Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
2016/0224(COD)
26.6.2017
AMENDEMENTEN
1118 - 1347
Ontwerpverslag
Laura Ferrara
(PE597.506v01-00)
Gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie
Voorstel voor een verordening
( COM(2016)0467 – C8-0321/2016 – 2016/0224(COD) )
AM_Com_LegReport
Amendement 1118
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 3 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De beslissingsautoriteit kan die termijn van zes maanden verlengen met een termijn van niet meer dan drie maanden, indien: | 3. De beslissingsautoriteit kan die termijn verlengen met een termijn van niet meer dan twee maanden, indien: |
Or. en
Amendement 1119
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 3 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) een onevenredig groot aantal onderdanen van derde landen of staatlozen tegelijk om internationale bescherming verzoekt, waardoor het in de praktijk moeilijk is de procedure binnen de termijn van zes maanden af te ronden; | (a) een onevenredig groot aantal onderdanen van derde landen of staatlozen tegelijk om internationale bescherming verzoekt, waardoor het in de praktijk moeilijk is de procedure binnen de termijn af te ronden; |
Or. en
Amendement 1120
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De beslissingsautoriteit kan het afronden van de behandelingsprocedure uitstellen wanneer redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat zij een beslissing neemt binnen de in lid 2 en in artikel 40, lid 4, vastgestelde termijnen met betrekking tot de versnelde behandelingsprocedure, vanwege een onzekere situatie in het land van herkomst die naar verwachting tijdelijk is. In dergelijke gevallen worden door de beslissingsautoriteit: | Schrappen |
(a) ten minste om de twee maanden opnieuw evaluaties verricht van de situatie in dat land van herkomst; |
|
(b) de betrokken verzoekers binnen een redelijke termijn in kennis gesteld van de redenen voor het uitstel. |
|
De lidstaat stelt de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie binnen een redelijke termijn in kennis van het uitstel van procedures voor dat land van herkomst. De beslissingsautoriteit rondt de behandelingsprocedure in elk geval af binnen 15 maanden na de indiening van een verzoek. |
|
Or. en
Motivering
De bepaling lijkt buitensporig arbitrair en zou ongerechtvaardigde vertragingen bij de verwerking van verzoeken kunnen veroorzaken.
Amendement 1121
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De beslissingsautoriteit kan het afronden van de behandelingsprocedure uitstellen wanneer redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat zij een beslissing neemt binnen de in lid 2 en in artikel 40, lid 4, vastgestelde termijnen met betrekking tot de versnelde behandelingsprocedure, vanwege een onzekere situatie in het land van herkomst die naar verwachting tijdelijk is. In dergelijke gevallen worden door de beslissingsautoriteit: | Schrappen |
(a) ten minste om de twee maanden opnieuw evaluaties verricht van de situatie in dat land van herkomst; |
|
(b) de betrokken verzoekers binnen een redelijke termijn in kennis gesteld van de redenen voor het uitstel. |
|
De lidstaat stelt de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie binnen een redelijke termijn in kennis van het uitstel van procedures voor dat land van herkomst. De beslissingsautoriteit rondt de behandelingsprocedure in elk geval af binnen 15 maanden na de indiening van een verzoek. |
|
Or. en
Amendement 1122
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De beslissingsautoriteit kan het afronden van de behandelingsprocedure uitstellen wanneer redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat zij een beslissing neemt binnen de in lid 2 en in artikel 40, lid 4, vastgestelde termijnen met betrekking tot de versnelde behandelingsprocedure, vanwege een onzekere situatie in het land van herkomst die naar verwachting tijdelijk is. In dergelijke gevallen worden door de beslissingsautoriteit: | Schrappen |
(a) ten minste om de twee maanden opnieuw evaluaties verricht van de situatie in dat land van herkomst; |
|
(b) de betrokken verzoekers binnen een redelijke termijn in kennis gesteld van de redenen voor het uitstel. |
|
De lidstaat stelt de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie binnen een redelijke termijn in kennis van het uitstel van procedures voor dat land van herkomst. De beslissingsautoriteit rondt de behandelingsprocedure in elk geval af binnen 15 maanden na de indiening van een verzoek. |
|
Or. en
Amendement 1123
Péter Niedermüller, Caterina Chinnici, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 5 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De beslissingsautoriteit kan het afronden van de behandelingsprocedure uitstellen wanneer redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat zij een beslissing neemt binnen de in lid 2 en in artikel 40, lid 4, vastgestelde termijnen met betrekking tot de versnelde behandelingsprocedure, vanwege een onzekere situatie in het land van herkomst die naar verwachting tijdelijk is. In dergelijke gevallen worden door de beslissingsautoriteit: | Schrappen |
(a) ten minste om de twee maanden opnieuw evaluaties verricht van de situatie in dat land van herkomst; |
|
(b) de betrokken verzoekers binnen een redelijke termijn in kennis gesteld van de redenen voor het uitstel. |
|
Or. en
Motivering
Een verzoek om internationale bescherming kan niet simpelweg voor onbepaalde tijd op de lange baan worden geschoven. Behalve dat deze bepaling de eerder in dit artikel vastgestelde termijnen betekenisloos maakt, zorgt ze ook niet voor rechtszekerheid voor de verzoeker en voor de overheid en vormt ze een belangrijk obstakel voor de integratie in de gastsamenleving van de verzoeker die wacht op een beslissing over zijn verzoek.
Amendement 1124
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 5 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) ten minste om de twee maanden opnieuw evaluaties verricht van de situatie in dat land van herkomst; | (a) ten minste om de twee maanden opnieuw evaluaties verricht van de situatie in dat land van herkomst; deze evaluaties worden verricht door bevoegde organen op EU-niveau. |
Or. en
Motivering
Deze uitzonderingsprocedure moet zijn gebaseerd op een gemeenschappelijke benadering en gemeenschappelijke richtsnoeren op EU-niveau.
Amendement 1125
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 5 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de betrokken verzoekers binnen een redelijke termijn in kennis gesteld van de redenen voor het uitstel. | (b) de betrokken verzoekers zo snel mogelijk in kennis gesteld van de motivering van het besluit om de definitieve beslissing over het verzoek tijdelijk uit te stellen. |
Or. en
Amendement 1126
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 5 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaat stelt de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie binnen een redelijke termijn in kennis van het uitstel van procedures voor dat land van herkomst. De beslissingsautoriteit rondt de behandelingsprocedure in elk geval af binnen 15 maanden na de indiening van een verzoek. | De lidstaat stelt de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie binnen een redelijke termijn in kennis van het uitstel van procedures voor dat land van herkomst. De beslissingsautoriteit rondt de behandelingsprocedure in elk geval af binnen 12 maanden na de indiening van een verzoek. |
Or. en
Amendement 1127
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Een beslissing over een verzoek om internationale bescherming wordt schriftelijk gegeven en de verzoeker onverwijld meegedeeld in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs geacht kan worden te begrijpen. | 1. Een beslissing over een verzoek om internationale bescherming wordt schriftelijk gegeven en onverwijld, en in geen geval later dan zeven dagen nadat de beslissing is genomen, meegedeeld aan de verzoeker en zijn juridisch dan wel andere adviseur in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs geacht kan worden te begrijpen. |
Or. en
Motivering
De beslissing moet ook worden meegedeeld aan de juridisch adviseur van de verzoeker. Het is belangrijk dat er een termijn wordt vastgesteld voor de kennisgeving aan de verzoeker, met name om de verzoeker in staat te stellen te voldoen aan de vastgestelde termijnen voor het instellen van beroep tegen de genomen beslissing.
Amendement 1128
Monika Hohlmeier, Heinz K. Becker
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Een beslissing over een verzoek om internationale bescherming wordt schriftelijk gegeven en de verzoeker onverwijld meegedeeld in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs geacht kan worden te begrijpen. | 1. Een beslissing over een verzoek om internationale bescherming wordt schriftelijk gegeven en de verzoeker onverwijld meegedeeld in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs geacht kan worden te begrijpen, en indien mogelijk in eenvoudige bewoordingen. |
Or. en
Amendement 1129
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Een beslissing over een verzoek om internationale bescherming wordt schriftelijk gegeven en de verzoeker onverwijld meegedeeld in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs geacht kan worden te begrijpen. | 1. Een beslissing over een verzoek om internationale bescherming wordt schriftelijk gegeven en de verzoeker onverwijld meegedeeld in een taal die hij begrijpt. |
Or. en
Motivering
Verduidelijking om de informatieverstrekking te verbeteren.
Amendement 1130
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Een beslissing over een verzoek om internationale bescherming wordt schriftelijk gegeven en de verzoeker onverwijld meegedeeld in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs geacht kan worden te begrijpen. | 1. Een beslissing over een verzoek om internationale bescherming wordt schriftelijk gegeven en de verzoeker onverwijld meegedeeld in een taal die hij begrijpt. |
Or. en
Amendement 1131
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Een beslissing over een verzoek om internationale bescherming wordt schriftelijk gegeven en de verzoeker onverwijld meegedeeld in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs geacht kan worden te begrijpen. | 1. Een beslissing over een verzoek om internationale bescherming wordt schriftelijk gegeven en de verzoeker onverwijld meegedeeld in een taal die hij begrijpt. |
Or. en
Amendement 1132
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Indien een verzoek wordt afgewezen als niet-ontvankelijk, als ongegrond ten aanzien van de vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus, als een verzoek dat expliciet is ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, worden de feitelijke en juridische gronden in de beslissing vermeld. Informatie over de wijze waarop een beslissing tot weigering van internationale bescherming kan worden aangevochten, wordt schriftelijk verstrekt, tenzij deze informatie reeds op andere wijze aan de verzoeker is gegeven. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1133
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Indien een verzoek wordt afgewezen als niet-ontvankelijk, als ongegrond ten aanzien van de vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus, als een verzoek dat expliciet is ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, worden de feitelijke en juridische gronden in de beslissing vermeld. Informatie over de wijze waarop een beslissing tot weigering van internationale bescherming kan worden aangevochten, wordt schriftelijk verstrekt, tenzij deze informatie reeds op andere wijze aan de verzoeker is gegeven. | 2. Indien een verzoek wordt afgewezen als niet-ontvankelijk, als ongegrond ten aanzien van de vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus, als een verzoek dat expliciet is ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, worden de feitelijke en juridische gronden in de beslissing vermeld. Informatie over de wijze waarop een beslissing tot weigering van internationale bescherming kan worden aangevochten, wordt schriftelijk verstrekt. |
Or. en
Amendement 1134
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Indien een verzoek wordt afgewezen als niet-ontvankelijk, als ongegrond ten aanzien van de vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus, als een verzoek dat expliciet is ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, worden de feitelijke en juridische gronden in de beslissing vermeld. Informatie over de wijze waarop een beslissing tot weigering van internationale bescherming kan worden aangevochten, wordt schriftelijk verstrekt, tenzij deze informatie reeds op andere wijze aan de verzoeker is gegeven. | 2. Indien een verzoek wordt afgewezen als niet-ontvankelijk, als ongegrond ten aanzien van de vluchtelingenstatus, als een verzoek dat expliciet is ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, worden de feitelijke en juridische gronden in de beslissing vermeld. Informatie over de wijze waarop een beslissing tot weigering van internationale bescherming kan worden aangevochten, wordt schriftelijk verstrekt, tenzij deze informatie reeds op andere wijze aan de verzoeker is gegeven. |
Or. en
Amendement 1135
Péter Niedermüller, Birgit Sippel, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Indien een verzoek wordt afgewezen als niet-ontvankelijk, als ongegrond ten aanzien van de vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus, als een verzoek dat expliciet is ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, worden de feitelijke en juridische gronden in de beslissing vermeld. Informatie over de wijze waarop een beslissing tot weigering van internationale bescherming kan worden aangevochten, wordt schriftelijk verstrekt, tenzij deze informatie reeds op andere wijze aan de verzoeker is gegeven. | 2. Indien een verzoek wordt afgewezen als niet-ontvankelijk, als ongegrond ten aanzien van de vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus, als een verzoek dat expliciet is ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, worden de feitelijke en juridische gronden in de beslissing vermeld. Informatie over de wijze waarop een beslissing tot weigering van internationale bescherming kan worden aangevochten, met inbegrip van de toepasselijke termijnen, wordt schriftelijk verstrekt. |
Or. en
Motivering
De informatie over de wijze waarop beroep tegen een beslissing kan worden ingesteld moet ook de toepasselijke termijnen omvatten. Deze informatie moet altijd schriftelijk worden verstrekt.
Amendement 1136
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. In geval van verzoeken namens echtgenoten, partners, minderjarigen of handelingsonbewame, ten laste komende meerderjarigen, en telkens wanneer het verzoek op dezelfde gronden gebaseerd is, kan de beslissingsautoriteit één beslissing nemen die voor alle verzoeken geldt, tenzij dusdanig handelen zou leiden tot de bekendmaking van specifieke omstandigheden van een verzoeker die zijn belangen zou kunnen schaden, met name in gevallen van vervolging op grond van gender, seksuele gerichtheid, genderidentiteit of leeftijd. In dergelijke gevallen wordt aan de betrokken persoon een afzonderlijke beslissing afgegeven. | 3. In geval van verzoeken namens echtgenoten, partners, minderjarigen of handelingsonbekwame, ten laste komende meerderjarigen, en telkens wanneer het verzoek op dezelfde gronden gebaseerd is, kan de beslissingsautoriteit één beslissing nemen die voor alle verzoeken geldt, tenzij dusdanig handelen zou leiden tot de bekendmaking van specifieke omstandigheden van een verzoeker die zijn belangen zou kunnen schaden, met name in gevallen van vervolging op grond van gender, gendergebaseerd geweld, mensenhandel, seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderuitdrukking, geslachtskenmerken of leeftijd. In dergelijke gevallen wordt aan de betrokken persoon een afzonderlijke beslissing afgegeven. |
Or. en
Amendement 1137
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. In geval van verzoeken namens echtgenoten, partners, minderjarigen of handelingsonbewame, ten laste komende meerderjarigen, en telkens wanneer het verzoek op dezelfde gronden gebaseerd is, kan de beslissingsautoriteit één beslissing nemen die voor alle verzoeken geldt, tenzij dusdanig handelen zou leiden tot de bekendmaking van specifieke omstandigheden van een verzoeker die zijn belangen zou kunnen schaden, met name in gevallen van vervolging op grond van gender, seksuele gerichtheid, genderidentiteit of leeftijd. In dergelijke gevallen wordt aan de betrokken persoon een afzonderlijke beslissing afgegeven. | 3. In geval van verzoeken namens echtgenoten, partners, minderjarigen of handelingsonbekwame, ten laste komende meerderjarigen, en telkens wanneer het verzoek op dezelfde gronden gebaseerd is, kan de beslissingsautoriteit één beslissing nemen die voor alle verzoeken geldt, tenzij dusdanig handelen zou leiden tot de bekendmaking van specifieke omstandigheden van een verzoeker die zijn belangen zou kunnen schaden. In dergelijke gevallen wordt aan de betrokken persoon een afzonderlijke beslissing afgegeven. |
Or. en
Amendement 1138
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. In geval van verzoeken namens echtgenoten, partners, minderjarigen of handelingsonbewame, ten laste komende meerderjarigen, en telkens wanneer het verzoek op dezelfde gronden gebaseerd is, kan de beslissingsautoriteit één beslissing nemen die voor alle verzoeken geldt, tenzij dusdanig handelen zou leiden tot de bekendmaking van specifieke omstandigheden van een verzoeker die zijn belangen zou kunnen schaden, met name in gevallen van vervolging op grond van gender, seksuele gerichtheid, genderidentiteit of leeftijd. In dergelijke gevallen wordt aan de betrokken persoon een afzonderlijke beslissing afgegeven. | 3. In geval van verzoeken namens minderjarigen of handelingsonbekwame, ten laste komende meerderjarigen, en telkens wanneer het verzoek op dezelfde gronden gebaseerd is, kan de beslissingsautoriteit één beslissing nemen die voor alle verzoeken geldt, tenzij dusdanig handelen zou leiden tot de bekendmaking van specifieke omstandigheden van een verzoeker die zijn belangen zou kunnen schaden, met name in gevallen van vervolging op grond van gender of leeftijd. In dergelijke gevallen wordt aan de betrokken persoon een afzonderlijke beslissing afgegeven. |
Or. bg
Amendement 1139
Péter Niedermüller, Caterina Chinnici, Ana Gomes, Josef Weidenholzer
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. In geval van verzoeken namens echtgenoten, partners, minderjarigen of handelingsonbewame, ten laste komende meerderjarigen, en telkens wanneer het verzoek op dezelfde gronden gebaseerd is, kan de beslissingsautoriteit één beslissing nemen die voor alle verzoeken geldt, tenzij dusdanig handelen zou leiden tot de bekendmaking van specifieke omstandigheden van een verzoeker die zijn belangen zou kunnen schaden, met name in gevallen van vervolging op grond van gender, seksuele gerichtheid, genderidentiteit of leeftijd. In dergelijke gevallen wordt aan de betrokken persoon een afzonderlijke beslissing afgegeven. | 3. In geval van verzoeken namens echtgenoten, partners, minderjarigen of handelingsonbekwame, ten laste komende meerderjarigen, en telkens wanneer alle verzoeken op exact dezelfde gronden gebaseerd zijn, kan de beslissingsautoriteit één beslissing nemen die voor alle verzoeken geldt, tenzij dusdanig handelen zou leiden tot de bekendmaking van specifieke omstandigheden van een verzoeker die zijn belangen zou kunnen schaden, met name in gevallen van vervolging op grond van gender, seksuele gerichtheid, genderidentiteit of leeftijd. In dergelijke gevallen wordt aan de betrokken persoon een afzonderlijke beslissing afgegeven. |
Or. en
Motivering
Verduidelijking.
Amendement 1140
Sergei Stanishev
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. In geval van verzoeken namens echtgenoten, partners, minderjarigen of handelingsonbewame, ten laste komende meerderjarigen, en telkens wanneer het verzoek op dezelfde gronden gebaseerd is, kan de beslissingsautoriteit één beslissing nemen die voor alle verzoeken geldt, tenzij dusdanig handelen zou leiden tot de bekendmaking van specifieke omstandigheden van een verzoeker die zijn belangen zou kunnen schaden, met name in gevallen van vervolging op grond van gender, seksuele gerichtheid, genderidentiteit of leeftijd. In dergelijke gevallen wordt aan de betrokken persoon een afzonderlijke beslissing afgegeven. | 3. Wanneer een lidstaat besluit verzoeken van familieleden gezamenlijk te behandelen, en telkens wanneer de verzoeken op dezelfde gronden gebaseerd zijn, kan de beslissingsautoriteit één beslissing nemen die voor alle verzoeken geldt, tenzij dusdanig handelen zou leiden tot de bekendmaking van specifieke omstandigheden van een verzoeker die zijn belangen zou kunnen schaden, met name in gevallen van vervolging op grond van gender, seksuele gerichtheid, genderidentiteit of leeftijd. In dergelijke gevallen wordt aan de betrokken persoon een afzonderlijke beslissing afgegeven. |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met eerdere amendementen om lidstaten de mogelijkheid te bieden om verzoeken samen te behandelen.
Amendement 1141
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 36
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 36 | Schrappen |
Beslissing over de ontvankelijkheid van het verzoek |
|
1. De beslissingsautoriteit beoordeelt de ontvankelijkheid van een verzoek overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, en verklaart een verzoek niet-ontvankelijk wanneer een van de volgende gronden van toepassing is: |
|
(a) een land dat geen lidstaat is, wordt uit hoofde van artikel 44 beschouwd als een eerste land van asiel voor de verzoeker, tenzij duidelijk is dat de verzoeker niet tot dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten; |
|
(b) een land dat geen lidstaat is, wordt uit hoofde van artikel 45 beschouwd als een veilig land voor de verzoeker, tenzij duidelijk is dat de verzoeker niet tot dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten; |
|
(c) het verzoek is een volgend verzoek en er zijn geen nieuwe relevante elementen of bevindingen naar voren gekomen of door de verzoeker voorgelegd in verband met de behandeling van de vraag of hij voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet in aanmerking komt overeenkomstig Richtlijn XXX/XXX (verordening asielnormen) of in verband met de eerder toegepaste grond voor niet-ontvankelijkheid; |
|
(d) een echtgenoot of partner of begeleide minderjarige dient een verzoek in nadat hij heeft ingestemd met het namens hem indienen van een verzoek, en er zijn geen feiten betreffende de situatie van de echtgenoot, partner of een minderjarige die een apart verzoek rechtvaardigen. |
|
2. Een verzoek wordt niet ten gronde behandeld indien een verzoek niet wordt behandeld overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening), ook niet wanneer een andere lidstaat de verzoeker internationale bescherming heeft verleend, of indien een verzoek niet-ontvankelijk is verklaard overeenkomstig lid 1. |
|
3. Lid 1, onder a) en b), is niet van toepassing op een persoon die subsidiaire bescherming geniet en die is hervestigd krachtens een versnelde procedure overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake hervestiging).37 |
|
4. Indien de eerste lidstaat waar een verzoek is ingediend, na behandeling van het verzoek overeenkomstig artikel 3, lid 3, onder a), van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening), van mening dat het verzoek ontvankelijk is, hoeft de verantwoordelijke lidstaat het bepaalde in lid 1, onder a) en b), niet opnieuw toe te passen. |
|
5. Wanneer de beslissingsautoriteit van mening is dat een verzoek op het eerste gezicht kennelijk ongegrond is, is zij niet verplicht zich uit te spreken over de ontvankelijkheid van het verzoek. |
|
_________________ |
|
37 PB L […], […], blz. […]. |
|
Or. en
Amendement 1142
Sergei Stanishev
Voorstel voor een verordening
Artikel 36
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 36 | Schrappen |
Beslissing over de ontvankelijkheid van het verzoek |
|
1. De beslissingsautoriteit beoordeelt de ontvankelijkheid van een verzoek overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, en verklaart een verzoek niet-ontvankelijk wanneer een van de volgende gronden van toepassing is: |
|
(a) een land dat geen lidstaat is, wordt uit hoofde van artikel 44 beschouwd als een eerste land van asiel voor de verzoeker, tenzij duidelijk is dat de verzoeker niet tot dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten; |
|
(b) een land dat geen lidstaat is, wordt uit hoofde van artikel 45 beschouwd als een veilig land voor de verzoeker, tenzij duidelijk is dat de verzoeker niet tot dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten; |
|
(c) het verzoek is een volgend verzoek en er zijn geen nieuwe relevante elementen of bevindingen naar voren gekomen of door de verzoeker voorgelegd in verband met de behandeling van de vraag of hij voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet in aanmerking komt overeenkomstig Richtlijn XXX/XXX (verordening asielnormen) of in verband met de eerder toegepaste grond voor niet-ontvankelijkheid; |
|
(d) een echtgenoot of partner of begeleide minderjarige dient een verzoek in nadat hij heeft ingestemd met het namens hem indienen van een verzoek, en er zijn geen feiten betreffende de situatie van de echtgenoot, partner of een minderjarige die een apart verzoek rechtvaardigen. |
|
2. Een verzoek wordt niet ten gronde behandeld indien een verzoek niet wordt behandeld overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening), ook niet wanneer een andere lidstaat de verzoeker internationale bescherming heeft verleend, of indien een verzoek niet-ontvankelijk is verklaard overeenkomstig lid 1. |
|
3. Lid 1, onder a) en b), is niet van toepassing op een persoon die subsidiaire bescherming geniet en die is hervestigd krachtens een versnelde procedure overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake hervestiging).37 |
|
4. Indien de eerste lidstaat waar een verzoek is ingediend, na behandeling van het verzoek overeenkomstig artikel 3, lid 3, onder a), van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening), van mening dat het verzoek ontvankelijk is, hoeft de verantwoordelijke lidstaat het bepaalde in lid 1, onder a) en b), niet opnieuw toe te passen. |
|
5. Wanneer de beslissingsautoriteit van mening is dat een verzoek op het eerste gezicht kennelijk ongegrond is, is zij niet verplicht zich uit te spreken over de ontvankelijkheid van het verzoek. |
|
_________________ |
|
37 PB L […], […], blz. […]. |
|
Or. en
Motivering
In overeenstemming met eerdere amendementen om ontvankelijkheidscontroles als vereiste vóór het toepassen van de Dublinverordening te schrappen.
Amendement 1143
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit beoordeelt de ontvankelijkheid van een verzoek overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, en verklaart een verzoek niet-ontvankelijk wanneer een van de volgende gronden van toepassing is: | Schrappen |
(a) een land dat geen lidstaat is, wordt uit hoofde van artikel 44 beschouwd als een eerste land van asiel voor de verzoeker, tenzij duidelijk is dat de verzoeker niet tot dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten; |
|
(b) een land dat geen lidstaat is, wordt uit hoofde van artikel 45 beschouwd als een veilig land voor de verzoeker, tenzij duidelijk is dat de verzoeker niet tot dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten; |
|
(c) het verzoek is een volgend verzoek en er zijn geen nieuwe relevante elementen of bevindingen naar voren gekomen of door de verzoeker voorgelegd in verband met de behandeling van de vraag of hij voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet in aanmerking komt overeenkomstig Richtlijn XXX/XXX (verordening asielnormen) of in verband met de eerder toegepaste grond voor niet-ontvankelijkheid; |
|
(d) een echtgenoot of partner of begeleide minderjarige dient een verzoek in nadat hij heeft ingestemd met het namens hem indienen van een verzoek, en er zijn geen feiten betreffende de situatie van de echtgenoot, partner of een minderjarige die een apart verzoek rechtvaardigen. |
|
Or. en
Amendement 1144
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit beoordeelt de ontvankelijkheid van een verzoek overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, en verklaart een verzoek niet-ontvankelijk wanneer een van de volgende gronden van toepassing is: | 1. Wanneer er aanwijzingen zijn dat de in dit lid vermelde gronden bestaan, beoordeelt de beslissingsautoriteit de ontvankelijkheid van een verzoek overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, en verklaart een verzoek niet-ontvankelijk wanneer een van de volgende gronden van toepassing is: |
Or. en
Amendement 1145
Brice Hortefeux, Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit beoordeelt de ontvankelijkheid van een verzoek overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, en verklaart een verzoek niet-ontvankelijk wanneer een van de volgende gronden van toepassing is: | 1. De beslissingsautoriteit beoordeelt de ontvankelijkheid van een verzoek overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, en kan een verzoek niet-ontvankelijk verklaren wanneer een van de volgende gronden van toepassing is: |
Or. fr
Amendement 1146
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar, Filiz Hyusmenova
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit beoordeelt de ontvankelijkheid van een verzoek overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, en verklaart een verzoek niet-ontvankelijk wanneer een van de volgende gronden van toepassing is: | 1. De beslissingsautoriteit kan de ontvankelijkheid van een verzoek beoordelen overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, en kan een verzoek niet-ontvankelijk verklaren wanneer een van de volgende gronden van toepassing is: |
Or. en
Motivering
Ontvankelijkheidsprocedures moeten facultatief blijven om de lidstaten flexibiliteit te blijven bieden.
Amendement 1147
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit beoordeelt de ontvankelijkheid van een verzoek overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, en verklaart een verzoek niet-ontvankelijk wanneer een van de volgende gronden van toepassing is: | 1. De beslissingsautoriteit kan de ontvankelijkheid van een verzoek beoordelen overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, en kan een verzoek niet-ontvankelijk verklaren wanneer een van de volgende gronden van toepassing is: |
Or. en
Motivering
De ontvankelijkheidstoetsing moet niet aan de lidstaten worden opgelegd, maar moet een facultatief onderdeel van de asielprocedure blijven.
Amendement 1148
Elly Schlein, Juan Fernando López Aguilar, Cécile Kashetu Kyenge, Miltiadis Kyrkos, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) een land dat geen lidstaat is, wordt uit hoofde van artikel 44 beschouwd als een eerste land van asiel voor de verzoeker, tenzij duidelijk is dat de verzoeker niet tot dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1149
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) een land dat geen lidstaat is, wordt uit hoofde van artikel 44 beschouwd als een eerste land van asiel voor de verzoeker, tenzij duidelijk is dat de verzoeker niet tot dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten; | (a) een land dat geen lidstaat is, wordt uit hoofde van artikel 44 beschouwd als een eerste land van asiel voor de verzoeker, mits hij opnieuw tot dat land moet worden toegelaten; |
Or. en
Amendement 1150
Elly Schlein, Juan Fernando López Aguilar, Cécile Kashetu Kyenge, Miltiadis Kyrkos, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) een land dat geen lidstaat is, wordt uit hoofde van artikel 45 beschouwd als een veilig land voor de verzoeker, tenzij duidelijk is dat de verzoeker niet tot dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1151
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) een land dat geen lidstaat is, wordt uit hoofde van artikel 45 beschouwd als een veilig land voor de verzoeker, tenzij duidelijk is dat de verzoeker niet tot dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten; | (b) een land dat geen lidstaat is, wordt uit hoofde van artikel 45 beschouwd als een eerste land van asiel voor de verzoeker, mits hij tot dat land moet worden toegelaten of opnieuw moet worden toegelaten; |
Or. en
Amendement 1152
Elly Schlein, Juan Fernando López Aguilar, Cécile Kashetu Kyenge, Miltiadis Kyrkos, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) het verzoek is een volgend verzoek en er zijn geen nieuwe relevante elementen of bevindingen naar voren gekomen of door de verzoeker voorgelegd in verband met de behandeling van de vraag of hij voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet in aanmerking komt overeenkomstig Richtlijn XXX/XXX (verordening asielnormen) of in verband met de eerder toegepaste grond voor niet-ontvankelijkheid; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1153
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) een echtgenoot of partner of begeleide minderjarige dient een verzoek in nadat hij heeft ingestemd met het namens hem indienen van een verzoek, en er zijn geen feiten betreffende de situatie van de echtgenoot, partner of een minderjarige die een apart verzoek rechtvaardigen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1154
Péter Niedermüller, Caterina Chinnici, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) een echtgenoot of partner of begeleide minderjarige dient een verzoek in nadat hij heeft ingestemd met het namens hem indienen van een verzoek, en er zijn geen feiten betreffende de situatie van de echtgenoot, partner of een minderjarige die een apart verzoek rechtvaardigen. | (d) een echtgenoot of partner of begeleide minderjarige dient een verzoek in nadat hij heeft ingestemd, overeenkomstig artikel 31, met het namens hem indienen van een verzoek, en er zijn geen feiten betreffende de situatie van de echtgenoot, partner of een minderjarige die een apart verzoek rechtvaardigen. |
Or. en
Motivering
Het is belangrijk om duidelijk te zijn over de wijze waarop een echtgenoot of partner of begeleide minderjarige instemt met het namens hem indienen van een verzoek.
Amendement 1155
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) een echtgenoot of partner of begeleide minderjarige dient een verzoek in nadat hij heeft ingestemd met het namens hem indienen van een verzoek, en er zijn geen feiten betreffende de situatie van de echtgenoot, partner of een minderjarige die een apart verzoek rechtvaardigen. | (d) een begeleide minderjarige dient een verzoek in nadat hij heeft ingestemd met het namens hem indienen van een verzoek, en er zijn geen feiten betreffende de situatie van de minderjarige die een apart verzoek rechtvaardigen. |
Or. bg
Amendement 1156
Elly Schlein, Juan Fernando López Aguilar, Cécile Kashetu Kyenge, Miltiadis Kyrkos, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Een verzoek wordt niet ten gronde behandeld indien een verzoek niet wordt behandeld overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening), ook niet wanneer een andere lidstaat de verzoeker internationale bescherming heeft verleend, of indien een verzoek niet-ontvankelijk is verklaard overeenkomstig lid 1. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1157
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Een verzoek wordt niet ten gronde behandeld indien een verzoek niet wordt behandeld overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening), ook niet wanneer een andere lidstaat de verzoeker internationale bescherming heeft verleend, of indien een verzoek niet-ontvankelijk is verklaard overeenkomstig lid 1. | 2. Een verzoek wordt niet ten gronde behandeld indien een verzoek niet wordt behandeld overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening), ook niet wanneer een andere lidstaat de verzoeker internationale bescherming heeft verleend. |
Or. en
Amendement 1158
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Lid 1, onder a) en b), is niet van toepassing op een persoon die subsidiaire bescherming geniet en die is hervestigd krachtens een versnelde procedure overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake hervestiging).37 | Schrappen |
_________________ |
|
37 PB L […], […], blz. […]. |
|
Or. en
Amendement 1159
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Lid 1, onder a) en b), is niet van toepassing op een persoon die subsidiaire bescherming geniet en die is hervestigd krachtens een versnelde procedure overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake hervestiging).37 | Schrappen |
_________________ |
|
37 PB L […], […], blz. […]. |
|
Or. en
Amendement 1160
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Lid 1, onder a) en b), is niet van toepassing op een persoon die subsidiaire bescherming geniet en die is hervestigd krachtens een versnelde procedure overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake hervestiging).37 | 3. Lid 1, onder a) en b), is niet van toepassing op een persoon die internationale bescherming geniet en die is hervestigd overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake hervestiging).37 |
_________________ | _________________ |
37 PB L […], […], blz. […]. | 37 PB L […], […], blz. […]. |
Or. en
Amendement 1161
Péter Niedermüller, Birgit Sippel, Ana Gomes, Josef Weidenholzer, Caterina Chinnici
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Indien de eerste lidstaat waar een verzoek is ingediend, na behandeling van het verzoek overeenkomstig artikel 3, lid 3, onder a), van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening), van mening dat het verzoek ontvankelijk is, hoeft de verantwoordelijke lidstaat het bepaalde in lid 1, onder a) en b), niet opnieuw toe te passen. | Schrappen |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met de amendementen op de Dublinverordening zal er in het kader van die verordening geen ontvankelijkheidstoetsing plaatsvinden. Om redenen van consistentie moeten we de verwijzing naar ontvankelijkheidstoetsingen in de eerste lidstaat schrappen.
Amendement 1162
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Indien de eerste lidstaat waar een verzoek is ingediend, na behandeling van het verzoek overeenkomstig artikel 3, lid 3, onder a), van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening), van mening dat het verzoek ontvankelijk is, hoeft de verantwoordelijke lidstaat het bepaalde in lid 1, onder a) en b), niet opnieuw toe te passen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1163
Elly Schlein, Juan Fernando López Aguilar, Cécile Kashetu Kyenge, Miltiadis Kyrkos, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Indien de eerste lidstaat waar een verzoek is ingediend, na behandeling van het verzoek overeenkomstig artikel 3, lid 3, onder a), van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening), van mening dat het verzoek ontvankelijk is, hoeft de verantwoordelijke lidstaat het bepaalde in lid 1, onder a) en b), niet opnieuw toe te passen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1164
Péter Niedermüller, Birgit Sippel, Josef Weidenholzer, Ana Gomes, Elly Schlein, Cécile Kashetu Kyenge
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Wanneer de beslissingsautoriteit van mening is dat een verzoek op het eerste gezicht kennelijk ongegrond is, is zij niet verplicht zich uit te spreken over de ontvankelijkheid van het verzoek. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Voor de consistentie met eerdere amendementen. Omdat de ontvankelijkheidstoets niet verplicht is, hoeven lidstaten niet de mogelijkheid te krijgen om zich snel uit te spreken over de gronden van het verzoek. Niets weerhoudt de beslissingsautoriteit ervan om snel een beslissing te nemen over een verzoek, mits ze het noodzakelijke persoonlijke onderhoud organiseert en alle relevante bewijsstukken in hun samenhang beoordeelt.
Amendement 1165
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Wanneer de beslissingsautoriteit van mening is dat een verzoek op het eerste gezicht kennelijk ongegrond is, is zij niet verplicht zich uit te spreken over de ontvankelijkheid van het verzoek. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1166
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Wanneer de beslissingsautoriteit van mening is dat een verzoek op het eerste gezicht kennelijk ongegrond is, is zij niet verplicht zich uit te spreken over de ontvankelijkheid van het verzoek. | 5. Wanneer de beslissingsautoriteit van mening is dat een verzoek op het eerste gezicht kennelijk ongegrond is overeenkomstig artikel 37, lid 3, is zij niet verplicht zich uit te spreken over de ontvankelijkheid van het verzoek. |
Or. en
Amendement 1167
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Bij de behandeling van een verzoek ten gronde neemt de beslissingsautoriteit een beslissing over de vraag of de verzoeker als vluchteling kan worden aangemerkt en, indien dat niet het geval is, stelt zij vast of de verzoeker in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). | 1. Bij de behandeling van een verzoek ten gronde neemt de beslissingsautoriteit een beslissing over de vraag of de verzoeker als vluchteling kan worden aangemerkt. |
Or. en
Amendement 1168
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beslissingsautoriteit verklaart een verzoek ongegrond wanneer zij heeft vastgesteld dat de verzoeker niet in aanmerking komt voor internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). | 2. De beslissingsautoriteit verklaart een verzoek ongegrond wanneer zij heeft vastgesteld dat de verzoeker niet in aanmerking komt voor internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). De verzoeker heeft recht op een doeltreffende voorziening in rechte en kan de beslissing aanvechten bij de rechtbank. |
Or. en
Amendement 1169
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De beslissingsautoriteit verklaart een ongegrond verzoek kennelijk ongegrond in de gevallen als bedoeld in artikel 40, lid 1, onder a), b), c), d) en e). | 3. Wanneer er aanwijzingen zijn voor het bestaan van de in artikel 40, lid 1, onder a), b), c), d) en e), genoemde gronden, verklaart de beslissingsautoriteit een ongegrond verzoek kennelijk ongegrond. |
Or. en
Amendement 1170
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De beslissingsautoriteit verklaart een ongegrond verzoek kennelijk ongegrond in de gevallen als bedoeld in artikel 40, lid 1, onder a), b), c), d) en (e). | 3. De beslissingsautoriteit verklaart een ongegrond verzoek kennelijk ongegrond in de gevallen als bedoeld in artikel 40, lid 1, onder a), b), c) en d). |
Or. en
Motivering
Afkomstig zijn uit een veilig land van herkomst dient geen automatische grond te vormen om een verzoek kennelijk ongegrond te verklaren, aangezien de betrokkene heel goed individuele beschermingsbehoeften kan hebben ook al komt hij of zij uit een veilig land van herkomst.
Amendement 1171
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De beslissingsautoriteit verklaart een ongegrond verzoek kennelijk ongegrond in de gevallen als bedoeld in artikel 40, lid 1, onder a), b), c), d) en e). | 3. De beslissingsautoriteit kan een ongegrond verzoek kennelijk ongegrond verklaren in de gevallen als bedoeld in artikel 40. |
Or. en
Amendement 1172
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De beslissingsautoriteit verklaart een ongegrond verzoek kennelijk ongegrond in de gevallen als bedoeld in artikel 40, lid 1, onder a), b), c), d) en e). | 3. De beslissingsautoriteit kan een ongegrond verzoek kennelijk ongegrond verklaren in de gevallen als bedoeld in artikel 40, lid 1, onder b). |
Or. en
Amendement 1173
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De beslissingsautoriteit verklaart een ongegrond verzoek kennelijk ongegrond in de gevallen als bedoeld in artikel 40, lid 1, onder a), b), c), d) en e). | 3. De beslissingsautoriteit kan een ongegrond verzoek kennelijk ongegrond verklaren in de gevallen als bedoeld in artikel 40, lid 1, onder b), c) en d). |
Or. en
Motivering
Aangezien een bevinding dat een verzoek kennelijk ongegrond is implicaties heeft voor de mogelijke terugkeer van de verzoeker, mag een dergelijke bevinding alleen worden vastgesteld wanneer dat passend is. De beslissingsautoriteit moet dit beoordelen op basis van de omstandigheden van het individuele geval, en het mag niet worden opgelegd door Unierecht.
Amendement 1174
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Een verzoeker kan uit eigen beweging en op elk moment van de procedure zijn verzoek intrekken. | 1. Een verzoeker kan uit eigen beweging en op elk moment van de procedure zijn verzoek intrekken. De beslissingsautoriteit zorgt ervoor dat de verzoeker alle procedurele consequenties van een dergelijk besluit begrijpt. |
Or. en
Motivering
Het is van cruciaal belang dat de verzoeker de (aanzienlijke) consequenties van het expliciet intrekken van zijn verzoek begrijpt.
Amendement 1175
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[...] | Schrappen |
Or. en
Amendement 1176
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Impliciete intrekking van verzoeken | Beëindiging van een beslissing ten gronde over een verzoek |
Or. en
Amendement 1177
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit wijst een verzoek af als een verzoek waarvan impliciet is afgezien wanneer: | 1. De beslissingsautoriteit kan een beslissing ten gronde over een verzoek beëindigen wanneer: |
Or. en
Amendement 1178
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit wijst een verzoek af als een verzoek waarvan impliciet is afgezien wanneer: | 1. De beslissingsautoriteit wijst een verzoek af als een verzoek dat impliciet is ingetrokken wanneer: |
Or. en
Motivering
Voor consistentie met de titel van het artikel.
Amendement 1179
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit wijst een verzoek af als een verzoek waarvan impliciet is afgezien wanneer: | 1. De beslissingsautoriteit wijst een verzoek af als een verzoek dat is ingetrokken wanneer: |
Or. en
Amendement 1180
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de verzoeker zijn verzoek niet heeft ingediend overeenkomstig artikel 28, ondanks het feit dat hij een reële kans heeft gehad om dit wel te doen; | (a) de verzoeker zijn verzoek niet heeft ingediend overeenkomstig artikel 28, ondanks het feit dat hij een reële kans heeft gehad om dit wel te doen, en, na te zijn geïnformeerd over de consequenties van het niet-indienen van het verzoek, het verzoek niet binnen de vastgestelde termijn heeft ingediend; |
Or. en
Amendement 1181
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de verzoeker zijn verzoek niet heeft ingediend overeenkomstig artikel 28, ondanks het feit dat hij een reële kans heeft gehad om dit wel te doen; | (a) de verzoeker drie maanden na de registratie en ondanks een herinnering door de beslissingsautoriteit zijn verzoek niet heeft ingediend overeenkomstig artikel 28, ondanks het feit dat hij een reële kans heeft gehad om dit wel te doen; |
Or. en
Motivering
Het met een paar dagen missen van een deadline zou niet mogen leiden tot draconische maatregelen zoals een impliciete intrekking, omdat dat waarschijnlijk zal leiden tot een aanzienlijke toename van kostbare en tijdrovende beroepsprocedures. Bovendien moet de beslissingsautoriteit een verplichting hebben om de verzoeker eraan te herinneren dat hij zijn verzoek moet indienen om problemen te voorkomen als gevolg van het feit dat de verzoeker niet heeft begrepen dat hij zijn verzoek moet indienen of van het feit dat een verzoek is zoekgeraakt.
Amendement 1182
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) een echtgenote, partner of minderjarige zijn verzoek niet heeft ingediend nadat de verzoeker heeft verzuimd het verzoek in eigen naam in te dienen als bedoeld in artikel 31, leden 3 en 8; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1183
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) een echtgenote, partner of minderjarige zijn verzoek niet heeft ingediend nadat de verzoeker heeft verzuimd het verzoek in eigen naam in te dienen als bedoeld in artikel 31, leden 3 en 8; | (b) een echtgenote, partner of minderjarige drie maanden na de registratie en ondanks een herinnering door de beslissingsautoriteit zijn verzoek niet heeft ingediend nadat de verzoeker heeft verzuimd het verzoek in eigen naam in te dienen als bedoeld in artikel 31, leden 3 en 8; |
Or. en
Motivering
Het met een paar dagen missen van een deadline zou niet mogen leiden tot draconische maatregelen zoals een impliciete intrekking, omdat dat waarschijnlijk zal leiden tot een aanzienlijke toename van kostbare en tijdrovende beroepsprocedures. Bovendien moet de beslissingsautoriteit een verplichting hebben om de verzoeker eraan te herinneren dat hij zijn verzoek moet indienen om problemen te voorkomen als gevolg van het feit dat de verzoeker niet heeft begrepen dat hij zijn verzoek moet indienen of van het feit dat een verzoek is zoekgeraakt.
Amendement 1184
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) een echtgenote, partner of minderjarige zijn verzoek niet heeft ingediend nadat de verzoeker heeft verzuimd het verzoek in eigen naam in te dienen als bedoeld in artikel 31, leden 3 en 8; | (b) een minderjarige zijn verzoek niet heeft ingediend nadat de verzoeker heeft verzuimd het verzoek in eigen naam in te dienen als bedoeld in artikel 31, leden 3 en 8; |
Or. bg
Amendement 1185
Kinga Gál
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) een echtgenote, partner of minderjarige zijn verzoek niet heeft ingediend nadat de verzoeker heeft verzuimd het verzoek in eigen naam in te dienen als bedoeld in artikel 31, leden 3 en 8; | (b) een echtgenote of minderjarige zijn verzoek niet heeft ingediend nadat de verzoeker heeft verzuimd het verzoek in eigen naam in te dienen als bedoeld in artikel 31, leden 3 en 8; |
Or. hu
Amendement 1186
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de verzoeker weigert samen te werken door niet de bijzonderheden mee te delen die noodzakelijk zijn om het verzoek te behandelen en door niet overeenkomstig artikel 7, lid 3 , zijn vingerafdrukken en gezichtsopname te verstrekken; | (c) de verzoeker weigert samen te werken door niet de in artikel 27, lid 1, tweede alinea, onder a) en b), bedoelde bijzonderheden mee te delen die noodzakelijk zijn om het verzoek te behandelen of door niet overeenkomstig artikel 7, lid 3 mee te werken aan het afnemen van biometrische gegevens; |
Or. en
Amendement 1187
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de verzoeker weigert samen te werken door niet de bijzonderheden mee te delen die noodzakelijk zijn om het verzoek te behandelen en door niet overeenkomstig artikel 7, lid 3, zijn vingerafdrukken en gezichtsopname te verstrekken; | (c) de verzoeker weigert samen te werken door niet alle bijzonderheden mee te delen die noodzakelijk zijn om het verzoek te behandelen en door niet overeenkomstig artikel 7, lid 3, zijn vingerafdrukken en gezichtsopname te verstrekken of door niet te voldoen aan artikel 7, lid 7; |
Or. en
Amendement 1188
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de verzoeker weigert samen te werken door niet de bijzonderheden mee te delen die noodzakelijk zijn om het verzoek te behandelen en door niet overeenkomstig artikel 7, lid 3, zijn vingerafdrukken en gezichtsopname te verstrekken; | (c) de verzoeker weigert samen te werken door niet de in artikel 27, lid 1, onder a) en b), vermelde bijzonderheden mee te delen met het oog op de behandeling van het verzoek; |
Or. en
Amendement 1189
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de verzoeker weigert samen te werken door niet de bijzonderheden mee te delen die noodzakelijk zijn om het verzoek te behandelen en door niet overeenkomstig artikel 7, lid 3, zijn vingerafdrukken en gezichtsopname te verstrekken; | (c) de verzoeker weigert samen te werken door niet de bijzonderheden mee te delen overeenkomstig artikel 27, lid 1, onder a) en b); |
Or. en
Motivering
De minimuminformatie die een verzoeker moet verstrekken wordt vermeld in artikel 27, lid 1. Als er geen bewijs is dat bescherming noodzakelijk is, kan een verzoek worden afgewezen als ongegrond, maar om tot een beslissing te komen dat het verzoek impliciet is ingetrokken, moet duidelijk zijn dat de verzoeker de vereiste minimuminformatie over zichzelf niet heeft verstrekt.
Amendement 1190
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de verzoeker niet is verschenen voor een persoonlijk onderhoud, hoewel hij daartoe verplicht was ingevolge de artikelen 10 tot en met 12; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het is redelijk dat de autoriteiten een beslissing over de gronden van het verzoek kunnen nemen zonder het onderhoud te voeren als de verzoeker niet voor het onderhoud verschijnt . Het zou echter draconisch zijn en tot een groot aantal kostbare en tijdrovende beroepsprocedures leiden om dit als een grond voor impliciete intrekking te beschouwen.
Amendement 1191
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de verzoeker niet is verschenen voor een persoonlijk onderhoud, hoewel hij daartoe verplicht was ingevolge de artikelen 10 tot en met 12; | (d) de verzoeker meer dan eens en zonder redelijke toelichting niet is verschenen voor een persoonlijk onderhoud, hoewel hij daartoe verplicht was ingevolge de artikelen 10 tot en met 12; |
Or. en
Amendement 1192
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) de verzoeker zijn verblijfplaats heeft verlaten, zonder kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten of zonder toestemming als bedoeld in artikel 7, lid 4; | Schrappen |
Or. en
Motivering
De beslissingsautoriteit moet de beoordeling ten gronde van de zaak van de verzoeker kunnen blijven beoordelen, ook als de verzoeker zijn verblijfplaats heeft verlaten. Het zou echter draconisch zijn en tot een groot aantal kostbare en tijdrovende beroepsprocedures leiden om dit als een grond voor impliciete intrekking te beschouwen.
Amendement 1193
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) de verzoeker zijn verblijfplaats heeft verlaten, zonder kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten of zonder toestemming als bedoeld in artikel 7, lid 4; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1194
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) de verzoeker zijn verblijfplaats heeft verlaten, zonder kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten of zonder toestemming als bedoeld in artikel 7, lid 4; | Schrappen |
Or. en
Motivering
De verzoeker kan alleen worden geacht zijn verzoek expliciet te hebben ingetrokken wanneer hij de noodzakelijke procedurele stappen niet heeft gezet. Daarna is het aan de beslissingsautoriteit om een beslissing over het verzoek te nemen.
Amendement 1195
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f bis) de verzoeker herhaaldelijk niet heeft voldaan aan de meldingsverplichtingen die hem overeenkomstig artikel 7, lid 5, zijn opgelegd. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Volgt de verandering in artikel 7, lid 5.
Amendement 1196
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f bis) de verzoeker herhaaldelijk niet heeft voldaan aan de meldingsverplichtingen die hem overeenkomstig artikel 7, lid 5, zijn opgelegd. | Schrappen |
Or. en
Motivering
De beslissingsautoriteit moet de beoordeling ten gronde van de zaak van de verzoeker kunnen blijven beoordelen, ook als de verzoeker niet heeft voldaan aan de meldingsverplichtingen. Het zou echter draconisch zijn en tot een groot aantal kostbare en tijdrovende beroepsprocedures leiden om dit als een grond voor impliciete intrekking te beschouwen.
Amendement 1197
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f bis) de verzoeker herhaaldelijk niet heeft voldaan aan de meldingsverplichtingen die hem overeenkomstig artikel 7, lid 5, zijn opgelegd. | (f bis) de verzoeker meer dan eens niet heeft voldaan aan de meldingsverplichtingen die hem overeenkomstig artikel 7, lid 5, zijn opgelegd. |
Or. en
Amendement 1198
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f bis) de verzoeker herhaaldelijk niet heeft voldaan aan de meldingsverplichtingen die hem overeenkomstig artikel 7, lid 5, zijn opgelegd. | (f bis) de verzoeker niet heeft voldaan aan de verantwoordelijkheden die hem overeenkomstig artikel 7, leden 5 en 6, zijn opgelegd. |
Or. en
Amendement 1199
Maria Grapini
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter f bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (f bis) de verzoeker de autoriteiten heeft misleid door omtrent zijn identiteit of nationaliteit valse informatie of documenten te verstrekken of door relevante informatie of documenten die een negatieve invloed op de beslissing hadden kunnen hebben, achter te houden. |
Or. ro
Amendement 1200
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. (g) de verzoeker niet voldoet aan de verplichtingen van artikel 4, lid 1, en artikel 20, lid 3, van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening), tenzij hij aantoont dat zulks te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had; |
Or. en
Amendement 1201
Kinga Gál
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. In de gevallen bedoeld in lid 1, beëindigt de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek en stuurt zij de verzoeker een schriftelijke kennisgeving op de woonplaats of het adres als bedoeld in artikel 7, lid 4, waarbij hem wordt meegedeeld dat de behandeling van zijn verzoek is beëindigd en dat het verzoek definitief zal worden afgewezen op grond dat daarvan impliciet is afgezien tenzij de verzoeker binnen een termijn van één maand, te rekenen vanaf de datum van verzending van de schriftelijke kennisgeving zich bij de beslissingsautoriteit meldt. | Schrappen |
Or. hu
Amendement 1202
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. In de gevallen bedoeld in lid 1, beëindigt de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek en stuurt zij de verzoeker een schriftelijke kennisgeving op de woonplaats of het adres als bedoeld in artikel 7, lid 4, waarbij hem wordt meegedeeld dat de behandeling van zijn verzoek is beëindigd en dat het verzoek definitief zal worden afgewezen op grond dat daarvan impliciet is afgezien tenzij de verzoeker binnen een termijn van één maand, te rekenen vanaf de datum van verzending van de schriftelijke kennisgeving zich bij de beslissingsautoriteit meldt. | 2. In de gevallen bedoeld in lid 1, en wanneer de verzoeker aan het begin van de procedure door de verantwoordelijke autoriteiten naar behoren is geïnformeerd over zijn verplichtingen als bedoeld in deze verordening en over de gevolgen van het niet nakomen van deze verplichtingen, beëindigt de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek en stuurt zij de verzoeker een schriftelijke kennisgeving op de woonplaats of het adres als bedoeld in artikel 7, lid 4, waarbij hem wordt meegedeeld dat het verzoek is afgewezen als impliciet ingetrokken of als ongegrond wanneer de beslissingsautoriteit, in de fase waarin het verzoek impliciet wordt ingetrokken, reeds heeft vastgesteld dat de verzoeker niet in aanmerking komt voor internationale bescherming krachtens Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen). |
Or. en
Amendement 1203
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Caterina Chinnici, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. In de gevallen bedoeld in lid 1, beëindigt de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek en stuurt zij de verzoeker een schriftelijke kennisgeving op de woonplaats of het adres als bedoeld in artikel 7, lid 4, waarbij hem wordt meegedeeld dat de behandeling van zijn verzoek is beëindigd en dat het verzoek definitief zal worden afgewezen op grond dat daarvan impliciet is afgezien tenzij de verzoeker binnen een termijn van één maand, te rekenen vanaf de datum van verzending van de schriftelijke kennisgeving zich bij de beslissingsautoriteit meldt. | 2. In de gevallen bedoeld in lid 1, beëindigt de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek en stuurt zij de verzoeker een schriftelijke kennisgeving op de woonplaats of het adres als bedoeld in artikel 7, lid 4, waarbij hem wordt meegedeeld dat de behandeling van zijn verzoek is beëindigd en dat het verzoek definitief zal worden afgewezen op grond dat het impliciet is ingetrokken tenzij de verzoeker binnen een termijn van één maand, te rekenen vanaf de datum van verzending van de schriftelijke kennisgeving zich bij de beslissingsautoriteit meldt. |
Or. en
Motivering
Voor consistentie met de titel van het artikel.
Amendement 1204
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. In de gevallen bedoeld in lid 1, beëindigt de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek en stuurt zij de verzoeker een schriftelijke kennisgeving op de woonplaats of het adres als bedoeld in artikel 7, lid 4, waarbij hem wordt meegedeeld dat de behandeling van zijn verzoek is beëindigd en dat het verzoek definitief zal worden afgewezen op grond dat daarvan impliciet is afgezien tenzij de verzoeker binnen een termijn van één maand, te rekenen vanaf de datum van verzending van de schriftelijke kennisgeving zich bij de beslissingsautoriteit meldt. | 2. In de gevallen bedoeld in lid 1, beëindigt de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek en stuurt zij de verzoeker een schriftelijke kennisgeving op de woonplaats of het adres als bedoeld in artikel 7, lid 4, waarbij hem wordt meegedeeld dat de behandeling van zijn verzoek is beëindigd en dat het verzoek definitief zal kunnen worden afgewezen op grond dat daarvan impliciet is afgezien tenzij de verzoeker binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de datum van verzending van de schriftelijke kennisgeving zich bij de beslissingsautoriteit meldt. |
Or. en
Motivering
Eén maand is een bijzonder korte en onrealistische termijn.
Amendement 1205
Miltiadis Kyrkos
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. In de gevallen bedoeld in lid 1, beëindigt de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek en stuurt zij de verzoeker een schriftelijke kennisgeving op de woonplaats of het adres als bedoeld in artikel 7, lid 4, waarbij hem wordt meegedeeld dat de behandeling van zijn verzoek is beëindigd en dat het verzoek definitief zal worden afgewezen op grond dat daarvan impliciet is afgezien tenzij de verzoeker binnen een termijn van één maand, te rekenen vanaf de datum van verzending van de schriftelijke kennisgeving zich bij de beslissingsautoriteit meldt. | 2. In de gevallen bedoeld in lid 1, beëindigt de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek en stuurt zij de verzoeker een schriftelijke kennisgeving op de woonplaats of het adres als bedoeld in artikel 7, lid 4, waarbij hem wordt meegedeeld dat de behandeling van zijn verzoek is beëindigd en dat het verzoek definitief zal kunnen worden afgewezen op grond dat daarvan impliciet is afgezien tenzij de verzoeker binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de datum van verzending van de schriftelijke kennisgeving zich bij de beslissingsautoriteit meldt. |
Or. en
Amendement 1206
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. In de gevallen bedoeld in lid 1, beëindigt de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek en stuurt zij de verzoeker een schriftelijke kennisgeving op de woonplaats of het adres als bedoeld in artikel 7, lid 4, waarbij hem wordt meegedeeld dat de behandeling van zijn verzoek is beëindigd en dat het verzoek definitief zal worden afgewezen op grond dat daarvan impliciet is afgezien tenzij de verzoeker binnen een termijn van één maand, te rekenen vanaf de datum van verzending van de schriftelijke kennisgeving zich bij de beslissingsautoriteit meldt. | 2. In de gevallen bedoeld in lid 1, beëindigt de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek en stuurt zij de verzoeker een schriftelijke kennisgeving op de woonplaats of het adres als bedoeld in artikel 7, lid 4, waarbij hem wordt meegedeeld dat de behandeling van zijn verzoek is beëindigd en dat het verzoek definitief zal worden afgewezen op grond dat daarvan impliciet is afgezien tenzij de verzoeker binnen een termijn van twee weken, te rekenen vanaf de datum van verzending van de schriftelijke kennisgeving zich bij de beslissingsautoriteit meldt. |
Or. en
Amendement 1207
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. In de gevallen bedoeld in lid 1, beëindigt de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek en stuurt zij de verzoeker een schriftelijke kennisgeving op de woonplaats of het adres als bedoeld in artikel 7, lid 4, waarbij hem wordt meegedeeld dat de behandeling van zijn verzoek is beëindigd en dat het verzoek definitief zal worden afgewezen op grond dat daarvan impliciet is afgezien tenzij de verzoeker binnen een termijn van één maand, te rekenen vanaf de datum van verzending van de schriftelijke kennisgeving zich bij de beslissingsautoriteit meldt. | 2. In de gevallen bedoeld in lid 1, beëindigt de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek en stuurt zij de verzoeker een schriftelijke kennisgeving op de woonplaats of het adres als bedoeld in artikel 7, lid 4, waarbij hem wordt meegedeeld dat de behandeling van zijn verzoek is beëindigd en dat het verzoek definitief kan worden beëindigd tenzij de verzoeker binnen een termijn van negen maanden, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de schriftelijke kennisgeving zich bij de beslissingsautoriteit meldt. |
Or. en
Motivering
Dit tijdschema wordt in overeenstemming gebracht met de richtlijn asielprocedures.
Amendement 1208
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Indien de verzoeker zich binnen deze termijn van één maand meldt bij de beslissingsautoriteit en aantoont dat zijn verzuim te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had, hervat de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1209
Kinga Gál
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Indien de verzoeker zich binnen deze termijn van één maand meldt bij de beslissingsautoriteit en aantoont dat zijn verzuim te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had, hervat de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek. | Schrappen |
Or. hu
Amendement 1210
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Indien de verzoeker zich binnen deze termijn van één maand meldt bij de beslissingsautoriteit en aantoont dat zijn verzuim te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had, hervat de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek. | 3. Indien de verzoeker zich binnen deze termijn van één maand meldt bij de beslissingsautoriteit, hervat de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek. |
Or. en
Motivering
Aan de vereiste om bewijs te verstrekken dat het verzuim om zich te melden te wijten was aan omstandigheden waarop de verzoeker geen invloed had, is het risico verbonden dat er aanvullende juridische geschillen ontstaan die de hele aanvraagprocedure langer laten duren. Het lijkt eenvoudiger om de procedure gewoon te hervatten.
Amendement 1211
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Indien de verzoeker zich binnen deze termijn van één maand meldt bij de beslissingsautoriteit en aantoont dat zijn verzuim te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had, hervat de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek. | 3. Indien de verzoeker zich binnen deze termijn van twee weken meldt bij de beslissingsautoriteit en aantoont dat zijn verzuim te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had, hervat de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek. |
Or. en
Amendement 1212
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer de verzoeker zich niet binnen deze termijn van één maand meldt bij de beslissingsautoriteit en niet aantoont dat zijn verzuim te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had, acht de beslissingsautoriteit het verzoek impliciet ingetrokken. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1213
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer de verzoeker zich niet binnen deze termijn van één maand meldt bij de beslissingsautoriteit en niet aantoont dat zijn verzuim te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had, acht de beslissingsautoriteit het verzoek impliciet ingetrokken. | 4. Wanneer de verzoeker zich niet binnen deze termijn van één maand meldt bij de beslissingsautoriteit, acht de beslissingsautoriteit het verzoek impliciet ingetrokken. |
Or. en
Motivering
Aan de vereiste om bewijs te verstrekken dat het verzuim om zich te melden te wijten was aan omstandigheden waarop de verzoeker geen invloed had, is het risico verbonden dat er aanvullende juridische geschillen ontstaan die de hele aanvraagprocedure langer laten duren. Het lijkt eenvoudiger om de procedure gewoon te hervatten.
Amendement 1214
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer de verzoeker zich niet binnen deze termijn van één maand meldt bij de beslissingsautoriteit en niet aantoont dat zijn verzuim te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had, acht de beslissingsautoriteit het verzoek impliciet ingetrokken. | 4. Wanneer de verzoeker zich niet binnen deze termijn van negen maanden meldt bij de beslissingsautoriteit en niet aantoont dat zijn verzuim te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had, acht de beslissingsautoriteit het verzoek definitief beëindigd. |
Or. en
Amendement 1215
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer de verzoeker zich niet binnen deze termijn van één maand meldt bij de beslissingsautoriteit en niet aantoont dat zijn verzuim te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had, acht de beslissingsautoriteit het verzoek impliciet ingetrokken. | 4. Wanneer de verzoeker zich niet binnen deze termijn van twee weken meldt bij de beslissingsautoriteit of niet aantoont dat zijn verzuim te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had, acht de beslissingsautoriteit het verzoek impliciet ingetrokken. |
Or. en
Amendement 1216
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Wanneer een asielverzoek impliciet wordt ingetrokken, neemt de beslissingsautoriteit een beslissing tot afwijzing van het verzoek op grond dat daarvan impliciet is afgezien of het verzoek ongegrond is, wanneer de beslissingsautoriteit op het ogenblik dat het verzoek impliciet wordt ingetrokken, reeds heeft vastgesteld dat de verzoeker niet in aanmerking komt voor internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). | Schrappen |
Or. en
Amendement 1217
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Wanneer een asielverzoek impliciet wordt ingetrokken, neemt de beslissingsautoriteit een beslissing tot afwijzing van het verzoek op grond dat daarvan impliciet is afgezien of het verzoek ongegrond is, wanneer de beslissingsautoriteit op het ogenblik dat het verzoek impliciet wordt ingetrokken, reeds heeft vastgesteld dat de verzoeker niet in aanmerking komt voor internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). | Schrappen |
Or. en
Amendement 1218
Kinga Gál
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Wanneer een asielverzoek impliciet wordt ingetrokken, neemt de beslissingsautoriteit een beslissing tot afwijzing van het verzoek op grond dat daarvan impliciet is afgezien of het verzoek ongegrond is, wanneer de beslissingsautoriteit op het ogenblik dat het verzoek impliciet wordt ingetrokken, reeds heeft vastgesteld dat de verzoeker niet in aanmerking komt voor internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). | 5. Wanneer een asielverzoek impliciet wordt ingetrokken, neemt de beslissingsautoriteit een beslissing tot stopzetting van het verzoek op grond dat daarvan impliciet is afgezien of het verzoek ongegrond is. |
Or. hu
Amendement 1219
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Wanneer een asielverzoek impliciet wordt ingetrokken, neemt de beslissingsautoriteit een beslissing tot afwijzing van het verzoek op grond dat daarvan impliciet is afgezien of het verzoek ongegrond is, wanneer de beslissingsautoriteit op het ogenblik dat het verzoek impliciet wordt ingetrokken, reeds heeft vastgesteld dat de verzoeker niet in aanmerking komt voor internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). | 5. Wanneer een asielverzoek impliciet wordt ingetrokken, kan de beslissingsautoriteit een beslissing tot afwijzing van het verzoek nemen op grond dat het impliciet is ingetrokken of het verzoek ongegrond is, wanneer de beslissingsautoriteit op het ogenblik dat het verzoek impliciet wordt ingetrokken, reeds heeft vastgesteld dat de verzoeker niet in aanmerking komt voor internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). |
Or. en
Motivering
Voor consistentie met de titel van het artikel. De keuze van de gronden voor afwijzing van het verzoek blijft in handen van de beslissingsautoriteit.
Amendement 1220
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 5 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 5 bis. Bij het nemen van een beslissing over de in lid 1 bedoelde omstandigheden zorgt de beslissingsautoriteit ervoor dat de persoon niet wordt verwijderd in strijd met het beginsel van non-refoulement. |
Or. en
Amendement 1221
Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Hilde Vautmans, Barbara Matera, Damiano Zoffoli, Michaela Šojdrová, Brando Benifei, Lara Comi, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 5 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 5 bis. De impliciete-intrekkingsprocedure is niet van toepassing op minderjarigen. |
Or. en
Amendement 1222
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit versnelt, overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, de behandeling ten gronde van een verzoek om internationale bescherming, in de gevallen waarin: | 1. De beslissingsautoriteit versnelt, overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, de behandeling ten gronde van een verzoek om internationale bescherming wanneer van de verzoeker is vastgesteld dat deze zich in een situatie van kwetsbaarheid bevindt waarin hij zo snel mogelijk internationale bescherming behoeft. |
Or. en
Amendement 1223
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar, Filiz Hyusmenova
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit versnelt, overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, de behandeling ten gronde van een verzoek om internationale bescherming, in de gevallen waarin: | 1. De beslissingsautoriteit kan, overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, de behandeling ten gronde van een verzoek om internationale bescherming versnellen, in de gevallen waarin: |
Or. en
Motivering
Het lijkt verstandig om de lidstaten enige discretionaire ruimte te bieden om al dan niet gebruik te maken van versnelde procedures.
Amendement 1224
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit versnelt, overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, de behandeling ten gronde van een verzoek om internationale bescherming, in de gevallen waarin: | 1. De beslissingsautoriteit kan, overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, de behandeling ten gronde van een verzoek om internationale bescherming versnellen, in de gevallen waarin: |
Or. en
Motivering
Het besluit om een versnelde procedure toe te passen moet optioneel blijven voor de beslissingsautoriteiten. Niets weerhoudt een beslissingsautoriteit ervan om na een normale behandeling ten gronde snel tot een beslissing te komen.
Amendement 1225
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit versnelt, overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, de behandeling ten gronde van een verzoek om internationale bescherming, in de gevallen waarin: | 1. De beslissingsautoriteit kan, overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, de behandeling ten gronde van een verzoek om internationale bescherming versnellen, in de gevallen waarin: |
Or. en
Amendement 1226
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de verzoeker bij de indiening van zijn verzoek en de toelichting van de feiten alleen aangelegenheden aan de orde heeft gesteld die niet ter zake doen om uit te maken of hij in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen); | Schrappen |
Or. en
Amendement 1227
Alessandra Mussolini, Salvatore Domenico Pogliese
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter a bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (a bis) de verzoeker om zwaarwegende redenen kan worden beschouwd als een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaten; |
Or. en
Amendement 1228
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter a bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (a bis) het verzoek waarschijnlijk gegrond is; |
Or. en
Amendement 1229
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de verzoeker kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen heeft afgelegd die tegenstrijdig zijn met voldoende geverifieerde informatie over het land van herkomst, waardoor zijn verklaringen alle overtuigingskracht worden ontnomen met betrekking tot de vraag of hij in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet op grond van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen); | Schrappen |
Or. en
Amendement 1230
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de verzoeker de autoriteiten heeft misleid door omtrent zijn identiteit of nationaliteit valse informatie of documenten te verstrekken of door relevante informatie of documenten die een negatieve invloed op de beslissing hadden kunnen hebben, achter te houden; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het achterhouden van informatie mag niet tot gevolg hebben dat een versnelde procedure wordt toegepast.
Amendement 1231
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de verzoeker de autoriteiten heeft misleid door omtrent zijn identiteit of nationaliteit valse informatie of documenten te verstrekken of door relevante informatie of documenten die een negatieve invloed op de beslissing hadden kunnen hebben, achter te houden; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1232
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de verzoeker de autoriteiten heeft misleid door omtrent zijn identiteit of nationaliteit valse informatie of documenten te verstrekken of door relevante informatie of documenten die een negatieve invloed op de beslissing hadden kunnen hebben, achter te houden; | (c) de verzoeker de autoriteiten heeft misleid door omtrent zijn identiteit, nationaliteit, reisroute of redenen voor het verzoek om internationale bescherming valse informatie of documenten te verstrekken of door relevante informatie of documenten achter te houden, te vernietigen of zich ervan te ontdoen; |
Or. en
Amendement 1233
Brice Hortefeux, Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de verzoeker de autoriteiten heeft misleid door omtrent zijn identiteit of nationaliteit valse informatie of documenten te verstrekken of door relevante informatie of documenten die een negatieve invloed op de beslissing hadden kunnen hebben, achter te houden; | (c) de verzoeker de autoriteiten heeft misleid door omtrent zijn identiteit, leeftijd of nationaliteit valse informatie of valse of vervalste documenten te verstrekken of door relevante informatie of documenten die een negatieve invloed op de beslissing hadden kunnen hebben, achter te houden; |
Or. fr
Amendement 1234
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering te vertragen of te verhinderen van een eerdere of op handen zijnde beslissing die tot zijn verwijdering van het grondgebied van een lidstaat leidt; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1235
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering te vertragen of te verhinderen van een eerdere of op handen zijnde beslissing die tot zijn verwijdering van het grondgebied van een lidstaat leidt; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1236
Brice Hortefeux, Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering te vertragen of te verhinderen van een eerdere of op handen zijnde beslissing die tot zijn verwijdering van het grondgebied van een lidstaat leidt; | (d) de verzoeker uitsluitend een verzoek indient met het doel om de uitvoering te vertragen of te verhinderen van een eerdere of op handen zijnde beslissing die tot zijn verwijdering van het grondgebied van een lidstaat leidt; |
Or. fr
Amendement 1237
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering te vertragen of te verhinderen van een eerdere of op handen zijnde beslissing die tot zijn verwijdering van het grondgebied van een lidstaat leidt; | (d) de verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering te vertragen, te dwarsbomen of te verhinderen van een beslissing die tot zijn verwijdering van het grondgebied van een lidstaat leidt; |
Or. en
Amendement 1238
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) een derde land kan worden beschouwd als een veilig land van herkomst voor de verzoeker in de zin van deze verordening; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1239
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) een derde land kan worden beschouwd als een veilig land van herkomst voor de verzoeker in de zin van deze verordening; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1240
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) een derde land kan worden beschouwd als een veilig land van herkomst voor de verzoeker in de zin van deze verordening; | (e) een derde land kan worden beschouwd als een veilig land van herkomst voor de verzoeker in de zin van deze verordening, mits in het kader van een dergelijke procedure toereikende ondersteuning kan worden geboden voor de doeleinden van artikel 19; |
Or. en
Motivering
Bewoordingen aangepast aan die van amendementen 35 en 36 van het standpunt van het Parlement over de Verordening tot vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst (Verordening veilige landen van herkomst).
Amendement 1241
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) een derde land kan worden beschouwd als een veilig land van herkomst voor de verzoeker in de zin van deze verordening; | (e) een derde land een veilig land van herkomst voor de verzoeker is in de zin van deze verordening; |
Or. en
Amendement 1242
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f bis) de verzoeker om zwaarwegende redenen kan worden beschouwd als een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaten; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1243
Alessandra Mussolini, Salvatore Domenico Pogliese
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f bis) de verzoeker om zwaarwegende redenen kan worden beschouwd als een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaten; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Artikel 40, lid 1, onder f), is verplaatst naar artikel 40, lid 1, onder aa).
Amendement 1244
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f bis) de verzoeker om zwaarwegende redenen kan worden beschouwd als een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaten; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1245
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f bis) de verzoeker om zwaarwegende redenen kan worden beschouwd als een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaten; | (f bis) de verzoeker kan worden beschouwd als een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaten; |
Or. en
Amendement 1246
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f bis) de verzoeker om zwaarwegende redenen kan worden beschouwd als een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaten; | (f bis) de verzoeker kan worden beschouwd als een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaten; |
Or. en
Amendement 1247
Monika Hohlmeier, Heinz K. Becker
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter f bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (f bis) de verzoeker een strafbaar feit heeft gepleegd waarop een gevangenisstraf staat. |
Or. en
Amendement 1248
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter g
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(g) de verzoeker niet voldoet aan de verplichtingen van artikel 4, lid 1, en artikel 20, lid 3, van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening), tenzij hij aantoont dat zulks te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Versnelde procedures zijn geen passend instrument om secundaire bewegingen te beperken, en in gevallen waarin de verzoeker waarschijnlijk bescherming zal krijgen, zouden ze zelfs kunnen werken als prikkel om met onbekende bestemming te vertrekken.
Amendement 1249
Péter Niedermüller, Ana Gomes, Josef Weidenholzer
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter g
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(g) de verzoeker niet voldoet aan de verplichtingen van artikel 4, lid 1, en artikel 20, lid 3, van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening), tenzij hij aantoont dat zulks te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had; | Schrappen |
Or. en
Motivering
De verplichtingen van de Dublinverordening staan los van de vraag of de verzoeker recht heeft op internationale bescherming.
Amendement 1250
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter g
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(g) de verzoeker niet voldoet aan de verplichtingen van artikel 4, lid 1, en artikel 20, lid 3, van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening), tenzij hij aantoont dat zulks te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1251
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter g
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(g) de verzoeker niet voldoet aan de verplichtingen van artikel 4, lid 1, en artikel 20, lid 3, van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublingverordening), tenzij hij aantoont dat zulks te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1252
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter g
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(g) de verzoeker niet voldoet aan de verplichtingen van artikel 4, lid 1, en artikel 20, lid 3, van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublingverordening), tenzij hij aantoont dat zulks te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had; | (g) de verzoeker niet voldoet aan de verplichtingen van artikel 4, lid 1, en artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening), tenzij hij aantoont dat zulks te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had; |
Or. en
Amendement 1253
Monika Hohlmeier, Heinz K. Becker
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter g bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (g bis) de verzoeker naar een land buiten het grondgebied van de EU-lidstaat is gereisd of heeft proberen te reizen, met name het land van herkomst van de verzoeker, sinds hij zich heeft geregistreerd als verzoeker om internationale bescherming in een EU-lidstaat; |
Or. en
Amendement 1254
Péter Niedermüller, Caterina Chinnici, Ana Gomes, Josef Weidenholzer
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter h
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(h) het verzoek een volgend verzoek is en zo duidelijk ongegrond of bedrieglijk is dat het geen reële kans van slagen heeft. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het feit dat een verzoek een volgend verzoek is, impliceert niet dat het niet succesvol zal zijn. Het feit dat dergelijke gevallen niet onder de versnelde behandelingsprocedure vallen, belet de beslissingsautoriteit niet om binnen twee maanden na het indienen van het verzoek een beslissing te nemen, mits ze het noodzakelijke persoonlijke onderhoud organiseert en alle relevante bewijsstukken in hun samenhang beoordeelt.
Amendement 1255
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter h
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(h) het verzoek een volgend verzoek is en zo duidelijk ongegrond of bedrieglijk is dat het geen reële kans van slagen heeft. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1256
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter h
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(h) het verzoek een volgend verzoek is en zo duidelijk ongegrond of bedrieglijk is dat het geen reële kans van slagen heeft. | (h) het verzoek een volgend verzoek is en zo duidelijk ongegrond of bedrieglijk is dat het geen reële kans van slagen heeft, ook wanneer de persoon reeds bescherming is geweigerd of het voorwerp van een terugkeerbesluit is geweest. |
Or. bg
Amendement 1257
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter h
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(h) het verzoek een volgend verzoek is en zo duidelijk ongegrond of bedrieglijk is dat het geen reële kans van slagen heeft. | (h) het verzoek een volgend verzoek is en zo duidelijk inhoudelijke elementen ontbeert dat het geen kans van slagen heeft. |
Or. en
Amendement 1258
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beslissingsautoriteit rondt de versnelde behandelingsprocedure af binnen twee maanden na de indiening van het verzoek. In de gevallen als bedoeld in punt 1), onder d), rondt de beslissingsautoriteit, bij wijze van uitzondering, de versnelde behandelingsprocedure binnen acht werkdagen af. | 2. De beslissingsautoriteit rondt de versnelde behandelingsprocedure af binnen twee maanden na de indiening van het verzoek. |
Or. en
Amendement 1259
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beslissingsautoriteit rondt de versnelde behandelingsprocedure af binnen twee maanden na de indiening van het verzoek. In de gevallen als bedoeld in punt 1), onder d), rondt de beslissingsautoriteit, bij wijze van uitzondering, de versnelde behandelingsprocedure binnen acht werkdagen af. | 2. De beslissingsautoriteit rondt de versnelde behandelingsprocedure af binnen twee maanden na de indiening van het verzoek. |
Or. en
Amendement 1260
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beslissingsautoriteit rondt de versnelde behandelingsprocedure af binnen twee maanden na de indiening van het verzoek. In de gevallen als bedoeld in punt 1), onder d), rondt de beslissingsautoriteit, bij wijze van uitzondering, de versnelde behandelingsprocedure binnen acht werkdagen af. | 2. De beslissingsautoriteit rondt de versnelde behandelingsprocedure af binnen twee maanden na de indiening van het verzoek. |
Or. en
Motivering
Dit is een onnodige aanvullende termijn die aan de beslissingsautoriteit wordt opgelegd. Als de versnelde procedure van toepassing is, moet de beslissing binnen twee maanden worden genomen.
Amendement 1261
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beslissingsautoriteit rondt de versnelde behandelingsprocedure af binnen twee maanden na de indiening van het verzoek. In de gevallen als bedoeld in punt 1), onder d), rondt de beslissingsautoriteit, bij wijze van uitzondering, de versnelde behandelingsprocedure binnen acht werkdagen af. | 2. De beslissingsautoriteit rondt de versnelde behandelingsprocedure af binnen twee maanden na de indiening van het verzoek. In de gevallen als bedoeld in punt 1), onder d) en h), rondt de beslissingsautoriteit, bij wijze van uitzondering, de versnelde behandelingsprocedure binnen acht werkdagen af. |
Or. en
Amendement 1262
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. De verantwoordelijke lidstaat staat verzoekers toe om op zijn grondgebied te blijven tot de termijn waarbinnen zij hun recht op een doeltreffende voorziening in rechte kunnen uitoefenen, verstreken is, en wanneer dat recht binnen de termijn is uitgeoefend, in afwachting van de uitkomst van de voorziening in rechte, in overeenstemming met artikel 54 van deze verordening. |
Or. en
Amendement 1263
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer de beslissingsautoriteit van mening is dat de behandeling van het verzoek betrekking heeft op feitelijke of juridische elementen die in het kader van een versnelde behandelingsprocedure moeilijk te onderzoeken zijn, mag zij de behandeling ten gronde overeenkomstig de artikelen 34 en 37 voortzetten. In dat geval of wanneer anderszins geen beslissing kan worden genomen binnen de in lid 2 bedoelde termijnen, wordt de betrokken verzoeker in kennis gesteld van de wijziging in de procedure. | 4. Wanneer de beslissingsautoriteit van mening is dat de behandeling van het verzoek betrekking heeft op feitelijke of juridische elementen die in het kader van een versnelde behandelingsprocedure te moeilijk te onderzoeken zijn, mag zij de behandeling ten gronde overeenkomstig de artikelen 34 en 37 voortzetten. Dit laat het recht van de beslissingsautoriteit om een verzoek kennelijk ongegrond te verklaren overeenkomstig artikel 37, lid 3, onverlet, en dit recht blijft ook gelden tijdens de daaropvolgende behandeling ten gronde. In dat geval of wanneer anderszins geen beslissing kan worden genomen binnen de in lid 2 bedoelde termijnen, wordt de betrokken verzoeker in kennis gesteld van de wijziging in de procedure. |
Or. en
Amendement 1264
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer de beslissingsautoriteit van mening is dat de behandeling van het verzoek betrekking heeft op feitelijke of juridische elementen die in het kader van een versnelde behandelingsprocedure moeilijk te onderzoeken zijn, mag zij de behandeling ten gronde overeenkomstig de artikelen 34 en 37 voortzetten. In dat geval of wanneer anderszins geen beslissing kan worden genomen binnen de in lid 2 bedoelde termijnen, wordt de betrokken verzoeker in kennis gesteld van de wijziging in de procedure. | 4. Wanneer de beslissingsautoriteit van mening is dat de behandeling van het verzoek betrekking heeft op feitelijke of juridische elementen die in het kader van een versnelde behandelingsprocedure te moeilijk te onderzoeken zijn of wanneer anderszins geen beslissing kan worden genomen binnen de in lid 2 bedoelde termijnen, moet zij de behandeling ten gronde overeenkomstig de artikelen 34 en 37 voortzetten. In dat geval wordt de betrokken verzoeker in kennis gesteld van de wijziging in de procedure. |
Or. en
Amendement 1265
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De versnelde behandelingsprocedure mag op niet-begeleide minderjarigen alleen worden toegepast wanneer: | Schrappen |
(a) de verzoeker afkomstig is uit een derde land dat als een veilig land van herkomst wordt beschouwd overeenkomstig de voorwaarden van artikel 47; |
|
(b) de verzoeker om ernstige redenen geacht kan worden een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaat, of de verzoeker onder dwang is uitgezet om ernstige redenen van nationale veiligheid of openbare orde krachtens het nationale recht. |
|
Or. en
Motivering
De versnelde behandelingsprocedure zou nooit op niet-begeleide minderjarigen moeten worden toegepast.
Amendement 1266
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De versnelde behandelingsprocedure mag op niet-begeleide minderjarigen alleen worden toegepast wanneer: | Schrappen |
(a) de verzoeker afkomstig is uit een derde land dat als een veilig land van herkomst wordt beschouwd overeenkomstig de voorwaarden van artikel 47; |
|
(b) de verzoeker om ernstige redenen geacht kan worden een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaat, of de verzoeker onder dwang is uitgezet om ernstige redenen van nationale veiligheid of openbare orde krachtens het nationale recht. |
|
Or. en
Amendement 1267
Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Hilde Vautmans, Barbara Matera, Damiano Zoffoli, Michaela Šojdrová, Brando Benifei, Lara Comi
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De versnelde behandelingsprocedure mag op niet-begeleide minderjarigen alleen worden toegepast wanneer: | Schrappen |
(a) de verzoeker afkomstig is uit een derde land dat als een veilig land van herkomst wordt beschouwd overeenkomstig de voorwaarden van artikel 47; |
|
(b) de verzoeker om ernstige redenen geacht kan worden een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaat, of de verzoeker onder dwang is uitgezet om ernstige redenen van nationale veiligheid of openbare orde krachtens het nationale recht. |
|
Or. en
Amendement 1268
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 5 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De versnelde behandelingsprocedure mag op niet-begeleide minderjarigen alleen worden toegepast wanneer: | 5. De versnelde behandelingsprocedure mag op niet-begeleide minderjarigen alleen worden toegepast wanneer van de niet-begeleide minderjarige is vastgesteld dat deze zich in een situatie van kwetsbaarheid bevindt waarin hij zo snel mogelijk internationale bescherming behoeft. |
Or. en
Amendement 1269
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 5 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De versnelde behandelingsprocedure mag op niet-begeleide minderjarigen alleen worden toegepast wanneer: | 5. De versnelde behandelingsprocedure mag op niet-begeleide minderjarigen alleen worden toegepast wanneer het verzoek waarschijnlijk gegrond is. |
Or. en
Amendement 1270
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 5 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de verzoeker afkomstig is uit een derde land dat als een veilig land van herkomst wordt beschouwd overeenkomstig de voorwaarden van artikel 47; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Versnelde procedures voor niet-begeleide minderjarigen zijn alleen gerechtvaardigd als er een veiligheidsrisico is.
Amendement 1271
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 5 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de verzoeker afkomstig is uit een derde land dat als een veilig land van herkomst wordt beschouwd overeenkomstig de voorwaarden van artikel 47; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1272
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 5 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de verzoeker afkomstig is uit een derde land dat als een veilig land van herkomst wordt beschouwd overeenkomstig de voorwaarden van artikel 47; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1273
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 5 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de verzoeker om ernstige redenen geacht kan worden een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaat, of de verzoeker onder dwang is uitgezet om ernstige redenen van nationale veiligheid of openbare orde krachtens het nationale recht. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1274
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 5 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de verzoeker om ernstige redenen geacht kan worden een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaat, of de verzoeker onder dwang is uitgezet om ernstige redenen van nationale veiligheid of openbare orde krachtens het nationale recht. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1275
Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Hilde Vautmans, Barbara Matera, Damiano Zoffoli, Michaela Šojdrová, Brando Benifei, Lara Comi
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 5 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 5 bis. De versnelde behandelingsprocedure is niet van toepassing op minderjarigen. |
Or. en
Amendement 1276
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 41
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[...] | Schrappen |
Or. en
Amendement 1277
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit kan, in overeenstemming met de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, een beslissing nemen over een verzoek aan de grens of in transitzones van de lidstaat over: | 1. De beslissingsautoriteit kan, in overeenstemming met de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, een beslissing nemen, naar eigen inzicht en afhankelijk van haar capaciteit, over een verzoek aan de grens of in transitzones van de lidstaat over: |
Or. bg
Amendement 1278
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit kan, in overeenstemming met de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, een beslissing nemen over een verzoek aan de grens of in transitzones van de lidstaat over: | 1. De beslissingsautoriteit kan een beslissing nemen over een verzoek aan de grens of in transitzones van de lidstaat, in overeenstemming met de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II. Deze beslissing is beperkt tot: |
Or. en
Amendement 1279
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit kan, in overeenstemming met de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, een beslissing nemen over een verzoek aan de grens of in transitzones van de lidstaat over: | 1. De beslissingsautoriteit neemt, in overeenstemming met de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, een beslissing over een verzoek aan de grens of in transitzones van de lidstaat over: |
Or. en
Amendement 1280
Brice Hortefeux, Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit kan, in overeenstemming met de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, een beslissing nemen over een verzoek aan de grens of in transitzones van de lidstaat over: | 1. De beslissingsautoriteit moet, in overeenstemming met de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, een beslissing nemen over een verzoek aan de grens of in transitzones van de lidstaat over: |
Or. fr
Amendement 1281
Sergei Stanishev
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de ontvankelijkheid van een verzoek dat op een dergelijke plaats is ingediend krachtens artikel 36, lid 1; of | Schrappen |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met eerdere amendementen om ontvankelijkheidscontroles als vereiste vóór de toepassing van de Dublinverordening te schrappen.
Amendement 1282
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de ontvankelijkheid van een verzoek dat op een dergelijke plaats is ingediend krachtens artikel 36, lid 1; of | (a) de ontvankelijkheid van een verzoek dat op een dergelijke plaats is ingediend krachtens artikel 36; of |
Or. en
Amendement 1283
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de gronden van een verzoek in de gevallen waarop de versnelde behandelingsprocedure bedoeld in artikel 40 van toepassing is. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1284
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de gronden van een verzoek in de gevallen waarop de versnelde behandelingsprocedure bedoeld in artikel 40 van toepassing is. | (b) de impliciete intrekking van een verzoek krachtens de relevante punten van artikel 39, lid 1, of de gronden van een verzoek in de gevallen waarop de versnelde behandelingsprocedure bedoeld in artikel 40 van toepassing is. |
Or. en
Amendement 1285
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Een in lid 1 bedoelde beslissing dient zo spoedig mogelijk te worden genomen, zonder afbreuk te doen aan een behoorlijke en volledige behandeling van het verzoek, en binnen vier weken na de indiening van het verzoek. | 2. Een in lid 1 bedoelde beslissing dient zo spoedig mogelijk te worden genomen, zonder afbreuk te doen aan een behoorlijke en volledige behandeling van het verzoek, en binnen acht weken na de indiening van het verzoek. |
Or. en
Amendement 1286
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Een in lid 1 bedoelde beslissing dient zo spoedig mogelijk te worden genomen, zonder afbreuk te doen aan een behoorlijke en volledige behandeling van het verzoek, en binnen vier weken na de indiening van het verzoek. | 2. Een in lid 1 bedoelde beslissing dient zo spoedig mogelijk te worden genomen, zonder afbreuk te doen aan een behoorlijke en volledige behandeling van het verzoek, en binnen twee weken na de indiening van het verzoek. |
Or. en
Amendement 1287
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wanneer niet binnen vier weken als bedoeld in lid 2 een definitieve beslissing is genomen, wordt de verzoeker niet langer tegengehouden aan de grens of in de transitzones en wordt deze toegang tot het grondgebied van de lidstaat verleend zodat zijn verzoek kan worden behandeld overeenkomstig de andere bepalingen van deze verordening. | 3. Wanneer niet binnen acht weken als bedoeld in lid 2 een definitieve beslissing is genomen, wordt de verzoeker niet langer tegengehouden aan de grens of in de transitzones en wordt deze toegang tot het grondgebied van de lidstaat verleend zodat zijn verzoek kan worden behandeld overeenkomstig de andere bepalingen van deze verordening. |
Or. en
Amendement 1288
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wanneer niet binnen vier weken als bedoeld in lid 2 een definitieve beslissing is genomen, wordt de verzoeker niet langer tegengehouden aan de grens of in de transitzones en wordt deze toegang tot het grondgebied van de lidstaat verleend zodat zijn verzoek kan worden behandeld overeenkomstig de andere bepalingen van deze verordening. | 3. Wanneer niet binnen twee weken als bedoeld in lid 2 een definitieve beslissing is genomen, wordt de verzoeker niet langer tegengehouden aan de grens of in de transitzones en wordt deze toegang tot het grondgebied van de lidstaat verleend zodat zijn verzoek kan worden behandeld overeenkomstig de andere bepalingen van deze verordening. |
Or. en
Amendement 1289
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wanneer niet binnen vier weken als bedoeld in lid 2 een definitieve beslissing is genomen, wordt de verzoeker niet langer tegengehouden aan de grens of in de transitzones en wordt deze toegang tot het grondgebied van de lidstaat verleend zodat zijn verzoek kan worden behandeld overeenkomstig de andere bepalingen van deze verordening. | 3. Wanneer niet binnen vier weken als bedoeld in lid 2 een definitieve beslissing is genomen, wordt de verzoeker niet langer tegengehouden aan de grens of in de transitzones en wordt deze toegang tot het grondgebied van de lidstaat verleend zodat zijn verzoek kan worden behandeld overeenkomstig de andere bepalingen van deze richtlijn. |
Or. en
Amendement 1290
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer het door de aankomst van onevenredig grote aantallen onderdanen van derde landen of staatlozen die aan de grens of in een transitzone verzoeken om internationale bescherming indienen, in de praktijk moeilijk wordt om de bepalingen van lid 1 op deze plaatsen toe te passen, kan de grensprocedure ook worden toegepast op plaatsen nabij de grens of de transitzone. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1291
Elly Schlein
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer het door de aankomst van onevenredig grote aantallen onderdanen van derde landen of staatlozen die aan de grens of in een transitzone verzoeken om internationale bescherming indienen, in de praktijk moeilijk wordt om de bepalingen van lid 1 op deze plaatsen toe te passen, kan de grensprocedure ook worden toegepast op plaatsen nabij de grens of de transitzone. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1292
Péter Niedermüller, Birgit Sippel, Kati Piri, Josef Weidenholzer, Sergei Stanishev, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 4 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 4 bis. De grensprocedure kan niet op niet-begeleide minderjarigen worden toegepast. |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met het standpunt van het Parlement over de richtlijn opvangvoorzieningen mogen niet-begeleide minderjarigen nooit op deze manier worden vastgehouden, en daarom kan de grensprocedure nooit op niet-begeleide minderjarigen worden toegepast.
Amendement 1293
Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Hilde Vautmans, Barbara Matera, Damiano Zoffoli, Michaela Šojdrová, Brando Benifei, Lara Comi
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 4 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 4 bis. De grensprocedure is niet van toepassing op minderjarigen. |
Or. en
Amendement 1294
Péter Niedermüller, Kati Piri, Josef Weidenholzer, Ana Gomes, Sergei Stanishev, Elly Schlein, Cécile Kashetu Kyenge, Birgit Sippel
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De grensprocedure kan overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 11 van Richtlijn (EU) XXX/XXX (richtlijn opvangvoorzieningen) alleen op niet-begeleide minderjarigen worden toegepast wanneer: | Schrappen |
(a) de verzoeker afkomstig is uit een derde land dat als een veilig land van herkomst wordt beschouwd overeenkomstig de voorwaarden van artikel 47; |
|
(b) de verzoeker om ernstige redenen geacht kan worden een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaat, of de verzoeker onder dwang is uitgezet om ernstige redenen van nationale veiligheid of openbare orde krachtens het nationale recht; |
|
(c) er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat een derde land een veilig derde land voor de asielzoeker is overeenkomstig de voorwaarden van artikel 45; |
|
(d) de verzoeker de autoriteiten heeft misleid door omtrent zijn identiteit of nationaliteit valse informatie of documenten te verstrekken of relevante informatie of documenten die een negatieve invloed op de beslissing hadden kunnen hebben, achter te houden. |
|
Punt d) wordt alleen toegepast wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de verzoeker relevante elementen probeert te verbergen die waarschijnlijk zouden leiden tot een besluit tot weigering van internationale bescherming, mits de verzoeker daadwerkelijk de gelegenheid heeft gekregen om gemotiveerde redenen voor zijn handelingen aan te voeren. |
|
Or. en
Motivering
In overeenstemming met het standpunt van het Parlement over de richtlijn opvangvoorzieningen mogen niet-begeleide minderjarigen nooit op deze manier worden vastgehouden, en daarom kan de grensprocedure nooit op niet-begeleide minderjarigen worden toegepast.
Amendement 1295
Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Hilde Vautmans, Barbara Matera, Damiano Zoffoli, Michaela Šojdrová, Brando Benifei, Lara Comi
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De grensprocedure kan overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 11 van Richtlijn (EU) XXX/XXX (richtlijn opvangvoorzieningen) alleen op niet-begeleide minderjarigen worden toegepast wanneer: | Schrappen |
(a) de verzoeker afkomstig is uit een derde land dat als een veilig land van herkomst wordt beschouwd overeenkomstig de voorwaarden van artikel 47; |
|
(b) de verzoeker om ernstige redenen geacht kan worden een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaat, of de verzoeker onder dwang is uitgezet om ernstige redenen van nationale veiligheid of openbare orde krachtens het nationale recht; |
|
(c) er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat een derde land een veilig derde land voor de asielzoeker is overeenkomstig de voorwaarden van artikel 45; |
|
(d) de verzoeker de autoriteiten heeft misleid door omtrent zijn identiteit of nationaliteit valse informatie of documenten te verstrekken of relevante informatie of documenten die een negatieve invloed op de beslissing hadden kunnen hebben, achter te houden. |
|
Punt d) wordt alleen toegepast wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de verzoeker relevante elementen probeert te verbergen die waarschijnlijk zouden leiden tot een besluit tot weigering van internationale bescherming, mits de verzoeker daadwerkelijk de gelegenheid heeft gekregen om gemotiveerde redenen voor zijn handelingen aan te voeren. |
|
Or. en
Amendement 1296
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De grensprocedure kan overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 11 van Richtlijn (EU) XXX/XXX (richtlijn opvangvoorzieningen) alleen op niet-begeleide minderjarigen worden toegepast wanneer: | Schrappen |
(a) de verzoeker afkomstig is uit een derde land dat als een veilig land van herkomst wordt beschouwd overeenkomstig de voorwaarden van artikel 47; |
|
(b) de verzoeker om ernstige redenen geacht kan worden een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaat, of de verzoeker onder dwang is uitgezet om ernstige redenen van nationale veiligheid of openbare orde krachtens het nationale recht; |
|
(c) er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat een derde land een veilig derde land voor de asielzoeker is overeenkomstig de voorwaarden van artikel 45; |
|
(d) de verzoeker de autoriteiten heeft misleid door omtrent zijn identiteit of nationaliteit valse informatie of documenten te verstrekken of relevante informatie of documenten die een negatieve invloed op de beslissing hadden kunnen hebben, achter te houden. |
|
Or. en
Amendement 1297
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De grensprocedure kan overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 11 van Richtlijn (EU) XXX/XXX (richtlijn opvangvoorzieningen) alleen op niet-begeleide minderjarigen worden toegepast wanneer: | De grensprocedure wordt niet op minderjarigen toegepast. |
Or. en
Amendement 1298
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De grensprocedure kan overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 11 van Richtlijn (EU) XXX/XXX (richtlijn opvangvoorzieningen) alleen op niet-begeleide minderjarigen worden toegepast wanneer: | De grensprocedure wordt niet op niet-begeleide minderjarigen toegepast. |
Or. en
Motivering
Om de procedurele waarborgen van deze bijzonder kwetsbare categorie verzoekers te garanderen, mogen ze niet worden onderworpen aan grensprocedures.
Amendement 1299
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De grensprocedure kan overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 11 van Richtlijn (EU) XXX/XXX (richtlijn opvangvoorzieningen) alleen op niet-begeleide minderjarigen worden toegepast wanneer: | De lidstaten kunnen de grensprocedure overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 11 van Richtlijn (EU) XXX/XXX (richtlijn opvangvoorzieningen) alleen op niet-begeleide minderjarigen toepassen wanneer: |
Or. en
Amendement 1300
Brice Hortefeux, Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De grensprocedure kan overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 11 van Richtlijn (EU) XXX/XXX (richtlijn opvangvoorzieningen) alleen op niet-begeleide minderjarigen worden toegepast wanneer: | De grensprocedure kan overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 11 van Richtlijn (EU) XXX/XXX (richtlijn opvangvoorzieningen) op niet-begeleide minderjarigen worden toegepast wanneer: |
Or. fr
Amendement 1301
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de verzoeker afkomstig is uit een derde land dat als een veilig land van herkomst wordt beschouwd overeenkomstig de voorwaarden van artikel 47; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1302
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de verzoeker afkomstig is uit een derde land dat als een veilig land van herkomst wordt beschouwd overeenkomstig de voorwaarden van artikel 47; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Houdt verband met de wijziging van artikel 41, lid 5.
Amendement 1303
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de verzoeker afkomstig is uit een derde land dat als een veilig land van herkomst wordt beschouwd overeenkomstig de voorwaarden van artikel 47; | (a) de verzoeker afkomstig is uit een derde land dat geen EU-lidstaat is en als een veilig land van herkomst wordt beschouwd krachtens artikel 47; |
Or. en
Amendement 1304
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de verzoeker om ernstige redenen geacht kan worden een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaat, of de verzoeker onder dwang is uitgezet om ernstige redenen van nationale veiligheid of openbare orde krachtens het nationale recht; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1305
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de verzoeker om ernstige redenen geacht kan worden een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaat, of de verzoeker onder dwang is uitgezet om ernstige redenen van nationale veiligheid of openbare orde krachtens het nationale recht; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Houdt verband met de wijziging van artikel 41, lid 5.
Amendement 1306
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat een derde land een veilig derde land voor de asielzoeker is overeenkomstig de voorwaarden van artikel 45; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Houdt verband met de wijziging van artikel 41, lid 5.
Amendement 1307
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat een derde land een veilig derde land voor de asielzoeker is overeenkomstig de voorwaarden van artikel 45; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1308
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat een derde land een veilig derde land voor de asielzoeker is overeenkomstig de voorwaarden van artikel 45; | (c) de verzoeker afkomstig is uit een derde land dat geen EU-lidstaat is en als een veilig land van herkomst wordt beschouwd krachtens artikel 45; |
Or. en
Amendement 1309
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de verzoeker de autoriteiten heeft misleid door omtrent zijn identiteit of nationaliteit valse informatie of documenten te verstrekken of relevante informatie of documenten die een negatieve invloed op de beslissing hadden kunnen hebben, achter te houden. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1310
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de verzoeker de autoriteiten heeft misleid door omtrent zijn identiteit of nationaliteit valse informatie of documenten te verstrekken of relevante informatie of documenten die een negatieve invloed op de beslissing hadden kunnen hebben, achter te houden. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Houdt verband met de wijziging van artikel 41, lid 5.
Amendement 1311
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de verzoeker de autoriteiten heeft misleid door omtrent zijn identiteit of nationaliteit valse informatie of documenten te verstrekken of relevante informatie of documenten die een negatieve invloed op de beslissing hadden kunnen hebben, achter te houden. | (d) de verzoeker de autoriteiten heeft misleid door omtrent zijn identiteit of nationaliteit valse informatie of documenten te verstrekken. |
Or. en
Amendement 1312
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Punt d) wordt alleen toegepast wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de verzoeker relevante elementen probeert te verbergen die waarschijnlijk zouden leiden tot een besluit tot weigering van internationale bescherming, mits de verzoeker daadwerkelijk de gelegenheid heeft gekregen om gemotiveerde redenen voor zijn handelingen aan te voeren. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1313
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Punt d) wordt alleen toegepast wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de verzoeker relevante elementen probeert te verbergen die waarschijnlijk zouden leiden tot een besluit tot weigering van internationale bescherming, mits de verzoeker daadwerkelijk de gelegenheid heeft gekregen om gemotiveerde redenen voor zijn handelingen aan te voeren. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Houdt verband met de wijziging van artikel 41, lid 5.
Amendement 1314
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Punt d) wordt alleen toegepast wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de verzoeker relevante elementen probeert te verbergen die waarschijnlijk zouden leiden tot een besluit tot weigering van internationale bescherming, mits de verzoeker daadwerkelijk de gelegenheid heeft gekregen om gemotiveerde redenen voor zijn handelingen aan te voeren. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1315
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Punt d) wordt alleen toegepast wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de verzoeker relevante elementen probeert te verbergen die waarschijnlijk zouden leiden tot een besluit tot weigering van internationale bescherming, mits de verzoeker daadwerkelijk de gelegenheid heeft gekregen om gemotiveerde redenen voor zijn handelingen aan te voeren. | Punt d) wordt alleen toegepast wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de verzoeker relevante elementen probeert te verbergen die waarschijnlijk zouden leiden tot een besluit tot weigering van internationale bescherming en pas nadat de niet-begeleide minderjarige expliciet is gewezen op de gevolgen van het verbergen van relevante informatie en mits de verzoeker daadwerkelijk de gelegenheid heeft gekregen om gemotiveerde redenen voor zijn handelingen aan te voeren. |
Or. en
Amendement 1316
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Nadat een eerder verzoek is afgewezen bij een definitieve beslissing, wordt elk nieuw verzoek van dezelfde verzoeker in eender welke lidstaat door de verantwoordelijke lidstaat als een volgende verzoek beschouwd. | 1. Nadat een eerder verzoek is afgewezen bij een definitieve beslissing, wordt elk nieuw verzoek van dezelfde verzoeker in dezelfde lidstaat door de verantwoordelijke lidstaat als een volgende verzoek beschouwd, tenzij een effectieve verwijdering heeft plaatsgevonden. |
Or. en
Motivering
Oneindige verantwoordelijkheid van de lidstaten moet worden vermeden.
Amendement 1317
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Nadat een eerder verzoek is afgewezen bij een definitieve beslissing, wordt elk nieuw verzoek van dezelfde verzoeker in eender welke lidstaat door de verantwoordelijke lidstaat als een volgende verzoek beschouwd. | 1. Nadat een eerder verzoek is afgewezen bij een definitieve beslissing, wordt elk tweede of daaropvolgende verzoek van dezelfde verzoeker in eender welke lidstaat door de verantwoordelijke lidstaat als een volgende verzoek beschouwd. |
Or. en
Amendement 1318
Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Nadat een eerder verzoek is afgewezen bij een definitieve beslissing, wordt elk nieuw verzoek van dezelfde verzoeker in eender welke lidstaat door de verantwoordelijke lidstaat als een volgende verzoek beschouwd. | 1. (Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Or. en
Amendement 1319
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Nadat een eerder verzoek is afgewezen bij een definitieve beslissing, wordt elk nieuw verzoek van dezelfde verzoeker in eender welke lidstaat door de verantwoordelijke lidstaat als een volgende verzoek beschouwd. | 1. Nadat een eerder verzoek is afgewezen bij een definitieve beslissing, wordt elk nieuw verzoek van dezelfde verzoeker in eender welke lidstaat door de verantwoordelijke lidstaat op dezelfde wijze behandeld. |
Or. en
Amendement 1320
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Een volgend verzoek wordt onderworpen aan een voorlopige behandeling waarbij de beslissingsautoriteit vaststelt of er nieuwe relevante elementen of bevindingen naar voren zijn gekomen of door de verzoeker zijn voorgelegd die de kans aanzienlijk groter maken dat de verzoeker voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet in aanmerking komt krachtens Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen) of die verband houden met de redenen waarom het eerdere verzoek niet-ontvankelijk is verklaard. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1321
Péter Niedermüller, Caterina Chinnici, Ana Gomes, Josef Weidenholzer
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Een volgend verzoek wordt onderworpen aan een voorlopige behandeling waarbij de beslissingsautoriteit vaststelt of er nieuwe relevante elementen of bevindingen naar voren zijn gekomen of door de verzoeker zijn voorgelegd die de kans aanzienlijk groter maken dat de verzoeker voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet in aanmerking komt krachtens Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen) of die verband houden met de redenen waarom het eerdere verzoek niet-ontvankelijk is verklaard. | 2. Een volgend verzoek wordt onderworpen aan een voorlopige behandeling waarbij de beslissingsautoriteit vaststelt of er nieuwe relevante elementen of bevindingen naar voren zijn gekomen of door de verzoeker zijn voorgelegd. |
Or. en
Motivering
Als er sprake is van nieuwe elementen of bevindingen, moeten die altijd door de beslissingsautoriteit worden beoordeeld.
Amendement 1322
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Een volgend verzoek wordt onderworpen aan een voorlopige behandeling waarbij de beslissingsautoriteit vaststelt of er nieuwe relevante elementen of bevindingen naar voren zijn gekomen of door de verzoeker zijn voorgelegd die de kans aanzienlijk groter maken dat de verzoeker voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet in aanmerking komt krachtens Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen) of die verband houden met de redenen waarom het eerdere verzoek niet-ontvankelijk is verklaard. | 2. Een volgend verzoek wordt onderworpen aan een voorlopige behandeling waarbij de beslissingsautoriteit vaststelt of er nieuwe relevante elementen of bevindingen naar voren zijn gekomen of door de verzoeker zijn voorgelegd of die verband houden met de redenen waarom het eerdere verzoek niet-ontvankelijk is verklaard. |
Or. en
Amendement 1323
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De voorlopige behandeling vindt plaats op grond van schriftelijke opmerkingen en een persoonlijk onderhoud in overeenstemming met de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II. Van het persoonlijk onderhoud kan worden afgezien wanneer het op grond van de schriftelijke opmerkingen duidelijk is dat het verzoek niet tot nieuwe relevante elementen of bevindingen leidt of dat het duidelijk ongegrond is en geen reële kans van slagen heeft. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1324
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De voorlopige behandeling vindt plaats op grond van schriftelijke opmerkingen en een persoonlijk onderhoud in overeenstemming met de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II. Van het persoonlijk onderhoud kan worden afgezien wanneer het op grond van de schriftelijke opmerkingen duidelijk is dat het verzoek niet tot nieuwe relevante elementen of bevindingen leidt of dat het duidelijk ongegrond is en geen reële kans van slagen heeft. | 3. De voorlopige behandeling vindt plaats op grond van schriftelijke opmerkingen en een persoonlijk onderhoud in overeenstemming met de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II. Van het persoonlijk onderhoud kan worden afgezien wanneer het op grond van de schriftelijke opmerkingen duidelijk is dat het verzoek niet tot nieuwe relevante elementen of bevindingen leidt of dat het duidelijk ongegrond is en geen reële kans van slagen heeft. Van de schriftelijke opmerkingen kan worden afgezien indien het volgende verzoek kort voor de verwijdering of vlucht wordt ingediend en er aanwijzingen zijn dat ze louter worden ingediend om de uitvoering van een verwijderingsbesluit te vertragen of te verhinderen. In die gevallen wordt de verzoeker ondervraagd om te beoordelen of er nieuwe relevante elementen of bevindingen zijn. |
Or. en
Amendement 1325
Péter Niedermüller, Ana Gomes, Josef Weidenholzer
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De voorlopige behandeling vindt plaats op grond van schriftelijke opmerkingen en een persoonlijk onderhoud in overeenstemming met de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II. Van het persoonlijk onderhoud kan worden afgezien wanneer het op grond van de schriftelijke opmerkingen duidelijk is dat het verzoek niet tot nieuwe relevante elementen of bevindingen leidt of dat het duidelijk ongegrond is en geen reële kans van slagen heeft. | 3. De voorlopige behandeling vindt plaats op grond van schriftelijke opmerkingen en een persoonlijk onderhoud in overeenstemming met de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II |
Or. en
Motivering
Het persoonlijk onderhoud is de hoeksteen van de individuele aard van een verzoek om internationale bescherming, en daar mag niet van worden afgezien.
Amendement 1326
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De voorlopige behandeling vindt plaats op grond van schriftelijke opmerkingen en een persoonlijk onderhoud in overeenstemming met de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II. Van het persoonlijk onderhoud kan worden afgezien wanneer het op grond van de schriftelijke opmerkingen duidelijk is dat het verzoek niet tot nieuwe relevante elementen of bevindingen leidt of dat het duidelijk ongegrond is en geen reële kans van slagen heeft. | 3. Onverminderd de in artikel 34 bedoelde termijnen, vindt de voorlopige behandeling plaats binnen een maand na de indiening van het verzoek, op grond van schriftelijke opmerkingen en een persoonlijk onderhoud in overeenstemming met de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II. Van het persoonlijk onderhoud kan worden afgezien wanneer het op grond van de schriftelijke opmerkingen duidelijk is dat het verzoek niet tot nieuwe relevante elementen of bevindingen leidt of dat het duidelijk ongegrond is en geen reële kans van slagen heeft. |
Or. en
Amendement 1327
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 4 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) relevante nieuwe elementen of bevindingen als bedoeld in lid 2, onder a), naar voren zijn gekomen of door de verzoeker zijn voorgelegd; | (a) relevante nieuwe elementen of bevindingen naar voren zijn gekomen of door de verzoeker zijn voorgelegd; |
Or. en
Amendement 1328
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 4 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de verzoeker buiten zijn eigen schuld niet in staat was deze elementen of bevindingen tijdens de procedure in het kader van het eerdere verzoek voor te leggen, tenzij het onredelijk wordt geacht om niet met deze elementen of bevindingen rekening te houden. | Schrappen |
Or. en
Motivering
De verzoeker beschikt al over alle mogelijke stimulansen om elementen die zijn kans op bescherming vergroten voor te leggen, en dit punt maakt de procedures alleen maar ingewikkelder, aangezien onder a) al alle essentiële elementen worden genoemd.
Amendement 1329
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 4 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de verzoeker buiten zijn eigen schuld niet in staat was deze elementen of bevindingen tijdens de procedure in het kader van het eerdere verzoek voor te leggen, tenzij het onredelijk wordt geacht om niet met deze elementen of bevindingen rekening te houden. | (b) de verzoeker buiten zijn eigen schuld niet in staat was deze elementen of bevindingen tijdens de procedure in het kader van het eerdere verzoek voor te leggen. |
Or. en
Amendement 1330
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Wanneer niet aan de voorwaarden voor de inleiding van een nieuwe procedure als bedoeld in lid 4 is voldaan, verklaart de beslissingsautoriteit het verzoek niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond, wanneer het verzoek zo duidelijk ongegrond of bedrieglijk is dat het geen reële kans van slagen heeft. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1331
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Wanneer niet aan de voorwaarden voor de inleiding van een nieuwe procedure als bedoeld in lid 4 is voldaan, verklaart de beslissingsautoriteit het verzoek niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond, wanneer het verzoek zo duidelijk ongegrond of bedrieglijk is dat het geen reële kans van slagen heeft. | 5. Wanneer niet aan de voorwaarden voor de inleiding van een nieuwe procedure als bedoeld in lid 4 is voldaan, verklaart de beslissingsautoriteit het verzoek niet-ontvankelijk. |
Or. en
Motivering
Omdat het hier om volgende verzoeken gaat, is er al een definitieve beslissing over het eerste verzoek. Als het volgende verzoek onder de voorlopige behandeling valt, kan het verzoek alleen niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit is in overeenstemming met de bestaande richtlijn asielprocedures.
Amendement 1332
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Wanneer niet aan de voorwaarden voor de inleiding van een nieuwe procedure als bedoeld in lid 4 is voldaan, verklaart de beslissingsautoriteit het verzoek niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond, wanneer het verzoek zo duidelijk ongegrond of bedrieglijk is dat het geen reële kans van slagen heeft. | 5. Wanneer niet aan de voorwaarden voor de inleiding van een nieuwe procedure als bedoeld in lid 4 is voldaan, verklaart de beslissingsautoriteit het verzoek niet-ontvankelijk. |
Or. en
Amendement 1333
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Wanneer niet aan de voorwaarden voor de inleiding van een nieuwe procedure als bedoeld in lid 4 is voldaan, verklaart de beslissingsautoriteit het verzoek niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond, wanneer het verzoek zo duidelijk ongegrond of bedrieglijk is dat het geen reële kans van slagen heeft. | 5. Wanneer niet aan de voorwaarden voor de inleiding van een nieuwe procedure als bedoeld in lid 4 is voldaan, verklaart de beslissingsautoriteit het verzoek niet-ontvankelijk. |
Or. en
Motivering
Er is geen reden om een andere beslissingscategorie in het leven te roepen.
Amendement 1334
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 43
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 43 | Schrappen |
Uitzondering op het recht te blijven bij volgende verzoeken |
|
Onverminderd het beginsel van non-refoulement, kunnen de lidstaten voorzien in een uitzondering op het recht op hun grondgebied te blijven en afwijken van artikel 54, lid 1, indien: |
|
(a) een volgend verzoek door de beslissingsautoriteit niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is verklaard; |
|
(b) een tweede of verder volgend verzoek wordt ingediend in eender welke lidstaat na een definitieve beslissing waarbij een voorgaand volgend verzoek niet-ontvankelijk, ongegrond of kennelijk ongegrond is verklaard. |
|
Or. en
Amendement 1335
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 43
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 43 | Schrappen |
Uitzondering op het recht te blijven bij volgende verzoeken |
|
Onverminderd het beginsel van non-refoulement, kunnen de lidstaten voorzien in een uitzondering op het recht op hun grondgebied te blijven en afwijken van artikel 54, lid 1, indien: |
|
(a) een volgend verzoek door de beslissingsautoriteit niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is verklaard; |
|
(b) een tweede of verder volgend verzoek wordt ingediend in eender welke lidstaat na een definitieve beslissing waarbij een voorgaand volgend verzoek niet-ontvankelijk, ongegrond of kennelijk ongegrond is verklaard. |
|
Or. en
Motivering
Het is volstrekt onwenselijk om over te gaan tot de deportatie van verzoekers voor wie nog geen definitieve beslissing over hun verzoek om internationale bescherming is genomen.
Amendement 1336
Péter Niedermüller, Caterina Chinnici, Josef Weidenholzer, Ana Gomes
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Onverminderd het beginsel van non-refoulement, kunnen de lidstaten voorzien in een uitzondering op het recht op hun grondgebied te blijven en afwijken van artikel 54, lid 1, indien: | Onverminderd het beginsel van non-refoulement, kunnen de lidstaten voorzien in een uitzondering op het recht op hun grondgebied te blijven en afwijken van artikel 54, lid 1, indien een tweede of verder volgend verzoek wordt ingediend in eender welke lidstaat na een definitieve beslissing waarbij een voorgaand volgend verzoek niet-ontvankelijk is verklaard. |
Or. en
Motivering
Omdat het recht om te blijven centraal staat in een verzoek om internationale bescherming, moeten uitzonderingen op dat recht tot een absoluut minimum worden beperkt. Het zou bijvoorbeeld kunnen wanneer een tweede of verder volgend verzoek wordt ingediend nadat een voorgaand volgend verzoek niet-ontvankelijk is verklaard.
Amendement 1337
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Onverminderd het beginsel van non-refoulement, kunnen de lidstaten voorzien in een uitzondering op het recht op hun grondgebied te blijven en afwijken van artikel 54, lid 1, indien: | Onverminderd het beginsel van non-refoulement, trekken de lidstaten het recht van de verzoeker om op hun grondgebied te blijven in en wijken ze af van artikel 54, lid 1, indien: |
Or. en
Amendement 1338
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Onverminderd het beginsel van non-refoulement, kunnen de lidstaten voorzien in een uitzondering op het recht op hun grondgebied te blijven en afwijken van artikel 54, lid 1, indien: | Rekening houdend met het beginsel van non-refoulement, moeten de lidstaten het recht op hun grondgebied te blijven garanderen tijdens de behandeling van volgende verzoeken. |
Or. en
Amendement 1339
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) een volgend verzoek door de beslissingsautoriteit niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is verklaard; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1340
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) een volgend verzoek door de beslissingsautoriteit niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is verklaard; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Consistentie met het amendement op de inleidende formule van artikel 43, lid 1.
Amendement 1341
Laura Ferrara
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) een volgend verzoek door de beslissingsautoriteit niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is verklaard; | (a) een volgend verzoek door de beslissingsautoriteit niet-ontvankelijk is verklaard in de zin van artikel 42, lid 5; |
Or. it
Amendement 1342
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (a bis) een eerste volgend verzoek is ingediend, dat krachtens artikel 42 niet verder is behandeld, louter om de uitvoering van een beslissing die tot de spoedige verwijdering van de verzoeker van het grondgebied van die lidstaat zou leiden te vertragen of te verhinderen; |
Or. en
Amendement 1343
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) een tweede of verder volgend verzoek wordt ingediend in eender welke lidstaat na een definitieve beslissing waarbij een voorgaand volgend verzoek niet-ontvankelijk, ongegrond of kennelijk ongegrond is verklaard. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1344
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) een tweede of verder volgend verzoek wordt ingediend in eender welke lidstaat na een definitieve beslissing waarbij een voorgaand volgend verzoek niet-ontvankelijk, ongegrond of kennelijk ongegrond is verklaard. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1345
Elissavet Vozemberg-Vrionidi
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) een tweede of verder volgend verzoek wordt ingediend in eender welke lidstaat na een definitieve beslissing waarbij een voorgaand volgend verzoek niet-ontvankelijk, ongegrond of kennelijk ongegrond is verklaard. | (b) een tweede of verder volgend verzoek wordt ingediend in dezelfde lidstaat na een definitieve beslissing waarbij een voorgaand volgend verzoek niet-ontvankelijk, ongegrond of kennelijk ongegrond is verklaard; |
Or. en
Motivering
Oneindige verantwoordelijkheid van de lidstaten moet worden vermeden.
Amendement 1346
Laura Ferrara
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) een tweede of verder volgend verzoek wordt ingediend in eender welke lidstaat na een definitieve beslissing waarbij een voorgaand volgend verzoek niet-ontvankelijk, ongegrond of kennelijk ongegrond is verklaard. | (b) een tweede of verder volgend verzoek wordt ingediend in eender welke lidstaat na een definitieve beslissing waarbij een voorgaand volgend verzoek niet-ontvankelijk is verklaard in de zin van artikel 42, lid 5. |
Or. it
Amendement 1347
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (b bis) de persoon die het volgende verzoek indient een gevaar vormt voor de veiligheid of de openbare orde van de lidstaat. |
Or. en