Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
2016/0223(COD)
27.3.2017
AMENDEMENTEN
96 - 416
Ontwerpverslag
Tanja Fajon
(PE599.799v02-00)
Normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, alsook wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen
Voorstel voor een verordening
( COM(2016)0466 – C8-0324/2016 – 2016/0223(COD) )
AM_Com_LegReport
Amendement 96
Kristina Winberg
Voorstel voor een verordening
–
| |
| Voorstel tot verwerping |
| Het Europees Parlement verwerpt het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, alsook tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen. |
Or. en
Amendement 97
Auke Zijlstra, Janice Atkinson
Voorstel voor een verordening
–
| |
| Voorstel tot verwerping |
| Het Europees Parlement verwerpt het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, alsook tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen. |
Or. en
Amendement 98
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
–
| |
| Voorstel tot verwerping |
| Het Europees Parlement verwerpt het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, alsook tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen. |
Or. en
Amendement 99
Beatrix von Storch
Ontwerpwetgevingsresolutie
Visum 4
| |
Ontwerpwetgevingsresolutie | Amendement |
– gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 14 december20161, | Schrappen |
_________________ |
|
1 Nog niet in het Publicatieblad verschenen. |
|
Or. en
Motivering
Het Europees Economisch en Sociaal Comité is een "adviesorgaan" waarvoor weinig aanwijzingen bestaan om te veronderstellen dat het invloed heeft op beleid en dat de taakstelling ervan overlappingen vertoont met die van andere organen. Daarom dient het comité te worden afgeschaft. Hiertoe dient het Europees Parlement het advies van het comité naast zich neer te leggen om zo een gedeeltelijke de facto afschaffing te bewerkstelligen.
Amendement 100
Beatrix von Storch
Ontwerpwetgevingsresolutie
Visum 5
| |
Ontwerpwetgevingsresolutie | Amendement |
– gezien het advies van het Comité van de Regio's van 8 februari 20172, | Schrappen |
_________________ |
|
2 Nog niet in het Publicatieblad verschenen. |
|
Or. en
Motivering
Gezien de grotere rol van het Europees Parlement in de wetgevingsprocedure is de beoogde bijdrage van het Comité van de Regio's aan de vormgeving van de wetgeving overbodig geworden, zodat het comité dient te worden afgeschaft. Hiertoe dient het Europees Parlement het advies van het comité naast zich neer te leggen om zo een gedeeltelijke de facto-afschaffing te bewerkstelligen.
Amendement 101
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Titel 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, alsook tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen | Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, alsook tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen |
| (Deze wijziging geldt voor de gehele tekst; goedkeuring ervan brengt technische aanpassingen in de gehele tekst mee.) |
Or. en
Amendement 102
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(1) In Richtlijn 2011/95/EU van de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking)31, moeten een aantal ingrijpende wijzigingen worden aangebracht. Om te zorgen voor harmonisatie en meer convergentie op het gebied van asielbeslissingen en de inhoud van internationale bescherming en op deze manier de prikkels voor bewegingen binnen de Europese Unie te reduceren en een gelijke behandeling van personen die internationale bescherming genieten, te garanderen, moet de richtlijn worden ingetrokken en worden vervangen door een verordening. | Schrappen |
_________________ |
|
31 PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9. |
|
Or. en
Motivering
Door Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming worden de thans bestaande problemen met het Verdrag van Genève van 1951 eerder verergerd dan opgelost. Om de problemen rond de erkenning aan te pakken, moet het Verdrag van Genève van 1951 worden gewijzigd en moet Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 worden ingetrokken.
Amendement 103
Barbara Spinelli, Malin Björk
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(1) In Richtlijn 2011/95/EU van de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking)31, moeten een aantal ingrijpende wijzigingen worden aangebracht. Om te zorgen voor harmonisatie en meer convergentie op het gebied van asielbeslissingen en de inhoud van internationale bescherming en op deze manier de prikkels voor bewegingen binnen de Europese Unie te reduceren en een gelijke behandeling van personen die internationale bescherming genieten, te garanderen, moet de richtlijn worden ingetrokken en worden vervangen door een verordening. | (1) In Richtlijn 2011/95/EU van de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking)31, moet een aantal ingrijpende wijzigingen worden aangebracht. Om te zorgen voor harmonisatie en meer convergentie op het gebied van asielbeslissingen op basis van hoge beschermingsnormen en de inhoud van internationale bescherming en op deze manier een gelijke behandeling van personen die internationale bescherming genieten, te garanderen, is een herschikking van de richtlijn nodig. |
_________________ | _________________ |
31 PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9. | 31 PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9. |
Or. en
Amendement 104
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(1) In Richtlijn 2011/95/EU van de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking)31, moeten een aantal ingrijpende wijzigingen worden aangebracht. Om te zorgen voor harmonisatie en meer convergentie op het gebied van asielbeslissingen en de inhoud van internationale bescherming en op deze manier de prikkels voor bewegingen binnen de Europese Unie te reduceren en een gelijke behandeling van personen die internationale bescherming genieten, te garanderen, moet de richtlijn worden ingetrokken en worden vervangen door een verordening. | (1) In Richtlijn 2011/95/EU van de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking)31, moet een aantal ingrijpende wijzigingen worden aangebracht. Om te zorgen voor harmonisatie en meer convergentie op het gebied van asielbeslissingen, teneinde tot hoge gemeenschappelijke beschermingsnormen in alle lidstaten te komen, en van de inhoud van internationale bescherming, teneinde ten aanzien van de behandeling van personen die internationale bescherming genieten, even hoge normen te garanderen, is een herschikking van de richtlijn nodig. |
_________________ | _________________ |
31 PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9. | 31 PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9. |
Or. en
Amendement 105
Lorenzo Fontana
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(1) In Richtlijn 2011/95/EU van de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking)31, moeten een aantal ingrijpende wijzigingen worden aangebracht. Om te zorgen voor harmonisatie en meer convergentie op het gebied van asielbeslissingen en de inhoud van internationale bescherming en op deze manier de prikkels voor bewegingen binnen de Europese Unie te reduceren en een gelijke behandeling van personen die internationale bescherming genieten, te garanderen, moet de richtlijn worden ingetrokken en worden vervangen door een verordening. | (1) Richtlijn 2011/95/EU van de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking)31, moet ingrijpend worden gewijzigd. Om te zorgen voor harmonisatie en meer convergentie op het gebied van asielbeslissingen en de inhoud van internationale bescherming en op deze manier de prikkels voor bewegingen binnen de Europese Unie te reduceren en een gelijke behandeling van personen die internationale bescherming genieten, te garanderen, moet de richtlijn worden ingetrokken en worden vervangen door een verordening. |
_________________ | _________________ |
31 PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9. | 31 PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9. |
Or. it
Amendement 106
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(1) In Richtlijn 2011/95/EU van de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking)31, moeten een aantal ingrijpende wijzigingen worden aangebracht. Om te zorgen voor harmonisatie en meer convergentie op het gebied van asielbeslissingen en de inhoud van internationale bescherming en op deze manier de prikkels voor bewegingen binnen de Europese Unie te reduceren en een gelijke behandeling van personen die internationale bescherming genieten, te garanderen, moet de richtlijn worden ingetrokken en worden vervangen door een verordening. | (1) In Richtlijn 2011/95/EU van de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking)31, moet een aantal ingrijpende wijzigingen worden aangebracht. Om te zorgen voor meer convergentie op het gebied van asielbeslissingen en de inhoud van internationale bescherming en op deze manier de prikkels voor bewegingen binnen de Europese Unie te reduceren en een gelijke behandeling van personen die internationale bescherming genieten, te garanderen, moet de richtlijn worden ingetrokken en worden vervangen door een verordening. |
_________________ | _________________ |
31 PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9. | 31 PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9. |
Or. en
Amendement 107
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(2) Een gemeenschappelijk asielbeleid, met een gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) dat stoelt op de volledige en niet-restrictieve toepassing van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, als gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967 (hierna het "Verdrag van Genève" genoemd), is een wezenlijk aspect van de doelstelling van de Europese Unie om geleidelijk een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen, die openstaat voor degenen die onder druk van de omstandigheden op wettige wijze in de Unie bescherming zoeken. Dit beleid dient te zijn gebaseerd op het beginsel van solidariteit en een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheid, inclusief de financiële gevolgen, tussen de lidstaten. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967 (hierna het "Verdrag van Genève" genoemd), is niet naar behoren bijgewerkt en aangepast aan de hedendaagse omstandigheden en moet daarom worden gewijzigd voordat het als basis kan dienen voor wetgeving op dit gebied.
Amendement 108
Lorenzo Fontana
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(2) Een gemeenschappelijk asielbeleid, met een gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) dat stoelt op de volledige en niet-restrictieve toepassing van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, als gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967 (hierna het "Verdrag van Genève" genoemd), is een wezenlijk aspect van de doelstelling van de Europese Unie om geleidelijk een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen, die openstaat voor degenen die onder druk van de omstandigheden op wettige wijze in de Unie bescherming zoeken. Dit beleid dient te zijn gebaseerd op het beginsel van solidariteit en een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheid, inclusief de financiële gevolgen, tussen de lidstaten. | (2) Het asielbeleid dient te zijn gebaseerd op het beginsel van solidariteit en een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheid, inclusief de financiële gevolgen, tussen de lidstaten, maar in de praktijk komt hier in de EU tot op heden weinig van terecht. Herplaatsingen, de verdwijning van tienduizenden minderjarigen, een toename van het aantal doden op de Middellandse Zee en toenemende sociale spanningen vloeien voort uit de ongeschiktheid van het EU-beleid. |
Or. it
Amendement 109
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(2) Een gemeenschappelijk asielbeleid, met een gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) dat stoelt op de volledige en niet-restrictieve toepassing van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, als gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967 (hierna het "Verdrag van Genève" genoemd), is een wezenlijk aspect van de doelstelling van de Europese Unie om geleidelijk een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen, die openstaat voor degenen die onder druk van de omstandigheden op wettige wijze in de Unie bescherming zoeken. Dit beleid dient te zijn gebaseerd op het beginsel van solidariteit en een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheid, inclusief de financiële gevolgen, tussen de lidstaten. | (2) Een gemeenschappelijk asielbeleid, met een gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) dat stoelt op de volledige en niet-restrictieve toepassing van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, als gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967 (hierna het "Verdrag van Genève" genoemd), is een wezenlijk aspect van de doelstelling van de Europese Unie om geleidelijk een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen, die openstaat voor degenen die onder druk van de omstandigheden op wettige wijze in de Unie bescherming zoeken. Dit beleid dient te zijn gebaseerd op betaalbaarheid, rekening houdend met de opnamecapaciteiten van de ontvangende gemeenschappen en de maximale zelfredzaamheid van diegenen die bescherming zoeken. |
Or. en
Amendement 110
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(2) Een gemeenschappelijk asielbeleid, met een gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) dat stoelt op de volledige en niet-restrictieve toepassing van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, als gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967 (hierna het "Verdrag van Genève" genoemd), is een wezenlijk aspect van de doelstelling van de Europese Unie om geleidelijk een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen, die openstaat voor degenen die onder druk van de omstandigheden op wettige wijze in de Unie bescherming zoeken. Dit beleid dient te zijn gebaseerd op het beginsel van solidariteit en een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheid, inclusief de financiële gevolgen, tussen de lidstaten. | (2) Een gemeenschappelijk asielbeleid, met een gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) dat stoelt op de volledige en niet-restrictieve toepassing van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, als gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967 (hierna het "Verdrag van Genève" genoemd), is een wezenlijk aspect van de doelstelling van de Europese Unie om geleidelijk een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen, die openstaat voor degenen die onder druk van de omstandigheden op wettige wijze in de Unie bescherming zoeken. Dit beleid dient te zijn gebaseerd op het beginsel van solidariteit en een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de lidstaten. |
Or. en
Amendement 111
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Overweging 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(3) Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is gebaseerd op gemeenschappelijke normen voor asielprocedures, erkenning en bescherming op Unieniveau, opvangvoorzieningen en een systeem voor het bepalen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielzoekers. Hoewel er al vooruitgang is geboekt bij de ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, zijn er nog grote verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toegepaste procedures, de erkenningspercentages, het soort bescherming dat wordt verleend, en de materiële opvangvoorzieningen en prestaties voor personen die om internationale bescherming verzoeken of die internationale bescherming genieten. Deze verschillen zetten in grote mate aan tot secundaire bewegingen en ondermijnen het doel ervoor te zorgen dat alle verzoekers gelijk worden behandeld, waar ook in de Unie zij een verzoek indienen. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Gezien de verschillende belangen, waarden, rijkdom en opnamecapaciteiten van de lidstaten is het onrealistisch om aan te nemen dat de opvangvoorzieningen gelijk kunnen worden getrokken, laat staan geharmoniseerd kunnen worden.
Amendement 112
Lorenzo Fontana
Voorstel voor een verordening
Overweging 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(3) Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is gebaseerd op gemeenschappelijke normen voor asielprocedures, erkenning en bescherming op Unieniveau, opvangvoorzieningen en een systeem voor het bepalen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielzoekers. Hoewel er al vooruitgang is geboekt bij de ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, zijn er nog grote verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toegepaste procedures, de erkenningspercentages, het soort bescherming dat wordt verleend, en de materiële opvangvoorzieningen en prestaties voor personen die om internationale bescherming verzoeken of die internationale bescherming genieten. Deze verschillen zetten in grote mate aan tot secundaire bewegingen en ondermijnen het doel ervoor te zorgen dat alle verzoekers gelijk worden behandeld, waar ook in de Unie zij een verzoek indienen. | (3) Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel moet zijn gebaseerd op gemeenschappelijke normen voor asielprocedures, erkenning en bescherming op Unieniveau, opvangvoorzieningen en een systeem voor het bepalen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielzoekers. Ondanks de mislukkingen tot nu toe, blijft de EU doorgaan met een beleid dat de landen van eerste aankomst permanent benadeelt. |
Or. it
Amendement 113
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(3) Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is gebaseerd op gemeenschappelijke normen voor asielprocedures, erkenning en bescherming op Unieniveau, opvangvoorzieningen en een systeem voor het bepalen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielzoekers. Hoewel er al vooruitgang is geboekt bij de ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, zijn er nog grote verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toegepaste procedures, de erkenningspercentages, het soort bescherming dat wordt verleend, en de materiële opvangvoorzieningen en prestaties voor personen die om internationale bescherming verzoeken of die internationale bescherming genieten. Deze verschillen zetten in grote mate aan tot secundaire bewegingen en ondermijnen het doel ervoor te zorgen dat alle verzoekers gelijk worden behandeld, waar ook in de Unie zij een verzoek indienen. | (3) Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is gebaseerd op gemeenschappelijke normen voor asielprocedures, erkenning en bescherming op Unieniveau, opvangvoorzieningen en een systeem voor het bepalen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielzoekers. Hoewel er al vooruitgang is geboekt bij de ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, zijn er nog grote verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toegepaste procedures, de erkenningspercentages, het soort bescherming dat wordt verleend, en de materiële opvangvoorzieningen en prestaties voor personen die om internationale bescherming verzoeken of die internationale bescherming genieten. Deze verschillen ondermijnen het doel ervoor te zorgen dat alle verzoekers gelijk worden behandeld, waar ook in de Unie zij een verzoek indienen. |
Or. en
Amendement 114
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(3) Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is gebaseerd op gemeenschappelijke normen voor asielprocedures, erkenning en bescherming op Unieniveau, opvangvoorzieningen en een systeem voor het bepalen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielzoekers. Hoewel er al vooruitgang is geboekt bij de ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, zijn er nog grote verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toegepaste procedures, de erkenningspercentages, het soort bescherming dat wordt verleend, en de materiële opvangvoorzieningen en prestaties voor personen die om internationale bescherming verzoeken of die internationale bescherming genieten. Deze verschillen zetten in grote mate aan tot secundaire bewegingen en ondermijnen het doel ervoor te zorgen dat alle verzoekers gelijk worden behandeld, waar ook in de Unie zij een verzoek indienen. | (3) Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is gebaseerd op gemeenschappelijke normen voor asielprocedures, erkenning en bescherming op Unieniveau, opvangvoorzieningen en een systeem voor het bepalen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielzoekers. Hoewel er al vooruitgang is geboekt bij de ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, zijn er nog grote verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toegepaste procedures, de erkenningspercentages, het soort bescherming dat wordt verleend, en de materiële opvangvoorzieningen en prestaties voor personen die om internationale bescherming verzoeken of die internationale bescherming genieten. Deze verschillen ondermijnen het doel ervoor te zorgen dat alle verzoekers gelijk worden behandeld, waar ook in de Unie zij een verzoek indienen. |
Or. en
Amendement 115
Barbara Spinelli, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Overweging 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (3 bis) Thans erkennen de lidstaten de asielbeslissingen van andere lidstaten uitsluitend wanneer bij die beslissingen is geweigerd internationale bescherming te verlenen. Ter waarborging van een passende tenuitvoerlegging van artikel 78, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), dat voorziet in een uniforme asielstatus die in de hele Unie geldt, streven de lidstaten naar een wederzijdse erkenning van asielbeslissingen van andere lidstaten die internationale bescherming verlenen aan personen in nood. |
Or. en
Motivering
De schaduwrapporteur is het met de rapporteur eens dat de volledige wederzijdse erkenning van beslissingen van de lidstaten met betrekking tot internationale bescherming noodzakelijk is om tot een werkelijk uniforme internationalebeschermingsstatus in de Unie te komen.
Amendement 116
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(4) In haar mededeling van 6 april 201632 heeft de Commissie de mogelijkheden uiteengezet om het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te verbeteren; het gaat met name om het tot stand brengen van een duurzaam en billijk systeem voor het bepalen van de voor asielzoekers verantwoordelijke lidstaat, het verbeteren van het Eurodac-systeem, het zorgen voor een convergenter EU-asielsysteem, het voorkomen van secundaire bewegingen binnen de Europese Unie en het vaststellen van een nieuw mandaat voor het Asielagentschap van de Europese Unie. De mededeling is op één lijn met de oproep van de Europese Raad van 18-19 februari 201633 om vooruitgang te boeken wat betreft de hervorming van het bestaande EU-kader teneinde een humaan en efficiënt asielbeleid te garanderen. Voorts worden in de mededeling vervolgstappen voorgesteld overeenkomstig de holistische aanpak van migratie die het Europees Parlement heeft uiteengezet in zijn initiatiefverslag van 12 april 2016. | Schrappen |
_________________ |
|
32 COM (2016) 197 final. |
|
33 EUCO 19.2.2016, SN 1/16. |
|
Or. en
Motivering
Gezien de verschillende belangen, waarden, rijkdom en opnamecapaciteiten van de lidstaten is het onrealistisch om aan te nemen dat wetgeving tot een doeltreffend en geharmoniseerd gemeenschappelijk asielbeleid zal leiden.
Amendement 117
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(4) In haar mededeling van 6 april 201632 heeft de Commissie de mogelijkheden uiteengezet om het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te verbeteren; het gaat met name om het tot stand brengen van een duurzaam en billijk systeem voor het bepalen van de voor asielzoekers verantwoordelijke lidstaat, het verbeteren van het Eurodac-systeem, het zorgen voor een convergenter EU-asielsysteem, het voorkomen van secundaire bewegingen binnen de Europese Unie en het vaststellen van een nieuw mandaat voor het Asielagentschap van de Europese Unie. De mededeling is op één lijn met de oproep van de Europese Raad van 18-19 februari 201633 om vooruitgang te boeken wat betreft de hervorming van het bestaande EU-kader teneinde een humaan en efficiënt asielbeleid te garanderen. Voorts worden in de mededeling vervolgstappen voorgesteld overeenkomstig de holistische aanpak van migratie die het Europees Parlement heeft uiteengezet in zijn initiatiefverslag van 12 april 2016. | (4) In haar mededeling van 6 april 201632 heeft de Commissie de mogelijkheden uiteengezet om het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te verbeteren; het gaat met name om het tot stand brengen van een duurzaam en billijk systeem voor het bepalen van de voor asielzoekers verantwoordelijke lidstaat, het verbeteren van het Eurodac-systeem, het zorgen voor een convergenter EU-asielsysteem, het voorkomen van secundaire bewegingen binnen de Europese Unie en het vaststellen van een nieuw mandaat voor het Asielagentschap van de Europese Unie (hierna het "Asielagentschap" genoemd). De mededeling is op één lijn met de oproep van de Europese Raad van 18-19 februari 201633 om vooruitgang te boeken wat betreft de hervorming van het bestaande EU-kader teneinde een humaan en efficiënt asielbeleid te garanderen. De mededeling gaat evenwel volledig voorbij aan de aanbevelingen die zijn gedaan in het kader van de holistische aanpak van migratie die het Europees Parlement heeft uiteengezet in zijn initiatiefverslag van 12 april 2016. |
_________________ | _________________ |
32 COM (2016) 197 final. | 32 COM (2016) 197 final. |
33 EUCO 19.2.2016, SN 1/16. | 33 EUCO 19.2.2016, SN 1/16. |
Or. en
Amendement 118
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(4) In haar mededeling van 6 april 201632 heeft de Commissie de mogelijkheden uiteengezet om het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te verbeteren; het gaat met name om het tot stand brengen van een duurzaam en billijk systeem voor het bepalen van de voor asielzoekers verantwoordelijke lidstaat, het verbeteren van het Eurodac-systeem, het zorgen voor een convergenter EU-asielsysteem, het voorkomen van secundaire bewegingen binnen de Europese Unie en het vaststellen van een nieuw mandaat voor het Asielagentschap van de Europese Unie. De mededeling is op één lijn met de oproep van de Europese Raad van 18-19 februari 201633 om vooruitgang te boeken wat betreft de hervorming van het bestaande EU-kader teneinde een humaan en efficiënt asielbeleid te garanderen. Voorts worden in de mededeling vervolgstappen voorgesteld overeenkomstig de holistische aanpak van migratie die het Europees Parlement heeft uiteengezet in zijn initiatiefverslag van 12 april 2016. | (4) In haar mededeling van 6 april 201632 heeft de Commissie de mogelijkheden uiteengezet om het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te verbeteren; het gaat met name om het tot stand brengen van een duurzaam en billijk systeem voor het bepalen van de voor asielzoekers verantwoordelijke lidstaat, het verbeteren van het Eurodac-systeem, het zorgen voor een convergenter EU-asielsysteem en het vaststellen van een nieuw mandaat voor het Asielagentschap van de Europese Unie. De mededeling is op één lijn met de oproep van de Europese Raad van 18-19 februari 201633 om vooruitgang te boeken wat betreft de hervorming van het bestaande EU-kader teneinde een humaan en efficiënt asielbeleid te garanderen dat waarborgt dat in de hele Unie even hoge normen worden toegepast. Voorts worden in de mededeling vervolgstappen voorgesteld die deels overeenstemmen met de holistische aanpak van migratie die het Europees Parlement heeft uiteengezet in zijn initiatiefverslag van 12 april 2016. |
_________________ | _________________ |
32 COM (2016) 197 final. | 32 COM (2016) 197 final. |
33 EUCO 19.2.2016, SN 1/16. | 33 EUCO 19.2.2016, SN 1/16. |
Or. en
Amendement 119
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(4) In haar mededeling van 6 april 201632 heeft de Commissie de mogelijkheden uiteengezet om het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te verbeteren; het gaat met name om het tot stand brengen van een duurzaam en billijk systeem voor het bepalen van de voor asielzoekers verantwoordelijke lidstaat, het verbeteren van het Eurodac-systeem, het zorgen voor een convergenter EU-asielsysteem, het voorkomen van secundaire bewegingen binnen de Europese Unie en het vaststellen van een nieuw mandaat voor het Asielagentschap van de Europese Unie. De mededeling is op één lijn met de oproep van de Europese Raad van 18-19 februari 201633 om vooruitgang te boeken wat betreft de hervorming van het bestaande EU-kader teneinde een humaan en efficiënt asielbeleid te garanderen. Voorts worden in de mededeling vervolgstappen voorgesteld overeenkomstig de holistische aanpak van migratie die het Europees Parlement heeft uiteengezet in zijn initiatiefverslag van 12 april 2016. | (4) In haar mededeling van 6 april 201632 heeft de Commissie de mogelijkheden uiteengezet om het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te verbeteren; het gaat met name om het tot stand brengen van een systeem voor het bepalen van de voor asielzoekers verantwoordelijke lidstaat, het verbeteren van het Eurodac-systeem, het zorgen voor een convergenter EU-asielsysteem, het voorkomen van secundaire bewegingen binnen de Europese Unie en het vaststellen van een nieuw mandaat voor het Asielagentschap van de Europese Unie. De mededeling is op één lijn met de oproep van de Europese Raad van 18-19 februari 201633 om vooruitgang te boeken wat betreft de hervorming van het bestaande EU-kader teneinde een humaan en efficiënt asielbeleid te garanderen. Voorts worden in de mededeling vervolgstappen voorgesteld overeenkomstig de holistische aanpak van migratie die het Europees Parlement heeft uiteengezet in zijn initiatiefverslag van 12 april 2016. |
_________________ | _________________ |
32 COM (2016) 197 final. | 32 COM (2016) 197 final. |
33 EUCO 19.2.2016, SN 1/16. | 33 EUCO 19.2.2016, SN 1/16. |
Or. en
Amendement 120
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 4 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (4 bis) Het Verdrag van Genève vormt de hoeksteen van het internationale rechtsstelsel ter bescherming van vluchtelingen. |
Or. en
Motivering
Met dit amendement wordt overweging 4 van de erkenningsrichtlijn van 2011 heringevoerd.
Amendement 121
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(5) Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van het Dublinsysteem, moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, met name wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Ook zijn er strengere regels nodig inzake het opnieuw beoordelen van een status, om ervoor te zorgen dat bescherming enkel wordt verleend aan personen die bescherming nodig hebben, en zolang zij bescherming nodig hebben. Voorts moeten de verschillende praktijken inzake de duur van verblijfstitels meer op één lijn worden gebracht, en moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt en geharmoniseerd. | (5) Een gemeenschappelijk Uniebeleid inzake internationale bescherming moet gebaseerd zijn op een uniforme status. Ten behoeve van de goede werking van een op hoge beschermingsnormen gebaseerd gemeenschappelijk Europees asielstelsel moet de uitwisseling van goede praktijken en de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, met name wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Tegelijkertijd is het van belang de autoriteiten van de lidstaten administratief niet te zwaar te belasten. Er zijn derhalve strengere regels nodig om ervoor te zorgen dat bescherming wordt verleend aan personen die bescherming nodig hebben. Voorts moet de duur van verblijfstitels worden geharmoniseerd, waarbij ten volle rekening moet worden gehouden met bestaande goede praktijken in de lidstaten en overleg moet worden gevoerd met de betrokken belanghebbenden, en moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt en geharmoniseerd. |
Or. en
Motivering
De schaduwrapporteur is het met de rapporteur eens dat bij het harmoniseren van de duur van verblijfstitels die worden afgegeven aan personen die behoefte hebben aan internationale bescherming, ten volle rekening dient te worden gehouden met bestaande goede praktijken in de lidstaten en niet het "race to the bottom"-beginsel als leidraad mag worden genomen.
Amendement 122
Lorenzo Fontana
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(5) Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van het Dublinsysteem, moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, met name wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Ook zijn er strengere regels nodig inzake het opnieuw beoordelen van een status, om ervoor te zorgen dat bescherming enkel wordt verleend aan personen die bescherming nodig hebben, en zolang zij bescherming nodig hebben. Voorts moeten de verschillende praktijken inzake de duur van verblijfstitels meer op één lijn worden gebracht, en moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt en geharmoniseerd. | (5) Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van het Dublinsysteem, moet concrete vooruitgang worden geboekt in de richting van een fundamentele wijziging van het gehele immigratiebeleid. Derhalve moet het terugkeerbeleid worden versterkt en ervoor worden gezorgd dat bescherming enkel wordt verleend aan personen die daar recht op hebben. |
Or. it
Amendement 123
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, József Nagy, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(5) Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van het Dublinsysteem, moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, met name wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Ook zijn er strengere regels nodig inzake het opnieuw beoordelen van een status, om ervoor te zorgen dat bescherming enkel wordt verleend aan personen die bescherming nodig hebben, en zolang zij bescherming nodig hebben. Voorts moeten de verschillende praktijken inzake de duur van verblijfstitels meer op één lijn worden gebracht, en moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt en geharmoniseerd. | (5) Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van het Dublinsysteem, moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, met name wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Ook zijn er strengere regels nodig inzake het opnieuw beoordelen van een status, om ervoor te zorgen dat bescherming enkel wordt verleend aan personen die bescherming nodig hebben, en zolang zij bescherming nodig hebben. Voorts moeten de verschillende praktijken inzake de duur van verblijfstitels meer op één lijn worden gebracht, en moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt en geharmoniseerd, rekening houdend met de juridische verschillen tussen de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus. |
Or. en
Motivering
Het is weliswaar aanvaardbaar om de duur van met de twee vormen van internationale bescherming verband houdende verblijfstitels te harmoniseren, maar er zij hier op gewezen dat daarbij moet worden vastgehouden aan de juridische verschillen tussen die vormen van bescherming, aangezien zij op verschillende rechtsinstrumenten berusten. De vluchtelingenstatus berust op het Verdrag van Genève, terwijl het concept van subsidiaire bescherming bij Richtlijn 2004/83/EG in het Unierecht is ingevoerd.
Amendement 124
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(5) Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van het Dublinsysteem, moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, met name wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Ook zijn er strengere regels nodig inzake het opnieuw beoordelen van een status, om ervoor te zorgen dat bescherming enkel wordt verleend aan personen die bescherming nodig hebben, en zolang zij bescherming nodig hebben. Voorts moeten de verschillende praktijken inzake de duur van verblijfstitels meer op één lijn worden gebracht, en moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt en geharmoniseerd. | (5) Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van het Dublinsysteem, moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, met name wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Voorts moeten de verschillende praktijken inzake de duur van verblijfstitels meer op één lijn worden gebracht, en moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt en geharmoniseerd om ervoor te zorgen dat in alle lidstaten even hoge beschermingsnormen worden toegepast. |
Or. en
Amendement 125
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(5) Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van het Dublinsysteem, moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, met name wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Ook zijn er strengere regels nodig inzake het opnieuw beoordelen van een status, om ervoor te zorgen dat bescherming enkel wordt verleend aan personen die bescherming nodig hebben, en zolang zij bescherming nodig hebben. Voorts moeten de verschillende praktijken inzake de duur van verblijfstitels meer op één lijn worden gebracht, en moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt en geharmoniseerd. | (5) Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van het Dublinsysteem, moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, met name wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Ook zijn er strengere regels nodig inzake het opnieuw beoordelen van een status, om ervoor te zorgen dat bescherming enkel wordt verleend aan personen die bescherming nodig hebben, en zolang zij bescherming nodig hebben. Voorts moeten de verschillende praktijken inzake de duur van verblijfstitels meer op één lijn worden gebracht, en moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt, beperkt en geharmoniseerd. |
Or. en
Amendement 126
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(5) Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van het Dublinsysteem, moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, met name wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Ook zijn er strengere regels nodig inzake het opnieuw beoordelen van een status, om ervoor te zorgen dat bescherming enkel wordt verleend aan personen die bescherming nodig hebben, en zolang zij bescherming nodig hebben. Voorts moeten de verschillende praktijken inzake de duur van verblijfstitels meer op één lijn worden gebracht, en moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt en geharmoniseerd. | (5) Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van het Dublinsysteem, moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, met name wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Om de overheidsinstanties niet verder te belasten, zijn tevens strengere regels nodig betreffende de status, om ervoor te zorgen dat bescherming wordt verleend aan personen die bescherming nodig hebben. Voorts moeten de verschillende praktijken inzake de duur van verblijfstitels meer op één lijn worden gebracht, en moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt en geharmoniseerd. |
Or. it
Amendement 127
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(5) Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van het Dublinsysteem, moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, met name wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Ook zijn er strengere regels nodig inzake het opnieuw beoordelen van een status, om ervoor te zorgen dat bescherming enkel wordt verleend aan personen die bescherming nodig hebben, en zolang zij bescherming nodig hebben. Voorts moeten de verschillende praktijken inzake de duur van verblijfstitels meer op één lijn worden gebracht, en moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt en geharmoniseerd. | (5) Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van het Dublinsysteem, moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, met name wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Ook zijn er strengere regels nodig inzake het opnieuw beoordelen van een status, om ervoor te zorgen dat bescherming enkel wordt verleend aan personen die bescherming nodig hebben, en zolang zij bescherming nodig hebben. Voorts moeten de verschillende praktijken inzake de duur van verblijfstitels meer op één lijn worden gebracht, en moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt. |
Or. en
Amendement 128
Gérard Deprez, Louis Michel
Voorstel voor een verordening
Overweging 5 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (5 bis) De geldigheidsduur van de verblijfstitels die worden toegekend aan vluchtelingen en aan personen die subsidiaire bescherming genieten moet worden geharmoniseerd teneinde het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te ontwikkelen en personen die internationale bescherming genieten aan te moedigen in de lidstaat te blijven die de bescherming verleent. Daarom dient de geldigheidsduur van verblijfstitels vijf jaar te zijn voor vluchtelingen en één jaar voor personen die subsidiaire bescherming genieten. De lidstaten die reeds een langere geldigheidsduur voor verblijfstitels hanteren, kunnen echter kiezen voor een periode van tien jaar voor vluchtelingen en vijf jaar voor personen die subsidiaire bescherming genieten. |
Or. fr
Motivering
De toevoeging van deze overweging dient als kader voor de toepassing van artikel 26.
Amendement 129
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(6) In het licht van het bovenstaande moet een verordening worden vastgesteld die zorgt voor meer harmonisatie in de Unie en de rechtszekerheid en transparantie bevordert. | Schrappen |
Or. en
Amendement 130
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(6) In het licht van het bovenstaande moet een verordening worden vastgesteld die zorgt voor meer harmonisatie in de Unie en de rechtszekerheid en transparantie bevordert. | Schrappen |
Or. en
Amendement 131
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(6) In het licht van het bovenstaande moet een verordening worden vastgesteld die zorgt voor meer harmonisatie in de Unie en de rechtszekerheid en transparantie bevordert. | (6) In het licht van het bovenstaande moet een richtlijn worden vastgesteld die voor de toepassing van hogere beschermingsnormen en meer harmonisatie in de Unie zorgt en de rechtszekerheid en transparantie bevordert. |
Or. en
Amendement 132
Nadine Morano
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(7) Het hoofddoel van deze richtlijn is enerzijds te verzekeren dat de lidstaten gemeenschappelijke criteria toepassen voor de identificatie van personen die daadwerkelijk internationale bescherming nodig hebben, en anderzijds ervoor te zorgen dat deze personen in alle lidstaten een gemeenschappelijk pakket rechten genieten. | (7) Het hoofddoel van deze verordening is enerzijds te verzekeren dat de lidstaten gemeenschappelijke criteria toepassen voor de identificatie van personen die daadwerkelijk internationale bescherming nodig hebben, en anderzijds ervoor te zorgen dat deze personen in alle lidstaten een gemeenschappelijk pakket rechten genieten. De verduidelijking van de criteria voor de identificatie van personen die daadwerkelijk internationale bescherming nodig hebben, moet er ook voor zorgen dat personen die daar geen recht op hebben doeltreffender en systematischer kunnen worden uitgezet. |
Or. fr
Amendement 133
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(7) Het hoofddoel van deze richtlijn is enerzijds te verzekeren dat de lidstaten gemeenschappelijke criteria toepassen voor de identificatie van personen die daadwerkelijk internationale bescherming nodig hebben, en anderzijds ervoor te zorgen dat deze personen in alle lidstaten een gemeenschappelijk pakket rechten genieten. | (7) Het hoofddoel van deze verordening is enerzijds te verzekeren dat de lidstaten gemeenschappelijke criteria toepassen voor de identificatie van personen die daadwerkelijk internationale bescherming nodig hebben, en anderzijds ervoor te zorgen dat deze personen in alle lidstaten een gemeenschappelijk pakket rechten genieten. Bovendien moet de bestrijding van misbruik van de asielstelsels van de lidstaten het leidende beginsel van deze verordening zijn. |
Or. en
Amendement 134
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, József Nagy, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(7) Het hoofddoel van deze richtlijn is enerzijds te verzekeren dat de lidstaten gemeenschappelijke criteria toepassen voor de identificatie van personen die daadwerkelijk internationale bescherming nodig hebben, en anderzijds ervoor te zorgen dat deze personen in alle lidstaten een gemeenschappelijk pakket rechten genieten. | (7) Het hoofddoel van deze verordening is enerzijds te verzekeren dat de lidstaten gemeenschappelijke criteria toepassen voor de identificatie van personen die daadwerkelijk internationale bescherming nodig hebben, en anderzijds ervoor te zorgen dat vluchtelingen en personen met de subsidiairebeschermingsstatus in alle lidstaten een gemeenschappelijk pakket rechten genieten. |
Or. en
Motivering
In artikel 34, lid 2, wordt naar dit onderscheid verwezen.
Amendement 135
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(7) Het hoofddoel van deze richtlijn is enerzijds te verzekeren dat de lidstaten gemeenschappelijke criteria toepassen voor de identificatie van personen die daadwerkelijk internationale bescherming nodig hebben, en anderzijds ervoor te zorgen dat deze personen in alle lidstaten een gemeenschappelijk pakket rechten genieten. | (7) Het hoofddoel van deze verordening is enerzijds te verzekeren dat de lidstaten gemeenschappelijke criteria toepassen voor de identificatie van personen die internationale bescherming nodig hebben, en anderzijds ervoor te zorgen dat alle personen die behoefte hebben aan internationale bescherming, in alle lidstaten een gemeenschappelijk pakket rechten genieten. |
| (Deze wijziging geldt voor de gehele tekst; goedkeuring ervan brengt technische aanpassingen in de gehele tekst mee.) |
Or. en
Amendement 136
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(7) Het hoofddoel van deze richtlijn is enerzijds te verzekeren dat de lidstaten gemeenschappelijke criteria toepassen voor de identificatie van personen die daadwerkelijk internationale bescherming nodig hebben, en anderzijds ervoor te zorgen dat deze personen in alle lidstaten een gemeenschappelijk pakket rechten genieten. | (7) Het hoofddoel van deze verordening is enerzijds te verzekeren dat de lidstaten een reeks basiscriteria toepassen voor de identificatie van personen die daadwerkelijk internationale bescherming nodig hebben, en anderzijds ervoor te zorgen dat deze personen in alle lidstaten een pakket elementaire rechten genieten. |
Or. en
Amendement 137
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(7) Het hoofddoel van deze richtlijn is enerzijds te verzekeren dat de lidstaten gemeenschappelijke criteria toepassen voor de identificatie van personen die daadwerkelijk internationale bescherming nodig hebben, en anderzijds ervoor te zorgen dat deze personen in alle lidstaten een gemeenschappelijk pakket rechten genieten. | (7) Het hoofddoel van deze verordening is enerzijds te verzekeren dat de lidstaten gemeenschappelijke criteria toepassen voor de identificatie van personen die internationale bescherming nodig hebben, en anderzijds ervoor te zorgen dat deze personen in alle lidstaten een gemeenschappelijk pakket rechten genieten. |
Or. en
Amendement 138
Lorenzo Fontana
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(7) Het hoofddoel van deze richtlijn is enerzijds te verzekeren dat de lidstaten gemeenschappelijke criteria toepassen voor de identificatie van personen die daadwerkelijk internationale bescherming nodig hebben, en anderzijds ervoor te zorgen dat deze personen in alle lidstaten een gemeenschappelijk pakket rechten genieten. | (7) Het hoofddoel van deze verordening is enerzijds te verzekeren dat de lidstaten gemeenschappelijke criteria toepassen voor de identificatie van personen die recht hebben op internationale bescherming, en anderzijds ervoor te zorgen dat deze personen in alle lidstaten een gemeenschappelijk pakket rechten genieten. |
Or. it
Amendement 139
Lorenzo Fontana
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(8) De verdere onderlinge aanpassing van de regels inzake de erkenning en de inhoud van de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus moet bovendien bijdragen tot het terugdringen van de secundaire bewegingen van personen die internationale bescherming genieten of daarom verzoeken, wanneer het gaat om bewegingen die kunnen zijn veroorzaakt door eventuele verschillen tussen de nationale wettelijke maatregelen die de lidstaten hebben genomen tot omzetting van de richtlijn asielnormen die met deze verordening wordt vervangen. | Schrappen |
Or. it
Amendement 140
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(8) De verdere onderlinge aanpassing van de regels inzake de erkenning en de inhoud van de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus moet bovendien bijdragen tot het terugdringen van de secundaire bewegingen van personen die internationale bescherming genieten of daarom verzoeken, wanneer het gaat om bewegingen die kunnen zijn veroorzaakt door eventuele verschillen tussen de nationale wettelijke maatregelen die de lidstaten hebben genomen tot omzetting van de richtlijn asielnormen die met deze verordening wordt vervangen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 141
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(8) De verdere onderlinge aanpassing van de regels inzake de erkenning en de inhoud van de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus moet bovendien bijdragen tot het terugdringen van de secundaire bewegingen van personen die internationale bescherming genieten of daarom verzoeken, wanneer het gaat om bewegingen die kunnen zijn veroorzaakt door eventuele verschillen tussen de nationale wettelijke maatregelen die de lidstaten hebben genomen tot omzetting van de richtlijn asielnormen die met deze verordening wordt vervangen. | (8) De verdere onderlinge aanpassing van de regels inzake de erkenning en de inhoud van de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus moet bovendien bijdragen tot de totstandbrenging van hoge beschermingsnormen in de hele Unie. |
Or. en
Amendement 142
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(8) De verdere onderlinge aanpassing van de regels inzake de erkenning en de inhoud van de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus moet bovendien bijdragen tot het terugdringen van de secundaire bewegingen van personen die internationale bescherming genieten of daarom verzoeken, wanneer het gaat om bewegingen die kunnen zijn veroorzaakt door eventuele verschillen tussen de nationale wettelijke maatregelen die de lidstaten hebben genomen tot omzetting van de richtlijn asielnormen die met deze verordening wordt vervangen. | (8) De verdere onderlinge aanpassing van de regels inzake de erkenning en de inhoud van de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus kan bovendien bijdragen tot het terugdringen van de secundaire bewegingen van personen die internationale bescherming genieten of daarom verzoeken, wanneer het gaat om bewegingen die kunnen zijn veroorzaakt door eventuele verschillen tussen de nationale wettelijke maatregelen die de lidstaten hebben genomen tot omzetting van de richtlijn asielnormen die met deze verordening wordt vervangen. |
Or. it
Amendement 143
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(9) Deze verordening heeft geen betrekking op andere nationale humanitaire statussen die de lidstaten op grond van het nationaal recht kunnen toekennen aan personen die niet in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus. De toekenning van dergelijke andere statussen mag niet tot verwarring met internationale bescherming kunnen leiden. | (9) Deze richtlijn heeft geen betrekking op andere nationale humanitaire statussen die de lidstaten op grond van het nationaal recht kunnen toekennen aan personen die niet in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus. |
Or. en
Amendement 144
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(9) Deze verordening heeft geen betrekking op andere nationale humanitaire statussen die de lidstaten op grond van het nationaal recht kunnen toekennen aan personen die niet in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus. De toekenning van dergelijke andere statussen mag niet tot verwarring met internationale bescherming kunnen leiden. | (9) Deze verordening heeft geen betrekking op andere nationale humanitaire statussen die de lidstaten op grond van het nationaal recht kunnen toekennen aan personen die niet in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus. |
Or. en
Motivering
De schaduwrapporteur is het met de rapporteur eens dat, zolang er nationale humanitaire beschermingsstatussen bestaan, de aanname dat er geen sprake zou zijn van een risico van verwarring met de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus, moeilijk te verdedigen is.
Amendement in verband met het hieronder volgende amendement op artikel 3 van de verordening.
Amendement 145
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(10) Kandidaten voor hervestiging die daadwerkelijk worden hervestigd, moet internationale bescherming worden verleend. De bepalingen van deze verordening inzake de inhoud van internationale bescherming, met inbegrip van de regels om secundaire bewegingen te ontmoedigen, zijn van overeenkomstige toepassing. | Schrappen |
Or. en
Amendement 146
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(10) Kandidaten voor hervestiging die daadwerkelijk worden hervestigd, moet internationale bescherming worden verleend. De bepalingen van deze verordening inzake de inhoud van internationale bescherming, met inbegrip van de regels om secundaire bewegingen te ontmoedigen, zijn van overeenkomstige toepassing. | (10) Hervestigde personen moet internationale bescherming worden verleend. Bijgevolg moeten de in het asielacquis vervatte bepalingen inzake de inhoud van internationale bescherming van toepassing zijn zodra hervestigde personen zich op het grondgebied van de lidstaten bevinden. |
Or. en
Amendement 147
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(10) Kandidaten voor hervestiging die daadwerkelijk worden hervestigd, moet internationale bescherming worden verleend. De bepalingen van deze verordening inzake de inhoud van internationale bescherming, met inbegrip van de regels om secundaire bewegingen te ontmoedigen, zijn van overeenkomstige toepassing. | (10) Kandidaten voor hervestiging die daadwerkelijk worden hervestigd, moet internationale bescherming worden verleend. De bepalingen van deze verordening inzake de inhoud van internationale bescherming zijn van overeenkomstige toepassing. |
Or. it
Amendement 148
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(10) Kandidaten voor hervestiging die daadwerkelijk worden hervestigd, moet internationale bescherming worden verleend. De bepalingen van deze verordening inzake de inhoud van internationale bescherming, met inbegrip van de regels om secundaire bewegingen te ontmoedigen, zijn van overeenkomstige toepassing. | (10) Kandidaten voor hervestiging die daadwerkelijk worden hervestigd, moet internationale bescherming worden verleend. De bepalingen van deze richtlijn inzake de inhoud van internationale bescherming zijn van overeenkomstige toepassing. |
Or. en
Amendement 149
Lorenzo Fontana
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(11) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna het "Handvest" genoemd) zijn erkend. Deze verordening moet in het bijzonder zorgen voor volledige eerbiediging van de menselijk waardigheid en van het recht op asiel van asielzoekers en hun begeleidende gezinsleden, en heeft als doel de toepassing te bevorderen van de artikelen van het Handvest die betrekking hebben op menselijke waardigheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, de vrijheid van meningsuiting en van informatie, het recht op onderwijs, de vrijheid van beroep en het recht te werken, de vrijheid van ondernemerschap, het recht op asiel, non-discriminatie, de rechten van het kind, sociale zekerheid en sociale bijstand en gezondheidszorg, en moet dienovereenkomstig worden uitgevoerd. | (11) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten. |
Or. it
Amendement 150
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(11) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna het "Handvest" genoemd) zijn erkend. Deze verordening moet in het bijzonder zorgen voor volledige eerbiediging van de menselijk waardigheid en van het recht op asiel van asielzoekers en hun begeleidende gezinsleden, en heeft als doel de toepassing te bevorderen van de artikelen van het Handvest die betrekking hebben op menselijke waardigheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, de vrijheid van meningsuiting en van informatie, het recht op onderwijs, de vrijheid van beroep en het recht te werken, de vrijheid van ondernemerschap, het recht op asiel, non-discriminatie, de rechten van het kind, sociale zekerheid en sociale bijstand en gezondheidszorg, en moet dienovereenkomstig worden uitgevoerd. | (11) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna het "Handvest" genoemd) zijn erkend. Deze verordening moet in het bijzonder zorgen voor volledige eerbiediging van de menselijk waardigheid en van het recht op asiel van asielzoekers en hun begeleidende gezinsleden. |
Or. en
Amendement 151
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(11) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna het "Handvest" genoemd) zijn erkend. Deze verordening moet in het bijzonder zorgen voor volledige eerbiediging van de menselijk waardigheid en van het recht op asiel van asielzoekers en hun begeleidende gezinsleden, en heeft als doel de toepassing te bevorderen van de artikelen van het Handvest die betrekking hebben op menselijke waardigheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, de vrijheid van meningsuiting en van informatie, het recht op onderwijs, de vrijheid van beroep en het recht te werken, de vrijheid van ondernemerschap, het recht op asiel, non-discriminatie, de rechten van het kind, sociale zekerheid en sociale bijstand en gezondheidszorg, en moet dienovereenkomstig worden uitgevoerd. | (11) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna het "Handvest" genoemd), het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna "EVRM" genoemd) en het Europees Sociaal Handvest zijn erkend. Deze verordening moet in het bijzonder zorgen voor volledige eerbiediging van de menselijk waardigheid en van het recht op asiel van asielzoekers en hun begeleidende gezinsleden, en heeft als doel de toepassing te bevorderen van de artikelen van het Handvest, het EVRM en het Europees Sociaal Handvest die betrekking hebben op menselijke waardigheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, bescherming bij verwijdering, uitzetting of uitlevering, de vrijheid van meningsuiting en van informatie, het recht op onderwijs, de vrijheid van beroep en het recht te werken, de vrijheid van ondernemerschap, het recht op asiel, non-discriminatie, het gelijkheidsbeginsel, de rechten van het kind en sociale rechten, met inbegrip van sociale zekerheid en sociale bijstand en gezondheidszorg, en moet dienovereenkomstig worden uitgevoerd. |
Or. en
Amendement 152
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(11) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna het "Handvest" genoemd) zijn erkend. Deze verordening moet in het bijzonder zorgen voor volledige eerbiediging van de menselijk waardigheid en van het recht op asiel van asielzoekers en hun begeleidende gezinsleden, en heeft als doel de toepassing te bevorderen van de artikelen van het Handvest die betrekking hebben op menselijke waardigheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, de vrijheid van meningsuiting en van informatie, het recht op onderwijs, de vrijheid van beroep en het recht te werken, de vrijheid van ondernemerschap, het recht op asiel, non-discriminatie, de rechten van het kind, sociale zekerheid en sociale bijstand en gezondheidszorg, en moet dienovereenkomstig worden uitgevoerd. | (11) Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna het "Handvest" genoemd) zijn erkend. Deze richtlijn moet in het bijzonder zorgen voor volledige eerbiediging van de menselijk waardigheid en van het recht op asiel van asielzoekers en hun begeleidende gezinsleden, en heeft als doel de toepassing te bevorderen van de artikelen van het Handvest die betrekking hebben op menselijke waardigheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, de vrijheid van meningsuiting en van informatie, het recht op onderwijs, de vrijheid van beroep en het recht te werken, de vrijheid van ondernemerschap, het recht op asiel, non-discriminatie, de rechten van het kind, sociale zekerheid en sociale bijstand en gezondheidszorg, en moet dienovereenkomstig worden uitgevoerd. |
Or. en
Amendement 153
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(12) Met betrekking tot de behandeling van personen die tot het toepassingsgebied van deze verordening behoren, zijn de lidstaten gebonden aan de verplichtingen uit hoofde van de instrumenten van internationaal recht waarbij zij partij zijn, met name die welke discriminatie verbieden. | (12) Met betrekking tot de behandeling van personen die tot het toepassingsgebied van deze richtlijn behoren, zijn de lidstaten gebonden aan de verplichtingen uit hoofde van de instrumenten van internationaal recht waarbij zij partij zijn, met name die welke discriminatie verbieden. |
Or. en
Amendement 154
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de uitvoering van de normen van deze verordening, in het bijzonder die lidstaten die met name als gevolg van hun geografische of demografische situatie met specifieke en onevenredige druk op hun asielstelsel worden geconfronteerd. | (13) Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de uitvoering van de normen van deze verordening, in het bijzonder die lidstaten die met name als gevolg van hun geografische of demografische situatie met specifieke en onevenredige druk op hun asielstelsel worden geconfronteerd. Voorts dienen de lidstaten op alle bestuursniveaus ten volle gebruik te maken van de mogelijkheden die worden geboden door fondsen die niet rechtstreeks verband houden met het asiel- en migratiebeleid, maar die wel voor de financiering van acties op dat gebied, bijvoorbeeld integratieacties, kunnen worden ingezet zoals de beschikbare middelen uit het Europees Sociaal Fonds, het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen, Horizon 2020, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het programma "Rechten, gelijkheid en burgerschap". Die fondsen moeten rechtstreeks ter beschikking worden gesteld van lokale en regionale autoriteiten voor acties die rechtstreeks onder hun verantwoordelijkheden vallen. |
Or. en
Amendement 155
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de uitvoering van de normen van deze verordening, in het bijzonder die lidstaten die met name als gevolg van hun geografische of demografische situatie met specifieke en onevenredige druk op hun asielstelsel worden geconfronteerd. | (13) Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de uitvoering van de bij deze richtlijn vastgestelde normen, in het bijzonder op het gebied van de bevordering van de langetermijnintegratie van personen die internationale bescherming genieten, en om steun te bieden aan lidstaten die met name als gevolg van hun geografische of demografische situatie met uitdagingen kampen bij het waarborgen van hoge normen in het kader van hun asielstelsel. Daartoe moet voldoende financiering beschikbaar worden gesteld aan lokale en regionale autoriteiten en internationale en maatschappelijke organisaties, onder meer door lokale en regionale autoriteiten rechtstreeks toegang te geven tot het Fonds voor asiel, migratie en integratie. |
Or. en
Amendement 156
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de uitvoering van de normen van deze verordening, in het bijzonder die lidstaten die met name als gevolg van hun geografische of demografische situatie met specifieke en onevenredige druk op hun asielstelsel worden geconfronteerd. | (13) Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de uitvoering van de normen van deze verordening, waarbij prioriteit moet worden gegeven aan lidstaten die met name als gevolg van hun geografische of demografische situatie met specifieke en onevenredige druk op hun asielstelsel worden geconfronteerd. In overeenstemming met het beginsel van de vermijding van dubbele financiering moet dergelijke steun worden beperkt tot het Fonds voor asiel, migratie en integratie. |
Or. en
Motivering
Het vermijden van dubbele financiering is een algemeen beginsel van de ESI-fondsen. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat elk Europees fonds wordt gebruikt voor de doelstellingen waarvoor het is opgericht.
Amendement 157
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de uitvoering van de normen van deze verordening, in het bijzonder die lidstaten die met name als gevolg van hun geografische of demografische situatie met specifieke en onevenredige druk op hun asielstelsel worden geconfronteerd. | (13) Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de uitvoering van de normen van deze verordening, in het bijzonder die lidstaten die met name als gevolg van hun geografische situatie met specifieke en onevenredige druk op hun asielstelsel worden geconfronteerd. |
Or. en
Amendement 158
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet de lidstaten passende ondersteuning bieden voor de toepassing van deze verordening, meer bepaald door deskundigen ter beschikking te stellen die de autoriteiten van de lidstaten helpen bij het in ontvangst nemen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming, door actuele informatie over derde landen te verstrekken, waaronder informatie over landen van herkomst, en door te voorzien in andere relevante richtsnoeren en instrumenten. De autoriteiten van de lidstaten moeten bij de toepassing van deze richtlijn de operationele normen, indicatieve richtsnoeren en beste praktijken van het Asielagentschap van de Europese Unie (hierna het "Asielagentschap" genoemd) in acht nemen. Bij het behandelen van verzoeken om internationale bescherming moeten de autoriteiten van de lidstaten met name rekening houden met de informatie, verslagen, gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in de landen van herkomst die door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst worden verstrekt overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap34. | (14) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet de lidstaten passende ondersteuning bieden voor de toepassing van deze verordening, meer bepaald door deskundigen ter beschikking te stellen die de autoriteiten van de lidstaten helpen bij het in ontvangst nemen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming, door actuele informatie over derde landen te verstrekken, waaronder informatie over landen van herkomst, en door te voorzien in andere relevante richtsnoeren en instrumenten. De autoriteiten van de lidstaten moeten bij de toepassing van deze verordening de operationele normen, indicatieve richtsnoeren en beste praktijken van het Asielagentschap van de Europese Unie (hierna het "Asielagentschap" genoemd) in acht nemen. Bij het behandelen van verzoeken om internationale bescherming moeten de autoriteiten van de lidstaten met name rekening houden met de informatie, verslagen, gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in de landen van herkomst die door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst worden verstrekt overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap34. Voor de toepassing van deze verordening moeten het Asielagentschap van de Europese Unie en de lidstaten rekening houden met de door de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen verstrekte informatie en niet-gouvernementele organisaties die op dit gebied actief zijn. |
_________________ | _________________ |
34 COM(2016) 271 final. | 34 COM(2016) 271 final. |
Or. it
Amendement 159
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet de lidstaten passende ondersteuning bieden voor de toepassing van deze verordening, meer bepaald door deskundigen ter beschikking te stellen die de autoriteiten van de lidstaten helpen bij het in ontvangst nemen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming, door actuele informatie over derde landen te verstrekken, waaronder informatie over landen van herkomst, en door te voorzien in andere relevante richtsnoeren en instrumenten. De autoriteiten van de lidstaten moeten bij de toepassing van deze richtlijn de operationele normen, indicatieve richtsnoeren en beste praktijken van het Asielagentschap van de Europese Unie (hierna het "Asielagentschap" genoemd) in acht nemen. Bij het behandelen van verzoeken om internationale bescherming moeten de autoriteiten van de lidstaten met name rekening houden met de informatie, verslagen, gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in de landen van herkomst die door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst worden verstrekt overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap34. | (14) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet de lidstaten passende ondersteuning bieden voor de toepassing van deze verordening. De autoriteiten van de lidstaten kunnen bij de tenuitvoerlegging van deze verordening de indicatieve richtsnoeren en beste praktijken van het agentschap in acht nemen. Bij het behandelen van verzoeken om internationale bescherming kunnen de autoriteiten van de lidstaten rekening houden met de informatie, verslagen, gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in de landen van herkomst die door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst worden verstrekt overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap34. Daarnaast houden de lidstaten bij de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming rekening met alle relevante informatie van de UNHCR en ter plaatse actieve maatschappelijke organisaties. |
_________________ | _________________ |
34 COM (2016) 271 final. | 34 COM (2016) 271 final. |
Or. en
Amendement 160
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet de lidstaten passende ondersteuning bieden voor de toepassing van deze verordening, meer bepaald door deskundigen ter beschikking te stellen die de autoriteiten van de lidstaten helpen bij het in ontvangst nemen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming, door actuele informatie over derde landen te verstrekken, waaronder informatie over landen van herkomst, en door te voorzien in andere relevante richtsnoeren en instrumenten. De autoriteiten van de lidstaten moeten bij de toepassing van deze richtlijn de operationele normen, indicatieve richtsnoeren en beste praktijken van het Asielagentschap van de Europese Unie (hierna het "Asielagentschap" genoemd) in acht nemen. Bij het behandelen van verzoeken om internationale bescherming moeten de autoriteiten van de lidstaten met name rekening houden met de informatie, verslagen, gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in de landen van herkomst die door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst worden verstrekt overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap34. | (14) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet de lidstaten passende ondersteuning bieden voor de toepassing van deze richtlijn, meer bepaald door deskundigen ter beschikking te stellen die de autoriteiten van de lidstaten helpen bij het in ontvangst nemen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming, door actuele informatie over derde landen te verstrekken, waaronder informatie over landen van herkomst, en door te voorzien in andere relevante richtsnoeren en instrumenten. De autoriteiten van de lidstaten moeten bij de omzetting en tenuitvoerlegging van deze richtlijn de operationele normen, indicatieve richtsnoeren en beste praktijken van het Asielagentschap van de Europese Unie (hierna het "Asielagentschap" genoemd) in acht nemen. Bij het behandelen van verzoeken om internationale bescherming moeten de autoriteiten van de lidstaten met name rekening houden met de informatie, verslagen, gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in de landen van herkomst die door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst worden verstrekt overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap34. |
_________________ | _________________ |
34 COM (2016) 271 final. | 34 COM (2016) 271 final. |
Or. en
Amendement 161
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet de lidstaten passende ondersteuning bieden voor de toepassing van deze verordening, meer bepaald door deskundigen ter beschikking te stellen die de autoriteiten van de lidstaten helpen bij het in ontvangst nemen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming, door actuele informatie over derde landen te verstrekken, waaronder informatie over landen van herkomst, en door te voorzien in andere relevante richtsnoeren en instrumenten. De autoriteiten van de lidstaten moeten bij de toepassing van deze richtlijn de operationele normen, indicatieve richtsnoeren en beste praktijken van het Asielagentschap van de Europese Unie (hierna het "Asielagentschap" genoemd) in acht nemen. Bij het behandelen van verzoeken om internationale bescherming moeten de autoriteiten van de lidstaten met name rekening houden met de informatie, verslagen, gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in de landen van herkomst die door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst worden verstrekt overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap34. | (14) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet de lidstaten passende ondersteuning bieden voor de toepassing van deze verordening, meer bepaald door deskundigen ter beschikking te stellen die de autoriteiten van de lidstaten helpen bij het in ontvangst nemen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming, door actuele informatie over derde landen te verstrekken, waaronder informatie over landen van herkomst, en door te voorzien in andere relevante richtsnoeren en instrumenten. De autoriteiten van de lidstaten moeten bij de toepassing van deze verordening de operationele normen, indicatieve richtsnoeren en beste praktijken van het Asielagentschap van de Europese Unie (hierna het "Asielagentschap" genoemd) in acht nemen. Bij het behandelen van verzoeken om internationale bescherming moeten de autoriteiten van de lidstaten rekening houden met de informatie, verslagen, gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in de landen van herkomst die door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst worden verstrekt overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap34. |
_________________ | _________________ |
34 COM (2016) 271 final. | 34 COM (2016) 271 final. |
Or. en
Amendement 162
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet de lidstaten passende ondersteuning bieden voor de toepassing van deze verordening, meer bepaald door deskundigen ter beschikking te stellen die de autoriteiten van de lidstaten helpen bij het in ontvangst nemen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming, door actuele informatie over derde landen te verstrekken, waaronder informatie over landen van herkomst, en door te voorzien in andere relevante richtsnoeren en instrumenten. De autoriteiten van de lidstaten moeten bij de toepassing van deze richtlijn de operationele normen, indicatieve richtsnoeren en beste praktijken van het Asielagentschap van de Europese Unie (hierna het "Asielagentschap" genoemd) in acht nemen. Bij het behandelen van verzoeken om internationale bescherming moeten de autoriteiten van de lidstaten met name rekening houden met de informatie, verslagen, gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in de landen van herkomst die door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst worden verstrekt overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap34. | (14) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet de lidstaten passende ondersteuning bieden voor de toepassing van deze verordening, meer bepaald door deskundigen ter beschikking te stellen die de autoriteiten van de lidstaten helpen bij het in ontvangst nemen en registreren van verzoeken om internationale bescherming, door actuele informatie over derde landen te verstrekken, waaronder informatie over landen van herkomst, en door te voorzien in andere relevante richtsnoeren en instrumenten. De autoriteiten van de lidstaten kunnen bij de toepassing van deze verordening de operationele normen, indicatieve richtsnoeren en beste praktijken van het Asielagentschap van de Europese Unie (hierna het "Asielagentschap" genoemd) in acht nemen. Bij het behandelen van verzoeken om internationale bescherming kunnen de autoriteiten van de lidstaten met name rekening houden met de informatie, verslagen, gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in de landen van herkomst die door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst worden verstrekt overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap34. |
_________________ | _________________ |
34 COM (2016) 271 final. | 34 COM (2016) 271 final. |
Or. en
Amendement 163
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(15) Bij de uitvoering van deze verordening moet het belang van het kind voorop staan, overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 1989. In het kader van de beoordeling van het belang van het kind moeten de autoriteiten van de lidstaten met name terdege rekening houden met het beginsel van eenheid van gezin, het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige, overwegingen van veiligheid en de opvattingen van de minderjarige, in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit. | (15) Bij de uitvoering van deze verordening moet het belang van het kind voorop staan, overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 1989. In het kader van de beoordeling van het belang van het kind moeten de autoriteiten van de lidstaten met name terdege rekening houden met het beginsel van eenheid van gezin, het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige, overwegingen van veiligheid en de opvattingen van de minderjarige, in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit. Minderjarige verzoekers die de leeftijd van 18 jaar bereiken voordat een besluit over hun verzoek is genomen, zouden dienovereenkomstig toch in aanmerking komen voor gezinshereniging. |
Or. en
Amendement 164
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(15) Bij de uitvoering van deze verordening moet het belang van het kind voorop staan, overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 1989. In het kader van de beoordeling van het belang van het kind moeten de autoriteiten van de lidstaten met name terdege rekening houden met het beginsel van eenheid van gezin, het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige, overwegingen van veiligheid en de opvattingen van de minderjarige, in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit. | (15) Bij de uitvoering van deze richtlijn moet het belang van het kind voorop staan, overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 1989. In het kader van de beoordeling van het belang van het kind moeten de autoriteiten van de lidstaten met name terdege rekening houden met het beginsel van eenheid van gezin, het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige, overwegingen van veiligheid en de opvattingen van de minderjarige, in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit. |
Or. en
Amendement 165
Lorenzo Fontana
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(16) Het begrip "gezinsleden" moet rekening houden met de verschillende vormen van afhankelijkheid en bijzondere aandacht moet worden besteed aan het belang van het kind. Het moet ook zijn afgestemd op de huidige migratietendensen, waarbij verzoekers vaak pas na een lange periode van transit op het grondgebied van de lidstaten aankomen. Onder het begrip "gezinsleden" moeten ook personen vallen die buiten het land van herkomst, voorafgaand aan de aankomst op het grondgebied van de lidstaat, een gezin hebben gevormd. | (16) Het begrip "gezinsleden" moet betrekking hebben op het juridisch systeem van het ontvangende land. |
Or. it
Amendement 166
Barbara Spinelli, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(16) Het begrip "gezinsleden" moet rekening houden met de verschillende vormen van afhankelijkheid en bijzondere aandacht moet worden besteed aan het belang van het kind. Het moet ook zijn afgestemd op de huidige migratietendensen, waarbij verzoekers vaak pas na een lange periode van transit op het grondgebied van de lidstaten aankomen. Onder het begrip "gezinsleden" moeten ook personen vallen die buiten het land van herkomst, voorafgaand aan de aankomst op het grondgebied van de lidstaat, een gezin hebben gevormd. | (16) Het begrip "gezinsleden" moet rekening houden met gezinsdiversiteit, nieuwe gezinsvormen, de verschillende vormen van afhankelijkheid en de bijzondere aandacht die moet worden besteed aan het belang van het kind. Het moet ook zijn afgestemd op de huidige migratietendensen, waarbij verzoekers vaak pas na een lange periode van transit op het grondgebied van de lidstaten aankomen. Onder het begrip "gezinsleden" moeten derhalve zowel personen vallen die buiten het land van herkomst een gezin hebben gevormd, als personen die na aankomst op het grondgebied van de lidstaat een gezin zijn gaan vormen, waarbij gedwongen huwelijken in alle gevallen zijn uitgesloten. Voor wat de begrippen "echtgenoot" en "niet-gehuwde partner" betreft, mag er geen onderscheid worden gemaakt tussen de echtgenoten of dergelijke partners op grond van hun geslacht. |
Or. en
Motivering
De schaduwrapporteur is het met de rapporteur eens dat personen die na hun aankomst op het grondgebied van de lidstaat een gezin zijn gaan vormen, moeten worden opgenomen in de definitie van gezinsleden. De schaduwrapporteur is het tevens met de rapporteur eens dat gedwongen huwelijken, ongeacht waar deze tot stand zijn gekomen, moeten worden uitgesloten.
Amendement 167
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(16) Het begrip "gezinsleden" moet rekening houden met de verschillende vormen van afhankelijkheid en bijzondere aandacht moet worden besteed aan het belang van het kind. Het moet ook zijn afgestemd op de huidige migratietendensen, waarbij verzoekers vaak pas na een lange periode van transit op het grondgebied van de lidstaten aankomen. Onder het begrip "gezinsleden" moeten ook personen vallen die buiten het land van herkomst, voorafgaand aan de aankomst op het grondgebied van de lidstaat, een gezin hebben gevormd. | (16) Het begrip "gezinsleden" moet rekening houden met de in Richtlijn 2003/86/EG van de Raad1 bis neergelegde beginselen, die de nadruk leggen op het kerngezin, de verschillende vormen van afhankelijkheid en de bijzondere aandacht die moet worden besteed aan het belang van het kind. |
| _________________ |
| 1 bis Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging, PB L 251 van 3.10.2003, blz. 12. |
Or. en
Amendement 168
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(16) Het begrip "gezinsleden" moet rekening houden met de verschillende vormen van afhankelijkheid en bijzondere aandacht moet worden besteed aan het belang van het kind. Het moet ook zijn afgestemd op de huidige migratietendensen, waarbij verzoekers vaak pas na een lange periode van transit op het grondgebied van de lidstaten aankomen. Onder het begrip "gezinsleden" moeten ook personen vallen die buiten het land van herkomst, voorafgaand aan de aankomst op het grondgebied van de lidstaat een gezin hebben gevormd. | (16) Het begrip "gezinsleden" moet rekening houden met de verschillende soorten gezinnen, de verschillende vormen van afhankelijkheid en bijzondere aandacht moet worden besteed aan het belang van het kind. Het moet ook zijn afgestemd op de huidige migratietendensen, waarbij verzoekers vaak pas na een lange periode van transit op het grondgebied van de lidstaten aankomen. Onder het begrip "gezinsleden" moeten zowel personen vallen die buiten het land van herkomst een gezin hebben gevormd als personen die na aankomst op het grondgebied van de lidstaat een gezin hebben gevormd. Het begrip moet echter in alle gevallen gedwongen huwelijken uitsluiten. |
Or. it
Amendement 169
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(16) Het begrip "gezinsleden" moet rekening houden met de verschillende vormen van afhankelijkheid en bijzondere aandacht moet worden besteed aan het belang van het kind. Het moet ook zijn afgestemd op de huidige migratietendensen, waarbij verzoekers vaak pas na een lange periode van transit op het grondgebied van de lidstaten aankomen. Onder het begrip "gezinsleden" moeten ook personen vallen die buiten het land van herkomst, voorafgaand aan de aankomst op het grondgebied van de lidstaat, een gezin hebben gevormd. | (16) Het begrip "gezinsleden" moet rekening houden met de verschillende vormen van afhankelijkheid en bijzondere aandacht moet worden besteed aan het belang van het kind. Het moet ook zijn afgestemd op de huidige migratietendensen, waarbij verzoekers vaak pas na een lange periode van transit op het grondgebied van de lidstaten aankomen. Onder het begrip "gezinsleden" moeten ook personen vallen die buiten het land van herkomst, voorafgaand aan of na de aankomst op het grondgebied van de lidstaat, een gezin hebben gevormd. |
Or. en
Amendement 170
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(17) Deze verordening geldt onverminderd het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het VWEU gehechte Protocol inzake asiel voor onderdanen van lidstaten van de Europese Unie. | (17) Deze richtlijn geldt onverminderd het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het VWEU gehechte Protocol inzake asiel voor onderdanen van lidstaten van de Europese Unie. |
Or. en
Amendement 171
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 19
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(19) Overleg met de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen kan de autoriteiten van de lidstaten waardevol advies opleveren bij het vaststellen van de vluchtelingenstatus overeenkomstig artikel 1 van het Verdrag van Genève. | Schrappen |
Or. en
Amendement 172
Lorenzo Fontana
Voorstel voor een verordening
Overweging 20
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(20) Er dienen normen voor de omschrijving en de inhoud van de vluchtelingenstatus te worden vastgesteld om de bevoegde nationale instanties van de lidstaten bij de toepassing van het Verdrag van Genève voor te lichten. | (20) Tot nu toe worden de criteria voor de vluchtelingenstatus in Europa feitelijk niet in acht genomen door de EU en vele lidstaten, zoals blijkt uit de situatie in Italië, waar de meeste toegelaten personen geen vluchtelingen zijn maar economische migranten die op Europees grondgebied blijven en voor sociale spanningen zorgen. |
Or. it
Amendement 173
Lorenzo Fontana
Voorstel voor een verordening
Overweging 21
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(21) Het is noodzakelijk gemeenschappelijke criteria in te voeren voor de erkenning van asielzoekers als vluchtelingen in de zin van artikel 1 van het Verdrag van Genève. | Schrappen |
Or. it
Motivering
Een asielzoeker is geen vluchteling. Een vluchteling is een persoon die als vluchteling is erkend na de behandeling van de asielaanvraag.
Amendement 174
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Overweging 21
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(21) Het is noodzakelijk gemeenschappelijke criteria in te voeren voor de erkenning van asielzoekers als vluchtelingen in de zin van artikel 1 van het Verdrag van Genève. | (21) Het is noodzakelijk basiscriteria in te voeren voor de erkenning van asielzoekers als vluchtelingen in de zin van artikel 1 van het Verdrag van Genève. |
Or. en
Amendement 175
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 21 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (21 bis) Hoewel het in beginsel aan de verzoeker is om zijn of haar verzoek te staven, zijn de verzoeker en de beslissingsautoriteit gezamenlijk verplicht alle relevante feiten vast te stellen en te evalueren. Indien aspecten van de verklaringen van de verzoeker niet met bewijsmateriaal worden gestaafd, dient hij of zij het voordeel van de twijfel te krijgen wanneer hij of zij een oprechte inspanning heeft geleverd om zijn of haar verzoek te staven en alle relevante elementen waarover hij of zij beschikt, heeft overgelegd en zijn of haar verklaringen samenhangend en aannemelijk zijn bevonden. |
Or. en
Motivering
Zie de motivering bij het amendement op artikel 4, lid 5.
Amendement 176
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 22
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(22) Met name is het nodig tot gemeenschappelijke begrippen te komen ten aanzien van ter plaatse ontstane behoeften aan bescherming, de oorsprong van schade en bescherming, binnenlandse bescherming en vervolging, met inbegrip van de redenen voor vervolging. | (22) Met name is het nodig tot gemeenschappelijke begrippen te komen ten aanzien van ter plaatse ontstane behoeften aan bescherming, de oorsprong van schade en bescherming en vervolging, met inbegrip van de redenen voor vervolging. |
Or. en
Amendement 177
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 22
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(22) Met name is het nodig tot gemeenschappelijke begrippen te komen ten aanzien van ter plaatse ontstane behoeften aan bescherming, de oorsprong van schade en bescherming, binnenlandse bescherming en vervolging, met inbegrip van de redenen voor vervolging. | (22) Met name is het nodig tot gemeenschappelijke begrippen te komen ten aanzien van ter plaatse ontstane behoeften aan bescherming, de oorsprong van schade en bescherming en vervolging, met inbegrip van de redenen voor vervolging. |
Or. en
Motivering
Evenals de rapporteur acht de schaduwrapporteur het concept "binnenlandse bescherming" niet voldoende uitgewerkt, duidelijk of veilig om op een volledig geharmoniseerde manier te worden toegepast.
Amendement 178
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(23) Bescherming kan geboden worden door de staat, of door partijen of organisaties, met inbegrip van internationale organisaties, die voldoen aan de voorwaarden van deze verordening en die een regio of een deel van enige omvang van het grondgebied van de staat beheersen, mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden. Deze bescherming moet doeltreffend en van niet-tijdelijke aard zijn. | (23) Bescherming kan geboden worden door de staat, mits deze bereid en in staat is bescherming te garanderen. Deze bescherming moet doeltreffend en van niet-tijdelijke aard zijn. |
Or. it
Amendement 179
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(23) Bescherming kan geboden worden door de staat, of door partijen of organisaties, met inbegrip van internationale organisaties, die voldoen aan de voorwaarden van deze verordening en die een regio of een deel van enige omvang van het grondgebied van de staat beheersen, mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden. Deze bescherming moet doeltreffend en van niet-tijdelijke aard zijn. | (23) Bescherming kan door een staat enkel worden geboden indien de autoriteiten ervan bereid en in staat zijn bescherming te bieden. Deze bescherming moet doeltreffend en van niet-tijdelijke aard zijn. |
Or. en
Amendement 180
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(23) Bescherming kan geboden worden door de staat, of door partijen of organisaties, met inbegrip van internationale organisaties, die voldoen aan de voorwaarden van deze verordening en die een regio of een deel van enige omvang van het grondgebied van de staat beheersen, mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden. Deze bescherming moet doeltreffend en van niet-tijdelijke aard zijn. | (23) Bescherming kan geboden worden door staten die voldoen aan de voorwaarden van deze verordening, mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden. Deze bescherming moet doeltreffend en van niet-tijdelijke aard zijn. |
Or. en
Motivering
According to the 1951 refugee convention, as amended in 1967, the only protection actor is the State [Art. 1A(2)]:
“For the purposes of the present Convention, the term “refugee” shall apply to any person who:
…
(2) owing to well-founded fear of being persecuted for reasons of race, religion, nationality, membership of a particular social group or political opinion, is outside the country of his nationality and is unable or, owing to such fear, is unwilling to avail himself of the protection of that country; or who, not having a nationality and being outside the country of his former habitual residence as a result of such events, is unable or, owing to such fear, is unwilling to return to it.” [country = state]
Amendement 181
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(23) Bescherming kan geboden worden door de staat, of door partijen of organisaties, met inbegrip van internationale organisaties, die voldoen aan de voorwaarden van deze verordening en die een regio of een deel van enige omvang van het grondgebied van de staat beheersen, mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden. Deze bescherming moet doeltreffend en van niet-tijdelijke aard zijn. | (23) Bescherming kan geboden worden door de staat, of door partijen of organisaties, met inbegrip van internationale organisaties, die voldoen aan de voorwaarden van deze verordening en die een regio of een deel van enige omvang van het grondgebied van de staat beheersen, mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden. Deze bescherming moet doeltreffend zijn. |
Or. en
Amendement 182
Lorenzo Fontana
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(23) Bescherming kan geboden worden door de staat, of door partijen of organisaties, met inbegrip van internationale organisaties, die voldoen aan de voorwaarden van deze verordening en die een regio of een deel van enige omvang van het grondgebied van de staat beheersen, mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden. Deze bescherming moet doeltreffend en van niet-tijdelijke aard zijn. | (23) Bescherming kan geboden worden door de staat of organisaties, met inbegrip van internationale organisaties, die voldoen aan de voorwaarden van deze verordening en die een regio of een deel van enige omvang van het grondgebied van de staat beheersen, mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden. Deze bescherming moet doeltreffend en van niet-tijdelijke aard zijn. |
Or. it
Amendement 183
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(24) De verzoeker moet daadwerkelijk binnenlandse bescherming tegen vervolging of ernstige schade kunnen genieten in een deel van het land van herkomst waar hij op een veilige en wettige manier naartoe kan reizen, zich toegang toe kan verschaffen en waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt. Het onderzoek of binnenlandse bescherming aanwezig is, moet inherent zijn aan de behandeling van een verzoek om internationale bescherming en moet plaatsvinden zodra de beslissingsautoriteit heeft vastgesteld dat anders de erkenningscriteria van toepassing zouden zijn. Het moet aan de beslissingsautoriteit zijn om aan te tonen dat er een mogelijkheid van binnenlandse bescherming is. | Schrappen |
Or. it
Amendement 184
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(24) De verzoeker moet daadwerkelijk binnenlandse bescherming tegen vervolging of ernstige schade kunnen genieten in een deel van het land van herkomst waar hij op een veilige en wettige manier naartoe kan reizen, zich toegang toe kan verschaffen en waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt. Het onderzoek of binnenlandse bescherming aanwezig is, moet inherent zijn aan de behandeling van een verzoek om internationale bescherming en moet plaatsvinden zodra de beslissingsautoriteit heeft vastgesteld dat anders de erkenningscriteria van toepassing zouden zijn. Het moet aan de beslissingsautoriteit zijn om aan te tonen dat er een mogelijkheid van binnenlandse bescherming is. | Schrappen |
Or. en
Amendement 185
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(24) De verzoeker moet daadwerkelijk binnenlandse bescherming tegen vervolging of ernstige schade kunnen genieten in een deel van het land van herkomst waar hij op een veilige en wettige manier naartoe kan reizen, zich toegang toe kan verschaffen en waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt. Het onderzoek of binnenlandse bescherming aanwezig is, moet inherent zijn aan de behandeling van een verzoek om internationale bescherming en moet plaatsvinden zodra de beslissingsautoriteit heeft vastgesteld dat anders de erkenningscriteria van toepassing zouden zijn. Het moet aan de beslissingsautoriteit zijn om aan te tonen dat er een mogelijkheid van binnenlandse bescherming is. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het concept "binnenlandse bescherming" berust niet op het Vluchtelingenverdrag van 1951 en behelst een aanvullend criterium voor de toekenning van de vluchtelingenstatus naast de criteria waarin artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag voorziet, waardoor het risico bestaat dat overeenkomstig het Unierecht geen bescherming wordt verleend aan verzoekers die krachtens het verdrag wel recht hebben op bescherming.
Amendement 186
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(24) De verzoeker moet daadwerkelijk binnenlandse bescherming tegen vervolging of ernstige schade kunnen genieten in een deel van het land van herkomst waar hij op een veilige en wettige manier naartoe kan reizen, zich toegang toe kan verschaffen en waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt. Het onderzoek of binnenlandse bescherming aanwezig is, moet inherent zijn aan de behandeling van een verzoek om internationale bescherming en moet plaatsvinden zodra de beslissingsautoriteit heeft vastgesteld dat anders de erkenningscriteria van toepassing zouden zijn. Het moet aan de beslissingsautoriteit zijn om aan te tonen dat er een mogelijkheid van binnenlandse bescherming is. | (24) De verzoeker moet daadwerkelijk binnenlandse bescherming tegen vervolging of ernstige schade kunnen genieten in een deel van het land van herkomst waar hij op een veilige en wettige manier naartoe kan reizen, zich toegang toe kan verschaffen en waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt. Het onderzoek of binnenlandse bescherming aanwezig is, kan deel uitmaken van de behandeling van een verzoek om internationale bescherming en moet plaatsvinden zodra de beslissingsautoriteit heeft vastgesteld dat anders de erkenningscriteria van toepassing zouden zijn. Het moet aan de beslissingsautoriteit zijn om aan te tonen dat er een mogelijkheid van binnenlandse bescherming is. De verzoeker moet evenwel medewerking verlenen aan de beslissingsautoriteit teneinde te kunnen vaststellen of in een deel van zijn of haar land van herkomst is voldaan aan de voorwaarden voor binnenlandse bescherming. |
Or. en
Motivering
Ondanks het feit dat het aan de beslissingsautoriteit is om aan te tonen dat er een mogelijkheid van binnenlandse bescherming bestaat, is het noodzakelijk dat de verzoeker, door belangrijke informatie te verstrekken en de gestelde vragen te beantwoorden, aan deze autoriteit medewerking verleent om te kunnen bepalen of er is voldaan aan de voorwaarden voor binnenlandse bescherming.
Amendement 187
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(24) De verzoeker moet daadwerkelijk binnenlandse bescherming tegen vervolging of ernstige schade kunnen genieten in een deel van het land van herkomst waar hij op een veilige en wettige manier naartoe kan reizen, zich toegang toe kan verschaffen en waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt. Het onderzoek of binnenlandse bescherming aanwezig is, moet inherent zijn aan de behandeling van een verzoek om internationale bescherming en moet plaatsvinden zodra de beslissingsautoriteit heeft vastgesteld dat anders de erkenningscriteria van toepassing zouden zijn. Het moet aan de beslissingsautoriteit zijn om aan te tonen dat er een mogelijkheid van binnenlandse bescherming is. | (24) De verzoeker moet daadwerkelijk binnenlandse bescherming tegen vervolging of ernstige schade kunnen genieten in een deel van het land van herkomst waar hij op een veilige en wettige manier naartoe kan reizen, zich toegang toe kan verschaffen en waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt. Het onderzoek of binnenlandse bescherming aanwezig is, moet inherent zijn aan de behandeling van een verzoek om internationale bescherming en moet plaatsvinden zodra de beslissingsautoriteit heeft vastgesteld dat anders de erkenningscriteria van toepassing zouden zijn. |
Or. en
Amendement 188
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(24) De verzoeker moet daadwerkelijk binnenlandse bescherming tegen vervolging of ernstige schade kunnen genieten in een deel van het land van herkomst waar hij op een veilige en wettige manier naartoe kan reizen, zich toegang toe kan verschaffen en waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt. Het onderzoek of binnenlandse bescherming aanwezig is, moet inherent zijn aan de behandeling van een verzoek om internationale bescherming en moet plaatsvinden zodra de beslissingsautoriteit heeft vastgesteld dat anders de erkenningscriteria van toepassing zouden zijn. Het moet aan de beslissingsautoriteit zijn om aan te tonen dat er een mogelijkheid van binnenlandse bescherming is. | (24) De verzoeker moet daadwerkelijk binnenlandse bescherming tegen vervolging of ernstige schade kunnen genieten in een deel van het land van herkomst waar hij op een veilige en wettige manier naartoe kan reizen, zich toegang toe kan verschaffen en waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt. Het onderzoek of binnenlandse bescherming aanwezig is, moet inherent zijn aan de behandeling van een verzoek om internationale bescherming en moet uiterlijk plaatsvinden wanneer de beslissingsautoriteit vaststelt dat anders de erkenningscriteria van toepassing zouden zijn. Het moet aan de verzoeker zijn om aan te tonen dat er geen mogelijkheid van binnenlandse bescherming is. |
Or. en
Amendement 189
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, József Nagy, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Overweging 24 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (24 bis) Bij de beoordeling van de voorwaarden voor binnenlandse bescherming moeten de bevoegde autoriteiten in eerste instantie de belangen van het kind in overweging nemen. |
Or. en
Motivering
Deze overweging wordt aangepast aan het voorgestelde nieuwe lid 4 van artikel 8.
Amendement 190
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(25) Wanneer de staat of staatsfunctionarissen de actoren van vervolging of ernstige schade zijn, moet worden aangenomen dat er geen doeltreffende bescherming beschikbaar is voor de verzoeker. Indien de verzoeker een niet-begeleide minderjarige is, moet bij het nagaan of er daadwerkelijk bescherming aanwezig is, worden onderzocht of er passende zorg en opvang beschikbaar is, die in het belang van de niet-begeleide minderjarige zijn. | Schrappen |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met de hieronder volgende amendementen die in schrapping van artikel 8 voorzien.
Amendement 191
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(25) Wanneer de staat of staatsfunctionarissen de actoren van vervolging of ernstige schade zijn, moet worden aangenomen dat er geen doeltreffende bescherming beschikbaar is voor de verzoeker. Indien de verzoeker een niet-begeleide minderjarige is, moet bij het nagaan of er daadwerkelijk bescherming aanwezig is, worden onderzocht of er passende zorg en opvang beschikbaar is, die in het belang van de niet-begeleide minderjarige zijn. | (25) Wanneer wordt vastgesteld dat de staat of staatsfunctionarissen de actoren van vervolging of ernstige schade zijn, moet worden aangenomen dat er geen doeltreffende bescherming beschikbaar is voor de verzoeker. |
Or. en
Amendement 192
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 26
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(26) Het is noodzakelijk dat de beslissingsautoriteiten bij de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming van minderjarigen, bijzondere aandacht besteden aan op kinderen gerichte vormen van vervolging. | (26) Het is noodzakelijk dat de beslissingsautoriteiten bij de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming van minderjarigen, bijzondere aandacht besteden aan op kinderen gerichte vormen van vervolging, mensenhandel en uitbuiting of de afwezigheid van bescherming tegen dergelijke daden van vervolging. |
Or. en
Amendement 193
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Overweging 26
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(26) Het is noodzakelijk dat de beslissingsautoriteiten bij de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming van minderjarigen, bijzondere aandacht besteden aan op kinderen gerichte vormen van vervolging. | (26) Het is noodzakelijk dat de beslissingsautoriteiten bij de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming van minderjarigen, bijzondere aandacht besteden aan op kinderen gerichte vormen van vervolging, vormen van uitbuiting of gebrek aan bescherming. |
Or. it
Amendement 194
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 27
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(27) Een van de voorwaarden om te worden erkend als vluchteling in de zin van artikel 1, onder A, van het Verdrag van Genève is het bestaan van een oorzakelijk verband tussen de redenen voor vervolging, namelijk ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep en de daden van vervolging of de afwezigheid van bescherming tegen dergelijke daden. | (27) Een van de voorwaarden om te worden erkend als vluchteling in de zin van artikel 1, onder A, van het Verdrag van Genève is het bestaan van een oorzakelijk verband tussen de redenen voor vervolging, namelijk ras, godsdienst of geloof, nationaliteit, politieke overtuiging of lidmaatschap van een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging en de daden van vervolging of de afwezigheid van bescherming tegen dergelijke daden. |
Or. en
Amendement 195
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(28) Het is evenzeer nodig tot een gemeenschappelijk begrip te komen van de vervolgingsgrond "het behoren tot een bepaalde sociale groep". Bij het omschrijven van een bepaalde sociale groep moet, voor zover deze verband houdt met de gegronde vrees voor vervolging van de verzoeker, terdege rekening worden gehouden met genderaspecten, met inbegrip van genderidentiteit en seksuele gerichtheid, die kunnen samenhangen met bepaalde juridische tradities en gewoonten, en die bijvoorbeeld kunnen leiden tot genitale verminking, gedwongen sterilisatie of gedwongen abortus. | Schrappen |
Or. en
Amendement 196
Traian Ungureanu, Artis Pabriks, Tomáš Zdechovský, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(28) Het is evenzeer nodig tot een gemeenschappelijk begrip te komen van de vervolgingsgrond "het behoren tot een bepaalde sociale groep". Bij het omschrijven van een bepaalde sociale groep moet, voor zover deze verband houdt met de gegronde vrees voor vervolging van de verzoeker, terdege rekening worden gehouden met genderaspecten, met inbegrip van genderidentiteit en seksuele gerichtheid, die kunnen samenhangen met bepaalde juridische tradities en gewoonten, en die bijvoorbeeld kunnen leiden tot genitale verminking, gedwongen sterilisatie of gedwongen abortus. | Schrappen |
Or. en
Amendement 197
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(28) Het is evenzeer nodig tot een gemeenschappelijk begrip te komen van de vervolgingsgrond "het behoren tot een bepaalde sociale groep". Bij het omschrijven van een bepaalde sociale groep moet, voor zover deze verband houdt met de gegronde vrees voor vervolging van de verzoeker, terdege rekening worden gehouden met genderaspecten, met inbegrip van genderidentiteit en seksuele gerichtheid, die kunnen samenhangen met bepaalde juridische tradities en gewoonten, en die bijvoorbeeld kunnen leiden tot genitale verminking, gedwongen sterilisatie of gedwongen abortus. | (28) Het is evenzeer nodig tot een gemeenschappelijk begrip te komen van de vervolgingsgrond "het behoren tot een bepaalde sociale groep". |
Or. en
Amendement 198
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(28) Het is evenzeer nodig tot een gemeenschappelijk begrip te komen van de vervolgingsgrond "het behoren tot een bepaalde sociale groep". Bij het omschrijven van een bepaalde sociale groep moet, voor zover deze verband houdt met de gegronde vrees voor vervolging van de verzoeker, terdege rekening worden gehouden met genderaspecten, met inbegrip van genderidentiteit en seksuele gerichtheid, die kunnen samenhangen met bepaalde juridische tradities en gewoonten, en die bijvoorbeeld kunnen leiden tot genitale verminking, gedwongen sterilisatie of gedwongen abortus. | (28) Het is evenzeer nodig tot een gemeenschappelijk begrip te komen van de vervolgingsgrond "het behoren tot een bepaalde sociale groep". Bij het omschrijven van een bepaalde sociale groep moet, voor zover deze verband houdt met de gegronde vrees voor vervolging van de verzoeker, terdege rekening worden gehouden met genderaspecten, met inbegrip van genderidentiteit en seksuele gerichtheid, die kunnen samenhangen met bepaalde juridische tradities en gewoonten, en die bijvoorbeeld kunnen leiden tot genitale verminking, gedwongen sterilisatie of gedwongen abortus. Een gegronde vrees voor vervolging kan zijn gegrond op het feit dat de betrokkene wordt geacht tot een bepaalde sociale groep te behoren, ongeacht of dit daadwerkelijk het geval is. |
Or. en
Amendement 199
Barbara Spinelli, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(28) Het is evenzeer nodig tot een gemeenschappelijk begrip te komen van de vervolgingsgrond "het behoren tot een bepaalde sociale groep". Bij het omschrijven van een bepaalde sociale groep moet, voor zover deze verband houdt met de gegronde vrees voor vervolging van de verzoeker, terdege rekening worden gehouden met genderaspecten, met inbegrip van genderidentiteit en seksuele gerichtheid, die kunnen samenhangen met bepaalde juridische tradities en gewoonten, en die bijvoorbeeld kunnen leiden tot genitale verminking, gedwongen sterilisatie of gedwongen abortus. | (28) Het is evenzeer nodig tot een gemeenschappelijk begrip te komen van de vervolgingsgrond "het behoren tot een bepaalde sociale groep". Bij het omschrijven van een bepaalde sociale groep moet, voor zover deze verband houdt met de gegronde vrees voor vervolging van de verzoeker, terdege rekening worden gehouden met genderaspecten, met inbegrip van genderidentiteit, genderexpressie, geslachtskenmerken en seksuele gerichtheid, die kunnen samenhangen met mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting, bepaalde juridische tradities en gewoonten, en die bijvoorbeeld kunnen leiden tot genitale verminking, gedwongen sterilisatie of gedwongen abortus. |
Or. en
Motivering
The shadow rapporteur agrees with the rapporteur that the sex characteristics of an applicant might also be a factor in determining whether that applicant belongs to a particular social group. Furthermore, she would like to add “gender expression” to the definition of “particular social group” following a European Court of Human Rights ruling where it was clarified that individuals can be at particular risk of ill-treatment (under Article 3 ECHR) in third countries where they are perceived as not conforming to the gender roles ascribed to them by society, tradition and even the legal system (N v. Sweden, Application no. 23505/09).
Amendement 200
Barbara Spinelli, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(29) Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij het beoordelen van verzoeken om internationale bescherming de geloofwaardigheid van de verzoeker onderzoeken met inachtneming van de rechten van het individu als gewaarborgd door het Handvest, met name het recht op menselijke waardigheid en de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven. In het bijzonder met betrekking tot homoseksualiteit mag de individuele beoordeling van de geloofwaardigheid van de verzoeker niet worden gebaseerd op stereotype opvattingen met betrekking tot homoseksuele personen en mag de verzoeker niet worden onderworpen aan gedetailleerde ondervragingen of testen met betrekking tot zijn seksuele gewoonten. | (29) Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Europees Hof voor de rechten van de mens moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij het beoordelen van verzoeken om internationale bescherming de geloofwaardigheid van de verzoeker onderzoeken met inachtneming van de rechten van het individu als gewaarborgd door het Handvest en het EVRM, met name het recht op menselijke waardigheid en de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven. In het bijzonder met betrekking tot seksuele gerichtheid en genderidentiteit mag de individuele beoordeling van de geloofwaardigheid van de verzoeker niet worden gebaseerd op stereotype opvattingen met betrekking tot seksuele gerichtheid en genderidentiteit, en mag de verzoeker niet worden onderworpen aan gedetailleerde ondervragingen of testen met betrekking tot zijn of haar seksuele gewoonten. Bovendien mogen de bevoegde nationale autoriteiten niet concluderen dat de verklaringen van de verzoeker niet geloofwaardig zijn omdat de verzoeker zich bij zijn of haar eerste toelichting op zijn of haar vervolging niet heeft beroepen op seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie of geslachtskenmerken. |
Or. en
Motivering
De schaduwrapporteur is het met de rapporteur eens dat tardieve bekendmaking een van de vier parameters is in het recente arrest van het HvJ in de zaak A, B en C tegen Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 2 december 2014, maar niet voorkomt in de tekst van de Commissie en derhalve moet worden toegevoegd. Voor LGBTI-asielzoekers leiden angst en stigmatisatie er vaak toe dat zij hun seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie of geslachtskenmerken pas in een later stadium bekendmaken. Hun verzoeken mogen niet vanwege een dergelijke tardieve bekendmaking ongunstig worden beoordeeld.
Amendement 201
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(29) Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij het beoordelen van verzoeken om internationale bescherming de geloofwaardigheid van de verzoeker onderzoeken met inachtneming van de rechten van het individu als gewaarborgd door het Handvest, met name het recht op menselijke waardigheid en de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven. In het bijzonder met betrekking tot homoseksualiteit mag de individuele beoordeling van de geloofwaardigheid van de verzoeker niet worden gebaseerd op stereotype opvattingen met betrekking tot homoseksuele personen en mag de verzoeker niet worden onderworpen aan gedetailleerde ondervragingen of testen met betrekking tot zijn seksuele gewoonten. | (29) Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij het beoordelen van verzoeken om internationale bescherming de geloofwaardigheid van de verzoeker onderzoeken met inachtneming van de rechten van het individu als gewaarborgd door het Handvest, met name het recht op menselijke waardigheid en de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven. In het bijzonder met betrekking tot seksuele gerichtheid en genderidentiteit mag de individuele beoordeling van de geloofwaardigheid van de verzoeker niet worden gebaseerd op stereotype opvattingen met betrekking tot seksuele gerichtheid en genderidentiteit en mag de verzoeker niet worden onderworpen aan gedetailleerde ondervragingen of testen met betrekking tot zijn seksuele gewoonten. |
Or. it
Amendement 202
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(29) Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij het beoordelen van verzoeken om internationale bescherming de geloofwaardigheid van de verzoeker onderzoeken met inachtneming van de rechten van het individu als gewaarborgd door het Handvest, met name het recht op menselijke waardigheid en de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven. In het bijzonder met betrekking tot homoseksualiteit mag de individuele beoordeling van de geloofwaardigheid van de verzoeker niet worden gebaseerd op stereotype opvattingen met betrekking tot homoseksuele personen en mag de verzoeker niet worden onderworpen aan gedetailleerde ondervragingen of testen met betrekking tot zijn seksuele gewoonten. | (29) Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij het beoordelen van verzoeken om internationale bescherming de geloofwaardigheid van de verzoeker onderzoeken met inachtneming van de rechten van het individu als gewaarborgd door het Handvest, met name het recht op menselijke waardigheid en de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven. In het bijzonder met betrekking tot homoseksualiteit mag de individuele beoordeling van de geloofwaardigheid van de verzoeker niet worden gebaseerd op stereotype opvattingen, maar de bevoegde autoriteiten dienen strikt voor te schrijven dat de betrokkene feitelijk bewijs overlegt van zijn of haar homoseksuele geaardheid. |
Or. en
Amendement 203
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Overweging 30
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(30) Handelingen die in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties, zijn omschreven in de preambule en de artikelen 1 en 2 van het Handvest van de Verenigde Naties, en zijn onder andere neergelegd in de resoluties van de Verenigde Naties betreffende maatregelen ter bestrijding van het terrorisme, waarin wordt verklaard dat "terroristische daden, methoden en werkwijzen strijdig zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties", en dat "het doelbewust financieren en plannen van en het aanzetten tot terroristische daden eveneens strijdig zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties". | (30) Handelingen die in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties, zijn omschreven in de preambule en de artikelen 1 en 2 van het Handvest van de Verenigde Naties, en zijn onder andere neergelegd in de resoluties van de Verenigde Naties betreffende maatregelen ter bestrijding van het terrorisme, waarin wordt verklaard dat "terroristische daden, methoden en werkwijzen strijdig zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties", en dat "het doelbewust financieren en plannen van en het aanzetten tot terroristische daden eveneens strijdig zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties". Dergelijke handelingen, methoden en werkwijzen dienen ook een grond te zijn om de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus te weigeren of in te trekken. |
Or. en
Amendement 204
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 31
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(31) Het plegen van een politiek misdrijf vormt in beginsel geen grond voor uitsluiting van de vluchtelingenstatus. Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten bijzonder wrede handelingen, waarbij de handeling in kwestie niet in verhouding staat tot het beweerde politieke doel, en terroristische daden die worden gekenmerkt door geweld tegen de burgerbevolking, ook wanneer zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd, als niet-politieke misdrijven worden aangemerkt; dergelijke handelingen en daden kunnen derhalve leiden tot uitsluiting van de vluchtelingenstatus. | Schrappen |
Or. en
Amendement 205
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Overweging 31
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(31) Het plegen van een politiek misdrijf vormt in beginsel geen grond voor uitsluiting van de vluchtelingenstatus. Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten bijzonder wrede handelingen, waarbij de handeling in kwestie niet in verhouding staat tot het beweerde politieke doel, en terroristische daden die worden gekenmerkt door geweld tegen de burgerbevolking, ook wanneer zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd, als niet-politieke misdrijven worden aangemerkt; dergelijke handelingen en daden kunnen derhalve leiden tot uitsluiting van de vluchtelingenstatus. | (31) Het plegen van een politiek misdrijf kan aanleiding geven tot uitsluiting van de vluchtelingenstatus. |
Or. en
Amendement 206
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Overweging 31
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(31) Het plegen van een politiek misdrijf vormt in beginsel geen grond voor uitsluiting van de vluchtelingenstatus. Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten bijzonder wrede handelingen, waarbij de handeling in kwestie niet in verhouding staat tot het beweerde politieke doel, en terroristische daden die worden gekenmerkt door geweld tegen de burgerbevolking, ook wanneer zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd, als niet-politieke misdrijven worden aangemerkt; dergelijke handelingen en daden kunnen derhalve leiden tot uitsluiting van de vluchtelingenstatus. | (31) Het plegen van een politiek misdrijf vormt in beginsel geen grond voor uitsluiting van de vluchtelingenstatus. Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten bijzonder wrede handelingen, waarbij de handeling in kwestie niet in verhouding staat tot het beweerde politieke doel, en terroristische daden die worden gekenmerkt door geweld tegen de burgerbevolking, ook wanneer zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd, als niet-politieke misdrijven worden aangemerkt; dergelijke handelingen en daden moeten derhalve leiden tot uitsluiting van de vluchtelingenstatus. |
Or. en
Amendement 207
Monika Hohlmeier
Voorstel voor een verordening
Overweging 31 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (31 bis) Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in zijn arrest in de zaak |
| Commissaire général aux réfugiés et aux apatrides tegen Mostafa Lounani1 bis |
| duidelijk verklaard dat het ondersteunen van een terroristische groep of het plegen van een terroristische daad voldoende reden is een verzoeker om internationale bescherming uit te sluiten van de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus. |
| _________________ |
| 1 bis C-573/14. |
Or. en
Motivering
Houdt verband met het amendement op artikel 12.
Amendement 208
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 31 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (31 bis) De erkenning van subsidiairebeschermingsstatus heeft declaratoire kracht. |
Or. en
Amendement 209
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Overweging 32
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(32) Er moeten ook normen worden vastgesteld voor de omschrijving en inhoud van de subsidiairebeschermingsstatus. De subsidiairebeschermingsregeling moet de in het Verdrag van Genève vastgelegde regeling ter bescherming van vluchtelingen aanvullen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 210
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 32
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(32) Er moeten ook normen worden vastgesteld voor de omschrijving en inhoud van de subsidiairebeschermingsstatus. De subsidiairebeschermingsregeling moet de in het Verdrag van Genève vastgelegde regeling ter bescherming van vluchtelingen aanvullen. | (32) Er moeten ook normen worden vastgesteld voor de omschrijving en inhoud van de subsidiairebeschermingsstatus. De subsidiairebeschermingsregeling moet de in het Verdrag van Genève vastgelegde regeling ter bescherming van vluchtelingen aanvullen. Hoewel de gronden voor bescherming verschillen tussen vluchtelingen- en subsidiaire bescherming, kan de voortdurende behoefte aan bescherming van gelijke duur zijn. |
Or. en
Amendement 211
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Overweging 33
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(33) Er moeten gemeenschappelijke criteria worden vastgesteld op basis waarvan verzoekers om internationale bescherming moeten worden erkend als personen die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komen. Deze criteria moeten in overeenstemming zijn met de internationale verplichtingen uit hoofde van mensenrechteninstrumenten en met de bestaande praktijken in de lidstaten. | Schrappen |
Or. en
Amendement 212
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Overweging 34
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(34) Voor het beoordelen van de ernstige schade op grond waarvan verzoekers in aanmerking kunnen komen voor subsidiaire bescherming, moet onder willekeurig geweld, overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, ook geweld jegens personen ongeacht hun persoonlijke omstandigheden worden verstaan. | Schrappen |
Or. en
Amendement 213
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 34
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(34) Voor het beoordelen van de ernstige schade op grond waarvan verzoekers in aanmerking kunnen komen voor subsidiaire bescherming, moet onder willekeurig geweld, overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, ook geweld jegens personen ongeacht hun persoonlijke omstandigheden worden verstaan. | (34) Voor het beoordelen van de ernstige schade op grond waarvan verzoekers in aanmerking kunnen komen voor subsidiaire bescherming, moet onder willekeurig geweld, overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Europees Hof voor de rechten van de mens, ook geweld jegens personen ongeacht hun persoonlijke omstandigheden worden verstaan. Factoren waarmee rekening moet worden gehouden bij het bepalen of er sprake is van willekeurig geweld, zijn bijvoorbeeld externe agressie, bezetting, buitenlandse overheersing, binnenlandse conflicten, ernstige schending van de mensenrechten of voorvallen die een ernstige verstoring van de openbare orde hebben teweeggebracht in het land van herkomst of in een deel ervan. |
Or. en
Amendement 214
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 36
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(36) Met betrekking tot de bewijsvereisten in verband met het bestaan van een ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een verzoeker mogen de beslissingsautoriteiten overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie36 niet van de verzoeker verlangen dat hij aantoont dat hij specifiek wordt geviseerd om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden. De mate van willekeurig geweld die vereist is ter staving van het verzoek, is echter lager indien de verzoeker kan aantonen dat hij specifiek wordt geviseerd om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden. Bovendien moet het bestaan van een ernstige en individuele bedreiging bij uitzondering door de beslissingsautoriteiten worden vastgesteld louter op basis van de aanwezigheid van de verzoeker op het grondgebied of in het betrokken gebied van het land van herkomst, indien de mate van willekeurig geweld in het gewapende conflict dermate hoog is dat er zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat een burger die terugkeert naar het land van herkomst of het betrokken gebied ervan louter door zijn aanwezigheid aldaar een reëel risico op ernstige bedreiging zou lopen. | (36) Met betrekking tot de bewijsvereisten in verband met het bestaan van een ernstige bedreiging van het leven of de persoon van een verzoeker is het overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie36 en het Europees Hof voor de rechten van de mens niet noodzakelijk dat de verzoeker een bedreiging aantoont die in foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing bestaat. De mate van willekeurig geweld die vereist is ter staving van het verzoek, is echter lager indien de verzoeker kan aantonen dat hij specifiek wordt geviseerd om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden. Bovendien moet het bestaan van een ernstige bedreiging bij uitzondering door de beslissingsautoriteiten worden vastgesteld louter op basis van de aanwezigheid van de verzoeker op het grondgebied of in het betrokken gebied van het land van herkomst, indien de mate van willekeurig geweld in het gewapende conflict zodanig is dat er zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat een burger die terugkeert naar het land van herkomst of het betrokken gebied ervan louter door zijn aanwezigheid aldaar een reëel risico op ernstige bedreiging zou lopen. Hoewel er tot dusver op Unieniveau geen juridische definitie van "ecologisch ontheemden" is overeengekomen, weerhoudt dit de lidstaten er niet van dergelijke personen bescherming te bieden krachtens de nationale wetgeving. |
_________________ | _________________ |
36 C-465/07. | 36 C-465/07. |
Or. en
Amendement 215
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Overweging 36
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(36) Met betrekking tot de bewijsvereisten in verband met het bestaan van een ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een verzoeker mogen de beslissingsautoriteiten overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie36 niet van de verzoeker verlangen dat hij aantoont dat hij specifiek wordt geviseerd om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden. De mate van willekeurig geweld die vereist is ter staving van het verzoek, is echter lager indien de verzoeker kan aantonen dat hij specifiek wordt geviseerd om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden. Bovendien moet het bestaan van een ernstige en individuele bedreiging bij uitzondering door de beslissingsautoriteiten worden vastgesteld louter op basis van de aanwezigheid van de verzoeker op het grondgebied of in het betrokken gebied van het land van herkomst, indien de mate van willekeurig geweld in het gewapende conflict dermate hoog is dat er zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat een burger die terugkeert naar het land van herkomst of het betrokken gebied ervan louter door zijn aanwezigheid aldaar een reëel risico op ernstige bedreiging zou lopen. | (36) Met betrekking tot de bewijsvereisten in verband met het bestaan van een ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een verzoeker mogen de beslissingsautoriteiten overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie36 niet van de verzoeker verlangen dat hij aantoont dat hij specifiek wordt geviseerd om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden. De mate van willekeurig geweld die vereist is ter staving van het verzoek, is echter lager indien de verzoeker kan aantonen dat hij specifiek wordt geviseerd om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden. Bovendien moet het bestaan van een ernstige en individuele bedreiging bij uitzondering door de beslissingsautoriteiten worden vastgesteld louter op basis van de aanwezigheid van de verzoeker op het grondgebied, indien de mate van willekeurig geweld in het gewapende conflict dermate hoog is dat er zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat een burger die terugkeert naar het land van herkomst louter door zijn aanwezigheid aldaar een reëel risico op ernstige bedreiging zou lopen. Voor de toepassing van deze verordening moet bovendien worden gezorgd voor internationale bescherming van personen die ernstig gevaar lopen als gevolg van een natuurramp of een door de mens veroorzaakte ramp. |
_________________ | _________________ |
36 C-465/07. | 36 C-465/07. |
Or. it
Amendement 216
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 36
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(36) Met betrekking tot de bewijsvereisten in verband met het bestaan van een ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een verzoeker mogen de beslissingsautoriteiten overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie36 niet van de verzoeker verlangen dat hij aantoont dat hij specifiek wordt geviseerd om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden. De mate van willekeurig geweld die vereist is ter staving van het verzoek, is echter lager indien de verzoeker kan aantonen dat hij specifiek wordt geviseerd om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden. Bovendien moet het bestaan van een ernstige en individuele bedreiging bij uitzondering door de beslissingsautoriteiten worden vastgesteld louter op basis van de aanwezigheid van de verzoeker op het grondgebied of in het betrokken gebied van het land van herkomst, indien de mate van willekeurig geweld in het gewapende conflict dermate hoog is dat er zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat een burger die terugkeert naar het land van herkomst of het betrokken gebied ervan louter door zijn aanwezigheid aldaar een reëel risico op ernstige bedreiging zou lopen. | (36) Met betrekking tot de bewijsvereisten in verband met het bestaan van een ernstige bedreiging van het leven of de persoon van een verzoeker is het overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Europees Hof voor de rechten van de mens niet noodzakelijk dat de verzoeker een bedreiging aantoont die in foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing bestaat. De mate van willekeurig geweld die vereist is ter staving van het verzoek, is lager indien de verzoeker kan aantonen dat hij specifiek wordt geviseerd om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden. Bovendien moet het bestaan van een ernstige bedreiging door de beslissingsautoriteiten worden vastgesteld louter op basis van de aanwezigheid van de verzoeker op het grondgebied of in het betrokken gebied van het land van herkomst, indien de mate van willekeurig geweld in het gewapende conflict zodanig is dat er zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat een burger die terugkeert naar het land van herkomst of het betrokken gebied ervan louter door zijn of haar aanwezigheid aldaar een reëel risico op ernstige bedreiging zou lopen. |
_________________ |
|
36 C-465/07. |
|
Or. en
Amendement 217
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 36
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(36) Met betrekking tot de bewijsvereisten in verband met het bestaan van een ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een verzoeker mogen de beslissingsautoriteiten overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie36 niet van de verzoeker verlangen dat hij aantoont dat hij specifiek wordt geviseerd om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden. De mate van willekeurig geweld die vereist is ter staving van het verzoek, is echter lager indien de verzoeker kan aantonen dat hij specifiek wordt geviseerd om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden. Bovendien moet het bestaan van een ernstige en individuele bedreiging bij uitzondering door de beslissingsautoriteiten worden vastgesteld louter op basis van de aanwezigheid van de verzoeker op het grondgebied of in het betrokken gebied van het land van herkomst, indien de mate van willekeurig geweld in het gewapende conflict dermate hoog is dat er zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat een burger die terugkeert naar het land van herkomst of het betrokken gebied ervan louter door zijn aanwezigheid aldaar een reëel risico op ernstige bedreiging zou lopen. | (36) Met betrekking tot de bewijsvereisten in verband met het bestaan van een ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een verzoeker mogen de beslissingsautoriteiten overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie36 niet van de verzoeker verlangen dat hij aantoont dat hij specifiek wordt geviseerd om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden. De mate van willekeurig geweld die vereist is ter staving van het verzoek, is echter lager indien de verzoeker kan aantonen dat hij specifiek wordt geviseerd om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden. Bovendien moet het bestaan van een ernstige en individuele bedreiging bij uitzondering door de beslissingsautoriteiten worden vastgesteld louter op basis van de aanwezigheid van de verzoeker op het grondgebied of in het betrokken gebied van het land van herkomst, indien de mate van willekeurig geweld in het gewapende conflict dermate hoog is dat er zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat een burger die terugkeert naar welk deel van het land van herkomst ook louter door zijn aanwezigheid aldaar een reëel risico op ernstige bedreiging zou lopen. |
_________________ | _________________ |
36 C-465/07. | 36 C-465/07. |
Or. en
Motivering
De overweging wordt gewijzigd met het oog op de voorgestelde beoordeling of de mogelijkheid van binnenlandse bescherming bestaat.
Amendement 218
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 36 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (36 bis) Een persoon die bescherming nodig heeft omdat hij niet kan terugkeren naar zijn land van herkomst vanwege een natuurramp of een door de mens veroorzaakte ramp moet ook in aanmerking kunnen komen voor bescherming uit hoofde van deze verordening. |
Or. en
Amendement 219
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 36 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (36 ter) Natuurrampen of door de mens veroorzaakte rampen omvatten gevolgen van klimaatverandering, land- en waterroof, verwoestijning van de leefomgeving, gedwongen hervestiging in dorpen ("villagisation") alsook milieurampen en door oorlog veroorzaakte milieuvervuiling. |
Or. en
Motivering
Milieuvluchtelingen genieten op dit moment geen bescherming uit hoofde van het internationaal recht. Anders dan vluchtelingen die onder het vluchtelingenverdrag van Genève van 1951 vallen, keren milieuvluchtelingen, wanneer zij naar het land van herkomst worden teruggestuurd, terug naar een verwoest thuisland, of zij worden gedwongen in vluchtelingenkampen geplaatst. Klimaatverandering heeft niet alleen gevolgen voor het milieu, maar raakt alle aspecten van het leven van de mens: van de stabiliteit van regeringen tot de economie en de gezondheid.
Amendement 220
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 37
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(37) De verblijfstitels en de reisdocumenten die na de inwerkingtreding van deze verordening voor het eerst worden afgegeven aan personen die internationale bescherming genieten of worden verlengd, moeten in overeenstemming zijn met de regels die zijn vastgesteld bij respectievelijk Verordening (EG) nr. 1030/2002 en Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad. | (37) De verblijfstitels en de reisdocumenten die na de inwerkingtreding van deze richtlijn voor het eerst worden afgegeven aan personen die internationale bescherming genieten of worden verlengd, moeten in overeenstemming zijn met de regels die zijn vastgesteld bij respectievelijk Verordening (EG) nr. 1030/2002 en Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad. |
Or. en
Amendement 221
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 37
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(37) De verblijfstitels en de reisdocumenten die na de inwerkingtreding van deze verordening voor het eerst worden afgegeven aan personen die internationale bescherming genieten of worden verlengd, moeten in overeenstemming zijn met de regels die zijn vastgesteld bij respectievelijk Verordening (EG) nr. 1030/2002 en Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad. | (37) De verblijfstitels en de reisdocumenten die na de inwerkingtreding van deze verordening worden afgegeven aan personen die internationale bescherming genieten, moeten in overeenstemming zijn met de regels die zijn vastgesteld bij respectievelijk Verordening (EG) nr. 1030/2002 en Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad. |
Or. en
Amendement 222
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 38
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(38) Gezinsleden zijn door hun nauwe band met de vluchteling normaal gezien op zodanige wijze kwetsbaar voor daden van vervolging dat zulks een grond voor de toekenning van internationale bescherming zou kunnen vormen. Indien zij niet in aanmerking komen voor internationale bescherming, hebben zij ten behoeve van de instandhouding van het gezin het recht om een verblijfstitel aan te vragen en recht op dezelfde rechten als die welke worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten. Onverminderd de bepalingen van deze verordening met betrekking tot de instandhouding van het gezin, moeten gezinsleden van personen die internationale bescherming genieten, die niet individueel in aanmerking komen voor dergelijke bescherming, een verblijfstitel en rechten krijgen overeenkomstig Richtlijn 2003/86/EG inzake het recht op gezinshereniging, indien de situatie tot het toepassingsgebied van deze richtlijn behoort en aan de daarin vastgestelde voorwaarden voor gezinshereniging wordt voldaan. Deze verordening moet van toepassing zijn onverminderd Richtlijn 2004/38/EG. | (38) Gezinsleden hebben ten behoeve van de instandhouding van het gezin het recht om een verblijfstitel aan te vragen met een duur die de duur van de persoon die internationale bescherming geniet, niet overschrijdt. Onverminderd de bepalingen van deze verordening met betrekking tot de instandhouding van het gezin, moeten gezinsleden van personen die internationale bescherming genieten, die niet individueel in aanmerking komen voor dergelijke bescherming, een verblijfstitel en rechten krijgen overeenkomstig Richtlijn 2003/86/EG inzake het recht op gezinshereniging, indien de situatie tot het toepassingsgebied van deze richtlijn behoort en aan de daarin vastgestelde voorwaarden voor gezinshereniging wordt voldaan. Deze verordening moet van toepassing zijn onverminderd Richtlijn 2004/38/EG. |
Or. en
Amendement 223
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 38
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(38) Gezinsleden zijn door hun nauwe band met de vluchteling normaal gezien op zodanige wijze kwetsbaar voor daden van vervolging dat zulks een grond voor de toekenning van internationale bescherming zou kunnen vormen. Indien zij niet in aanmerking komen voor internationale bescherming, hebben zij ten behoeve van de instandhouding van het gezin het recht om een verblijfstitel aan te vragen en recht op dezelfde rechten als die welke worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten. Onverminderd de bepalingen van deze verordening met betrekking tot de instandhouding van het gezin, moeten gezinsleden van personen die internationale bescherming genieten, die niet individueel in aanmerking komen voor dergelijke bescherming, een verblijfstitel en rechten krijgen overeenkomstig Richtlijn 2003/86/EG inzake het recht op gezinshereniging, indien de situatie tot het toepassingsgebied van deze richtlijn behoort en aan de daarin vastgestelde voorwaarden voor gezinshereniging wordt voldaan. Deze verordening moet van toepassing zijn onverminderd Richtlijn 2004/38/EG. | (38) Gezinsleden zijn door hun nauwe band met de persoon die internationale bescherming geniet, normaal gezien op zodanige wijze kwetsbaar voor daden van vervolging dat zulks een grond voor de toekenning van internationale bescherming zou kunnen vormen. Indien zij niet in aanmerking komen voor internationale bescherming, hebben zij ten behoeve van de instandhouding van het gezin het recht om een verblijfstitel aan te vragen en recht op dezelfde rechten als die welke worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten. Onverminderd de bepalingen van deze richtlijn met betrekking tot de instandhouding van het gezin, moeten gezinsleden van personen die internationale bescherming genieten, die niet individueel in aanmerking komen voor dergelijke bescherming, een verblijfstitel en rechten krijgen overeenkomstig Richtlijn 2003/86/EG inzake het recht op gezinshereniging, indien de situatie tot het toepassingsgebied van voornoemde richtlijn behoort en aan de daarin vastgestelde voorwaarden voor gezinshereniging wordt voldaan. De onderhavige richtlijn moet van toepassing zijn onverminderd Richtlijn 2004/38/EG. |
Or. en
Amendement 224
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese
Voorstel voor een verordening
Overweging 38 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (38 bis) Teneinde misbruik te voorkomen, dienen de lidstaten te onderzoeken of een huwelijk tussen een persoon die internationale bescherming geniet en zijn of haar echtgenoot op een echte relatie berust. |
Or. en
Motivering
Deze overweging wordt aangepast aan het voorgestelde nieuwe lid 3 bis van artikel 25.
Amendement 225
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds dergelijke bescherming nodig hebben, moeten de beslissingsautoriteiten de toegekende status opnieuw beoordelen, in het geval van vluchtelingen, wanneer de verblijfstitel voor de eerste keer moet worden verlengd, en in het geval van personen die subsidiaire bescherming genieten, wanneer de verblijfstitel voor de eerste en tweede keer moet worden verlengd, evenals wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst37. | Schrappen |
_________________ |
|
37 COM (2016) 271 final. |
|
Or. en
Amendement 226
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds dergelijke bescherming nodig hebben, moeten de beslissingsautoriteiten de toegekende status opnieuw beoordelen, in het geval van vluchtelingen, wanneer de verblijfstitel voor de eerste keer moet worden verlengd, en in het geval van personen die subsidiaire bescherming genieten, wanneer de verblijfstitel voor de eerste en tweede keer moet worden verlengd, evenals wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst37. | (39) Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds bescherming nodig hebben, kunnen de beslissingsautoriteiten de toegekende status opnieuw beoordelen wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst37. |
_________________ | _________________ |
37 COM (2016) 271 final. | 37 COM (2016) 271 final. |
Or. en
Amendement 227
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds dergelijke bescherming nodig hebben, moeten de beslissingsautoriteiten de toegekende status opnieuw beoordelen, in het geval van vluchtelingen, wanneer de verblijfstitel voor de eerste keer moet worden verlengd, en in het geval van personen die subsidiaire bescherming genieten, wanneer de verblijfstitel voor de eerste en tweede keer moet worden verlengd, evenals wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst37. | (39) Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds bescherming nodig hebben, moeten de beslissingsautoriteiten de toegekende status opnieuw beoordelen wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst37. |
_________________ | _________________ |
37 COM (2016) 271 final. | 37 COM (2016) 271 final. |
Or. en
Motivering
Het zou zeer veel werk met zich brengen indien de beslissingsautoriteiten bij elke verlenging van een verblijfstitel een hernieuwde beoordeling van de behoefte aan bescherming zouden moeten maken. Daarentegen dienen de beslissingsautoriteiten van de lidstaten de internationale beschermingsstatus wel opnieuw te beoordelen wanneer het Europees Asielagentschap constateert dat de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd.
Amendement 228
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds dergelijke bescherming nodig hebben, moeten de beslissingsautoriteiten de toegekende status opnieuw beoordelen, in het geval van vluchtelingen, wanneer de verblijfstitel voor de eerste keer moet worden verlengd, en in het geval van personen die subsidiaire bescherming genieten, wanneer de verblijfstitel voor de eerste en tweede keer moet worden verlengd, evenals wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst37. | (39) Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds bescherming nodig hebben, kunnen de beslissingsautoriteiten de toegekende status opnieuw beoordelen wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst37. |
_________________ | _________________ |
37 COM(2016) 271 final. | 37 COM(2016) 271 final. |
Or. it
Amendement 229
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds dergelijke bescherming nodig hebben, moeten de beslissingsautoriteiten de toegekende status opnieuw beoordelen, in het geval van vluchtelingen, wanneer de verblijfstitel voor de eerste keer moet worden verlengd, en in het geval van personen die subsidiaire bescherming genieten, wanneer de verblijfstitel voor de eerste en tweede keer moet worden verlengd, evenals wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst37. | (39) Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds dergelijke bescherming nodig hebben, moeten de beslissingsautoriteiten de toegekende status uiterlijk opnieuw beoordelen wanneer de verblijfstitel moet worden verlengd, evenals wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst37. |
_________________ | _________________ |
37 COM (2016) 271 final. | 37 COM (2016) 271 final. |
Or. en
Amendement 230
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds dergelijke bescherming nodig hebben, moeten de beslissingsautoriteiten de toegekende status opnieuw beoordelen, in het geval van vluchtelingen, wanneer de verblijfstitel voor de eerste keer moet worden verlengd, en in het geval van personen die subsidiaire bescherming genieten, wanneer de verblijfstitel voor de eerste en tweede keer moet worden verlengd, evenals wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst37. | (39) Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds dergelijke bescherming nodig hebben, moeten de beslissingsautoriteiten de toegekende status opnieuw beoordelen wanneer de verblijfstitel moet worden verlengd (in het geval van vluchtelingen wanneer de verblijfstitel voor de eerste keer moet worden verlengd) evenals wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst37. |
_________________ | _________________ |
37 COM (2016) 271 final. | 37 COM (2016) 271 final. |
Or. en
Amendement 231
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds dergelijke bescherming nodig hebben, moeten de beslissingsautoriteiten de toegekende status opnieuw beoordelen, in het geval van vluchtelingen, wanneer de verblijfstitel voor de eerste keer moet worden verlengd, en in het geval van personen die subsidiaire bescherming genieten, wanneer de verblijfstitel voor de eerste en tweede keer moet worden verlengd, evenals wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst37. | (39) Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds dergelijke bescherming nodig hebben, moeten de beslissingsautoriteiten de toegekende status opnieuw beoordelen, in het geval van vluchtelingen, wanneer de verblijfstitel voor de eerste en tweede keer moet worden verlengd, en in het geval van personen die subsidiaire bescherming genieten, wanneer de verblijfstitel voor de eerste, tweede en derde keer moet worden verlengd, evenals wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst37. |
_________________ | _________________ |
37 COM (2016) 271 final. | 37 COM (2016) 271 final. |
Or. en
Amendement 232
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 40
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(40) Bij het beoordelen van een wijziging van de omstandigheden in een derde land, moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, met inachtneming van de individuele situatie van de vluchteling, nagaan of de actoren van bescherming in het betrokken land redelijke stappen hebben gezet om vervolging te voorkomen, of zij in dat verband onder meer een doeltreffend juridisch systeem voor de opsporing, gerechtelijke vervolging en bestraffing van handelingen die vervolging vormen hebben ingesteld en of de betrokken onderdaan toegang zal hebben tot dergelijke bescherming indien de vluchtelingenstatus ophoudt te bestaan. | (40) Bij het beoordelen van een wijziging van de omstandigheden in een derde land, moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, met inachtneming van de individuele situatie van de persoon die internationale bescherming geniet, nagaan of de actoren van bescherming in het betrokken land de nodige stappen hebben gezet om vervolging te voorkomen, of zij in dat verband onder meer een doeltreffend juridisch systeem voor de opsporing, gerechtelijke vervolging en bestraffing van handelingen die vervolging vormen hebben ingesteld en of de betrokken onderdaan toegang zal hebben tot dergelijke bescherming en zich op veilige wijze toegang kan verschaffen tot dat land en of redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt indien de vluchtelingenstatus ophoudt te bestaan. |
Or. en
Amendement 233
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Overweging 41
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(41) Wanneer de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus ophoudt te bestaan, moet de toepassing van de beslissing van de beslissingsautoriteit van een lidstaat om de status in te trekken, te beëindigen of niet te verlengen, voor een redelijke termijn nadat die beslissing is genomen, worden uitgesteld, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze in de mogelijkheid wordt gesteld een verzoek om verblijf in te dienen op andere gronden dan die op basis waarvan internationale bescherming werd toegekend, zoals familieredenen of redenen die verband houden met werk of onderwijs, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. | Schrappen |
Or. en
Amendement 234
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 41
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(41) Wanneer de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus ophoudt te bestaan, moet de toepassing van de beslissing van de beslissingsautoriteit van een lidstaat om de status in te trekken, te beëindigen of niet te verlengen, voor een redelijke termijn nadat die beslissing is genomen, worden uitgesteld, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze in de mogelijkheid wordt gesteld een verzoek om verblijf in te dienen op andere gronden dan die op basis waarvan internationale bescherming werd toegekend, zoals familieredenen of redenen die verband houden met werk of onderwijs, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. | (41) Wanneer de status van de persoon die internationale bescherming geniet, ophoudt te bestaan, moet de toepassing van de beslissing van de beslissingsautoriteit van een lidstaat om de status stop te zetten, voor een redelijke termijn nadat die beslissing is genomen, worden uitgesteld, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze in de mogelijkheid wordt gesteld een verzoek om verblijf in te dienen overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. |
Or. en
Amendement 235
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 41
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(41) Wanneer de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus ophoudt te bestaan, moet de toepassing van de beslissing van de beslissingsautoriteit van een lidstaat om de status in te trekken, te beëindigen of niet te verlengen, voor een redelijke termijn nadat die beslissing is genomen, worden uitgesteld, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze in de mogelijkheid wordt gesteld een verzoek om verblijf in te dienen op andere gronden dan die op basis waarvan internationale bescherming werd toegekend, zoals familieredenen of redenen die verband houden met werk of onderwijs, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. | (41) Wanneer de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus ophoudt te bestaan, moet de toepassing van de beslissing van de beslissingsautoriteit van een lidstaat om de status in te trekken, te beëindigen of niet te verlengen, voor een redelijke termijn nadat die beslissing is genomen, worden uitgesteld, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze in de mogelijkheid wordt gesteld een verzoek om verblijf in te dienen op andere gronden dan die op basis waarvan internationale bescherming werd toegekend, in het bijzonder werkgerelateerde gronden, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. Dit mag evenwel niet tot omzeiling van nationale immigratievoorschriften leiden. |
Or. en
Amendement 236
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Overweging 41
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(41) Wanneer de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus ophoudt te bestaan, moet de toepassing van de beslissing van de beslissingsautoriteit van een lidstaat om de status in te trekken, te beëindigen of niet te verlengen, voor een redelijke termijn nadat die beslissing is genomen, worden uitgesteld, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze in de mogelijkheid wordt gesteld een verzoek om verblijf in te dienen op andere gronden dan die op basis waarvan internationale bescherming werd toegekend, zoals familieredenen of redenen die verband houden met werk of onderwijs, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. | (41) Wanneer de vluchtelingenstatus ophoudt te bestaan, moet de toepassing van de beslissing van de beslissingsautoriteit van een lidstaat om de status in te trekken, te beëindigen of niet te verlengen, voor een redelijke termijn nadat die beslissing is genomen, worden uitgesteld, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze in de mogelijkheid wordt gesteld een verzoek om verblijf in te dienen op andere gronden dan die op basis waarvan internationale bescherming werd toegekend, zoals familieredenen of redenen die verband houden met werk of onderwijs, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. |
Or. en
Amendement 237
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Overweging 41
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(41) Wanneer de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus ophoudt te bestaan, moet de toepassing van de beslissing van de beslissingsautoriteit van een lidstaat om de status in te trekken, te beëindigen of niet te verlengen, voor een redelijke termijn nadat die beslissing is genomen, worden uitgesteld, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze in de mogelijkheid wordt gesteld een verzoek om verblijf in te dienen op andere gronden dan die op basis waarvan internationale bescherming werd toegekend, zoals familieredenen of redenen die verband houden met werk of onderwijs, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. | (41) Wanneer de status van de persoon die internationale bescherming geniet ophoudt te bestaan, moet de toepassing van de beslissing van de beslissingsautoriteit van een lidstaat om de status in te trekken, te beëindigen of niet te verlengen, voor een redelijke termijn nadat die beslissing is genomen, worden uitgesteld, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze in de mogelijkheid wordt gesteld een verzoek om verblijf in te dienen op andere gronden dan die op basis waarvan internationale bescherming werd toegekend, zoals familieredenen of redenen die verband houden met werk of onderwijs, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. |
Or. it
Amendement 238
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Overweging 41 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (41 bis) Het beginsel van het voordeel van de twijfel weerspiegelt het besef dat verzoekers aanzienlijke moeilijkheden kunnen ondervinden bij het verkrijgen en verstrekken van bewijzen ter staving van hun verzoek. Volgens het algemene rechtsbeginsel berust de bewijslast bij de verzoeker om internationale bescherming en wordt de taak om alle relevante feiten vast te stellen en te evalueren, verdeeld tussen de verzoeker en de beslissingsautoriteit gezamenlijk verplicht. Indien aspecten van de verklaringen van verzoeker niet met bewijsmateriaal worden gestaafd, dient hij of zij echter het voordeel van de twijfel te krijgen wanneer hij of zij een oprechte inspanning heeft geleverd om zijn of haar verzoek te staven, hij of zij alle relevante elementen waarover hij of zij beschikt, heeft overgelegd en zijn of haar verklaringen samenhangend en aannemelijk zijn bevonden. |
Or. en
Amendement 239
Barbara Spinelli, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Overweging 42
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(42) Personen die internationale bescherming genieten, moeten verblijven in de lidstaat die hun bescherming biedt. Personen die in het bezit zijn van een geldig reisdocument en een verblijfstitel die zijn afgegeven door een lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast, moeten de toelating krijgen om het grondgebied van de lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen binnen te komen en zich daar vrij te verplaatsen gedurende een periode van maximaal 90 dagen binnen elke periode van 180 dagen, overeenkomstig de Schengengrenscode38 en artikel 21 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst39. Personen die internationale bescherming genieten, kunnen ook een verzoek om verblijf in een andere lidstaat dan de lidstaat die hun bescherming biedt indienen, overeenkomstig de relevante EU-regels, met name inzake de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan40, en de nationale regels; hierbij vindt echter geen overdracht van de internationale bescherming en de bijhorende rechten plaats. | Schrappen |
_________________ |
|
38 Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen. |
|
39 Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen. |
|
40 COM (2016) 378 final. |
|
Or. en
Motivering
Omwille van de samenhang met de bijlage inzake de wederzijdse erkenning van asielbeslissingen wordt overweging 42 geschrapt.
Amendement 240
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 42
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(42) Personen die internationale bescherming genieten, moeten verblijven in de lidstaat die hun bescherming biedt. Personen die in het bezit zijn van een geldig reisdocument en een verblijfstitel die zijn afgegeven door een lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast, moeten de toelating krijgen om het grondgebied van de lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen binnen te komen en zich daar vrij te verplaatsen gedurende een periode van maximaal 90 dagen binnen elke periode van 180 dagen, overeenkomstig de Schengengrenscode38 en artikel 21 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst39. Personen die internationale bescherming genieten, kunnen ook een verzoek om verblijf in een andere lidstaat dan de lidstaat die hun bescherming biedt indienen, overeenkomstig de relevante EU-regels, met name inzake de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan40, en de nationale regels; hierbij vindt echter geen overdracht van de internationale bescherming en de bijhorende rechten plaats. | (42) Personen die internationale bescherming genieten, moeten verblijven in de lidstaat die hun bescherming biedt. Personen die in het bezit zijn van een geldig reisdocument en een verblijfstitel die zijn afgegeven door een lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast, moeten de toelating krijgen om het grondgebied van de lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen binnen te komen en zich daar vrij te verplaatsen gedurende een periode van maximaal 90 dagen binnen elke periode van 180 dagen, overeenkomstig de Schengengrenscode38 en artikel 21 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst39. |
_________________ | _________________ |
38 Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen. | 38 Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen. |
39 Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen. | 39 Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen. |
40 COM (2016) 378 final. |
|
Or. en
Amendement 241
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 42
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(42) Personen die internationale bescherming genieten, moeten verblijven in de lidstaat die hun bescherming biedt. Personen die in het bezit zijn van een geldig reisdocument en een verblijfstitel die zijn afgegeven door een lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast, moeten de toelating krijgen om het grondgebied van de lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen binnen te komen en zich daar vrij te verplaatsen gedurende een periode van maximaal 90 dagen binnen elke periode van 180 dagen, overeenkomstig de Schengengrenscode38 en artikel 21 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst39. Personen die internationale bescherming genieten, kunnen ook een verzoek om verblijf in een andere lidstaat dan de lidstaat die hun bescherming biedt indienen, overeenkomstig de relevante EU-regels, met name inzake de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan40, en de nationale regels; hierbij vindt echter geen overdracht van de internationale bescherming en de bijhorende rechten plaats. | (42) Personen die internationale bescherming genieten, moeten verblijven in de lidstaat die hun bescherming biedt. Personen die in het bezit zijn van een geldig reisdocument en een verblijfstitel die zijn afgegeven door een lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast, moeten de toelating krijgen om het grondgebied van de lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen binnen te komen en zich daar vrij te verplaatsen overeenkomstig de Schengengrenscode38 en artikel 21 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst39. Personen die internationale bescherming genieten, kunnen ook een verzoek om verblijf in een andere lidstaat dan de lidstaat die hun bescherming biedt indienen, overeenkomstig de relevante EU-regels, met name inzake de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan40, alsook overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad41 bis en de nationale regels; hierbij vindt echter geen overdracht van de internationale bescherming en de bijhorende rechten plaats. |
_________________ | _________________ |
38 Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen. | 38 Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen. |
39 Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen. | 39 Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen. |
40 COM (2016) 378 final. | 40 COM (2016) 378 final. |
| 41 bis Richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten (PB L 132 van 21.5.2016, blz. 21). |
Or. en
Amendement 242
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Overweging 43
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(43) Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie te voorkomen, moeten personen die internationale bescherming genieten en in een andere lidstaat worden opgemerkt dan die welke hun bescherming biedt zonder dat zij aan de voorwaarden voldoen om daar te verblijven of te wonen, worden teruggenomen door de lidstaat die voor hen verantwoordelijk is op grond van de procedure van de nieuwe Dublinverordening41. | Schrappen |
_________________ |
|
41 Verordening (EU) nr. [xxx/xxxx nieuwe Dublinverordening]. |
|
Or. bg
Motivering
De lidstaten aan de buitengrenzen van de EU kunnen niet worden gedwongen om blijvende verantwoordelijkheid te nemen voor personen aan wie internationale bescherming wordt geboden.
Amendement 243
Barbara Spinelli, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Overweging 43
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(43) Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie te voorkomen, moeten personen die internationale bescherming genieten en in een andere lidstaat worden opgemerkt dan die welke hun bescherming biedt zonder dat zij aan de voorwaarden voldoen om daar te verblijven of te wonen, worden teruggenomen door de lidstaat die voor hen verantwoordelijk is op grond van de procedure van de nieuwe Dublinverordening41. | Schrappen |
_________________ |
|
41 Verordening (EU) [xxx/xxxx nieuwe Dublinverordening]. |
|
Or. en
Motivering
Omwille van de samenhang met de bijlage inzake de wederzijdse erkenning van asielbeslissingen wordt overweging 42 geschrapt.
Amendement 244
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 43
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(43) Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie te voorkomen, moeten personen die internationale bescherming genieten en in een andere lidstaat worden opgemerkt dan die welke hun bescherming biedt zonder dat zij aan de voorwaarden voldoen om daar te verblijven of te wonen, worden teruggenomen door de lidstaat die voor hen verantwoordelijk is op grond van de procedure van de nieuwe Dublinverordening41. | (43) Personen die internationale bescherming genieten en in een andere lidstaat worden opgemerkt dan die welke hun bescherming biedt zonder dat zij aan de voorwaarden voldoen om daar te verblijven of te wonen, moeten worden teruggenomen door de lidstaat die voor hen verantwoordelijk is op grond van de procedure van de nieuwe Dublinverordening41. Niet-begeleide minderjarigen die internationale bescherming genieten, kunnen door de lidstaat die op grond van de bij Verordening [Dublinverordening] vastgestelde procedure voor hen verantwoordelijk is alleen worden teruggenomen mits uit een multidisciplinaire beoordeling van het belang van het kind blijkt dat dit in het belang van het kind is. |
_________________ | _________________ |
41 Verordening (EU) [xxx/xxxx nieuwe Dublinverordening]. | 41 Verordening (EU) [xxx/xxxx nieuwe Dublinverordening]. |
Or. en
Amendement 245
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 43
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(43) Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie te voorkomen, moeten personen die internationale bescherming genieten en in een andere lidstaat worden opgemerkt dan die welke hun bescherming biedt zonder dat zij aan de voorwaarden voldoen om daar te verblijven of te wonen, worden teruggenomen door de lidstaat die voor hen verantwoordelijk is op grond van de procedure van de nieuwe Dublinverordening41. | (43) Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie te voorkomen, moeten personen die internationale bescherming genieten en in een andere lidstaat worden opgemerkt dan die welke hun bescherming biedt zonder dat zij aan de voorwaarden voldoen om daar te verblijven of te wonen, worden teruggenomen en aan sancties worden onderworpen door de lidstaat die voor hen verantwoordelijk is op grond van de procedure van de nieuwe Dublinverordening41 en deze verordening. |
_________________ | _________________ |
41 Verordening (EU) [xxx/xxxx nieuwe Dublinverordening]. | 41 Verordening (EU) [xxx/xxxx nieuwe Dublinverordening]. |
Or. en
Amendement 246
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Overweging 43
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(43) Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie te voorkomen, moeten personen die internationale bescherming genieten en in een andere lidstaat worden opgemerkt dan die welke hun bescherming biedt zonder dat zij aan de voorwaarden voldoen om daar te verblijven of te wonen, worden teruggenomen door de lidstaat die voor hen verantwoordelijk is op grond van de procedure van de nieuwe Dublinverordening41. | (43) Ook om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie te voorkomen, moeten personen die internationale bescherming genieten en in een andere lidstaat worden opgemerkt dan die welke hun bescherming biedt zonder dat zij aan de voorwaarden voldoen om daar te verblijven of te wonen, worden teruggenomen door de lidstaat die voor hen verantwoordelijk is op grond van de procedure van de nieuwe Dublinverordening41. |
_________________ | _________________ |
41 Verordening (EU) [xxx/xxxx nieuwe Dublinverordening]. | 41 Verordening (EU) [xxx/xxxx nieuwe Dublinverordening]. |
Or. it
Amendement 247
Barbara Spinelli, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Overweging 44
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(44) Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie tegen te gaan, moet Richtlijn 2003/109/EG betreffende langdurig ingezetenen worden gewijzigd, teneinde te bepalen dat de berekening van de periode van vijf jaar waarna personen die internationale bescherming genieten in aanmerking komen voor de status van langdurig ingezetene, steeds opnieuw van nul moet beginnen iedere keer dat een persoon wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke hem internationale bescherming biedt zonder dat hij het recht heeft daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante nationale recht of Unierecht. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Omwille van de samenhang met de bijlage inzake de wederzijdse erkenning van asielbeslissingen wordt overweging 42 geschrapt.
Amendement 248
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 44
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(44) Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie tegen te gaan, moet Richtlijn 2003/109/EG betreffende langdurig ingezetenen worden gewijzigd, teneinde te bepalen dat de berekening van de periode van vijf jaar waarna personen die internationale bescherming genieten in aanmerking komen voor de status van langdurig ingezetene, steeds opnieuw van nul moet beginnen iedere keer dat een persoon wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke hem internationale bescherming biedt zonder dat hij het recht heeft daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante nationale recht of Unierecht. | Schrappen |
Or. en
Amendement 249
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Overweging 44
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(44) Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie tegen te gaan, moet Richtlijn 2003/109/EG betreffende langdurig ingezetenen worden gewijzigd, teneinde te bepalen dat de berekening van de periode van vijf jaar waarna personen die internationale bescherming genieten in aanmerking komen voor de status van langdurig ingezetene, steeds opnieuw van nul moet beginnen iedere keer dat een persoon wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke hem internationale bescherming biedt zonder dat hij het recht heeft daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante nationale recht of Unierecht. | (44) Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie tegen te gaan, moet Richtlijn 2003/109/EG betreffende langdurig ingezetenen worden gewijzigd, teneinde te bepalen dat de berekening van de periode van vijf jaar waarna personen die internationale bescherming genieten in aanmerking komen voor de status van langdurig ingezetene, steeds opnieuw van nul moet beginnen iedere keer dat een persoon wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke hem internationale bescherming biedt zonder dat hij het recht heeft daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante nationale recht of Unierecht. Dit mag niet beletten dat de persoon die internationale bescherming geniet, zich hiervoor tegenover de bevoegde autoriteit naar behoren rechtvaardigt. |
Or. en
Motivering
Deze overweging wordt aangepast in verband met het amendement op artikel 44, lid 1.
Amendement 250
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Overweging 44
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(44) Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie tegen te gaan, moet Richtlijn 2003/109/EG betreffende langdurig ingezetenen worden gewijzigd, teneinde te bepalen dat de berekening van de periode van vijf jaar waarna personen die internationale bescherming genieten in aanmerking komen voor de status van langdurig ingezetene, steeds opnieuw van nul moet beginnen iedere keer dat een persoon wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke hem internationale bescherming biedt zonder dat hij het recht heeft daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante nationale recht of Unierecht. | (44) Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie tegen te gaan, moet Richtlijn 2003/109/EG betreffende langdurig ingezetenen worden gewijzigd, teneinde te bepalen dat de berekening van de periode van vijf jaar waarna personen die internationale bescherming genieten in aanmerking komen voor de status van langdurig ingezetene, steeds opnieuw van nul moet beginnen iedere keer dat een persoon wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke hem internationale bescherming biedt zonder dat hij het recht heeft daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante nationale recht of Unierecht. Daarnaast moet de periode van vijf jaar waarna personen die internationale bescherming genieten, in aanmerking komen voor de status van langdurig ingezetene, worden verlengd tot zeven jaar. |
Or. en
Amendement 251
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 45
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(45) Het begrip nationale veiligheid en openbare orde heeft ook betrekking op gevallen waarin een onderdaan van een derde land behoort tot een vereniging die steun verleent aan internationaal terrorisme of een dergelijke vereniging steunt. | (45) Het begrip nationale veiligheid en openbare orde kan ook betrekking hebben op gevallen waarin een onderdaan van een derde land behoort tot een vereniging die steun verleent aan internationaal terrorisme. Het feit dat de betrokkene lid was van een dergelijke organisatie, mag echter niet automatisch tot gevolg hebben dat die persoon wordt uitgesloten van de vluchtelingenstatus: er moet worden aangetoond dat de betrokkene tijdens zijn of haar lidmaatschap mede verantwoordelijk was voor de daden van de organisatie in kwestie. Hiertoe moet de bevoegde autoriteit onder meer beoordelen welke rol de betrokkene daadwerkelijk heeft gespeeld bij de uitvoering van de daden in kwestie; welke functie hij of zij binnen de organisatie heeft vervuld; in hoeverre hij of zij op de hoogte was of kon zijn van de activiteiten ervan; of hij of zij op enige wijze onder druk werd gezet; of er sprake is van andere factoren die van invloed kunnen zijn geweest op zijn of haar handelen. De individuele verantwoordelijkheid moet worden beoordeeld in het licht van objectieve en subjectieve criteria en dient te worden bepaald op basis van bewijsstukken, en een eventueel besluit tot afwijzing van het verzoek van de betrokkene moet gegrond zijn en evenredig zijn aan het beoogde doel. Aanvragers moeten op de hoogte van de afwijzing worden gesteld, die niet uitsluitend gebaseerd mag zijn op vermoedens. Aanvragers moeten toegang hebben tot doeltreffende voorzieningen in rechte. |
Or. en
Motivering
Met dit amendement worden delen uit de arresten van het Hof van Justitie van de EU in de gevoegde zaken Bundesrepublik Deutschland tegen B (C-57/09) en D (C-101/09) opgenomen in de tekst.
Amendement 252
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 45
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(45) Het begrip nationale veiligheid en openbare orde heeft ook betrekking op gevallen waarin een onderdaan van een derde land behoort tot een vereniging die steun verleent aan internationaal terrorisme of een dergelijke vereniging steunt. | (45) Het begrip nationale veiligheid en openbare orde heeft ook betrekking op gevallen waarin een onderdaan van een derde land behoort tot een vereniging die steun verleent aan internationaal terrorisme. |
Or. en
Amendement 253
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Overweging 45
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(45) Het begrip nationale veiligheid en openbare orde heeft ook betrekking op gevallen waarin een onderdaan van een derde land behoort tot een vereniging die steun verleent aan internationaal terrorisme of een dergelijke vereniging steunt. | (45) Het begrip nationale veiligheid en openbare orde heeft ook betrekking op gevallen waarin een onderdaan van een derde land direct of indirect steun verleent aan terrorisme of religieus radicalisme. |
Or. en
Motivering
Het is moeilijk en onnodig om het lidmaatschap in een terroristische vereniging aan te tonen. Het is zinvoller om de aandacht te richten op steunverlening aan handelingen die de nationale veiligheid en de openbare orde ondermijnen.
Amendement 254
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, József Nagy, Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Overweging 45 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (45 bis) Indien de situatie van een persoon die internationale bescherming geniet of een verzoeker om internationale bescherming voldoet aan de in artikel 33, lid 2, van het Verdrag van Genève vastgestelde voorwaarden, moeten de lidstaten over de nodige beoordelingsvrijheid beschikken om de betrokkene, met volledige inachtneming van het Europees Handvest van de grondrechten, en met name artikel 4 en artikel 19, lid 2, daarvan, al dan niet terug te sturen naar zijn of haar land van herkomst. |
Or. en
Motivering
In zijn arrest van 24 juni 2015 in de zaak H.T. (C-373/13) benadrukt het Europees Hof van Justitie dat de lidstaten volgens de thans geldende wet over een zekere discretionaire bevoegdheid beschikken in zaken waarin personen kunnen worden uitgewezen of teruggeleid. Ondanks het feit dat het beginsel van non-refoulement dient te worden geëerbiedigd, moet het de lidstaten toch mogelijk zijn hiervan af te wijken wanneer dit niet in strijd is met hun internationale verplichtingen en de bepalingen van het Europees Handvest van de grondrechten.
Amendement 255
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 46
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(46) Bij beslissingen over het recht op prestaties uit hoofde van deze verordening moeten de bevoegde autoriteiten terdege rekening houden met het belang van het kind, en met de bijzondere omstandigheden die bestaan in geval van afhankelijkheid van de persoon die internationale bescherming geniet van naaste verwanten die reeds in de lidstaat aanwezig zijn en die geen gezinslid zijn van die persoon. In uitzonderlijke omstandigheden, wanneer de naaste verwant van de persoon die internationale bescherming geniet een gehuwde minderjarige is die niet door zijn echtgenoot is vergezeld, kan worden geoordeeld dat het belang van de minderjarige bij zijn oorspronkelijke familie ligt. | (46) Bij beslissingen over het recht op prestaties uit hoofde van deze richtlijn moeten de bevoegde autoriteiten terdege rekening houden met het belang van het kind, en met de bijzondere omstandigheden die bestaan in geval van afhankelijkheid van de persoon die internationale bescherming geniet van naaste verwanten die reeds in de lidstaat aanwezig zijn en die geen gezinslid zijn van die persoon. In uitzonderlijke omstandigheden, wanneer de naaste verwant van de persoon die internationale bescherming geniet een gehuwde minderjarige is die niet door zijn echtgenoot is vergezeld, kan worden geoordeeld dat het belang van de minderjarige bij zijn oorspronkelijke familie ligt. |
Or. en
Amendement 256
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 47
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(47) Binnen de grenzen van de internationale verplichtingen is voor de toekenning van voordelen inzake toegang tot werk en sociale zekerheid voorafgaande afgifte van een verblijfstitel vereist. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Schrapping in verband met het amendement op artikel 22, lid 3.
Amendement 257
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 48
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(48) De bevoegde autoriteiten kunnen de toegang tot een beroepsactiviteit als werknemer of zelfstandige beperken wat betreft betrekkingen die de uitoefening van openbaar gezag en de verantwoordelijkheid voor het beschermen van het algemeen belang van de staat of andere overheidsinstanties behelzen. Evenzo, in verband met het uitoefenen van het recht inzake gelijke behandeling, kunnen personen die internationale bescherming genieten, met betrekking tot lidmaatschap van een werknemersorganisatie en tot het uitoefenen van een specifiek beroep worden uitgesloten van deelneming aan het bestuur van publiekrechtelijke lichamen alsook van uitoefening van een publiekrechtelijke functie. | Schrappen |
Or. en
Amendement 258
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 48
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(48) De bevoegde autoriteiten kunnen de toegang tot een beroepsactiviteit als werknemer of zelfstandige beperken wat betreft betrekkingen die de uitoefening van openbaar gezag en de verantwoordelijkheid voor het beschermen van het algemeen belang van de staat of andere overheidsinstanties behelzen. Evenzo, in verband met het uitoefenen van het recht inzake gelijke behandeling, kunnen personen die internationale bescherming genieten, met betrekking tot lidmaatschap van een werknemersorganisatie en tot het uitoefenen van een specifiek beroep worden uitgesloten van deelneming aan het bestuur van publiekrechtelijke lichamen alsook van uitoefening van een publiekrechtelijke functie. | (48) De bevoegde autoriteiten kunnen de toegang tot een beroepsactiviteit als werknemer of zelfstandige beperken wat betreft betrekkingen die de uitoefening van openbaar gezag en de verantwoordelijkheid voor het beschermen van het algemeen belang van de staat of andere overheidsinstanties behelzen. |
Or. en
Amendement 259
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 48
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(48) De bevoegde autoriteiten kunnen de toegang tot een beroepsactiviteit als werknemer of zelfstandige beperken wat betreft betrekkingen die de uitoefening van openbaar gezag en de verantwoordelijkheid voor het beschermen van het algemeen belang van de staat of andere overheidsinstanties behelzen. Evenzo, in verband met het uitoefenen van het recht inzake gelijke behandeling, kunnen personen die internationale bescherming genieten, met betrekking tot lidmaatschap van een werknemersorganisatie en tot het uitoefenen van een specifiek beroep worden uitgesloten van deelneming aan het bestuur van publiekrechtelijke lichamen alsook van uitoefening van een publiekrechtelijke functie. | (48) De bevoegde autoriteiten kunnen de toegang tot een beroepsactiviteit als werknemer of zelfstandige beperken wat betreft betrekkingen die de uitoefening van openbaar gezag en de verantwoordelijkheid voor het beschermen van het algemeen belang van de staat of andere overheidsinstanties behelzen. Evenzo, in verband met het uitoefenen van het recht inzake gelijke behandeling, kunnen personen die internationale bescherming genieten, met betrekking tot lidmaatschap van een werknemersorganisatie en tot het uitoefenen van een specifiek beroep worden uitgesloten van deelneming aan het bestuur van publiekrechtelijke lichamen alsook van uitoefening van een publiekrechtelijke functie; om onevenwichtigheden op de arbeidsmarkt te voorkomen, kunnen de bevoegde autoriteiten beperkingen stellen aan de toegang tot arbeid in loondienst of als zelfstandige. |
Or. en
Amendement 260
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 49
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(49) Om ervoor te zorgen dat personen die internationale bescherming genieten, de in deze verordening beschreven rechten en voordelen beter benutten, moet rekening worden gehouden met hun speciale behoeften en met de specifieke integratieproblemen waarmee zij worden geconfronteerd, en moet hun toegang tot met integratie verband houdende rechten worden bevorderd, met name op het gebied van werkgebonden onderwijsmogelijkheden en beroepsopleiding en toegang tot procedures voor de erkenning van buitenlandse diploma's, getuigschriften en andere bewijzen van officiële kwalificaties, in het bijzonder in het licht van het ontbreken van bewijsstukken en hun onvermogen om de kosten van de erkenningsprocedures te betalen. | (49) Om ervoor te zorgen dat personen die internationale bescherming genieten, de in deze verordening beschreven rechten en voordelen beter benutten, moet rekening worden gehouden met hun speciale behoeften en met de specifieke integratieproblemen waarmee zij worden geconfronteerd, en moet hun toegang tot met integratie verband houdende rechten worden bevorderd, met name op het gebied van werkgebonden onderwijsmogelijkheden en beroepsopleiding en toegang tot procedures voor de erkenning van buitenlandse diploma's, getuigschriften en andere bewijzen van officiële kwalificaties, in het bijzonder in het licht van het ontbreken van bewijsstukken en hun onvermogen om de kosten van de erkenningsprocedures te betalen. Zoals ook in de opvangrichtlijn wordt benadrukt, zou een beperking van de toegang tot arbeid voor personen die internationale bescherming genieten, ertoe leiden dat regeringen de gemeenschap gemotiveerde werknemers zouden onthouden, asielzoekers en vluchtelingen kwetsbaar zouden maken voor uitbuiting als goedkope arbeidskrachten en het integratieproces op den duur zouden bemoeilijken. De aan de opvang van asielzoekers verbonden kosten zijn bovendien lager wanneer zij toestemming krijgen om betaald werk te verrichten. In dit verband is een vroegtijdige integratie op de arbeidsmarkt de beste oplossing. |
Or. en
Amendement 261
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Overweging 49
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(49) Om ervoor te zorgen dat personen die internationale bescherming genieten, de in deze verordening beschreven rechten en voordelen beter benutten, moet rekening worden gehouden met hun speciale behoeften en met de specifieke integratieproblemen waarmee zij worden geconfronteerd, en moet hun toegang tot met integratie verband houdende rechten worden bevorderd, met name op het gebied van werkgebonden onderwijsmogelijkheden en beroepsopleiding en toegang tot procedures voor de erkenning van buitenlandse diploma's, getuigschriften en andere bewijzen van officiële kwalificaties, in het bijzonder in het licht van het ontbreken van bewijsstukken en hun onvermogen om de kosten van de erkenningsprocedures te betalen. | (49) Om ervoor te zorgen dat personen die internationale bescherming genieten, de in deze verordening beschreven rechten en voordelen beter benutten, moet rekening worden gehouden met hun speciale behoeften en met de specifieke integratieproblemen waarmee zij worden geconfronteerd, en moet hun toegang tot met integratie verband houdende rechten worden bevorderd. |
Or. en
Amendement 262
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 49
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(49) Om ervoor te zorgen dat personen die internationale bescherming genieten, de in deze verordening beschreven rechten en voordelen beter benutten, moet rekening worden gehouden met hun speciale behoeften en met de specifieke integratieproblemen waarmee zij worden geconfronteerd, en moet hun toegang tot met integratie verband houdende rechten worden bevorderd, met name op het gebied van werkgebonden onderwijsmogelijkheden en beroepsopleiding en toegang tot procedures voor de erkenning van buitenlandse diploma's, getuigschriften en andere bewijzen van officiële kwalificaties, in het bijzonder in het licht van het ontbreken van bewijsstukken en hun onvermogen om de kosten van de erkenningsprocedures te betalen. | (49) Om ervoor te zorgen dat personen die internationale bescherming genieten, de in deze richtlijn beschreven rechten en voordelen beter benutten, moet rekening worden gehouden met hun speciale behoeften en met de specifieke integratieproblemen waarmee zij worden geconfronteerd, en moet hun toegang tot met integratie verband houdende rechten worden bevorderd, met name op het gebied van werkgebonden onderwijsmogelijkheden en beroepsopleiding en toegang tot procedures voor de erkenning van buitenlandse diploma's, getuigschriften en andere bewijzen van officiële kwalificaties, in het bijzonder in het licht van het ontbreken van bewijsstukken en hun onvermogen om de kosten van de erkenningsprocedures te betalen. |
Or. en
Amendement 263
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 49 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (49 bis) Personen die internationale bescherming genieten, kunnen bij aankomst met achterstelling worden geconfronteerd. In zijn verslag getiteld "The labour market integration of resettled refugees" verklaart de UNHCR dat hervestigde vluchtelingen ofwel op een aparte arbeidsmarkt (voor laaggeschoold werk) terechtkomen of bijzondere moeite hebben om toegang te krijgen tot de arbeidsmarkt. Daarom moeten gestructureerde programma's worden opgezet met verschillende maatregelen om voor deze doelgroep voor een gelijke toegang tot de arbeidsmarkt te zorgen. |
Or. en
Amendement 264
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 49 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (49 ter) Er dienen speciale maatregelen te worden overwogen om een degelijke oplossing te vinden voor de praktische problemen die personen die internationale bescherming genieten, ondervinden bij de legalisatie van hun buitenlandse diploma's, getuigschriften of andere bewijzen van officiële kwalificaties, in het bijzonder als gevolg van het ontbreken van bewijsstukken en hun onvermogen om de kosten van de erkenningsprocedures te betalen. |
Or. en
Motivering
Met dit amendement wordt overweging 44 van de preambule van de richtlijn van 2011 met kleine wijzigingen opnieuw in de tekst opgenomen.
Amendement 265
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 49 quater (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (49 quater) Gezien het feit dat integratie een tweerichtingsproces is, moeten de eerbiediging van de grondbeginselen van de Unie en de eerbiediging van de grondrechten van de personen die internationale bescherming genieten een vast onderdeel van het integratieproces vormen. Integratie moet isolatie voorkomen en inclusie stimuleren, en de deelname van alle betrokken actoren is van cruciaal belang voor het welslagen ervan. De lidstaten, die optreden op nationaal, regionaal en lokaal niveau, moeten personen die internationale bescherming genieten steun en de gelegenheid bieden om zich te integreren en hun leven op te bouwen in hun nieuwe samenleving, waarbij moet worden voorzien in accommodatie, alfabetiserings- en taalcursussen, interculturele dialoog, onderwijs en beroepsopleiding en daadwerkelijke toegang tot de democratische structuren in de samenleving. |
Or. en
Amendement 266
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 50
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(50) Personen die internationale bescherming genieten, moeten op het gebied van sociale zekerheid gelijk worden behandeld met onderdanen van de lidstaat die de bescherming biedt. | Schrappen |
Or. en
Amendement 267
Traian Ungureanu, Artis Pabriks, Kinga Gál, Pál Csáky, Tomáš Zdechovský, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Overweging 50
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(50) Personen die internationale bescherming genieten, moeten op het gebied van sociale zekerheid gelijk worden behandeld met onderdanen van de lidstaat die de bescherming biedt. | Schrappen |
Or. en
Amendement 268
Kristina Winberg
Voorstel voor een verordening
Overweging 50
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(50) Personen die internationale bescherming genieten, moeten op het gebied van sociale zekerheid gelijk worden behandeld met onderdanen van de lidstaat die de bescherming biedt. | Schrappen |
Or. en
Amendement 269
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Overweging 50
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(50) Personen die internationale bescherming genieten, moeten op het gebied van sociale zekerheid gelijk worden behandeld met onderdanen van de lidstaat die de bescherming biedt. | (50) Personen die internationale bescherming genieten, moeten op het gebied van sociale zekerheid en toegang tot integratieprogramma's gelijk worden behandeld met onderdanen van de lidstaat die de bescherming biedt. |
Or. en
Amendement 270
Kristina Winberg
Voorstel voor een verordening
Overweging 51
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(51) Met name om sociale moeilijkheden te voorkomen is het voorts aangewezen dat personen die internationale bescherming genieten, niet worden gediscrimineerd op het gebied van sociale bijstand. Ten aanzien van personen die subsidiaire bescherming genieten, moet de lidstaten evenwel enige flexibiliteit worden toegekend om de rechten op dit gebied tot fundamentele prestaties te beperken, waaronder ten minste worden verstaan minimale inkomenssteun, steun bij ziekte of zwangerschap en bij hulpverlening aan ouders, voor zover deze prestaties aan eigen onderdanen worden toegekend op grond van het nationaal recht. Om de integratie van vluchtelingen en personen die subsidiaire bescherming genieten, te bevorderen, moeten de lidstaten over de mogelijkheid beschikken om aan de toegang tot bepaalde in het nationaal recht gespecificeerde sociale bijstand de voorwaarde te verbinden dat de persoon die internationale bescherming geniet daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 271
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 51
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(51) Met name om sociale moeilijkheden te voorkomen is het voorts aangewezen dat personen die internationale bescherming genieten, niet worden gediscrimineerd op het gebied van sociale bijstand. Ten aanzien van personen die subsidiaire bescherming genieten, moet de lidstaten evenwel enige flexibiliteit worden toegekend om de rechten op dit gebied tot fundamentele prestaties te beperken, waaronder ten minste worden verstaan minimale inkomenssteun, steun bij ziekte of zwangerschap en bij hulpverlening aan ouders, voor zover deze prestaties aan eigen onderdanen worden toegekend op grond van het nationaal recht. Om de integratie van vluchtelingen en personen die subsidiaire bescherming genieten, te bevorderen, moeten de lidstaten over de mogelijkheid beschikken om aan de toegang tot bepaalde in het nationaal recht gespecificeerde sociale bijstand de voorwaarde te verbinden dat de persoon die internationale bescherming geniet daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen. | (51) Met name om sociale moeilijkheden te voorkomen is het voorts aangewezen dat personen die internationale bescherming genieten, niet worden gediscrimineerd op het gebied van sociale bijstand. |
Or. en
Motivering
De schaduwrapporteur is het met de rapporteur eens dat het niet duidelijk is waarom personen die bescherming nodig hebben en subsidiaire bescherming genieten, niet dezelfde sociale bijstand zouden mogen ontvangen als andere personen die internationale bescherming nodig hebben. Er mag geen sprake zijn van ongelijke behandeling tussen personen die behoefte hebben aan internationale bescherming. Dit is zowel vanuit juridisch oogpunt bedenkelijk als administratief onhandig. Zodra de behoefte aan bescherming is vastgesteld, hebben deze personen allemaal dezelfde sociale behoeften in de ontvangende lidstaat.
Amendement 272
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Overweging 51
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(51) Met name om sociale moeilijkheden te voorkomen is het voorts aangewezen dat personen die internationale bescherming genieten, niet worden gediscrimineerd op het gebied van sociale bijstand. Ten aanzien van personen die subsidiaire bescherming genieten, moet de lidstaten evenwel enige flexibiliteit worden toegekend om de rechten op dit gebied tot fundamentele prestaties te beperken, waaronder ten minste worden verstaan minimale inkomenssteun, steun bij ziekte of zwangerschap en bij hulpverlening aan ouders, voor zover deze prestaties aan eigen onderdanen worden toegekend op grond van het nationaal recht. Om de integratie van vluchtelingen en personen die subsidiaire bescherming genieten, te bevorderen, moeten de lidstaten over de mogelijkheid beschikken om aan de toegang tot bepaalde in het nationaal recht gespecificeerde sociale bijstand de voorwaarde te verbinden dat de persoon die internationale bescherming geniet daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen. | (51) Met name om sociale moeilijkheden te voorkomen is het voorts aangewezen dat personen die internationale bescherming genieten, niet worden gediscrimineerd op het gebied van sociale bijstand. Om hun integratie te bevorderen, moeten de lidstaten over de mogelijkheid beschikken om aan de toegang tot bepaalde in het nationaal recht gespecificeerde sociale bijstand de voorwaarde te verbinden dat de persoon die internationale bescherming geniet daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen. |
Or. it
Amendement 273
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 51
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(51) Met name om sociale moeilijkheden te voorkomen is het voorts aangewezen dat personen die internationale bescherming genieten, niet worden gediscrimineerd op het gebied van sociale bijstand. Ten aanzien van personen die subsidiaire bescherming genieten, moet de lidstaten evenwel enige flexibiliteit worden toegekend om de rechten op dit gebied tot fundamentele prestaties te beperken, waaronder ten minste worden verstaan minimale inkomenssteun, steun bij ziekte of zwangerschap en bij hulpverlening aan ouders, voor zover deze prestaties aan eigen onderdanen worden toegekend op grond van het nationaal recht. Om de integratie van vluchtelingen en personen die subsidiaire bescherming genieten, te bevorderen, moeten de lidstaten over de mogelijkheid beschikken om aan de toegang tot bepaalde in het nationaal recht gespecificeerde sociale bijstand de voorwaarde te verbinden dat de persoon die internationale bescherming geniet daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen. | (51) Met name om sociale moeilijkheden te voorkomen is het voorts aangewezen dat personen die internationale bescherming genieten, niet worden gediscrimineerd op het gebied van sociale bijstand. Om de integratie van vluchtelingen en personen die subsidiaire bescherming genieten, te bevorderen, moeten de lidstaten de daadwerkelijke toegang tot bepaalde in het nationaal recht gespecificeerde soorten sociale bijstand waarborgen. Hoewel de gronden voor bescherming tot de vaststelling van verschillende statussen kan leiden, hebben de beschermde personen allemaal dezelfde materiële behoeften. |
Or. en
Amendement 274
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Overweging 51
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(51) Met name om sociale moeilijkheden te voorkomen is het voorts aangewezen dat personen die internationale bescherming genieten, niet worden gediscrimineerd op het gebied van sociale bijstand. Ten aanzien van personen die subsidiaire bescherming genieten, moet de lidstaten evenwel enige flexibiliteit worden toegekend om de rechten op dit gebied tot fundamentele prestaties te beperken, waaronder ten minste worden verstaan minimale inkomenssteun, steun bij ziekte of zwangerschap en bij hulpverlening aan ouders, voor zover deze prestaties aan eigen onderdanen worden toegekend op grond van het nationaal recht. Om de integratie van vluchtelingen en personen die subsidiaire bescherming genieten, te bevorderen, moeten de lidstaten over de mogelijkheid beschikken om aan de toegang tot bepaalde in het nationaal recht gespecificeerde sociale bijstand de voorwaarde te verbinden dat de persoon die internationale bescherming geniet daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen. | (51) Met name om sociale moeilijkheden te voorkomen is het voorts aangewezen dat in het kader van deze verordening sociale bijstand wordt verleend aan personen die internationale bescherming genieten en hun gezinsleden. De lidstaten moet evenwel grote flexibiliteit worden toegekend om de rechten op dit gebied te beperken. Om de integratie van personen die internationale bescherming genieten, te bevorderen, moeten de lidstaten aan de toegang tot bepaalde soorten sociale bijstand de voorwaarde verbinden dat de persoon die internationale bescherming geniet en zijn of haar gezinsleden, daadwerkelijk en succesvol deelnemen aan integratiemaatregelen. |
Or. en
Amendement 275
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Overweging 51
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(51) Met name om sociale moeilijkheden te voorkomen is het voorts aangewezen dat personen die internationale bescherming genieten, niet worden gediscrimineerd op het gebied van sociale bijstand. Ten aanzien van personen die subsidiaire bescherming genieten, moet de lidstaten evenwel enige flexibiliteit worden toegekend om de rechten op dit gebied tot fundamentele prestaties te beperken, waaronder ten minste worden verstaan minimale inkomenssteun, steun bij ziekte of zwangerschap en bij hulpverlening aan ouders, voor zover deze prestaties aan eigen onderdanen worden toegekend op grond van het nationaal recht. Om de integratie van vluchtelingen en personen die subsidiaire bescherming genieten, te bevorderen, moeten de lidstaten over de mogelijkheid beschikken om aan de toegang tot bepaalde in het nationaal recht gespecificeerde sociale bijstand de voorwaarde te verbinden dat de persoon die internationale bescherming geniet daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen. | (51) Met name om sociale moeilijkheden te voorkomen is het voorts aangewezen dat personen die internationale bescherming genieten, niet worden gediscrimineerd op het gebied van sociale bijstand. Ten aanzien van personen die subsidiaire bescherming genieten, moet de lidstaten evenwel enige flexibiliteit worden toegekend om de rechten op dit gebied tot fundamentele prestaties te beperken, waaronder ten minste worden verstaan minimale inkomenssteun, steun bij ziekte of zwangerschap, toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidsdiensten en steun bij hulpverlening aan ouders, voor zover deze prestaties aan eigen onderdanen worden toegekend op grond van het nationaal recht. Om de integratie van vluchtelingen en personen die subsidiaire bescherming genieten, te bevorderen, moeten de lidstaten over de mogelijkheid beschikken om aan de toegang tot bepaalde in het nationaal recht gespecificeerde sociale bijstand de voorwaarde te verbinden dat de persoon die internationale bescherming geniet daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen. |
Or. en
Amendement 276
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 51 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (51 bis) In de integratieprogramma's die worden aangeboden aan personen die een internationalebeschermingsstatus genieten, dient voor zover mogelijk rekening te worden gehouden met hun specifieke behoeften en omstandigheden, met inbegrip van, in voorkomend geval, taalcursussen en het verstrekken van informatie over individuele rechten en verplichtingen die samenhangen met hun beschermingsstatus in de betrokken lidstaat. |
Or. en
Motivering
Met dit amendement wordt overweging 47 van de preambule van de richtlijn van 2011 opnieuw in de tekst opgenomen.
Amendement 277
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 52
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(52) Personen die internationale bescherming genieten, moeten toegang hebben tot gezondheidszorg, met inbegrip van lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg. | (52) Personen die internationale bescherming genieten, moeten toegang hebben tot gezondheidszorg, met inbegrip van lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg en seksuele en reproductieve gezondheidszorg. |
Or. en
Amendement 278
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky
Voorstel voor een verordening
Overweging 52
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(52) Personen die internationale bescherming genieten, moeten toegang hebben tot gezondheidszorg, met inbegrip van lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg. | (52) Personen die internationale bescherming genieten, moeten toegang hebben tot basisgezondheidszorg. |
Or. en
Amendement 279
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 52 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (52 bis) Personen die internationale bescherming genieten moeten toegang hebben tot goederen en diensten en de levering van voor het publiek beschikbare goederen en diensten, inclusief voorlichting en advies van arbeidsbureaus. |
Or. en
Motivering
De schaduwrapporteur is het met de rapporteur eens dat de formulering van de overweging in overeenstemming is met de door Commissie voorgestelde formulering voor bepalingen inzake gelijke behandeling in instrumenten inzake legale migratie (met name de herziening van de blauwe kaart). De overweging vindt haar uitdrukking in de artikelen 30 en 35.
Amendement 280
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Overweging 53
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(53) Personen die internationale bescherming genieten, moeten ten behoeve van hun integratie in de samenleving toegang hebben tot integratiemaatregelen; de lidstaten beslissen over de desbetreffende modaliteiten. De lidstaten kunnen de deelname aan dergelijke integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, inburgeringscursussen, beroepsopleiding en andere werkgebonden cursussen, verplicht stellen. | (53) Personen die internationale bescherming genieten, moeten ten behoeve van hun integratie in de samenleving toegang hebben tot integratiemaatregelen; de lidstaten beslissen over de desbetreffende modaliteiten. De lidstaten kunnen de deelname aan dergelijke integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, inburgeringscursussen, beroepsopleiding en andere werkgebonden cursussen, verplicht stellen, op voorwaarde dat ze kosteloos, effectief en gemakkelijk toegankelijk zijn en rekening houden met de bijzondere behoeften van personen die internationale bescherming genieten. |
Or. it
Amendement 281
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Overweging 53
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(53) Personen die internationale bescherming genieten, moeten ten behoeve van hun integratie in de samenleving toegang hebben tot integratiemaatregelen; de lidstaten beslissen over de desbetreffende modaliteiten. De lidstaten kunnen de deelname aan dergelijke integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, inburgeringscursussen, beroepsopleiding en andere werkgebonden cursussen, verplicht stellen. | (53) Personen die internationale bescherming genieten, moeten ten behoeve van hun integratie in de samenleving toegang hebben tot integratiemaatregelen; de lidstaten beslissen over de desbetreffende modaliteiten. De lidstaten kunnen de deelname aan dergelijke integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, inburgeringscursussen, beroepsopleiding en andere werkgebonden cursussen, verplicht stellen. In het geval van voortdurende weigering om actief te integreren, kan in laatste instantie worden overgegaan tot stopzetting van de internationale bescherming. |
Or. en
Amendement 282
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Overweging 53
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(53) Personen die internationale bescherming genieten, moeten ten behoeve van hun integratie in de samenleving toegang hebben tot integratiemaatregelen; de lidstaten beslissen over de desbetreffende modaliteiten. De lidstaten kunnen de deelname aan dergelijke integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, inburgeringscursussen, beroepsopleiding en andere werkgebonden cursussen, verplicht stellen. | (53) Personen die internationale bescherming genieten, kan ten behoeve van hun integratie in de samenleving toegang worden verleend tot integratiemaatregelen; de lidstaten beslissen over de desbetreffende modaliteiten. De lidstaten kunnen de deelname aan passend geachte integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, inburgeringscursussen, beroepsopleiding en andere werkgebonden cursussen, verplicht stellen. |
Or. en
Amendement 283
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 53
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(53) Personen die internationale bescherming genieten, moeten ten behoeve van hun integratie in de samenleving toegang hebben tot integratiemaatregelen; de lidstaten beslissen over de desbetreffende modaliteiten. De lidstaten kunnen de deelname aan dergelijke integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, inburgeringscursussen, beroepsopleiding en andere werkgebonden cursussen, verplicht stellen. | (53) Personen die internationale bescherming genieten, moeten ten behoeve van hun integratie in de samenleving toegang hebben tot integratiemaatregelen; de lidstaten beslissen over de desbetreffende modaliteiten. De lidstaten stellen de deelname aan dergelijke integratiemaatregelen, zoals taalcursussen en inburgeringscursussen, verplicht. |
Or. en
Amendement 284
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 53
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(53) Personen die internationale bescherming genieten, moeten ten behoeve van hun integratie in de samenleving toegang hebben tot integratiemaatregelen; de lidstaten beslissen over de desbetreffende modaliteiten. De lidstaten kunnen de deelname aan dergelijke integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, inburgeringscursussen, beroepsopleiding en andere werkgebonden cursussen, verplicht stellen. | (53) Personen die internationale bescherming genieten, moeten ten behoeve van hun integratie in de samenleving toegang hebben tot integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, inburgeringscursussen, beroepsopleiding en andere werkgebonden cursussen, die gemakkelijk toegankelijk, beschikbaar en kosteloos moeten zijn en waarbij ook in kinderopvang moet worden voorzien. |
Or. en
Amendement 285
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 53
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(53) Personen die internationale bescherming genieten, moeten ten behoeve van hun integratie in de samenleving toegang hebben tot integratiemaatregelen; de lidstaten beslissen over de desbetreffende modaliteiten. De lidstaten kunnen de deelname aan dergelijke integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, inburgeringscursussen, beroepsopleiding en andere werkgebonden cursussen, verplicht stellen. | (53) Personen die internationale bescherming genieten, moeten ten behoeve van hun integratie in de samenleving daadwerkelijk en kosteloos toegang hebben tot integratiemaatregelen; de lidstaten beslissen over de desbetreffende modaliteiten. Er moet rekening worden gehouden met het feit dat sommige personen die internationale bescherming genieten als gevolg van opgelopen trauma's, niet in staat zijn deel te nemen aan integratiemaatregelen. |
Or. en
Amendement 286
Traian Ungureanu, Artis Pabriks, Kinga Gál, Pál Csáky, Tomáš Zdechovský, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Overweging 53
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(53) Personen die internationale bescherming genieten, moeten ten behoeve van hun integratie in de samenleving toegang hebben tot integratiemaatregelen; de lidstaten beslissen over de desbetreffende modaliteiten. De lidstaten kunnen de deelname aan dergelijke integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, inburgeringscursussen, beroepsopleiding en andere werkgebonden cursussen, verplicht stellen. | (Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Or. en
Amendement 287
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 54
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(54) Voor de doeltreffende monitoring van de toepassing van deze verordening, moet deze op gezette tijden worden geëvalueerd. | (54) De toepassing van deze verordening moet op gezette tijden worden geëvalueerd, met name rekening houdend met de ontwikkeling van de internationale verplichtingen van de lidstaten inzake non-refoulement, met de ontwikkeling van de arbeidsmarkt in de lidstaten alsook met de ontwikkeling van de gemeenschappelijke basisbeginselen op het gebied van integratie. |
Or. en
Motivering
Met dit amendement wordt overweging 48 van de richtlijn van 2011 opnieuw in de tekst opgenomen. Die overweging luidt als volgt: "De uitvoering van deze richtlijn dient met regelmatige tussenpozen te worden geëvalueerd, met name rekening houdend met de ontwikkeling van de internationale verplichtingen van de lidstaten inzake non-refoulement, met de ontwikkeling van de arbeidsmarkt in de lidstaten alsook met de ontwikkeling van de gemeenschappelijke basisbeginselen op het vlak van integratie."
Amendement 288
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 54
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(54) Voor de doeltreffende monitoring van de toepassing van deze verordening, moet deze op gezette tijden worden geëvalueerd. | (54) Voor de doeltreffende monitoring van de omzetting en toepassing van deze richtlijn moet deze op gezette tijden worden geëvalueerd. |
Or. en
Amendement 289
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 55
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(55) Om uniforme voorwaarden voor de uitvoering van de bepalingen van deze verordening te waarborgen met betrekking tot de vorm en de inhoud van de informatie die wordt verstrekt, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren42. | (55) Om uniforme voorwaarden voor de uitvoering van de bepalingen van deze richtlijn te waarborgen met betrekking tot de vorm en de inhoud van de informatie die wordt verstrekt, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren42. |
_________________ | _________________ |
42 PBL 55 van 28.2.2011, blz. 13. | 42 PBL 55 van 28.2.2011, blz. 13. |
Or. en
Amendement 290
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Overweging 56
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(56) Aangezien de doelstellingen van deze verordening, namelijk normen vast te stellen voor de toekenning door de lidstaten van internationale bescherming aan onderdanen van derde landen en staatlozen, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, en derhalve wegens de omvang en de gevolgen van deze verordening beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5, VEU, neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken. | Schrappen |
Or. en
Amendement 291
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Overweging 56
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(56) Aangezien de doelstellingen van deze verordening, namelijk normen vast te stellen voor de toekenning door de lidstaten van internationale bescherming aan onderdanen van derde landen en staatlozen, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, en derhalve wegens de omvang en de gevolgen van deze verordening beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5, VEU, neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken. | Schrappen |
Or. en
Amendement 292
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 56
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(56) Aangezien de doelstellingen van deze verordening, namelijk normen vast te stellen voor de toekenning door de lidstaten van internationale bescherming aan onderdanen van derde landen en staatlozen, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, en derhalve wegens de omvang en de gevolgen van deze verordening beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5, VEU, neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken. | (56) Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk hoge normen vast te stellen voor de toekenning door de lidstaten van internationale bescherming aan onderdanen van derde landen en staatlozen, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, en derhalve wegens de omvang en de gevolgen van deze richtlijn beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5, VEU, neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken. |
Or. en
Amendement 293
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 57 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, hebben deze lidstaten te kennen gegeven te willen deelnemen aan de vaststelling en toepassing van deze verordening.] | [Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, hebben deze lidstaten te kennen gegeven te willen deelnemen aan de vaststelling en toepassing van deze richtlijn.] |
Or. en
Amendement 294
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 57 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, nemen deze lidstaten niet deel aan de vaststelling van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaten.] | [Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, nemen deze lidstaten niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaten.] |
Or. en
Amendement 295
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 57 – alinea 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[(XX) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt het Verenigd Koninkrijk niet deel aan de vaststelling van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat. | [(XX) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt het Verenigd Koninkrijk niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat. |
Or. en
Amendement 296
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 57 – alinea 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(XX) Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, heeft Ierland (bij brief van ...) te kennen gegeven te willen deelnemen aan de vaststelling en toepassing van deze verordening.] | (XX) Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, heeft Ierland (bij brief van ...) te kennen gegeven te willen deelnemen aan de vaststelling en toepassing van deze richtlijn.] |
Or. en
Amendement 297
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 57 – alinea 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, heeft het Verenigd Koninkrijk (bij brief van ...) te kennen gegeven te willen deelnemen aan de vaststelling en toepassing van deze verordening. | [Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, heeft het Verenigd Koninkrijk (bij brief van ...) te kennen gegeven te willen deelnemen aan de vaststelling en toepassing van deze richtlijn. |
Or. en
Amendement 298
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 57 – alinea 9
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(XX) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt Ierland niet deel aan de vaststelling van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat.] | (XX) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt Ierland niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat.] |
Or. en
Amendement 299
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Overweging 58
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(58) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat, | (58) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat, |
Or. en
Amendement 300
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Bij deze verordening worden normen vastgesteld voor: | Bij deze richtlijn worden normen vastgesteld voor: |
Or. en
Amendement 301
Birgit Sippel
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Onverminderd alinea 1 behouden de lidstaten de mogelijkheid om gezinsleden de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus te verlenen overeenkomstig hun nationale wetgeving, ongeacht of zij risico lopen op vervolging of ernstige schade, teneinde te zorgen voor een eenvormige juridische status binnen het gezin. |
Or. en
Amendement 302
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: | Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder: |
Or. en
Amendement 303
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(1) "internationale bescherming": de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus zoals omschreven in de punten (4) en (6); | (1) "internationale bescherming": de vluchtelingenstatus zoals omschreven in punt (4); |
Or. en
Amendement 304
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(2) "persoon die internationale bescherming geniet": een persoon aan wie de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus is verleend in de zin van de punten (4) en (6); | (2) "persoon die internationale bescherming geniet": een persoon aan wie de vluchtelingenstatus is verleend in de zin van punt (4); |
Or. en
Amendement 305
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(3) "vluchteling": een onderdaan van een derde land die zich wegens een gegronde vrees voor vervolging om redenen van ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep, buiten het land bevindt waarvan hij de nationaliteit bezit en de bescherming van dat land niet kan of, wegens deze vrees, niet wil inroepen, dan wel een staatloze die zich om dezelfde reden buiten het land bevindt waar hij vroeger gewoonlijk verbleef en daarheen niet kan, dan wel wegens genoemde vrees niet wil terugkeren, en op wie artikel 12 niet van toepassing is; | (3) "vluchteling": een onderdaan van een derde land die zich wegens een gegronde vrees voor vervolging om redenen van ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging, geslacht, seksuele gerichtheid, genderidentiteit, handicap of het behoren tot een bepaalde sociale groep, buiten het land bevindt waarvan hij de nationaliteit bezit en de bescherming van dat land niet kan of, wegens deze vrees, niet wil inroepen, dan wel een staatloze die zich om dezelfde reden buiten het land bevindt waar hij vroeger gewoonlijk verbleef en daarheen niet kan, dan wel wegens genoemde vrees niet wil terugkeren, en op wie artikel 12 niet van toepassing is; |
Or. en
Amendement 306
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(6) "subsidiairebeschermingsstatus": de erkenning door een lidstaat van een onderdaan van een derde land of een staatloze als een persoon die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komt; | Schrappen |
Or. en
Amendement 307
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(7) "verzoek om internationale bescherming": een verzoek van een onderdaan van een derde land of een staatloze om bescherming van een lidstaat, waarbij de betrokken persoon kennelijk de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus wenst; | (7) "verzoek om internationale bescherming": een verzoek van een onderdaan van een derde land of een staatloze om bescherming van een lidstaat, waarbij de betrokken persoon kennelijk de vluchtelingenstatus wenst; |
Or. en
Amendement 308
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(9) "gezinsleden": voor zover het gezin reeds bestond voordat de verzoeker op het grondgebied van de lidstaten is aangekomen, de volgende leden van het gezin van de persoon die internationale bescherming geniet, die in verband met het verzoek om internationale bescherming in dezelfde lidstaat aanwezig zijn: | (9) "gezinsleden": de volgende leden van het gezin van de persoon die internationale bescherming geniet, die op het grondgebied van de lidstaat aanwezig zijn: |
Or. en
Amendement 309
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(9) "gezinsleden": voor zover het gezin reeds bestond voordat de verzoeker op het grondgebied van de lidstaten is aangekomen, de volgende leden van het gezin van de persoon die internationale bescherming geniet, die in verband met het verzoek om internationale bescherming in dezelfde lidstaat aanwezig zijn: | (9) "gezinsleden": de volgende leden van het gezin van de verzoeker of persoon die internationale bescherming geniet, die op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn: |
Or. en
Motivering
Er wordt voorgesteld ook naar de verzoeker te verwijzen en niet alleen naar de persoon die internationale bescherming geniet, omdat deze definitie van gezinslid ook wordt toegepast in de richtlijn opvangvoorzieningen (artikel 2, punt 3: Definities; artikel 3: Werkingssfeer) op de situatie van verzoekers aan wie nog geen internationale bescherming is toegekend.
Amendement 310
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(9) "gezinsleden": voor zover het gezin reeds bestond voordat de verzoeker op het grondgebied van de lidstaten is aangekomen, de volgende leden van het gezin van de persoon die internationale bescherming geniet, die in verband met het verzoek om internationale bescherming in dezelfde lidstaat aanwezig zijn: | (9) "gezinsleden": voor zover het gezin reeds bestond in het land van herkomst of, in het geval van een staatloze, in het land waar hij of zij vroeger zijn of haar gewone verblijfplaats had, de volgende leden van het gezin van de persoon die internationale bescherming geniet, die in verband met het verzoek om internationale bescherming in dezelfde lidstaat aanwezig zijn: |
Or. en
Amendement 311
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de echtgenoot van de persoon die internationale bescherming geniet, of diens niet-gehuwde partner met wie hij een duurzame relatie onderhoudt, indien het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat ongehuwde paren krachtens zijn recht inzake onderdanen van derde landen op een vergelijkbare wijze behandelt als gehuwde paren; | (a) de echtgenoot van de persoon die internationale bescherming geniet, of diens niet-gehuwde partner; |
Or. en
Amendement 312
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de echtgenoot van de persoon die internationale bescherming geniet, of diens niet-gehuwde partner met wie hij een duurzame relatie onderhoudt, indien het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat ongehuwde paren krachtens zijn recht inzake onderdanen van derde landen op een vergelijkbare wijze behandelt als gehuwde paren; | (a) de echtgenoot van de persoon die internationale bescherming geniet, of diens niet-gehuwde partner met wie hij een duurzame relatie onderhoudt; |
Or. en
Amendement 313
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de minderjarige kinderen van de onder a) bedoelde paren of van de persoon die internationale bescherming geniet, mits zij ongehuwd zijn, ongeacht de vraag of zij naar nationaal recht wettige, buitenechtelijke of geadopteerde kinderen zijn; | (b) de kinderen van de onder a) bedoelde paren of van de verzoeker of de persoon die internationale bescherming geniet, ongeacht de vraag of zij naar nationaal recht wettige, buitenechtelijke of geadopteerde kinderen zijn, en de kinderen voor wie zij juridisch of gewoonlijk primair verantwoordelijk zijn; |
Or. en
Amendement 314
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de minderjarige kinderen van de onder a) bedoelde paren of van de persoon die internationale bescherming geniet, mits zij ongehuwd zijn, ongeacht de vraag of zij naar nationaal recht wettige, buitenechtelijke of geadopteerde kinderen zijn; | (b) de kinderen van de onder a) bedoelde paren of van de persoon die internationale bescherming geniet, ongeacht de vraag of zij naar nationaal recht wettige, buitenechtelijke of geadopteerde kinderen zijn; |
Or. en
Amendement 315
Elly Schlein
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de minderjarige kinderen van de onder a) bedoelde paren of van de persoon die internationale bescherming geniet, mits zij ongehuwd zijn, ongeacht de vraag of zij naar nationaal recht wettige, buitenechtelijke of geadopteerde kinderen zijn; | (b) de zoons en dochters van de onder a) bedoelde paren of van de persoon die internationale bescherming geniet, ongeacht de vraag of zij naar nationaal recht wettige, buitenechtelijke of geadopteerde kinderen zijn; |
Or. en
Motivering
De zoons en dochters van de verzoekers moeten worden begrepen als gezinsleden, ongeacht hun leeftijd of huwelijkse staat.
Amendement 316
Elly Schlein
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de vader, moeder of een andere volwassene die volgens het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat verantwoordelijk is voor de persoon die internationale bescherming geniet, indien deze persoon minderjarig en ongehuwd is; | (c) de moeder en de vader van de verzoeker of een andere volwassene die volgens het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat verantwoordelijk is voor de persoon die internationale bescherming geniet, indien deze persoon minderjarig is; |
Or. en
Motivering
Er wordt voorgesteld de bepalingen en waarborgen inzake gezinshereniging recht te trekken door ook de definitie van gezinsleden uit te breiden.
Amendement 317
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de vader, moeder of een andere volwassene die volgens het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat verantwoordelijk is voor de persoon die internationale bescherming geniet, indien deze persoon minderjarig en ongehuwd is; | (c) de vader, moeder of een andere volwassene die volgens het recht of de praktijk van het land van herkomst of de betrokken lidstaat verantwoordelijk is voor de verzoeker of de persoon die om internationale bescherming verzoekt; |
Or. en
Motivering
De schaduwrapporteur is het eens met de rapporteur dat de al dan niet gehuwde status van kinderen niet moet meewegen bij het vaststellen van de leden van een gezin.
Amendement 318
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de vader, moeder of een andere volwassene die volgens het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat verantwoordelijk is voor de persoon die internationale bescherming geniet, indien deze persoon minderjarig en ongehuwd is; | (c) de vader, moeder of een andere volwassene die volgens het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat verantwoordelijk is voor de persoon die internationale bescherming geniet, indien deze persoon minderjarig is; |
Or. en
Amendement 319
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de vader, moeder of een andere volwassene die volgens het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat verantwoordelijk is voor de persoon die internationale bescherming geniet, indien deze persoon minderjarig en ongehuwd is; | (c) de vader, moeder of een andere volwassene die volgens het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat verantwoordelijk is voor de persoon die internationale bescherming geniet, indien deze persoon minderjarig is; |
Or. en
Amendement 320
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) de broer(s) en zus(sen) van de verzoeker of de persoon die internationale bescherming geniet; |
Or. en
Amendement 321
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) de broer(s) en zus(sen) van de persoon die internationale bescherming geniet; |
Or. en
Amendement 322
Elly Schlein
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) de grootouders van de verzoeker of de persoon die internationale bescherming geniet; |
Or. en
Motivering
Er wordt voorgesteld de bepalingen en waarborgen inzake gezinshereniging recht te trekken door ook de definitie van gezinsleden uit te breiden.
Amendement 323
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) de broer(s) en zus(sen) van de persoon die internationale bescherming geniet; |
Or. en
Amendement 324
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter c ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c ter) de vader, moeder, oma, opa, tante of oom van de persoon die internationale bescherming geniet, ongeacht of de persoon die internationale bescherming geniet, naar nationaal recht een wettig, buitenechtelijk of geadopteerd kind is; |
Or. en
Amendement 325
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter c ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c ter) de bloedverwanten in opgaande lijn van de verzoeker of de persoon die internationale bescherming geniet; |
Or. en
Amendement 326
Elly Schlein
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter c ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c ter) de kleinkinderen van de verzoeker; |
Or. en
Motivering
Er wordt voorgesteld de bepalingen en waarborgen inzake gezinshereniging recht te trekken door ook de definitie van gezinsleden uit te breiden.
Amendement 327
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter c quater (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c quater) "sponsor": een onderdaan van een lidstaat of een derde land die toestemming van een lidstaat heeft verkregen om gedurende een periode van een jaar of langer op zijn grondgebied te verblijven als houder van een verblijfstitel die overeenkomstig het Unierecht of het nationale recht van die lidstaat is afgegeven; |
Or. en
Amendement 328
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(10) "minderjarige": een onderdaan van een derde land of een staatloze die jonger is dan 18 jaar; | (10) "minderjarige": een onderdaan van een derde land of een staatloze die op het moment van het indienen van zijn verzoek om internationale bescherming jonger is dan 18 jaar; |
Or. en
Amendement 329
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 - punt 10 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (10 bis) "kind": een onderdaan van een derde land of een staatloze die op het moment van het indienen van zijn verzoek om internationale bescherming jonger is dan 18 jaar; |
Or. en
Amendement 330
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(11) "niet-begeleide minderjarige": een minderjarige die zonder begeleiding van een voor hem hetzij wettelijk, hetzij volgens de praktijk van de betrokken lidstaat verantwoordelijke volwassene op het grondgebied van de lidstaten aankomt, zolang hij niet daadwerkelijk onder de hoede van een dergelijke volwassene is gesteld, met inbegrip van minderjarigen die, nadat zij het grondgebied van de lidstaten zijn binnengekomen, zonder begeleiding zijn komen te verkeren; | (11) "niet-begeleide minderjarige": een minderjarige die zonder begeleiding van een voor hem hetzij wettelijk, hetzij volgens de praktijk van de betrokken lidstaat verantwoordelijke volwassene op het grondgebied van de lidstaten aankomt, zolang hij niet daadwerkelijk onder de hoede van een dergelijke volwassene is gesteld; |
Or. en
Amendement 331
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) "stopzetting van de internationale bescherming": de beslissing van een bevoegde autoriteit om een vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus in te trekken, te beëindigen dan wel de verlenging ervan te weigeren; | (14) "stopzetting van de internationale bescherming": de beslissing van een bevoegde autoriteit om een vluchtelingenstatus in te trekken, te beëindigen dan wel de verlenging ervan te weigeren; |
Or. en
Amendement 332
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 15
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(15) "volgend verzoek": een later verzoek om internationale bescherming dat in een lidstaat wordt gedaan nadat een definitieve beslissing over een vorig verzoek is genomen, met inbegrip van gevallen waarin de verzoeker zijn verzoek expliciet heeft ingetrokken of de beslissingsautoriteit, door de impliciete stopzetting van een verzoek, heeft aangenomen dat van het verzoek is afgezien en het verzoek heeft afgewezen; | (15) "volgend verzoek": een later verzoek om internationale bescherming dat in een lidstaat wordt gedaan nadat een definitieve beslissing over een vorig verzoek is genomen, met inbegrip van gevallen waarin de verzoeker zijn verzoek expliciet heeft ingetrokken; |
Or. en
Amendement 333
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(16) "beslissingsautoriteit": elk semi-rechterlijk of administratief orgaan in een lidstaat dat met de behandeling van verzoeken om internationale bescherming is belast en bevoegd is daarover in eerste aanleg een beslissing te nemen; | (16) "beslissingsautoriteit": elk rechtelijk, semi-rechterlijk of administratief orgaan in een lidstaat dat met de behandeling van verzoeken om internationale bescherming is belast en bevoegd is daarover in eerste aanleg een beslissing te nemen; |
Or. en
Amendement 334
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 17
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(17) "sociale zekerheid": de takken van sociale zekerheid zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad44, namelijk prestaties bij ziekte, moederschaps- en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen, uitkeringen bij invaliditeit, uitkeringen bij ouderdom, uitkeringen aan nabestaanden, prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten, uitkeringen bij overlijden, uitkeringen bij werkloosheid, uitkeringen bij vervroegde uittreding, en gezinsbijlagen; | (17) "sociale zekerheid": de takken van sociale zekerheid zoals vastgesteld door de lidstaat; |
_________________ |
|
44 Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1). |
|
Or. en
Motivering
De lidstaten zijn vrij om te beslissen wie onder hun nationale socialezekerheidsstelsel moet worden verzekerd, welke uitkeringen worden verstrekt en onder welke voorwaarden uitkeringen worden verstrekt, zonder inmenging van de EU. Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels is een van de instrumenten die de lidstaten tot hun beschikking hebben om de omvang van de sociale uitkeringen voor te schrijven.
Amendement 335
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 17
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(17) "sociale zekerheid": de takken van sociale zekerheid zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad44, namelijk prestaties bij ziekte, moederschaps- en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen, uitkeringen bij invaliditeit, uitkeringen bij ouderdom, uitkeringen aan nabestaanden, prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten, uitkeringen bij overlijden, uitkeringen bij werkloosheid, uitkeringen bij vervroegde uittreding, en gezinsbijlagen; | (17) "sociale zekerheid": de takken van sociale zekerheid zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad44; |
_________________ | _________________ |
44 Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1). | 44 Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1). |
Or. en
Amendement 336
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 19
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(19) "voogd": een persoon of een organisatie die door de bevoegde instanties is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen in procedures waarin in deze verordening is voorzien, teneinde het belang van het kind te behartigen en zo nodig rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten. | (19) "voogd": een persoon of een organisatie die door de bevoegde instanties is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen in procedures waarin in deze richtlijn is voorzien, teneinde het belang en het welzijn van het kind te waarborgen en zo nodig rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten. |
Or. en
Amendement 337
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 19
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(19) "voogd": een persoon of een organisatie die door de bevoegde instanties is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen in procedures waarin in deze verordening is voorzien, teneinde het belang van het kind te behartigen en zo nodig rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten. | (19) "voogd": een persoon of een organisatie die door de bevoegde instanties is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen in procedures waarin in deze verordening is voorzien, teneinde het belang en het welzijn van het kind te waarborgen en zo nodig rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten. |
Or. en
Motivering
Harmonisatie van definities en verwijzing naar artikel 3 van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind.
Amendement 338
Kinga Gál
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 19
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(19) "voogd": een persoon of een organisatie die door de bevoegde instanties is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen in procedures waarin in deze verordening is voorzien, teneinde het belang van het kind te behartigen en zo nodig rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten. | (19) "voogd": een persoon of een organisatie die is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen in procedures waarin in deze verordening wordt voorzien en zo nodig rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten. |
Or. en
Amendement 339
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Deze verordening heeft betrekking op de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als personen die internationale bescherming genieten en op de inhoud van de verleende internationale bescherming. | 1. Deze verordening heeft betrekking op de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als personen die internationale bescherming genieten en op de inhoud van de verleende internationale bescherming. De bepalingen van de artikelen 15 en 21 van deze verordening zijn met terugwerkende kracht van toepassing op personen die internationale bescherming genieten en wier verblijfstitels nog geldig zijn. |
Or. en
Amendement 340
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Deze verordening heeft betrekking op de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als personen die internationale bescherming genieten en op de inhoud van de verleende internationale bescherming. | 1. Deze richtlijn heeft betrekking op de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als personen die internationale bescherming genieten en op de inhoud van de verleende internationale bescherming. |
Or. en
Amendement 341
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Deze verordening heeft geen betrekking op andere nationale humanitaire statussen die de lidstaten op grond van het nationaal recht toekennen aan personen die niet in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus. De toekenning van dergelijke andere statussen mag niet tot verwarring met internationale bescherming kunnen leiden. | 2. Deze richtlijn heeft geen betrekking op andere nationale humanitaire statussen die de lidstaten op grond van het nationaal recht toekennen aan personen die niet in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus. |
Or. en
Amendement 342
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Deze verordening heeft geen betrekking op andere nationale humanitaire statussen die de lidstaten op grond van het nationaal recht toekennen aan personen die niet in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus. De toekenning van dergelijke andere statussen mag niet tot verwarring met internationale bescherming kunnen leiden. | 2. Deze verordening heeft geen betrekking op andere nationale humanitaire statussen die de lidstaten op grond van het nationaal recht toekennen aan personen die niet in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus. |
Or. en
Motivering
Amendement in lijn met het bovenstaande amendement op overweging 9.
Amendement 343
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. Hoewel er op Unieniveau geen algemeen overeengekomen definitie bestaat van ecologisch ontheemden, sluit dit niet uit dat de lidstaten dergelijke personen bescherming bieden uit hoofde van hun eigen nationale recht of praktijk. |
Or. en
Amendement 344
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De verzoeker verstrekt alle elementen waarover hij beschikt ter staving van het verzoek om internationale bescherming. Hij verleent medewerking aan de beslissingsautoriteit en blijft gedurende de procedure aanwezig en beschikbaar. | 1. De verzoeker verstrekt onverwijld alle elementen waarover hij beschikt ter staving van het verzoek om internationale bescherming. Hij verleent medewerking aan de beslissingsautoriteit en blijft gedurende de procedure aanwezig en beschikbaar. Perioden van illegaal verblijf op het grondgebied van de lidstaten voorafgaand aan het indienen van een verzoek om internationale bescherming worden onderzocht als mogelijk bewijs van andere motieven voor het verblijven in de Unie dan het legitiem zoeken van internationale bescherming. |
Or. en
Amendement 345
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De verzoeker verstrekt alle elementen waarover hij beschikt ter staving van het verzoek om internationale bescherming. Hij verleent medewerking aan de beslissingsautoriteit en blijft gedurende de procedure aanwezig en beschikbaar. | 1. De verzoeker verstrekt alle elementen waarover hij beschikt ter staving van het verzoek om internationale bescherming. De beslissingsautoriteit en de verzoeker werken gedurende de hele procedure samen. De verzoeker moet gedurende de procedure aanwezig en beschikbaar blijven. Indien de verzoeker op enig moment tijdens de procedure om verzachtende omstandigheden niet beschikbaar is, moet rekening worden gehouden met de specifieke redenen. |
Or. en
Amendement 346
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De verzoeker verstrekt alle elementen waarover hij beschikt ter staving van het verzoek om internationale bescherming. Hij verleent medewerking aan de beslissingsautoriteit en blijft gedurende de procedure aanwezig en beschikbaar. | 1. De beslissingsautoriteit mag van de verzoeker verlangen dat hij alle elementen ter staving van het verzoek om internationale bescherming zo spoedig mogelijk indient. De beslissingsautoriteit heeft tot taak de relevante elementen van het verzoek in samenwerking met de verzoeker te beoordelen. De verzoeker blijft gedurende de procedure aanwezig en beschikbaar. |
Or. en
Motivering
De tekst van artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2011/95/EU lijkt de reikwijdte beter te omschrijven van de verantwoordelijkheid van de verzoeker en de beslissingsautoriteit tijdens de beoordeling van de feiten en omstandigheden.
Amendement 347
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De verzoeker verstrekt alle elementen waarover hij beschikt ter staving van het verzoek om internationale bescherming. Hij verleent medewerking aan de beslissingsautoriteit en blijft gedurende de procedure aanwezig en beschikbaar. | 1. De lidstaat heeft tot taak om de relevante elementen van het verzoek in samenwerking met de verzoeker te beoordelen. |
Or. en
Amendement 348
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De verzoeker verstrekt alle elementen waarover hij beschikt ter staving van het verzoek om internationale bescherming. Hij verleent medewerking aan de beslissingsautoriteit en blijft gedurende de procedure aanwezig en beschikbaar. | 1. De verzoeker verstrekt, in samenwerking met de relevante nationale autoriteiten, alle elementen waarover hij beschikt ter staving van het verzoek om internationale bescherming. De relevante nationale beslissingsautoriteiten moeten samenwerken met de verzoeker en laatstgenoemde blijft gedurende de procedure aanwezig en beschikbaar. |
Or. en
Amendement 349
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De in lid 1 bedoelde elementen bestaan uit de verklaringen van de verzoeker en alle documentatie waarover hij beschikt in verband met zijn leeftijd, achtergrond, ook die van relevante familieleden, identiteit, nationaliteit(en), land(en) en plaats(en) van eerder verblijf, eerdere verzoeken [om internationale bescherming en de resultaten van een eventuele versnelde hervestigingsprocedure zoals gedefinieerd in Verordening (EU) XXX/XX [verordening inzake hervestiging]], reisroutes, reisdocumenten en de redenen waarom hij een verzoek om internationale bescherming indient. | 2. De in lid 1 bedoelde elementen bestaan uit de verklaringen van de verzoeker en alle documentatie waarover hij beschikt in verband met zijn leeftijd, achtergrond, ook die van relevante familieleden, identiteit, nationaliteit(en), land(en) en plaats(en) van eerder verblijf, eerdere verzoeken, reisroutes, reisdocumenten en de redenen waarom hij een verzoek om internationale bescherming indient. |
Or. en
Amendement 350
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De in lid 1 bedoelde elementen bestaan uit de verklaringen van de verzoeker en alle documentatie waarover hij beschikt in verband met zijn leeftijd, achtergrond, ook die van relevante familieleden, identiteit, nationaliteit(en), land(en) en plaats(en) van eerder verblijf, eerdere verzoeken [om internationale bescherming en de resultaten van een eventuele versnelde hervestigingsprocedure zoals gedefinieerd in Verordening (EU) XXX/XX [verordening inzake hervestiging]], reisroutes, reisdocumenten en de redenen waarom hij een verzoek om internationale bescherming indient. | 2. De in lid 1 bedoelde elementen bestaan uit de verklaringen van de verzoeker en alle documentatie waarover hij beschikt in verband met zijn leeftijd, achtergrond, ook die van relevante familieleden, identiteit, nationaliteit(en), land(en) en plaats(en) van eerder verblijf, eerdere verzoeken [om internationale bescherming en de resultaten van een eventuele versnelde hervestigingsprocedure], reisroutes, reisdocumenten en de redenen waarom hij een verzoek om internationale bescherming indient. |
Or. en
Amendement 351
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De beslissingsautoriteit beoordeelt de relevante elementen van het verzoek overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake procedures]. | 3. De beslissingsautoriteit beoordeelt de relevante elementen van het verzoek overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake procedures].De verzoeker wordt onderworpen aan een leeftijdsbepaling volgens de nieuwste wetenschappelijke methoden wanneer er reden is om aan te nemen dat de verzoeker een volwassene is en hij zonder deugdelijk bewijs beweert tussen de 15 en 17 jaar oud te zijn. |
Or. en
Amendement 352
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De beslissingsautoriteit beoordeelt de relevante elementen van het verzoek overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake procedures]. | 3. De beslissingsautoriteit beoordeelt in samenwerking met de verzoeker de relevante elementen van het verzoek om internationale bescherming overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake procedures] en verzamelt alle noodzakelijke informatie om het verzoek om internationale bescherming grondig te kunnen onderzoeken. |
Or. en
Motivering
The shadow rapporteur is concerned that the balance struck by the proposal could adversely affect the burden of proof by relieving Member States from their obligation to assess the asylum application in cooperation with the individual asylum seeker, rather than solely on the basis of available elements. Such an omission would ignore jurisprudence from the ECtHR confirming the shared duty of an asylum-seeker and the authorities to ascertain and evaluate all relevant facts of the case in the asylum proceedings. Clarifying the wording of Article 4(3) could ensure that a collaborative process between both parties is maintained in the asylum procedure, thereby remaining in line with ECtHR standards.
Amendement 353
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De beslissingsautoriteit beoordeelt de relevante elementen van het verzoek overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake procedures]. | 3. De beslissingsautoriteit beoordeelt in samenwerking met de verzoeker de relevante elementen van het verzoek overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake procedures]. |
Or. en
Motivering
Door de tekst van dit artikel te verduidelijken, wordt ervoor gezorgd dat een samenwerkingsproces tussen de beide partijen wordt gehandhaafd in de asielprocedure, in lijn met de normen van het EHRM.
Amendement 354
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Het feit dat een verzoeker in het verleden reeds is blootgesteld aan vervolging of aan ernstige schade, of dat hij rechtstreeks is bedreigd met dergelijke vervolging of dergelijke schade, wordt beschouwd als een duidelijke aanwijzing dat de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is en het risico op het lijden van ernstige schade reëel is, tenzij er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging of ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen. | 4. Het feit dat een verzoeker in het verleden reeds is blootgesteld aan vervolging of aan ernstige schade, of dat hij rechtstreeks is bedreigd met dergelijke vervolging of dergelijke schade, wordt beschouwd als een duidelijke aanwijzing dat de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is en het risico op het lijden van ernstige schade reëel is. |
Or. en
Amendement 355
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Het feit dat een verzoeker in het verleden reeds is blootgesteld aan vervolging of aan ernstige schade, of dat hij rechtstreeks is bedreigd met dergelijke vervolging of dergelijke schade, wordt beschouwd als een duidelijke aanwijzing dat de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is en het risico op het lijden van ernstige schade reëel is, tenzij er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging of ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen. | 4. Het feit dat een verzoeker in het verleden reeds is blootgesteld aan vervolging of aan ernstige schade, of dat hij rechtstreeks is bedreigd met dergelijke vervolging of dergelijke schade, wordt beschouwd als een duidelijke aanwijzing dat de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is en het risico op het lijden van ernstige schade reëel is. |
Or. en
Amendement 356
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Het feit dat een verzoeker in het verleden reeds is blootgesteld aan vervolging of aan ernstige schade, of dat hij rechtstreeks is bedreigd met dergelijke vervolging of dergelijke schade, wordt beschouwd als een duidelijke aanwijzing dat de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is en het risico op het lijden van ernstige schade reëel is, tenzij er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging of ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen. | 4. Het feit dat een verzoeker in het verleden reeds is blootgesteld aan vervolging of aan ernstige schade, of dat hij rechtstreeks is bedreigd met dergelijke vervolging of dergelijke schade in zijn land van herkomst, wordt beschouwd als een duidelijke aanwijzing dat de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is en het risico op het lijden van ernstige schade reëel is, tenzij er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging of ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen. |
Or. en
Amendement 357
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 5 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Wanneer aspecten van de verklaringen van de verzoeker niet met bewijsmateriaal worden gestaafd, wordt geen aanvullend bewijsmateriaal verlangd met betrekking tot deze aspecten wanneer aan de volgende voorwaarden voldaan is: | 5. Wanneer aspecten van de verklaringen van de verzoeker niet met bewijsmateriaal worden gestaafd, wordt geen aanvullend bewijsmateriaal verlangd met betrekking tot deze aspecten en krijgt de verzoeker het voordeel van de twijfel wanneer aan de volgende voorwaarden voldaan is: |
Or. en
Motivering
The benefit of the doubt principle is well-established in international refugee law and requires that where an applicant's statements cannot be corroborated by evidence but has made a genuine effort to substantiate the claim, the lack of evidence or documents should not adversely affect the credibility of the claim, nor should the late submission of the claim. The explicit incorporation of the benefit of the doubt principle would be necessary to bring the Qualification Regulation in line with well-established practice and the UNHCR Handbook and guidelines on procedures and criteria for determining refugee status.
Amendement 358
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 5 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Wanneer aspecten van de verklaringen van de verzoeker niet met bewijsmateriaal worden gestaafd, wordt geen aanvullend bewijsmateriaal verlangd met betrekking tot deze aspecten wanneer aan de volgende voorwaarden voldaan is: | 5. Wanneer aspecten van de verklaringen van de verzoeker niet met bewijsmateriaal worden gestaafd, wordt geen aanvullend bewijsmateriaal verlangd met betrekking tot deze aspecten en krijgt de verzoeker het voordeel van de twijfel wanneer aan de volgende voorwaarden voldaan is: |
Or. en
Motivering
The benefit of the doubt principle is well-established in international refugee law and requires that where an applicant’s statement cannot be corroborated by evidence but the applicant has made a genuine effort to substantiate the claim, the lack of evidence or documents should not adversely affect the credibility of the claim, nor should the late submission of the claim. The explicit incorporation of the benefit of the doubt principle would be necessary to bring the Qualification Regulation in line with well-established practice and the UNHCR Handbook and guidelines on procedures and criteria for determining refugee status. In A, B and C, the CJEU confirmed that while the Qualification Directive refers to the applicant submitting all elements as soon as possible to substantiate his or her claim, it is incumbent on the national authorities to cooperate with the applicant when assessing the relevant elements of the case and to have regard to the sensitive nature of the claim. For example, not declaring homosexuality at the outset to the relevant authorities cannot result in a conclusion that the individual’s declaration lacks credibility. The Court further clarified that all fundamental rights, including dignity and privacy, must be respected in the process
Amendement 359
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 5 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Wanneer aspecten van de verklaringen van de verzoeker niet met bewijsmateriaal worden gestaafd, wordt geen aanvullend bewijsmateriaal verlangd met betrekking tot deze aspecten wanneer aan de volgende voorwaarden voldaan is: | 5. Wanneer aspecten van de verklaringen van de verzoeker niet met bewijsmateriaal worden gestaafd, wordt geen aanvullend bewijsmateriaal verlangd en krijgt de verzoeker het voordeel van de twijfel met betrekking tot deze aspecten wanneer aan de volgende voorwaarden voldaan is: |
Or. en
Amendement 360
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 5 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Wanneer aspecten van de verklaringen van de verzoeker niet met bewijsmateriaal worden gestaafd, wordt geen aanvullend bewijsmateriaal verlangd met betrekking tot deze aspecten wanneer aan de volgende voorwaarden voldaan is: | 5. Wanneer aspecten van de verklaringen van de verzoeker niet met bewijsmateriaal worden gestaafd, mag aanvullend bewijsmateriaal worden verlangd met betrekking tot deze aspecten wanneer niet aan de volgende voorwaarden voldaan is: |
Or. en
Amendement 361
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 5 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de verzoeker heeft een oprechte inspanning geleverd om zijn verzoek te staven; | Schrappen |
Or. en
Motivering
De term "oprechte inspanning" is te ambigu en subjectief.
Amendement 362
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 5 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) alle relevante elementen waarover de verzoeker beschikt, zijn overgelegd, en er is een bevredigende verklaring gegeven omtrent het ontbreken van andere relevante elementen; | (b) alle relevante elementen waarover de verzoeker beschikt, zijn overgelegd; |
Or. en
Motivering
Zie motivering bij artikel 4, lid 5.
Amendement 363
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 5 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) alle relevante elementen waarover de verzoeker beschikt, zijn overgelegd, en er is een bevredigende verklaring gegeven omtrent het ontbreken van andere relevante elementen; | (b) alle relevante elementen waarover de verzoeker beschikt, zijn overgelegd; |
Or. en
Amendement 364
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 5 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de verzoeker heeft zijn verzoek om internationale bescherming zo spoedig mogelijk ingediend, tenzij hij goede redenen kan aanvoeren waarom hij dit heeft nagelaten, en | Schrappen |
Or. en
Amendement 365
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 5 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de verzoeker heeft zijn verzoek om internationale bescherming zo spoedig mogelijk ingediend, tenzij hij goede redenen kan aanvoeren waarom hij dit heeft nagelaten, en | Schrappen |
Or. en
Amendement 366
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 5 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de verzoeker heeft zijn verzoek om internationale bescherming zo spoedig mogelijk ingediend, tenzij hij goede redenen kan aanvoeren waarom hij dit heeft nagelaten, en | Schrappen |
Or. en
Motivering
De schaduwrapporteur is het eens met de beoordeling van de rapporteur dat er veel redenen zijn waarom een verzoeker niet direct om internationale bescherming verzoekt. De vraag of de verzoeker zijn verzoek om internationale bescherming zo spoedig mogelijk heeft ingediend, dient niet bepalend te zijn voor het gewicht dat aan zijn verklaringen wordt toegekend.
Amendement 367
Monika Hohlmeier
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 5 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de verzoeker heeft zijn verzoek om internationale bescherming zo spoedig mogelijk ingediend, tenzij hij goede redenen kan aanvoeren waarom hij dit heeft nagelaten, en | (d) de verzoeker heeft zijn verzoek om internationale bescherming zo spoedig mogelijk ingediend, en |
Or. en
Amendement 368
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 5 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de verzoeker heeft zijn verzoek om internationale bescherming zo spoedig mogelijk ingediend, tenzij hij goede redenen kan aanvoeren waarom hij dit heeft nagelaten, en | (d) de verzoeker heeft zijn verzoek om internationale bescherming zo spoedig mogelijk ingediend, en |
Or. en
Amendement 369
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 5 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) vast is komen te staan dat de verzoeker in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd. | Schrappen |
Or. en
Amendement 370
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op het lijden van ernstige schade kan gegrond zijn op gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden nadat de verzoeker het land van herkomst heeft verlaten. | 1. Een vrees voor vervolging of een reëel risico op het lijden van ernstige schade kan gegrond zijn op gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden nadat de verzoeker het land van herkomst heeft verlaten. |
Or. en
Amendement 371
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op het lijden van ernstige schade kan gegrond zijn op gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden nadat de verzoeker het land van herkomst heeft verlaten. | 1. Een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op het lijden van ernstige schade kan alleen gegrond zijn op gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden in het land van herkomst. |
Or. en
Amendement 372
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op het lijden van ernstige schade kan gegrond zijn op activiteiten die de verzoeker heeft verricht sedert hij zijn land van herkomst heeft verlaten, met name wanneer wordt vastgesteld dat de betrokken activiteiten de uitdrukking en de voortzetting vormen van overtuigingen of strekkingen die de betrokkene in het land van herkomst aanhing. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Schrapping is in overeenstemming met het amendement op artikel 5, lid 1.
Amendement 373
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op het lijden van ernstige schade kan gegrond zijn op activiteiten die de verzoeker heeft verricht sedert hij zijn land van herkomst heeft verlaten, met name wanneer wordt vastgesteld dat de betrokken activiteiten de uitdrukking en de voortzetting vormen van overtuigingen of strekkingen die de betrokkene in het land van herkomst aanhing. | Schrappen |
Or. en
Amendement 374
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. Bij de behandeling van een verzoek om internationale bescherming beoordeelt de beslissingsautoriteit of de verzoeker zich met opzet op een manier heeft gedragen die in het land van herkomst tot vervolging zou leiden met als enkele of belangrijkste reden de noodzakelijke voorwaarden te scheppen om te verzoeken om internationale bescherming. |
Or. en
Motivering
Het is noodzakelijk om voorwaarden te creëren die iedere vorm van misbruik van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel door verzoekers om internationale bescherming voorkomen.
Amendement 375
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Onverminderd het Verdrag van Genève en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens wordt een verzoeker die een volgend verzoek indient overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake procedures] normaliter niet de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus toegekend indien het risico van vervolging of ernstige schade gegrond is op omstandigheden die de verzoeker zelf heeft veroorzaakt nadat hij zijn land van herkomst heeft verlaten. | Schrappen |
Or. en
Motivering
The examination of an application for international protection is concerned with the question whether the applicant has a well-founded fear of persecution or whether there are serious reasons to believe that the person has a real risk of being subjected to serious harm. Whether or not such risk results from circumstances created by the applicant since leaving the country is as such not relevant to this assessment. Through Article 5(3), even when formulated as an optional provision, the proposal runs the risk of denying international protection to persons who have a well-founded fear of persecution or risk serious harm through a legally irrelevant and by definition highly subjective assessment of whether they attempted to create conditions of eligibility for international protection. Article 5(3) is both unnecessary to secure the integrity of asylum systems and liable to deprive of protection those whose protection needs arise sur place.
Amendement 376
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Onverminderd het Verdrag van Genève en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens wordt een verzoeker die een volgend verzoek indient overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake procedures] normaliter niet de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus toegekend indien het risico van vervolging of ernstige schade gegrond is op omstandigheden die de verzoeker zelf heeft veroorzaakt nadat hij zijn land van herkomst heeft verlaten. | 3. Schrappen |
Or. en
Motivering
Zelfs wanneer artikel 5, lid 3, als optionele bepaling is geformuleerd, bestaat hierbij het risico dat personen internationale bescherming wordt ontzegd die een gegronde vrees voor vervolging hebben of ernstige risico lopen, aan de hand van een juridisch irrelevante en per definitie zeer subjectieve beoordeling van de vraag of zij zelf hebben gepoogd de voorwaarden te creëren om in aanmerking te komen voor internationale bescherming.
Amendement 377
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Onverminderd het Verdrag van Genève en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens wordt een verzoeker die een volgend verzoek indient overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake procedures] normaliter niet de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus toegekend indien het risico van vervolging of ernstige schade gegrond is op omstandigheden die de verzoeker zelf heeft veroorzaakt nadat hij zijn land van herkomst heeft verlaten. | 3. Mits elk genomen besluit volledig in overeenstemming is met het Verdrag van Genève, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, kan een verzoeker die een volgend verzoek indient overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake procedures] de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus worden geweigerd indien het risico van vervolging of ernstige schade gegrond is op omstandigheden die de verzoeker zelf heeft veroorzaakt nadat hij zijn land van herkomst heeft verlaten. Hiervan worden omstandigheden uitgesloten die geen verband houden met besluiten van de verzoeker, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, zijn of haar seksuele gerichtheid en godsdienstige overtuiging die hij of zij in het land van herkomst kennelijk al in meer of mindere mate beleed. |
Or. en
Amendement 378
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Onverminderd het Verdrag van Genève en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens wordt een verzoeker die een volgend verzoek indient overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake procedures] normaliter niet de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus toegekend indien het risico van vervolging of ernstige schade gegrond is op omstandigheden die de verzoeker zelf heeft veroorzaakt nadat hij zijn land van herkomst heeft verlaten. | 3. Onverminderd het Verdrag van Genève en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens wordt een verzoeker die een verzoek om internationale bescherming indient normaliter niet de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus toegekend indien het risico van vervolging of ernstige schade gegrond is op omstandigheden die de verzoeker zelf heeft veroorzaakt nadat hij zijn land van herkomst heeft verlaten. |
Or. en
Amendement 379
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Onverminderd het Verdrag van Genève en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens wordt een verzoeker die een volgend verzoek indient overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake procedures] normaliter niet de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus toegekend indien het risico van vervolging of ernstige schade gegrond is op omstandigheden die de verzoeker zelf heeft veroorzaakt nadat hij zijn land van herkomst heeft verlaten. | 3. Onverminderd het Verdrag van Genève en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens wordt een verzoeker die een volgend verzoek indient normaliter niet de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus toegekend indien het risico van vervolging of ernstige schade gegrond is op omstandigheden die de verzoeker zelf heeft veroorzaakt nadat hij zijn land van herkomst heeft verlaten met als enige en belangrijkste reden het verkrijgen van internationale bescherming. |
Or. en
Motivering
Het is noodzakelijk om voorwaarden te creëren die iedere vorm van misbruik van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel door verzoekers om internationale bescherming voorkomen.
Amendement 380
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Actoren van vervolging of ernstige schade kunnen uitsluitend zijn: | Actoren van vervolging of ernstige schade kunnen zijn: |
Or. en
Amendement 381
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Actoren van vervolging of ernstige schade kunnen uitsluitend zijn: | Actoren van vervolging of ernstige schade zijn met name: |
Or. en
Amendement 382
Lorenzo Fontana
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) partijen of organisaties die de staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheersen; | (b) terroristische partijen of organisaties die de staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheersen; |
Or. it
Amendement 383
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) niet-overheidsactoren, indien kan worden aangetoond dat de actoren als bedoeld in de punten a) en b), inclusief internationale organisaties, geen bescherming als bedoeld in artikel 7 kunnen of willen bieden tegen vervolging of ernstige schade. | (c) niet-overheidsactoren, met uitzondering van criminele en terroristische organisaties waarbij de verzoeker vrijwillig betrokken is of was, indien kan worden aangetoond dat de actoren als bedoeld in de punten a) en b), inclusief internationale organisaties, geen bescherming als bedoeld in artikel 7 kunnen of willen bieden tegen vervolging of ernstige schade. |
Or. en
Amendement 384
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Bescherming tegen vervolging of ernstige schade kan alleen worden geboden door de volgende actoren: | 1. Bescherming tegen vervolging of ernstige schade kan alleen worden geboden door: |
Or. en
Amendement 385
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) partijen of organisaties, inclusief internationale organisaties, die de staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheersen, | Schrappen |
mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden overeenkomstig lid 2. |
|
Or. en
Motivering
Overeenkomstig artikel 1A, lid 2, van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen dat op 28 juli 1951 te Genève tot stand is gekomen, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967.
Amendement 386
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) partijen of organisaties, inclusief internationale organisaties, die de staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheersen, | Schrappen |
mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden overeenkomstig lid 2. |
|
Or. en
Motivering
According to the 1951 refugee convention, as amended in 1967, the only protection actor is the State [Art. 1A(2)]:
“For the purposes of the present Convention, the term “refugee” shall apply to any person who:
…
(2) owing to well-founded fear of being persecuted for reasons of race, religion, nationality, membership of a particular social group or political opinion, is outside the country of his nationality and is unable or, owing to such fear, is unwilling to avail himself of the protection of that country; or who, not having a nationality and being outside the country of his former habitual residence as a result of such events, is unable or, owing to such fear, is unwilling to return to it.” [country = state]
Amendement 387
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) partijen of organisaties, inclusief internationale organisaties, die de staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheersen, | Schrappen |
Or. it
Amendement 388
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
partijen of organisaties, inclusief internationale organisaties, die de staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheersen, | Schrappen |
Or. en
Motivering
Volgens het Vluchtelingenverdrag van 1951 is de staat de enige actor van bescherming [artikel 1A, lid 2]: een vluchteling is "elke persoon [die] uit gegronde vrees voor vervolging [...] de bescherming van dat land niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil inroepen, of die, indien hij geen nationaliteit bezit en ten gevolge van bovenbedoelde gebeurtenissen verblijft buiten het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, daarheen niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil terugkeren."
Amendement 389
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
partijen of organisaties, inclusief internationale organisaties, die de staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheersen, | Schrappen |
Or. en
Motivering
Overeenkomstig artikel 1A, lid 2, van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen dat op 28 juli 1951 te Genève tot stand is gekomen, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967.
Amendement 390
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden overeenkomstig lid 2. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Overeenkomstig artikel 1A, lid 2, van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen dat op 28 juli 1951 te Genève tot stand is gekomen, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967.
Amendement 391
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden overeenkomstig lid 2. | zolang zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden overeenkomstig lid 2. |
Or. en
Amendement 392
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden overeenkomstig lid 2. | zolang zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden overeenkomstig lid 2. |
Or. en
Motivering
De schaduwrapporteur is het eens met de rapporteur dat de bescherming van de verzoeker moet worden aangetoond in de praktijk en in zijn specifieke geval, niet slechts in beginsel of in het algemeen. De bevoegde autoriteit moet aantonen dat de bescherming niet uitsluitend tijdelijk en wat doeltreffendheid betreft beperkt is.
Amendement 393
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden overeenkomstig lid 2. | mits zij bereid en in staat zijn bescherming te garanderen overeenkomstig lid 2. |
Or. it
Amendement 394
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De bescherming tegen vervolging of ernstige schade is doeltreffend en van niet-tijdelijke aard. De bescherming wordt aanwezig geacht wanneer de actoren als bedoeld in lid 1 redelijke maatregelen tot voorkoming van vervolging of het lijden van ernstige schade treffen, onder andere door de instelling van een doeltreffend juridisch systeem voor de opsporing, gerechtelijke vervolging en bestraffing van handelingen die vervolging of ernstige schade vormen, en wanneer de verzoeker toegang tot dergelijke bescherming heeft. | 2. De bescherming tegen vervolging of ernstige schade is doeltreffend en van niet-tijdelijke aard. |
Or. en
Amendement 395
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De bescherming tegen vervolging of ernstige schade is doeltreffend en van niet-tijdelijke aard. De bescherming wordt aanwezig geacht wanneer de actoren als bedoeld in lid 1 redelijke maatregelen tot voorkoming van vervolging of het lijden van ernstige schade treffen, onder andere door de instelling van een doeltreffend juridisch systeem voor de opsporing, gerechtelijke vervolging en bestraffing van handelingen die vervolging of ernstige schade vormen, en wanneer de verzoeker toegang tot dergelijke bescherming heeft. | 2. De bescherming tegen vervolging of ernstige schade is doeltreffend en van niet-tijdelijke aard. |
Or. en
Amendement 396
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De bescherming tegen vervolging of ernstige schade is doeltreffend en van niet-tijdelijke aard. De bescherming wordt aanwezig geacht wanneer de actoren als bedoeld in lid 1 redelijke maatregelen tot voorkoming van vervolging of het lijden van ernstige schade treffen, onder andere door de instelling van een doeltreffend juridisch systeem voor de opsporing, gerechtelijke vervolging en bestraffing van handelingen die vervolging of ernstige schade vormen, en wanneer de verzoeker toegang tot dergelijke bescherming heeft. | 2. De bescherming tegen vervolging of ernstige schade is doeltreffend. De bescherming wordt aanwezig geacht wanneer de actoren als bedoeld in lid 1 redelijke maatregelen tot voorkoming van vervolging of het lijden van ernstige schade treffen, onder andere door de instelling van een doeltreffend juridisch systeem voor de opsporing, gerechtelijke vervolging en bestraffing van handelingen die vervolging of ernstige schade vormen, en wanneer de verzoeker toegang tot dergelijke bescherming heeft. |
Or. en
Amendement 397
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De bescherming tegen vervolging of ernstige schade is doeltreffend en van niet-tijdelijke aard. De bescherming wordt aanwezig geacht wanneer de actoren als bedoeld in lid 1 redelijke maatregelen tot voorkoming van vervolging of het lijden van ernstige schade treffen, onder andere door de instelling van een doeltreffend juridisch systeem voor de opsporing, gerechtelijke vervolging en bestraffing van handelingen die vervolging of ernstige schade vormen, en wanneer de verzoeker toegang tot dergelijke bescherming heeft. | 2. De bescherming tegen vervolging of ernstige schade is doeltreffend en van niet-tijdelijke aard. De bescherming wordt aanwezig geacht wanneer de staat redelijke maatregelen tot voorkoming van vervolging of het lijden van ernstige schade treft, onder andere door de instelling van een doeltreffend juridisch systeem voor de opsporing, gerechtelijke vervolging en bestraffing van handelingen die vervolging of ernstige schade vormen, en wanneer de verzoeker toegang tot dergelijke bescherming heeft. |
Or. en
Amendement 398
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Bij het beoordelen of een internationale organisatie een staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheerst en bescherming biedt als bedoeld in lid 2, baseren de beslissingsautoriteiten zich op de richtsnoeren van het relevante recht van de Unie, met name informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie]. | Schrappen |
Or. it
Amendement 399
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Bij het beoordelen of een internationale organisatie een staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheerst en bescherming biedt als bedoeld in lid 2, baseren de beslissingsautoriteiten zich op de richtsnoeren van het relevante recht van de Unie, met name informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie]. | 3. De beslissingsautoriteiten zorgen ervoor dat zij nauwkeurige en actuele informatie en advies verkrijgen over de situatie in het land van herkomst van alle relevante nationale, uniale en internationale bronnen, met inbegrip van het Asielagentschap van de Europese Unie, mensenrechtendeskundigen van het UNHCR en ngo's, en houden hier rekening mee. De beslissingsautoriteiten kunnen besluiten bijzondere aandacht te besteden aan informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van de situatie in specifieke landen van herkomst en de aanwijzingen als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie]. |
Or. en
Amendement 400
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Bij het beoordelen of een internationale organisatie een staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheerst en bescherming biedt als bedoeld in lid 2, baseren de beslissingsautoriteiten zich op de richtsnoeren van het relevante recht van de Unie, met name informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie]. | 3. Bij het beoordelen of een internationale organisatie een staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheerst en bescherming biedt als bedoeld in lid 2, houden de beslissingsautoriteiten rekening met en kunnen zij zich baseren op de richtsnoeren van het relevante recht van de Unie, met name informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie]. |
Or. en
Amendement 401
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Bij het beoordelen of een internationale organisatie een staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheerst en bescherming biedt als bedoeld in lid 2, baseren de beslissingsautoriteiten zich op de richtsnoeren van het relevante recht van de Unie, met name informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie]. | 3. Bij het beoordelen of een internationale organisatie een staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheerst en bescherming biedt als bedoeld in lid 2, kunnen de beslissingsautoriteiten rekening houden met de richtsnoeren van het relevante recht van de Unie, met name informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie]. |
Or. en
Amendement 402
Barbara Spinelli, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Artikel 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[...] | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het concept van internationale bescherming stamt niet uit het Vluchtelingenverdrag van 1951 en voegt een aanvullend criterium toe voor het in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus, naast de criteria waarin in artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag is voorzien, waardoor het risico ontstaat dat verzoekers die volgens het Verdrag recht hebben op bescherming, deze uit hoofde van de EU-wetgeving niet verkrijgen.
Amendement 403
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[...] | Schrappen |
Or. en
Amendement 404
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[...] | Schrappen |
Or. it
Amendement 405
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Als onderdeel van de beoordeling van een verzoek om internationale bescherming bepaalt de beslissingsautoriteit dat een verzoeker geen internationale bescherming nodig heeft indien hij op een veilige en wettige manier kan reizen naar en zich toegang kan verschaffen tot een deel van het land van herkomst en er redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt, en indien hij in dat deel van het land: | Schrappen |
(a) geen gegronde vrees heeft voor vervolging of geen reëel risico op ernstige schade loopt; of |
|
(b) toegang heeft tot bescherming tegen vervolging of ernstige schade. |
|
Or. en
Amendement 406
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Als onderdeel van de beoordeling van een verzoek om internationale bescherming bepaalt de beslissingsautoriteit dat een verzoeker geen internationale bescherming nodig heeft indien hij op een veilige en wettige manier kan reizen naar en zich toegang kan verschaffen tot een deel van het land van herkomst en er redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt, en indien hij in dat deel van het land: | 1. Als onderdeel van de beoordeling van een verzoek om internationale bescherming, en op voorwaarde dat de staat of de staatsfunctionarissen niet de actoren van vervolging of ernstige schade zijn, kan de beslissingsautoriteit bepalen dat een verzoeker geen internationale bescherming nodig heeft indien hij op een veilige en wettige manier kan reizen naar en zich toegang kan verschaffen tot een deel van het land van herkomst en er redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt, en indien hij in dat deel van het land: |
Or. en
Amendement 407
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) geen gegronde vrees heeft voor vervolging of geen reëel risico op ernstige schade loopt; of | Schrappen |
Or. en
Amendement 408
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) toegang heeft tot bescherming tegen vervolging of ernstige schade. | Schrappen |
Or. en
Amendement 409
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) toegang heeft tot bescherming tegen vervolging of ernstige schade. | (b) toegang heeft tot volledig doeltreffende en duurzame bescherming tegen vervolging of ernstige schade. |
Or. en
Amendement 410
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beoordeling van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming vindt plaats zodra de beslissingsautoriteit heeft vastgesteld dat anders de erkenningscriteria van toepassing zouden zijn. De bewijslast van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming rust bij de beslissingsautoriteit. Van de verzoeker wordt niet verlangd dat hij bewijst dat hij voorafgaand aan het verzoeken om internationale bescherming alle mogelijkheden heeft uitgeput om in zijn land van herkomst bescherming te krijgen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 411
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beoordeling van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming vindt plaats zodra de beslissingsautoriteit heeft vastgesteld dat anders de erkenningscriteria van toepassing zouden zijn. De bewijslast van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming rust bij de beslissingsautoriteit. Van de verzoeker wordt niet verlangd dat hij bewijst dat hij voorafgaand aan het verzoeken om internationale bescherming alle mogelijkheden heeft uitgeput om in zijn land van herkomst bescherming te krijgen. | 2. De beoordeling van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming vindt plaats zodra de beslissingsautoriteit heeft vastgesteld dat anders de erkenningscriteria van toepassing zouden zijn. |
Or. en
Amendement 412
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beoordeling van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming vindt plaats zodra de beslissingsautoriteit heeft vastgesteld dat anders de erkenningscriteria van toepassing zouden zijn. De bewijslast van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming rust bij de beslissingsautoriteit. Van de verzoeker wordt niet verlangd dat hij bewijst dat hij voorafgaand aan het verzoeken om internationale bescherming alle mogelijkheden heeft uitgeput om in zijn land van herkomst bescherming te krijgen. | 2. De beoordeling van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming vindt zo snel mogelijk plaats en uiterlijk op het moment dat de beslissingsautoriteit heeft vastgesteld dat anders de erkenningscriteria van toepassing zouden zijn. De bewijslast van de onbeschikbaarheid van binnenlandse bescherming rust bij de verzoeker. Van de verzoeker wordt verlangd dat hij bewijst dat hij voorafgaand aan het verzoeken om internationale bescherming alle mogelijkheden heeft uitgeput om in zijn land van herkomst bescherming te krijgen. |
Or. en
Motivering
Met name wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn dat binnenlandse bescherming in het land van herkomst beschikbaar is voor een verzoeker om internationale bescherming, is een verlengde procedure voor een voorafgaande beoordeling van de erkenningscriteria niet nodig. De volgorde van deze beoordelingen moet daarom flexibel zijn.
Amendement 413
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beoordeling van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming vindt plaats zodra de beslissingsautoriteit heeft vastgesteld dat anders de erkenningscriteria van toepassing zouden zijn. De bewijslast van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming rust bij de beslissingsautoriteit. Van de verzoeker wordt niet verlangd dat hij bewijst dat hij voorafgaand aan het verzoeken om internationale bescherming alle mogelijkheden heeft uitgeput om in zijn land van herkomst bescherming te krijgen. | 2. De beoordeling van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming kan plaatsvinden zodra de beslissingsautoriteit heeft vastgesteld dat anders de erkenningscriteria van toepassing zouden zijn. De bewijslast van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming rust bij de beslissingsautoriteit. De verzoeker werkt echter samen met de beslissingsautoriteit om vast te stellen of aan de voorwaarden voor binnenlandse bescherming is voldaan in een deel van zijn land van herkomst. |
Or. en
Motivering
Hoewel de bewijslast van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming bij de beslissingsautoriteit moet rusten, is het ook noodzakelijk dat de verzoeker de beslissingsautoriteit helpt bij het bepalen of aan de voorwaarden voor binnenlandse bescherming is voldaan, door belangrijke informatie te verstrekken en alle gestelde vragen te beantwoorden.
Amendement 414
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wat betreft de beoordeling of een verzoeker een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt, of toegang heeft tot bescherming tegen vervolging of ernstige schade in een deel van het land van herkomst overeenkomstig lid 1, houden de beslissingsautoriteiten bij hun beslissing over het verzoek rekening met de algemene omstandigheden in dat deel van het land en met de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker overeenkomstig artikel 4. Te dien einde zorgen de beslissingsautoriteiten ervoor dat nauwkeurige en actuele informatie wordt verzameld van alle relevante bronnen, met inbegrip van de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] evenals de informatie en aanwijzingen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 415
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wat betreft de beoordeling of een verzoeker een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt, of toegang heeft tot bescherming tegen vervolging of ernstige schade in een deel van het land van herkomst overeenkomstig lid 1, houden de beslissingsautoriteiten bij hun beslissing over het verzoek rekening met de algemene omstandigheden in dat deel van het land en met de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker overeenkomstig artikel 4. Te dien einde zorgen de beslissingsautoriteiten ervoor dat nauwkeurige en actuele informatie wordt verzameld van alle relevante bronnen, met inbegrip van de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] evenals de informatie en aanwijzingen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen. | 3. Wat betreft de beoordeling of een verzoeker een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt, of toegang heeft tot bescherming tegen vervolging of ernstige schade in een deel van het land van herkomst overeenkomstig lid 1, houden de beslissingsautoriteiten bij hun beslissing over het verzoek rekening met de algemene omstandigheden in dat deel van het land en met de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker overeenkomstig artikel 4. Te dien einde zorgen de beslissingsautoriteiten ervoor dat nauwkeurige en actuele informatie wordt verzameld van alle relevante bronnen, met inbegrip van de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie]. |
Or. en
Amendement 416
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wat betreft de beoordeling of een verzoeker een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt, of toegang heeft tot bescherming tegen vervolging of ernstige schade in een deel van het land van herkomst overeenkomstig lid 1, houden de beslissingsautoriteiten bij hun beslissing over het verzoek rekening met de algemene omstandigheden in dat deel van het land en met de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker overeenkomstig artikel 4. Te dien einde zorgen de beslissingsautoriteiten ervoor dat nauwkeurige en actuele informatie wordt verzameld van alle relevante bronnen, met inbegrip van de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] evenals de informatie en aanwijzingen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen. | 3. Wat betreft de beoordeling of een verzoeker een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt, of toegang heeft tot bescherming tegen vervolging of ernstige schade in een deel van het land van herkomst overeenkomstig lid 1, kunnen de beslissingsautoriteiten bij hun beslissing over het verzoek rekening houden met de algemene omstandigheden in dat deel van het land en met de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker overeenkomstig artikel 4. Te dien einde zorgen de beslissingsautoriteiten ervoor dat nauwkeurige en actuele informatie wordt verzameld van alle relevante bronnen, met inbegrip van de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] evenals de informatie en aanwijzingen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen. |
Or. en