorstel van de Commissie, waarin niet op alle vereiste plaatsen zowel "vingerafdrukken" als "gezichtsopname" is opgenomen, hetgeen in overeenstemming is met de plichten in artikel 2.
Amendement 395
Sophia in 't Veld
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Het resultaat van de overeenkomstig artikel 15 verrichte vergelijking van vingerafdrukgegevens wordt in de ontvangende lidstaat onverwijld gecontroleerd door een deskundige op het gebied van vingerafdrukken zoals bepaald overeenkomstig zijn nationale regelgeving, die specifiek is opgeleid in de soorten vingerafdrukvergelijkingen die in deze verordening zijn opgenomen. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), van deze verordening vastgelegde doeleinden gebeurt de definitieve identificatie door de lidstaat van oorsprong, in samenwerking met de andere betrokken lidstaten. | 4. Het resultaat van de overeenkomstig artikel 15 verrichte vergelijking van vingerafdrukken en gezichtsopnamen wordt in de ontvangende lidstaat onverwijld gecontroleerd door een deskundige op het gebied van de identificatie van vingerafdrukken en gezichtsopnamen zoals bepaald overeenkomstig zijn nationale regelgeving, die specifiek is opgeleid in de soorten vingerafdruk- en gezichtsopnamevergelijkingen die in deze verordening zijn opgenomen. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), van deze verordening vastgelegde doeleinden gebeurt de definitieve identificatie door de lidstaat van oorsprong, in samenwerking met de andere betrokken lidstaten. |
Or. en
Motivering
Overeenkomstig artikel 104 van het Reglement is dit amendement noodzakelijk omdat het onlosmakelijk is verbonden met andere ontvankelijke amendementen die betrekking hebben op de doeleinden van Eurodac (artikel 1), en het garanties voor de identificatie stelt.
Amendement 396
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Het resultaat van de overeenkomstig artikel 15 verrichte vergelijking van vingerafdrukgegevens wordt in de ontvangende lidstaat onverwijld gecontroleerd door een deskundige op het gebied van vingerafdrukken zoals bepaald overeenkomstig zijn nationale regelgeving, die specifiek is opgeleid in de soorten vingerafdrukvergelijkingen die in deze verordening zijn opgenomen. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), van deze verordening vastgelegde doeleinden gebeurt de definitieve identificatie door de lidstaat van oorsprong, in samenwerking met de andere betrokken lidstaten. | 4. Het resultaat van de overeenkomstig artikel 15 verrichte vergelijking van vingerafdrukgegevens wordt in de ontvangende lidstaat onverwijld gecontroleerd door een deskundige op het gebied van vingerafdrukken zoals bepaald overeenkomstig zijn nationale regelgeving, die specifiek is opgeleid in de soorten vingerafdrukvergelijkingen die in deze verordening zijn opgenomen. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) en c bis), van deze verordening vastgelegde doeleinden gebeurt de definitieve identificatie door de lidstaat van oorsprong, in samenwerking met de andere betrokken lidstaten. |
Or. en
Motivering
This amendment is admissible as inextricably linked to the admissible amendment deleting Article 1(1)(b). This amendment furthermore is needed to maintain the logic of the text as it should serve to protect child victims of trafficking and support the identification and protection of unaccompanied children who go missing, disappear or abscond, as the European Commission highlighted in its explanatory memorandum accompanying the proposed recast Eurodac Regulation. In order to comply with Article 7, Article 8 and Article 24 of the Charter, the processing of children’s biometric data as young as six years of age can only be justified if it expressly pursues a child protection objective.
Amendement 397
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Het resultaat van de overeenkomstig artikel 15 verrichte vergelijking van vingerafdrukgegevens wordt in de ontvangende lidstaat onverwijld gecontroleerd door een deskundige op het gebied van vingerafdrukken zoals bepaald overeenkomstig zijn nationale regelgeving, die specifiek is opgeleid in de soorten vingerafdrukvergelijkingen die in deze verordening zijn opgenomen. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), van deze verordening vastgelegde doeleinden gebeurt de definitieve identificatie door de lidstaat van oorsprong, in samenwerking met de andere betrokken lidstaten. | 4. Het resultaat van de overeenkomstig artikel 15 verrichte vergelijking van vingerafdrukgegevens wordt in de ontvangende lidstaat onverwijld gecontroleerd door een deskundige op het gebied van vingerafdrukken zoals bepaald overeenkomstig zijn nationale regelgeving, die specifiek is opgeleid in de soorten vingerafdrukvergelijkingen die in deze verordening zijn opgenomen. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a), a bis) en b), van deze verordening vastgelegde doeleinden gebeurt de definitieve identificatie door de lidstaat van oorsprong, in samenwerking met de andere betrokken lidstaten. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 398
Malin Björk, Barbara Spinelli, Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 5 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Het resultaat van de overeenkomstig artikel 16 verrichte vergelijking van gezichtsopnamegegevens wordt in de ontvangende lidstaat onverwijld gecontroleerd en geverifieerd. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), van deze verordening vastgelegde doeleinden gebeurt de definitieve identificatie door de lidstaat van oorsprong, in samenwerking met de andere betrokken lidstaten. | Schrappen |
Or. en
Amendement 399
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 5 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Het resultaat van de overeenkomstig artikel 16 verrichte vergelijking van gezichtsopnamegegevens wordt in de ontvangende lidstaat onverwijld gecontroleerd en geverifieerd. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), van deze verordening vastgelegde doeleinden gebeurt de definitieve identificatie door de lidstaat van oorsprong, in samenwerking met de andere betrokken lidstaten. | Het resultaat van de overeenkomstig artikel 16 verrichte vergelijking van gezichtsopnamegegevens wordt in de ontvangende lidstaat onverwijld gecontroleerd en geverifieerd. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) en c bis), van deze verordening vastgelegde doeleinden gebeurt de definitieve identificatie door de lidstaat van oorsprong, in samenwerking met de andere betrokken lidstaten. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ontvankelijk want het is onlosmakelijk verbonden met het ontvankelijke amendement tot schrapping van artikel 1, lid 1, onder b).
Amendement 400
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 5 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Het resultaat van de overeenkomstig artikel 16 verrichte vergelijking van gezichtsopnamegegevens wordt in de ontvangende lidstaat onverwijld gecontroleerd en geverifieerd. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), van deze verordening vastgelegde doeleinden gebeurt de definitieve identificatie door de lidstaat van oorsprong, in samenwerking met de andere betrokken lidstaten. | Het resultaat van de overeenkomstig artikel 16 verrichte vergelijking van gezichtsopnamegegevens wordt in de ontvangende lidstaat onverwijld gecontroleerd en geverifieerd. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a), a bis) en b), van deze verordening vastgelegde doeleinden gebeurt de definitieve identificatie door de lidstaat van oorsprong, in samenwerking met de andere betrokken lidstaten. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 401
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Elke lidstaat bepaalt welke nationale autoriteiten in overeenstemming met lid 1 van dit artikel toegang hebben tot de in het centraal systeem opgeslagen gegevens met het oog op de toepassing van artikel 1, lid 1, onder a) en b). Bij de aanwijzing van deze autoriteiten wordt gespecificeerd welke dienst precies bevoegd is voor de uitvoering van de taken in verband met de toepassing van deze verordening. Elke lidstaat zendt de Commissie en eu-LISA onverwijld de lijst van die diensten en eventuele wijzigingen daarvan toe. eu-LISA maakt een geconsolideerde lijst bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie. Wanneer de lijst wordt gewijzigd, maakt eu-LISA een keer per jaar een bijgewerkte geconsolideerde versie ervan online bekend. | 2. Elke lidstaat bepaalt welke nationale autoriteiten in overeenstemming met lid 1 van dit artikel toegang hebben tot de in het centraal systeem opgeslagen gegevens met het oog op de toepassing van artikel 1, lid 1, onder a), a bis) en b). Bij de aanwijzing van deze autoriteiten wordt gespecificeerd welke dienst precies bevoegd is voor de uitvoering van de taken in verband met de toepassing van deze verordening. Elke lidstaat zendt de Commissie en eu-LISA onverwijld de lijst van die diensten en eventuele wijzigingen daarvan toe. eu-LISA maakt een geconsolideerde lijst bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie. Wanneer de lijst wordt gewijzigd, maakt eu-LISA een keer per jaar een bijgewerkte geconsolideerde versie ervan online bekend. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 402
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Alleen de lidstaat van oorsprong is bevoegd de gegevens die hij aan het centraal systeem heeft toegezonden, te wijzigen door rechtzetting, aanvulling of verwijdering, onverminderd de verwijdering overeenkomstig artikel 18. | 3. Alleen de lidstaat van oorsprong is bevoegd de gegevens die hij aan het centraal systeem heeft toegezonden, te wijzigen door rechtzetting, aanvulling of verwijdering, onverminderd de verwijdering overeenkomstig artikelen 13 en 18. |
Or. en
Amendement 403
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 29 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), vastgelegde doeleinden neemt elke lidstaat met betrekking tot zijn nationaal systeem de nodige maatregelen ter verwezenlijking van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde doelstellingen. Voorts registreert elke lidstaat de personeelsleden die naar behoren gemachtigd zijn gegevens in te voeren of op te vragen. | 3. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a), a bis) en b), vastgelegde doeleinden neemt elke lidstaat met betrekking tot zijn nationaal systeem de nodige maatregelen ter verwezenlijking van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde doelstellingen. Voorts registreert elke lidstaat de personeelsleden die naar behoren gemachtigd zijn gegevens in te voeren of op te vragen. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 404
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Onder artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, vallende personen worden door de lidstaat van oorsprong schriftelijk en indien nodig mondeling in een taal die zij begrijpen of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij die begrijpen, in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal ingelicht over: | 1. Onder artikel 10, lid 1, artikel 12 bis, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, vallende personen worden door de lidstaat van oorsprong schriftelijk en indien nodig mondeling in een taal die zij begrijpen of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij die begrijpen, in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal ingelicht over: |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 405
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 - lid 1 - inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Onder artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, vallende personen worden door de lidstaat van oorsprong schriftelijk en indien nodig mondeling in een taal die zij begrijpen of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij die begrijpen, in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal ingelicht over: | 1. Onder artikel 10, lid 1, of artikel 13, lid 1, vallende personen worden door de lidstaat van oorsprong schriftelijk en indien nodig mondeling in een taal die zij begrijpen of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij die begrijpen, in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal ingelicht over: |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ontvankelijk want het is onlosmakelijk verbonden met de ontvankelijke amendementen tot schrapping van artikel 14, leden 1, 2, 4, 5 en 6.
Amendement 406
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
b) de doeleinden van de verwerking van hun gegevens in Eurodac, met inbegrip van een beschrijving van de doelstellingen van Verordening (EU) […/…], overeenkomstig artikel 6 daarvan, en een in begrijpelijke vorm opgestelde uitleg van het feit dat de lidstaten en Europol Eurodac voor rechtshandhavingsdoeleinden mogen raadplegen; | b) de doeleinden van de verwerking van hun gegevens in Eurodac, met inbegrip van een beschrijving van de doelstellingen van Verordening (EU) […/…], overeenkomstig artikel 6 daarvan, en, in voorkomend geval, de doeleinden van Verordening XXX/XXX en een in begrijpelijke vorm opgestelde uitleg van het feit dat de lidstaten en Europol Eurodac voor rechtshandhavingsdoeleinden mogen raadplegen; |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 407
Sophia in 't Veld
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
c) de ontvangers of categorieën van ontvangers van de gegevens; | c) de ontvangers van de gegevens; |
Or. en
Amendement 408
Sylvia-Yvonne Kaufmann, Josef Weidenholzer, Vilija Blinkevičiūtė, Péter Niedermüller, Maria Grapini, Juan Fernando López Aguilar
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
c) de ontvangers of categorieën van ontvangers van de gegevens; | c) de ontvangers van de gegevens; |
Or. en
Amendement 409
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
d) in verband met een persoon op wie artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, van toepassing is, de verplichting tot het laten nemen van zijn vingerafdrukken; | d) in verband met een persoon op wie artikel 10, lid 1, artikel 12 bis, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, van toepassing is, de verplichting tot het laten nemen van zijn vingerafdrukken; |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 410
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
d) in verband met een persoon op wie artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, van toepassing is, de verplichting tot het laten nemen van zijn vingerafdrukken; | d) in verband met een persoon op wie artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, van toepassing is, de verplichting tot het laten nemen van zijn vingerafdrukken en het laten maken van zijn gezichtsopname; |
Or. en
Motivering
Correctie van het voorstel van de Commissie, waarin niet op alle vereiste plaatsen zowel "vingerafdrukken" als "gezichtsopname" is opgenomen, hetgeen in overeenstemming is met de plichten in artikel 2.
Amendement 411
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
d) in verband met een persoon op wie artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, van toepassing is, de verplichting tot het laten nemen van zijn vingerafdrukken; | d) in verband met een persoon op wie artikel 10, lid 1, of artikel 13, lid 1, van toepassing is, de verplichting tot het laten nemen van zijn vingerafdrukken; |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ontvankelijk want het is onlosmakelijk verbonden met de ontvankelijke amendementen tot schrapping van artikel 14, leden 1, 2, 4, 5 en 6.
Amendement 412
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 1 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
f) het bestaan van het recht de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken om inzage in de hen betreffende gegevens en het recht te verzoeken hen betreffende onjuiste gegevens te verbeteren, onvolledige persoonsgegevens aan te vullen of hen betreffende onrechtmatig verwerkte persoonsgegevens te verwijderen dan wel de verwerking ervan te beperken, met inbegrip van het recht op het ontvangen van informatie over de procedures om die rechten te doen gelden en van de contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijke en van de in artikel 32, lid 1, bedoelde toezichthoudende autoriteiten; | f) het bestaan van het recht bezwaar te maken tegen de verwerking van persoonsgegevens het recht de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken om inzage in de hen betreffende gegevens en het recht te verzoeken hen betreffende onjuiste gegevens te verbeteren, onvolledige persoonsgegevens aan te vullen of hen betreffende onrechtmatig verwerkte persoonsgegevens te verwijderen dan wel de verwerking ervan te beperken, met inbegrip van het recht op het ontvangen van informatie over de procedures om die rechten te doen gelden en van de contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijke en van de in artikel 32, lid 1, bedoelde toezichthoudende autoriteiten; |
Or. en
Motivering
Dit amendement stemt de rechten af op de rechten in artikel 15, lid 1, van de algemene verordening gegevensbescherming.
Amendement 413
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 1 – letter g
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
g) het recht om een klacht in te dienen bij de toezichthoudende autoriteit. | g) het recht om een klacht in te dienen bij de nationale toezichthoudende autoriteit. |
Or. en
Motivering
Overeenkomstig artikel 32.
Amendement 414
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Aan personen die onder artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, vallen, wordt de informatie als bedoeld in lid 1 van dit artikel meegedeeld op het tijdstip waarop hun vingerafdrukken genomen worden. | Aan personen die onder artikel 10, lid 1, artikel 12 bis, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, vallen, wordt de informatie als bedoeld in lid 1 van dit artikel meegedeeld op het tijdstip waarop hun vingerafdrukken genomen worden. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 415
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Aan personen die onder artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, vallen, wordt de informatie als bedoeld in lid 1 van dit artikel meegedeeld op het tijdstip waarop hun vingerafdrukken genomen worden. | Aan personen die onder artikel 10, lid 1, of artikel 13, lid 1, vallen, wordt de informatie als bedoeld in lid 1 van dit artikel meegedeeld op het tijdstip waarop hun vingerafdrukken genomen worden. |
Or. en
Amendement 416
Sylvia-Yvonne Kaufmann, Josef Weidenholzer, Vilija Blinkevičiūtė, Péter Niedermüller, Kati Piri, Maria Grapini, Juan Fernando López Aguilar, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Wanneer de onder artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, vallende persoon een minderjarige is, verstrekken de lidstaten de informatie op een aan zijn leeftijd aangepaste manier. | Wanneer de onder artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, vallende persoon een minderjarige is, verstrekken de lidstaten de informatie op een aan zijn leeftijd aangepaste manier en in een kindvriendelijke omgeving. |
Or. en
Motivering
Dit amendement houdt verband met de wijzigingen in artikelen 10, 13 en 14 van het voorstel van de Commissie. In deze artikelen verlaagt de Commissie de minimumleeftijd voor het nemen van vingerafdrukken van 14 naar 6 jaar. Bijgevolg is het belangrijk om de garanties voor minderjarigen te versterken.
Amendement 417
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Wanneer de onder artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, vallende persoon een minderjarige is, verstrekken de lidstaten de informatie op een aan zijn leeftijd aangepaste manier. | Wanneer de onder artikel 10, lid 1, artikel 12 bis, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, vallende persoon een minderjarige is, verstrekken de lidstaten de informatie op een aan zijn leeftijd aangepaste manier. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 418
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Wanneer de onder artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, vallende persoon een minderjarige is, verstrekken de lidstaten de informatie op een aan zijn leeftijd aangepaste manier. | Wanneer de onder artikel 10, lid 1, en artikel 13, lid 1, vallende persoon een minderjarige is, verstrekken de lidstaten de informatie op een aan zijn leeftijd aangepaste manier. |
Or. en
Motivering
This amendment is needed to maintain the logic of the text as it should serve to protect child victims of trafficking and support the identification and protection of unaccompanied children who go missing, disappear or abscond, as the European Commission highlighted in its explanatory memorandum accompanying the proposed recast Eurodac Regulation. In order to comply with Article 7, Article 8 and Article 24 of the Charter, the processing of children’s biometric data as young as six years of age can only be justified if it expressly pursues a child protection objective. Furthermore, this amendment is admissible as inextricably linked to the admissible amendments deleting Article 14(1), Article 14(2), Article 14(4), Article 14(5) and Article 14(6).
Amendement 419
Sylvia-Yvonne Kaufmann, Josef Weidenholzer, Vilija Blinkevičiūtė, Péter Niedermüller, Kati Piri, Maria Grapini, Juan Fernando López Aguilar, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 3 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De brochure wordt zodanig opgesteld dat de lidstaten deze kunnen aanvullen met informatie die eigen is aan de lidstaat in kwestie. Die lidstaatspecifieke informatie omvat ten minste de rechten van de betrokkene, de mogelijkheid van informatieverstrekking door de nationale toezichthoudende autoriteiten, en de contactgegevens van het bureau van de verwerkingsverantwoordelijke, de functionaris voor gegevensbescherming en de nationale toezichthoudende autoriteiten. | De brochure wordt zodanig opgesteld dat de lidstaten deze kunnen aanvullen met informatie die eigen is aan de lidstaat in kwestie. Die lidstaatspecifieke informatie omvat ten minste de mogelijke administratieve sancties krachtens het nationale recht voor personen die niet meewerken aan het nemen van vingerafdrukken of het maken van een gezichtsopname, de rechten van de betrokkene, de mogelijkheid van informatieverstrekking en bijstand door de nationale toezichthoudende autoriteiten, en de contactgegevens van het bureau van de verwerkingsverantwoordelijke, de functionaris voor gegevensbescherming en de nationale toezichthoudende autoriteiten. |
Or. en
Motivering
Dit amendement houdt verband met artikel 2 (nieuw). De Commissie stelt daarin de mogelijkheid voor lidstaten voor om administratieve sancties in te voeren krachtens het nationale recht wegens niet-medewerking aan het nemen van vingerafdrukken of het maken van een gezichtsopname. Deze sancties moeten in de brochure worden vermeld. Het woord "bijstand" was in het voorstel van de Commissie vervangen door "informatie" en is in dit amendement opnieuw ingevoerd.
Amendement 420
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 3 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De brochure wordt zodanig opgesteld dat de lidstaten deze kunnen aanvullen met informatie die eigen is aan de lidstaat in kwestie. Die lidstaatspecifieke informatie omvat ten minste de rechten van de betrokkene, de mogelijkheid van informatieverstrekking door de nationale toezichthoudende autoriteiten, en de contactgegevens van het bureau van de verwerkingsverantwoordelijke, de functionaris voor gegevensbescherming en de nationale toezichthoudende autoriteiten. | De brochure wordt zodanig opgesteld dat de lidstaten deze kunnen aanvullen met informatie die eigen is aan de lidstaat in kwestie. Die lidstaatspecifieke informatie omvat ten minste de rechten van de betrokkene, de mogelijkheid van bijstand door de nationale toezichthoudende autoriteiten, en de contactgegevens van het bureau van de verwerkingsverantwoordelijke, de functionaris voor gegevensbescherming en de nationale toezichthoudende autoriteiten. |
Or. en
Amendement 421
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), van deze verordening vastgelegde doeleinden worden de rechten van betrokkenen inzake inzage, rectificatie en wissing uitgeoefend overeenkomstig hoofdstuk III van Verordening (EU) [2016/…] en toegepast zoals in dit artikel vastgesteld. | 1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a), a bis) en b), van deze verordening vastgelegde doeleinden worden de rechten van betrokkenen inzake inzage, rectificatie en wissing uitgeoefend overeenkomstig hoofdstuk III van Verordening (EU) [2016/…] en toegepast zoals in dit artikel vastgesteld. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 422
Malin Björk, Barbara Spinelli, Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het recht van inzage van de betrokkene in iedere lidstaat omvat het recht op mededeling van de over hem in het centraal systeem vastgelegde gegevens en van de lidstaat die deze gegevens aan het centraal systeem heeft toegezonden. Deze toegang tot gegevens kan slechts door een lidstaat worden verleend. | 2. Het recht van inzage van de betrokkene in iedere lidstaat omvat het recht op mededeling van de over hem in het centraal systeem vastgelegde gegevens en van de lidstaat die deze gegevens aan het centraal systeem heeft toegezonden. Deze toegang tot gegevens kan slechts door een lidstaat worden verleend. |
Or. en
Amendement 423
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 32 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Elke lidstaat draagt ervoor zorg dat de overeenkomstig artikel 41 van de richtlijn bedoeld in artikel [46, lid 1,] van Verordening (EU) [2016/...] aangewezen toezichthoudende autoriteit of autoriteiten van iedere lidstaat toezien op de rechtmatige verwerking van persoonsgegevens door deze lidstaat met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) en b) vastgelegde doeleinden, alsmede op de toezending daarvan aan het centraal systeem. | 1. Elke lidstaat draagt ervoor zorg dat de overeenkomstig artikel 41 van de richtlijn bedoeld in artikel [46, lid 1,] van Verordening (EU) [2016/...] aangewezen toezichthoudende autoriteit of autoriteiten van iedere lidstaat toezien op de rechtmatige verwerking van persoonsgegevens door deze lidstaat met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a), a bis) en b) vastgelegde doeleinden, alsmede op de toezending daarvan aan het centraal systeem. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 424
Sophia in 't Veld
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Voor de in lid 3 neergelegde doeleinden komen de nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming elk jaar ten minste tweemaal bijeen. De kosten en logistieke ondersteuning van deze bijeenkomsten komen ten laste van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. Tijdens de eerste bijeenkomst wordt een reglement van orde vastgesteld. Indien nodig worden in onderling overleg verdere werkmethoden vastgesteld. Om de twee jaar wordt een gezamenlijk activiteitenverslag toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en eu-LISA. | 4. Voor de in lid 3 neergelegde doeleinden komen de nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming elk jaar ten minste tweemaal bijeen. De kosten en logistieke ondersteuning van deze bijeenkomsten komen ten laste van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. Tijdens de eerste bijeenkomst wordt een reglement van orde vastgesteld. Indien nodig worden in onderling overleg verdere werkmethoden vastgesteld. Jaarlijks wordt een gezamenlijk activiteitenverslag met een beoordeling van de toepassing van de gegevensbeschermingsbepalingen in deze verordening en de noodzaak en evenredigheid van toegang tot Eurodac voor rechtshandhavingstoepassingen toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en eu-LISA. |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met artikel 104 van het Reglement moet dit amendement worden gemaakt omdat het onlosmakelijk is verbonden met de andere ontvankelijke amendementen met betrekking tot de doeleinden van Eurodac (artikel 1), waarin wordt verwezen naar de naleving van de noodzakelijkheids- en evenredigheidsbeginselen onder artikel 52, lid 1, van het Handvest en de betreffende jurisprudentie van het HvJ-EU.
Amendement 425
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De lidstaten stellen eu-LISA in kennis van veiligheidsincidenten die in hun systemen zijn waargenomen, onverminderd de verplichting tot melding en mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens overeenkomstig [de artikelen 31 en 32] van Verordening (EU) [2016/...] respectievelijk [de artikelen 28 en 29]. eu-LISA stelt de lidstaten en Europol in kennis in geval van een veiligheidsincident in het centrale EES. De betrokken lidstaten, eu-LISA en Europol werken tijdens een veiligheidsincident samen. | 3. De lidstaten stellen eu-LISA in kennis van veiligheidsincidenten die in hun systemen zijn waargenomen, onverminderd de verplichting tot melding en mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens overeenkomstig [de artikelen 33 en 34] van Verordening (EU) 679/2016. Met name betrokkenen worden onverwijld op de hoogte gebracht door eu-LISA wanneer een veiligheidsincident waarschijnlijk zal leiden tot een groot risico voor hun rechten en vrijheden. eu-LISA stelt de lidstaten, Europol en de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming in kennis in geval van een veiligheidsincident in het centrale EES. De betrokken lidstaten, eu-LISA en Europol werken tijdens een veiligheidsincident samen. |
Or. en
Motivering
Dit amendement zorgt ervoor dat individuen op de hoogte worden gebracht in het geval van een inbreuk in verband met persoonsgegevens die een risico kan vormen voor hun rechten en vrijheden. Dit is zeer belangrijk in het geval dat een land van oorsprong via een computerkraak specifieke gegevens te weten komt over zijn burgers, voornamelijk mensenrechtenactivisten die hun land zijn ontvlucht.
Amendement 426
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De in het kader van deze verordening door een lidstaat of Europol uit het centraal systeem verkregen persoonsgegevens worden niet aan derde landen, internationale organisaties of in of buiten de Unie gevestigde private instanties doorgegeven of ter beschikking gesteld. Dit verbod geldt ook indien deze gegevens op nationaal niveau of tussen de lidstaten worden verwerkt in de zin van [artikel […] van Richtlijn (EU) [2016/…] ]. | 1. De in het kader van deze verordening door een lidstaat of Europol uit het centraal systeem verkregen persoonsgegevens worden niet aan derde landen, internationale organisaties of in of buiten de Unie gevestigde private instanties doorgegeven of ter beschikking gesteld. Dit verbod geldt ook indien deze gegevens op nationaal niveau of tussen de lidstaten worden verwerkt in de zin van Verordening (EU) 679/2016 en [artikel […] 2, onder b), van Richtlijn (EU) [2016/680]]. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is noodzakelijk om dwingende redenen met het oog op het waarborgen van de interne logica van de tekst door ervoor te zorgen dat de algemene verordening gegevensbescherming (Verordening (EU) 679/2016) en de politiële verordening gegevensbescherming (Richtlijn 2016/680/EU) in de gehele Eurodac-verordening consistent worden toegepast. Dit amendement is ook gebaseerd op opmerkingen van de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming.
Amendement 427
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek, Hilde Vautmans
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De in het kader van deze verordening door een lidstaat of Europol uit het centraal systeem verkregen persoonsgegevens worden niet aan derde landen, internationale organisaties of in of buiten de Unie gevestigde private instanties doorgegeven of ter beschikking gesteld. Dit verbod geldt ook indien deze gegevens op nationaal niveau of tussen de lidstaten worden verwerkt in de zin van [artikel […] van Richtlijn (EU) [2016/…]]. | 1. De in het kader van deze verordening door een lidstaat of Europol uit het centraal systeem verkregen persoonsgegevens worden niet aan derde landen, internationale organisaties of in of buiten de Unie gevestigde private instanties doorgegeven of ter beschikking gesteld. Dit verbod geldt ook indien deze gegevens op nationaal niveau of tussen de lidstaten worden verwerkt in de zin van [artikel […] van Richtlijn (EU) [2016/…]] en Verordening (EU) 2016/679. |
Or. fr
Motivering
De verwerking van persoonsgegevens is ook in identieke bewoordingen geregeld door Richtlijn 95/46, die in mei 2018 zal worden vervangen door de algemene verordening gegevensbescherming.
Amendement 428
Sophia in 't Veld
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De in het kader van deze verordening door een lidstaat of Europol uit het centraal systeem verkregen persoonsgegevens worden niet aan derde landen, internationale organisaties of in of buiten de Unie gevestigde private instanties doorgegeven of ter beschikking gesteld. Dit verbod geldt ook indien deze gegevens op nationaal niveau of tussen de lidstaten worden verwerkt in de zin van [artikel […] van Richtlijn (EU) [2016/…] ]. | 1. De in het kader van deze verordening door een lidstaat of Europol uit het centraal systeem verkregen persoonsgegevens worden in geen enkel geval aan derde landen, internationale organisaties of in of buiten de Unie gevestigde private instanties doorgegeven of ter beschikking gesteld. Dit verbod geldt ook indien deze gegevens op nationaal niveau of tussen de lidstaten worden verwerkt in de zin van [artikel […] van Richtlijn (EU) [2016/…] ]. |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met artikel 104 van het Reglement moet dit amendement worden gemaakt omdat het onlosmakelijk is verbonden met de andere ontvankelijke amendementen met betrekking tot de doeleinden van Eurodac (artikel 1), waarin wordt verwezen naar de naleving van de noodzakelijkheids- en evenredigheidsbeginselen onder artikel 52, lid 1, van het Handvest en de betreffende jurisprudentie van het HvJ-EU.
Amendement 429
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Persoonsgegevens die uit een lidstaat afkomstig zijn en tussen lidstaten zijn uitgewisseld naar aanleiding van een voor de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden verkregen treffer, worden niet aan derde landen doorgegeven indien er een reëel risico bestaat dat de betrokkene als gevolg van die doorgifte aan folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen of andere schendingen van grondrechten wordt onderworpen. | 2. Persoonsgegevens die uit een lidstaat afkomstig zijn en tussen lidstaten zijn uitgewisseld naar aanleiding van een voor de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden verkregen treffer, worden niet aan derde landen doorgegeven, bijvoorbeeld niet indien er een reëel risico bestaat dat de betrokkene als gevolg van die doorgifte aan folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen of andere schendingen van grondrechten wordt onderworpen. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is noodzakelijk om dwingende redenen om te waarborgen dat de doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen in de gehele Eurodac-verordening op een consistente manier wordt verboden. Dit amendement is onlosmakelijk verbonden met het amendement op artikel 37, lid 1. Het is ook gebaseerd op opmerkingen van de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming.
Amendement 430
Malin Björk, Barbara Spinelli, Marina Albiol Guzmán, Dennis de Jong
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Ten aanzien van personen bedoeld in artikel 10, lid 1, wordt over het feit dat in een lidstaat om internationale bescherming is verzocht geen informatie verstrekt aan een derde land, met name indien dat derde land tevens het land van herkomst is van de betrokken persoon. | 3. Ten aanzien van personen bedoeld in artikel 10, lid 1, wordt geen informatie verstrekt aan een derde land. |
Or. en
Amendement 431
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Ten aanzien van personen bedoeld in artikel 10, lid 1, wordt over het feit dat in een lidstaat om internationale bescherming is verzocht geen informatie verstrekt aan een derde land, met name indien dat derde land tevens het land van herkomst is van de betrokken persoon. | 3. Ten aanzien van personen bedoeld in artikel 10, lid 1, wordt geen informatie verstrekt aan een derde land, met name indien dat derde land tevens het land van herkomst is van de betrokken persoon. |
Or. en
Motivering
Dit amendement zorgt ervoor dat er ten aanzien van personen bedoeld in artikel 10, lid 1, helemaal geen informatie wordt verstrekt aan derde landen.
Amendement 432
Sylvia-Yvonne Kaufmann, Josef Weidenholzer, Vilija Blinkevičiūtė, Péter Niedermüller, Kati Piri, Maria Grapini, Juan Fernando López Aguilar, Dietmar Köster, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Ten aanzien van personen bedoeld in artikel 10, lid 1, wordt over het feit dat in een lidstaat om internationale bescherming is verzocht geen informatie verstrekt aan een derde land, met name indien dat derde land tevens het land van herkomst is van de betrokken persoon. | 3. Ten aanzien van personen bedoeld in artikel 10, lid 1, wordt over het feit dat in een lidstaat om internationale bescherming is verzocht geen informatie verstrekt aan een derde land. |
Or. en
Amendement 433
Sophia in 't Veld
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Ten aanzien van personen bedoeld in artikel 10, lid 1, wordt over het feit dat in een lidstaat om internationale bescherming is verzocht geen informatie verstrekt aan een derde land, met name indien dat derde land tevens het land van herkomst is van de betrokken persoon. | 3. Ten aanzien van personen bedoeld in artikel 10, lid 1, wordt over het feit dat in een lidstaat om internationale bescherming is verzocht geen informatie verstrekt aan een derde land. |
Or. en
Amendement 434
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Ten aanzien van personen bedoeld in artikel 10, lid 1, wordt over het feit dat in een lidstaat om internationale bescherming is verzocht geen informatie verstrekt aan een derde land, met name indien dat derde land tevens het land van herkomst is van de betrokken persoon. | 3. Ten aanzien van personen bedoeld in artikel 10, lid 1, en artikel 12 bis, wordt over het feit dat in een lidstaat om internationale bescherming is verzocht geen informatie verstrekt aan een derde land, met name indien dat derde land tevens het land van herkomst is van de betrokken persoon. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: dit amendement houdt verband met het voorstel om een nieuwe categorie toe te voegen (nieuw hoofdstuk II bis) en beoogt in het kader van deze toevoeging de samenhang van de tekst te verzekeren.
Amendement 435
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 38
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 38 | Schrappen |
Doorgifte van gegevens aan derde landen met het oog op terugkeer |
|
1. Persoonsgegevens betreffende personen bedoeld in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 1, die een lidstaat heeft verkregen naar aanleiding van een treffer met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) of b), vastgelegde doeleinden, mogen in afwijking van artikel 37 van deze verordening worden doorgegeven aan of ter beschikking gesteld van een derde land overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EU) [2016/…], indien dat noodzakelijk is om de identiteit van een onderdaan van een derde land aan te tonen met het oog op terugkeer, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: |
|
b) het derde land stemt er uitdrukkelijk mee in de gegevens uitsluitend te gebruiken voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt, te doen wat rechtmatig en noodzakelijk is om de in artikel 1, lid 1, onder b), vastgelegde doeleinden te verwezenlijken, en de gegevens te wissen wanneer het niet langer gerechtvaardigd is ze te bewaren; |
|
c) de lidstaat van oorsprong die de gegevens in het centraal systeem heeft ingevoerd, heeft toestemming gegeven en de betrokkene is meegedeeld dat zijn persoonsgegevens met de autoriteiten van een derde land kunnen worden gedeeld. |
|
2. Ten aanzien van personen bedoeld in artikel 10, lid 1, wordt over het feit dat in een lidstaat om internationale bescherming is verzocht geen informatie verstrekt aan een derde land, met name indien dat derde land tevens het land van herkomst is van de betrokken persoon. |
|
3. Derde landen krijgen geen rechtstreekse toegang tot het centraal systeem voor het vergelijken of toezenden van vingerafdrukgegevens of andere persoonsgegevens van onderdanen van derde landen of staatlozen en krijgen geen toegang via het door een lidstaat aangewezen nationale toegangspunt. |
|
Or. en
Amendement 436
Malin Björk, Barbara Spinelli, Marina Albiol Guzmán, Dennis de Jong
Voorstel voor een verordening
Artikel 38
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 38 | Schrappen |
Doorgifte van gegevens aan derde landen met het oog op terugkeer |
|
1. Persoonsgegevens betreffende personen bedoeld in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 1, die een lidstaat heeft verkregen naar aanleiding van een treffer met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) of b), vastgelegde doeleinden, mogen in afwijking van artikel 37 van deze verordening worden doorgegeven aan of ter beschikking gesteld van een derde land overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EU) [2016/…], indien dat noodzakelijk is om de identiteit van een onderdaan van een derde land aan te tonen met het oog op terugkeer, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: |
|
b) het derde land stemt er uitdrukkelijk mee in de gegevens uitsluitend te gebruiken voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt, te doen wat rechtmatig en noodzakelijk is om de in artikel 1, lid 1, onder b), vastgelegde doeleinden te verwezenlijken, en de gegevens te wissen wanneer het niet langer gerechtvaardigd is ze te bewaren; |
|
c) de lidstaat van oorsprong die de gegevens in het centraal systeem heeft ingevoerd, heeft toestemming gegeven en de betrokkene is meegedeeld dat zijn persoonsgegevens met de autoriteiten van een derde land kunnen worden gedeeld. |
|
2. Ten aanzien van personen bedoeld in artikel 10, lid 1, wordt over het feit dat in een lidstaat om internationale bescherming is verzocht geen informatie verstrekt aan een derde land, met name indien dat derde land tevens het land van herkomst is van de betrokken persoon. |
|
3. Derde landen krijgen geen rechtstreekse toegang tot het centraal systeem voor het vergelijken of toezenden van vingerafdrukgegevens of andere persoonsgegevens van onderdanen van derde landen of staatlozen en krijgen geen toegang via het door een lidstaat aangewezen nationale toegangspunt. |
|
Or. en
Amendement 437
Sylvia-Yvonne Kaufmann, Josef Weidenholzer, Vilija Blinkevičiūtė, Péter Niedermüller, Kati Piri, Maria Grapini, Juan Fernando López Aguilar
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 - lid 1 - inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Persoonsgegevens betreffende personen bedoeld in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 1, die een lidstaat heeft verkregen naar aanleiding van een treffer met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) of b), vastgelegde doeleinden, mogen in afwijking van artikel 37 van deze verordening worden doorgegeven aan of ter beschikking gesteld van een derde land overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EU) [2016/…], indien dat noodzakelijk is om de identiteit van een onderdaan van een derde land aan te tonen met het oog op terugkeer, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: | 1. Alleen de noodzakelijke persoonsgegevens betreffende personen bedoeld in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 1, die een lidstaat heeft verkregen naar aanleiding van een treffer met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) of b), vastgelegde doeleinden, mogen in afwijking van artikel 37 van deze verordening worden doorgegeven aan of ter beschikking gesteld van een derde land overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EU) [2016/…], indien dat noodzakelijk is om de identiteit van een onderdaan van een derde land aan te tonen met het oog op terugkeer, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: |
Or. en
Amendement 438
Sylvia-Yvonne Kaufmann, Josef Weidenholzer, Vilija Blinkevičiūtė, Péter Niedermüller, Maria Grapini, Juan Fernando López Aguilar
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
c) de lidstaat van oorsprong die de gegevens in het centraal systeem heeft ingevoerd, heeft toestemming gegeven en de betrokkene is meegedeeld dat zijn persoonsgegevens met de autoriteiten van een derde land kunnen worden gedeeld. | c) de lidstaat van oorsprong die de gegevens in het centraal systeem heeft ingevoerd, heeft toestemming gegeven en de betrokkene is meegedeeld dat zijn persoonsgegevens met de autoriteiten van een derde land zullen worden gedeeld. |
Or. en
Amendement 439
Sophia in 't Veld
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
c) de lidstaat van oorsprong die de gegevens in het centraal systeem heeft ingevoerd, heeft toestemming gegeven en de betrokkene is meegedeeld dat zijn persoonsgegevens met de autoriteiten van een derde land kunnen worden gedeeld. | c) de lidstaat van oorsprong die de gegevens in het centraal systeem heeft ingevoerd, heeft toestemming gegeven en de betrokkene is meegedeeld dat zijn persoonsgegevens met de autoriteiten van een specifiek derde land zullen worden gedeeld. |
Or. en
Amendement 440
Sylvia-Yvonne Kaufmann, Josef Weidenholzer, Vilija Blinkevičiūtė, Péter Niedermüller, Kati Piri, Maria Grapini, Juan Fernando López Aguilar, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 1 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| c bis) er werd een eindbeslissing genomen over het verzoek van de onderdaan van een derde land om internationale bescherming. |
Or. en
Amendement 441
Sylvia-Yvonne Kaufmann, Josef Weidenholzer, Vilija Blinkevičiūtė, Péter Niedermüller, Maria Grapini, Juan Fernando López Aguilar, Dietmar Köster, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. Persoonsgegevens die uit een lidstaat afkomstig zijn en tussen lidstaten zijn uitgewisseld naar aanleiding van een voor de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), vastgelegde doeleinden verkregen treffer, worden niet aan derde landen doorgegeven indien er een reëel risico bestaat dat de betrokkene als gevolg van die doorgifte aan folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen of andere schendingen van grondrechten wordt onderworpen. |
Or. en
Amendement 442
Sophia in 't Veld
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Ten aanzien van personen bedoeld in artikel 10, lid 1, wordt over het feit dat in een lidstaat om internationale bescherming is verzocht geen informatie verstrekt aan een derde land, met name indien dat derde land tevens het land van herkomst is van de betrokken persoon. | 2. Ten aanzien van personen bedoeld in artikel 10, lid 1, wordt over het feit dat in een lidstaat om internationale bescherming is verzocht geen informatie verstrekt aan een derde land. |
Or. en
Amendement 443
Sylvia-Yvonne Kaufmann, Josef Weidenholzer, Vilija Blinkevičiūtė, Péter Niedermüller, Kati Piri, Maria Grapini, Juan Fernando López Aguilar, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Ten aanzien van personen bedoeld in artikel 10, lid 1, wordt over het feit dat in een lidstaat om internationale bescherming is verzocht geen informatie verstrekt aan een derde land, met name indien dat derde land tevens het land van herkomst is van de betrokken persoon. | 2. Ten aanzien van personen bedoeld in artikel 10, lid 1, wordt over het feit dat in een lidstaat om internationale bescherming is verzocht geen informatie verstrekt aan een derde land. |
Or. en
Amendement 444
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Derde landen krijgen geen rechtstreekse toegang tot het centraal systeem voor het vergelijken of toezenden van vingerafdrukgegevens of andere persoonsgegevens van onderdanen van derde landen of staatlozen en krijgen geen toegang via het door een lidstaat aangewezen nationale toegangspunt. | 3. Derde landen krijgen geen rechtstreekse toegang tot het centraal systeem voor het vergelijken of toezenden van vingerafdruk- of gezichtsopnamegegevens of andere persoonsgegevens van onderdanen van derde landen of staatlozen en krijgen geen toegang via het door een lidstaat aangewezen nationale toegangspunt. |
Or. en
Motivering
Correctie van het voorstel van de Commissie, waarin niet op alle vereiste plaatsen zowel "vingerafdrukken" als "gezichtsopname" is opgenomen, hetgeen in overeenstemming is met de plichten in artikel 2.
Amendement 445
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek, Hilde Vautmans
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. De eindverantwoordelijkheid voor de verwerking van persoonsgegevens ligt bij de lidstaten, die in de zin van Verordening (EU) 2016/679 als "toezichthouders" worden beschouwd. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: Er moet worden verduidelijkt dat de eindverantwoordelijkheid voor de verwerking van persoonsgegevens bij de lidstaten ligt, die in de zin van de algemene verordening gegevensbescherming (Verordening (EU) 2016/679) als "toezichthouders" worden beschouwd.
Amendement 446
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 3 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Op vorderingen tegen een lidstaat tot vergoeding van de in de leden 1 en 2 bedoelde schade zijn de bepalingen van de nationale wetgeving van de verwerende lidstaat van toepassing, overeenkomstig de artikelen [75 en 76] van Verordening (EU) [2016/…] en de artikelen [52 en 53] van Richtlijn (EU) [2016/…]. | 3. Op vorderingen tegen een lidstaat tot vergoeding van de in de leden 1 en 2 bedoelde schade zijn de bepalingen van de nationale wetgeving van de verwerende lidstaat van toepassing, overeenkomstig hoofdstuk VIII van Verordening (EU) [2016/679] en hoofdstuk VIII van Richtlijn (EU) [2016/680] over beroep, aansprakelijkheid en straffen. |
Or. en
Amendement 447
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek, Hilde Vautmans
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. Om de interoperabiliteit tussen het EES en Eurodac mogelijk te maken, wordt door eu-LISA een beveiligd communicatiekanaal opgezet tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van Eurodac. Een koppeling tussen beide systemen is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de biometrische gegevens van een onderdaan van een derde land die in het EES is geregistreerd, kunnen worden doorgezonden naar Eurodac indien deze verordening voorziet in de registratie van deze biometrische gegevens. |
Or. fr
Motivering
Het inreis-uitreissysteem zal tot doel hebben de datum van in- en uitreis van het Schengengebied in verband met een kort verblijf van onderdanen van derde landen te registreren en elke overschrijding van de toegestane verblijfsduur te melden. Na overschrijding van de toegestane verblijfsduur is er sprake van onderdaan van een derde land die illegaal verblijft die dus overeenkomstig artikel 14 moet worden geregistreerd in Eurodac. De interoperabiliteit tussen deze twee systemen zorgt ervoor dat de lidstaten deze personen niet moeten gaan zoeken en voorkomt dubbel werk.
Amendement 448
Malin Björk, Barbara Spinelli, Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Uiterlijk in [2020] verricht eu-LISA een studie naar de technische haalbaarheid van de toevoeging van gezichtsherkenningssoftware aan het centraal systeem met het oog op de vergelijking van gezichtsopnamen. Die studie evalueert de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de resultaten die gezichtsherkenningssoftware produceert met het oog op de doeleinden van Eurodac en doet aanbevelingen voorafgaand aan de invoering van gezichtsherkenningstechnologie in het centraal systeem. | Schrappen |
Or. en
Amendement 449
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Uiterlijk in [2020] verricht eu-LISA een studie naar de technische haalbaarheid van de toevoeging van gezichtsherkenningssoftware aan het centraal systeem met het oog op de vergelijking van gezichtsopnamen. Die studie evalueert de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de resultaten die gezichtsherkenningssoftware produceert met het oog op de doeleinden van Eurodac en doet aanbevelingen voorafgaand aan de invoering van gezichtsherkenningstechnologie in het centraal systeem. | 4. Uiterlijk in [2020] verricht eu-LISA een studie naar de technische haalbaarheid en meerwaarde van de toevoeging van gezichtsherkenningssoftware aan het centraal systeem met het oog op de vergelijking van gezichtsopnamen van minderjarigen. Die studie evalueert de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de resultaten die gezichtsherkenningssoftware produceert met het oog op de doeleinden van Eurodac en doet aanbevelingen voorafgaand aan de invoering van gezichtsherkenningstechnologie in het centraal systeem. De studie voert ook een effectbeoordeling uit van de mogelijke risico's van gezichtsherkenningssoftware op het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en op menselijke waardigheid, de rechten van het kind en non-discriminatie. De studie houdt rekening met de standpunten van andere agentschappen van de Unie, de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming, relevante actoren en academici. |
Or. en
Amendement 450
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 4 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 4 bis. Eu-LISA verricht uiterlijk in 2020 een onderzoek teneinde te bepalen of het nodig is combinaties van biometrische identificatiemiddelen van de verschillende databanken van de EU te harmoniseren en of het raadzaam is voor Eurodac om de identificatiemiddelen te beperken tot vier vingerafdrukken en een gezichtsopname, zoals het geval is voor het inreis-uitreissysteem overeenkomstig Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad. |
Or. fr
Motivering
De combinaties van biometrische identificatiemiddelen van de verschillende databanken van de EU moeten worden geharmoniseerd om hun interoperabiliteit en een zo doeltreffend gebruik ervan te verzekeren.
Amendement 451
Sophia in 't Veld
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Uiterlijk […] en nadien om de vier jaar stelt de Commissie een algehele evaluatie van Eurodac op waarin de bereikte resultaten worden afgezet tegen de doelstellingen en de impact op de grondrechten wordt onderzocht, wordt nagegaan of de toegang met het oog op rechtshandhaving heeft geleid tot indirecte discriminatie van personen op wie deze verordening betrekking heeft, en wordt nagegaan of de uitgangspunten nog gelden en welke gevolgen er voor toekomstige werkzaamheden zijn; daarbij worden ook eventueel noodzakelijke aanbevelingen gedaan. De Commissie legt deze evaluatie voor aan het Europees Parlement en de Raad. | 5. Uiterlijk […] en nadien om de vier jaar stelt de Commissie een algehele evaluatie van Eurodac, samen met een volledige beoordeling van de effecten op gegevensbescherming en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, op waarin de bereikte resultaten worden afgezet tegen de doelstellingen en de impact op de grondrechten wordt onderzocht, wordt nagegaan of de toegang met het oog op rechtshandhaving heeft geleid tot indirecte discriminatie van personen op wie deze verordening betrekking heeft, en wordt nagegaan of de uitgangspunten nog gelden en welke gevolgen er voor toekomstige werkzaamheden zijn; daarbij worden ook eventueel noodzakelijke aanbevelingen gedaan. De Commissie legt deze evaluatie voor aan het Europees Parlement en de Raad. |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met artikel 104 van het Reglement moet dit amendement worden gemaakt omdat het onlosmakelijk is verbonden met de andere ontvankelijke amendementen met betrekking tot de doeleinden van Eurodac (artikel 1), waarin wordt verwezen naar de naleving van de noodzakelijkheids- en evenredigheidsbeginselen onder artikel 52, lid 1, van het Handvest en de betreffende jurisprudentie van het HvJ-EU.
Amendement 452
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 - lid 8 - inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
8. Elke lidstaat en Europol stellen met inachtneming van de bepalingen van nationaal recht inzake de bekendmaking van gevoelige informatie jaarlijkse verslagen op over de doeltreffendheid van de vergelijking van vingerafdrukgegevens met Eurodac-gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden, waarin gegevens en statistieken zijn opgenomen over: | 8. Elke lidstaat en Europol stellen met inachtneming van de bepalingen van nationaal recht inzake de bekendmaking van gevoelige informatie jaarlijkse verslagen op over de doeltreffendheid van de vergelijking van vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens met Eurodac-gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden, waarin gegevens en statistieken zijn opgenomen over: |
Or. en
Motivering
Correctie van het voorstel van de Commissie, waarin niet op alle vereiste plaatsen zowel "vingerafdrukken" als "gezichtsopname" is opgenomen, hetgeen in overeenstemming is met de plichten in artikel 2.
Amendement 453
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De bepalingen van deze verordening zijn niet van toepassing op enig grondgebied waarop [Verordening (EU) nr. 604/2013 niet van toepassing is]. | De bepalingen van deze verordening zijn niet van toepassing op enig grondgebied waarop [Verordening (EU) nr. 604/2013 niet van toepassing is, onverminderd de bepalingen in Verordening XXX/XXX]. |
Or. fr
Motivering
Herschikking: hier dient te worden verwezen naar de toekomstige verordening tot vaststelling van een Uniekader voor hervestiging en dan met name de werkingssfeer ervan zodat onderhavige verordening op deze toekomstige verordening van toepassing kan zijn.
Amendement 454
Judith Sargentini
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 2, lid 2, en de artikelen 32 en 32, alsmede voor de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), genoemde doeleinden artikel 28, lid 4, en de artikelen 30 en 37, zijn van toepassing met ingang van de datum bedoeld in artikel 91, lid 2, van Verordening (EU) [2016/…]. Tot die datum zijn artikel 2, lid 2, artikel 27, lid 4, en de artikelen 29, 30 en 35 van Verordening (EU) nr. 603/2013 van toepassing. | Artikel 2, lid 2, en de artikelen 32 en 32, alsmede voor de in artikel 1, lid 1, onder a), genoemde doeleinden artikel 28, lid 4, en de artikelen 30 en 37, zijn van toepassing met ingang van de datum bedoeld in artikel 91, lid 2, van Verordening (EU) [2016/…]. Tot die datum zijn artikel 2, lid 2, artikel 27, lid 4, en de artikelen 29, 30 en 35 van Verordening (EU) nr. 603/2013 van toepassing. |
Or. en
Amendement 455
Gérard Deprez, Louis Michel, Petr Ježek
Voorstel voor een verordening
Bijlage I bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Bijlage I bis: Gezamenlijke benadering ten aanzien van de tenuitvoerlegging van de Eurodac-verordening wat betreft de verplichting vingerafdrukken te nemen |
| In gevallen waarin een Eurodac-betrokkene eerst niet zijn/haar vingerafdrukken wil laten nemen, worden alle redelijke en evenredige stappen genomen om zijn medewerking af te dwingen. Hiertoe, en om te verzekeren dat het recht van de Unie wordt nageleefd, volgen de lidstaten de hieronder beschreven benadering: |
| 1. De lidstaat brengt de betrokkene ervan op de hoogte dat hij/zij op grond van het recht van Unie verplicht is zijn/haar vingerafdrukken te laten nemen en kan hem/haar uitleggen dat het in zijn/haar belang is dat hij/zij onmiddellijk zijn/haar volledige medewerking verleent en zijn/haar vingerafdrukken laat nemen. Er kan met name aan de betrokkene worden uitgelegd dat, indien hij/zij asiel aanvraagt in een andere lidstaat, het overeenkomstig Verordening (EU) [.../...] van het Europees Parlement en de Raad (de Dublin-verordening) mogelijk is ofwel vingerafdrukken ofwel andere indirecte bewijzen te gebruiken als basis voor zijn/haar overdracht naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor zijn/haar asielaanvraag. De lidstaat kan ook aan de betrokkene uitleggen dat, indien hij/zij daarna een asielaanvraag indient, hij/zij sowieso is verplicht om zijn/haar vingerafdrukken te laten nemen. |
| 2. Indien een betrokkene die geen asielaanvraag heeft ingediend, blijft weigeren om zijn/haar vingerafdrukken te laten nemen, kan hij/zij worden beschouwd als een irreguliere migrant en kunnen lidstaten overwegen om, indien minder dwingende alternatieve maatregelen dan bewaring niet doeltreffend kunnen worden toegepast, hem/haar in bewaring te houden overeenkomstig artikel 15 van Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad (de terugkeerrichtlijn). Zolang een betrokkene weigert mee te werken aan het initiële identificatieproces, dat onder andere bestaat uit het nemen van zijn/haar vingerafdrukken zoals vereist door het recht van de Unie en/of het nationale recht, is het normaal niet mogelijk te besluiten of er al dan niet een realistisch vooruitzicht op zijn/haar terugkeer is en kunnen lidstaten bijgevolg beslissen om, indien minder dwingende alternatieve maatregelen dan bewaring niet doeltreffend kunnen worden toegepast, over te gaan tot bewaring overeenkomstig de terugkeerrichtlijn. |
| 3. In gevallen waarin de betrokkene een asielaanvraag heeft ingediend en weigert zijn/haar vingerafdrukken te laten nemen, kunnen lidstaten beslissen hem/haar in bewaring te houden om zijn/haar identiteit of nationaliteit vast te stellen of te controleren, zoals is vereist op grond van het recht van de Unie en overeenkomstig Richtlijn (EU) .../... (richtlijn opvangvoorzieningen). |
| 4. Indien het nationale rechtskader van de betrokken lidstaat voorziet in versnelde procedures en/of grensprocedures, kunnen de lidstaten de asielzoeker informeren dat krachtens artikel 23, lid 4, onder m), van de huidige richtlijn asielprocedures (2005/85) of krachtens artikel 31, lid 8, onder i), van de herschikte richtlijn asielprocedures (die uiterlijk 20 juli 2015 diende te zijn omgezet) er een versnelde procedure of grensprocedure van toepassing kan zijn op zijn/haar verzoek om verlening van internationale bescherming indien hij/zij weigert zijn/haar vingerafdrukken te laten nemen. De lidstaat kan ook nog uitleggen dat de behandeling van zijn/haar asielaanvraag via dergelijke versnelde procedure en/of grensprocedure als gevolg kan hebben dat zijn/haar aanvraag, na een toereikend en volledig onderzoek van de waarde ervan, kan worden beschouwd als kennelijk ongegrond. Dergelijke vaststelling kan, indien bepaald in het nationale recht van de lidstaat en in overeenstemming met het recht van de Unie en het internationale recht, resulteren in een sterke beperking van het recht van de afgewezen asielzoeker om op het grondgebied te blijven in afwachting van het beroep tegen de afwijzing, en kan ertoe leiden dat hij/zij wordt teruggestuurd vóór de uitspraak in beroep. Daarnaast kunnen lidstaten uitleggen dat, in dergelijke omstandigheden, een uitwijzingsbevel vergezeld kan gaan van een inreisverbod voor de gehele Unie dat tot vijf jaar geldig kan zijn. |
| 5. De betrokkene wordt, overeenkomstig het recht van de Unie, alleen gedurende een zo kort mogelijke periode en indien nodig in bewaring gehouden. |
| 6. Ongeacht of er is beslist de betrokkene in bewaring te houden, verstrekken de lidstaten informatie en advies aan de betrokkene over wat zijn/haar rechten en plichten als irreguliere migrant of als asielzoeker zijn (met inbegrip van het recht op een doeltreffende voorziening in rechte). Dit omvat een uitlegging van de Dublin-verordening via bijvoorbeeld het gebruik van gemeenschappelijke brochures krachtens [bijlage X tot en met XII van Uitvoeringsverordening EU nr. 118/2014 van de Commissie]. Bij deze uitlegging van de Dublin-verordening worden elementen aangehaald die relevant kunnen zijn indien de betrokkene een asielaanvraag indient, zoals de regels betreffende gezinshereniging. |
| 7. Indien het verlenen van advies in eerste instantie geen resultaat oplevert, kan de lidstaat beslissen om, mits volledige naleving van het evenredigheidsbeginsel en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, als laatste uitweg dwang te gebruiken. Indien een lidstaat hiervoor kiest, wordt de betrokkene ingelicht dat dwang kan worden gebruikt voor het nemen van zijn/haar vingerafdrukken. Indien de betrokkene nog steeds weigert mee te werken, mogen de ambtenaren die zijn opgeleid in het evenredige gebruik van dwang, de minimaal vereiste dwang gebruiken. Daarbij moeten de waardigheid en fysieke integriteit van de betrokkene worden geëerbiedigd zoals vastgesteld in een goedkeurde procedure voor het nemen van vingerafdrukken. In het kader van deze procedure licht de ambtenaar aan de betrokkene duidelijk toe welke stappen hij zal ondernemen om de medewerking af te dwingen. De ambtenaar toont aan dat er geen andere, praktische alternatieve maatregel dan het gebruik van redelijke dwang was. Er wordt altijd geval per geval beoordeeld op basis van de specifieke omstandigheden en de kwetsbaarheid van de betrokken persoon of dergelijke alternatieve maatregel bestaat. Lidstaten kunnen oordelen dat het nooit passend is om vingerafdrukken af te dwingen bij bepaalde kwetsbare personen, zoals minderjarigen en zwangere vrouwen. Indien enige dwang wordt gebruikt bij kwetsbare personen, moet ervoor worden gezorgd dat een voor deze personen specifieke procedure wordt gevolgd. Het gebruik van dwang wordt altijd geregistreerd en een verslag van de procedure wordt zo lang als nodig bijgehouden, zodat de betrokken persoon de acties van de autoriteit juridisch kan aanvechten. |
| 8. De lidstaten trachten te voorkomen dat migranten tweemaal hun vingerafdrukken moeten laten nemen. De lidstaten kunnen daarom overwegen de identificatieprocedure voor asiel-/Dublindoeleinden en de identificatieprocedure voor irreguliere migranten krachtens het nationale recht voor terugkeer en andere wettelijke doeleinden die niet onverenigbaar zijn met de asiel-/Dublindoeleinden, uit te voeren in één handeling ("uno actu"), zodat de lasten voor zowel de administratie als de migranten beperkt blijven. Lidstaten voeren systemen in die toelaten dezelfde reeks vingerafdrukken zowel te bewaren in hun nationale geautomatiseerde systeem voor de identificatie van vingerafdrukken als toe te zenden aan het centrale systeem van Eurodac. De identificatie en het nemen van vingerafdrukken vinden zo vroeg mogelijk in de procedure plaats. |
| 9. Indien een asielaanvrager zijn/haar vingertoppen heeft beschadigd of op een andere manier het nemen van vingerafdrukken onmogelijk heeft gemaakt (zoals door het gebruik van lijm), en wanneer er een redelijk vooruitzicht is dat het op korte termijn wel mogelijk zal zijn om vingerafdrukken te nemen, kunnen de lidstaten beslissen dat hij/zij in bewaring moet worden gehouden totdat zijn/haar vingerafdrukken kunnen worden genomen. Er zullen op regelmatige tijdstippen nieuwe pogingen tot het nemen van vingerafdrukken van betrokkenen worden ondernomen. |
| 10. Nadat de vingerafdrukken met succes zijn genomen, wordt de betrokkene vrijgelaten, tenzij er, op grond van de terugkeerrichtlijn of de asielwetgeving van de Unie, een specifieke reden is om hem/haar langer in bewaring te houden. |
Or. en
Motivering
Herschikking: uit de resultaten van een onderzoek blijkt dat sommige lidstaten het gebruik van bewaring toelaten om ervoor te zorgen dat de vingerafdrukken van migranten worden genomen, dat sommige het gebruik van een evenredige mate van dwang toelaten en dat andere geen van beide gebruiken. De bestaande praktijken moeten worden geharmoniseerd zodat ze onder hetzelfde garantieniveau aan de plichten krachtens de Eurodac-verordening voldoen.
Gezamenlijke aanpak ontwikkeld door de Commissie in SWD (2015) 150 final.