Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
2016/0224(COD)
26.6.2017
AMENDEMENTEN
419 - 760
Ontwerpverslag
Laura Ferrara
(PE597.506v01-00)
Gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie
Voorstel voor een verordening
( COM(2016)0467 – C8-0321/2016 – 2016/0224(COD) )
AM_Com_LegReport
Amendement 419
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 61
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(61) In Servië vormt de grondwet de basis voor zelfbestuur van minderheden op het gebied van onderwijs, taalgebruik, informatie en cultuur. De materiële en procedurele wetgeving op het gebied van mensenrechten en antidiscriminatie, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, vormt een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in 16 van de in totaal 11 490 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 1,8 % (400) van de asielaanvragen van burgers van Servië gegrond was. Ten minste negen lidstaten hebben Servië als veilig land van herkomst aangemerkt. Servië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op het tijdstip van de aanmerking luidde het oordeel dat Servië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen. Servië moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. | Schrappen |
Or. en
Amendement 420
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 61
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(61) In Servië vormt de grondwet de basis voor zelfbestuur van minderheden op het gebied van onderwijs, taalgebruik, informatie en cultuur. De materiële en procedurele wetgeving op het gebied van mensenrechten en antidiscriminatie, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, vormt een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in 16 van de in totaal 11 490 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 1,8 % (400) van de asielaanvragen van burgers van Servië gegrond was. Ten minste negen lidstaten hebben Servië als veilig land van herkomst aangemerkt. Servië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op het tijdstip van de aanmerking luidde het oordeel dat Servië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen. Servië moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. | Schrappen |
Or. en
Amendement 421
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Overweging 61
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(61) In Servië vormt de grondwet de basis voor zelfbestuur van minderheden op het gebied van onderwijs, taalgebruik, informatie en cultuur. De materiële en procedurele wetgeving op het gebied van mensenrechten en antidiscriminatie, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, vormt een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in 16 van de in totaal 11 490 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 1,8 % (400) van de asielaanvragen van burgers van Servië gegrond was. Ten minste negen lidstaten hebben Servië als veilig land van herkomst aangemerkt. Servië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op het tijdstip van de aanmerking luidde het oordeel dat Servië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen. Servië moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. | (61) In Servië vormt de grondwet de basis voor zelfbestuur van minderheden op het gebied van onderwijs, taalgebruik, informatie en cultuur. De materiële en procedurele wetgeving op het gebied van mensenrechten en antidiscriminatie, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, vormt een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in 16 van de in totaal 11 490 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 1,8 % (400) van de asielaanvragen van burgers van Servië gegrond was. Ten minste negen lidstaten hebben Servië als veilig land van herkomst aangemerkt. Servië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op het tijdstip van de aanmerking luidde het oordeel dat Servië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen. Servië moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. |
Or. bg
Amendement 422
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 62
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(62) In Turkije vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in 94 van de in totaal 2 899 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 23,1 % (310) van de asielaanvragen van burgers van Turkije gegrond was. Eén lidstaat heeft Turkije als veilig land van herkomst aangemerkt. Turkije is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op dat moment luidde het oordeel dat Turkije in voldoende mate voldeed aan de politieke criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Turkije moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. | Schrappen |
Or. en
Amendement 423
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 62
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(62) In Turkije vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in 94 van de in totaal 2 899 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 23,1 % (310) van de asielaanvragen van burgers van Turkije gegrond was. Eén lidstaat heeft Turkije als veilig land van herkomst aangemerkt. Turkije is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op dat moment luidde het oordeel dat Turkije in voldoende mate voldeed aan de politieke criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Turkije moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. | Schrappen |
Or. en
Amendement 424
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Overweging 62
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(62) In Turkije vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in 94 van de in totaal 2 899 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 23,1 % (310) van de asielaanvragen van burgers van Turkije gegrond was. Eén lidstaat heeft Turkije als veilig land van herkomst aangemerkt. Turkije is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op dat moment luidde het oordeel dat Turkije in voldoende mate voldeed aan de politieke criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Turkije moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. | (62) In Turkije vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in 94 van de in totaal 2 899 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 23,1 % (310) van de asielaanvragen van burgers van Turkije gegrond was. Eén lidstaat heeft Turkije als veilig land van herkomst aangemerkt. Turkije is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op dat moment luidde het oordeel dat Turkije in voldoende mate voldeed aan de politieke criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Turkije moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. |
Or. bg
Amendement 425
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 63
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(63) Met betrekking tot de intrekking van de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus, en met name met het oog op de regelmatige statusbeoordeling die op grond van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) moet worden verricht, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de personen die internationale bescherming genieten, naar behoren worden ingelicht over een eventuele heroverweging van hun status en in de gelegenheid worden gesteld om binnen een redelijke termijn door middel van een schriftelijke verklaring en in een persoonlijk onderhoud hun standpunt naar voren te brengen, voordat de autoriteiten een met redenen omklede beslissing tot intrekking van hun status kunnen nemen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 426
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 63
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(63) Met betrekking tot de intrekking van de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus, en met name met het oog op de regelmatige statusbeoordeling die op grond van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) moet worden verricht, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de personen die internationale bescherming genieten, naar behoren worden ingelicht over een eventuele heroverweging van hun status en in de gelegenheid worden gesteld om binnen een redelijke termijn door middel van een schriftelijke verklaring en in een persoonlijk onderhoud hun standpunt naar voren te brengen, voordat de autoriteiten een met redenen omklede beslissing tot intrekking van hun status kunnen nemen. | (63) Met betrekking tot de intrekking van de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de personen die internationale bescherming genieten, naar behoren worden ingelicht over een eventuele heroverweging van hun status en in de gelegenheid worden gesteld om binnen een redelijke termijn door middel van een schriftelijke verklaring en in een persoonlijk onderhoud hun standpunt naar voren te brengen, voordat de autoriteiten een met redenen omklede beslissing tot intrekking van hun status kunnen nemen. Het beginsel van non-refoulement moet altijd worden nageleefd. |
Or. en
Amendement 427
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 63
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(63) Met betrekking tot de intrekking van de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus, en met name met het oog op de regelmatige statusbeoordeling die op grond van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) moet worden verricht, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de personen die internationale bescherming genieten, naar behoren worden ingelicht over een eventuele heroverweging van hun status en in de gelegenheid worden gesteld om binnen een redelijke termijn door middel van een schriftelijke verklaring en in een persoonlijk onderhoud hun standpunt naar voren te brengen, voordat de autoriteiten een met redenen omklede beslissing tot intrekking van hun status kunnen nemen. | (63) Met betrekking tot de intrekking van de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus, en met name met het oog op de regelmatige statusbeoordeling die op grond van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) moet worden verricht, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de personen die internationale bescherming genieten, naar behoren worden ingelicht over een regelmatige en verplichte heroverweging van hun status en in de gelegenheid worden gesteld om binnen een redelijke termijn door middel van een schriftelijke verklaring en in een persoonlijk onderhoud hun standpunt naar voren te brengen, voordat de autoriteiten een met redenen omklede beslissing tot intrekking van hun status kunnen nemen. |
Or. en
Amendement 428
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Overweging 63
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(63) Met betrekking tot de intrekking van de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus, en met name met het oog op de regelmatige statusbeoordeling die op grond van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) moet worden verricht, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de personen die internationale bescherming genieten, naar behoren worden ingelicht over een eventuele heroverweging van hun status en in de gelegenheid worden gesteld om binnen een redelijke termijn door middel van een schriftelijke verklaring en in een persoonlijk onderhoud hun standpunt naar voren te brengen, voordat de autoriteiten een met redenen omklede beslissing tot intrekking van hun status kunnen nemen. | (63) Met betrekking tot de intrekking van de vluchtelingenstatus, en met name met het oog op de regelmatige statusbeoordeling die op grond van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) moet worden verricht, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de personen die internationale bescherming genieten, naar behoren worden ingelicht over een eventuele heroverweging van hun status en in de gelegenheid worden gesteld om binnen een redelijke termijn door middel van een schriftelijke verklaring en in een persoonlijk onderhoud hun standpunt naar voren te brengen, voordat de autoriteiten een met redenen omklede beslissing tot intrekking van hun status kunnen nemen. |
Or. en
Amendement 429
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 64
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(64) Tegen beslissingen inzake een verzoek om internationale bescherming, waaronder de beslissingen inzake de uitdrukkelijke of impliciete intrekking van een verzoek en de beslissingen inzake de intrekking van de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus, moet een doeltreffende voorziening in rechte bij een rechterlijke instantie mogelijk zijn overeenkomstig alle vereisten en voorwaarden die in artikel 47 van het Handvest zijn vastgesteld. Om de procedure doeltreffend te maken, moet de verzoeker zijn beroep binnen een vastgestelde termijn aantekenen. Om de verzoeker in staat te stellen die termijnen te eerbiedigen en een doeltreffende toetsing door een rechterlijke instantie te waarborgen, moet hij door een tolk kunnen worden bijgestaan en recht hebben op kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging. | (64) Tegen beslissingen inzake een verzoek om internationale bescherming, waaronder de beslissingen inzake de uitdrukkelijke of impliciete intrekking van een verzoek en de beslissingen inzake de intrekking van de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus, moet een doeltreffende voorziening in rechte bij een rechterlijke instantie mogelijk zijn. Om de procedure doeltreffend te maken, moet de verzoeker zijn beroep binnen een vastgestelde termijn aantekenen. Om de verzoeker in staat te stellen die termijnen te eerbiedigen en een doeltreffende toetsing door een rechterlijke instantie te waarborgen, moet hij door een tolk kunnen worden bijgestaan en recht hebben op rechtsbijstand en vertegenwoordiging. |
Or. en
Amendement 430
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Overweging 64
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(64) Tegen beslissingen inzake een verzoek om internationale bescherming, waaronder de beslissingen inzake de uitdrukkelijke of impliciete intrekking van een verzoek en de beslissingen inzake de intrekking van de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus, moet een doeltreffende voorziening in rechte bij een rechterlijke instantie mogelijk zijn overeenkomstig alle vereisten en voorwaarden die in artikel 47 van het Handvest zijn vastgesteld. Om de procedure doeltreffend te maken, moet de verzoeker zijn beroep binnen een vastgestelde termijn aantekenen. Om de verzoeker in staat te stellen die termijnen te eerbiedigen en een doeltreffende toetsing door een rechterlijke instantie te waarborgen, moet hij door een tolk kunnen worden bijgestaan en recht hebben op kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging. | (64) Tegen beslissingen inzake een verzoek om internationale bescherming, waaronder de beslissingen inzake de uitdrukkelijke intrekking of afwijzing van een verzoek en de beslissingen inzake de intrekking van de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus, moet een doeltreffende voorziening in rechte bij een rechterlijke instantie mogelijk zijn overeenkomstig alle vereisten en voorwaarden die in artikel 47 van het Handvest zijn vastgesteld. Om de procedure doeltreffend te maken, moet de verzoeker zijn beroep binnen een vastgestelde termijn aantekenen. Om de verzoeker in staat te stellen die termijnen te eerbiedigen en een doeltreffende toetsing door een rechterlijke instantie te waarborgen, moet hij door een tolk kunnen worden bijgestaan en recht hebben op kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging. |
Or. en
Amendement 431
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Overweging 64
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(64) Tegen beslissingen inzake een verzoek om internationale bescherming, waaronder de beslissingen inzake de uitdrukkelijke of impliciete intrekking van een verzoek en de beslissingen inzake de intrekking van de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus, moet een doeltreffende voorziening in rechte bij een rechterlijke instantie mogelijk zijn overeenkomstig alle vereisten en voorwaarden die in artikel 47 van het Handvest zijn vastgesteld. Om de procedure doeltreffend te maken, moet de verzoeker zijn beroep binnen een vastgestelde termijn aantekenen. Om de verzoeker in staat te stellen die termijnen te eerbiedigen en een doeltreffende toetsing door een rechterlijke instantie te waarborgen, moet hij door een tolk kunnen worden bijgestaan en recht hebben op kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging. | (64) Tegen beslissingen inzake een verzoek om internationale bescherming, waaronder de beslissingen inzake de uitdrukkelijke of impliciete intrekking van een verzoek en de beslissingen inzake de intrekking van de vluchtelingenstatus, moet een doeltreffende voorziening in rechte bij een rechterlijke instantie mogelijk zijn overeenkomstig alle vereisten en voorwaarden die in artikel 47 van het Handvest zijn vastgesteld. Om de procedure doeltreffend te maken, moet de verzoeker zijn beroep binnen een vastgestelde termijn aantekenen. Om de verzoeker in staat te stellen die termijnen te eerbiedigen en een doeltreffende toetsing door een rechterlijke instantie te waarborgen, moet hij door een tolk kunnen worden bijgestaan en recht hebben op kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging. |
Or. en
Amendement 432
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 65
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(65) Om een verzoeker in staat te stellen zijn recht op een doeltreffende voorziening in rechte uit te oefenen, moet het hem worden toegestaan op het grondgebied van een lidstaat te blijven totdat de termijn voor het instellen van een beroep in eerste instantie verstrijkt en, indien hij dat recht binnen de vastgestelde termijn uitoefent, in afwachting van de uitkomst van de voorziening in rechte. Slechts in een beperkt aantal gevallen dat in deze verordening is vastgesteld, heeft een beroep niet automatisch schorsende werking en moet de verzoeker de rechterlijke instantie verzoeken de tenuitvoerlegging van een terugkeerbesluit te schorsen, tenzij de rechterlijke instantie uit eigen beweging in die zin handelt. Wanneer een uitzondering wordt gemaakt op het recht op een voorziening in rechte met een automatisch schorsende werking moeten de rechten van de verdediging van de verzoeker op passende wijze worden gewaarborgd door hem de nodige tolkdiensten en rechtsbijstand aan te bieden, alsook door de verzoeker voldoende tijd te geven om zijn beroep op te stellen en bij de rechterlijke instantie in te dienen. Voorts moet de rechterlijke instantie in dit kader de beslissing waarbij de internationale bescherming wordt geweigerd, feitelijk en juridisch kunnen behandelen. Het moet de verzoeker worden toegestaan om op het grondgebied te blijven in afwachting van de uitkomst van de procedure om te bepalen of hij al dan niet mag blijven. Die beslissing moet echter binnen de maand worden genomen. | (65) Om een verzoeker in staat te stellen zijn recht op een doeltreffende voorziening in rechte uit te oefenen, moet het hem worden toegestaan op het grondgebied van een lidstaat te blijven totdat de termijn voor het instellen van een beroep in eerste instantie verstrijkt en, indien hij dat recht binnen de vastgestelde termijn uitoefent, in afwachting van de uitkomst van de voorziening in rechte. |
Or. en
Amendement 433
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Overweging 65
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(65) Om een verzoeker in staat te stellen zijn recht op een doeltreffende voorziening in rechte uit te oefenen, moet het hem worden toegestaan op het grondgebied van een lidstaat te blijven totdat de termijn voor het instellen van een beroep in eerste instantie verstrijkt en, indien hij dat recht binnen de vastgestelde termijn uitoefent, in afwachting van de uitkomst van de voorziening in rechte. Slechts in een beperkt aantal gevallen dat in deze verordening is vastgesteld, heeft een beroep niet automatisch schorsende werking en moet de verzoeker de rechterlijke instantie verzoeken de tenuitvoerlegging van een terugkeerbesluit te schorsen, tenzij de rechterlijke instantie uit eigen beweging in die zin handelt. Wanneer een uitzondering wordt gemaakt op het recht op een voorziening in rechte met een automatisch schorsende werking moeten de rechten van de verdediging van de verzoeker op passende wijze worden gewaarborgd door hem de nodige tolkdiensten en rechtsbijstand aan te bieden, alsook door de verzoeker voldoende tijd te geven om zijn beroep op te stellen en bij de rechterlijke instantie in te dienen. Voorts moet de rechterlijke instantie in dit kader de beslissing waarbij de internationale bescherming wordt geweigerd, feitelijk en juridisch kunnen behandelen. Het moet de verzoeker worden toegestaan om op het grondgebied te blijven in afwachting van de uitkomst van de procedure om te bepalen of hij al dan niet mag blijven. Die beslissing moet echter binnen de maand worden genomen. | (65) Om een verzoeker in staat te stellen zijn recht op een doeltreffende voorziening in rechte uit te oefenen, moet het hem worden toegestaan op het grondgebied van een lidstaat te blijven totdat de termijn voor het instellen van een beroep in eerste instantie verstrijkt en, indien hij dat recht binnen de vastgestelde termijn uitoefent, in afwachting van de uitkomst van de voorziening in rechte. |
Or. en
Amendement 434
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 65
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(65) Om een verzoeker in staat te stellen zijn recht op een doeltreffende voorziening in rechte uit te oefenen, moet het hem worden toegestaan op het grondgebied van een lidstaat te blijven totdat de termijn voor het instellen van een beroep in eerste instantie verstrijkt en, indien hij dat recht binnen de vastgestelde termijn uitoefent, in afwachting van de uitkomst van de voorziening in rechte. Slechts in een beperkt aantal gevallen dat in deze verordening is vastgesteld, heeft een beroep niet automatisch schorsende werking en moet de verzoeker de rechterlijke instantie verzoeken de tenuitvoerlegging van een terugkeerbesluit te schorsen, tenzij de rechterlijke instantie uit eigen beweging in die zin handelt. Wanneer een uitzondering wordt gemaakt op het recht op een voorziening in rechte met een automatisch schorsende werking moeten de rechten van de verdediging van de verzoeker op passende wijze worden gewaarborgd door hem de nodige tolkdiensten en rechtsbijstand aan te bieden, alsook door de verzoeker voldoende tijd te geven om zijn beroep op te stellen en bij de rechterlijke instantie in te dienen. Voorts moet de rechterlijke instantie in dit kader de beslissing waarbij de internationale bescherming wordt geweigerd, feitelijk en juridisch kunnen behandelen. Het moet de verzoeker worden toegestaan om op het grondgebied te blijven in afwachting van de uitkomst van de procedure om te bepalen of hij al dan niet mag blijven. Die beslissing moet echter binnen de maand worden genomen. | (65) Om een verzoeker in staat te stellen zijn recht op een doeltreffende voorziening in rechte uit te oefenen, moet het hem worden toegestaan op het grondgebied van een lidstaat te blijven totdat de termijn voor het instellen van een beroep in eerste instantie verstrijkt en, indien hij dat recht binnen de vastgestelde termijn uitoefent, in afwachting van de uitkomst van de voorziening in rechte. Slechts in een beperkt aantal gevallen dat in deze verordening is vastgesteld, heeft een beroep automatisch schorsende werking. De rechten van de verdediging van de verzoeker moeten desalniettemin op passende wijze worden gewaarborgd door hem de nodige tolkdiensten en rechtsbijstand aan te bieden, alsook door de verzoeker voldoende tijd te geven om zijn beroep op te stellen en bij de rechterlijke instantie in te dienen. Het moet de verzoeker worden toegestaan om op het grondgebied te blijven in afwachting van de uitkomst van de procedure om te bepalen of hij al dan niet mag blijven. Die beslissing moet echter binnen de maand worden genomen. |
Or. en
Amendement 435
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 65
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(65) Om een verzoeker in staat te stellen zijn recht op een doeltreffende voorziening in rechte uit te oefenen, moet het hem worden toegestaan op het grondgebied van een lidstaat te blijven totdat de termijn voor het instellen van een beroep in eerste instantie verstrijkt en, indien hij dat recht binnen de vastgestelde termijn uitoefent, in afwachting van de uitkomst van de voorziening in rechte. Slechts in een beperkt aantal gevallen dat in deze verordening is vastgesteld, heeft een beroep niet automatisch schorsende werking en moet de verzoeker de rechterlijke instantie verzoeken de tenuitvoerlegging van een terugkeerbesluit te schorsen, tenzij de rechterlijke instantie uit eigen beweging in die zin handelt. Wanneer een uitzondering wordt gemaakt op het recht op een voorziening in rechte met een automatisch schorsende werking moeten de rechten van de verdediging van de verzoeker op passende wijze worden gewaarborgd door hem de nodige tolkdiensten en rechtsbijstand aan te bieden, alsook door de verzoeker voldoende tijd te geven om zijn beroep op te stellen en bij de rechterlijke instantie in te dienen. Voorts moet de rechterlijke instantie in dit kader de beslissing waarbij de internationale bescherming wordt geweigerd, feitelijk en juridisch kunnen behandelen. Het moet de verzoeker worden toegestaan om op het grondgebied te blijven in afwachting van de uitkomst van de procedure om te bepalen of hij al dan niet mag blijven. Die beslissing moet echter binnen de maand worden genomen. | (65) Om een verzoeker in staat te stellen zijn recht op een doeltreffende voorziening in rechte uit te oefenen, moet het hem worden toegestaan op het grondgebied van een lidstaat te blijven totdat de termijn voor het instellen van een beroep in eerste instantie verstrijkt en, indien hij dat recht binnen de vastgestelde termijn uitoefent, in afwachting van de uitkomst van de voorziening in rechte. Slechts in een beperkt aantal gevallen dat in deze richtlijn is vastgesteld, heeft een beroep niet automatisch schorsende werking en moet de verzoeker de rechterlijke instantie verzoeken de tenuitvoerlegging van een terugkeerbesluit te schorsen, tenzij de rechterlijke instantie uit eigen beweging in die zin handelt. Wanneer een uitzondering wordt gemaakt op het recht op een voorziening in rechte met een automatisch schorsende werking moeten de rechten van de verdediging van de verzoeker op passende wijze worden gewaarborgd door hem de nodige tolkdiensten en rechtsbijstand aan te bieden, alsook door de verzoeker voldoende tijd te geven om zijn beroep op te stellen en bij de rechterlijke instantie in te dienen. Voorts moet de rechterlijke instantie in dit kader de beslissing waarbij de internationale bescherming wordt geweigerd, feitelijk en juridisch kunnen behandelen. Het moet de verzoeker worden toegestaan om op het grondgebied te blijven in afwachting van de uitkomst van de procedure om te bepalen of hij al dan niet mag blijven. Die beslissing moet echter binnen de maand worden genomen. |
Or. fr
Amendement 436
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 67
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(67) Overeenkomstig artikel 72 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie laat deze verordening de uitoefening van de verantwoordelijkheden van de lidstaten ten aanzien van de handhaving van de openbare orde en de bescherming van de binnenlandse veiligheid onverlet. | (67) Overeenkomstig artikel 72 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie laat deze richtlijn de uitoefening van de verantwoordelijkheden van de lidstaten ten aanzien van de handhaving van de openbare orde onverlet. |
Or. en
Amendement 437
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 67
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(67) Overeenkomstig artikel 72 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie laat deze verordening de uitoefening van de verantwoordelijkheden van de lidstaten ten aanzien van de handhaving van de openbare orde en de bescherming van de binnenlandse veiligheid onverlet. | (67) Overeenkomstig artikel 72 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie laat deze richtlijn de uitoefening van de verantwoordelijkheden van de lidstaten ten aanzien van de handhaving van de openbare orde en de bescherming van de binnenlandse veiligheid onverlet. |
Or. fr
Amendement 438
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 68
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(68) Verordening (EU) nr. 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)30 is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten bij de toepassing van deze verordening. | (68) Verordening (EU) nr. 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)30 is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten bij de toepassing van deze richtlijn. |
_________________ | _________________ |
30 PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1. | 30 PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1. |
Or. en
Amendement 439
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 69
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(69) Bij elke verwerking van persoonsgegevens door het Asielagentschap van de Europese Unie in het kader van deze verordening moet worden voldaan aan Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad31, alsook Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Verordening Asielagentschap van de EU)32 en moeten met name de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid in acht worden genomen. | (69) Bij elke verwerking van persoonsgegevens door het Asielagentschap van de Europese Unie in het kader van deze richtlijn moet worden voldaan aan Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad31, alsook Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Verordening Asielagentschap van de EU)32 en moeten met name de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid in acht worden genomen. |
_________________ | _________________ |
31 Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz.1). | 31 Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz.1). |
32 OJ L […] van […], blz. […]. | 32 OJ L […] van […], blz. […]. |
Or. en
Amendement 440
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 70
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(70) Alle persoonsgegevens die bij de registratie of de indiening van een verzoek om internationale bescherming en tijdens het persoonlijke onderhoud worden verzameld, moeten worden geacht deel uit te maken van het dossier van de verzoeker en moeten gedurende een aantal jaar worden bewaard, omdat onderdanen van derde landen of staatlozen die in een lidstaat om internationale bescherming verzoeken, kunnen proberen om in een andere lidstaat om internationale bescherming te verzoeken, of in de komende jaren in dezelfde of in een andere lidstaat verdere volgende verzoeken kunnen indienen. Omdat de meeste onderdanen van derde landen of staatlozen die verscheidene jaren in de Unie hebben verbleven een vaste status of zelfs het burgerschap van een lidstaat zullen hebben verkregen na een termijn van tien jaar vanaf het tijdstip waarop hun internationale bescherming is toegekend, moet die termijn worden beschouwd als een noodzakelijke termijn voor de opslag van persoonsgegevens, met inbegrip van vingerafdrukken en gezichtsopnamen. | (70) Alle persoonsgegevens die bij de registratie of de indiening van een verzoek om internationale bescherming en tijdens het persoonlijke onderhoud worden verzameld, moeten worden geacht deel uit te maken van het dossier van de verzoeker en moeten tot maximaal twee jaar na de definitieve beslissing worden bewaard. |
Or. en
Amendement 441
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Overweging 70
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(70) Alle persoonsgegevens die bij de registratie of de indiening van een verzoek om internationale bescherming en tijdens het persoonlijke onderhoud worden verzameld, moeten worden geacht deel uit te maken van het dossier van de verzoeker en moeten gedurende een aantal jaar worden bewaard, omdat onderdanen van derde landen of staatlozen die in een lidstaat om internationale bescherming verzoeken, kunnen proberen om in een andere lidstaat om internationale bescherming te verzoeken, of in de komende jaren in dezelfde of in een andere lidstaat verdere volgende verzoeken kunnen indienen. Omdat de meeste onderdanen van derde landen of staatlozen die verscheidene jaren in de Unie hebben verbleven een vaste status of zelfs het burgerschap van een lidstaat zullen hebben verkregen na een termijn van tien jaar vanaf het tijdstip waarop hun internationale bescherming is toegekend, moet die termijn worden beschouwd als een noodzakelijke termijn voor de opslag van persoonsgegevens, met inbegrip van vingerafdrukken en gezichtsopnamen. | (70) Alle persoonsgegevens die bij de registratie of de indiening van een verzoek om internationale bescherming en tijdens het persoonlijke onderhoud worden verzameld, moeten worden geacht deel uit te maken van het dossier van de verzoeker en moeten gedurende een aantal jaar worden bewaard, omdat onderdanen van derde landen of staatlozen die in een lidstaat om internationale bescherming verzoeken, kunnen proberen om in een andere lidstaat om internationale bescherming te verzoeken, of in de komende jaren in dezelfde of in een andere lidstaat verdere volgende verzoeken kunnen indienen. Omdat de meeste onderdanen van derde landen of staatlozen die verscheidene jaren in de Unie hebben verbleven een vaste status of zelfs het burgerschap van een lidstaat zullen hebben verkregen na een termijn van vijf jaar vanaf het tijdstip waarop hun internationale bescherming is toegekend, moet die termijn worden beschouwd als een noodzakelijke termijn voor de opslag van persoonsgegevens, met inbegrip van vingerafdrukken en gezichtsopnamen. |
Or. en
Motivering
De termijn voor de bewaring van de gegevens wordt hierdoor op vijf jaar vastgesteld, d.i. de termijn in het standpunt van het Europees Parlement over Eurodac.
Amendement 442
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 71
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(71) Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te garanderen, met name met betrekking tot verstrekken van informatie en documenten aan verzoekers en maatregelen ten behoeve van verzoekers die bijzondere procedurele waarborgen nodig hebben waaronder minderjarigen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad33 van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren. | (71) Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te garanderen, met name met betrekking tot verstrekken van informatie en documenten aan verzoekers, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad33 van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren. |
_________________ | _________________ |
33 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13). | 33 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13). |
Or. en
Amendement 443
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar, Filiz Hyusmenova
Voorstel voor een verordening
Overweging 71
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(71) Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te garanderen, met name met betrekking tot verstrekken van informatie en documenten aan verzoekers en maatregelen ten behoeve van verzoekers die bijzondere procedurele waarborgen nodig hebben waaronder minderjarigen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad33 van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren. | (71) Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te garanderen, met name met betrekking tot verstrekken van informatie en documenten aan verzoekers en maatregelen ten behoeve van verzoekers die specifieke procedurele waarborgen nodig hebben waaronder minderjarigen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad33 van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren. |
_________________ | _________________ |
33 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13). | 33 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13). |
Or. en
Motivering
Dit amendement brengt de terminologie in overeenstemming met het standpunt van het EP over andere instrumenten betreffende het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met name de richtlijn opvangvoorzieningen.
Amendement 444
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 71
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(71) Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te garanderen, met name met betrekking tot verstrekken van informatie en documenten aan verzoekers en maatregelen ten behoeve van verzoekers die bijzondere procedurele waarborgen nodig hebben waaronder minderjarigen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad33 van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren. | (71) Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze richtlijn te garanderen, met name met betrekking tot verstrekken van informatie en documenten aan verzoekers en maatregelen ten behoeve van verzoekers die bijzondere procedurele waarborgen nodig hebben waaronder minderjarigen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad33 van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren. |
_________________ | _________________ |
33 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13). | 33 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13). |
Or. en
Amendement 445
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 71
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(71) Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te garanderen, met name met betrekking tot verstrekken van informatie en documenten aan verzoekers en maatregelen ten behoeve van verzoekers die bijzondere procedurele waarborgen nodig hebben waaronder minderjarigen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren33. | (71) Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze richtlijn te garanderen, met name met betrekking tot verstrekken van informatie en documenten aan verzoekers en maatregelen ten behoeve van verzoekers die bijzondere procedurele waarborgen nodig hebben waaronder minderjarigen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren33. |
_________________ | _________________ |
33 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13). | 33 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13). |
Or. fr
Amendement 446
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 72
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(72) Om te reageren op plotselinge verslechteringen in een derde land dat op het niveau van de Unie als een veilig derde land is aangemerkt of op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld is, moet de bevoegdheid tot het vaststellen van handelingen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd met betrekking tot de schorsing van de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of de vermelding van de derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst gedurende een termijn van zes maanden wanneer de Commissie op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat niet langer voldaan is aan de in deze verordening vastgestelde voorwaarden. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadpleging plaatsvindt overeenkomstig de beginselen die in het Interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 zijn neergelegd. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 447
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Overweging 72
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(72) Om te reageren op plotselinge verslechteringen in een derde land dat op het niveau van de Unie als een veilig derde land is aangemerkt of op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld is, moet de bevoegdheid tot het vaststellen van handelingen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd met betrekking tot de schorsing van de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of de vermelding van de derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst gedurende een termijn van zes maanden wanneer de Commissie op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat niet langer voldaan is aan de in deze verordening vastgestelde voorwaarden. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadpleging plaatsvindt overeenkomstig de beginselen die in het Interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 zijn neergelegd. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. | (72) Om te reageren op plotselinge verslechteringen in een derde land dat op het niveau van de Unie als een veilig derde land is aangemerkt of op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld is, moet de bevoegdheid tot het vaststellen van handelingen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd met betrekking tot de schorsing van de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of de vermelding van de derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst gedurende een termijn van drie maanden wanneer de Commissie op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat niet langer voldaan is aan de in deze verordening vastgestelde voorwaarden. Het tegenovergestelde, met name het aanmerken op het niveau van de Unie van een land als een veilig derde land of het toevoegen van een land aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, moet ook mogelijk worden gemaakt door aan de Commissie bevoegdheden te delegeren. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadpleging plaatsvindt overeenkomstig de beginselen die in het Interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 zijn neergelegd. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. |
Or. en
Amendement 448
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 72
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(72) Om te reageren op plotselinge verslechteringen in een derde land dat op het niveau van de Unie als een veilig derde land is aangemerkt of op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld is, moet de bevoegdheid tot het vaststellen van handelingen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd met betrekking tot de schorsing van de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of de vermelding van de derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst gedurende een termijn van zes maanden wanneer de Commissie op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat niet langer voldaan is aan de in deze verordening vastgestelde voorwaarden. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadpleging plaatsvindt overeenkomstig de beginselen die in het Interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 zijn neergelegd. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. | (72) Om te reageren op plotselinge verslechteringen in een derde land dat op het niveau van de Unie als een veilig derde land is aangemerkt of op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld is, moet de bevoegdheid tot het vaststellen van handelingen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd met betrekking tot de schorsing van de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of de vermelding van de derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst gedurende een termijn van zes maanden wanneer de Commissie op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat niet langer voldaan is aan de in deze richtlijn vastgestelde voorwaarden. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadpleging plaatsvindt overeenkomstig de beginselen die in het Interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 zijn neergelegd. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. |
Or. en
Amendement 449
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 72
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(72) Om te reageren op plotselinge verslechteringen in een derde land dat op het niveau van de Unie als een veilig derde land is aangemerkt of op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld is, moet de bevoegdheid tot het vaststellen van handelingen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd met betrekking tot de schorsing van de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of de vermelding van de derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst gedurende een termijn van zes maanden wanneer de Commissie op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat niet langer voldaan is aan de in deze verordening vastgestelde voorwaarden. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadpleging plaatsvindt overeenkomstig de beginselen die in het Interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 zijn neergelegd. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. | (72) Om te reageren op plotselinge verslechteringen in een derde land dat op het niveau van de Unie als een veilig derde land is aangemerkt of op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vermeld is, moet de bevoegdheid tot het vaststellen van handelingen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd met betrekking tot de schorsing van de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of de vermelding van de derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst gedurende een termijn van zes maanden wanneer de Commissie op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat niet langer voldaan is aan de in deze richtlijn vastgestelde voorwaarden. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadpleging plaatsvindt overeenkomstig de beginselen die in het Interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 zijn neergelegd. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. |
Or. fr
Amendement 450
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 73
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(73) Deze verordening heeft geen betrekking op procedures tussen lidstaten die onder Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Dublinverordening) vallen. | (73) Deze richtlijn heeft geen betrekking op procedures tussen lidstaten die onder Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Dublinverordening) vallen. |
Or. en
Amendement 451
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 73
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(73) Deze verordening heeft geen betrekking op procedures tussen lidstaten die onder Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Dublinverordening) vallen. | (73) Deze richtlijn heeft geen betrekking op procedures tussen lidstaten die onder Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Dublinverordening) vallen. |
Or. fr
Amendement 452
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 74
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(74) Deze verordening moet van toepassing zijn op verzoekers op wie Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Dublinverordening) van toepassing is, in aanvulling op en onverminderd de bepalingen van die verordening. | (74) Deze richtlijn moet van toepassing zijn op verzoekers op wie Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Dublinverordening) van toepassing is, in aanvulling op en onverminderd de bepalingen van die verordening. |
Or. en
Amendement 453
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 74
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(74) Deze verordening moet van toepassing zijn op verzoekers op wie Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Dublinverordening) van toepassing is, in aanvulling op en onverminderd de bepalingen van die verordening. | (74) Deze richtlijn moet van toepassing zijn op verzoekers op wie Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Dublinverordening) van toepassing is, in aanvulling op en onverminderd de bepalingen van die verordening. |
Or. fr
Amendement 454
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Overweging 75
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(75) De toepassing van deze verordening moet regelmatig worden geëvalueerd. | (75) De toepassing van deze verordening moet regelmatig worden geëvalueerd, met name met betrekking tot de toepassing van afdeling III van deze verordening. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is bedoeld om te waarborgen dat de bepalingen van deze verordening met betrekking tot het voorzien in kosteloze rechtsbijstand aan asielverzoekers in alle fasen van de procedure volledig ten uitvoer worden gelegd in de praktijk.
Amendement 455
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 75
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(75) De toepassing van deze verordening moet regelmatig worden geëvalueerd. | (75) De toepassing van deze richtlijn moet regelmatig worden geëvalueerd door betrokken instellingen, zoals het Europees Parlement. |
Or. en
Amendement 456
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 75
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(75) De toepassing van deze verordening moet regelmatig worden geëvalueerd. | (75) De toepassing van deze richtlijn moet regelmatig worden geëvalueerd. |
Or. fr
Amendement 457
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 76
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(76) Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk de vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor de toekenning en intrekking van internationale bescherming, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen van deze verordening beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken. | Schrappen |
Or. en
Amendement 458
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 76
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(76) Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk de vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor de toekenning en intrekking van internationale bescherming, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen van deze verordening beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken. | (76) Overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken. |
Or. fr
Amendement 459
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 77 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, hebben deze lidstaten te kennen gegeven te willen deelnemen aan de vaststelling en toepassing van deze verordening] | [Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, hebben deze lidstaten te kennen gegeven te willen deelnemen aan de vaststelling en toepassing van deze richtlijn] |
Or. en
Amendement 460
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 77 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, hebben deze lidstaten te kennen gegeven te willen deelnemen aan de vaststelling en toepassing van deze verordening] | [Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, hebben deze lidstaten te kennen gegeven te willen deelnemen aan de vaststelling en toepassing van deze richtlijn] |
Or. fr
Amendement 461
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 77 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, nemen deze lidstaten niet deel aan de vaststelling van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaten.] | [Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, nemen deze lidstaten niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaten.] |
Or. en
Amendement 462
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 77 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, nemen het Verenigd Koninkrijk en Ierland niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is in die lidstaten.] | [Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, nemen het Verenigd Koninkrijk en Ierland niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn, die derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is in die lidstaten.] |
Or. fr
Amendement 463
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 77 – alinea 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[(XX) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt het Verenigd Koninkrijk niet deel aan de vaststelling van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat. | [(XX) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt het Verenigd Koninkrijk niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat. |
Or. en
Amendement 464
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 77 – alinea 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[(XX) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt het Verenigd Koninkrijk niet deel aan de vaststelling van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat. | [(XX) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt het Verenigd Koninkrijk niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat. |
Or. fr
Amendement 465
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 77 – alinea 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(XX) Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, heeft Ierland (bij brief van ...) te kennen gegeven te willen deelnemen aan de vaststelling en toepassing van deze verordening.] | (XX) Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, heeft Ierland (bij brief van ...) te kennen gegeven te willen deelnemen aan de vaststelling en toepassing van deze richtlijn.] |
Or. en
Amendement 466
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 77 – alinea 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(XX) Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, heeft Ierland (bij brief van ...) te kennen gegeven te willen deelnemen aan de vaststelling en toepassing van deze verordening.] | (XX) Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, heeft Ierland (bij brief van ...) te kennen gegeven te willen deelnemen aan de vaststelling en toepassing van deze richtlijn.] |
Or. fr
Amendement 467
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 77 – alinea 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[(XX) Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, heeft het Verenigd Koninkrijk (bij brief van ...) te kennen gegeven te willen deelnemen aan de vaststelling en toepassing van deze verordening. | [(XX) Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, heeft het Verenigd Koninkrijk (bij brief van ...) te kennen gegeven te willen deelnemen aan de vaststelling en toepassing van deze richtlijn. |
Or. en
Amendement 468
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 77 – alinea 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[(XX) Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, heeft het Verenigd Koninkrijk (bij brief van ...) te kennen gegeven te willen deelnemen aan de vaststelling en toepassing van deze verordening. | [(XX) Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, heeft het Verenigd Koninkrijk (bij brief van ...) te kennen gegeven te willen deelnemen aan de vaststelling en toepassing van deze richtlijn. |
Or. fr
Amendement 469
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 77 – alinea 9
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(XX) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt Ierland niet deel aan de vaststelling van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat.] | (XX) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt Ierland niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat.] |
Or. en
Amendement 470
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 77 – alinea 9
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(XX) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt het Verenigd Koninkrijk niet deel aan de vaststelling van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat.] | (XX) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt het Verenigd Koninkrijk niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat.] |
Or. fr
Amendement 471
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 78
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(78) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening; deze is bijgevolg niet bindend voor noch van toepassing in deze lidstaat. | (78) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn; deze is bijgevolg niet bindend voor noch van toepassing in deze lidstaat. |
Or. en
Amendement 472
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 78
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(78) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening; deze is bijgevolg niet bindend voor noch van toepassing in deze lidstaat. | (78) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn; deze is bijgevolg niet bindend voor noch van toepassing in deze lidstaat. |
Or. fr
Amendement 473
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Overweging 79
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(79) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en gaat uit van de beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn vastgelegd. Deze verordening beoogt met name te waarborgen dat de menselijke waardigheid ten volle wordt geëerbiedigd, en te bevorderen dat de artikelen 1, 4, 8, 18, 19, 21, 23, 24 en 47 van het Handvest worden toegepast, | (79) Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en gaat uit van de beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn vastgelegd. Deze richtlijn beoogt met name te waarborgen dat de menselijke waardigheid ten volle wordt geëerbiedigd, en te bevorderen dat de artikelen 1, 4, 8, 18, 19, 21, 23, 24 en 47 van het Handvest worden toegepast, |
Or. fr
Amendement 474
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Overweging 79
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(79) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en gaat uit van de beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn vastgelegd. Deze verordening beoogt met name te waarborgen dat de menselijke waardigheid ten volle wordt geëerbiedigd, en te bevorderen dat de artikelen 1, 4, 8, 18, 19, 21, 23, 24 en 47 van het Handvest worden toegepast, | (79) Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en gaat uit van de beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn vastgelegd. Deze richtlijn beoogt met name te waarborgen dat de menselijke waardigheid ten volle wordt geëerbiedigd, en te bevorderen dat de artikelen 1, 4, 8, 18, 19, 21, 23, 24 en 47 van het Handvest worden toegepast, |
Or. en
Amendement 475
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
In deze verordening wordt een gemeenschappelijke procedure vastgesteld voor de toekenning en intrekking van internationale bescherming, zoals bedoeld in Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). | In deze richtlijn wordt een gemeenschappelijke procedure vastgesteld voor de toekenning en intrekking van internationale bescherming, zoals bedoeld in Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). |
Or. en
Amendement 476
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
In deze verordening wordt een gemeenschappelijke procedure vastgesteld voor de toekenning en intrekking van internationale bescherming, zoals bedoeld in Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). | In deze richtlijn wordt een gemeenschappelijke procedure vastgesteld voor de toekenning en intrekking van internationale bescherming, zoals bedoeld in Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). |
Or. fr
Amendement 477
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Deze verordening is van toepassing op alle verzoeken om internationale bescherming die op het grondgebied van de lidstaten, daaronder begrepen aan de buitengrens, in de territoriale zee of in de transitzones van de lidstaten, worden gedaan en op de intrekking van internationale bescherming. | 1. Deze verordening is alleen van toepassing op verzoeken om internationale bescherming die op het grondgebied van de lidstaten, daaronder begrepen aan de buitengrens, in de territoriale zee of in de transitzones van de lidstaten, worden gedaan en op de intrekking van internationale bescherming. |
Or. en
Amendement 478
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Deze verordening is van toepassing op alle verzoeken om internationale bescherming die op het grondgebied van de lidstaten, daaronder begrepen aan de buitengrens, in de territoriale zee of in de transitzones van de lidstaten, worden gedaan en op de intrekking van internationale bescherming. | 1. Deze richtlijn is van toepassing op alle verzoeken om internationale bescherming die op het grondgebied van de lidstaten, daaronder begrepen aan de buitengrens, in de territoriale zee of in de transitzones van de lidstaten, worden gedaan en op de intrekking van internationale bescherming. |
Or. fr
Amendement 479
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Deze verordening is van toepassing op alle verzoeken om internationale bescherming die op het grondgebied van de lidstaten, daaronder begrepen aan de buitengrens, in de territoriale zee of in de transitzones van de lidstaten, worden gedaan en op de intrekking van internationale bescherming. | 1. Deze richtlijn is van toepassing op alle verzoeken om internationale bescherming die op het grondgebied van de lidstaten, daaronder begrepen aan de buitengrens, in de territoriale zee of in de transitzones van de lidstaten, worden gedaan en op de intrekking van internationale bescherming. |
Or. en
Amendement 480
Sergei Stanishev
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De verordening is niet van toepassing op verzoeken om internationale bescherming en op verzoeken om diplomatiek of territoriaal asiel die bij vertegenwoordigingen van de lidstaten worden ingediend. | 2. De lidstaten kunnen deze verordening toepassen op verzoeken om internationale bescherming en op verzoeken om diplomatiek of territoriaal asiel die bij vertegenwoordigingen van de lidstaten in derde landen worden ingediend. |
Or. en
Motivering
De lidstaten moeten de mogelijkheid hebben om de bepalingen van deze verordening toe te passen in derde landen. Op die manier kunnen asielzoekers op een veilige, wettelijke manier om internationale bescherming verzoeken.
Amendement 481
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De verordening is niet van toepassing op verzoeken om internationale bescherming en op verzoeken om diplomatiek of territoriaal asiel die bij vertegenwoordigingen van de lidstaten worden ingediend. | 2. De richtlijn is niet van toepassing op verzoeken om internationale bescherming en op verzoeken om diplomatiek of territoriaal asiel die bij vertegenwoordigingen van de lidstaten worden ingediend. |
Or. fr
Amendement 482
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De verordening is niet van toepassing op verzoeken om internationale bescherming en op verzoeken om diplomatiek of territoriaal asiel die bij vertegenwoordigingen van de lidstaten worden ingediend. | 2. De richtlijn is niet van toepassing op verzoeken om internationale bescherming en op verzoeken om diplomatiek of territoriaal asiel die bij vertegenwoordigingen van de lidstaten worden ingediend. |
Or. en
Amendement 483
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten kunnen besluiten deze verordening toe te passen op verzoeken om bescherming waarop Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen) niet van toepassing is. | De lidstaten kunnen besluiten deze richtlijn toe te passen op verzoeken om bescherming waarop Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen) niet van toepassing is. |
Or. en
Amendement 484
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten kunnen besluiten deze verordening toe te passen op verzoeken om bescherming waarop Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen) niet van toepassing is. | De lidstaten kunnen besluiten deze richtlijn toe te passen op verzoeken om bescherming waarop Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen) niet van toepassing is. |
Or. fr
Amendement 485
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Artikel 3 bis |
| Gunstigere bepalingen |
| De lidstaten kunnen gunstigere normen voor de procedures voor de toekenning of intrekking van internationale bescherming invoeren of handhaven, voor zover die verenigbaar zijn met deze verordening. |
Or. en
Amendement 486
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities, als vermeld in artikel 2 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen): | 1. Voor de toepassing van deze richtlijn gelden de volgende definities, als vermeld in artikel 2 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen): |
Or. en
Amendement 487
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1– inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities, als vermeld in artikel 2 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen): | 1. Voor de toepassing van deze richtlijn gelden de volgende definities, als vermeld in artikel 2 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen): |
Or. fr
Amendement 488
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) "persoon die subsidiaire bescherming geniet"; | Schrappen |
Or. en
Amendement 489
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f) "subsidiaire beschermingsstatus"; | Schrappen |
Or. en
Amendement 490
Sergei Stanishev
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 – letter f bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (f bis) "gezinsleden"; |
Or. en
Motivering
Artikel 31 van het voorstel van de Commissie is niet in overeenstemming met de definitie van gezinsleden in onder andere de Dublinverordening. De mogelijkheid tot een gezamenlijke behandeling van de verzoeken moet worden uitgebreid tot alle gezinsleden. Dit moet de verzoekprocedures stroomlijnen.
Amendement 491
Kinga Gál
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) "verzoek om internationale bescherming" of "verzoek": een verzoek van een onderdaan van een derde land of een staatloze om bescherming van een lidstaat, waarbij de betrokken persoon kennelijk de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wenst. | (a) "verzoek om internationale bescherming" of "verzoek": een verzoek van een onderdaan van een derde land of een staatloze om bescherming van een lidstaat, waarbij de betrokken persoon kennelijk de vluchtelingenstatus wenst. |
Or. hu
Amendement 492
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) "verzoek om internationale bescherming" of "verzoek": een verzoek van een onderdaan van een derde land of een staatloze om bescherming van een lidstaat, waarbij de betrokken persoon kennelijk de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wenst. | (a) "verzoek om internationale bescherming" of "verzoek": een verzoek van een onderdaan van een derde land of een staatloze om bescherming van een lidstaat, waarbij de betrokken persoon kennelijk de vluchtelingenstatus wenst. |
Or. en
Amendement 493
Udo Voigt
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) "verzoek om internationale bescherming" of "verzoek": een verzoek van een onderdaan van een derde land of een staatloze om bescherming van een lidstaat, waarbij de betrokken persoon kennelijk de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wenst. | (a) "verzoek om internationale bescherming" of "verzoek": een verzoek van een onderdaan van een derde land om bescherming van een lidstaat, waarbij de betrokken persoon kennelijk de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wenst. |
Or. de
Amendement 494
Udo Voigt
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) "verzoeker": een onderdaan van een derde land of een staatloze die een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend waarover nog geen definitieve beslissing is genomen; | (b) "verzoeker": een onderdaan van een derde land die een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend waarover nog geen definitieve beslissing is genomen; |
Or. de
Amendement 495
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter b bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (b bis) "registreren van een verzoek om internationale bescherming": registreren van persoonsgegevens, met inbegrip van vingerafdrukken en een gezichtsopname, in overeenstemming met [artikel 10, lid 1, van de Eurodac-verordening] van een verzoeker om internationale bescherming, om het verzoek om internationale bescherming te formaliseren; |
Or. en
Amendement 496
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter b ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (b ter) "indienen van een verzoek om internationale bescherming": indienen van de elementen waarover de verzoeker beschikt ter staving van het verzoek om internationale bescherming in overeenstemming met [artikel 4, lid 1, van de verordening asielnormen]; |
Or. en
Amendement 497
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) "verzoeker die bijzondere procedurele waarborgen behoeft": een verzoeker die ten gevolge van individuele omstandigheden beperkt is in zijn mogelijkheden om aanspraak te kunnen maken op de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen waarin deze verordening voorziet; | (c) "verzoeker die bijzondere procedurele waarborgen behoeft": een verzoeker die ten gevolge van individuele omstandigheden of specifieke kwetsbaarheden beperkt is in zijn mogelijkheden om aanspraak te kunnen maken op de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen waarin deze verordening voorziet; |
Or. en
Amendement 498
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar, Filiz Hyusmenova
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) "verzoeker die bijzondere procedurele waarborgen behoeft": een verzoeker die ten gevolge van individuele omstandigheden beperkt is in zijn mogelijkheden om aanspraak te kunnen maken op de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen waarin deze verordening voorziet; | (c) "verzoeker die specifieke procedurele waarborgen behoeft": een verzoeker die ten gevolge van individuele omstandigheden beperkt is in zijn mogelijkheden om aanspraak te kunnen maken op de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen waarin deze verordening voorziet; |
Or. en
Motivering
Dit amendement brengt de terminologie in overeenstemming met het standpunt van het EP over andere instrumenten betreffende het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met name de richtlijn opvangvoorzieningen.
Amendement 499
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) "verzoeker die bijzondere procedurele waarborgen behoeft": een verzoeker die ten gevolge van individuele omstandigheden beperkt is in zijn mogelijkheden om aanspraak te kunnen maken op de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen waarin deze verordening voorziet; | (c) "verzoeker die bijzondere procedurele waarborgen behoeft": een verzoeker die ten gevolge van individuele omstandigheden beperkt is in zijn mogelijkheden om aanspraak te kunnen maken op de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen waarin deze richtlijn voorziet; |
Or. fr
Amendement 500
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) "verzoeker die bijzondere procedurele waarborgen behoeft": een verzoeker die ten gevolge van individuele omstandigheden beperkt is in zijn mogelijkheden om aanspraak te kunnen maken op de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen waarin deze verordening voorziet; | (c) "verzoeker die bijzondere procedurele waarborgen behoeft": een verzoeker die ten gevolge van individuele omstandigheden beperkt is in zijn mogelijkheden om aanspraak te kunnen maken op de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen waarin deze richtlijn voorziet; |
Or. en
Amendement 501
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes, Marju Lauristin
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) "registreren van een verzoek om internationale bescherming": registreren van persoonsgegevens in overeenstemming met [artikel 10, lid 1, van de Eurodac-verordening] van een verzoeker om internationale bescherming, om het verzoek om internationale bescherming te formaliseren; |
Or. en
Amendement 502
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) "staatloze": persoon die door geen enkele staat op grond van het betreffende nationale recht als onderdaan wordt beschouwd; |
Or. en
Amendement 503
Péter Niedermüller, Marju Lauristin, Ana Gomes, Josef Weidenholzer
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter c ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c ter) "indienen van een verzoek om internationale bescherming": indienen van de elementen waarover de verzoeker beschikt ter staving van het verzoek om internationale bescherming in overeenstemming met [artikel 4, lid 1, van de verordening asielnormen]; |
Or. en
Amendement 504
Péter Niedermüller, Ana Gomes, Josef Weidenholzer
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) "definitieve beslissing": een beslissing of een onderdaan van een derde land of staatloze al dan niet de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wordt verleend overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen), met inbegrip van een beslissing waarbij het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen omdat het expliciet is ingetrokken of daarvan impliciet is afgezien, en waartegen in de betrokken lidstaat geen beroepsprocedure meer openstaat; | (d) "definitieve beslissing": een beslissing of een onderdaan van een derde land of staatloze al dan niet de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wordt verleend overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen); |
Or. en
Motivering
Er hoeft in de definitie van definitieve beslissing niet te worden omschreven op welke gronden een verzoek wordt afgewezen. Bovendien moeten de gronden, als gevolg van wijzigingen aan sommige begrippen van de Commissie, hier worden geschrapt om de consistentie met latere wijzigingen te garanderen.
Amendement 505
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) "definitieve beslissing": een beslissing of een onderdaan van een derde land of staatloze al dan niet de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wordt verleend overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen), met inbegrip van een beslissing waarbij het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen omdat het expliciet is ingetrokken of daarvan impliciet is afgezien, en waartegen in de betrokken lidstaat geen beroepsprocedure meer openstaat; | (d) "definitieve beslissing": een beslissing of een onderdaan van een derde land of staatloze al dan niet de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wordt verleend overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen), met inbegrip van een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen omdat het expliciet is ingetrokken en waartegen in de betrokken lidstaat geen beroepsprocedure meer openstaat; |
Or. en
Amendement 506
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) "definitieve beslissing": een beslissing of een onderdaan van een derde land of staatloze al dan niet de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wordt verleend overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen), met inbegrip van een beslissing waarbij het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen omdat het expliciet is ingetrokken of daarvan impliciet is afgezien, en waartegen in de betrokken lidstaat geen beroepsprocedure meer openstaat; | (d) "definitieve beslissing": een beslissing of een onderdaan van een derde land of staatloze al dan niet de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wordt verleend overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen), met inbegrip van een beslissing waarbij het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen omdat het expliciet is ingetrokken of daarvan impliciet is afgezien, en waartegen in de betrokken lidstaat geen beroepsprocedure krachtens artikel 53 meer openstaat; |
Or. en
Amendement 507
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) "definitieve beslissing": een beslissing of een onderdaan van een derde land of staatloze al dan niet de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wordt verleend overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen), met inbegrip van een beslissing waarbij het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen omdat het expliciet is ingetrokken of daarvan impliciet is afgezien, en waartegen in de betrokken lidstaat geen beroepsprocedure meer openstaat; | (d) "definitieve beslissing": een beslissing of een onderdaan van een derde land of staatloze al dan niet de vluchtelingenstatus wordt verleend overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen), met inbegrip van een beslissing waarbij het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen omdat het expliciet is ingetrokken of daarvan impliciet is afgezien, en waartegen in de betrokken lidstaat geen beroepsprocedure meer openstaat; |
Or. en
Amendement 508
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) "beslissingsautoriteit": elk semi-rechterlijk of administratief orgaan in een lidstaat dat met de behandeling van verzoeken om internationale bescherming is belast en bevoegd is daarover in eerste aanleg een beslissing te nemen; | (e) "beslissingsautoriteit": elk rechterlijk of administratief orgaan in een lidstaat dat met de behandeling van verzoeken om internationale bescherming is belast; |
Or. en
Amendement 509
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) "beslissingsautoriteit": elk semi-rechterlijk of administratief orgaan in een lidstaat dat met de behandeling van verzoeken om internationale bescherming is belast en bevoegd is daarover in eerste aanleg een beslissing te nemen; | (e) "beslissingsautoriteit": elk rechterlijk, semi-rechterlijk of administratief orgaan in een lidstaat dat met de behandeling van verzoeken om internationale bescherming is belast en bevoegd is daarover in eerste aanleg een beslissing te nemen; |
Or. en
Amendement 510
Miltiadis Kyrkos
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f) "voogd": een persoon of een organisatie die is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen in procedures waarin in deze verordening voorziet en, indien nodig, rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten; | (f) "voogd": een persoon of een organisatie die is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen in procedures waarin in deze verordening voorziet en, indien nodig, rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten; in het geval een organisatie is aangewezen als vertegenwoordiger, wordt een persoon aangeduid die verantwoordelijk is om op te treden als vertegenwoordiger van de niet-begeleide minderjarige in overeenstemming met Richtlijn 2013/33; |
Or. en
Amendement 511
Péter Niedermüller, Marju Lauristin, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f) "voogd": een persoon of een organisatie die is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen in procedures waarin in deze verordening voorziet en, indien nodig, rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten; | (f) "voogd": een persoon of een organisatie die door de bevoegde instanties is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen in de procedures waarin deze verordening voorziet, teneinde het belang en het welzijn van het kind te waarborgen en, indien nodig, rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten; |
Or. en
Motivering
Formulering overgenomen uit het compromisvoorstel in de verordening asielnormen. Het Parlement moet de samenhang tussen de definities waarborgen.
Amendement 512
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f) "voogd": een persoon of een organisatie die is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen in procedures waarin in deze verordening voorziet en, indien nodig, rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten; | (f) "voogd": een persoon of een organisatie die is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen in procedures waarin in deze richtlijn voorziet en, indien nodig, rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten; |
Or. fr
Amendement 513
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f) "voogd": een persoon of een organisatie die is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen in procedures waarin in deze verordening voorziet en, indien nodig, rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten; | (f) "voogd": een persoon of een organisatie die is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen in procedures waarin in deze richtlijn voorziet en, indien nodig, rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten; |
Or. en
Amendement 514
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f) "voogd": een persoon of een organisatie die is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen in procedures waarin in deze verordening voorziet en, indien nodig, rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten; | (f) "voogd": een persoon of een organisatie die is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen teneinde het belang en het welzijn van het kind te waarborgen in procedures waarin in deze verordening voorziet en, indien nodig, rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten; |
Or. en
Amendement 515
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f) "voogd": een persoon of een organisatie die is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen in procedures waarin in deze verordening voorziet en, indien nodig, rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten; | f) "voogd": een natuurlijk persoon die is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen in procedures waarin in deze verordening voorziet en, indien nodig, rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten; |
Or. en
Amendement 516
Miltiadis Kyrkos
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter g
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(g) "intrekking van de internationale bescherming": de beslissing van een beslissingsautoriteit om een vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus in te trekken of te beëindigen dan wel de verlenging ervan te weigeren; | (g) "intrekking van de internationale bescherming": de beslissing van een beslissingsautoriteit om een vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus in te trekken of te beëindigen dan wel de verlenging ervan te weigeren in overeenstemming met de [verordening asielnormen]; |
Or. en
Amendement 517
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter g
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(g) "intrekking van de internationale bescherming": de beslissing van een beslissingsautoriteit om een vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus in te trekken of te beëindigen dan wel de verlenging ervan te weigeren; | (g) "intrekking van de internationale bescherming": de beslissing van een beslissingsautoriteit om een vluchtelingenstatus in te trekken of te beëindigen dan wel de verlenging ervan te weigeren; |
Or. en
Amendement 518
Péter Niedermüller, Elly Schlein, Ana Gomes, Josef Weidenholzer, Cécile Kashetu Kyenge
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter i
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(i) "volgend verzoek": een later verzoek om internationale bescherming dat in een lidstaat wordt gedaan nadat een definitieve beslissing over een vorig verzoek is genomen, met inbegrip van gevallen waarin het verzoek werd afgewezen als een expliciet ingetrokken verzoek of als een verzoek waarvan is afgezien na de impliciete intrekking ervan; | (i) "volgend verzoek": een later verzoek om internationale bescherming dat in een lidstaat wordt gedaan nadat een definitieve beslissing over een vorig verzoek is genomen; |
Or. en
Motivering
Er hoeft in de definitie van definitieve beslissing niet te worden omschreven op welke gronden een verzoek wordt afgewezen. Bovendien moeten de gronden, als gevolg van wijzigingen aan sommige begrippen van de Commissie, hier worden geschrapt om de consistentie met latere wijzigingen te garanderen.
Amendement 519
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter i
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(i) "volgend verzoek": een later verzoek om internationale bescherming dat in een lidstaat wordt gedaan nadat een definitieve beslissing over een vorig verzoek is genomen, met inbegrip van gevallen waarin het verzoek werd afgewezen als een expliciet ingetrokken verzoek of als een verzoek waarvan is afgezien na de impliciete intrekking ervan; | (i) "volgend verzoek": een tweede of later verzoek om internationale bescherming dat in een lidstaat wordt gedaan nadat een definitieve beslissing over vorige verzoeken is genomen op basis van dezelfde feitelijke en juridische elementen als de vorige verzoeken, met inbegrip van gevallen waarin het verzoek werd afgewezen als een expliciet ingetrokken verzoek; |
Or. en
Amendement 520
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter i
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(i) "volgend verzoek": een later verzoek om internationale bescherming dat in een lidstaat wordt gedaan nadat een definitieve beslissing over een vorig verzoek is genomen, met inbegrip van gevallen waarin het verzoek werd afgewezen als een expliciet ingetrokken verzoek of als een verzoek waarvan is afgezien na de impliciete intrekking ervan; | (i) "volgend verzoek": een later verzoek om internationale bescherming dat in de betrokken lidstaat wordt gedaan nadat een definitieve beslissing is genomen op basis van dezelfde elementen die reeds werden beoordeeld voor het vorige verzoek, met inbegrip van gevallen waarin het verzoek werd afgewezen als een expliciet ingetrokken verzoek; |
Or. en
Amendement 521
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter j bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (j bis) "betekenisvolle band met een derde land": bestaan van familie- of culturele banden of een vorig langdurig verblijf en integratie op het grondgebied van een derde land, waardoor redelijkerwijs mag worden verwacht dat de verzoeker bescherming in dat land zoekt en er gronden zijn om aan te nemen dat de verzoeker in dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten. Het bestaan van een betekenisvolle band mag niet louter worden opgemaakt uit het feit dat de verzoeker door een derde land is gereisd. |
Or. en
Amendement 522
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) het verwerken en nemen van beslissingen over zaken op grond van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Dublinverordening). |
Or. en
Amendement 523
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Elke lidstaat voorziet de beslissingsautoriteit van passende middelen, met inbegrip van voldoende personeel dat bekwaam is om haar taken overeenkomstig deze verordening uit te voeren. Daartoe beoordeelt elke lidstaat regelmatig de behoeften van de beslissingsautoriteit om ervoor te zorgen dat deze altijd in staat is om verzoeken om internationale bescherming op een doeltreffende manier te behandelen, in het bijzonder wanneer zij een onevenredig groot aantal verzoeken tegelijk ontvangt. | 2. Elke lidstaat voorziet de beslissingsautoriteit van passende middelen, met inbegrip van voldoende personeel dat bekwaam is om haar taken overeenkomstig deze verordening uit te voeren. |
Or. en
Motivering
Een lidstaat kan niet voorspellen of hij een onevenredig groot aantal verzoeken zal ontvangen en kan dus zijn beslissingsautoriteit niet op voorhand uitrusten met het nodige personeel.
Amendement 524
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Elke lidstaat voorziet de beslissingsautoriteit van passende middelen, met inbegrip van voldoende personeel dat bekwaam is om haar taken overeenkomstig deze verordening uit te voeren. Daartoe beoordeelt elke lidstaat regelmatig de behoeften van de beslissingsautoriteit om ervoor te zorgen dat deze altijd in staat is om verzoeken om internationale bescherming op een doeltreffende manier te behandelen, in het bijzonder wanneer zij een onevenredig groot aantal verzoeken tegelijk ontvangt. | 2. Elke lidstaat voorziet de beslissingsautoriteit van passende middelen, met inbegrip van voldoende personeel dat bekwaam is en voldoende is opgeleid om haar taken overeenkomstig deze verordening uit te voeren. Daartoe beoordeelt elke lidstaat regelmatig de behoeften van de beslissingsautoriteit om ervoor te zorgen dat deze altijd in staat is om verzoeken om internationale bescherming op een doeltreffende manier te behandelen, in het bijzonder wanneer zij een onevenredig groot aantal verzoeken tegelijk ontvangt. |
Or. en
Amendement 525
Brice Hortefeux, Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Elke lidstaat voorziet de beslissingsautoriteit van passende middelen, met inbegrip van voldoende personeel dat bekwaam is om haar taken overeenkomstig deze verordening uit te voeren. Daartoe beoordeelt elke lidstaat regelmatig de behoeften van de beslissingsautoriteit om ervoor te zorgen dat deze altijd in staat is om verzoeken om internationale bescherming op een doeltreffende manier te behandelen, in het bijzonder wanneer zij een onevenredig groot aantal verzoeken tegelijk ontvangt. | 2. Elke lidstaat voorziet de beslissingsautoriteiten van passende middelen, met inbegrip van voldoende personeel dat bekwaam en opgeleid is om haar taken overeenkomstig deze verordening uit te voeren. Daartoe beoordeelt elke lidstaat regelmatig de behoeften van de beslissingsautoriteit om ervoor te zorgen dat deze altijd in staat is om verzoeken om internationale bescherming op een doeltreffende manier te behandelen, in het bijzonder wanneer zij een onevenredig groot aantal verzoeken tegelijk ontvangt. |
Or. fr
Amendement 526
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Elke lidstaat voorziet de beslissingsautoriteit van passende middelen, met inbegrip van voldoende personeel dat bekwaam is om haar taken overeenkomstig deze verordening uit te voeren. Daartoe beoordeelt elke lidstaat regelmatig de behoeften van de beslissingsautoriteit om ervoor te zorgen dat deze altijd in staat is om verzoeken om internationale bescherming op een doeltreffende manier te behandelen, in het bijzonder wanneer zij een onevenredig groot aantal verzoeken tegelijk ontvangt. | 2. Elke lidstaat voorziet de beslissingsautoriteit van passende middelen, met inbegrip van voldoende personeel dat bekwaam is om haar taken overeenkomstig deze richtlijn uit te voeren. Daartoe beoordeelt elke lidstaat regelmatig de behoeften van de beslissingsautoriteit om ervoor te zorgen dat deze altijd in staat is om verzoeken om internationale bescherming op een doeltreffende manier te behandelen, in het bijzonder wanneer zij een onevenredig groot aantal verzoeken tegelijk ontvangt. |
Or. en
Amendement 527
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De volgende autoriteiten hebben de taak om verzoeken om internationale bescherming te ontvangen en te registreren, en verzoekers te informeren over de vraag waar en hoe een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend: | De volgende autoriteiten hebben de taak om verzoeken om internationale bescherming te ontvangen en te registreren, en verzoekers te informeren over de vraag waar en hoe een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend. Deze autoriteiten zijn geenszins bevoegd om te besluiten over de ontvankelijkheid en inhoud van het verzoek om internationale bescherming: |
Or. en
Amendement 528
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De volgende autoriteiten hebben de taak om verzoeken om internationale bescherming te ontvangen en te registreren, en verzoekers te informeren over de vraag waar en hoe een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend: | De volgende autoriteiten hebben de taak om verzoeken om internationale bescherming te ontvangen en te registreren, en verzoekers te informeren over de vraag waar en hoe een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend. Deze autoriteiten zijn geenszins bevoegd om te besluiten over de inhoud van het verzoek om internationale bescherming: |
Or. en
Amendement 529
Brice Hortefeux, Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De volgende autoriteiten hebben de taak om verzoeken om internationale bescherming te ontvangen en te registreren, en verzoekers te informeren over de vraag waar en hoe een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend: | De volgende autoriteiten hebben de taak om verzoeken om internationale bescherming te ontvangen: |
Or. fr
Amendement 530
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De volgende autoriteiten hebben de taak om verzoeken om internationale bescherming te ontvangen en te registreren, en verzoekers te informeren over de vraag waar en hoe een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend: | In het geval van een onevenredig groot aantal verzoeken, kunnen de lidstaten beslissen dat de volgende autoriteiten de taak hebben om verzoeken om internationale bescherming te ontvangen en te registreren, en verzoekers te informeren over de vraag waar en hoe een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend: |
Or. en
Motivering
Elke lidstaat moet in zijn nationale recht vaststellen hoe de genoemde autoriteiten de beslissingsautoriteiten bijstaan bij het ontvangen en registreren van verzoeken.
Amendement 531
Péter Niedermüller, Ana Gomes, Josef Weidenholzer
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De volgende autoriteiten hebben de taak om verzoeken om internationale bescherming te ontvangen en te registreren, en verzoekers te informeren over de vraag waar en hoe een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend: | Onverminderd lid 1 kunnen ook de volgende autoriteiten verzoeken om internationale bescherming ontvangen en registreren, en hebben ze de taak om verzoekers te informeren over de vraag waar en hoe een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend: |
Or. en
Motivering
In lid 1 is bepaald dat het de taak van de beslissingsautoriteit is om verzoeken te ontvangen en registreren. Vervolgens staat in lid 3 dat het ook de taak is van vier verschillende instanties. Met het oog op rechtszekerheid moet worden verduidelijkt dat het normaal de taak van de beslissingsautoriteit is, maar dat andere instanties ook de verzoeken mogen ontvangen en registreren.
Amendement 532
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De volgende autoriteiten hebben de taak om verzoeken om internationale bescherming te ontvangen en te registreren, en verzoekers te informeren over de vraag waar en hoe een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend: | De volgende autoriteiten kunnen de taak hebben om verzoeken om internationale bescherming te ontvangen en/of te registreren, en verzoekers te informeren over de vraag waar en hoe een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend: |
Or. bg
Amendement 533
Filiz Hyusmenova
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De volgende autoriteiten hebben de taak om verzoeken om internationale bescherming te ontvangen en te registreren, en verzoekers te informeren over de vraag waar en hoe een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend: | De volgende autoriteiten kunnen de taak hebben om verzoeken om internationale bescherming te ontvangen en te registreren, en verzoekers te informeren over de vraag waar en hoe een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend: |
Or. en
Motivering
In sommige lidstaten, voornamelijk de EU-lidstaten in de frontlinie, is het procedureel gezien niet voor alle opgesomde autoriteiten mogelijk om de verzoeken zowel te ontvangen als te registreren. Hoewel ze eventueel allemaal de verzoeken kunnen ontvangen, moeten de lidstaten kunnen beslissen welke autoriteiten de specifieke kennis en opleiding hebben om verzoeken om internationale bescherming het meest doeltreffend te registeren.
Amendement 534
Sergei Stanishev
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De volgende autoriteiten hebben de taak om verzoeken om internationale bescherming te ontvangen en te registreren, en verzoekers te informeren over de vraag waar en hoe een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend: | De volgende autoriteiten kunnen de taak hebben om verzoeken om internationale bescherming te ontvangen en te registreren, en verzoekers te informeren over de vraag waar en hoe een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend: |
Or. en
Motivering
Welke autoriteiten van de lidstaten bevoegd zijn voor het ontvangen en welke voor het registreren van aanvragen, moet worden afgestemd op de behoeften en praktijken van de lidstaten en moet bijgevolg worden beslist door de lidstaten.
Amendement 535
Brice Hortefeux, Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (a bis) de beslissingsautoriteit |
Or. fr
Amendement 536
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) politie; | Schrappen |
Or. en
Amendement 537
Kinga Gál
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) politie; | Schrappen |
Or. hu
Amendement 538
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 – alinea 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor detentiecentra. | (d) autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor detentiecentra en opvangfaciliteiten. |
Or. en
Amendement 539
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten kunnen ook andere autoriteiten met deze taken belasten. | Schrappen |
Or. en
Amendement 540
Brice Hortefeux, Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten kunnen ook andere autoriteiten met deze taken belasten. | De lidstaten kunnen ook andere autoriteiten met deze taken belasten. |
Or. fr
Amendement 541
Brice Hortefeux, Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 bis. In elke lidstaat heeft minstens een autoriteit de taak om: |
| (a) verzoeken om internationale bescherming te registreren; |
| (b) de gevallen te behandelen krachtens Verordening (EU) nr. xxx/xxxx [Dublinverordening]; |
| (c) de toegang in het kader van de procedure van artikel 41 van deze richtlijn te verlenen of te weigeren onder de daarin bepaalde voorwaarden en op grond van het met redenen omklede advies van de beslissingsautoriteit. |
Or. fr
Amendement 542
Péter Niedermüller, Birgit Sippel, Ana Gomes, Josef Weidenholzer
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 4 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De beslissingsautoriteit van de verantwoordelijke lidstaat kan voor het ontvangen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming worden bijgestaan door: | 4. De beslissingsautoriteit van de verantwoordelijke lidstaat kan voor het ontvangen en registreren van verzoeken om internationale bescherming worden bijgestaan door de autoriteiten van een andere lidstaat die door de verantwoordelijke lidstaat zijn belast met de taak verzoeken om internationale bescherming te ontvangen of registreren; |
Or. en
Motivering
Uitsluitend de deskundigen die worden ingezet door het Asielagentschap van de Europese Unie mogen de beslissingsautoriteit van de verantwoordelijke lidstaat vervangen om verzoeken te behandelen.
Amendement 543
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 4 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De beslissingsautoriteit van de verantwoordelijke lidstaat kan voor het ontvangen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming worden bijgestaan door: | 4. In het geval van een onevenredig groot aantal verzoeken kan de beslissingsautoriteit van de verantwoordelijke lidstaat, binnen de grenzen van het betreffende nationale recht, voor het ontvangen, registreren, indienen en behandelen van verzoeken om internationale bescherming worden bijgestaan door: |
Or. en
Motivering
Het begrip van onevenredig groot aantal verzoeken moet worden omschreven.
Amendement 544
Brice Hortefeux, Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 4– inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De beslissingsautoriteit van de verantwoordelijke lidstaat kan voor het ontvangen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming worden bijgestaan door: | 4. De beslissingsautoriteiten van de verantwoordelijke lidstaat kunnen voor het ontvangen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming worden bijgestaan door: |
Or. fr
Amendement 545
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 4 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De beslissingsautoriteit van de verantwoordelijke lidstaat kan voor het ontvangen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming worden bijgestaan door: | 4. De beslissingsautoriteit van de verantwoordelijke lidstaat kan voor het ontvangen en registreren van verzoeken om internationale bescherming worden bijgestaan door: |
Or. en
Amendement 546
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 4 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De beslissingsautoriteit van de verantwoordelijke lidstaat kan voor het ontvangen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming worden bijgestaan door: | 4. De beslissingsautoriteit van de verantwoordelijke lidstaat kan voor het ontvangen en registreren van verzoeken om internationale bescherming worden bijgestaan door: |
Or. en
Amendement 547
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 4 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de autoriteiten van een andere lidstaat die door die lidstaat zijn belast met de taak verzoeken om internationale bescherming te ontvangen, registreren of behandelen; | Schrappen |
Or. en
Motivering
De taak om verzoeken te registreren, in te dienen en te behandelen mag (indien de staat hierom verzoekt) uitsluitend worden toevertrouwd aan deskundigen die zijn ingezet door het EASO en daartoe zijn aangewezen, en niet door autoriteiten van andere lidstaten, aangezien deze taak een nationale bevoegdheid is. Er mag dus alleen hulp worden geboden op verzoek en uitsluitend via het EASO.
Amendement 548
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 4 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de autoriteiten van een andere lidstaat die door die lidstaat zijn belast met de taak verzoeken om internationale bescherming te ontvangen, registreren of behandelen; | Schrappen |
Or. en
Amendement 549
Péter Niedermüller, Cécile Kashetu Kyenge, Elly Schlein, Ana Gomes, Josef Weidenholzer
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 4 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de autoriteiten van een andere lidstaat die door die lidstaat zijn belast met de taak verzoeken om internationale bescherming te ontvangen, registreren of behandelen; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het relevante deel van deze tekst werd naar de inleidende formule verplaatst.
Amendement 550
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 4 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) deskundigen die door het Asielagentschap van de Europese Unie worden ingezet overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie). | Schrappen |
Or. en
Motivering
Verplaatst naar lid 4, onder a).
Amendement 551
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 4 – letter b bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (b bis) De door het Asielagentschap van de Europese Unie ingezette deskundigen werken volgens de standaardprocedures van de lidstaat die hulp krijgt en eerbiedigen de hiërarchie van de beslissingsautoriteit van deze lidstaat. |
Or. en
Motivering
Dit moet leiden tot een betere samenwerking tussen de beslissingsautoriteit en de deskundigen die door het EASO zijn ingezet en moet eventuele misverstanden en conflicten vermijden.
Amendement 552
Péter Niedermüller, Birgit Sippel, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 4 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 4 bis. De beslissingsautoriteit van de verantwoordelijke lidstaat kan voor het ontvangen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming worden bijgestaan door deskundigen die door het Asielagentschap van de Europese Unie worden ingezet overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie). |
Or. en
Motivering
Uitsluitend de deskundigen die worden ingezet door het Asielagentschap van de Europese Unie mogen de beslissingsautoriteit van de verantwoordelijke lidstaat vervangen om verzoeken te behandelen.
Amendement 553
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De lidstaten zorgen ervoor dat het personeel van de beslissingsautoriteit of van andere autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken om internationale bescherming overeenkomstig lid 3, over de adequate kennis beschikken en de nodige opleiding en instructies krijgen om bij de toepassing van deze verordening hun verplichtingen te kunnen nakomen. | 5. De lidstaten zorgen ervoor dat het personeel van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken om internationale bescherming overeenkomstig lid 3, over de adequate kennis beschikken en de nodige opleiding en instructies krijgen om bij de toepassing van deze richtlijn hun verplichtingen te kunnen nakomen. Een onderdeel van deze opleiding betreft het herkennen van slachtoffers van geweld als gevolg van seksuele gerichtheid of gendergerelateerd geweld, alsook slachtoffers van mensenhandel en folteringen. Lidstaten moeten ook voorzien in tolken, cultureel bemiddelaars en toegang tot ngo's die gedurende de volledige procedure rechtsbijstand verlenen. |
Or. en
Amendement 554
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De lidstaten zorgen ervoor dat het personeel van de beslissingsautoriteit of van andere autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken om internationale bescherming overeenkomstig lid 3, over de adequate kennis beschikken en de nodige opleiding en instructies krijgen om bij de toepassing van deze verordening hun verplichtingen te kunnen nakomen. | 5. De lidstaten zorgen ervoor dat het personeel van de beslissingsautoriteit of van andere autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken om internationale bescherming overeenkomstig leden 3 en 4, over de adequate kennis beschikken en de nodige opleiding krachtens artikel 7 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake het Asielagentschap) en instructies krijgen om bij de toepassing van deze verordening hun verplichtingen te kunnen nakomen. |
Or. en
Amendement 555
Péter Niedermüller, Birgit Sippel, Josef Weidenholzer, Ana Gomes, Marju Lauristin, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De lidstaten zorgen ervoor dat het personeel van de beslissingsautoriteit of van andere autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken om internationale bescherming overeenkomstig lid 3, over de adequate kennis beschikken en de nodige opleiding en instructies krijgen om bij de toepassing van deze verordening hun verplichtingen te kunnen nakomen. | 5. De lidstaten zorgen ervoor dat het personeel van de beslissingsautoriteit of van andere autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken om internationale bescherming overeenkomstig leden 3, 4 en 4 bis, over de adequate kennis beschikken en de nodige opleiding en instructies krijgen om bij de toepassing van deze verordening hun verplichtingen te kunnen nakomen. |
Or. en
Motivering
Het personeel van andere lidstaten en de deskundigen van het Asielagentschap van de Europese Unie moeten voldoen aan de eisen met betrekking tot opleiding en instructies.
Amendement 556
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De lidstaten zorgen ervoor dat het personeel van de beslissingsautoriteit of van andere autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken om internationale bescherming overeenkomstig lid 3, over de adequate kennis beschikken en de nodige opleiding en instructies krijgen om bij de toepassing van deze verordening hun verplichtingen te kunnen nakomen. | 5. De lidstaten zorgen ervoor dat het personeel van de beslissingsautoriteit of van andere autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken om internationale bescherming overeenkomstig lid 3, over de adequate kennis beschikken en de nodige opleiding en instructies krijgen om bij de toepassing van deze richtlijn hun verplichtingen te kunnen nakomen. |
Or. fr
Amendement 557
Monika Hohlmeier, Heinz K. Becker
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 5 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 5 bis. De lidstaten nemen alle maatregelen die nodig zijn om te vermijden dat verzoekers onderduiken of zich illegaal verplaatsen naar een andere lidstaat van de Europese Unie. |
Or. en
Amendement 558
Udo Voigt
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De autoriteiten die deze verordening toepassen, waarborgen de vertrouwelijke behandeling van alle informatie die zij tijdens hun werk verkrijgen. | 1. De autoriteiten die deze verordening toepassen, waarborgen de vertrouwelijke behandeling van alle informatie die zij tijdens hun werk verkrijgen. Om terroristische aspiraties tegen te gaan worden alle verzoekers evenwel in een centrale onlinegegevensbank opgenomen, die naast een foto ook de volledige naam van de verzoeker en zijn laatste woonplaats in het derde land bevat. |
Or. de
Amendement 559
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De autoriteiten die deze verordening toepassen, waarborgen de vertrouwelijke behandeling van alle informatie die zij tijdens hun werk verkrijgen. | 1. De autoriteiten die deze verordening toepassen, waarborgen de vertrouwelijke behandeling van alle informatie over elk afzonderlijk verzoek die zij tijdens hun werk verkrijgen. |
Or. en
Amendement 560
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De autoriteiten die deze verordening toepassen, waarborgen de vertrouwelijke behandeling van alle informatie die zij tijdens hun werk verkrijgen. | 1. De autoriteiten die deze richtlijn toepassen, waarborgen de vertrouwelijke behandeling van alle informatie die zij tijdens hun werk verkrijgen. |
Or. fr
Amendement 561
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De autoriteiten die deze verordening toepassen, waarborgen de vertrouwelijke behandeling van alle informatie die zij tijdens hun werk verkrijgen. | 1. De autoriteiten die deze richtlijn toepassen, waarborgen de vertrouwelijke behandeling van alle informatie die zij tijdens hun werk verkrijgen. |
Or. en
Amendement 562
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) winnen de autoriteiten bij de vermeende actoren van de vervolging of ernstige schade geen informatie in op een wijze die ertoe leidt dat deze actoren rechtstreeks te weten komen dat de betrokkene een verzoek heeft gedaan, en er gevaar zou ontstaan voor de fysieke integriteit van de verzoeker of voor de te zijnen laste komende personen, dan wel voor de vrijheid en veiligheid van zijn nog in het land van herkomst wonende familieleden. | (b) winnen de autoriteiten bij de vermeende actoren van de vervolging of ernstige schade geen informatie in. |
Or. en
Amendement 563
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) winnen de autoriteiten bij de vermeende actoren van de vervolging of ernstige schade geen informatie in op een wijze die ertoe leidt dat deze actoren rechtstreeks te weten komen dat de betrokkene een verzoek heeft gedaan, en er gevaar zou ontstaan voor de fysieke integriteit van de verzoeker of voor de te zijnen laste komende personen, dan wel voor de vrijheid en veiligheid van zijn nog in het land van herkomst wonende familieleden. | (b) winnen de autoriteiten bij de vermeende actoren van de vervolging of ernstige schade geen informatie in indien er op die manier gevaar zou ontstaan voor de fysieke integriteit van de verzoeker of voor de te zijnen laste komende personen, dan wel voor de vrijheid en veiligheid van zijn nog in het land van herkomst wonende familieleden. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is bedoeld om de verzoeker en de te zijnen laste komende personen beter te beschermen en op die manier de evenredigheid van de bepaling te waarborgen.
Amendement 564
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De verzoeker doet zijn verzoek in de lidstaat van eerste binnenkomst of, wanneer hij legaal in een lidstaat verblijft, in die lidstaat, zoals bepaald in artikel 4 van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening). | Schrappen |
Or. bg
Amendement 565
Filiz Hyusmenova
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De verzoeker doet zijn verzoek in de lidstaat van eerste binnenkomst of, wanneer hij legaal in een lidstaat verblijft, in die lidstaat, zoals bepaald in artikel 4 van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening). | 1. Wanneer een onderdaan van een derde land of een staatloze een verzoek om internationale bescherming van een lidstaat indient, werkt de verzoeker samen met de verantwoordelijke autoriteiten zodat deze zijn identiteit kunnen vaststellen en het verzoek kunnen registeren, de indiening ervan mogelijk kunnen maken en het kunnen behandelen, door: |
| _________________ |
| 1 bis PB L [...] van [...], blz. [...]. |
Or. en
Amendement 566
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De verzoeker doet zijn verzoek in de lidstaat van eerste binnenkomst of, wanneer hij legaal in een lidstaat verblijft, in die lidstaat, zoals bepaald in artikel 4 van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening). | 1. De verzoeker doet zijn verzoek in de lidstaat waar hij verblijft in overeenstemming met Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening). |
Or. en
Amendement 567
Sergei Stanishev
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De verzoeker doet zijn verzoek in de lidstaat van eerste binnenkomst of, wanneer hij legaal in een lidstaat verblijft, in die lidstaat, zoals bepaald in artikel 4 van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening). | 1. De verzoeker doet zijn verzoek in de lidstaat die als verantwoordelijke is aangewezen in overeenstemming met Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening). Wanneer hij legaal in een lidstaat verblijft, doet hij zijn verzoek in die lidstaat, zoals bepaald in artikel 4 van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening). |
Or. en
Motivering
De bepalingen van deze verordening moeten in overeenstemming zijn met de Dublinverordening en de mogelijke automatische inwerkingtreding van de toewijzingsregeling in acht nemen.
Amendement 568
Miltiadis Kyrkos
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De verzoeker doet zijn verzoek in de lidstaat van eerste binnenkomst of, wanneer hij legaal in een lidstaat verblijft, in die lidstaat, zoals bepaald in artikel 4 van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening). | 1. De verzoeker doet zijn verzoek, en dient het verzoek in, in de lidstaat van eerste binnenkomst of, wanneer hij legaal in een lidstaat verblijft, in die lidstaat, zoals bepaald in artikel 4 van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening). |
Or. en
Amendement 569
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De verzoeker doet zijn verzoek in de lidstaat van eerste binnenkomst of, wanneer hij legaal in een lidstaat verblijft, in die lidstaat, zoals bepaald in artikel 4 van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening). | 1. De verzoeker doet zijn verzoek, en dient het verzoek in, in de lidstaat van eerste binnenkomst of, wanneer hij legaal in een lidstaat verblijft, in die lidstaat, zoals bepaald in artikel 4 van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening). |
Or. en
Motivering
Deze formulering stemt overeen met de definitie van het doen van een verzoek.
Amendement 570
Filiz Hyusmenova
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De verzoeker werkt samen met de verantwoordelijke autoriteiten zodat deze zijn identiteit kunnen vaststellen en het verzoek kunnen registeren, de indiening ervan mogelijk kunnen maken en het kunnen behandelen, door: | Schrappen |
(a) de in artikel 27, lid 1, tweede alinea, onder a) en b), bedoelde gegevens te verstrekken; |
|
(b) vingerafdrukken en een gezichtsopname af te staan, zoals bedoeld in Verordening (EU) XXX/XXX (Eurodac-verordening);34 |
|
(c) zijn verzoek overeenkomstig artikel 28 in te dienen binnen de gestelde termijn en alle elementen te verstrekken waarover hij beschikt ter staving zijn verzoek; |
|
(d) de documenten die in zijn bezit zijn en die relevant zijn voor de behandeling van het verzoek, te overhandigen. |
|
_________________ |
|
34 PB L […] van […], blz. […]. |
|
Or. en
Motivering
Houdt verband met de wijziging van artikel 7, lid 1.
Amendement 571
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De verzoeker werkt samen met de verantwoordelijke autoriteiten zodat deze zijn identiteit kunnen vaststellen en het verzoek kunnen registeren, de indiening ervan mogelijk kunnen maken en het kunnen behandelen, door: | 2. Een persoon die een verzoek om internationale bescherming indient, werkt samen met de verantwoordelijke autoriteiten zodat deze zijn identiteit kunnen vaststellen en het verzoek kunnen registeren, de indiening ervan mogelijk kunnen maken en het kunnen behandelen, door: |
Or. bg
Amendement 572
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De verzoeker werkt samen met de verantwoordelijke autoriteiten zodat deze zijn identiteit kunnen vaststellen en het verzoek kunnen registeren, de indiening ervan mogelijk kunnen maken en het kunnen behandelen, door: | 2. De verzoeker werkt samen met de verantwoordelijke autoriteiten voor alle onder deze verordening vallende aangelegenheden zodat deze zijn identiteit kunnen vaststellen en het verzoek kunnen registeren, de indiening ervan mogelijk kunnen maken en het kunnen behandelen, door: |
Or. en
Amendement 573
Alessandra Mussolini, Salvatore Domenico Pogliese
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De verzoeker werkt samen met de verantwoordelijke autoriteiten zodat deze zijn identiteit kunnen vaststellen en het verzoek kunnen registeren, de indiening ervan mogelijk kunnen maken en het kunnen behandelen, door: | 2. De verzoeker is verplicht samen te werken met de verantwoordelijke autoriteiten zodat deze zijn identiteit kunnen vaststellen en het verzoek kunnen registeren, de indiening ervan mogelijk kunnen maken en het kunnen behandelen, door: |
Or. en
Amendement 574
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) vingerafdrukken en een gezichtsopname af te staan, zoals bedoeld in Verordening (EU) XXX/XXX (Eurodac-verordening);34 | Schrappen |
_________________ |
|
34 PB L […] van […], blz. […]. |
|
Or. en
Amendement 575
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) vingerafdrukken en een gezichtsopname af te staan, zoals bedoeld in Verordening (EU) XXX/XXX (Eurodac-verordening);34 | (b) biometrische gegevens af te staan, zoals bedoeld in Verordening (EU) XXX/XXX (Eurodac-verordening);34 |
_________________ | _________________ |
34 PB L […] van […], blz. […]. | 34 PB L […] van […], blz. […]. |
Or. en
Amendement 576
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) zijn verzoek overeenkomstig artikel 28 in te dienen binnen de gestelde termijn en alle elementen te verstrekken waarover hij beschikt ter staving zijn verzoek; | (c) zijn verzoek overeenkomstig artikel 28 in te dienen en alle elementen te verstrekken waarover hij beschikt ter staving zijn verzoek; |
Or. en
Amendement 577
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) zijn verzoek overeenkomstig artikel 28 in te dienen binnen de gestelde termijn en alle elementen te verstrekken waarover hij beschikt ter staving zijn verzoek; | (c) zijn verzoek overeenkomstig artikel 28 in te dienen en alle elementen te verstrekken waarover hij beschikt ter staving zijn verzoek; |
Or. en
Motivering
De termijn is vastgesteld in artikel 28 en aan bepaalde voorwaarden gekoppeld. Een gewone verwijzing naar artikel 28 volstaat dus en is hier passender. Het is duidelijk dat niet alle verzoekers over alle elementen zullen beschikken om hun verzoek te staven.
Amendement 578
Monika Hohlmeier, Heinz K. Becker
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) op verzoek, een leeftijdsbepaling te verstrekken die is uitgevoerd door middel van een medisch onderzoek waarbij de leeftijd van minderjarigen in overeenstemming met artikel 24 wordt bepaald. |
Or. en
Amendement 579
Péter Niedermüller, Ana Gomes, Josef Weidenholzer, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de documenten die in zijn bezit zijn en die relevant zijn voor de behandeling van het verzoek, te overhandigen. | (d) de verantwoordelijke autoriteiten toe te laten de documenten die in zijn bezit zijn en die relevant zijn voor de behandeling van het verzoek, te behandelen en kopiëren. |
Or. en
Motivering
Er mag niet van de verzoeker worden verwacht dat hij al zijn persoonlijke documenten of reisdocumenten aan de autoriteiten overhandigt. De autoriteiten moeten de toelating krijgen om deze documenten te behandelen en te kopiëren, maar de verzoeker mag niet worden gedwongen om de documenten te overhandigen.
Amendement 580
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de documenten die in zijn bezit zijn en die relevant zijn voor de behandeling van het verzoek, te overhandigen. | (d) de documenten, of kopieën ervan, die in zijn bezit zijn en die relevant zijn voor de behandeling van het verzoek, te overhandigen. |
Or. en
Amendement 581
Maria Grapini
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wanneer een verzoeker weigert samen te werken door niet de bijzonderheden mee te delen die noodzakelijk zijn om het verzoek te behandelen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet te verstrekken, en de verantwoordelijke instanties de betrokkene naar behoren hebben geïnformeerd over zijn verplichtingen en ervoor hebben gezorgd dat hij daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld om die verplichtingen na te komen, wordt zijn verzoek overeenkomstig de in artikel 39 bedoelde procedure afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien. | 3. Wanneer een verzoeker weigert samen te werken door niet de bijzonderheden mee te delen die noodzakelijk zijn om het verzoek te behandelen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet te verstrekken, of door de autoriteiten te hebben misleid door omtrent zijn identiteit of nationaliteit valse informatie of documenten te verstrekken of door relevante informatie of documenten achter te houden die een negatieve invloed op de beslissing hadden kunnen hebben, en de verantwoordelijke instanties de betrokkene naar behoren hebben geïnformeerd over zijn verplichtingen en ervoor hebben gezorgd dat hij daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld om die verplichtingen na te komen, wordt zijn verzoek overeenkomstig de in artikel 39 bedoelde procedure afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien. |
Or. ro
Amendement 582
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wanneer een verzoeker weigert samen te werken door niet de bijzonderheden mee te delen die noodzakelijk zijn om het verzoek te behandelen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet te verstrekken, en de verantwoordelijke instanties de betrokkene naar behoren hebben geïnformeerd over zijn verplichtingen en ervoor hebben gezorgd dat hij daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld om die verplichtingen na te komen, wordt zijn verzoek overeenkomstig de in artikel 39 bedoelde procedure afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien. | 3. Wanneer een verzoeker weigert samen te werken door niet de in artikel 27, lid 1, eerste alinea, onder a) en b), bedoelde bijzonderheden mee te delen en de verantwoordelijke instanties de betrokkene naar behoren hebben geïnformeerd over zijn verplichtingen en de hieruit voortvloeiende gevolgen en ervoor hebben gezorgd dat hij daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld om die verplichtingen na te komen, kan de behandeling zijn verzoek overeenkomstig de in artikel 39 bedoelde procedure worden beëindigd. Elk gebruik van geweld bij het nemen van vingerafdrukken en maken van een gezichtsopname is verboden en wordt bestraft. |
Or. en
Amendement 583
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wanneer een verzoeker weigert samen te werken door niet de bijzonderheden mee te delen die noodzakelijk zijn om het verzoek te behandelen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet te verstrekken, en de verantwoordelijke instanties de betrokkene naar behoren hebben geïnformeerd over zijn verplichtingen en ervoor hebben gezorgd dat hij daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld om die verplichtingen na te komen, wordt zijn verzoek overeenkomstig de in artikel 39 bedoelde procedure afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien. | 3. Wanneer een verzoeker weigert samen te werken door niet de in deze richtlijn bedoelde bijzonderheden mee te delen voor de behandeling van het verzoek en de verantwoordelijke instanties de betrokkene naar behoren hebben geïnformeerd over zijn verplichtingen en de hieruit voortvloeiende gevolgen en ervoor hebben gezorgd dat hij daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld om die verplichtingen na te komen, wordt zijn verzoek geschorst totdat de nodige informatie is verstrekt. Elk gebruik van geweld bij het verzamelen van informatie is verboden en wordt bestraft. |
Or. en
Amendement 584
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wanneer een verzoeker weigert samen te werken door niet de bijzonderheden mee te delen die noodzakelijk zijn om het verzoek te behandelen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet te verstrekken, en de verantwoordelijke instanties de betrokkene naar behoren hebben geïnformeerd over zijn verplichtingen en ervoor hebben gezorgd dat hij daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld om die verplichtingen na te komen, wordt zijn verzoek overeenkomstig de in artikel 39 bedoelde procedure afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien. | 3. Wanneer een verzoeker naar behoren is geïnformeerd door de verantwoordelijke autoriteiten over zijn in deze verordening bedoelde verplichtingen en de gevolgen die voortvloeien uit het niet-naleven van deze verplichtingen, en hij weigert samen te werken door niet de in artikel 27, lid 1, tweede alinea, onder a) en b), bedoelde bijzonderheden mee te delen of door de procedure voor het nemen van biometrische gegevens niet na te leven, wordt zijn verzoek overeenkomstig de in artikel 39 bedoelde procedure afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien. |
Or. en
Amendement 585
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wanneer een verzoeker weigert samen te werken door niet de bijzonderheden mee te delen die noodzakelijk zijn om het verzoek te behandelen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet te verstrekken, en de verantwoordelijke instanties de betrokkene naar behoren hebben geïnformeerd over zijn verplichtingen en ervoor hebben gezorgd dat hij daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld om die verplichtingen na te komen, wordt zijn verzoek overeenkomstig de in artikel 39 bedoelde procedure afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien. | 3. Wanneer een verzoeker weigert samen te werken door niet de bijzonderheden mee te delen die noodzakelijk zijn om het verzoek te behandelen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet te verstrekken, en de verantwoordelijke instanties de betrokkene naar behoren hebben geïnformeerd over zijn verplichtingen en ervoor hebben gezorgd dat hij daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld om die verplichtingen na te komen, kan de beslissingsautoriteit nog altijd een beslissing nemen over een verzoek om internationale bescherming. |
Or. en
Motivering
Een gebrekkige samenwerking mag geen criterium zijn om een verzoek te beschouwen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, omdat moeilijk kan worden bepaald wat een gebrekkige samenwerking is. Het niet-overhandigen door een verzoeker van de noodzakelijke informatie mag echter de beslissingsautoriteit er niet van weerhouden om een beslissing over het verzoek te nemen.
Amendement 586
Monika Hohlmeier, Heinz K. Becker
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wanneer een verzoeker weigert samen te werken door niet de bijzonderheden mee te delen die noodzakelijk zijn om het verzoek te behandelen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet te verstrekken, en de verantwoordelijke instanties de betrokkene naar behoren hebben geïnformeerd over zijn verplichtingen en ervoor hebben gezorgd dat hij daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld om die verplichtingen na te komen, wordt zijn verzoek overeenkomstig de in artikel 39 bedoelde procedure afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien. | 3. Wanneer een verzoeker weigert samen te werken door niet de bijzonderheden mee te delen die noodzakelijk zijn om het verzoek te behandelen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet te verstrekken, en de verantwoordelijke instanties de betrokkene naar behoren hebben geïnformeerd over zijn verplichtingen en ervoor hebben gezorgd dat hij daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld om die verplichtingen na te komen, moet zijn verzoek overeenkomstig de in artikel 39 bedoelde procedure worden afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien. |
Or. en
Amendement 587
Péter Niedermüller, Ana Gomes, Josef Weidenholzer, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wanneer een verzoeker weigert samen te werken door niet de bijzonderheden mee te delen die noodzakelijk zijn om het verzoek te behandelen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet te verstrekken, en de verantwoordelijke instanties de betrokkene naar behoren hebben geïnformeerd over zijn verplichtingen en ervoor hebben gezorgd dat hij daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld om die verplichtingen na te komen, wordt zijn verzoek overeenkomstig de in artikel 39 bedoelde procedure afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien. | 3. Wanneer een verzoeker weigert samen te werken in overeenstemming met lid 2, en de verantwoordelijke instanties de betrokkene naar behoren hebben geïnformeerd over zijn verplichtingen en de gevolgen die voortvloeien uit het weigeren van medewerking, en wanneer de verantwoordelijke instanties ervoor hebben gezorgd dat hij daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld om die verplichtingen na te komen, kan zijn verzoek overeenkomstig de in artikel 39 bedoelde procedure worden afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien. |
Or. en
Motivering
De gronden om een verzoek te beschouwen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, zijn opgenomen in artikel 39. Deze tekst is gewoon een herhaling van de verplichting van de verzoeker om informatie te overhandigen in overeenstemming met lid 2.
Amendement 588
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De verzoeker stelt de beslissingsautoriteit van de lidstaat waar hij verplicht is zich te bevinden, in kennis van zijn verblijfplaats of adres, of een telefoonnummer waarop hij door de beslissingsautoriteit of andere verantwoordelijke autoriteiten kan worden bereikt. Hij brengt de beslissingsautoriteit van elke verandering op de hoogte. De verzoeker aanvaardt iedere kennisgeving op de recentste verblijfplaats die of het recentste adres dat hij dienovereenkomstig heeft aangegeven, in het bijzonder wanneer hij overeenkomstig artikel 28 een verzoek indient. | 4. De verzoeker stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar hij verplicht is zich te bevinden, in kennis van zijn telefoonnummer of e-mailadres waarop hij door de bevoegde autoriteit of andere verantwoordelijke autoriteiten kan worden bereikt. Hij brengt de beslissingsautoriteit van elke verandering op de hoogte. |
Or. en
Amendement 589
Péter Niedermüller, Elly Schlein, Cécile Kashetu Kyenge, Josef Weidenholzer, Ana Gomes, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De verzoeker stelt de beslissingsautoriteit van de lidstaat waar hij verplicht is zich te bevinden, in kennis van zijn verblijfplaats of adres, of een telefoonnummer waarop hij door de beslissingsautoriteit of andere verantwoordelijke autoriteiten kan worden bereikt. Hij brengt de beslissingsautoriteit van elke verandering op de hoogte. De verzoeker aanvaardt iedere kennisgeving op de recentste verblijfplaats die of het recentste adres dat hij dienovereenkomstig heeft aangegeven, in het bijzonder wanneer hij overeenkomstig artikel 28 een verzoek indient. | 4. De verzoeker stelt de beslissingsautoriteit van de lidstaat waar hij verplicht is zich te bevinden, in kennis van zijn verblijfplaats of adres, of een telefoonnummer of e-mailadres waarop hij door de beslissingsautoriteit of andere verantwoordelijke autoriteiten kan worden bereikt. Hij brengt de beslissingsautoriteit van elke verandering op de hoogte. |
Or. en
Motivering
Het gaat hier niet over het al dan niet aanvaarden door de verzoeker van briefwisseling naar zijn adres. De beslissingsautoriteit moet ervoor zorgen dat alle briefwisseling de verzoeker bereikt. Betwistingen betreffende briefwisseling kan altijd door een rechter worden beoordeeld als er tegen een beslissing in eerste instantie beroep wordt aangetekend.
Amendement 590
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De verzoeker stelt de beslissingsautoriteit van de lidstaat waar hij verplicht is zich te bevinden, in kennis van zijn verblijfplaats of adres, of een telefoonnummer waarop hij door de beslissingsautoriteit of andere verantwoordelijke autoriteiten kan worden bereikt. Hij brengt de beslissingsautoriteit van elke verandering op de hoogte. De verzoeker aanvaardt iedere kennisgeving op de recentste verblijfplaats die of het recentste adres dat hij dienovereenkomstig heeft aangegeven, in het bijzonder wanneer hij overeenkomstig artikel 28 een verzoek indient. | 4. De verzoeker stelt de beslissingsautoriteit van de lidstaat waar hij een verzoek om internationale bescherming heeft geregistreerd, in kennis van zijn verblijfplaats of adres, of een telefoonnummer of e-mailadres waarop hij door de beslissingsautoriteit of andere verantwoordelijke autoriteiten kan worden bereikt. Hij brengt de beslissingsautoriteit van elke verandering op de hoogte. De verzoeker aanvaardt iedere kennisgeving op de recentste verblijfplaats die of het recentste adres dat hij dienovereenkomstig heeft aangegeven, in het bijzonder wanneer hij overeenkomstig artikel 28 een verzoek indient. |
Or. en
Amendement 591
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De verzoeker stelt de beslissingsautoriteit van de lidstaat waar hij verplicht is zich te bevinden, in kennis van zijn verblijfplaats of adres, of een telefoonnummer waarop hij door de beslissingsautoriteit of andere verantwoordelijke autoriteiten kan worden bereikt. Hij brengt de beslissingsautoriteit van elke verandering op de hoogte. De verzoeker aanvaardt iedere kennisgeving op de recentste verblijfplaats die of het recentste adres dat hij dienovereenkomstig heeft aangegeven, in het bijzonder wanneer hij overeenkomstig artikel 28 een verzoek indient. | 4. De verzoeker stelt de beslissingsautoriteit van de lidstaat waar hij verplicht is zich te bevinden, in kennis van zijn verblijfplaats of adres, of een telefoonnummer waarop hij door de beslissingsautoriteit of andere verantwoordelijke autoriteiten kan worden bereikt. Hij brengt de beslissingsautoriteit onverwijld van elke verandering op de hoogte. De verzoeker aanvaardt iedere kennisgeving op de recentste verblijfplaats die of het recentste adres dat hij dienovereenkomstig heeft aangegeven, in het bijzonder wanneer hij overeenkomstig artikel 28 een verzoek indient. |
Or. en
Amendement 592
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De verzoeker blijft op het grondgebied van de lidstaat waar hij verplicht is zich te bevinden overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening). | Schrappen |
Or. en
Amendement 593
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini, Bodil Valero
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De verzoeker voldoet aan de verplichtingen om zich regelmatig bij de bevoegde autoriteiten te melden of daar in persoon te verschijnen, hetzij onverwijld, hetzij op een nader bepaald tijdstip, of om in een aangewezen deel van het grondgebied te blijven overeenkomstig Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen), zoals opgelegd door de lidstaat waar verplicht is zich te bevinden overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening). | Schrappen |
Or. en
Amendement 594
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De verzoeker voldoet aan de verplichtingen om zich regelmatig bij de bevoegde autoriteiten te melden of daar in persoon te verschijnen, hetzij onverwijld, hetzij op een nader bepaald tijdstip, of om in een aangewezen deel van het grondgebied te blijven overeenkomstig Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen), zoals opgelegd door de lidstaat waar verplicht is zich te bevinden overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening). | 6. De verzoeker voldoet aan de verplichtingen om zich regelmatig bij de bevoegde autoriteiten te melden of daar in persoon te verschijnen, hetzij onverwijld, hetzij op een nader bepaald tijdstip, of om in een aangewezen deel van het grondgebied te blijven overeenkomstig Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen). |
Or. bg
Amendement 595
Péter Niedermüller, Kati Piri, Ana Gomes, Josef Weidenholzer, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De verzoeker voldoet aan de verplichtingen om zich regelmatig bij de bevoegde autoriteiten te melden of daar in persoon te verschijnen, hetzij onverwijld, hetzij op een nader bepaald tijdstip, of om in een aangewezen deel van het grondgebied te blijven overeenkomstig Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen), zoals opgelegd door de lidstaat waar verplicht is zich te bevinden overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening). | 6. De verzoeker voldoet aan alle verplichtingen om zich regelmatig bij de bevoegde autoriteiten te melden of daar in persoon te verschijnen, hetzij onverwijld, hetzij op een nader bepaald tijdstip, of om in een aangewezen deel van het grondgebied te blijven overeenkomstig Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen), indien dergelijke verplichtingen zijn opgelegd door de lidstaat waar verplicht is zich te bevinden overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening). |
Or. en
Motivering
Het is belangrijk hier duidelijk te maken dat er mogelijk geen verplichtingen voor de verzoeker gelden.
Amendement 596
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De verzoeker voldoet aan de verplichtingen om zich regelmatig bij de bevoegde autoriteiten te melden of daar in persoon te verschijnen, hetzij onverwijld, hetzij op een nader bepaald tijdstip, of om in een aangewezen deel van het grondgebied te blijven overeenkomstig Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen), zoals opgelegd door de lidstaat waar verplicht is zich te bevinden overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening). | 6. De verzoeker voldoet aan de verplichtingen om zich regelmatig bij de bevoegde autoriteiten te melden, daar in persoon te verschijnen, hetzij onverwijld, hetzij op een nader bepaald tijdstip, en om in een aangewezen deel van het grondgebied te blijven overeenkomstig Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen), zoals opgelegd door de lidstaat waar verplicht is zich te bevinden overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening). |
Or. en
Amendement 597
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. Wanneer dat nodig is voor de behandeling van een verzoek, kan de verzoeker door de verantwoordelijke autoriteiten worden verplicht zich te laten fouilleren of zijn goederen te laten doorzoeken. Onverminderd fouillering die plaatsvindt om veiligheidsredenen, wordt een fouillering van de verzoeker uit hoofde van deze verordening verricht door een persoon van hetzelfde geslacht met volledige eerbiediging van de beginselen van inzake de menselijke waardigheid en de lichamelijke en psychische integriteit. | 7. Wanneer dat nodig is voor de behandeling van een verzoek, wordt de verzoeker door de verantwoordelijke autoriteiten verplicht zich te laten fouilleren of zijn goederen, met inbegrip van de inhoud van elektronische apparaten zoals smartphones, tablets en laptops, te laten doorzoeken. Onverminderd fouillering die plaatsvindt om veiligheidsredenen, wordt een fouillering van de verzoeker uit hoofde van deze verordening verricht door een persoon van hetzelfde geslacht met volledige eerbiediging van de beginselen inzake de menselijke waardigheid en de lichamelijke en psychische integriteit. |
Or. en
Amendement 598
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. Wanneer dat nodig is voor de behandeling van een verzoek, kan de verzoeker door de verantwoordelijke autoriteiten worden verplicht zich te laten fouilleren of zijn goederen te laten doorzoeken. Onverminderd fouillering die plaatsvindt om veiligheidsredenen, wordt een fouillering van de verzoeker uit hoofde van deze verordening verricht door een persoon van hetzelfde geslacht met volledige eerbiediging van de beginselen van inzake de menselijke waardigheid en de lichamelijke en psychische integriteit. | 7. Wanneer dat nodig is voor de verwerking van een verzoek, kan de verzoeker, in overeenstemming met de nationale wetgeving en met het evenredigheidsbeginsel, door de verantwoordelijke autoriteiten worden verplicht zich te laten fouilleren of zijn goederen te laten doorzoeken. Onverminderd fouillering die plaatsvindt om veiligheidsredenen, wordt een fouillering van de verzoeker uit hoofde van deze verordening verricht door een persoon van hetzelfde geslacht met volledige eerbiediging van de beginselen inzake de menselijke waardigheid en de lichamelijke en psychische integriteit. |
Or. en
Amendement 599
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. Wanneer dat nodig is voor de behandeling van een verzoek, kan de verzoeker door de verantwoordelijke autoriteiten worden verplicht zich te laten fouilleren of zijn goederen te laten doorzoeken. Onverminderd fouillering die plaatsvindt om veiligheidsredenen, wordt een fouillering van de verzoeker uit hoofde van deze verordening verricht door een persoon van hetzelfde geslacht met volledige eerbiediging van de beginselen van inzake de menselijke waardigheid en de lichamelijke en psychische integriteit. | 7. Alleen om veiligheidsredenen kan de verzoeker door de verantwoordelijke autoriteiten worden verplicht zich te laten fouilleren of zijn goederen te laten doorzoeken. Een fouillering van de verzoeker uit hoofde van deze verordening wordt verricht door een persoon van hetzelfde geslacht met volledige eerbiediging van de beginselen inzake de menselijke waardigheid en de lichamelijke en psychische integriteit. |
Or. en
Amendement 600
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. Wanneer dat nodig is voor de behandeling van een verzoek, kan de verzoeker door de verantwoordelijke autoriteiten worden verplicht zich te laten fouilleren of zijn goederen te laten doorzoeken. Onverminderd fouillering die plaatsvindt om veiligheidsredenen, wordt een fouillering van de verzoeker uit hoofde van deze verordening verricht door een persoon van hetzelfde geslacht met volledige eerbiediging van de beginselen van inzake de menselijke waardigheid en de lichamelijke en psychische integriteit. | 7. Wanneer dat nodig is voor de behandeling van een verzoek, kan de verzoeker door de verantwoordelijke autoriteiten worden verplicht zich te laten fouilleren of zijn goederen te laten doorzoeken. De verantwoordelijke autoriteiten moeten fouillering als ultiem middel gebruiken en de verzoeker er schriftelijk een specifieke reden voor geven. Een fouillering van de verzoeker uit hoofde van deze richtlijn wordt verricht door een persoon van hetzelfde geslacht met volledige eerbiediging van de beginselen inzake de menselijke waardigheid en de lichamelijke en psychische integriteit. |
Or. en
Amendement 601
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. Wanneer dat nodig is voor de behandeling van een verzoek, kan de verzoeker door de verantwoordelijke autoriteiten worden verplicht zich te laten fouilleren of zijn goederen te laten doorzoeken. Onverminderd fouillering die plaatsvindt om veiligheidsredenen, wordt een fouillering van de verzoeker uit hoofde van deze verordening verricht door een persoon van hetzelfde geslacht met volledige eerbiediging van de beginselen van inzake de menselijke waardigheid en de lichamelijke en psychische integriteit. | 7. Wanneer dat nodig is voor de behandeling van een verzoek, kan de verzoeker door de verantwoordelijke autoriteiten worden verplicht zich te laten fouilleren of zijn goederen te laten doorzoeken in overeenstemming met de nationale wetgeving. Onverminderd fouillering die plaatsvindt om veiligheidsredenen, wordt een fouillering van de verzoeker uit hoofde van deze verordening verricht door een persoon van hetzelfde geslacht met volledige eerbiediging van de beginselen inzake de menselijke waardigheid en de lichamelijke en psychische integriteit. |
Or. en
Motivering
De relevante bepalingen uit de nationale wetgeving moeten worden geëerbiedigd.
Amendement 602
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar, Filiz Hyusmenova
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. Het Europees Asielagentschap stelt, in nauwe samenwerking met de verantwoordelijke nationale agentschappen en ter aanvulling van het voorlichtingsmateriaal dat is voorzien overeenkomstig Verordening XXX/XXX (Dublinverordening), gemeenschappelijk voorlichtingsmateriaal op dat ten minste de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie bevat. Het gemeenschappelijke voorlichtingsmateriaal wordt zodanig opgesteld dat de lidstaten het kunnen aanvullen met informatie die eigen is aan de lidstaat in kwestie. Het Europees Asielagentschap stelt specifiek voorlichtingsmateriaal op dat speciaal bestemd is voor de volgende doelgroepen: |
Or. en
Motivering
Het is van groot belang dat alle verzoekers adequaat worden geïnformeerd over de procedures die ze zullen doorlopen. Door de informatieverschaffing te harmoniseren en er tegelijkertijd voor te zorgen dat specifieke nationale kenmerken kunnen worden geïntegreerd en verklaard, zal het CEAS verder worden versterkt. Hoewel het Europees Asielagentschap de logische coördinator van en de drijvende kracht achter de ontwikkeling van dergelijk materiaal lijkt te zijn, is het van groot belang dat ook de nationale autoriteiten, die het materiaal in hun lidstaat zullen gebruiken, daarbij worden betrokken.
Amendement 603
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Bodil Valero, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. Verzoekers hebben in alle fasen van de procedure krachtens deel III van deze verordening recht op kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging. |
Or. en
Amendement 604
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Bodil Valero, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 ter. Verzoekers wordt het recht op een onderhoud over de inhoud van hun verzoek overeenkomstig artikel 11 van deze verordening en, in voorkomend geval, het recht op een onderhoud over de ontvankelijkheid overeenkomstig artikel 10 van deze verordening gegarandeerd. |
Or. en
Amendement 605
Péter Niedermüller, Marju Lauristin, Josef Weidenholzer, Ana Gomes, Cécile Kashetu Kyenge, Elly Schlein, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De beslissingsautoriteit stelt verzoekers in een taal die zij begrijpen of waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat zij deze begrijpen, in kennis van: | De beslissingsautoriteit stelt verzoekers in een taal die zij begrijpen of waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat zij deze begrijpen, en in een beknopte, transparante, begrijpelijke en makkelijk toegankelijke vorm, in duidelijke en eenvoudige taal, in kennis van: |
Or. en
Motivering
Dit is de formulering die wordt gebruikt in artikel 7, lid 8, van het standpunt van het Europees Parlement over de richtlijn opvangvoorzieningen.
Amendement 606
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini, Bodil Valero
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De beslissingsautoriteit stelt verzoekers in een taal die zij begrijpen of waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat zij deze begrijpen, in kennis van: | De beslissingsautoriteit stelt verzoekers in een taal die zij begrijpen en in een beknopte, transparante, begrijpelijke en makkelijk toegankelijke vorm, in duidelijke en eenvoudige taal, in kennis van: |
Or. en
Amendement 607
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De beslissingsautoriteit stelt verzoekers in een taal die zij begrijpen of waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat zij deze begrijpen, in kennis van: | De beslissingsautoriteit stelt verzoekers in een taal die zij begrijpen en in een beknopte, transparante, begrijpelijke en makkelijk toegankelijke vorm, in duidelijke en eenvoudige taal, in kennis van: |
Or. en
Motivering
Verduidelijking zodat verzoekers het CEAS beter kunnen begrijpen.
Amendement 608
Monika Hohlmeier, Heinz K. Becker
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De beslissingsautoriteit stelt verzoekers in een taal die zij begrijpen of waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat zij deze begrijpen, in kennis van: | De beslissingsautoriteit stelt verzoekers in een taal die zij begrijpen of waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat zij deze begrijpen, en indien mogelijk in eenvoudige taal, in kennis van: |
Or. en
Amendement 609
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De beslissingsautoriteit stelt verzoekers in een taal die zij begrijpen of waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat zij deze begrijpen, in kennis van: | De verantwoordelijke beslissingsautoriteit stelt verzoekers in een taal die zij begrijpen en op beknopte en makkelijk toegankelijke wijze, in duidelijke en eenvoudige taal, in kennis van: |
Or. en
Amendement 610
Péter Niedermüller, Birgit Sippel, Marju Lauristin, Cécile Kashetu Kyenge, Elly Schlein, Ana Gomes, Josef Weidenholzer, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (a bis) het recht op rechtsbijstand voor het indienen van het individuele verzoek, met inbegrip van de mogelijkheid tot kosteloze rechtsbijstand overeenkomstig artikel 15; |
Or. en
Motivering
Het is van groot belang om ervoor te zorgen dat de verzoeker recht heeft op rechtsbijstand en vertegenwoordiging bij het voorbereiden van zijn verzoek.
Amendement 611
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) hun rechten en verplichtingen tijdens de procedure, met inbegrip van de verplichting op het grondgebied van de lidstaat te blijven waar hij verplicht is zich te bevinden overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening); | (c) hun rechten en verplichtingen tijdens de procedure; |
Or. en
Motivering
De verwijzing naar de Dublinverordening is hier overbodig. Er zijn een aantal rechten waarover de verzoeker beschikt, en een aantal verplichtingen die hem zijn opgelegd. We vermelden hier geen andere.
Amendement 612
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) hun rechten en verplichtingen tijdens de procedure, met inbegrip van de verplichting op het grondgebied van de lidstaat te blijven waar hij verplicht is zich te bevinden overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening); | (c) hun rechten en verplichtingen tijdens de procedure; |
Or. bg
Amendement 613
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) hun rechten en verplichtingen tijdens de procedure, met inbegrip van de verplichting op het grondgebied van de lidstaat te blijven waar hij verplicht is zich te bevinden overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening); | (c) hun rechten en verplichtingen tijdens de procedure, met inbegrip van de rechten en verplichtingen overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening); |
Or. en
Amendement 614
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini, Bodil Valero
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) hun rechten en verplichtingen tijdens de procedure, met inbegrip van de verplichting op het grondgebied van de lidstaat te blijven waar hij verplicht is zich te bevinden overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening); | (c) hun rechten en verplichtingen tijdens de procedure, met inbegrip van het recht op gezinshereniging en procedures krachtens Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening); |
Or. en
Amendement 615
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) hun rechten en verplichtingen tijdens de procedure, met inbegrip van de verplichting op het grondgebied van de lidstaat te blijven waar hij verplicht is zich te bevinden overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening); | (c) hun rechten en verplichtingen tijdens de procedure, met inbegrip van het recht om zich te herenigen met familieleden die in een andere lidstaat verblijven, overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening); |
Or. en
Amendement 616
Péter Niedermüller, Ana Gomes, Josef Weidenholzer, Caterina Chinnici, Elly Schlein, Cécile Kashetu Kyenge
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) het tijdsbestek van de procedure; | (e) eventuele termijnen die ze moeten eerbiedigen en de termijnen die de verantwoordelijke autoriteiten moeten eerbiedigen; |
Or. en
Motivering
Aangezien de opgelegde termijnen gevolgen hebben voor de verzoeker, is het belangrijk dat de verzoeker op de hoogte wordt gebracht van de termijnen die hij moet eerbiedigen. De verzoeker dient eveneens op de hoogte te worden gebracht van de termijnen die de autoriteiten moeten eerbiedigen zodat hij begrijpt dat ook zij zich aan bepaalde termijnen moeten houden.
Amendement 617
Péter Niedermüller, Birgit Sippel, Marju Lauristin, Elly Schlein, Cécile Kashetu Kyenge, Ana Gomes, Josef Weidenholzer, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f) de middelen waarover zij beschikken om te voldoen aan hun verplichting tot het indienen van de elementen zoals bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen); | (f) de middelen waarover zij beschikken om te voldoen aan hun verplichting tot het indienen van de elementen zoals bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen), met inbegrip van het recht op kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging; |
Or. en
Amendement 618
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – letter g
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(g) de gevolgen van een expliciete of impliciete intrekking van het verzoek; | (g) de gevolgen van een expliciete intrekking van het verzoek of van de beëindiging ervan; |
Or. en
Amendement 619
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – letter h
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(h) het resultaat van de beslissing van de beslissingsautoriteit, de redenen voor die beslissing, alsook de gevolgen van een beslissing waarbij internationale bescherming wordt geweigerd en de wijze waarop een dergelijke beslissing kan worden aangevochten. | (h) het resultaat van de beslissing van de beslissingsautoriteit, de redenen voor de afwijzing van het verzoek, alsook de gevolgen van een beslissing waarbij internationale bescherming wordt geweigerd en de wijze waarop een dergelijke beslissing kan worden aangevochten. |
Or. en
Motivering
Als er wordt besloten om een vluchteling te erkennen, mag de A.S. de volledige motivering niet overhandigen aan de vluchteling, aangezien andere verzoekers misbruik zouden kunnen maken van deze motivering en daardoor heel wat soortgelijke/dezelfde gevallen zouden kunnen ontstaan. Als er evenwel wordt besloten dat een verzoeker in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming, moet de volledige motivering wel aan de verzoeker worden overhandigd omdat dit wordt beschouwd als een gedeeltelijk negatieve beslissing en omdat de verzoeker op de hoogte moet zijn van de volledige motivering om in beroep te kunnen gaan tegen de beslissing.
Amendement 620
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – letter h
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(h) het resultaat van de beslissing van de beslissingsautoriteit, de redenen voor die beslissing, alsook de gevolgen van een beslissing waarbij internationale bescherming wordt geweigerd en de wijze waarop een dergelijke beslissing kan worden aangevochten. | (h) het resultaat van de beslissing van de beslissingsautoriteit, de redenen voor die beslissing, alsook de gevolgen van een beslissing waarbij internationale bescherming wordt geweigerd en de termijnen en de wijze waarop een dergelijke beslissing kan worden aangevochten. |
Or. en
Amendement 621
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – letter h bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (h bis) het recht op kosteloos juridisch advies en om contact op te nemen met de relevante ngo's. |
Or. en
Amendement 622
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt tijdig genoeg verstrekt om verzoekers in staat te stellen de in deze verordening gewaarborgde rechten uit te oefenen en de in de artikel 7 bedoelde verplichtingen na te komen. | De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt verstrekt zodra het verzoek is geregistreerd om verzoekers in staat te stellen de in deze verordening gewaarborgde rechten uit te oefenen en de in de artikel 7 bedoelde verplichtingen na te komen. De informatie wordt verstrekt in zowel schriftelijke als mondelinge vorm, zo nodig met behulp van multimedia-apparatuur. Mondelinge informatie kan in individuele dan wel groepssessies worden verstrekt en de verzoekers hebben de mogelijkheid vragen te stellen over de procedurele stappen die zij dienen te volgen met betrekking tot de procedure om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is overeenkomstig deze verordening. In het geval van minderjarigen wordt de informatie op een kindvriendelijke manier door adequaat opgeleid personeel en met de medewerking van de voogd verstrekt. |
Or. en
Motivering
Verduidelijking over het recht op informatie om parallellisme met enkele van de vereisten uit de Dublinverordening na te streven.
Amendement 623
Péter Niedermüller, Marju Lauristin, Caterina Chinnici, Ana Gomes, Josef Weidenholzer, Birgit Sippel
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt tijdig genoeg verstrekt om verzoekers in staat te stellen de in deze verordening gewaarborgde rechten uit te oefenen en de in de artikel 7 bedoelde verplichtingen na te komen. | Alle in de eerste alinea bedoelde informatie wordt tijdig genoeg verstrekt om verzoekers in staat te stellen de in deze verordening gewaarborgde rechten uit te oefenen en de in de artikel 7 bedoelde verplichtingen na te komen. De onder (a) t/m (g) bedoelde informatie wordt aan de verzoeker verstrekt op het moment dat het verzoek om internationale bescherming is geregistreerd. |
Or. en
Motivering
Het is belangrijk om de verzoeker zo vroeg mogelijk in de procedure te informeren over zijn verplichtingen. Aangezien de verzoeker aanwezig moet zijn bij de registratie, biedt dat de autoriteiten van de lidstaat een goede gelegenheid om hem te informeren over die verplichtingen.
Amendement 624
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt tijdig genoeg verstrekt om verzoekers in staat te stellen de in deze verordening gewaarborgde rechten uit te oefenen en de in de artikel 7 bedoelde verplichtingen na te komen. | De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt verstrekt op het moment waarop het verzoek om internationale bescherming wordt geregistreerd en alleszins vóór het persoonlijk onderhoud, om verzoekers in staat te stellen de in deze richtlijn gewaarborgde rechten uit te oefenen en de in de artikel 7 bedoelde verplichtingen na te komen. |
Or. en
Amendement 625
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt tijdig genoeg verstrekt om verzoekers in staat te stellen de in deze verordening gewaarborgde rechten uit te oefenen en de in de artikel 7 bedoelde verplichtingen na te komen. | De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt verstrekt wanneer het verzoek wordt ingediend en uiterlijk wanneer het verzoek wordt geregistreerd, om verzoekers in staat te stellen de in deze verordening gewaarborgde rechten uit te oefenen en de in de artikel 7 bedoelde verplichtingen na te komen. |
Or. en
Amendement 626
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini, Bodil Valero
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. Kinderen krijgen van adequaat opgeleid personeel op een kindvriendelijke manier informatie in een taal die zij verstaan. |
Or. en
Amendement 627
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De beslissingsautoriteit biedt verzoekers de diensten van een tolk aan om hun zaak voor te leggen aan de beslissingsautoriteit of rechterlijke instanties, telkens wanneer een goede communicatie zonder die diensten niet kan worden gewaarborgd. De tolkdiensten worden betaald uit overheidsmiddelen. | 3. De beslissingsautoriteit biedt verzoekers de diensten van een tolk aan om hun zaak voor te leggen aan de beslissingsautoriteit of rechterlijke instanties, telkens wanneer een goede communicatie zonder die diensten niet kan worden gewaarborgd. De tolkdiensten worden betaald uit overheidsmiddelen. Hetzelfde geldt wanneer de verzoeker zich bevindt in een detentiecentrum of aan een grensdoorlaatpost. |
Or. en
Amendement 628
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De beslissingsautoriteit biedt verzoekers de diensten van een tolk aan om hun zaak voor te leggen aan de beslissingsautoriteit of rechterlijke instanties, telkens wanneer een goede communicatie zonder die diensten niet kan worden gewaarborgd. De tolkdiensten worden betaald uit overheidsmiddelen. | 3. De beslissingsautoriteit biedt verzoekers de diensten van een tolk aan om hun zaak voor te leggen aan de beslissingsautoriteit of rechterlijke instanties, telkens wanneer een goede communicatie zonder die diensten niet kan worden gewaarborgd. De tolkdiensten worden betaald uit overheidsmiddelen, tenzij de verzoeker over voldoende middelen beschikt. |
Or. en
Amendement 629
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De beslissingsautoriteit biedt verzoekers de diensten van een tolk aan om hun zaak voor te leggen aan de beslissingsautoriteit of rechterlijke instanties, telkens wanneer een goede communicatie zonder die diensten niet kan worden gewaarborgd. De tolkdiensten worden betaald uit overheidsmiddelen. | 3. De beslissingsautoriteit biedt verzoekers de diensten van een tolk aan om hun zaak voor te leggen aan de beslissingsautoriteit of rechterlijke instanties, telkens wanneer een goede communicatie zonder die diensten niet kan worden gewaarborgd. De tolkdiensten voor verzoekers zijn kosteloos. |
Or. en
Motivering
In sommige lidstaten is dit niet voorzien in de nationale wetgeving.
Amendement 630
Miltiadis Kyrkos
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De beslissingsautoriteit biedt verzoekers de diensten van een tolk aan om hun zaak voor te leggen aan de beslissingsautoriteit of rechterlijke instanties, telkens wanneer een goede communicatie zonder die diensten niet kan worden gewaarborgd. De tolkdiensten worden betaald uit overheidsmiddelen. | 3. De beslissingsautoriteit biedt verzoekers de diensten van een tolk aan om hun zaak voor te leggen aan de beslissingsautoriteit of rechterlijke instanties, telkens wanneer een goede communicatie zonder die diensten niet kan worden gewaarborgd. De tolkdiensten voor verzoekers zijn kosteloos. |
Or. en
Amendement 631
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 bis. Het Europees Asielagentschap stelt een speciale website ter beschikking met informatie over het gemeenschappelijk Europees asielstelsel en met name de werking van deze verordening, die is gericht op verzoekers van internationale bescherming en potentiële verzoekers. De informatie op de website is volledig en actueel en wordt verstrekt in een beknopte, transparante, begrijpelijke en makkelijk toegankelijke vorm, in duidelijke en eenvoudige taal, en is beschikbaar in de talen die het meest worden gesproken door de verzoekers van internationale bescherming die in Europa aankomen. |
Or. en
Motivering
Het onderliggende idee van dit voorstel is om de desinformatie die aan potentiële verzoekers in derde landen wordt verstrekt door smokkelaars en anderen, te weerleggen zodat ze een realistisch begrip hebben van de basisbeginselen van het CEAS. Hopelijk kan dit er mee voor zorgen dat verzoekers die slechts een geringe kans hebben om bescherming te krijgen in Europa, niet langer de gevaarlijke en dure oversteek van de Middellandse Zee maken om naar Europa te gaan.
Amendement 632
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 bis. Het Europees Asielagentschap stelt gemeenschappelijk voorlichtingsmateriaal op dat ten minste de in lid 2 van dit artikel bedoelde informatie bevat. Het gemeenschappelijke voorlichtingsmateriaal wordt zodanig opgesteld dat de lidstaten het kunnen gebruiken en waar nodig aanvullen met informatie die eigen is aan de lidstaat in kwestie. |
Or. en
Amendement 633
Péter Niedermüller, Marju Lauristin, Caterina Chinnici, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 bis. De beslissingsautoriteit kan ook een cultureel bemiddelaar voorzien voor de verzoeker, om hem in de loop van de procedure bij te staan, met name tijdens het persoonlijk onderhoud. |
Or. en
Motivering
Praktische ervaring toont aan dat culturele bemiddelaars nuttig kunnen zijn bij het ontwikkelen van begrip tussen de verzoeker en de beslissingsautoriteit.
Amendement 634
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 ter. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten houden de verzoekers op de hoogte van de voortgang van de uit hoofde van deze verordening uitgevoerde procedures met betrekking tot hun verzoek. Dergelijke informatie wordt schriftelijk en regelmatig verstrekt. In het geval van minderjarigen informeren de bevoegde autoriteiten de minderjarige en de voogd op dezelfde manier. De Commissie is bevoegd een uitvoeringshandeling vast te stellen om de modaliteiten voor de verstrekking van dergelijke informatie vast te leggen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 56, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. |
Or. en
Motivering
Het lijkt zinvol om de autoriteiten te verplichten de verzoekers op de hoogte te houden van het proces waarin ze zich bevinden, en niet alleen wanneer er een beslissing wordt genomen. Door ervoor te zorgen dat de verzoekers regelmatig op de hoogte worden gebracht van de status van hun verzoek, wordt vertrouwen in het systeem opgebouwd en worden secundaire bewegingen beperkt.
Amendement 635
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De beslissingsautoriteit biedt verzoekers de mogelijkheid om contact op te nemen met de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties of met ander organisaties die verzoekers juridisch of ander advies geven overeenkomstig het nationale recht. | 4. De beslissingsautoriteit biedt verzoekers de mogelijkheid om contact op te nemen met de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties of met andere organisaties die verzoekers juridisch of ander advies geven door hen te informeren over de verschillende gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties en te garanderen dat ze door hen kunnen worden gecontacteerd. |
Or. en
Amendement 636
Péter Niedermüller, Caterina Chinnici, Ana Gomes, Josef Weidenholzer
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De beslissingsautoriteit biedt verzoekers de mogelijkheid om contact op te nemen met de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties of met ander organisaties die verzoekers juridisch of ander advies geven overeenkomstig het nationale recht. | 4. Binnen 14 dagen na de indiening van het verzoek, biedt de beslissingsautoriteit verzoekers de mogelijkheid om contact op te nemen met de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties of met andere organisaties die verzoekers juridisch of ander advies geven overeenkomstig het nationale recht. |
Or. en
Motivering
Gezien de door deze verordening opgelegde termijnen is het belangrijk om vast te stellen dat verzoekers binnen een redelijke termijn nadat ze hun verzoek hebben ingediend, contact kunnen opnemen met het UNHCR.
Amendement 637
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De beslissingsautoriteit biedt verzoekers de mogelijkheid om contact op te nemen met de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties of met ander organisaties die verzoekers juridisch of ander advies geven overeenkomstig het nationale recht. | 4. De beslissingsautoriteit kan, indien dat haalbaar wordt geacht, verzoekers de mogelijkheid bieden om contact op te nemen met de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties of met een andere organisatie die verzoekers professioneel juridisch advies geeft overeenkomstig het nationale recht. |
Or. en
Amendement 638
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De beslissingsautoriteit biedt verzoekers de mogelijkheid om contact op te nemen met de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties of met ander organisaties die verzoekers juridisch of ander advies geven overeenkomstig het nationale recht. | 4. De beslissingsautoriteit kan verzoekers de mogelijkheid bieden om contact op te nemen met de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties of met andere organisaties die verzoekers juridisch of ander advies geven overeenkomstig het nationale recht. |
Or. en
Amendement 639
Laura Ferrara
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De beslissingsautoriteit zorgt ervoor dat verzoekers en, in voorkomend geval, hun voogden, juridisch adviseurs of andere raadslieden toegang hebben toegang tot de in artikel 33, lid 2, onder e), bedoelde informatie die nodig is voor de behandeling van verzoeken en tot de door de in artikel 33, lid 3, bedoelde deskundigen verstrekte informatie, wanneer de beslissingsautoriteit met die informatie rekening heeft gehouden om een beslissing te nemen over hun verzoek. | 5. De beslissingsautoriteit zorgt ervoor dat verzoekers en, in voorkomend geval, hun voogden, juridisch adviseurs of andere raadslieden toegang hebben tot de in artikel 33, lid 2, onder b) en c), bedoelde informatie die nodig is voor de behandeling van verzoeken en tot de door de in artikel 33, lid 3, bedoelde deskundigen verstrekte informatie, wanneer de beslissingsautoriteit met die informatie rekening heeft gehouden om een beslissing te nemen over hun verzoek. |
Or. it
Amendement 640
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De beslissingsautoriteit zorgt ervoor dat verzoekers en, in voorkomend geval, hun voogden, juridisch adviseurs of andere raadslieden toegang hebben toegang tot de in artikel 33, lid 2, onder e), bedoelde informatie die nodig is voor de behandeling van verzoeken en tot de door de in artikel 33, lid 3, bedoelde deskundigen verstrekte informatie, wanneer de beslissingsautoriteit met die informatie rekening heeft gehouden om een beslissing te nemen over hun verzoek. | 5. De beslissingsautoriteit zorgt ervoor dat verzoekers en, in voorkomend geval, hun voogden, juridisch adviseurs of andere raadslieden toegang hebben tot de in artikel 33, lid 2, bedoelde informatie die nodig is voor de behandeling van verzoeken en tot de door de in artikel 33, lid 3, bedoelde deskundigen verstrekte informatie, wanneer de beslissingsautoriteit met die informatie rekening heeft gehouden om een beslissing te nemen over hun verzoek. |
Or. en
Amendement 641
Kinga Gál
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De beslissingsautoriteit zorgt ervoor dat verzoekers en, in voorkomend geval, hun voogden, juridisch adviseurs of andere raadslieden toegang hebben toegang tot de in artikel 33, lid 2, onder e), bedoelde informatie die nodig is voor de behandeling van verzoeken en tot de door de in artikel 33, lid 3, bedoelde deskundigen verstrekte informatie, wanneer de beslissingsautoriteit met die informatie rekening heeft gehouden om een beslissing te nemen over hun verzoek. | 5. De beslissingsautoriteit zorgt ervoor dat verzoekers en, in voorkomend geval, hun voogden en/of wettelijke vertegenwoordigers toegang hebben tot de in artikel 33, lid 2, onder e), bedoelde informatie die nodig is voor de behandeling van verzoeken en tot de door de in artikel 33, lid 3, bedoelde deskundigen verstrekte informatie, wanneer de beslissingsautoriteit met die informatie rekening heeft gehouden om een beslissing te nemen over hun verzoek. |
Or. hu
Amendement 642
Péter Niedermüller, Birgit Sippel, Elly Schlein, Cécile Kashetu Kyenge, Caterina Chinnici, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De beslissingsautoriteit stelt verzoekers binnen een redelijke termijn in kennis van de over hun verzoek genomen beslissing. Indien een voogd, juridisch adviseur of andere raadsman optreedt als wettelijke vertegenwoordiger van de verzoeker, kan de beslissingsautoriteit hem in plaats van de verzoeker in kennis stellen van de beslissing. | 6. De beslissingsautoriteit stelt verzoekers binnen zeven dagen schriftelijk in kennis van de over hun verzoek genomen beslissing. Indien een voogd, juridisch adviseur of andere raadsman optreedt als wettelijke vertegenwoordiger van de verzoeker, stelt de beslissingsautoriteit hem en de verzoeker in kennis van de beslissing. |
Or. en
Motivering
De formulering van artikel 8, lid 6, moet worden afgestemd op de formulering die wordt gebruikt in artikel 35, lid 1. Zowel de verzoeker als zijn juridisch adviseur of raadsman moeten uiterlijk zeven dagen nadat de beslissing is genomen schriftelijk op de hoogte worden gebracht.
Amendement 643
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De beslissingsautoriteit stelt verzoekers binnen een redelijke termijn in kennis van de over hun verzoek genomen beslissing. Indien een voogd, juridisch adviseur of andere raadsman optreedt als wettelijke vertegenwoordiger van de verzoeker, kan de beslissingsautoriteit hem in plaats van de verzoeker in kennis stellen van de beslissing. | 6. De beslissingsautoriteit stelt verzoekers binnen vijf dagen in kennis van de over hun verzoek genomen beslissing. Indien een voogd, juridisch adviseur of andere raadsman optreedt als wettelijke vertegenwoordiger van de verzoeker, stelt de beslissingsautoriteit ook hem in kennis van de beslissing. |
Or. en
Amendement 644
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De beslissingsautoriteit stelt verzoekers binnen een redelijke termijn in kennis van de over hun verzoek genomen beslissing. Indien een voogd, juridisch adviseur of andere raadsman optreedt als wettelijke vertegenwoordiger van de verzoeker, kan de beslissingsautoriteit hem in plaats van de verzoeker in kennis stellen van de beslissing. | 6. De beslissingsautoriteit stelt verzoekers binnen vijf werkdagen in kennis van de over hun verzoek genomen beslissing. Indien een voogd, juridisch adviseur of andere raadsman optreedt als wettelijke vertegenwoordiger van de verzoeker, stelt de beslissingsautoriteit hem en de verzoeker in kennis van de beslissing. |
Or. en
Amendement 645
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De beslissingsautoriteit stelt verzoekers binnen een redelijke termijn in kennis van de over hun verzoek genomen beslissing. Indien een voogd, juridisch adviseur of andere raadsman optreedt als wettelijke vertegenwoordiger van de verzoeker, kan de beslissingsautoriteit hem in plaats van de verzoeker in kennis stellen van de beslissing. | 6. De beslissingsautoriteit stelt verzoekers binnen een redelijke termijn in kennis van de over hun verzoek genomen beslissing. Indien een voogd of juridisch adviseur optreedt als wettelijke vertegenwoordiger van de verzoeker, kan de beslissingsautoriteit hem in plaats van de verzoeker in kennis stellen van de beslissing. |
Or. en
Amendement 646
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Bodil Valero, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Verzoekers hebben het recht om in de verantwoordelijke lidstaat te blijven, louter ten behoeve van de procedure, totdat de beslissingsautoriteit overeenkomstig de in hoofdstuk III uiteengezette administratieve procedure een beslissing heeft genomen. | 1. Verzoekers hebben het recht om in de verantwoordelijke lidstaat te blijven, louter ten behoeve van de procedure, totdat de beslissingsautoriteit overeenkomstig de in hoofdstuk III uiteengezette administratieve procedure een definitieve beslissing heeft genomen en totdat een eventuele lopende beroepsprocedure met betrekking tot het verzoek, een terugkeerbesluit of een uitleveringsbesluit is afgerond. |
Or. en
Amendement 647
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Verzoekers hebben het recht om in de verantwoordelijke lidstaat te blijven, louter ten behoeve van de procedure, totdat de beslissingsautoriteit overeenkomstig de in hoofdstuk III uiteengezette administratieve procedure een beslissing heeft genomen. | 1. Verzoekers mogen in de verantwoordelijke lidstaat te blijven, louter ten behoeve van de procedure, totdat de beslissingsautoriteit overeenkomstig de in hoofdstuk III uiteengezette administratieve procedure een beslissing heeft genomen. |
Or. en
Amendement 648
Brice Hortefeux, Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Verzoekers hebben het recht om in de verantwoordelijke lidstaat te blijven, louter ten behoeve van de procedure, totdat de beslissingsautoriteit overeenkomstig de in hoofdstuk III uiteengezette administratieve procedure een beslissing heeft genomen. | 1. Verzoekers zijn gemachtigd om in de verantwoordelijke lidstaat te blijven, louter ten behoeve van de procedure, totdat de beslissingsautoriteit overeenkomstig de in hoofdstuk III uiteengezette administratieve procedure een beslissing heeft genomen. |
Or. fr
Amendement 649
Péter Niedermüller, Birgit Sippel, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Verzoekers hebben het recht om in de verantwoordelijke lidstaat te blijven, louter ten behoeve van de procedure, totdat de beslissingsautoriteit overeenkomstig de in hoofdstuk III uiteengezette administratieve procedure een beslissing heeft genomen. | 1. Verzoekers hebben het recht om in de verantwoordelijke lidstaat te blijven ten behoeve van de procedure, totdat de beslissingsautoriteit overeenkomstig de in hoofdstuk III uiteengezette administratieve procedure een beslissing heeft genomen. |
Or. en
Motivering
De verzoeker kan wellicht werken terwijl het verzoek in behandeling is. Daarom mag het recht van de verzoeker om te blijven niet uitsluitend worden beperkt tot de procedure, zelfs als dat de voornaamste reden is.
Amendement 650
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het recht om te blijven houdt niet in dat de betrokkene recht heeft op een verblijfsvergunning en geeft hem niet het recht om naar het grondgebied van een andere lidstaat te reizen zonder toestemming zoals bedoeld in artikel 6 van Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen). | 2. Het recht om te blijven houdt niet in dat de betrokkene recht heeft op een verblijfsvergunning en geeft hem niet het recht om naar het grondgebied van een andere lidstaat te reizen. |
Or. en
Amendement 651
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het recht om te blijven houdt niet in dat de betrokkene recht heeft op een verblijfsvergunning en geeft hem niet het recht om naar het grondgebied van een andere lidstaat te reizen zonder toestemming zoals bedoeld in artikel 6 van Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen). | 2. Het recht om op het grondgebied van een lidstaat te blijven houdt niet in dat de betrokkene recht heeft op een verblijfsvergunning en geeft hem niet het recht om naar het grondgebied van een andere lidstaat te reizen zonder toestemming zoals bedoeld in artikel 6 van Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen). |
Or. en
Amendement 652
Péter Niedermüller, Birgit Sippel, Kati Piri, Josef Weidenholzer, Ana Gomes, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het recht om te blijven houdt niet in dat de betrokkene recht heeft op een verblijfsvergunning en geeft hem niet het recht om naar het grondgebied van een andere lidstaat te reizen zonder toestemming zoals bedoeld in artikel 6 van Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen). | 2. Het recht om te blijven geeft de betrokkene niet het recht om naar het grondgebied van een andere lidstaat te reizen zonder toestemming zoals bedoeld in artikel 6 van Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen). |
Or. en
Motivering
De aard van het recht om te blijven moet niet worden vastgesteld. We moeten eenvoudigweg bepalen dat het recht om te blijven geen recht om naar het grondgebied van een andere lidstaat te reizen inhoudt.
Amendement 653
Monika Hohlmeier, Heinz K. Becker
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het recht om te blijven houdt niet in dat de betrokkene recht heeft op een verblijfsvergunning en geeft hem niet het recht om naar het grondgebied van een andere lidstaat te reizen zonder toestemming zoals bedoeld in artikel 6 van Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen). | 2. Het recht om te blijven houdt niet in dat de betrokkene recht heeft op een verblijfsvergunning van welke aard ook en geeft hem niet het recht om naar het grondgebied van een andere lidstaat te reizen zonder toestemming zoals bedoeld in artikel 6 van Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen). |
Or. en
Amendement 654
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het recht om te blijven houdt niet in dat de betrokkene recht heeft op een verblijfsvergunning en geeft hem niet het recht om naar het grondgebied van een andere lidstaat te reizen zonder toestemming zoals bedoeld in artikel 6 van Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen). | 2. Het recht om te blijven houdt in dat de betrokkene recht heeft op een verblijfsvergunning om het verzoek effectief te in te dienen, en geeft hem het recht om naar het grondgebied van een andere lidstaat te reizen mits hij via telefoon of via e-mail kan worden gecontacteerd. |
Or. en
Amendement 655
Brice Hortefeux, Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het recht om te blijven houdt niet in dat de betrokkene recht heeft op een verblijfsvergunning en geeft hem niet het recht om naar het grondgebied van een andere lidstaat te reizen zonder toestemming zoals bedoeld in artikel 6 van Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen). | 2. Het recht om te blijven kan niet inhouden dat de betrokkene recht heeft op een verblijfsvergunning en geeft hem niet het recht om naar het grondgebied van een andere lidstaat te reizen zonder toestemming zoals bedoeld in artikel 6 van Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen). |
Or. fr
Amendement 656
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De verantwoordelijke autoriteiten van de lidstaten kunnen het recht van de verzoeker om tijdens de administratieve procedure op hun grondgebied te blijven, intrekken, wanneer: | Schrappen |
(a) de betrokkene een volgend verzoek doet overeenkomstig artikel 42 en overeenkomstig de in artikel 43 vastgestelde voorwaarden; |
|
(b) de betrokkene wordt overdragen of uitgeleverd, naar gelang van het geval, aan een andere lidstaat uit hoofde van verplichtingen overeenkomstig een Europees aanhoudingsbevel35, aan een derde land of aan internationale strafgerechten. |
|
_________________ |
|
35 Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1). |
|
Or. en
Amendement 657
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 3 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De verantwoordelijke autoriteiten van de lidstaten kunnen het recht van de verzoeker om tijdens de administratieve procedure op hun grondgebied te blijven, intrekken, wanneer: | 3. De verantwoordelijke autoriteiten van de lidstaten trekken het recht van de verzoeker om tijdens de administratieve procedure op hun grondgebied te blijven, in, wanneer: |
Or. en
Amendement 658
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 3 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de betrokkene een volgend verzoek doet overeenkomstig artikel 42 en overeenkomstig de in artikel 43 vastgestelde voorwaarden; | Schrappen |
Or. en
Amendement 659
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 3 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de betrokkene een volgend verzoek doet overeenkomstig artikel 42 en overeenkomstig de in artikel 43 vastgestelde voorwaarden; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het is onaanvaardbaar om mensen van het Europese grondgebied te verwijderen voordat een definitieve beslissing is genomen over hun verzoek.
Amendement 660
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 3 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de betrokkene een volgend verzoek doet overeenkomstig artikel 42 en overeenkomstig de in artikel 43 vastgestelde voorwaarden; | (a) de betrokkene een tweede of volgend verzoek doet overeenkomstig artikel 42 en overeenkomstig de in artikel 43 vastgestelde voorwaarden; |
Or. en
Motivering
Als een verzoeker tijdens het eerste verzoek niet aanwezig was op het grondgebied van de verantwoordelijke lidstaat, kan dat resulteren in een volgend verzoek. In dergelijke gevallen moet worden toegestaan dat de verzoeker blijft voor het volgende verzoek.
Amendement 661
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 3 – letter b bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (b bis) een persoon een bedreiging voor de nationale veiligheid van de lidstaat is of wordt of een misdrijf pleegt. In een dergelijk geval moet de persoon onverwijld worden uitgeleverd aan zijn land van herkomst of doorreis. |
Or. bg
Amendement 662
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 3 – letter b bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (b bis) een persoon een gevaar vormt voor de interne veiligheid of de openbare orde van de lidstaat. |
Or. en
Amendement 663
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Een lidstaat kan een verzoeker krachtens lid 3, onder b), alleen uitleveren aan een derde land wanneer de beslissingsautoriteit zich ervan heeft vergewist dat een uitleveringsbesluit niet zal leiden tot direct of indirect refoulement in strijd met de internationale en Unie-verplichtingen van die lidstaat. | Schrappen |
Or. en
Amendement 664
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Een lidstaat kan een verzoeker krachtens lid 3, onder b), alleen uitleveren aan een derde land wanneer de beslissingsautoriteit zich ervan heeft vergewist dat een uitleveringsbesluit niet zal leiden tot direct of indirect refoulement in strijd met de internationale en Unie-verplichtingen van die lidstaat. | 4. Een lidstaat kan een verzoeker krachtens lid 3, onder a) en b), alleen uitzetten of uitleveren aan een derde land wanneer de beslissingsautoriteit zich ervan heeft vergewist dat een terugkeer- of uitleveringsbesluit niet zal leiden tot direct of indirect refoulement in strijd met de internationale en Unie-verplichtingen van die lidstaat. |
Or. en
Amendement 665
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Een lidstaat kan een verzoeker krachtens lid 3, onder b), alleen uitleveren aan een derde land wanneer de beslissingsautoriteit zich ervan heeft vergewist dat een uitleveringsbesluit niet zal leiden tot direct of indirect refoulement in strijd met de internationale en Unie-verplichtingen van die lidstaat. | 4. Een lidstaat kan een verzoeker krachtens lid 3, onder b), alleen uitleveren aan een derde land wanneer het uitleveringsbesluit niet zal leiden tot direct of indirect refoulement in strijd met de internationale en Unie-verplichtingen van die lidstaat. |
Or. en
Motivering
In sommige lidstaten wordt het besluit om de verzoeker uit te leveren aan een derde land gescheiden gehouden van het besluit over het verzoek om asiel. Bijgevolg speelt de beslissingsautoriteit geen doorslaggevende rol bij het uitleveringsbesluit. Dat laatste valt uitsluitend onder de bevoegdheid van de nationale rechtbanken.
Amendement 666
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Artikel 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 10 | Schrappen |
Onderhoud over de ontvankelijkheid |
|
1. Voordat de beslissingsautoriteit een beslissing over de ontvankelijkheid van een verzoek om internationale bescherming neemt, wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld een onderhoud te hebben over zijn verzoek. |
|
2. Tijdens het onderhoud over de ontvankelijkheid wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld om passende redenen te geven waarom de in artikel 36, lid 1, bedoelde gronden voor niet-ontvankelijkheid niet op zijn specifieke omstandigheden van toepassing zouden zijn. |
|
Or. fr
Amendement 667
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 10 | Schrappen |
Onderhoud over de ontvankelijkheid |
|
1. Voordat de beslissingsautoriteit een beslissing over de ontvankelijkheid van een verzoek om internationale bescherming neemt, wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld een onderhoud te hebben over zijn verzoek. |
|
2. Tijdens het onderhoud over de ontvankelijkheid wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld om passende redenen te geven waarom de in artikel 36, lid 1, bedoelde gronden voor niet-ontvankelijkheid niet op zijn specifieke omstandigheden van toepassing zouden zijn. |
|
Or. en
Amendement 668
Sergei Stanishev
Voorstel voor een verordening
Artikel 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 10 | Schrappen |
Onderhoud over de ontvankelijkheid |
|
1. Voordat de beslissingsautoriteit een beslissing over de ontvankelijkheid van een verzoek om internationale bescherming neemt, wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld een onderhoud te hebben over zijn verzoek. |
|
2. Tijdens het onderhoud over de ontvankelijkheid wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld om passende redenen te geven waarom de in artikel 36, lid 1, bedoelde gronden voor niet-ontvankelijkheid niet op zijn specifieke omstandigheden van toepassing zouden zijn. |
|
Or. en
Motivering
In lijn met eerdere amendementen waarbij de vereiste ontvankelijkheidstoetsingen voordat de Dublinverordening wordt toegepast, worden geschrapt.
Amendement 669
Péter Niedermüller, Birgit Sippel, Marju Lauristin, Ana Gomes, Josef Weidenholzer, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Voordat de beslissingsautoriteit een beslissing over de ontvankelijkheid van een verzoek om internationale bescherming neemt, wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld een onderhoud te hebben over zijn verzoek. | 1. Wanneer een beslissingsautoriteit beslist om een ontvankelijkheidstoetsing uit te voeren overeenkomstig artikel 36, en voordat die beslissingsautoriteit een beslissing over de ontvankelijkheid van een verzoek om internationale bescherming neemt, wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld een persoonlijk onderhoud te hebben over zijn verzoek. |
Or. en
Motivering
Een ontvankelijkheidstoetsing moet een optie in plaats van een vereiste zijn tijdens de verzoekprocedure. Het onderhoud moet volgens de bestaande richtlijn een persoonlijk onderhoud zijn.
Amendement 670
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Voordat de beslissingsautoriteit een beslissing over de ontvankelijkheid van een verzoek om internationale bescherming neemt, wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld een onderhoud te hebben over zijn verzoek. | 1. Voordat de beslissingsautoriteit een beslissing over de ontvankelijkheid van een verzoek om internationale bescherming neemt, krijgt de verzoeker het recht om te worden gehoord en wordt hij in de gelegenheid gesteld een onderhoud te hebben over zijn verzoek. |
Or. en
Amendement 671
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Tijdens het onderhoud over de ontvankelijkheid wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld om passende redenen te geven waarom de in artikel 36, lid 1, bedoelde gronden voor niet-ontvankelijkheid niet op zijn specifieke omstandigheden van toepassing zouden zijn. | 2. Tijdens het onderhoud over de ontvankelijkheid wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld om passende redenen te geven waarom de in artikel 36 bedoelde gronden voor niet-ontvankelijkheid niet op zijn specifieke omstandigheden van toepassing zouden zijn. |
Or. en
Amendement 672
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. Het is de taak van de nationale asielautoriteiten om een onderhoud over de ontvankelijkheid te voeren. De lidstaten mogen geen andere autoriteiten met deze taak belasten. |
Or. en
Amendement 673
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Voordat de beslissingsautoriteit een beslissing ten gronde neemt over een verzoek om internationale bescherming, wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld een inhoudelijk onderhoud te hebben over zijn verzoek. | 1. Voordat de beslissingsautoriteit een beslissing ten gronde neemt over een verzoek om internationale bescherming, wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld een inhoudelijk onderhoud te hebben over zijn verzoek met een persoon die krachtens het nationale recht bevoegd is om een dergelijk onderhoud te voeren. |
Or. fr
Amendement 674
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Voordat de beslissingsautoriteit een beslissing ten gronde neemt over een verzoek om internationale bescherming, wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld een inhoudelijk onderhoud te hebben over zijn verzoek. | 1. Voordat de beslissingsautoriteit een beslissing ten gronde neemt over een verzoek om internationale bescherming, krijgt de verzoeker het recht om te worden gehoord en wordt hij in de gelegenheid gesteld een inhoudelijk onderhoud te hebben over zijn verzoek. |
Or. en
Amendement 675
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Tijdens het inhoudelijke onderhoud wordt de verzoeker voldoende in de gelegenheid gesteld om de elementen aan te voeren ter staving van zijn verzoek overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen), en verstrekt hij de elementen waarover hij beschikt zo volledig mogelijk. De verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld om uitleg te geven over eventueel ontbrekende elementen of over inconsistenties of tegenstrijdigheden in zijn verklaringen. | 2. Tijdens het inhoudelijke onderhoud wordt de verzoeker voldoende in de gelegenheid gesteld om de elementen aan te voeren ter staving van zijn verzoek overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen), en verstrekt hij de elementen waarover hij beschikt zo volledig mogelijk. |
Or. en
Amendement 676
Péter Niedermüller, Ana Gomes, Josef Weidenholzer, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Tijdens het inhoudelijke onderhoud wordt de verzoeker voldoende in de gelegenheid gesteld om de elementen aan te voeren ter staving van zijn verzoek overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen), en verstrekt hij de elementen waarover hij beschikt zo volledig mogelijk. De verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld om uitleg te geven over eventueel ontbrekende elementen of over inconsistenties of tegenstrijdigheden in zijn verklaringen. | (Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Or. en
Amendement 677
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Tijdens het inhoudelijke onderhoud wordt de verzoeker voldoende in de gelegenheid gesteld om de elementen aan te voeren ter staving van zijn verzoek overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen), en verstrekt hij de elementen waarover hij beschikt zo volledig mogelijk. De verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld om uitleg te geven over eventueel ontbrekende elementen of over inconsistenties of tegenstrijdigheden in zijn verklaringen. | 2. Tijdens het inhoudelijke onderhoud wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld om de elementen aan te voeren ter staving van zijn verzoek overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen), en verstrekt hij de elementen waarover hij beschikt zo volledig mogelijk. De verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld om uitleg te geven over eventueel ontbrekende elementen of over inconsistenties of tegenstrijdigheden in zijn verklaringen. |
Or. en
Amendement 678
Brice Hortefeux, Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Tijdens het inhoudelijke onderhoud wordt de verzoeker voldoende in de gelegenheid gesteld om de elementen aan te voeren ter staving van zijn verzoek overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen), en verstrekt hij de elementen waarover hij beschikt zo volledig mogelijk. De verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld om uitleg te geven over eventueel ontbrekende elementen of over inconsistenties of tegenstrijdigheden in zijn verklaringen. | 2. Tijdens het inhoudelijke onderhoud wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld om de elementen aan te voeren ter staving van zijn verzoek overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen), en verstrekt hij de elementen waarover hij beschikt zo volledig mogelijk. De verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld om uitleg te geven over eventueel ontbrekende elementen of over inconsistenties of tegenstrijdigheden in zijn verklaringen. |
Or. fr
Amendement 679
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De persoon die het onderhoud over de inhoud van een verzoek voert, draagt geen militair uniform of politie-uniform. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Deze bepaling moet worden geschrapt en toegevoegd aan artikel 12 over de vereisten voor het persoonlijk onderhoud. Dat betekent dat ze van toepassing is op het onderhoud over de ontvankelijkheid en op het onderhoud over de inhoud.
Amendement 680
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De persoon die het onderhoud over de inhoud van een verzoek voert, draagt geen militair uniform of politie-uniform. | 3. De persoon die het onderhoud over de inhoud van een verzoek voert, draagt geen militair uniform of politie-uniform. De aanwezigheid van tolken en juridisch adviseurs moet worden gegarandeerd. |
Or. en
Amendement 681
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De persoon die het onderhoud over de inhoud van een verzoek voert, draagt geen militair uniform of politie-uniform. | 3. Het is de taak van de nationale asielautoriteiten om een onderhoud over de inhoud te voeren. De lidstaten mogen geen andere autoriteiten met deze taak belasten. |
Or. en
Amendement 682
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De persoon die het onderhoud over de inhoud van een verzoek voert, draagt geen militair uniform of politie-uniform. | 3. De persoon die het onderhoud over de inhoud van een verzoek voert, draagt geen militair uniform. |
Or. en
Amendement 683
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld om een persoonlijk onderhoud te hebben over zijn verzoek overeenkomstig de in deze verordening vastgestelde voorwaarden. | 1. De verzoeker krijgt het recht om te worden gehoord en wordt in de gelegenheid gesteld om een persoonlijk onderhoud te hebben over zijn verzoek overeenkomstig de in deze verordening vastgestelde voorwaarden. |
Or. en
Amendement 684
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld om een persoonlijk onderhoud te hebben over zijn verzoek overeenkomstig de in deze verordening vastgestelde voorwaarden. | 1. De verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld om een persoonlijk onderhoud te hebben over zijn verzoek overeenkomstig de in deze richtlijn vastgestelde voorwaarden. |
Or. en
Amendement 685
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes, Caterina Chinnici, Marju Lauristin
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het persoonlijk onderhoud vindt plaats in omstandigheden die afdoende vertrouwelijkheid garanderen en verzoekers de mogelijkheid bieden de redenen voor hun verzoek uitvoerig toe te lichten. | 2. Het persoonlijk onderhoud vindt plaats in omstandigheden die afdoende vertrouwelijkheid garanderen en de lidstaten nemen de nodige stappen om ervoor te zorgen dat die omstandigheden verzoekers de mogelijkheid bieden de redenen voor hun verzoek uitvoerig toe te lichten. |
Or. en
Motivering
Overeenkomstig de bestaande richtlijn hebben de lidstaten de positieve verplichting om ervoor te zorgen dat de omstandigheden van het onderhoud verzoekers de kans bieden om hun verzoek uitvoerig toe te lichten.
Amendement 686
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. De aanwezigheid van de juridisch adviseur of de raadsman van de verzoeker overeenkomstig artikel 15, lid 2, onder b), wordt gegarandeerd. |
Or. en
Amendement 687
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Een persoonlijk onderhoud wordt afgenomen door het personeel van de beslissingsautoriteit, dat kan worden bijgestaan door het personeel van autoriteiten van andere lidstaten, bedoeld in artikel 5, lid 4, onder a), of door deskundigen die door het Asielagentschap van de Europese Unie worden ingezet, bedoeld in artikel 5, lid 4, onder b). | 3. Een persoonlijk onderhoud wordt afgenomen door het personeel van de beslissingsautoriteit, dat kan worden bijgestaan door deskundigen die door het Asielagentschap van de Europese Unie worden ingezet, bedoeld in artikel 5, lid 4, onder a). |
Or. en
Motivering
Ingediend om de samenhang met eerdere amendementen te waarborgen. Zie artikel 5, lid 4.
Amendement 688
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Een persoonlijk onderhoud wordt afgenomen door het personeel van de beslissingsautoriteit, dat kan worden bijgestaan door het personeel van autoriteiten van andere lidstaten, bedoeld in artikel 5, lid 4, onder a), of door deskundigen die door het Asielagentschap van de Europese Unie worden ingezet, bedoeld in artikel 5, lid 4, onder b). | 3. Een persoonlijk onderhoud wordt afgenomen door het personeel van de beslissingsautoriteit, dat kan worden bijgestaan door deskundigen die door het Asielagentschap van de Europese Unie worden ingezet, bedoeld in artikel 5, lid 4, onder b). |
Or. en
Amendement 689
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Een persoonlijk onderhoud wordt afgenomen door het personeel van de beslissingsautoriteit, dat kan worden bijgestaan door het personeel van autoriteiten van andere lidstaten, bedoeld in artikel 5, lid 4, onder a), of door deskundigen die door het Asielagentschap van de Europese Unie worden ingezet, bedoeld in artikel 5, lid 4, onder b). | 3. Een persoonlijk onderhoud wordt afgenomen door het personeel van de beslissingsautoriteit. De beslissingsautoriteit garandeert de aanwezigheid van tolken en culturele bemiddelaars waar nodig, en van juridisch adviseurs. |
Or. en
Amendement 690
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Een persoonlijk onderhoud wordt afgenomen door het personeel van de beslissingsautoriteit, dat kan worden bijgestaan door het personeel van autoriteiten van andere lidstaten, bedoeld in artikel 5, lid 4, onder a), of door deskundigen die door het Asielagentschap van de Europese Unie worden ingezet, bedoeld in artikel 5, lid 4, onder b). | 3. Een persoonlijk onderhoud wordt afgenomen door het personeel van de beslissingsautoriteit, dat in geval van een onevenredig groot aantal verzoeken en op vraag van de nationale autoriteit kan worden bijgestaan door deskundigen die door het Asielagentschap van de Europese Unie worden ingezet, bedoeld in artikel 5, lid 4, onder b). |
Or. en
Motivering
Het voeren van een persoonlijk onderhoud mag uitsluitend worden toevertrouwd (indien de lidstaat hierom vraagt) aan deskundigen die door het EASO worden ingezet en die daartoe zijn aangewezen, en niet door de autoriteiten van een andere lidstaat, aangezien dit betrekking heeft op een van de basisdomeinen die aan elke lidstaat zijn toevertrouwd. De bijstand mag dus uitsluitend worden verleend als erom wordt gevraagd en alleen via het EASO. Het personeel van de beslissingsautoriteit wordt alleen in geval van een onevenredig groot aantal verzoeken en alleen op vraag van de nationale autoriteit bijgestaan door deskundigen die door het Asielagentschap van de Europese Unie worden ingezet.
Amendement 691
Péter Niedermüller, Birgit Sippel, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 bis. De personen die het persoonlijk onderhoud over de ontvankelijkheid van een verzoek of over de inhoud van een verzoek voeren, dragen geen militair uniform of politie-uniform tijdens het onderhoud. |
Or. en
Motivering
Dit komt uit artikel 11, lid 3, en is verplaatst omdat het eerder deel uitmaakt van de vereisten voor een persoonlijk onderhoud. Het geldt bovendien zowel voor het onderhoud over de ontvankelijkheid als voor het onderhoud over de inhoud.
Amendement 692
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer een onevenredig groot aantal onderdanen van derde landen of staatlozen tegelijk om internationale bescherming verzoekt, waardoor het voor de beslissingsautoriteit in de praktijk moeilijk wordt om tijdig met elke verzoeker een persoonlijk onderhoud te voeren, kan de beslissingsautoriteit worden bijgestaan door het personeel van in artikel 5, lid 4, onder a), bedoelde autoriteiten van andere lidstaten en door de in artikel 5, lid 4, onder b), bedoelde door het Asielagentschap van de Europese Unie ingezette deskundigen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 693
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer een onevenredig groot aantal onderdanen van derde landen of staatlozen tegelijk om internationale bescherming verzoekt, waardoor het voor de beslissingsautoriteit in de praktijk moeilijk wordt om tijdig met elke verzoeker een persoonlijk onderhoud te voeren, kan de beslissingsautoriteit worden bijgestaan door het personeel van in artikel 5, lid 4, onder a), bedoelde autoriteiten van andere lidstaten en door de in artikel 5, lid 4, onder b), bedoelde door het Asielagentschap van de Europese Unie ingezette deskundigen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 694
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes, Caterina Chinnici, Birgit Sippel
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer een onevenredig groot aantal onderdanen van derde landen of staatlozen tegelijk om internationale bescherming verzoekt, waardoor het voor de beslissingsautoriteit in de praktijk moeilijk wordt om tijdig met elke verzoeker een persoonlijk onderhoud te voeren, kan de beslissingsautoriteit worden bijgestaan door het personeel van in artikel 5, lid 4, onder a), bedoelde autoriteiten van andere lidstaten en door de in artikel 5, lid 4, onder b), bedoelde door het Asielagentschap van de Europese Unie ingezette deskundigen. | 4. Wanneer een onevenredig groot aantal onderdanen van derde landen of staatlozen tegelijk om internationale bescherming verzoekt, waardoor het voor de beslissingsautoriteit in de praktijk moeilijk wordt om tijdig met elke verzoeker een persoonlijk onderhoud te voeren, kan de beslissingsautoriteit worden bijgestaan door de in artikel 5, lid 4, onder a), bedoelde door het Asielagentschap van de Europese Unie ingezette deskundigen. |
Or. en
Motivering
Alleen de door het Asielagentschap van de Europese Unie ingezette deskundigen zijn bevoegd om de beslissingsautoriteit van de verantwoordelijke lidstaat te vervangen in het kader van dit onderdeel van de behandeling van het verzoek.
Amendement 695
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer een onevenredig groot aantal onderdanen van derde landen of staatlozen tegelijk om internationale bescherming verzoekt, waardoor het voor de beslissingsautoriteit in de praktijk moeilijk wordt om tijdig met elke verzoeker een persoonlijk onderhoud te voeren, kan de beslissingsautoriteit worden bijgestaan door het personeel van in artikel 5, lid 4, onder a), bedoelde autoriteiten van andere lidstaten en door de in artikel 5, lid 4, onder b), bedoelde door het Asielagentschap van de Europese Unie ingezette deskundigen. | 4. Wanneer een onevenredig groot aantal onderdanen van derde landen of staatlozen tegelijk om internationale bescherming verzoekt, waardoor het voor de beslissingsautoriteit in de praktijk moeilijk wordt om tijdig met elke verzoeker een persoonlijk onderhoud te voeren, kan de beslissingsautoriteit op vraag van de nationale autoriteit worden bijgestaan door de in artikel 5, lid 4, onder b), bedoelde door het Asielagentschap van de Europese Unie ingezette deskundigen. |
Or. en
Motivering
Het voeren van een persoonlijk onderhoud mag uitsluitend worden toevertrouwd (indien de lidstaat hierom vraagt) aan deskundigen die door het EASO worden ingezet en die daartoe zijn aangewezen, en niet door de autoriteiten van een andere lidstaat, aangezien dit relevant is voor een van de basisdomeinen die aan elke lidstaat zijn toevertrouwd. De bijstand mag dus uitsluitend worden verleend als erom wordt gevraagd en alleen via het EASO. Het personeel van de beslissingsautoriteit wordt alleen in geval van een onevenredig groot aantal verzoeken en alleen op vraag van de nationale autoriteit bijgestaan door deskundigen die door het Asielagentschap van de Europese Unie worden ingezet.
Amendement 696
Brice Hortefeux, Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 5 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Er kan worden afgezien van een persoonlijk onderhoud in de volgende situaties waarin de beslissingsautoriteit: | Er kan worden afgezien van een persoonlijk inhoudelijk onderhoud over het verzoek wanneer de beslissingsautoriteit: |
Or. fr
Amendement 697
Péter Niedermüller, Marju Lauristin, Josef Weidenholzer, Ana Gomes, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 5 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Het feit dat er geen persoonlijk onderhoud heeft plaatsgevonden zoals bedoeld onder b), heeft geen negatieve invloed op de beslissing van de beslissingsautoriteit. Deze autoriteit stelt de verzoeker daadwerkelijk in de gelegenheid om nadere informatie te verstrekken. Bij twijfel over de toestand van de verzoeker raadpleegt de beslissingsautoriteit een medisch beroepsbeoefenaar om na te gaan of de toestand die de verzoeker ongeschikt of niet in staat maakt om te worden gehoord, van tijdelijke of blijvende aard is. | Het feit dat er geen persoonlijk onderhoud heeft plaatsgevonden zoals bedoeld onder b), heeft geen negatieve invloed op de beslissing van de beslissingsautoriteit. Deze autoriteit stelt de verzoeker daadwerkelijk in de gelegenheid om nadere informatie te verstrekken. Bij twijfel over de toestand van de verzoeker raadpleegt de beslissingsautoriteit een medisch beroepsbeoefenaar om na te gaan of de toestand die de verzoeker ongeschikt of niet in staat maakt om te worden gehoord, van tijdelijke of blijvende aard is. Indien het, nadat de medisch beroepsbeoefenaar is geraadpleegd, duidelijk is dat de toestand die de verzoeker ongeschikt of niet in staat maakt om te worden gehoord, van tijdelijke aard is, stelt de beslissingsautoriteit het persoonlijk onderhoud uit totdat de verzoeker in staat is om te worden gehoord. |
Or. en
Motivering
In het voorstel van de Commissie wordt geen melding gemaakt van een follow-up van de medische raadpleging. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat een persoonlijk onderhoud plaatsvindt wanneer dat mogelijk is. Als het om medische redenen moet worden uitgesteld, dan moet het ook daadwerkelijk worden uitgesteld.
Amendement 698
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 5 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Het feit dat er geen persoonlijk onderhoud heeft plaatsgevonden zoals bedoeld onder b), heeft geen negatieve invloed op de beslissing van de beslissingsautoriteit. Deze autoriteit stelt de verzoeker daadwerkelijk in de gelegenheid om nadere informatie te verstrekken. Bij twijfel over de toestand van de verzoeker raadpleegt de beslissingsautoriteit een medisch beroepsbeoefenaar om na te gaan of de toestand die de verzoeker ongeschikt of niet in staat maakt om te worden gehoord, van tijdelijke of blijvende aard is. | Het feit dat er geen persoonlijk onderhoud heeft plaatsgevonden zoals bedoeld onder b), heeft geen negatieve invloed op de beslissing van de beslissingsautoriteit. Deze autoriteit stelt de verzoeker daadwerkelijk in de gelegenheid om nadere informatie te verstrekken. Bij twijfel over de toestand van de verzoeker kan de beslissingsautoriteit een medisch beroepsbeoefenaar raadplegen om na te gaan of de toestand die de verzoeker ongeschikt of niet in staat maakt om te worden gehoord, van tijdelijke of blijvende aard is. |
Or. en
Amendement 699
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De persoon die het onderhoud voert, is bevoegd om rekening te houden met de persoonlijke en algemene omstandigheden die een rol spelen bij het verzoek, met inbegrip van culturele achtergrond, leeftijd, geslacht, seksuele gerichtheid, genderidentiteit of kwetsbaarheid van de verzoeker. Het personeel dat met verzoekers een onderhoud voert, beschikt ook over algemene kennis betreffende problemen die het vermogen van de verzoeker om een onderhoud te hebben, negatief kunnen beïnvloeden, zoals aanwijzingen dat de betrokkene in het verleden mogelijk is gefolterd. | 6. De persoon die het onderhoud voert, is bevoegd om rekening te houden met de persoonlijke en algemene omstandigheden die een rol spelen bij het verzoek, met inbegrip van culturele achtergrond, leeftijd, geslacht, seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie, geslachtskenmerken of kwetsbaarheid van de verzoeker, evenals de situatie in zijn land van herkomst. Het personeel dat met verzoekers een onderhoud voert, beschikt ook over algemene kennis betreffende problemen die het vermogen van de verzoeker om een onderhoud te hebben, negatief kunnen beïnvloeden, zoals het feit dat de betrokkene een schipbreuk heeft overleefd of aanwijzingen dat hij in het verleden mogelijk is gefolterd of het slachtoffer is geworden van mensenhandel of enige andere vorm van geweld op basis van de seksuele gerichtheid of het geslacht. |
Or. en
Amendement 700
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De persoon die het onderhoud voert, is bevoegd om rekening te houden met de persoonlijke en algemene omstandigheden die een rol spelen bij het verzoek, met inbegrip van culturele achtergrond, leeftijd, geslacht, seksuele gerichtheid, genderidentiteit of kwetsbaarheid van de verzoeker. Het personeel dat met verzoekers een onderhoud voert, beschikt ook over algemene kennis betreffende problemen die het vermogen van de verzoeker om een onderhoud te hebben, negatief kunnen beïnvloeden, zoals aanwijzingen dat de betrokkene in het verleden mogelijk is gefolterd. | 6. De persoon die het onderhoud voert, is bevoegd om rekening te houden met de persoonlijke en algemene omstandigheden die een rol spelen bij het verzoek. Het personeel dat met verzoekers een onderhoud voert, beschikt ook over algemene kennis betreffende problemen die het vermogen van de verzoeker om een onderhoud te hebben, negatief kunnen beïnvloeden, zoals aanwijzingen dat de betrokkene in het verleden mogelijk is gefolterd. |
Or. en
Amendement 701
Péter Niedermüller, Marju Lauristin, Josef Weidenholzer, Ana Gomes, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De persoon die het onderhoud voert, is bevoegd om rekening te houden met de persoonlijke en algemene omstandigheden die een rol spelen bij het verzoek, met inbegrip van culturele achtergrond, leeftijd, geslacht, seksuele gerichtheid, genderidentiteit of kwetsbaarheid van de verzoeker. Het personeel dat met verzoekers een onderhoud voert, beschikt ook over algemene kennis betreffende problemen die het vermogen van de verzoeker om een onderhoud te hebben, negatief kunnen beïnvloeden, zoals aanwijzingen dat de betrokkene in het verleden mogelijk is gefolterd. | 6. De persoon die het onderhoud voert, is bevoegd om rekening te houden met de persoonlijke en algemene omstandigheden die een rol spelen bij het verzoek, met inbegrip van de situatie in het land van herkomst van de verzoeker en van culturele achtergrond, leeftijd, geslacht, seksuele gerichtheid, genderidentiteit of kwetsbaarheid van de verzoeker. Het personeel dat met verzoekers een onderhoud voert, beschikt ook over algemene kennis betreffende problemen die het vermogen van de verzoeker om een onderhoud te hebben, negatief kunnen beïnvloeden, zoals aanwijzingen dat de betrokkene in het verleden mogelijk is gefolterd. |
Or. en
Motivering
Deze toevoeging heeft betrekking op het woordgebruik in artikel 33, lid 2, onder b), van het voorstel.
Amendement 702
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De persoon die het onderhoud voert, is bevoegd om rekening te houden met de persoonlijke en algemene omstandigheden die een rol spelen bij het verzoek, met inbegrip van culturele achtergrond, leeftijd, geslacht, seksuele gerichtheid, genderidentiteit of kwetsbaarheid van de verzoeker. Het personeel dat met verzoekers een onderhoud voert, beschikt ook over algemene kennis betreffende problemen die het vermogen van de verzoeker om een onderhoud te hebben, negatief kunnen beïnvloeden, zoals aanwijzingen dat de betrokkene in het verleden mogelijk is gefolterd. | 6. De persoon die het onderhoud voert, is bevoegd om rekening te houden met de persoonlijke en algemene omstandigheden die een rol spelen bij het verzoek, met inbegrip van culturele achtergrond, leeftijd, geslacht of kwetsbaarheid van de verzoeker. Het personeel dat met verzoekers een onderhoud voert, beschikt ook over algemene kennis betreffende problemen die het vermogen van de verzoeker om een onderhoud te hebben, negatief kunnen beïnvloeden, zoals aanwijzingen dat de betrokkene in het verleden mogelijk is gefolterd. |
Or. bg
Amendement 703
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar, Filiz Hyusmenova
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. Het personeel dat met de verzoekers een onderhoud voert, met inbegrip van de deskundigen die door het Asielagentschap van de Europese Unie worden ingezet, heeft vooraf relevante opleiding gekregen, die onder meer betrekking heeft op de elementen die in artikel 7, lid 5, van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake het Asielagentschap van de EU) worden opgesomd, waaronder internationale normen inzake grondrechten, het Unierecht inzake asiel en regels betreffende toegang tot de procedure voor internationale bescherming, met name voor personen die bijzondere procedurele waarborgen behoeven. | 7. Het personeel dat met de verzoekers een onderhoud voert, met inbegrip van de deskundigen die door het Asielagentschap van de Europese Unie worden ingezet, heeft vooraf relevante opleiding gekregen, die onder meer betrekking heeft op de elementen die in artikel 7, lid 5, van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake het Asielagentschap van de EU) worden opgesomd, waaronder internationale normen inzake grondrechten, het Unierecht inzake asiel en regels betreffende toegang tot de procedure voor internationale bescherming, met name voor personen die specifieke procedurele waarborgen behoeven. |
Or. en
Motivering
Stemt de terminologie af op die van het standpunt van het Europees Parlement over andere instrumenten van het CEAS, met name de richtlijn opvangvoorzieningen.
Amendement 704
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 8 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Tijdens het persoonlijk onderhoud is een tolk beschikbaar die in staat is de communicatie tussen de verzoeker en de persoon die het persoonlijk onderhoud voert, goed te doen verlopen. Daarbij wordt gebruikgemaakt van de taal waaraan de verzoeker de voorkeur geeft tenzij er een andere taal kan worden gebruikt die hij begrijpt en waarin hij helder kan communiceren. | Tijdens het persoonlijk onderhoud is een tolk beschikbaar die in staat is de communicatie tussen de verzoeker en de persoon die het persoonlijk onderhoud voert, goed te doen verlopen. De tolken zijn in staat verklaringen met betrekking tot de persoonlijke en algemene omstandigheden die een rol spelen bij het verzoek, met inbegrip van culturele achtergrond, leeftijd, geslacht, seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie, geslachtskenmerken of kwetsbaarheid van de verzoeker adequaat te vertalen en onjuiste, stereotiepe en kleinerende uitdrukkingen te vermijden. Daarbij wordt gebruikgemaakt van de taal waaraan de verzoeker de voorkeur geeft tenzij er een andere taal kan worden gebruikt die hij begrijpt en waarin hij helder kan communiceren. |
Or. en
Amendement 705
Laura Ferrara
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 8 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Op verzoek van de verzoeker zorgt de beslissingsautoriteit ervoor dat de personen die het onderhoud voeren en de tolken hetzelfde geslacht hebben als de verzoeker, voor zover dit mogelijk is en de beslissingsautoriteit geen redenen heeft om aan te nemen dat dit verzoek gebaseerd is op gronden die geen verband houden met moeilijkheden van de verzoeker om de gronden voor zijn verzoek uitvoerig uiteen te zetten. | Schrappen |
Or. it
Amendement 706
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 8 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Op verzoek van de verzoeker zorgt de beslissingsautoriteit ervoor dat de personen die het onderhoud voeren en de tolken hetzelfde geslacht hebben als de verzoeker, voor zover dit mogelijk is en de beslissingsautoriteit geen redenen heeft om aan te nemen dat dit verzoek gebaseerd is op gronden die geen verband houden met moeilijkheden van de verzoeker om de gronden voor zijn verzoek uitvoerig uiteen te zetten. | Op verzoek van de verzoeker zorgt de beslissingsautoriteit ervoor dat de personen die het onderhoud voeren en de tolken hetzelfde geslacht hebben als de verzoeker. |
Or. en
Amendement 707
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 8 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Op verzoek van de verzoeker zorgt de beslissingsautoriteit ervoor dat de personen die het onderhoud voeren en de tolken hetzelfde geslacht hebben als de verzoeker, voor zover dit mogelijk is en de beslissingsautoriteit geen redenen heeft om aan te nemen dat dit verzoek gebaseerd is op gronden die geen verband houden met moeilijkheden van de verzoeker om de gronden voor zijn verzoek uitvoerig uiteen te zetten. | Op verzoek van de verzoeker kan de beslissingsautoriteit ervoor zorgen dat de personen die het onderhoud voeren en de tolken hetzelfde geslacht hebben als de verzoeker, voor zover dit mogelijk is en de beslissingsautoriteit geen redenen heeft om aan te nemen dat dit verzoek gebaseerd is op gronden die geen verband houden met moeilijkheden van de verzoeker om de gronden voor zijn verzoek uitvoerig uiteen te zetten. |
Or. bg
Amendement 708
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 8 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Op verzoek van de verzoeker zorgt de beslissingsautoriteit ervoor dat de personen die het onderhoud voeren en de tolken hetzelfde geslacht hebben als de verzoeker, voor zover dit mogelijk is en de beslissingsautoriteit geen redenen heeft om aan te nemen dat dit verzoek gebaseerd is op gronden die geen verband houden met moeilijkheden van de verzoeker om de gronden voor zijn verzoek uitvoerig uiteen te zetten. | De beslissingsautoriteit zorgt ervoor dat de personen die het onderhoud voeren en de tolken hetzelfde geslacht hebben als de verzoeker, voor zover dit mogelijk is. Zowel de beslissingsautoriteit als de tolken hebben vooraf een specifieke opleiding gekregen over het internationaal recht met betrekking tot asiel en over de identificatie van slachtoffers van mensenhandel, foltering, geweld omwille van seksuele gerichtheid of geweld op basis van geslacht. |
Or. en
Amendement 709
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 9
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
9. Het feit dat er geen persoonlijk onderhoud heeft plaatsgevonden, belet de beslissingsautoriteit niet een beslissing over een verzoek om internationale bescherming te nemen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 710
Péter Niedermüller, Birgit Sippel, Marju Lauristin, Ana Gomes, Josef Weidenholzer, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 9
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
9. Het feit dat er geen persoonlijk onderhoud heeft plaatsgevonden, belet de beslissingsautoriteit niet een beslissing over een verzoek om internationale bescherming te nemen. | 9. Onverminderd artikel 10, lid 1, en artikel 11, lid 1, en op voorwaarde dat er voldoende inspanningen zijn geleverd om ervoor te zorgen dat de verzoeker in de gelegenheid is gesteld een persoonlijk onderhoud te hebben, belet het feit dat er geen persoonlijk onderhoud heeft plaatsgevonden, de beslissingsautoriteit niet een beslissing over een verzoek om internationale bescherming te nemen. |
Or. en
Motivering
We kunnen ermee instemmen dat sommige beslissingen worden genomen zonder een persoonlijk onderhoud, maar artikelen 11 en 12 geven de verzoeker recht op dergelijk onderhoud. De beslissingsautoriteit moet dan ook voldoende inspanningen hebben geleverd om ervoor te zorgen dat een persoonlijk onderhoud kan plaatsvinden vooraleer een beslissing kan worden genomen zonder persoonlijk onderhoud.
Amendement 711
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 9
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
9. Het feit dat er geen persoonlijk onderhoud heeft plaatsgevonden, belet de beslissingsautoriteit niet een beslissing over een verzoek om internationale bescherming te nemen. | 9. Het feit dat er geen persoonlijk onderhoud heeft plaatsgevonden omdat er overeenkomstig lid 5 van is afgezien, belet de beslissingsautoriteit niet een beslissing over een verzoek om internationale bescherming te nemen. |
Or. en
Motivering
Lid 5 van dit artikel vermeldt de aanvaardbare redenen om af te zien van het onderhoud. Omwille van duidelijkheid in de wetgeving lijkt het zinvol om het recht van de beslissingsautoriteit om een beslissing te nemen zonder een onderhoud te hebben gevoerd, te koppelen aan dit lid.
Amendement 712
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes, Caterina Chinnici, Birgit Sippel
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit of een andere autoriteit, of deskundigen die deze autoriteit bijstaan bij het voeren van het persoonlijk onderhoud, stellen een uitvoerig en feitelijk verslag met vermelding van alle inhoudelijke elementen, dan wel een schriftelijke weergave van het persoonlijk onderhoud op. | 1. De beslissingsautoriteit of de in artikel 5, lid 4, onder a), bedoelde door het Asielagentschap van de Europese Unie ingezette deskundigen die deze autoriteit bijstaan bij het voeren van het persoonlijk onderhoud, stellen een uitvoerig en feitelijk verslag met vermelding van alle inhoudelijke elementen, dan wel een schriftelijke weergave van het persoonlijk onderhoud op. |
Or. en
Motivering
Alleen de door het Asielagentschap van de Europese Unie ingezette deskundigen zijn bevoegd om de beslissingsautoriteit van de verantwoordelijke lidstaat te vervangen in het kader van dit onderdeel van de behandeling van het verzoek.
Amendement 713
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit of een andere autoriteit, of deskundigen die deze autoriteit bijstaan bij het voeren van het persoonlijk onderhoud, stellen een uitvoerig en feitelijk verslag met vermelding van alle inhoudelijke elementen, dan wel een schriftelijke weergave van het persoonlijk onderhoud op. | 1. De beslissingsautoriteit of een andere autoriteit, of deskundigen die deze autoriteit bijstaan bij het voeren van het persoonlijk onderhoud, stellen een uitvoerig en feitelijk verslag met vermelding van alle inhoudelijke elementen, dan wel een schriftelijke weergave van het persoonlijk onderhoud op. Een kopie van het verslag wordt overhandigd aan de verzoeker. |
Or. en
Amendement 714
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit of een andere autoriteit, of deskundigen die deze autoriteit bijstaan bij het voeren van het persoonlijk onderhoud, stellen een uitvoerig en feitelijk verslag met vermelding van alle inhoudelijke elementen, dan wel een schriftelijke weergave van het persoonlijk onderhoud op. | 1. De beslissingsautoriteit die het persoonlijk onderhoud voert, stelt een uitvoerig en feitelijk verslag met vermelding van alle inhoudelijke elementen en een schriftelijke weergave van het persoonlijk onderhoud op. |
Or. en
Amendement 715
Péter Niedermüller, Birgit Sippel, Josef Weidenholzer, Ana Gomes, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Van het persoonlijk onderhoud wordt een geluidsopname of audio-visuele opname gemaakt. De verzoeker wordt vooraf van het maken van deze opname in kennis gesteld. | 2. Van het persoonlijk onderhoud wordt een geluidsopname of audio-visuele opname gemaakt. De verzoeker wordt vooraf van het maken en van het doel van deze opname in kennis gesteld. Als de verzoeker evenwel minderjarig is, primeert het belang van het kind bij de beslissing om al dan niet een audio-visuele opname te maken van het persoonlijk onderhoud. |
Or. en
Motivering
De verzoeker moet in kennis worden gesteld van het doel van de opname. Bij minderjarigen moet er worden beslist of het in het belang van het kind beter is om een audio-visuele opname te maken van het onderhoud.
Amendement 716
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Van het persoonlijk onderhoud wordt een geluidsopname of audio-visuele opname gemaakt. De verzoeker wordt vooraf van het maken van deze opname in kennis gesteld. | 2. Van het persoonlijk onderhoud wordt een geluidsopname of audio-visuele opname gemaakt. De verzoeker wordt vooraf van het maken van deze opname in kennis gesteld en hij moet ermee instemmen. |
Or. en
Amendement 717
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Van het persoonlijk onderhoud wordt een geluidsopname of audio-visuele opname gemaakt. De verzoeker wordt vooraf van het maken van deze opname in kennis gesteld. | 2. Van het persoonlijk onderhoud wordt een geluidsopname of audio-visuele opname gemaakt. De verzoeker wordt vooraf van het maken van deze opname in kennis gesteld en hij moet ermee instemmen. |
Or. en
Amendement 718
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Van het persoonlijk onderhoud wordt een geluidsopname of audio-visuele opname gemaakt. De verzoeker wordt vooraf van het maken van deze opname in kennis gesteld. | 2. Van het persoonlijk onderhoud wordt een geluidsopname gemaakt. De verzoeker wordt vooraf van het maken van deze opname in kennis gesteld, alsmede van het gebruik dat hiervan zal worden gemaakt. |
Or. en
Amendement 719
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De verzoeker wordt bij de afsluiting van het persoonlijk onderhoud of binnen een bepaalde termijn voordat de beslissingsautoriteit een beslissing neemt, in de gelegenheid gesteld om mondeling of schriftelijk opmerkingen te maken of opheldering te verschaffen over onjuiste vertalingen of misverstanden in het verslag of de schriftelijke weergave. Daartoe wordt de verzoeker geïnformeerd over de volledige inhoud van het verslag of over de inhoudelijke elementen van de schriftelijke weergave, zo nodig met bijstand van een tolk. Daarna wordt de verzoeker gevraagd te bevestigen dat de inhoud van het verslag of de schriftelijke weergave een correcte afspiegeling is van het persoonlijk onderhoud. | 3. De verzoeker wordt binnen een bepaalde termijn voordat de beslissingsautoriteit een beslissing neemt en nadat hij een kopie van het verslag, vertaald in een taal die hij begrijpt, heeft ontvangen en juridisch advies heeft gekregen, in de gelegenheid gesteld om mondeling of schriftelijk opmerkingen te maken of opheldering te verschaffen over onjuiste vertalingen of misverstanden in het verslag of de schriftelijke weergave. Daarna wordt de verzoeker gevraagd te bevestigen dat de inhoud van het verslag of de schriftelijke weergave een correcte afspiegeling is van het persoonlijk onderhoud en wordt hij in de gelegenheid gesteld om elementen toe te voegen of het verslag te corrigeren en te controleren of de toevoegingen en/of correcties in het verslag van het onderhoud zijn doorgevoerd. |
Or. en
Amendement 720
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De verzoeker wordt bij de afsluiting van het persoonlijk onderhoud of binnen een bepaalde termijn voordat de beslissingsautoriteit een beslissing neemt, in de gelegenheid gesteld om mondeling of schriftelijk opmerkingen te maken of opheldering te verschaffen over onjuiste vertalingen of misverstanden in het verslag of de schriftelijke weergave. Daartoe wordt de verzoeker geïnformeerd over de volledige inhoud van het verslag of over de inhoudelijke elementen van de schriftelijke weergave, zo nodig met bijstand van een tolk. Daarna wordt de verzoeker gevraagd te bevestigen dat de inhoud van het verslag of de schriftelijke weergave een correcte afspiegeling is van het persoonlijk onderhoud. | 3. De verzoeker wordt bij de afsluiting van het persoonlijk onderhoud of binnen een bepaalde termijn voordat de beslissingsautoriteit een beslissing neemt, in de gelegenheid gesteld om mondeling of schriftelijk opmerkingen te maken of opheldering te verschaffen over onjuiste vertalingen of misverstanden of andere feitelijke fouten in het verslag of de schriftelijke weergave. Daartoe wordt de verzoeker geïnformeerd over de volledige inhoud van het verslag of over de inhoudelijke elementen van de schriftelijke weergave, zo nodig met bijstand van een tolk. Daarna wordt de verzoeker gevraagd te bevestigen dat de inhoud van het verslag of de schriftelijke weergave een correcte afspiegeling is van het persoonlijk onderhoud. |
Or. en
Amendement 721
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De verzoeker wordt bij de afsluiting van het persoonlijk onderhoud of binnen een bepaalde termijn voordat de beslissingsautoriteit een beslissing neemt, in de gelegenheid gesteld om mondeling of schriftelijk opmerkingen te maken of opheldering te verschaffen over onjuiste vertalingen of misverstanden in het verslag of de schriftelijke weergave. Daartoe wordt de verzoeker geïnformeerd over de volledige inhoud van het verslag of over de inhoudelijke elementen van de schriftelijke weergave, zo nodig met bijstand van een tolk. Daarna wordt de verzoeker gevraagd te bevestigen dat de inhoud van het verslag of de schriftelijke weergave een correcte afspiegeling is van het persoonlijk onderhoud. | 3. De verzoeker wordt bij de afsluiting van het persoonlijk onderhoud of binnen een bepaalde termijn voordat de beslissingsautoriteit een beslissing neemt, in de gelegenheid gesteld om mondeling of schriftelijk opmerkingen te maken of opheldering te verschaffen over onjuiste vertalingen of misverstanden in het verslag en in de schriftelijke weergave. Daartoe wordt de verzoeker geïnformeerd over de volledige inhoud van het verslag en over de inhoudelijke elementen van de schriftelijke weergave, zo nodig met bijstand van een tolk. Daarna wordt de verzoeker gevraagd te bevestigen dat de inhoud van het verslag en van de schriftelijke weergave een correcte afspiegeling is van het persoonlijk onderhoud. |
Or. en
Motivering
Het lijkt zinvol dat de verzoekers het recht hebben om opmerkingen te maken en opheldering te verschaffen over het verslag en over de schriftelijke weergave.
Amendement 722
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Verzoekers en hun juridisch adviseurs of andere raadslieden hebben toegang tot het verslag of de schriftelijke weergave en tot de opname voordat de beslissingsautoriteit een beslissing neemt. | 5. De beslissingsautoriteit moet ervoor zorgen dat de verzoeker en/of de voogd, de juridisch adviseur of de raadsman die de verzoeker vertegenwoordigt toegang hebben tot het verslag en de schriftelijke weergave en tot de opname, en dit zo snel mogelijk na het onderhoud, en in elk geval tijdig voordat de beslissingsautoriteit een beslissing neemt. |
Or. en
Motivering
Verduidelijking om ervoor te zorgen dat verzoekers toegang hebben tot de basisdocumenten waarop beslissingen over hun verzoek worden gebaseerd.
Amendement 723
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Verzoekers en hun juridisch adviseurs of andere raadslieden hebben toegang tot het verslag of de schriftelijke weergave en tot de opname voordat de beslissingsautoriteit een beslissing neemt. | 5. Verzoekers en hun juridisch adviseurs hebben toegang tot het verslag of de schriftelijke weergave en tot de opname voordat de beslissingsautoriteit een beslissing neemt. |
Or. en
Amendement 724
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. Indien het verzoek wordt behandeld overeenkomstig de versnelde behandelingsprocedure, kan de beslissingsautoriteit op het ogenblik dat de beslissing wordt genomen, toegang verlenen tot het verslag of de schriftelijke weergave, of tot de opname. | Schrappen |
Or. en
Amendement 725
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. Indien het verzoek wordt behandeld overeenkomstig de versnelde behandelingsprocedure, kan de beslissingsautoriteit op het ogenblik dat de beslissing wordt genomen, toegang verlenen tot het verslag of de schriftelijke weergave, of tot de opname. | Schrappen |
Or. en
Amendement 726
Brice Hortefeux, Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. Indien het verzoek wordt behandeld overeenkomstig de versnelde behandelingsprocedure, kan de beslissingsautoriteit op het ogenblik dat de beslissing wordt genomen, toegang verlenen tot het verslag of de schriftelijke weergave, of tot de opname. | 6. Indien het verzoek wordt behandeld overeenkomstig de versnelde behandelingsprocedure, kan de beslissingsautoriteit vanaf het ogenblik dat de beslissing wordt genomen, toegang verlenen tot het verslag of de schriftelijke weergave, of tot de opname. |
Or. fr
Amendement 727
Miltiadis Kyrkos
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. Indien het verzoek wordt behandeld overeenkomstig de versnelde behandelingsprocedure, kan de beslissingsautoriteit op het ogenblik dat de beslissing wordt genomen, toegang verlenen tot het verslag of de schriftelijke weergave, of tot de opname. | 6. Indien het verzoek wordt behandeld overeenkomstig de versnelde behandelingsprocedure, kan de beslissingsautoriteit voordat een beslissing wordt genomen, toegang verlenen tot het verslag of de schriftelijke weergave, of tot de opname. |
Or. en
Amendement 728
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. De verantwoordelijke autoriteiten bewaren of de opname of de schriftelijke weergave gedurende tien jaar vanaf de datum van de definitieve beslissing. De opname wordt gewist na het verstrijken van die termijn of, wanneer zij betrekking heeft op een persoon die vóór het verstrijken van deze periode het burgerschap van een lidstaat heeft verworven, zodra de lidstaat ervan op de hoogte is dat de betrokkene dit burgerschap heeft verworven. | 7. De verantwoordelijke autoriteiten bewaren of de opname of de schriftelijke weergave gedurende tien jaar vanaf de datum van de definitieve beslissing. De opname wordt gewist na het verstrijken van die termijn. |
Or. en
Amendement 729
Péter Niedermüller, Birgit Sippel, Caterina Chinnici, Ana Gomes, Josef Weidenholzer
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. De verantwoordelijke autoriteiten bewaren of de opname of de schriftelijke weergave gedurende tien jaar vanaf de datum van de definitieve beslissing. De opname wordt gewist na het verstrijken van die termijn of, wanneer zij betrekking heeft op een persoon die vóór het verstrijken van deze periode het burgerschap van een lidstaat heeft verworven, zodra de lidstaat ervan op de hoogte is dat de betrokkene dit burgerschap heeft verworven. | 7. De verantwoordelijke autoriteiten bewaren of de opname of de schriftelijke weergave gedurende één jaar vanaf de datum van de definitieve beslissing over het verzoek, alsook over het beroep op alle niveaus. De opname wordt gewist na het verstrijken van die termijn of, wanneer zij betrekking heeft op een persoon die vóór het verstrijken van deze periode het burgerschap van een lidstaat heeft verworven, zodra de lidstaat ervan op de hoogte is dat de betrokkene dit burgerschap heeft verworven. |
Or. en
Motivering
In het kader van een volgend verzoek, is het mogelijk dat een opname van het persoonlijk onderhoud nuttig is nadat een definitieve beslissing is genomen over een verzoek. Gezien de termijnen om verzoeken over het algemeen, en volgende verzoeken in het bijzonder, te behandelen, is het evenwel niet te begrijpen waarom de opname gedurende tien jaar zou moeten worden bewaard. Eén jaar na een definitieve beslissing is meer dan voldoende.
Amendement 730
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. De verantwoordelijke autoriteiten bewaren of de opname of de schriftelijke weergave gedurende tien jaar vanaf de datum van de definitieve beslissing. De opname wordt gewist na het verstrijken van die termijn of, wanneer zij betrekking heeft op een persoon die vóór het verstrijken van deze periode het burgerschap van een lidstaat heeft verworven, zodra de lidstaat ervan op de hoogte is dat de betrokkene dit burgerschap heeft verworven. | 7. De verantwoordelijke autoriteiten bewaren de opname en de schriftelijke weergave gedurende tien jaar vanaf de datum van de definitieve beslissing. De opname wordt gewist en de schriftelijke weergave vernietigd na het verstrijken van die termijn of, wanneer zij betrekking hebben op een persoon die vóór het verstrijken van deze periode het burgerschap van een lidstaat heeft verworven, zodra de lidstaat ervan op de hoogte is dat de betrokkene dit burgerschap heeft verworven. |
Or. en
Amendement 731
Kinga Gál
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. De verantwoordelijke autoriteiten bewaren of de opname of de schriftelijke weergave gedurende tien jaar vanaf de datum van de definitieve beslissing. De opname wordt gewist na het verstrijken van die termijn of, wanneer zij betrekking heeft op een persoon die vóór het verstrijken van deze periode het burgerschap van een lidstaat heeft verworven, zodra de lidstaat ervan op de hoogte is dat de betrokkene dit burgerschap heeft verworven. | 7. De lidstaten beslissen hoe lang ze de opname of de schriftelijke weergave bewaren. De opname wordt gewist na het verstrijken van die termijn of, wanneer zij betrekking heeft op een persoon die vóór het verstrijken van deze periode het burgerschap van een lidstaat heeft verworven, zodra de lidstaat ervan op de hoogte is dat de betrokkene dit burgerschap heeft verworven. |
Or. hu
Amendement 732
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. De verantwoordelijke autoriteiten bewaren of de opname of de schriftelijke weergave gedurende tien jaar vanaf de datum van de definitieve beslissing. De opname wordt gewist na het verstrijken van die termijn of, wanneer zij betrekking heeft op een persoon die vóór het verstrijken van deze periode het burgerschap van een lidstaat heeft verworven, zodra de lidstaat ervan op de hoogte is dat de betrokkene dit burgerschap heeft verworven. | 7. De verantwoordelijke autoriteiten bewaren of de opname of de schriftelijke weergave gedurende twee jaar vanaf de datum van de definitieve beslissing. De opname wordt gewist na het verstrijken van die termijn of, wanneer zij betrekking heeft op een persoon die vóór het verstrijken van deze periode het burgerschap van een lidstaat heeft verworven, zodra de lidstaat ervan op de hoogte is dat de betrokkene dit burgerschap heeft verworven. |
Or. en
Amendement 733
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. De verantwoordelijke autoriteiten bewaren of de opname of de schriftelijke weergave gedurende tien jaar vanaf de datum van de definitieve beslissing. De opname wordt gewist na het verstrijken van die termijn of, wanneer zij betrekking heeft op een persoon die vóór het verstrijken van deze periode het burgerschap van een lidstaat heeft verworven, zodra de lidstaat ervan op de hoogte is dat de betrokkene dit burgerschap heeft verworven. | 7. De verantwoordelijke autoriteiten bewaren of de opname of de schriftelijke weergave gedurende vijf jaar vanaf de datum van de definitieve beslissing. De opname wordt gewist na het verstrijken van die termijn of, wanneer zij betrekking heeft op een persoon die vóór het verstrijken van deze periode het burgerschap van een lidstaat heeft verworven, zodra de lidstaat ervan op de hoogte is dat de betrokkene dit burgerschap heeft verworven. |
Or. en
Motivering
De kortere bewaringstermijn stemt overeen met de nieuwe bewaringstermijnen die zijn overeengekomen in het standpunt van het Europees Parlement over Eurodac.
Amendement 734
Péter Niedermüller, Marju Lauristin, Caterina Chinnici, Ana Gomes, Josef Weidenholzer
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Verzoekers hebben het recht om daadwerkelijk een juridisch adviseur of andere raadsman die door het nationale recht als zodanig is erkend of toegelaten, in alle fasen van de procedure te raadplegen over met hun verzoek samenhangende aangelegenheden. | 1. Zodra een verzoek om internationale bescherming door de verantwoordelijke autoriteiten is geregistreerd overeenkomstig artikel 27, heeft de verzoeker het recht om daadwerkelijk een juridisch adviseur of andere raadsman die door het nationale recht als zodanig is erkend of toegelaten, in alle fasen van de procedure te raadplegen over met hun verzoek samenhangende aangelegenheden. |
Or. en
Motivering
De verzoeker moet tijdig rechtsbijstand en vertegenwoordiging krijgen om het verzoek in te dienen (overeenkomstig de procedure bestaande uit drie stappen die is uiteengezet in het voorstel van de Commissie). Zodra een lidstaat een verzoek heeft geregistreerd, moet een verzoeker recht hebben op rechtsbijstand en vertegenwoordiging.
Amendement 735
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Verzoekers hebben het recht om daadwerkelijk een juridisch adviseur of andere raadsman die door het nationale recht als zodanig is erkend of toegelaten, in alle fasen van de procedure te raadplegen over met hun verzoek samenhangende aangelegenheden. | 1. Verzoekers hebben het recht om daadwerkelijk een juridisch adviseur die door het nationale recht als zodanig is erkend of toegelaten, in alle fasen van de procedure te raadplegen over met hun verzoek samenhangende aangelegenheden. |
Or. en
Amendement 736
Péter Niedermüller, Marju Lauristin, Caterina Chinnici, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Onverminderd het recht van de verzoeker om op eigen kosten zijn juridisch adviseur of andere raadsman te kiezen, kan een verzoeker in alle fasen van de procedure overeenkomstig de artikelen 15 tot en met 17 om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging verzoeken. De verzoeker wordt in kennis gesteld van zijn recht om in alle fasen van de procedure om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging te verzoeken. | 2. Onverminderd het recht van de verzoeker om op eigen kosten zijn juridisch adviseur of andere raadsman te kiezen, kan een verzoeker in alle fasen van de procedure overeenkomstig de artikelen 15 tot en met 17 om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging verzoeken. Zodra een verzoek om internationale bescherming door de verantwoordelijke autoriteiten is geregistreerd overeenkomstig artikel 27, wordt de verzoeker in kennis gesteld van zijn recht om in alle fasen van de procedure om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging te verzoeken. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ingediend om de samenhang met het amendement van artikel 14, lid 1, te waarborgen.
Amendement 737
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini, Bodil Valero
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Onverminderd het recht van de verzoeker om op eigen kosten zijn juridisch adviseur of andere raadsman te kiezen, kan een verzoeker in alle fasen van de procedure overeenkomstig de artikelen 15 tot en met 17 om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging verzoeken. De verzoeker wordt in kennis gesteld van zijn recht om in alle fasen van de procedure om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging te verzoeken. | 2. Onverminderd het recht van de verzoeker om op eigen kosten zijn juridisch adviseur of andere raadsman te kiezen, kan een verzoeker in alle fasen van de procedure overeenkomstig de artikelen 15 tot en met 17 om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging verzoeken. De verzoeker wordt zo snel mogelijk en uiterlijk wanneer het verzoek wordt geregistreerd daadwerkelijk in kennis gesteld van zijn recht om in alle fasen van de procedure om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging te verzoeken. |
Or. en
Amendement 738
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Onverminderd het recht van de verzoeker om op eigen kosten zijn juridisch adviseur of andere raadsman te kiezen, kan een verzoeker in alle fasen van de procedure overeenkomstig de artikelen 15 tot en met 17 om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging verzoeken. De verzoeker wordt in kennis gesteld van zijn recht om in alle fasen van de procedure om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging te verzoeken. | 2. Onverminderd het recht van de verzoeker om op eigen kosten zijn juridisch adviseur of andere raadsman te kiezen, kan een verzoeker in alle fasen van de procedure overeenkomstig de artikelen 15 tot en met 17 om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging verzoeken. De verzoeker wordt in kennis gesteld van zijn recht om in alle fasen van de procedure en zodra de wens te kennen is gegeven internationale bescherming te verkrijgen, om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging te verzoeken. |
Or. en
Amendement 739
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Onverminderd het recht van de verzoeker om op eigen kosten zijn juridisch adviseur of andere raadsman te kiezen, kan een verzoeker in alle fasen van de procedure overeenkomstig de artikelen 15 tot en met 17 om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging verzoeken. De verzoeker wordt in kennis gesteld van zijn recht om in alle fasen van de procedure om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging te verzoeken. | 2. Onverminderd het recht van de verzoeker om op eigen kosten zijn juridisch adviseur of andere raadsman te kiezen, kan een verzoeker in alle fasen van de procedure overeenkomstig de artikelen 15 tot en met 17 om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging verzoeken. De verzoeker wordt in kennis gesteld van zijn recht om in de fase van de beroepsprocedure om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging te verzoeken. |
Or. en
Motivering
In sommige lidstaten is kosteloze rechtsbijstand op administratief niveau niet voorzien.
Amendement 740
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Onverminderd het recht van de verzoeker om op eigen kosten zijn juridisch adviseur of andere raadsman te kiezen, kan een verzoeker in alle fasen van de procedure overeenkomstig de artikelen 15 tot en met 17 om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging verzoeken. De verzoeker wordt in kennis gesteld van zijn recht om in alle fasen van de procedure om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging te verzoeken. | 2. Onverminderd het recht van de verzoeker om op eigen kosten zijn juridisch adviseur of andere raadsman te kiezen, kan een verzoeker in de beroepsfase van de procedure overeenkomstig de artikelen 15 tot en met 17 om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging verzoeken. De verzoeker wordt in kennis gesteld van zijn recht om in de beroepsfase van de procedure om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging te verzoeken. |
Or. en
Amendement 741
Péter Niedermüller, Marju Lauristin, Caterina Chinnici, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Op verzoek van de verzoeker bieden de lidstaten kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging in de in hoofdstuk III bedoelde administratieve procedure en in de in hoofdstuk V bedoelde beroepsprocedure. | 1. Zodra een verzoek om internationale bescherming door de verantwoordelijke autoriteiten is geregistreerd overeenkomstig artikel 27, bieden de lidstaten, op verzoek van de verzoeker, kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging in de in hoofdstuk III bedoelde administratieve procedure en in de in hoofdstuk V bedoelde beroepsprocedure. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ingediend om de samenhang met eerdere amendementen van artikel 14 te waarborgen.
Amendement 742
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Op verzoek van de verzoeker bieden de lidstaten kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging in de in hoofdstuk III bedoelde administratieve procedure en in de in hoofdstuk V bedoelde beroepsprocedure. | 1. De lidstaten bieden kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging in de in hoofdstuk III bedoelde administratieve procedure en in de in hoofdstuk V bedoelde beroepsprocedure, zo snel mogelijk nadat de wens te kennen is gegeven internationale bescherming te verkrijgen en alleszins niet meer dan twee dagen hierna. |
Or. en
Amendement 743
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Op verzoek van de verzoeker bieden de lidstaten kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging in de in hoofdstuk III bedoelde administratieve procedure en in de in hoofdstuk V bedoelde beroepsprocedure. | 1. Op verzoek van de verzoeker en zo snel mogelijk nadat het verzoek is ingediend, bieden de lidstaten kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging in de in hoofdstuk III bedoelde administratieve procedure en in de in hoofdstuk V bedoelde beroepsprocedure. |
Or. en
Amendement 744
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Op verzoek van de verzoeker bieden de lidstaten kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging in de in hoofdstuk III bedoelde administratieve procedure en in de in hoofdstuk V bedoelde beroepsprocedure. | 1. Op verzoek van de verzoeker bieden de lidstaten kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging in de in hoofdstuk V bedoelde beroepsprocedure. |
Or. en
Amendement 745
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Op verzoek van de verzoeker bieden de lidstaten kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging in de in hoofdstuk III bedoelde administratieve procedure en in de in hoofdstuk V bedoelde beroepsprocedure. | 1. Op verzoek van de verzoeker bieden de lidstaten kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging over met hun verzoek samenhangende aangelegenheden in alle fasen van de procedure. |
Or. en
Motivering
Kosteloze rechtsbijstand moet in alle fasen van de procedure ter beschikking worden gesteld.
Amendement 746
Maria Grapini
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Op verzoek van de verzoeker bieden de lidstaten kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging in de in hoofdstuk III bedoelde administratieve procedure en in de in hoofdstuk V bedoelde beroepsprocedure. | 1. Op verzoek van de verzoeker kunnen de lidstaten kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging bieden in de in hoofdstuk III bedoelde administratieve procedure en in de in hoofdstuk V bedoelde beroepsprocedure. |
Or. ro
Amendement 747
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Bodil Valero, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Op verzoek van de verzoeker bieden de lidstaten kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging in de in hoofdstuk III bedoelde administratieve procedure en in de in hoofdstuk V bedoelde beroepsprocedure. | 1. De lidstaten bieden kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging in de in hoofdstuk III bedoelde administratieve procedure en in de in hoofdstuk V bedoelde beroepsprocedure. |
Or. en
Amendement 748
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. In het kader van de administratieve procedure omvat de kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging ten minste: | Schrappen |
(a) het verstrekken van informatie over de procedure in het licht van de individuele omstandigheden van de verzoeker; |
|
(b) bijstand bij de voorbereiding van het verzoek en het persoonlijk onderhoud, met inbegrip van deelname aan het persoonlijk onderhoud voor zover die noodzakelijk is; |
|
(c) toelichting bij de redenen voor en de gevolgen van een beslissing tot weigering van internationale bescherming en informatie over de wijze waarop een dergelijke beslissing kan worden aangevochten. |
|
Or. en
Amendement 749
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 2 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. In het kader van de administratieve procedure omvat de kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging ten minste: | 2. In het kader van de beroepsprocedure omvat de kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging ten minste: |
Or. en
Motivering
In sommige lidstaten is kosteloze rechtsbijstand op administratief niveau niet voorzien.
Amendement 750
Péter Niedermüller, Birgit Sippel, Marju Lauristin, Caterina Chinnici, Elly Schlein, Cécile Kashetu Kyenge, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 2 – letter -a (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (-a) bijstand bij de voorbereiding en de indiening van het verzoek overeenkomstig artikel 28; |
Or. en
Motivering
Het is belangrijk om te verduidelijken dat de verzoeker vóór de indiening van het verzoek recht heeft op rechtsbijstand en vertegenwoordiging, want dit is een belangrijke administratieve stap in de procedure.
Amendement 751
Péter Niedermüller, Birgit Sippel, Marju Lauristin, Caterina Chinnici, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) bijstand bij de voorbereiding van het verzoek en het persoonlijk onderhoud, met inbegrip van deelname aan het persoonlijk onderhoud voor zover die noodzakelijk is; | (b) bijstand bij de voorbereiding van het verzoek en het persoonlijk onderhoud, met inbegrip van deelname aan het persoonlijk onderhoud; |
Or. en
Motivering
Het is belangrijk om de mogelijkheid tot rechtsbijstand voor deelname aan het persoonlijk onderhoud in alle gevallen te waarborgen.
Amendement 752
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) bijstand bij de voorbereiding van het verzoek en het persoonlijk onderhoud, met inbegrip van deelname aan het persoonlijk onderhoud voor zover die noodzakelijk is; | (b) bijstand bij de voorbereiding van het verzoek en het persoonlijk onderhoud, met inbegrip van deelname aan het persoonlijk onderhoud; |
Or. en
Amendement 753
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) bijstand bij de voorbereiding van het verzoek en het persoonlijk onderhoud, met inbegrip van deelname aan het persoonlijk onderhoud voor zover die noodzakelijk is; | (b) bijstand bij de voorbereiding van het verzoek en het persoonlijk onderhoud en deelname aan het persoonlijk onderhoud; |
Or. en
Amendement 754
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Het bieden van kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging tijdens de administratieve procedure kan worden uitgesloten indien: | Schrappen |
(a) de verzoeker over voldoende middelen beschikt; |
|
(b) het verzoek geacht wordt geen reële kans van slagen te hebben; |
|
(c) het verzoek een volgend verzoek is. |
|
Or. en
Amendement 755
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Het bieden van kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging tijdens de administratieve procedure kan worden uitgesloten indien: | Schrappen |
(a) de verzoeker over voldoende middelen beschikt; |
|
(b) het verzoek geacht wordt geen reële kans van slagen te hebben; |
|
(c) het verzoek een volgend verzoek is. |
|
Or. en
Amendement 756
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Het bieden van kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging tijdens de administratieve procedure kan worden uitgesloten indien: | Schrappen |
(a) de verzoeker over voldoende middelen beschikt; |
|
(b) het verzoek geacht wordt geen reële kans van slagen te hebben; |
|
(c) het verzoek een volgend verzoek is. |
|
Or. en
Motivering
In sommige lidstaten is kosteloze rechtsbijstand op administratief niveau niet voorzien.
Amendement 757
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 3 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) het verzoek geacht wordt geen reële kans van slagen te hebben; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Bij deze bepaling bestaat het gevaar dat ze door de autoriteiten te verstrekkend wordt geïnterpreteerd. Daarom moet ze worden geschrapt.
Amendement 758
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 3 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) het verzoek geacht wordt geen reële kans van slagen te hebben; | Schrappen |
Or. en
Amendement 759
Péter Niedermüller, Kati Piri, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 3 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) het verzoek geacht wordt geen reële kans van slagen te hebben; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Dit is in lijn met het standpunt van het Europees Parlement dat werd aangenomen in de richtlijn opvangvoorzieningen.
Amendement 760
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 3 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) het verzoek geacht wordt geen reële kans van slagen te hebben; | (b) het verzoek geacht wordt duidelijk geen inhoudelijke elementen te bevatten en bijgevolg geen kans van slagen heeft; |
Or. en