Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
2016/0224(COD)
26.6.2017
AMENDEMENTEN
188 - 418
Ontwerpverslag
Laura Ferrara
(PE597.506v01-00)
Een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie
Voorstel voor een verordening
( COM(2016)0467 – C8-0321/2016 – 2016/0224(COD) )
AM_Com_LegReport
Amendement 188
Kristina Winberg
Voorstel voor een verordening
–
| |
| Voorstel tot verwerping |
| Het Europees Parlement verwerpt het voorstel van de Commissie. |
Or. en
Amendement 189
Auke Zijlstra, Harald Vilimsky, Janice Atkinson, Gilles Lebreton, Marine Le Pen
namens de ENF-Fractie
Voorstel voor een verordening
–
| |
| Voorstel tot verwerping |
| Het Europees Parlement verwerpt [het voorstel van de Commissie]. |
Or. en
Motivering
Dit voorstel moet worden verworpen, aangezien hierdoor de verlening van internationale bescherming in de natiestaten wordt vergemakkelijkt terwijl dit tot elke prijs moet worden voorkomen. Internationale bescherming mag alleen worden verleend aan verzoekers in de regio die zich het dichtst bij het land van herkomst bevindt. Met die aanpak zouden we illegale migratie, mensenhandel, de dood van migranten, de verstoring van onze economieën en gemeenschappen en de dreigingen voor de veiligheid van EU-burgers kunnen voorkomen. Bovendien zijn de natiestaten van de EU allemaal verschillend en heeft een gezamenlijke procedure geen zin.
Amendement 190
Marina Albiol Guzmán, Martina Anderson, Malin Björk, Barbara Spinelli
Ontwerpwetgevingsresolutie
Paragraaf 1
| |
Ontwerpwetgevingsresolutie | Amendement |
1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast; | 1. verwerpt het voorstel van de Commissie en verwijst de tekst terug naar de Commissie; dringt er bij de Commissie op aan een nieuw voorstel voor te leggen dat strookt met het internationaal recht en het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen; |
Or. en
Amendement 191
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Titel 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie en tot intrekking van Richtlijn 2013/32/EU | Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie en tot intrekking van Richtlijn 2013/32/EU |
Or. en
Amendement 192
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Titel 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie en tot intrekking van Richtlijn 2013/32/EU | Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie en tot intrekking van Richtlijn 2013/32/EU |
Or. fr
Amendement 193
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(1) Deze verordening heeft tot doel de procedurele regelingen van de lidstaten te stroomlijnen, te vereenvoudigen en te harmoniseren door de vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie. Om die doelstelling te verwezenlijken, worden in Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad22 een aantal materiële wijzigingen aangebracht en moet die richtlijn worden ingetrokken en door een verordening worden vervangen. Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn moeten worden opgevat als verwijzingen naar deze verordening. | (1) Deze richtlijn heeft tot doel de procedurele regelingen van de lidstaten te stroomlijnen, te vereenvoudigen en te doen samenvallen door de vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie. Om die doelstelling te verwezenlijken, worden in Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad22 een aantal materiële wijzigingen aangebracht en moet die richtlijn daarom worden vervangen. Verwijzingen naar Richtlijn 2013/32/EU moeten worden opgevat als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn. |
_________________ | _________________ |
22 Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (herschikking) (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 60). | 22 Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (herschikking) (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 60). |
Or. fr
Amendement 194
Marina Albiol Guzmán, Barbara Spinelli
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(1) Deze verordening heeft tot doel de procedurele regelingen van de lidstaten te stroomlijnen, te vereenvoudigen en te harmoniseren door de vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie. Om die doelstelling te verwezenlijken, worden in Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad22 een aantal materiële wijzigingen aangebracht en moet die richtlijn worden ingetrokken en door een verordening worden vervangen. Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn moeten worden opgevat als verwijzingen naar deze verordening. | (1) Deze richtlijn heeft tot doel de procedurele regelingen van de lidstaten te stroomlijnen, te vereenvoudigen en te harmoniseren door de vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie. Om die doelstelling te verwezenlijken, worden in Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad22 een aantal materiële wijzigingen aangebracht en moet die richtlijn worden ingetrokken en door een verordening worden vervangen. Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn moeten worden opgevat als verwijzingen naar deze richtlijn. |
_________________ | _________________ |
22 Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (herschikking) (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 60). | 22 Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (herschikking) (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 60). |
Or. en
Amendement 195
Udo Voigt
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(2) Een gemeenschappelijk asielbeleid, met een gemeenschappelijk Europees asielstelsel dat stoelt op de volledige en niet-restrictieve toepassing van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, als gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967 (hierna "het Verdrag van Genève" genoemd), is een wezenlijk aspect van de doelstelling van de Europese Unie om geleidelijk een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen, die openstaat voor degenen die onder druk van de omstandigheden op wettige wijze in de Unie bescherming zoeken. Dit beleid moet gebaseerd zijn op het beginsel van solidariteit en een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheid, inclusief de financiële gevolgen, tussen de lidstaten. | (2) Een gemeenschappelijk asielbeleid, dat stoelt op de volledige en niet-restrictieve toepassing van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, als gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967 (hierna "het Verdrag van Genève" genoemd), is een wezenlijk aspect van de doelstelling van de Europese Unie om geleidelijk een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen, die openstaat voor degenen die onder druk van de omstandigheden op wettige wijze in de Unie bescherming zoeken. |
Or. de
Amendement 196
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(2) Een gemeenschappelijk asielbeleid, met een gemeenschappelijk Europees asielstelsel dat stoelt op de volledige en niet-restrictieve toepassing van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, als gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967 (hierna "het Verdrag van Genève" genoemd), is een wezenlijk aspect van de doelstelling van de Europese Unie om geleidelijk een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen, die openstaat voor degenen die onder druk van de omstandigheden op wettige wijze in de Unie bescherming zoeken. Dit beleid moet gebaseerd zijn op het beginsel van solidariteit en een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheid, inclusief de financiële gevolgen, tussen de lidstaten. | (2) Een gemeenschappelijk asielbeleid, met een gemeenschappelijk Europees asielstelsel dat stoelt op de volledige en niet-restrictieve toepassing van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, als gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967 (hierna "het Verdrag van Genève" genoemd), is een wezenlijk aspect van de doelstelling van de Europese Unie om geleidelijk een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen, die openstaat voor degenen die onder druk van de omstandigheden op wettige wijze in de Unie bescherming zoeken. Dit beleid moet gebaseerd zijn op het beginsel van betaalbaarheid, rekening houdend met de opnamecapaciteiten van de ontvangende gemeenschappen en maximale zelfredzaamheid van verzoekers om internationale bescherming. |
Or. en
Amendement 197
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(3) Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is gebaseerd op gemeenschappelijke minimumnormen voor asielprocedures, erkenning en bescherming op het niveau van de Unie, opvangvoorzieningen en een systeem voor het bepalen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielzoekers. Hoewel er al vooruitgang is geboekt bij de ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, zijn er nog grote verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toegepaste procedures, de erkenningspercentages, het soort bescherming dat wordt verleend en de materiële opvangvoorzieningen en prestaties voor personen die om internationale bescherming verzoeken of die internationale bescherming genieten. Deze verschillen zetten in grote mate aan tot secundaire bewegingen en ondermijnen het doel ervoor te zorgen dat alle verzoekers in een gemeenschappelijk Europees asielstelsel gelijk worden behandeld, waar ook in de Unie zij een verzoek indienen. | (3) Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is gebaseerd op gemeenschappelijke minimumnormen voor asielprocedures, erkenning en bescherming op het niveau van de Unie, opvangvoorzieningen en een systeem voor het bepalen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielzoekers. Hoewel er al vooruitgang is geboekt bij de ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, zijn er nog grote verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toegepaste procedures, de erkenningspercentages, het soort bescherming dat wordt verleend en de materiële opvangvoorzieningen en prestaties voor personen die om internationale bescherming verzoeken of die internationale bescherming genieten. Deze verschillen ondermijnen het doel ervoor te zorgen dat alle verzoekers in een gemeenschappelijk Europees asielstelsel worden behandeld volgens de hoogste normen en met volledige naleving van de grondrechten en het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen, waar ook in de Unie zij een verzoek indienen. |
Or. en
Amendement 198
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(3) Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is gebaseerd op gemeenschappelijke minimumnormen voor asielprocedures, erkenning en bescherming op het niveau van de Unie, opvangvoorzieningen en een systeem voor het bepalen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielzoekers. Hoewel er al vooruitgang is geboekt bij de ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, zijn er nog grote verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toegepaste procedures, de erkenningspercentages, het soort bescherming dat wordt verleend en de materiële opvangvoorzieningen en prestaties voor personen die om internationale bescherming verzoeken of die internationale bescherming genieten. Deze verschillen zetten in grote mate aan tot secundaire bewegingen en ondermijnen het doel ervoor te zorgen dat alle verzoekers in een gemeenschappelijk Europees asielstelsel gelijk worden behandeld, waar ook in de Unie zij een verzoek indienen. | (3) Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is gebaseerd op gemeenschappelijke minimumnormen voor asielprocedures, erkenning en bescherming op het niveau van de Unie, opvangvoorzieningen en een systeem voor het bepalen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielzoekers. Hoewel er al vooruitgang is geboekt bij de ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, zijn er nog grote verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toegepaste procedures, de erkenningspercentages, het soort bescherming dat wordt verleend en de materiële opvangvoorzieningen en prestaties voor personen die om internationale bescherming verzoeken of die internationale bescherming genieten. Deze verschillen ondermijnen het doel ervoor te zorgen dat alle verzoekers in een gemeenschappelijk Europees asielstelsel gelijk worden behandeld, waar ook in de Unie zij een verzoek indienen. |
Or. en
Amendement 199
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(4) In haar mededeling van 6 april 201623 heeft de Commissie de mogelijkheden uiteengezet om het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te verbeteren; het gaat met name om het tot stand brengen van een duurzaam en billijk systeem voor het bepalen van de voor asielzoekers verantwoordelijke lidstaat, het verbeteren van het Eurodac-systeem, het zorgen voor een convergenter EU-asielstelsel, het voorkomen van secundaire bewegingen binnen de Unie en het vaststellen van een nieuw mandaat voor het Asielagentschap van de Europese Unie. Die mededeling is in lijn met de oproep van de Europese Raad van 18-19 februari 2016 24om vooruitgang te boeken wat betreft de hervorming van het bestaande EU-kader teneinde een humaan en efficiënt asielbeleid te garanderen. Voorts worden in de mededeling vervolgstappen voorgesteld overeenkomstig de holistische aanpak van migratie die het Europees Parlement heeft uiteengezet in zijn initiatiefverslag van 12 april 2016. | Schrappen |
_________________ |
|
23 COM(2016) 197 final. |
|
24 EUCO 19.02.2016, SN 1/16. |
|
Or. en
Amendement 200
Udo Voigt
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(5) Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd. De bestaande ongelijksoortige asielprocedures in alle lidstaten moeten worden vervangen door een gemeenschappelijke procedure voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming, die in alle lidstaten van toepassing is overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX van het Europees Parlement en de Raad (verordening asielnormen)25 en garandeert dat de procedure snel en doeltreffend is. Verzoeken om internationale bescherming door onderdanen van derde landen en staatlozen moeten worden behandeld in een procedure waarvoor dezelfde regels gelden, ongeacht de lidstaat waar het verzoek is ingediend, teneinde voor de individuele verzoeker billijkheid in de behandeling van de verzoeken om internationale bescherming, duidelijkheid en rechtszekerheid te garanderen. | (5) Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd. De bestaande ongelijksoortige asielprocedures in alle lidstaten moeten worden vervangen door een gemeenschappelijke procedure voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming, die in alle lidstaten van toepassing is overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX van het Europees Parlement en de Raad (verordening asielnormen)25 en garandeert dat de procedure snel en doeltreffend is. Verzoeken om internationale bescherming door onderdanen van derde landen moeten worden behandeld in een procedure waarvoor dezelfde regels gelden, ongeacht de lidstaat waar het verzoek is ingediend, teneinde voor de individuele verzoeker billijkheid in de behandeling van de verzoeken om internationale bescherming, duidelijkheid en rechtszekerheid te garanderen. |
_________________ | _________________ |
25 PB. L […] van […], blz. […]. | 25 PB. L […] van […], blz. […]. |
Or. de
Amendement 201
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(6) Een gemeenschappelijke procedure voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming moet helpen om de secundaire bewegingen van personen die om internationale bescherming verzoeken tussen de lidstaten te beperken, wanneer die stromen worden veroorzaakt door verschillen in de wetgeving, doordat de bestaande discretionaire bepalingen door geharmoniseerde regels worden vervangen, en de rechten en verplichtingen van verzoekers en de gevolgen van de niet-nakoming van die verplichtingen worden verduidelijkt; een gemeenschappelijke procedure moet gelijkwaardige voorwaarden tot stand brengen voor de toepassing van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen)26 in de lidstaten. | Schrappen |
_________________ |
|
26 PB L […] van […], blz. […]. THANK YOU FOR USING ANOTHER LANGUAGE. |
|
Or. en
Amendement 202
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(6) Een gemeenschappelijke procedure voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming moet helpen om de secundaire bewegingen van personen die om internationale bescherming verzoeken tussen de lidstaten te beperken, wanneer die stromen worden veroorzaakt door verschillen in de wetgeving, doordat de bestaande discretionaire bepalingen door geharmoniseerde regels worden vervangen, en de rechten en verplichtingen van verzoekers en de gevolgen van de niet-nakoming van die verplichtingen worden verduidelijkt; een gemeenschappelijke procedure moet gelijkwaardige voorwaarden tot stand brengen voor de toepassing van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) in de lidstaten.26 | (6) Een gemeenschappelijke procedure voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming moet helpen om de secundaire bewegingen van personen die om internationale bescherming verzoeken tussen de lidstaten te beperken, wanneer die stromen worden veroorzaakt door verschillen in de wetgeving, doordat beter geharmoniseerde regels worden voorgesteld, en de rechten en verplichtingen van verzoekers en de gevolgen van de niet-nakoming van die verplichtingen worden verduidelijkt; een gemeenschappelijke procedure moet gelijkwaardige voorwaarden tot stand brengen voor de toepassing van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) in de lidstaten.26 |
_________________ | _________________ |
26 PB L [...] van [...], blz [...]. THANK YOU FOR USING ANOTHER LANGUAGE. | 26 PB L [...] van [...], blz [...]. THANK YOU FOR USING ANOTHER LANGUAGE. |
Or. fr
Amendement 203
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Bodil Valero, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(6) Een gemeenschappelijke procedure voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming moet helpen om de secundaire bewegingen van personen die om internationale bescherming verzoeken tussen de lidstaten te beperken, wanneer die stromen worden veroorzaakt door verschillen in de wetgeving, doordat de bestaande discretionaire bepalingen door geharmoniseerde regels worden vervangen, en de rechten en verplichtingen van verzoekers en de gevolgen van de niet-nakoming van die verplichtingen worden verduidelijkt; een gemeenschappelijke procedure moet gelijkwaardige voorwaarden tot stand brengen voor de toepassing van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) in de lidstaten.26 | (6) Een gemeenschappelijke procedure voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming moet verzoekers stimulansen geven om zich te vestigen en te integreren op het grondgebied van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielverzoek, doordat de bestaande discretionaire bepalingen door geharmoniseerde regels worden vervangen, en de rechten en verplichtingen van verzoekers en de gevolgen van de niet-nakoming van die verplichtingen worden verduidelijkt; een gemeenschappelijke procedure moet gelijkwaardige voorwaarden tot stand brengen voor de toepassing van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen)26 in de lidstaten. |
_________________ | _________________ |
26PB L […] van […], blz. […]. THANK YOU FOR USING ANOTHER LANGUAGE. | 26PB L […] van […], blz. […]. THANK YOU FOR USING ANOTHER LANGUAGE. |
Or. en
Amendement 204
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(7) Deze verordening moet van toepassing zijn op alle verzoeken om internationale bescherming die op het grondgebied van de lidstaten, daaronder begrepen aan de buitengrens, op de territoriale zee of in de transitzones van de lidstaten worden gedaan, en op de intrekking van internationale bescherming. Personen die internationale bescherming zoeken en zich op de territoriale zee van een lidstaat bevinden, moeten aan land worden gebracht en hun verzoeken moeten overeenkomstig deze verordening worden behandeld. | (7) Deze verordening moet van toepassing zijn op alle verzoeken om internationale bescherming die op het grondgebied van de lidstaten, daaronder begrepen aan de buitengrens, op de territoriale zee of in de transitzones van de lidstaten worden gedaan, en op de intrekking van internationale bescherming. |
Or. en
Amendement 205
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(7) Deze verordening moet van toepassing zijn op alle verzoeken om internationale bescherming die op het grondgebied van de lidstaten, daaronder begrepen aan de buitengrens, op de territoriale zee of in de transitzones van de lidstaten worden gedaan, en op de intrekking van internationale bescherming. Personen die internationale bescherming zoeken en zich op de territoriale zee van een lidstaat bevinden, moeten aan land worden gebracht en hun verzoeken moeten overeenkomstig deze verordening worden behandeld. | (7) Deze verordening moet van toepassing zijn op alle verzoeken om internationale bescherming die op het grondgebied van de lidstaten, daaronder begrepen aan de buitengrens, op de territoriale zee of in de transitzones van de lidstaten worden gedaan, en op de intrekking van internationale bescherming. Personen die internationale bescherming zoeken en zich op de territoriale zee van een lidstaat bevinden, moeten, in overeenstemming met het beginsel van non-refoulement, aan land worden gebracht en hun verzoeken moeten overeenkomstig deze verordening worden behandeld. |
Or. en
Amendement 206
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(7) Deze verordening moet van toepassing zijn op alle verzoeken om internationale bescherming die op het grondgebied van de lidstaten, daaronder begrepen aan de buitengrens, op de territoriale zee of in de transitzones van de lidstaten worden gedaan, en op de intrekking van internationale bescherming. Personen die internationale bescherming zoeken en zich op de territoriale zee van een lidstaat bevinden, moeten aan land worden gebracht en hun verzoeken moeten overeenkomstig deze verordening worden behandeld. | (7) Deze richtlijn moet van toepassing zijn op alle verzoeken om internationale bescherming die op het grondgebied van de lidstaten, daaronder begrepen aan de buitengrens, op de territoriale zee of in de transitzones van de lidstaten worden gedaan, en op de intrekking van internationale bescherming. Personen die internationale bescherming zoeken en zich op de territoriale zee van een lidstaat bevinden, moeten aan land worden gebracht en hun verzoeken moeten overeenkomstig deze richtlijn worden behandeld. |
Or. fr
Amendement 207
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(7) Deze verordening moet van toepassing zijn op alle verzoeken om internationale bescherming die op het grondgebied van de lidstaten, daaronder begrepen aan de buitengrens, op de territoriale zee of in de transitzones van de lidstaten worden gedaan, en op de intrekking van internationale bescherming. Personen die internationale bescherming zoeken en zich op de territoriale zee van een lidstaat bevinden, moeten aan land worden gebracht en hun verzoeken moeten overeenkomstig deze verordening worden behandeld. | (7) Deze verordening moet uitsluitend van toepassing zijn op verzoeken om internationale bescherming die op het grondgebied van de lidstaten, daaronder begrepen aan de buitengrens, op de territoriale zee of in de transitzones van de lidstaten worden gedaan, en op de intrekking van internationale bescherming. Personen die internationale bescherming zoeken en zich op de territoriale zee van een lidstaat bevinden, moeten aan land worden gebracht en hun verzoeken moeten overeenkomstig deze verordening worden behandeld. |
Or. en
Amendement 208
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(7) Deze verordening moet van toepassing zijn op alle verzoeken om internationale bescherming die op het grondgebied van de lidstaten, daaronder begrepen aan de buitengrens, op de territoriale zee of in de transitzones van de lidstaten worden gedaan, en op de intrekking van internationale bescherming. Personen die internationale bescherming zoeken en zich op de territoriale zee van een lidstaat bevinden, moeten aan land worden gebracht en hun verzoeken moeten overeenkomstig deze verordening worden behandeld. | (7) Deze richtlijn moet van toepassing zijn op alle verzoeken om internationale bescherming die op het grondgebied van de lidstaten, daaronder begrepen aan de buitengrens, op de territoriale zee of in de transitzones van de lidstaten worden gedaan, en op de intrekking van internationale bescherming. Personen die internationale bescherming zoeken en zich op de territoriale zee van een lidstaat bevinden, moeten aan land worden gebracht en hun verzoeken moeten overeenkomstig deze richtlijn worden behandeld. |
Or. en
Amendement 209
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(8) Deze verordening moet van toepassing zijn op verzoeken om internationale bescherming in een procedure waarin wordt onderzocht of de verzoeker in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen). Naast de internationale bescherming kunnen de lidstaten op grond van hun nationale recht ook andere nationale humanitaire statussen toekennen aan personen die niet in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus. Om de procedures in de lidstaten te stroomlijnen, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om deze verordening ook toe te passen op verzoeken om andere soorten bescherming. | (8) Deze verordening moet van toepassing zijn op verzoeken om internationale bescherming in een procedure waarin wordt onderzocht of de verzoeker in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen). |
Or. en
Amendement 210
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(8) Deze verordening moet van toepassing zijn op verzoeken om internationale bescherming in een procedure waarin wordt onderzocht of de verzoeker in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen). Naast de internationale bescherming kunnen de lidstaten op grond van hun nationale recht ook andere nationale humanitaire statussen toekennen aan personen die niet in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus. Om de procedures in de lidstaten te stroomlijnen, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om deze verordening ook toe te passen op verzoeken om andere soorten bescherming. | (8) Deze richtlijn moet van toepassing zijn op verzoeken om internationale bescherming in een procedure waarin wordt onderzocht of de verzoeker in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen). Naast de internationale bescherming kunnen de lidstaten op grond van hun nationale recht ook andere nationale humanitaire statussen toekennen aan personen die niet in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus. Om de procedures in de lidstaten te stroomlijnen, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om deze richtlijn ook toe te passen op verzoeken om andere soorten bescherming. |
Or. en
Amendement 211
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(8) Deze verordening moet van toepassing zijn op verzoeken om internationale bescherming in een procedure waarin wordt onderzocht of de verzoeker in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen). Naast de internationale bescherming kunnen de lidstaten op grond van hun nationale recht ook andere nationale humanitaire statussen toekennen aan personen die niet in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus. Om de procedures in de lidstaten te stroomlijnen, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om deze verordening ook toe te passen op verzoeken om andere soorten bescherming. | (8) Deze richtlijn moet van toepassing zijn op verzoeken om internationale bescherming in een procedure waarin wordt onderzocht of de verzoeker in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen). Naast de internationale bescherming kunnen de lidstaten op grond van hun nationale recht ook andere nationale humanitaire statussen toekennen aan personen die niet in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus. Om de procedures in de lidstaten te stroomlijnen, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om deze richtlijn ook toe te passen op verzoeken om andere soorten bescherming. |
Or. fr
Amendement 212
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(8) Deze verordening moet van toepassing zijn op verzoeken om internationale bescherming in een procedure waarin wordt onderzocht of de verzoeker in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen). Naast de internationale bescherming kunnen de lidstaten op grond van hun nationale recht ook andere nationale humanitaire statussen toekennen aan personen die niet in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus. Om de procedures in de lidstaten te stroomlijnen, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om deze verordening ook toe te passen op verzoeken om andere soorten bescherming. | (8) Deze verordening moet van toepassing zijn op verzoeken om internationale bescherming in een procedure waarin wordt onderzocht of de verzoeker in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen). Naast de internationale bescherming kunnen de lidstaten op grond van hun nationale recht ook andere nationale humanitaire statussen toekennen aan personen die niet in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus. Om de procedures in de lidstaten te stroomlijnen, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om deze verordening ook toe te passen op verzoeken om andere soorten bescherming. |
Or. en
Amendement 213
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(9) Wat betreft de behandeling van personen die onder deze verordening vallen, zijn de lidstaten gebonden aan hun verplichtingen op grond van instrumenten van internationaal recht waarbij zij partij zijn. | (9) Wat betreft de behandeling van personen die onder deze richtlijn vallen, zijn de lidstaten gebonden aan hun verplichtingen op grond van instrumenten van internationaal recht waarbij zij partij zijn. |
Or. fr
Amendement 214
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(9) Wat betreft de behandeling van personen die onder deze verordening vallen, zijn de lidstaten gebonden aan hun verplichtingen op grond van instrumenten van internationaal recht waarbij zij partij zijn. | (9) Wat betreft de behandeling van personen die onder deze richtlijn vallen, zijn de lidstaten gebonden aan hun verplichtingen op grond van instrumenten van internationaal recht waarbij zij partij zijn. |
Or. en
Amendement 215
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(10) Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de toepassing van deze verordening, in het bijzonder die lidstaten die met specifieke en onevenredige druk op hun asiel- en opvangstelsels worden geconfronteerd. | Schrappen |
Or. en
Amendement 216
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Bodil Valero, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(10) Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de toepassing van deze verordening, in het bijzonder die lidstaten die met specifieke en onevenredige druk op hun asiel- en opvangstelsels worden geconfronteerd. | (10) Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de toepassing van deze verordening, in het bijzonder die lidstaten die met specifieke en onevenredige druk op hun asiel- en opvangstelsels worden geconfronteerd. Er moet voldoende financiering beschikbaar worden gesteld aan lokale en regionale overheden, internationale organisaties en organisaties van het maatschappelijk middenveld, onder meer door lokale en regionale overheden rechtstreeks toegang te geven tot het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF). |
Or. en
Amendement 217
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(10) Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de toepassing van deze verordening, in het bijzonder die lidstaten die met specifieke en onevenredige druk op hun asiel- en opvangstelsels worden geconfronteerd. | (10) Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de toepassing van deze richtlijn, in het bijzonder die lidstaten die met specifieke en onevenredige druk op hun asiel- en opvangstelsels worden geconfronteerd. |
Or. fr
Amendement 218
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(10) Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de toepassing van deze verordening, in het bijzonder die lidstaten die met specifieke en onevenredige druk op hun asiel- en opvangstelsels worden geconfronteerd. | (10) Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de toepassing van deze richtlijn, in het bijzonder die lidstaten die met specifieke en onevenredige druk op hun asiel- en opvangstelsels worden geconfronteerd. |
Or. en
Amendement 219
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(11) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet de lidstaten de nodige operationele en technische bijstand bieden voor de toepassing van deze verordening, met name door deskundigen ter beschikking te stellen die de nationale autoriteiten helpen bij het ontvangen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming, en door actuele informatie over derde landen te verstrekken, waaronder informatie over landen van herkomst en aanwijzingen over de situatie in specifieke landen van herkomst. De lidstaten moeten bij de toepassing van deze verordening de operationele normen, indicatoren, richtsnoeren en beste praktijken van het Asielagentschap van de Europese Unie in acht nemen. | (11) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet de lidstaten de nodige operationele en technische bijstand bieden voor de toepassing van deze richtlijn, met name door deskundigen ter beschikking te stellen die de nationale autoriteiten helpen bij het ontvangen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming. De lidstaten moeten bij de toepassing van deze richtlijn de grondrechten eerbiedigen en de beste praktijken van het Asielagentschap van de Europese Unie in acht nemen. |
Or. en
Amendement 220
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(11) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet de lidstaten de nodige operationele en technische bijstand bieden voor de toepassing van deze verordening, met name door deskundigen ter beschikking te stellen die de nationale autoriteiten helpen bij het ontvangen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming, en door actuele informatie over derde landen te verstrekken, waaronder informatie over landen van herkomst en aanwijzingen over de situatie in specifieke landen van herkomst. De lidstaten moeten bij de toepassing van deze verordening de operationele normen, indicatoren, richtsnoeren en beste praktijken van het Asielagentschap van de Europese Unie in acht nemen. | (11) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet de lidstaten de nodige operationele en technische bijstand bieden voor de toepassing van deze verordening, met name door deskundigen ter beschikking te stellen die de nationale autoriteiten helpen bij het ontvangen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming, en door actuele informatie over landen van herkomst en aanwijzingen over de situatie in specifieke landen van herkomst te verstrekken. De lidstaten moeten bij de toepassing van deze verordening de operationele normen, indicatoren, richtsnoeren en beste praktijken van het Asielagentschap van de Europese Unie in acht nemen. |
Or. en
Amendement 221
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(11) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet de lidstaten de nodige operationele en technische bijstand bieden voor de toepassing van deze verordening, met name door deskundigen ter beschikking te stellen die de nationale autoriteiten helpen bij het ontvangen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming, en door actuele informatie over derde landen te verstrekken, waaronder informatie over landen van herkomst en aanwijzingen over de situatie in specifieke landen van herkomst. De lidstaten moeten bij de toepassing van deze verordening de operationele normen, indicatoren, richtsnoeren en beste praktijken van het Asielagentschap van de Europese Unie in acht nemen. | (11) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet de lidstaten de nodige operationele en technische bijstand bieden voor de toepassing van deze richtlijn, met name door deskundigen ter beschikking te stellen die de nationale autoriteiten helpen bij het ontvangen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming, en door actuele informatie over derde landen te verstrekken, waaronder informatie over landen van herkomst en aanwijzingen over de situatie in specifieke landen van herkomst. De lidstaten moeten bij de toepassing van deze richtlijn de operationele normen, indicatoren, richtsnoeren en beste praktijken van het Asielagentschap van de Europese Unie in acht nemen. |
Or. fr
Amendement 222
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(11) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet de lidstaten de nodige operationele en technische bijstand bieden voor de toepassing van deze verordening, met name door deskundigen ter beschikking te stellen die de nationale autoriteiten helpen bij het ontvangen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming, en door actuele informatie over derde landen te verstrekken, waaronder informatie over landen van herkomst en aanwijzingen over de situatie in specifieke landen van herkomst. De lidstaten moeten bij de toepassing van deze verordening de operationele normen, indicatoren, richtsnoeren en beste praktijken van het Asielagentschap van de Europese Unie in acht nemen. | (11) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet de lidstaten de nodige operationele en technische bijstand bieden voor de toepassing van deze verordening, met name door deskundigen ter beschikking te stellen die de nationale autoriteiten helpen bij het ontvangen en registreren van verzoeken om internationale bescherming, en door actuele informatie over derde landen te verstrekken, waaronder informatie over landen van herkomst en aanwijzingen over de situatie in specifieke landen van herkomst. De lidstaten moeten bij de toepassing van deze verordening de operationele normen, indicatoren, richtsnoeren en beste praktijken van het Asielagentschap van de Europese Unie in acht nemen. |
Or. en
Amendement 223
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(12) Teneinde ervoor te zorgen dat personen die bescherming behoeven als vluchteling in de zin van artikel 1 van het Verdrag van Genève of als persoon die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komt, correct als zodanig worden erkend, moet elke verzoeker daadwerkelijk toegang hebben tot de procedure, in de gelegenheid worden gesteld om met de verantwoordelijke autoriteiten samen te werken en te communiceren om de voor zijn zaak relevante feiten uiteen te zetten, en over voldoende procedurele waarborgen beschikken om zijn rechten in alle fasen van de procedure te doen gelden. | (12) Teneinde ervoor te zorgen dat personen die bescherming behoeven als vluchteling in de zin van artikel 1 van het Verdrag van Genève of als persoon die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komt, correct als zodanig worden erkend, moet elke verzoeker daadwerkelijk toegang hebben tot de procedure en tot kosteloze rechtsbijstand, in de gelegenheid worden gesteld om met de verantwoordelijke autoriteiten samen te werken en te communiceren om de voor zijn zaak relevante feiten uiteen te zetten, en over voldoende procedurele waarborgen beschikken om zijn rechten in alle fasen van de procedure te doen gelden. |
Or. en
Amendement 224
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(12) Teneinde ervoor te zorgen dat personen die bescherming behoeven als vluchteling in de zin van artikel 1 van het Verdrag van Genève of als persoon die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komt, correct als zodanig worden erkend, moet elke verzoeker daadwerkelijk toegang hebben tot de procedure, in de gelegenheid worden gesteld om met de verantwoordelijke autoriteiten samen te werken en te communiceren om de voor zijn zaak relevante feiten uiteen te zetten, en over voldoende procedurele waarborgen beschikken om zijn rechten in alle fasen van de procedure te doen gelden. | (12) Teneinde ervoor te zorgen dat personen die bescherming behoeven als vluchteling in de zin van artikel 1 van het Verdrag van Genève correct als zodanig worden erkend, moet elke verzoeker daadwerkelijk toegang hebben tot de procedure, in de gelegenheid worden gesteld om met de verantwoordelijke autoriteiten samen te werken en te communiceren om de voor zijn zaak relevante feiten uiteen te zetten, en over voldoende procedurele waarborgen beschikken om zijn rechten in alle fasen van de procedure te doen gelden. |
Or. en
Amendement 225
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(12) Teneinde ervoor te zorgen dat personen die bescherming behoeven als vluchteling in de zin van artikel 1 van het Verdrag van Genève of als persoon die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komt, correct als zodanig worden erkend, moet elke verzoeker daadwerkelijk toegang hebben tot de procedure, in de gelegenheid worden gesteld om met de verantwoordelijke autoriteiten samen te werken en te communiceren om de voor zijn zaak relevante feiten uiteen te zetten, en over voldoende procedurele waarborgen beschikken om zijn rechten in alle fasen van de procedure te doen gelden. | (12) Teneinde ervoor te zorgen dat personen die bescherming behoeven als vluchteling in de zin van artikel 1 van het Verdrag van Genève of als persoon die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komt, correct als zodanig worden erkend, moet elke verzoeker daadwerkelijk toegang hebben tot de procedure, verplicht worden gesteld om met de verantwoordelijke autoriteiten samen te werken en te communiceren om alle voor zijn zaak relevante feiten uiteen te zetten, en over voldoende procedurele waarborgen beschikken om zijn rechten tijdens de gehele procedure te doen gelden. |
Or. en
Amendement 226
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) De verzoeker moet daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om alle relevante elementen waarover hij beschikt, aan de beslissingsautoriteit uiteen te zetten. De verzoeker moet daarom het recht hebben, behoudens beperkte uitzonderingen, op een persoonlijk onderhoud over de ontvankelijkheid of over de gegrondheid van zijn verzoek, naar gelang. Het recht op een persoonlijk onderhoud kan slechts daadwerkelijk worden uitgeoefend, indien de verzoeker door een tolk wordt bijgestaan en in de gelegenheid wordt gesteld om de gronden voor zijn verzoek uitvoerig toe te lichten. De verzoeker moet voldoende tijd voor voorbereiding en overleg met zijn juridisch adviseur of raadsman worden geboden, en mag tijdens het onderhoud door de juridisch adviseur of raadsman worden bijgestaan. Het persoonlijke onderhoud moet plaatsvinden in zodanige omstandigheden dat een passende geheimhouding wordt gewaarborgd, en worden gevoerd door op passende wijze opgeleid en bevoegd personeel, onder meer, zo nodig, personeel van autoriteiten van andere lidstaten of deskundigen van het Asielagentschap van de Europese Unie. Er kan enkel van een persoonlijk onderhoud worden afgezien indien de beslissingsautoriteit een positieve beslissing over het verzoek gaat nemen of van oordeel is dat de verzoeker niet persoonlijk gehoord kan worden als gevolg van aanhoudende omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. Omdat het persoonlijke onderhoud een wezenlijk onderdeel van de behandeling van het verzoek vormt, moet het onderhoud worden opgenomen en moeten de verzoekers en hun juridische adviseurs toegang krijgen tot de opname, alsook tot het verslag of de transcriptie van het onderhoud, voordat de beslissingsautoriteit beslist of, in het geval van een versnelde behandelingsprocedure, op hetzelfde tijdstip waarop wordt beslist. | (13) De verzoeker moet daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om alle relevante elementen waarover hij beschikt, aan de beslissingsautoriteit uiteen te zetten. De verzoeker moet daarom het recht hebben, behoudens beperkte uitzonderingen, op een persoonlijk onderhoud. Het recht op een persoonlijk onderhoud kan slechts daadwerkelijk worden uitgeoefend, indien de verzoeker door een tolk en een interculturele bemiddelaar wordt bijgestaan en in de gelegenheid wordt gesteld om de gronden voor zijn verzoek uitvoerig toe te lichten. De verzoeker moet voldoende tijd voor voorbereiding en overleg met zijn juridisch adviseur of raadsman worden geboden, en mag tijdens het onderhoud door de juridisch adviseur of raadsman worden bijgestaan. De verzoeker moet in de gelegenheid worden gesteld om daadwerkelijk te worden bijgestaan door ngo's die juridische bijstand verlenen voor, tijdens en na het onderhoud. Het persoonlijke onderhoud moet plaatsvinden in zodanige omstandigheden dat een passende geheimhouding wordt gewaarborgd, en worden gevoerd door op passende wijze opgeleid en bevoegd personeel van de desbetreffende lidstaat. Er kan enkel van een persoonlijk onderhoud worden afgezien indien de beslissingsautoriteit een positieve beslissing over het verzoek gaat nemen of van oordeel is dat de verzoeker niet persoonlijk gehoord kan worden als gevolg van aanhoudende omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. Omdat het persoonlijke onderhoud een wezenlijk onderdeel van de behandeling van het verzoek vormt, moet er een geluidsopname van het onderhoud worden gemaakt en moeten de verzoekers en hun juridische adviseurs toegang krijgen tot de opname, alsook tot het verslag of de transcriptie van het onderhoud, voordat de beslissingsautoriteit beslist of, in het geval van een versnelde behandelingsprocedure, op hetzelfde tijdstip waarop wordt beslist. Als de verzoeker bijzondere waarborgen behoeft overeenkomstig de artikelen 19 t/m 22, moet hij de mogelijkheid hebben informatie hierover te verstrekken binnen een redelijke termijn na het persoonlijke onderhoud. |
Or. en
Amendement 227
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) De verzoeker moet daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om alle relevante elementen waarover hij beschikt, aan de beslissingsautoriteit uiteen te zetten. De verzoeker moet daarom het recht hebben, behoudens beperkte uitzonderingen, op een persoonlijk onderhoud over de ontvankelijkheid of over de gegrondheid van zijn verzoek, naar gelang. Het recht op een persoonlijk onderhoud kan slechts daadwerkelijk worden uitgeoefend, indien de verzoeker door een tolk wordt bijgestaan en in de gelegenheid wordt gesteld om de gronden voor zijn verzoek uitvoerig toe te lichten. De verzoeker moet voldoende tijd voor voorbereiding en overleg met zijn juridisch adviseur of raadsman worden geboden, en mag tijdens het onderhoud door de juridisch adviseur of raadsman worden bijgestaan. Het persoonlijke onderhoud moet plaatsvinden in zodanige omstandigheden dat een passende geheimhouding wordt gewaarborgd, en worden gevoerd door op passende wijze opgeleid en bevoegd personeel, onder meer, zo nodig, personeel van autoriteiten van andere lidstaten of deskundigen van het Asielagentschap van de Europese Unie. Er kan enkel van een persoonlijk onderhoud worden afgezien indien de beslissingsautoriteit een positieve beslissing over het verzoek gaat nemen of van oordeel is dat de verzoeker niet persoonlijk gehoord kan worden als gevolg van aanhoudende omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. Omdat het persoonlijke onderhoud een wezenlijk onderdeel van de behandeling van het verzoek vormt, moet het onderhoud worden opgenomen en moeten de verzoekers en hun juridische adviseurs toegang krijgen tot de opname, alsook tot het verslag of de transcriptie van het onderhoud, voordat de beslissingsautoriteit beslist of, in het geval van een versnelde behandelingsprocedure, op hetzelfde tijdstip waarop wordt beslist. | (13) De verzoeker moet daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om alle relevante elementen waarover hij beschikt, aan de beslissingsautoriteit uiteen te zetten. De verzoeker moet daarom het recht hebben, behoudens beperkte uitzonderingen, op een persoonlijk onderhoud over de ontvankelijkheid of over de gegrondheid van zijn verzoek, naar gelang. Het recht op een persoonlijk onderhoud kan slechts daadwerkelijk worden uitgeoefend, indien de verzoeker door een tolk wordt bijgestaan en in de gelegenheid wordt gesteld om de gronden voor zijn verzoek uitvoerig toe te lichten. De verzoeker moet voldoende tijd voor voorbereiding en overleg met zijn juridisch adviseur of raadsman worden geboden, en mag tijdens het onderhoud door de juridisch adviseur of raadsman worden bijgestaan. Het persoonlijke onderhoud moet plaatsvinden in zodanige omstandigheden dat een passende geheimhouding wordt gewaarborgd, en worden gevoerd door op passende wijze opgeleid en bevoegd personeel, onder meer, zo nodig, deskundigen van het Asielagentschap van de Europese Unie. Er kan enkel van een persoonlijk onderhoud worden afgezien indien de beslissingsautoriteit een positieve beslissing over het verzoek gaat nemen of van oordeel is dat de verzoeker niet persoonlijk gehoord kan worden als gevolg van aanhoudende omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. Omdat het persoonlijke onderhoud een wezenlijk onderdeel van de behandeling van het verzoek vormt, moet het onderhoud worden opgenomen en moeten de verzoekers en hun juridische adviseurs toegang krijgen tot de opname, alsook tot het verslag of de transcriptie van het onderhoud, voordat de beslissingsautoriteit beslist of, in het geval van een versnelde behandelingsprocedure, op hetzelfde tijdstip waarop wordt beslist. Verzoekers moeten ook altijd de gelegenheid krijgen om mondeling of schriftelijk verdere verduidelijking te geven ten aanzien van mogelijke onjuiste vertalingen of misverstanden in het verslag of de transcriptie. |
Or. en
Motivering
Dit stemt overeen met het amendement op artikel 5, lid 4. De mogelijkheid om vertaalfouten te corrigeren ondersteunt goed gegronde asielbeslissingen.
Amendement 228
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) De verzoeker moet daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om alle relevante elementen waarover hij beschikt, aan de beslissingsautoriteit uiteen te zetten. De verzoeker moet daarom het recht hebben, behoudens beperkte uitzonderingen, op een persoonlijk onderhoud over de ontvankelijkheid of over de gegrondheid van zijn verzoek, naar gelang. Het recht op een persoonlijk onderhoud kan slechts daadwerkelijk worden uitgeoefend, indien de verzoeker door een tolk wordt bijgestaan en in de gelegenheid wordt gesteld om de gronden voor zijn verzoek uitvoerig toe te lichten. De verzoeker moet voldoende tijd voor voorbereiding en overleg met zijn juridisch adviseur of raadsman worden geboden, en mag tijdens het onderhoud door de juridisch adviseur of raadsman worden bijgestaan. Het persoonlijke onderhoud moet plaatsvinden in zodanige omstandigheden dat een passende geheimhouding wordt gewaarborgd, en worden gevoerd door op passende wijze opgeleid en bevoegd personeel, onder meer, zo nodig, personeel van autoriteiten van andere lidstaten of deskundigen van het Asielagentschap van de Europese Unie. Er kan enkel van een persoonlijk onderhoud worden afgezien indien de beslissingsautoriteit een positieve beslissing over het verzoek gaat nemen of van oordeel is dat de verzoeker niet persoonlijk gehoord kan worden als gevolg van aanhoudende omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. Omdat het persoonlijke onderhoud een wezenlijk onderdeel van de behandeling van het verzoek vormt, moet het onderhoud worden opgenomen en moeten de verzoekers en hun juridische adviseurs toegang krijgen tot de opname, alsook tot het verslag of de transcriptie van het onderhoud, voordat de beslissingsautoriteit beslist of, in het geval van een versnelde behandelingsprocedure, op hetzelfde tijdstip waarop wordt beslist. | (13) De verzoeker moet daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om alle relevante elementen waarover hij beschikt, aan de beslissingsautoriteit uiteen te zetten. De verzoeker moet daarom het recht hebben op een persoonlijk onderhoud over de ontvankelijkheid en over de gegrondheid van zijn verzoek, naar gelang. Het recht op een persoonlijk onderhoud kan slechts daadwerkelijk worden uitgeoefend, indien de verzoeker door een tolk en een juridisch adviseur of raadsman wordt bijgestaan en in de gelegenheid wordt gesteld om de gronden voor zijn verzoek uitvoerig toe te lichten. De verzoeker moet voldoende tijd voor voorbereiding en overleg met zijn juridisch adviseur of raadsman worden geboden, en moet tijdens het onderhoud door de juridisch adviseur of raadsman worden bijgestaan. Het persoonlijke onderhoud moet plaatsvinden in zodanige omstandigheden dat een passende geheimhouding wordt gewaarborgd, en worden gevoerd door op passende wijze opgeleid en bevoegd personeel, onder meer, zo nodig, deskundigen van het Asielagentschap van de Europese Unie. Er kan enkel van een persoonlijk onderhoud worden afgezien indien de beslissingsautoriteit een positieve beslissing over het verzoek gaat nemen of van oordeel is dat de verzoeker niet persoonlijk gehoord kan worden als gevolg van aanhoudende omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. Omdat het persoonlijke onderhoud een wezenlijk onderdeel van de behandeling van het verzoek vormt, moet het onderhoud worden opgenomen en moeten de verzoekers en hun juridische adviseurs toegang krijgen tot de opname, alsook tot het verslag of de transcriptie van het onderhoud, voordat de beslissingsautoriteit beslist. |
Or. en
Amendement 229
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) De verzoeker moet daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om alle relevante elementen waarover hij beschikt, aan de beslissingsautoriteit uiteen te zetten. De verzoeker moet daarom het recht hebben, behoudens beperkte uitzonderingen, op een persoonlijk onderhoud over de ontvankelijkheid of over de gegrondheid van zijn verzoek, naar gelang. Het recht op een persoonlijk onderhoud kan slechts daadwerkelijk worden uitgeoefend, indien de verzoeker door een tolk wordt bijgestaan en in de gelegenheid wordt gesteld om de gronden voor zijn verzoek uitvoerig toe te lichten. De verzoeker moet voldoende tijd voor voorbereiding en overleg met zijn juridisch adviseur of raadsman worden geboden, en mag tijdens het onderhoud door de juridisch adviseur of raadsman worden bijgestaan. Het persoonlijke onderhoud moet plaatsvinden in zodanige omstandigheden dat een passende geheimhouding wordt gewaarborgd, en worden gevoerd door op passende wijze opgeleid en bevoegd personeel, onder meer, zo nodig, personeel van autoriteiten van andere lidstaten of deskundigen van het Asielagentschap van de Europese Unie. Er kan enkel van een persoonlijk onderhoud worden afgezien indien de beslissingsautoriteit een positieve beslissing over het verzoek gaat nemen of van oordeel is dat de verzoeker niet persoonlijk gehoord kan worden als gevolg van aanhoudende omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. Omdat het persoonlijke onderhoud een wezenlijk onderdeel van de behandeling van het verzoek vormt, moet het onderhoud worden opgenomen en moeten de verzoekers en hun juridische adviseurs toegang krijgen tot de opname, alsook tot het verslag of de transcriptie van het onderhoud, voordat de beslissingsautoriteit beslist of, in het geval van een versnelde behandelingsprocedure, op hetzelfde tijdstip waarop wordt beslist. | (13) De verzoeker moet daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om alle relevante elementen waarover hij beschikt, aan de beslissingsautoriteit uiteen te zetten. De verzoeker moet daarom het recht hebben, behoudens beperkte uitzonderingen, op een persoonlijk onderhoud over de ontvankelijkheid of over de gegrondheid van zijn verzoek, naar gelang. Het recht op een persoonlijk onderhoud kan slechts daadwerkelijk worden uitgeoefend, indien de verzoeker door een tolk wordt bijgestaan en in de gelegenheid wordt gesteld om de gronden voor zijn verzoek uitvoerig toe te lichten. De verzoeker moet voldoende tijd voor voorbereiding en overleg met zijn juridisch adviseur of raadsman worden geboden, en mag tijdens het onderhoud door de juridisch adviseur of raadsman worden bijgestaan. Het persoonlijke onderhoud moet plaatsvinden in zodanige omstandigheden dat een passende geheimhouding wordt gewaarborgd, en worden gevoerd door op passende wijze opgeleid en bevoegd personeel, onder meer, zo nodig, personeel van autoriteiten van andere lidstaten of deskundigen van het Asielagentschap van de Europese Unie. Er kan enkel van een persoonlijk onderhoud worden afgezien indien de beslissingsautoriteit een positieve beslissing over het verzoek gaat nemen of van oordeel is dat de verzoeker niet persoonlijk gehoord kan worden als gevolg van aanhoudende omstandigheden waarop hij geen invloed heeft of wanneer het verzoek duidelijk niet-ontvankelijk is. Omdat het persoonlijke onderhoud een wezenlijk onderdeel van de behandeling van het verzoek vormt, moet het onderhoud worden opgenomen en moeten de verzoekers en hun juridische adviseurs toegang krijgen tot de opname, alsook tot het verslag of de transcriptie van het onderhoud, voordat de beslissingsautoriteit beslist of, in het geval van een versnelde behandelingsprocedure, op hetzelfde tijdstip waarop wordt beslist. |
Or. en
Amendement 230
Brice Hortefeux, Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) De verzoeker moet daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om alle relevante elementen waarover hij beschikt, aan de beslissingsautoriteit uiteen te zetten. De verzoeker moet daarom het recht hebben, behoudens beperkte uitzonderingen, op een persoonlijk onderhoud over de ontvankelijkheid of over de gegrondheid van zijn verzoek, naar gelang. Het recht op een persoonlijk onderhoud kan slechts daadwerkelijk worden uitgeoefend, indien de verzoeker door een tolk wordt bijgestaan en in de gelegenheid wordt gesteld om de gronden voor zijn verzoek uitvoerig toe te lichten. De verzoeker moet voldoende tijd voor voorbereiding en overleg met zijn juridisch adviseur of raadsman worden geboden, en mag tijdens het onderhoud door de juridisch adviseur of raadsman worden bijgestaan. Het persoonlijke onderhoud moet plaatsvinden in zodanige omstandigheden dat een passende geheimhouding wordt gewaarborgd, en worden gevoerd door op passende wijze opgeleid en bevoegd personeel, onder meer, zo nodig, personeel van autoriteiten van andere lidstaten of deskundigen van het Asielagentschap van de Europese Unie. Er kan enkel van een persoonlijk onderhoud worden afgezien indien de beslissingsautoriteit een positieve beslissing over het verzoek gaat nemen of van oordeel is dat de verzoeker niet persoonlijk gehoord kan worden als gevolg van aanhoudende omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. Omdat het persoonlijke onderhoud een wezenlijk onderdeel van de behandeling van het verzoek vormt, moet het onderhoud worden opgenomen en moeten de verzoekers en hun juridische adviseurs toegang krijgen tot de opname, alsook tot het verslag of de transcriptie van het onderhoud, voordat de beslissingsautoriteit beslist of, in het geval van een versnelde behandelingsprocedure, op hetzelfde tijdstip waarop wordt beslist. | (13) Voordat de beslissingsautoriteit uitspraak doet, moet de verzoeker daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om alle relevante elementen waarover hij beschikt uiteen te zetten. De verzoeker moet daarom het recht hebben op een persoonlijk onderhoud over de gegrondheid van zijn verzoek. Het recht op een persoonlijk onderhoud kan slechts daadwerkelijk worden uitgeoefend, indien de verzoeker door een tolk wordt bijgestaan en in de gelegenheid wordt gesteld om de gronden voor zijn verzoek uitvoerig toe te lichten. De verzoeker moet voldoende en passende tijd voor voorbereiding en overleg met zijn juridisch adviseur of raadsman worden geboden, en mag tijdens het onderhoud door de juridisch adviseur of raadsman worden bijgestaan. Het persoonlijke onderhoud moet plaatsvinden in zodanige omstandigheden dat geheimhouding wordt gewaarborgd, en worden gevoerd door op passende wijze opgeleid en bevoegd personeel, onder meer, zo nodig, personeel van autoriteiten van andere lidstaten of deskundigen van het Asielagentschap van de Europese Unie. Een persoonlijk onderhoud hoeft niet plaats te vinden wanneer de beslissingsautoriteit een positieve beslissing over het verzoek gaat nemen of van oordeel is dat de verzoeker niet persoonlijk gehoord kan worden als gevolg van aanhoudende omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. Omdat het persoonlijke onderhoud een wezenlijk onderdeel van de behandeling van het verzoek vormt, moet het onderhoud worden opgenomen en moeten de verzoekers en hun juridische adviseurs toegang krijgen tot de opname, alsook tot het verslag of de transcriptie van het onderhoud, voordat de beslissingsautoriteit beslist of, in het geval van een versnelde behandelingsprocedure, op hetzelfde tijdstip waarop wordt beslist. |
Or. fr
Amendement 231
Sergei Stanishev
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) De verzoeker moet daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om alle relevante elementen waarover hij beschikt, aan de beslissingsautoriteit uiteen te zetten. De verzoeker moet daarom het recht hebben, behoudens beperkte uitzonderingen, op een persoonlijk onderhoud over de ontvankelijkheid of over de gegrondheid van zijn verzoek, naar gelang. Het recht op een persoonlijk onderhoud kan slechts daadwerkelijk worden uitgeoefend, indien de verzoeker door een tolk wordt bijgestaan en in de gelegenheid wordt gesteld om de gronden voor zijn verzoek uitvoerig toe te lichten. De verzoeker moet voldoende tijd voor voorbereiding en overleg met zijn juridisch adviseur of raadsman worden geboden, en mag tijdens het onderhoud door de juridisch adviseur of raadsman worden bijgestaan. Het persoonlijke onderhoud moet plaatsvinden in zodanige omstandigheden dat een passende geheimhouding wordt gewaarborgd, en worden gevoerd door op passende wijze opgeleid en bevoegd personeel, onder meer, zo nodig, personeel van autoriteiten van andere lidstaten of deskundigen van het Asielagentschap van de Europese Unie. Er kan enkel van een persoonlijk onderhoud worden afgezien indien de beslissingsautoriteit een positieve beslissing over het verzoek gaat nemen of van oordeel is dat de verzoeker niet persoonlijk gehoord kan worden als gevolg van aanhoudende omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. Omdat het persoonlijke onderhoud een wezenlijk onderdeel van de behandeling van het verzoek vormt, moet het onderhoud worden opgenomen en moeten de verzoekers en hun juridische adviseurs toegang krijgen tot de opname, alsook tot het verslag of de transcriptie van het onderhoud, voordat de beslissingsautoriteit beslist of, in het geval van een versnelde behandelingsprocedure, op hetzelfde tijdstip waarop wordt beslist. | (13) De verzoeker moet daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om alle relevante elementen waarover hij beschikt, aan de beslissingsautoriteit uiteen te zetten. De verzoeker moet daarom het recht hebben, behoudens beperkte uitzonderingen, op een persoonlijk onderhoud over de gegrondheid van zijn verzoek. Het recht op een persoonlijk onderhoud kan slechts daadwerkelijk worden uitgeoefend, indien de verzoeker door een tolk wordt bijgestaan en in de gelegenheid wordt gesteld om de gronden voor zijn verzoek uitvoerig toe te lichten. De verzoeker moet voldoende tijd voor voorbereiding en overleg met zijn juridisch adviseur of raadsman worden geboden, en mag tijdens het onderhoud door de juridisch adviseur of raadsman worden bijgestaan. Het persoonlijke onderhoud moet plaatsvinden in zodanige omstandigheden dat een passende geheimhouding wordt gewaarborgd, en worden gevoerd door op passende wijze opgeleid en bevoegd personeel, onder meer, zo nodig, personeel van autoriteiten van andere lidstaten of deskundigen van het Asielagentschap van de Europese Unie. Er kan enkel van een persoonlijk onderhoud worden afgezien indien de beslissingsautoriteit een positieve beslissing over het verzoek gaat nemen of van oordeel is dat de verzoeker niet persoonlijk gehoord kan worden als gevolg van aanhoudende omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. Omdat het persoonlijke onderhoud een wezenlijk onderdeel van de behandeling van het verzoek vormt, moet het onderhoud worden opgenomen en moeten de verzoekers en hun juridische adviseurs toegang krijgen tot de opname, alsook tot het verslag of de transcriptie van het onderhoud, voordat de beslissingsautoriteit beslist of, in het geval van een versnelde behandelingsprocedure, op hetzelfde tijdstip waarop wordt beslist. |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met de andere amendementen die het onderzoek van de ontvankelijkheid als voorafgaande vereiste voor de toepassing van de Dublinverordening schrappen.
Amendement 232
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini, Bodil Valero, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) Het is zowel in het belang van de lidstaten als van de verzoekers om te garanderen dat behoeften aan internationale bescherming al in de fase van de administratieve procedure correct worden erkend door kwalitatief hoogwaardige informatie en juridische ondersteuning die tot efficiëntere en betere beslissingen leidt. Toegang tot rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten daarom een integraal onderdeel vormen van de gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming. Om de rechten van de verzoeker doeltreffend te beschermen, in het bijzonder het recht van verdediging en het billijkheidsbeginsel, en ten behoeve van de proceseconomie, moeten de verzoekers, op hun verzoek en onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden, kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging krijgen tijdens de administratieve procedure en in de beroepsprocedure. De kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten worden geboden door personen die daartoe krachtens het nationale recht bevoegd zijn. | (14) Het is zowel in het belang van de lidstaten als van de verzoekers om te garanderen dat behoeften aan internationale bescherming al in de fase van de administratieve procedure correct worden erkend door kwalitatief hoogwaardige informatie en juridische ondersteuning die tot efficiëntere en betere beslissingen leidt. Toegang tot rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten daarom een integraal onderdeel vormen van de gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in alle fasen van de procedure. Om de rechten van de verzoeker doeltreffend te beschermen, in het bijzonder het recht van verdediging en het billijkheidsbeginsel, en ten behoeve van de proceseconomie, moeten de verzoekers, onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden, kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging krijgen tijdens de administratieve procedure, onder meer tijdens het persoonlijk onderhoud, en in de beroepsprocedure. Verzoekers moeten het recht hebben op een doeltreffende voorziening in rechte en beroep kunnen instellen tegen een beslissing om geen kosteloze rechtsbijstand te verlenen, en de lidstaten zorgen ervoor dat rechtsbijstand en vertegenwoordiging niet willekeurig worden beperkt en dat de daadwerkelijke toegang tot de rechter van de verzoeker niet wordt belemmerd. De kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten worden geboden door personen die daartoe krachtens het nationale recht bevoegd zijn. |
Or. en
Amendement 233
Maria Grapini
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) Het is zowel in het belang van de lidstaten als van de verzoekers om te garanderen dat behoeften aan internationale bescherming al in de fase van de administratieve procedure correct worden erkend door kwalitatief hoogwaardige informatie en juridische ondersteuning die tot efficiëntere en betere beslissingen leidt. Toegang tot rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten daarom een integraal onderdeel vormen van de gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming. Om de rechten van de verzoeker doeltreffend te beschermen, in het bijzonder het recht van verdediging en het billijkheidsbeginsel, en ten behoeve van de proceseconomie, moeten de verzoekers, op hun verzoek en onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden, kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging krijgen tijdens de administratieve procedure en in de beroepsprocedure. De kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten worden geboden door personen die daartoe krachtens het nationale recht bevoegd zijn. | (14) Het is zowel in het belang van de lidstaten als van de verzoekers om te garanderen dat behoeften aan internationale bescherming al in de fase van de administratieve procedure correct worden erkend door kwalitatief hoogwaardige informatie en juridische ondersteuning die tot efficiëntere en betere beslissingen leidt. Toegang tot rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten daarom een integraal onderdeel vormen van de gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming. Om de rechten van de verzoeker doeltreffend te beschermen, in het bijzonder het recht van verdediging en het billijkheidsbeginsel, en ten behoeve van de proceseconomie, moeten de verzoekers, op hun verzoek en onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden, kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging krijgen tijdens de administratieve procedure en in de beroepsprocedure. De kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten worden geboden door personen die daartoe krachtens het nationale recht bevoegd zijn. Er dient te worden overwogen om de lidstaten op het gebied van procedurele autonomie een zekere flexibiliteit toe te staan. Ook moet eraan worden gedacht de lidstaten niet tot buitensporige financiële lasten te verplichten. |
Or. ro
Amendement 234
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) Het is zowel in het belang van de lidstaten als van de verzoekers om te garanderen dat behoeften aan internationale bescherming al in de fase van de administratieve procedure correct worden erkend door kwalitatief hoogwaardige informatie en juridische ondersteuning die tot efficiëntere en betere beslissingen leidt. Toegang tot rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten daarom een integraal onderdeel vormen van de gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming. Om de rechten van de verzoeker doeltreffend te beschermen, in het bijzonder het recht van verdediging en het billijkheidsbeginsel, en ten behoeve van de proceseconomie, moeten de verzoekers, op hun verzoek en onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden, kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging krijgen tijdens de administratieve procedure en in de beroepsprocedure. De kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten worden geboden door personen die daartoe krachtens het nationale recht bevoegd zijn. | (14) Het is zowel in het belang van de lidstaten als van de verzoekers om te garanderen dat behoeften aan internationale bescherming al in de fase van de administratieve procedure correct worden erkend door kwalitatief hoogwaardige informatie die tot efficiëntere en betere beslissingen leidt. Om de rechten van de verzoeker doeltreffend te beschermen, in het bijzonder het recht van verdediging en het billijkheidsbeginsel, en ten behoeve van de proceseconomie, moeten de verzoekers, op hun verzoek en onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden, rechtsbijstand en vertegenwoordiging krijgen in de beroepsprocedure. De rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten worden geboden door personen die daartoe krachtens het nationale recht bevoegd zijn. |
Or. en
Amendement 235
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) Het is zowel in het belang van de lidstaten als van de verzoekers om te garanderen dat behoeften aan internationale bescherming al in de fase van de administratieve procedure correct worden erkend door kwalitatief hoogwaardige informatie en juridische ondersteuning die tot efficiëntere en betere beslissingen leidt. Toegang tot rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten daarom een integraal onderdeel vormen van de gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming. Om de rechten van de verzoeker doeltreffend te beschermen, in het bijzonder het recht van verdediging en het billijkheidsbeginsel, en ten behoeve van de proceseconomie, moeten de verzoekers, op hun verzoek en onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden, kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging krijgen tijdens de administratieve procedure en in de beroepsprocedure. De kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten worden geboden door personen die daartoe krachtens het nationale recht bevoegd zijn. | (14) Het is zowel in het belang van de lidstaten als van de verzoekers om te garanderen dat behoeften aan internationale bescherming al in de fase van de administratieve procedure correct worden erkend door kwalitatief hoogwaardige informatie en juridische ondersteuning die tot efficiëntere en betere beslissingen leidt. Toegang tot rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten daarom een integraal onderdeel vormen van de gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming. Om de rechten van de verzoeker doeltreffend te beschermen, in het bijzonder het recht van verdediging en het billijkheidsbeginsel, en ten behoeve van de proceseconomie, moeten de verzoekers kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging krijgen tijdens de administratieve procedure en in de beroepsprocedure. De kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging worden geboden zodra de verzoeker de wens te kennen heeft gegeven om om internationale bescherming te verzoeken en moeten worden geboden door personen die daartoe krachtens het nationale recht bevoegd zijn. |
Or. en
Amendement 236
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) Het is zowel in het belang van de lidstaten als van de verzoekers om te garanderen dat behoeften aan internationale bescherming al in de fase van de administratieve procedure correct worden erkend door kwalitatief hoogwaardige informatie en juridische ondersteuning die tot efficiëntere en betere beslissingen leidt. Toegang tot rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten daarom een integraal onderdeel vormen van de gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming. Om de rechten van de verzoeker doeltreffend te beschermen, in het bijzonder het recht van verdediging en het billijkheidsbeginsel, en ten behoeve van de proceseconomie, moeten de verzoekers, op hun verzoek en onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden, kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging krijgen tijdens de administratieve procedure en in de beroepsprocedure. De kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten worden geboden door personen die daartoe krachtens het nationale recht bevoegd zijn. | (14) Het is zowel in het belang van de lidstaten als van de verzoekers om te garanderen dat behoeften aan internationale bescherming al in de fase van de administratieve procedure correct worden erkend door kwalitatief hoogwaardige informatie en juridische ondersteuning die tot efficiëntere en betere beslissingen leidt. Toegang tot rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten daarom een integraal onderdeel vormen van de gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming. Om de rechten van de verzoeker doeltreffend te beschermen, in het bijzonder het recht van verdediging en het billijkheidsbeginsel, en ten behoeve van de proceseconomie, moeten de verzoekers, op hun verzoek en onder de in deze richtlijn vastgestelde voorwaarden, kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging krijgen tijdens de administratieve procedure en in de beroepsprocedure. De kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten worden geboden door personen die daartoe krachtens het nationale recht bevoegd zijn. |
Or. fr
Amendement 237
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(15) Sommige verzoekers kunnen bijzondere procedurele waarborgen behoeven, op grond van, onder meer, hun leeftijd, geslacht, seksuele gerichtheid, genderidentiteit, handicap, ernstige ziekte, psychische aandoeningen of als gevolg van foltering, verkrachting of andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek, seksueel of gendergerelateerd geweld. Het is noodzakelijk om systematisch te beoordelen of een individuele verzoeker bijzondere procedurele waarborgen behoeft, en dat die vaststelling van die verzoekers zo vroeg mogelijk gebeurt zodra een verzoek gedaan is en voordat een beslissing is genomen. | (15) Sommige verzoekers kunnen bijzondere procedurele waarborgen behoeven, op grond van, onder meer, hun leeftijd, geslacht, seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie, geslachtskenmerken, handicap, ernstige ziekte, psychische aandoeningen of als gevolg van foltering, verkrachting, mensenhandel, schipbreuk of andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek, seksueel of gendergerelateerd geweld. Het is noodzakelijk om systematisch te beoordelen of een individuele verzoeker bijzondere procedurele waarborgen behoeft, en dat die vaststelling van die verzoekers zo vroeg mogelijk gebeurt zodra een verzoek gedaan is en voordat een beslissing is genomen. |
Or. en
Amendement 238
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(15) Sommige verzoekers kunnen bijzondere procedurele waarborgen behoeven, op grond van, onder meer, hun leeftijd, geslacht, seksuele gerichtheid, genderidentiteit, handicap, ernstige ziekte, psychische aandoeningen of als gevolg van foltering, verkrachting of andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek, seksueel of gendergerelateerd geweld. Het is noodzakelijk om systematisch te beoordelen of een individuele verzoeker bijzondere procedurele waarborgen behoeft, en dat die vaststelling van die verzoekers zo vroeg mogelijk gebeurt zodra een verzoek gedaan is en voordat een beslissing is genomen. | (15) Het is noodzakelijk om systematisch te beoordelen of een individuele verzoeker bijzondere procedurele waarborgen behoeft, en dat die vaststelling van die verzoekers zo vroeg mogelijk gebeurt zodra een verzoek gedaan is en voordat een beslissing is genomen. De aanwijzingen dat de verzoeker bijzondere procedurele waarborgen behoeft omvatten, onder meer, tekenen van fysieke, psychische of ontwikkelingsaandoeningen of handicaps, evenals leeftijdsgebonden kwetsbaarheden zoals dementie. |
Or. en
Amendement 239
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(15) Sommige verzoekers kunnen bijzondere procedurele waarborgen behoeven, op grond van, onder meer, hun leeftijd, geslacht, seksuele gerichtheid, genderidentiteit, handicap, ernstige ziekte, psychische aandoeningen of als gevolg van foltering, verkrachting of andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek, seksueel of gendergerelateerd geweld. Het is noodzakelijk om systematisch te beoordelen of een individuele verzoeker bijzondere procedurele waarborgen behoeft, en dat die vaststelling van die verzoekers zo vroeg mogelijk gebeurt zodra een verzoek gedaan is en voordat een beslissing is genomen. | (15) Sommige verzoekers kunnen bijzondere procedurele waarborgen behoeven, op grond van, onder meer, hun leeftijd, geslacht, handicap, ernstige ziekte, psychische aandoeningen of als gevolg van foltering, verkrachting of andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek, seksueel of gendergerelateerd geweld. Het is noodzakelijk om systematisch te beoordelen of een individuele verzoeker bijzondere procedurele waarborgen behoeft, en dat die vaststelling van die verzoekers zo vroeg mogelijk gebeurt zodra een verzoek gedaan is en voordat een beslissing is genomen. |
Or. bg
Amendement 240
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar, Filiz Hyusmenova
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(15) Sommige verzoekers kunnen bijzondere procedurele waarborgen behoeven, op grond van, onder meer, hun leeftijd, geslacht, seksuele gerichtheid, genderidentiteit, handicap, ernstige ziekte, psychische aandoeningen of als gevolg van foltering, verkrachting of andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek, seksueel of gendergerelateerd geweld. Het is noodzakelijk om systematisch te beoordelen of een individuele verzoeker bijzondere procedurele waarborgen behoeft, en dat die vaststelling van die verzoekers zo vroeg mogelijk gebeurt zodra een verzoek gedaan is en voordat een beslissing is genomen. | (15) Sommige verzoekers kunnen specifieke procedurele waarborgen behoeven, op grond van, onder meer, hun leeftijd, geslacht, seksuele gerichtheid, genderidentiteit, handicap, ernstige ziekte, psychische aandoeningen of als gevolg van foltering, verkrachting of andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek, seksueel of gendergerelateerd geweld. Het is noodzakelijk om systematisch te beoordelen of een individuele verzoeker specifieke procedurele waarborgen behoeft, en dat die vaststelling van die verzoekers zo vroeg mogelijk gebeurt zodra een verzoek gedaan is en voordat een beslissing is genomen. |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met het standpunt van het EP inzake andere CEAS-instrumenten, met name de richtlijn opvangvoorzieningen.
Amendement 241
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(16) Om ervoor te zorgen dat zo vroeg mogelijk wordt vastgesteld dat verzoekers bijzondere procedurele waarborgen behoeven, moet het personeel van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, op passende wijze worden opgeleid om tekenen van kwetsbaarheid op te merken en moet het daartoe passende instructies krijgen. Verdere maatregelen betreffende de herkenning en documentatie van symptomen en tekenen van foltering of andere ernstige vormen van fysiek of psychisch geweld, inclusief seksueel geweld, in onder deze verordening vallende procedures moeten onder meer gebaseerd zijn op het Handboek betreffende het effectief onderzoeken en documenteren van foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (Protocol van Istanbul) (Manual on Effective Investigation and Documentation of Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment). | (16) Om ervoor te zorgen dat zo vroeg mogelijk wordt vastgesteld dat verzoekers bijzondere procedurele waarborgen behoeven, moet het personeel van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, daartoe passende instructies krijgen. |
Or. en
Amendement 242
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(16) Om ervoor te zorgen dat zo vroeg mogelijk wordt vastgesteld dat verzoekers bijzondere procedurele waarborgen behoeven, moet het personeel van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, op passende wijze worden opgeleid om tekenen van kwetsbaarheid op te merken en moet het daartoe passende instructies krijgen. Verdere maatregelen betreffende de herkenning en documentatie van symptomen en tekenen van foltering of andere ernstige vormen van fysiek of psychisch geweld, inclusief seksueel geweld, in onder deze verordening vallende procedures moeten onder meer gebaseerd zijn op het Handboek betreffende het effectief onderzoeken en documenteren van foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (Protocol van Istanbul) (Manual on Effective Investigation and Documentation of Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment). | (16) Om ervoor te zorgen dat zo vroeg mogelijk wordt vastgesteld dat verzoekers bijzondere procedurele waarborgen behoeven, moeten ngo's volledige toegang krijgen tot detentiecentra, opvangcentra, grensdoorlaatposten of andere plaatsen waar zich potentiële asielzoekers bevinden en moet het personeel van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, op passende wijze worden opgeleid om tekenen van kwetsbaarheid op te merken en moet het daartoe passende instructies krijgen. Verdere maatregelen betreffende de herkenning en documentatie van symptomen en tekenen van foltering of andere ernstige vormen van fysiek of psychisch geweld, inclusief seksueel geweld, in onder deze richtlijn vallende procedures moeten onder meer gebaseerd zijn op het Handboek betreffende het effectief onderzoeken en documenteren van foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (Protocol van Istanbul) (Manual on Effective Investigation and Documentation of Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment). |
Or. en
Amendement 243
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar, Filiz Hyusmenova
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(16) Om ervoor te zorgen dat zo vroeg mogelijk wordt vastgesteld dat verzoekers bijzondere procedurele waarborgen behoeven, moet het personeel van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, op passende wijze worden opgeleid om tekenen van kwetsbaarheid op te merken en moet het daartoe passende instructies krijgen. Verdere maatregelen betreffende de herkenning en documentatie van symptomen en tekenen van foltering of andere ernstige vormen van fysiek of psychisch geweld, inclusief seksueel geweld, in onder deze verordening vallende procedures moeten onder meer gebaseerd zijn op het Handboek betreffende het effectief onderzoeken en documenteren van foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (Protocol van Istanbul) (Manual on Effective Investigation and Documentation of Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment). | (16) Om ervoor te zorgen dat zo vroeg mogelijk wordt vastgesteld dat verzoekers specifieke procedurele waarborgen behoeven, moet het personeel van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, op passende wijze worden opgeleid om tekenen van kwetsbaarheid op te merken en moet het daartoe passende instructies krijgen. Verdere maatregelen betreffende de herkenning en documentatie van symptomen en tekenen van foltering of andere ernstige vormen van fysiek of psychisch geweld, inclusief seksueel geweld, in onder deze verordening vallende procedures moeten onder meer gebaseerd zijn op het Handboek betreffende het effectief onderzoeken en documenteren van foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (Protocol van Istanbul) (Manual on Effective Investigation and Documentation of Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment). |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met het standpunt van het EP inzake andere CEAS-instrumenten, met name de richtlijn opvangvoorzieningen.
Amendement 244
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(16) Om ervoor te zorgen dat zo vroeg mogelijk wordt vastgesteld dat verzoekers bijzondere procedurele waarborgen behoeven, moet het personeel van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, op passende wijze worden opgeleid om tekenen van kwetsbaarheid op te merken en moet het daartoe passende instructies krijgen. Verdere maatregelen betreffende de herkenning en documentatie van symptomen en tekenen van foltering of andere ernstige vormen van fysiek of psychisch geweld, inclusief seksueel geweld, in onder deze verordening vallende procedures moeten onder meer gebaseerd zijn op het Handboek betreffende het effectief onderzoeken en documenteren van foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (Protocol van Istanbul) (Manual on Effective Investigation and Documentation of Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment). | (16) Om ervoor te zorgen dat zo vroeg mogelijk wordt vastgesteld dat verzoekers bijzondere procedurele waarborgen behoeven, moet het personeel van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, worden opgeleid om tekenen van kwetsbaarheid op te merken en moet het daartoe passende instructies krijgen. Verdere maatregelen betreffende de herkenning en documentatie van symptomen en tekenen van foltering of andere ernstige vormen van fysiek of psychisch geweld, inclusief seksueel geweld, in onder deze richtlijn vallende procedures moeten onder meer gebaseerd zijn op het Handboek betreffende het effectief onderzoeken en documenteren van foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (Protocol van Istanbul) (Manual on Effective Investigation and Documentation of Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment). |
Or. fr
Amendement 245
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(17) Voor verzoekers van wie is vastgesteld dat zij bijzondere procedurele waarborgen behoeven, moet worden voorzien in passende steun, met inbegrip van voldoende tijd, om de nodige voorwaarden tot stand te brengen waaronder zij daadwerkelijk toegang hebben tot procedures en de elementen ter staving van hun verzoek om internationale bescherming kunnen uiteenzetten. Indien het in het kader van een versnelde behandelingsprocedure of een grensprocedure niet mogelijk is om passende steun te verlenen, moet een verzoeker die bijzondere procedurele waarborgen behoeft, van die procedures worden vrijgesteld. In het geval van een behoefte aan bijzondere procedurele waarborgen die gezien hun aard een beletsel voor de toepassing van een versnelde procedure of een grensprocedure kunnen vormen, moet dat ook te betekenen dat de verzoeker aanvullende waarborgen krijgt in gevallen waarin zijn beroep niet automatisch een schorsende werking heeft, teneinde de voorziening in rechte in de specifieke omstandigheden van de verzoeker doeltreffend te maken. | (17) Voor verzoekers van wie is vastgesteld dat zij bijzondere procedurele waarborgen behoeven, moet worden voorzien in passende steun, met inbegrip van voldoende tijd, om de nodige voorwaarden tot stand te brengen waaronder zij daadwerkelijk toegang hebben tot procedures en de elementen ter staving van hun verzoek om internationale bescherming kunnen uiteenzetten. Verzoekers die bijzondere procedurele waarborgen behoeven, moeten van versnelde behandelingsprocedures en grensprocedures worden vrijgesteld. |
Or. en
Amendement 246
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(17) Voor verzoekers van wie is vastgesteld dat zij bijzondere procedurele waarborgen behoeven, moet worden voorzien in passende steun, met inbegrip van voldoende tijd, om de nodige voorwaarden tot stand te brengen waaronder zij daadwerkelijk toegang hebben tot procedures en de elementen ter staving van hun verzoek om internationale bescherming kunnen uiteenzetten. Indien het in het kader van een versnelde behandelingsprocedure of een grensprocedure niet mogelijk is om passende steun te verlenen, moet een verzoeker die bijzondere procedurele waarborgen behoeft, van die procedures worden vrijgesteld. In het geval van een behoefte aan bijzondere procedurele waarborgen die gezien hun aard een beletsel voor de toepassing van een versnelde procedure of een grensprocedure kunnen vormen, moet dat ook te betekenen dat de verzoeker aanvullende waarborgen krijgt in gevallen waarin zijn beroep niet automatisch een schorsende werking heeft, teneinde de voorziening in rechte in de specifieke omstandigheden van de verzoeker doeltreffend te maken. | (17) Voor verzoekers van wie is vastgesteld dat zij bijzondere procedurele waarborgen behoeven, moet worden voorzien in passende steun, met inbegrip van voldoende tijd, om de nodige voorwaarden tot stand te brengen waaronder zij daadwerkelijk toegang hebben tot procedures en de elementen ter staving van hun verzoek om internationale bescherming kunnen uiteenzetten. Indien het in het kader van een versnelde behandelingsprocedure of een grensprocedure niet mogelijk is om passende steun te verlenen, moet een verzoeker die bijzondere procedurele waarborgen behoeft, van die procedures worden vrijgesteld. Minderjarigen moeten altijd van grensprocedures en versnelde procedures worden vrijgesteld. |
Or. en
Amendement 247
Elly Schlein
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(17) Voor verzoekers van wie is vastgesteld dat zij bijzondere procedurele waarborgen behoeven, moet worden voorzien in passende steun, met inbegrip van voldoende tijd, om de nodige voorwaarden tot stand te brengen waaronder zij daadwerkelijk toegang hebben tot procedures en de elementen ter staving van hun verzoek om internationale bescherming kunnen uiteenzetten. Indien het in het kader van een versnelde behandelingsprocedure of een grensprocedure niet mogelijk is om passende steun te verlenen, moet een verzoeker die bijzondere procedurele waarborgen behoeft, van die procedures worden vrijgesteld. In het geval van een behoefte aan bijzondere procedurele waarborgen die gezien hun aard een beletsel voor de toepassing van een versnelde procedure of een grensprocedure kunnen vormen, moet dat ook te betekenen dat de verzoeker aanvullende waarborgen krijgt in gevallen waarin zijn beroep niet automatisch een schorsende werking heeft, teneinde de voorziening in rechte in de specifieke omstandigheden van de verzoeker doeltreffend te maken. | (17) Voor verzoekers van wie is vastgesteld dat zij bijzondere procedurele waarborgen behoeven, moet worden voorzien in passende steun, met inbegrip van voldoende tijd, om de nodige voorwaarden tot stand te brengen waaronder zij daadwerkelijk toegang hebben tot procedures en de elementen ter staving van hun verzoek om internationale bescherming kunnen uiteenzetten. Indien het in het kader van een versnelde behandelingsprocedure of een grensprocedure niet mogelijk is om passende steun te verlenen, moet een verzoeker die bijzondere procedurele waarborgen behoeft, van die procedures worden vrijgesteld. Minderjarigen moeten altijd van grensprocedures en versnelde procedures worden vrijgesteld. |
Or. en
Amendement 248
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar, Filiz Hyusmenova
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(17) Voor verzoekers van wie is vastgesteld dat zij bijzondere procedurele waarborgen behoeven, moet worden voorzien in passende steun, met inbegrip van voldoende tijd, om de nodige voorwaarden tot stand te brengen waaronder zij daadwerkelijk toegang hebben tot procedures en de elementen ter staving van hun verzoek om internationale bescherming kunnen uiteenzetten. Indien het in het kader van een versnelde behandelingsprocedure of een grensprocedure niet mogelijk is om passende steun te verlenen, moet een verzoeker die bijzondere procedurele waarborgen behoeft, van die procedures worden vrijgesteld. In het geval van een behoefte aan bijzondere procedurele waarborgen die gezien hun aard een beletsel voor de toepassing van een versnelde procedure of een grensprocedure kunnen vormen, moet dat ook te betekenen dat de verzoeker aanvullende waarborgen krijgt in gevallen waarin zijn beroep niet automatisch een schorsende werking heeft, teneinde de voorziening in rechte in de specifieke omstandigheden van de verzoeker doeltreffend te maken. | (17) Voor verzoekers van wie is vastgesteld dat zij specifieke procedurele waarborgen behoeven, moet worden voorzien in passende steun, met inbegrip van voldoende tijd, om de nodige voorwaarden tot stand te brengen waaronder zij daadwerkelijk toegang hebben tot procedures en de elementen ter staving van hun verzoek om internationale bescherming kunnen uiteenzetten. Indien het in het kader van een versnelde behandelingsprocedure of een grensprocedure niet mogelijk is om passende steun te verlenen, moet een verzoeker die specifieke procedurele waarborgen behoeft, van die procedures worden vrijgesteld. In het geval van een behoefte aan specifieke waarborgen die gezien hun aard een beletsel voor de toepassing van een versnelde procedure of een grensprocedure kunnen vormen, moet dat ook te betekenen dat de verzoeker aanvullende waarborgen krijgt in gevallen waarin zijn beroep niet automatisch een schorsende werking heeft, teneinde de voorziening in rechte in de specifieke omstandigheden van de verzoeker doeltreffend te maken. |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met het standpunt van het EP inzake andere CEAS-instrumenten, met name de richtlijn opvangvoorzieningen.
Amendement 249
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 18
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(18) Om een wezenlijke gelijkheid tussen vrouwelijke en mannelijke verzoekers te garanderen, moeten behandelingsprocedures genderinclusief zijn. Met name het persoonlijke onderhoud moet zodanig worden georganiseerd dat zowel vrouwelijke als mannelijke verzoekers kunnen spreken over hun ervaringen, in gevallen waarin zij op basis van gender zijn vervolgd. Vrouwen moeten daartoe daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om een apart onderhoud te hebben, zonder hun echtgenoot, partner of andere familieleden. Indien mogelijk moeten vrouwen en meisjes vrouwelijke tolken en interviewers hebben. Medische onderzoeken van vrouwen en meisjes moeten door vrouwelijke artsen worden verricht, met name gelet op het feit dat de verzoeker het slachtoffer kan zijn geweest van gendergerelateerd geweld. Er moet terdege rekening worden gehouden met de complexiteit van gendergerelateerde verzoeken in procedures op basis van het begrip eerste land van asiel, het begrip veilig derde land, het begrip veilig land van herkomst en in het begrip volgende verzoeken. | (18) Om een wezenlijke gelijkheid tussen vrouwelijke en mannelijke verzoekers te garanderen, moeten behandelingsprocedures genderinclusief zijn. Met name het persoonlijke onderhoud moet zodanig worden georganiseerd dat zowel vrouwelijke als mannelijke verzoekers kunnen spreken over hun ervaringen, in gevallen waarin zij op basis van seksuele gerichtheid of gender zijn vervolgd. Vrouwen moeten daartoe daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om een apart onderhoud te hebben, zonder hun echtgenoot, partner of andere familieleden. Vrouwen en meisjes moeten vrouwelijke tolken en interviewers hebben. Medische onderzoeken van vrouwen en meisjes moeten door vrouwelijke artsen worden verricht, met name gelet op het feit dat de verzoeker het slachtoffer kan zijn geweest van gendergerelateerd geweld. Wanneer de genderidentiteit van een verzoeker verschilt van diens wettelijke geslacht, zorgen de lidstaten er tijdens de onderzoeken en gesprekken voor dat de genderidentiteit van de verzoeker wordt geëerbiedigd door de bijbehorende naam, aansprekingen en verwijzingen te gebruiken. Er moet terdege rekening worden gehouden met de complexiteit van gendergerelateerde verzoeken, onder meer verzoeken in verband met seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken, in procedures op basis van het begrip eerste land van asiel, het begrip veilig derde land, het begrip veilig land van herkomst en in het begrip volgende verzoeken. |
Or. en
Amendement 250
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 18
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(18) Om een wezenlijke gelijkheid tussen vrouwelijke en mannelijke verzoekers te garanderen, moeten behandelingsprocedures genderinclusief zijn. Met name het persoonlijke onderhoud moet zodanig worden georganiseerd dat zowel vrouwelijke als mannelijke verzoekers kunnen spreken over hun ervaringen, in gevallen waarin zij op basis van gender zijn vervolgd. Vrouwen moeten daartoe daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om een apart onderhoud te hebben, zonder hun echtgenoot, partner of andere familieleden. Indien mogelijk moeten vrouwen en meisjes vrouwelijke tolken en interviewers hebben. Medische onderzoeken van vrouwen en meisjes moeten door vrouwelijke artsen worden verricht, met name gelet op het feit dat de verzoeker het slachtoffer kan zijn geweest van gendergerelateerd geweld. Er moet terdege rekening worden gehouden met de complexiteit van gendergerelateerde verzoeken in procedures op basis van het begrip eerste land van asiel, het begrip veilig derde land, het begrip veilig land van herkomst en in het begrip volgende verzoeken. | (18) Om een wezenlijke gelijkheid tussen vrouwelijke en mannelijke verzoekers te garanderen, moeten behandelingsprocedures genderinclusief zijn. Met name het persoonlijke onderhoud moet zodanig worden georganiseerd dat zowel vrouwelijke als mannelijke verzoekers kunnen spreken over hun ervaringen, in gevallen waarin zij op basis van gender zijn vervolgd. Verzoekers moeten daartoe daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om een apart onderhoud te hebben, zonder hun echtgenoot, partner of andere familieleden. Indien mogelijk moeten verzoekers tolken en interviewers van hun eigen geslacht hebben. Medische onderzoeken van verzoekers moeten door artsen van hun eigen geslacht worden verricht, met name gelet op het feit dat de verzoeker het slachtoffer kan zijn geweest van gendergerelateerd geweld. |
Or. en
Amendement 251
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 18 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (18 bis) Geweld dat zich richt tegen een persoon wegens het geslacht, de genderidentiteit of de genderexpressie van die persoon of waaronder personen van een bepaald geslacht in onevenredige mate te lijden hebben, wordt aangemerkt als gendergerelateerd geweld. Het kan resulteren in lichamelijke, seksuele, emotionele of psychologische schade, dan wel economisch nadeel voor het slachtoffer. Gendergerelateerd geweld wordt aangemerkt als een vorm van discriminatie en als een schending van de fundamentele vrijheden van het slachtoffer, en omvat geweld in hechte relaties, seksueel geweld (onder meer verkrachting, aanranding en seksuele intimidatie), mensenhandel en slavernij, en verschillende vormen van schadelijke praktijken zoals gedwongen huwelijken, genitale verminking bij vrouwen en zogenoemde "eergerelateerde misdrijven". Vrouwelijke slachtoffers van gendergerelateerd geweld, en hun kinderen, hebben vaak behoefte aan bijzondere ondersteuning en bescherming, in verband met het hoge risico van secundaire en herhaalde victimisatie, van intimidatie en van vergelding in verband met dergelijk geweld. |
Or. en
Amendement 252
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 19
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(19) Indien in het kader van de behandeling van een verzoek een verzoeker wordt gefouilleerd, moet de fouillering worden gedaan door een persoon van hetzelfde geslacht. Dit dient onverlet te laten dat een fouillering kan plaatsvinden om veiligheidsredenen op basis van het nationale recht. | (19) Indien een verzoeker om veiligheidsredenen wordt gefouilleerd, moet de fouillering worden gedaan door een persoon van hetzelfde geslacht. |
Or. en
Amendement 253
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Overweging 19
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(19) Indien in het kader van de behandeling van een verzoek een verzoeker wordt gefouilleerd, moet de fouillering worden gedaan door een persoon van hetzelfde geslacht. Dit dient onverlet te laten dat een fouillering kan plaatsvinden om veiligheidsredenen op basis van het nationale recht. | (19) Indien in het kader van de behandeling van een verzoek een verzoeker wordt gefouilleerd, moet de fouillering worden gedaan in overeenstemming met het nationale recht en het evenredigheidsbeginsel en moet de fouillering worden gedaan door een persoon van hetzelfde geslacht. Dit dient onverlet te laten dat een fouillering kan plaatsvinden om veiligheidsredenen op basis van het nationale recht. |
Or. en
Amendement 254
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 19
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(19) Indien in het kader van de behandeling van een verzoek een verzoeker wordt gefouilleerd, moet de fouillering worden gedaan door een persoon van hetzelfde geslacht. Dit moet onverlet laten dat een fouillering kan plaatsvinden om veiligheidsredenen op basis van het nationale recht. | (19) Indien in het kader van de behandeling van een verzoek een verzoeker wordt gefouilleerd, moet de fouillering worden gedaan door een persoon van hetzelfde geslacht. Dit moet een uitzonderlijke maatregel zijn die uitsluitend wordt toegepast op grond van een specifieke rechtvaardiging. |
Or. en
Amendement 255
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini, Bodil Valero
Voorstel voor een verordening
Overweging 20
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(20) Het belang van het kind moet bij de toepassing van deze verordening een eerste overweging van de lidstaten zijn, overeenkomstig artikel 24 van het Handvest en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 1989. Bij het beoordelen van het belang van het kind moeten de lidstaten met name het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige, met inbegrip van diens achtergrond, terdege in aanmerking nemen. Gelet op artikel 12 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind betreffende het recht van het kind om te worden gehoord, stelt de beslissingsautoriteit een minderjarige in de gelegenheid om een persoonlijk onderhoud te hebben, tenzij dit kennelijk niet in het belang van het kind is. | (20) Het belang van het kind moet bij de toepassing van deze verordening een eerste overweging van de lidstaten zijn, overeenkomstig artikel 24 van het Handvest en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 1989. Bij het beoordelen van het belang van het kind moeten de lidstaten met name het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige, met inbegrip van diens achtergrond, terdege in aanmerking nemen. Gelet op artikel 12 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind betreffende het recht van het kind om te worden gehoord, stelt de beslissingsautoriteit een minderjarige in de gelegenheid om een persoonlijk onderhoud te hebben, tenzij dit kennelijk niet in het belang van het kind is. Grensprocedures, ontvankelijkheidsprocedures en versnelde procedures mogen nooit worden toegepast voor niet-begeleide minderjarigen. Minderjarigen mogen nooit worden vastgehouden als onderdeel van grensprocedures, in transitzones, aan buitengrenzen of in eender welke fase van de beslissingsprocedure over hun asielverzoek. |
Or. en
Amendement 256
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 20
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(20) Het belang van het kind moet bij de toepassing van deze verordening een eerste overweging van de lidstaten zijn, overeenkomstig artikel 24 van het Handvest en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 1989. Bij het beoordelen van het belang van het kind moeten de lidstaten met name het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige, met inbegrip van diens achtergrond, terdege in aanmerking nemen. Gelet op artikel 12 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind betreffende het recht van het kind om te worden gehoord, stelt de beslissingsautoriteit een minderjarige in de gelegenheid om een persoonlijk onderhoud te hebben, tenzij dit kennelijk niet in het belang van het kind is. | (20) Het belang van het kind moet bij de toepassing van deze richtlijn een eerste overweging van de lidstaten zijn, overeenkomstig artikel 24 van het Handvest en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 1989. Bij het beoordelen van het belang van het kind moeten de lidstaten met name het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige, met inbegrip van diens achtergrond, terdege in aanmerking nemen. Gelet op artikel 12 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind betreffende het recht van het kind om te worden gehoord, stelt de beslissingsautoriteit een minderjarige in de gelegenheid om een persoonlijk onderhoud te hebben, tenzij dit kennelijk niet in het belang van het kind is. |
Or. en
Amendement 257
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 21
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(21) De gemeenschappelijke procedure stroomlijnt de termijnen voor de toegang van een persoon tot de procedure, voor de behandeling van het verzoek door de beslissingsautoriteit alsook voor de behandeling van beroepen in eerste instantie door rechterlijke instanties. Omdat het risico bestaat dat de toegang tot de procedure en de behandeling van verzoeken door een onevenredig aantal gelijktijdige verzoeken vertraging oplopen, kan er soms behoefte zijn aan flexibiliteit om die termijnen uitzonderlijk te verlengen. Om een doeltreffende procesbeheersing te garanderen, moet een verlenging van die termijnen echter een laatste redmiddel zijn, aangezien de lidstaten regelmatig hun behoeften moeten inventariseren om een efficiënt asielstelsel in stand te houden, onder meer door zo nodig noodplannen op te stellen, en aangezien het Asielagentschap van de Europese Unie de lidstaten de nodige operationele en technische bijstand moet bieden. Indien de lidstaten voorzien dat zij niet in staat zijn om de vastgestelde termijnen in acht te nemen, moeten zij het Asielagentschap van de Europese Unie om bijstand verzoeken. Indien dat verzoek niet wordt gedaan en het asielstelsel in een lidstaat vanwege de onevenredige druk dermate onwerkzaam wordt dat de werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel in het gedrang komt, kan het Agentschap, op basis van een uitvoeringsbesluit van de Commissie, maatregelen ter ondersteuning van die lidstaat nemen. | (21) De gemeenschappelijke procedure stroomlijnt de termijnen voor de toegang van een persoon tot de procedure, voor de behandeling van het verzoek door de beslissingsautoriteit alsook voor de behandeling van beroepen in eerste instantie door rechterlijke instanties. Omdat het risico bestaat dat de toegang tot de procedure en de behandeling van verzoeken door een onevenredig aantal gelijktijdige verzoeken vertraging oplopen, kan er soms behoefte zijn aan flexibiliteit om die termijnen uitzonderlijk te verlengen. Om een doeltreffende procesbeheersing te garanderen, moet een verlenging van die termijnen echter een laatste redmiddel zijn, aangezien de lidstaten regelmatig hun behoeften moeten inventariseren om een efficiënt asielstelsel in stand te houden, onder meer door zo nodig noodplannen op te stellen, en aangezien het Asielagentschap van de Europese Unie de lidstaten de nodige operationele en technische bijstand moet bieden. Indien de lidstaten voorzien dat zij niet in staat zijn om de vastgestelde termijnen in acht te nemen, moeten zij het Asielagentschap van de Europese Unie om bijstand verzoeken. |
Or. en
Amendement 258
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 21
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(21) De gemeenschappelijke procedure stroomlijnt de termijnen voor de toegang van een persoon tot de procedure, voor de behandeling van het verzoek door de beslissingsautoriteit alsook voor de behandeling van beroepen in eerste instantie door rechterlijke instanties. Omdat het risico bestaat dat de toegang tot de procedure en de behandeling van verzoeken door een onevenredig aantal gelijktijdige verzoeken vertraging oplopen, kan er soms behoefte zijn aan flexibiliteit om die termijnen uitzonderlijk te verlengen. Om een doeltreffende procesbeheersing te garanderen, moet een verlenging van die termijnen echter een laatste redmiddel zijn, aangezien de lidstaten regelmatig hun behoeften moeten inventariseren om een efficiënt asielstelsel in stand te houden, onder meer door zo nodig noodplannen op te stellen, en aangezien het Asielagentschap van de Europese Unie de lidstaten de nodige operationele en technische bijstand moet bieden. Indien de lidstaten voorzien dat zij niet in staat zijn om de vastgestelde termijnen in acht te nemen, moeten zij het Asielagentschap van de Europese Unie om bijstand verzoeken. Indien dat verzoek niet wordt gedaan en het asielstelsel in een lidstaat vanwege de onevenredige druk dermate onwerkzaam wordt dat de werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel in het gedrang komt, kan het Agentschap, op basis van een uitvoeringsbesluit van de Commissie, maatregelen ter ondersteuning van die lidstaat nemen. | (21) De gemeenschappelijke procedure stroomlijnt de termijnen voor de toegang van een persoon tot de procedure, voor de behandeling van het verzoek door de beslissingsautoriteit alsook voor de behandeling van beroepen in eerste instantie door rechterlijke instanties. Omdat het risico bestaat dat de toegang tot de procedure en de behandeling van verzoeken door een onevenredig aantal gelijktijdige verzoeken vertraging oplopen, kan er soms behoefte zijn aan flexibiliteit om die termijnen uitzonderlijk te verlengen. Om een doeltreffende procesbeheersing te garanderen, moet een verlenging van die termijnen echter een strikt beperkt en laatste redmiddel zijn, aangezien de lidstaten regelmatig hun behoeften moeten inventariseren om een efficiënt asielstelsel in stand te houden, onder meer door zo nodig noodplannen op te stellen, en aangezien het Asielagentschap van de Europese Unie de lidstaten de nodige operationele en technische bijstand moet bieden. Indien de lidstaten voorzien dat zij niet in staat zijn om de vastgestelde termijnen in acht te nemen, moeten zij het Asielagentschap van de Europese Unie om bijstand verzoeken. Indien dat verzoek niet wordt gedaan en het asielstelsel in een lidstaat vanwege de onevenredige druk dermate onwerkzaam wordt dat de werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel in het gedrang komt, kan het Agentschap, op basis van een uitvoeringsbesluit van de Commissie, maatregelen ter ondersteuning van die lidstaat nemen. |
Or. en
Amendement 259
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 22
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(22) De toegang tot de gemeenschappelijke procedure moet op een aanpak in drie stappen gebaseerd zijn, bestaande uit het doen, het registreren en het indienen van een verzoek. Het doen van een verzoek is de eerste stap die de toepassing van deze verordening in gang zet. Een onderdaan van een derde land of een staatloze wordt geacht een verzoek te hebben gedaan wanneer hij de wens uitdrukt om internationale bescherming van een lidstaat te ontvangen. Die wens mag in elke vorm worden uitgedrukt en de individuele verzoeker hoeft niet noodzakelijkerwijs specifieke woorden als internationale bescherming, asiel of subsidiaire bescherming te gebruiken. Het bepalende element moet zijn dat de onderdaan van een derde land of de staatloze uitdrukking geeft aan zijn vrees voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar zijn land van herkomst of, in het geval van een staatloze, naar het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had. In geval van twijfel of een bepaalde verklaring mag worden opgevat als een verzoek om internationale bescherming, moet de onderdaan van een derde land of de staatloze uitdrukkelijk worden gevraagd of hij internationale bescherming wenst te ontvangen. Zodra de verzoeker een verzoek doet, moet hij de rechten uit hoofde van deze verordening en Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen)27 genieten. | (22) De toegang tot de gemeenschappelijke procedure moet op een aanpak in drie stappen gebaseerd zijn, bestaande uit het doen, het registreren en het indienen van een verzoek. Het doen van een verzoek is de eerste stap die de toepassing van deze verordening in gang zet. Een onderdaan van een derde land of een staatloze wordt geacht een verzoek te hebben gedaan wanneer hij de wens uitdrukt om internationale bescherming van een lidstaat te ontvangen. Die wens mag in elke vorm worden uitgedrukt en de individuele verzoeker hoeft niet noodzakelijkerwijs specifieke woorden als internationale bescherming, asiel of subsidiaire bescherming te gebruiken. Het bepalende element moet zijn dat de onderdaan van een derde land of de staatloze uitdrukking geeft aan zijn vrees voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar zijn land van herkomst of, in het geval van een staatloze, naar het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had. In geval van twijfel of een bepaalde verklaring mag worden opgevat als een verzoek om internationale bescherming, moet de onderdaan van een derde land of de staatloze uitdrukkelijk worden gevraagd of hij internationale bescherming wenst te ontvangen. Zodra de verzoeker een verzoek doet, moet hij de rechten uit hoofde van deze verordening en Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen)27 genieten. De verzoeker moet op het ogenblik waarop het verzoek wordt gedaan en uiterlijk op het ogenblik van registratie een document ontvangen waarin zijn status als verzoeker wordt bevestigd en dat geldig moet zijn voor de duur van zijn recht om op het grondgebied te blijven. |
_________________ | _________________ |
27 PB L […] van […], blz. […]. | 27 PB L […] van […], blz. […]. |
Or. en
Amendement 260
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Overweging 22
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(22) De toegang tot de gemeenschappelijke procedure moet op een aanpak in drie stappen gebaseerd zijn, bestaande uit het doen, het registreren en het indienen van een verzoek. Het doen van een verzoek is de eerste stap die de toepassing van deze verordening in gang zet. Een onderdaan van een derde land of een staatloze wordt geacht een verzoek te hebben gedaan wanneer hij de wens uitdrukt om internationale bescherming van een lidstaat te ontvangen. Die wens mag in elke vorm worden uitgedrukt en de individuele verzoeker hoeft niet noodzakelijkerwijs specifieke woorden als internationale bescherming, asiel of subsidiaire bescherming te gebruiken. Het bepalende element moet zijn dat de onderdaan van een derde land of de staatloze uitdrukking geeft aan zijn vrees voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar zijn land van herkomst of, in het geval van een staatloze, naar het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had. In geval van twijfel of een bepaalde verklaring mag worden opgevat als een verzoek om internationale bescherming, moet de onderdaan van een derde land of de staatloze uitdrukkelijk worden gevraagd of hij internationale bescherming wenst te ontvangen. Zodra de verzoeker een verzoek doet, moet hij de rechten uit hoofde van deze verordening en Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen)27 genieten. | (22) De toegang tot de gemeenschappelijke procedure moet op een aanpak in twee stappen gebaseerd zijn, bestaande uit het doen en registreren en het indienen van een verzoek. Het doen en registreren van een verzoek is de eerste stap die de toepassing van deze verordening in gang zet. Een onderdaan van een derde land of een staatloze wordt geacht een verzoek te hebben gedaan wanneer hij de wens uitdrukt om internationale bescherming van een lidstaat te ontvangen. Die wens mag in elke vorm worden uitgedrukt en de individuele verzoeker hoeft niet noodzakelijkerwijs specifieke woorden als internationale bescherming, asiel of subsidiaire bescherming te gebruiken. Het bepalende element moet zijn dat de onderdaan van een derde land of de staatloze uitdrukking geeft aan zijn vrees voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar zijn land van herkomst of, in het geval van een staatloze, naar het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had. In geval van twijfel of een bepaalde verklaring mag worden opgevat als een verzoek om internationale bescherming, moet de onderdaan van een derde land of de staatloze uitdrukkelijk worden gevraagd of hij internationale bescherming wenst te ontvangen. Zodra de verzoeker een verzoek doet, moet hij de rechten uit hoofde van deze verordening en Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen)27 genieten. |
_________________ | _________________ |
27 PB L […] van […], blz. […]. | 27 PB L […] van […], blz. […]. |
Or. en
Amendement 261
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 22
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(22) De toegang tot de gemeenschappelijke procedure moet op een aanpak in drie stappen gebaseerd zijn, bestaande uit het doen, het registreren en het indienen van een verzoek. Het doen van een verzoek is de eerste stap die de toepassing van deze verordening in gang zet. Een onderdaan van een derde land of een staatloze wordt geacht een verzoek te hebben gedaan wanneer hij de wens uitdrukt om internationale bescherming van een lidstaat te ontvangen. Die wens mag in elke vorm worden uitgedrukt en de individuele verzoeker hoeft niet noodzakelijkerwijs specifieke woorden als internationale bescherming, asiel of subsidiaire bescherming te gebruiken. Het bepalende element moet zijn dat de onderdaan van een derde land of de staatloze uitdrukking geeft aan zijn vrees voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar zijn land van herkomst of, in het geval van een staatloze, naar het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had. In geval van twijfel of een bepaalde verklaring mag worden opgevat als een verzoek om internationale bescherming, moet de onderdaan van een derde land of de staatloze uitdrukkelijk worden gevraagd of hij internationale bescherming wenst te ontvangen. Zodra de verzoeker een verzoek doet, moet hij de rechten uit hoofde van deze verordening en Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen)27 genieten. | (22) De toegang tot de gemeenschappelijke procedure moet op een aanpak in drie stappen gebaseerd zijn, bestaande uit het doen, het registreren en het indienen van een verzoek. Het doen van een verzoek is de eerste stap die de toepassing van deze richtlijn in gang zet. Een onderdaan van een derde land of een staatloze wordt geacht een verzoek te hebben gedaan wanneer hij de wens uitdrukt om internationale bescherming van een lidstaat te ontvangen. Die wens mag in elke vorm worden uitgedrukt en de individuele verzoeker hoeft niet noodzakelijkerwijs specifieke woorden als internationale bescherming, asiel of subsidiaire bescherming te gebruiken. Het bepalende element moet zijn dat de onderdaan van een derde land of de staatloze uitdrukking geeft aan zijn vrees voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar zijn land van herkomst of, in het geval van een staatloze, naar het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had. In geval van twijfel of een bepaalde verklaring mag worden opgevat als een verzoek om internationale bescherming, moet de onderdaan van een derde land of de staatloze uitdrukkelijk worden gevraagd of hij internationale bescherming wenst te ontvangen. Zodra de verzoeker een verzoek doet, moet hij de rechten uit hoofde van deze richtlijn en Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen)27 genieten. |
_________________ | _________________ |
27 PB L […] van […], blz. […]. | 27 PB L […] van […], blz. […]. |
Or. fr
Amendement 262
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Overweging 22
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(22) De toegang tot de gemeenschappelijke procedure moet op een aanpak in drie stappen gebaseerd zijn, bestaande uit het doen, het registreren en het indienen van een verzoek. Het doen van een verzoek is de eerste stap die de toepassing van deze verordening in gang zet. Een onderdaan van een derde land of een staatloze wordt geacht een verzoek te hebben gedaan wanneer hij de wens uitdrukt om internationale bescherming van een lidstaat te ontvangen. Die wens mag in elke vorm worden uitgedrukt en de individuele verzoeker hoeft niet noodzakelijkerwijs specifieke woorden als internationale bescherming, asiel of subsidiaire bescherming te gebruiken. Het bepalende element moet zijn dat de onderdaan van een derde land of de staatloze uitdrukking geeft aan zijn vrees voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar zijn land van herkomst of, in het geval van een staatloze, naar het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had. In geval van twijfel of een bepaalde verklaring mag worden opgevat als een verzoek om internationale bescherming, moet de onderdaan van een derde land of de staatloze uitdrukkelijk worden gevraagd of hij internationale bescherming wenst te ontvangen. Zodra de verzoeker een verzoek doet, moet hij de rechten uit hoofde van deze verordening en Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen)27 genieten. | (22) De toegang tot de gemeenschappelijke procedure moet op een aanpak in drie stappen gebaseerd zijn, bestaande uit het doen, het registreren en het indienen van een verzoek. Het doen van een verzoek is de eerste stap die de toepassing van deze verordening in gang zet. Een onderdaan van een derde land of een staatloze wordt geacht een verzoek te hebben gedaan wanneer hij de wens uitdrukt om internationale bescherming van een lidstaat te ontvangen. Die wens mag in elke vorm worden uitgedrukt en de individuele verzoeker hoeft niet noodzakelijkerwijs specifieke woorden als internationale bescherming of asiel te gebruiken. Het bepalende element moet zijn dat de onderdaan van een derde land of de staatloze uitdrukking geeft aan zijn vrees voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar zijn land van herkomst of, in het geval van een staatloze, naar het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had. In geval van twijfel of een bepaalde verklaring mag worden opgevat als een verzoek om internationale bescherming, moet de onderdaan van een derde land of de staatloze uitdrukkelijk worden gevraagd of hij internationale bescherming wenst te ontvangen. Zodra de verzoeker een verzoek doet, moet hij de rechten uit hoofde van deze verordening en Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen)27 genieten. |
_________________ | _________________ |
27 PB L […] van […], blz. […]. | 27 PB L […] van […], blz. […]. |
Or. en
Amendement 263
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 22
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(22) De toegang tot de gemeenschappelijke procedure moet op een aanpak in drie stappen gebaseerd zijn, bestaande uit het doen, het registreren en het indienen van een verzoek. Het doen van een verzoek is de eerste stap die de toepassing van deze verordening in gang zet. Een onderdaan van een derde land of een staatloze wordt geacht een verzoek te hebben gedaan wanneer hij de wens uitdrukt om internationale bescherming van een lidstaat te ontvangen. Die wens mag in elke vorm worden uitgedrukt en de individuele verzoeker hoeft niet noodzakelijkerwijs specifieke woorden als internationale bescherming, asiel of subsidiaire bescherming te gebruiken. Het bepalende element moet zijn dat de onderdaan van een derde land of de staatloze uitdrukking geeft aan zijn vrees voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar zijn land van herkomst of, in het geval van een staatloze, naar het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had. In geval van twijfel of een bepaalde verklaring mag worden opgevat als een verzoek om internationale bescherming, moet de onderdaan van een derde land of de staatloze uitdrukkelijk worden gevraagd of hij internationale bescherming wenst te ontvangen. Zodra de verzoeker een verzoek doet, moet hij de rechten uit hoofde van deze verordening en Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen)27 genieten. | (22) De toegang tot de gemeenschappelijke procedure moet op een aanpak in drie stappen gebaseerd zijn, bestaande uit het doen, het registreren en het indienen van een verzoek. Het doen van een verzoek is de eerste stap die de toepassing van deze richtlijn in gang zet. Een onderdaan van een derde land of een staatloze wordt geacht een verzoek te hebben gedaan wanneer hij de wens uitdrukt om internationale bescherming van een lidstaat te ontvangen. Die wens mag in elke vorm worden uitgedrukt en de individuele verzoeker hoeft niet noodzakelijkerwijs specifieke woorden als internationale bescherming, asiel of subsidiaire bescherming te gebruiken. Het bepalende element moet zijn dat de onderdaan van een derde land of de staatloze uitdrukking geeft aan zijn vrees voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar zijn land van herkomst of, in het geval van een staatloze, naar het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had. In geval van twijfel of een bepaalde verklaring mag worden opgevat als een verzoek om internationale bescherming, moet de onderdaan van een derde land of de staatloze uitdrukkelijk worden gevraagd of hij internationale bescherming wenst te ontvangen. Zodra de verzoeker een verzoek doet, moet hij de rechten uit hoofde van deze richtlijn en Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen)27 genieten. |
_________________ | _________________ |
27 PB L […] van […], blz. […]. | 27 PB L […] van […], blz. […]. |
Or. en
Amendement 264
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar, Filiz Hyusmenova
Voorstel voor een verordening
Overweging 22 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (22 bis) Om verzoekers beter inzicht in de werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (het CEAS) te geven, moet de voorlichting significant worden verbeterd. Investeren in het in een vroeg stadium aan verzoekers verstrekken van duidelijke informatie zal er hoogstwaarschijnlijk in resulteren dat zij de procedures van deze verordening beter dan tot nu toe het geval is begrijpen, accepteren en volgen. Om de administratieve vereisten te reduceren en de gemeenschappelijke hulpbronnen doeltreffend te gebruiken, moet het Asielagentschap in nauwe samenwerking met de nationale autoriteiten passend voorlichtingsmateriaal ontwikkelen. Het Asielagentschap moet bij het ontwikkelen van dit materiaal volledig gebruik maken van de moderne informatietechnologieën. Om asielzoekers goed te helpen, moet het "Asielagentschap" ook audiovisueel materiaal ontwikkelen, als aanvulling op het schriftelijke voorlichtingsmateriaal. Het Asielagentschap moet verantwoordelijk zijn voor het bijhouden van een speciale website met informatie over de werking van het CEAS voor verzoekers en potentiële verzoekers, als tegenwicht tegen de vaak onjuiste informatie die zij van de smokkelaars krijgen. Het door het Asielagentschap ontwikkelde voorlichtingsmateriaal moet vertaald en ter beschikking worden gesteld in de belangrijkste talen die door asielzoekers die naar Europa komen worden gesproken. |
Or. en
Motivering
Betere voorlichting weerspiegelt de suggesties in de Dublinverordening.
Amendement 265
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(23) Een verzoek moet worden geregistreerd zodra het is gedaan. In deze fase moeten de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, waaronder grenswachters, politie, immigratiediensten en autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor detentiecentra, het verzoek registreren samen met de persoonlijke gegevens van de individuele verzoeker. Die autoriteiten moeten de verzoeker informeren over zijn rechten en verplichtingen, alsook over de gevolgen voor de verzoeker ingeval hij die verplichtingen niet nakomt. De verzoeker moet een document ontvangen waarin wordt verklaard dat een verzoek is gedaan. De termijn voor de indiening van een verzoek begint te lopen vanaf het tijdstip waarop een verzoek geregistreerd is. | (23) Een verzoek moet worden geregistreerd zodra het is gedaan. In deze fase moeten de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, waaronder grenswachters, politie, immigratiediensten en autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor detentiecentra, het verzoek registreren samen met de persoonlijke gegevens van de individuele verzoeker. Die autoriteiten moeten de verzoeker informeren over zijn rechten en verplichtingen, alsook over de gevolgen voor de verzoeker ingeval hij die verplichtingen niet nakomt. De verzoeker moet een document ontvangen waarin zijn status als verzoeker wordt bevestigd op het ogenblik waarop het verzoek wordt geregistreerd, dat zes maanden geldig moet zijn en automatisch wordt verlengd wanneer er nog geen definitieve beslissing is genomen inzake het verzoek om internationale bescherming, zodat gewaarborgd is dat de geldigheid van dat document de periode bestrijkt waarin de verzoeker het recht heeft om op het grondgebied van de verantwoordelijke lidstaat te blijven. |
Or. en
Amendement 266
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(23) Een verzoek moet worden geregistreerd zodra het is gedaan. In deze fase moeten de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, waaronder grenswachters, politie, immigratiediensten en autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor detentiecentra, het verzoek registreren samen met de persoonlijke gegevens van de individuele verzoeker. Die autoriteiten moeten de verzoeker informeren over zijn rechten en verplichtingen, alsook over de gevolgen voor de verzoeker ingeval hij die verplichtingen niet nakomt. De verzoeker moet een document ontvangen waarin wordt verklaard dat een verzoek is gedaan. De termijn voor de indiening van een verzoek begint te lopen vanaf het tijdstip waarop een verzoek geregistreerd is. | (23) Een verzoek moet worden geregistreerd zodra het is gedaan. In deze fase moeten de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, waaronder grenswachters, politie, immigratiediensten en autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor detentiecentra, het verzoek registreren samen met de persoonlijke gegevens van de individuele verzoeker. Het feit dat een verzoeker niet over documenten beschikt, mag de lidstaten er niet van weerhouden om de registratieprocedures te verrichten. Die autoriteiten moeten de verzoeker informeren over zijn rechten en verplichtingen, alsook over de gevolgen voor de verzoeker ingeval hij die verplichtingen niet nakomt. De verzoeker moet een document ontvangen waarin wordt verklaard dat een verzoek is gedaan. De termijn voor de indiening van een verzoek begint te lopen vanaf het tijdstip waarop een verzoek geregistreerd is. |
Or. en
Amendement 267
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(23) Een verzoek moet worden geregistreerd zodra het is gedaan. In deze fase moeten de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, waaronder grenswachters, politie, immigratiediensten en autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor detentiecentra, het verzoek registreren samen met de persoonlijke gegevens van de individuele verzoeker. Die autoriteiten moeten de verzoeker informeren over zijn rechten en verplichtingen, alsook over de gevolgen voor de verzoeker ingeval hij die verplichtingen niet nakomt. De verzoeker moet een document ontvangen waarin wordt verklaard dat een verzoek is gedaan. De termijn voor de indiening van een verzoek begint te lopen vanaf het tijdstip waarop een verzoek geregistreerd is. | (23) Een verzoek moet worden geregistreerd zodra het is gedaan. In deze fase moeten de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, waaronder grenswachters, politie, immigratiediensten en andere autoriteiten die door de lidstaten met die taken zijn belast, en autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor detentiecentra, het verzoek registreren samen met de persoonlijke gegevens van de individuele verzoeker. Die autoriteiten moeten de verzoeker informeren over zijn rechten en verplichtingen, alsook over de gevolgen voor de verzoeker ingeval hij die verplichtingen niet nakomt. De verzoeker moet een document ontvangen waarin wordt verklaard dat een verzoek is gedaan. De termijn voor de indiening van een verzoek begint te lopen vanaf het tijdstip waarop een verzoek geregistreerd is. |
Or. en
Amendement 268
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar, Filiz Hyusmenova
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(23) Een verzoek moet worden geregistreerd zodra het is gedaan. In deze fase moeten de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, waaronder grenswachters, politie, immigratiediensten en autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor detentiecentra, het verzoek registreren samen met de persoonlijke gegevens van de individuele verzoeker. Die autoriteiten moeten de verzoeker informeren over zijn rechten en verplichtingen, alsook over de gevolgen voor de verzoeker ingeval hij die verplichtingen niet nakomt. De verzoeker moet een document ontvangen waarin wordt verklaard dat een verzoek is gedaan. De termijn voor de indiening van een verzoek begint te lopen vanaf het tijdstip waarop een verzoek geregistreerd is. | (23) Een verzoek moet zo spoedig mogelijk nadat het is gedaan worden geregistreerd. In deze fase moeten de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, waaronder grenswachters, politie, immigratiediensten en autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor detentiecentra, het verzoek registreren samen met de persoonlijke gegevens van de individuele verzoeker. Die autoriteiten moeten de verzoeker informeren over zijn rechten en verplichtingen, alsook over de gevolgen voor de verzoeker ingeval hij die verplichtingen niet nakomt. De verzoeker moet een document ontvangen waarin wordt verklaard dat een verzoek is gedaan. De termijn voor de indiening van een verzoek begint te lopen vanaf het tijdstip waarop een verzoek geregistreerd is. |
Or. en
Motivering
Volgens artikel 27 (Registratie van verzoeken om internationale bescherming) beschikken de autoriteiten in normale omstandigheden over een periode van drie dagen om een verzoek te registreren. Ik ben het ermee eens dat de registratie snel na het verzoek moet volgen, maar dit kan niet altijd meteen gebeuren.
Amendement 269
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(23) Een verzoek moet worden geregistreerd zodra het is gedaan. In deze fase moeten de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, waaronder grenswachters, politie, immigratiediensten en autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor detentiecentra, het verzoek registreren samen met de persoonlijke gegevens van de individuele verzoeker. Die autoriteiten moeten de verzoeker informeren over zijn rechten en verplichtingen, alsook over de gevolgen voor de verzoeker ingeval hij die verplichtingen niet nakomt. De verzoeker moet een document ontvangen waarin wordt verklaard dat een verzoek is gedaan. De termijn voor de indiening van een verzoek begint te lopen vanaf het tijdstip waarop een verzoek geregistreerd is. | (23) Een verzoek moet worden geregistreerd zodra het is gedaan. In deze fase moeten de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken het verzoek registreren samen met de persoonlijke gegevens van de individuele verzoeker. Die autoriteiten moeten de verzoeker informeren over zijn rechten en verplichtingen, alsook over de gevolgen voor de verzoeker ingeval hij die verplichtingen niet nakomt. De verzoeker moet een document ontvangen waarin wordt verklaard dat een verzoek is gedaan en hij moet toegang krijgen tot een tolk en een juridisch adviseur. De termijn voor de indiening van een verzoek begint te lopen vanaf het tijdstip waarop een verzoek geregistreerd is. |
Or. en
Amendement 270
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(24) De indiening van het verzoek is de handeling die het verzoek om internationale bescherming formaliseert. De verzoeker moet de nodige informatie ontvangen over hoe en wanneer hij zijn verzoek moet indienen, en moet daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om dat te doen. In deze fase moet hij alle elementen voorleggen waarover hij beschikt ter staving en ter vervollediging van het verzoek. De termijn voor de administratieve procedure begint te lopen vanaf het tijdstip waarop een verzoek ingediend is. De verzoeker moet op dat ogenblik een document ontvangen waarin zijn status als verzoeker wordt bevestigd, en dat geldig moet zijn voor de duur van zijn recht om te blijven op het grondgebied van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek. | (24) De indiening van het verzoek is het verstrekken van alle elementen waarover de verzoeker beschikt en die kunnen helpen om het verzoek om internationale bescherming te staven in overeenstemming met [artikel 4, lid 1, van de verordening asielnormen]. In deze fase moet hij alle elementen voorleggen waarover hij beschikt ter staving van het verzoek. De termijn voor de administratieve procedure begint te lopen vanaf het tijdstip waarop een verzoek ingediend is. |
Or. en
Amendement 271
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(24) De indiening van het verzoek is de handeling die het verzoek om internationale bescherming formaliseert. De verzoeker moet de nodige informatie ontvangen over hoe en wanneer hij zijn verzoek moet indienen, en moet daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om dat te doen. In deze fase moet hij alle elementen voorleggen waarover hij beschikt ter staving en ter vervollediging van het verzoek. De termijn voor de administratieve procedure begint te lopen vanaf het tijdstip waarop een verzoek ingediend is. De verzoeker moet op dat ogenblik een document ontvangen waarin zijn status als verzoeker wordt bevestigd, en dat geldig moet zijn voor de duur van zijn recht om te blijven op het grondgebied van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek. | (24) De indiening van het verzoek is het verstrekken van alle relevante elementen waarover de verzoeker beschikt in overeenstemming met [artikel 4, lid 1, van de verordening asielnormen]. De verzoeker moet de nodige informatie ontvangen over hoe en wanneer hij zijn verzoek moet indienen, en moet daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om dat te doen. In deze fase moet hij alle elementen voorleggen waarover hij beschikt ter staving van het verzoek. De termijn voor de administratieve procedure begint te lopen vanaf het tijdstip waarop een verzoek ingediend is. |
Or. en
Amendement 272
Alessandra Mussolini, Salvatore Domenico Pogliese
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(24) De indiening van het verzoek is de handeling die het verzoek om internationale bescherming formaliseert. De verzoeker moet de nodige informatie ontvangen over hoe en wanneer hij zijn verzoek moet indienen, en moet daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om dat te doen. In deze fase moet hij alle elementen voorleggen waarover hij beschikt ter staving en ter vervollediging van het verzoek. De termijn voor de administratieve procedure begint te lopen vanaf het tijdstip waarop een verzoek ingediend is. De verzoeker moet op dat ogenblik een document ontvangen waarin zijn status als verzoeker wordt bevestigd, en dat geldig moet zijn voor de duur van zijn recht om te blijven op het grondgebied van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek. | (24) De indiening van het verzoek is de handeling die het verzoek om internationale bescherming formaliseert. De verzoeker moet de nodige informatie ontvangen over hoe en wanneer hij zijn verzoek moet indienen, en moet daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om dat te doen. In deze fase is hij ertoe gehouden alle elementen voor te leggen waarover hij beschikt ter staving en ter vervollediging van het verzoek. De termijn voor de administratieve procedure begint te lopen vanaf het tijdstip waarop een verzoek ingediend is. De verzoeker moet op dat ogenblik een document ontvangen waarin zijn status als verzoeker wordt bevestigd, en dat geldig moet zijn voor de duur van zijn recht om te blijven op het grondgebied van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek. |
Or. en
Amendement 273
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar, Filiz Hyusmenova
Voorstel voor een verordening
Overweging 24 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (24 bis) Verschillende categorieën verzoekers hebben verschillende behoeften aan informatie, en de informatie moet derhalve op verschillende, aan die behoeften aangepaste manieren ter beschikking worden gesteld. Het is met name van belang ervoor te zorgen dat minderjarigen kindvriendelijke en aan hun behoeften en situatie aangepaste informatie ontvangen. Het aan zowel begeleide als niet-begeleide minderjarigen ter beschikking stellen van accurate en kwalitatief hoogwaardige informatie in een kindvriendelijke omgeving kan zowel helpen bij het creëren van een goede omgeving voor de minderjarige als bij het opsporen van vermeende gevallen van mensensmokkel. |
Or. en
Motivering
Betere voorlichting weerspiegelt een suggestie in de Dublinverordening.
Amendement 274
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(25) De verzoeker moet tijdig terdege worden geïnformeerd over zijn rechten en verplichtingen in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs mag worden geacht te begrijpen. Als de verzoeker, bijvoorbeeld, weigert mee te werken met de nationale autoriteiten door de voor de behandeling van zijn verzoek vereiste gegevens voor te leggen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet af te staan, of nalaat zijn verzoek binnen de vastgestelde termijn in te dienen, kan het verzoek worden afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien; daarom is het noodzakelijk dat de verzoeker wordt geïnformeerd over de gevolgen van de niet-nakoming van die verplichtingen. | (25) De verzoeker moet tijdig terdege, op beknopte, gemakkelijk te begrijpen wijze, in duidelijke, eenvoudige taal en in een taal die hij begrijpt, worden geïnformeerd over zijn rechten en verplichtingen. |
Or. en
Amendement 275
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(25) De verzoeker moet tijdig terdege worden geïnformeerd over zijn rechten en verplichtingen in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs mag worden geacht te begrijpen. Als de verzoeker, bijvoorbeeld, weigert mee te werken met de nationale autoriteiten door de voor de behandeling van zijn verzoek vereiste gegevens voor te leggen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet af te staan, of nalaat zijn verzoek binnen de vastgestelde termijn in te dienen, kan het verzoek worden afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien; daarom is het noodzakelijk dat de verzoeker wordt geïnformeerd over de gevolgen van de niet-nakoming van die verplichtingen. | De verzoeker moet tijdig terdege worden geïnformeerd over zijn rechten en verplichtingen in een taal die hij begrijpt, op beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke wijze, in duidelijke en eenvoudige taal. Kinderen moeten van adequaat opgeleid personeel op een kindvriendelijke manier informatie krijgen in een taal die zij verstaan. |
Or. en
Amendement 276
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(25) De verzoeker moet tijdig terdege worden geïnformeerd over zijn rechten en verplichtingen in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs mag worden geacht te begrijpen. Als de verzoeker, bijvoorbeeld, weigert mee te werken met de nationale autoriteiten door de voor de behandeling van zijn verzoek vereiste gegevens voor te leggen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet af te staan, of nalaat zijn verzoek binnen de vastgestelde termijn in te dienen, kan het verzoek worden afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien; daarom is het noodzakelijk dat de verzoeker wordt geïnformeerd over de gevolgen van de niet-nakoming van die verplichtingen. | De verzoeker moet op het ogenblik waarop het verzoek om internationale bescherming wordt geregistreerd terdege worden geïnformeerd over zijn rechten en verplichtingen in een taal die hij begrijpt. De informatie moet op beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke wijze, in duidelijke en eenvoudige taal worden verstrekt. Als de verzoeker, bijvoorbeeld, weigert mee te werken met de nationale autoriteiten door de voor de behandeling van zijn verzoek vereiste gegevens voor te leggen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet af te staan, of nalaat zijn verzoek binnen de vastgestelde termijn in te dienen, kan het verzoek worden afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien; daarom is het noodzakelijk dat de verzoeker wordt geïnformeerd over de gevolgen van de niet-nakoming van die verplichtingen. |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met artikel 8.
Amendement 277
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(25) De verzoeker moet tijdig terdege worden geïnformeerd over zijn rechten en verplichtingen in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs mag worden geacht te begrijpen. Als de verzoeker, bijvoorbeeld, weigert mee te werken met de nationale autoriteiten door de voor de behandeling van zijn verzoek vereiste gegevens voor te leggen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet af te staan, of nalaat zijn verzoek binnen de vastgestelde termijn in te dienen, kan het verzoek worden afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien; daarom is het noodzakelijk dat de verzoeker wordt geïnformeerd over de gevolgen van de niet-nakoming van die verplichtingen. | (25) De verzoeker moet tijdig terdege worden geïnformeerd over zijn rechten en verplichtingen in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs mag worden geacht te begrijpen. Wanneer de verzoeker terdege is geïnformeerd over zijn rechten en verplichtingen uit hoofde van deze verordening en over de gevolgen van de niet-nakoming van die verplichtingen en als de verzoeker weigert mee te werken met de nationale autoriteiten door de voor de behandeling van zijn verzoek vereiste gegevens niet voor te leggen en door zijn biometrische gegevens niet af te staan, of nalaat zijn verzoek binnen de vastgestelde termijn in te dienen, moet het verzoek worden afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien; daarom is het noodzakelijk dat de verzoeker wordt geïnformeerd over de gevolgen van de niet-nakoming van die verplichtingen. |
Or. en
Amendement 278
Monika Hohlmeier, Heinz K. Becker
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(25) De verzoeker moet tijdig terdege worden geïnformeerd over zijn rechten en verplichtingen in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs mag worden geacht te begrijpen. Als de verzoeker, bijvoorbeeld, weigert mee te werken met de nationale autoriteiten door de voor de behandeling van zijn verzoek vereiste gegevens voor te leggen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet af te staan, of nalaat zijn verzoek binnen de vastgestelde termijn in te dienen, kan het verzoek worden afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien; daarom is het noodzakelijk dat de verzoeker wordt geïnformeerd over de gevolgen van de niet-nakoming van die verplichtingen. | (25) De verzoeker moet tijdig terdege worden geïnformeerd over zijn rechten en verplichtingen in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs mag worden geacht te begrijpen, en zo mogelijk in eenvoudige taal. Als de verzoeker, bijvoorbeeld, weigert mee te werken met de nationale autoriteiten door de voor de behandeling van zijn verzoek vereiste gegevens voor te leggen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet af te staan, of nalaat zijn verzoek binnen de vastgestelde termijn in te dienen, kan het verzoek worden afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien; daarom is het noodzakelijk dat de verzoeker wordt geïnformeerd over de gevolgen van de niet-nakoming van die verplichtingen. |
Or. en
Amendement 279
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(25) De verzoeker moet tijdig terdege worden geïnformeerd over zijn rechten en verplichtingen in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs mag worden geacht te begrijpen. Als de verzoeker, bijvoorbeeld, weigert mee te werken met de nationale autoriteiten door de voor de behandeling van zijn verzoek vereiste gegevens voor te leggen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet af te staan, of nalaat zijn verzoek binnen de vastgestelde termijn in te dienen, kan het verzoek worden afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien; daarom is het noodzakelijk dat de verzoeker wordt geïnformeerd over de gevolgen van de niet-nakoming van die verplichtingen. | (25) De verzoeker moet tijdig terdege worden geïnformeerd over zijn rechten en verplichtingen in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs mag worden geacht te begrijpen. Als de verzoeker, bijvoorbeeld, weigert mee te werken met de nationale autoriteiten door niet alle voor de behandeling van zijn verzoek vereiste gegevens voor te leggen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet af te staan, of nalaat zijn verzoek binnen de vastgestelde termijn in te dienen, moet het verzoek worden afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien; daarom is het noodzakelijk dat de verzoeker wordt geïnformeerd over de gevolgen van de niet-nakoming van die verplichtingen. |
Or. en
Amendement 280
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(25) De verzoeker moet tijdig terdege worden geïnformeerd over zijn rechten en verplichtingen in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs mag worden geacht te begrijpen. Als de verzoeker, bijvoorbeeld, weigert mee te werken met de nationale autoriteiten door de voor de behandeling van zijn verzoek vereiste gegevens voor te leggen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet af te staan, of nalaat zijn verzoek binnen de vastgestelde termijn in te dienen, kan het verzoek worden afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien; daarom is het noodzakelijk dat de verzoeker wordt geïnformeerd over de gevolgen van de niet-nakoming van die verplichtingen. | (25) De verzoeker moet tijdig terdege worden geïnformeerd over zijn rechten en verplichtingen in een taal die hij begrijpt. Als de verzoeker, bijvoorbeeld, weigert mee te werken met de nationale autoriteiten door de voor de behandeling van zijn verzoek vereiste gegevens voor te leggen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet af te staan, of nalaat zijn verzoek binnen de vastgestelde termijn in te dienen, kan het verzoek worden afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien; daarom is het noodzakelijk dat de verzoeker wordt geïnformeerd over de gevolgen van de niet-nakoming van die verplichtingen. |
Or. en
Motivering
De verduidelijking heeft tot doel te waarborgen dat alle verzoekers terdege worden geïnformeerd.
Amendement 281
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 26
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(26) Om hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening te kunnen nakomen, moet het personeel van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, op het gebied van internationale bescherming een adequate kennis hebben of de nodige opleiding hebben gekregen, onder meer met de steun van het Asielagentschap van de Europese Unie. Zij moeten ook adequate middelen en instructies krijgen om hun taken doeltreffend uit te voeren. | Om hun verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn te kunnen nakomen, moet de ngo of persoon die rechtsbijstand verleent het recht hebben om tijdens de gehele procedure aanwezig te zijn, en moet het personeel van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken via openbare aanbestedingsprocedures in dienst worden genomen op basis van kwalificaties en ervaring, en op het gebied van internationale bescherming een adequate kennis hebben of de nodige opleiding hebben gekregen, onder meer met de steun van het Asielagentschap van de Europese Unie. Zij moeten ook adequate middelen en instructies krijgen om hun taken doeltreffend en overeenkomstig de grondrechten uit te voeren. |
Or. en
Amendement 282
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 26
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(26) Om hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening te kunnen nakomen, moet het personeel van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, op het gebied van internationale bescherming een adequate kennis hebben of de nodige opleiding hebben gekregen, onder meer met de steun van het Asielagentschap van de Europese Unie. Zij moeten ook adequate middelen en instructies krijgen om hun taken doeltreffend uit te voeren. | (26) Om hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening te kunnen nakomen, moet het personeel van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, op het gebied van internationale bescherming een adequate kennis hebben of de nodige opleiding hebben gekregen, onder meer, waar nodig, met de steun van het Asielagentschap van de Europese Unie. Zij moeten ook adequate middelen en instructies krijgen om hun taken doeltreffend uit te voeren. |
Or. en
Amendement 283
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 26
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(26) Om hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening te kunnen nakomen, moet het personeel van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, op het gebied van internationale bescherming een adequate kennis hebben of de nodige opleiding hebben gekregen, onder meer met de steun van het Asielagentschap van de Europese Unie. Zij moeten ook adequate middelen en instructies krijgen om hun taken doeltreffend uit te voeren. | (26) Om hun verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn te kunnen nakomen, moet het personeel van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, op het gebied van internationale bescherming een adequate kennis hebben of de nodige opleiding hebben gekregen, onder meer met de steun van het Asielagentschap van de Europese Unie. Zij moeten ook adequate middelen en instructies krijgen om hun taken doeltreffend uit te voeren. |
Or. fr
Amendement 284
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 27
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(27) Om de toegang tot de procedure aan grensdoorlaatposten en in detentiecentra te vergemakkelijken, moet informatie ter beschikking worden gesteld over de mogelijkheid om om internationale bescherming te verzoeken. Via tolkdiensten moet worden gezorgd voor de elementaire communicatie die noodzakelijk is voor de bevoegde instanties om te kunnen begrijpen of personen de wens uitdrukken om internationale bescherming te ontvangen. | (27) Om de toegang tot de procedure aan grensdoorlaatposten en in detentiecentra te vergemakkelijken, moeten ngo's die rechtsbijstand verlenen daar toegang toe krijgen en moet informatie ter beschikking worden gesteld over de mogelijkheid om om internationale bescherming te verzoeken. Via tolkdiensten moet worden gezorgd voor de elementaire communicatie die noodzakelijk is voor de bevoegde instanties om te kunnen begrijpen of personen de wens uitdrukken om internationale bescherming te ontvangen. Het personeel dat tolkdiensten verstrekt, moet over adequate kennis beschikken of de nodige opleiding hebben gekregen op het gebied van internationale bescherming en waarborging van de mensenrechten. |
Or. en
Amendement 285
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Bodil Valero, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 27
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(27) Om de toegang tot de procedure aan grensdoorlaatposten en in detentiecentra te vergemakkelijken, moet informatie ter beschikking worden gesteld over de mogelijkheid om om internationale bescherming te verzoeken. Via tolkdiensten moet worden gezorgd voor de elementaire communicatie die noodzakelijk is voor de bevoegde instanties om te kunnen begrijpen of personen de wens uitdrukken om internationale bescherming te ontvangen. | (27) Om de toegang tot de procedure aan grensdoorlaatposten en in detentiecentra te vergemakkelijken, moet informatie ter beschikking worden gesteld over de mogelijkheid om om internationale bescherming te verzoeken. Via tolkdiensten moet worden gezorgd voor de elementaire communicatie die noodzakelijk is voor de bevoegde instanties om te kunnen begrijpen of personen de wens uitdrukken om internationale bescherming te ontvangen. Juridisch adviseurs en organisaties van het maatschappelijk middenveld die rechtsbijstand of psychologische bijstand verlenen, moeten altijd toegang krijgen tot detentiecentra, grensdoorlaatposten en transitzones. |
Or. en
Amendement 286
Sergei Stanishev
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(28) Deze verordening moet voorzien in de mogelijkheid voor verzoekers om een verzoek in te dienen namens hun echtgenoot, partner in een stabiele en duurzame relatie, ten laste komende meerderjarigen en minderjarigen. Die optie maakt het mogelijk dat die verzoeken gezamenlijk worden behandeld. Het recht van elke persoon om internationale bescherming te zoeken, wordt gewaarborgd door het feit dat als de verzoeker niet binnen de vastgestelde termijn voor de indiening van een verzoek een verzoek namens de echtgenoot, partner, ten laste komende meerderjarige of minderjarige indient, de echtgenoot of partner dit nog altijd in eigen naam kan doen, en de ten laste komende meerderjarige of minderjarige door de beslissingsautoriteit moet worden bijgestaan. Als een afzonderlijk verzoek niet gerechtvaardigd is, moet het echter als niet-ontvankelijk worden beschouwd. | (28) Deze verordening moet de lidstaten de mogelijkheid bieden verzoeken om internationale bescherming van verzoekers te behandelen samen met verzoeken van hun gezinsleden, op voorwaarde dat die zich op het grondgebied van de lidstaten bevinden. |
Or. en
Motivering
Het recht op asiel is persoonlijk en de persoonlijke intentieverklaring mag niet worden geannuleerd en vervangen. De mogelijkheid voor het indienen van verzoeken namens andere personen kan leiden tot misbruik door netwerken van mensenhandelaars. De verordening moet de lidstaten wel de mogelijkheid bieden om verzoeken van gezinsleden samen te behandelen, hetgeen de onderliggende bedoeling is van de door de Commissie voorgestelde tekst.
Amendement 287
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(28) Deze verordening moet voorzien in de mogelijkheid voor verzoekers om een verzoek in te dienen namens hun echtgenoot, partner in een stabiele en duurzame relatie, ten laste komende meerderjarigen en minderjarigen. Die optie maakt het mogelijk dat die verzoeken gezamenlijk worden behandeld. Het recht van elke persoon om internationale bescherming te zoeken, wordt gewaarborgd door het feit dat als de verzoeker niet binnen de vastgestelde termijn voor de indiening van een verzoek een verzoek namens de echtgenoot, partner, ten laste komende meerderjarige of minderjarige indient, de echtgenoot of partner dit nog altijd in eigen naam kan doen, en de ten laste komende meerderjarige of minderjarige door de beslissingsautoriteit moet worden bijgestaan. Als een afzonderlijk verzoek niet gerechtvaardigd is, moet het echter als niet-ontvankelijk worden beschouwd. | (28) Deze verordening moet voorzien in de mogelijkheid voor verzoekers om een verzoek in te dienen namens ten laste komende meerderjarigen en minderjarige kinderen. Die optie maakt het mogelijk dat die verzoeken gezamenlijk worden behandeld. Het recht van elke persoon om internationale bescherming te zoeken, wordt gewaarborgd door het feit dat als de verzoeker niet binnen de vastgestelde termijn voor de indiening van een verzoek een verzoek namens de ten laste komende meerderjarige of minderjarige indient, de ten laste komende meerderjarige of minderjarige door de beslissingsautoriteit moet worden bijgestaan. Als een afzonderlijk verzoek niet gerechtvaardigd is, moet het echter als niet-ontvankelijk worden beschouwd. |
Or. bg
Amendement 288
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(28) Deze verordening moet voorzien in de mogelijkheid voor verzoekers om een verzoek in te dienen namens hun echtgenoot, partner in een stabiele en duurzame relatie, ten laste komende meerderjarigen en minderjarigen. Die optie maakt het mogelijk dat die verzoeken gezamenlijk worden behandeld. Het recht van elke persoon om internationale bescherming te zoeken, wordt gewaarborgd door het feit dat als de verzoeker niet binnen de vastgestelde termijn voor de indiening van een verzoek een verzoek namens de echtgenoot, partner, ten laste komende meerderjarige of minderjarige indient, de echtgenoot of partner dit nog altijd in eigen naam kan doen, en de ten laste komende meerderjarige of minderjarige door de beslissingsautoriteit moet worden bijgestaan. Als een afzonderlijk verzoek niet gerechtvaardigd is, moet het echter als niet-ontvankelijk worden beschouwd. | (28) Deze verordening moet voorzien in de mogelijkheid voor verzoekers om een verzoek in te dienen namens ten laste komende meerderjarigen en minderjarigen. Die optie maakt het mogelijk dat die verzoeken gezamenlijk worden behandeld. Het recht van elke persoon om internationale bescherming te zoeken, wordt gewaarborgd door het feit dat als de verzoeker niet binnen de vastgestelde termijn voor de indiening van een verzoek een verzoek namens de echtgenoot, partner, ten laste komende meerderjarige of minderjarige indient, de ten laste komende meerderjarige of minderjarige door de beslissingsautoriteit moet worden bijgestaan. Als een afzonderlijk verzoek niet gerechtvaardigd is, moet het echter als niet-ontvankelijk worden beschouwd. |
Or. en
Amendement 289
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(28) Deze verordening moet voorzien in de mogelijkheid voor verzoekers om een verzoek in te dienen namens hun echtgenoot, partner in een stabiele en duurzame relatie, ten laste komende meerderjarigen en minderjarigen. Die optie maakt het mogelijk dat die verzoeken gezamenlijk worden behandeld. Het recht van elke persoon om internationale bescherming te zoeken, wordt gewaarborgd door het feit dat als de verzoeker niet binnen de vastgestelde termijn voor de indiening van een verzoek een verzoek namens de echtgenoot, partner, ten laste komende meerderjarige of minderjarige indient, de echtgenoot of partner dit nog altijd in eigen naam kan doen, en de ten laste komende meerderjarige of minderjarige door de beslissingsautoriteit moet worden bijgestaan. Als een afzonderlijk verzoek niet gerechtvaardigd is, moet het echter als niet-ontvankelijk worden beschouwd. | (28) Deze richtlijn moet voorzien in de mogelijkheid voor verzoekers om een verzoek in te dienen namens hun echtgenoot, partner in een stabiele en duurzame relatie, ten laste komende meerderjarigen en minderjarigen. Die optie maakt het mogelijk dat die verzoeken gezamenlijk worden behandeld. Het recht van elke persoon om internationale bescherming te zoeken, wordt gewaarborgd door het feit dat als de verzoeker niet binnen de vastgestelde termijn voor de indiening van een verzoek een verzoek namens de echtgenoot, partner, ten laste komende meerderjarige of minderjarige indient, de echtgenoot of partner dit nog altijd in eigen naam kan doen, en de ten laste komende meerderjarige of minderjarige door de beslissingsautoriteit moet worden bijgestaan. |
Or. en
Amendement 290
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(28) Deze verordening moet voorzien in de mogelijkheid voor verzoekers om een verzoek in te dienen namens hun echtgenoot, partner in een stabiele en duurzame relatie, ten laste komende meerderjarigen en minderjarigen. Die optie maakt het mogelijk dat die verzoeken gezamenlijk worden behandeld. Het recht van elke persoon om internationale bescherming te zoeken, wordt gewaarborgd door het feit dat als de verzoeker niet binnen de vastgestelde termijn voor de indiening van een verzoek een verzoek namens de echtgenoot, partner, ten laste komende meerderjarige of minderjarige indient, de echtgenoot of partner dit nog altijd in eigen naam kan doen, en de ten laste komende meerderjarige of minderjarige door de beslissingsautoriteit moet worden bijgestaan. Als een afzonderlijk verzoek niet gerechtvaardigd is, moet het echter als niet-ontvankelijk worden beschouwd. | (28) Deze verordening moet voorzien in de mogelijkheid voor verzoekers om een verzoek in te dienen namens hun echtgenoot, partner in een stabiele en duurzame relatie, ten laste komende meerderjarigen en minderjarigen. Die optie maakt het mogelijk dat die verzoeken gezamenlijk worden behandeld. Het recht van elke persoon om internationale bescherming te zoeken, wordt gewaarborgd door het feit dat als de verzoeker niet binnen de vastgestelde termijn voor de indiening van een verzoek een verzoek namens de echtgenoot, partner, ten laste komende meerderjarige of minderjarige indient, de echtgenoot of partner dit nog altijd in eigen naam kan doen, en de ten laste komende meerderjarige of minderjarige door de beslissingsautoriteit moet worden bijgestaan. |
Or. en
Amendement 291
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(28) Deze verordening moet voorzien in de mogelijkheid voor verzoekers om een verzoek in te dienen namens hun echtgenoot, partner in een stabiele en duurzame relatie, ten laste komende meerderjarigen en minderjarigen. Die optie maakt het mogelijk dat die verzoeken gezamenlijk worden behandeld. Het recht van elke persoon om internationale bescherming te zoeken, wordt gewaarborgd door het feit dat als de verzoeker niet binnen de vastgestelde termijn voor de indiening van een verzoek een verzoek namens de echtgenoot, partner, ten laste komende meerderjarige of minderjarige indient, de echtgenoot of partner dit nog altijd in eigen naam kan doen, en de ten laste komende meerderjarige of minderjarige door de beslissingsautoriteit moet worden bijgestaan. Als een afzonderlijk verzoek niet gerechtvaardigd is, moet het echter als niet-ontvankelijk worden beschouwd. | (28) Deze richtlijn moet voorzien in de mogelijkheid voor verzoekers om een verzoek in te dienen namens hun echtgenoot, partner in een stabiele en duurzame relatie, ten laste komende meerderjarigen en minderjarigen. Die optie maakt het mogelijk dat die verzoeken gezamenlijk worden behandeld. Het recht van elke persoon om internationale bescherming te zoeken, wordt gewaarborgd door het feit dat als de verzoeker niet binnen de vastgestelde termijn voor de indiening van een verzoek een verzoek namens de echtgenoot, partner, ten laste komende meerderjarige of minderjarige indient, de echtgenoot of partner dit nog altijd in eigen naam kan doen, en de ten laste komende meerderjarige of minderjarige door de beslissingsautoriteit moet worden bijgestaan. Als een afzonderlijk verzoek niet gerechtvaardigd is, moet het echter als niet-ontvankelijk worden beschouwd. |
Or. fr
Amendement 292
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(29) Om ervoor te zorgen dat niet-begeleide minderjarigen daadwerkelijk toegang tot de procedure hebben, moet er voor hen altijd een voogd worden aangesteld. De voogd moet een persoon zijn of een vertegenwoordiger van een organisatie die is aangewezen om de niet-begeleide minderjarige bij te staan en door de procedure te leiden teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen. Zo nodig moet de voogd in rechte optreden ten behoeve van de minderjarige. Om de niet-begeleide minderjarigen doeltreffende steun te verlenen, mogen voogden niet voor een onevenredig aantal niet-begeleide minderjarigen tegelijkertijd worden aangesteld. De lidstaten moeten entiteiten of personen benoemen die de voogden ondersteunen bij de uitvoering van hun taken, en verantwoordelijk zijn voor het toezicht op en de monitoring van de uitvoering van hun taken. Een niet-begeleide minderjarige moet een verzoek indienen in eigen naam of via de voogd. Om de rechten en procedurele waarborgen van een niet-begeleide minderjarige te vrijwaren, moet de termijn waarbinnen hij een verzoek moet indienen, beginnen te lopen vanaf het tijdstip waarop zijn voogd is aangesteld en zij elkaar ontmoeten. Indien de voogd het verzoek niet binnen de vastgestelde termijn indient, moet de niet-begeleide minderjarige in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek in eigen naam in te dienen met de bijstand van de beslissingsautoriteit. Het feit dat een niet-begeleide minderjarige ervoor kiest om een verzoek in eigen naam in te dienen, mag niet uitsluiten dat voor hem een voogd wordt aangesteld. | (29) Om ervoor te zorgen dat niet-begeleide minderjarigen daadwerkelijk toegang tot de procedure hebben, moet er voor hen altijd een voogd worden aangesteld. De voogd moet een persoon zijn of een vertegenwoordiger van een organisatie die is aangewezen om de niet-begeleide minderjarige bij te staan en door de procedure te leiden teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen. Zo nodig moet de voogd in rechte optreden ten behoeve van de minderjarige. Om de niet-begeleide minderjarigen doeltreffende steun te verlenen, mogen voogden niet voor een onevenredig aantal niet-begeleide minderjarigen tegelijkertijd worden aangesteld en in geen geval voor meer dan tien. De lidstaten moeten entiteiten of personen benoemen die de voogden regelmatig ondersteunen bij de uitvoering van hun taken, en verantwoordelijk zijn voor het regelmatige toezicht op en de regelmatige monitoring van de correcte uitvoering van hun taken. Het toezicht op en de monitoring van de voogden door ngo's wordt toegestaan en bevorderd. Die organisaties of personen zijn ook bevoegd om klachten van niet-begeleide minderjarigen tegen hun voogd te toetsen. Niet-begeleide minderjarigen worden hiertoe in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal, zowel mondeling als in visuele vorm, op een kindvriendelijke manier en in een taal die zij begrijpen, geïnformeerd over wie deze organisaties of personen zijn en hoe zij vertrouwelijk en veilig klachten kunnen indienen tegen hun voogd. Een niet-begeleide minderjarige moet een verzoek indienen in eigen naam of via de voogd. Om de rechten en procedurele waarborgen van een niet-begeleide minderjarige te vrijwaren, moet de termijn waarbinnen hij een verzoek moet indienen, beginnen te lopen vanaf het tijdstip waarop zijn voogd is aangesteld en zij elkaar ontmoeten. Indien de voogd het verzoek niet binnen de vastgestelde termijn indient, moet de niet-begeleide minderjarige in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek in eigen naam in te dienen met de bijstand van de beslissingsautoriteit. Het feit dat een niet-begeleide minderjarige ervoor kiest om een verzoek in eigen naam in te dienen, mag niet uitsluiten dat voor hem een voogd wordt aangesteld. |
Or. en
Amendement 293
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(29) Om ervoor te zorgen dat niet-begeleide minderjarigen daadwerkelijk toegang tot de procedure hebben, moet er voor hen altijd een voogd worden aangesteld. De voogd moet een persoon zijn of een vertegenwoordiger van een organisatie die is aangewezen om de niet-begeleide minderjarige bij te staan en door de procedure te leiden teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen. Zo nodig moet de voogd in rechte optreden ten behoeve van de minderjarige. Om de niet-begeleide minderjarigen doeltreffende steun te verlenen, mogen voogden niet voor een onevenredig aantal niet-begeleide minderjarigen tegelijkertijd worden aangesteld. De lidstaten moeten entiteiten of personen benoemen die de voogden ondersteunen bij de uitvoering van hun taken, en verantwoordelijk zijn voor het toezicht op en de monitoring van de uitvoering van hun taken. Een niet-begeleide minderjarige moet een verzoek indienen in eigen naam of via de voogd. Om de rechten en procedurele waarborgen van een niet-begeleide minderjarige te vrijwaren, moet de termijn waarbinnen hij een verzoek moet indienen, beginnen te lopen vanaf het tijdstip waarop zijn voogd is aangesteld en zij elkaar ontmoeten. Indien de voogd het verzoek niet binnen de vastgestelde termijn indient, moet de niet-begeleide minderjarige in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek in eigen naam in te dienen met de bijstand van de beslissingsautoriteit. Het feit dat een niet-begeleide minderjarige ervoor kiest om een verzoek in eigen naam in te dienen, mag niet uitsluiten dat voor hem een voogd wordt aangesteld. | (29) Om ervoor te zorgen dat niet-begeleide minderjarigen daadwerkelijk toegang tot de procedure hebben, moet er voor hen altijd een voogd worden aangesteld. De voogd moet een persoon zijn of een vertegenwoordiger van een organisatie die is aangewezen om de niet-begeleide minderjarige bij te staan en door de procedure te leiden teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen. Zo nodig moet de voogd in rechte optreden ten behoeve van de minderjarige. Om de niet-begeleide minderjarigen doeltreffende steun te verlenen, mogen voogden niet voor een onevenredig aantal niet-begeleide minderjarigen tegelijkertijd worden aangesteld en in geen geval voor meer dan twintig. De lidstaten moeten entiteiten of personen benoemen die de voogden ondersteunen bij de uitvoering van hun taken, en verantwoordelijk zijn voor het toezicht op en de monitoring van de uitvoering van hun taken. Een niet-begeleide minderjarige moet een verzoek indienen in eigen naam of via de voogd. Om de rechten en procedurele waarborgen van een niet-begeleide minderjarige te vrijwaren, moet de termijn waarbinnen hij een verzoek moet indienen, beginnen te lopen vanaf het tijdstip waarop zijn voogd is aangesteld en zij elkaar ontmoeten. Indien de voogd het verzoek niet binnen de vastgestelde termijn indient, moet de niet-begeleide minderjarige in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek in eigen naam in te dienen met de bijstand van de beslissingsautoriteit. Het feit dat een niet-begeleide minderjarige ervoor kiest om een verzoek in eigen naam in te dienen, mag niet uitsluiten dat voor hem een voogd wordt aangesteld. |
Or. en
Amendement 294
Brice Hortefeux, Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(29) Om ervoor te zorgen dat niet-begeleide minderjarigen daadwerkelijk toegang tot de procedure hebben, moet er voor hen altijd een voogd worden aangesteld. De voogd moet een persoon zijn of een vertegenwoordiger van een organisatie die is aangewezen om de niet-begeleide minderjarige bij te staan en door de procedure te leiden teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen. Zo nodig moet de voogd in rechte optreden ten behoeve van de minderjarige. Om de niet-begeleide minderjarigen doeltreffende steun te verlenen, mogen voogden niet voor een onevenredig aantal niet-begeleide minderjarigen tegelijkertijd worden aangesteld. De lidstaten moeten entiteiten of personen benoemen die de voogden ondersteunen bij de uitvoering van hun taken, en verantwoordelijk zijn voor het toezicht op en de monitoring van de uitvoering van hun taken. Een niet-begeleide minderjarige moet een verzoek indienen in eigen naam of via de voogd. Om de rechten en procedurele waarborgen van een niet-begeleide minderjarige te vrijwaren, moet de termijn waarbinnen hij een verzoek moet indienen, beginnen te lopen vanaf het tijdstip waarop zijn voogd is aangesteld en zij elkaar ontmoeten. Indien de voogd het verzoek niet binnen de vastgestelde termijn indient, moet de niet-begeleide minderjarige in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek in eigen naam in te dienen met de bijstand van de beslissingsautoriteit. Het feit dat een niet-begeleide minderjarige ervoor kiest om een verzoek in eigen naam in te dienen, mag niet uitsluiten dat voor hem een voogd wordt aangesteld. | (29) Om ervoor te zorgen dat niet-begeleide minderjarigen daadwerkelijk toegang tot de procedure hebben, moet er voor hen altijd een voogd worden aangesteld. De voogd moet een persoon zijn of een vertegenwoordiger van een organisatie die is aangewezen om de niet-begeleide minderjarige bij te staan en door de procedure te leiden teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen. Zo nodig moet de voogd in rechte optreden ten behoeve van de minderjarige. Om de niet-begeleide minderjarigen doeltreffende steun te verlenen, mogen voogden slechts voor een beperkt aantal niet-begeleide minderjarigen tegelijkertijd worden aangesteld. De lidstaten moeten entiteiten of personen benoemen die de voogden ondersteunen bij de uitvoering van hun taken, en verantwoordelijk zijn voor het toezicht op en de monitoring van de uitvoering van hun taken. Een niet-begeleide minderjarige moet een verzoek indienen in eigen naam of via de voogd. Om de rechten en procedurele waarborgen van een niet-begeleide minderjarige te vrijwaren, moet de termijn waarbinnen hij een verzoek moet indienen, beginnen te lopen vanaf het tijdstip waarop zijn voogd is aangesteld en zij elkaar ontmoeten. Indien de voogd het verzoek niet binnen de vastgestelde termijn indient, moet de niet-begeleide minderjarige in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek in eigen naam in te dienen met de bijstand van de beslissingsautoriteit. Het feit dat een niet-begeleide minderjarige ervoor kiest om een verzoek in eigen naam in te dienen, mag niet uitsluiten dat voor hem een voogd wordt aangesteld. |
Or. fr
Amendement 295
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(29) Om ervoor te zorgen dat niet-begeleide minderjarigen daadwerkelijk toegang tot de procedure hebben, moet er voor hen altijd een voogd worden aangesteld. De voogd moet een persoon zijn of een vertegenwoordiger van een organisatie die is aangewezen om de niet-begeleide minderjarige bij te staan en door de procedure te leiden teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen. Zo nodig moet de voogd in rechte optreden ten behoeve van de minderjarige. Om de niet-begeleide minderjarigen doeltreffende steun te verlenen, mogen voogden niet voor een onevenredig aantal niet-begeleide minderjarigen tegelijkertijd worden aangesteld. De lidstaten moeten entiteiten of personen benoemen die de voogden ondersteunen bij de uitvoering van hun taken, en verantwoordelijk zijn voor het toezicht op en de monitoring van de uitvoering van hun taken. Een niet-begeleide minderjarige moet een verzoek indienen in eigen naam of via de voogd. Om de rechten en procedurele waarborgen van een niet-begeleide minderjarige te vrijwaren, moet de termijn waarbinnen hij een verzoek moet indienen, beginnen te lopen vanaf het tijdstip waarop zijn voogd is aangesteld en zij elkaar ontmoeten. Indien de voogd het verzoek niet binnen de vastgestelde termijn indient, moet de niet-begeleide minderjarige in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek in eigen naam in te dienen met de bijstand van de beslissingsautoriteit. Het feit dat een niet-begeleide minderjarige ervoor kiest om een verzoek in eigen naam in te dienen, mag niet uitsluiten dat voor hem een voogd wordt aangesteld. | (29) Om ervoor te zorgen dat niet-begeleide minderjarigen daadwerkelijk toegang tot de procedure hebben, moet er voor hen altijd een voogd worden aangesteld. De voogd moet een natuurlijke persoon zijn die is aangewezen om de niet-begeleide minderjarige bij te staan en door de procedure te leiden teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen. Zo nodig moet de voogd in rechte optreden ten behoeve van de minderjarige. Om de niet-begeleide minderjarigen doeltreffende steun te verlenen, mogen voogden niet voor een onevenredig aantal niet-begeleide minderjarigen tegelijkertijd worden aangesteld. De lidstaten moeten entiteiten of personen benoemen die de voogden ondersteunen bij de uitvoering van hun taken, en verantwoordelijk zijn voor het toezicht op en de monitoring van de uitvoering van hun taken. Een niet-begeleide minderjarige moet een verzoek indienen in eigen naam of via de voogd. Om de rechten en procedurele waarborgen van een niet-begeleide minderjarige te vrijwaren, moet de termijn waarbinnen hij een verzoek moet indienen, beginnen te lopen vanaf het tijdstip waarop zijn voogd is aangesteld en zij elkaar ontmoeten. Indien de voogd het verzoek niet binnen de vastgestelde termijn indient, moet de niet-begeleide minderjarige in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek in eigen naam in te dienen met de bijstand van de beslissingsautoriteit. Het feit dat een niet-begeleide minderjarige ervoor kiest om een verzoek in eigen naam in te dienen, mag niet uitsluiten dat voor hem een voogd wordt aangesteld. |
Or. en
Amendement 296
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 30
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(30) Om de rechten van de verzoekers te waarborgen, moeten alle beslissingen over verzoeken om internationale bescherming worden genomen op basis van de feiten, op objectieve en onpartijdige wijze en op individuele basis na een grondige behandeling waarbij rekening wordt gehouden met alle door de verzoeker verstrekte gegevens en de individuele omstandigheden van de verzoeker. Om een zorgvuldige behandeling van een verzoek te garanderen, moet de beslissingsautoriteit rekening houden met relevante, precieze en actuele informatie over de situatie in het land van herkomst van de verzoeker die bij het Asielagentschap van de Europese Unie en andere bronnen zoals de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen is ingewonnen. De beslissingsautoriteit moet ook rekening houden met alle relevante gemeenschappelijke analyses van informatie over het land van herkomst die door het Asielagentschap van de Europese Unie zijn opgesteld. Een uitstel van het afronden van de procedure moet volledig in overeenstemming zijn met de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) en met het recht op behoorlijk bestuur, onverminderd de efficiëntie en de billijkheid van de procedure uit hoofde van deze verordening. | (30) Om de rechten van de verzoekers te waarborgen, moeten alle beslissingen over verzoeken om internationale bescherming worden genomen op basis van de feiten, op objectieve en onpartijdige wijze en op individuele basis na een grondige behandeling waarbij rekening wordt gehouden met alle door de verzoeker verstrekte gegevens en de individuele omstandigheden van de verzoeker. Om een zorgvuldige behandeling van een verzoek te garanderen, moet de beslissingsautoriteit rekening houden met relevante, precieze en actuele informatie over de situatie in het land van herkomst van de verzoeker die bij de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen en andere gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties is ingewonnen. Een uitstel van het afronden van de procedure moet volledig in overeenstemming zijn met de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) en met het recht op behoorlijk bestuur, onverminderd de billijkheid van de procedure uit hoofde van deze richtlijn. |
Or. en
Amendement 297
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 30
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(30) Om de rechten van de verzoekers te waarborgen, moeten alle beslissingen over verzoeken om internationale bescherming worden genomen op basis van de feiten, op objectieve en onpartijdige wijze en op individuele basis na een grondige behandeling waarbij rekening wordt gehouden met alle door de verzoeker verstrekte gegevens en de individuele omstandigheden van de verzoeker. Om een zorgvuldige behandeling van een verzoek te garanderen, moet de beslissingsautoriteit rekening houden met relevante, precieze en actuele informatie over de situatie in het land van herkomst van de verzoeker die bij het Asielagentschap van de Europese Unie en andere bronnen zoals de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen is ingewonnen. De beslissingsautoriteit moet ook rekening houden met alle relevante gemeenschappelijke analyses van informatie over het land van herkomst die door het Asielagentschap van de Europese Unie zijn opgesteld. Een uitstel van het afronden van de procedure moet volledig in overeenstemming zijn met de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) en met het recht op behoorlijk bestuur, onverminderd de efficiëntie en de billijkheid van de procedure uit hoofde van deze verordening. | (30) Om de rechten van de verzoekers te waarborgen, moeten alle beslissingen over verzoeken om internationale bescherming worden genomen op basis van de feiten, op objectieve en onpartijdige wijze en op individuele basis na een grondige behandeling waarbij rekening wordt gehouden met alle door de verzoeker verstrekte gegevens en de individuele omstandigheden van de verzoeker. Om een zorgvuldige behandeling van een verzoek te garanderen, moet de beslissingsautoriteit rekening houden met relevante, precieze en actuele informatie over de situatie in het land van herkomst van de verzoeker die bij het Asielagentschap van de Europese Unie is ingewonnen. De beslissingsautoriteit moet ook rekening houden met alle relevante gemeenschappelijke analyses van informatie over het land van herkomst die door het Asielagentschap van de Europese Unie zijn opgesteld. Een uitstel van het afronden van de procedure moet volledig in overeenstemming zijn met de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) en met het recht op behoorlijk bestuur, onverminderd de efficiëntie en de billijkheid van de procedure uit hoofde van deze verordening. |
Or. en
Amendement 298
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 30
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(30) Om de rechten van de verzoekers te waarborgen, moeten alle beslissingen over verzoeken om internationale bescherming worden genomen op basis van de feiten, op objectieve en onpartijdige wijze en op individuele basis na een grondige behandeling waarbij rekening wordt gehouden met alle door de verzoeker verstrekte gegevens en de individuele omstandigheden van de verzoeker. Om een zorgvuldige behandeling van een verzoek te garanderen, moet de beslissingsautoriteit rekening houden met relevante, precieze en actuele informatie over de situatie in het land van herkomst van de verzoeker die bij het Asielagentschap van de Europese Unie en andere bronnen zoals de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen is ingewonnen. De beslissingsautoriteit moet ook rekening houden met alle relevante gemeenschappelijke analyses van informatie over het land van herkomst die door het Asielagentschap van de Europese Unie zijn opgesteld. Een uitstel van het afronden van de procedure moet volledig in overeenstemming zijn met de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) en met het recht op behoorlijk bestuur, onverminderd de efficiëntie en de billijkheid van de procedure uit hoofde van deze verordening. | (30) Om de rechten van de verzoekers te waarborgen, moeten alle beslissingen over verzoeken om internationale bescherming worden genomen op basis van de feiten, op objectieve en onpartijdige wijze en op individuele basis na een grondige behandeling waarbij rekening wordt gehouden met alle door de verzoeker verstrekte gegevens en de individuele omstandigheden van de verzoeker. Om een zorgvuldige behandeling van een verzoek te garanderen, moet de beslissingsautoriteit rekening houden met relevante, precieze en actuele informatie over de situatie in het land van herkomst van de verzoeker die bij het Asielagentschap van de Europese Unie en andere bronnen zoals de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen is ingewonnen. De beslissingsautoriteit moet ook rekening houden met alle relevante gemeenschappelijke analyses van informatie over het land van herkomst die door het Asielagentschap van de Europese Unie zijn opgesteld. Een uitstel van het afronden van de procedure moet volledig in overeenstemming zijn met de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) en met het recht op behoorlijk bestuur, onverminderd de efficiëntie en de billijkheid van de procedure uit hoofde van deze richtlijn. |
Or. fr
Amendement 299
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 31
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(31) Om de rechten van de verzoeker te waarborgen, moet een beslissing over zijn verzoek schriftelijk worden meegedeeld. Indien de beslissing geen internationale bescherming toekent, moeten de verzoeker de redenen voor de beslissing worden gegeven en informatie over de gevolgen van de beslissing alsook over de wijze waarop die beslissing kan worden aangevochten. Onverminderd het recht van de verzoeker om te blijven en het beginsel van non-refoulement, kan een dergelijk besluit een terugkeerbesluit omvatten, of vergezeld gaan van een terugkeerbesluit, dat overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad is uitgevaardigd.28 | (31) Om de rechten van de verzoeker te waarborgen, moet een beslissing over zijn verzoek schriftelijk worden meegedeeld. Indien de beslissing geen internationale bescherming toekent, moeten de verzoeker de redenen voor de beslissing worden gegeven en informatie over de gevolgen van de beslissing alsook over de wijze waarop die beslissing kan worden aangevochten. Onverminderd het recht van de verzoeker om te blijven, onder meer totdat de termijn waarbinnen hij zijn recht op een doeltreffende voorziening in rechte kan uitoefenen, verstreken is en, wanneer dat recht binnen de termijn is uitgeoefend, in afwachting van de uitkomst van de beroepsprocedure, en het beginsel van non-refoulement, kan een dergelijk besluit een terugkeerbesluit omvatten, of vergezeld gaan van een terugkeerbesluit, dat overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad is uitgevaardigd.28 |
_________________ | _________________ |
28 Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98). | 28 Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98). |
Or. en
Amendement 300
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 31
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(31) Om de rechten van de verzoeker te waarborgen, moet een beslissing over zijn verzoek schriftelijk worden meegedeeld. Indien de beslissing geen internationale bescherming toekent, moeten de verzoeker de redenen voor de beslissing worden gegeven en informatie over de gevolgen van de beslissing alsook over de wijze waarop die beslissing kan worden aangevochten. Onverminderd het recht van de verzoeker om te blijven en het beginsel van non-refoulement, kan een dergelijk besluit een terugkeerbesluit omvatten, of vergezeld gaan van een terugkeerbesluit, dat overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad is uitgevaardigd.28 | (31) Om de rechten van de verzoeker te waarborgen, moet een beslissing over zijn verzoek schriftelijk worden meegedeeld met een vertaling in een taal die hij begrijpt. Indien de beslissing geen internationale bescherming toekent, moeten de verzoeker de redenen voor de beslissing worden gegeven en informatie over de gevolgen van de beslissing alsook over de wijze waarop die beslissing kan worden aangevochten. Het recht van de verzoeker om te blijven en het beginsel van non-refoulement moeten worden geëerbiedigd. |
_________________ |
|
28 Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98). |
|
Or. en
Amendement 301
Monika Hohlmeier, Heinz K. Becker
Voorstel voor een verordening
Overweging 31 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (31 bis) Met betrekking tot de Verklaring van Malta van de staatshoofden en regeringsleiders van 3 februari 2017, waarin uitdrukkelijk werd gewezen op de noodzaak van een herziening van het terugkeerbeleid van de EU op grond van een objectieve analyse van de manier waarop de juridische, operationele, financiële en praktische instrumenten die op het niveau van de Unie en op nationaal niveau ter beschikking staan, worden toegepast, stelt de Commissie een herziening van Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad voor31 bis. |
| _________________ |
| 31 bis Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen, die illegaal op hun grondgebied verblijven. |
Or. en
Amendement 302
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 32
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(32) Het is noodzakelijk dat beslissingen over verzoeken om internationale bescherming worden genomen door autoriteiten waarvan het personeel op het gebied van internationale bescherming over een adequate kennis beschikt en de nodige opleiding heeft gekregen, en dat zij hun activiteiten verrichten met inachtneming van de toepasselijke ethische beginselen. Dit moet gelden voor het personeel van autoriteiten van andere lidstaten en deskundigen van het Asielagentschap van de Europese Unie die worden ingezet om de beslissingsautoriteit van een lidstaat bij te staan bij de behandeling van verzoeken om internationale bescherming. | (32) Het is noodzakelijk dat beslissingen over verzoeken om internationale bescherming worden genomen door autoriteiten waarvan het personeel op het gebied van internationale bescherming over een adequate kennis beschikt en de nodige opleiding heeft gekregen, en dat zij hun activiteiten verrichten met inachtneming van de toepasselijke ethische beginselen. Dit moet gelden voor het personeel van autoriteiten van andere lidstaten en deskundigen van het Asielagentschap van de Europese Unie die worden ingezet om de beslissingsautoriteit van een lidstaat bij te staan bij de registratie van verzoeken om internationale bescherming. |
Or. en
Amendement 303
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 33
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(33) Onverminderd het gegeven dat een verzoek om internationale bescherming adequaat en volledig moet worden behandeld, is het in het belang van zowel de lidstaten als de verzoekers dat een beslissing zo snel mogelijk wordt genomen. Er moeten maximumtermijnen voor de duur van de administratieve procedure alsook voor het beroep in eerste instantie worden vastgesteld om de procedure voor internationale bescherming te stroomlijnen. Op die manier moeten verzoekers in alle lidstaten een beslissing over hun verzoek kunnen ontvangen binnen de kortst mogelijke termijn, waardoor een snelle en efficiënte procedure wordt gewaarborgd. | (33) Onverminderd het gegeven dat een verzoek om internationale bescherming adequaat en volledig moet worden behandeld, is het in het belang van zowel de lidstaten als de verzoekers dat een beslissing zo snel mogelijk wordt genomen. Er moeten maximumtermijnen voor de duur van de administratieve procedure alsook voor het beroep in eerste instantie worden vastgesteld om de procedure voor internationale bescherming te stroomlijnen. Op die manier moeten verzoekers in alle lidstaten een beslissing over hun verzoek kunnen ontvangen binnen de kortst mogelijke termijn, waardoor een snelle en efficiënte procedure wordt gewaarborgd. De stroomlijning van de procedure mag geenszins afbreuk doen aan een grondige en individuele behandeling ten gronde van het verzoek om bescherming. |
Or. en
Amendement 304
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar, Filiz Hyusmenova
Voorstel voor een verordening
Overweging 35
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(35) Vóór de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX van het Europees Parlement en de Raad (Dublinverordening)29, moet de eerste lidstaat waar een verzoek is ingediend de ontvankelijkheid van dat verzoek onderzoeken wanneer een land dat geen lidstaat is, als een voor de verzoeker eerste land van asiel of veilig derde land wordt beschouwd. Daarnaast moet een verzoek als niet-ontvankelijk worden beschouwd wanneer het een volgend verzoek is zonder nieuwe relevante elementen of bevindingen of wanneer een afzonderlijk verzoek van een echtgenoot, partner, ten laste komende meerderjarige of minderjarige niet gerechtvaardigd wordt geacht. | Schrappen |
_________________ |
|
29 PB L […] van […], blz. […]. |
|
Or. en
Motivering
Er mogen geen verplichte ontvankelijkheidsprocedures zijn vóór de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat volgens de Dublinverordening, aangezien dit een onredelijke administratieve verantwoordelijkheid zou zijn voor lidstaten in de voorste linie.
Amendement 305
Sergei Stanishev
Voorstel voor een verordening
Overweging 35
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(35) Vóór de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX van het Europees Parlement en de Raad (Dublinverordening)29, moet de eerste lidstaat waar een verzoek is ingediend de ontvankelijkheid van dat verzoek onderzoeken wanneer een land dat geen lidstaat is, als een voor de verzoeker eerste land van asiel of veilig derde land wordt beschouwd. Daarnaast moet een verzoek als niet-ontvankelijk worden beschouwd wanneer het een volgend verzoek is zonder nieuwe relevante elementen of bevindingen of wanneer een afzonderlijk verzoek van een echtgenoot, partner, ten laste komende meerderjarige of minderjarige niet gerechtvaardigd wordt geacht. | Schrappen |
_________________ |
|
29 PB L […] van […], blz. […]. |
|
Or. en
Motivering
Een ontvankelijkheidsonderzoek mag geen vereiste zijn voor de verzoeksprocedures. Dergelijke bepalingen zouden onevenredige druk leggen op lidstaten in de voorste linie en zouden kunnen leiden tot een vertraging in de procedures voor internationale bescherming.
Amendement 306
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Overweging 35
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(35) Vóór de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX van het Europees Parlement en de Raad (Dublinverordening)29, moet de eerste lidstaat waar een verzoek is ingediend de ontvankelijkheid van dat verzoek onderzoeken wanneer een land dat geen lidstaat is, als een voor de verzoeker eerste land van asiel of veilig derde land wordt beschouwd. Daarnaast moet een verzoek als niet-ontvankelijk worden beschouwd wanneer het een volgend verzoek is zonder nieuwe relevante elementen of bevindingen of wanneer een afzonderlijk verzoek van een echtgenoot, partner, ten laste komende meerderjarige of minderjarige niet gerechtvaardigd wordt geacht. | Schrappen |
_________________ |
|
29 PB L […] van […], blz. […]. |
|
Or. en
Motivering
De ontvankelijkheidsprocedure moet facultatief blijven voor de lidstaten, in overeenstemming met de huidige richtlijn asielprocedures.
Amendement 307
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 35
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(35) Vóór de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX van het Europees Parlement en de Raad (Dublinverordening)29, moet de eerste lidstaat waar een verzoek is ingediend de ontvankelijkheid van dat verzoek onderzoeken wanneer een land dat geen lidstaat is, als een voor de verzoeker eerste land van asiel of veilig derde land wordt beschouwd. Daarnaast moet een verzoek als niet-ontvankelijk worden beschouwd wanneer het een volgend verzoek is zonder nieuwe relevante elementen of bevindingen of wanneer een afzonderlijk verzoek van een echtgenoot, partner, ten laste komende meerderjarige of minderjarige niet gerechtvaardigd wordt geacht. | Schrappen |
_________________ |
|
29 PB L […] van […], blz. […]. |
|
Or. en
Amendement 308
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Overweging 35
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(35) Vóór de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX van het Europees Parlement en de Raad (Dublinverordening)29, moet de eerste lidstaat waar een verzoek is ingediend de ontvankelijkheid van dat verzoek onderzoeken wanneer een land dat geen lidstaat is, als een voor de verzoeker eerste land van asiel of veilig derde land wordt beschouwd. Daarnaast moet een verzoek als niet-ontvankelijk worden beschouwd wanneer het een volgend verzoek is zonder nieuwe relevante elementen of bevindingen of wanneer een afzonderlijk verzoek van een echtgenoot, partner, ten laste komende meerderjarige of minderjarige niet gerechtvaardigd wordt geacht. | Schrappen |
_________________ |
|
29 PB L […] van […], blz. […]. |
|
Or. en
Amendement 309
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Overweging 35
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(35) Vóór de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX van het Europees Parlement en de Raad (Dublinverordening)29, moet de eerste lidstaat waar een verzoek is ingediend de ontvankelijkheid van dat verzoek onderzoeken wanneer een land dat geen lidstaat is, als een voor de verzoeker eerste land van asiel of veilig derde land wordt beschouwd. Daarnaast moet een verzoek als niet-ontvankelijk worden beschouwd wanneer het een volgend verzoek is zonder nieuwe relevante elementen of bevindingen of wanneer een afzonderlijk verzoek van een echtgenoot, partner, ten laste komende meerderjarige of minderjarige niet gerechtvaardigd wordt geacht. | Schrappen |
_________________ |
|
29 PB L […], […], blz. […]. |
|
Or. bg
Amendement 310
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 35
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(35) Vóór de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX van het Europees Parlement en de Raad (Dublinverordening)29, moet de eerste lidstaat waar een verzoek is ingediend de ontvankelijkheid van dat verzoek onderzoeken wanneer een land dat geen lidstaat is, als een voor de verzoeker eerste land van asiel of veilig derde land wordt beschouwd. Daarnaast moet een verzoek als niet-ontvankelijk worden beschouwd wanneer het een volgend verzoek is zonder nieuwe relevante elementen of bevindingen of wanneer een afzonderlijk verzoek van een echtgenoot, partner, ten laste komende meerderjarige of minderjarige niet gerechtvaardigd wordt geacht. | (Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
_________________ |
|
29 PB L […] van […], blz. […]. |
|
Or. en
Amendement 311
Alessandra Mussolini, Salvatore Domenico Pogliese
Voorstel voor een verordening
Overweging 35
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(35) Vóór de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX van het Europees Parlement en de Raad (Dublinverordening)29, moet de eerste lidstaat waar een verzoek is ingediend de ontvankelijkheid van dat verzoek onderzoeken wanneer een land dat geen lidstaat is, als een voor de verzoeker eerste land van asiel of veilig derde land wordt beschouwd. Daarnaast moet een verzoek als niet-ontvankelijk worden beschouwd wanneer het een volgend verzoek is zonder nieuwe relevante elementen of bevindingen of wanneer een afzonderlijk verzoek van een echtgenoot, partner, ten laste komende meerderjarige of minderjarige niet gerechtvaardigd wordt geacht. | (35) Vóór de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX van het Europees Parlement en de Raad (Dublinverordening)29, kan de eerste lidstaat waar een verzoek is ingediend de ontvankelijkheid van dat verzoek onderzoeken wanneer een land dat geen lidstaat is, als een voor de verzoeker eerste land van asiel of veilig derde land wordt beschouwd. Daarnaast moet een verzoek als niet-ontvankelijk worden beschouwd wanneer het een volgend verzoek is zonder nieuwe relevante elementen of bevindingen of wanneer een afzonderlijk verzoek van een echtgenoot, partner, ten laste komende meerderjarige of minderjarige niet gerechtvaardigd wordt geacht. |
_________________ | _________________ |
29 PB L […] van […], blz. […]. | 29 PB L […] van […], blz. […]. |
Or. en
Amendement 312
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 36
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(36) Het begrip eerste land van asiel moet worden toegepast als een grond voor niet-ontvankelijkheid indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een ander land bescherming zou toekennen overeenkomstig de materiële normen van het Verdrag van Genève of de verzoeker in dat land voldoende bescherming zou genieten. De lidstaten hoeven met name een verzoek niet ten gronde te behandelen indien een eerste land van asiel de verzoeker de vluchtelingenstatus of anderszins voldoende bescherming heeft verleend. De lidstaten mogen alleen op die basis handelen indien zij zich ervan hebben vergewist, onder meer, zo nodig of waar van toepassing, op basis van garanties die zij van het betrokken derde land hebben ontvangen, dat de verzoeker in dat land bescherming heeft genoten en zal blijven genieten overeenkomstig het Verdrag van Genève, of op andere wijze voldoende bescherming heeft genoten en zal blijven genieten, met name met betrekking tot het recht op legaal verblijf, passende toegang tot de arbeidsmarkt, opvangfaciliteiten, gezondheidszorg en onderwijs, en het recht op gezinshereniging in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 313
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 36
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(36) Het begrip eerste land van asiel moet worden toegepast als een grond voor niet-ontvankelijkheid indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een ander land bescherming zou toekennen overeenkomstig de materiële normen van het Verdrag van Genève of de verzoeker in dat land voldoende bescherming zou genieten. De lidstaten hoeven met name een verzoek niet ten gronde te behandelen indien een eerste land van asiel de verzoeker de vluchtelingenstatus of anderszins voldoende bescherming heeft verleend. De lidstaten mogen alleen op die basis handelen indien zij zich ervan hebben vergewist, onder meer, zo nodig of waar van toepassing, op basis van garanties die zij van het betrokken derde land hebben ontvangen, dat de verzoeker in dat land bescherming heeft genoten en zal blijven genieten overeenkomstig het Verdrag van Genève, of op andere wijze voldoende bescherming heeft genoten en zal blijven genieten, met name met betrekking tot het recht op legaal verblijf, passende toegang tot de arbeidsmarkt, opvangfaciliteiten, gezondheidszorg en onderwijs, en het recht op gezinshereniging in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen. | (36) Het begrip eerste land van asiel moet worden toegepast als een grond voor niet-ontvankelijkheid indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een ander land bescherming zou toekennen overeenkomstig de materiële normen van het Verdrag van Genève of de verzoeker in dat land voldoende bescherming zou genieten. De lidstaten hoeven met name een verzoek niet ten gronde te behandelen indien een eerste land van asiel de verzoeker de vluchtelingenstatus of anderszins voldoende bescherming heeft verleend. De lidstaten mogen alleen op die basis handelen indien zij zich ervan hebben vergewist, onder meer, zo nodig of waar van toepassing, op basis van garanties die zij van het betrokken derde land hebben ontvangen, dat de verzoeker in dat land bescherming heeft genoten en zal blijven genieten overeenkomstig het Verdrag van Genève, of op andere wijze voldoende bescherming heeft genoten en zal blijven genieten. |
Or. en
Amendement 314
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Overweging 36
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(36) Het begrip eerste land van asiel moet worden toegepast als een grond voor niet-ontvankelijkheid indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een ander land bescherming zou toekennen overeenkomstig de materiële normen van het Verdrag van Genève of de verzoeker in dat land voldoende bescherming zou genieten. De lidstaten hoeven met name een verzoek niet ten gronde te behandelen indien een eerste land van asiel de verzoeker de vluchtelingenstatus of anderszins voldoende bescherming heeft verleend. De lidstaten mogen alleen op die basis handelen indien zij zich ervan hebben vergewist, onder meer, zo nodig of waar van toepassing, op basis van garanties die zij van het betrokken derde land hebben ontvangen, dat de verzoeker in dat land bescherming heeft genoten en zal blijven genieten overeenkomstig het Verdrag van Genève, of op andere wijze voldoende bescherming heeft genoten en zal blijven genieten, met name met betrekking tot het recht op legaal verblijf, passende toegang tot de arbeidsmarkt, opvangfaciliteiten, gezondheidszorg en onderwijs, en het recht op gezinshereniging in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen. | (36) De lidstaten moeten de mogelijkheid behouden om het begrip eerste land van asiel toe te passen indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een ander land bescherming zou toekennen uit hoofde van het Verdrag van Genève of de verzoeker in dat land daadwerkelijk bescherming zou genieten die gelijkwaardig is aan de bescherming die aan vluchtelingen wordt geboden. De lidstaten moeten het recht hebben dat begrip toe te passen indien een eerste land van asiel de verzoeker de vluchtelingenstatus of daadwerkelijke bescherming heeft verleend. De lidstaten moeten het recht hebben alleen op die basis te handelen indien zij zich ervan hebben vergewist, onder meer, zo nodig of waar van toepassing, op basis van garanties die zij van het betrokken derde land hebben ontvangen, dat de verzoeker in dat land bescherming heeft genoten en zal blijven genieten overeenkomstig het Verdrag van Genève, of op andere wijze daadwerkelijk bescherming heeft genoten en zal blijven genieten, met name met betrekking tot het recht op legaal verblijf, passende toegang tot de arbeidsmarkt, opvangfaciliteiten, gezondheidszorg en onderwijs, en het recht op gezinshereniging in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen, zonder het gevaar van refoulement naar een ander derde land of een willekeurige vrijheidsberoving. |
Or. en
Motivering
Amendement ingediend met het oog op de samenhang met latere amendementen inzake het begrip "eerste land van asiel"
Amendement 315
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 36
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(36) Het begrip eerste land van asiel moet worden toegepast als een grond voor niet-ontvankelijkheid indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een ander land bescherming zou toekennen overeenkomstig de materiële normen van het Verdrag van Genève of de verzoeker in dat land voldoende bescherming zou genieten. De lidstaten hoeven met name een verzoek niet ten gronde te behandelen indien een eerste land van asiel de verzoeker de vluchtelingenstatus of anderszins voldoende bescherming heeft verleend. De lidstaten mogen alleen op die basis handelen indien zij zich ervan hebben vergewist, onder meer, zo nodig of waar van toepassing, op basis van garanties die zij van het betrokken derde land hebben ontvangen, dat de verzoeker in dat land bescherming heeft genoten en zal blijven genieten overeenkomstig het Verdrag van Genève, of op andere wijze voldoende bescherming heeft genoten en zal blijven genieten, met name met betrekking tot het recht op legaal verblijf, passende toegang tot de arbeidsmarkt, opvangfaciliteiten, gezondheidszorg en onderwijs, en het recht op gezinshereniging in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen. | (36) De lidstaten mogen het begrip eerste land van asiel toepassen tijdens de behandeling van een verzoek, maar alleen indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een ander land bescherming zou toekennen overeenkomstig het Verdrag van Genève en de verzoeker in dat land daadwerkelijk bescherming zou genieten. De lidstaten mogen alleen op die basis handelen indien zij zich ervan hebben vergewist, onder meer, zo nodig of waar van toepassing, op basis van garanties die zij van het betrokken derde land hebben ontvangen en op basis van verslagen van onafhankelijke organisaties, dat de verzoeker in dat land bescherming heeft genoten en zal blijven genieten overeenkomstig het Verdrag van Genève, met name met betrekking tot het beginsel van non-refoulement, het recht op vrijheid en het recht op eerlijke rechtsbedeling, het recht op legaal verblijf, passende toegang tot de arbeidsmarkt, opvangfaciliteiten, gezondheidszorg en onderwijs, middelen van bestaan die toereikend zijn voor een adequate levensstandaard, privacy en het recht op gezinshereniging in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen. |
Or. en
Amendement 316
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 37
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(37) Het begrip veilig derde land moet worden toegepast als een grond voor niet-ontvankelijkheid indien redelijkerwijs mag worden verwacht dat de verzoeker, door een band met het derde land, onder meer een land waardoor hij is gereisd, bescherming in dat land zoekt, en er gronden zijn om aan te nemen dat de verzoeker in dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten. De lidstaten mogen alleen op die basis handelen indien zij zich ervan hebben vergewist, onder meer, zo nodig of waar van toepassing, op basis van garanties die zij van het betrokken derde land hebben ontvangen, dat de verzoeker de mogelijkheid zal hebben om bescherming te ontvangen overeenkomstig de materiële normen van het Verdrag van Genève, of voldoende bescherming zal genieten, met name met betrekking tot het recht op legaal verblijf, passende toegang tot de arbeidsmarkt, opvangfaciliteiten, gezondheidszorg en onderwijs, en het recht op gezinshereniging in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 317
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini, Jean Lambert, Bodil Valero
Voorstel voor een verordening
Overweging 37
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(37) Het begrip veilig derde land moet worden toegepast als een grond voor niet-ontvankelijkheid indien redelijkerwijs mag worden verwacht dat de verzoeker, door een band met het derde land, onder meer een land waardoor hij is gereisd, bescherming in dat land zoekt, en er gronden zijn om aan te nemen dat de verzoeker in dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten. De lidstaten mogen alleen op die basis handelen indien zij zich ervan hebben vergewist, onder meer, zo nodig of waar van toepassing, op basis van garanties die zij van het betrokken derde land hebben ontvangen, dat de verzoeker de mogelijkheid zal hebben om bescherming te ontvangen overeenkomstig de materiële normen van het Verdrag van Genève, of voldoende bescherming zal genieten, met name met betrekking tot het recht op legaal verblijf, passende toegang tot de arbeidsmarkt, opvangfaciliteiten, gezondheidszorg en onderwijs, en het recht op gezinshereniging in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen. | (37) De lidstaten mogen het begrip veilig derde land tijdens de behandeling van een verzoek toepassen, maar alleen indien redelijkerwijs mag worden verwacht dat de verzoeker, door een betekenisvolle band met het derde land, doordat er familiebanden bestaan of doordat hij vroeger langdurig in een derde land heeft verbleven en er geïntegreerd is, bescherming in dat land zoekt, en er gronden zijn om aan te nemen dat de verzoeker in dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten. Het bestaan van deze band mag niet louter worden opgemaakt uit het feit dat de verzoeker door het grondgebied van het land in kwestie is gereisd. De lidstaten mogen alleen op die basis handelen indien zij zich ervan hebben vergewist, onder meer op basis van individuele en specifieke garanties die zij van het betrokken derde land hebben ontvangen, dat de verzoeker de mogelijkheid zal hebben om bescherming te ontvangen overeenkomstig het Verdrag van Genève van 1951, met name met betrekking tot het beginsel van non-refoulement, het recht op vrijheid en het recht op eerlijke rechtsbedeling, het recht op legaal verblijf, passende toegang tot de arbeidsmarkt, opvangfaciliteiten, gezondheidszorg en onderwijs, middelen van bestaan die toereikend zijn voor een adequate levensstandaard, privacy en het recht op gezinshereniging in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen. |
Or. en
Amendement 318
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 37
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(37) Het begrip veilig derde land moet worden toegepast als een grond voor niet-ontvankelijkheid indien redelijkerwijs mag worden verwacht dat de verzoeker, door een band met het derde land, onder meer een land waardoor hij is gereisd, bescherming in dat land zoekt, en er gronden zijn om aan te nemen dat de verzoeker in dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten. De lidstaten mogen alleen op die basis handelen indien zij zich ervan hebben vergewist, onder meer, zo nodig of waar van toepassing, op basis van garanties die zij van het betrokken derde land hebben ontvangen, dat de verzoeker de mogelijkheid zal hebben om bescherming te ontvangen overeenkomstig de materiële normen van het Verdrag van Genève, of voldoende bescherming zal genieten, met name met betrekking tot het recht op legaal verblijf, passende toegang tot de arbeidsmarkt, opvangfaciliteiten, gezondheidszorg en onderwijs, en het recht op gezinshereniging in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen. | (37) Het begrip veilig derde land moet worden toegepast als een grond voor niet-ontvankelijkheid indien redelijkerwijs mag worden verwacht dat de verzoeker, door een band met het derde land, onder meer een land waardoor hij is gereisd, bescherming in dat land zoekt, en er gronden zijn om aan te nemen dat de verzoeker in dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten. De lidstaten mogen alleen op die basis handelen indien zij zich ervan hebben vergewist, onder meer, zo nodig of waar van toepassing, op basis van garanties die zij van het betrokken derde land hebben ontvangen, dat de verzoeker de mogelijkheid zal hebben om bescherming te ontvangen overeenkomstig de materiële normen van het Verdrag van Genève, of voldoende bescherming zal genieten. |
Or. en
Amendement 319
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Overweging 37
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(37) Het begrip veilig derde land moet worden toegepast als een grond voor niet-ontvankelijkheid indien redelijkerwijs mag worden verwacht dat de verzoeker, door een band met het derde land, onder meer een land waardoor hij is gereisd, bescherming in dat land zoekt, en er gronden zijn om aan te nemen dat de verzoeker in dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten. De lidstaten mogen alleen op die basis handelen indien zij zich ervan hebben vergewist, onder meer, zo nodig of waar van toepassing, op basis van garanties die zij van het betrokken derde land hebben ontvangen, dat de verzoeker de mogelijkheid zal hebben om bescherming te ontvangen overeenkomstig de materiële normen van het Verdrag van Genève, of voldoende bescherming zal genieten, met name met betrekking tot het recht op legaal verblijf, passende toegang tot de arbeidsmarkt, opvangfaciliteiten, gezondheidszorg en onderwijs, en het recht op gezinshereniging in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen. | (37) Het begrip veilig derde land kan worden toegepast als een grond voor niet-ontvankelijkheid indien redelijkerwijs mag worden verwacht dat de verzoeker, door een betekenisvolle band met het derde land, bescherming in dat land zoekt, en er gronden zijn om aan te nemen dat de verzoeker in dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten. Het bestaan van deze band mag niet louter worden opgemaakt uit het feit dat de verzoeker door het grondgebied van het land in kwestie is gereisd. De lidstaten mogen alleen op die basis handelen indien zij zich ervan hebben vergewist, onder meer, zo nodig of waar van toepassing, op basis van garanties die zij van het betrokken derde land hebben ontvangen, dat de verzoeker de mogelijkheid zal hebben om bescherming te ontvangen overeenkomstig het Verdrag van Genève. |
Or. en
Amendement 320
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Overweging 37
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(37) Het begrip veilig derde land moet worden toegepast als een grond voor niet-ontvankelijkheid indien redelijkerwijs mag worden verwacht dat de verzoeker, door een band met het derde land, onder meer een land waardoor hij is gereisd, bescherming in dat land zoekt, en er gronden zijn om aan te nemen dat de verzoeker in dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten. De lidstaten mogen alleen op die basis handelen indien zij zich ervan hebben vergewist, onder meer, zo nodig of waar van toepassing, op basis van garanties die zij van het betrokken derde land hebben ontvangen, dat de verzoeker de mogelijkheid zal hebben om bescherming te ontvangen overeenkomstig de materiële normen van het Verdrag van Genève, of voldoende bescherming zal genieten, met name met betrekking tot het recht op legaal verblijf, passende toegang tot de arbeidsmarkt, opvangfaciliteiten, gezondheidszorg en onderwijs, en het recht op gezinshereniging in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen. | (37) De lidstaten moeten het begrip veilig derde land kunnen toepassen indien redelijkerwijs mag worden verwacht dat de verzoeker, door een betekenisvolle band met het derde land, bescherming in dat land zoekt, en er gronden zijn om aan te nemen dat de verzoeker in dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten. De lidstaten mogen alleen op die basis handelen indien zij zich ervan hebben vergewist, onder meer, zo nodig of waar van toepassing, op basis van garanties die zij van het betrokken derde land hebben ontvangen, dat de verzoeker in dat land daadwerkelijk bescherming heeft genoten die gelijkwaardig is met de bescherming die aan vluchtelingen wordt verleend en zal blijven genieten overeenkomstig het Verdrag van Genève, met name met betrekking tot het recht op legaal verblijf, passende toegang tot de arbeidsmarkt, opvangfaciliteiten, gezondheidszorg en onderwijs, en het recht op gezinshereniging in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen, zonder het gevaar van refoulement naar een ander derde land of een willekeurige vrijheidsberoving. |
Or. en
Motivering
Amendement ingediend met het oog op de samenhang met latere amendementen inzake het begrip "eerste land van asiel".
Amendement 321
Sergei Stanishev
Voorstel voor een verordening
Overweging 38
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(38) Een verzoek om internationale bescherming moet ten gronde worden behandeld om te bepalen of een verzoeker in aanmerking komt voor internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). Een verzoek hoeft niet ten gronde te worden behandeld indien het overeenkomstig deze verordening niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Indien uit een voorlopige beoordeling blijkt dat een verzoek kan worden afgewezen als kennelijk ongegrond, mag het echter op die grond worden afgewezen zonder de ontvankelijkheid ervan te onderzoeken. | (38) Een verzoek om internationale bescherming moet ten gronde worden behandeld om te bepalen of een verzoeker in aanmerking komt voor internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met de vorige amendementen die het onderzoek van de ontvankelijkheid als voorafgaande vereiste voor de toepassing van de Dublinverordening schrappen.
Amendement 322
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 38
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(38) Een verzoek om internationale bescherming moet ten gronde worden behandeld om te bepalen of een verzoeker in aanmerking komt voor internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). Een verzoek hoeft niet ten gronde te worden behandeld indien het overeenkomstig deze verordening niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Indien uit een voorlopige beoordeling blijkt dat een verzoek kan worden afgewezen als kennelijk ongegrond, mag het echter op die grond worden afgewezen zonder de ontvankelijkheid ervan te onderzoeken. | (38) Een verzoek om internationale bescherming moet ten gronde worden behandeld om te bepalen of een verzoeker in aanmerking komt voor internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). |
Or. en
Amendement 323
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 38
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(38) Een verzoek om internationale bescherming moet ten gronde worden behandeld om te bepalen of een verzoeker in aanmerking komt voor internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). Een verzoek hoeft niet ten gronde te worden behandeld indien het overeenkomstig deze verordening niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Indien uit een voorlopige beoordeling blijkt dat een verzoek kan worden afgewezen als kennelijk ongegrond, mag het echter op die grond worden afgewezen zonder de ontvankelijkheid ervan te onderzoeken. | (38) Een verzoek om internationale bescherming moet ten gronde worden behandeld om te bepalen of een verzoeker in aanmerking komt voor internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). Een verzoek hoeft niet ten gronde te worden behandeld indien het overeenkomstig deze verordening niet-ontvankelijk moet worden verklaard. |
Or. en
Amendement 324
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Overweging 38
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(38) Een verzoek om internationale bescherming moet ten gronde worden behandeld om te bepalen of een verzoeker in aanmerking komt voor internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). Een verzoek hoeft niet ten gronde te worden behandeld indien het overeenkomstig deze verordening niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Indien uit een voorlopige beoordeling blijkt dat een verzoek kan worden afgewezen als kennelijk ongegrond, mag het echter op die grond worden afgewezen zonder de ontvankelijkheid ervan te onderzoeken. | (38) Een verzoek om internationale bescherming moet ten gronde worden behandeld om te bepalen of een verzoeker in aanmerking komt voor internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). Een verzoek hoeft niet ten gronde te worden behandeld indien het overeenkomstig deze verordening niet-ontvankelijk moet worden verklaard. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ingediend om de consistentie met latere amendementen te waarborgen.
Amendement 325
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) De behandeling van een verzoek moet worden versneld en afgerond binnen een termijn van ten hoogste twee maanden in de gevallen waarin het kennelijk ongegrond is omdat het om een oneigenlijk verzoek gaat, onder meer wanneer een verzoeker uit een veilig land van herkomst komt of een verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering te vertragen of te dwarsbomen van een terugkeerbesluit, of wanneer de nationale veiligheid of de openbare orde ernstig in het gedrang komt, indien de verzoeker niet om internationale bescherming verzoekt in de lidstaat van eerste binnenkomst of in de lidstaat waar hij legaal verblijft, of indien een verzoeker van wie het verzoek in behandeling is en die een verzoek in een andere lidstaat heeft gedaan of die zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevindt zonder verblijfsdocument wordt teruggenomen overeenkomstig de Dublinverordening. In het laatste geval mag de behandeling van het verzoek niet worden versneld als de verzoeker gemotiveerde redenen kan aanvoeren voor het verlaten van de andere lidstaat zonder toestemming, voor het doen van een verzoek in een andere lidstaat of voor het feit dat hij anderszins onbeschikbaar was voor de bevoegde autoriteiten, bijvoorbeeld omdat hij niet adequaat en tijdig over zijn verplichtingen was geïnformeerd. Voorts mag voor niet-begeleide minderjarigen slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een versnelde behandelingsprocedure worden toegepast. | Schrappen |
Or. en
Amendement 326
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) De behandeling van een verzoek moet worden versneld en afgerond binnen een termijn van ten hoogste twee maanden in de gevallen waarin het kennelijk ongegrond is omdat het om een oneigenlijk verzoek gaat, onder meer wanneer een verzoeker uit een veilig land van herkomst komt of een verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering te vertragen of te dwarsbomen van een terugkeerbesluit, of wanneer de nationale veiligheid of de openbare orde ernstig in het gedrang komt, indien de verzoeker niet om internationale bescherming verzoekt in de lidstaat van eerste binnenkomst of in de lidstaat waar hij legaal verblijft, of indien een verzoeker van wie het verzoek in behandeling is en die een verzoek in een andere lidstaat heeft gedaan of die zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevindt zonder verblijfsdocument wordt teruggenomen overeenkomstig de Dublinverordening. In het laatste geval mag de behandeling van het verzoek niet worden versneld als de verzoeker gemotiveerde redenen kan aanvoeren voor het verlaten van de andere lidstaat zonder toestemming, voor het doen van een verzoek in een andere lidstaat of voor het feit dat hij anderszins onbeschikbaar was voor de bevoegde autoriteiten, bijvoorbeeld omdat hij niet adequaat en tijdig over zijn verplichtingen was geïnformeerd. Voorts mag voor niet-begeleide minderjarigen slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een versnelde behandelingsprocedure worden toegepast. | (39) De behandeling van een verzoek kan worden versneld en afgerond binnen een termijn van ten hoogste twee maanden in de gevallen waarin het verzoek waarschijnlijk gegrond is. Voor niet-begeleide minderjarigen kan een versnelde behandelingsprocedure uitsluitend worden toegepast wanneer een verzoek waarschijnlijk gegrond is. |
Or. en
Amendement 327
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) De behandeling van een verzoek moet worden versneld en afgerond binnen een termijn van ten hoogste twee maanden in de gevallen waarin het kennelijk ongegrond is omdat het om een oneigenlijk verzoek gaat, onder meer wanneer een verzoeker uit een veilig land van herkomst komt of een verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering te vertragen of te dwarsbomen van een terugkeerbesluit, of wanneer de nationale veiligheid of de openbare orde ernstig in het gedrang komt, indien de verzoeker niet om internationale bescherming verzoekt in de lidstaat van eerste binnenkomst of in de lidstaat waar hij legaal verblijft, of indien een verzoeker van wie het verzoek in behandeling is en die een verzoek in een andere lidstaat heeft gedaan of die zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevindt zonder verblijfsdocument wordt teruggenomen overeenkomstig de Dublinverordening. In het laatste geval mag de behandeling van het verzoek niet worden versneld als de verzoeker gemotiveerde redenen kan aanvoeren voor het verlaten van de andere lidstaat zonder toestemming, voor het doen van een verzoek in een andere lidstaat of voor het feit dat hij anderszins onbeschikbaar was voor de bevoegde autoriteiten, bijvoorbeeld omdat hij niet adequaat en tijdig over zijn verplichtingen was geïnformeerd. Voorts mag voor niet-begeleide minderjarigen slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een versnelde behandelingsprocedure worden toegepast. | (39) De beslissingsautoriteiten moeten de mogelijkheid hebben om de behandeling van een verzoek te versnellen en dat verzoek af te ronden binnen een termijn van ten hoogste twee maanden in de gevallen waarin het kennelijk ongegrond is omdat het om een oneigenlijk verzoek gaat, onder meer wanneer een verzoeker mogelijk uit een veilig land van herkomst komt of een verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering te vertragen of te dwarsbomen van een terugkeerbesluit, of wanneer de nationale veiligheid of de openbare orde ernstig in het gedrang komt. Voorts mag een versnelde behandelingsprocedure niet voor niet-begeleide minderjarigen worden toegepast. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ingediend om de consistentie met latere amendementen te waarborgen.
Amendement 328
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) De behandeling van een verzoek moet worden versneld en afgerond binnen een termijn van ten hoogste twee maanden in de gevallen waarin het kennelijk ongegrond is omdat het om een oneigenlijk verzoek gaat, onder meer wanneer een verzoeker uit een veilig land van herkomst komt of een verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering te vertragen of te dwarsbomen van een terugkeerbesluit, of wanneer de nationale veiligheid of de openbare orde ernstig in het gedrang komt, indien de verzoeker niet om internationale bescherming verzoekt in de lidstaat van eerste binnenkomst of in de lidstaat waar hij legaal verblijft, of indien een verzoeker van wie het verzoek in behandeling is en die een verzoek in een andere lidstaat heeft gedaan of die zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevindt zonder verblijfsdocument wordt teruggenomen overeenkomstig de Dublinverordening. In het laatste geval mag de behandeling van het verzoek niet worden versneld als de verzoeker gemotiveerde redenen kan aanvoeren voor het verlaten van de andere lidstaat zonder toestemming, voor het doen van een verzoek in een andere lidstaat of voor het feit dat hij anderszins onbeschikbaar was voor de bevoegde autoriteiten, bijvoorbeeld omdat hij niet adequaat en tijdig over zijn verplichtingen was geïnformeerd. Voorts mag voor niet-begeleide minderjarigen slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een versnelde behandelingsprocedure worden toegepast. | (39) De behandeling van een verzoek moet worden versneld en afgerond binnen een termijn van ten hoogste twee maanden in de gevallen waarin het kennelijk ongegrond is omdat het om een oneigenlijk verzoek gaat, onder meer wanneer een verzoeker uit een veilig land van herkomst komt of wanneer de nationale veiligheid of de openbare orde ernstig in het gedrang komt. Voorts mag voor niet-begeleide minderjarigen slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een versnelde behandelingsprocedure worden toegepast. |
Or. bg
Amendement 329
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) De behandeling van een verzoek moet worden versneld en afgerond binnen een termijn van ten hoogste twee maanden in de gevallen waarin het kennelijk ongegrond is omdat het om een oneigenlijk verzoek gaat, onder meer wanneer een verzoeker uit een veilig land van herkomst komt of een verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering te vertragen of te dwarsbomen van een terugkeerbesluit, of wanneer de nationale veiligheid of de openbare orde ernstig in het gedrang komt, indien de verzoeker niet om internationale bescherming verzoekt in de lidstaat van eerste binnenkomst of in de lidstaat waar hij legaal verblijft, of indien een verzoeker van wie het verzoek in behandeling is en die een verzoek in een andere lidstaat heeft gedaan of die zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevindt zonder verblijfsdocument wordt teruggenomen overeenkomstig de Dublinverordening. In het laatste geval mag de behandeling van het verzoek niet worden versneld als de verzoeker gemotiveerde redenen kan aanvoeren voor het verlaten van de andere lidstaat zonder toestemming, voor het doen van een verzoek in een andere lidstaat of voor het feit dat hij anderszins onbeschikbaar was voor de bevoegde autoriteiten, bijvoorbeeld omdat hij niet adequaat en tijdig over zijn verplichtingen was geïnformeerd. Voorts mag voor niet-begeleide minderjarigen slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een versnelde behandelingsprocedure worden toegepast. | (39) De behandeling van een verzoek moet worden versneld en afgerond binnen een termijn van ten hoogste twee maanden in de gevallen waarin het kennelijk ongegrond is omdat het om een oneigenlijk verzoek gaat, onder meer wanneer een verzoeker uit een veilig land van herkomst komt of een verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering te vertragen of te dwarsbomen van een terugkeerbesluit, of wanneer de nationale veiligheid of de openbare orde in het gedrang komt, indien de verzoeker niet om internationale bescherming verzoekt in de lidstaat van eerste binnenkomst of in de lidstaat waar hij legaal verblijft, of indien een verzoeker van wie het verzoek in behandeling is en die een verzoek in een andere lidstaat heeft gedaan of die zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevindt zonder verblijfsdocument wordt teruggenomen overeenkomstig de Dublinverordening. |
Or. en
Amendement 330
Rachida Dati, Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) De behandeling van een verzoek moet worden versneld en afgerond binnen een termijn van ten hoogste twee maanden in de gevallen waarin het kennelijk ongegrond is omdat het om een oneigenlijk verzoek gaat, onder meer wanneer een verzoeker uit een veilig land van herkomst komt of een verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering te vertragen of te dwarsbomen van een terugkeerbesluit, of wanneer de nationale veiligheid of de openbare orde ernstig in het gedrang komt, indien de verzoeker niet om internationale bescherming verzoekt in de lidstaat van eerste binnenkomst of in de lidstaat waar hij legaal verblijft, of indien een verzoeker van wie het verzoek in behandeling is en die een verzoek in een andere lidstaat heeft gedaan of die zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevindt zonder verblijfsdocument wordt teruggenomen overeenkomstig de Dublinverordening. In het laatste geval mag de behandeling van het verzoek niet worden versneld als de verzoeker gemotiveerde redenen kan aanvoeren voor het verlaten van de andere lidstaat zonder toestemming, voor het doen van een verzoek in een andere lidstaat of voor het feit dat hij anderszins onbeschikbaar was voor de bevoegde autoriteiten, bijvoorbeeld omdat hij niet adequaat en tijdig over zijn verplichtingen was geïnformeerd. Voorts mag voor niet-begeleide minderjarigen slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een versnelde behandelingsprocedure worden toegepast. | (39) De behandeling van een verzoek moet worden versneld en afgerond binnen een termijn van ten hoogste twee maanden in de gevallen waarin het kennelijk ongegrond is omdat het om een oneigenlijk verzoek gaat, onder meer wanneer een verzoeker uit een veilig land van herkomst komt of een verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering te vertragen of te dwarsbomen van een terugkeerbesluit, of wanneer de nationale veiligheid of de openbare orde ernstig in het gedrang komt, bijvoorbeeld wanneer de verzoeker behoort tot een criminele of terroristische organisatie, indien de verzoeker niet om internationale bescherming verzoekt in de lidstaat van eerste binnenkomst of in de lidstaat waar hij legaal verblijft, of indien een verzoeker van wie het verzoek in behandeling is en die een verzoek in een andere lidstaat heeft gedaan of die zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevindt zonder verblijfsdocument wordt teruggenomen overeenkomstig de Dublinverordening. In het laatste geval mag de behandeling van het verzoek niet worden versneld als de verzoeker gemotiveerde redenen kan aanvoeren voor het verlaten van de andere lidstaat zonder toestemming, voor het doen van een verzoek in een andere lidstaat of voor het feit dat hij anderszins onbeschikbaar was voor de bevoegde autoriteiten, bijvoorbeeld omdat hij niet adequaat en tijdig over zijn verplichtingen was geïnformeerd. Voorts mag voor niet-begeleide minderjarigen slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een versnelde behandelingsprocedure worden toegepast. Deze versnelde behandelingsprocedure moet de snelle terugkeer mogelijk maken van onderdanen van derde landen wier verzoek om internationale bescherming niet-ontvankelijk is verklaard. |
Or. fr
Amendement 331
Elly Schlein
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) De behandeling van een verzoek moet worden versneld en afgerond binnen een termijn van ten hoogste twee maanden in de gevallen waarin het kennelijk ongegrond is omdat het om een oneigenlijk verzoek gaat, onder meer wanneer een verzoeker uit een veilig land van herkomst komt of een verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering te vertragen of te dwarsbomen van een terugkeerbesluit, of wanneer de nationale veiligheid of de openbare orde ernstig in het gedrang komt, indien de verzoeker niet om internationale bescherming verzoekt in de lidstaat van eerste binnenkomst of in de lidstaat waar hij legaal verblijft, of indien een verzoeker van wie het verzoek in behandeling is en die een verzoek in een andere lidstaat heeft gedaan of die zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevindt zonder verblijfsdocument wordt teruggenomen overeenkomstig de Dublinverordening. In het laatste geval mag de behandeling van het verzoek niet worden versneld als de verzoeker gemotiveerde redenen kan aanvoeren voor het verlaten van de andere lidstaat zonder toestemming, voor het doen van een verzoek in een andere lidstaat of voor het feit dat hij anderszins onbeschikbaar was voor de bevoegde autoriteiten, bijvoorbeeld omdat hij niet adequaat en tijdig over zijn verplichtingen was geïnformeerd. Voorts mag voor niet-begeleide minderjarigen slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een versnelde behandelingsprocedure worden toegepast. | (39) De behandeling van een verzoek moet worden versneld en afgerond binnen een termijn van ten hoogste twee maanden in de gevallen waarin het kennelijk ongegrond is omdat het om een oneigenlijk verzoek gaat, onder meer wanneer een verzoeker uit een veilig land van herkomst komt of een verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering te vertragen of te dwarsbomen van een terugkeerbesluit, of wanneer de nationale veiligheid of de openbare orde ernstig in het gedrang komt, indien de verzoeker niet om internationale bescherming verzoekt in de lidstaat van eerste binnenkomst of in de lidstaat waar hij legaal verblijft, of indien een verzoeker van wie het verzoek in behandeling is en die een verzoek in een andere lidstaat heeft gedaan of die zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevindt zonder verblijfsdocument wordt teruggenomen overeenkomstig de Dublinverordening. In het laatste geval mag de behandeling van het verzoek niet worden versneld als de verzoeker gemotiveerde redenen kan aanvoeren voor het verlaten van de andere lidstaat zonder toestemming, voor het doen van een verzoek in een andere lidstaat of voor het feit dat hij anderszins onbeschikbaar was voor de bevoegde autoriteiten, bijvoorbeeld omdat hij niet adequaat en tijdig over zijn verplichtingen was geïnformeerd. |
Or. en
Amendement 332
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) De behandeling van een verzoek moet worden versneld en afgerond binnen een termijn van ten hoogste twee maanden in de gevallen waarin het kennelijk ongegrond is omdat het om een oneigenlijk verzoek gaat, onder meer wanneer een verzoeker uit een veilig land van herkomst komt of een verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering te vertragen of te dwarsbomen van een terugkeerbesluit, of wanneer de nationale veiligheid of de openbare orde ernstig in het gedrang komt, indien de verzoeker niet om internationale bescherming verzoekt in de lidstaat van eerste binnenkomst of in de lidstaat waar hij legaal verblijft, of indien een verzoeker van wie het verzoek in behandeling is en die een verzoek in een andere lidstaat heeft gedaan of die zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevindt zonder verblijfsdocument wordt teruggenomen overeenkomstig de Dublinverordening. In het laatste geval mag de behandeling van het verzoek niet worden versneld als de verzoeker gemotiveerde redenen kan aanvoeren voor het verlaten van de andere lidstaat zonder toestemming, voor het doen van een verzoek in een andere lidstaat of voor het feit dat hij anderszins onbeschikbaar was voor de bevoegde autoriteiten, bijvoorbeeld omdat hij niet adequaat en tijdig over zijn verplichtingen was geïnformeerd. Voorts mag voor niet-begeleide minderjarigen slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een versnelde behandelingsprocedure worden toegepast. | (39) De behandeling van een verzoek moet worden versneld en afgerond binnen een termijn van ten hoogste twee maanden in de gevallen waarin het kennelijk ongegrond is omdat het om een oneigenlijk verzoek gaat, onder meer wanneer een verzoeker uit een veilig land van herkomst komt of een verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering te vertragen of te dwarsbomen van een terugkeerbesluit, of wanneer relevante informatie of documenten werden vernietigd of weggegooid, of wanneer de nationale veiligheid of de openbare orde ernstig in het gedrang komt, indien de verzoeker niet om internationale bescherming verzoekt in de lidstaat van eerste binnenkomst of in de lidstaat waar hij legaal verblijft, of indien een verzoeker van wie het verzoek in behandeling is en die een verzoek in een andere lidstaat heeft gedaan of die zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevindt zonder verblijfsdocument wordt teruggenomen overeenkomstig de Dublinverordening. In het laatste geval mag de behandeling van het verzoek niet worden versneld als de verzoeker gemotiveerde redenen kan aanvoeren voor het verlaten van de andere lidstaat zonder toestemming, voor het doen van een verzoek in een andere lidstaat of voor het feit dat hij anderszins onbeschikbaar was voor de bevoegde autoriteiten, bijvoorbeeld omdat hij niet adequaat en tijdig over zijn verplichtingen was geïnformeerd. Voorts mag voor niet-begeleide minderjarigen slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een versnelde behandelingsprocedure worden toegepast. |
Or. en
Amendement 333
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 40
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(40) Veel verzoeken om internationale bescherming worden gedaan aan de grens of in een transitzone van een lidstaat voordat een beslissing over de toegang van de verzoeker is genomen. De lidstaten moeten een behandeling van de ontvankelijkheid of een behandeling ten gronde van de zaak kunnen invoeren om aldaar in welbepaalde omstandigheden een beslissing te kunnen nemen over zulke verzoeken. De grensprocedure mag niet langer duren dan vier weken en na die termijn moeten verzoekers toegang krijgen tot het grondgebied van de lidstaat. Alleen wanneer onevenredig grote aantallen verzoekers aan de grenzen of in een transitzone hun verzoeken indienen, mag de grensprocedure ook worden toegepast op plaatsen nabij de grens of de transitzone. Voor niet-begeleide minderjarigen mag slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een grensprocedure worden toegepast. | (40) Veel verzoeken om internationale bescherming worden gedaan aan de grens of in een transitzone van een lidstaat. In overeenstemming met het beginsel van non-refoulement krijgen verzoekers, na een verzoek om internationale bescherming, toegang tot het grondgebied van de lidstaat en vragen zij asiel aan op het grondgebied van de lidstaat, waarbij zij voldoende middelen ontvangen voor een fatsoenlijk bestaan. |
Or. en
Amendement 334
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 40
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(40) Veel verzoeken om internationale bescherming worden gedaan aan de grens of in een transitzone van een lidstaat voordat een beslissing over de toegang van de verzoeker is genomen. De lidstaten moeten een behandeling van de ontvankelijkheid of een behandeling ten gronde van de zaak kunnen invoeren om aldaar in welbepaalde omstandigheden een beslissing te kunnen nemen over zulke verzoeken. De grensprocedure mag niet langer duren dan vier weken en na die termijn moeten verzoekers toegang krijgen tot het grondgebied van de lidstaat. Alleen wanneer onevenredig grote aantallen verzoekers aan de grenzen of in een transitzone hun verzoeken indienen, mag de grensprocedure ook worden toegepast op plaatsen nabij de grens of de transitzone. Voor niet-begeleide minderjarigen mag slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een grensprocedure worden toegepast. | (40) Veel verzoeken om internationale bescherming worden gedaan aan de grens of in een transitzone van een lidstaat voordat een beslissing over de toegang van de verzoeker is genomen. De lidstaten moeten een behandeling van de ontvankelijkheid of een behandeling ten gronde van de zaak kunnen invoeren om aldaar in welbepaalde omstandigheden een beslissing te kunnen nemen over zulke verzoeken. De grensprocedure mag niet langer duren dan twee weken en na die termijn moeten verzoekers toegang krijgen tot het grondgebied van de lidstaat. Voor niet-begeleide minderjarigen mag geen grensprocedure worden toegepast. |
Or. en
Amendement 335
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 40
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(40) Veel verzoeken om internationale bescherming worden gedaan aan de grens of in een transitzone van een lidstaat voordat een beslissing over de toegang van de verzoeker is genomen. De lidstaten moeten een behandeling van de ontvankelijkheid of een behandeling ten gronde van de zaak kunnen invoeren om aldaar in welbepaalde omstandigheden een beslissing te kunnen nemen over zulke verzoeken. De grensprocedure mag niet langer duren dan vier weken en na die termijn moeten verzoekers toegang krijgen tot het grondgebied van de lidstaat. Alleen wanneer onevenredig grote aantallen verzoekers aan de grenzen of in een transitzone hun verzoeken indienen, mag de grensprocedure ook worden toegepast op plaatsen nabij de grens of de transitzone. Voor niet-begeleide minderjarigen mag slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een grensprocedure worden toegepast. | (40) Veel verzoeken om internationale bescherming worden gedaan aan de grens of in een transitzone van een lidstaat voordat een beslissing over de toegang van de verzoeker is genomen. De lidstaten moeten een behandeling van de ontvankelijkheid of een behandeling ten gronde van de zaak kunnen invoeren om aldaar in welbepaalde omstandigheden een beslissing te kunnen nemen over zulke verzoeken. De grensprocedure mag niet langer duren dan acht weken. Alleen wanneer onevenredig grote aantallen verzoekers aan de grenzen of in een transitzone hun verzoeken indienen, mag de grensprocedure ook worden toegepast op plaatsen nabij de grens of de transitzone. |
Or. en
Amendement 336
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Overweging 40
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(40) Veel verzoeken om internationale bescherming worden gedaan aan de grens of in een transitzone van een lidstaat voordat een beslissing over de toegang van de verzoeker is genomen. De lidstaten moeten een behandeling van de ontvankelijkheid of een behandeling ten gronde van de zaak kunnen invoeren om aldaar in welbepaalde omstandigheden een beslissing te kunnen nemen over zulke verzoeken. De grensprocedure mag niet langer duren dan vier weken en na die termijn moeten verzoekers toegang krijgen tot het grondgebied van de lidstaat. Alleen wanneer onevenredig grote aantallen verzoekers aan de grenzen of in een transitzone hun verzoeken indienen, mag de grensprocedure ook worden toegepast op plaatsen nabij de grens of de transitzone. Voor niet-begeleide minderjarigen mag slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een grensprocedure worden toegepast. | (40) Veel verzoeken om internationale bescherming worden gedaan aan de grens of in een transitzone van een lidstaat voordat een beslissing over de toegang van de verzoeker is genomen. De lidstaten moeten een behandeling van de ontvankelijkheid of een behandeling ten gronde van de zaak kunnen invoeren om aldaar in welbepaalde omstandigheden een beslissing te kunnen nemen over zulke verzoeken. De grensprocedure mag niet langer duren dan vier weken en na die termijn moeten verzoekers toegang krijgen tot het grondgebied van de lidstaat. Alleen wanneer onevenredig grote aantallen verzoekers aan de grenzen of in een transitzone hun verzoeken indienen, mag de grensprocedure ook worden toegepast op plaatsen nabij de grens of de transitzone. Voor niet-begeleide minderjarigen mag geen grensprocedure worden toegepast. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ingediend om de consistentie met latere amendementen te waarborgen.
Amendement 337
Sergei Stanishev
Voorstel voor een verordening
Overweging 40
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(40) Veel verzoeken om internationale bescherming worden gedaan aan de grens of in een transitzone van een lidstaat voordat een beslissing over de toegang van de verzoeker is genomen. De lidstaten moeten een behandeling van de ontvankelijkheid of een behandeling ten gronde van de zaak kunnen invoeren om aldaar in welbepaalde omstandigheden een beslissing te kunnen nemen over zulke verzoeken. De grensprocedure mag niet langer duren dan vier weken en na die termijn moeten verzoekers toegang krijgen tot het grondgebied van de lidstaat. Alleen wanneer onevenredig grote aantallen verzoekers aan de grenzen of in een transitzone hun verzoeken indienen, mag de grensprocedure ook worden toegepast op plaatsen nabij de grens of de transitzone. Voor niet-begeleide minderjarigen mag slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een grensprocedure worden toegepast. | (40) Veel verzoeken om internationale bescherming worden gedaan aan de grens of in een transitzone van een lidstaat voordat een beslissing over de toegang van de verzoeker is genomen. De lidstaten moeten een behandeling ten gronde van de zaak kunnen invoeren om aldaar in welbepaalde omstandigheden een beslissing te kunnen nemen over zulke verzoeken. De grensprocedure mag niet langer duren dan vier weken en na die termijn moeten verzoekers toegang krijgen tot het grondgebied van de lidstaat. Alleen wanneer onevenredig grote aantallen verzoekers aan de grenzen of in een transitzone hun verzoeken indienen, mag de grensprocedure ook worden toegepast op plaatsen nabij de grens of de transitzone. Voor niet-begeleide minderjarigen mag slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een grensprocedure worden toegepast. |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met de vorige amendementen die het onderzoek van de ontvankelijkheid als voorafgaande vereiste voor de toepassing van de Dublinverordening schrappen.
Amendement 338
Alessandra Mussolini, Salvatore Domenico Pogliese
Voorstel voor een verordening
Overweging 40
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(40) Veel verzoeken om internationale bescherming worden gedaan aan de grens of in een transitzone van een lidstaat voordat een beslissing over de toegang van de verzoeker is genomen. De lidstaten moeten een behandeling van de ontvankelijkheid of een behandeling ten gronde van de zaak kunnen invoeren om aldaar in welbepaalde omstandigheden een beslissing te kunnen nemen over zulke verzoeken. De grensprocedure mag niet langer duren dan vier weken en na die termijn moeten verzoekers toegang krijgen tot het grondgebied van de lidstaat. Alleen wanneer onevenredig grote aantallen verzoekers aan de grenzen of in een transitzone hun verzoeken indienen, mag de grensprocedure ook worden toegepast op plaatsen nabij de grens of de transitzone. Voor niet-begeleide minderjarigen mag slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een grensprocedure worden toegepast. | (40) Veel verzoeken om internationale bescherming worden gedaan aan de grens of in een transitzone van een lidstaat voordat een beslissing over de toegang van de verzoeker is genomen. De lidstaten moeten een behandeling van de ontvankelijkheid of een behandeling ten gronde van de zaak kunnen invoeren om aldaar in welbepaalde omstandigheden een beslissing te kunnen nemen over zulke verzoeken. De grensprocedure mag niet langer duren dan twee weken en na die termijn moeten verzoekers toegang krijgen tot het grondgebied van de lidstaat. Alleen wanneer onevenredig grote aantallen verzoekers aan de grenzen of in een transitzone hun verzoeken indienen, mag de grensprocedure ook worden toegepast op plaatsen nabij de grens of de transitzone. Voor niet-begeleide minderjarigen mag slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een grensprocedure worden toegepast. |
Or. en
Amendement 339
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 41
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(41) Het begrip openbare orde kan onder meer een veroordeling wegens een ernstig misdrijf bestrijken. | Schrappen |
Or. en
Amendement 340
Rachida Dati, Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 41
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(41) Het begrip openbare orde kan onder meer een veroordeling wegens een ernstig misdrijf bestrijken. | (41) Het begrip openbare orde kan onder meer een veroordeling wegens een ernstig misdrijf bestrijken. De begrippen nationale veiligheid en openbare orde bestrijken eveneens ernstige misdrijven zoals de deelname aan een criminele organisatie, terroristische daden, en mensenhandel. |
Or. fr
Amendement 341
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Overweging 42
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(42) Zolang een verzoeker gegronde redenen kan aanvoeren, hoeft het ontbreken van documenten bij binnenkomst of het gebruik van vervalste documenten op zich niet te leiden tot automatische toepassing van een versnelde behandelingsprocedure of een grensprocedure. | (42) Het ontbreken van documenten bij binnenkomst of het gebruik van vervalste documenten hoeft niet te leiden tot automatische toepassing van een versnelde behandelingsprocedure of een grensprocedure. |
Or. en
Motivering
Het feit dat een verzoeker geen documenten heeft, mag zijn of haar verzoek om internationale bescherming niet ondermijnen.
Amendement 342
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 42
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(42) Zolang een verzoeker gegronde redenen kan aanvoeren, hoeft het ontbreken van documenten bij binnenkomst of het gebruik van vervalste documenten op zich niet te leiden tot automatische toepassing van een versnelde behandelingsprocedure of een grensprocedure. | (42) Zolang een verzoeker een bevredigende verklaring kan aanvoeren, hoeft het ontbreken van documenten bij binnenkomst op zich niet te leiden tot automatische toepassing van een versnelde behandelingsprocedure of een grensprocedure. |
Or. en
Amendement 343
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 42
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(42) Zolang een verzoeker gegronde redenen kan aanvoeren, hoeft het ontbreken van documenten bij binnenkomst of het gebruik van vervalste documenten op zich niet te leiden tot automatische toepassing van een versnelde behandelingsprocedure of een grensprocedure. | (42) Het ontbreken van documenten bij binnenkomst of het gebruik van vervalste documenten hoeft op zich niet te leiden tot automatische toepassing van een versnelde behandelingsprocedure of een grensprocedure. |
Or. en
Amendement 344
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 42
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(42) Zolang een verzoeker gegronde redenen kan aanvoeren, hoeft het ontbreken van documenten bij binnenkomst of het gebruik van vervalste documenten op zich niet te leiden tot automatische toepassing van een versnelde behandelingsprocedure of een grensprocedure. | (42) Het ontbreken van documenten bij binnenkomst, het gebruik van vervalste documenten of de weigering om een medisch onderzoek te ondergaan hoeft op zich niet te leiden tot een negatieve beslissing over het verzoek om internationale bescherming. |
Or. en
Amendement 345
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Overweging 43
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(43) Indien een verzoeker hetzij uitdrukkelijk uit eigen beweging zijn verzoek intrekt, hetzij de verplichtingen die uit deze verordening, Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Dublinverordening) of Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen) voortvloeien, niet nakomt en daardoor zijn verzoek impliciet intrekt, hoeft het verzoek niet verder te worden behandeld en moet het worden afgewezen als uitdrukkelijk ingetrokken of als een verzoek waarvan is afgezien, en alle verzoeken in de lidstaat door dezelfde verzoeker na die beslissing moeten worden beschouwd als een volgend verzoek. De impliciete intrekking mag echter niet automatisch zijn: de verzoeker moet in de gelegenheid worden gesteld om zich bij de beslissingsautoriteit te melden en aan te tonen dat het verzuim om die verplichtingen na te komen te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het gebruik van het begrip "impliciete intrekking" moet sterk worden beperkt teneinde de rechtszekerheid niet in het gedrang te brengen en door het gebrek aan rechtszekerheid een groot aantal dure beroepsprocedures uit te lokken.
Amendement 346
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 43
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(43) Indien een verzoeker hetzij uitdrukkelijk uit eigen beweging zijn verzoek intrekt, hetzij de verplichtingen die uit deze verordening, Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Dublinverordening) of Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen) voortvloeien, niet nakomt en daardoor zijn verzoek impliciet intrekt, hoeft het verzoek niet verder te worden behandeld en moet het worden afgewezen als uitdrukkelijk ingetrokken of als een verzoek waarvan is afgezien, en alle verzoeken in de lidstaat door dezelfde verzoeker na die beslissing moeten worden beschouwd als een volgend verzoek. De impliciete intrekking mag echter niet automatisch zijn: de verzoeker moet in de gelegenheid worden gesteld om zich bij de beslissingsautoriteit te melden en aan te tonen dat het verzuim om die verplichtingen na te komen te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. | (43) Indien een verzoeker uitdrukkelijk uit eigen beweging zijn verzoek intrekt, hoeft het verzoek niet verder te worden behandeld en moet het worden afgewezen als uitdrukkelijk ingetrokken. |
Or. en
Amendement 347
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 43
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(43) Indien een verzoeker hetzij uitdrukkelijk uit eigen beweging zijn verzoek intrekt, hetzij de verplichtingen die uit deze verordening, Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Dublinverordening) of Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen) voortvloeien, niet nakomt en daardoor zijn verzoek impliciet intrekt, hoeft het verzoek niet verder te worden behandeld en moet het worden afgewezen als uitdrukkelijk ingetrokken of als een verzoek waarvan is afgezien, en alle verzoeken in de lidstaat door dezelfde verzoeker na die beslissing moeten worden beschouwd als een volgend verzoek. De impliciete intrekking mag echter niet automatisch zijn: de verzoeker moet in de gelegenheid worden gesteld om zich bij de beslissingsautoriteit te melden en aan te tonen dat het verzuim om die verplichtingen na te komen te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. | (43) Indien een verzoeker uitdrukkelijk uit eigen beweging zijn verzoek intrekt, hoeft het verzoek niet verder te worden behandeld en moet het worden afgewezen als uitdrukkelijk ingetrokken. |
Or. en
Amendement 348
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Overweging 43
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(43) Indien een verzoeker hetzij uitdrukkelijk uit eigen beweging zijn verzoek intrekt, hetzij de verplichtingen die uit deze verordening, Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Dublinverordening) of Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen) voortvloeien, niet nakomt en daardoor zijn verzoek impliciet intrekt, hoeft het verzoek niet verder te worden behandeld en moet het worden afgewezen als uitdrukkelijk ingetrokken of als een verzoek waarvan is afgezien, en alle verzoeken in de lidstaat door dezelfde verzoeker na die beslissing moeten worden beschouwd als een volgend verzoek. De impliciete intrekking mag echter niet automatisch zijn: de verzoeker moet in de gelegenheid worden gesteld om zich bij de beslissingsautoriteit te melden en aan te tonen dat het verzuim om die verplichtingen na te komen te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. | (43) Indien een verzoeker hetzij uitdrukkelijk uit eigen beweging zijn verzoek intrekt, hetzij zijn verzoek impliciet intrekt, hoeft het verzoek niet verder te worden behandeld en moet het worden afgewezen als uitdrukkelijk dan wel impliciet ingetrokken, en alle verzoeken in de lidstaat door dezelfde verzoeker na die beslissing moeten worden beschouwd als een volgend verzoek. De verzoeker moet echter in de gelegenheid worden gesteld om zich bij de beslissingsautoriteit te melden en aan te tonen dat een eventuele impliciete intrekking te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ingediend om de consistentie met latere amendementen te waarborgen.
Amendement 349
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Overweging 43
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(43) Indien een verzoeker hetzij uitdrukkelijk uit eigen beweging zijn verzoek intrekt, hetzij de verplichtingen die uit deze verordening, Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Dublinverordening) of Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen) voortvloeien, niet nakomt en daardoor zijn verzoek impliciet intrekt, hoeft het verzoek niet verder te worden behandeld en moet het worden afgewezen als uitdrukkelijk ingetrokken of als een verzoek waarvan is afgezien, en alle verzoeken in de lidstaat door dezelfde verzoeker na die beslissing moeten worden beschouwd als een volgend verzoek. De impliciete intrekking mag echter niet automatisch zijn: de verzoeker moet in de gelegenheid worden gesteld om zich bij de beslissingsautoriteit te melden en aan te tonen dat het verzuim om die verplichtingen na te komen te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. | (43) Indien een verzoeker hetzij uitdrukkelijk uit eigen beweging zijn verzoek intrekt, hetzij de verplichtingen die uit deze verordening, Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Dublinverordening) of Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen) voortvloeien, niet nakomt, wordt zijn verzoek beschouwd als impliciet ingetrokken, hoeft het verzoek niet verder te worden behandeld en moet het worden afgewezen als uitdrukkelijk ingetrokken of als een verzoek waarvan is afgezien, en alle verzoeken in de lidstaat door dezelfde verzoeker na die beslissing moeten worden beschouwd als een volgend verzoek. De impliciete intrekking mag echter niet automatisch zijn: de verzoeker moet in de gelegenheid worden gesteld om zich bij de beslissingsautoriteit te melden en aan te tonen dat het verzuim om die verplichtingen meer dan eens na te komen te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. |
Or. en
Amendement 350
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 44
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(44) Indien een verzoeker een volgend verzoek doet zonder nieuwe bewijzen of bevindingen voor te leggen die de kans aanzienlijk groter maken dat hij in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet, of die verband houden met de redenen waarom het eerdere verzoek niet-ontvankelijk is verklaard, mag dat volgend verzoek niet aan een nieuwe volledige behandelingsprocedure worden onderworpen. In die gevallen moeten verzoeken na een voorlopige behandeling als niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond worden afgewezen op grond van het beginsel van het gezag van gewijsde, indien het verzoek zo duidelijk ongegrond of oneerlijk is dat het geen reële kans van slagen heeft. De voorlopige behandeling vindt plaats op grond van schriftelijke opmerkingen en een persoonlijk onderhoud; van het persoonlijke onderhoud kan echter worden afgezien wanneer het op grond van de schriftelijke opmerkingen duidelijk is dat het verzoek niet tot nieuwe relevante elementen of bevindingen leidt of dat het duidelijk ongegrond is en geen reële kans van slagen heeft. In geval van volgende verzoeken kunnen uitzonderingen worden gemaakt op het recht van het individu om op het grondgebied van een lidstaat te blijven nadat een volgend verzoek als niet-ontvankelijk of ongegrond wordt afgewezen, of in het geval van een tweede of later volgende verzoek, zodra een verzoek wordt gedaan in een lidstaat na een definitieve beslissing waarbij een vorig volgend verzoek als niet-ontvankelijk, ongegrond of kennelijk ongegrond is afgewezen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 351
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 44
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(44) Indien een verzoeker een volgend verzoek doet zonder nieuwe bewijzen of bevindingen voor te leggen die de kans aanzienlijk groter maken dat hij in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet, of die verband houden met de redenen waarom het eerdere verzoek niet-ontvankelijk is verklaard, mag dat volgend verzoek niet aan een nieuwe volledige behandelingsprocedure worden onderworpen. In die gevallen moeten verzoeken na een voorlopige behandeling als niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond worden afgewezen op grond van het beginsel van het gezag van gewijsde, indien het verzoek zo duidelijk ongegrond of oneerlijk is dat het geen reële kans van slagen heeft. De voorlopige behandeling vindt plaats op grond van schriftelijke opmerkingen en een persoonlijk onderhoud; van het persoonlijke onderhoud kan echter worden afgezien wanneer het op grond van de schriftelijke opmerkingen duidelijk is dat het verzoek niet tot nieuwe relevante elementen of bevindingen leidt of dat het duidelijk ongegrond is en geen reële kans van slagen heeft. In geval van volgende verzoeken kunnen uitzonderingen worden gemaakt op het recht van het individu om op het grondgebied van een lidstaat te blijven nadat een volgend verzoek als niet-ontvankelijk of ongegrond wordt afgewezen, of in het geval van een tweede of later volgende verzoek, zodra een verzoek wordt gedaan in een lidstaat na een definitieve beslissing waarbij een vorig volgend verzoek als niet-ontvankelijk, ongegrond of kennelijk ongegrond is afgewezen. | (44) Indien een verzoeker een volgend verzoek doet zonder nieuwe bewijzen of bevindingen voor te leggen die de kans aanzienlijk groter maken dat hij in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet, of die verband houden met de redenen waarom het eerdere verzoek niet-ontvankelijk is verklaard, mag dat volgend verzoek niet aan een nieuwe volledige behandelingsprocedure worden onderworpen. In die gevallen moeten verzoeken na een voorlopige behandeling als niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond worden afgewezen op grond van het beginsel van het gezag van gewijsde, indien het verzoek zo duidelijk ongegrond of oneerlijk is dat het geen reële kans van slagen heeft. De voorlopige behandeling vindt plaats op grond van schriftelijke opmerkingen en een persoonlijk onderhoud; van het persoonlijke onderhoud kan echter worden afgezien wanneer het op grond van de schriftelijke opmerkingen duidelijk is dat het verzoek niet tot nieuwe relevante elementen of bevindingen leidt of dat het duidelijk ongegrond is en geen reële kans van slagen heeft. |
Or. en
Amendement 352
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Overweging 44
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(44) Indien een verzoeker een volgend verzoek doet zonder nieuwe bewijzen of bevindingen voor te leggen die de kans aanzienlijk groter maken dat hij in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet, of die verband houden met de redenen waarom het eerdere verzoek niet-ontvankelijk is verklaard, mag dat volgend verzoek niet aan een nieuwe volledige behandelingsprocedure worden onderworpen. In die gevallen moeten verzoeken na een voorlopige behandeling als niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond worden afgewezen op grond van het beginsel van het gezag van gewijsde, indien het verzoek zo duidelijk ongegrond of oneerlijk is dat het geen reële kans van slagen heeft. De voorlopige behandeling vindt plaats op grond van schriftelijke opmerkingen en een persoonlijk onderhoud; van het persoonlijke onderhoud kan echter worden afgezien wanneer het op grond van de schriftelijke opmerkingen duidelijk is dat het verzoek niet tot nieuwe relevante elementen of bevindingen leidt of dat het duidelijk ongegrond is en geen reële kans van slagen heeft. In geval van volgende verzoeken kunnen uitzonderingen worden gemaakt op het recht van het individu om op het grondgebied van een lidstaat te blijven nadat een volgend verzoek als niet-ontvankelijk of ongegrond wordt afgewezen, of in het geval van een tweede of later volgende verzoek, zodra een verzoek wordt gedaan in een lidstaat na een definitieve beslissing waarbij een vorig volgend verzoek als niet-ontvankelijk, ongegrond of kennelijk ongegrond is afgewezen. | (44) Indien een verzoeker een volgend verzoek doet zonder nieuwe bewijzen of bevindingen voor te leggen die de kans aanzienlijk groter maken dat hij in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet, of die verband houden met de redenen waarom het eerdere verzoek niet-ontvankelijk is verklaard, mag dat volgend verzoek niet aan een nieuwe volledige behandelingsprocedure worden onderworpen. In die gevallen moeten verzoeken na een voorlopige behandeling als niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond worden afgewezen op grond van het beginsel van het gezag van gewijsde, indien het verzoek oneerlijk of duidelijk ongegrond is en daardoor geen kans van slagen heeft. De voorlopige behandeling vindt plaats op grond van schriftelijke opmerkingen en een persoonlijk onderhoud; van het persoonlijke onderhoud kan echter worden afgezien wanneer het op grond van de schriftelijke opmerkingen duidelijk is dat het verzoek niet tot nieuwe relevante elementen of bevindingen leidt of dat het duidelijk ongegrond is en geen kans van slagen heeft, of wanneer het volgende verzoek kort voor de verwijdering of de vlucht wordt gedaan en er aanwijzingen zijn dat het louter wordt gedaan om de uitvoering van een terugkeerbesluit te vertragen of te dwarsbomen. In geval van volgende verzoeken kunnen uitzonderingen worden gemaakt op het recht van het individu om op het grondgebied van een lidstaat te blijven nadat een volgend verzoek als niet-ontvankelijk of ongegrond wordt afgewezen, of in het geval van een tweede of later volgende verzoek, zodra een verzoek wordt gedaan in een lidstaat na een definitieve beslissing waarbij een vorig volgend verzoek als niet-ontvankelijk, ongegrond of kennelijk ongegrond is afgewezen. |
Or. en
Amendement 353
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 44
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(44) Indien een verzoeker een volgend verzoek doet zonder nieuwe bewijzen of bevindingen voor te leggen die de kans aanzienlijk groter maken dat hij in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet, of die verband houden met de redenen waarom het eerdere verzoek niet-ontvankelijk is verklaard, mag dat volgend verzoek niet aan een nieuwe volledige behandelingsprocedure worden onderworpen. In die gevallen moeten verzoeken na een voorlopige behandeling als niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond worden afgewezen op grond van het beginsel van het gezag van gewijsde, indien het verzoek zo duidelijk ongegrond of oneerlijk is dat het geen reële kans van slagen heeft. De voorlopige behandeling vindt plaats op grond van schriftelijke opmerkingen en een persoonlijk onderhoud; van het persoonlijke onderhoud kan echter worden afgezien wanneer het op grond van de schriftelijke opmerkingen duidelijk is dat het verzoek niet tot nieuwe relevante elementen of bevindingen leidt of dat het duidelijk ongegrond is en geen reële kans van slagen heeft. In geval van volgende verzoeken kunnen uitzonderingen worden gemaakt op het recht van het individu om op het grondgebied van een lidstaat te blijven nadat een volgend verzoek als niet-ontvankelijk of ongegrond wordt afgewezen, of in het geval van een tweede of later volgende verzoek, zodra een verzoek wordt gedaan in een lidstaat na een definitieve beslissing waarbij een vorig volgend verzoek als niet-ontvankelijk, ongegrond of kennelijk ongegrond is afgewezen. | (44) Indien een verzoeker een tweede of later volgend verzoek doet zonder nieuwe bewijzen of bevindingen voor te leggen die de kans aanzienlijk groter maken dat hij in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet, of die verband houden met de redenen waarom het eerdere verzoek niet-ontvankelijk is verklaard, mag dat volgend verzoek niet aan een nieuwe volledige behandelingsprocedure worden onderworpen. In die gevallen moeten verzoeken na een voorlopige behandeling als niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond worden afgewezen op grond van het beginsel van het gezag van gewijsde, indien het verzoek zo duidelijk ongegrond of oneerlijk is dat het geen reële kans van slagen heeft. De voorlopige behandeling vindt plaats op grond van schriftelijke opmerkingen en een persoonlijk onderhoud; van het persoonlijke onderhoud kan echter worden afgezien wanneer het op grond van de schriftelijke opmerkingen duidelijk is dat het verzoek niet tot nieuwe relevante elementen of bevindingen leidt of dat het duidelijk ongegrond is en geen reële kans van slagen heeft. In geval van tweede of later volgende verzoeken kunnen uitzonderingen worden gemaakt op het recht van het individu om op het grondgebied van een lidstaat te blijven nadat een volgend verzoek als niet-ontvankelijk is afgewezen. |
Or. en
Amendement 354
Maria Grapini
Voorstel voor een verordening
Overweging 44
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(44) Indien een verzoeker een volgend verzoek doet zonder nieuwe bewijzen of bevindingen voor te leggen die de kans aanzienlijk groter maken dat hij in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet, of die verband houden met de redenen waarom het eerdere verzoek niet-ontvankelijk is verklaard, mag dat volgend verzoek niet aan een nieuwe volledige behandelingsprocedure worden onderworpen. In die gevallen moeten verzoeken na een voorlopige behandeling als niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond worden afgewezen op grond van het beginsel van het gezag van gewijsde, indien het verzoek zo duidelijk ongegrond of oneerlijk is dat het geen reële kans van slagen heeft. De voorlopige behandeling vindt plaats op grond van schriftelijke opmerkingen en een persoonlijk onderhoud; van het persoonlijke onderhoud kan echter worden afgezien wanneer het op grond van de schriftelijke opmerkingen duidelijk is dat het verzoek niet tot nieuwe relevante elementen of bevindingen leidt of dat het duidelijk ongegrond is en geen reële kans van slagen heeft. In geval van volgende verzoeken kunnen uitzonderingen worden gemaakt op het recht van het individu om op het grondgebied van een lidstaat te blijven nadat een volgend verzoek als niet-ontvankelijk of ongegrond wordt afgewezen, of in het geval van een tweede of later volgende verzoek, zodra een verzoek wordt gedaan in een lidstaat na een definitieve beslissing waarbij een vorig volgend verzoek als niet-ontvankelijk, ongegrond of kennelijk ongegrond is afgewezen. | (44) Indien een verzoeker een volgend verzoek doet zonder nieuwe bewijzen of bevindingen voor te leggen die de kans aanzienlijk groter maken dat hij in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet, of die verband houden met de redenen waarom het eerdere verzoek niet-ontvankelijk is verklaard, mag dat volgend verzoek niet aan een nieuwe volledige behandelingsprocedure worden onderworpen. Teneinde misbruik van de procedure te voorkomen, moet bovendien worden belet dat in andere lidstaten herhaaldelijk nieuwe verzoeken worden ingediend zonder nieuwe bewijzen of informatie. In die gevallen moeten verzoeken na een voorlopige behandeling als niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond worden afgewezen op grond van het beginsel van het gezag van gewijsde, indien het verzoek zo duidelijk ongegrond of oneerlijk is dat het geen reële kans van slagen heeft. De voorlopige behandeling vindt plaats op grond van schriftelijke opmerkingen en een persoonlijk onderhoud; van het persoonlijke onderhoud kan echter worden afgezien wanneer het op grond van de schriftelijke opmerkingen duidelijk is dat het verzoek niet tot nieuwe relevante elementen of bevindingen leidt of dat het duidelijk ongegrond is en geen reële kans van slagen heeft. In geval van volgende verzoeken kunnen uitzonderingen worden gemaakt op het recht van het individu om op het grondgebied van een lidstaat te blijven nadat een volgend verzoek als niet-ontvankelijk of ongegrond wordt afgewezen, of in het geval van een tweede of later volgende verzoek, zodra een verzoek wordt gedaan in een lidstaat na een definitieve beslissing waarbij een vorig volgend verzoek als niet-ontvankelijk, ongegrond of kennelijk ongegrond is afgewezen. |
Or. ro
Amendement 355
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 44 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (44 bis) Gezien de individuele aard van het recht op asiel zoals beschreven in het internationaal recht, onder meer het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen, moeten asielverzoeken individueel worden geanalyseerd en onafhankelijk van het land van herkomst van de verzoeker. Daarom kan het begrip "veilig land van herkomst" niet worden toegepast. |
Or. en
Amendement 356
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 45
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(45) Fundamenteel voor de gegrondheid van een verzoek om internationale bescherming is de veiligheid van de verzoeker in zijn land van herkomst. Omdat Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) streeft naar een hoog niveau van convergentie van de normen om onderdanen van derde landen en staatlozen in aanmerking te nemen voor erkenning als personen die internationale bescherming genieten, stelt deze verordening gemeenschappelijke criteria vast om derde landen als veilige landen van herkomst aan te merken; omdat de toepassing van het begrip veilig land van herkomst moet worden versterkt als een wezenlijk instrument om verzoeken die waarschijnlijk ongegrond zijn, sneller te verwerken, stelt deze verordening een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vast. | Schrappen |
Or. en
Amendement 357
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 45
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(45) Fundamenteel voor de gegrondheid van een verzoek om internationale bescherming is de veiligheid van de verzoeker in zijn land van herkomst. Omdat Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) streeft naar een hoog niveau van convergentie van de normen om onderdanen van derde landen en staatlozen in aanmerking te nemen voor erkenning als personen die internationale bescherming genieten, stelt deze verordening gemeenschappelijke criteria vast om derde landen als veilige landen van herkomst aan te merken; omdat de toepassing van het begrip veilig land van herkomst moet worden versterkt als een wezenlijk instrument om verzoeken die waarschijnlijk ongegrond zijn, sneller te verwerken, stelt deze verordening een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vast. | Schrappen |
Or. en
Amendement 358
Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Overweging 45
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(45) Fundamenteel voor de gegrondheid van een verzoek om internationale bescherming is de veiligheid van de verzoeker in zijn land van herkomst. Omdat Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) streeft naar een hoog niveau van convergentie van de normen om onderdanen van derde landen en staatlozen in aanmerking te nemen voor erkenning als personen die internationale bescherming genieten, stelt deze verordening gemeenschappelijke criteria vast om derde landen als veilige landen van herkomst aan te merken; omdat de toepassing van het begrip veilig land van herkomst moet worden versterkt als een wezenlijk instrument om verzoeken die waarschijnlijk ongegrond zijn, sneller te verwerken, stelt deze verordening een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vast. | (45) Fundamenteel voor de gegrondheid van een verzoek om internationale bescherming is de veiligheid van de verzoeker in zijn land van herkomst. Omdat Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) streeft naar een hoog niveau van convergentie van de normen om onderdanen van derde landen en staatlozen in aanmerking te nemen voor erkenning als personen die internationale bescherming genieten, stelt deze verordening gemeenschappelijke criteria vast om derde landen als veilige landen van herkomst aan te merken; omdat de toepassing van het begrip veilig land van herkomst moet worden versterkt als een wezenlijk instrument om verzoeken die waarschijnlijk ongegrond zijn, sneller te verwerken, stelt deze verordening een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vast. Deze lijst zal de asielstelsels van de lidstaten doeltreffender maken op het gebied van verzoeken om internationale bescherming die waarschijnlijk ongegrond zijn en zal bepaalde verschillen tussen de nationale lijsten van veilige landen van herkomst van de lidstaten wegwerken. |
Or. fr
Amendement 359
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Overweging 45
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(45) Fundamenteel voor de gegrondheid van een verzoek om internationale bescherming is de veiligheid van de verzoeker in zijn land van herkomst. Omdat Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) streeft naar een hoog niveau van convergentie van de normen om onderdanen van derde landen en staatlozen in aanmerking te nemen voor erkenning als personen die internationale bescherming genieten, stelt deze verordening gemeenschappelijke criteria vast om derde landen als veilige landen van herkomst aan te merken; omdat de toepassing van het begrip veilig land van herkomst moet worden versterkt als een wezenlijk instrument om verzoeken die waarschijnlijk ongegrond zijn, sneller te verwerken, stelt deze verordening een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vast. | (45) Fundamenteel voor de gegrondheid van een verzoek om internationale bescherming is de veiligheid van de verzoeker in zijn land van herkomst. Omdat Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) streeft naar een hoog niveau van convergentie van de normen om onderdanen van derde landen en staatlozen in aanmerking te nemen voor erkenning als personen die internationale bescherming genieten, stelt deze verordening gemeenschappelijke criteria vast om derde landen als veilige landen van herkomst aan te merken, evenals een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. |
Or. en
Amendement 360
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 45
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(45) Fundamenteel voor de gegrondheid van een verzoek om internationale bescherming is de veiligheid van de verzoeker in zijn land van herkomst. Omdat Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) streeft naar een hoog niveau van convergentie van de normen om onderdanen van derde landen en staatlozen in aanmerking te nemen voor erkenning als personen die internationale bescherming genieten, stelt deze verordening gemeenschappelijke criteria vast om derde landen als veilige landen van herkomst aan te merken; omdat de toepassing van het begrip veilig land van herkomst moet worden versterkt als een wezenlijk instrument om verzoeken die waarschijnlijk ongegrond zijn, sneller te verwerken, stelt deze verordening een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vast. | (45) Fundamenteel voor de gegrondheid van een verzoek om internationale bescherming is de veiligheid van de verzoeker in zijn land van herkomst. Omdat Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) streeft naar een hoog niveau van convergentie van de normen om onderdanen van derde landen en staatlozen in aanmerking te nemen voor erkenning als personen die internationale bescherming genieten, stelt deze richtlijn gemeenschappelijke criteria vast om derde landen als veilige landen van herkomst aan te merken; omdat de toepassing van het begrip veilig land van herkomst moet worden versterkt als een wezenlijk instrument om verzoeken die waarschijnlijk ongegrond zijn, sneller te verwerken, stelt deze richtlijn een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vast. |
Or. fr
Amendement 361
Udo Voigt
Voorstel voor een verordening
Overweging 46
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(46) Het feit dat een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld is, kan geen absolute waarborg vormen voor de veiligheid van de onderdanen van dat land en maakt daarom niet een passende individuele behandeling van hun verzoeken om internationale bescherming overbodig. De aard van de aan de aanmerking ten grondslag liggende beoordeling impliceert dat er enkel rekening kan worden gehouden met de algemene civiele, juridische en politieke omstandigheden in dat land en met het feit dat actoren van vervolging, foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing in de praktijk worden gestraft wanneer zij in dat land schuldig worden bevonden. Indien een verzoeker geldige redenen aanvoert om het land in zijn bijzondere omstandigheden als niet-veilig te beschouwen, kan daarom de aanmerking van het land als veilig niet langer als voor hem ter zake doende worden beschouwd. | Schrappen |
Or. de
Amendement 362
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 46
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(46) Het feit dat een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld is, kan geen absolute waarborg vormen voor de veiligheid van de onderdanen van dat land en maakt daarom niet een passende individuele behandeling van hun verzoeken om internationale bescherming overbodig. De aard van de aan de aanmerking ten grondslag liggende beoordeling impliceert dat er enkel rekening kan worden gehouden met de algemene civiele, juridische en politieke omstandigheden in dat land en met het feit dat actoren van vervolging, foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing in de praktijk worden gestraft wanneer zij in dat land schuldig worden bevonden. Indien een verzoeker geldige redenen aanvoert om het land in zijn bijzondere omstandigheden als niet-veilig te beschouwen, kan daarom de aanmerking van het land als veilig niet langer als voor hem ter zake doende worden beschouwd. | Schrappen |
Or. en
Amendement 363
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 46
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(46) Het feit dat een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld is, kan geen absolute waarborg vormen voor de veiligheid van de onderdanen van dat land en maakt daarom niet een passende individuele behandeling van hun verzoeken om internationale bescherming overbodig. De aard van de aan de aanmerking ten grondslag liggende beoordeling impliceert dat er enkel rekening kan worden gehouden met de algemene civiele, juridische en politieke omstandigheden in dat land en met het feit dat actoren van vervolging, foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing in de praktijk worden gestraft wanneer zij in dat land schuldig worden bevonden. Indien een verzoeker geldige redenen aanvoert om het land in zijn bijzondere omstandigheden als niet-veilig te beschouwen, kan daarom de aanmerking van het land als veilig niet langer als voor hem ter zake doende worden beschouwd. | (46) Het feit dat een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld is, kan geen absolute waarborg vormen voor de veiligheid van de onderdanen van dat land en maakt daarom niet een passende individuele behandeling van hun verzoeken om internationale bescherming overbodig. De aard van de aan de aanmerking ten grondslag liggende beoordeling impliceert dat er enkel rekening kan worden gehouden met de algemene civiele, juridische en politieke omstandigheden in dat land en met het feit dat actoren van vervolging, foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing in de praktijk worden gestraft wanneer zij in dat land schuldig worden bevonden. Bij uitzondering kan, indien een verzoeker geldige redenen aanvoert om het land in zijn bijzondere omstandigheden als niet-veilig te beschouwen, de aanmerking van het land als veilig niet langer als voor hem ter zake doende worden beschouwd. |
Or. en
Amendement 364
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Overweging 46
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(46) Het feit dat een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld is, kan geen absolute waarborg vormen voor de veiligheid van de onderdanen van dat land en maakt daarom niet een passende individuele behandeling van hun verzoeken om internationale bescherming overbodig. De aard van de aan de aanmerking ten grondslag liggende beoordeling impliceert dat er enkel rekening kan worden gehouden met de algemene civiele, juridische en politieke omstandigheden in dat land en met het feit dat actoren van vervolging, foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing in de praktijk worden gestraft wanneer zij in dat land schuldig worden bevonden. Indien een verzoeker geldige redenen aanvoert om het land in zijn bijzondere omstandigheden als niet-veilig te beschouwen, kan daarom de aanmerking van het land als veilig niet langer als voor hem ter zake doende worden beschouwd. | (46) Het feit dat een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld is, kan geen absolute waarborg vormen voor de veiligheid van de onderdanen van dat land en maakt daarom niet een passende individuele behandeling van hun verzoeken om internationale bescherming overbodig. De aard van de aan de aanmerking ten grondslag liggende beoordeling impliceert dat er enkel rekening kan worden gehouden met de algemene civiele, juridische en politieke omstandigheden in dat land en met het feit dat actoren van vervolging, foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing in de praktijk worden gestraft wanneer zij in dat land schuldig worden bevonden. Indien een verzoeker redenen aanvoert om het land in zijn bijzondere omstandigheden als niet-veilig te beschouwen, kan daarom de aanmerking van het land als veilig niet langer als voor hem ter zake doende worden beschouwd. |
Or. en
Amendement 365
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 47
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(47) Wat de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen betreft, voorziet deze verordening in een dergelijke aanmerking. Derde landen moeten op het niveau van de Unie als veilige derde landen worden aangemerkt door middel van een wijziging van deze verordening op basis van de in deze verordening vastgestelde voorwaarden en nadat een gedetailleerde, op feiten gebaseerde beoordeling is uitgevoerd die een inhoudelijk onderzoek en een brede raadpleging van de lidstaten en relevante belanghebbenden omvat. | Schrappen |
Or. en
Amendement 366
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Overweging 47
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(47) Wat de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen betreft, voorziet deze verordening in een dergelijke aanmerking. Derde landen moeten op het niveau van de Unie als veilige derde landen worden aangemerkt door middel van een wijziging van deze verordening op basis van de in deze verordening vastgestelde voorwaarden en nadat een gedetailleerde, op feiten gebaseerde beoordeling is uitgevoerd die een inhoudelijk onderzoek en een brede raadpleging van de lidstaten en relevante belanghebbenden omvat. | Schrappen |
Or. en
Amendement 367
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Overweging 47
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(47) Wat de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen betreft, voorziet deze verordening in een dergelijke aanmerking. Derde landen moeten op het niveau van de Unie als veilige derde landen worden aangemerkt door middel van een wijziging van deze verordening op basis van de in deze verordening vastgestelde voorwaarden en nadat een gedetailleerde, op feiten gebaseerde beoordeling is uitgevoerd die een inhoudelijk onderzoek en een brede raadpleging van de lidstaten en relevante belanghebbenden omvat. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ingediend om de consistentie met latere amendementen te waarborgen.
Amendement 368
Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Overweging 47
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(47) Wat de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen betreft, voorziet deze verordening in een dergelijke aanmerking. Derde landen moeten op het niveau van de Unie als veilige derde landen worden aangemerkt door middel van een wijziging van deze verordening op basis van de in deze verordening vastgestelde voorwaarden en nadat een gedetailleerde, op feiten gebaseerde beoordeling is uitgevoerd die een inhoudelijk onderzoek en een brede raadpleging van de lidstaten en relevante belanghebbenden omvat. | (47) Wat de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen betreft, voorziet deze verordening in een dergelijke aanmerking. Derde landen moeten op het niveau van de Unie als veilige derde landen worden aangemerkt door middel van een wijziging van deze verordening op basis van de in deze verordening vastgestelde voorwaarden en nadat een gedetailleerde, op feiten gebaseerde beoordeling is uitgevoerd die een inhoudelijk onderzoek en een brede raadpleging van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie en relevante belanghebbenden omvat. |
Or. fr
Amendement 369
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 47
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(47) Wat de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen betreft, voorziet deze verordening in een dergelijke aanmerking. Derde landen moeten op het niveau van de Unie als veilige derde landen worden aangemerkt door middel van een wijziging van deze verordening op basis van de in deze verordening vastgestelde voorwaarden en nadat een gedetailleerde, op feiten gebaseerde beoordeling is uitgevoerd die een inhoudelijk onderzoek en een brede raadpleging van de lidstaten en relevante belanghebbenden omvat. | (47) Wat de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen betreft, voorziet deze richtlijn in een dergelijke aanmerking. Derde landen moeten op het niveau van de Unie als veilige derde landen worden aangemerkt door middel van een wijziging van deze richtlijn op basis van de in deze richtlijn vastgestelde voorwaarden en nadat een gedetailleerde, op feiten gebaseerde beoordeling is uitgevoerd die een inhoudelijk onderzoek en een brede raadpleging van de lidstaten en relevante belanghebbenden omvat. |
Or. fr
Amendement 370
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 47
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(47) Wat de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen betreft, voorziet deze verordening in een dergelijke aanmerking. Derde landen moeten op het niveau van de Unie als veilige derde landen worden aangemerkt door middel van een wijziging van deze verordening op basis van de in deze verordening vastgestelde voorwaarden en nadat een gedetailleerde, op feiten gebaseerde beoordeling is uitgevoerd die een inhoudelijk onderzoek en een brede raadpleging van de lidstaten en relevante belanghebbenden omvat. | (47) Wat de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen betreft, voorziet deze verordening in een dergelijke aanmerking. Derde landen moeten op het niveau van de Unie als veilige derde landen worden aangemerkt door middel van een wijziging van deze verordening op basis van de in deze verordening vastgestelde voorwaarden en nadat een gedetailleerde, op feiten gebaseerde beoordeling is uitgevoerd die een inhoudelijk onderzoek en een brede raadpleging van de lidstaten omvat. |
Or. en
Amendement 371
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 48
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(48) De vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst en een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige derde landen moet een antwoord bieden op sommige van de bestaande verschillen tussen de nationale lijsten van veilige landen van de lidstaten. Hoewel de lidstaten bevoegd moeten blijven om wetgeving toe te passen of in te voeren die het mogelijk maakt om op nationaal niveau andere derde landen dan die welke op het niveau van de Unie als veilige derde landen zijn aangemerkt, of die welke op de gemeenschappelijke EU-lijst vermeld zijn, als veilige landen van herkomst aan te merken, moet de vaststelling van een dergelijke gemeenschappelijke aanmerking of lijst ervoor zorgen dat het begrip door alle lidstaten op eenvormige wijze wordt toegepast met betrekking tot verzoekers wier landen van herkomst op deze lijst staan of die een band met een veilig derde land hebben. Dit moet een eenvormige toepassing van de procedures vergemakkelijken en daardoor ook secundaire bewegingen van verzoekers om internationale bescherming tegengaan. Daarom moet de mogelijkheid om nationale lijsten of aanmerkingen te gebruiken aflopen binnen een termijn van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening. | Schrappen |
Or. en
Amendement 372
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Bodil Valero
Voorstel voor een verordening
Overweging 48
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(48) De vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst en een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige derde landen moet een antwoord bieden op sommige van de bestaande verschillen tussen de nationale lijsten van veilige landen van de lidstaten. Hoewel de lidstaten bevoegd moeten blijven om wetgeving toe te passen of in te voeren die het mogelijk maakt om op nationaal niveau andere derde landen dan die welke op het niveau van de Unie als veilige derde landen zijn aangemerkt, of die welke op de gemeenschappelijke EU-lijst vermeld zijn, als veilige landen van herkomst aan te merken, moet de vaststelling van een dergelijke gemeenschappelijke aanmerking of lijst ervoor zorgen dat het begrip door alle lidstaten op eenvormige wijze wordt toegepast met betrekking tot verzoekers wier landen van herkomst op deze lijst staan of die een band met een veilig derde land hebben. Dit moet een eenvormige toepassing van de procedures vergemakkelijken en daardoor ook secundaire bewegingen van verzoekers om internationale bescherming tegengaan. Daarom moet de mogelijkheid om nationale lijsten of aanmerkingen te gebruiken aflopen binnen een termijn van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening. | Schrappen |
Or. en
Amendement 373
Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Overweging 48
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(48) De vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst en een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige derde landen moet een antwoord bieden op sommige van de bestaande verschillen tussen de nationale lijsten van veilige landen van de lidstaten. Hoewel de lidstaten bevoegd moeten blijven om wetgeving toe te passen of in te voeren die het mogelijk maakt om op nationaal niveau andere derde landen dan die welke op het niveau van de Unie als veilige derde landen zijn aangemerkt, of die welke op de gemeenschappelijke EU-lijst vermeld zijn, als veilige landen van herkomst aan te merken, moet de vaststelling van een dergelijke gemeenschappelijke aanmerking of lijst ervoor zorgen dat het begrip door alle lidstaten op eenvormige wijze wordt toegepast met betrekking tot verzoekers wier landen van herkomst op deze lijst staan of die een band met een veilig derde land hebben. Dit moet een eenvormige toepassing van de procedures vergemakkelijken en daardoor ook secundaire bewegingen van verzoekers om internationale bescherming tegengaan. Daarom moet de mogelijkheid om nationale lijsten of aanmerkingen te gebruiken aflopen binnen een termijn van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening. | (48) De vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst en een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige derde landen moet een antwoord bieden op sommige van de bestaande verschillen tussen de nationale lijsten van veilige landen van de lidstaten. Hoewel de lidstaten bevoegd moeten blijven om wetgeving toe te passen of in te voeren die het mogelijk maakt om op nationaal niveau andere derde landen dan die welke op het niveau van de Unie als veilige derde landen zijn aangemerkt, of die welke op de gemeenschappelijke EU-lijst vermeld zijn, als veilige landen van herkomst aan te merken, moet de vaststelling van een dergelijke gemeenschappelijke aanmerking of lijst ervoor zorgen dat het begrip door alle lidstaten op eenvormige wijze wordt toegepast met betrekking tot verzoekers wier landen van herkomst op deze lijst staan of die een band met een veilig derde land hebben. Dit moet een eenvormige toepassing van de procedures vergemakkelijken en daardoor ook secundaire bewegingen van verzoekers om internationale bescherming tegengaan. Daarom moet de mogelijkheid om nationale lijsten of aanmerkingen te gebruiken aflopen binnen een termijn van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening. Tijdens die termijn moeten de lidstaten de samenhang tussen de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst en de nationale lijsten waarborgen. Een land dat van de gemeenschappelijke EU-lijst wordt geschorst of geschrapt, mag op nationaal niveau niet als een veilig land van herkomst worden aangemerkt. |
Or. fr
Amendement 374
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Overweging 48
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(48) De vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst en een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige derde landen moet een antwoord bieden op sommige van de bestaande verschillen tussen de nationale lijsten van veilige landen van de lidstaten. Hoewel de lidstaten bevoegd moeten blijven om wetgeving toe te passen of in te voeren die het mogelijk maakt om op nationaal niveau andere derde landen dan die welke op het niveau van de Unie als veilige derde landen zijn aangemerkt, of die welke op de gemeenschappelijke EU-lijst vermeld zijn, als veilige landen van herkomst aan te merken, moet de vaststelling van een dergelijke gemeenschappelijke aanmerking of lijst ervoor zorgen dat het begrip door alle lidstaten op eenvormige wijze wordt toegepast met betrekking tot verzoekers wier landen van herkomst op deze lijst staan of die een band met een veilig derde land hebben. Dit moet een eenvormige toepassing van de procedures vergemakkelijken en daardoor ook secundaire bewegingen van verzoekers om internationale bescherming tegengaan. Daarom moet de mogelijkheid om nationale lijsten of aanmerkingen te gebruiken aflopen binnen een termijn van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening. | (48) De vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst moet een antwoord bieden op sommige van de bestaande verschillen tussen de nationale lijsten van veilige landen van herkomst van de lidstaten. Hoewel de lidstaten bevoegd moeten blijven om wetgeving toe te passen of in te voeren die het mogelijk maakt om op nationaal niveau derde landen als veilige landen van herkomst aan te merken, moet de vaststelling van een dergelijke gemeenschappelijke lijst ervoor zorgen dat het begrip door alle lidstaten op eenvormige wijze wordt toegepast met betrekking tot verzoekers wier landen van herkomst op deze lijst staan. Dit moet een eenvormige toepassing van de procedures vergemakkelijken en daardoor ook secundaire bewegingen van verzoekers om internationale bescherming tegengaan. Daarom moet de mogelijkheid om nationale lijsten van veilige landen van herkomst te gebruiken aflopen binnen een termijn van drie jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ingediend om de consistentie met latere amendementen te waarborgen.
Amendement 375
Maria Grapini
Voorstel voor een verordening
Overweging 48
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(48) De vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst en een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige derde landen moet een antwoord bieden op sommige van de bestaande verschillen tussen de nationale lijsten van veilige landen van de lidstaten. Hoewel de lidstaten bevoegd moeten blijven om wetgeving toe te passen of in te voeren die het mogelijk maakt om op nationaal niveau andere derde landen dan die welke op het niveau van de Unie als veilige derde landen zijn aangemerkt, of die welke op de gemeenschappelijke EU-lijst vermeld zijn, als veilige landen van herkomst aan te merken, moet de vaststelling van een dergelijke gemeenschappelijke aanmerking of lijst ervoor zorgen dat het begrip door alle lidstaten op eenvormige wijze wordt toegepast met betrekking tot verzoekers wier landen van herkomst op deze lijst staan of die een band met een veilig derde land hebben. Dit moet een eenvormige toepassing van de procedures vergemakkelijken en daardoor ook secundaire bewegingen van verzoekers om internationale bescherming tegengaan. Daarom moet de mogelijkheid om nationale lijsten of aanmerkingen te gebruiken aflopen binnen een termijn van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening. | (48) De vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst en een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige derde landen moet een antwoord bieden op sommige van de bestaande verschillen tussen de nationale lijsten van veilige landen van de lidstaten en de snelle behandeling van verzoeken bevorderen. Hoewel de lidstaten bevoegd moeten blijven om wetgeving toe te passen of in te voeren die het mogelijk maakt om op nationaal niveau andere derde landen dan die welke op het niveau van de Unie als veilige derde landen zijn aangemerkt, of die welke op de gemeenschappelijke EU-lijst vermeld zijn, als veilige landen van herkomst aan te merken, moet de vaststelling van een dergelijke gemeenschappelijke aanmerking of lijst ervoor zorgen dat het begrip door alle lidstaten op eenvormige wijze wordt toegepast met betrekking tot verzoekers wier landen van herkomst op deze lijst staan of die een band met een veilig derde land hebben. Dit moet een eenvormige toepassing van de procedures vergemakkelijken en daardoor ook secundaire bewegingen van verzoekers om internationale bescherming tegengaan. Dit EU-mechanisme moet tijdens een overgangsperiode samen met de nationale lijsten bestaan. Daarom moet de mogelijkheid om nationale lijsten of aanmerkingen te gebruiken aflopen binnen een termijn van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening. |
Or. ro
Amendement 376
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 48
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(48) De vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst en een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige derde landen moet een antwoord bieden op sommige van de bestaande verschillen tussen de nationale lijsten van veilige landen van de lidstaten. Hoewel de lidstaten bevoegd moeten blijven om wetgeving toe te passen of in te voeren die het mogelijk maakt om op nationaal niveau andere derde landen dan die welke op het niveau van de Unie als veilige derde landen zijn aangemerkt, of die welke op de gemeenschappelijke EU-lijst vermeld zijn, als veilige landen van herkomst aan te merken, moet de vaststelling van een dergelijke gemeenschappelijke aanmerking of lijst ervoor zorgen dat het begrip door alle lidstaten op eenvormige wijze wordt toegepast met betrekking tot verzoekers wier landen van herkomst op deze lijst staan of die een band met een veilig derde land hebben. Dit moet een eenvormige toepassing van de procedures vergemakkelijken en daardoor ook secundaire bewegingen van verzoekers om internationale bescherming tegengaan. Daarom moet de mogelijkheid om nationale lijsten of aanmerkingen te gebruiken aflopen binnen een termijn van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening. | (48) De vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst en een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige derde landen moet een antwoord bieden op sommige van de bestaande verschillen tussen de nationale lijsten van veilige landen van de lidstaten. Hoewel de lidstaten bevoegd moeten blijven om wetgeving toe te passen of in te voeren die het mogelijk maakt om op nationaal niveau andere derde landen dan die welke op het niveau van de Unie als veilige derde landen zijn aangemerkt, of die welke op de gemeenschappelijke EU-lijst vermeld zijn, als veilige landen van herkomst aan te merken, moet de vaststelling van een dergelijke gemeenschappelijke aanmerking of lijst ervoor zorgen dat het begrip door alle lidstaten op eenvormige wijze wordt toegepast met betrekking tot verzoekers wier landen van herkomst op deze lijst staan of die een band met een veilig derde land hebben. Dit moet een eenvormige toepassing van de procedures vergemakkelijken en daardoor ook secundaire bewegingen van verzoekers om internationale bescherming tegengaan. |
Or. en
Amendement 377
Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Overweging 48 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (48 bis) Met het oog op de harmonisatie van de nationale lijsten van veilige landen van herkomst verricht de Europese Commissie regelmatig een onderzoek van de toestand in derde landen om na te gaan of de gemeenschappelijke lijst van veilige landen van herkomst volledig en doeltreffend is. In voorkomend geval moet zij vervolgens een voorstel opstellen om de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst uit te breiden. De lidstaten moeten eveneens voorstellen kunnen indienen bij de Commissie om derde landen toe te voegen aan die gemeenschappelijke lijst van veilige landen van herkomst. De Commissie moet deze voorstellen dan binnen een termijn van zes maanden onderzoeken op grond van een reeks informatiebronnen waarover zij beschikt en stelt, in voorkomend geval, een voorstel op om de gemeenschappelijke lijst van veilige landen van herkomst uit te breiden. De Commissie moet ervoor zorgen dat de aanwezigheid van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst gepaard gaat met een efficiënt Europees terugkeerbeleid dat voorziet in doelmatige overnameovereenkomsten waarvan de volledige naleving een voorwaarde vormt voor de uitkering van Europese steun aan dat land. |
Or. fr
Amendement 378
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Overweging 48 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (48 bis) Het doel van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst mag niet zijn om het aantal asielzoekers te verminderen die afkomstig zijn uit landen waaruit een groot aantal asielzoekers afkomstig is waarvan het aantal ingewilligde verzoeken laag is. De aanmerking van een derde land als veilig land van herkomst mag uitsluitend gebaseerd zijn op een beoordeling of de situatie van dat land overeenstemt met de in deze verordening vastgestelde gemeenschappelijke criteria voor het aanmerken van derde landen als veilige landen van herkomst. |
Or. en
Amendement 379
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 49
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(49) De Commissie moet regelmatig de situatie in derde landen die op het niveau van de Unie als veilige derde landen zijn aangemerkt of die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld zijn, evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie. In geval van een plotselinge verslechtering in de situatie van een dergelijk derde land, moet de Commissie de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst kunnen schorsen voor een beperkte termijn door middel van een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Daarenboven moet de Commissie in dat geval binnen drie maanden na de vaststelling van de gedelegeerde handeling waarbij het derde land wordt geschorst, een wijziging voorstellen om het derde land niet langer op het niveau van de Unie als een veilig derde land aan te merken of om dat derde land te schrappen uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. | Schrappen |
Or. en
Amendement 380
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 49
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(49) De Commissie moet regelmatig de situatie in derde landen die op het niveau van de Unie als veilige derde landen zijn aangemerkt of die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld zijn, evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie. In geval van een plotselinge verslechtering in de situatie van een dergelijk derde land, moet de Commissie de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst kunnen schorsen voor een beperkte termijn door middel van een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Daarenboven moet de Commissie in dat geval binnen drie maanden na de vaststelling van de gedelegeerde handeling waarbij het derde land wordt geschorst, een wijziging voorstellen om het derde land niet langer op het niveau van de Unie als een veilig derde land aan te merken of om dat derde land te schrappen uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. | (49) De Commissie moet regelmatig de situatie in derde landen die op het niveau van de Unie als veilige derde landen zijn aangemerkt of die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld zijn, evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie en de situatie in mogelijke nieuwe landen van nabij volgen met de bedoeling deze op Unieniveau als veilige derde landen aan te merken of ze toe te voegen aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. In geval van een plotselinge verslechtering in de situatie van een dergelijk derde land, moet de Commissie de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst kunnen schorsen voor een beperkte termijn door middel van een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Daarenboven moet de Commissie in dat geval binnen drie maanden na de vaststelling van de gedelegeerde handeling waarbij het derde land wordt geschorst, een wijziging voorstellen om het derde land niet langer op het niveau van de Unie als een veilig derde land aan te merken of om dat derde land te schrappen uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. |
Or. en
Amendement 381
Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Overweging 49
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(49) De Commissie moet regelmatig de situatie in derde landen die op het niveau van de Unie als veilige derde landen zijn aangemerkt of die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld zijn, evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie. In geval van een plotselinge verslechtering in de situatie van een dergelijk derde land, moet de Commissie de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst kunnen schorsen voor een beperkte termijn door middel van een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Daarenboven moet de Commissie in dat geval binnen drie maanden na de vaststelling van de gedelegeerde handeling waarbij het derde land wordt geschorst, een wijziging voorstellen om het derde land niet langer op het niveau van de Unie als een veilig derde land aan te merken of om dat derde land te schrappen uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. | (49) De Commissie moet regelmatig de situatie in derde landen die op het niveau van de Unie als veilige derde landen zijn aangemerkt of die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld zijn, evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie. In geval van een plotselinge verslechtering in de situatie van een dergelijk derde land, moet de Commissie de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst kunnen schorsen voor een beperkte termijn door middel van een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Daarenboven moet de Commissie in dat geval binnen drie maanden na de vaststelling van de gedelegeerde handeling waarbij het derde land wordt geschorst, een wijziging voorstellen om het derde land niet langer op het niveau van de Unie als een veilig derde land aan te merken of om dat derde land te schrappen uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. Indien een dergelijk voorstel niet binnen de vastgestelde termijn wordt ingediend, is de gedelegeerde handeling niet langer van kracht. |
Or. fr
Amendement 382
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 49
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(49) De Commissie moet regelmatig de situatie in derde landen die op het niveau van de Unie als veilige derde landen zijn aangemerkt of die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld zijn, evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie. In geval van een plotselinge verslechtering in de situatie van een dergelijk derde land, moet de Commissie de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst kunnen schorsen voor een beperkte termijn door middel van een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Daarenboven moet de Commissie in dat geval binnen drie maanden na de vaststelling van de gedelegeerde handeling waarbij het derde land wordt geschorst, een wijziging voorstellen om het derde land niet langer op het niveau van de Unie als een veilig derde land aan te merken of om dat derde land te schrappen uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. | (49) De Commissie moet regelmatig de situatie in derde landen die op het niveau van de Unie als veilige derde landen zijn aangemerkt of die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld zijn, evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie. In geval van een plotselinge verslechtering in de situatie van een dergelijk derde land, moet de Commissie de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst kunnen schorsen. Daarenboven moet de Commissie in dat geval binnen drie maanden na de vaststelling van de gedelegeerde handeling waarbij het derde land wordt geschorst, een wijziging voorstellen om het derde land niet langer op het niveau van de Unie als een veilig derde land aan te merken of om dat derde land te schrappen uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. |
Or. en
Amendement 383
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Overweging 49
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(49) De Commissie moet regelmatig de situatie in derde landen die op het niveau van de Unie als veilige derde landen zijn aangemerkt of die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld zijn, evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie. In geval van een plotselinge verslechtering in de situatie van een dergelijk derde land, moet de Commissie de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst kunnen schorsen voor een beperkte termijn door middel van een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Daarenboven moet de Commissie in dat geval binnen drie maanden na de vaststelling van de gedelegeerde handeling waarbij het derde land wordt geschorst, een wijziging voorstellen om het derde land niet langer op het niveau van de Unie als een veilig derde land aan te merken of om dat derde land te schrappen uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. | (49) De Commissie moet regelmatig de situatie in derde landen die op het niveau van de Unie als veilige derde landen zijn aangemerkt of die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld zijn, evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie. In geval van een plotselinge verslechtering in de situatie van een dergelijk derde land, moet de Commissie de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst kunnen schorsen voor een beperkte termijn door middel van een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Daarenboven moet de Commissie in dat geval binnen zes maanden na de vaststelling van de gedelegeerde handeling waarbij het derde land wordt geschorst, een wijziging voorstellen om het derde land niet langer op het niveau van de Unie als een veilig derde land aan te merken of om dat derde land te schrappen uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. |
Or. en
Amendement 384
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 50
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(50) Bij deze onderbouwde beoordeling moet de Commissie rekening houden met een reeks beschikbare informatiebronnen, waaronder met name de jaarlijkse voortgangsverslagen van de Commissie voor derde landen die door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat zijn aangewezen, regelmatige verslagen van de Europese Dienst voor extern optreden en de informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties. De Commissie moet de schorsing van de aanmerking op het niveau van de Unie van een derde land als veilig derde land of de vermelding een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst met een termijn van zes maanden kunnen verlengen, met een mogelijkheid om die verlenging eenmaal te hernieuwen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op passende wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad. | Schrappen |
Or. en
Amendement 385
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 50
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(50) Bij deze onderbouwde beoordeling moet de Commissie rekening houden met een reeks beschikbare informatiebronnen, waaronder met name de jaarlijkse voortgangsverslagen van de Commissie voor derde landen die door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat zijn aangewezen, regelmatige verslagen van de Europese Dienst voor extern optreden en de informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties. De Commissie moet de schorsing van de aanmerking op het niveau van de Unie van een derde land als veilig derde land of de vermelding een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst met een termijn van zes maanden kunnen verlengen, met een mogelijkheid om die verlenging eenmaal te hernieuwen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op passende wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad. | (50) Bij deze onderbouwde beoordeling moet de Commissie rekening houden met een reeks beschikbare informatiebronnen, waaronder met name de jaarlijkse voortgangsverslagen van de Commissie voor derde landen die door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat zijn aangewezen, regelmatige verslagen van de Europese Dienst voor extern optreden en de informatie van de lidstaten en het Asielagentschap van de Europese Unie. De Commissie moet de schorsing van de aanmerking op het niveau van de Unie van een derde land als veilig derde land of de vermelding een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst met een termijn van drie maanden kunnen verlengen, met een mogelijkheid om die verlenging eenmaal te hernieuwen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op passende wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad. |
Or. en
Amendement 386
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 50
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(50) Bij deze onderbouwde beoordeling moet de Commissie rekening houden met een reeks beschikbare informatiebronnen, waaronder met name de jaarlijkse voortgangsverslagen van de Commissie voor derde landen die door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat zijn aangewezen, regelmatige verslagen van de Europese Dienst voor extern optreden en de informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties. De Commissie moet de schorsing van de aanmerking op het niveau van de Unie van een derde land als veilig derde land of de vermelding een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst met een termijn van zes maanden kunnen verlengen, met een mogelijkheid om die verlenging eenmaal te hernieuwen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op passende wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad. | Bij deze onderbouwde beoordeling moet de Commissie rekening houden met een reeks beschikbare informatiebronnen, waaronder met name de jaarlijkse voortgangsverslagen van de Commissie voor derde landen die door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat zijn aangewezen, regelmatige verslagen van de Europese Dienst voor extern optreden en de informatie van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa en andere relevante internationale gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties. De Commissie moet de schorsing van de aanmerking op het niveau van de Unie van een derde land als veilig derde land of de vermelding een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst met een termijn van zes maanden kunnen verlengen, met een mogelijkheid om die verlenging eenmaal te hernieuwen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op passende wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad. |
Or. en
Amendement 387
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 51
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(51) Indien de geldigheidsduur van de gedelegeerde handeling en de verlengingen verstrijkt zonder dat een nieuwe gedelegeerde handeling is vastgesteld, mag de aanmerking op het niveau van de Unie van het derde land als veilig derde land of de vermelding op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst niet langer geschorst zijn. Dit laat alle voorgestelde wijzigingen voor de schrapping van het derde land uit de lijsten onverlet. | Schrappen |
Or. en
Amendement 388
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 51
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(51) Indien de geldigheidsduur van de gedelegeerde handeling en de verlengingen verstrijkt zonder dat een nieuwe gedelegeerde handeling is vastgesteld, mag de aanmerking op het niveau van de Unie van het derde land als veilig derde land of de vermelding op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst niet langer geschorst zijn. Dit laat alle voorgestelde wijzigingen voor de schrapping van het derde land uit de lijsten onverlet. | Schrappen |
Or. en
Amendement 389
Udo Voigt
Voorstel voor een verordening
Overweging 52
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(52) De Commissie moet de situatie in derde landen die uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst of veilige derde landen zijn geschrapt, regelmatig evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie, onder meer indien een lidstaat de Commissie meedeelt dat hij op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat een derde land na veranderingen in de situatie van dat land opnieuw voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening zijn vastgesteld om het als veilig aan te merken. In een dergelijk geval kunnen de lidstaten dat derde land alleen op nationaal niveau als een veilig land van herkomst of een veilig derde land aanmerken, zolang de Commissie tegen die aanmerking geen bezwaar maakt. Indien de Commissie van oordeel is dat aan deze voorwaarden voldaan is, kan zij een wijziging voorstellen aan de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen of aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst zodat het derde land wordt toegevoegd. | Schrappen |
Or. de
Amendement 390
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 52
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(52) De Commissie moet de situatie in derde landen die uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst of veilige derde landen zijn geschrapt, regelmatig evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie, onder meer indien een lidstaat de Commissie meedeelt dat hij op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat een derde land na veranderingen in de situatie van dat land opnieuw voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening zijn vastgesteld om het als veilig aan te merken. In een dergelijk geval kunnen de lidstaten dat derde land alleen op nationaal niveau als een veilig land van herkomst of een veilig derde land aanmerken, zolang de Commissie tegen die aanmerking geen bezwaar maakt. Indien de Commissie van oordeel is dat aan deze voorwaarden voldaan is, kan zij een wijziging voorstellen aan de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen of aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst zodat het derde land wordt toegevoegd. | Schrappen |
Or. en
Amendement 391
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 52
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(52) De Commissie moet de situatie in derde landen die uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst of veilige derde landen zijn geschrapt, regelmatig evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie, onder meer indien een lidstaat de Commissie meedeelt dat hij op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat een derde land na veranderingen in de situatie van dat land opnieuw voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening zijn vastgesteld om het als veilig aan te merken. In een dergelijk geval kunnen de lidstaten dat derde land alleen op nationaal niveau als een veilig land van herkomst of een veilig derde land aanmerken, zolang de Commissie tegen die aanmerking geen bezwaar maakt. Indien de Commissie van oordeel is dat aan deze voorwaarden voldaan is, kan zij een wijziging voorstellen aan de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen of aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst zodat het derde land wordt toegevoegd. | Schrappen |
Or. en
Amendement 392
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 52
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(52) De Commissie moet de situatie in derde landen die uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst of veilige derde landen zijn geschrapt, regelmatig evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie, onder meer indien een lidstaat de Commissie meedeelt dat hij op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat een derde land na veranderingen in de situatie van dat land opnieuw voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening zijn vastgesteld om het als veilig aan te merken. In een dergelijk geval kunnen de lidstaten dat derde land alleen op nationaal niveau als een veilig land van herkomst of een veilig derde land aanmerken, zolang de Commissie tegen die aanmerking geen bezwaar maakt. Indien de Commissie van oordeel is dat aan deze voorwaarden voldaan is, kan zij een wijziging voorstellen aan de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen of aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst zodat het derde land wordt toegevoegd. | (52) De Commissie moet de situatie in derde landen die uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst of veilige derde landen en mogelijke nieuwe dergelijke landen zijn geschrapt, regelmatig evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie, onder meer indien een lidstaat de Commissie meedeelt dat hij op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat een derde land na veranderingen in de situatie van dat land voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening zijn vastgesteld om het als veilig aan te merken. In een dergelijk geval kunnen de lidstaten dat derde land alleen op nationaal niveau als een veilig land van herkomst of een veilig derde land aanmerken. Indien de Commissie van oordeel is dat aan deze voorwaarden voldaan is, moet zij een wijziging voorstellen aan de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen of aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst zodat het derde land wordt toegevoegd. Bij een plotselinge verandering ten goede in een mogelijk derde land, kan de Commissie de procedure van een gedelegeerde handeling toepassen en een wijziging van deze verordening voorstellen teneinde de procedure te versnellen. |
Or. en
Amendement 393
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Overweging 52
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(52) De Commissie moet de situatie in derde landen die uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst of veilige derde landen zijn geschrapt, regelmatig evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie, onder meer indien een lidstaat de Commissie meedeelt dat hij op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat een derde land na veranderingen in de situatie van dat land opnieuw voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening zijn vastgesteld om het als veilig aan te merken. In een dergelijk geval kunnen de lidstaten dat derde land alleen op nationaal niveau als een veilig land van herkomst of een veilig derde land aanmerken, zolang de Commissie tegen die aanmerking geen bezwaar maakt. Indien de Commissie van oordeel is dat aan deze voorwaarden voldaan is, kan zij een wijziging voorstellen aan de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen of aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst zodat het derde land wordt toegevoegd. | (52) De Commissie moet de situatie in derde landen die uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst of veilige derde landen zijn geschrapt, regelmatig evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie. Indien een derde land uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst is geschrapt, kan een lidstaat de Commissie meedelen dat hij van oordeel is dat een derde land na veranderingen in de situatie van dat land opnieuw voldoet aan de criteria die in bijlage I bij deze verordening zijn vastgesteld om aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst te worden toegevoegd. De Commissie onderzoekt elke melding van een lidstaat en dient, indien gepast, een voorstel in bij het Europees Parlement en de Raad om de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst in die zin te wijzigen. Indien de Commissie besluit een dergelijk voorstel niet in te dienen, mogen de lidstaten dat land op nationaal niveau niet als een veilig land van herkomst aanmerken. |
Or. en
Amendement 394
Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Overweging 52
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(52) De Commissie moet de situatie in derde landen die uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst of veilige derde landen zijn geschrapt, regelmatig evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie, onder meer indien een lidstaat de Commissie meedeelt dat hij op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat een derde land na veranderingen in de situatie van dat land opnieuw voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening zijn vastgesteld om het als veilig aan te merken. In een dergelijk geval kunnen de lidstaten dat derde land alleen op nationaal niveau als een veilig land van herkomst of een veilig derde land aanmerken, zolang de Commissie tegen die aanmerking geen bezwaar maakt. Indien de Commissie van oordeel is dat aan deze voorwaarden voldaan is, kan zij een wijziging voorstellen aan de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen of aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst zodat het derde land wordt toegevoegd. | (52) De Commissie moet de situatie in derde landen die uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst of veilige derde landen zijn geschrapt, regelmatig evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie, onder meer indien een lidstaat de Commissie meedeelt dat hij op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat een derde land na veranderingen in de situatie van dat land opnieuw voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening zijn vastgesteld om het als veilig aan te merken. In een dergelijk geval kunnen de lidstaten dat derde land alleen op nationaal niveau als een veilig land van herkomst of een veilig derde land aanmerken, zolang de Commissie tegen die aanmerking geen bezwaar maakt. Indien de Commissie van oordeel is dat aan deze voorwaarden voldaan is, moet zij een wijziging voorstellen aan de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen of aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst zodat het derde land wordt toegevoegd. |
Or. fr
Amendement 395
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 52
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(52) De Commissie moet de situatie in derde landen die uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst of veilige derde landen zijn geschrapt, regelmatig evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie, onder meer indien een lidstaat de Commissie meedeelt dat hij op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat een derde land na veranderingen in de situatie van dat land opnieuw voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening zijn vastgesteld om het als veilig aan te merken. In een dergelijk geval kunnen de lidstaten dat derde land alleen op nationaal niveau als een veilig land van herkomst of een veilig derde land aanmerken, zolang de Commissie tegen die aanmerking geen bezwaar maakt. Indien de Commissie van oordeel is dat aan deze voorwaarden voldaan is, kan zij een wijziging voorstellen aan de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen of aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst zodat het derde land wordt toegevoegd. | De Commissie moet de situatie in derde landen die uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst of veilige derde landen zijn geschrapt, regelmatig evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie, onder meer indien een lidstaat de Commissie meedeelt dat hij op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat een derde land na veranderingen in de situatie van dat land opnieuw voldoet aan de voorwaarden die in deze richtlijn zijn vastgesteld om het als veilig aan te merken. In een dergelijk geval kunnen de lidstaten dat derde land alleen op nationaal niveau als een veilig land van herkomst of een veilig derde land aanmerken, zolang de Commissie tegen die aanmerking geen bezwaar maakt. Indien de Commissie van oordeel is dat aan deze voorwaarden voldaan is, kan zij een wijziging voorstellen aan de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen of aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst zodat het derde land wordt toegevoegd. |
Or. fr
Amendement 396
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 53
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(53) Naar aanleiding van de conclusies van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 20 juli 2015, tijdens welke de lidstaten zijn overeengekomen dat prioriteit moet worden gegeven aan een beoordeling door alle lidstaten van de veiligheid van de Westelijke Balkan, heeft het Asielagentschap van de Europese Unie op 2 september 2015 een vergadering van deskundigen georganiseerd met de lidstaten waarop er een brede consensus over werd bereikt dat Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo*30, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Montenegro en Servië zijn aan te merken als veilige landen van herkomst in de zin van deze verordening. | Schrappen |
_________________ |
|
30 *Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244/99 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo. |
|
Or. en
Amendement 397
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 53
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(53) As Naar aanleiding van de conclusies van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 20 juli 2015, tijdens welke de lidstaten zijn overeengekomen dat prioriteit moet worden gegeven aan een beoordeling door alle lidstaten van de veiligheid van de Westelijke Balkan, heeft het Asielagentschap van de Europese Unie op 2 september 2015 een vergadering van deskundigen georganiseerd met de lidstaten waarop er een brede consensus over werd bereikt dat Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo*30, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Montenegro en Servië zijn aan te merken als veilige landen van herkomst in de zin van deze verordening. | Schrappen |
_________________ |
|
30 *Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244/99 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo. |
|
Or. en
Amendement 398
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 54
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(54) Op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder met name verslagen van de Europese Dienst voor extern optreden en informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties, wordt een aantal derde landen als veilig land van herkomst aangemerkt. | Schrappen |
Or. en
Amendement 399
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 54
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(54) Op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder met name verslagen van de Europese Dienst voor extern optreden en informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties, wordt een aantal derde landen als veilig land van herkomst aangemerkt. | Schrappen |
Or. en
Amendement 400
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 54
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(54) Op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder met name verslagen van de Europese Dienst voor extern optreden en informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties, wordt een aantal derde landen als veilig land van herkomst aangemerkt. | (54) Op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder met name verslagen van de Europese Dienst voor extern optreden en informatie van de lidstaten en het Asielagentschap van de Europese Unie, wordt een aantal derde landen als veilig land van herkomst aangemerkt. |
Or. en
Amendement 401
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 55
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(55) In Albanië vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in vier van de in totaal 150 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 7,8 % (1040) van de asielaanvragen van burgers van Albanië gegrond was. Ten minste acht lidstaten hebben Albanië als veilig land van herkomst aangemerkt. Albanië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen. Op het tijdstip van aanmerking luidde het oordeel dat Albanië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Albanië moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. | Schrappen |
Or. en
Amendement 402
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 55
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(55) In Albanië vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in vier van de in totaal 150 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 7,8 % (1040) van de asielaanvragen van burgers van Albanië gegrond was. Ten minste acht lidstaten hebben Albanië als veilig land van herkomst aangemerkt. Albanië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen. Op het tijdstip van aanmerking luidde het oordeel dat Albanië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Albanië moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. | Schrappen |
Or. en
Amendement 403
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Overweging 55
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(55) In Albanië vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in vier van de in totaal 150 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 7,8 % (1040) van de asielaanvragen van burgers van Albanië gegrond was. Ten minste acht lidstaten hebben Albanië als veilig land van herkomst aangemerkt. Albanië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen. Op het tijdstip van aanmerking luidde het oordeel dat Albanië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Albanië moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. | (55) In Albanië vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in vier van de in totaal 150 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 7,8 % (1040) van de asielaanvragen van burgers van Albanië gegrond was. Ten minste acht lidstaten hebben Albanië als veilig land van herkomst aangemerkt. Albanië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen. Op het tijdstip van aanmerking luidde het oordeel dat Albanië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Albanië moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. |
Or. bg
Amendement 404
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 56
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(56) In Bosnië en Herzegovina bepaalt de grondwet de wijze waarop de verschillende bevolkingsgroepen van het land de macht onderling delen. De materiële en procedurele wetgeving op het gebied van mensenrechten en antidiscriminatie, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, vormt een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in vijf van de in totaal 1196 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 4,6 % (330) van de asielaanvragen van burgers van Bosnië en Herzegovina gegrond was. Ten minste negen lidstaten hebben Bosnië en Herzegovina als veilig land van herkomst aangemerkt. | Schrappen |
Or. en
Amendement 405
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 56
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(56) In Bosnië en Herzegovina bepaalt de grondwet de wijze waarop de verschillende bevolkingsgroepen van het land de macht onderling delen. De materiële en procedurele wetgeving op het gebied van mensenrechten en antidiscriminatie, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, vormt een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in vijf van de in totaal 1196 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 4,6 % (330) van de asielaanvragen van burgers van Bosnië en Herzegovina gegrond was. Ten minste negen lidstaten hebben Bosnië en Herzegovina als veilig land van herkomst aangemerkt. | Schrappen |
Or. en
Amendement 406
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Overweging 56
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(56) In Bosnië en Herzegovina bepaalt de grondwet de wijze waarop de verschillende bevolkingsgroepen van het land de macht onderling delen. De materiële en procedurele wetgeving op het gebied van mensenrechten en antidiscriminatie, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, vormt een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in vijf van de in totaal 1196 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 4,6 % (330) van de asielaanvragen van burgers van Bosnië en Herzegovina gegrond was. Ten minste negen lidstaten hebben Bosnië en Herzegovina als veilig land van herkomst aangemerkt. | (56) In Bosnië en Herzegovina bepaalt de grondwet de wijze waarop de verschillende bevolkingsgroepen van het land de macht onderling delen. De materiële en procedurele wetgeving op het gebied van mensenrechten en antidiscriminatie, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, vormt een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in vijf van de in totaal 1196 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 4,6 % (330) van de asielaanvragen van burgers van Bosnië en Herzegovina gegrond was. Ten minste negen lidstaten hebben Bosnië en Herzegovina als veilig land van herkomst aangemerkt. |
Or. bg
Amendement 407
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 57
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(57) In de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in zes van de in totaal 502 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 0,9 % (70) van de asielaanvragen van burgers van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gegrond was. Ten minste zeven lidstaten hebben de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië als veilig land van herkomst aangemerkt. De voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen. Op het tijdstip van de aanmerking luidde het oordeel dat de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen. De voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. | Schrappen |
Or. en
Amendement 408
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 57
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(57) In de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in zes van de in totaal 502 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 0,9 % (70) van de asielaanvragen van burgers van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gegrond was. Ten minste zeven lidstaten hebben de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië als veilig land van herkomst aangemerkt. De voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen. Op het tijdstip van de aanmerking luidde het oordeel dat de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen. De voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. | Schrappen |
Or. en
Amendement 409
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Overweging 57
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(57) In de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in zes van de in totaal 502 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 0,9 % (70) van de asielaanvragen van burgers van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gegrond was. Ten minste zeven lidstaten hebben de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië als veilig land van herkomst aangemerkt. De voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen. Op het tijdstip van de aanmerking luidde het oordeel dat de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen. De voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. | (57) In de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in zes van de in totaal 502 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 0,9 % (70) van de asielaanvragen van burgers van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gegrond was. Ten minste zeven lidstaten hebben de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië als veilig land van herkomst aangemerkt. De voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen. Op het tijdstip van de aanmerking luidde het oordeel dat de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen. De voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. |
Or. bg
Amendement 410
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 58
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(58) In Kosovo* vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. Het feit dat Kosovo* geen partij is bij relevante internationale instrumenten op het gebied van de mensenrechten, zoals het EVRM, vloeit voort uit het ontbreken van een internationale consensus over zijn status als soevereine staat. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 6,3 % (830) van de asielaanvragen van burgers van Kosovo* gegrond was. Ten minste zes lidstaten hebben Kosovo* als veilig land van herkomst aangemerkt. | Schrappen |
Or. en
Amendement 411
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Overweging 58
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(58) In Kosovo* vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. Het feit dat Kosovo* geen partij is bij relevante internationale instrumenten op het gebied van de mensenrechten, zoals het EVRM, vloeit voort uit het ontbreken van een internationale consensus over zijn status als soevereine staat. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 6,3 % (830) van de asielaanvragen van burgers van Kosovo* gegrond was. Ten minste zes lidstaten hebben Kosovo* als veilig land van herkomst aangemerkt. | Schrappen |
Or. en
Amendement 412
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Overweging 58
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(58) In Kosovo* vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. Het feit dat Kosovo* geen partij is bij relevante internationale instrumenten op het gebied van de mensenrechten, zoals het EVRM, vloeit voort uit het ontbreken van een internationale consensus over zijn status als soevereine staat. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 6,3 % (830) van de asielaanvragen van burgers van Kosovo* gegrond was. Ten minste zes lidstaten hebben Kosovo* als veilig land van herkomst aangemerkt. | (58) In Kosovo* vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. Het feit dat Kosovo* geen partij is bij relevante internationale instrumenten op het gebied van de mensenrechten, zoals het EVRM, vloeit voort uit het ontbreken van een internationale consensus over zijn status als soevereine staat. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 6,3 % (830) van de asielaanvragen van burgers van Kosovo* gegrond was. Ten minste zes lidstaten hebben Kosovo* als veilig land van herkomst aangemerkt. |
Or. bg
Amendement 413
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 59
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(59) Deze verordening laat de conform de nationale gebruiken en het internationale recht bepaalde standpunten van de lidstaten inzake de status van Kosovo onverlet. Daarnaast vormt geen van de termen, bewoordingen of definities die in deze verordening worden gebruikt, een erkenning van Kosovo door de Unie als een onafhankelijke staat, noch een erkenning door individuele lidstaten van Kosovo in die hoedanigheid indien zij daartoe geen stappen hebben ondernomen. Met name het gebruik van de term "landen" impliceert geen erkenning als staat. | Schrappen |
Or. en
Amendement 414
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 59
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(59) Deze verordening laat de conform de nationale gebruiken en het internationale recht bepaalde standpunten van de lidstaten inzake de status van Kosovo. Daarnaast vormt geen van de termen, bewoordingen of definities die in deze verordening worden gebruikt, een erkenning van Kosovo door de Unie als een onafhankelijke staat, noch een erkenning door individuele lidstaten van Kosovo in die hoedanigheid indien zij daartoe geen stappen hebben ondernomen. Met name het gebruik van de term "landen" impliceert geen erkenning als staat. | (59) Deze richtlijn laat de conform de nationale gebruiken en het internationale recht bepaalde standpunten van de lidstaten inzake de status van Kosovo onverlet. Daarnaast vormt geen van de termen, bewoordingen of definities die in deze richtlijn worden gebruikt, een erkenning van Kosovo door de Unie als een onafhankelijke staat, noch een erkenning door individuele lidstaten van Kosovo in die hoedanigheid indien zij daartoe geen stappen hebben ondernomen. Met name het gebruik van de term "landen" impliceert geen erkenning als staat. |
Or. fr
Amendement 415
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 59
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(59) Deze verordening laat de conform de nationale gebruiken en het internationale recht bepaalde standpunten van de lidstaten inzake de status van Kosovo onverlet. Daarnaast vormt geen van de termen, bewoordingen of definities die in deze verordening worden gebruikt, een erkenning van Kosovo door de Unie als een onafhankelijke staat, noch een erkenning door individuele lidstaten van Kosovo in die hoedanigheid indien zij daartoe geen stappen hebben ondernomen. Met name het gebruik van de term "landen" impliceert geen erkenning als staat. | (59) Deze richtlijn laat de conform de nationale gebruiken en het internationale recht bepaalde standpunten van de lidstaten inzake de status van Kosovo onverlet. Daarnaast vormt geen van de termen, bewoordingen of definities die in deze richtlijn worden gebruikt, een erkenning van Kosovo door de Unie als een onafhankelijke staat, noch een erkenning door individuele lidstaten van Kosovo in die hoedanigheid indien zij daartoe geen stappen hebben ondernomen. Met name het gebruik van de term "landen" impliceert geen erkenning als staat. |
Or. en
Amendement 416
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 60
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(60) In Montenegro vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in één van de in totaal 447 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 3,0 % (40) van de asielaanvragen van burgers van Montenegro gegrond was. Ten minste negen lidstaten hebben Montenegro als veilig land van herkomst aangemerkt. Montenegro is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op het tijdstip van de aanmerking luidde het oordeel dat Montenegro voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen. Montenegro moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. | Schrappen |
Or. en
Amendement 417
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 60
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(60) In Montenegro vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in één van de in totaal 447 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 3,0 % (40) van de asielaanvragen van burgers van Montenegro gegrond was. Ten minste negen lidstaten hebben Montenegro als veilig land van herkomst aangemerkt. Montenegro is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op het tijdstip van de aanmerking luidde het oordeel dat Montenegro voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen. Montenegro moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. | Schrappen |
Or. en
Amendement 418
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Overweging 60
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(60) In Montenegro vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in één van de in totaal 447 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 3,0 % (40) van de asielaanvragen van burgers van Montenegro gegrond was. Ten minste negen lidstaten hebben Montenegro als veilig land van herkomst aangemerkt. Montenegro is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op het tijdstip van de aanmerking luidde het oordeel dat Montenegro voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen. Montenegro moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. | (60) In Montenegro vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in één van de in totaal 447 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 3,0 % (40) van de asielaanvragen van burgers van Montenegro gegrond was. Ten minste negen lidstaten hebben Montenegro als veilig land van herkomst aangemerkt. Montenegro is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op het tijdstip van de aanmerking luidde het oordeel dat Montenegro voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen. Montenegro moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. |
Or. bg