Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
2016/0224(COD)
26.6.2017
AMENDEMENTEN
1348 - 1596
Ontwerpverslag
Laura Ferrara
(PE597.506v01-00)
Gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie
Voorstel voor een verordening
( COM(2016)0467 – C8-0321/2016 – 2016/0224(COD) )
AM_Com_LegReport
Amendement 1348
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Hoofdstuk III – afdeling V
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[...] | Schrappen |
Or. en
Amendement 1349
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 44
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[...] | Schrappen |
Or. en
Amendement 1350
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Een derde land wordt voor een bepaalde verzoeker beschouwd als eerste land van asiel wanneer: | 1. Een derde land kan voor een bepaalde verzoeker worden beschouwd als eerste land van asiel wanneer de verzoeker alvorens naar de Unie te reizen, in dat land is erkend als vluchteling overeenkomstig het Verdrag van Genève en nog steeds op die bescherming een beroep kan doen. |
Or. en
Amendement 1351
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Een derde land wordt voor een bepaalde verzoeker beschouwd als eerste land van asiel wanneer: | 1. Een derde land kan voor een bepaalde verzoeker worden beschouwd als eerste land van asiel wanneer: |
Or. en
Motivering
Het begrip "eerste land van asiel" moet voor lidstaten optioneel blijven.
Amendement 1352
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Een derde land wordt voor een bepaalde verzoeker beschouwd als eerste land van asiel wanneer: | 1. Een derde land kan voor een bepaalde verzoeker worden beschouwd als eerste land van asiel wanneer: |
Or. en
Amendement 1353
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Een derde land wordt voor een bepaalde verzoeker beschouwd als eerste land van asiel wanneer: | (Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Or. en
Amendement 1354
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de verzoeker alvorens naar de Unie te reizen, in dat land bescherming heeft genoten overeenkomstig het Verdrag van Genève en nog steeds op die bescherming een beroep kan doen; of | Schrappen |
Or. en
Motivering
Houdt verband met het amendement op artikel 44, lid 1.
Amendement 1355
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de verzoeker alvorens naar de Unie te reizen, in dat land bescherming heeft genoten overeenkomstig het Verdrag van Genève en nog steeds op die bescherming een beroep kan doen; of | (a) de verzoeker, alvorens naar de Unie te reizen, in dat land is erkend als vluchteling en zonder enige geografische beperking doeltreffende bescherming heeft genoten overeenkomstig het Verdrag van Genève en nog steeds op die bescherming een beroep kan doen; |
Or. en
Amendement 1356
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de verzoeker alvorens naar de Unie te reizen, in dat land bescherming heeft genoten overeenkomstig het Verdrag van Genève en nog steeds op die bescherming een beroep kan doen; of | (a) de verzoeker alvorens naar de Unie te reizen, in dat land is erkend als vluchteling overeenkomstig het Verdrag van Genève en nog steeds op die bescherming een beroep kan doen; of |
Or. en
Motivering
Het begrip dient alleen te worden gebruikt als de verzoeker reeds is erkend als vluchteling.
Amendement 1357
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de verzoeker alvorens naar de Unie te reizen, in dat land anderszins voldoende bescherming heeft genoten en nog steeds op die bescherming een beroep kan doen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1358
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de verzoeker alvorens naar de Unie te reizen, in dat land anderszins voldoende bescherming heeft genoten en nog steeds op die bescherming een beroep kan doen. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Houdt verband met het amendement op artikel 44, lid 1.
Amendement 1359
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de verzoeker alvorens naar de Unie te reizen, in dat land anderszins voldoende bescherming heeft genoten en nog steeds op die bescherming een beroep kan doen. | (b) de verzoeker alvorens naar de Unie te reizen, anderszins een niveau van doeltreffende bescherming heeft genoten dat gelijkwaardig is aan het niveau van bescherming dat vluchtelingen genieten en nog steeds op die bescherming een beroep kan doen. |
Or. en
Motivering
Dit begrip mag alleen worden gebruikt wanneer het niveau van bescherming gelijkwaardig is aan de bescherming die wordt geboden op basis van het verdrag van Genève.
Amendement 1360
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beslissingsautoriteit gaat ervan uit dat een verzoeker voldoende bescherming geniet in de zin van lid 1, onder b), wanneer hij ervan overtuigd is dat: | Schrappen |
(a) het leven en de vrijheid niet worden bedreigd om redenen van ras, religie, nationaliteit, lidmaatschap van een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging; |
|
(b) er geen risico bestaat op ernstige schade in de zin van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen); |
|
(c) het beginsel van non-refoulement overeenkomstig het Verdrag van Genève wordt nageleefd; |
|
(d) het verbod op verwijdering in strijd met het recht op vrijwaring tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling, zoals neergelegd in het internationaal recht, wordt nageleefd; |
|
(e) er sprake is van een recht op legaal verblijf; |
|
(f) er sprake is van een passende toegang tot de arbeidsmarkt, opvangfaciliteiten, gezondheidszorg en onderwijs; en |
|
(g) er sprake is van een recht op gezinshereniging in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen. |
|
Or. en
Motivering
Deze lijst geeft geen volledig overzicht van wat een eerste land van asiel is en zou derhalve de juiste toepassing van het Verdrag van Genève in gevaar kunnen brengen.
Amendement 1361
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beslissingsautoriteit gaat ervan uit dat een verzoeker voldoende bescherming geniet in de zin van lid 1, onder b), wanneer hij ervan overtuigd is dat: | 2. De beslissingsautoriteit kan ervan uitgaan dat een verzoeker doeltreffende bescherming geniet in de zin van lid 1, onder b), wanneer hij ervan overtuigd is dat: |
Or. en
Motivering
Een land kan alleen worden beschouwd als land van eerste asiel indien het niveau van bescherming dat dit land biedt in de praktijk doeltreffend is. Dit betekent dat het niveau van bescherming vergelijkbaar is met het niveau dat binnen de EU wordt geboden. De aanvullende elementen bevatten vereisten die garanderen dat er inderdaad sprake is van een dergelijke doeltreffende bescherming.
Amendement 1362
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) het leven en de vrijheid niet worden bedreigd om redenen van ras, religie, nationaliteit, lidmaatschap van een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging; | (a) het leven en de vrijheid niet worden bedreigd om redenen van ras, religie, nationaliteit, lidmaatschap van een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging en er geen sprake is van vrijheidsontneming zonder behoorlijk proces; |
Or. en
Amendement 1363
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) er geen reëel risico bestaat dat de verzoeker door de derde staat wordt overgedragen aan een andere staat waar deze verzoeker geen doeltreffende bescherming zou genieten of het risico zou lopen om vanaf daar te worden overgedragen aan een staat waar een dergelijk bescherming niet wordt geboden; |
Or. en
Amendement 1364
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) er geen risico bestaat dat de verzoeker door het derde land naar een ander derde land wordt gestuurd waarin hij geen doeltreffende bescherming zou genieten; |
Or. en
Amendement 1365
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) er sprake is van een recht op legaal verblijf; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1366
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2 – letter e bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (e bis) grondrechten worden geëerbiedigd in overeenstemming met de toepasselijke internationale normen, met inbegrip van de garantie dat het leven van de verzoeker geen reëel risico loopt en er geen reëel risico bestaat dat de verzoeker zonder behoorlijk proces van zijn/haar vrijheid wordt beroofd; |
Or. en
Amendement 1367
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f) er sprake is van een passende toegang tot de arbeidsmarkt, opvangfaciliteiten, gezondheidszorg en onderwijs; en | Schrappen |
Or. en
Amendement 1368
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f) er sprake is van een passende toegang tot de arbeidsmarkt, opvangfaciliteiten, gezondheidszorg en onderwijs; en | (f) er sprake is van een passende toegang tot de arbeidsmarkt, opvangfaciliteiten, gezondheidszorg en onderwijs; |
Or. en
Amendement 1369
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2 – letter f bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (f bis) de verzoeker kan beschikken over bestaansmiddelen die voldoende zijn om een adequate levensstandaard te waarborgen en er stappen worden genomen door de derde staat om, in afwachting van een duurzame oplossing, geleidelijk aan toe te kunnen werken naar zelfredzaamheid; |
Or. en
Amendement 1370
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2 – letter f bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (f bis) er kan worden beschikt over bestaansmiddelen die voldoende zijn om een adequate levensstandaard te waarborgen; |
Or. en
Amendement 1371
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2 – letter f ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (f ter) het derde land rekening houdt met eventuele specifieke kwetsbaarheden van de verzoeker en de privacy van de verzoeker eerbiedigt; |
Or. en
Amendement 1372
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2 – letter f ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (f ter) het derde land rekening houdt met eventuele specifieke kwetsbaarheden van de verzoeker en de privacy van de verzoeker eerbiedigt; |
Or. en
Amendement 1373
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2 – letter f quater (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (f quater) doeltreffende bescherming wordt gegarandeerd totdat er een duurzame oplossing wordt gevonden; |
Or. en
Amendement 1374
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2 – letter g
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(g) er sprake is van een recht op gezinshereniging in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1375
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2 – letter g
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(g) er sprake is van een recht op gezinshereniging in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen. | (g) er sprake is van een recht op gezinshereniging in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen; en |
Or. en
Amendement 1376
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2 – letter g bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (g bis) het derde land partij is bij internationale vluchtelingeninstrumenten en elementaire mensenrechteninstrumenten en in de praktijk de normen van deze instrumenten naleeft. |
Or. en
Amendement 1377
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. Beslissingen waarbij ervan wordt uitgegaan dat wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn opgenomen in lid 1 van dit artikel, moeten regelmatig door onafhankelijke organisaties worden geëvalueerd. |
Or. en
Amendement 1378
Sergei Stanishev
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Voordat zijn verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard ingevolge artikel 36, lid 1, onder a), mag de verzoeker zich bij het indienen van het verzoek en tijdens het onderhoud over de ontvankelijkheid verweren tegen de toepassing van het begrip "eerste land van asiel" in het licht van zijn bijzondere omstandigheden. | Schrappen |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met eerdere amendementen om ontvankelijkheidscontroles te schrappen als vereiste voorafgaand aan toepassing van de Dublinverordening.
Amendement 1379
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Voordat zijn verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard ingevolge artikel 36, lid 1, onder a), mag de verzoeker zich bij het indienen van het verzoek en tijdens het onderhoud over de ontvankelijkheid verweren tegen de toepassing van het begrip "eerste land van asiel" in het licht van zijn bijzondere omstandigheden. | 3. Voordat zijn verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard ingevolge artikel 36, lid 1, onder a), mag de verzoeker zich verweren tegen de toepassing van het begrip "eerste land van asiel" in het licht van zijn bijzondere omstandigheden. |
Or. en
Motivering
De verzoeker moet tijdens zijn procedure het recht hebben zich te verweren tegen de toepassing van het begrip totdat de uiteindelijke beslissing wordt genomen.
Amendement 1380
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Voordat zijn verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard ingevolge artikel 36, lid 1, onder a), mag de verzoeker zich bij het indienen van het verzoek en tijdens het onderhoud over de ontvankelijkheid verweren tegen de toepassing van het begrip "eerste land van asiel" in het licht van zijn bijzondere omstandigheden. | 3. Voordat zijn verzoek kan worden afgewezen als onderdeel van een beslissing ten gronde ingevolge afdeling II van de onderhavige verordening, mag de verzoeker zich in elke fase van het onderzoek verweren tegen de toepassing van het begrip "eerste land van asiel" in het licht van zijn bijzondere omstandigheden. |
Or. en
Amendement 1381
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Met betrekking tot niet-begeleide minderjarigen mag het begrip "eerste land van asiel" alleen worden toegepast wanneer de autoriteiten van de lidstaten vooraf van de autoriteiten van het betrokken derde land de verzekering hebben ontvangen dat de niet-begeleide minderjarige door deze autoriteiten zal worden overgenomen en dat hij onmiddellijk één van de in lid 1 bedoelde vormen van bescherming zal genieten. | 4. Het begrip "eerste land van asiel" wordt niet toegepast op niet-begeleide minderjarigen. |
Or. en
Amendement 1382
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Met betrekking tot niet-begeleide minderjarigen mag het begrip "eerste land van asiel" alleen worden toegepast wanneer de autoriteiten van de lidstaten vooraf van de autoriteiten van het betrokken derde land de verzekering hebben ontvangen dat de niet-begeleide minderjarige door deze autoriteiten zal worden overgenomen en dat hij onmiddellijk één van de in lid 1 bedoelde vormen van bescherming zal genieten. | 4. Het begrip "eerste land van asiel" wordt niet toegepast op niet-begeleide minderjarigen. |
Or. en
Motivering
Niet-begeleide minderjarigen zijn bijzonder kwetsbaar en daarom mag het begrip "eerste land van asiel" niet op hen worden toegepast.
Amendement 1383
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Met betrekking tot niet-begeleide minderjarigen mag het begrip "eerste land van asiel" alleen worden toegepast wanneer de autoriteiten van de lidstaten vooraf van de autoriteiten van het betrokken derde land de verzekering hebben ontvangen dat de niet-begeleide minderjarige door deze autoriteiten zal worden overgenomen en dat hij onmiddellijk één van de in lid 1 bedoelde vormen van bescherming zal genieten. | 4. Het begrip "eerste land van asiel" wordt niet toegepast op niet-begeleide minderjarigen, tenzij wordt bepaald dat dit duidelijk in het belang van het kind is. |
Or. en
Motivering
Op niet-begeleide minderjarigen mag het begrip "eerste land van asiel" niet worden toegepast, tenzij dit wordt geacht in het belang van het kind te zijn.
Amendement 1384
Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Hilde Vautmans, Barbara Matera, Damiano Zoffoli, Michaela Šojdrová, Brando Benifei, Lara Comi, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Met betrekking tot niet-begeleide minderjarigen mag het begrip "eerste land van asiel" alleen worden toegepast wanneer de autoriteiten van de lidstaten vooraf van de autoriteiten van het betrokken derde land de verzekering hebben ontvangen dat de niet-begeleide minderjarige door deze autoriteiten zal worden overgenomen en dat hij onmiddellijk één van de in lid 1 bedoelde vormen van bescherming zal genieten. | 4. Met betrekking tot niet-begeleide minderjarigen wordt het begrip "eerste land van asiel" niet toegepast, tenzij het in hun belang is en wanneer de autoriteiten van de lidstaten vooraf van de autoriteiten van het betrokken derde land de verzekering hebben ontvangen dat de niet-begeleide minderjarige door deze autoriteiten zal worden overgenomen en dat hij onmiddellijk één van de in lid 1 bedoelde vormen van bescherming zal genieten. |
Or. en
Amendement 1385
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Met betrekking tot niet-begeleide minderjarigen mag het begrip "eerste land van asiel" alleen worden toegepast wanneer de autoriteiten van de lidstaten vooraf van de autoriteiten van het betrokken derde land de verzekering hebben ontvangen dat de niet-begeleide minderjarige door deze autoriteiten zal worden overgenomen en dat hij onmiddellijk één van de in lid 1 bedoelde vormen van bescherming zal genieten. | 4. Het begrip "eerste land van asiel" mag alleen worden toegepast op niet-begeleide minderjarigen wanneer de autoriteiten van de lidstaten vooraf van de autoriteiten van het betrokken derde land de verzekering hebben ontvangen dat de niet-begeleide minderjarige door deze autoriteiten zal worden overgenomen en dat hij onmiddellijk één van de in lid 1 bedoelde vormen van bescherming zal genieten. |
Or. en
Amendement 1386
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Wanneer het verzoek ingevolge de toepassing van het begrip "eerste land van asiel" niet ontvankelijk wordt verklaard, wordt door de beslissingsautoriteit: | Schrappen |
(a) de verzoeker hiervan op de hoogte gebracht; |
|
(b) de verzoeker een document verschaft waarin de autoriteiten van het derde land in de taal van dat land ervan in kennis worden gesteld dat het verzoek niet inhoudelijk is onderzocht als gevolg van de toepassing van het begrip "eerste land van asiel". |
|
Or. en
Amendement 1387
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. Wanneer het betrokken derde land de verzoeker niet toelaat of niet opnieuw toelaat tot zijn grondgebied trekt de beslissingsautoriteit zijn beslissing het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, in en geeft zij toegang tot de procedure overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II en afdeling I van hoofdstuk III. | 6. Wanneer het betrokken derde land de verzoeker, ondanks verschillende pogingen, niet toelaat of niet opnieuw toelaat tot zijn grondgebied kan de beslissingsautoriteit zijn beslissing het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, intrekken en kan zij toegang geven tot de procedure overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II en afdeling I van hoofdstuk III. De terugkeerprocedure moet echter worden voortgezet totdat toelating of terugname mogelijk is. |
Or. en
Amendement 1388
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. Wanneer het betrokken derde land de verzoeker niet toelaat of niet opnieuw toelaat tot zijn grondgebied trekt de beslissingsautoriteit zijn beslissing het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, in en geeft zij toegang tot de procedure overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II en afdeling I van hoofdstuk III. | 6. Wanneer het betrokken derde land de verzoeker niet toelaat of niet opnieuw toelaat tot zijn grondgebied trekt de beslissingsautoriteit zijn beslissing het verzoek af te wijzen, in en geeft zij toegang tot de procedure overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II en afdeling I van hoofdstuk III. |
Or. en
Amendement 1389
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. De lidstaten delen de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie jaarlijks mee op welke landen het begrip "eerste land van asiel" wordt toegepast. | 7. De lidstaten delen de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie jaarlijks mee op welke landen het begrip "eerste land van asiel" wordt toegepast en in welke gevallen het derde land de verzoeker niet (opnieuw) tot zijn grondgebied heeft toegelaten, met de motivatie die hiervoor aan de lidstaat is gegeven. |
Or. en
Amendement 1390
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 45
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[...] | Schrappen |
Or. en
Amendement 1391
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Een derde land wordt aangewezen als een veilig derde land, wanneer: | Een derde land kan gezien de individuele omstandigheden van een verzoeker worden aangewezen als een veilig derde land, wanneer: |
Or. en
Amendement 1392
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Een derde land wordt aangewezen als een veilig derde land, wanneer: | Een derde land kan als een veilig derde land worden beschouwd, wanneer: |
Or. en
Motivering
Het begrip "veilig derde land" moet voor lidstaten optioneel blijven.
Amendement 1393
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Een derde land wordt aangewezen als een veilig derde land, wanneer: | Een derde land kan worden aangewezen als een veilig derde land, wanneer: |
Or. en
Amendement 1394
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Een derde land wordt aangewezen als een veilig derde land, wanneer: | (Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Or. en
Amendement 1395
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) er geen risico bestaat op ernstige schade in de zin van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen); | (Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Or. en
Amendement 1396
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) er geen reëel risico bestaat dat de verzoeker door de derde staat wordt overgedragen aan een andere staat waar hij geen doeltreffende bescherming zou genieten of het risico zou lopen om vanaf daar te worden overgedragen aan een staat waar een dergelijk bescherming niet wordt geboden; |
Or. en
Amendement 1397
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – alinea 1 – letter d bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (d bis) grondrechten worden geëerbiedigd in overeenstemming met de toepasselijke internationale normen, met inbegrip van de garantie dat het leven van de verzoeker geen reëel risico loopt en er geen reëel risico bestaat dat de verzoeker zonder behoorlijk proces van zijn vrijheid wordt beroofd; |
Or. en
Amendement 1398
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – alinea 1 - letter d ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (d ter) de verzoeker kan beschikken over bestaansmiddelen die voldoende zijn om een adequate levensstandaard te waarborgen en er stappen worden genomen door de derde staat om, in afwachting van een duurzame oplossing, geleidelijk aan toe te kunnen werken naar zelfredzaamheid; |
Or. en
Amendement 1399
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – alinea 1 - letter d quater (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (d quater) het derde land rekening houdt met eventuele kwetsbaarheden van de verzoeker en de privacy van de verzoeker eerbiedigt; |
Or. en
Amendement 1400
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – alinea 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) de mogelijkheid bestaat om bescherming te ontvangen overeenkomstig de materiële normen van het Verdrag van Genève of voldoende bescherming als bedoeld in artikel 44, lid 2, naargelang van het geval. | (e) de mogelijkheid bestaat om een vluchtelingenstatus aan te vragen en, bij erkenning als vluchteling, bescherming te ontvangen overeenkomstig het Verdrag van Genève, geratificeerd en toegepast zonder geografische beperking. |
Or. en
Motivering
Een derde land kan door een lidstaat alleen als veilig worden beschouwd indien dat derde land het Verdrag van Genève heeft ondertekend en geratificeerd zonder geografische beperkingen.
Amendement 1401
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – alinea 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) de mogelijkheid bestaat om bescherming te ontvangen overeenkomstig de materiële normen van het Verdrag van Genève of voldoende bescherming als bedoeld in artikel 44, lid 2, naargelang van het geval. | (e) de mogelijkheid bestaat om internationale bescherming aan te vragen en, bij erkenning als vluchteling, zonder enige geografische beperking doeltreffende bescherming te ontvangen overeenkomstig het Verdrag van Genève, die blijft gelden totdat er een duurzame oplossing wordt gevonden. |
Or. en
Amendement 1402
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – alinea 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) de mogelijkheid bestaat om bescherming te ontvangen overeenkomstig de materiële normen van het Verdrag van Genève of voldoende bescherming als bedoeld in artikel 44, lid 2, naargelang van het geval. | (e) de mogelijk bestaat om bescherming te ontvangen overeenkomstig het Verdrag van Genève. |
Or. en
Amendement 1403
Elly Schlein
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – alinea 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) de mogelijkheid bestaat om bescherming te ontvangen overeenkomstig de materiële normen van het Verdrag van Genève of voldoende bescherming als bedoeld in artikel 44, lid 2, naargelang van het geval. | (e) de mogelijk bestaat om, uit hoofde van de nationale wetgeving, doeltreffende bescherming te ontvangen overeenkomstig het Verdrag van Genève, met volledige eerbiediging van alle rechten die hieruit voortvloeien en zonder geografische beperkingen. |
Or. en
Amendement 1404
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – alinea 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) de mogelijkheid bestaat om bescherming te ontvangen overeenkomstig de materiële normen van het Verdrag van Genève of voldoende bescherming als bedoeld in artikel 44, lid 2, naargelang van het geval. | (e) de mogelijkheid bestaat om bescherming te ontvangen overeenkomstig de materiële normen van het Verdrag van Genève of voldoende bescherming als bedoeld in artikel 44, lid 2, onder a) tot en met d), naargelang van het geval. |
Or. en
Amendement 1405
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De beoordeling of een derde land mag worden aangemerkt als veilig derde land overeenkomstig deze verordening, vindt plaats op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Europese dienst voor extern optreden, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa en andere relevante organisaties. | De beoordeling of een derde land mag worden aangemerkt als veilig derde land overeenkomstig deze verordening, vindt plaats op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Europese dienst voor extern optreden, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties en nationale of internationale niet-gouvernementele organisaties. |
Or. en
Motivering
Bewoording in overeenstemming met amendement 28 dat werd goedgekeurd in het standpunt van het Parlement inzake de verordening betreffende veilige landen van herkomst. Dit is in overeenstemming met de amendementen die zijn voorgesteld op artikel 49 bis.
Amendement 1406
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De beoordeling of een derde land mag worden aangemerkt als veilig derde land overeenkomstig deze verordening, vindt plaats op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Europese dienst voor extern optreden, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa en andere relevante organisaties. | De beoordeling of een derde land mag worden aangemerkt als veilig derde land overeenkomstig deze verordening, vindt plaats op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie en de Europese dienst voor extern optreden. |
Or. en
Amendement 1407
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De beoordeling of een derde land mag worden aangemerkt als veilig derde land overeenkomstig deze verordening, vindt plaats op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Europese dienst voor extern optreden, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa en andere relevante organisaties. | De beoordeling of een derde land mag worden aangemerkt als veilig derde land overeenkomstig deze verordening, vindt plaats op basis van de individuele omstandigheden van de verzoeker en een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Europese dienst voor extern optreden, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa en andere relevante organisaties. |
Or. en
Amendement 1408
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Indien een derde land wordt aangewezen als veilig derde land, mag de mogelijkheid niet worden uitgesloten om bepaalde groepen aan te wijzen waarvoor dat specifieke land om redenen van geslacht, ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging niet als veilig kan worden beschouwd. |
Or. en
Amendement 1409
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het begrip "veilig derde land" wordt toegepast: | Schrappen |
(a) wanneer een derde land is aangemerkt als veilig derde land overeenkomstig artikel 50; |
|
(b) wanneer een derde land op EU-niveau is aangemerkt als veilig derde land; of |
|
(c) in individuele gevallen met betrekking tot een specifieke verzoeker. |
|
Or. en
Motivering
Dit amendement wordt voorgesteld om samenhang te waarborgen met het schrappen van artikel 46.
Amendement 1410
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 2 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het begrip "veilig derde land" wordt toegepast: | 2. Het begrip "veilig derde land" wordt toegepast wanneer een derde land is aangemerkt als veilig derde land overeenkomstig artikel 50 of wanneer een derde land op EU-niveau is aangemerkt als veilig derde land; |
Or. en
Amendement 1411
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 2 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het begrip "veilig derde land" wordt toegepast: | 2. Het begrip "veilig derde land" wordt alleen toegepast in individuele gevallen met betrekking tot een specifieke verzoeker, als onderdeel van een onderzoek naar de gegrondheid van een verzoek uit hoofde van afdeling II van de onderhavige verordening. |
Or. en
Amendement 1412
Laura Ferrara
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 2 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het begrip "veilig derde land" wordt toegepast: | 2. Een lidstaat kan het begrip "veilig derde land" toepassen, wanneer het derde land op basis van de criteria van artikel 50 op nationaal niveau is aangemerkt als veilig derde land. |
Or. it
Amendement 1413
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 2 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) wanneer een derde land is aangemerkt als veilig derde land overeenkomstig artikel 50; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1414
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 2 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) wanneer een derde land is aangemerkt als veilig derde land overeenkomstig artikel 50; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1415
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) wanneer een derde land op EU-niveau is aangemerkt als veilig derde land; of | Schrappen |
Or. en
Amendement 1416
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) wanneer een derde land op EU-niveau is aangemerkt als veilig derde land; of | Schrappen |
Or. en
Amendement 1417
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 2 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) in individuele gevallen met betrekking tot een specifieke verzoeker. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1418
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 2 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) in individuele gevallen met betrekking tot een specifieke verzoeker. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1419
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 3 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De beslissingsautoriteit beschouwt een derde land voor een specifieke verzoeker na een individuele behandeling van het verzoek alleen als een veilig derde land wanneer zij ervan overtuigd is dat het derde land voor die verzoeker veilig is overeenkomstig de criteria die zijn vastgesteld in lid 1 en zij heeft vastgesteld dat: | 3. De beslissingsautoriteit kan een derde land voor een specifieke verzoeker na een individuele behandeling van het verzoek alleen als een veilig derde land beschouwen wanneer zij ervan overtuigd is dat het derde land voor die verzoeker veilig is overeenkomstig de criteria die zijn vastgesteld in lid 1 en zij heeft vastgesteld dat: |
Or. en
Motivering
Het begrip "veilig derde land" moet voor lidstaten optioneel blijven.
Amendement 1420
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 3 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De beslissingsautoriteit beschouwt een derde land voor een specifieke verzoeker na een individuele behandeling van het verzoek alleen als een veilig derde land wanneer zij ervan overtuigd is dat het derde land voor die verzoeker veilig is overeenkomstig de criteria die zijn vastgesteld in lid 1 en zij heeft vastgesteld dat: | 3. De beslissingsautoriteit kan een derde land voor een specifieke verzoeker na een individuele behandeling van het verzoek alleen als een veilig derde land beschouwen wanneer zij ervan overtuigd is dat het derde land voor die verzoeker veilig is overeenkomstig de criteria die zijn vastgesteld in lid 1 en zij heeft vastgesteld dat: |
Or. en
Amendement 1421
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 3 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De beslissingsautoriteit beschouwt een derde land voor een specifieke verzoeker na een individuele behandeling van het verzoek alleen als een veilig derde land wanneer zij ervan overtuigd is dat het derde land voor die verzoeker veilig is overeenkomstig de criteria die zijn vastgesteld in lid 1 en zij heeft vastgesteld dat: | 3. De beslissingsautoriteit kan een derde land voor een specifieke verzoeker na een individuele behandeling van het verzoek alleen als een veilig derde land beschouwen wanneer zij ervan overtuigd is dat het derde land voor die verzoeker veilig is overeenkomstig de criteria die zijn vastgesteld in lid 1 en zij heeft vastgesteld dat: |
Or. en
Amendement 1422
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 3 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) er een band bestaat tussen de verzoeker en het betrokken derde land op grond waarvan het redelijk is dat de verzoeker naar dat land gaat, onder meer omdat de verzoeker door dat derde land is gereisd en dat land geografisch dicht bij het land van herkomst van de verzoeker ligt; | (a) er een significante band bestaat tussen de verzoeker en het betrokken derde land op grond waarvan het redelijk is dat de verzoeker naar dat land gaat; |
Or. en
Amendement 1423
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 3 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) er een band bestaat tussen de verzoeker en het betrokken derde land op grond waarvan het redelijk is dat de verzoeker naar dat land gaat, onder meer omdat de verzoeker door dat derde land is gereisd en dat land geografisch dicht bij het land van herkomst van de verzoeker ligt; | (a) er een significante band bestaat tussen de verzoeker en het betrokken derde land op grond waarvan het redelijk is dat de verzoeker naar dat land gaat; |
Or. en
Amendement 1424
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 3 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) er een band bestaat tussen de verzoeker en het betrokken derde land op grond waarvan het redelijk is dat de verzoeker naar dat land gaat, onder meer omdat de verzoeker door dat derde land is gereisd en dat land geografisch dicht bij het land van herkomst van de verzoeker ligt; | (a) er een significante band bestaat tussen de verzoeker en het betrokken derde land op grond waarvan het redelijk is dat de verzoeker naar dat land gaat; alsmede |
Or. en
Motivering
Dat de verzoeker door een derde land is gereisd, kan op zichzelf niet voldoende reden zijn om de terugkeer naar een zogenaamd veilig derde land te rechtvaardigen.
Amendement 1425
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 3 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de verzoeker geen ernstige gronden heeft aangevoerd om dat land in zijn specifieke omstandigheden niet als een veilig derde land te beschouwen. | (b) de verzoeker geen gronden heeft aangevoerd om dat land in zijn specifieke omstandigheden niet als een veilig derde land te beschouwen. |
Or. en
Amendement 1426
Sergei Stanishev
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Voordat zijn verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard ingevolge artikel 36, lid 1, onder b), mag een verzoeker zich bij het indienen van het verzoek en tijdens het onderhoud over de ontvankelijkheid verweren tegen de toepassing van het begrip "veilig derde land" in het licht van zijn bijzondere omstandigheden. | Schrappen |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met eerdere amendementen om ontvankelijkheidscontroles te schrappen als vereiste voorafgaand aan toepassing van de Dublinverordening.
Amendement 1427
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Voordat zijn verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard ingevolge artikel 36, lid 1, onder b), mag een verzoeker zich bij het indienen van het verzoek en tijdens het onderhoud over de ontvankelijkheid verweren tegen de toepassing van het begrip "veilig derde land" in het licht van zijn bijzondere omstandigheden. | 4. Voordat zijn verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard ingevolge artikel 36, lid 1, onder b), mag een verzoeker zich verweren tegen de toepassing van het begrip "veilig derde land" in het licht van zijn bijzondere omstandigheden. |
Or. en
Motivering
De verzoeker moet tijdens zijn procedure het recht hebben zich te verweren tegen de toepassing van het begrip totdat de uiteindelijke beslissing wordt genomen.
Amendement 1428
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Voordat zijn verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard ingevolge artikel 36, lid 1, onder b), mag een verzoeker zich bij het indienen van het verzoek en tijdens het onderhoud over de ontvankelijkheid verweren tegen de toepassing van het begrip "veilig derde land" in het licht van zijn bijzondere omstandigheden. | 4. Voordat zijn verzoek kan worden afgewezen als onderdeel van een beslissing ten gronde ingevolge afdeling II van de onderhavige verordening, mag een verzoeker zich in elke fase van de procedure verweren tegen de toepassing van het begrip "veilig derde land" in het licht van zijn bijzondere omstandigheden. |
Or. en
Amendement 1429
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Met betrekking tot niet-begeleide minderjarigen mag het begrip "veilig derde land" alleen worden toegepast wanneer de autoriteiten van de lidstaten vooraf van de autoriteiten van het betrokken derde land de verzekering hebben ontvangen dat de niet-begeleide minderjarige door deze autoriteiten zal worden overgenomen en dat hij onmiddellijk één van de in lid 1, onder e), bedoelde vormen van bescherming zal genieten. | 5. Het begrip "veilig derde land" wordt niet toegepast op niet-begeleide minderjarigen. |
Or. en
Amendement 1430
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Met betrekking tot niet-begeleide minderjarigen mag het begrip "veilig derde land" alleen worden toegepast wanneer de autoriteiten van de lidstaten vooraf van de autoriteiten van het betrokken derde land de verzekering hebben ontvangen dat de niet-begeleide minderjarige door deze autoriteiten zal worden overgenomen en dat hij onmiddellijk één van de in lid 1, onder e), bedoelde vormen van bescherming zal genieten. | 5. Het begrip "veilig derde land" wordt niet toegepast op niet-begeleide minderjarigen. |
Or. en
Motivering
Niet-begeleide minderjarigen zijn bijzonder kwetsbaar en daarom mag het begrip "eerste land van asiel" niet op hen worden toegepast.
Amendement 1431
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Met betrekking tot niet-begeleide minderjarigen mag het begrip "veilig derde land" alleen worden toegepast wanneer de autoriteiten van de lidstaten vooraf van de autoriteiten van het betrokken derde land de verzekering hebben ontvangen dat de niet-begeleide minderjarige door deze autoriteiten zal worden overgenomen en dat hij onmiddellijk één van de in lid 1, onder e), bedoelde vormen van bescherming zal genieten. | 5. Het begrip "veilig derde land" wordt niet toegepast op niet-begeleide minderjarigen, tenzij duidelijk wordt vastgesteld dat dit in het belang van het kind is en wanneer de autoriteiten van de lidstaten vooraf van de autoriteiten van het betrokken derde land de verzekering hebben ontvangen dat de niet-begeleide minderjarige door deze autoriteiten zal worden overgenomen en dat hij onmiddellijk één van de in lid 1, onder e), bedoelde vormen van bescherming zal genieten. |
Or. en
Amendement 1432
Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Hilde Vautmans, Barbara Matera, Damiano Zoffoli, Michaela Šojdrová, Brando Benifei, Lara Comi, Barbara Kudrycka, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Met betrekking tot niet-begeleide minderjarigen mag het begrip "veilig derde land" alleen worden toegepast wanneer de autoriteiten van de lidstaten vooraf van de autoriteiten van het betrokken derde land de verzekering hebben ontvangen dat de niet-begeleide minderjarige door deze autoriteiten zal worden overgenomen en dat hij onmiddellijk één van de in lid 1, onder e), bedoelde vormen van bescherming zal genieten. | 5. Met betrekking tot niet-begeleide minderjarigen mag het begrip "veilig derde land" alleen worden toegepast wanneer hierbij rekening wordt gehouden met hun belangen en de autoriteiten van de lidstaten van de autoriteiten van het betrokken derde land de verzekering hebben ontvangen dat de niet-begeleide minderjarige niet te maken zal krijgen met ernstig(e) leed, discriminatie of vervolging en dat hij onmiddellijk de in lid 1 bedoelde vormen van bescherming zal genieten. |
Or. en
Amendement 1433
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Met betrekking tot niet-begeleide minderjarigen mag het begrip "veilig derde land" alleen worden toegepast wanneer de autoriteiten van de lidstaten vooraf van de autoriteiten van het betrokken derde land de verzekering hebben ontvangen dat de niet-begeleide minderjarige door deze autoriteiten zal worden overgenomen en dat hij onmiddellijk één van de in lid 1, onder e), bedoelde vormen van bescherming zal genieten. | 5. Het begrip "veilig derde land" mag alleen worden toegepast op niet-begeleide minderjarigen wanneer de autoriteiten van de lidstaten vooraf van de autoriteiten van het betrokken derde land de verzekering hebben ontvangen dat de niet-begeleide minderjarige door deze autoriteiten zal worden overgenomen en dat hij onmiddellijk één van de in lid 1, onder e), bedoelde vormen van bescherming zal genieten. |
Or. en
Amendement 1434
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 6 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de verzoeker een document verschaft waarin de autoriteiten van het derde land in de taal van dat land ervan in kennis worden gesteld dat het verzoek niet inhoudelijk is onderzocht als gevolg van de toepassing van het begrip "veilig derde land". | (b) hem een document te verschaffen waarin de autoriteiten van het derde land in de taal van dat land ervan in kennis worden gesteld dat het verzoek niet inhoudelijk is onderzocht. |
Or. en
Amendement 1435
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. Wanneer het betrokken derde land de verzoeker niet toelaat of niet opnieuw toelaat tot zijn grondgebied trekt de beslissingsautoriteit zijn beslissing het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, in en geeft zij toegang tot de procedure overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II en afdeling I van hoofdstuk III. | 7. Wanneer het betrokken derde land de verzoeker niet toelaat of niet opnieuw toelaat tot zijn grondgebied kan de beslissingsautoriteit zijn beslissing het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, intrekken en kan zij toegang geven tot de procedure overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II en afdeling I van hoofdstuk III. De terugkeerprocedure moet echter worden voortgezet totdat toelating of terugname mogelijk is. |
Or. en
Amendement 1436
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 46
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 46 | Schrappen |
Aanmerking op EU-niveau als veilig derde land |
|
1. Derde landen worden op EU-niveau als veilige derde landen aangemerkt, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in artikel 45, lid 1. |
|
2. De Commissie evalueert regelmatig de situatie in derde landen die op EU-niveau als veilige derde landen zijn aangemerkt, met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie en op basis van de andere informatiebronnen als bedoeld in artikel 45, lid 1, tweede alinea. |
|
3. De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen tot schorsing van de aanmerking op EU-niveau van een derde land als veilig derde land onder de voorwaarden van artikel 49. |
|
Or. en
Amendement 1437
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 46
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 46 | Schrappen |
Aanmerking op EU-niveau als veilig derde land |
|
1. Derde landen worden op EU-niveau als veilige derde landen aangemerkt, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in artikel 45, lid 1. |
|
2. De Commissie evalueert regelmatig de situatie in derde landen die op EU-niveau als veilige derde landen zijn aangemerkt, met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie en op basis van de andere informatiebronnen als bedoeld in artikel 45, lid 1, tweede alinea. |
|
3. De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen tot schorsing van de aanmerking op EU-niveau van een derde land als veilig derde land onder de voorwaarden van artikel 49. |
|
Or. en
Amendement 1438
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 46
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 46 | Schrappen |
Aanmerking op EU-niveau als veilig derde land |
|
1. Derde landen worden op EU-niveau als veilige derde landen aangemerkt, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in artikel 45, lid 1. |
|
2. De Commissie evalueert regelmatig de situatie in derde landen die op EU-niveau als veilige derde landen zijn aangemerkt, met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie en op basis van de andere informatiebronnen als bedoeld in artikel 45, lid 1, tweede alinea. |
|
3. De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen tot schorsing van de aanmerking op EU-niveau van een derde land als veilig derde land onder de voorwaarden van artikel 49. |
|
Or. en
Motivering
Aangezien het begrip "veilig derde land" een optioneel begrijp moet blijven voor lidstaten, is er in deze fase geen behoefte aan een lijst op Europees niveau.
Amendement 1439
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De Commissie evalueert regelmatig de situatie in derde landen die op EU-niveau als veilige derde landen zijn aangemerkt, met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie en op basis van de andere informatiebronnen als bedoeld in artikel 45, lid 1, tweede alinea. | 2. De Commissie evalueert regelmatig de situatie in derde landen die op EU-niveau als veilige derde landen zijn of zouden kunnen worden aangemerkt, met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie en op basis van de andere informatiebronnen als bedoeld in artikel 45, lid 1, tweede alinea. |
Or. en
Amendement 1440
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen tot schorsing van de aanmerking op EU-niveau van een derde land als veilig derde land onder de voorwaarden van artikel 49. | 3. De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanmerking van een derde land of schorsing van de aanmerking op EU-niveau van een derde land als veilig derde land onder de voorwaarden van artikel 49. |
Or. en
Amendement 1441
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 47
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[...] | Schrappen |
Or. en
Amendement 1442
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 47
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[...] | Schrappen |
Or. en
Amendement 1443
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Een derde land kan als veilig land van herkomst worden aangemerkt in de zin van deze verordening wanneer op basis van de rechtstoestand, de toepassing van de rechtsvoorschriften in een democratisch stelsel en de algemene politieke omstandigheden kan worden aangetoond dat er algemeen gezien geen sprake is van vervolging in de zin van artikel 9 van Verordening XXX/XXX (richtlijn asielnormen), noch van foltering of onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, noch van bedreiging door willekeurig geweld in het kader van een internationaal of intern gewapend conflict. | 1. Een derde land kan als veilig land van herkomst worden aangemerkt in de zin van deze verordening wanneer op basis van de rechtstoestand, de toepassing van de rechtsvoorschriften in een democratisch stelsel en de algemene politieke omstandigheden kan worden aangetoond dat er geen sprake is van gegeneraliseerde of consequente vervolging in de zin van artikel 9 van Verordening XXX/XXX (verordening asielnormen), noch van foltering of onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, noch van bedreiging door willekeurig geweld in het kader van een internationaal of intern gewapend conflict. |
Or. en
Motivering
Bewoording in overeenstemming met amendement 40 van het standpunt van het Parlement inzake de verordening betreffende de vaststelling van een gemeenschappelijke lijst met veilige derde landen op EU-niveau.
Amendement 1444
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beoordeling of een derde land mag worden aangemerkt als een veilig land van herkomst overeenkomstig deze verordening, vindt plaats op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Europese dienst voor extern optreden, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa alsook andere relevante organisaties, waarbij rekening wordt gehouden met de gemeenschappelijke analyse van de informatie over de landen van herkomst, zoals bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie). | 2. De beoordeling of een derde land mag worden aangemerkt als een veilig land van herkomst overeenkomstig deze verordening, vindt plaats op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Europese dienst voor extern optreden, de delegaties van de Unie in deze landen, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa, relevante internationale organisaties en nationale of internationale niet-gouvernementele organisaties, waarbij rekening wordt gehouden met de gemeenschappelijke analyse van de informatie over de landen van herkomst, zoals bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie). |
Or. en
Motivering
Bewoording in overeenstemming met amendement 27 van het standpunt van het Parlement inzake de verordening betreffende veilige landen van herkomst.
Amendement 1445
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beoordeling of een derde land mag worden aangemerkt als een veilig land van herkomst overeenkomstig deze verordening, vindt plaats op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Europese dienst voor extern optreden, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa alsook andere relevante organisaties, waarbij rekening wordt gehouden met de gemeenschappelijke analyse van de informatie over de landen van herkomst, zoals bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie). | 2. De beoordeling of een derde land mag worden aangemerkt als een veilig land van herkomst overeenkomstig deze verordening, vindt plaats op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie en de Europese dienst voor extern optreden, waarbij rekening wordt gehouden met de gemeenschappelijke analyse van de informatie over de landen van herkomst, zoals bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie). |
Or. en
Amendement 1446
Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Hilde Vautmans, Barbara Matera, Damiano Zoffoli, Michaela Šojdrová, Brando Benifei, Lara Comi, Barbara Kudrycka, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beoordeling of een derde land mag worden aangemerkt als een veilig land van herkomst overeenkomstig deze verordening, vindt plaats op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Europese dienst voor extern optreden, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa alsook andere relevante organisaties, waarbij rekening wordt gehouden met de gemeenschappelijke analyse van de informatie over de landen van herkomst, zoals bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie). | 2. De beoordeling of een derde land mag worden aangemerkt als een veilig land van herkomst overeenkomstig deze verordening, vindt plaats op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Europese dienst voor extern optreden, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa alsook andere relevante gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties, met inbegrip van organisaties die zich op kinderen richten, waarbij rekening wordt gehouden met de gemeenschappelijke analyse van de informatie over de landen van herkomst, zoals bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie). |
Or. en
Amendement 1447
Jeroen Lenaers
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. Indien een derde land wordt aangewezen als veilig land van herkomst, mag de mogelijkheid niet worden uitgesloten om bepaalde groepen aan te wijzen waarvoor dat specifieke land om redenen van geslacht, ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging niet als veilig kan worden beschouwd. |
Or. en
Amendement 1448
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 – lid 3 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) het achterwege laten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land; | (c) de naleving van het beginsel van non-refoulement overeenkomstig het Verdrag van Genève; |
Or. en
Motivering
Bewoording in overeenstemming met amendement 40 van het standpunt van het Parlement inzake de verordening betreffende veilige landen van herkomst.
Amendement 1449
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 – lid 3 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) het achterwege laten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land; | (c) het achterwege laten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging; |
Or. en
Amendement 1450
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 – lid 3 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) het achterwege laten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land; | (b) het achterwege laten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land; |
Or. bg
Amendement 1451
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 – lid 4 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) hij de nationaliteit van dat land heeft; of | (a) hij de nationaliteit van dat land of een permanente verblijfsstatus in dat land heeft; of |
Or. en
Amendement 1452
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 – lid 4 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 4 bis. De lidstaten passen het begrip van een veilig land van herkomst niet toe op verzoekers die tot een minderheid of groep personen behoren die in gevaar blijft in het licht van de situatie in het land van herkomst in kwestie, op basis van de in lid 2 van dit artikel genoemde informatiebronnen. |
Or. en
Motivering
Bewoording in overeenstemming met amendement 38 van het standpunt van het Parlement inzake de verordening betreffende veilige landen van herkomst.
Amendement 1453
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 48
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 48 | Schrappen |
Aanmerking op EU-niveau als veilig land van herkomst |
|
1. De in bijlage 1 bij deze verordening vermelde derde landen worden op EU-niveau als veilige landen van herkomst aangemerkt, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in artikel 47. |
|
2. De Commissie evalueert regelmatig de situatie in derde landen die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staan, met de hulp van het Asielagentschap van de Unie en op basis van de andere informatiebronnen als bedoeld in artikel 45, lid 2. |
|
3. Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake het Asielagentschap van de EU) kan de Commissie het Asielagentschap van de Unie verzoeken haar inlichtingen te verschaffen over specifieke derde landen die in aanmerking zouden kunnen komen voor vermelding op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. |
|
4. De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen tot schorsing van de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst onder de voorwaarden van artikel 49. |
|
Or. en
Amendement 1454
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 48
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 48 | Schrappen |
Aanmerking op EU-niveau als veilig land van herkomst |
|
1. De in bijlage 1 bij deze verordening vermelde derde landen worden op EU-niveau als veilige landen van herkomst aangemerkt, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in artikel 47. |
|
2. De Commissie evalueert regelmatig de situatie in derde landen die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staan, met de hulp van het Asielagentschap van de Unie en op basis van de andere informatiebronnen als bedoeld in artikel 45, lid 2. |
|
3. Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake het Asielagentschap van de EU) kan de Commissie het Asielagentschap van de Unie verzoeken haar inlichtingen te verschaffen over specifieke derde landen die in aanmerking zouden kunnen komen voor vermelding op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. |
|
4. De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen tot schorsing van de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst onder de voorwaarden van artikel 49. |
|
Or. en
Amendement 1455
Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. De Europese Commissie neemt de situatie in derde landen regelmatig onder de loep en gaat geregeld na of het gepast is om voor te stellen deze landen op te nemen in de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. In voorkomend geval formuleert de Commissie een voorstel om de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen uit te breiden na een onderbouwde beoordeling van de naleving door de betreffende landen van de in artikel 47 van deze verordening genoemde criteria. |
Or. fr
Amendement 1456
Rachida Dati
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 1 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 ter. De lidstaten kunnen de Commissie voorstellen doen om derde landen aan bijlage 1 van deze verordening toe te voegen. De Commissie moet deze voorstellen in dat geval binnen zes maanden beoordelen op basis van een aantal informatiebronnen die tot haar beschikking staan, en indien relevant formuleert zij een voorstel om bijlage 1 van deze verordening te wijzigen. |
Or. fr
Amendement 1457
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De Commissie evalueert regelmatig de situatie in derde landen die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staan, met de hulp van het Asielagentschap van de Unie en op basis van de andere informatiebronnen als bedoeld in artikel 45, lid 2. | 2. De Commissie evalueert voortdurend de situatie in derde landen die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staan of waarvan de vermelding op die lijst is geschorst overeenkomstig artikel 49. Ook zal zij de naleving door deze landen van de voorwaarden voor aanmerking als veilig land van herkomst zoals vervat in artikel 47, voortdurend evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Unie en op basis van de andere informatiebronnen als bedoeld in artikel 47, lid 2. Zij houdt het Europees Parlement op de hoogte en informeert het tijdig. |
Or. en
Motivering
Bewoording in overeenstemming met amendement 27 van het standpunt van het Parlement inzake de verordening betreffende veilige landen van herkomst.
Amendement 1458
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De Commissie evalueert regelmatig de situatie in derde landen die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staan, met de hulp van het Asielagentschap van de Unie en op basis van de andere informatiebronnen als bedoeld in artikel 45, lid 2. | 2. De Commissie evalueert regelmatig de situatie in derde landen die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staan en derde landen die in de toekomst mogelijk op deze lijst zullen komen te staan, met de hulp van het Asielagentschap van de Unie en op basis van de andere informatiebronnen als bedoeld in artikel 45, lid 2. |
Or. en
Amendement 1459
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. De Commissie raadpleegt het Asielagentschap van de Europese Unie in het kader van haar regelmatige onderzoeken naar de situatie in derde landen die zijn opgenomen op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, inclusief de landen waarvan de vermelding is geschorst. De Commissie kan het Asielagentschap van de Europese Unie om toetsing van de situatie in dergelijke derde landen verzoeken teneinde te beoordelen of aan de criteria van artikel 47 wordt voldaan. |
| Bij een herziening van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst raadpleegt de Commissie internationale organisaties, met name de UNHCR, en relevante organisaties van het maatschappelijk middenveld alsook personen met aantoonbare landenspecifieke en mensenrechtenexpertise. |
Or. en
Motivering
Bewoording in overeenstemming met amendement 34, leden 1 en 2, van het standpunt van het Parlement inzake de verordening betreffende veilige landen van herkomst.
Amendement 1460
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen tot schorsing van de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst onder de voorwaarden van artikel 49. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het relevante gedeelte van deze tekst is verplaatst naar artikel 49.
Amendement 1461
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen tot schorsing van de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst onder de voorwaarden van artikel 49. | 4. De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen tot opname van een derde land en schorsing van de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst onder de voorwaarden van artikel 49. |
Or. en
Amendement 1462
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 49
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 49 | Schrappen |
Schorsing en beëindiging van de aanmerking op het niveau van de Unie van een derde land als veilig derde land of van de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst |
|
1. In geval van plotselinge veranderingen in de situatie van een derde land dat op het niveau van de Unie is aangemerkt als veilig derde land of dat is vermeld op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, beoordeelt de Commissie gemotiveerd of dat land voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld in artikel 45 of artikel 47 en stelt zij, indien zij van oordeel is dat niet meer aan deze voorwaarden wordt voldaan, een gedelegeerde handeling vast waarbij de aanmerking van dat derde land op het niveau van de Unie als veilig derde land of de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst voor de duur van zes maanden wordt geschorst. |
|
2. De Commissie evalueert de situatie in het betrokken derde land voortdurend, waarbij zij onder meer rekening houdt met de door de lidstaten verstrekte informatie over veranderingen in de situatie van dat land die zich naderhand voordoen. |
|
3. Wanneer de Commissie overeenkomstig lid 1 een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld waarbij de aanmerking op het niveau van de Unie van een derde land als veilig derde land of de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst wordt geschorst, dient zij binnen drie maanden na de datum van vaststelling van die gedelegeerde handeling, overeenkomstig de gewone wetgevingsprocedure, een voorstel in tot wijziging van deze verordening ter beëindiging van de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of verwijdering van dat land van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. |
|
4. Wanneer een dergelijk voorstel door de Commissie niet wordt ingediend binnen drie maanden na de vaststelling van de gedelegeerde handeling als bedoeld in lid 2, is de gedelegeerde handeling waarbij de aanmerking op het niveau van de Unie van het derde land als veilig derde land of de vermelding van het derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst wordt geschorst, niet langer van kracht. Wanneer een dergelijk voorstel door de Commissie binnen drie maanden is ingediend, is de Commissie bevoegd om, op basis van een gemotiveerde beoordeling, de geldigheidsduur van deze gedelegeerde handeling te verlengen voor een periode van zes maanden, welke periode één keer met nog eens zes maanden kan worden verlengd. |
|
Or. en
Amendement 1463
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Schorsing en beëindiging van de aanmerking op het niveau van de Unie van een derde land als veilig derde land of van de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst | Schorsing van de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ingediend ter wille van de samenhang met eerdere en latere amendementen.
Amendement 1464
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid -1 (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| -1. De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen tot schorsing van de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst onder de voorwaarden van dit artikel. |
Or. en
Motivering
Deze tekst is vanuit artikel 48, lid 4, hier geplaatst, aangezien het specifiek verband houdt met schorsing van de vermelding van derde landen op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst.
Amendement 1465
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. In geval van plotselinge veranderingen in de situatie van een derde land dat op het niveau van de Unie is aangemerkt als veilig derde land of dat is vermeld op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, beoordeelt de Commissie gemotiveerd of dat land voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld in artikel 45 of artikel 47 en stelt zij, indien zij van oordeel is dat niet meer aan deze voorwaarden wordt voldaan, een gedelegeerde handeling vast waarbij de aanmerking van dat derde land op het niveau van de Unie als veilig derde land of de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst voor de duur van zes maanden wordt geschorst. | 1. Indien plotselinge veranderingen in de situatie van een derde land dat is vermeld op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst ertoe kunnen leiden dat dat land niet meer voldoet aan de voorwaarden voor de aanmerking van een land als veilig land van herkomst, beoordeelt de Commissie onmiddellijk en met spoed gemotiveerd of dat land voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld in artikel 47, en stelt zij, indien niet meer aan deze voorwaarden wordt voldaan, overeenkomstig artikel 290 VWEU zo spoedig mogelijk een gedelegeerde handeling vast waarbij de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst voor de duur van zes maanden wordt geschorst. |
Or. en
Motivering
Bewoording in overeenstemming met amendement 31 van het standpunt van het Parlement inzake de verordening betreffende veilige landen van herkomst.
Amendement 1466
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. In geval van plotselinge veranderingen in de situatie van een derde land dat op het niveau van de Unie is aangemerkt als veilig derde land of dat is vermeld op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, beoordeelt de Commissie gemotiveerd of dat land voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld in artikel 45 of artikel 47 en stelt zij, indien zij van oordeel is dat niet meer aan deze voorwaarden wordt voldaan, een gedelegeerde handeling vast waarbij de aanmerking van dat derde land op het niveau van de Unie als veilig derde land of de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst voor de duur van zes maanden wordt geschorst. | 1. In geval van plotselinge veranderingen in de situatie van een derde land dat is vermeld op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, beoordeelt de Commissie gemotiveerd of dat land voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld in of artikel 47 en stelt zij, indien zij van oordeel is dat niet meer aan deze voorwaarden wordt voldaan, een gedelegeerde handeling vast waarbij de aanmerking van dat derde land op het niveau van de Unie als veilig derde land of de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst voor de duur van zes maanden wordt geschorst. |
Or. en
Amendement 1467
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. In geval van plotselinge veranderingen in de situatie van een derde land dat op het niveau van de Unie is aangemerkt als veilig derde land of dat is vermeld op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, beoordeelt de Commissie gemotiveerd of dat land voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld in artikel 45 of artikel 47 en stelt zij, indien zij van oordeel is dat niet meer aan deze voorwaarden wordt voldaan, een gedelegeerde handeling vast waarbij de aanmerking van dat derde land op het niveau van de Unie als veilig derde land of de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst voor de duur van zes maanden wordt geschorst. | 1. In geval van plotselinge veranderingen in de situatie van een derde land dat op het niveau van de Unie is aangemerkt als veilig derde land of dat is vermeld op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, beoordeelt de Commissie gemotiveerd of dat land voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld in artikel 45 of artikel 47 en stelt zij, indien zij van oordeel is dat niet meer aan deze voorwaarden wordt voldaan, een gedelegeerde handeling vast waarbij de aanmerking van dat derde land op het niveau van de Unie als veilig derde land of de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst voor de duur van drie maanden wordt geschorst. |
Or. en
Amendement 1468
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. Wanneer gedurende de periode van schorsing uit de beschikbare informatie blijkt dat de situatie in het derde land weer voldoet aan de voorwaarden van artikel 47, zal de Commissie niet eerder dan zes maanden na de aanneming van het besluit tot schorsing, overeenkomstig lid 1 hiervoor, een besluit vaststellen om de schorsing van de vermelding van dat land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst in overeenstemming met artikel 290 VWEU in te trekken. |
Or. en
Motivering
Bewoording in overeenstemming met amendement 32 van het standpunt van het Parlement inzake de verordening betreffende veilige landen van herkomst.
Amendement 1469
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 2 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 ter. De UNHCR, niet-gouvernementele organisaties en afzonderlijke deskundigen met aantoonbare landenspecifieke en mensenrechtenexpertise kunnen de Commissie verzoeken de vermelding van een land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst te schorsen dan wel dat land van de lijst te schrappen. Een daartoe strekkend verzoek bevat een gedetailleerde beschrijving van de mensenrechtensituatie en de aanhoudende mensenrechtenschendingen in het land in kwestie. Hierin wordt ook nader toegelicht waarom niet aan de criteria van artikel 47 wordt voldaan ter motivering van de schorsing of verwijdering van dat land van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. Behalve in gevallen waarin de Commissie het verzoek niet-ontvankelijk, niet-onderbouwd of repetitief acht, gaat zij over tot een beoordeling van de in dergelijke verzoeken verstrekte informatie. |
Or. en
Motivering
Bewoording in overeenstemming met amendement 34, lid 3, van het standpunt van het Parlement inzake de verordening betreffende veilige landen van herkomst.
Amendement 1470
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wanneer de Commissie overeenkomstig lid 1 een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld waarbij de aanmerking op het niveau van de Unie van een derde land als veilig derde land of de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst wordt geschorst, dient zij binnen drie maanden na de datum van vaststelling van die gedelegeerde handeling, overeenkomstig de gewone wetgevingsprocedure, een voorstel in tot wijziging van deze verordening ter beëindiging van de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of verwijdering van dat land van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het relevante gedeelte van deze tekst is verplaatst naar artikel 49 bis.
Amendement 1471
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wanneer de Commissie overeenkomstig lid 1 een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld waarbij de aanmerking op het niveau van de Unie van een derde land als veilig derde land of de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst wordt geschorst, dient zij binnen drie maanden na de datum van vaststelling van die gedelegeerde handeling, overeenkomstig de gewone wetgevingsprocedure, een voorstel in tot wijziging van deze verordening ter beëindiging van de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of verwijdering van dat land van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. | 3. Wanneer de Commissie overeenkomstig lid 1 een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld waarbij de aanmerking op het niveau van de Unie van een derde land als veilig derde land of de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst wordt geschorst, dient zij binnen drie maanden na de datum van vaststelling van die gedelegeerde handeling, overeenkomstig de gewone wetgevingsprocedure, een voorstel in tot wijziging van deze richtlijn ter beëindiging van de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of verwijdering van dat land van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. |
Or. en
Amendement 1472
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer een dergelijk voorstel door de Commissie niet wordt ingediend binnen drie maanden na de vaststelling van de gedelegeerde handeling als bedoeld in lid 2, is de gedelegeerde handeling waarbij de aanmerking op het niveau van de Unie van het derde land als veilig derde land of de vermelding van het derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst wordt geschorst, niet langer van kracht. Wanneer een dergelijk voorstel door de Commissie binnen drie maanden is ingediend, is de Commissie bevoegd om, op basis van een gemotiveerde beoordeling, de geldigheidsduur van deze gedelegeerde handeling te verlengen voor een periode van zes maanden, welke periode één keer met nog eens zes maanden kan worden verlengd. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het relevante gedeelte van deze tekst is verplaatst naar artikel 49 bis.
Amendement 1473
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer een dergelijk voorstel door de Commissie niet wordt ingediend binnen drie maanden na de vaststelling van de gedelegeerde handeling als bedoeld in lid 2, is de gedelegeerde handeling waarbij de aanmerking op het niveau van de Unie van het derde land als veilig derde land of de vermelding van het derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst wordt geschorst, niet langer van kracht. Wanneer een dergelijk voorstel door de Commissie binnen drie maanden is ingediend, is de Commissie bevoegd om, op basis van een gemotiveerde beoordeling, de geldigheidsduur van deze gedelegeerde handeling te verlengen voor een periode van zes maanden, welke periode één keer met nog eens zes maanden kan worden verlengd. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1474
Laura Ferrara
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer een dergelijk voorstel door de Commissie niet wordt ingediend binnen drie maanden na de vaststelling van de gedelegeerde handeling als bedoeld in lid 2, is de gedelegeerde handeling waarbij de aanmerking op het niveau van de Unie van het derde land als veilig derde land of de vermelding van het derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst wordt geschorst, niet langer van kracht. Wanneer een dergelijk voorstel door de Commissie binnen drie maanden is ingediend, is de Commissie bevoegd om, op basis van een gemotiveerde beoordeling, de geldigheidsduur van deze gedelegeerde handeling te verlengen voor een periode van zes maanden, welke periode één keer met nog eens zes maanden kan worden verlengd. | 4. Wanneer een dergelijk voorstel door de Commissie binnen drie maanden is ingediend, is de Commissie bevoegd om, op basis van een gemotiveerde beoordeling, de geldigheidsduur van deze gedelegeerde handeling te verlengen voor een periode van zes maanden, welke periode één keer met nog eens zes maanden kan worden verlengd. |
Or. it
Amendement 1475
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Artikel 49 bis |
| Verwijdering van een derde land van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst |
| 1. Wanneer de Commissie overeenkomstig Artikel 49, lid 1, een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld waarbij de aanmelding van een derde land als veilig land van herkomst wordt geschorst, dient zij binnen zes maanden na de datum van vaststelling van die gedelegeerde handeling, overeenkomstig de gewone wetgevingsprocedure, een voorstel in tot wijziging van deze verordening ter verwijdering van dat derde land van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. |
| 2. Wanneer een dergelijk wetgevingsvoorstel door de Commissie binnen drie maanden is ingediend, is de Commissie bevoegd om, op basis van een gemotiveerde beoordeling, de geldigheidsduur van deze gedelegeerde handeling te verlengen voor een periode van zes maanden, welke periode één keer met nog eens zes maanden kan worden verlengd. |
| 3. Elke wijziging van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst wordt vastgesteld volgens de gewone wetgevingsprocedure. Daartoe: |
| neemt de Commissie de situatie in derde landen regelmatig onder de loep en gaat zij geregeld na of het gepast is om voor te stellen om deze landen op te nemen in de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst; |
| formuleert de Commissie, waar passend, een voorstel tot uitbreiding van de gemeenschappelijke lijst van veilige landen van herkomst na een onderbouwde beoordeling van de vraag of de aan de lijst toe te voegen landen voldoen aan de criteria van artikel 47. |
| De beoordeling van de vraag of een land een veilig land van herkomst is overeenkomstig dit artikel wordt gebaseerd op een reeks informatiebronnen, waaronder met name regelmatige verslagen van de EDEO en informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties, en nationale of internationale niet-gouvernementele organisaties. |
Or. en
Motivering
Het is gemakkelijker om deze artikelen te begrijpen indien onderscheid wordt gemaakt tussen de schorsing van de vermelding van een land op de lijst en het verwijderen van een land van de lijst, aangezien het hier om twee verschillende procedures gaat. Het voorgestelde amendement is gebaseerd op amendementen 28 en 32 van het standpunt van het Parlement inzake de verordening betreffende veilige landen van herkomst, ter wille van de samenhang met eerdere amendementen inzake veilige derde landen, en om de samenhang van de tekst als geheel te waarborgen.
Amendement 1476
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 50
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 50 | Schrappen |
Aanmerking op nationaal niveau van derde landen als veilig derde land of veilig land van herkomst |
|
1. Gedurende een periode van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening kunnen de lidstaten met het oog op de behandeling van verzoeken om internationale bescherming wetgeving handhaven of invoeren die voorziet in de nationale aanmerking als veilig derde land of veilig land van herkomst van andere landen dan die welke op het niveau van de Unie als zodanig zijn aangemerkt of op de gemeenschappelijke EU-lijst in bijlage 1 zijn vermeld. |
|
2. Wanneer de aanmerking van een derde land op het niveau van de Unie als veilig derde land of de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst in bijlage 1 bij deze verordening is geschorst ingevolge artikel 49, lid 1, merken de lidstaten dat land niet op nationaal niveau aan als veilig derde land of veilig derde land van oorsprong en passen zij evenmin het begrip "veilig derde land" op een ad hocbasis met betrekking tot een specifieke verzoeker toe. |
|
3. |
|
Wanneer een derde land niet langer op het niveau van de Unie wordt aangemerkt als veilig derde land of een derde land werd verwijderd van de lijst in bijlage I bij de verordening volgens de gewone wetgevingsprocedure, kan een lidstaat de Commissie meedelen dat hij van mening is dat het land, als gevolg van wijzigingen in de situatie daar, opnieuw voldoet aan de voorwaarden van artikel 45, lid 1, en artikel 47. |
|
De mededeling gaat vergezeld van een gemotiveerde beoordeling van de mate waarin dat land de voorwaarden van artikel 45, lid 1, en artikel 47 vervult, met daarbij een toelichting inzake de specifieke veranderingen in de situatie van het derde land waardoor het land opnieuw aan deze voorwaarden voldoet. |
|
De lidstaat die de mededeling doet, mag dat derde land alleen op nationaal niveau aanmerken als een veilig derde land of als een veilig land van herkomst wanneer de Commissie daar geen bezwaar tegen maakt. |
|
4. Onmiddellijk nadat een derde land op nationaal niveau is aangemerkt als veilig derde land of veilig land van herkomst, stellen de lidstaten de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie daarvan in kennis. De lidstaten delen de Commissie en het Agentschap eenmaal per jaar mee op welke andere veilige derde landen dit begrip met betrekking tot specifieke verzoekers ad-hoc is toegepast. |
|
Or. en
Amendement 1477
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 50
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 50 | Schrappen |
Aanmerking op nationaal niveau van derde landen als veilig derde land of veilig land van herkomst |
|
1. Gedurende een periode van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening kunnen de lidstaten met het oog op de behandeling van verzoeken om internationale bescherming wetgeving handhaven of invoeren die voorziet in de nationale aanmerking als veilig derde land of veilig land van herkomst van andere landen dan die welke op het niveau van de Unie als zodanig zijn aangemerkt of op de gemeenschappelijke EU-lijst in bijlage 1 zijn vermeld. |
|
2. Wanneer de aanmerking van een derde land op het niveau van de Unie als veilig derde land of de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst in bijlage 1 bij deze verordening is geschorst ingevolge artikel 49, lid 1, merken de lidstaten dat land niet op nationaal niveau aan als veilig derde land of veilig derde land van oorsprong en passen zij evenmin het begrip "veilig derde land" op een ad hocbasis met betrekking tot een specifieke verzoeker toe. |
|
3. |
|
Wanneer een derde land niet langer op het niveau van de Unie wordt aangemerkt als veilig derde land of een derde land werd verwijderd van de lijst in bijlage I bij de verordening volgens de gewone wetgevingsprocedure, kan een lidstaat de Commissie meedelen dat hij van mening is dat het land, als gevolg van wijzigingen in de situatie daar, opnieuw voldoet aan de voorwaarden van artikel 45, lid 1, en artikel 47. |
|
De mededeling gaat vergezeld van een gemotiveerde beoordeling van de mate waarin dat land de voorwaarden van artikel 45, lid 1, en artikel 47 vervult, met daarbij een toelichting inzake de specifieke veranderingen in de situatie van het derde land waardoor het land opnieuw aan deze voorwaarden voldoet. |
|
De lidstaat die de mededeling doet, mag dat derde land alleen op nationaal niveau aanmerken als een veilig derde land of als een veilig land van herkomst wanneer de Commissie daar geen bezwaar tegen maakt. |
|
4. Onmiddellijk nadat een derde land op nationaal niveau is aangemerkt als veilig derde land of veilig land van herkomst, stellen de lidstaten de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie daarvan in kennis. De lidstaten delen de Commissie en het Agentschap eenmaal per jaar mee op welke andere veilige derde landen dit begrip met betrekking tot specifieke verzoekers ad-hoc is toegepast. |
|
Or. en
Amendement 1478
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Gedurende een periode van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening kunnen de lidstaten met het oog op de behandeling van verzoeken om internationale bescherming wetgeving handhaven of invoeren die voorziet in de nationale aanmerking als veilig derde land of veilig land van herkomst van andere landen dan die welke op het niveau van de Unie als zodanig zijn aangemerkt of op de gemeenschappelijke EU-lijst in bijlage 1 zijn vermeld. | 1. Gedurende een periode van drie jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening kunnen de lidstaten met het oog op de behandeling van verzoeken om internationale bescherming wetgeving handhaven of invoeren die voorziet in de nationale aanmerking als veilig derde land of veilig land van herkomst van andere landen dan die welke op het niveau van de Unie als zodanig zijn aangemerkt of op de gemeenschappelijke EU-lijst in bijlage 1 zijn vermeld. |
Or. en
Motivering
Bewoording in overeenstemming met amendement 28, onder b), en amendement 41 van het standpunt van het Parlement inzake de verordening betreffende veilige landen van herkomst.
Amendement 1479
Monika Hohlmeier, Heinz K. Becker
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Gedurende een periode van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening kunnen de lidstaten met het oog op de behandeling van verzoeken om internationale bescherming wetgeving handhaven of invoeren die voorziet in de nationale aanmerking als veilig derde land of veilig land van herkomst van andere landen dan die welke op het niveau van de Unie als zodanig zijn aangemerkt of op de gemeenschappelijke EU-lijst in bijlage 1 zijn vermeld. | 1. De lidstaten kunnen met het oog op de behandeling van verzoeken om internationale bescherming wetgeving handhaven of invoeren die voorziet in de nationale aanmerking als veilig derde land of veilig land van herkomst van andere landen dan die welke op het niveau van de Unie als zodanig zijn aangemerkt of op de gemeenschappelijke EU-lijst in bijlage 1 zijn vermeld. Het aanmerken op nationaal niveau van veilige derde landen of veilige landen van herkomst wordt door de aanmerkende lidstaat beschouwd als aanvulling op de aanmerking van veilige derde landen of veilige landen van herkomst op EU-niveau. |
Or. en
Amendement 1480
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Gedurende een periode van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening kunnen de lidstaten met het oog op de behandeling van verzoeken om internationale bescherming wetgeving handhaven of invoeren die voorziet in de nationale aanmerking als veilig derde land of veilig land van herkomst van andere landen dan die welke op het niveau van de Unie als zodanig zijn aangemerkt of op de gemeenschappelijke EU-lijst in bijlage 1 zijn vermeld. | 1. De lidstaten kunnen met het oog op de behandeling van verzoeken om internationale bescherming wetgeving handhaven of invoeren die voorziet in de nationale aanmerking als veilig derde land of veilig land van herkomst van andere landen dan die welke op het niveau van de Unie als zodanig zijn aangemerkt of op de gemeenschappelijke EU-lijst in bijlage 1 zijn vermeld. |
Or. en
Amendement 1481
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 1 – letter a (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (a) De lidstaten stellen de Commissie in kennis van alle wijzigingen die worden aangebracht in hun nationale lijst. |
Or. en
Amendement 1482
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 1 – letter b (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (b) De lidstaten kunnen voorstellen derde landen aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst toe te voegen. De Commissie behandelt die voorstellen binnen een termijn van zes maanden op basis van een reeks beschikbare informatiebronnen, met name verslagen van de EDEO en informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Unie, de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties en nationale of internationale niet-gouvernementele organisaties. Wanneer de Commissie besluit dat de opname van een derde land gegrond is, formuleert zij een voorstel tot uitbreiding van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. |
Or. en
Amendement 1483
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 1 – letter c (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c) Wanneer een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst krachtens artikel 49, lid 1, van deze verordening wordt geschorst, mogen de lidstaten dat land op nationaal niveau niet als een veilig land van herkomst aanmerken. |
Or. en
Amendement 1484
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 1 – letter d (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (d) Wanneer een derde land krachtens artikel 49 bis, van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst wordt verwijderd, kan een lidstaat de Commissie melden dat hij van mening is dat het derde land na veranderingen in de situatie van dat land opnieuw voldoet aan de voorwaarden in bijlage I bij deze richtlijn om aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst te worden toegevoegd. |
| De Commissie onderzoekt elke melding van een lidstaat en dient, indien gepast, een voorstel in bij het Europees Parlement en de Raad om de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst in die zin te wijzigen. |
| Indien de Commissie besluit een dergelijk voorstel niet in te dienen, mogen de lidstaten dat land op nationaal niveau niet als een veilig land van herkomst aanmerken. |
Or. en
Amendement 1485
Monika Hohlmeier, Heinz K. Becker
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. Onmiddellijk nadat een derde land op nationaal niveau is aangemerkt als veilig derde land of veilig land van herkomst, stellen de lidstaten de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie daarvan in kennis. De lidstaten delen de Commissie en het Agentschap eenmaal per jaar mee op welke andere veilige derde landen dit begrip met betrekking tot specifieke verzoekers ad hoc is toegepast. |
Or. en
Motivering
Deze tekst stond in artikel 50, lid 4, en is naar boven geschoven.
Amendement 1486
Kinga Gál
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Wanneer de aanmerking van een derde land op het niveau van de Unie als veilig derde land of de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst in bijlage 1 bij deze verordening is geschorst ingevolge artikel 49, lid 1, merken de lidstaten dat land niet op nationaal niveau aan als veilig derde land of veilig derde land van oorsprong en passen zij evenmin het begrip "veilig derde land" op een ad- hocbasis met betrekking tot een specifieke verzoeker toe. | Schrappen |
Or. hu
Amendement 1487
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Wanneer de aanmerking van een derde land op het niveau van de Unie als veilig derde land of de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst in bijlage 1 bij deze verordening is geschorst ingevolge artikel 49, lid 1, merken de lidstaten dat land niet op nationaal niveau aan als veilig derde land of veilig derde land van oorsprong en passen zij evenmin het begrip "veilig derde land" op een ad hocbasis met betrekking tot een specifieke verzoeker toe. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het relevante gedeelte van deze tekst is naar lid 1 verplaatst.
Amendement 1488
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Wanneer de aanmerking van een derde land op het niveau van de Unie als veilig derde land of de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst in bijlage 1 bij deze verordening is geschorst ingevolge artikel 49, lid 1, merken de lidstaten dat land niet op nationaal niveau aan als veilig derde land of veilig derde land van oorsprong en passen zij evenmin het begrip "veilig derde land" op een ad hocbasis met betrekking tot een specifieke verzoeker toe. | 2. Wanneer de aanmerking van een derde land op het niveau van de Unie als veilig derde land of de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst in bijlage 1 bij deze verordening is geschorst ingevolge artikel 49, lid 1, merken de lidstaten dat land niet zonder redelijke grond op nationaal niveau aan als veilig derde land of veilig derde land van oorsprong en passen zij evenmin het begrip "veilig derde land" op een ad hocbasis met betrekking tot een specifieke verzoeker toe. |
Or. en
Amendement 1489
Kinga Gál
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 3 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Wanneer een derde land niet langer op het niveau van de Unie wordt aangemerkt als veilig derde land of een derde land werd verwijderd van de lijst in bijlage I bij de verordening volgens de gewone wetgevingsprocedure, kan een lidstaat de Commissie meedelen dat hij van mening is dat het land, als gevolg van wijzigingen in de situatie daar, opnieuw voldoet aan de voorwaarden van artikel 45, lid 1, en artikel 47. | Schrappen |
Or. hu
Amendement 1490
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 3 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Wanneer een derde land niet langer op het niveau van de Unie wordt aangemerkt als veilig derde land of een derde land werd verwijderd van de lijst in bijlage I bij de verordening volgens de gewone wetgevingsprocedure, kan een lidstaat de Commissie meedelen dat hij van mening is dat het land, als gevolg van wijzigingen in de situatie daar, opnieuw voldoet aan de voorwaarden van artikel 45, lid 1, en artikel 47. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Dit amendement wordt voorgesteld ter wille van de samenhang met het amendement op lid 1.
Amendement 1491
Monika Hohlmeier, Heinz K. Becker
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 3 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Wanneer een derde land niet langer op het niveau van de Unie wordt aangemerkt als veilig derde land of een derde land werd verwijderd van de lijst in bijlage I bij de verordening volgens de gewone wetgevingsprocedure, kan een lidstaat de Commissie meedelen dat hij van mening is dat het land, als gevolg van wijzigingen in de situatie daar, opnieuw voldoet aan de voorwaarden van artikel 45, lid 1, en artikel 47. | Wanneer een derde land niet langer op het niveau van de Unie wordt aangemerkt als veilig derde land of een derde land werd verwijderd van de lijst in bijlage I bij de verordening volgens de gewone wetgevingsprocedure, deelt een lidstaat de Commissie mee of hij van mening is dat het land, als gevolg van wijzigingen in de situatie daar, opnieuw voldoet aan de voorwaarden van de lidstaat om op nationaal niveau te worden aangemerkt als een veilig derde land of een veilig land van herkomst. |
Or. en
Amendement 1492
Kinga Gál
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 3 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De mededeling gaat vergezeld van een gemotiveerde beoordeling van de mate waarin dat land de voorwaarden van artikel 45, lid 1, en artikel 47 vervult, met daarbij een toelichting inzake de specifieke veranderingen in de situatie van het derde land waardoor het land opnieuw aan deze voorwaarden voldoet. | Schrappen |
Or. hu
Amendement 1493
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 3 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De mededeling gaat vergezeld van een gemotiveerde beoordeling van de mate waarin dat land de voorwaarden van artikel 45, lid 1, en artikel 47 vervult, met daarbij een toelichting inzake de specifieke veranderingen in de situatie van het derde land waardoor het land opnieuw aan deze voorwaarden voldoet. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Dit amendement wordt voorgesteld ter wille van de samenhang met het amendement op lid 1.
Amendement 1494
Monika Hohlmeier, Heinz K. Becker
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 3 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De mededeling gaat vergezeld van een gemotiveerde beoordeling van de mate waarin dat land de voorwaarden van artikel 45, lid 1, en artikel 47 vervult, met daarbij een toelichting inzake de specifieke veranderingen in de situatie van het derde land waardoor het land opnieuw aan deze voorwaarden voldoet. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1495
Kinga Gál
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 3 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaat die de mededeling doet, mag dat derde land alleen op nationaal niveau aanmerken als een veilig derde land of als een veilig land van herkomst wanneer de Commissie daar geen bezwaar tegen maakt. | Schrappen |
Or. hu
Amendement 1496
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 3 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaat die de mededeling doet, mag dat derde land alleen op nationaal niveau aanmerken als een veilig derde land of als een veilig land van herkomst wanneer de Commissie daar geen bezwaar tegen maakt. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1497
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 3 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaat die de mededeling doet, mag dat derde land alleen op nationaal niveau aanmerken als een veilig derde land of als een veilig land van herkomst wanneer de Commissie daar geen bezwaar tegen maakt. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Dit amendement wordt voorgesteld ter wille van de samenhang met het amendement op lid 1.
Amendement 1498
Monika Hohlmeier, Heinz K. Becker
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 3 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaat die de mededeling doet, mag dat derde land alleen op nationaal niveau aanmerken als een veilig derde land of als een veilig land van herkomst wanneer de Commissie daar geen bezwaar tegen maakt. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1499
Kinga Gál
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Onmiddellijk nadat een derde land op nationaal niveau is aangemerkt als veilig derde land of veilig land van herkomst, stellen de lidstaten de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie daarvan in kennis. De lidstaten delen de Commissie en het Agentschap eenmaal per jaar mee op welke andere veilige derde landen dit begrip met betrekking tot specifieke verzoekers ad-hoc is toegepast. | Schrappen |
Or. hu
Amendement 1500
Monika Hohlmeier, Heinz K. Becker
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Onmiddellijk nadat een derde land op nationaal niveau is aangemerkt als veilig derde land of veilig land van herkomst, stellen de lidstaten de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie daarvan in kennis. De lidstaten delen de Commissie en het Agentschap eenmaal per jaar mee op welke andere veilige derde landen dit begrip met betrekking tot specifieke verzoekers ad-hoc is toegepast. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Deze tekst is naar boven verschoven, naar het nieuwe lid 1 bis van artikel 50.
Amendement 1501
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 4 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 4 bis. Drie jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening kunnen alleen derde landen die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staan overeenkomstig deze verordening als veilige landen van herkomst worden beschouwd. |
Or. en
Motivering
Bewoording in overeenstemming met amendement 39 van het standpunt van het Parlement inzake de verordening betreffende veilige landen van herkomst.
Amendement 1502
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 51
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 51 | Schrappen |
Intrekking van de internationale bescherming |
|
De beslissingsautoriteit begint het onderzoek inzake de intrekking van de internationale bescherming van een bepaald persoon wanneer er nieuwe elementen of bevindingen naar voren zijn gekomen waaruit blijkt dat er redenen zijn om de geldigheid van zijn internationale bescherming te heroverwegen, met name in de gevallen als bedoeld in de artikelen 15 en 21 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). |
|
Or. en
Amendement 1503
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini, Jean Lambert
Voorstel voor een verordening
Artikel 51
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 51 | Schrappen |
Intrekking van de internationale bescherming |
|
De beslissingsautoriteit begint het onderzoek inzake de intrekking van de internationale bescherming van een bepaald persoon wanneer er nieuwe elementen of bevindingen naar voren zijn gekomen waaruit blijkt dat er redenen zijn om de geldigheid van zijn internationale bescherming te heroverwegen, met name in de gevallen als bedoeld in de artikelen 15 en 21 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). |
|
Or. en
Amendement 1504
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Artikel 51 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De beslissingsautoriteit begint het onderzoek inzake de intrekking van de internationale bescherming van een bepaald persoon wanneer er nieuwe elementen of bevindingen naar voren zijn gekomen waaruit blijkt dat er redenen zijn om de geldigheid van zijn internationale bescherming te heroverwegen, met name in de gevallen als bedoeld in de artikelen 15 en 21 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). | De beslissingsautoriteit kan het onderzoek inzake de intrekking van de internationale bescherming van een bepaald persoon beginnen in de gevallen als bedoeld in de artikelen 15 en 21 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). |
Or. en
Motivering
De gronden voor mogelijke intrekking van een status worden beschreven in de verordening asielnormen en moeten daar blijven. De bewoording hier is in overeenstemming met de tekst over de verordening asielnormen die is aangenomen door het Parlement.
Amendement 1505
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 51 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De beslissingsautoriteit begint het onderzoek inzake de intrekking van de internationale bescherming van een bepaald persoon wanneer er nieuwe elementen of bevindingen naar voren zijn gekomen waaruit blijkt dat er redenen zijn om de geldigheid van zijn internationale bescherming te heroverwegen, met name in de gevallen als bedoeld in de artikelen 15 en 21 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). | De beslissingsautoriteit begint zonder onnodige vertraging het onderzoek inzake de intrekking van de internationale bescherming van een bepaald persoon wanneer er nieuwe elementen of bevindingen naar voren zijn gekomen waaruit blijkt dat er redenen zijn om de geldigheid van zijn internationale bescherming te heroverwegen, met name in de gevallen als bedoeld in de artikelen 15 en 21 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). |
Or. en
Amendement 1506
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 52
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[...] | Schrappen |
Or. en
Amendement 1507
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 52 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Wanneer de bevoegde autoriteit overweegt de internationale bescherming in te trekken van een onderdaan van een derde land of staatloze, onder meer in het kader van een regelmatige nieuwe beoordeling van de status als bedoeld in de artikelen 15 en 21 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen), geniet de betrokkene met name de volgende waarborgen: | 1. Wanneer de bevoegde autoriteit overweegt de internationale bescherming in te trekken van een onderdaan van een derde land of staatloze, geniet de betrokkene met name de volgende waarborgen: |
Or. en
Amendement 1508
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Artikel 52 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Wanneer de bevoegde autoriteit overweegt de internationale bescherming in te trekken van een onderdaan van een derde land of staatloze, onder meer in het kader van een regelmatige nieuwe beoordeling van de status als bedoeld in de artikelen 15 en 21 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen), geniet de betrokkene met name de volgende waarborgen: | 1. Wanneer de bevoegde autoriteit overweegt de internationale bescherming in te trekken van een onderdaan van een derde land of staatloze, geniet de betrokkene met name de volgende waarborgen: |
Or. en
Motivering
De bewoording is in overeenstemming met het standpunt inzake de verordening asielnormen dat door het Parlement is aangenomen.
Amendement 1509
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 52 – lid 2 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de bevoegde autoriteit precieze en bijgewerkte informatie uit diverse bronnen kan inwinnen zoals, in voorkomend geval, informatie van het Asielagentschap van de Europese Unie en van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, wat betreft de algemene situatie die in de landen van herkomst van de betrokken personen heerst; en | (a) de bevoegde autoriteit precieze en bijgewerkte informatie kan inwinnen bij het Asielagentschap van de Europese Unie en van de Europese dienst voor extern optreden, wat betreft de algemene situatie die in de landen van herkomst van de betrokken personen heerst; en |
Or. en
Amendement 1510
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Artikel 52 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De beslissing van de bevoegde autoriteit om de internationale bescherming in te trekken, wordt schriftelijk meegedeeld. De redenen in feite en in rechte worden in de beslissing genoemd en informatie over de manier waarop de beslissing kan worden aangevochten, wordt schriftelijk verstrekt. | 3. De beslissing van de bevoegde autoriteit om de internationale bescherming in te trekken, wordt zonder onnodige vertraging en in geen geval meer dan zeven dagen nadat de beslissing is genomen, schriftelijk meegedeeld. De redenen in feite en in rechte worden in de beslissing genoemd. Informatie over hoe de beslissing kan worden aangevochten – met inbegrip van de relevante termijnen – wordt schriftelijk verstrekt. |
Or. en
Motivering
De bewoording is in overeenstemming gebracht met de bewoording van artikel 35, lid 2, inzake het informeren van verzoekers over de beslissing omtrent hun verzoek. Dezelfde bewoording zou moeten worden gebruikt voor beslissingen om internationale bescherming in te trekken.
Amendement 1511
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 52 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De beslissing van de bevoegde autoriteit om de internationale bescherming in te trekken, wordt schriftelijk meegedeeld. De redenen in feite en in rechte worden in de beslissing genoemd en informatie over de manier waarop de beslissing kan worden aangevochten, wordt schriftelijk verstrekt. | 3. De beslissing van de bevoegde autoriteit om de internationale bescherming in te trekken, wordt binnen twee maanden na aanvang van de procedure genomen en wordt schriftelijk meegedeeld. De redenen in feite en in rechte worden in de beslissing genoemd en informatie over de manier waarop de beslissing kan worden aangevochten, wordt schriftelijk verstrekt. |
Or. en
Amendement 1512
Sergei Stanishev
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 1 – letter a – punt i
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(i) waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard, als bedoeld in artikel 36, lid 1; | Schrappen |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met eerdere amendementen om ontvankelijkheidscontroles te schrappen als vereiste voorafgaand aan toepassing van de Dublinverordening.
Amendement 1513
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 1 – letter a – punt iii
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(iii) waarbij een verzoek is afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, als bedoeld in de artikelen 38 en 39; | (iii) waarbij een verzoek is afgewezen als expliciet of impliciet ingetrokken, als bedoeld in de artikelen 38 en 39; |
Or. en
Motivering
Ter wille van de samenhang met eerdere amendementen.
Amendement 1514
Anna Maria Corazza Bildt, Caterina Chinnici, Carlos Coelho
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 1 – letter b bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (b bis) een beslissing waarin wordt vastgesteld dat zij ouder dan 18 jaar zijn. |
Or. en
Amendement 1515
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Personen die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komen, hebben toegang tot een doeltreffende voorziening in rechte tegen een beslissing om een verzoek als ongegrond te beschouwen met betrekking tot de vluchtelingenstatus. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1516
Péter Niedermüller, Caterina Chinnici, Ana Gomes, Josef Weidenholzer
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. In het geval van verzoekers die beweren niet-begeleide minderjarigen te zijn, een genomen beslissing waarin hun leeftijd wordt vastgesteld, als bedoeld in artikel 24. |
Or. en
Motivering
Niet-begeleide minderjarigen moeten in staat worden gesteld een beslissing betreffende de bepaling van hun leeftijd aan te vechten.
Amendement 1517
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Een doeltreffende voorziening in rechte in de zin van lid 1 biedt een volledig onderzoek ex nunc van zowel de feitelijke als de juridische gronden, met inbegrip van, indien van toepassing, een onderzoek van de behoefte aan internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). | Schrappen |
De verzoeker mag alleen nieuwe elementen naar voren brengen die relevant zijn voor de behandeling van zijn verzoek en waarvan hij in een eerder stadium geen kennis had kunnen hebben of die betrekking hebben op wijzigingen in zijn situatie. |
|
Or. en
Amendement 1518
Péter Niedermüller, Caterina Chinnici, Ana Gomes, Josef Weidenholzer
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 3 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De verzoeker mag alleen nieuwe elementen naar voren brengen die relevant zijn voor de behandeling van zijn verzoek en waarvan hij in een eerder stadium geen kennis had kunnen hebben of die betrekking hebben op wijzigingen in zijn situatie. | Schrappen |
Or. en
Motivering
In een beroep moet rekening worden gehouden met alle elementen die door de verzoeker worden gepresenteerd, of deze nu in een vroeg stadium naar voren worden gebracht of niet.
Amendement 1519
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini, Bodil Valero
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 3 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De verzoeker mag alleen nieuwe elementen naar voren brengen die relevant zijn voor de behandeling van zijn verzoek en waarvan hij in een eerder stadium geen kennis had kunnen hebben of die betrekking hebben op wijzigingen in zijn situatie. | De verzoeker mag alle nieuwe elementen naar voren brengen die relevant zijn voor de behandeling van zijn verzoek. |
Or. en
Amendement 1520
Cecilia Wikström
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 3 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De verzoeker mag alleen nieuwe elementen naar voren brengen die relevant zijn voor de behandeling van zijn verzoek en waarvan hij in een eerder stadium geen kennis had kunnen hebben of die betrekking hebben op wijzigingen in zijn situatie. | De verzoeker mag alleen nieuwe elementen naar voren brengen die relevant zijn voor de behandeling van zijn verzoek. |
Or. en
Motivering
De verzoeker heeft geen reden om informatie achter te houden die zijn kans op bescherming zou vergroten. Deze aanvullende eis vergroot alleen het risico op langdurige rechtszaken over technische zaken die verband houden met de vraag of de informatie reeds bekend was, in plaats van dat de aandacht wordt gericht op inhoudelijke kwesties.
Amendement 1521
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Bodil Valero, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 bis. De verzoeker heeft recht op een mondelinge hoorzitting bij een hof van eerste aanleg of tribunaal. |
Or. en
Amendement 1522
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini, Bodil Valero
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Het beroep tegen de in lid 1 bedoelde beslissingen wordt ingesteld: | Het beroep tegen de in lid 1 bedoelde beslissingen wordt ingesteld binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving van een dergelijke beslissing. |
Or. en
Amendement 1523
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Het beroep tegen de in lid 1 bedoelde beslissingen wordt ingesteld: | Het beroep tegen de in lid 1 bedoelde beslissingen kan worden ingesteld: |
Or. en
Amendement 1524
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini, Bodil Valero
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) binnen één week in het geval van een beslissing waarbij een volgend verzoek niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond wordt verklaard; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1525
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) binnen één week in het geval van een beslissing waarbij een volgend verzoek niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond wordt verklaard; | (a) binnen een maand in het geval van een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard of in het geval van een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als ingetrokken, dan wel in het geval van een beslissing waarbij een verzoek in verband met een vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus wordt afgewezen. |
Or. en
Amendement 1526
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) binnen één week in het geval van een beslissing waarbij een volgend verzoek niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond wordt verklaard; | (a) binnen twee weken in het geval van een beslissing waarbij een volgend verzoek niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond wordt verklaard; |
Or. en
Motivering
Eén week is een onrealistisch korte termijn.
Amendement 1527
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) binnen één week in het geval van een beslissing waarbij een volgend verzoek niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond wordt verklaard; | (a) binnen 15 werkdagen in het geval van een beslissing waarbij een volgend verzoek wordt afgewezen; |
Or. en
Motivering
De door de Commissie voorgestelde termijnen zijn voor de verzoeker moeilijk te halen, in het bijzonder wanneer hij in detentie zit. Verzoekers moeten voldoende tijd krijgen om hun recht op een doeltreffende voorziening in rechte uit te oefenen.
Amendement 1528
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) binnen twee weken in het geval van een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard, een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als ongegrond of kennelijk ongegrond met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus na een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure of gedurende de detentie van de verzoeker; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1529
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) binnen twee weken in het geval van een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard, een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als ongegrond of kennelijk ongegrond met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus na een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure of gedurende de detentie van de verzoeker; | Schrappen |
Or. en
Amendement 1530
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) binnen twee weken in het geval van een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard, een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als ongegrond of kennelijk ongegrond met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus na een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure of gedurende de detentie van de verzoeker; | (b) binnen vier weken in het geval van een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard, een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet of impliciet ingetrokken, of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als ongegrond of kennelijk ongegrond met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus na een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure of gedurende de detentie van de verzoeker; |
Or. en
Amendement 1531
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) binnen twee weken in het geval van een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard, een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als ongegrond of kennelijk ongegrond met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus na een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure of gedurende de detentie van de verzoeker; | (b) binnen één week in het geval van een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard, een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als ongegrond of kennelijk ongegrond met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus na een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure of gedurende de detentie van de verzoeker; |
Or. bg
Amendement 1532
Monika Hohlmeier, Heinz K. Becker
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) binnen twee weken in het geval van een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard, een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als ongegrond of kennelijk ongegrond met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus na een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure of gedurende de detentie van de verzoeker; | (b) binnen één week in het geval van een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard, een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als ongegrond of kennelijk ongegrond met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus na een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure of gedurende de detentie van de verzoeker; |
Or. en
Amendement 1533
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) binnen twee weken in het geval van een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard, een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als ongegrond of kennelijk ongegrond met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus na een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure of gedurende de detentie van de verzoeker; | (b) binnen twee weken in het geval van een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard, een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als ongegrond of kennelijk ongegrond met betrekking tot de vluchtelingenstatus na een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure of gedurende de detentie van de verzoeker; |
Or. en
Amendement 1534
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini, Bodil Valero
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) binnen één maand in het geval van een beslissing waarbij een verzoek ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wanneer de behandeling niet is versneld of in het geval van een beslissing tot intrekking van internationale bescherming. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1535
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) binnen één maand in het geval van een beslissing waarbij een verzoek ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wanneer de behandeling niet is versneld of in het geval van een beslissing tot intrekking van internationale bescherming. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1536
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) binnen één maand in het geval van een beslissing waarbij een verzoek ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wanneer de behandeling niet is versneld of in het geval van een beslissing tot intrekking van internationale bescherming. | (c) binnen één week in het geval van een beslissing waarbij een verzoek ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wanneer de behandeling niet is versneld of in het geval van een beslissing tot intrekking van internationale bescherming. |
Or. bg
Amendement 1537
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) binnen één maand in het geval van een beslissing waarbij een verzoek ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wanneer de behandeling niet is versneld of in het geval van een beslissing tot intrekking van internationale bescherming. | (c) binnen drie weken in het geval van een beslissing waarbij een verzoek ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wanneer de behandeling niet is versneld of in het geval van een beslissing tot intrekking van internationale bescherming. |
Or. en
Amendement 1538
Monika Hohlmeier, Heinz K. Becker
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) binnen één maand in het geval van een beslissing waarbij een verzoek ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wanneer de behandeling niet is versneld of in het geval van een beslissing tot intrekking van internationale bescherming. | (c) binnen twee weken in het geval van een beslissing waarbij een verzoek ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wanneer de behandeling niet is versneld of in het geval van een beslissing tot intrekking van internationale bescherming. |
Or. en
Amendement 1539
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) binnen één maand in het geval van een beslissing waarbij een verzoek ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wanneer de behandeling niet is versneld of in het geval van een beslissing tot intrekking van internationale bescherming. | (c) binnen één maand in het geval van een beslissing waarbij een verzoek ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus wanneer de behandeling niet is versneld of in het geval van een beslissing tot intrekking van internationale bescherming. |
Or. en
Amendement 1540
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Jean Lambert, Judith Sargentini, Bodil Valero
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Voor de toepassing van punt b) kunnen de lidstaten voorzien in een ambtshalve toetsing van beslissingen naar aanleiding van een grensprocedure. | De lidstaten voorzien in een ambtshalve toetsing van beslissingen naar aanleiding van een grensprocedure of van beslissingen die worden afgegeven terwijl de verzoeker zich in detentie bevindt. |
Or. en
Amendement 1541
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Voor de toepassing van punt b) kunnen de lidstaten voorzien in een ambtshalve toetsing van beslissingen naar aanleiding van een grensprocedure. | Voor de toepassing van punt a) kunnen de lidstaten voorzien in een ambtshalve toetsing van beslissingen naar aanleiding van een grensprocedure. |
Or. en
Amendement 1542
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De in dit lid bedoelde termijnen beginnen te lopen vanaf de datum waarop de beslissing van de beslissingsautoriteit aan de verzoeker is meegedeeld of vanaf het moment waarop de juridische adviseur of raadsman is benoemd als de verzoeker een verzoek om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging heeft ingediend. | De in dit lid bedoelde termijn begint te lopen vanaf de datum waarop de beslissing van de beslissingsautoriteit aan de verzoeker is meegedeeld of vanaf het moment waarop de juridische adviseur of raadsman is benoemd als de verzoeker een verzoek om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging heeft ingediend. Als de verzoeker een verzoek om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging heeft ingediend overeenkomstig artikel 15, beginnen deze termijnen te lopen vanaf de datum waarop de juridische adviseur of raadsman is benoemd. |
Or. en
Amendement 1543
Péter Niedermüller, Caterina Chinnici, Ana Gomes, Josef Weidenholzer
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De in dit lid bedoelde termijnen beginnen te lopen vanaf de datum waarop de beslissing van de beslissingsautoriteit aan de verzoeker is meegedeeld of vanaf het moment waarop de juridische adviseur of raadsman is benoemd als de verzoeker een verzoek om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging heeft ingediend. | De in dit lid bedoelde termijnen beginnen te lopen vanaf de datum waarop de beslissing van de beslissingsautoriteit aan de verzoeker of begunstigde is meegedeeld. Na de kennisgeving aan de verzoeker of begunstigde en als de verzoeker of begunstigde overeenkomstig artikel 14, lid 1, en/of artikel 15, lid 1, heeft verzocht om rechtsbijstand en vertegenwoordiging, beginnen deze termijnen te lopen vanaf de datum waarop de juridische adviseur of raadsman is benoemd. |
Or. en
Motivering
De termijnen voor het starten van beroepsprocedures moeten duidelijk zijn. Met name wanneer een verzoeker of begunstigde juridische bijstand en vertegenwoordiging wenst, moeten de termijnen pas beginnen te lopen vanaf het moment dat de advocaat is benoemd, ondanks het feit dat de verzoeker of begunstigde eerder van de beslissing op de hoogte is gebracht.
Amendement 1544
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini, Jean Lambert, Bodil Valero
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De in dit lid bedoelde termijnen beginnen te lopen vanaf de datum waarop de beslissing van de beslissingsautoriteit aan de verzoeker is meegedeeld of vanaf het moment waarop de juridische adviseur of raadsman is benoemd als de verzoeker een verzoek om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging heeft ingediend. | De in dit lid bedoelde termijn begint te lopen vanaf de datum waarop de beslissing van de beslissingsautoriteit aan de verzoeker is meegedeeld. Wanneer de verzoeker na kennisgeving van een dergelijke beslissing overeenkomstig artikel 15, lid 1, om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging heeft verzocht, beginnen deze termijnen te lopen vanaf de datum waarop de juridische adviseur of raadsman is benoemd. |
Or. en
Amendement 1545
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De in dit lid bedoelde termijnen beginnen te lopen vanaf de datum waarop de beslissing van de beslissingsautoriteit aan de verzoeker is meegedeeld of vanaf het moment waarop de juridische adviseur of raadsman is benoemd als de verzoeker een verzoek om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging heeft ingediend. | De in dit lid bedoelde termijnen beginnen te lopen vanaf de datum waarop de beslissing van de beslissingsautoriteit aan de verzoeker is meegedeeld of vanaf het moment waarop de juridische adviseur of raadsman is benoemd. |
Or. en
Amendement 1546
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Een rechterlijke instantie heeft de bevoegdheid om te bepalen of de verzoeker op het grondgebied van de verantwoordelijke lidstaat mag blijven, hetzij op verzoek van de verzoeker hetzij ambtshalve, wanneer het recht van de verzoeker om in de lidstaat te verblijven, is geëindigd als gevolg van een van de volgende categorieën beslissingen: | Schrappen |
(a) een beslissing waarbij een verzoek kennelijk ongegrond wordt verklaard of ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire-beschermingsstatus in de gevallen die onder een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure vallen; |
|
(b) een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard ingevolge artikel 36, lid 1, onder a) en c); |
|
(c) een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien overeenkomstig respectievelijk artikel 38 of artikel 39. |
|
Or. en
Amendement 1547
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Een rechterlijke instantie heeft de bevoegdheid om te bepalen of de verzoeker op het grondgebied van de verantwoordelijke lidstaat mag blijven, hetzij op verzoek van de verzoeker hetzij ambtshalve, wanneer het recht van de verzoeker om in de lidstaat te verblijven, is geëindigd als gevolg van een van de volgende categorieën beslissingen: | Schrappen |
(a) een beslissing waarbij een verzoek kennelijk ongegrond wordt verklaard of ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire-beschermingsstatus in de gevallen die onder een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure vallen; |
|
(b) een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard ingevolge artikel 36, lid 1, onder a) en c); |
|
(c) een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien overeenkomstig respectievelijk artikel 38 of artikel 39. |
|
Or. en
Amendement 1548
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Een rechterlijke instantie heeft de bevoegdheid om te bepalen of de verzoeker op het grondgebied van de verantwoordelijke lidstaat mag blijven, hetzij op verzoek van de verzoeker hetzij ambtshalve, wanneer het recht van de verzoeker om in de lidstaat te verblijven, is geëindigd als gevolg van een van de volgende categorieën beslissingen: | Schrappen |
(a) een beslissing waarbij een verzoek kennelijk ongegrond wordt verklaard of ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire-beschermingsstatus in de gevallen die onder een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure vallen; |
|
(b) een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard ingevolge artikel 36, lid 1, onder a) en c); |
|
(c) een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien overeenkomstig respectievelijk artikel 38 of artikel 39. |
|
Or. en
Amendement 1549
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 2 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Een rechterlijke instantie heeft de bevoegdheid om te bepalen of de verzoeker op het grondgebied van de verantwoordelijke lidstaat mag blijven, hetzij op verzoek van de verzoeker hetzij ambtshalve, wanneer het recht van de verzoeker om in de lidstaat te verblijven, is geëindigd als gevolg van een van de volgende categorieën beslissingen: | 2. Zonder afbreuk te doen aan lid 1, is het recht van de verzoeker om in de lidstaat te verblijven geëindigd als gevolg van een van de volgende categorieën beslissingen: |
Or. en
Amendement 1550
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 2 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) een beslissing waarbij een verzoek kennelijk ongegrond wordt verklaard of ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire-beschermingsstatus in de gevallen die onder een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure vallen; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het recht om te verblijven staat centraal bij een verzoek om internationale bescherming en dus ook bij een beroep tegen een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen. Er kunnen bij een volgend verzoek of in situaties waarin het oorspronkelijke verzoek expliciet werd ingetrokken, omstandigheden zijn waarin het redelijk is om een rechtbank te laten te bepalen of de verzoeker op het grondgebied mag blijven. In andere gevallen zou een beroep altijd een schorsende werking moeten hebben.
Amendement 1551
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard ingevolge artikel 36, lid 1, onder a) en c); | (b) een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard ingevolge artikel 36, lid 1, onder a), b) en c); |
Or. en
Amendement 1552
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard ingevolge artikel 36, lid 1, onder a) en c); | (b) een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard ingevolge artikel 36, lid 1, onder c); |
Or. en
Amendement 1553
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 2 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien overeenkomstig respectievelijk artikel 38 of artikel 39. | (c) een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken overeenkomstig artikel 38. |
Or. en
Amendement 1554
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 2 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) een administratieve of rechterlijke beslissing waaruit naar voren komt dat het verblijf van de verzoeker op het grondgebied van de lidstaat een gevaar vormt voor de binnenlandse veiligheid of openbare orde. |
Or. en
Amendement 1555
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Een rechterlijke instantie heeft de bevoegdheid om te bepalen of de verzoeker op het grondgebied van de verantwoordelijke lidstaat mag blijven wanneer: | Schrappen |
(a) de verzoeker over de nodige tolkdiensten en rechtsbijstand beschikt, en voldoende tijd heeft om het verzoek op te stellen en aan de rechterlijke instantie de argumenten voor te leggen om hem, in afwachting van de uitkomst van de voorziening in rechte, het recht te verlenen op het grondgebied te blijven; en |
|
(b) de rechterlijke instantie in het kader van de behandeling van het verzoek om op het grondgebied van de verantwoordelijke lidstaat te blijven, feitelijk en juridisch de beslissing onderzoekt waarbij de internationale bescherming wordt geweigerd. |
|
Or. en
Amendement 1556
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Een rechterlijke instantie heeft de bevoegdheid om te bepalen of de verzoeker op het grondgebied van de verantwoordelijke lidstaat mag blijven wanneer: | Schrappen |
(a) de verzoeker over de nodige tolkdiensten en rechtsbijstand beschikt, en voldoende tijd heeft om het verzoek op te stellen en aan de rechterlijke instantie de argumenten voor te leggen om hem, in afwachting van de uitkomst van de voorziening in rechte, het recht te verlenen op het grondgebied te blijven; en |
|
(b) de rechterlijke instantie in het kader van de behandeling van het verzoek om op het grondgebied van de verantwoordelijke lidstaat te blijven, feitelijk en juridisch de beslissing onderzoekt waarbij de internationale bescherming wordt geweigerd. |
|
Or. en
Amendement 1557
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Een rechterlijke instantie heeft de bevoegdheid om te bepalen of de verzoeker op het grondgebied van de verantwoordelijke lidstaat mag blijven wanneer: | Schrappen |
(a) de verzoeker over de nodige tolkdiensten en rechtsbijstand beschikt, en voldoende tijd heeft om het verzoek op te stellen en aan de rechterlijke instantie de argumenten voor te leggen om hem, in afwachting van de uitkomst van de voorziening in rechte, het recht te verlenen op het grondgebied te blijven; en |
|
(b) de rechterlijke instantie in het kader van de behandeling van het verzoek om op het grondgebied van de verantwoordelijke lidstaat te blijven, feitelijk en juridisch de beslissing onderzoekt waarbij de internationale bescherming wordt geweigerd. |
|
Or. en
Amendement 1558
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Een rechterlijke instantie heeft de bevoegdheid om te bepalen of de verzoeker op het grondgebied van de verantwoordelijke lidstaat mag blijven wanneer: | Schrappen |
(a) de verzoeker over de nodige tolkdiensten en rechtsbijstand beschikt, en voldoende tijd heeft om het verzoek op te stellen en aan de rechterlijke instantie de argumenten voor te leggen om hem, in afwachting van de uitkomst van de voorziening in rechte, het recht te verlenen op het grondgebied te blijven; en |
|
(b) de rechterlijke instantie in het kader van de behandeling van het verzoek om op het grondgebied van de verantwoordelijke lidstaat te blijven, feitelijk en juridisch de beslissing onderzoekt waarbij de internationale bescherming wordt geweigerd. |
|
Or. en
Amendement 1559
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De lidstaten staan de verzoeker toe om op hun grondgebied te blijven in afwachting van de uitkomst van de procedure om te bepalen of de verzoeker op het grondgebied mag blijven. Die beslissing wordt genomen binnen een maand nadat het beroep is ingesteld. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1560
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De lidstaten staan de verzoeker toe om op hun grondgebied te blijven in afwachting van de uitkomst van de procedure om te bepalen of de verzoeker op het grondgebied mag blijven. Die beslissing wordt genomen binnen een maand nadat het beroep is ingesteld. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1561
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De lidstaten staan de verzoeker toe om op hun grondgebied te blijven in afwachting van de uitkomst van de procedure om te bepalen of de verzoeker op het grondgebied mag blijven. Die beslissing wordt genomen binnen een maand nadat het beroep is ingesteld. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1562
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Een verzoeker die een verder rechtsmiddel instelt tegen een eerste of volgende beslissing in beroep heeft geen recht om op het grondgebied van de lidstaat te blijven, tenzij een gerechtelijke instantie op verzoek van verzoeker of ambtshalve anders beslist. Die beslissing wordt genomen binnen een maand na het instellen van dat verdere rechtsmiddel. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1563
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Een verzoeker die een verder rechtsmiddel instelt tegen een eerste of volgende beslissing in beroep heeft geen recht om op het grondgebied van de lidstaat te blijven, tenzij een gerechtelijke instantie op verzoek van verzoeker of ambtshalve anders beslist. Die beslissing wordt genomen binnen een maand na het instellen van dat verdere rechtsmiddel. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1564
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Een verzoeker die een verder rechtsmiddel instelt tegen een eerste of volgende beslissing in beroep heeft geen recht om op het grondgebied van de lidstaat te blijven, tenzij een gerechtelijke instantie op verzoek van verzoeker of ambtshalve anders beslist. Die beslissing wordt genomen binnen een maand na het instellen van dat verdere rechtsmiddel. | Schrappen |
Or. en
Amendement 1565
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Een verzoeker die een verder rechtsmiddel instelt tegen een eerste of volgende beslissing in beroep heeft geen recht om op het grondgebied van de lidstaat te blijven, tenzij een gerechtelijke instantie op verzoek van verzoeker of ambtshalve anders beslist. Die beslissing wordt genomen binnen een maand na het instellen van dat verdere rechtsmiddel. | 5. Een verzoeker die een verder rechtsmiddel instelt tegen een eerste of volgende beslissing in beroep heeft geen recht om op het grondgebied van de lidstaat te blijven. |
Or. en
Amendement 1566
Maria Grapini
Voorstel voor een verordening
Artikel 55 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Onverminderd een behoorlijke en volledige behandeling van het beroep, beslist een rechterlijke instantie over een beroep in eerste instantie binnen de volgende termijnen vanaf het moment waarop het beroep is ingesteld: | 1. Onverminderd een behoorlijke en volledige behandeling van het beroep, beslist een rechterlijke instantie over een beroep in eerste instantie binnen een redelijke termijn vanaf het moment waarop het beroep is ingesteld: |
Or. ro
Motivering
De in de verordening voorgestelde termijnen zouden binnen het gemeenschappelijk Europees asielstelsel tot problemen kunnen leiden indien er een onevenredig groot aantal verzoeken tegelijk wordt ingediend.
Amendement 1567
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 55 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) binnen zes maanden in het geval van een beslissing waarbij een verzoek ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wanneer de behandeling niet is versneld of in het geval van een beslissing tot intrekking van internationale bescherming; | (a) binnen vijf maanden in het geval van een beslissing waarbij een verzoek ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wanneer de behandeling niet is versneld of in het geval van een beslissing tot intrekking van internationale bescherming; |
Or. en
Amendement 1568
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 55 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) binnen zes maanden in het geval van een beslissing waarbij een verzoek ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wanneer de behandeling niet is versneld of in het geval van een beslissing tot intrekking van internationale bescherming; | (a) binnen zes maanden in het geval van een beslissing waarbij een verzoek ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus wanneer de behandeling niet is versneld of in het geval van een beslissing tot intrekking van internationale bescherming; |
Or. en
Amendement 1569
Maria Grapini
Voorstel voor een verordening
Artikel 55 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) binnen zes maanden in het geval van een beslissing waarbij een verzoek ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wanneer de behandeling niet is versneld of in het geval van een beslissing tot intrekking van internationale bescherming; | (a) in het geval van een beslissing waarbij een verzoek ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wanneer de behandeling niet is versneld of in het geval van een beslissing tot intrekking van internationale bescherming; |
Or. ro
Amendement 1570
Beatrix von Storch
Voorstel voor een verordening
Artikel 55 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) binnen twee maanden in het geval van een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien of als ongegrond of kennelijk ongegrond met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus na een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure of gedurende de detentie van de verzoeker; | (b) binnen twee maanden in het geval van een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien of als ongegrond of kennelijk ongegrond met betrekking tot de vluchtelingenstatus na een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure of gedurende de detentie van de verzoeker; |
Or. en
Amendement 1571
Maria Grapini
Voorstel voor een verordening
Artikel 55 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) binnen twee maanden in het geval van een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien of als ongegrond of kennelijk ongegrond met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus na een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure of gedurende de detentie van de verzoeker; | (b) in het geval van een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien of als ongegrond of kennelijk ongegrond met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus na een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure of gedurende de detentie van de verzoeker; |
Or. ro
Amendement 1572
Maria Grapini
Voorstel voor een verordening
Artikel 55 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) binnen één maand in het geval van een beslissing waarbij een volgend verzoek niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond wordt verklaard. | (c) in het geval van een beslissing waarbij een volgend verzoek niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond wordt verklaard. |
Or. ro
Amendement 1573
Jussi Halla-aho
Voorstel voor een verordening
Artikel 55 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. In zaken waarin ingewikkelde feitelijke of juridische kwesties aan de orde zijn, kunnen de in lid 1 genoemde termijnen worden verlengd met een extra termijn van drie maanden. | 2. In zaken waarin ingewikkelde feitelijke of juridische kwesties aan de orde zijn, kunnen de in lid 1 genoemde termijnen worden verlengd met een extra termijn van twee maanden. |
Or. en
Amendement 1574
Emil Radev
Voorstel voor een verordening
Artikel 55 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. In zaken waarin ingewikkelde feitelijke of juridische kwesties aan de orde zijn, kunnen de in lid 1 genoemde termijnen worden verlengd met een extra termijn van drie maanden. | 2. In zaken waarin ingewikkelde feitelijke of juridische kwesties aan de orde zijn, kunnen de in lid 1 genoemde termijnen worden verlengd. |
Or. bg
Amendement 1575
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Artikel 56 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Deze verordening doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor overheidsinstanties om bestuursrechtelijke of rechterlijke beslissingen aan te vechten overeenkomstig de nationale wetgeving. | Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor overheidsinstanties om bestuursrechtelijke en/of rechterlijke beslissingen aan te vechten overeenkomstig de nationale wetgeving. |
Or. fr
Amendement 1576
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 56 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Deze verordening doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor overheidsinstanties om bestuursrechtelijke of rechterlijke beslissingen aan te vechten overeenkomstig de nationale wetgeving. | Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor overheidsinstanties om bestuursrechtelijke of rechterlijke beslissingen aan te vechten overeenkomstig de nationale wetgeving. |
Or. en
Amendement 1577
Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar, Filiz Hyusmenova
Voorstel voor een verordening
Artikel 57 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De lidstaten nemen in overleg met de Commissie alle passende maatregelen om een rechtstreekse samenwerking en uitwisseling van gegevens tussen de verantwoordelijke autoriteiten tot stand te brengen. | 2. De lidstaten nemen in overleg met de Commissie alle passende maatregelen om een rechtstreekse samenwerking en uitwisseling van gegevens tussen de verantwoordelijke autoriteiten en tussen de verantwoordelijke autoriteiten en het Asielagentschap van de Europese Unie tot stand te brengen. |
Or. en
Motivering
Ook de samenwerking met het Asielagentschap van de Europese Unie moet worden versterkt.
Amendement 1578
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 59 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De in lid 1 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van 5 jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. | 2. De in lid 1 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van 5 jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. |
Or. en
Amendement 1579
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Artikel 59 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Een dergelijke gedelegeerde handeling en de verlenging van de duur daarvan treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van een maand na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. | 5. Een dergelijke gedelegeerde handeling en de verlenging van de duur daarvan treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. |
Or. en
Motivering
Het is van cruciaal belang dat het Parlement en de Raad voldoende tijd hebben om de inhoud van een gedelegeerde handeling te bestuderen voordat deze in werking treedt. Een periode van één maand stelt het Parlement niet in staat alle interne processen te doorlopen om bezwaar te maken tegen een gedelegeerde handeling, en is dus niet voldoende. De medewetgever zou minimaal twee maanden de tijd moeten krijgen.
Amendement 1580
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Artikel 60 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De Commissie brengt uiterlijk [twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens om de vijf jaar verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van deze verordening in de lidstaten en stelt, zo nodig, wijzigingen voor. | De Commissie brengt uiterlijk [twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn] en vervolgens om de vijf jaar verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van deze richtlijn in de lidstaten en stelt, zo nodig, wijzigingen voor. |
Or. fr
Amendement 1581
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 60 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De Commissie brengt uiterlijk [twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens om de vijf jaar verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van deze verordening in de lidstaten en stelt, zo nodig, wijzigingen voor. | De Commissie brengt uiterlijk [één jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn] en vervolgens om de twee jaar verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van deze richtlijn in de lidstaten en stelt, zo nodig, wijzigingen voor. |
Or. en
Amendement 1582
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 60 – alinea 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Het Europees Parlement, het Europees Bureau voor de grondrechten en de Europese Ombudsvrouw schrijven in hetzelfde tijdsbestek verslagen ter evaluatie van het systeem en de situatie van de grondrechten in het systeem. |
Or. en
Amendement 1583
Péter Niedermüller
Voorstel voor een verordening
Artikel 60 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten sturen de Commissie op haar verzoek uiterlijk negen maanden voordat deze termijn is verstreken de voor de opstelling van haar verslag noodzakelijke informatie. | De lidstaten sturen de Commissie op haar verzoek uiterlijk negen maanden voordat deze termijn is verstreken de voor de opstelling van haar verslag noodzakelijke informatie. |
Or. en
Motivering
Bewoording in overeenstemming met amendement 43 van het standpunt van het Parlement inzake de verordening betreffende veilige landen van herkomst.
Amendement 1584
Ska Keller
namens de Verts/ALE-Fractie
Judith Sargentini
Voorstel voor een verordening
Artikel 60 – alinea 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Lidstaten brengen regelmatig verslag uit aan de Commissie met betrekking tot de tenuitvoerlegging en toepassing van afdeling III van de onderhavige verordening. |
Or. en
Motivering
Met dit amendement wordt beoogd de volledige tenuitvoerlegging in de praktijk te garanderen van de bepalingen van de onderhavige verordening met betrekking tot het verstrekken van kosteloze juridische bijstand aan asielzoekers tijdens alle fasen van de procedure.
Amendement 1585
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Artikel 60 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Artikel 60 bis |
| Omzetting |
| 1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om aan de artikelen van deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee. |
| 2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste maatregelen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. |
Or. fr
Amendement 1586
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Artikel 61 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Richtlijn 2013/32/EU wordt ingetrokken. | Richtlijn 2013/32/EU wordt ingetrokken voor de lidstaten die door deze richtlijn gebonden zijn, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten voor wat betreft de omzetting van deze richtlijn in het nationaal recht. |
Or. fr
Amendement 1587
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 61 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn worden beschouwd als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen volgens de in bijlage 2 opgenomen concordantietabel. | Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn worden beschouwd als verwijzingen naar deze richtlijn en worden gelezen volgens de in bijlage 2 opgenomen concordantietabel. |
Or. en
Amendement 1588
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Artikel 62 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. | Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
Or. fr
Amendement 1589
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 62 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. | Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
Or. en
Amendement 1590
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Artikel 62 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Deze verordening is van toepassing met ingang van [zes maanden na de inwerkingtreding ervan]. | Schrappen |
Or. fr
Amendement 1591
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 62 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Deze verordening is van toepassing met ingang van [zes maanden na de inwerkingtreding ervan]. | Deze richtlijn is van toepassing met ingang van [zes maanden na de inwerkingtreding ervan]. |
Or. en
Amendement 1592
Brice Hortefeux
Voorstel voor een verordening
Artikel 62 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen. | Schrappen |
Or. fr
Amendement 1593
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Artikel 62 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen. | Deze richtlijn is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen. |
Or. en
Amendement 1594
Marina Albiol Guzmán
Voorstel voor een verordening
Bijlage 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst bedoeld in artikel 48 | Schrappen |
Albanië, |
|
Bosnië en Herzegovina, |
|
Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, |
|
Kosovo*39, |
|
Montenegro, |
|
Servië, |
|
Turkije. |
|
_________________ |
|
39 * Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244/99 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo. |
|
Or. en
Amendement 1595
Laura Ferrara
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – alinea 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Turkije | Schrappen |
Or. it
Amendement 1596
Péter Niedermüller, Sylvie Guillaume
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – paragraaf 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Turkije. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Op basis van het verslag van de Commissie over Turkije ( COM(2016) 715 ) en het informatieverslag van het EASO over Turkije als land van herkomst getiteld "Turkey Country Focus" (november 2016) voldoet Turkije niet aan de criteria voor veilige landen van herkomst overeenkomstig artikel 47.