Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
2016/0223(COD)
27.3.2017
AMENDEMENTEN
417 - 798
Ontwerpverslag
Tanja Fajon
(PE599.799v02-00)
Normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, alsook wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen
Voorstel voor een verordening
( COM(2016)0466 – C8-0324/2016 – 2016/0223(COD) )
AM_Com_LegReport
Amendement 417
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Bij het beschouwen van de algemene omstandigheden in het deel van het land waar bescherming beschikbaar is als bedoeld in artikel 7, moet rekening worden gehouden met de toegankelijkheid, doeltreffendheid en duurzaamheid van die bescherming. Bij het beschouwen van de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker moet met name rekening worden gehouden met de gezondheid, de leeftijd, het geslacht, de seksuele gerichtheid, de genderidentiteit en de sociale status van de betrokkene, en moet worden beoordeeld of het leven in het deel van het land dat als veilig wordt beschouwd, de verzoeker geen onnodige moeilijkheden zal opleveren. | Schrappen |
Or. en
Amendement 418
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Bij het beschouwen van de algemene omstandigheden in het deel van het land waar bescherming beschikbaar is als bedoeld in artikel 7, moet rekening worden gehouden met de toegankelijkheid, doeltreffendheid en duurzaamheid van die bescherming. Bij het beschouwen van de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker moet met name rekening worden gehouden met de gezondheid, de leeftijd, het geslacht, de seksuele gerichtheid, de genderidentiteit en de sociale status van de betrokkene, en moet worden beoordeeld of het leven in het deel van het land dat als veilig wordt beschouwd, de verzoeker geen onnodige moeilijkheden zal opleveren. | 4. Bij het beschouwen van de algemene omstandigheden in het deel van het land waar bescherming beschikbaar is als bedoeld in artikel 7, moet rekening worden gehouden met de toegankelijkheid, doeltreffendheid en duurzaamheid van die bescherming. Bij het beschouwen van de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker moet rekening worden gehouden met de gezondheid, de leeftijd, het geslacht, de seksuele gerichtheid, de genderidentiteit en de sociale status van de betrokkene. |
Or. en
Amendement 419
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Bij het beschouwen van de algemene omstandigheden in het deel van het land waar bescherming beschikbaar is als bedoeld in artikel 7, moet rekening worden gehouden met de toegankelijkheid, doeltreffendheid en duurzaamheid van die bescherming. Bij het beschouwen van de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker moet met name rekening worden gehouden met de gezondheid, de leeftijd, het geslacht, de seksuele gerichtheid, de genderidentiteit en de sociale status van de betrokkene, en moet worden beoordeeld of het leven in het deel van het land dat als veilig wordt beschouwd, de verzoeker geen onnodige moeilijkheden zal opleveren. | 4. Bij het beschouwen van de algemene omstandigheden in het deel van het land waar bescherming beschikbaar is als bedoeld in artikel 7, moet rekening worden gehouden met de toegankelijkheid, doeltreffendheid en duurzaamheid van die bescherming. Bij het beschouwen van de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker moet met name rekening worden gehouden met de gezondheid, de leeftijd, het geslacht, de seksuele gerichtheid, de genderidentiteit, de etnische afkomst, het behoren tot een nationale minderheid, de gezondheid en de sociale status van de betrokkene, en moet worden beoordeeld of het leven in het deel van het land dat als veilig wordt beschouwd, de verzoeker geen onnodige moeilijkheden zal opleveren. |
Or. en
Amendement 420
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Bij het beschouwen van de algemene omstandigheden in het deel van het land waar bescherming beschikbaar is als bedoeld in artikel 7, moet rekening worden gehouden met de toegankelijkheid, doeltreffendheid en duurzaamheid van die bescherming. Bij het beschouwen van de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker moet met name rekening worden gehouden met de gezondheid, de leeftijd, het geslacht, de seksuele gerichtheid, de genderidentiteit en de sociale status van de betrokkene, en moet worden beoordeeld of het leven in het deel van het land dat als veilig wordt beschouwd, de verzoeker geen onnodige moeilijkheden zal opleveren. | 4. Bij het beschouwen van de algemene omstandigheden in het deel van het land waar bescherming beschikbaar is als bedoeld in artikel 7, moet rekening worden gehouden met de toegankelijkheid en doeltreffendheid van die bescherming. Bij het beschouwen van de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker moet met name rekening worden gehouden met de gezondheid, de leeftijd, het geslacht, de seksuele gerichtheid en de sociale status van de betrokkene, en moet worden beoordeeld of het leven in het deel van het land dat als veilig wordt beschouwd, de verzoeker geen onnodige moeilijkheden zal opleveren. |
Or. en
Amendement 421
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, József Nagy, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 4 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 4 bis. Elke beslissing om geen internationale bescherming te verlenen aan een al dan niet begeleide minderjarige, op grond van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming, moet worden voorafgegaan door een formele procedure waarin de belangen van de betrokkene worden bepaald. Wanneer de verzoeker een niet-begeleide minderjarige is, dient de beschikbaarheid van passende zorg, voogdij en duurzame oplossingen voor zijn ontwikkeling deel uitmaken van de beoordeling of de bescherming binnen het individuele domein daadwerkelijk gegarandeerd is. |
Or. en
Motivering
De beslissingsautoriteit moet, ook bij het beoordelen van de voorwaarden van de binnenlandse bescherming, eerst en vooral rekening houden met het belang van het kind. De al dan niet begeleide minderjarige mag alleen naar een veilig gebied in zijn of haar land van herkomst worden teruggestuurd wanneer is vastgesteld dat aan alle voorwaarden van zijn of haar welzijn is voldaan. Dit artikel is in overeenstemming met artikel 10 van Richtlijn 2008/15/EG ("de terugkeerrichtlijn").
Amendement 422
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) zo ernstig van aard is of zo vaak voorkomt dat deze een ernstige schending vormt van de grondrechten van de mens, met name de rechten ten aanzien waarvan geen afwijking mogelijk is uit hoofde van artikel 15, lid 2, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; of | (a) zo ernstig van aard is of zo vaak voorkomt dat deze een ernstige schending vormt van de mensenrechten, met name de rechten ten aanzien waarvan geen afwijking mogelijk is uit hoofde van artikel 15, lid 2, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; of |
Or. en
Amendement 423
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) daden van lichamelijk of geestelijk geweld, inclusief seksueel geweld; | (a) daden van lichamelijk of geestelijk geweld, inclusief seksueel geweld en/of mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting; |
Or. en
Amendement 424
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) wettelijke, administratieve, politiële en/of gerechtelijke maatregelen die op zichzelf discriminerend zijn of op discriminerende wijze worden uitgevoerd; | Schrappen |
Or. en
Amendement 425
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) onevenredige of discriminerende vervolging of bestraffing; | Schrappen |
Or. en
Amendement 426
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) ontneming van de toegang tot rechtsmiddelen, waardoor een onevenredig zware of discriminerende straf wordt opgelegd; | Schrappen |
Or. en
Amendement 427
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) vervolging of bestraffing wegens de weigering militaire dienst te vervullen tijdens een conflict, wanneer het vervullen van militaire dienst strafbare feiten of handelingen inhoudt die onder het toepassingsgebied van de uitsluitingsgronden van artikel 12, lid 2, vallen; | Schrappen |
Or. en
Amendement 428
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2 – letter e bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (e bis) discriminerende of onevenredige vervolging of bestraffing die leidt tot ernstige schendingen van de grondrechten van de mens ten gevolge van het weigeren van militaire dienst op grond van morele, religieuze of politieke redenen, het behoren tot een bepaalde etniciteit of het hebben van een bepaald staatsburgerschap; |
Or. en
Motivering
Wet tegen vervolging die momenteel in het Italiaanse recht is opgenomen (wetsbesluit nr. 18 van 21 december 2014, art. 1, letter a bis).
Amendement 429
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 9– lid 2 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f) daden van genderspecifieke of kindspecifieke aard. | Schrappen |
Or. en
Amendement 430
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 9– lid 2 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f) daden van genderspecifieke of kindspecifieke aard. | (f) daden van genderspecifieke of kindspecifieke aard, zoals de rekrutering van kindsoldaten, genitale verminking, gedwongen huwelijken, kinderhandel en kinderarbeid, huiselijk geweld, mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting, schendingen van economische, sociale en culturele rechten. |
Or. en
Amendement 431
Gérard Deprez, Louis Michel
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Bij de beoordeling van de gronden voor vervolging wordt rekening gehouden met de volgende elementen: | 1. Bij de beoordeling van de gronden voor vervolging wordt door de beslissingsautoriteit rekening gehouden met de volgende elementen: |
Or. fr
Amendement 432
Lorenzo Fontana
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) het begrip "godsdienst" omvat met name theïstische, niet-theïstische en atheïstische geloofsovertuigingen, het deelnemen aan of het zich onthouden van formele erediensten in de particuliere of openbare sfeer, hetzij alleen of in gemeenschap met anderen, andere religieuze activiteiten of uitingen, dan wel vormen van persoonlijk of gemeenschappelijk gedrag die op een godsdienstige overtuiging zijn gebaseerd of daardoor worden bepaald; | (b) het begrip "godsdienst" omvat met name de religieuze overtuiging (zoals blijkt uit de vervolging van christenen in Afrika en in het Midden-Oosten), theïstische, niet-theïstische en atheïstische geloofsovertuigingen, het deelnemen aan of het zich onthouden van formele erediensten in de particuliere of openbare sfeer, hetzij alleen of in gemeenschap met anderen, andere religieuze activiteiten of uitingen, dan wel vormen van persoonlijk of gemeenschappelijk gedrag die op een godsdienstige overtuiging zijn gebaseerd of daardoor worden bepaald; |
Or. it
Amendement 433
Miltiadis Kyrkos
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) het begrip "godsdienst" omvat met name theïstische, niet-theïstische en atheïstische geloofsovertuigingen, het deelnemen aan of het zich onthouden van formele erediensten in de particuliere of openbare sfeer, hetzij alleen of in gemeenschap met anderen, andere religieuze activiteiten of uitingen, dan wel vormen van persoonlijk of gemeenschappelijk gedrag die op een godsdienstige overtuiging zijn gebaseerd of daardoor worden bepaald; | (b) het begrip "godsdienst", "theïstische geloofsovertuigingen" of "niet-theïstische geloofsovertuigingen" omvat het houden van, deelnemen aan of het zich onthouden van formele erediensten in de particuliere of openbare sfeer, hetzij alleen of in gemeenschap met anderen, andere religieuze activiteiten of uitingen, dan wel vormen van persoonlijk of gemeenschappelijk gedrag die op een godsdienstige overtuiging zijn gebaseerd of daardoor worden bepaald; |
Or. en
Amendement 434
Traian Ungureanu, Artis Pabriks, Tomáš Zdechovský, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) het begrip "specifieke sociale groep" omvat met name een groep: | Schrappen |
– waarvan de leden een aangeboren kenmerk vertonen of een gemeenschappelijke achtergrond hebben die niet gewijzigd kan worden, of een kenmerk of geloof delen dat voor de identiteit of de morele integriteit van de betrokkenen dermate fundamenteel is, dat van de betrokkenen niet mag worden geëist dat zij dit opgeven, en |
|
– die in het betrokken land een eigen identiteit heeft, omdat zij in haar directe omgeving als afwijkend wordt beschouwd; |
|
Afhankelijk van de omstandigheden in het land van herkomst kan een specifieke sociale groep een groep zijn die als gemeenschappelijk kenmerk seksuele gerichtheid heeft (deze term kan geen handelingen omvatten die volgens het nationale recht van de lidstaten als strafbaar worden beschouwd); er wordt terdege rekening gehouden met genderaspecten, waaronder genderidentiteit, wanneer moet worden vastgesteld of iemand tot een specifieke sociale groep behoort of wanneer een kenmerk van een dergelijke groep wordt geïdentificeerd; |
|
Or. en
Amendement 435
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – letter d – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) het begrip "specifieke sociale groep" omvat met name een groep: | (d) het begrip "het behoren tot een specifieke sociale groep" omvat met name een groep: |
Or. en
Amendement 436
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – letter d – streepje 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
– waarvan de leden een aangeboren kenmerk vertonen of een gemeenschappelijke achtergrond hebben die niet gewijzigd kan worden, of een kenmerk of geloof delen dat voor de identiteit of de morele integriteit van de betrokkenen dermate fundamenteel is, dat van de betrokkenen niet mag worden geëist dat zij dit opgeven, en | – waarvan de leden een aangeboren kenmerk vertonen of een gemeenschappelijke achtergrond hebben die niet gewijzigd kan worden, of een kenmerk of geloof delen dat voor de identiteit of de morele integriteit van de betrokkenen dermate fundamenteel is, dat van de betrokkenen niet mag worden geëist dat zij dit opgeven, of |
Or. it
Amendement 437
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – letter d – streepje 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
– waarvan de leden een aangeboren kenmerk vertonen of een gemeenschappelijke achtergrond hebben die niet gewijzigd kan worden, of een kenmerk of geloof delen dat voor de identiteit of de morele integriteit van de betrokkenen dermate fundamenteel is, dat van de betrokkenen niet mag worden geëist dat zij dit opgeven, en | – waarvan de leden een aangeboren kenmerk vertonen of een gemeenschappelijke achtergrond hebben die niet gewijzigd kan worden, of een kenmerk of geloof delen dat voor de identiteit of de morele integriteit van de betrokkenen dermate fundamenteel is, dat van de betrokkenen niet mag worden geëist dat zij dit opgeven, of |
Or. en
Amendement 438
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – letter d – streepje 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
– waarvan de leden een aangeboren kenmerk vertonen of een gemeenschappelijke achtergrond hebben die niet gewijzigd kan worden, of een kenmerk of geloof delen dat voor de identiteit of de morele integriteit van de betrokkenen dermate fundamenteel is, dat van de betrokkenen niet mag worden geëist dat zij dit opgeven, en | – waarvan de leden een aangeboren kenmerk vertonen of een gemeenschappelijke achtergrond hebben die niet gewijzigd kan worden, of een kenmerk of geloof delen dat voor de identiteit of de morele integriteit van de betrokkenen dermate fundamenteel is, dat van de betrokkenen niet mag worden geëist dat zij dit opgeven, of |
Or. en
Amendement 439
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – letter d – streepje 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
– waarvan de leden een aangeboren kenmerk vertonen of een gemeenschappelijke achtergrond hebben die niet gewijzigd kan worden, of een kenmerk of geloof delen dat voor de identiteit of de morele integriteit van de betrokkenen dermate fundamenteel is, dat van de betrokkenen niet mag worden geëist dat zij dit opgeven, en | – waarvan de leden een aangeboren kenmerk vertonen of een gemeenschappelijke achtergrond hebben die niet gewijzigd kan worden, of een kenmerk of geloof delen dat voor de identiteit of de morele integriteit van de betrokkenen dermate fundamenteel is, dat van de betrokkenen niet mag worden geëist dat zij dit opgeven, of |
Or. en
Amendement 440
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – letter d – streepje 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
die in het betrokken land een eigen identiteit heeft, omdat zij in haar directe omgeving als afwijkend wordt beschouwd; | die in het betrokken land een aantoonbare eigen identiteit heeft, omdat zij in haar directe omgeving als afwijkend wordt beschouwd; |
Or. en
Amendement 441
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – letter d – streepje 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Afhankelijk van de omstandigheden in het land van herkomst kan een specifieke sociale groep een groep zijn die als gemeenschappelijk kenmerk seksuele gerichtheid heeft (deze term kan geen handelingen omvatten die volgens het nationale recht van de lidstaten als strafbaar worden beschouwd); er wordt terdege rekening gehouden met genderaspecten, waaronder genderidentiteit, wanneer moet worden vastgesteld of iemand tot een specifieke sociale groep behoort of wanneer een kenmerk van een dergelijke groep wordt geïdentificeerd; | Schrappen |
Or. en
Amendement 442
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – letter d – streepje 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Afhankelijk van de omstandigheden in het land van herkomst kan een specifieke sociale groep een groep zijn die als gemeenschappelijk kenmerk seksuele gerichtheid heeft (deze term kan geen handelingen omvatten die volgens het nationale recht van de lidstaten als strafbaar worden beschouwd); er wordt terdege rekening gehouden met genderaspecten, waaronder genderidentiteit, wanneer moet worden vastgesteld of iemand tot een specifieke sociale groep behoort of wanneer een kenmerk van een dergelijke groep wordt geïdentificeerd; | afhankelijk van de omstandigheden in het land van herkomst heeft het begrip onder meer betrekking op een groep die als gemeenschappelijke kenmerken seksuele gerichtheid en genderaspecten, waaronder genderidentiteit, heeft; er wordt terdege rekening gehouden met deze aspecten wanneer moet worden vastgesteld of iemand tot een specifieke sociale groep behoort of wanneer een kenmerk van een dergelijke groep wordt geïdentificeerd; |
Or. it
Amendement 443
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – letter d – streepje 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Afhankelijk van de omstandigheden in het land van herkomst kan een specifieke sociale groep een groep zijn die als gemeenschappelijk kenmerk seksuele gerichtheid heeft (deze term kan geen handelingen omvatten die volgens het nationale recht van de lidstaten als strafbaar worden beschouwd); er wordt terdege rekening gehouden met genderaspecten, waaronder genderidentiteit, wanneer moet worden vastgesteld of iemand tot een specifieke sociale groep behoort of wanneer een kenmerk van een dergelijke groep wordt geïdentificeerd; | afhankelijk van de omstandigheden in het land van herkomst is een specifieke sociale groep een groep die als gemeenschappelijk kenmerk seksuele gerichtheid heeft (deze term kan geen handelingen omvatten die volgens het nationale recht van de lidstaten als strafbaar worden beschouwd); er wordt terdege rekening gehouden met genderaspecten, waaronder genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken wanneer moet worden vastgesteld of iemand tot een specifieke sociale groep behoort of wanneer een kenmerk van een dergelijke groep wordt geïdentificeerd; |
Or. en
Amendement 444
Barbara Spinelli, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – letter d – streepje 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Afhankelijk van de omstandigheden in het land van herkomst kan een specifieke sociale groep een groep zijn die als gemeenschappelijk kenmerk seksuele gerichtheid heeft (deze term kan geen handelingen omvatten die volgens het nationale recht van de lidstaten als strafbaar worden beschouwd); er wordt terdege rekening gehouden met genderaspecten, waaronder genderidentiteit, wanneer moet worden vastgesteld of iemand tot een specifieke sociale groep behoort of wanneer een kenmerk van een dergelijke groep wordt geïdentificeerd; | afhankelijk van de omstandigheden in het land van herkomst is een specifieke sociale groep een groep die als gemeenschappelijke kenmerken seksuele gerichtheid en genderaspecten heeft en/of die het slachtoffer is geweest of gevaar loopt dat te worden van mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting, waaronder genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken. Met die aspecten wordt terdege rekening gehouden wanneer moet worden vastgesteld of iemand tot een specifieke sociale groep behoort of wanneer een kenmerk van een dergelijke groep wordt geïdentificeerd; |
Or. en
Motivering
Theshadow rapporteur agrees with the rapporteur that linking sexual orientation toacts considered criminal is out of place and should be removed. Sexualorientation in legislation can never mean acts considered to be criminal and hasno legal added-value since the concept of sexual orientation is clearly definedin European treaties and EU law, and thus also recognised in national law. The addition of “gender expression” to the definition of“particular social group” follows in particular a European Court of HumanRights ruling where it was clarified that individuals can be at particular riskof ill-treatment (under Article 3 ECHR) in third countries where they areperceived as not conforming to the gender roles ascribed to them by society,tradition and even the legal system (N v. Sweden, Application no. 23505/09).
Amendement 445
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) het begrip "politieke overtuiging" houdt met name onder meer in dat de betrokkene een opvatting, gedachte of mening heeft betreffende een aangelegenheid die verband houdt met de in artikel 6 genoemde potentiële actoren van vervolging en hun beleid of methoden, ongeacht of de verzoeker zich in zijn handelen door deze opvatting, gedachte of mening heeft laten leiden. | (e) het begrip "politieke overtuiging" houdt met name onder meer in dat de betrokkene een opvatting, gedachte of mening heeft betreffende een aangelegenheid die verband houdt met de in artikel 6 genoemde potentiële actoren van vervolging en hun beleid of methoden. |
Or. en
Amendement 446
Gérard Deprez, Louis Michel
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Bij het beoordelen of de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is, doet het niet ter zake of de verzoeker in werkelijkheid de raciale, godsdienstige, nationale, sociale of politieke kenmerken vertoont die aanleiding geven tot de vervolging indien deze kenmerken hem door de actor van de vervolging worden toegeschreven. | 2. Bij het beoordelen of de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is, doet het voor de beslissingsautoriteit niet ter zake of de verzoeker in werkelijkheid de raciale, godsdienstige, nationale, sociale of politieke kenmerken vertoont die aanleiding geven tot de vervolging indien deze kenmerken hem door de actor van de vervolging worden toegeschreven. |
Or. fr
Amendement 447
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Bij het beoordelen of de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is, doet het niet ter zake of de verzoeker in werkelijkheid de raciale, godsdienstige, nationale, sociale of politieke kenmerken vertoont die aanleiding geven tot de vervolging indien deze kenmerken hem door de actor van de vervolging worden toegeschreven. | 2. Bij het beoordelen of de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is, doet het niet ter zake of de verzoeker in werkelijkheid de raciale, godsdienstige, nationale, sociale of politieke kenmerken vertoont die aanleiding geven tot de vervolging indien deze kenmerken hem door de actor van de vervolging aantoonbaar worden toegeschreven. |
Or. en
Amendement 448
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Bij het beoordelen of de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is, doet het niet ter zake of de verzoeker in werkelijkheid de raciale, godsdienstige, nationale, sociale of politieke kenmerken vertoont die aanleiding geven tot de vervolging indien deze kenmerken hem door de actor van de vervolging worden toegeschreven. | 2. Bij het beoordelen of de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is, doet het niet ter zake of de verzoeker in werkelijkheid de raciale, etnische, godsdienstige, nationale, sociale of politieke kenmerken vertoont die aanleiding geven tot de vervolging indien deze kenmerken hem door de actor van de vervolging worden toegeschreven. |
Or. en
Amendement 449
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Bij het beoordelen of de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is, kan de beslissingsautoriteit niet redelijkerwijs van een verzoeker verwachten dat hij zich, om risico van vervolging in zijn land van herkomst te voorkomen, met betrekking tot bepaalde gedragingen discreet opstelt of zich van bepaalde praktijken onthoudt wanneer deze gedragingen of praktijken inherent zijn aan zijn identiteit. | Schrappen |
Or. en
Amendement 450
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Bij het beoordelen of de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is, kan de beslissingsautoriteit niet redelijkerwijs van een verzoeker verwachten dat hij zich, om risico van vervolging in zijn land van herkomst te voorkomen, met betrekking tot bepaalde gedragingen discreet opstelt of zich van bepaalde praktijken onthoudt wanneer deze gedragingen of praktijken inherent zijn aan zijn identiteit. | 3. Bij het beoordelen of de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is, kan de beslissingsautoriteit niet redelijkerwijs van een verzoeker verwachten dat hij zich, om risico van vervolging in zijn land van herkomst te voorkomen, met betrekking tot bepaalde gedragingen discreet opstelt of zich van bepaalde praktijken onthoudt wanneer deze gedragingen of praktijken inherent zijn aan zijn identiteit, op voorwaarde dat die praktijken en gedragingen niet indruisen tegen de wetten en normen van de Unie. |
Or. en
Amendement 451
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Bij het beoordelen of de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is, kan de beslissingsautoriteit niet redelijkerwijs van een verzoeker verwachten dat hij zich, om risico van vervolging in zijn land van herkomst te voorkomen, met betrekking tot bepaalde gedragingen discreet opstelt of zich van bepaalde praktijken onthoudt wanneer deze gedragingen of praktijken inherent zijn aan zijn identiteit. | 3. Bij het beoordelen of de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is, kan de beslissingsautoriteit niet redelijkerwijs van een verzoeker verwachten dat hij zich, om risico van vervolging in zijn land van herkomst te voorkomen, met betrekking tot bepaalde gedragingen discreet opstelt of zich van bepaalde praktijken onthoudt wanneer deze gedragingen of praktijken inherent zijn aan zijn identiteit of morele integriteit. |
Or. en
Motivering
De schaduwrapporteur is het er met de rapporteur over eens dat de term 'identiteit' restrictief is. Ook iemands morele integriteit kan aanleiding geven tot gegronde vrees voor vervolging. Dit strookt eveneens met de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie in gevoegde zaken C-71/11 en C-99/11.
Amendement 452
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Bij het beoordelen of de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is, kan de beslissingsautoriteit niet redelijkerwijs van een verzoeker verwachten dat hij zich, om risico van vervolging in zijn land van herkomst te voorkomen, met betrekking tot bepaalde gedragingen discreet opstelt of zich van bepaalde praktijken onthoudt wanneer deze gedragingen of praktijken inherent zijn aan zijn identiteit. | 3. Bij het beoordelen of de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is, kan de beslissingsautoriteit niet redelijkerwijs van een verzoeker verwachten dat hij zich, om risico van vervolging in zijn land van herkomst te voorkomen, met betrekking tot bepaalde gedragingen discreet opstelt of zich van bepaalde praktijken onthoudt wanneer deze gedragingen of praktijken inherent zijn aan zijn identiteit of morele integriteit. |
Or. en
Amendement 453
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 11 | Schrappen |
Beëindiging |
|
1. Een onderdaan van een derde land of staatloze houdt op vluchteling te zijn als een of meer van de volgende situaties van toepassing zijn: |
|
(a) de persoon heeft vrijwillig opnieuw de bescherming ingeroepen van het land van zijn nationaliteit; |
|
(b) de persoon heeft na verlies van zijn nationaliteit deze vrijwillig opnieuw verworven; |
|
(c) de persoon heeft een nieuwe nationaliteit verworven en geniet de bescherming van het land van zijn nieuwe nationaliteit; |
|
(d) de persoon heeft zich vrijwillig opnieuw gevestigd in het land dat hij had verlaten of waarbuiten hij zich bevond uit vrees voor vervolging; |
|
(e) de persoon kan, omdat de omstandigheden in verband waarmee hij als vluchteling werd erkend, hebben opgehouden te bestaan, niet langer weigeren zich onder de bescherming te stellen van het land van zijn nationaliteit; |
|
(f) de staatloze persoon kan terugkeren naar het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, omdat de omstandigheden in verband waarmee hij als vluchteling is erkend, hebben opgehouden te bestaan. |
|
De punten e) en f) zijn niet van toepassing op een vluchteling die dwingende redenen, voortvloeiende uit vroegere vervolging, kan aanvoeren om te weigeren de bescherming van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, of, in het geval van een staatloze, van het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, in te roepen. |
|
2. Wanneer de punten e) en f) van lid 1 van toepassing zijn, |
|
(a) gaat de beslissingsautoriteit na of de verandering van de omstandigheden een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft om de gegronde vrees van de vluchteling voor vervolging weg te nemen; |
|
(b) baseert de beslissingsautoriteit zich op nauwkeurige en actuele informatie die zij verzamelt van alle relevante bronnen, met inbegrip van de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] of de informatie en aanwijzingen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen. |
|
Or. en
Amendement 454
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 1 – alinea 1 – letter f bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (f bis) de persoon onderduikt buiten het rechtsgebied van zijn gastlidstaat. |
Or. en
Amendement 455
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De punten e) en f) zijn niet van toepassing op een vluchteling die dwingende redenen, voortvloeiende uit vroegere vervolging, kan aanvoeren om te weigeren de bescherming van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, of, in het geval van een staatloze, van het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, in te roepen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 456
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, József Nagy
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De punten e) en f) zijn niet van toepassing op een vluchteling die dwingende redenen, voortvloeiende uit vroegere vervolging, kan aanvoeren om te weigeren de bescherming van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, of, in het geval van een staatloze, van het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, in te roepen. | De punten e) en f) zijn niet van toepassing op een vluchteling die kan aantonen dat er dwingende redenen, voortvloeiende uit vroegere vervolging, bestaan om te weigeren de bescherming van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, of, in het geval van een staatloze, van het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, in te roepen. |
Or. en
Motivering
Er mag alleen van de punten e) en f) van artikel 11 worden afgeweken wanneer de vluchteling kan aantonen dat er redenen zijn, gekoppeld aan vroegere vervolging, die inbreuk maken op zijn/haar recht van bescherming in het land waarvan hij/zij de nationaliteit bezit, of, in het geval van een staatloze, van het land waar hij/zij vroeger zijn/haar gewone verblijfplaats had. Deze bepaling helpt misbruik van het CEAS te voorkomen.
Amendement 457
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. De lidstaten kunnen, als laatste redmiddel, besluiten dat een onderdaan van een derde land of staatloze die in aanmerking komt voor erkenning als vluchteling, maar die voortdurend weigert om zich actief te integreren, niet langer in aanmerking kan komen voor internationale bescherming. |
Or. en
Amendement 458
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 2 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) gaat de beslissingsautoriteit na of de verandering van de omstandigheden een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft om de gegronde vrees van de vluchteling voor vervolging weg te nemen; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Dezelfde waarborgen als al gegarandeerd in lid 1, onder e) en f), van dit artikel.
Amendement 459
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) baseert de beslissingsautoriteit zich op nauwkeurige en actuele informatie die zij verzamelt van alle relevante bronnen, met inbegrip van de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] of de informatie en aanwijzingen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen. | (b) kan de beslissingsautoriteit zich baseren op nauwkeurige en actuele informatie die zij verzamelt van alle relevante bronnen, met inbegrip van de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie]. |
Or. en
Amendement 460
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) baseert de beslissingsautoriteit zich op nauwkeurige en actuele informatie die zij verzamelt van alle relevante bronnen, met inbegrip van de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] of de informatie en aanwijzingen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen. | (b) houdt de beslissingsautoriteit rekening met nauwkeurige en actuele informatie die zij verzamelt van alle relevante bronnen, met inbegrip van de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] of de informatie en aanwijzingen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen. |
Or. en
Amendement 461
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Een onderdaan van een derde land of staatloze wordt uitgesloten van de vluchtelingenstatus wanneer: | 1. Een onderdaan van een derde land of staatloze wordt uitgesloten van het toepassingsgebied van deze verordening wanneer: |
Or. en
Motivering
De schaduwrapporteur is het er met de rapporteur over eens dat artikel 1, onder D), van het Verdrag van Genève de "vluchtelingenstatus" niet weigert aan bepaalde categorieën personen. Zij worden eenvoudigweg uitgesloten van de rechten en voordelen uit hoofde van het verdrag. Aangezien dit artikel ook op artikel 1, onder D), van het Verdrag van Genève is gebaseerd, dient deze aanpak eveneens te worden gevolgd in deze verordening.
Amendement 462
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) hij onder artikel 1, onder D, van het Verdrag van Genève valt, dat betrekking heeft op de bescherming of bijstand van andere organen of instellingen van de Verenigde Naties dan de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen. Is die bescherming of bijstand om welke reden ook opgehouden zonder dat de positie van de betrokkene definitief geregeld is in overeenstemming met de desbetreffende resoluties van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, dan heeft de betrokkene op grond van dit feit recht op de voorzieningen uit hoofde van deze verordening; | (a) hij onder artikel 1, onder D, van het Verdrag van Genève valt, dat betrekking heeft op de bescherming of bijstand van andere organen of instellingen van de Verenigde Naties dan de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen. Is die bescherming of bijstand om welke reden ook opgehouden zonder dat de positie van de betrokkene definitief geregeld is in overeenstemming met de desbetreffende resoluties van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, dan heeft de betrokkene op grond van dit feit recht op de voorzieningen uit hoofde van deze richtlijn; |
Or. en
Amendement 463
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 1 – letter b bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| b bis) Palestijnen die binnen het toepassingsgebied van artikel 12, lid 1, vallen, worden met name in het toepassingsgebied van deze verordening opgenomen indien: |
| – UNRWA als organisatie wordt stopgezet of als de activiteiten ervan worden beëindigd of om eender welke objectieve reden waarover de betrokkene geen controle heeft zodat die betrokkene geen beroep (meer) kan doen op de bescherming of bijstand van UNRWA; |
| – een persoon, die daadwerkelijk een beroep heeft gedaan op dergelijke bescherming of bijstand, deze niet langer ontvangt omwille van een reden waarover hij geen controle heeft en buiten zijn wil. |
Or. en
Motivering
According to the “Note on UNHCR’s Interpretation of Article 1D of the 1951 Convention relating to the Status of Refugees and Article 12(1)(a) of the EU Qualification Directive” in the context of Palestinian refugees seeking international protection, the phrase “ceased for any reason” in the second paragraph of Article 1D of the 1951 Convention/Article 12(1)(a) of the Qualification Directive should not be interpreted restrictively.
Broadly similar to UNHCR’s position, the CJEU in Case C-364/11 held that the phrase “when such protection or assistance has ceased for any reason” (without the position of those persons concerned being definitely settled in accordance with the relevant UN General Assembly resolutions) includes the following situations:
• Situations where a person who, after actually availing him/herself of UNRWA’s assistance, ceases to receive it for a reason beyond his/her control and
• independent of his/her volition which forces him/her to leave the UNRWA area and therefore prevents him/her from receiving UNRWA’s assistance. This includes situations where a Palestinian refugee has been forced to leave UNRWA’s area of operation where his/her personal safety is at serious risk and if it is impossible for UNRWA to guarantee his/her living conditions in accordance with that organization’s mission.
• The cessation of UNRWA as an agency or the cessation of UNRWA’s activities. This would include the fact that it has become impossible for UNRWA to carry out its mission. However, the CJEU noted that it is primarily the actual assistance provided by UNRWA and not the existence of UNRWA as an agency that must cease in order for the second sentence of Article 12(1)(a) to be triggered.
Amendement 464
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 2 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Een onderdaan van een derde land of staatloze wordt uitgesloten van de vluchtelingenstatus wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat: | 2. Een onderdaan van een derde land of staatloze kan worden uitgesloten van de vluchtelingenstatus wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat: |
Or. en
Amendement 465
Traian Ungureanu, Artis Pabriks, Kinga Gál, Pál Csáky, Tomáš Zdechovský, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 2 – letter a bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (a bis) hij terroristische misdrijven heeft gepland, bevorderd of eraan heeft deelgenomen; |
Or. en
Amendement 466
Traian Ungureanu, Artis Pabriks, Kinga Gál, Pál Csáky, Tomáš Zdechovský, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 2 – letter a ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (a ter) hij heeft deelgenomen aan de activiteiten van een terroristische groepering, onder meer door informatie of materiële middelen te verstrekken, of door de activiteiten ervan op een of andere manier te financieren; |
Or. en
Amendement 467
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) hij buiten het land van toevlucht een ernstig, niet-politiek misdrijf heeft begaan voordat hij tot dit land als vluchteling is toegelaten, dat wil zeggen voorafgaand aan de afgifte van een verblijfstitel op grond van de toekenning van de vluchtelingenstatus; bijzonder wrede handelingen kunnen, zelfs indien zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd, als ernstige, niet-politieke misdrijven worden aangemerkt; | (b) hij een ernstig, niet-politiek misdrijf heeft begaan voordat hij tot dit land als vluchteling is toegelaten, dat wil zeggen voorafgaand aan de afgifte van een verblijfstitel op grond van de toekenning van de vluchtelingenstatus; bijzonder wrede handelingen kunnen, zelfs indien zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd, als ernstige, niet-politieke misdrijven worden aangemerkt; |
Or. en
Amendement 468
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 2 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) hij onderduikt buiten het rechtsgebied van zijn gastlidstaat. |
Or. en
Amendement 469
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Lid 2 is van toepassing op personen die aanzetten tot of anderszins deelnemen aan de daarin genoemde misdrijven of daden. | Schrappen |
Or. en
Motivering
The Treaties prescribe that the European common policy on asylum be in accordance with the Geneva Convention relating to the status of refugees and other relevant treaties (see, among others, Article 18 of the Charter, which states that “the right to asylum shall be guaranteed with due respect for the rules of the Geneva Convention”). Nevertheless the corresponding article of the Convention (Article 1F) does not include in its scope “persons who incite or otherwise participate in the commission of the crimes or acts mentioned therein”. UNHCR had already proposed the deletion of Article 12 (3) in 2009 in its comments to the previous revision of the Directive, as it could lead Member States to
exclude persons lacking the intent to commit crimes, who thus could not be deemed
individually responsible under international criminal law.
See: UNHCR comments on the European Commission’s proposal for a Directive of the
European Parliament and of the Council on minimum standards for the qualification and status of third country nationals or stateless persons as beneficiaries of international protection and the content of the protection granted
( COM(2009)551 , 21 October 2009)
Amendement 470
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 bis. De in lid 2 bedoelde uitsluitingsgronden gelden niet voor minderjarigen. |
Or. en
Amendement 471
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 bis. De in lid 2 bedoelde uitsluitingsgronden gelden niet voor minderjarigen. |
Or. en
Amendement 472
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 3 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 ter. De lidstaten mogen lid 2, onder c), slechts toepassen na met betrekking tot de individuele persoon de haar ter kennis gebrachte specifieke feiten te hebben onderzocht om uit te maken of er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de daden van de betrokkene, die voor het overige voldoet aan de criteria om de vluchtelingenstatus te krijgen, onder die bepaalde uitsluitingsgrond vallen. |
Or. en
Motivering
Dit lid is in overeenstemming met de rechtspraak van het Hof van Justitie (zie arrest van 9 november 2010, B en D, C-57/09 en C-101/09, punten 87 en 94, en arrest van 31 januari 2017, Mostafa Lounani, C-573/14, punt 72).
Amendement 473
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 3 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 ter. Alle personen voor wie de in lid 2 bedoelde uitsluitingsgronden gelden, krijgen toegang tot daadwerkelijke rechtsmiddelen tegen de beslissing. |
Or. en
Amendement 474
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Voor de toepassing van lid 2, onder b), en c), worden de volgende daden als ernstige, niet-politieke misdrijven aangemerkt: | Schrappen |
(a) bijzonder wrede handelingen, wanneer de daad in kwestie niet in verhouding staat tot het beweerde politieke doel, |
|
(b) terroristische daden, die worden gekenmerkt door geweld tegen de burgerbevolking, ook wanneer zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd. |
|
Or. en
Amendement 475
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Voor de toepassing van lid 2, onder b), en c), worden de volgende daden als ernstige, niet-politieke misdrijven aangemerkt: | Schrappen |
(a) bijzonder wrede handelingen, wanneer de daad in kwestie niet in verhouding staat tot het beweerde politieke doel, |
|
(b) terroristische daden, die worden gekenmerkt door geweld tegen de burgerbevolking, ook wanneer zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd. |
|
Or. en
Amendement 476
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Voor de toepassing van lid 2, onder b), en c), worden de volgende daden als ernstige, niet-politieke misdrijven aangemerkt: | Schrappen |
(a) bijzonder wrede handelingen, wanneer de daad in kwestie niet in verhouding staat tot het beweerde politieke doel, |
|
(b) terroristische daden, die worden gekenmerkt door geweld tegen de burgerbevolking, ook wanneer zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd. |
|
Or. en
Motivering
De schaduwrapporteur is het eens met de motivering van de rapporteur (voor het gehele lid 5, dus ook voor de volgende twee schrappingen) waar zij stelt dat de rechtspraak van het HvJ, waarnaar verwezen wordt in overweging 31, een interpretatie geeft van de bepalingen van het bestaande artikel 12, lid 2, onder b) en c). Het toevoegen van een extra lid aan het artikel schept enkel verwarring. De interpretatie van het HvJ wordt uiteengezet in overweging 31. Die is duidelijk en afdoende om artikel 12, lid 2, onder b) en c), te interpreteren voor wat terrorisme en met name wrede handelingen betreft. Lid 5 moet daarom worden geschrapt.
Amendement 477
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 5 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Voor de toepassing van lid 2, onder b), en c), worden de volgende daden als ernstige, niet-politieke misdrijven aangemerkt: | 5. Voor de toepassing van lid 2, onder c) worden de volgende aspecten van bijzonder belang geacht voor het vaststellen van de autoriteit tijdens de individuele beoordeling: |
Or. en
Amendement 478
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 5 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) bijzonder wrede handelingen, wanneer de daad in kwestie niet in verhouding staat tot het beweerde politieke doel, | Schrappen |
Or. en
Amendement 479
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 5 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) bijzonder wrede handelingen, wanneer de daad in kwestie niet in verhouding staat tot het beweerde politieke doel, | Schrappen |
Or. en
Amendement 480
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, József Nagy, Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 5 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) bijzonder wrede handelingen, wanneer de daad in kwestie niet in verhouding staat tot het beweerde politieke doel, | (a) deelname aan de activiteiten van een terroristische groepering zelfs als niet is vastgesteld dat de betrokkene een terroristische daad zoals gedefinieerd in de resoluties van de VN-Veiligheidsraad heeft gepleegd, dan wel daartoe een poging heeft ondernomen of daarmee heeft gedreigd; |
Or. en
Amendement 481
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 5 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) terroristische daden, die worden gekenmerkt door geweld tegen de burgerbevolking, ook wanneer zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd. | Schrappen |
Or. en
Amendement 482
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 5 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) terroristische daden, die worden gekenmerkt door geweld tegen de burgerbevolking, ook wanneer zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd. | Schrappen |
Or. en
Amendement 483
Monika Hohlmeier
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 5 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) terroristische daden, die worden gekenmerkt door geweld tegen de burgerbevolking, ook wanneer zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd. | (b) terroristische daden, die worden gekenmerkt door geweld tegen de burgerbevolking, ook wanneer zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd en betrokkenheid bij de voorbereiding van een dergelijke terroristische daad of het verlenen van steun aan een terroristische groepering zoals vastgesteld in Richtlijn (2017/XXX) inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ inzake terrorismebestrijding. |
Or. en
Motivering
Dit amendement stemt overeen met de nieuwe overweging 31 bis. Beide amendementen verwijzen naar arrest C-573/14 van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat de voorbereiding van een terroristische daad of de steun aan een terreurnetwerk interpreteert als een grond voor uitsluiting van de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus.
Amendement 484
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 5 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) terroristische daden, die worden gekenmerkt door geweld tegen de burgerbevolking, ook wanneer zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd. | (b) de planning, het aanzetten of het bijdragen tot of de uitvoering van terroristische daden, die worden gekenmerkt door geweld tegen de burgerbevolking, ook wanneer zij met een beweerd politiek of religieus oogmerk zijn uitgevoerd. |
Or. en
Amendement 485
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, József Nagy, Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 5 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) terroristische daden, die worden gekenmerkt door geweld tegen de burgerbevolking, ook wanneer zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd. | (b) een veroordeling door de rechtbanken van een lidstaat in een aanklacht betreffende deelname aan de activiteiten van een terroristische groepering; of |
Or. en
Amendement 486
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 5 – letter b bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (b bis) ernstige misdrijven tegen seksuele zelfbeschikking als vastgesteld in het nationaal recht van de lidstaten, zoals verkrachting of ontucht/seks met minderjarigen. |
Or. en
Amendement 487
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, József Nagy, Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 5 – letter b bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (b bis) leiding geven aan een terroristische groepering. |
Or. en
Amendement 488
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De uitsluiting van een persoon van de vluchtelingenstatus is uitsluitend afhankelijk van het al dan niet voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de leden 1 tot en met 5, en er wordt geen aanvullende evenredigheidsbeoordeling uitgevoerd van individuele gevallen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 489
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De uitsluiting van een persoon van de vluchtelingenstatus is uitsluitend afhankelijk van het al dan niet voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de leden 1 tot en met 5, en er wordt geen aanvullende evenredigheidsbeoordeling uitgevoerd van individuele gevallen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 490
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De uitsluiting van een persoon van de vluchtelingenstatus is uitsluitend afhankelijk van het al dan niet voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de leden 1 tot en met 5, en er wordt geen aanvullende evenredigheidsbeoordeling uitgevoerd van individuele gevallen. | Schrappen |
Or. en
Motivering
The shadow rapporteur agrees with the rapporteur’s assessment that “the Commission's proposed text in Article 12(6) is terribly confusing insofar as it refers to case law. The principle of proportionality is a general principle of Union law. The CJEU, in its case-law, has stated that whether someone is refused refugee status on the grounds laid down in Article 12 depends on an assessment of the “seriousness of the acts committed”, which in turn requires taking account of “all the circumstances surrounding the acts in question and the situation of that person”. This inevitably requires a proportionality test. The Commission proposal is misleading in that regard and should be deleted.”
Amendement 491
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Intrekking, beëindiging of weigering tot verlenging van de vluchtelingenstatus | Stopzetting van de vluchtelingenstatus |
| (Deze wijziging geldt voor de gehele wetstekst; goedkeuring ervan brengt technische aanpassingen in de gehele tekst mee.) |
Or. en
Amendement 492
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit trekt de vluchtelingenstatus van een onderdaan van een derde land of staatloze in, beëindigt deze of weigert deze te verlengen indien: | 1. De beslissingsautoriteit kan de vluchtelingenstatus van een onderdaan van een derde land of staatloze intrekken, beëindigen of weigeren te verlengen indien: |
Or. it
Amendement 493
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de persoon feiten verkeerd heeft weergegeven of heeft achtergehouden, of valse documenten heeft gebruikt, en dit doorslaggevend is geweest voor de verlening van de vluchtelingenstatus; | (c) de persoon feiten die van belang zijn voor de gegrondheid van de aanvraag voor internationale bescherming verkeerd heeft weergegeven of heeft achtergehouden, en dit doorslaggevend is geweest voor de verlening van de vluchtelingenstatus; |
Or. en
Amendement 494
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de persoon feiten verkeerd heeft weergegeven of heeft achtergehouden, of valse documenten heeft gebruikt, en dit doorslaggevend is geweest voor de verlening van de vluchtelingenstatus; | Schrappen |
Or. en
Motivering
The Treaties prescribe that the European common policy on asylum be in accordance with the Geneva Convention relating to the status of refugees and other relevant treaties (see, among others, Article 18 of the EU Charter of Fundamental Rights, which states that “the right to asylum shall be guaranteed with due respect for the rules of the Geneva Convention”). The grounds on which refugee status may be ended (the so-called “cessation clauses”) are set out in an exhaustive list in Article 1(C) of the Geneva Convention. The fact that such list is exhaustive implies that EU secondary law cannot provide further grounds for revocation of the refugee status: doing so violates the Geneva Convention and, by extension, EU primary law, notably Article 18 of the Charter, Article 78 (1) TFEU as well as the general principles of EU law under Article 6(3) TEU. Accordingly, Articles 14 (1) (d) and (e) to the new Commission proposal (which correspond to Article 14 (4) (b) and (c) of the 2011 Qualifications Directive) as well as Article 14 (1) (f) (introduced by the Commission proposal) transform the exceptions to the principle of non refoulement of Article 33(2) of the Geneva Convention into facultative grounds for revoking, ending or refusing to renew refugee status, broadening the list of cessation grounds beyond what ought to be lawful under the Geneva Convention.
Amendement 495
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) er goede redenen bestaan om de persoon te beschouwen als een gevaar voor de veiligheid van de lidstaat waar hij zich bevindt; | Schrappen |
Or. en
Amendement 496
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) er goede redenen bestaan om de persoon te beschouwen als een gevaar voor de veiligheid van de lidstaat waar hij zich bevindt; | Schrappen |
Or. en
Motivering
The Treaties prescribe that the European common policy on asylum be in accordance with the Geneva Convention relating to the status of refugees and other relevant treaties (see, among others, Article 18 of the EU Charter of Fundamental Rights, which states that “the right to asylum shall be guaranteed with due respect for the rules of the Geneva Convention”). The grounds on which refugee status may be ended (the so-called “cessation clauses”) are set out in an exhaustive list in Article 1(C) of the Geneva Convention. The fact that such list is exhaustive implies that EU secondary law cannot provide further grounds for revocation of the refugee status: doing so violates the Geneva Convention and, by extension, EU primary law, notably Article 18 of the Charter, Article 78 (1) TFEU as well as the general principles of EU law under Article 6(3) TEU. Accordingly, Articles 14 (1) (d) and (e) to the new Commission proposal (which correspond to Article 14 (4) (b) and (c) of the 2011 Qualifications Directive) as well as Article 14 (1) (f) (introduced by the Commission proposal) transform the exceptions to the principle of non refoulement of Article 33(2) of the Geneva Convention into facultative grounds for revoking, ending or refusing to renew refugee status, broadening the list of cessation grounds beyond what ought to be lawful under the Geneva Convention.
Amendement 497
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) er goede redenen bestaan om de persoon te beschouwen als een gevaar voor de veiligheid van de lidstaat waar hij zich bevindt; | (d) er goede redenen bestaan om de persoon te beschouwen als een gevaar voor de veiligheid van de lidstaat waar hij zich bevindt, op grond van een definitieve veroordeling voor een bijzonder ernstig misdrijf; |
Or. en
Amendement 498
Monika Hohlmeier
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) er goede redenen bestaan om de persoon te beschouwen als een gevaar voor de veiligheid van de lidstaat waar hij zich bevindt; | (d) er goede redenen bestaan om de persoon te beschouwen als een gevaar voor de openbare veiligheid van de lidstaat waar hij zich bevindt en voor de individuele veiligheid van de burgers van die lidstaat; |
Or. en
Motivering
Dit amendement verduidelijkt dat, als de wetshandhavingsinstanties goede redenen hebben om de betrokkene te beschouwen als een gevaar voor individuele burgers, dit ook een reden kan zijn om de vluchtelingenstatus in te trekken, te beëindigen of te weigeren deze te verlengen.
Amendement 499
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) de persoon definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf en derhalve een gevaar vormt voor de samenleving van de lidstaat waar hij zich bevindt; | Schrappen |
Or. en
Amendement 500
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) de persoon definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf en derhalve een gevaar vormt voor de samenleving van de lidstaat waar hij zich bevindt; | Schrappen |
Or. en
Motivering
The Treaties prescribe that the European common policy on asylum be in accordance with the Geneva Convention relating to the status of refugees and other relevant treaties (see, among others, Article 18 of the EU Charter of Fundamental Rights, which states that “the right to asylum shall be guaranteed with due respect for the rules of the Geneva Convention”). The grounds on which refugee status may be ended (the so-called “cessation clauses”) are set out in an exhaustive list in Article 1(C) of the Geneva Convention. The fact that such list is exhaustive implies that EU secondary law cannot provide further grounds for revocation of the refugee status: doing so violates the Geneva Convention and, by extension, EU primary law, notably Article 18 of the Charter, Article 78 (1) TFEU as well as the general principles of EU law under Article 6(3) TEU. Accordingly, Articles 14 (1) (d) and (e) to the new Commission proposal (which correspond to Article 14 (4) (b) and (c) of the 2011 Qualifications Directive) as well as Article 14 (1) (f) (introduced by the Commission proposal) transform the exceptions to the principle of non refoulement of Article 33(2) of the Geneva Convention into facultative grounds for revoking, ending or refusing to renew refugee status, broadening the list of cessation grounds beyond what ought to be lawful under the Geneva Convention.
Amendement 501
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) de persoon definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf en derhalve een gevaar vormt voor de samenleving van de lidstaat waar hij zich bevindt; | Schrappen |
Or. en
Amendement 502
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, József Nagy, Emil Radev, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) de persoon definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf en derhalve een gevaar vormt voor de samenleving van de lidstaat waar hij zich bevindt; | (e) de persoon definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf met verwijzing naar de misdrijven die zijn opgenomen in artikel 2, lid 2, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ en derhalve een gevaar vormt voor de samenleving van de lidstaat waar hij zich bevindt; |
Or. en
Motivering
Het is van belang om een gemeenschappelijke juridische verwijzing aan te brengen naar wat als "een bijzonder ernstig misdrijf' moet worden beschouwd, gezien de uiteenlopende interpretaties in het nationale strafrecht van de lidstaten. Deze verwijzing is bijzonder noodzakelijk gezien de overgang van een richtlijn naar een verordening.
Amendement 503
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 14– lid 1 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f) artikel 23, lid 2, van toepassing is. | Schrappen |
Or. en
Amendement 504
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 14– lid 1 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f) artikel 23, lid 2, van toepassing is. | Schrappen |
Or. en
Amendement 505
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 14– lid 1 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f) artikel 23, lid 2, van toepassing is. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Dezelfde motivering als bij het amendement betreffende artikel 23, lid 2.
Amendement 506
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – letter f bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (f bis) hij onderduikt buiten het rechtsgebied van zijn gastlidstaat. |
Or. en
Amendement 507
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beslissingsautoriteit kan in de in lid 1, onder d) tot en met f), bedoelde situaties besluiten geen status te verlenen aan een vluchteling wanneer nog geen besluit in die zin is genomen. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Deze schrapping wordt ingediend om de samenhang met eerdere amendementen te waarborgen.
Amendement 508
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beslissingsautoriteit kan in de in lid 1, onder d) tot en met f), bedoelde situaties besluiten geen status te verlenen aan een vluchteling wanneer nog geen besluit in die zin is genomen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 509
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beslissingsautoriteit kan in de in lid 1, onder d) tot en met f), bedoelde situaties besluiten geen status te verlenen aan een vluchteling wanneer nog geen besluit in die zin is genomen. | 2. De beslissingsautoriteit verleent in de in lid 1, onder d) tot en met f), bedoelde situaties geen status aan een vluchteling wanneer nog geen besluit in die zin is genomen. |
Or. en
Amendement 510
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beslissingsautoriteit kan in de in lid 1, onder d) tot en met f), bedoelde situaties besluiten geen status te verlenen aan een vluchteling wanneer nog geen besluit in die zin is genomen. | 2. De beslissingsautoriteit kan in de in lid 1, onder d), bedoelde situaties besluiten geen status te verlenen aan een vluchteling wanneer nog geen besluit in die zin is genomen. |
Or. en
Amendement 511
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Personen op wie lid 1, onder d) tot en met f), of lid 2 van toepassing is, genieten de rechten die zijn vastgelegd in de artikelen 3, 4, 16, 22, 31, 32 en 33 van het Verdrag van Genève of daarmee vergelijkbare rechten, voor zover zij in de lidstaat aanwezig zijn. | Schrappen |
Or. en
Amendement 512
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Personen op wie lid 1, onder d) tot en met f), of lid 2 van toepassing is, genieten de rechten die zijn vastgelegd in de artikelen 3, 4, 16, 22, 31, 32 en 33 van het Verdrag van Genève of daarmee vergelijkbare rechten, voor zover zij in de lidstaat aanwezig zijn. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Deze schrapping wordt ingediend om de samenhang met eerdere amendementen te waarborgen.
Amendement 513
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Personen op wie lid 1, onder d) tot en met f), of lid 2 van toepassing is, genieten de rechten die zijn vastgelegd in de artikelen 3, 4, 16, 22, 31, 32 en 33 van het Verdrag van Genève of daarmee vergelijkbare rechten, voor zover zij in de lidstaat aanwezig zijn. | 3. Personen op wie lid 1, onder d), of lid 2 van toepassing is, genieten de rechten die zijn vastgelegd in de artikelen 3, 4, 16, 22, 31, 32 en 33 van het Verdrag van Genève of daarmee vergelijkbare rechten, voor zover zij in de lidstaat aanwezig zijn. |
Or. en
Amendement 514
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Onverminderd de plicht van de vluchteling uit hoofde van artikel 4, lid 1, om alle relevante feiten te melden en alle relevante documenten waarover hij beschikt, over te leggen, toont de beslissingsautoriteit die de vluchtelingenstatus heeft verleend per geval aan dat de betrokken persoon geen vluchteling meer is of dat nooit geweest is, overeenkomstig lid 1. | 4. De beslissingsautoriteit die de vluchtelingenstatus heeft verleend toont per geval aan dat de betrokken persoon geen vluchteling meer is of dat nooit geweest is, overeenkomstig lid 1. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ingediend om de samenhang met eerdere amendementen op artikel 4, lid 1, te waarborgen.
Amendement 515
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de vluchtelingenstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. | 5. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de vluchtelingenstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden een maand later van kracht, tenzij anders vermeld. |
Or. en
Amendement 516
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de vluchtelingenstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. | 5. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de vluchtelingenstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden onmiddellijk van kracht. De lidstaten kunnen, in specifieke en goed onderbouwde gevallen, besluiten om de onderdaan van een derde land of staatloze drie maanden extra tijd te geven om een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. |
Or. en
Amendement 517
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de vluchtelingenstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. | 5. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de vluchtelingenstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, met name in verband met werk, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. |
Or. en
Amendement 518
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de vluchtelingenstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. | 5. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de vluchtelingenstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas negen maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. |
Or. en
Amendement 519
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, Emil Radev, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de vluchtelingenstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. | 5. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de vluchtelingenstatus stop te zetten overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas een maand later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. |
Or. en
Amendement 520
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de vluchtelingenstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. | 5. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de vluchtelingenstatus stop te zetten overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas negen maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. |
Or. en
Motivering
Een periode van drie maanden is niet haalbaar voor personen die internationale bescherming genieten en wier status onverwacht wordt stopgezet om met succes een verzoek in te dienen, gezien de bekende moeilijkheden om de nodige documenten en beslissingen te verkrijgen (bijv. sponsoring, rekrutering, toelating, bewezen familiebanden). In tegenstelling hiermee geeft de herschikte Richtlijn 2016/801 internationale studenten en onderzoekers ten minste negen maanden de tijd om een baan te zoeken of zich als zelfstandige te vestigen na het langverwachte einde van hun studies of onderzoek (artikel 25).
Amendement 521
Barbara Spinelli, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Artikel 15
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 15 | Schrappen |
Opnieuw beoordelen van de vluchtelingenstatus |
|
Ten behoeve van de toepassing van artikel 14, lid 1, onderwerpt de beslissingsautoriteit de vluchtelingenstatus aan een nieuwe beoordeling met name: |
|
(a) wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker; |
|
(b) wanneer een aan een vluchteling afgegeven verblijfstitel voor de eerste keer wordt verlengd. |
|
Or. en
Motivering
The proposed review of refugee status is a resource-consuming bureaucratic step that some Member States have not seen the purpose or need in practice to introduce. For example, France in 2016 replaced its yearly permit renewal system—with similarities to this proposal—with multiannual permits because this systematic status review was useless in 99% of cases (only 7654 refusals for 795.220 renewal requests). The previous system was found to be ineffective for fighting fraud and irregularity and counter-productive for integration outcomes.
Sources:
Matthias Fekl (May 2013) “Sécuriser les parcours des ressortissants étrangers en France”, pageS 12-14
http://www.ladocumentationfrancaise.fr/var/storage/rapports-publics/134000283.pdf
Amendement 522
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Ten behoeve van de toepassing van artikel 14, lid 1, onderwerpt de beslissingsautoriteit de vluchtelingenstatus aan een nieuwe beoordeling met name: | Ten behoeve van de toepassing van artikel 14, lid 1, en onverminderd het recht van de persoon die internationale bescherming geniet om beroep aan te tekenen tegen een besluit van de beslissingsautoriteit in overeenstemming met de artikelen 14 tot en met 17 van Verordening (EU) XXX/XXX [Verordening inzake procedures] kan de beslissingsautoriteit, indien nodig en evenredig en rekening houdend met de individuele omstandigheden van de persoon die internationale bescherming geniet, de vluchtelingenstatus aan een nieuwe beoordeling onderwerpen: |
Or. en
Amendement 523
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Ten behoeve van de toepassing van artikel 14, lid 1, onderwerpt de beslissingsautoriteit de vluchtelingenstatus aan een nieuwe beoordeling met name: | Ten behoeve van de toepassing van artikel 14, lid 1, kan de beslissingsautoriteit de vluchtelingenstatus aan een nieuwe beoordeling onderwerpen, met name wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker. |
Or. it
Amendement 524
Monika Hohlmeier
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Ten behoeve van de toepassing van artikel 14, lid 1, onderwerpt de beslissingsautoriteit de vluchtelingenstatus aan een nieuwe beoordeling met name: | De beslissingsautoriteiten van de lidstaat kunnen de vluchtelingenstatus te allen tijde aan een nieuwe beoordeling onderwerpen wanneer zij redelijke gronden hebben om aan te nemen dat artikel 14, lid 1, van toepassing kan zijn. Zij onderwerpen de vluchtelingenstatus aan een nieuwe beoordeling, met name: |
Or. en
Motivering
Ten behoeve van de toepassing van artikel 14, lid 1, moeten de beslissingsautoriteiten van de lidstaten de mogelijkheid hebben om de vluchtelingenstatus te allen tijde aan een nieuwe beoordeling te onderwerpen, zelfs wanneer artikel 15, lid 1, onder a) en b), op dat welbepaalde ogenblik niet van toepassing is.
Amendement 525
Monika Hohlmeier
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Ten behoeve van de toepassing van artikel 14, lid 1, onderwerpt de beslissingsautoriteit de vluchtelingenstatus aan een nieuwe beoordeling met name: | Ten behoeve van de toepassing van artikel 14, lid 1, onderwerpt de beslissingsautoriteit de vluchtelingenstatus regelmatig aan een nieuwe beoordeling en met name: |
Or. en
Amendement 526
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, József Nagy
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Ten behoeve van de toepassing van artikel 14, lid 1, onderwerpt de beslissingsautoriteit de vluchtelingenstatus aan een nieuwe beoordeling met name: | Ten behoeve van de toepassing van artikel 14, lid 1, onderwerpt de beslissingsautoriteit de vluchtelingenstatus aan een nieuwe beoordeling met name wanneer: |
Or. en
Amendement 527
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Ten behoeve van de toepassing van artikel 14, lid 1, onderwerpt de beslissingsautoriteit de vluchtelingenstatus aan een nieuwe beoordeling met name: | Ten behoeve van de toepassing van artikel 14, lid 1, kan de beslissingsautoriteit de vluchtelingenstatus aan een nieuwe beoordeling onderwerpen met name: |
Or. en
Amendement 528
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker; | Schrappen |
Or. it
Amendement 529
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker; | Schrappen |
Or. en
Amendement 530
Anna Maria Corazza Bildt
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker; | (a) wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker, met inachtneming van de mate van integratie van de verzoeker en het bestaan van banden binnen het gastland; |
Or. en
Amendement 531
Gérard Deprez, Louis Michel
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker; | (a) wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de persoon die internationale bescherming geniet; |
Or. fr
Motivering
Volgens de definitie van deze verordening is een persoon die internationale bescherming geniet een persoon aan wie de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus is verleend en is een verzoeker een onderdaan van een derde land of een staatloze die een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend waarover nog geen definitieve beslissing is genomen.
Amendement 532
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, József Nagy, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker; | (a) uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker; |
Or. en
Motivering
Een nieuwe beoordeling van de vluchtelingenstatus op het ogenblik waarop de verblijfstitel wordt herzien, zou bijzonder veel middelen vergen van de beslissingsautoriteiten van de lidstaten. Niettemin dienen de beslissingsautoriteiten van de lidstaten de internationalebeschermingsstatus te herzien wanneer het Asielagentschap van de Europese Unie vaststelt dat zich in het land van herkomst van de vluchteling een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan.
Amendement 533
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) wanneer een aan een vluchteling afgegeven verblijfstitel voor de eerste keer wordt verlengd. | Schrappen |
Or. it
Amendement 534
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) wanneer een aan een vluchteling afgegeven verblijfstitel voor de eerste keer wordt verlengd. | Schrappen |
Or. en
Amendement 535
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) wanneer een aan een vluchteling afgegeven verblijfstitel voor de eerste keer wordt verlengd. | Schrappen |
Or. en
Amendement 536
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) wanneer een aan een vluchteling afgegeven verblijfstitel voor de eerste keer wordt verlengd. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Een nieuwe beoordeling van de vluchtelingenstatus op het ogenblik waarop de verblijfstitel wordt herzien, zou bijzonder veel middelen vergen van de beslissingsautoriteiten van de lidstaten. Niettemin dienen de beslissingsautoriteiten van de lidstaten de internationalebeschermingsstatus te herzien wanneer het Asielagentschap van de Europese Unie vaststelt dat zich in het land van herkomst van de vluchteling een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan.
Amendement 537
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) wanneer een aan een vluchteling afgegeven verblijfstitel voor de eerste keer wordt verlengd. | (b) wanneer een aan een vluchteling afgegeven verblijfstitel voor de eerste en tweede keer wordt verlengd. |
Or. en
Amendement 538
Anna Maria Corazza Bildt
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (b bis) Dit artikel geldt niet voor niet-begeleide minderjarigen, tenzij het in hun belang is en tenzij is vastgesteld dat de betrokkene niet zal worden blootgesteld aan ernstige schade wanneer hij terugkeert naar het derde land van herkomst. |
Or. en
Amendement 539
Monika Hohlmeier
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Ernstige schade als bedoeld in artikel 2, punt 5, bestaat uit: | Ernstige schade als bedoeld in artikel 2, punt 5, bestaat uitsluitend uit: |
Or. en
Amendement 540
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de doodstraf of executie; of | (a) de doodstraf of executie in het land van herkomst; of |
Or. en
Amendement 541
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing van een verzoeker in zijn land van herkomst; of | (b) foltering van een verzoeker in zijn land van herkomst; of |
Or. en
Motivering
Onmenselijke of vernederende behandeling is te ambigu en bestraffing is te algemeen.
Amendement 542
Gérard Deprez, Louis Michel
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing van een verzoeker in zijn land van herkomst; of | (b) foltering of andere onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen van een verzoeker in zijn land van herkomst; of |
Or. fr
Motivering
Verwijzing naar de tekst van artikel 3 van het Europees Verdrag inzake de rechten van de mens en de artikelen 4 en 19 van het Handvest van de Grondrechten van de EU.
Amendement 543
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing van een verzoeker in zijn land van herkomst; of | (b) foltering of onmenselijke behandeling of bestraffing van een verzoeker in zijn land van herkomst; of |
Or. en
Amendement 544
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. | Schrappen |
Or. en
Amendement 545
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. | (c) ernstige bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict; ernstige bedreigingen omvatten bedreigingen van groepen zoals binnenlandse of internationale gewapende conflicten of andere situaties waarin geweld wordt gebruikt of waarin de mensenrechten stelselmatig worden geschonden, militaire bezetting, met inbegrip van burgerlijke onlusten, wijdverspreide onveiligheid of evenementen die de openbare orde ernstig verstoren; of |
Or. en
Motivering
The CJUE case “Elgafaji interpretation of the indiscriminate violence requirement needs to be reconciled with the case-law of the European Court of Human Rights on Article 3 ECHR, mirrored in the ground foreseen in Article 16(b). The Grand Chamber of the Strasbourg Court has firmly stated that “in the most extreme cases” where a person would face a real risk of ill-treatment simply by virtue of being present on the territory, Article 3 ECHR would be triggered. Accordingly, Article 16(b), which must reflect Article 3 ECHR, applies to all cases where the Article 3 ECHR test applies, and also covers extreme situations whereby violence is of such degree as to put any person present on the territory at risk.
Based on the principle of effet utile, the content and meaning of Article 16(c) must differ from that of Article 16(b). Accordingly, the protection of Article 16(c) would apply to asylum seekers who face a real risk of serious harm stemming from indiscriminate violence, which need not be as high as to trigger Article 3 ECHR – and thereby to fall under Article 16(b). The Qualification Regulation should reflect the dialogue between the Strasbourg and Luxembourg Courts, since both courts’ interpretation of fundamental rights should inform the EU asylum acquis. In the light of ECtHR case law, Article 16(c) should extend subsidiary protection to serious threats stemming from indiscriminate violence, yet of lower intensity than that contemplated in Sufi and Elmi v. United Kingdom or J.K. v. Sweden.”
Amendement 546
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. | (c) ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict, of |
Or. it
Amendement 547
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. | (c) ernstige bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict, of |
Or. en
Amendement 548
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. | (c) ernstige bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. |
Or. en
Motivering
Dit amendement strookt met het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Elgafaji, waarin wordt verduidelijkt dat willekeurig geweld niet noodzakelijk een individuele bedreiging hoeft in te houden om de persoon die ermee te maken krijgt in aanmerking te laten komen voor subsidiaire bescherming.
Amendement 549
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) ernstige bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van een natuurramp of een door de mens veroorzaakte ramp. Natuurrampen of door de mens veroorzaakte rampen omvatten: de gevolgen van klimaatverandering, landroof, waterroof, verwoestijning van het leefgebied, gedwongen dorpsontwikkeling evenals milieurampen en vervuiling veroorzaakt door oorlog. |
Or. en
Motivering
Milieuvluchtelingen worden momenteel niet beschermd door het internationaal recht. In tegenstelling tot vluchtelingen die onder het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen vallen, gaan milieuvluchtelingen, als ze naar hun land van herkomst worden teruggestuurd, terug naar een verwoest land of worden ze gedwongen te verblijven in vluchtelingenkampen. Klimaatverandering is niet alleen van invloed op het milieu, maar ook op alle aspecten van een mensenleven: van de stabiliteit van regeringen en economieën tot gezondheid.
Amendement 550
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) ernstige bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van een natuurramp of een door de mens veroorzaakte ramp. |
Or. it
Amendement 551
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 17
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 17 | Schrappen |
Beëindiging |
|
1. Een onderdaan van een derde land of staatloze komt niet meer in aanmerking voor subsidiaire bescherming wanneer de omstandigheden op grond waarvan de subsidiaire bescherming is verleend, niet langer bestaan, of zodanig zijn gewijzigd dat deze bescherming niet langer nodig is. |
|
2. De beslissingsautoriteit: |
|
(a) gaat na of de wijziging in de omstandigheden zo ingrijpend en niet-voorbijgaand is dat de persoon die in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming, niet langer een reëel risico op ernstige schade loopt; |
|
(b) baseert zich op nauwkeurige en actuele informatie die zij verzamelt van alle relevante bronnen, met inbegrip van de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] of de informatie en aanwijzingen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen. |
|
3. Lid 1 is niet van toepassing op een persoon aan wie de subsidiairebeschermingsstatus is verleend en die dwingende redenen, voortvloeiende uit vroegere ernstige schade, kan aanvoeren om te weigeren de bescherming van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, of, in het geval van een staatloze, van het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, in te roepen. |
|
Or. en
Amendement 552
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Een onderdaan van een derde land of staatloze komt niet meer in aanmerking voor subsidiaire bescherming wanneer de omstandigheden op grond waarvan de subsidiaire bescherming is verleend, niet langer bestaan, of zodanig zijn gewijzigd dat deze bescherming niet langer nodig is. | 1. Onverminderd het recht van de persoon die internationale bescherming geniet om beroep aan te tekenen tegen een besluit van de beslissingsautoriteit in overeenstemming met de artikelen 14 tot en met 17 van Verordening (EU) XXX/XXX [Verordening inzake procedures] komt een onderdaan van een derde land of staatloze niet meer in aanmerking voor subsidiaire bescherming wanneer de omstandigheden op grond waarvan de subsidiaire bescherming is verleend, niet langer bestaan, of zodanig zijn gewijzigd dat deze bescherming niet langer nodig is. |
Or. en
Amendement 553
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. De lidstaten kunnen, als laatste redmiddel, besluiten dat een onderdaan van een derde land of staatloze die in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming, maar die voortdurend weigert om zich actief te integreren, niet langer in aanmerking kan komen voor internationale bescherming. |
Or. en
Amendement 554
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 2 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) gaat na of de wijziging in de omstandigheden zo ingrijpend en niet-voorbijgaand is dat de persoon die in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming, niet langer een reëel risico op ernstige schade loopt; | (a) gaat na of de wijziging in de omstandigheden zo ingrijpend is dat de persoon die in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming, niet langer een reëel risico op ernstige schade loopt; |
Or. en
Amendement 555
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) baseert zich op nauwkeurige en actuele informatie die zij verzamelt van alle relevante bronnen, met inbegrip van de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] of de informatie en aanwijzingen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen. | (b) baseert zich op nauwkeurige en actuele informatie die zij verzamelt van alle relevante bronnen, met inbegrip van de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie]. |
Or. en
Amendement 556
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) baseert zich op nauwkeurige en actuele informatie die zij verzamelt van alle relevante bronnen, met inbegrip van de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] of de informatie en aanwijzingen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen. | (b) houdt rekening met actuele informatie die zij verzamelt van alle relevante bronnen, met inbegrip van de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] of de informatie en aanwijzingen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen. |
Or. en
Amendement 557
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Lid 1 is niet van toepassing op een persoon aan wie de subsidiairebeschermingsstatus is verleend en die dwingende redenen, voortvloeiende uit vroegere ernstige schade, kan aanvoeren om te weigeren de bescherming van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, of, in het geval van een staatloze, van het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, in te roepen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 558
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Lid 1 is niet van toepassing op een persoon aan wie de subsidiairebeschermingsstatus is verleend en die dwingende redenen, voortvloeiende uit vroegere ernstige schade, kan aanvoeren om te weigeren de bescherming van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, of, in het geval van een staatloze, van het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, in te roepen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 559
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, József Nagy, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Lid 1 is niet van toepassing op een persoon aan wie de subsidiairebeschermingsstatus is verleend en die dwingende redenen, voortvloeiende uit vroegere ernstige schade, kan aanvoeren om te weigeren de bescherming van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, of, in het geval van een staatloze, van het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, in te roepen. | 3. Lid 1 is niet van toepassing op een persoon aan wie de subsidiairebeschermingsstatus is verleend en die kan aantonen dat er dwingende redenen bestaan, voortvloeiende uit vroegere ernstige schade, om te weigeren de bescherming van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, of, in het geval van een staatloze, van het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, in te roepen. |
Or. en
Motivering
Er mag alleen van artikel 17, lid 1 worden afgeweken wanneer de persoon aan wie subsidiairebeschermingsstatus is verleend kan aantonen dat er redenen zijn, gekoppeld aan vroegere ernstige schade, die inbreuk maken op zijn/haar recht van bescherming in het land waarvan hij/zij de nationaliteit bezit, of, in het geval van een staatloze, van het land waar hij/zij vroeger zijn/haar gewone verblijfplaats had. Deze bepaling helpt misbruik van het CEAS te voorkomen.
Amendement 560
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Een onderdaan van een derde land of staatloze wordt uitgesloten van subsidiaire bescherming wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat: | 1. Onverminderd het recht van een persoon die internationale bescherming geniet om beroep aan te tekenen tegen een besluit van de beslissingsautoriteit in overeenstemming met de artikelen 14 tot en met 17 van Verordening (EU) XXX/XXX [Verordening inzake procedures] wordt een onderdaan van een derde land of staatloze uitgesloten van subsidiaire bescherming wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat: |
Or. en
Amendement 561
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Een onderdaan van een derde land of staatloze wordt uitgesloten van subsidiaire bescherming wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat: | 1. Een onderdaan van een derde land of staatloze wordt uitgesloten van subsidiaire bescherming wanneer hij door de bevoegde autoriteiten van het land waar hij is gaan wonen wordt erkend als iemand die de rechten en verplichtingen heeft die horen bij het bezit van de nationaliteit van dat land, of daarmee gelijkwaardige rechten en verplichtingen, of wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat: |
Or. en
Amendement 562
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) hij een ernstig misdrijf heeft gepleegd; | (b) hij een ernstig misdrijf heeft gepleegd zoals de planning van, het aanzetten tot, het bijdragen aan of de uitvoering van een terroristische daad, ook wanneer die met een beweerd politiek of religieus oogmerk is uitgevoerd dan wel een ernstig misdrijf tegen seksuele zelfbeschikking zoals verkrachting of ontucht/seks met minderjarigen; |
Or. en
Amendement 563
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) hij een ernstig misdrijf heeft gepleegd; | (b) hij buiten het land van toevlucht een ernstig, niet-politiek misdrijf heeft gepleegd voordat hij tot dit land als persoon met subsidiairebeschermingsstatus is toegelaten. |
Or. en
Motivering
Dit amendement stemt de uitsluitingsgrond in verband met subsidiaire bescherming af op de in artikel 12, lid 2, onder b), opgenomen bepaling betreffende uitzonderingen op de vluchtelingenstatus.
Amendement 564
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) hij een gevaar vormt voor de gemeenschap of voor de veiligheid van de lidstaat waar hij zich bevindt; | Schrappen |
Or. en
Motivering
UNHCR recommended in 2009 that the articles providing for exclusion from and revocation of subsidiary protection should be amended to reflect its proposals on the same articles relating to exclusion from and revocation of refugee status.
More specifically, in this case: “There is a risk that decisions on whether a person poses a danger to the security or
community of a Member State may be taken in proceedings where the concerned
persons are not entitled to see all the evidence against them or to respond effectively,
which increases the possibility of incorrect application of these provisions.”
Therefore this deletion is needed for consistency reasons with amendments to Articles 12 and 14 (see justification on amendments to those articles).
See also: UNHCR comments on the European Commission’s proposal for a Directive of the
European Parliament and of the Council on minimum standards for the qualification and status of third country nationals or stateless persons as beneficiaries of international protection and the content of the protection granted
( COM(2009)551 , 21 October 2009)
Amendement 565
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) hij, voordat hij tot de betrokken lidstaat werd toegelaten, een of meer andere dan de onder a), b), of c), bedoelde misdrijven heeft gepleegd die strafbaar zouden zijn met gevangenisstraf, indien zij in de betrokken lidstaat waren gepleegd, en indien hij zijn land van herkomst alleen heeft verlaten om straffen als gevolg van deze misdrijven te ontlopen. | Schrappen |
Or. en
Motivering
UNHCR recommended in 2009 that the articles providing for exclusion from and revocation of subsidiary protection should be amended to reflect its proposals on the same articles relating to exclusion from and revocation of refugee status.
Therefore this deletion is needed for consistency reasons with amendments to Articles 12 and 14 (see justification on amendments to those articles).
See also: UNHCR comments on the European Commission’s proposal for a Directive of the
European Parliament and of the Council on minimum standards for the qualification and status of third country nationals or stateless persons as beneficiaries of international protection and the content of the protection granted
( COM(2009)551 , 21 October 2009)
Amendement 566
Traian Ungureanu, Artis Pabriks, Kinga Gál, Pál Csáky, Tomáš Zdechovský, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 1 – letter e bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (e bis) hij terroristische misdrijven heeft gepland, bevorderd of eraan deelgenomen; |
Or. en
Amendement 567
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 1 – letter e bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (e bis) hij onderduikt onder buiten het rechtsgebied van zijn gastlidstaat. |
Or. en
Amendement 568
Traian Ungureanu, Artis Pabriks, Kinga Gál, Pál Csáky, Tomáš Zdechovský, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 1 – letter e ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (e ter) hij heeft deelgenomen aan de activiteiten van een terroristische groepering, onder meer door informatie of materiële hulpbronnen te verstrekken, of door de activiteiten ervan op een of andere manier te financieren. |
Or. en
Amendement 569
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Lid 1, onder a) tot en met d), is van toepassing op personen die aanzetten tot of anderszins deelnemen aan de daarin genoemde misdrijven of daden. | Schrappen |
Or. en
Motivering
UNHCR recommended in 2009 that the articles providing for exclusion from and revocation of subsidiary protection should be amended to reflect their proposals on the same articles relating to exclusion from and revocation of refugee status.
Therefore this deletion is needed for consistency reasons with the amendment to Article 12 (3) (see justification of that amendment).
See also: UNHCR comments on the European Commission’s proposal for a Directive of the
European Parliament and of the Council on minimum standards for the qualification and status of third country nationals or stateless persons as beneficiaries of international protection and the content of the protection granted
( COM(2009)551 , 21 October 2009)
Amendement 570
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Lid 1, onder a) tot en met d), is van toepassing op personen die aanzetten tot of anderszins deelnemen aan de daarin genoemde misdrijven of daden. | 2. Lid 1, onder a) tot en met d), kan van toepassing zijn op personen die aanzetten tot of anderszins deelnemen aan de daarin genoemde misdrijven of daden. |
Or. en
Amendement 571
Anna Maria Corazza Bildt
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. Wanneer de verzoeker een minderjarige is, gelden de in lid 1 vermelde uitzonderingsgronden alleen als de minderjarige de nationale leeftijdsgrens voor strafrechtelijke aansprakelijkheid volgens het nationale recht had bereikt, en minderjarige verzoekers krijgen in elk geval dezelfde procedurele waarborgen als nationale minderjarigen. Bij de beoordeling van de uitsluitingsgronden wordt in alle fasen van de asielprocedure rekening gehouden met de regels en beginselen inzake de bijzondere status, rechten en bescherming voor kinderen uit hoofde van het internationaal en nationaal recht; ook wordt de ernst van het misdrijf afgewogen tegen het risico van ernstige schade waaraan hij zou worden blootgesteld bij terugkeer in het derde land van herkomst. |
Or. en
Amendement 572
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. De uitsluiting van een persoon van de subsidiairebeschermingsstatus is uitsluitend afhankelijk van het al dan niet voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de leden 1 en 2, en er wordt geen aanvullende evenredigheidsbeoordeling uitgevoerd van individuele gevallen. |
Or. en
Amendement 573
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. De in lid 1 bedoelde uitsluitingsgronden gelden niet voor minderjarigen. |
Or. en
Amendement 574
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 2 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 ter. Alle personen voor wie de in lid 1 bedoelde uitsluitingsgronden gelden, krijgen toegang tot daadwerkelijke rechtsmiddelen tegen de beslissing. |
Or. en
Amendement 575
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 19
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 19 | Schrappen |
Verlening van de subsidiairebeschermingsstatus |
|
De beslissingsautoriteit verleent de subsidiairebeschermingsstatus aan een onderdaan van een derde land of staatloze die overeenkomstig de hoofdstukken II en V in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming. |
|
Or. en
Amendement 576
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De beslissingsautoriteit verleent de subsidiairebeschermingsstatus aan een onderdaan van een derde land of staatloze die overeenkomstig de hoofdstukken II en V in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming. | Schrappen |
Or. en
Amendement 577
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Intrekking, beëindiging of weigering tot verlenging van de subsidiairebeschermingsstatus | Stopzetting van de subsidiairebeschermingsstatus |
Or. en
Motivering
(Deze wijziging geldt voor de gehele wetstekst; goedkeuring ervan brengt technische aanpassingen in de gehele tekst mee.)
Amendement 578
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit trekt de subsidiairebeschermingsstatus van een onderdaan van een derde land of staatloze in, beëindigt deze of weigert deze te verlengen indien: | 1. De beslissingsautoriteit kan de subsidiairebeschermingsstatus van een onderdaan van een derde land of staatloze intrekken, beëindigen of weigeren te verlengen indien: |
Or. it
Amendement 579
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit trekt de subsidiairebeschermingsstatus van een onderdaan van een derde land of staatloze in, beëindigt deze of weigert deze te verlengen indien: | 1. De beslissingsautoriteit kan de subsidiairebeschermingsstatus van een onderdaan van een derde land of staatloze intrekken, beëindigen of weigeren deze te verlengen indien: |
Or. en
Amendement 580
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de persoon feiten verkeerd heeft weergegeven of heeft achtergehouden, of valse documenten heeft gebruikt, en dit doorslaggevend is geweest voor de verlening van de subsidiairebeschermingsstatus; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Zie motivering in verband met de schrapping van artikel 14, lid 1, onder c).
Amendement 581
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de persoon feiten verkeerd heeft weergegeven of heeft achtergehouden, of valse documenten heeft gebruikt, en dit doorslaggevend is geweest voor de verlening van de subsidiairebeschermingsstatus; | (c) de persoon feiten die van belang zijn voor de gegrondheid van de aanvraag voor internationale bescherming verkeerd heeft weergegeven of heeft achtergehouden, en dit doorslaggevend is geweest voor de verlening van de subsidiairebeschermingsstatus; |
Or. en
Amendement 582
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) artikel 23, lid 2, van toepassing is. | Schrappen |
Or. en
Amendement 583
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) artikel 23, lid 2, van toepassing is. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Zie de motivering bij artikel 23, lid 2.
Amendement 584
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) artikel 23, lid 2, van toepassing is. | Schrappen |
Or. en
Amendement 585
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Onverminderd de plicht van de onderdaan van een derde land of staatloze uit hoofde van artikel 4, lid 1, om alle relevante feiten te melden en alle relevante documenten waarover hij beschikt, over te leggen, toont de lidstaat die de subsidiairebeschermingsstatus heeft verleend per geval aan dat de betrokken persoon niet of niet langer in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming, overeenkomstig lid 1. | 2. De lidstaat die de subsidiairebeschermingsstatus heeft verleend, toont per geval aan dat de betrokken persoon niet of niet langer in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming, overeenkomstig lid 1. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ingediend om de samenhang met eerdere amendementen van artikel 4, lid 1, te waarborgen.
Amendement 586
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de subsidiairebeschermingsstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. | 3. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de subsidiairebeschermingsstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden een maand later van kracht, tenzij anders vermeld. |
Or. en
Amendement 587
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de subsidiairebeschermingsstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. | 3. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de subsidiairebeschermingsstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden onmiddellijk van kracht. De lidstaten kunnen, in specifieke en goed onderbouwde gevallen, besluiten om de onderdaan van een derde land of staatloze drie maanden extra tijd te geven om een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. |
Or. en
Amendement 588
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de subsidiairebeschermingsstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. | 3. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de subsidiairebeschermingsstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas een maand later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden, met name in verband met werk, in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. |
Or. en
Amendement 589
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de subsidiairebeschermingsstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. | 3. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de subsidiairebeschermingsstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas negen maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. |
Or. en
Amendement 590
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, Emil Radev, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de subsidiairebeschermingsstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. | 3. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de subsidiairebeschermingsstatus stop te zetten overeenkomstig lid 1, onder a), worden een maand later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. |
Or. en
Amendement 591
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de subsidiairebeschermingsstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. | 3. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de subsidiairebeschermingsstatus stop te zetten overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas negen maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. |
Or. en
Motivering
Een periode van drie maanden is niet haalbaar voor personen die internationale bescherming genieten en wier status onverwacht wordt stopgezet om met succes een verzoek in te dienen, gezien de bekende moeilijkheden om de nodige documenten en beslissingen te verkrijgen (bijv. sponsoring, rekrutering, toelating, bewezen familiebanden). In tegenstelling hiermee geeft de herschikte Richtlijn (EU) 2016/801 internationale studenten en onderzoekers ten minste negen maanden de tijd om een baan te zoeken of zich als zelfstandige te vestigen na het langverwachte einde van hun studies of onderzoek (artikel 25).
Amendement 592
Barbara Spinelli, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Artikel 21
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 21 | Schrappen |
Opnieuw beoordelen van de subsidiairebeschermingsstatus |
|
Ten behoeve van de toepassing van artikel 20, lid 1, onderwerpt de beslissingsautoriteit de subsidiairebeschermingsstatus aan een nieuwe beoordeling met name: |
|
(a) wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker; |
|
(b) wanneer een verblijfstitel die is afgegeven aan een persoon die subsidiaire bescherming geniet, voor de eerste en de tweede keer wordt verlengd. |
|
Or. en
Motivering
The proposed review of refugee status is a resource-consuming bureaucratic step that some Member States have not seen the purpose or need in practice to introduce. For example, France in 2016 replaced its yearly permit renewal system—with similarities to this proposal—with multiannual permits because this systematic status review was useless in 99% of cases (only 7654 refusals for 795.220 renewal requests). The previous system was found to be ineffective for fighting fraud and irregularity and counter-productive for integration outcomes.
Sources:
Matthias Fekl (May 2013) “Sécuriser les parcours des ressortissants étrangers en France”, pageS 12-14
http://www.ladocumentationfrancaise.fr/var/storage/rapports-publics/134000283.pdf
Amendement 593
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Ten behoeve van de toepassing van artikel 20, lid 1, onderwerpt de beslissingsautoriteit de subsidiairebeschermingsstatus aan een nieuwe beoordeling met name: | Ten behoeve van de toepassing van artikel 20, lid 1, en onverminderd het recht van de persoon die internationale bescherming geniet om beroep aan te tekenen tegen een besluit van de beslissingsautoriteit in overeenstemming met de artikelen 14 tot en met 17 van Verordening (EU) XXX/XXX [Verordening inzake procedures] kan de beslissingsautoriteit, indien nodig en evenredig en rekening houdend met de individuele omstandigheden van de persoon die internationale bescherming geniet, de subsidiairebeschermingsstatus aan een nieuwe beoordeling onderwerpen. |
Or. en
Amendement 594
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Ten behoeve van de toepassing van artikel 20, lid 1, onderwerpt de beslissingsautoriteit de subsidiairebeschermingsstatus aan een nieuwe beoordeling met name: | Ten behoeve van de toepassing van artikel 20, lid 1, kan de beslissingsautoriteit de subsidiairebeschermingsstatus aan een nieuwe beoordeling onderwerpen, met name wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker. |
Or. it
Amendement 595
Monika Hohlmeier
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Ten behoeve van de toepassing van artikel 20, lid 1, onderwerpt de beslissingsautoriteit de subsidiairebeschermingsstatus aan een nieuwe beoordeling met name: | De beslissingsautoriteiten van de lidstaat kunnen de subsidiairebeschermingsstatus te allen tijde aan een nieuwe beoordeling onderwerpen wanneer zij redelijke gronden hebben om aan te nemen dat artikel 20, lid 1, van toepassing kan zijn. Zij onderwerpen de subsidiarebeschermingsstatus aan een nieuwe beoordeling, met name: |
Or. en
Motivering
Ten behoeve van de toepassing van artikel 20, lid 1, moeten de beslissingsautoriteiten van de lidstaten de mogelijkheid hebben om de subsidiairebeschermingsstatus te allen tijde aan een nieuwe beoordeling te onderwerpen, zelfs wanneer artikel 21, lid 1, onder a) en b), op dat welbepaalde ogenblik niet van toepassing is.
Amendement 596
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, József Nagy
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Ten behoeve van de toepassing van artikel 20, lid 1, onderwerpt de beslissingsautoriteit de subsidiairebeschermingsstatus aan een nieuwe beoordeling met name: | Ten behoeve van de toepassing van artikel 20, lid 1, onderwerpt de beslissingsautoriteit de subsidiairebeschermingsstatus aan een nieuwe beoordeling met name wanneer: |
Or. en
Amendement 597
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Ten behoeve van de toepassing van artikel 20, lid 1, onderwerpt de beslissingsautoriteit de subsidiairebeschermingsstatus aan een nieuwe beoordeling met name: | Ten behoeve van de toepassing van artikel 20, lid 1, kan de beslissingsautoriteit de subsidiairebeschermingsstatus aan een nieuwe beoordeling onderwerpen met name: |
Or. en
Amendement 598
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker; | Schrappen |
Or. it
Amendement 599
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker; | Schrappen |
Or. en
Amendement 600
Gérard Deprez, Louis Michel
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker; | (a) wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de persoon die internationale bescherming geniet; |
Or. fr
Motivering
Volgens de definitie van deze verordening is een persoon die internationale bescherming geniet een persoon aan wie de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus is verleend en is een verzoeker een onderdaan van een derde land of een staatloze die een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend waarover nog geen definitieve beslissing is genomen.
Amendement 601
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, József Nagy, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker; | (a) uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker; |
Or. en
Motivering
Een nieuwe beoordeling van de subsidiarebeschermingsstatus op het ogenblik waarop de verblijfstitel wordt herzien, zou bijzonder veel middelen vergen van de beslissingsautoriteiten van de lidstaten. Niettemin dienen de beslissingsautoriteiten van de lidstaten de status te herzien wanneer het Asielagentschap van de Europese Unie vaststelt dat zich in het land van herkomst van de vluchteling een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan.
Amendement 602
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) wanneer een verblijfstitel die is afgegeven aan een persoon die subsidiaire bescherming geniet, voor de eerste en de tweede keer wordt verlengd. | Schrappen |
Or. it
Amendement 603
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) wanneer een verblijfstitel die is afgegeven aan een persoon die subsidiaire bescherming geniet, voor de eerste en de tweede keer wordt verlengd. | Schrappen |
Or. en
Amendement 604
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) wanneer een verblijfstitel die is afgegeven aan een persoon die subsidiaire bescherming geniet, voor de eerste en de tweede keer wordt verlengd. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Een nieuwe beoordeling van de subsidiarebeschermingsstatus op het ogenblik waarop de verblijfstitel wordt herzien, zou bijzonder veel middelen vergen van de beslissingsautoriteiten van de lidstaten. Niettemin dienen de beslissingsautoriteiten van de lidstaten de status te herzien wanneer het Asielagentschap van de Europese Unie vaststelt dat zich in het land van herkomst van de vluchteling een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan.
Amendement 605
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) wanneer een verblijfstitel die is afgegeven aan een persoon die subsidiaire bescherming geniet, voor de eerste en de tweede keer wordt verlengd. | (b) wanneer een verblijfstitel die is afgegeven aan een persoon die subsidiaire bescherming geniet, voor de eerste, de tweede en de derde keer wordt verlengd. |
Or. en
Amendement 606
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Voor vluchtelingen en personen aan wie de subsidiairebeschermingsstatus is verleend, gelden de in dit hoofdstuk vastgestelde rechten en verplichtingen. Dit hoofdstuk geldt onverminderd de in het Verdrag van Genève neergelegde rechten en plichten. | 1. Voor vluchtelingen gelden de in dit hoofdstuk vastgestelde rechten en verplichtingen. Dit hoofdstuk geldt onverminderd de in het Verdrag van Genève neergelegde rechten en plichten. |
Or. en
Amendement 607
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Voor vluchtelingen en personen aan wie de subsidiairebeschermingsstatus is verleend, gelden de in dit hoofdstuk vastgestelde rechten en verplichtingen. Dit hoofdstuk geldt onverminderd de in het Verdrag van Genève neergelegde rechten en plichten. | 1. Onverminderd de in het Verdrag van Genève neergelegde rechten en plichten gelden voor personen die internationale bescherming genieten de in dit hoofdstuk vastgelegde rechten en verplichtingen. |
Or. en
Amendement 608
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Binnen de grenzen van de internationale verplichtingen is voor de toekenning van voordelen inzake de toegang tot werk en sociale zekerheid de voorafgaande afgifte van een verblijfstitel vereist. | Schrappen |
Or. en
Amendement 609
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Binnen de grenzen van de internationale verplichtingen is voor de toekenning van voordelen inzake de toegang tot werk en sociale zekerheid de voorafgaande afgifte van een verblijfstitel vereist. | Schrappen |
Or. en
Motivering
§95 of the CJUE ruling C-373/13 states that “even without his residence permit, the person concerned remains a refugee and as such remains entitled to the benefits guaranteed by Chapter VII [Content of International Protection ] of that [2004 Qualifications] directive to every refugee, including protection from refoulement, maintenance of family unity, the right to travel documents, access to employment, education, social welfare, healthcare and accommodation, freedom of movement within the Member State and access to integration facilities” and “In other words, a Member State has no discretion as to whether to continue to grant or to refuse to that refugee the substantive benefits guaranteed by the directive”. Even though the aforementioned CJUE case concerns the revocation of a residence permit, the implications logically apply also to those who have been granted international protection and have yet to receive a residence permit.
Amendement 610
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Bij de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt rekening gehouden met de specifieke situatie van personen met bijzondere behoeften, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen die lijden aan een geestesziekte en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld, als na een individuele beoordeling van hun situatie wordt vastgesteld dat zij bijzondere behoeften hebben. | 4. Bij de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt rekening gehouden met de specifieke situatie van personen met bijzondere behoeften, in de zin van personen die bijzondere waarborgen nodig hebben om de hierin vastgestelde rechten te genieten en de hierin vastgestelde verplichtingen na te komen, als na een individuele beoordeling van hun situatie wordt vastgesteld dat zij bijzondere behoeften hebben. |
Or. en
Amendement 611
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Bij de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt rekening gehouden met de specifieke situatie van personen met bijzondere behoeften, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen die lijden aan een geestesziekte en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld, als na een individuele beoordeling van hun situatie wordt vastgesteld dat zij bijzondere behoeften hebben. | 4. Bij de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt rekening gehouden met de specifieke situatie van personen met bijzondere behoeften, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen die lijden aan een geestesziekte en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld. |
Or. en
Amendement 612
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Bij de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt rekening gehouden met de specifieke situatie van personen met bijzondere behoeften, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen die lijden aan een geestesziekte en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld, als na een individuele beoordeling van hun situatie wordt vastgesteld dat zij bijzondere behoeften hebben. | 4. Bij de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt rekening gehouden met de specifieke situatie van personen met bijzondere behoeften, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen die lijden aan een geestesziekte en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld, als na een individuele beoordeling van hun situatie wordt vastgesteld dat zij bijzondere behoeften hebben. |
Or. en
Amendement 613
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Bij de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk die betrekking hebben op minderjarigen, plaatsen de relevante autoriteiten het belang van het kind voorop. | 5. Bij de uitvoering van de bepalingen van deze verordening die betrekking hebben op minderjarigen, plaatsen de relevante autoriteiten het belang van het kind voorop. |
Or. it
Amendement 614
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Bij de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk die betrekking hebben op minderjarigen, plaatsen de relevante autoriteiten het belang van het kind voorop. | 5. Bij de uitvoering van deze verordening plaatsen de lidstaten het belang van het kind voorop. |
Or. en
Motivering
De schaduwrapporteur is het er met de rapporteur over eens dat de verwijzing naar het vooropstellen van het belang van het kind betrekking moet hebben op de hele verordening, niet alleen op de bepalingen van hoofdstuk VII zoals vermeld in het artikel.
Amendement 615
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, József Nagy, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Bij de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk die betrekking hebben op minderjarigen, plaatsen de relevante autoriteiten het belang van het kind voorop. | (Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Or. en
Motivering
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)
Amendement 616
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Bij de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk die betrekking hebben op minderjarigen, plaatsen de relevante autoriteiten het belang van het kind voorop. | 5. Bij de uitvoering van deze verordening plaatsen de relevante autoriteiten het belang van het kind voorop. |
Or. en
Amendement 617
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Wanneer dit op grond van de in lid 1 bedoelde internationale verplichtingen niet verboden is, kan een al dan niet formeel erkende vluchteling of persoon die subsidiaire bescherming geniet, worden uitgezet of teruggeleid, wanneer: | Schrappen |
(a) er goede redenen bestaan om hem te beschouwen als een gevaar voor de veiligheid van de lidstaat waar hij zich bevindt; |
|
(b) hij definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf en derhalve een gevaar vormt voor de samenleving van de lidstaat waar hij zich bevindt. |
|
In deze gevallen wordt ook de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus beëindigd overeenkomstig respectievelijk artikel 14 of artikel 20. |
|
Or. en
Motivering
Artikel 23, lid 1, van de erkenningsrichtlijn is niet ongeldig, omdat het kan worden geïnterpreteerd in overeenstemming met het absolute verbod op refoulement dankzij de woorden "met inachtneming van hun internationale verplichtingen" in het eerste deel. De correcte interpretatie leidt ertoe dat refoulement van vluchtelingen zelfs in de in lid 2 geformuleerde gevallen niet is toegestaan.
Aangezien het verbod op refoulement in het EVRM absoluut is, moet het universeel als absoluut worden geïnterpreteerd, ongeacht de wettelijke context van het EU-recht waarin het wordt vermeld.
Amendement 618
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Wanneer dit op grond van de in lid 1 bedoelde internationale verplichtingen niet verboden is, kan een al dan niet formeel erkende vluchteling of persoon die subsidiaire bescherming geniet, worden uitgezet of teruggeleid, wanneer: | Schrappen |
(a) er goede redenen bestaan om hem te beschouwen als een gevaar voor de veiligheid van de lidstaat waar hij zich bevindt; |
|
(b) hij definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf en derhalve een gevaar vormt voor de samenleving van de lidstaat waar hij zich bevindt. |
|
Or. en
Amendement 619
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Wanneer dit op grond van de in lid 1 bedoelde internationale verplichtingen niet verboden is, kan een al dan niet formeel erkende vluchteling of persoon die subsidiaire bescherming geniet, worden uitgezet of teruggeleid, wanneer: | Schrappen |
(a) er goede redenen bestaan om hem te beschouwen als een gevaar voor de veiligheid van de lidstaat waar hij zich bevindt; |
|
(b) hij definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf en derhalve een gevaar vormt voor de samenleving van de lidstaat waar hij zich bevindt. |
|
Or. en
Amendement 620
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 2 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) er goede redenen bestaan om hem te beschouwen als een gevaar voor de veiligheid van de lidstaat waar hij zich bevindt; | Schrappen |
Or. en
Amendement 621
Monika Hohlmeier
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 2 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) er goede redenen bestaan om hem te beschouwen als een gevaar voor de veiligheid van de lidstaat waar hij zich bevindt; | (a) er goede redenen bestaan om hem te beschouwen als een gevaar voor de openbare veiligheid van de lidstaat of de individuele veiligheid van een burger van de lidstaat waar hij zich bevindt; |
Or. en
Motivering
Dit amendement verduidelijkt dat, als de wetshandhavingsdiensten goede redenen hebben om een vluchteling of persoon die subsidiaire bescherming geniet, niet alleen te beschouwen als een gevaar voor de openbare veiligheid van de lidstaat, maar ook voor de veiligheid van individuele burgers, dit voor de lidstaat een reden is om af te wijken van het beginsel van non-refoulement in gevallen waarin de internationale verplichtingen dit toestaan.
Amendement 622
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 2 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) hij definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf en derhalve een gevaar vormt voor de samenleving van de lidstaat waar hij zich bevindt. | Schrappen |
Or. en
Amendement 623
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 2 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) hij definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf en derhalve een gevaar vormt voor de samenleving van de lidstaat waar hij zich bevindt. | (b) hij definitief is veroordeeld voor een ernstig misdrijf en derhalve een gevaar vormt voor de samenleving van de lidstaat waar hij zich bevindt. |
Or. en
Amendement 624
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 2 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (b bis) de persoon buiten het rechtsgebied van zijn of haar gastlidstaat onderduikt. |
Or. en
Amendement 625
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
In deze gevallen wordt ook de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus beëindigd overeenkomstig respectievelijk artikel 14 of artikel 20. | Schrappen |
Or. en
Amendement 626
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De bevoegde autoriteiten verschaffen personen die internationale bescherming genieten, zo spoedig mogelijk nadat hun de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus is verleend, toegang tot informatie betreffende de rechten en plichten die verbonden zijn aan die status. Deze informatie wordt verstrekt in een taal die zij begrijpen of redelijkerwijs geacht kunnen worden te begrijpen, en vermeldt uitdrukkelijk de gevolgen van het niet nakomen van de in artikel 28 omschreven verplichtingen op het gebied van bewegingen binnen de Unie. | De bevoegde autoriteiten verschaffen personen die internationale bescherming genieten, zo spoedig mogelijk nadat hun de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus is verleend, toegang tot informatie betreffende de rechten en plichten die verbonden zijn aan die status. Deze informatie wordt verstrekt in een taal die zij begrijpen. |
Or. en
Amendement 627
Gérard Deprez, Louis Michel
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De bevoegde autoriteiten verschaffen personen die internationale bescherming genieten, zo spoedig mogelijk nadat hun de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus is verleend, toegang tot informatie betreffende de rechten en plichten die verbonden zijn aan die status. Deze informatie wordt verstrekt in een taal die zij begrijpen of redelijkerwijs geacht kunnen worden te begrijpen, en vermeldt uitdrukkelijk de gevolgen van het niet nakomen van de in artikel 28 omschreven verplichtingen op het gebied van bewegingen binnen de Unie. | De bevoegde autoriteiten verschaffen personen die internationale bescherming genieten, zo spoedig mogelijk nadat hun de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus is verleend, toegang tot informatie betreffende de rechten en plichten die verbonden zijn aan die status. Deze informatie wordt verstrekt in een taal die zij begrijpen of redelijkerwijs geacht kunnen worden te begrijpen, en vermeldt uitdrukkelijk de gevolgen van het niet nakomen van de in artikel 28 omschreven verplichtingen op het gebied van bewegingen binnen de Unie evenals alle rechten in verband met integratie die zijn vastgesteld in afdeling III van deze verordening. |
Or. fr
Motivering
Het recht op toegang tot duidelijke informatie moet niet worden beperkt tot de gevolgen van het niet nakomen van de in artikel 28 omschreven verplichtingen op het gebied van bewegingen binnen de Unie. Uitdrukkelijke informatie over integratie, met name toegang tot werk, onderwijs en huisvesting, zou een positieve invloed kunnen hebben op de integratie van de begunstigde in de lidstaat van ontvangst.
Amendement 628
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De bevoegde autoriteiten verschaffen personen die internationale bescherming genieten, zo spoedig mogelijk nadat hun de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus is verleend, toegang tot informatie betreffende de rechten en plichten die verbonden zijn aan die status. Deze informatie wordt verstrekt in een taal die zij begrijpen of redelijkerwijs geacht kunnen worden te begrijpen, en vermeldt uitdrukkelijk de gevolgen van het niet nakomen van de in artikel 28 omschreven verplichtingen op het gebied van bewegingen binnen de Unie. | De bevoegde autoriteiten verschaffen personen die internationale bescherming genieten, zo spoedig mogelijk nadat hun de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus is verleend, toegang tot informatie betreffende de rechten en plichten die verbonden zijn aan die status. Deze informatie wordt verstrekt in een taal die zij begrijpen en vermeldt uitdrukkelijk de gevolgen van het niet nakomen van de in artikel 28 omschreven verplichtingen op het gebied van bewegingen binnen de Unie. |
Or. it
Amendement 629
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De bevoegde autoriteiten verschaffen personen die internationale bescherming genieten, zo spoedig mogelijk nadat hun de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus is verleend, toegang tot informatie betreffende de rechten en plichten die verbonden zijn aan die status. Deze informatie wordt verstrekt in een taal die zij begrijpen of redelijkerwijs geacht kunnen worden te begrijpen, en vermeldt uitdrukkelijk de gevolgen van het niet nakomen van de in artikel 28 omschreven verplichtingen op het gebied van bewegingen binnen de Unie. | De bevoegde autoriteiten verschaffen personen die internationale bescherming genieten, zo spoedig mogelijk nadat hun de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus is verleend, toegang tot informatie betreffende de rechten en plichten die verbonden zijn aan die status. Deze informatie wordt verstrekt in een taal die zij begrijpen en vermeldt uitdrukkelijk eventuele gevolgen van het niet nakomen van de in artikel 28 omschreven verplichtingen op het gebied van bewegingen binnen de Unie. |
Or. en
Amendement 630
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De bevoegde autoriteiten verschaffen personen die internationale bescherming genieten, zo spoedig mogelijk nadat hun de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus is verleend, toegang tot informatie betreffende de rechten en plichten die verbonden zijn aan die status. Deze informatie wordt verstrekt in een taal die zij begrijpen of redelijkerwijs geacht kunnen worden te begrijpen, en vermeldt uitdrukkelijk de gevolgen van het niet nakomen van de in artikel 28 omschreven verplichtingen op het gebied van bewegingen binnen de Unie. | De bevoegde autoriteiten verschaffen personen die internationale bescherming genieten, zo spoedig mogelijk nadat hun de vluchtelingenstatus is verleend, toegang tot informatie betreffende de rechten en plichten die verbonden zijn aan die status. Deze informatie wordt verstrekt in een taal die zij begrijpen of redelijkerwijs geacht kunnen worden te begrijpen, en vermeldt uitdrukkelijk de gevolgen van het niet nakomen van de in artikel 28 omschreven verplichtingen op het gebied van bewegingen binnen de Unie. |
Or. en
Amendement 631
Tanja Fajon
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De Commissie stelt de vorm waarin de informatie wordt verschaft, en de inhoud ervan, vast door middel van een uitvoeringshandeling die wordt goedgekeurd overeenkomstig de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 58, lid 1, van Verordening (EU) XXX/XXX [Verordening inzake procedures]. | De inhoud van de informatie omvat ten minste de in bijlage II vermelde elementen.* |
| (* Bijlage II te bespreken met de schaduwrapporteurs op grond van een informeel compromisvoorstel.) |
Or. en
Motivering
De rapporteur is op de hoogte gebracht van de besprekingen in de Raad, volgens dewelke de inhoud van de informatie die moet worden verstrekt aan personen die internationale bescherming genieten, waarschijnlijk zal worden vastgesteld in een bijlage bij de verordening, in plaats van door middel van uitvoeringshandelingen die de Commissie in de toekomst moet voorstellen. Aangezien het Parlement in dat proces geen rol speelt, zou de rapporteur hierbij de discussie tussen de fracties op gang willen brengen in de hoop om in verband met dit vraagstuk tot een compromis te komen.
Amendement 632
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De Commissie stelt de vorm waarin de informatie wordt verschaft, en de inhoud ervan, vast door middel van een uitvoeringshandeling die wordt goedgekeurd overeenkomstig de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 58, lid 1, van Verordening (EU) XXX/XXX [Verordening inzake procedures]. | De Commissie stelt de vorm waarin de informatie wordt verschaft, en de inhoud ervan, vast door middel van gedelegeerde handelingen die worden goedgekeurd overeenkomstig artikel 59, lid 1, van Verordening (EU) XXX/XXX [Verordening inzake procedures]. |
Or. en
Amendement 633
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Gezinsleden van de persoon die internationale bescherming geniet, die zelf niet in aanmerking komen voor die bescherming, hebben het recht om een verblijfstitel aan te vragen overeenkomstig de nationale procedures en voor zover verenigbaar met de persoonlijke juridische status van het gezinslid. | 1. Gezinsleden als bedoeld in artikel 2, lid 9, van de persoon die internationale bescherming geniet, die zelf niet in aanmerking komen voor die bescherming, hebben het recht om een verblijfstitel aan te vragen overeenkomstig de nationale procedures en voor zover verenigbaar met de persoonlijke juridische status van het gezinslid. |
Or. en
Amendement 634
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De overeenkomstig lid 1 afgegeven verblijfstitels hebben een geldigheidsduur die gelijk is aan de geldigheidsduur van de verblijfstitel van de persoon die internationale bescherming geniet, en kunnen worden verlengd. De verblijfstitel die wordt afgegeven aan gezinsleden, kan in beginsel niet langer geldig zijn dan de datum waarop de verblijfstitel van de persoon die internationale bescherming geniet, verstrijkt. | Schrappen |
Or. en
Amendement 635
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De overeenkomstig lid 1 afgegeven verblijfstitels hebben een geldigheidsduur die gelijk is aan de geldigheidsduur van de verblijfstitel van de persoon die internationale bescherming geniet, en kunnen worden verlengd. De verblijfstitel die wordt afgegeven aan gezinsleden, kan in beginsel niet langer geldig zijn dan de datum waarop de verblijfstitel van de persoon die internationale bescherming geniet, verstrijkt. | 2. De overeenkomstig lid 1 afgegeven verblijfstitels hebben een geldigheidsduur die gelijk is aan de geldigheidsduur van de verblijfstitel van de persoon die internationale bescherming geniet, en kunnen worden verlengd. De verblijfstitel die wordt afgegeven aan gezinsleden, kan niet langer geldig zijn dan de datum waarop de verblijfstitel van de persoon die internationale bescherming geniet, verstrijkt. |
Or. en
Amendement 636
Traian Ungureanu, Artis Pabriks, Kinga Gál, Pál Csáky, Tomáš Zdechovský, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De overeenkomstig lid 1 afgegeven verblijfstitels hebben een geldigheidsduur die gelijk is aan de geldigheidsduur van de verblijfstitel van de persoon die internationale bescherming geniet, en kunnen worden verlengd. De verblijfstitel die wordt afgegeven aan gezinsleden, kan in beginsel niet langer geldig zijn dan de datum waarop de verblijfstitel van de persoon die internationale bescherming geniet, verstrijkt. | 2. De overeenkomstig lid 1 afgegeven verblijfstitels hebben een geldigheidsduur die gelijk is aan de geldigheidsduur van de verblijfstitel van de persoon die internationale bescherming geniet, en kunnen worden verlengd. De verblijfstitel die wordt afgegeven aan gezinsleden, kan niet langer geldig zijn dan de datum waarop de verblijfstitel van de persoon die internationale bescherming geniet, verstrijkt. |
Or. en
Amendement 637
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Er wordt geen verblijfstitel afgegeven aan een gezinslid dat op grond van de hoofdstukken III en V van internationale bescherming uitgesloten is of zou zijn. | Schrappen |
Or. en
Amendement 638
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 bis. Er wordt geen verblijfstitel afgegeven aan een echtgeno(o)t(e) van een persoon die internationale bescherming geniet wanneer de bevoegde autoriteit van oordeel is dat er voldoende bewijzen zijn om aan te nemen dat zijn/haar relatie met de vluchteling of de persoon die subsidiaire bescherming geniet het gevolg is van een gedwongen of een gearrangeerd huwelijk. |
Or. en
Motivering
De bevoegde autoriteiten moeten waarborgen dat slachtoffers van gedwongen huwelijk naar behoren worden beschermd, terwijl ook misbruik van het CEAS wordt tegengegaan. Verblijfstitels voor de echtgeno(o)t(e) van de persoon die internationale bescherming geniet, mogen daarom slechts worden afgegeven wanneer de bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat het huwelijk het gevolg is van een authentieke relatie.
Amendement 639
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer dat om dwingende redenen van nationale veiligheid of openbare orde noodzakelijk is, wordt geen verblijfstitel afgegeven aan een gezinslid, en wordt een reeds afgegeven verblijfstitel stopgezet of niet verlengd. | Schrappen |
Or. en
Amendement 640
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer dat om dwingende redenen van nationale veiligheid of openbare orde noodzakelijk is, wordt geen verblijfstitel afgegeven aan een gezinslid, en wordt een reeds afgegeven verblijfstitel stopgezet of niet verlengd. | 4. Wanneer dat om dwingende redenen van nationale veiligheid of openbare orde noodzakelijk is, wordt geen verblijfstitel afgegeven aan een gezinslid, en wordt een reeds afgegeven verblijfstitel stopgezet. |
Or. en
Amendement 641
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer dat om dwingende redenen van nationale veiligheid of openbare orde noodzakelijk is, wordt geen verblijfstitel afgegeven aan een gezinslid, en wordt een reeds afgegeven verblijfstitel stopgezet of niet verlengd. | 4. Wanneer dat om dwingende redenen van nationale veiligheid noodzakelijk is, wordt geen verblijfstitel afgegeven aan een gezinslid, en wordt een reeds afgegeven verblijfstitel stopgezet of niet verlengd. |
Or. en
Amendement 642
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Gezinsleden aan wie een verblijfstitel wordt afgegeven overeenkomstig lid 1, genieten de in de artikel 27 tot en met 39 bedoelde rechten. | Schrappen |
Or. en
Amendement 643
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De lidstaten kunnen besluiten dat dit artikel ook geldt voor andere naaste verwanten die ten tijde van het vertrek uit het land van herkomst of voorafgaand aan de aankomst van de verzoeker op het grondgebied van de lidstaten, deel uitmaakten van het gezin van de persoon die internationale bescherming geniet, en die op dat tijdstip volledig of grotendeels te zijnen laste kwamen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 644
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De lidstaten kunnen besluiten dat dit artikel ook geldt voor andere naaste verwanten die ten tijde van het vertrek uit het land van herkomst of voorafgaand aan de aankomst van de verzoeker op het grondgebied van de lidstaten, deel uitmaakten van het gezin van de persoon die internationale bescherming geniet, en die op dat tijdstip volledig of grotendeels te zijnen laste kwamen. | 6. De lidstaten kunnen besluiten dat dit artikel ook geldt voor andere naaste verwanten die voorafgaand aan de aankomst van de verzoeker op het grondgebied van de lidstaten, deel uitmaakten van het gezin. |
Or. it
Amendement 645
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De lidstaten kunnen besluiten dat dit artikel ook geldt voor andere naaste verwanten die ten tijde van het vertrek uit het land van herkomst of voorafgaand aan de aankomst van de verzoeker op het grondgebied van de lidstaten, deel uitmaakten van het gezin van de persoon die internationale bescherming geniet, en die op dat tijdstip volledig of grotendeels te zijnen laste kwamen. | 6. Dit artikel geldt ook voor andere naaste verwanten die ten tijde van het vertrek uit het land van herkomst of voorafgaand aan de aankomst van de verzoeker op het grondgebied van de lidstaten, deel uitmaakten van het gezin van de persoon die internationale bescherming geniet. |
Or. en
Amendement 646
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De lidstaten kunnen besluiten dat dit artikel ook geldt voor andere naaste verwanten die ten tijde van het vertrek uit het land van herkomst of voorafgaand aan de aankomst van de verzoeker op het grondgebied van de lidstaten, deel uitmaakten van het gezin van de persoon die internationale bescherming geniet, en die op dat tijdstip volledig of grotendeels te zijnen laste kwamen. | 6. De lidstaten passen dit artikel ook toe op andere naaste verwanten die ten tijde van het vertrek uit het land van herkomst of voorafgaand aan de aankomst van de verzoeker op het grondgebied van de lidstaten, deel uitmaakten van het gezin van de persoon die internationale bescherming geniet. |
Or. en
Amendement 647
Anna Hedh
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Uiterlijk 30 dagen na de toekenning van de internationale bescherming wordt een verblijfstitel afgegeven volgens het uniforme model van Verordening (EG) nr. 1030/2002. | 1. Uiterlijk 30 dagen na de toekenning van de internationale bescherming wordt een verblijfstitel afgegeven volgens het uniforme model van Verordening (EG) nr. 1030/2002. Een verblijfstitel is ten minste vijf jaar geldig. De lidstaten hebben de mogelijkheid om een langere geldigheidsduur vast te stellen in hun nationaal recht. Tijdelijke verblijftitels kunnen worden verlengd. |
Or. en
Amendement 648
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Uiterlijk 30 dagen na de toekenning van de internationale bescherming wordt een verblijfstitel afgegeven volgens het uniforme model van Verordening (EG) nr. 1030/2002. | 1. Zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen 30 dagen na de toekenning van de internationale bescherming wordt een verblijfstitel afgegeven volgens het uniforme model van Verordening (EG) nr. 1030/2002. |
Or. it
Amendement 649
Barbara Spinelli, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Uiterlijk 30 dagen na de toekenning van de internationale bescherming wordt een verblijfstitel afgegeven volgens het uniforme model van Verordening (EG) nr. 1030/2002. | 1. Zo spoedig mogelijk en in elk geval uiterlijk 15 dagen na de toekenning van de internationale bescherming wordt een verblijfstitel afgegeven volgens het uniforme model van Verordening (EG) nr. 1030/2002. |
Or. en
Amendement 650
Tanja Fajon
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Uiterlijk 30 dagen na de toekenning van de internationale bescherming wordt een verblijfstitel afgegeven volgens het uniforme model van Verordening (EG) nr. 1030/2002. | 1. Zo spoedig mogelijk en in elk geval uiterlijk 15 dagen na de toekenning van de internationale bescherming wordt een verblijfstitel afgegeven volgens het uniforme model van Verordening (EG) nr. 1030/2002. |
Or. en
Amendement 651
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Uiterlijk 30 dagen na de toekenning van de internationale bescherming wordt een verblijfstitel afgegeven volgens het uniforme model van Verordening (EG) nr. 1030/2002. | 1. Zo spoedig mogelijk na de toekenning van de internationale bescherming wordt een verblijfstitel afgegeven volgens het uniforme model van Verordening (EG) nr. 1030/2002. |
Or. en
Motivering
In artikel 26, lid 1, moeten we ons houden aan de tekst die in de huidige erkenningsrichtlijn is opgenomen.
Amendement 652
Anna Hedh
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) Personen met de vluchtelingenstatus krijgen een verblijfstitel die drie jaar geldig is en die met perioden van drie jaar kan worden verlengd. | Schrappen |
Or. en
Amendement 653
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) Personen met de vluchtelingenstatus krijgen een verblijfstitel die drie jaar geldig is en die met perioden van drie jaar kan worden verlengd. | (a) Personen met de vluchtelingenstatus krijgen een verblijfstitel die ten minste vijf jaar geldig is en die met perioden van ten minste vijf jaar kan worden verlengd. |
Or. en
Amendement 654
Barbara Spinelli, Malin Björk, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) Personen met de vluchtelingenstatus krijgen een verblijfstitel die drie jaar geldig is en die met perioden van drie jaar kan worden verlengd. | (a) De verblijfstitel voor personen die internationale bescherming genieten is ten minste vijf jaar geldig en kan met perioden van vijf jaar worden verlengd. |
Or. en
Motivering
There is no reason to expect the protection needs of the beneficiaries of subsidiary protection to be of shorter duration than those of refugees. Many crises today are prolonged and people are displaced on average for 17 years. Moreover, access for subsidiary protection beneficiaries to similar rights as those of refugees would be a significant element in facilitating their early participation and contribution to the host community. It can thereby support social cohesion contribute to preventing racism and xenophobia, and can play an important role in ensuring protection is effective (UNHCR, Comments to the Qualification Directive Recast Proposal, 2009). A number of EU Member States already provide refugees and beneficiaries of international protection with residence permits having the same duration.
Not only the duration of the residence permit of these beneficiaries should be aligned, it should also be increased. In June 2016, 7 EU Member States provided refugees with residence permits of 5 years of validity, 6 provided them with permanent residence permits, 2 with residence permits of more than 5 years of validity, 12 with residence permits of less than 5 years of validity. Only 4 EU Member States provided beneficiaries of subsidiary protection with residence permits of more than 3 years of validity, while 13 with residence permits of 1 year of validity. (AIDA, Asylum on the Clock? Duration and review of international protection status in Europe, June 2016)
Amendement 655
Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) Personen met de vluchtelingenstatus krijgen een verblijfstitel die drie jaar geldig is en die met perioden van drie jaar kan worden verlengd. | (a) Personen met de vluchtelingenstatus krijgen een verblijfstitel die ten minste vijf jaar geldig is en die met perioden van ten minste vijf jaar kan worden verlengd. |
Or. en
Amendement 656
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) Personen met de vluchtelingenstatus krijgen een verblijfstitel die drie jaar geldig is en die met perioden van drie jaar kan worden verlengd. | (a) Personen die internationale bescherming genieten krijgen een verblijfstitel die vijf jaar geldig is en die met perioden van vijf jaar kan worden verlengd. |
Or. it
Amendement 657
Gérard Deprez, Louis Michel
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) Personen met de vluchtelingenstatus krijgen een verblijfstitel die drie jaar geldig is en die met perioden van drie jaar kan worden verlengd. | (a) Personen met de vluchtelingenstatus krijgen een verblijfstitel die vijf of tien jaar geldig is en die met perioden van vijf of tien jaar kan worden verlengd. |
Or. fr
Motivering
Teneinde de integratie van vluchtelingen te bevorderen, dient de geldigheidsduur van hun verblijfstitels te worden verlengd en geharmoniseerd op vijf jaar. Lidstaten die echter reeds een langere geldigheidsduur voor verblijfstitels hanteren, mogen niet worden verplicht hun beschermingsniveau naar beneden bij te stellen en kunnen dus opteren voor een geldigheidsduur van tien jaar.
Amendement 658
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) Personen met de vluchtelingenstatus krijgen een verblijfstitel die drie jaar geldig is en die met perioden van drie jaar kan worden verlengd. | (a) Personen met de vluchtelingenstatus en personen met subsidiairebeschermingsstatus krijgen een verblijfstitel die vijf jaar geldig is. |
Or. en
Amendement 659
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) Personen met de vluchtelingenstatus krijgen een verblijfstitel die drie jaar geldig is en die met perioden van drie jaar kan worden verlengd. | (a) Personen met de vluchtelingenstatus krijgen een verblijfstitel die vijf jaar geldig is en die met perioden van vijf jaar kan worden verlengd. |
Or. en
Amendement 660
Barbara Spinelli, Malin Björk, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – letter a bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (a bis) De lidstaten mogen permanente verblijfstitels of verblijfstitels van onbeperkte duur afgeven onder gunstiger voorwaarden dan die welke in deze verordening zijn vastgesteld, conform artikel 13 van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad. |
Or. en
Amendement 661
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) Personen met de subsidiairebeschermingsstatus krijgen een verblijfstitel die één jaar geldig is en die met perioden van twee jaar kan worden verlengd. | Schrappen |
Or. en
Amendement 662
Barbara Spinelli, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) Personen met de subsidiairebeschermingsstatus krijgen een verblijfstitel die één jaar geldig is en die met perioden van twee jaar kan worden verlengd. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het amendement zorgt voor samenhang met de amendementen op artikel 26, lid 1 bis.
Amendement 663
Anna Hedh
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) Personen met de subsidiairebeschermingsstatus krijgen een verblijfstitel die één jaar geldig is en die met perioden van twee jaar kan worden verlengd. | Schrappen |
Or. en
Amendement 664
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) Personen met de subsidiairebeschermingsstatus krijgen een verblijfstitel die één jaar geldig is en die met perioden van twee jaar kan worden verlengd. | Schrappen |
Or. it
Amendement 665
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) Personen met de subsidiairebeschermingsstatus krijgen een verblijfstitel die één jaar geldig is en die met perioden van twee jaar kan worden verlengd. | (b) Personen met de subsidiairebeschermingsstatus krijgen een verblijfstitel die ten minste vijf jaar geldig is en die met perioden van ten minste vijf jaar kan worden verlengd. |
Or. en
Amendement 666
Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) Personen met de subsidiairebeschermingsstatus krijgen een verblijfstitel die één jaar geldig is en die met perioden van twee jaar kan worden verlengd. | (b) Personen met de subsidiairebeschermingsstatus krijgen een verblijfstitel die ten minste vijf jaar geldig is en die met perioden van ten minste vijf jaar kan worden verlengd. |
Or. en
Amendement 667
Gérard Deprez, Louis Michel
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) Personen met de subsidiairebeschermingsstatus krijgen een verblijfstitel die één jaar geldig is en die met perioden van twee jaar kan worden verlengd. | (b) Personen met de subsidiairebeschermingsstatus krijgen een verblijfstitel die één of vijf jaar geldig is en die met perioden van één of vijf jaar kan worden verlengd. |
Or. fr
Motivering
De geldigheidsduur van verblijfstitels voor personen met subsidiairebeschermingsstatus moet worden geharmoniseerd op één jaar. Lidstaten die echter reeds een langere geldigheidsduur voor verblijfstitels hanteren, mogen niet worden verplicht hun beschermingsniveau naar beneden bij te stellen en kunnen dus opteren voor een geldigheidsduur van vijf jaar.
Amendement 668
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) Personen met de subsidiairebeschermingsstatus krijgen een verblijfstitel die één jaar geldig is en die met perioden van twee jaar kan worden verlengd. | (b) Personen met de subsidiairebeschermingsstatus krijgen een verblijfstitel die één jaar geldig is en die met perioden van een jaar kan worden verlengd. |
Or. en
Amendement 669
Barbara Spinelli, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 2 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de bevoegde autoriteiten de vluchtelingenstatus van een onderdaan van een derde land intrekken, beëindigen of weigeren te verlengen overeenkomstig artikel 14, of de subsidiairebeschermingsstatus van een onderdaan van een derde land intrekken, beëindigen of weigeren te verlengen overeenkomstig artikel 20; | Schrappen |
Or. en
Motivering
De schrapping zorgt voor samenhang met de amendementen op de artikelen 14 en 20.
Amendement 670
Barbara Spinelli, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) artikel 23, lid 2, van toepassing is; | Schrappen |
Or. en
Motivering
De schrapping zorgt voor samenhang met de amendementen op artikel 23, lid 2.
Amendement 671
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) artikel 23, lid 2, van toepassing is; | Schrappen |
Or. en
Amendement 672
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) artikel 23, lid 2, van toepassing is; | Schrappen |
Or. en
Amendement 673
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 2 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde dat vereisen. | (c) de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde dat om dwingende redenen vereisen. |
Or. it
Amendement 674
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 2 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde dat vereisen. | (c) de bescherming van de nationale veiligheid dat om dwingende redenen vereist. |
Or. en
Amendement 675
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 2 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) de houder van de verblijfstitel onderduikt buiten het rechtsgebied van zijn gastlidstaat. |
Or. en
Amendement 676
Barbara Spinelli, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. Zelfs indien hem zijn verblijfstitel is ontnomen, blijft de betrokkene een persoon die internationale bescherming geniet en behoudt hij uit dien hoofde het recht op de voordelen die hoofdstuk VII [Inhoud van internationale bescherming] aan elke persoon die internationale bescherming geniet, waarborgt, met name het recht op bescherming tegen refoulement, op instandhouding van het gezin, op afgifte van reisdocumenten, op toegang tot werkgelegenheid en onderwijs, sociale voorzieningen, op gezondheidszorg en huisvesting, op vrij verkeer binnen de betrokken lidstaat en op toegang tot integratievoorzieningen. |
Or. en
Motivering
Amendement conform punt 95 van arrest C-373/13 van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Amendement 677
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Bij de toepassing van artikel 14, lid 5, en artikel 20, lid 3, wordt de verblijfstitel pas ingetrokken na het verstrijken van de in deze bepalingen bedoelde termijn van drie maanden. | Schrappen |
Or. en
Amendement 678
Barbara Spinelli, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Bij de toepassing van artikel 14, lid 5, en artikel 20, lid 3, wordt de verblijfstitel pas ingetrokken na het verstrijken van de in deze bepalingen bedoelde termijn van drie maanden. | Schrappen |
Or. en
Motivering
De schrapping zorgt voor samenhang met de amendementen op de artikelen 14 en 20.
Amendement 679
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Bij de toepassing van artikel 14, lid 5, en artikel 20, lid 3, wordt de verblijfstitel pas ingetrokken na het verstrijken van de in deze bepalingen bedoelde termijn van drie maanden. | 3. Bij de toepassing van artikel 14, lid 5, en artikel 20, lid 3, wordt de verblijfstitel pas ingetrokken na het verstrijken van de in deze bepalingen bedoelde termijn van negen maanden. |
Or. en
Amendement 680
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Bij de toepassing van artikel 14, lid 5, en artikel 20, lid 3, wordt de verblijfstitel pas ingetrokken na het verstrijken van de in deze bepalingen bedoelde termijn van drie maanden. | 3. Bij de toepassing van artikel 14, lid 5, en artikel 20, lid 3, wordt de verblijfstitel pas ingetrokken na het verstrijken van de in deze bepalingen bedoelde termijn van een maand. |
Or. en
Amendement 681
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Bij de toepassing van artikel 14, lid 5, en artikel 20, lid 3, wordt de verblijfstitel pas ingetrokken na het verstrijken van de in deze bepalingen bedoelde termijn van drie maanden. | 3. Bij de toepassing van artikel 14, lid 5, en artikel 20, lid 3, wordt de verblijfstitel pas ingetrokken na het verstrijken van de in deze bepalingen bedoelde termijnen. |
Or. en
Amendement 682
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De bevoegde autoriteiten verstrekken personen met de vluchtelingenstatus reisdocumenten in de in de bijlage bij het Verdrag van Genève vermelde vorm en met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad45. De reisdocumenten zijn ten minste één jaar geldig. | 1. De bevoegde autoriteiten verstrekken personen met de vluchtelingenstatus reisdocumenten in de in de bijlage bij het Verdrag van Genève vermelde vorm en met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad45. De reisdocumenten zijn ten minste vijf jaar geldig. |
_________________ | _________________ |
45 Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PB L 385 van 29.12.2004, blz. 1). | 45 Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PB L 385 van 29.12.2004, blz. 1). |
Or. en
Amendement 683
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De bevoegde autoriteiten verstrekken personen met de vluchtelingenstatus reisdocumenten in de in de bijlage bij het Verdrag van Genève vermelde vorm en met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad45. De reisdocumenten zijn ten minste één jaar geldig. | 1. De bevoegde autoriteiten verstrekken personen met de vluchtelingenstatus reisdocumenten in de in de bijlage bij het Verdrag van Genève vermelde vorm en met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad45. De reisdocumenten zijn ten minste vijf jaar geldig. |
_________________ | _________________ |
45 Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PB L 385 van 29.12.2004, blz. 1). | 45 Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PB L 385 van 29.12.2004, blz. 1). |
Or. en
Amendement 684
Barbara Spinelli, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De bevoegde autoriteiten verstrekken personen met de vluchtelingenstatus reisdocumenten in de in de bijlage bij het Verdrag van Genève vermelde vorm en met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad45. De reisdocumenten zijn ten minste één jaar geldig. | 1. De bevoegde autoriteiten verstrekken personen met de vluchtelingenstatus reisdocumenten in de in de bijlage bij het Verdrag van Genève vermelde vorm en met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad45. De reisdocumenten zijn ten minste vijf jaar geldig. |
_________________ | _________________ |
45 Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PB L 385 van 29.12.2004, blz. 1). | 45 Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PB L 385 van 29.12.2004, blz. 1). |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met de voorgestelde amendementen inzake de duur van verblijfstitels die worden afgegeven aan personen die internationale bescherming genieten, dient de geldigheid van de aan hen afgegeven reisdocumenten ook worden verlengd. Bij het vaststellen van de geldigheidsduur van dergelijke documenten dient rekening te worden gehouden met de gebruikelijke geldigheidsduur van door de lidstaten afgegeven reisdocumenten.
Amendement 685
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De bevoegde autoriteiten verstrekken personen met de vluchtelingenstatus reisdocumenten in de in de bijlage bij het Verdrag van Genève vermelde vorm en met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad45. De reisdocumenten zijn ten minste één jaar geldig. | 1. De bevoegde autoriteiten verstrekken personen met de vluchtelingenstatus reisdocumenten in de in de bijlage bij het Verdrag van Genève vermelde vorm en met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad45. De reisdocumenten zijn ten minste vijf jaar geldig. |
_________________ | _________________ |
45 Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PB L 385 van 29.12.2004, blz. 1). | 45 Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PB L 385 van 29.12.2004, blz. 1). |
Or. it
Amendement 686
Barbara Spinelli, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De bevoegde autoriteiten verstrekken reisdocumenten met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 aan personen met de subsidiairebeschermingsstatus die geen nationaal paspoort kunnen verkrijgen. De documenten zijn ten minste één jaar geldig. | 2. De bevoegde autoriteiten verstrekken reisdocumenten met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 aan personen met de subsidiairebeschermingsstatus die geen nationaal paspoort kunnen verkrijgen. De documenten zijn ten minste vijf jaar geldig. |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met de voorgestelde amendementen inzake de duur van verblijfstitels die worden afgegeven aan personen die internationale bescherming genieten, dient de geldigheid van de aan hen afgegeven reisdocumenten ook worden verlengd. Bij het vaststellen van de geldigheidsduur van dergelijke documenten dient rekening te worden gehouden met de gebruikelijke geldigheidsduur van door de lidstaten afgegeven reisdocumenten.
Amendement 687
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De bevoegde autoriteiten verstrekken reisdocumenten met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 aan personen met de subsidiairebeschermingsstatus die geen nationaal paspoort kunnen verkrijgen. De documenten zijn ten minste één jaar geldig. | 2. De bevoegde autoriteiten verstrekken reisdocumenten met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 aan personen met de subsidiairebeschermingsstatus die geen nationaal paspoort kunnen verkrijgen. De documenten zijn ten minste vijf jaar geldig. |
Or. en
Amendement 688
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De bevoegde autoriteiten verstrekken reisdocumenten met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 aan personen met de subsidiairebeschermingsstatus die geen nationaal paspoort kunnen verkrijgen. De documenten zijn ten minste één jaar geldig. | 2. De bevoegde autoriteiten verstrekken reisdocumenten met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 aan personen met de subsidiairebeschermingsstatus die geen nationaal paspoort kunnen verkrijgen. De documenten zijn ten minste vijf jaar geldig. |
Or. it
Amendement 689
Barbara Spinelli, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De in de leden 1 en 2 bedoelde documenten worden niet afgegeven indien dwingende redenen van nationale veiligheid of openbare orde zich daartegen verzetten. | Schrappen |
Or. en
Amendement 690
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De in de leden 1 en 2 bedoelde documenten worden niet afgegeven indien dwingende redenen van nationale veiligheid of openbare orde zich daartegen verzetten. | 3. De in de leden 1 en 2 bedoelde documenten worden niet afgegeven indien dwingende redenen van nationale veiligheid zich daartegen verzetten. |
Or. en
Amendement 691
Barbara Spinelli, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 bis. Richtlijn 2003/86/EG is van toepassing voor gezinsleden van personen met subsidiaire bescherming op dezelfde basis als die richtlijn geldt voor gezinsleden van vluchtelingen. |
Or. en
Motivering
Dit amendement garandeert gezinshereniging voor personen met subsidiairebeschermingsstatus op dezelfde basis als gezinshereniging voor personen met vluchtelingenstatus, om de betrokkene te helpen bij de integratie en zijn gezinsleven veilig te stellen en om beide groepen gelijk te behandelen in overeenstemming met de meeste CEAS-wetten.
De techniek om in ontwerpen rechten te verlenen aan gezinsleden door te verwijzen naar de gezinsherenigingsrichtlijn, maar deze niet rechtstreeks te wijzigen, wordt ook gebruikt in de blauwekaartrichtlijn, de ICT-richtlijn en de richtlijn inzake onderzoekers/studenten.
Amendement 692
Barbara Spinelli, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Personen die internationale bescherming genieten, genieten het recht van vrij verkeer binnen het grondgebied van de lidstaat die de internationale bescherming verleent, met inbegrip van het recht hun verblijfsplaats op dat grondgebied vrij te kiezen, onder dezelfde voorwaarden en beperkingen als die welke gelden voor andere onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied verblijven en zich in een vergelijkbare situatie bevinden. | 1. Personen die internationale bescherming genieten, genieten het recht van vrij verkeer binnen het grondgebied van de lidstaat die de internationale bescherming verleent, met inbegrip van het recht hun verblijfsplaats op dat grondgebied vrij te kiezen, onder dezelfde voorwaarden en beperkingen als die welke gelden voor andere onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied verblijven. |
Or. en
Motivering
Het is niet duidelijk wat 'onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied verblijven en zich in een vergelijkbare situatie bevinden' precies betekent. De voorgestelde wijziging is bedoeld om deze dubbelzinnigheid op te lossen en een passende verblijfplaats te garanderen voor personen die internationale bescherming genieten.
Amendement 693
Barbara Spinelli, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Binnen de grenzen van de internationale verplichtingen kunnen voorwaarden inzake verblijf worden opgelegd aan personen die internationale bescherming genieten en bepaalde socialezekerheids- of socialebijstandsuitkeringen ontvangen, indien deze voorwaarden noodzakelijk zijn om de integratie van de betrokken personen in de lidstaat die de bescherming verleent, te bevorderen. | Schrappen |
Or. en
Motivering
As the Meijers Committee rightfully points out: “Joined Cases C-443/14 and
C-444/14), allows for the imposition of a residence condition on international protection beneficiaries who receive social assistance, where such a condition is necessary to facilitate integration. (...) In Alo and Osso, the residence condition imposed by
Germany aimed to prevent the concentration in certain areas of third country nationals as this could lead to the emergence of social tension, but also to ensure availability of integration services. (...)
Crucially, the CJEU in Alo and Osso did not say that a residence condition with the objective of facilitating the integration of third-country nationals in the Member State is always allowed, but that it was for the national judge to verify whether such a condition did not amount to discrimination of subsidiary protection beneficiaries compared to other categories of third country nationals.
In these various ways, the new Article 28(2) oversimplifies and widens the scope of the judgment in Alo and Osso”.
Source: http://www.commissie-meijers.nl/sites/all/files/cm1614_comments_.pdf
Amendement 694
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Binnen de grenzen van de internationale verplichtingen kunnen voorwaarden inzake verblijf worden opgelegd aan personen die internationale bescherming genieten en bepaalde socialezekerheids- of socialebijstandsuitkeringen ontvangen, indien deze voorwaarden noodzakelijk zijn om de integratie van de betrokken personen in de lidstaat die de bescherming verleent, te bevorderen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 695
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Binnen de grenzen van de internationale verplichtingen kunnen voorwaarden inzake verblijf worden opgelegd aan personen die internationale bescherming genieten en bepaalde socialezekerheids- of socialebijstandsuitkeringen ontvangen, indien deze voorwaarden noodzakelijk zijn om de integratie van de betrokken personen in de lidstaat die de bescherming verleent, te bevorderen. | 2. Binnen de grenzen van de internationale verplichtingen kunnen voorwaarden inzake verblijf worden opgelegd aan personen die internationale bescherming genieten en bepaalde socialezekerheids- of socialebijstandsuitkeringen ontvangen. |
Or. en
Amendement 696
Barbara Spinelli, Jean Lambert, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Artikel 29 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Personen die internationale bescherming genieten, hebben niet het recht te verblijven in een andere lidstaat dan die welke de bescherming verleent. Dit doet geen afbreuk aan hun recht om een verzoek voor verblijf in een andere lidstaat in te dienen en ingewilligd te krijgen overeenkomstig de relevante bepalingen van het Unierecht en nationaal recht en aan hun recht om zich vrij te verplaatsen overeenkomstig de voorwaarden van artikel 21 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Geschrapt om de samenhang te bevorderen met de bijlage over de wederzijdse erkenning van asielbeslissingen.
Amendement 697
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 29 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Personen die internationale bescherming genieten, hebben niet het recht te verblijven in een andere lidstaat dan die welke de bescherming verleent. Dit doet geen afbreuk aan hun recht om een verzoek voor verblijf in een andere lidstaat in te dienen en ingewilligd te krijgen overeenkomstig de relevante bepalingen van het Unierecht en nationaal recht en aan hun recht om zich vrij te verplaatsen overeenkomstig de voorwaarden van artikel 21 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst. | 1. Personen die internationale bescherming genieten, hebben niet het recht te verblijven in een andere lidstaat dan die welke de bescherming verleent. |
Or. en
Amendement 698
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 29 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Personen die internationale bescherming genieten, hebben niet het recht te verblijven in een andere lidstaat dan die welke de bescherming verleent. Dit doet geen afbreuk aan hun recht om een verzoek voor verblijf in een andere lidstaat in te dienen en ingewilligd te krijgen overeenkomstig de relevante bepalingen van het Unierecht en nationaal recht en aan hun recht om zich vrij te verplaatsen overeenkomstig de voorwaarden van artikel 21 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst. | 1. Personen die internationale bescherming genieten, hebben niet het recht te verblijven in een andere lidstaat dan die welke de bescherming verleent. Dit doet geen afbreuk aan hun recht om een verzoek voor verblijf in een andere lidstaat in te dienen en ingewilligd te krijgen overeenkomstig de relevante bepalingen van het Unierecht, waaronder Richtlijn 2009/50/EG van de Raad1 bis of Richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad1 ter, en nationaal recht en aan hun recht om zich vrij te verplaatsen overeenkomstig de voorwaarden van artikel 21 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst. |
| _________________ |
| 1 bis Richtlijn 2009/50/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan (PB L 155 van 18.6.2009, blz. 17). |
| 1 ter Richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten (PB L 132 van 21.5.2016, blz. 21). |
Or. en
Amendement 699
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 29 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Wanneer een persoon wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke hem bescherming verleent, zonder dat hij het recht heeft om daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante Unierecht of nationaal recht, wordt hij onderworpen aan een terugnameprocedure als bedoeld in artikel 20, lid 1, onder e), van Verordening (EU) xxx/xxx. | Schrappen |
Or. bg
Motivering
De landen aan de buitengrenzen van de EU kunnen er niet toe worden gedwongen om permanent verantwoordelijk te zijn voor mensen aan wie internationale bescherming is verleend.
Amendement 700
Barbara Spinelli, Jean Lambert, Cornelia Ernst
Voorstel voor een verordening
Artikel 29 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Wanneer een persoon wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke hem bescherming verleent, zonder dat hij het recht heeft om daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante Unierecht of nationaal recht, wordt hij onderworpen aan een terugnameprocedure als bedoeld in artikel 20, lid 1, onder e), van Verordening (EU) xxx/xxx. | Schrappen |
Or. en
Amendement 701
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Artikel 29 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Wanneer een persoon wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke hem bescherming verleent, zonder dat hij het recht heeft om daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante Unierecht of nationaal recht, wordt hij onderworpen aan een terugnameprocedure als bedoeld in artikel 20, lid 1, onder e), van Verordening (EU) xxx/xxx. | 2. Wanneer een persoon wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke hem bescherming verleent, zonder dat hij het recht heeft om daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante Unierecht of nationaal recht, wordt hij op eigen kosten, aftrekbaar van de financiële uitkeringen die hij ontvangt van de lidstaat die hem bescherming verleent, onderworpen aan een terugnameprocedure als bedoeld in artikel 20, lid 1, onder e), van Verordening (EU) xxx/xxx. De persoon die wordt onderworpen aan een terugnameprocedure wordt ook gestraft met intrekking van de desbetreffende in afdeling III vermelde rechten gedurende een beperkte periode. |
Or. en
Amendement 702
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 29 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. Wanneer een niet-begeleide minderjarige die internationale bescherming geniet, wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke hem bescherming verleent, zonder dat hij het recht heeft om daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante Unierecht of nationaal recht, voert de lidstaat waar de minderjarige zich bevindt meteen een multidisciplinaire beoordeling uit van de belangen van het kind om vast te stellen of de minderjarige wordt onderworpen aan een terugnameprocedure als bedoeld in artikel 20, lid 1, onder e), van Verordening (EU) nr. xxx/xxx. De lidstaat van overdracht verkrijgt individuele garanties dat de verantwoordelijke lidstaat op basis van het resultaat van de beoordeling onverwijld de maatregelen treft als bedoeld in artikelen 14 en 24 van Richtlijn 2013/33/EU en artikel 25 van Richtlijn 2013/32/EU. |
| De multidisciplinaire beoordeling is gebaseerd op de volgende factoren: |
| (a) de mogelijkheden van gezinshereniging; |
| (b) het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige; |
| (c) veiligheid en beveiligingsoverwegingen, met name wanneer de minderjarige mogelijk het slachtoffer is van mensenhandel; |
| (d) de standpunten van de minderjarige, in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit. |
| De beoordeling wordt snel verricht door gekwalificeerd, deskundig personeel op het vlak van kinderrechten om ervoor te zorgen dat de belangen van het kind in acht worden genomen; ten minste de voogd en de juridisch adviseur of advocaat worden hierbij betrokken, en het recht van het kind om te worden gehoord, moet gewaarborgd zijn. |
Or. en
Amendement 703
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Hoofdstuk 7 – afdeling 3 - titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Rechten in verband met integratie | Rechten en plichten in verband met integratie |
Or. en
Amendement 704
Lorenzo Fontana
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Personen die internationale bescherming genieten, hebben het recht om onmiddellijk nadat hun deze bescherming is verleend, een beroepsactiviteit als werknemer of zelfstandige op te nemen, waarbij de algemene voorschriften die gelden voor het beroep en de overheidsdienst moeten worden nageleefd. | 1. Personen die internationale bescherming genieten, hebben net als alle andere burgers die in het ontvangende land zijn gevestigd het recht en de plicht om een beroepsactiviteit als werknemer of zelfstandige te vinden. |
Or. it
Amendement 705
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 2 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Personen die internationale bescherming genieten, worden gelijk behandeld met onderdanen van de lidstaat die de bescherming verleent, wat betreft: | 2. Personen die internationale bescherming genieten, worden gelijk behandeld met andere onderdanen van derde landen die verblijven in de lidstaat die de bescherming verleent, wat betreft: |
Or. en
Amendement 706
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 2 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) door arbeidsbureaus verleende adviesdiensten. | (d) door arbeidsbureaus verleende adviesdiensten in de gebruikelijke talen van die diensten in de betrokken lidstaat. |
Or. en
Amendement 707
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De bevoegde autoriteiten faciliteren waar nodig de volledige toegang tot de activiteiten als bedoeld in lid 2, onder c) en d). | 3. De bevoegde autoriteiten faciliteren de volledige toegang tot de activiteiten als bedoeld in lid 2, onder c) en d). |
Or. it
Amendement 708
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De bevoegde autoriteiten faciliteren waar nodig de volledige toegang tot de activiteiten als bedoeld in lid 2, onder c) en d). | 3. De bevoegde autoriteiten faciliteren de volledige toegang tot de activiteiten als bedoeld in lid 2, onder c) en d). |
Or. en
Amendement 709
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Minderjarigen aan wie internationale bescherming is verleend, hebben onbeperkt toegang tot het onderwijsstelsel, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de onderdanen van de lidstaat die de bescherming verleent. | 1. Minderjarigen aan wie internationale bescherming is verleend, hebben onbeperkt toegang tot het onderwijsstelsel, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de andere onderdanen van derde landen die verblijven in de lidstaat die de bescherming verleent. De lidstaten mogen echter naar eigen goeddunken bepaalde schoolvoorzieningen aanwijzen voor minderjarigen aan wie internationale bescherming is verleend, teneinde een ordelijke schoolomgeving te waarborgen. |
Or. en
Amendement 710
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Volwassenen aan wie internationale bescherming is verleend, hebben toegang tot het algemene onderwijsstelsel, voortgezette opleidingsvoorzieningen en om- en herscholing, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor onderdanen van derde landen die legaal in die lidstaat verblijven en zich in een vergelijkbare situatie bevinden. | 2. Volwassenen aan wie internationale bescherming is verleend, hebben toegang tot het algemene onderwijsstelsel, voortgezette opleidingsvoorzieningen en om- en herscholing, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de onderdanen van die lidstaat. |
Or. en
Amendement 711
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Volwassenen aan wie internationale bescherming is verleend, hebben toegang tot het algemene onderwijsstelsel, voortgezette opleidingsvoorzieningen en om- en herscholing, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor onderdanen van derde landen die legaal in die lidstaat verblijven en zich in een vergelijkbare situatie bevinden. | 2. Volwassenen aan wie internationale bescherming is verleend, hebben toegang tot het algemene onderwijsstelsel, voortgezette opleidingsvoorzieningen en om- en herscholing, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor onderdanen van derde landen die legaal in die lidstaat verblijven. |
Or. en
Motivering
Het is niet duidelijk wat 'onderdanen van derde landen die legaal in die lidstaat verblijven en zich in een vergelijkbare situatie bevinden' precies betekent. De voorgestelde wijziging is bedoeld om deze dubbelzinnigheid op te lossen en ervoor te zorgen dat de kinderen op een geleidelijke manier het volwassenenleven instappen. Veel kinderen zonder begeleiding worden 18 voordat ze een beslissing over hun verzoek om internationale bescherming ontvangen. Bovendien hebben degenen die een verblijfstitel ontvangen waarborgen nodig om hun middelbaar onderwijs te kunnen afmaken.
Amendement 712
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 32 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Personen die internationale bescherming genieten, worden gelijk behandeld met onderdanen van de lidstaat die de bescherming verleent met betrekking tot de bestaande procedures voor de erkenning van buitenlandse diploma's, getuigschriften en andere bewijzen van officiële kwalificaties. | 1. Personen die internationale bescherming genieten, worden gelijk behandeld met andere onderdanen van derde landen die verblijven in de lidstaat die de bescherming verleent met betrekking tot de bestaande procedures voor de erkenning van buitenlandse diploma's, getuigschriften en andere bewijzen van officiële kwalificaties. |
Or. en
Amendement 713
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 32 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De bevoegde autoriteiten faciliteren de volledige toegang tot de in lid 1 genoemde procedures voor personen die internationale bescherming genieten en geen bewijsstukken van hun kwalificaties kunnen overleggen, onverminderd artikel 2, lid 2, en artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad46. | Schrappen |
_________________ |
|
46 Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 22). |
|
Or. en
Amendement 714
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Artikel 32 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Personen die internationale bescherming genieten, worden gelijk behandeld met onderdanen van de lidstaat die de bescherming verleent met betrekking tot passende regelingen voor de beoordeling, validering en erkenning van hun eerdere scholing en ervaring. | 3. Personen die internationale bescherming genieten, worden gelijk behandeld met andere onderdanen van derde landen die verblijven in de lidstaat die de bescherming verleent met betrekking tot passende regelingen voor de beoordeling, validering en erkenning van hun eerdere scholing en ervaring. |
Or. en
Amendement 715
Kristina Winberg
Voorstel voor een verordening
Artikel 33
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 33 | Schrappen |
Sociale zekerheid |
|
Personen die internationale bescherming genieten, worden gelijk behandeld met onderdanen van de lidstaat die de bescherming verleent met betrekking tot sociale zekerheid. |
|
Or. en
Amendement 716
Traian Ungureanu, Artis Pabriks, Kinga Gál, Pál Csáky, Tomáš Zdechovský, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 33
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 33 | Schrappen |
Sociale zekerheid |
|
Personen die internationale bescherming genieten, worden gelijk behandeld met onderdanen van de lidstaat die de bescherming verleent met betrekking tot sociale zekerheid. |
|
Or. en
Amendement 717
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Artikel 33 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Personen die internationale bescherming genieten, worden gelijk behandeld met onderdanen van de lidstaat die de bescherming verleent met betrekking tot sociale zekerheid. | Personen die internationale bescherming genieten, worden gelijk behandeld met andere onderdanen van derde landen die verblijven in de lidstaat die de bescherming verleent met betrekking tot sociale zekerheid. |
Or. en
Motivering
Totdat de verblijfsstatus van de persoon die internationale bescherming geniet permanent kan worden geacht, hoeven de lidstaten die persoon niet dezelfde sociale bescherming te verlenen als hun eigen onderdanen.
Amendement 718
Kristina Winberg
Voorstel voor een verordening
Artikel 34
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 34 | Schrappen |
Sociale bijstand |
|
1. Personen die internationale bescherming genieten, worden gelijk behandeld met onderdanen van de lidstaat die de bescherming verleent met betrekking tot sociale bijstand. |
|
Aan de toegang tot bepaalde in de nationale wetgeving vastgestelde sociale bijstand kan de voorwaarde worden verbonden dat de persoon die internationale bescherming geniet, daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen. |
|
2. Voor personen met de subsidiairebeschermingsstatus kunnen de lidstaten de sociale bijstand beperken tot de meest fundamentele prestaties. |
|
Or. en
Amendement 719
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Personen die internationale bescherming genieten, worden gelijk behandeld met onderdanen van de lidstaat die de bescherming verleent met betrekking tot sociale bijstand. | Personen die internationale bescherming genieten, worden gelijk behandeld met andere onderdanen van derde landen die verblijven in de lidstaat die de bescherming verleent met betrekking tot sociale bijstand. |
Or. en
Motivering
Totdat de verblijfsstatus van de persoon die internationale bescherming geniet permanent kan worden geacht, hoeven de lidstaten die persoon niet dezelfde sociale bijstand te verlenen als hun eigen onderdanen.
Amendement 720
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Aan de toegang tot bepaalde in de nationale wetgeving vastgestelde sociale bijstand kan de voorwaarde worden verbonden dat de persoon die internationale bescherming geniet, daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 721
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Aan de toegang tot bepaalde in de nationale wetgeving vastgestelde sociale bijstand kan de voorwaarde worden verbonden dat de persoon die internationale bescherming geniet, daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 722
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Aan de toegang tot bepaalde in de nationale wetgeving vastgestelde sociale bijstand kan de voorwaarde worden verbonden dat de persoon die internationale bescherming geniet, daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen. | Aan de toegang tot in de nationale wetgeving vastgestelde sociale bijstand wordt de voorwaarde verbonden dat de persoon die internationale bescherming geniet en diens gezinsleden als bedoeld in artikel 2, lid 9, daadwerkelijk deelnemen aan integratiemaatregelen en deze met succes afronden. |
Or. en
Amendement 723
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Voor personen met de subsidiairebeschermingsstatus kunnen de lidstaten de sociale bijstand beperken tot de meest fundamentele prestaties. | Schrappen |
Or. it
Amendement 724
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Voor personen met de subsidiairebeschermingsstatus kunnen de lidstaten de sociale bijstand beperken tot de meest fundamentele prestaties. | Schrappen |
Or. en
Amendement 725
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Voor personen met de subsidiairebeschermingsstatus kunnen de lidstaten de sociale bijstand beperken tot de meest fundamentele prestaties. | Schrappen |
Or. en
Amendement 726
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Voor personen met de subsidiairebeschermingsstatus kunnen de lidstaten de sociale bijstand beperken tot de meest fundamentele prestaties. | Schrappen |
Or. en
Amendement 727
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Voor personen met de subsidiairebeschermingsstatus kunnen de lidstaten de sociale bijstand beperken tot de meest fundamentele prestaties. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Zoals de rapporteur, is ook de schaduwrapporteur van mening dat het helemaal niet duidelijk is waarom personen die bescherming nodig hebben en subsidiaire bescherming genieten niet dezelfde sociale bijstand zouden mogen ontvangen als andere personen die internationale bescherming nodig hebben. Er mag geen sprake zijn van ongelijke behandeling tussen personen die behoefte hebben aan internationale bescherming. Dit is zowel vanuit juridisch oogpunt bedenkelijk als administratief onhandig. Zodra de behoefte aan bescherming is vastgesteld, hebben deze personen allemaal dezelfde sociale behoeften in de ontvangende lidstaat.
Amendement 728
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Voor personen met de subsidiairebeschermingsstatus kunnen de lidstaten de sociale bijstand beperken tot de meest fundamentele prestaties. | 2. Voor personen met de subsidiairebeschermingsstatus kunnen de lidstaten de sociale bijstand beperken. |
Or. en
Amendement 729
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Gezondheidszorg | Basisgezondheidszorg |
Or. en
Amendement 730
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Personen die internationale bescherming genieten, hebben toegang tot gezondheidszorg onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de onderdanen van de lidstaat die de bescherming verleent. | 1. Personen die internationale bescherming genieten, hebben toegang tot gezondheidszorg onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de andere onderdanen van derde landen die verblijven in de lidstaat die de bescherming verleent. |
Or. en
Motivering
Totdat de verblijfsstatus van de persoon die internationale bescherming geniet permanent kan worden geacht, hoeven de lidstaten die persoon niet dezelfde gezondheidszorg te verlenen als hun eigen onderdanen.
Amendement 731
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Personen die internationale bescherming genieten, hebben toegang tot gezondheidszorg onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de onderdanen van de lidstaat die de bescherming verleent. | 1. Personen die internationale bescherming genieten, hebben toegang tot basisgezondheidszorg onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de onderdanen van de lidstaat die de bescherming verleent. |
Or. en
Amendement 732
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Personen die internationale bescherming genieten en bijzondere behoeften hebben, zoals zwangere vrouwen, gehandicapten, personen die foltering, verkrachting of andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld hebben ondergaan of minderjarigen die het slachtoffer zijn geweest van enige vorm van mishandeling, verwaarlozing, uitbuiting, foltering, wrede, onmenselijke en vernederende behandeling of die onder een gewapend conflict hebben geleden, krijgen passende gezondheidszorg, met inbegrip van de behandeling van geestesziekten waar nodig, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor onderdanen van de lidstaat die de bescherming verleent. | 2. Personen die internationale bescherming genieten en bijzondere behoeften hebben, zoals zwangere vrouwen, gehandicapten, personen die foltering, verkrachting of andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld hebben ondergaan of minderjarigen die het slachtoffer zijn geweest van enige vorm van mishandeling, verwaarlozing, uitbuiting, foltering, wrede, onmenselijke en vernederende behandeling of die onder een gewapend conflict hebben geleden, krijgen passende gezondheidszorg, met inbegrip van de behandeling van geestesziekten waar nodig, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor onderdanen van de lidstaat die de bescherming verleent. |
Or. en
Amendement 733
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Personen die internationale bescherming genieten en bijzondere behoeften hebben, zoals zwangere vrouwen, gehandicapten, personen die foltering, verkrachting of andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld hebben ondergaan of minderjarigen die het slachtoffer zijn geweest van enige vorm van mishandeling, verwaarlozing, uitbuiting, foltering, wrede, onmenselijke en vernederende behandeling of die onder een gewapend conflict hebben geleden, krijgen passende gezondheidszorg, met inbegrip van de behandeling van geestesziekten waar nodig, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor onderdanen van de lidstaat die de bescherming verleent. | 2. Personen die internationale bescherming genieten en bijzondere behoeften hebben, krijgen bijstand bij de toegang tot passende gezondheidszorg, met inbegrip van de behandeling van geestesziekten waar nodig, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor andere onderdanen van derde landen die verblijven in de lidstaat die de bescherming verleent. |
Or. en
Motivering
De gezondheidsbehoeften van elke persoon moeten uiteraard worden beoordeeld door, en moeten een zaak blijven van, gezondheidswerkers, die elk individueel geval onderzoeken. Een lijst van personen die voor passende gezondheidszorg in aanmerking zouden kunnen komen, is daarom onnodig en discriminerend. In verband met dit hoofdstuk betekent een persoon met bijzondere behoeften iemand die bijzondere waarborgen nodig heeft om te kunnen genieten van de rechten en te voldoen aan de plichten die hierin zijn opgenomen.
Amendement 734
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. Ook personen die om internationale bescherming verzoeken, maar van wie het verzoek om internationale bescherming is geweigerd, krijgen toegang tot gezondheidszorg onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de onderdanen van de lidstaat. Als het gevaar bestaat dat de gezondheid van die personen slechter zal worden indien zij naar hun land van herkomst terugkeren of dat die personen riskeren te sterven omdat ze geen gezondheidszorg krijgen, doet de lidstaat die personen niet terugkeren en biedt hij hen bijstand en gezondheidszorg aan conform het recht op leven en het verbod van foltering en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen als opgenomen in de artikelen 2 en 3 van het EU-Handvest van de grondrechten. |
Or. en
Motivering
Amendement geïnspireerd op het recente arrest van het EHRM in de zaak Paposhvii tegen België (13 december 2016).
Amendement 735
Kristina Winberg
Voorstel voor een verordening
Artikel 36
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[...] | Schrappen |
Or. en
Amendement 736
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Zo spoedig mogelijk nadat de internationale bescherming is verleend en uiterlijk binnen vijf werkdagen nemen de bevoegde autoriteiten, zoals uiteengezet in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures] de nodige maatregelen om te verzekeren dat niet-begeleide minderjarigen worden vertegenwoordigd door een wettelijke voogd, dan wel, indien nodig, door een organisatie die belast is met de zorg voor en het welzijn van minderjarigen, of op een andere passende wijze worden vertegenwoordigd, zoals op basis van wetgeving of een rechterlijke uitspraak. | Zo spoedig mogelijk en uiterlijk vijf dagen na de datum waarop de internationale bescherming is aangevraagd, nemen de bevoegde autoriteiten, zoals uiteengezet in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures] de nodige maatregelen om te verzekeren dat niet-begeleide minderjarigen worden vertegenwoordigd door een wettelijke voogd, dan wel, indien nodig, door een organisatie die belast is met de zorg voor en het welzijn van minderjarigen, of op een andere passende wijze worden vertegenwoordigd, zoals op basis van wetgeving of een rechterlijke uitspraak. |
Or. en
Amendement 737
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Zo spoedig mogelijk nadat de internationale bescherming is verleend en uiterlijk binnen vijf werkdagen nemen de bevoegde autoriteiten, zoals uiteengezet in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures] de nodige maatregelen om te verzekeren dat niet-begeleide minderjarigen worden vertegenwoordigd door een wettelijke voogd, dan wel, indien nodig, door een organisatie die belast is met de zorg voor en het welzijn van minderjarigen, of op een andere passende wijze worden vertegenwoordigd, zoals op basis van wetgeving of een rechterlijke uitspraak. | Zo spoedig mogelijk nadat de internationale bescherming is verleend, nemen de bevoegde autoriteiten, zoals uiteengezet in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures] de nodige maatregelen om te verzekeren dat niet-begeleide minderjarigen worden vertegenwoordigd door een wettelijke voogd. |
Or. en
Amendement 738
Anna Maria Corazza Bildt
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Zo spoedig mogelijk nadat de internationale bescherming is verleend en uiterlijk binnen vijf werkdagen nemen de bevoegde autoriteiten, zoals uiteengezet in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures] de nodige maatregelen om te verzekeren dat niet-begeleide minderjarigen worden vertegenwoordigd door een wettelijke voogd, dan wel, indien nodig, door een organisatie die belast is met de zorg voor en het welzijn van minderjarigen, of op een andere passende wijze worden vertegenwoordigd, zoals op basis van wetgeving of een rechterlijke uitspraak. | Zo spoedig mogelijk nadat de internationale bescherming is verleend en in elk geval uiterlijk vijf dagen nadat een niet-begeleide minderjarige in de lidstaat aankomt, nemen de bevoegde autoriteiten, zoals uiteengezet in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures] de nodige maatregelen om te verzekeren dat niet-begeleide minderjarigen worden vertegenwoordigd door een bevoegde wettelijke voogd, dan wel, indien nodig, door een organisatie die belast is met de zorg voor en het welzijn van minderjarigen, of op een andere passende wijze worden vertegenwoordigd, zoals op basis van wetgeving of een rechterlijke uitspraak. |
Or. en
Amendement 739
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Zo spoedig mogelijk nadat de internationale bescherming is verleend en uiterlijk binnen vijf werkdagen nemen de bevoegde autoriteiten, zoals uiteengezet in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures] de nodige maatregelen om te verzekeren dat niet-begeleide minderjarigen worden vertegenwoordigd door een wettelijke voogd, dan wel, indien nodig, door een organisatie die belast is met de zorg voor en het welzijn van minderjarigen, of op een andere passende wijze worden vertegenwoordigd, zoals op basis van wetgeving of een rechterlijke uitspraak. | Zo spoedig mogelijk nadat de internationale bescherming is verleend en uiterlijk binnen vijf werkdagen nemen de bevoegde autoriteiten, zoals uiteengezet in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures] de nodige maatregelen om te verzekeren dat niet-begeleide minderjarigen worden vertegenwoordigd door een wettelijke voogd, dan wel op een andere passende wijze worden vertegenwoordigd, zoals op basis van wetgeving of een rechterlijke uitspraak. |
Or. en
Amendement 740
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Zo spoedig mogelijk nadat de internationale bescherming is verleend en uiterlijk binnen vijf werkdagen nemen de bevoegde autoriteiten, zoals uiteengezet in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures] de nodige maatregelen om te verzekeren dat niet-begeleide minderjarigen worden vertegenwoordigd door een wettelijke voogd, dan wel, indien nodig, door een organisatie die belast is met de zorg voor en het welzijn van minderjarigen, of op een andere passende wijze worden vertegenwoordigd, zoals op basis van wetgeving of een rechterlijke uitspraak. | Wanneer het niet mogelijk is om dezelfde voogd te behouden die is aangesteld na de aankomst van de niet-begeleide minderjarige op het grondgebied van de Unie, nemen de bevoegde autoriteiten zo spoedig mogelijk nadat de internationale bescherming is verleend en uiterlijk binnen vijf dagen de nodige maatregelen om te verzekeren dat niet-begeleide minderjarigen worden vertegenwoordigd door een wettelijke voogd, dan wel, indien nodig, door een organisatie die belast is met de zorg voor en het welzijn van minderjarigen, of op een andere passende wijze worden vertegenwoordigd, zoals op basis van wetgeving of een rechterlijke uitspraak. |
Or. en
Motivering
Als vuistregel verdient het de voorkeur om dezelfde voogd te behouden als degene die is aangesteld nadat de niet-begeleide minderjarige op het grondgebied van de Unie is aangekomen, ook nadat de internationale bescherming is verleend. In gevallen waarin de voogd deze rol niet langer kan vervullen (doordat hij of zij niet voldoet aan de voorschriften of door een overplaatsing van de minderjarige) moeten de bevoegde autoriteiten echter zo spoedig mogelijk een nieuwe voogd aanstellen.
Amendement 741
Kati Piri, Tanja Fajon, Juan Fernando López Aguilar
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Zo spoedig mogelijk nadat de internationale bescherming is verleend en uiterlijk binnen vijf werkdagen nemen de bevoegde autoriteiten, zoals uiteengezet in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures] de nodige maatregelen om te verzekeren dat niet-begeleide minderjarigen worden vertegenwoordigd door een wettelijke voogd, dan wel, indien nodig, door een organisatie die belast is met de zorg voor en het welzijn van minderjarigen, of op een andere passende wijze worden vertegenwoordigd, zoals op basis van wetgeving of een rechterlijke uitspraak. | Zo spoedig mogelijk nadat de internationale bescherming is verleend en uiterlijk binnen vijf dagen nemen de bevoegde autoriteiten de nodige maatregelen om te verzekeren dat niet-begeleide minderjarigen worden vertegenwoordigd door een wettelijke voogd, dan wel, indien nodig, door een organisatie die belast is met de zorg voor en het welzijn van minderjarigen, of op een andere passende wijze worden vertegenwoordigd, zoals op basis van wetgeving of een rechterlijke uitspraak. |
Or. en
Motivering
Dit strookt met de voorgestelde wijzigingen aan de richtlijn opvangvoorzieningen. Voogden moeten zo snel mogelijk worden aangesteld. Niet-begeleide minderjarigen zijn ook in het weekend niet-begeleid dus de termijn van vijf dagen moet uitsluitend vijf dagen betreffen en niet vijf werkdagen.
Amendement 742
Kati Piri, Tanja Fajon, Juan Fernando López Aguilar
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| De lidstaten zorgen ervoor dat een voogd wordt aangewezen voor een beperkt aantal niet-begeleide minderjarigen (maximaal twintig), teneinde te waarborgen dat de voogd zijn taken doeltreffend kan uitvoeren. De lidstaten wijzen organisaties of personen aan die tot taak hebben regelmatig erop toe te zien dat voogden hun taken op bevredigende wijze vervullen. Die organisaties of personen zijn ook bevoegd om klachten van niet-begeleide minderjarigen tegen hun voogd te toetsen. Hiertoe worden niet-begeleide minderjarigen op een kindvriendelijke manier en in een taal die zij begrijpen geïnformeerd over wie deze organisaties of personen zijn en hoe zij vertrouwelijk en veilig klachten kunnen indienen tegen hun voogd. |
Or. en
Motivering
Dit strookt met de voorgestelde wijzigingen aan de richtlijn opvangvoorzieningen. Teneinde te waarborgen dat een voogd zijn rol doeltreffend kan uitvoeren mag het aantal niet-begeleide minderjarigen waar hij tegelijkertijd voor verantwoordelijk is, nooit meer dan twintig bedragen. Deze bovengrens staat bovendien garant voor juridische duidelijkheid. Het maximumaantal van twintig niet-begeleide minderjarigen wordt door deskundigen op het gebied van voogdij over minderjarigen, zoals de NIDOS en UNHCR, als goede praktijk beschouwd.
Amendement 743
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Wanneer een organisatie als voogd is aangewezen, wijst deze zo spoedig mogelijk een persoon aan die bevoegd is om ten aanzien van de niet-begeleide minderjarige de taak van voogd uit te voeren, overeenkomstig deze verordening. | Wanneer een organisatie als voogd is aangewezen, wijst deze zo spoedig mogelijk een persoon aan die bevoegd is om ten aanzien van de niet-begeleide minderjarige de taak van voogd uit te voeren, overeenkomstig deze richtlijn. |
Or. en
Amendement 744
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De aangewezen voogd heeft als taak erop toe te zien dat de minderjarige toegang heeft tot alle rechten die uit deze verordening voortvloeien. De bevoegde autoriteiten voeren regelmatig een beoordeling uit van het presteren van de aangewezen voogd. | 2. De aangewezen voogd heeft als taak erop toe te zien dat de minderjarige toegang heeft tot alle rechten die uit deze verordening voortvloeien. De verantwoordelijke autoriteiten voeren tijdens de eerste maand na zijn aanstelling, en vervolgens op gezette tijden, een beoordeling uit van het presteren van de voogd. |
Or. en
Motivering
De reden waarom het presteren van de voogd tijdens de eerste maand na zijn aanstelling moet worden verricht, is dat tijdens de eerste periode van de relatie tussen de voogd en de minderjarige de basis voor duurzaam vertrouwen wordt gelegd.
Amendement 745
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 3 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) in speciale centra voor minderjarigen; | (c) in speciale, open centra voor minderjarigen die rekening houden met hun kwetsbaarheid en die hun veiligheid waarborgen; |
Or. en
Amendement 746
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 3 – alinea 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) in andere huisvesting die geschikt is voor minderjarigen. | (d) in andere, open huisvesting die geschikt is voor minderjarigen, waar rekening wordt gehouden met hun kwetsbaarheid en hun veiligheid wordt gewaarborgd; |
Or. en
Amendement 747
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Indien een niet-begeleide minderjarige internationale bescherming wordt verleend en er nog niet begonnen is met het opsporen van zijn gezinsleden, beginnen de bevoegde autoriteiten hen zo snel mogelijk na het verlenen van de internationale bescherming op te sporen, waarbij zij het belang van de minderjarige vooropstellen. Indien het opsporen al is gestart, wordt dat waar nodig voortgezet. In gevallen waarin gevaar bestaat voor het leven of de lichamelijke integriteit van de minderjarige of zijn naaste familieleden, met name indien zij in het land van herkomst zijn achtergebleven, moet bij het verzamelen, verwerken en verspreiden van gegevens over deze personen de vertrouwelijkheid worden gewaarborgd. | Schrappen |
Or. en
Motivering
De rechtsgrondslag voor de hereniging van gezinnen moet eerst en vooral de gezinsherenigingsrichtlijn zijn. De aansporing om gezinnen te herenigen kan bovendien de druk op de sociale samenhang en de openbare sector in de lidstaten verhogen.
Amendement 748
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Indien een niet-begeleide minderjarige internationale bescherming wordt verleend en er nog niet begonnen is met het opsporen van zijn gezinsleden, beginnen de bevoegde autoriteiten hen zo snel mogelijk na het verlenen van de internationale bescherming op te sporen, waarbij zij het belang van de minderjarige vooropstellen. Indien het opsporen al is gestart, wordt dat waar nodig voortgezet. In gevallen waarin gevaar bestaat voor het leven of de lichamelijke integriteit van de minderjarige of zijn naaste familieleden, met name indien zij in het land van herkomst zijn achtergebleven, moet bij het verzamelen, verwerken en verspreiden van gegevens over deze personen de vertrouwelijkheid worden gewaarborgd. | 5. Het opsporen van gezinsleden van niet-begeleide minderjarigen begint zodra de niet-begeleide minderjarige zijn verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. In gevallen waarin gevaar bestaat voor het leven of de lichamelijke integriteit van de minderjarige of zijn naaste familieleden, met name indien zij in het land van herkomst zijn achtergebleven, moet bij het verzamelen, verwerken en verspreiden van gegevens over deze personen de vertrouwelijkheid worden gewaarborgd, zodat hun veiligheid niet in gevaar wordt gebracht. |
Or. en
Amendement 749
Kati Piri, Tanja Fajon, Juan Fernando López Aguilar
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De personen en organisaties die met niet-begeleide minderjarigen werken, krijgen passende voortgezette opleiding op het gebied van de rechten en behoeften van minderjarigen en de normen inzake het vrijwaren van kinderen worden geëerbiedigd als bedoeld in artikel 22 van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures]. | 6. De personen en organisaties die met niet-begeleide minderjarigen werken, krijgen passende voortgezette opleiding op het gebied van de rechten en behoeften van minderjarigen en de normen inzake het vrijwaren van kinderen worden geëerbiedigd als bedoeld in artikel 22 van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures]. Wanneer een organisatie als voogd is aangewezen, duidt zij een persoon aan die bevoegd is om ten aanzien van de niet-begeleide minderjarige de taken van voogd uit te voeren, overeenkomstig deze richtlijn. De voogd gaat bij de vervulling van zijn taken uit van het belang van het kind, beschikt daartoe over de nodige kwalificaties en deskundigheid en heeft geen aantoonbare antecedenten van strafbare feiten in verband met kinderen. Om het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen, moet de persoon die als voogd optreedt, alleen worden gewijzigd wanneer dat nodig is. Organisaties of personen waarvan de belangen met het belang van de niet-begeleide minderjarige in conflict komen of kunnen komen, worden niet als voogd aangewezen. |
Or. en
Motivering
Dit strookt met de voorgestelde wijzigingen aan de richtlijn opvangvoorzieningen. Voogden moeten beschikken over passende kwalificaties en het belang van het kind moet vooropstaan.
Amendement 750
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De personen en organisaties die met niet-begeleide minderjarigen werken, krijgen passende voortgezette opleiding op het gebied van de rechten en behoeften van minderjarigen en de normen inzake het vrijwaren van kinderen worden geëerbiedigd als bedoeld in artikel 22 van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures]. | 6. De personen en organisaties die met niet-begeleide minderjarigen werken, krijgen passende opleiding op het gebied van de rechten en behoeften van minderjarigen en de normen inzake het vrijwaren van kinderen worden geëerbiedigd als bedoeld in artikel 22 van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures]. |
Or. en
Amendement 751
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Personen die internationale bescherming genieten, hebben toegang tot huisvesting onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die welke van toepassing zijn op andere onderdanen van derde landen die legaal op grondgebied van de lidstatenverblijven en zich in een vergelijkbare situatie bevinden. | 1. Personen die internationale bescherming genieten, hebben toegang tot huisvesting. |
Or. en
Amendement 752
Lorenzo Fontana
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Personen die internationale bescherming genieten, hebben toegang tot huisvesting onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die welke van toepassing zijn op andere onderdanen van derde landen die legaal op grondgebied van de lidstatenverblijven en zich in een vergelijkbare situatie bevinden. | 1. Personen die internationale bescherming genieten, hebben toegang tot huisvesting overeenkomstig de voorwaarden van het ontvangende land. |
Or. it
Amendement 753
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Personen die internationale bescherming genieten, hebben toegang tot huisvesting onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die welke van toepassing zijn op andere onderdanen van derde landen die legaal op grondgebied van de lidstatenverblijven en zich in een vergelijkbare situatie bevinden. | 1. Personen die internationale bescherming genieten, hebben toegang tot huisvesting onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die welke van toepassing zijn op andere onderdanen van die lidstaten. |
Or. en
Amendement 754
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Personen die internationale bescherming genieten, hebben toegang tot huisvesting onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die welke van toepassing zijn op andere onderdanen van derde landen die legaal op grondgebied van de lidstatenverblijven en zich in een vergelijkbare situatie bevinden. | 1. Personen die internationale bescherming genieten, hebben toegang tot huisvesting onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die welke van toepassing zijn op andere onderdanen van derde landen die legaal op grondgebied van de lidstaten verblijven. |
Or. en
Motivering
Het is niet duidelijk wat "onderdanen van derde landen die legaal in die lidstaat verblijven en zich in een vergelijkbare situatie bevinden" precies betekent. De voorgestelde wijziging is bedoeld om deze dubbelzinnigheid op te lossen en een passende verblijfplaats te garanderen voor personen die internationale bescherming genieten.
Amendement 755
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De nationale praktijken van spreiding van personen die internationale bescherming genieten, worden voor zover mogelijk uitgevoerd zonder discriminatie van personen die internationale bescherming genieten, en garanderen gelijke kansen wat toegang tot huisvesting betreft. | 2. De nationale praktijken van spreiding van personen die internationale bescherming genieten, worden op een passende en kostenefficiënte wijze uitgevoerd. |
Or. en
Amendement 756
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De nationale praktijken van spreiding van personen die internationale bescherming genieten, worden voor zover mogelijk uitgevoerd zonder discriminatie van personen die internationale bescherming genieten, en garanderen gelijke kansen wat toegang tot huisvesting betreft. | 2. De nationale praktijken van spreiding van personen die internationale bescherming genieten, worden uitgevoerd zonder discriminatie van personen die internationale bescherming genieten, en garanderen gelijke kansen wat toegang tot huisvesting betreft. |
Or. en
Motivering
Zie opmerkingen bij artikel 28, lid 2.
Amendement 757
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Om hun integratie in de samenleving te bevorderen, krijgen personen die internationale bescherming genieten, toegang tot integratiemaatregelen waarin de lidstaten voorzien, met name taalcursussen, inburgeringscursussen en beroepsopleiding, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere behoeften van de betrokkenen. | 1. Om hun integratie in de samenleving te bevorderen, krijgen personen die internationale bescherming genieten, toegang tot integratiemaatregelen waarin de lidstaten voorzien, met name inburgeringscursussen en beroepsopleiding, die kosteloos en gemakkelijk toegankelijk zijn, waarbij in kinderopvang wordt voorzien en waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere behoeften van de betrokkenen. |
Or. en
Amendement 758
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Om hun integratie in de samenleving te bevorderen, krijgen personen die internationale bescherming genieten, toegang tot integratiemaatregelen waarin de lidstaten voorzien, met name taalcursussen, inburgeringscursussen en beroepsopleiding, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere behoeften van de betrokkenen. | 1. Om hun integratie in de samenleving te bevorderen, krijgen personen die internationale bescherming genieten, gratis en daadwerkelijk toegang tot integratiemaatregelen waarin de lidstaten voorzien, met name taalcursussen, inburgeringscursussen en beroepsopleiding, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere behoeften van de betrokkenen. |
Or. en
Amendement 759
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Om hun integratie in de samenleving te bevorderen, krijgen personen die internationale bescherming genieten, toegang tot integratiemaatregelen waarin de lidstaten voorzien, met name taalcursussen, inburgeringscursussen en beroepsopleiding, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere behoeften van de betrokkenen. | 1. Om hun integratie in de samenleving te bevorderen, krijgen personen die internationale bescherming genieten en hun gezinsleden als bedoeld in artikel 2, lid 9, toegang tot integratiemaatregelen waarin de lidstaten voorzien, met name taalcursussen en inburgeringscursussen. |
Or. en
Amendement 760
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Om hun integratie in de samenleving te bevorderen, krijgen personen die internationale bescherming genieten, toegang tot integratiemaatregelen waarin de lidstaten voorzien, met name taalcursussen, inburgeringscursussen en beroepsopleiding, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere behoeften van de betrokkenen. | 1. Om hun integratie in de samenleving te bevorderen, krijgen personen die internationale bescherming genieten, gratis en daadwerkelijk toegang tot integratiemaatregelen waarin de lidstaten voorzien, met name taalcursussen, inburgeringscursussen en beroepsopleiding, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere behoeften van de betrokkenen. |
Or. en
Amendement 761
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Om hun integratie in de samenleving te bevorderen, krijgen personen die internationale bescherming genieten, toegang tot integratiemaatregelen waarin de lidstaten voorzien, met name taalcursussen, inburgeringscursussen en beroepsopleiding, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere behoeften van de betrokkenen. | 1. Om hun integratie in de samenleving te bevorderen, kunnen personen die internationale bescherming genieten, toegang krijgen tot integratiemaatregelen waarin de lidstaten voorzien, zoals taalcursussen, inburgeringscursussen en beroepsopleiding, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere behoeften van de betrokkenen. |
Or. en
Amendement 762
Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 1 – punt 1 (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (1) De overheidsinstanties werken samen met ngo's aan de ontwikkeling van integratiemaatregelen, waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften die direct kenbaar zijn gemaakt door personen die internationale bescherming genieten. Tevens wordt rekening gehouden met de specifieke situatie van personen met bijzondere behoeften die internationale bescherming genieten, vrouwen en niet-begeleide minderjarigen. |
Or. es
Amendement 763
Angelika Mlinar, Sophia in 't Veld, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. De lidstaten bieden personen die internationale bescherming genieten daadwerkelijke toegang tot kosteloze taalcursussen, vanaf de dag waarop hun internationale bescherming wordt toegekend. De lidstaten kunnen echter van deze personen vragen om de kosten van dergelijke cursussen geheel of gedeeltelijk te betalen indien zij over voldoende middelen beschikken. |
Or. en
Amendement 764
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. De lidstaten bieden personen die internationale bescherming genieten daadwerkelijke toegang tot kosteloze taalcursussen, vanaf de dag waarop hun internationale bescherming wordt toegekend. |
Or. en
Amendement 765
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De lidstaten kunnen deelname aan integratiemaatregelen verplicht stellen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 766
Jussi Halla-aho, Helga Stevens
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De lidstaten kunnen deelname aan integratiemaatregelen verplicht stellen. | 2. De lidstaten stellen deelname aan integratiemaatregelen verplicht. De toegang tot sociale uitkeringen is afhankelijk van de daadwerkelijke deelname aan en de succesvolle afronding van integratieprogramma's door de personen die internationale bescherming genieten. |
Or. en
Amendement 767
Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Ignazio Corrao
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De lidstaten kunnen deelname aan integratiemaatregelen verplicht stellen. | 2. De lidstaten kunnen deelname aan integratiemaatregelen verplicht stellen, op voorwaarde dat ze kosteloos, effectief en makkelijk toegankelijk zijn en rekening houden met de bijzondere behoeften van de personen die internationale bescherming genieten. |
Or. it
Amendement 768
Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Maite Pagazaurtundúa Ruiz
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De lidstaten kunnen deelname aan integratiemaatregelen verplicht stellen. | 2. De lidstaten kunnen deelname aan integratiemaatregelen verplicht stellen, op voorwaarde dat de integratiemaatregelen in kwestie makkelijk toegankelijk en kosteloos zijn en rekening houden met bijzondere behoeften. |
Or. en
Amendement 769
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De lidstaten kunnen deelname aan integratiemaatregelen verplicht stellen. | 2. De lidstaten maken integratiemaatregelen makkelijk toegankelijk en kosteloos en houden rekening met de bijzondere behoeften van de betrokken persoon die internationale bescherming geniet. |
Or. en
Amendement 770
Artis Pabriks, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský, Kinga Gál, Pál Csáky, Monica Macovei
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Artikel 38 bis |
| Verplichtingen |
| 1. Personen die internationale bescherming genieten, zijn verplicht het Unierecht en het nationaal recht van de lidstaat te eerbiedigen en na te leven. |
| 2. Personen die internationale bescherming genieten, zijn verplicht de cultuur, taal en sociale normen van de lidstaat te eerbiedigen. |
| 3. Personen die internationale bescherming genieten, zijn verplicht hun uiterste best te doen om te integreren in de lidstaat en gebruik te maken van de aangeboden integratiemogelijkheden, zoals het leren van de officiële taal van de lidstaat. |
Or. en
Amendement 771
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten verlenen bijstand aan personen die internationale bescherming genieten en gerepatrieerd wensen te worden. | De lidstaten verlenen uitsluitend niet-monetaire bijstand aan personen die internationale bescherming genieten en gerepatrieerd wensen te worden, en de vrijwillige emigratie van personen die internationale bescherming genieten, moet actief worden aangemoedigd met behulp van een ruim pakket van nationale beleidsmaatregelen. |
Or. en
Amendement 772
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten verlenen bijstand aan personen die internationale bescherming genieten en gerepatrieerd wensen te worden. | De lidstaten kunnen bijstand verlenen aan personen die internationale bescherming genieten en gerepatrieerd wensen te worden. |
Or. en
Amendement 773
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De autoriteiten en andere organisaties die de bepalingen van deze verordening uitvoeren, hebben de nodige opleiding ontvangen of zullen deze ontvangen, en zijn wat de informatie betreft die zij uit hoofde van hun werk verkrijgen, gebonden aan geheimhouding als omschreven in de nationale wetgeving. | De autoriteiten en andere organisaties die de bepalingen van deze verordening uitvoeren, hebben de nodige opleiding ontvangen of zullen deze ontvangen, en zijn wat de informatie over individuele gevallen betreft die zij uit hoofde van hun werk verkrijgen, onverminderd voldoende anoniem gemaakte gegevens met het oog op overheidstoezicht, gebonden aan geheimhouding als omschreven in de nationale wetgeving. |
Or. en
Amendement 774
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De autoriteiten en andere organisaties die de bepalingen van deze verordening uitvoeren, hebben de nodige opleiding ontvangen of zullen deze ontvangen, en zijn wat de informatie betreft die zij uit hoofde van hun werk verkrijgen, gebonden aan geheimhouding als omschreven in de nationale wetgeving. | De autoriteiten en andere organisaties die de bepalingen van deze richtlijn uitvoeren, hebben de nodige opleiding ontvangen of zullen deze ontvangen, en zijn wat de informatie betreft die zij uit hoofde van hun werk verkrijgen, gebonden aan geheimhouding als omschreven in de nationale wetgeving. |
Or. en
Amendement 775
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Artikel 42 bis |
| Omzetting in nationaal recht |
| 1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op XX/XX/XXXX aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. |
| Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten. |
| 2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. |
Or. en
Amendement 776
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De Commissie brengt over de toepassing van deze verordening verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad binnen twee jaar na de inwerkingtreding ervan en vervolgens om de vijf jaar, en stelt in voorkomend geval eventueel noodzakelijke wijzigingen voor. | De Commissie brengt over de toepassing van deze richtlijn verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad binnen twee jaar na de uiterste termijn voor omzetting ervan en vervolgens om de drie jaar, en stelt in voorkomend geval eventueel noodzakelijke wijzigingen voor. |
Or. en
Amendement 777
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 44
Richtlijn 2003/109/EG
Artikel 4 – lid 3 bis en artikel 26 bis
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 44 | Schrappen |
Wijziging van Richtlijn 2003/109/EG |
|
1. In artikel 4 van Richtlijn 2003/109/EG wordt het volgende lid 3 bis ingevoegd: |
|
"3 bis. Wanneer een persoon die internationale bescherming geniet, wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke de bescherming verleent, zonder dat hij het recht heeft daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante Unierecht of nationale recht, wordt de periode van legaal verblijf voorafgaand aan deze situatie niet in aanmerking genomen voor het berekenen van de in lid 1 bedoelde periode." |
|
2. Het volgende artikel 26 bis wordt ingevoegd: |
|
"Artikel 26 bis |
|
Omzetting van artikel 4, lid 3 bis |
|
De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] aan artikel 4, lid 3 bis, van deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis." |
|
|
|
Or. en
Amendement 778
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1
Richtlijn 2003/109/EG
Artikel 4 – lid 3 bis
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. In artikel 4 van Richtlijn 2003/109/EG wordt het volgende lid 3 bis ingevoegd: | Schrappen |
"3 bis. Wanneer een persoon die internationale bescherming geniet, wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke de bescherming verleent, zonder dat hij het recht heeft daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante Unierecht of nationale recht, wordt de periode van legaal verblijf voorafgaand aan deze situatie niet in aanmerking genomen voor het berekenen van de in lid 1 bedoelde periode." |
|
Or. en
Amendement 779
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1
Richtlijn 2003/109/EG
Artikel 4 – lid 3 bis
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. In artikel 4 van Richtlijn 2003/109/EG wordt het volgende lid 3 bis ingevoegd: | Schrappen |
"3 bis. Wanneer een persoon die internationale bescherming geniet, wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke de bescherming verleent, zonder dat hij het recht heeft daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante Unierecht of nationale recht, wordt de periode van legaal verblijf voorafgaand aan deze situatie niet in aanmerking genomen voor het berekenen van de in lid 1 bedoelde periode." |
|
Or. en
Amendement 780
Anna Maria Corazza Bildt
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. In artikel 4 van Richtlijn 2003/109/EG wordt het volgende lid 3 bis ingevoegd: | 1. In artikel 4 van Richtlijn 2003/109/EG wordt het volgende lid 3 bis ingevoegd (deze procedure is niet van toepassing op niet-begeleide minderjarigen): |
Or. en
Motivering
Secundaire bewegingen van niet-begeleide minderjarigen, die niet in hun belang zijn, worden vaak door mensensmokkelaars en -handelaars geleid. Deze minderjarigen mogen daarom niet worden gestraft voor omstandigheden waarover zij geen controle hebben.
Amendement 781
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1
Richtlijn 2003/109/EG
Artikel 4 – lid 3 bis
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3 bis. Wanneer een persoon die internationale bescherming geniet, wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke de bescherming verleent, zonder dat hij het recht heeft daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante Unierecht of nationale recht, wordt de periode van legaal verblijf voorafgaand aan deze situatie niet in aanmerking genomen voor het berekenen van de in lid 1 bedoelde periode. | Schrappen |
Or. en
Amendement 782
Kati Piri
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1
Richtlijn 2003/109/EG
Artikel 4 – lid 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3 bis. Wanneer een persoon die internationale bescherming geniet, wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke de bescherming verleent, zonder dat hij het recht heeft daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante Unierecht of nationale recht, wordt de periode van legaal verblijf voorafgaand aan deze situatie niet in aanmerking genomen voor het berekenen van de in lid 1 bedoelde periode. | 3 bis. Wanneer een persoon die internationale bescherming geniet, wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke de bescherming verleent, en wanneer de autoriteiten van die lidstaat hebben vastgesteld dat die persoon daar woonde of verbleef zonder dat hij het recht had daar langer dan twee weken en zonder ernstige of dringende rechtvaardiging te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante Unierecht of nationale recht, wordt de periode van legaal verblijf voorafgaand aan deze situatie niet in aanmerking genomen voor het berekenen van de in lid 1 bedoelde periode. |
Or. en
Amendement 783
Alessandra Mussolini, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Frank Engel, Barbara Matera, Salvatore Domenico Pogliese, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1
Richtlijn 2003/109/EG
Artikel 4 – lid 3 bis
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3 bis. Wanneer een persoon die internationale bescherming geniet, wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke de bescherming verleent, zonder dat hij het recht heeft daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante Unierecht of nationale recht, wordt de periode van legaal verblijf voorafgaand aan deze situatie niet in aanmerking genomen voor het berekenen van de in lid 1 bedoelde periode. | 3 bis. Wanneer een persoon die internationale bescherming geniet, wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke de bescherming verleent, zonder dat hij het recht heeft daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante Unierecht of nationale recht, wordt de periode van legaal verblijf voorafgaand aan deze situatie niet in aanmerking genomen voor het berekenen van de in lid 1 bedoelde periode, tenzij die persoon aantoont dat de verplaatsing te wijten was aan omstandigheden waarover hij geen controle had. |
Or. en
Motivering
Hoewel de redenering achter deze bepaling aannemelijk is, rijst er toch twijfel of een dergelijke sanctie, zonder uitzonderingen, verenigbaar is met het evenredigheidsbeginsel. Er kunnen in feite gevallen bestaan waarin de persoon die internationale bescherming geniet buiten zijn wil naar een andere lidstaat is overgebracht dan de lidstaat die hem die internationale bescherming heeft verleend.
Amendement 784
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1 bis (nieuw)
Richtlijn 2003/109/EG
Artikel 4 – lid 2 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. Artikel 4, lid 2, derde alinea, van Richtlijn 2003/109/EG komt als volgt te luiden: |
| "Voor personen aan wie internationale bescherming is verleend, wordt de periode tussen de datum van indiening van het verzoek om internationale bescherming op grond waarvan deze internationale bescherming werd verleend en de datum waarop de in artikel 26 van Verordening (EU) …/... [erkenningsverordening] bedoelde verblijfstitel werd afgegeven, in aanmerking genomen bij de berekening van de in lid 1 bedoelde periode." |
Or. en
Amendement 785
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1 ter (nieuw)
Richtlijn 2003/109/EG
Artikel 4 – lid 1 bis
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 ter. In artikel 4 van Richtlijn 2003/109/EG wordt volgend lid 1 bis toegevoegd: |
| ″1 bis. In afwijking van lid 1 kennen lidstaten de status van langdurig ingezetene toe aan personen die internationale bescherming genieten en die gedurende de twee jaar onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het desbetreffende verzoek legaal en ononderbroken op hun grondgebied verblijven.″ |
Or. en
Amendement 786
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2
Richtlijn 2003/109/EG
Artikel 26 bis
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het volgende artikel 26 bis wordt ingevoegd: | Schrappen |
"Artikel 26 bis |
|
Omzetting van artikel 4, lid 3 bis |
|
De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] aan artikel 4, lid 3 bis, van deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis." |
|
Or. en
Amendement 787
Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2
Richtlijn 2003/109/EG
Artikel 26 bis
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het volgende artikel 26 bis wordt ingevoegd: | Schrappen |
"Artikel 26 bis |
|
Omzetting van artikel 4, lid 3 bis |
|
De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] aan artikel 4, lid 3 bis, van deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis." |
|
Or. en
Amendement 788
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2
Richtlijn 2003/109/EG
Artikel 26 bis – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 26 bis | Schrappen |
Or. en
Amendement 789
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2
Richtlijn 2003/109/EG
Artikel 26 bis – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Omzetting van artikel 4, lid 3 bis | Schrappen |
Or. en
Amendement 790
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2
Richtlijn 2003/109/EG
Artikel 26 bis – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] aan artikel 4, lid 3 bis, van deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. | Schrappen |
Or. en
Amendement 791
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2
Richtlijn 2003/109/EG
Artikel 26 bis – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] aan artikel 4, lid 3 bis, van deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. | De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [een maand na de inwerkingtreding van deze verordening] aan artikel 4, lid 3 bis, van deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. |
Or. en
Amendement 792
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Richtlijn 2011/95/EU wordt met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken. Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn worden beschouwd als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen volgens de in bijlage I opgenomen concordantietabel. | Richtlijn 2011/95/EU wordt met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn ingetrokken. Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn worden beschouwd als verwijzingen naar deze richtlijn en worden gelezen volgens de in bijlage I opgenomen concordantietabel. |
Or. en
Amendement 793
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. | Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
Or. en
Amendement 794
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Deze verordening is van toepassing met ingang van [zes maanden na de inwerkingtreding ervan]. | Schrappen |
Or. en
Amendement 795
Kinga Gál
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Deze verordening is van toepassing met ingang van [zes maanden na de inwerkingtreding ervan]. | Deze verordening is van toepassing met ingang van [twaalf maanden na de inwerkingtreding ervan]. |
Or. en
Amendement 796
Jean Lambert
namens de Verts/ALE-Fractie
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 797
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen. | Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen. De lidstaten kunnen weigeren wetten, verordeningen en administratieve bepalingen ten uitvoer te leggen wanneer ze van mening zijn dat dit in strijd zou zijn met het subsidiariteitsbeginsel of de geest van de verdragen. |
Or. en
Amendement 798
Barbara Spinelli, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Bijlage I bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| BIJLAGE I bis |
| Wederzijdse erkenning en de overdracht van verantwoordelijkheid voor asielbeslissingen |
| De wederzijdse erkenning van positieve asielbeslissingen, die gebaseerd zijn op geharmoniseerde wettelijke normen en praktijken, is een belangrijke stap in de verdere ontwikkeling van het CEAS. Het Verdrag van Lissabon voorziet ook in een hechtere Unie. Artikel 78, lid 1, VWEU bepaalt dat de Unie een gemeenschappelijk beleid inzake asiel, subsidiaire bescherming en tijdelijke bescherming ontwikkelt, in overeenstemming met het Verdrag van Genève van 1951 en het bijbehorende protocol van 1967. Om dit te bereiken moeten er maatregelen worden vastgesteld die leiden tot "een uniforme asielstatus voor onderdanen van derde landen die in de hele Unie geldt" en een uniforme subsidiairebeschermingsstatus voor onderdanen van derde landen. De eerste stap bestaat erin dat positieve asielbeslissingen wederzijds worden erkend. Dat zorgt voor een consensus tussen de lidstaten betreffende de gevolgen van een positieve asielbeslissing van een andere lidstaat en voorkomt zaken zoals M.C. tegen Bulgarije, en het risico van refoulement. |
| Ten tweede kan de status alleen maar echt geldig zijn als hij alle rechten omvat die met de status samenhangen. Volgens het Verdrag van Genève van 1951 moet aan vluchtelingen de gunstigste behandeling worden verleend die wordt toegekend aan onderdanen van een vreemd land onder dezelfde omstandigheden, wat betreft het recht om loonarbeid te verrichten. Voor de EU betekent dit dat ze moeten worden behandeld zoals andere burgers van de EU die het recht hebben te reizen naar en te werken in andere lidstaten als zij aan enkele basiscriteria voldoen. |
| Ten derde is er ook een verplichting om een kader op te zetten dat de omstandigheden regelt waaronder een begunstigde zijn status naar een tweede lidstaat kan overbrengen. Zoals vermeld in overweging 42 van de verordening kunnen personen die internationale bescherming genieten een verzoek om verblijf in een andere lidstaat dan de lidstaat die hun bescherming biedt, indienen, overeenkomstig de relevante EU-regels, met name op grond van de richtlijn voor langdurig ingezetenschap en de voorgestelde blauwekaartrichtlijn1 bis; hierbij vindt echter geen overdracht van de internationale bescherming en de bijbehorende rechten plaats. Gezien de problemen en bezorgdheden van begunstigden die uit hoofde van deze richtlijnen naar een andere lidstaat reizen, is er op EU-niveau een instrument vereist dat bepaalt welke lidstaat verantwoordelijk is voor de status van de verzoeker en in welke fase een andere lidstaat verantwoordelijk wordt. |
| Daartoe moet rekening worden gehouden met: |
| a) artikel 78, lid 2, onder a), VWEU1 ter dat voorziet in een uniforme status die in de hele Unie geldt; om ervoor te zorgen dat het gemeenschappelijk Europees asielstelsel werkelijk gebaseerd is op gemeenschappelijke stelsels en normen, en teneinde te waarborgen dat het beginsel van non-refoulement wordt nageleefd, moeten de lidstaten onderling een positieve asielbeslissing erkennen die door de respectieve nationale autoriteiten in een andere lidstaat is genomen; |
| _________________ |
| 1 bis Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan (hierna "voorstel voor een blauwekaartrichtlijn" genoemd), COM(2016) 378 van 7 juni 2016. |
| 1 ter Voor de toepassing van lid 1 stellen het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure maatregelen vast voor een gemeenschappelijk Europees asielstelsel dat omvat: a) een uniforme asielstatus voor onderdanen van derde landen die in de hele Unie geldt. |
Or. en