Commissie economische en monetaire zaken
27.9.2013
ADVIES
van de Commissie economische en monetaire zaken
aan de Commissie juridische zaken en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid
inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de verbetering van de man-vrouwverhouding bij niet-uitvoerende bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen en daarmee samenhangende maatregelen
( COM(2012)0614 – C7‑0382/2012 – 2012/0299(COD) )
Rapporteur voor advies: Olle Schmidt
PA_Legam
BEKNOPTE MOTIVERING
Het doel van het EU-beleid inzake de gelijkheid van vrouwen en mannen, te weten de totstandbrenging van gelijke toegang voor mannen en vrouwen tot functies met macht en invloed, vormt een grote uitdaging voor de Unie. De rapporteur erkent dat er drastische wetgevende maatregelen van de EU nodig zijn om dit doel te bereiken.
Hij sluit zich dan ook volledig aan bij de doelstellingen die de Commissie met de richtlijn inzake de verbetering van de man-vrouwverhouding in het bestuur van beursgenoteerde ondernemingen nastreeft. Het voorstel gaat echter, noch wat de reikwijdte ervan, noch wat de voorgestelde maatregelen betreft, ver genoeg.
Ondernemingen in de financiële sector tellen een groter percentage vrouwen in hun bestuur dan andere sectoren in de EU. In een derde van de besturen in deze sector heeft echter geen enkele vrouw zitting.
De rapporteur stemt in met de keuze om zich op beursgenoteerde ondernemingen te richten. De vraag of het toepassingsgebied van de richtlijn moet worden uitgebreid tot niet-beursgenoteerde ondernemingen boven de mkb-grens dient evenwel twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn opnieuw door de Commissie te worden beoordeeld.
Verruimde reikwijdte: de EU-instellingen en de ECB
De rapporteur is van mening dat de richtlijn moet worden uitgebreid tot de EU-instellingen en –agentschappen, met inbegrip van de Europese Centrale Bank (ECB). Het feit dat in de directie, de raad van bestuur en de algemene raad van de ECB geen enkele vrouw vertegenwoordigd is, is buitengewoon zorgwekkend en bevestigt de systematische ontoereikendheid van de benoemingsprocedure voor topfuncties binnen de Unie. De lidstaten hebben de verantwoordelijkheid om vrouwen te helpen deze topfuncties te bereiken.
De EU-instellingen moeten op het gebied van gelijke behandeling van vrouwen en mannen het goede voorbeeld geven in plaats van de tot nu toe bestaande patronen voort te zetten, niet alleen om de particuliere sector tot voorbeeld te dienen, maar ook om de legitimiteit van de EU te verbeteren. De beginselen van deze richtlijn moeten dan ook worden opgenomen in de regels betreffende de interne aanwervingsprocedures van de EU-instellingen.
De toekomst: het model "naleven of toelichten"
De rapporteur is het oneens met het door de Commissie voorgestelde bindende genderstreefcijfer, daar volgens hem niet mag worden ingegrepen in de autonome rechten van aandeelhouders en hun vrije keuze van vertegenwoordigers in ondernemingsbesturen. Verder heeft de rapporteur twijfels over het volgens de Commissie te verwachten "spill-over effect” van een groter percentage vrouwen onder niet-uitvoerende bestuurders naar uitvoerende en hoger-managementfuncties.
Voor een dergelijk effect bestaat geen empirisch bewijs en bovendien laat het Noorse experiment met verplichte quota voor bestuurders zien dat deze redenering niet klopt. Vaste quota leiden niet tot een fundamentele wijziging van een situatie van genderongelijkheid.
In plaats daarvan is de rapporteur er voorstander van te streven naar meer vrouwen op alle managementniveaus, die dan kunnen doorstromen naar hogere uitvoerende en bestuursfuncties, met als gevolg een beter genderevenwicht (de zogeheten "bottom-up-benadering").
Daarom wil de rapporteur het model van "naleven of toelichten" voorstellen, naar het voorbeeld van de Deense wetgeving die ondernemingen verplicht individuele streefcijfers vast te stellen voor een genderevenwicht tussen zowel uitvoerende als niet-uitvoerende bestuurders, alsmede voor alle managementniveaus in de onderneming, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van de sector en de onderneming. Daarnaast zouden ondernemingen verplicht moeten worden een genderbeleid te ontwikkelen met het doel actieve maatregelen ter bevordering van het genderevenwicht in de onderneming te stimuleren.
Ondernemingen zouden openbaar moeten maken of zij de eisen naleven: de verhouding mannen-vrouwen in besturen en op de verschillende managementniveaus, hoe deze percentages zich verhouden tot de streefcijfers voor het genderevenwicht, het genderbeleid, en de maatregelen die genomen of gepland zijn om de doelstellingen te bereiken. Deze informatie dient in het jaarverslag te worden opgenomen en op de website van de onder de richtlijn vallende ondernemingen te worden gepubliceerd.
Het uitsluitend benoemen van enkele vrouwelijke niet-uitvoerende bestuurders in ondernemingen is onvoldoende. Met het model "naleven of toelichten" kan ervoor gezorgd worden dat de aandeelhouders en bestuurders van de ondernemingen in kwestie gaan nadenken over het interne bedrijfsbeleid en de bedrijfscultuur, hetgeen de mogelijkheden voor vrouwen om te stijgen in de hiërarchie binnen ondernemingen zal vergroten.
Aan bedrijven die nalaten individuele streefcijfers en een genderbeleid vast te stellen, dienen sancties te worden opgelegd in de vorm van administratieve boetes. Er mogen echter geen boetes worden opgelegd wegens het niet bereiken van de individuele streefcijfers, aangezien dit bedrijven zou kunnen ontmoedigen ambitieuze doelstellingen vast te stellen.
Grotere transparantie bij aanwerving van bestuurders
De rapporteur is ingenomen met het initiatief van de Commissie om een geformaliseerde en transparantere benoeming van ondernemingsbestuurders aan te moedigen. De omkering van de bewijslast, waarbij ondernemingen moeten bewijzen dat zij de juiste keuze hebben gemaakt wanneer zij met een klacht van een afgewezen kandidaat te maken krijgen, is echter buiten proportie. Eventuele klagers zouden reeds voldoende moeten worden beschermd door de verplichting voor ondernemingen om hun selectiecriteria te overleggen en door de op dit gebied geldende antidiscriminatiewetgeving.
Ten slotte zorgen de door de rapporteur voorgestelde vereisten inzake verslaglegging over het genderevenwicht door middel van het model "naleven of toelichten" voor meer transparantie van het genderbeleid van ondernemingen voor investeerders, potentiële sollicitanten en de burgers in het algemeen.
AMENDEMENTEN
De Commissie economische en monetaire zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:
Amendement 1
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(4) De laatste jaren heeft de Europese Commissie meerdere verslagen uitgebracht over de stand van zaken op het gebied van de man-vrouwverhouding in de economische besluitvorming. De Commissie heeft beursgenoteerde ondernemingen in de Europese Unie aangemoedigd om er door middel van zelfregulering voor te zorgen dat er meer vrouwen in hun raden van bestuur worden benoemd en om in dat verband vrijwillig concrete toezeggingen te doen. In haar Vrouwenhandvest van 5 maart 2010 benadrukte de Europese Commissie dat vrouwen nog steeds geen volledige toegang hebben tot de machtsuitoefening en de besluitvorming in het politieke en economische leven en verklaarde zij andermaal zich sterk te zullen blijven maken voor een eerlijker vertegenwoordiging van vrouwen en mannen op verantwoordelijke posities. In haar strategie voor de gelijkheid van vrouwen en mannen 2010-2015 merkte de Commissie het verbeteren van het evenwicht tussen vrouwen en mannen in de besluitvorming aan als een van haar prioritaire taken. | (4) De laatste jaren heeft de Europese Commissie meerdere verslagen uitgebracht over de stand van zaken op het gebied van de man-vrouwverhouding in de economische besluitvorming. De Commissie heeft beursgenoteerde ondernemingen in de Europese Unie aangemoedigd om er door middel van zelfregulering voor te zorgen dat er meer personen van het ondervertegenwoordigde geslacht in hun raden van bestuur worden benoemd en om in dat verband vrijwillig concrete toezeggingen te doen. In haar Vrouwenhandvest van 5 maart 2010 benadrukte de Europese Commissie dat vrouwen nog steeds geen volledige toegang hebben tot de machtsuitoefening en de besluitvorming in het politieke en economische leven en verklaarde zij andermaal zich sterk te zullen blijven maken voor een eerlijker vertegenwoordiging van vrouwen en mannen op verantwoordelijke posities. In haar strategie voor de gelijkheid van vrouwen en mannen 2010-2015 merkte de Commissie het verbeteren van het evenwicht tussen vrouwen en mannen in de besluitvorming aan als een van haar prioritaire taken. |
Amendement 2
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 6 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (6 bis) De EU-instellingen en ‑agentschappen dienen het goede voorbeeld te geven door het genderevenwicht te verbeteren. De beginselen van deze richtlijn moeten worden opgenomen in de regels betreffende de interne aanwervingsprocedures van de Europese Commissie, het Europees Parlement en alle EU‑instellingen en ‑agentschappen, met inbegrip van de Europese Centrale Bank. In alle EU‑instellingen moet een efficiënter genderbeleid worden ontwikkeld zodat hiervan invloed uitgaat op de aanwerving voor, de scholing binnen en het dagelijks functioneren van de verschillende EU‑instellingen. Hiertoe zien de instellingen erop toe dat er bij de aanwerving van hoger management, met inbegrip van directeuren-generaal, directeuren en afdelingshoofden, op genderevenwicht wordt gelet. |
Amendement 3
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 6 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (6 ter) Aangezien de instellingen en agentschappen van de EU een grote zichtbaarheid genieten, moeten zij het voorbeeld geven door beleid in te voeren ter verbetering van de man-vrouwverhouding. Voor een betere representativiteit moet er meer aandacht worden geschonken aan het wervingsbeleid voor hogere functies. Voor elke hogere kaderfunctie moet er een lijst met kandidaten worden opgesteld met daarop evenveel mannen als vrouwen. Vanaf 31 december 2018 moeten de EU-instellingen en ‑agentschappen jaarlijks verslag uitbrengen over hun inspanningen op dit gebied.
|
Amendement 4
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 6 quater (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (6 quater) Het is van groot belang dat het management binnen de Commissie, het uitvoerend EU-orgaan, zijn genderevenwicht verbetert, zodat de Europese burgers beter vertegenwoordigd zijn. De lidstaten wordt derhalve verzocht voor iedere post in het college van commissarissen zowel mannelijke als vrouwelijke kandidaten voor te dragen, teneinde in de Commissie als college een genderevenwicht tot stand te brengen. |
Amendement 5
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 6 quinquies (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (6 quinquies) De Europese Centrale Bank (ECB), het Europees Systeem voor financieel toezicht (ESFS), met inbegrip van het Europees Comité voor systeemrisico's (ESRB), en de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA's) dienen zich te houden aan alle aspecten van gelijkheid en bestrijding van discriminatie op grond van geslacht. De raden van toezicht van de ETA's dienen te worden aangemoedigd om voor de hoorzittingen in het Europees Parlement een uit genderoogpunt evenwichtige lijst van kandidaten voor te leggen voor de functies van voorzitters en uitvoerende bestuurders. De definitieve selectie voor deze functies dient een evenwichtige man-vrouwverhouding weer te geven. Ook is het van belang dat de stuurgroep en de adviescomités van het ECSR evenwichtig bezet zijn. |
Amendement 6
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 6 sexies (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (6 sexies) De raad van toezicht van de Europese Centrale Bank (ECB), met inbegrip van de functies van voorzitter en vicevoorzitter, dient vanuit genderoogpunt evenwichtig bezet te zijn. Indien er een zetel vacant wordt binnen de ECB-directie, dienen de lidstaten die de euro als valuta hebben ingevoerd, ertoe te worden aangespoord een mannelijke en een vrouwelijke kandidaat voor te dragen. Bovendien moeten de lidstaten ertoe aangespoord worden vrouwen te benoemen tot leden van het bestuur van de nationale centrale banken, met als doel in de raad van bestuur en de algemene raad van de ECB en in de algemene raad van het ECSR een evenwicht tussen mannen en vrouwen te bereiken. |
Amendement 7
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(7) Het concurrentievermogen van een economie wordt eerst en vooral bepaald door het efficiënt gebruik van menselijk kapitaal en is cruciaal om het hoofd te bieden aan de demografische uitdagingen van de EU, om succesvol te concurreren in een gemondialiseerde economie en om een relatieve voorsprong ten opzichte van derde landen te verzekeren. Het aantal hoogopgeleide en hooggekwalificeerde vrouwen groeit voortdurend, zoals blijkt uit het feit dat 60% van de universitair afgestudeerden vrouw is. Als er voor aanstellingen op economische besluitvormingsposities niet vaker uit deze groep wordt geput, blijft de benutting van het menselijk kapitaal onvolledig. | (7) Het concurrentievermogen en de ontwikkeling en groei van een economie worden eerst en vooral bepaald door het efficiënt gebruik van menselijk kapitaal, dat cruciaal is om het hoofd te bieden aan de demografische uitdagingen van de EU, om succesvol te concurreren in een gemondialiseerde economie en om een relatieve voorsprong ten opzichte van derde landen te verzekeren. Het aantal hoogopgeleide en hooggekwalificeerde vrouwen groeit voortdurend, zoals blijkt uit het feit dat 60% van de universitair afgestudeerden vrouw is. Als er voor leidinggevende functies en besluitvormingsposities in het bedrijfsleven niet vaker uit deze groep wordt geput, blijft de benutting van het menselijk kapitaal onvolledig. |
Amendement 8
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 7 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (7 bis) Om gelijkheid van mannen en vrouwen in de samenleving als geheel te bereiken, moeten mannen en vrouwen gelijke rechten hebben op het gebied van opleiding en beroep en moeten zij samen de verantwoordelijkheid dragen voor het gezin, kinderopvang en het huishouden. Het feit dat vrouwen veelal verantwoordelijk zijn voor de meeste gezins- en huishoudelijke taken kan in de weg staan aan het bereiken van een hogere functie. Actieve participatie en betrokkenheid van mannen bij gezinstaken is van essentieel belang voor de totstandbrenging van een beter evenwicht tussen werk en gezin en het creëren van gelijke carrièrekansen voor mannen en vrouwen. Er moet aandacht worden besteed aan het aanpakken van genderstereotypen en aan de herziening van niet-flexibel en verouderd werkgelegenheidsbeleid en inadequate regelingen voor ouderschapsverlof. Er moeten voorzieningen in het leven worden geroepen om vrouwen en mannen desgewenst in staat te stellen werk en gezin te combineren. De lidstaten worden aangespoord te zorgen voor invoering van maatregelen die het welzijn verbeteren, zoals billijke uitkeringen voor ouderschapsverlof voor zowel vrouwen als mannen, uitgebreide voorzieningen voor kinderopvang en mogelijkheden voor gedeeld ouderschapsverlof. |
Amendement 9
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(8) In het bedrijfsleven wordt algemeen erkend dat de aanwezigheid van vrouwen in raden van bestuur het bedrijfsbestuur ten goede komt: teamprestaties en de kwaliteit van besluitvorming worden namelijk bevorderd door een meer diverse en collectieve benadering, die met meer gezichtspunten rekening houdt en daardoor tot evenwichtiger besluiten leidt. Uit tal van studies is ook gebleken dat er een positief verband bestaat tussen de man-vrouwverhouding op het hoogste leidinggevende niveau enerzijds en de financiële prestaties en het rendement van een onderneming anderzijds. Als er meer vrouwen plaatsnemen in de raden van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen in de Unie, kan dit dan ook een positieve uitwerking hebben op de prestaties van de betrokken ondernemingen. | (8) In het bedrijfsleven wordt algemeen erkend dat de aanwezigheid van vrouwen in raden van bestuur het bedrijfsbestuur ten goede komt: teamprestaties en de kwaliteit van besluitvorming worden namelijk bevorderd door een meer diverse en collectieve benadering, die met meer gezichtspunten rekening houdt en van een proactiever bedrijfsmodel uitgaat en daardoor tot evenwichtiger besluiten leidt. Uit tal van studies is ook gebleken dat er een positief verband bestaat tussen de man-vrouwverhouding op het hoogste leidinggevende niveau enerzijds en de financiële prestaties en het rendement van een onderneming anderzijds. Als er meer vrouwen plaatsnemen in de raden van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen in de Unie, kan dit gezien het grote economische belang en de aanzienlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid van deze ondernemingen ook een positieve uitwerking hebben op de prestaties van de betrokken ondernemingen en bijdragen tot duurzame economische ontwikkeling. |
Amendement 10
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(9) Uit de beschikbare gegevens blijkt ook dat gelijkheid op de arbeidsmarkt economische groei krachtig kan stimuleren. De aanwezigheid van meer vrouwen in de bestuurskamers van beursgenoteerde ondernemingen in de EU, heeft niet alleen gevolgen voor de vrouwen die als bestuurslid worden aangesteld, maar draagt er ook toe bij dat de onderneming vrouwelijk talent aantrekt en zorgt ervoor dat op alle leidinggevende niveaus en op de werkvloer meer vrouwen werkzaam zijn. Als het aantal vrouwen in raden van bestuur toeneemt, draagt dus dit bij tot het dichten van zowel de arbeidsparticipatiekloof als de loonkloof die tussen mannen en vrouwen bestaat. Als optimaal gebruik zou worden gemaakt van het vrouwelijk talent dat voorhanden is, zou het rendement van onderwijs aanmerkelijk stijgen, zowel voor individuele personen als voor de publieke sector. De ondervertegenwoordiging van vrouwen in de raden van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen in de EU is een gemiste kans om de economieën van de lidstaten als geheel tot duurzame langetermijngroei te brengen. | (9) Uit de beschikbare gegevens blijkt ook dat gelijkheid op de arbeidsmarkt economische groei krachtig kan stimuleren. De aanwezigheid van meer vrouwen in de bestuurskamers van beursgenoteerde ondernemingen in de EU, heeft niet alleen gevolgen voor de vrouwen die als bestuurslid worden aangesteld, maar draagt er ook toe bij dat de onderneming vrouwelijk talent aantrekt, zorgt ervoor dat op alle leidinggevende niveaus en op de werkvloer meer vrouwen werkzaam zijn en dat hun bijdrage erkenning vindt. Als het aantal vrouwen in raden van bestuur toeneemt, draagt dus dit bij tot het dichten van zowel de arbeidsparticipatiekloof als de loonkloof die tussen mannen en vrouwen bestaat. Als optimaal gebruik zou worden gemaakt van het vrouwelijk talent dat voorhanden is, zou het rendement van onderwijs aanmerkelijk stijgen, zowel voor individuele personen als voor de publieke sector. De ondervertegenwoordiging van vrouwen in de raden van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen in de EU is een gemiste kans om de economieën van de lidstaten als geheel tot duurzame langetermijngroei te brengen. De lidstaten moeten daarom positieve maatregelen invoeren, zoals netwerk- en mentorprogramma's, om de loopbaanontwikkeling van vrouwen op alle niveaus te bevorderen. |
Amendement 11
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(10) Ondanks de bestaande EU-wetgeving ter voorkoming en bestrijding van discriminatie op basis van geslacht, de aanbevelingen van de Raad die er specifiek toe strekken de betrokkenheid van vrouwen bij de economische besluitvorming te vergroten en de acties op EU-niveau ter bevordering van zelfregulering, blijft in de hele Unie het aantal vrouwen in de hoogste besluitvormingsorganen van ondernemingen nog altijd ver achter bij het aantal mannen. In de particuliere sector, en met name bij beursgenoteerde ondernemingen, is dit gebrek aan een evenwichtige man-vrouwverhouding bijzonder uitgesproken en urgent. Volgens de belangrijkste indicator die de Commissie gebruikt voor de vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in raden van bestuur, is het percentage vrouwen dat op topniveau betrokken is bij de zakelijke besluitvorming nog altijd bijzonder laag. In januari 2012 werd bij de grootste beursgenoteerde ondernemingen in de lidstaten gemiddeld slechts 13,7% van de bestuurszetels door een vrouw bekleed. Van de niet-uitvoerende bestuursleden was slechts 15% vrouw. | (10) Ondanks de bestaande EU-wetgeving ter voorkoming en bestrijding van discriminatie op basis van geslacht, de aanbevelingen van de Raad die er specifiek toe strekken de betrokkenheid van vrouwen bij de economische besluitvorming te vergroten en de acties op EU-niveau ter bevordering van zelfregulering, blijft in de hele Unie het aantal vrouwen in de hoogste besluitvormingsorganen van ondernemingen nog altijd ver achter bij het aantal mannen. Dit is ook het geval in bepaalde instellingen en agentschappen van de EU, zoals de Europese Centrale Bank, die nochtans het voorbeeld zouden moeten geven en een afspiegeling van de volledige bevolking zouden moeten vormen. Er zij aan herinnerd dat bij de benoeming van een nieuw lid van de raad van bestuur van de Europese Centrale Bank eind 2012 de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten, in strijd met artikel 2 van het Verdrag en in weerwil van een negatief advies van het Europees Parlement, geweigerd hebben rekening te houden met het beginsel van gelijkheid van vrouwen en mannen. Ook in de particuliere sector is de onbalans tussen het aantal mannelijke en vrouwelijke leden in besluitvormende organen uitgesproken en urgent. Volgens de belangrijkste indicator die de Commissie gebruikt voor de vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in raden van bestuur, is het percentage vrouwen dat op topniveau betrokken is bij de zakelijke besluitvorming nog altijd bijzonder laag. In januari 2012 werd bij de grootste beursgenoteerde ondernemingen in de lidstaten gemiddeld slechts 13,7% van de bestuurszetels door een vrouw bekleed. Van de niet-uitvoerende bestuursleden was slechts 15% vrouw. De bepalingen van deze richtlijn laten het dagelijks bestuur van ondernemingen evenwel zoveel mogelijk ongemoeid, aangezien ondernemingen de vrijheid behouden om kandidaten te selecteren op basis van kwalificaties of andere ter zake doende objectieve overwegingen. |
Amendement 12
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(11) Het percentage vrouwen in raden van bestuur stijgt heel langzaam: de laatste jaren met gemiddeld amper 0,6 procentpunt per jaar. De mate van vooruitgang verschilt per lidstaat en heeft tot sterk uiteenlopende resultaten geleid. Er werd veel grotere vooruitgang geconstateerd in de lidstaten die bindende maatregelen hadden ingevoerd. De discrepantie tussen de lidstaten zal naar verwachting nog groter worden, omdat zij er ieder voor zich op heel verschillende manieren voor proberen te zorgen dat het percentage vrouwen in raden van bestuur stijgt. | (11) Het percentage vrouwen in raden van bestuur stijgt heel langzaam: de laatste jaren met gemiddeld amper 0,6 procentpunt per jaar. De mate van vooruitgang verschilt per lidstaat en heeft tot sterk uiteenlopende resultaten geleid. Er werd veel grotere vooruitgang geconstateerd in de lidstaten die bindende maatregelen hadden ingevoerd. In een aantal landen zijn echter even goede resultaten bereikt via vrijwillige mechanismen, in combinatie met degelijke socialezekerheidsregelingen, met een positieve invloed op de arbeidsparticipatie van vrouwen. De discrepantie tussen de lidstaten zal naar verwachting nog groter worden, omdat zij er ieder voor zich op heel verschillende manieren voor proberen te zorgen dat het percentage vrouwen in raden van bestuur stijgt. |
Amendement 13
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(12) Dat nationale regels inzake een evenwichtige man-vrouwverhouding in raden van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen versnipperd zijn, onderling afwijken of geheel ontbreken, leidt niet alleen tot afwijkende percentages vrouwelijke niet-uitvoerende bestuursleden en tot verschillen in de mate waarin de lidstaten vooruitgang boeken; als Europese beursgenoteerde ondernemingen moeten voldoen aan uiteenlopende regels voor bedrijfsbestuur, belemmert dat ook de interne markt. Deze verschillen tussen wettelijke en op zelfregulering gebaseerde vereisten inzake de samenstelling van raden van bestuur kunnen beursgenoteerde ondernemingen met grensoverschrijdende activiteiten voor praktische problemen stellen, met name bij het oprichten van dochterondernemingen of bij fusies en overnames, maar kunnen ook kandidaten voor bestuurszetels parten spelen. | (12) Dat nationale regels inzake een evenwichtige man-vrouwverhouding in raden van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen versnipperd zijn, onderling afwijken of geheel ontbreken, leidt tot afwijkende percentages vrouwelijke niet-uitvoerende bestuursleden en tot verschillen in de mate waarin de lidstaten vooruitgang boeken. |
Amendement 14
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (12 bis) Hoe hoger het managementniveau, hoe ongelijker de man-vrouwverhouding. Bovendien is het zo dat veel vrouwen die een hogere managementfunctie bekleden dit doen op het gebied van bijvoorbeeld personeelszaken of communicatie, terwijl mannen met een hogere managementfunctie vaker werkzaam zijn binnen het algemeen management of andere kaderposities binnen de onderneming bekleden. Daar bestuursfuncties vooral bezet worden door kandidaten met hoger-managementervaring is het van essentieel belang dat het aantal vrouwen dat naar dergelijke functies in ondernemingen doorstroomt, toeneemt. Als wij willen bereiken dat de mogelijkheden voor vrouwen om belangrijke posities in de besluitvorming te bekleden daadwerkelijk verbeteren, is dit een absolute voorwaarde. |
Amendement 15
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) Dat de selectieprocedures en kwalificatiecriteria voor bestuursposities momenteel in de meeste lidstaten zo weinig transparant zijn, is er in hoge mate debet aan dat de raden van bestuur qua geslacht niet diverser van samenstelling zijn. Ook is het ongunstig voor de loopbaan van de potentiële bestuursleden en hun recht van vrij verkeer, alsook voor investeringsbesluiten. Dit gebrek aan transparantie weerhoudt potentiële kandidaten voor een bestuurspositie ervan om te solliciteren bij raden die wellicht grote behoefte aan hun capaciteiten hebben en om aanstellingsbesluiten aan te vechten die op vooroordelen over mannen en vrouwen berusten. Hun vrijheid van verkeer binnen de interne markt wordt daardoor ingeperkt. Anderzijds volgen investeerders verschillende investeringsstrategieën waarvoor informatie nodig is die ook betrekking heeft op de deskundigheid en bekwaamheid van de bestuursleden. Meer transparantie over de kwalificatiecriteria en de selectieprocedure voor bestuursleden stelt investeerders in staat om de bedrijfsstrategie van de onderneming beter te beoordelen en hun besluiten met kennis van zaken te nemen. | (13) Dat de selectieprocedures, kwalificatiecriteria en aanwerving voor bestuursposities momenteel in de meeste lidstaten zo weinig transparant zijn, is er in hoge mate debet aan dat de raden van bestuur qua geslacht niet diverser van samenstelling zijn. Ook is het ongunstig voor de loopbaan van de potentiële bestuursleden en voor investeringsbesluiten. Dit gebrek aan transparantie weerhoudt potentiële kandidaten voor een bestuurspositie ervan om te solliciteren bij raden die wellicht grote behoefte aan hun capaciteiten hebben en om aanstellingsbesluiten aan te vechten die op vooroordelen over mannen en vrouwen berusten. Anderzijds volgen investeerders verschillende investeringsstrategieën waarvoor informatie nodig is die ook betrekking heeft op de deskundigheid en bekwaamheid van de bestuursleden. Meer transparantie over de kwalificatiecriteria en de selectieprocedure voor bestuursleden stelt investeerders in staat om de bedrijfsstrategie van de onderneming beter te beoordelen en hun besluiten met kennis van zaken te nemen. |
Amendement 16
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) Deze richtlijn heeft niet tot doel de nationale wetgeving inzake de selectieprocedures en kwalificatiecriteria voor bestuursposities tot in detail te harmoniseren. Niettemin moeten er wel bepaalde minimumnormen worden ingevoerd met betrekking tot het vereiste dat beursgenoteerde ondernemingen met een raad van bestuur waarin de man-vrouwverhouding onevenwichtig is, hun benoemingsbesluiten voor niet-uitvoerende bestuursleden dienen te baseren op een objectieve vergelijkende beoordeling van de kwalificaties van kandidaten in de zin van geschiktheid, bekwaamheid en beroepsprestaties, om bij deze bestuursleden een evenwichtige man-vrouwverhouding tot stand te brengen. Alleen een maatregel op EU-niveau kan daadwerkelijk bijdragen tot gelijke concurrentievoorwaarden in de hele Unie en kan praktische problemen in het bedrijfsleven voorkomen. | (14) Deze richtlijn heeft niet tot doel de nationale wetgeving inzake de selectieprocedures en kwalificatiecriteria voor bestuursposities tot in detail te harmoniseren. Niettemin moeten er wel bepaalde minimumnormen worden ingevoerd voor beursgenoteerde ondernemingen met een raad van bestuur waarin de man-vrouwverhouding onevenwichtig is, waarbij deze hun benoemingsbesluiten voor niet-uitvoerende bestuursleden dienen te baseren op een objectieve vergelijkende beoordeling van de kwalificaties van kandidaten in de zin van geschiktheid, bekwaamheid en beroepsprestaties, om bij deze bestuursleden een evenwichtige man-vrouwverhouding tot stand te brengen. Een maatregel op EU-niveau kan daadwerkelijk bijdragen tot gelijke concurrentievoorwaarden in de hele Unie, praktische problemen in het bedrijfsleven voorkomen en ondernemingen in staat stellen de kansen die de interne markt biedt, ten volle te benutten. |
Amendement 17
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(15) Volgens de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei is een hogere arbeidsparticipatiegraad van vrouwen een voorwaarde om de groei te bevorderen en de demografische problemen in Europa op te lossen. De strategie heeft als kerndoel de arbeidsparticipatiegraad voor vrouwen en mannen in de leeftijdsgroep van 20-64 jaar uiterlijk in 2020 op 75% te brengen. Dit kan alleen worden bereikt als oprecht naar gelijkheid tussen mannen en vrouwen wordt gestreefd en er extra inspanningen worden geleverd om alle belemmeringen voor volledige arbeidsparticipatie van vrouwen weg te nemen. De huidige economische crisis heeft duidelijk gemaakt dat Europa zich steeds meer op kennis, deskundigheid en innovatie moet baseren en optimaal gebruik moet maken van het talent dat voorhanden is. Grotere vrouwelijke betrokkenheid bij de economische besluitvorming, met name in raden van bestuur, heeft naar verwachting een gunstig neveneffect op het percentage vrouwelijke werknemers van de betrokken onderneming en binnen de economie als geheel. | (15) Volgens de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei is een hogere arbeidsparticipatiegraad van vrouwen een voorwaarde om de groei te bevorderen en de demografische problemen in Europa op te lossen. De strategie heeft als kerndoel de arbeidsparticipatiegraad voor vrouwen en mannen in de leeftijdsgroep van 20-64 jaar uiterlijk in 2020 op 75% te brengen. Dit kan alleen worden bereikt als oprecht naar gelijkheid tussen mannen en vrouwen wordt gestreefd en er extra inspanningen worden geleverd om alle belemmeringen voor volledige arbeidsparticipatie van vrouwen weg te nemen. De huidige economische crisis heeft duidelijk gemaakt dat Europa zich steeds meer op kennis, deskundigheid en innovatie moet baseren en optimaal gebruik moet maken van het talent dat voorhanden is. Grotere vrouwelijke betrokkenheid bij de economische besluitvorming, met name in raden van bestuur en op hoger-managementniveau, heeft naar verwachting een gunstig neveneffect op het percentage vrouwelijke werknemers van de betrokken onderneming en binnen de economie als geheel. |
Amendement 18
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(16) De Unie dient derhalve te streven naar een hoger percentage vrouwen in raden van bestuur, teneinde de economische groei en het concurrentievermogen van Europese ondernemingen te bevorderen en concrete gelijkheid van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt tot stand te brengen. Hiertoe dienen minimumvereisten voor positieve actie te worden vastgesteld in de vorm van bindende maatregelen ter verwezenlijking van een kwantitatieve doelstelling voor de man-vrouwverhouding in de raden van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen, aangezien lidstaten en derde landen die voor een dergelijke methode hebben gekozen, er het best in zijn geslaagd om de ondervertegenwoordiging van vrouwen in economische-besluitvormingsorganen terug te dringen. Beursgenoteerde ondernemingen zijn van bijzonder economisch belang, zeer zichtbaar en van grote invloed op de markt als geheel. | (16) De Unie dient derhalve te streven naar een hoger percentage vrouwen in raden van bestuur, teneinde de economische groei en het concurrentievermogen van Europese ondernemingen te bevorderen en concrete gelijkheid van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt tot stand te brengen. Hiertoe dienen gemeenschappelijke minimumvereisten voor positieve actie te worden vastgesteld in de vorm van maatregelen ter verwezenlijking van een kwantitatieve doelstelling voor de man-vrouwverhouding in de raden van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen. |
Amendement 19
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 16 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (16 bis) De benoeming van bestuursleden en uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders blijft voor honderd procent het privilege en de verantwoordelijkheid van de aandeelhouders. |
Amendement 20
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 16 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (16 ter) Individuen slechts zien als vertegenwoordigers van verschillende groepen in de samenleving, zoals mannen, vrouwen of etnische minderheden, gaat in tegen de doelstelling om iedereen gelijke kansen te bieden. Elk individu moet als een individu worden beschouwd en daarom mogen er geen wettelijk verplichte quota inzake vertegenwoordiging komen. Daarbij is de inzet van de ondernemingen zelf van groot belang om de opvattingen over en handelwijzen jegens vrouwen en mannen binnen ondernemingen omvattend te veranderen. Deze aanpak zorgt ervoor dat ondernemingen niet alleen ten aanzien van niet-uitvoerende bestuurders in actie komen, maar op veel bredere schaal. Ondernemingen dienen daartoe een beleid te ontwikkelen ter verbetering van het genderevenwicht en dienen op transparante wijze in hun jaarverslag informatie te verstrekken over het genderevenwicht binnen het bestuur en op de hogere managementniveaus. |
Amendement 21
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 16 quater (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (16 quater) De lidstaten moeten waarborgen dat beursgenoteerde ondernemingen een genderbeleid ontwikkelen dat erop gericht is de man-vrouwverhouding in het hele bedrijf te verbeteren. Dit beleid kan onder meer een beschrijving omvatten van de maatregelen die hiertoe in de onderneming worden genomen: het voordragen van zowel een vrouwelijke als een mannelijke kandidaat voor belangrijke functies, mentorregelingen en ondersteuning van loopbaanontwikkeling voor vrouwen, alsmede personeelsstrategieën om gevarieerde aanwerving te stimuleren. Daarnaast kan het beleid flexibele arbeidsvoorwaarden inhouden, bijvoorbeeld flexibele regelingen voor ouderschapsverlof, of subsidie voor huishoudelijk werk en kinderopvang. Voorts moet ervoor gezorgd worden dat ook werknemersorganisaties een rol krijgen, zodat vrouwen uit alle maatschappelijke geledingen uit dit beleid voordeel kunnen trekken. Elke onderneming kan daarbij de aanpak kiezen die het best bij haar activiteiten aansluit en dient actief maatregelen te treffen om het percentage van het ondervertegenwoordigde geslacht in het management van de onderneming te verhogen. |
Amendement 22
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 17
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(17) De maatregelen waarin deze richtlijn voorziet, dienen derhalve te gelden voor beursgenoteerde ondernemingen. Daaronder worden in een lidstaat gevestigde ondernemingen verstaan waarvan de effecten in één of meer lidstaten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 14), van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten. Deze ondernemingen zijn normbepalend voor de hele economie en hun werkwijzen worden in de regel door andere soorten ondernemingen nagevolgd. Gelet op hun publieke aard is het gerechtvaardigd om beursgenoteerde ondernemingen in het algemeen belang meer aan regels te onderwerpen. | (17) De maatregelen waarin deze richtlijn voorziet, dienen derhalve te gelden voor beursgenoteerde ondernemingen. Daaronder worden in een lidstaat gevestigde ondernemingen verstaan waarvan de effecten in één of meer lidstaten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 14), van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten. Deze ondernemingen zijn normbepalend voor de hele economie en hun werkwijzen worden in de regel door andere soorten ondernemingen nagevolgd. Gelet op hun publieke aard is het gerechtvaardigd om beursgenoteerde ondernemingen in het algemeen belang op passende wijze aan regels te onderwerpen. |
Amendement 23
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 17 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (17 bis) Ook niet-beursgenoteerde ondernemingen spelen een belangrijke rol in de economie. In beginsel zouden zij dan ook in de werkingssfeer van deze richtlijn moeten worden opgenomen. Aangezien echter relatief weinig bekend is over de man-vrouwverhouding binnen deze ondernemingen en er vermoedelijk bijzondere bepalingen nodig zijn om rekening te houden met hun specifieke kenmerken en het feit dat zij van lidstaat tot lidstaat verschillen, moeten zij pas in een later stadium onder deze verordening komen te vallen. Daartoe zou de Commissie, na een grondig onderzoek van alle relevante aspecten, een voorstel ter zake kunnen indienen. |
Amendement 24
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 18
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(18) Deze richtlijn dient niet van toepassing te zijn op micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, ook al zijn zij beursgenoteerd. | (18) Deze richtlijn dient niet van toepassing te zijn op micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen. Deze uitzondering voor kmo's moet van toepassing zijn op beursgenoteerde en in een later stadium ook op niet-beursgenoteerde ondernemingen. |
Amendement 25
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 21
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(21) In meerdere lidstaten kan of moet volgens nationale regels of gebruiken een bepaald deel van de niet-uitvoerende bestuursleden worden benoemd of gekozen door het personeel van de onderneming en/of werknemersorganisaties. De kwantitatieve doelstellingen van deze richtlijn dienen te gelden voor alle niet-uitvoerende bestuursleden, met inbegrip van werknemersvertegenwoordigers. Aangezien sommige niet-uitvoerende bestuursleden werknemersvertegenwoordiger zijn, dienen de praktische procedures ter verwezenlijking van deze doelstellingen echter door de betrokken lidstaten te worden vastgesteld. | (21) In meerdere lidstaten kan of moet volgens nationale regels of gebruiken een bepaald deel van de niet-uitvoerende bestuursleden worden benoemd of gekozen door het personeel van de onderneming en/of werknemersorganisaties. De kwantitatieve doelstellingen van deze richtlijn dienen te gelden voor alle niet-uitvoerende bestuursleden, met inbegrip van werknemersvertegenwoordigers. Aangezien sommige niet-uitvoerende bestuursleden werknemersvertegenwoordiger zijn, dienen de praktische procedures ter verwezenlijking van deze doelstellingen echter door de betrokken lidstaten te worden vastgesteld op basis van zorgvuldig en uitgebreid overleg met de sociale partners op nationaal niveau. Ook is het van belang dat werknemersorganisaties betrokken worden bij het ontwikkelen en uitvoeren van genderbeleid in ondernemingen. Werknemersvertegenwoordiging in het bestuur van beursgenoteerde ondernemingen is tevens een positieve manier om diversiteit te bevorderen, doordat hiermee essentiële invalshoeken en grondige kennis van het interne functioneren van de onderneming worden ingebracht. |
Amendement 26
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 22
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(22) In de Unie dienen beursgenoteerde ondernemingen te worden verplicht passende procedures in te voeren om aan specifieke doelstellingen inzake de man-vrouwverhouding in hun raden te voldoen. Beursgenoteerde ondernemingen waarvan minder dan 40% van de niet-uitvoerende bestuursposities in de raad van bestuur wordt bekleed door leden van het ondervertegenwoordigde geslacht, dienen de benoemingen op deze posities te baseren op een vergelijkende analyse van de kwalificaties van elke kandidaat door vooraf vastgestelde, heldere, neutraal geformuleerde en ondubbelzinnige criteria toe te passen, teneinde voornoemd percentage uiterlijk 1 januari 2020 te bereiken. Daarom bepaalt de richtlijn dat uiterlijk op die datum ten minste 40% van de niet-uitvoerende bestuursleden van het ondervertegenwoordigde geslacht moet zijn. Deze doelstelling heeft in beginsel alleen betrekking op de algehele diversiteit qua geslacht van niet-uitvoerende bestuursleden en speelt geen rol bij elke individuele keus voor een bepaald bestuurslid uit een grote pool van mannelijke en vrouwelijke kandidaten. Met name worden er dus geen specifieke kandidaten van bestuursposities uitgesloten of specifieke bestuursleden aan ondernemingen of aandeelhouders opgedrongen. Het blijft dus aan de ondernemingen en aandeelhouders om geschikte bestuursleden te kiezen. | (22) In de Unie dienen beursgenoteerde ondernemingen verplicht te worden passende en doeltreffende procedures in te voeren om aan specifieke doelstellingen inzake de man-vrouwverhouding in hun raden te voldoen. Beursgenoteerde ondernemingen waarvan minder dan 40% van de niet-uitvoerende bestuursposities in de raad van bestuur wordt bekleed door leden van het ondervertegenwoordigde geslacht, dienen de benoemingen op deze posities te baseren op een vergelijkende analyse van de kwalificaties van elke kandidaat door vooraf vastgestelde, heldere, neutraal geformuleerde en ondubbelzinnige criteria toe te passen, teneinde voornoemd percentage uiterlijk 1 januari 2020 te bereiken. Indien ondernemingen constateren dat er onder de potentiële kandidaten voor bestuursfuncties sprake is van een ongelijke man-vrouwverhouding, kunnen zij bijvoorbeeld overwegen om trainings- en mentorprogramma's voor het ondervertegenwoordigde geslacht in te voeren als één van de manieren om genderevenwicht te bereiken. Daarom bepaalt de richtlijn dat uiterlijk op die datum ten minste 40% van de niet-uitvoerende bestuursleden van het ondervertegenwoordigde geslacht moet zijn. Deze doelstelling heeft in beginsel alleen betrekking op de algehele diversiteit qua geslacht van niet-uitvoerende bestuursleden en speelt geen rol bij elke individuele keus voor een bepaald bestuurslid uit een grote pool van mannelijke en vrouwelijke kandidaten. Met name worden er dus geen specifieke kandidaten van bestuursposities uitgesloten of specifieke bestuursleden aan ondernemingen of aandeelhouders opgedrongen. Het blijft dus aan de ondernemingen en aandeelhouders om geschikte bestuursleden te kiezen. |
Amendement 27
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 22 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (22 bis) Om hun economische besluitvorming te kunnen baseren op een bredere waaier aan standpunten en ervaringen, moeten beursgenoteerde ondernemingen ertoe aangezet worden om in hun aanwervingsbeleid niet alleen aandacht te hebben voor gelijkheid tussen mannen en vrouwen maar ook voor diversiteit inzake vaardigheden, leeftijd, geografische herkomst, etnische groep, opleiding en loopbaan. |
Amendement 28
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 23
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(23) De lidstaten oefenen een dominerende invloed uit op beursgenoteerde openbare bedrijven in de zin van artikel 2, onder b), van Richtlijn 2006/111/EG van de Commissie van 16 november 2006 betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen lidstaten en openbare bedrijven en de financiële doorzichtigheid binnen bepaalde ondernemingen. Door deze dominerende invloed beschikken zij over instrumenten waarmee de nodige verandering sneller kan worden bewerkstelligd. In dergelijke ondernemingen dient daarom de doelstelling dat ten minste 40% van de niet-uitvoerende bestuursleden van het ondervertegenwoordigde geslacht is, eerder te worden bereikt. | (23) De lidstaten oefenen een dominerende invloed uit op beursgenoteerde openbare bedrijven in de zin van artikel 2, onder b), van Richtlijn 2006/111/EG van de Commissie van 16 november 2006 betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen lidstaten en openbare bedrijven en de financiële doorzichtigheid binnen bepaalde ondernemingen. Door deze dominerende invloed beschikken zij over instrumenten waarmee de nodige verandering sneller kan worden bewerkstelligd. |
Amendement 29
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 26
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(26) Overeenkomstig die jurisprudentie dienen de lidstaten te waarborgen dat de kandidaten met de beste kwalificaties voor de positie van niet-uitvoerend bestuurslid worden geselecteerd op basis van een vergelijkende analyse van de kwalificaties van elke kandidaat die op vooraf opgestelde, heldere, neutraal geformuleerde en ondubbelzinnige criteria berust. De ondernemingen zouden als selectiecriteria bijvoorbeeld kunnen kiezen voor werkervaring in bestuurlijke of toezichthoudende functies, kennis van specifieke relevante gebieden als financiën, administratief of personeelsbeheer, leidinggevende en communicatieve capaciteiten en netwerkvaardigheid. Er dient voorrang te worden gegeven aan de kandidaat van het ondervertegenwoordigde geslacht wanneer die kandidaat even gekwalificeerd is als de kandidaat van het andere geslacht qua geschiktheid, competenties en beroepsprestaties en wanneer een objectieve beoordeling op grond van alle criteria die specifiek op de individuele kandidaat van toepassing zijn, de balans niet ten gunste van een kandidaat van het andere geslacht doet doorslaan. | (26) Overeenkomstig die jurisprudentie dienen beursgenoteerde ondernemingen te worden aangespoord de selectie van de kandidaten met de beste kwalificaties voor de positie van niet-uitvoerend bestuurslid te baseren op een vergelijkende analyse van de kwalificaties van elke kandidaat die op vooraf opgestelde, heldere, neutraal geformuleerde en ondubbelzinnige criteria berust. De ondernemingen zouden als selectiecriteria bijvoorbeeld kunnen kiezen voor werkervaring in bestuurlijke of toezichthoudende functies, kennis van specifieke relevante gebieden als financiën, administratief of personeelsbeheer, leidinggevende en communicatieve capaciteiten en netwerkvaardigheid. Er mag voorrang worden gegeven aan de kandidaat van het ondervertegenwoordigde geslacht wanneer die kandidaat ten minste even gekwalificeerd is. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat ondernemingen die niet voldoen aan de kerndoelstellingen van de richtlijn aanvullende informatie verstrekken over hun aanwervings-, selectie- en aanstellingsbeleid, en in het bijzonder over de maatregelen die zij van plan zijn te nemen om de man-vrouwverhouding te verbeteren. |
Amendement 30
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 27
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(27) De wijze waarop bestuursleden worden aangeworven en benoemd, verschilt per lidstaat en per onderneming. Zo kan aan de aandeelhoudersvergadering een voorselectie van kandidaten worden voorgelegd, bijvoorbeeld door een benoemingscommissie, kunnen individuele aandeelhouders de bestuursleden rechtstreeks benoemen of kan op de aandeelhoudersvergadering over individuele kandidaten of kandidatenlijsten worden gestemd. Aan de vereisten voor de selectie van kandidaten dient in de passende fase van de selectieprocedure te zijn voldaan, overeenkomstig de nationale wetgeving en de statuten van de betrokken beursgenoteerde ondernemingen. In dit opzicht strekt deze richtlijn slechts tot minimale harmonisering van de selectieprocedures, zodat de voorwaarden waarin de jurisprudentie van het Hof van Justitie voorziet, kunnen worden toegepast teneinde de doelstelling van een evenwichtiger man-vrouwverhouding in de raden van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen te verwezenlijken. | (27) De wijze waarop bestuursleden worden aangeworven, geselecteerd en benoemd, verschilt per lidstaat en per onderneming. Zo kan aan de aandeelhoudersvergadering een voorselectie van kandidaten worden voorgelegd, bijvoorbeeld door een benoemingscommissie, kunnen individuele aandeelhouders de bestuursleden rechtstreeks benoemen of kan op de aandeelhoudersvergadering over individuele kandidaten of kandidatenlijsten worden gestemd. Deze richtlijn eerbiedigt de diversiteit van selectieprocedures, die gebaseerd moeten zijn op transparantie en verdienste, en dringt tegelijkertijd aan op verwezenlijking van de doelstelling van meer personen van het ondervertegenwoordigde geslacht in raden van bestuur. Aan de vereisten voor de selectie van kandidaten dient in de passende fase van de selectieprocedure te zijn voldaan, overeenkomstig de nationale wetgeving en de statuten van de betrokken beursgenoteerde ondernemingen. In dit opzicht wordt met deze richtlijn een verscheidenheid aan selectieprocedures mogelijk gemaakt teneinde de doelstelling van een evenwichtiger man-vrouwverhouding in de raden van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen te verwezenlijken. Deze richtlijn laat het dagelijks bestuur van ondernemingen zoveel mogelijk ongemoeid, aangezien ondernemingen de vrijheid behouden om kandidaten te selecteren op basis van kwalificaties of andere objectieve ter zake doende overwegingen. |
Amendement 31
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 28
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(28) Deze richtlijn heeft een evenwichtigere man-vrouwverhouding in raden van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen ten doel en moet zo helpen om gestalte te geven aan het beginsel van gelijke behandeling van mannen vrouwen, dat als een grondrecht van de Unie is aangemerkt. Beursgenoteerde ondernemingen dienen derhalve te worden verplicht om een afgewezen kandidaat op diens verzoek niet alleen de bij de selectie gebruikte kwalificatiecriteria mee te delen, maar ook de objectieve vergelijkende beoordeling van die criteria en eventueel de overwegingen die de balans deden doorslaan in het voordeel van een kandidaat die niet van het ondervertegenwoordigde geslacht was. Deze inperkingen van het in de artikelen 7 en 8 van het Handvest verankerde recht op eerbiediging van het privéleven met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens en de verplichting voor beursgenoteerde ondernemingen om die informatie op verzoek te verstrekken aan de afgewezen kandidaat zijn nodig en stroken, overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, met erkende doelstellingen van algemeen belang. Zij zijn dan ook in overeenstemming met de in artikel 52, lid 1, van het Handvest vastgestelde vereisten voor dergelijke inperkingen en met de betrokken jurisprudentie van het Hof van Justitie. | (28) Deze richtlijn heeft een evenwichtigere man-vrouwverhouding in raden van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen ten doel en moet zo helpen om gestalte te geven aan het beginsel van gelijke behandeling van mannen vrouwen, dat als een grondrecht van de Unie is aangemerkt. Beursgenoteerde ondernemingen dienen derhalve te worden verplicht om, indien mogelijk, een afgewezen kandidaat op diens verzoek niet alleen de bij de selectie gebruikte kwalificatiecriteria mee te delen, maar ook de objectieve vergelijkende beoordeling van die criteria. Deze inperkingen van het in de artikelen 7 en 8 van het Handvest verankerde recht op eerbiediging van het privéleven met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens en de verplichting voor beursgenoteerde ondernemingen om die informatie op verzoek te verstrekken aan de afgewezen kandidaat zijn nodig en stroken, overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, met erkende doelstellingen van algemeen belang. Zij zijn dan ook in overeenstemming met de in artikel 52, lid 1, van het Handvest vastgestelde vereisten voor dergelijke inperkingen en met de betrokken jurisprudentie van het Hof van Justitie. |
Amendement 32
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 29
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(29) Wanneer een afgewezen kandidaat van het ondervertegenwoordigde geslacht stelt over gelijke kwalificaties te beschikken als de benoemde kandidaat van het andere geslacht, dient de beursgenoteerde onderneming te zijn gehouden de juistheid van haar keus aan te tonen. | Schrappen |
Amendement 33
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 30
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(30) De lidstaten dienen doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties vast te stellen voor inbreuken op deze richtlijn; zo zou onder meer kunnen worden voorzien in administratieve boetes en nietigheid of nietigverklaring door een rechterlijke instantie van een benoeming of verkiezing van niet-uitvoerende bestuursleden die niet strookt met de krachtens artikel 4, lid 1, vastgestelde nationale bepalingen. | (30) De lidstaten dienen doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties vast te stellen voor inbreuken op deze richtlijn; zo zou onder meer kunnen worden voorzien in administratieve boetes en nietigheid of nietigverklaring door een rechterlijke instantie van een benoeming of verkiezing van niet-uitvoerende bestuursleden die niet strookt met de krachtens artikel 4, lid 1, vastgestelde nationale bepalingen en publicatie van het besluit om een administratieve boete op te leggen, inclusief informatie over het type en de aard van de inbreuk en de hoogte van de opgelegde boete. Sancties moeten worden opgelegd indien beursgenoteerde ondernemingen zich niet houden aan de voorgeschreven procedures voor de benoeming of verkiezing van niet-uitvoerende bestuursleden, zoals bepaald in artikel 4, lid 1, of aan de vereisten inzake informatieverstrekking, zoals bepaald in artikel 5 van deze richtlijn. Indien ondernemingen er echter niet in slagen de kwantitatieve doelstelling van artikel 4, lid 1, te bereiken, mag dit niet als inbreuk op deze richtlijn gelden en niet tot sancties leiden. |
Amendement 34
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 31
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(31) Aangezien de samenstelling qua geslacht van het werknemersbestand direct van invloed is op de beschikbaarheid van kandidaten van het ondervertegenwoordigde geslacht, mogen de lidstaten bepalen dat indien het personeel voor minder dan 10% uit het ondervertegenwoordigde geslacht bestaat, de betrokken onderneming niet hoeft te voldoen aan de doelstelling van deze richtlijn. | Schrappen |
Amendement 35
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 32
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(32) Aangezien beursgenoteerde ondernemingen ernaar dienen te streven dat meer leden van het ondervertegenwoordigde geslacht besluitvormingsposities bekleden, mogen de lidstaten bepalen dat de doelstelling van deze richtlijn bereikt moet worden geacht wanneer beursgenoteerde ondernemingen kunnen aantonen dat ten minste een derde van alle bestuursposities wordt bekleed door leden van het ondervertegenwoordigde geslacht, ongeacht of zij uitvoerend of niet-uitvoerend bestuurslid zijn. | (32) Aangezien beursgenoteerde ondernemingen ernaar dienen te streven dat meer leden van het ondervertegenwoordigde geslacht besluitvormingsposities bekleden, mogen de lidstaten bepalen dat de doelstelling van deze richtlijn bereikt moet worden geacht wanneer beursgenoteerde ondernemingen kunnen aantonen dat ten minste een derde van alle bestuursposities wordt bekleed door leden van het ondervertegenwoordigde geslacht, ongeacht of zij uitvoerend of niet-uitvoerend bestuurslid zijn. Deze ondernemingen moeten evenwel overeenkomstig artikel 5, leden 1, 1 bis en 2, van deze richtlijn in hun jaarverslag en op hun website verslag blijven uitbrengen over de man-vrouwverhouding onder uitvoerende en niet-uitvoerende bestuursleden en over hun beleid op dit vlak. |
Amendement 36
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 34
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(34) De lidstaten dienen beursgenoteerde ondernemingen te verplichten om de bevoegde nationale autoriteiten jaarlijks te informeren over de man-vrouwverhouding in hun raad van bestuur en over de wijze waarop zij erin zijn geslaagd om de doelstellingen van deze richtlijn te verwezenlijken; zo kunnen deze autoriteiten de vorderingen nagaan die elke afzonderlijke beursgenoteerde onderneming boekt bij het tot stand brengen van een evenwichtige man-vrouwverhouding in haar raad van bestuur.Deze informatie moet worden bekendgemaakt en ingeval de betrokken onderneming de doelstelling niet heeft gehaald, ook een beschrijving omvatten van de maatregelen die de onderneming tot dusver heeft genomen en nog van plan is te nemen om in de toekomst aan de doelstelling te voldoen. | (34) De lidstaten dienen beursgenoteerde ondernemingen te verplichten om de bevoegde nationale autoriteiten jaarlijks te informeren over de man-vrouwverhouding in hun raad van bestuur en over de wijze waarop zij erin zijn geslaagd om de doelstellingen van deze richtlijn te verwezenlijken; zo kunnen deze autoriteiten de vorderingen nagaan die elke afzonderlijke beursgenoteerde onderneming boekt bij het tot stand brengen van een evenwichtige man-vrouwverhouding in haar raad van bestuur. Deze informatie moet op passende en gemakkelijk toegankelijke wijze in het jaarverslag en op de website van de onderneming worden bekendgemaakt en ingeval de betrokken onderneming de doelstelling niet heeft gehaald, ook een uitvoerige beschrijving omvatten van de maatregelen die de onderneming tot dusver heeft genomen en nog van plan is te nemen om in de toekomst aan de doelstelling te voldoen. Bovendien moeten ondernemingen die de doelstelling niet hebben gehaald, gemotiveerd uiteenzetten waarom ze geen passende mechanismen hebben ingevoerd, en aangeven welke concrete maatregelen zij zullen nemen om ervoor te zorgen dat de doelstelling van een evenwichtige man-vrouwverhouding daadwerkelijk wordt bereikt. |
Amendement 37
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 35
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(35) Lidstaten kunnen eventueel al vóór de inwerkingtreding van deze richtlijn maatregelen hebben genomen om voor een evenwichtigere man-vrouwverhouding in raden van bestuur te zorgen. De lidstaten waarvoor dat geldt, moeten de mogelijkheid hebben deze maatregelen toe te passen in plaats van de procedurevoorschriften inzake benoemingen. Daarvoor moeten zij echter kunnen aantonen dat maatregelen die zij hebben genomen net zo doeltreffend zijn om uiterlijk 1 januari 2020, of uiterlijk 1 januari 2018 in het geval van beursgenoteerde overheidsbedrijven, de doelstelling te bereiken in beursgenoteerde ondernemingen minstens 40% van de posities van niet-uitvoerend bestuurder door leden van het ondervertegenwoordigde geslacht te laten bekleden. | (35) Lidstaten kunnen eventueel al vóór de inwerkingtreding van deze richtlijn maatregelen hebben genomen om voor een evenwichtigere man-vrouwverhouding in raden van bestuur te zorgen. De lidstaten waarvoor dat geldt, moeten de mogelijkheid hebben deze maatregelen toe te passen in plaats van de procedurevoorschriften inzake benoemingen. Daarvoor moeten zij echter kunnen aantonen dat maatregelen die zij hebben genomen net zo doeltreffend zijn om uiterlijk 1 januari 2020 de doelstelling om in beursgenoteerde ondernemingen minstens 40% van de posities van niet-uitvoerend bestuurder door leden van het ondervertegenwoordigde geslacht te laten bekleden of de doelstelling van artikel 4, lid 1, te bereiken. De Commissie moet beoordelen of de maatregelen van de lidstaten toereikend zijn om de gewenste resultaten te behalen en bepalen of relevante artikelen van de richtlijn kunnen worden opgeschort teneinde nationale maatregelen ongemoeid te laten. |
Amendement 38
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 38
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(38) Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, bevat deze richtlijn slechts gezamenlijke doelstellingen en gaat zij niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken. De lidstaten krijgen voldoende vrijheid om te bepalen hoe de doelstellingen van deze richtlijn het best kunnen worden verwezenlijkt, gelet op de nationale omstandigheden, met name de regels en praktijken op het gebied van de aanwerving voor bestuursposities. Deze richtlijn laat onverlet dat ondernemingen de kandidaten met de beste kwalificaties in hun raad van bestuur kunnen benoemen en zij laat alle beursgenoteerde ondernemingen voldoende tijd om zich aan te passen. | (38) Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, bevat deze richtlijn slechts gezamenlijke doelstellingen en gaat zij niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken. De lidstaten krijgen voldoende vrijheid om te bepalen hoe de doelstellingen van deze richtlijn het best kunnen worden verwezenlijkt, gelet op de nationale omstandigheden, met name de regels en praktijken op het gebied van de aanwerving voor bestuursposities. Deze richtlijn laat onverlet dat ondernemingen de kandidaten met de beste kwalificaties in hun raad van bestuur kunnen benoemen en zij biedt alle beursgenoteerde ondernemingen een flexibel kader en laat ze voldoende tijd om zich aan te passen. |
Amendement 39
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 38 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (38 bis) Om te waarborgen dat de in deze richtlijn genoemde doelstellingen met betrekking tot genderevenwicht door de lidstaten volledig worden verwezenlijkt en worden geïntegreerd in het specifieke beleid van de betrokken ondernemingen, en om te kunnen nagaan of het verwachte "spill-over effect" van de richtlijn zich inderdaad voordoet, moet de Commissie het Europees Parlement en de Raad een verslag doen toekomen. In dit verslag moet ook aandacht besteed worden aan de positieve en negatieve gevolgen van een eventuele uitbreiding van het toepassingsgebied van de doelstellingen met betrekking tot genderevenwicht tot niet-beursgenoteerde ondernemingen, en moet opnieuw worden onderzocht of het nodig is op EU-niveau bindende streefcijfers vast te stellen. |
Amendement 40
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel dient de doelstelling waaraan beursgenoteerde ondernemingen moeten voldoen in de tijd beperkt te zijn en niet langer te gelden dan nodig is om duurzame vooruitgang te boeken met betrekking tot de man-vrouwverhouding in raden van bestuur. De Commissie dient de toepassing van deze richtlijn daarom regelmatig te evalueren en daarvan verslag uit te brengen aan het Europees Parlement en de Raad. De richtlijn is geldig tot en met 31 december 2028. De Commissie dient bij haar evaluatie na te gaan of het nodig is de geldigheidsduur van de richtlijn tot na die datum te verlengen. | (39) Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel dient de doelstelling waaraan beursgenoteerde ondernemingen moeten voldoen in de tijd beperkt te zijn en niet langer te gelden dan nodig is om duurzame vooruitgang te boeken met betrekking tot de man-vrouwverhouding in raden van bestuur. De Commissie dient de toepassing van deze richtlijn daarom regelmatig te evalueren en daarvan verslag uit te brengen aan het Europees Parlement en de Raad. De richtlijn is geldig tot en met 31 december 2028. De Commissie dient bij haar evaluatie na te gaan of het nodig is de geldigheidsduur van de richtlijn tot na die datum te verlengen. De lidstaten moeten met de sociale partners en het maatschappelijk middenveld samenwerken en hen op een doeltreffende manier informeren over de betekenis, de omzetting en de uitvoering van de richtlijn. |
Amendement 41
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De lidstaten zien erop toe dat beursgenoteerde ondernemingen met een raad van bestuur waarvan minder dan 40% van de niet-uitvoerende bestuursposities wordt bekleed door leden van het ondervertegenwoordigde geslacht, de benoemingen op deze posities baseren op een vergelijkende analyse van de kwalificaties van elke kandidaat door vooraf vastgestelde, heldere, neutraal geformuleerde en ondubbelzinnige criteria toe te passen, opdat voornoemd percentage uiterlijk 1 januari 2020 wordt bereikt, of uiterlijk 1 januari 2018 in het geval van beursgenoteerde overheidsbedrijven. | 1. De lidstaten zien erop toe dat beursgenoteerde ondernemingen met een raad van bestuur waarvan minder dan 40% van de niet-uitvoerende bestuursposities wordt bekleed door leden van het ondervertegenwoordigde geslacht, hun aanwervings-, selectie-, en aanstellingsprocedures aanpassen om te waarborgen dat de selectie van niet-uitvoerende bestuursleden gebaseerd is op een vergelijkende analyse van de kwalificaties van elke kandidaat door vooraf vastgestelde, heldere, neutraal geformuleerde en ondubbelzinnige criteria, opdat voornoemd percentage uiterlijk 1 januari 2020 wordt bereikt. |
Amendement 42
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Ter verwezenlijking van de doelstelling van lid 1 zien de lidstaten erop toe dat bij de selectie van niet-uitvoerende bestuursleden bij gelijke kwalificaties wat betreft geschiktheid, deskundigheid en beroepsprestaties voorrang wordt gegeven aan de kandidaat van het ondervertegenwoordigde geslacht, tenzij een objectieve beoordeling van alle criteria die specifiek op de individuele kandidaten van toepassing zijn, de balans doet uitslaan in het voordeel van een kandidaat van het andere geslacht. | 3. Ter verwezenlijking van de doelstelling van lid 1 zien de lidstaten erop toe dat bij aanwervings-, selectie- en aanstellingsprocedures voor niet-uitvoerende bestuursleden bij gelijke kwalificaties wat betreft geschiktheid, deskundigheid en beroepsprestaties voorrang kan worden gegeven aan de kandidaat van het ondervertegenwoordigde geslacht, tenzij een objectieve beoordeling van alle criteria die specifiek op de individuele kandidaten van toepassing zijn, de balans doet uitslaan in het voordeel van een kandidaat van het andere geslacht. |
Amendement 43
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 bis. De lidstaten zien erop toe dat aan de vereisten voor de selectie van kandidaten wordt voldaan in de passende fase van de selectieprocedure, overeenkomstig de nationale wetgeving en de statuten van de betrokken beursgenoteerde ondernemingen. |
Amendement 44
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De lidstaten zien erop toe dat beursgenoteerde ondernemingen worden verplicht om een afgewezen kandidaat op diens verzoek niet alleen de bij de selectie gebruikte kwalificatiecriteria mee te delen, maar ook de objectieve vergelijkende beoordeling van die criteria en zo nodig de overwegingen die de balans deden doorslaan in het voordeel van een kandidaat van het andere geslacht. | 4. De lidstaten zien erop toe dat beursgenoteerde ondernemingen worden verplicht om een afgewezen kandidaat op diens verzoek de bij de selectie gebruikte kwalificatiecriteria mee te delen. |
Amendement 45
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De lidstaten mogen bepalen dat beursgenoteerde ondernemingen waarvan het personeel voor minder dan 10% uit leden van het ondervertegenwoordigde geslacht bestaat, niet hoeven te voldoen aan de doelstelling van lid 1. | Schrappen |
Amendement 46
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. De lidstaten mogen bepalen dat is voldaan aan de doelstelling van lid 1, wanneer beursgenoteerde ondernemingen kunnen aantonen dat ten minste een derde van alle bestuursposities wordt bekleed door leden van het ondervertegenwoordigde geslacht, ongeacht of zij uitvoerend of niet-uitvoerend bestuurslid zijn. | 7. De lidstaten mogen bepalen dat is voldaan aan de doelstelling van lid 1, wanneer beursgenoteerde ondernemingen kunnen aantonen dat ten minste een derde van alle bestuursposities wordt bekleed door leden van het ondervertegenwoordigde geslacht, ongeacht of zij uitvoerend of niet-uitvoerend bestuurslid zijn. Deze ondernemingen blijven evenwel overeenkomstig artikel 5, leden 1 en 2, van deze richtlijn in hun jaarverslag en op hun website verslag uitbrengen over de man-vrouwverhouding onder uitvoerende en niet-uitvoerende bestuursleden en over de verbintenissen die zij op dit gebied zijn aangegaan. |
Amendement 47
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De lidstaten zien erop toe dat beursgenoteerde ondernemingen individuele verbintenissen met betrekking een evenwichtige man-vrouwverhouding bij uitvoerende bestuursleden aangaan en deze uiterlijk 1 januari 2020 zijn nagekomen, of uiterlijk 1 januari 2018 in het geval van beursgenoteerde overheidsbedrijven. | 1. De lidstaten zien erop toe dat beursgenoteerde ondernemingen individuele verbintenissen met betrekking een evenwichtige man-vrouwverhouding bij uitvoerende bestuursleden aangaan en deze uiterlijk 1 januari 2020 zijn nagekomen. Deze verbintenissen zijn gericht op een evenwichtige man-vrouwverhouding onder uitvoerende bestuurders en moeten zorgen voor een daadwerkelijke vooruitgang ten opzichte van de huidige situatie binnen de desbetreffende onderneming. |
Amendement 48
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. De lidstaten zien erop toe dat beursgenoteerde ondernemingen waarin minder dan een derde van de uitvoerende en niet-uitvoerende bestuursposities wordt bekleed door leden van het ondervertegenwoordigde geslacht, een genderbeleid ontwikkelen dat erop gericht is het percentage van het ondervertegenwoordigde geslacht in uitvoerende en niet-uitvoerende bestuursposities in de onderneming te vergroten. |
Amendement 49
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De lidstaten verplichten beursgenoteerde ondernemingen ertoe de bevoegde nationale autoriteiten met ingang van [twee jaar na vaststelling] eenmaal per jaar informatie verstrekken over de man-vrouwverhouding in hun raad van bestuur en daarbij onderscheid maken tussen niet-uitvoerende en uitvoerende bestuursleden, alsook over de maatregelen die zijn getroffen ter verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 4, lid 1, en van lid 1 van dit artikel, en die informatie op een geschikte en toegankelijke wijze op hun website bekendmaken. | 2. De lidstaten verplichten beursgenoteerde ondernemingen ertoe de bevoegde nationale autoriteiten met ingang van [twee jaar na vaststelling] eenmaal per jaar de volgende informatie te verstrekken: |
| a) de man-vrouwverhouding in hun raad van bestuur en daarbij onderscheid te maken tussen niet-uitvoerende en uitvoerende bestuursleden, |
| b) een presentatie en analyse van de specifieke maatregelen die zijn getroffen ter verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 4, lid 1, en van de leden 1 en 1 bis van dit artikel, |
| c) de voor het volgende jaar geplande specifieke maatregelen, |
| d) de vooruitgang met betrekking tot de doelstellingen, als bedoeld in artikel 4, lid 1, en lid 1 van dit artikel. |
| Beursgenoteerde ondernemingen maken die informatie op een geschikte en toegankelijke wijze op hun website en in hun jaarverslag bekend. |
Amendement 50
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Als een beursgenoteerde onderneming niet voldoet aan de doelstellingen van artikel 4, lid 1, of haar eigen verbintenissen op grond van lid 1 van dit artikel niet nakomt, bevat de in lid 2 van dit artikel bedoelde informatie de redenen hiervoor evenals een beschrijving van de maatregelen die de onderneming heeft genomen of van plan is te nemen om te voldoen aan de doelstellingen of de verbintenissen na te komen. | 3. Als een beursgenoteerde onderneming niet voldoet aan de doelstellingen van artikel 4, lid 1, of haar eigen verbintenissen op grond van de leden 1 en 1 bis van dit artikel niet nakomt, bevat de in lid 2 van dit artikel bedoelde informatie de redenen hiervoor evenals een beschrijving van de maatregelen die de onderneming heeft genomen of van plan is te nemen om te voldoen aan de doelstellingen of de verbintenissen na te komen. |
Amendement 51
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De lidstaten stellen vast welke sancties gelden voor overtredingen van de ter uitvoering van deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden toegepast. | 1. De lidstaten stellen vast welke sancties gelden voor overtredingen van de ter uitvoering van deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden toegepast. De lidstaten brengen verslag uit aan de Commissie over de sancties die worden opgelegd om aan de bepalingen van deze richtlijn te voldoen. |
Amendement 52
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 2 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn en kunnen de volgende maatregelen omvatten: | 2. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn en ten minste het volgende omvatten: |
Amendement 53
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 2 – letter b bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (b bis) publicatie van het besluit om een administratieve boete op te leggen, inclusief informatie over het type en de aard van de inbreuk [en de hoogte van de opgelegde boete]; |
Amendement 54
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 3 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Onverminderd artikel 4, leden 6 en 7, mogen lidstaten die vóór de inwerkingtreding van deze richtlijn al maatregelen hebben genomen om een evenwichtigere vertegenwoordiging van vrouwen en mannen te waarborgen onder niet-uitvoerende bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen, de toepassing van de in artikel 4, leden 1, 3, 4 en 5 opgenomen procedurele voorschriften inzake benoemingen opschorten, mits kan worden aangetoond dat deze maatregelen het de leden van het ondervertegenwoordigde geslacht mogelijk maken om uiterlijk 1 januari 2020, of uiterlijk 1 januari 2018 in het geval van beursgenoteerde overheidsbedrijven, minstens 40% van de posities van niet-uitvoerend bestuurder in beursgenoteerde ondernemingen te bekleden. | 3. Onverminderd artikel 4, leden 6 en 7, mogen lidstaten die vóór de inwerkingtreding van deze richtlijn al maatregelen hebben genomen om een evenwichtigere vertegenwoordiging van vrouwen en mannen te waarborgen onder niet-uitvoerende bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen, de toepassing van de in artikel 4, leden 1, 3 en 4 opgenomen procedurele voorschriften opschorten, mits kan worden aangetoond dat deze maatregelen het de leden van het ondervertegenwoordigde geslacht mogelijk maken om uiterlijk 1 januari 2020 minstens 40% van de posities van niet-uitvoerend bestuurder in beursgenoteerde ondernemingen te bekleden. |
Amendement 55
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De lidstaten doen de Commissie uiterlijk 1 januari 2017, en vervolgens om de twee jaar, een verslag toekomen over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn. Deze verslagen omvatten onder meer uitgebreide informatie over de maatregelen die zijn genomen ter verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 4, lid 1, informatie die wordt verstrekt overeenkomstig artikel 5, lid 2, en informatie over individuele verbintenissen die beursgenoteerde ondernemingen zijn aangegaan krachtens artikel 5, lid 1. | 1. De lidstaten doen de Commissie uiterlijk 1 januari 2017, en vervolgens om de twee jaar, een verslag toekomen over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn. Deze verslagen omvatten onder meer uitgebreide informatie over de maatregelen die zijn genomen ter verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 4, lid 1, informatie die wordt verstrekt overeenkomstig artikel 5, lid 2, en informatie over individuele verbintenissen die beursgenoteerde ondernemingen zijn aangegaan krachtens artikel 5, leden 1 en 1 bis. |
Amendement 56
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. De Commissie dient een evaluatieverslag in over de nakoming van de vereisten voor beursgenoteerde ondernemingen zoals vermeld in artikel 4, lid 1, en artikel 5, lid 1, op basis van de door de lidstaten overeenkomstig lid 1 ingediende verslagen. Daarnaast bevat het verslag van de Commissie een overzicht van de man-vrouwverhouding op het bestuursniveau van niet-beursgenoteerde ondernemingen boven de mkb-drempel als gedefinieerd in artikel 2. De Commissie beoordeelt of zij een voorstel zal indienen voor uitbreiding van de werkingssfeer van deze richtlijn tot niet-beursgenoteerde ondernemingen die geen kmo's zijn, daarbij rekening houdend met alle relevante Europese en internationale ontwikkelingen en de specifieke kenmerken en diversiteit van dergelijke ondernemingen. |
| Indien uit het verslag blijkt dat het percentage van het ondervertegenwoordigde geslacht in het bestuur van beursgenoteerde of niet-beursgenoteerde ondernemingen ondanks de inspanningen van de ondernemingen niet aanmerkelijk is gestegen, beoordeelt de Commissie of zij een wetgevingsvoorstel zal indienen tot wijziging van de in deze richtlijn neergelegde vereisten, met het oog op de vaststelling van strengere wetgevingsmaatregelen. |
Amendement 57
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 1 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 ter. De Commissie dient een verslag in over de wijze waarop de beginselen van deze richtlijn worden opgenomen in de regels die gelden voor de interne aanwervingsprocedures van alle EU-instellingen en ‑agentschappen en hoe zij worden toegepast. Hiertoe doen alle EU-instellingen en ‑agentschappen de Commissie uiterlijk 31 december 2018 en vervolgens ieder jaar een verslag toekomen over hun genderstatistieken en de op dit gebied geboekte vooruitgang. De Commissie publiceert deze verslagen onverwijld op haar website. Indien passend gaat het verslag van de Commissie vergezeld van een wetgevingsvoorstel tot uitbreiding van de reikwijdte van de richtlijn tot alle EU-instellingen en ‑agentschappen. |
Amendement 58
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Lidstaten die krachtens artikel 8, lid 3, de toepassing van de in artikel 4, leden 1, 3, 4 en 5 opgenomen procedurele voorschriften inzake benoemingen hebben opgeschort, nemen in de in lid bedoelde verslagen informatie op waaruit de concrete resultaten blijken die door middel van de in artikel 8, lid 3, bedoelde nationale maatregelen zijn bereikt. De Commissie zal vervolgens een speciaal verslag uitbrengen waarin wordt nagegaan of deze maatregelen het de leden van het ondervertegenwoordigde geslacht inderdaad mogelijk maken om uiterlijk 1 januari 2018 in het geval van beursgenoteerde bedrijven overheidsbedrijven, of uiterlijk 1 januari 2020 in het geval van beursgenoteerde bedrijven die geen overheidsbedrijf zijn, minstens 40% van de posities van niet-uitvoerend bestuurslid te bekleden. Het eerste van deze verslagen zal door de Commissie uiterlijk 1 juli 2017 worden uitgebracht. De volgende verslagen worden binnen zes maanden na de indiening krachtens lid 1 van de respectieve nationale verslagen uitgebracht. | 2. Lidstaten die krachtens artikel 8, lid 3, de toepassing van de in artikel 4, leden 1, 3 en 4, opgenomen procedurele voorschriften hebben opgeschort, nemen in de in lid bedoelde verslagen informatie op waaruit de concrete resultaten blijken die door middel van de in artikel 8, lid 3, bedoelde nationale maatregelen zijn bereikt. De Commissie zal vervolgens een speciaal verslag uitbrengen waarin wordt nagegaan of deze maatregelen het de leden van het ondervertegenwoordigde geslacht inderdaad mogelijk maken om uiterlijk 1 januari 2020 minstens 40% van de posities van niet-uitvoerend bestuurslid in beursgenoteerde ondernemingen te bekleden. Het eerste van deze verslagen zal door de Commissie uiterlijk 1 juli 2017 worden uitgebracht. De volgende verslagen worden binnen zes maanden na de indiening krachtens lid 1 van de respectieve nationale verslagen uitgebracht. |
Amendement 59
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Wanneer beursgenoteerde ondernemingen niet uiterlijk 1 januari 2018 wanneer het om overheidsbedrijven gaat, of uiterlijk 1 januari 2020 wanneer het niet om overheidsbedrijven gaat, door toepassing van de in artikel 8, lid 3, bedoelde nationale maatregelen op minstens 40% van de posities van niet-uitvoerend bestuurder in hun raden van bestuur leden van het ondervertegenwoordigde geslacht hebben benoemd of gekozen, zorgen de betrokken lidstaten ervoor dat deze ondernemingen met ingang deze respectieve data de in artikel 4, leden 1, 3, 4 en 5 opgenomen procedurele voorschriften inzake benoemingen toepassen. | Wanneer beursgenoteerde ondernemingen niet uiterlijk 1 januari 2020 door toepassing van de in artikel 8, lid 3, bedoelde nationale maatregelen op minstens 40% van de posities van niet-uitvoerend bestuurder in hun raden van bestuur leden van het ondervertegenwoordigde geslacht hebben benoemd of gekozen, zorgen de betrokken lidstaten ervoor dat deze ondernemingen met ingang van deze datum de in artikel 4, leden 1, 3 en 4, opgenomen procedurele voorschriften toepassen. |
Amendement 60
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De Commissie evalueert de uitvoering van deze richtlijn en doet het Europees Parlement en de Raad daarvan uiterlijk op 31 december 2021 en vervolgens om de twee jaar verslag. De Commissie beoordeelt met name of de doelstellingen van deze verordening verwezenlijkt zijn. | 3. De Commissie evalueert de uitvoering van deze richtlijn en doet het Europees Parlement en de Raad uiterlijk op 31 december 2019 en vervolgens om de twee jaar de in de leden 1 bis en 1 ter bedoelde verslagen toekomen. De Commissie beoordeelt met name of de doelstellingen van deze verordening verwezenlijkt zijn. |
PROCEDURE
Titel | Man-vrouwverhouding bij niet-uitvoerende bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen | |||
Document- en procedurenummers | COM(2012)0614 – C7-0382/2012 – 2012/0299(COD) | |||
Commissies ten principale Datum bekendmaking | JURI 22.11.2012 | FEMM 22.11.2012 |
|
|
Advies uitgebracht door Datum bekendmaking | ECON 22.11.2012 | |||
Rapporteur voor advies Datum benoeming | Olle Schmidt 14.1.2013 | |||
Artikel 51 - Gezamenlijke commissievergaderingen Datum bekendmaking |
17.1.2013 | |||
Behandeling in de commissie | 24.4.2013 | 18.6.2013 |
|
|
Datum goedkeuring | 17.9.2013 |
|
|
|
Uitslag eindstemming | +: –: 0: | 39 2 6 | ||
Bij de eindstemming aanwezige leden | Marino Baldini, Jean-Paul Besset, Udo Bullmann, George Sabin Cutaş, Leonardo Domenici, Derk Jan Eppink, Diogo Feio, Markus Ferber, Elisa Ferreira, Ildikó Gáll-Pelcz, Jean-Paul Gauzès, Sven Giegold, Sylvie Goulard, Gunnar Hökmark, Syed Kamall, Othmar Karas, Wolf Klinz, Jürgen Klute, Philippe Lamberts, Astrid Lulling, Ivana Maletić, Arlene McCarthy, Marlene Mizzi, Ivari Padar, Alfredo Pallone, Anni Podimata, Antolín Sánchez Presedo, Olle Schmidt, Peter Simon, Theodor Dumitru Stolojan, Ivo Strejček, Kay Swinburne, Sampo Terho, Marianne Thyssen, Pablo Zalba Bidegain | |||
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) | Pervenche Berès, Fabrizio Bertot, Herbert Dorfmann, Sari Essayah, Mojca Kleva Kekuš, Thomas Mann, Gay Mitchell, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Andreas Schwab, Theodoros Skylakakis, Nils Torvalds | |||
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2) | Alda Sousa | |||