Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
12.4.2017
ADVIES
van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (herschikking)
( COM(2016)0465 – C8-0323/2016 – 2016/0222(COD) )
Rapporteur voor advies: Brando Benifei
PA_Legam
BEKNOPTE MOTIVERING
De voorgestelde hervorming van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel heeft tot doel een duurzamer, billijker en holistisch EU-migratiebeleid vorm te geven, op basis van de beginselen van billijke verdeling van de verantwoordelijkheid en solidariteit tussen de lidstaten.
De kwaliteit van de opvang is van groot belang om asielzoekers en vluchtelingen, die in ongekend groten getale aankomen, meer kansen te geven om zich daadwerkelijk te integreren en zo minder afhankelijk te worden van het gastland. De duurzaamheid van het hele proces hangt af van een reeks essentiële elementen, zoals een goed functionerend wetgevingskader en efficiënte administraties, een vastberaden politieke wil van de nationale en Europese politieke en institutionele actoren, sociale cohesie, inclusiviteit en de sociaal-economische welvaart van onze landen.
Met het oog hierop moeten alle nieuwe voorschriften inzake opvang toekomstbestendig zijn, d.w.z. dat ze moeten functioneren buiten het denkraam van noodsituaties dat tot nog toe de reactie op de vluchtelingencrisis heeft beheerst. Dit is noodzakelijk om de voorwaarden te scheppen om de uitdaging van integratie te kunnen omvormen tot een kans en een hulpbron voor de samenleving op de lange termijn. Tegelijk moeten de hervormingen ook realistisch zijn en de huidige situatie het hoofd bieden, wat betekent dat rekening moet worden gehouden met de macro-economische situatie van ons continent na jaren van aanhoudende crisis.
Volgens de rapporteur moet dit advies van EMPL tot doel hebben te beoordelen of bovengenoemde voorwaarden in het onderzochte wetgevingsvoorstel goed in evenwicht zijn en dienovereenkomstig een aantal correcties aan te brengen. Die beoordeling is slechts deels positief.
De rapporteur is ingenomen met de ambitieuze reeks voorstellen van de Commissie inzake toegang tot de arbeidsmarkt. Als verzoekers om internationale bescherming voortaan al na zes maanden toegang tot de arbeidsmarkt krijgen, is dat een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de huidige voorschriften. Het sluit ook aan bij het standpunt dat het Europees Parlement heeft ingenomen in zijn resolutie over vluchtelingen: sociale inclusie en integratie op de arbeidsmarkt. De rapporteur is het ook mee eens om de lidstaten ertoe aan te moedigen verzoekers nog sneller toegang te geven tot de arbeidsmarkt, zodat ze goede kansen op integratie krijgen. Daarentegen is hij geen voorstander van de mogelijkheid om toegang te weigeren als zij onder een versnelde procedure vallen, d.w.z. dat wordt aangenomen dat hun verzoek ongegrond is. Naar zijn mening zou een dergelijke bepaling indruisen tegen artikel 3 van het Verdrag van Genève en de geest daarvan. De rapporteur is ook verheugd dat er wordt verduidelijkt dat ervoor moet worden gezorgd dat de toegang effectief is. Hij stelt voor om aan de tekst een aantal van de voornaamste voorbeelden toe te voegen van beperkende voorwaarden die in de lidstaten zijn vastgesteld, namelijk sectorale beperkingen, beperkingen op de arbeidstijd en buitensporige administratieve formaliteiten.
Nieuwe bepalingen voor verzoekers met bijzondere opvangbehoeften zijn een grote verbetering ten opzichte van de huidige situatie. De rapporteur staat volledig achter alle voorstellen die beogen ervoor te zorgen dat de lidstaten stelselmatig beoordelen of een verzoeker bijzondere opvangbehoeften heeft.
Daarentegen is de rapporteur het volkomen oneens met maatregelen om secundaire bewegingen te beperken door verzoekers om internationale bescherming materiële opvangvoorzieningen te ontzeggen als zij zich niet bevinden in de lidstaat die volgens de asielvoorschriften die nu worden herzien, hun verzoek moet behandelen. Hij is van mening dat dit ten opzichte van de huidige voorschriften een onaanvaardbare beperking van de rechten van vluchtelingen is en dat dit duidelijk indruist tegen de jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie. Overigens lijkt dit erop te wijzen dat secundaire bewegingen voornamelijk te wijten zijn aan de verschillende kwaliteit van de opvangvoorzieningen in de lidstaten. De kwaliteit van de opvang moet inderdaad in de hele EU worden verbeterd. De sterke correlatie tussen enerzijds de sociaal-economische situatie van de lidstaten, de werkgelegenheidsvooruitzichten die zij kunnen bieden en de algemene kwaliteit van hun diensten en anderzijds de individuele asielvoorkeuren van vluchtelingen, lijkt de belangrijkste reden voor deze secundaire bewegingen te zijn. Sommige landen hebben om geografische redenen op onevenredige wijze met de toestroom te maken gehad, terwijl zij ook – alweer op onevenredige wijze – de gevolgen van de economische crisis ondervinden. Hierdoor zijn daar minder openbare middelen beschikbaar voor opvangvoorzieningen. Hoge werkloosheid en slechte sociaal-economische omstandigheden in een lidstaat vormen een belemmering voor de doelstelling van de hervorming, aangezien de integratievooruitzichten van verzoekers erdoor verminderen. Daardoor dreigt er ook meer concurrentie op de arbeidsmarkt te ontstaan ten aanzien van eigen onderdanen en EU-burgers, wat tot een nog negatievere houding tegenover immigranten zou kunnen leiden. De poging om secundaire bewegingen tegen te gaan met een repressieve aanpak van asielzoekers in plaats van een ordelijk beheer van de migratiestromen, zou de reeds moeilijke situatie alleen maar verergeren. Een dergelijke aanpak vormt geen rationele en functionele oplossing voor een zeer complex probleem, maar lijkt te wijzen op een blijvend gebrek aan wederzijds vertrouwen en op onwil om een echt billijk en werkelijk Europees asielstelsel tot stand te brengen.
Hoewel dit buiten het kader van de herschikking valt, stelt de rapporteur voor om de voorschriften inzake bewaring te wijzigen: minderjarigen en niet-begeleide minderjarigen mogen nooit in bewaring worden gehouden.
AMENDEMENTEN
De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:
Amendement 1
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(3) Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is gebaseerd op een systeem om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van verzoeken om internationale bescherming en gemeenschappelijke normen voor asielprocedures, opvangvoorzieningen en procedures en rechten van personen die internationale bescherming genieten. Er zijn aanzienlijke vorderingen gemaakt met de ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, maar toch zijn er nog steeds aanmerkelijke verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toegepaste procedures, de opvangvoorzieningen die aan verzoekers worden aangeboden, de erkenningspercentages en het soort bescherming dat wordt verleend aan personen die internationale bescherming genieten. Deze verschillen bevorderen secundaire bewegingen en ondermijnen de doelstelling om te verzekeren dat alle verzoekers om internationale bescherming in de Unie gelijk worden behandeld. | (3) Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is gebaseerd op een systeem om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van verzoeken om internationale bescherming en gemeenschappelijke normen voor asielprocedures, opvangvoorzieningen en procedures en rechten van personen die internationale bescherming genieten. Er zijn aanzienlijke vorderingen gemaakt met de ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, maar toch zijn er nog steeds aanmerkelijke verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toegepaste procedures, de opvangvoorzieningen die aan verzoekers worden aangeboden, de erkenningspercentages en het soort bescherming dat wordt verleend aan personen die internationale bescherming genieten. Deze verschillen, alsook het feit dat de macro-economische en arbeidsmarktsituatie sterk verschilt van de ene lidstaat tot de andere, ondermijnen de doelstelling om gestandaardiseerde opvangvoorzieningen te verzekeren voor alle verzoekers om internationale bescherming in de Unie. |
Amendement 2
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(5) De opvangvoorzieningen verschillen nog aanzienlijk van lidstaat tot lidstaat, zowel wat de organisatie van de opvang als wat de normen voor de verzoekers betreft. De aanhoudende problemen van sommige lidstaten om de opvangnormen in acht te nemen die voor een waardige behandeling van verzoekers vereist zijn, hebben ertoe bijgedragen dat een onevenredige last rust op enkele lidstaten die in het algemeen strikte opvangnormen in acht nemen, waardoor deze onder druk staan om hun normen te verlagen. Door in alle lidstaten gelijkere opvangnormen op een passend niveau tot stand te brengen, wordt bijgedragen tot een waardiger behandeling en een eerlijker verdeling van de verzoekers over de EU. | (5) De opvangvoorzieningen verschillen nog aanzienlijk van lidstaat tot lidstaat, zowel wat de organisatie van de opvang als wat de normen voor de verzoekers betreft. De aanhoudende problemen van sommige lidstaten om de opvangnormen in acht te nemen die voor een waardige behandeling van verzoekers vereist zijn, hebben ertoe bijgedragen dat een onevenredige last rust op enkele lidstaten die in het algemeen strikte opvangnormen in acht nemen, waardoor deze onder druk staan om hun normen te verlagen. Tegelijk hebben de lidstaten in de voorste linie op onevenredige wijze te kampen met de grote toestroom van migranten en asielzoekers, waardoor hun opvangvoorzieningen onder grote druk komen te staan en het aangeboden kwaliteitsniveau verder dreigt te verslechteren. Door in alle lidstaten meer geharmoniseerde opvangnormen op een passend niveau tot stand te brengen, wordt bijgedragen tot een waardiger behandeling en een eerlijker verdeling van de verzoekers over de EU. |
Amendement 3
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(8) Indien een verzoeker zich bevindt in een andere lidstaat dan de lidstaat waar hij uit hoofde van Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden, dient die verzoeker geen recht te kunnen doen gelden op de in de artikelen 14 tot en met 17 vermelde opvangvoorzieningen. | Schrappen |
Amendement 4
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(11) Om ervoor te zorgen dat verzoekers beseffen wat de consequenties van onderduiken zijn, moeten de lidstaten hen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk bij het indienen van het verzoek, op eenvormige wijze informeren over alle plichten die verzoekers moeten vervullen in verband met de opvangvoorzieningen, met inbegrip van de omstandigheden waarin de verstrekking van materiële opvangvoorzieningen kan worden beperkt, alsook over de voordelen. | (11) Om ervoor te zorgen dat verzoekers beseffen wat de consequenties van onderduiken zijn, moeten de lidstaten hen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk bij het indienen van het verzoek, op eenvormige wijze informeren over alle plichten die verzoekers moeten vervullen in verband met de opvangvoorzieningen, met inbegrip van de omstandigheden waarin de verstrekking van materiële opvangvoorzieningen kan worden beperkt, alsook over de voordelen. De lidstaten moeten deze informatie zo nodig verstrekken via passende tolk- en vertaaldiensten zodat verzoekers hun rechten en de juridische vereisten waaraan zij moeten voldoen, volledig begrijpen en kennen. |
Amendement 5
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(12) Indien de regels betreffende de aan verzoekers uit te reiken documenten in de EU geharmoniseerd zijn, is het voor verzoekers moeilijker om zich op ongeoorloofde wijze in de Unie te verplaatsen. Er moet worden verduidelijkt dat de lidstaten slechts een reisdocument dienen te verstrekken indien daarvoor ernstige humanitaire of andere dwingende redenen bestaan. De geldigheidsduur van reisdocumenten moet voorts worden beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. Ernstige humanitaire redenen kunnen bijvoorbeeld in overweging worden genomen als een verzoeker naar een andere staat moet reizen met het oog op medische behandeling of bezoeken aan familieleden in bijzondere omstandigheden, zoals bezoeken aan naaste verwanten die ernstig ziek zijn of om een huwelijk of uitvaart van een naaste verwant bij te wonen. Van andere dwingende redenen kan sprake zijn wanneer verzoekers die zijn toegelaten tot de arbeidsmarkt moeten reizen met het oog op hun werkzaamheden, wanneer verzoekers moeten reizen in het kader van hun studie of wanneer minderjarigen samen met hun pleeggezin op reis gaan. | (12) Indien de regels betreffende de aan verzoekers uit te reiken documenten in de EU geharmoniseerd zijn, is het voor verzoekers moeilijker om zich op ongeoorloofde wijze in de Unie te verplaatsen. De geldigheidsduur van reisdocumenten moet worden beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. Een dergelijke reden kan bijvoorbeeld zijn dat een verzoeker naar een andere staat moet reizen met het oog op medische behandeling of bezoeken aan familieleden in bijzondere omstandigheden, zoals bezoeken aan naaste verwanten die ernstig ziek zijn of om een huwelijk of uitvaart van een naaste verwant bij te wonen. Van andere redenen kan sprake zijn wanneer verzoekers die zijn toegelaten tot de arbeidsmarkt moeten reizen met het oog op hun werkzaamheden, wanneer verzoekers moeten reizen in het kader van hun studie of wanneer minderjarigen samen met hun pleeggezin op reis gaan. |
Amendement 6
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) Verzoekers hebben niet het recht om zelf te kiezen in welke lidstaat zij een verzoek indienen. Verzoekers moeten een verzoek om internationale bescherming doen in de lidstaat van eerste binnenkomst, of, indien zij legaal verblijven, in de lidstaat waar zij legaal verblijven of wonen. Wanneer een verzoeker niet aan deze verplichting heeft voldaan nadat overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] de verantwoordelijke lidstaat is vastgesteld, is het minder waarschijnlijk dat het die verzoeker wordt toegestaan te verblijven in de lidstaat waar het verzoek is gedaan en is het derhalve waarschijnlijker dat deze zal onderduiken. Diens verblijfplaats moet derhalve goed in het oog worden gehouden. | (13) Wanneer een verzoeker opzettelijk geen verzoek om internationale bescherming heeft ingediend in de lidstaat van eerste binnenkomst, of, indien hij legaal verblijft, in de lidstaat waar hij legaal verblijft of woont, is het minder waarschijnlijk dat het die verzoeker wordt toegestaan te verblijven in de lidstaat waar het verzoek is gedaan. |
Amendement 7
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(15) Het feit dat een verzoeker eerder is ondergedoken en naar een andere lidstaat is vertrokken, is een belangrijke factor bij de beoordeling van het risico dat de verzoeker onderduikt. Teneinde te waarborgen dat de verzoeker niet opnieuw onderduikt en ter beschikking blijft van de bevoegde autoriteiten, moet diens verblijfplaats goed in het oog worden gehouden wanneer hij is teruggezonden naar de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden. | Schrappen |
Amendement 8
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(16) Om redenen van openbaar belang of openbare orde of met het oog op een snelle behandeling en een doeltreffende controle van het verzoek om internationale bescherming, met het oog op een snelle behandeling en een doeltreffende controle van de procedure om overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] de verantwoordelijke lidstaat vast te stellen, of teneinde op doeltreffende wijze te voorkomen dat de verzoeker onderduikt, moeten de lidstaten, indien dat noodzakelijk is, aan verzoekers een specifieke verblijfplaats toewijzen, zoals een opvangcentrum, een particuliere woning, een appartement, een hotel of een ander voor de huisvesting van verzoekers ingericht pand. Het besluit daartoe kan noodzakelijk zijn om op doeltreffende wijze te voorkomen dat de verzoeker onderduikt, met name ingeval deze niet heeft voldaan aan de verplichting om: een verzoek te doen in de lidstaat van eerste irreguliere of legale binnenkomst; te blijven in de lidstaat waar hij geacht wordt te zich te bevinden; of ingeval de verzoeker is teruggestuurd naar de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden, nadat hij is ondergedoken en naar een andere lidstaat is vertrokken. Indien de verzoeker recht heeft op materiële opvangvoorzieningen, moet voor de verstrekking van deze materiële opvangvoorzieningen de voorwaarde gelden dat de verzoeker verblijft op de toegewezen specifieke plaats. | (16) Om naar behoren gemotiveerde ernstige redenen van openbaar belang of openbare orde moeten de lidstaten, indien dat noodzakelijk is, aan verzoekers een specifieke verblijfplaats kunnen toewijzen, zoals een open opvangcentrum, een particuliere woning, een appartement, een hotel of een ander voor de huisvesting van verzoekers ingericht pand. Indien de verzoeker recht heeft op materiële opvangvoorzieningen, moeten deze materiële opvangvoorzieningen worden verstrekt aan de verzoeker die verblijft op de toegewezen specifieke plaats. |
Amendement 9
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 18
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(18) Elk besluit tot beperking van de bewegingsvrijheid van een verzoeker moet berusten op het individuele gedrag en de specifieke situatie van de betrokken persoon, rekening houdend met diens eventuele bijzondere opvangbehoeften en het evenredigheidsbeginsel. Verzoekers moeten naar behoren in kennis worden gesteld van dergelijke besluiten en de gevolgen van niet-naleving daarvan. | (18) Elk besluit tot beperking van de bewegingsvrijheid van een verzoeker moet altijd door de bevoegde autoriteiten worden gemotiveerd en moet berusten op het individuele gedrag en de specifieke situatie van de betrokken persoon, rekening houdend met diens eventuele bijzondere opvangbehoeften en het evenredigheidsbeginsel. Verzoekers moeten naar behoren in kennis worden gesteld van dergelijke besluiten en de gevolgen van niet-naleving daarvan. |
Amendement 10
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 19
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(19) Gezien de ernstige gevolgen voor verzoekers die zijn ondergedoken of ten aanzien van wie er geacht wordt een onderduikrisico te bestaan, moet onderduiken zodanig worden gedefinieerd dat er sprake is van zowel een opzettelijke handeling om de toepasselijke asielprocedures te omzeilen als de feitelijke omstandigheid dat de betrokkene niet ter beschikking is van de bevoegde autoriteiten, bijvoorbeeld doordat de verzoeker het gebied waar hij geacht wordt zich te bevinden, heeft verlaten. | (19) Gezien de ernstige gevolgen voor verzoekers die zijn ondergedoken of ten aanzien van wie er geacht wordt een onderduikrisico te bestaan, moet onderduiken zodanig worden gedefinieerd dat er sprake is van zowel een opzettelijke handeling om de toepasselijke asielprocedures te omzeilen als de feitelijke omstandigheid dat de betrokkene niet ter beschikking is van de bevoegde autoriteiten. |
Amendement 11
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 30
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(30) De lidstaten moeten ernaar streven om bij de toepassing van deze richtlijn de beginselen van het belang van het kind en van de eenheid van het gezin volledig in acht te nemen, overeenkomstig respectievelijk het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Verdrag van de Verenigde Naties van 1989 inzake de rechten van het kind en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De opvangvoorzieningen voor minderjarigen moeten worden aangepast aan hun specifieke situatie, zowel voor niet-begeleide minderjarigen als minderjarigen met hun familie, en gepaste rekening moet worden gehouden met hun veiligheid en hun fysieke en emotionele toestand; de voorzieningen moeten worden aangeboden op een wijze die hun algemene ontwikkeling stimuleert. | (30) De lidstaten moeten ernaar streven om bij de toepassing van deze richtlijn de beginselen van het belang van het kind en van de eenheid van het gezin volledig in acht te nemen, overeenkomstig respectievelijk het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Verdrag van de Verenigde Naties van 1989 inzake de rechten van het kind en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De opvangvoorzieningen voor minderjarigen moeten worden aangepast aan hun specifieke situatie, zowel voor niet-begeleide minderjarigen als minderjarigen met hun familie, en gepaste rekening moet worden gehouden met hun veiligheid, huisvesting en voeding en hun fysieke en emotionele toestand en onderwijs; alle voorzieningen moeten worden aangeboden op een wijze die hun algemene ontwikkeling effectief mogelijk maakt. |
Amendement 12
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 30 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (30 bis) Niet-begeleide minderjarigen moeten tijdens hun verblijf in de Unie adequaat worden beschermd, met name door niet-begeleide kinderen bij aankomst te identificeren en te registreren, een voorlopige risicobeoordeling uit te voeren en ze door te verwijzen naar de bevoegde kinderbeschermingsinstanties. |
Amendement 13
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 31
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(31) De lidstaten moeten er zorg voor dragen dat verzoekers de nodige medische zorg ontvangen, die ten minste spoedeisende behandelingen en essentiële behandeling van ziekten, inclusief ernstige psychische stoornissen, omvat. In verband met de volksgezondheid dient, ter voorkoming van ziekten en ter bescherming van de gezondheid van individuele verzoekers, de toegang van verzoekers tot gezondheidszorg tevens preventieve medische behandelingen, zoals vaccinaties, te omvatten. De lidstaten kunnen om redenen van volksgezondheid verzoekers een medisch onderzoek laten ondergaan. De resultaten van dit medisch onderzoek mogen niet van invloed zijn op de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming, die te allen tijde objectief, onpartijdig en op individuele basis overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [richtlijn asielprocedures] moet worden verricht. | (31) De lidstaten moeten er zorg voor dragen dat verzoekers de nodige medische zorg ontvangen, die ten minste medische zwangerschapszorg en seksuele en reproductieve gezondheidsdiensten, spoedeisende behandelingen en essentiële behandeling van ziekten, inclusief ernstige psychische stoornissen, omvat. In verband met de volksgezondheid dient, ter voorkoming van ziekten en ter bescherming van de gezondheid van individuele verzoekers, de toegang van verzoekers tot gezondheidszorg tevens preventieve medische behandelingen, zoals vaccinaties, te omvatten. De lidstaten kunnen om redenen van volksgezondheid verzoekers een medisch onderzoek laten ondergaan. De resultaten van dit medisch onderzoek mogen niet van invloed zijn op de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming, die te allen tijde objectief, onpartijdig en op individuele basis overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [richtlijn asielprocedures] moet worden verricht. |
Amendement 14
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 32
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(32) Het recht van een verzoeker op materiële opvangvoorzieningen uit hoofde van deze richtlijn mag in bepaalde omstandigheden worden beperkt, bijvoorbeeld wanneer een verzoeker is ondergedoken en zich vanuit de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden naar een andere lidstaat heeft begeven. De lidstaten moeten er echter op toezien dat verzoekers te allen tijde toegang hebben tot medische hulp en een waardige levensstandaard, overeenkomstig het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind, in het bijzonder door te voorzien in de bestaansmiddelen en basisbehoeften van de verzoeker, zowel wat diens fysieke veiligheid en waardigheid als wat diens interpersoonlijke betrekkingen betreft, met inachtneming van de inherente kwetsbaarheid van verzoekers om internationale bescherming en hun familie of belangenbehartiger. De nodige aandacht dient tevens uit te gaan naar verzoekers met bijzondere opvangbehoeften. De specifieke behoeften van kinderen, met name wat betreft de eerbiediging van het recht van het kind op onderwijs en toegang tot gezondheidszorg, moeten in aanmerking worden genomen. Wanneer een minderjarige zich bevindt in een andere lidstaat dan die waar hij geacht wordt zich te bevinden, moet de lidstaat de minderjarige toegang verlenen tot gepaste educatieve activiteiten in afwachting van de overbrenging naar de verantwoordelijke lidstaat. De specifieke behoeften van vrouwelijke verzoekers die gendergerelateerd letsel hebben ondervonden, moeten in acht worden genomen, onder meer door erop toe te zien dat zij gedurende de verschillende fasen van de asielprocedure toegang hebben tot medische zorg, juridische bijstand en gepaste traumabegeleiding en psychosociale zorg. | (32) De lidstaten moeten erop toezien dat verzoekers te allen tijde toegang hebben tot medische hulp en een waardige levensstandaard, overeenkomstig het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind, in het bijzonder door te voorzien in de bestaansmiddelen en basisbehoeften van de verzoeker, zowel wat diens fysieke veiligheid en waardigheid als wat diens interpersoonlijke betrekkingen betreft, met inachtneming van de inherente kwetsbaarheid van verzoekers om internationale bescherming en hun familie of belangenbehartiger. De nodige aandacht dient tevens uit te gaan naar verzoekers met bijzondere opvangbehoeften. De specifieke behoeften van kinderen, met name wat betreft de eerbiediging van het recht van het kind op onderwijs en zijn toegang tot onderwijs alsook gezondheidszorg en kinderopvang, moeten door de lidstaten in aanmerking worden genomen. De specifieke behoeften van vrouwelijke verzoekers die gendergerelateerd letsel hebben ondervonden, moeten in acht worden genomen, onder meer door erop toe te zien dat zij gedurende de verschillende fasen van de asielprocedure toegang hebben tot medische zorg, juridische bijstand en gepaste traumabegeleiding en psychosociale zorg. Er moet rekening worden gehouden met het feit dat asielzoekers mogelijk het slachtoffer zijn geworden van fysiek geweld, met inbegrip van seksueel geweld, en/of geestelijke trauma's hebben opgelopen, en daarom passende zorg nodig hebben. |
Amendement 15
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 34
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(34) Om de zelfstandigheid van verzoekers te bevorderen en de grote verschillen tussen de lidstaten te beperken, is het essentieel duidelijke regels vast te stellen met betrekking tot de toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt en ervoor te zorgen dat die toegang effectief is, door geen voorwaarden op te leggen die effectief verhinderen dat een verzoeker werk zoekt. Arbeidsmarkttoetsen die voorrang geven aan eigen onderdanen, andere Unieburgers of onderdanen van derde landen die al legaal in de betrokken lidstaat verblijven, mogen de effectieve toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt niet bemoeilijken en dienen te worden uitgevoerd onverminderd het beginsel dat Unieburgers voorrang genieten, zoals is vastgelegd in de desbetreffende bepalingen van de toepasselijke toetredingsakten. | (34) Om de zelfstandigheid van verzoekers te bevorderen en de grote verschillen tussen de lidstaten te beperken, is het essentieel duidelijke regels vast te stellen met betrekking tot de toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt en ervoor te zorgen dat die toegang effectief is, door geen voorwaarden, zoals sectorale beperkingen, beperkingen op de arbeidstijd en onnodig strenge formaliteiten, op te leggen die effectief verhinderen dat een verzoeker werk zoekt. Ook moeten de lidstaten maatregelen treffen om te voorkomen dat de instroom van verzoekers om internationale bescherming op de arbeidsmarkt niet wordt bewerkstelligd door een verlaging van de betreffende lonen, die tot loondumpingpraktijken zou kunnen leiden. Teneinde de integratievooruitzichten en de zelfstandigheid van verzoekers te vergroten, moet onmiddellijke toegang tot de arbeidsmarkt en taalcursussen worden aangemoedigd vanaf de datum waarop het verzoek om internationale bescherming is ingediend. Arbeidsmarkttoetsen die voorrang geven aan eigen onderdanen, andere Unieburgers of onderdanen van derde landen die al legaal in de betrokken lidstaat verblijven, mogen de effectieve toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt niet bemoeilijken en dienen te worden uitgevoerd onverminderd het beginsel dat Unieburgers voorrang genieten, zoals is vastgelegd in de desbetreffende bepalingen van de toepasselijke toetredingsakten. |
Amendement 16
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 35
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(35) De maximale termijn voor de toegang tot de arbeidsmarkt moet worden afgestemd op de duur van het onderzoek ten gronde van het verzoek. Teneinde de integratievooruitzichten en de zelfstandigheid van verzoekers te vergroten, wordt aangemoedigd dat in een vroeg stadium toegang tot de arbeidsmarkt wordt verleend indien het verzoek waarschijnlijk gegrond is, ook als het verzoek overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures] met voorrang is behandeld. De lidstaten dienen derhalve te overwegen die termijn zo veel mogelijk te bekorten om ervoor te zorgen dat verzoekers, indien het waarschijnlijk is dat hun verzoek gegrond is, uiterlijk drie maanden na het indienen van het verzoek toegang krijgen tot de arbeidsmarkt. De lidstaten dienen echter geen toegang te geven tot de arbeidsmarkt aan verzoekers wier verzoek om internationale bescherming waarschijnlijk ongegrond is en volgens een versnelde procedure wordt behandeld. | Schrappen |
Amendement 17
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 36
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(36) Zodra verzoekers toegang hebben tot de arbeidsmarkt, dienen zij recht te hebben op een gemeenschappelijk geheel van rechten op basis van dezelfde behandeling als onderdanen van de betrokken lidstaat. De arbeidsvoorwaarden moeten ten minste salaris, ontslag, gezondheid en veiligheid op het werk, arbeidstijden en een verlofregeling omvatten, met inachtneming van de geldende collectieve arbeidsovereenkomsten. Verzoekers dienen ook gelijke behandeling te genieten inzake vrijheid van vereniging en aansluiting bij een werknemersorganisatie, onderwijs en beroepsopleiding, erkenning van beroepskwalificaties en sociale zekerheid. | (36) Zodra verzoekers toegang hebben tot de arbeidsmarkt, dienen zij dezelfde behandeling te krijgen als onderdanen van de betrokken lidstaat wat betreft arbeidsvoorwaarden, met inbegrip van salaris, ontslag, gezondheid en veiligheid op het werk, arbeidstijden en een verlofregeling omvatten, met inachtneming van de geldende collectieve arbeidsovereenkomsten. Verzoekers dienen ook gelijke behandeling te genieten inzake vrijheid van vereniging en aansluiting bij een werknemersorganisatie, onderwijs en het werkgebonden onderwijsaanbod voor volwassenen, waaronder taallessen, bijscholingscursussen en praktische ervaring op de werkplek, door arbeidsbureaus verleende adviesdiensten, beroepsopleiding, erkenning van beroepskwalificaties en sociale zekerheid. |
Amendement 18
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) Gezien de mogelijk tijdelijke aard van het verblijf van de verzoekers en onverminderd Verordening (EU) nr. 1231/2010 van het Europees Parlement en de Raad moeten de lidstaten gezinstoelagen en werkloosheidsuitkeringen kunnen uitsluiten van de gelijke behandeling van verzoekers en de eigen onderdanen en moeten zij de gelijke behandeling op het gebied van onderwijs en beroepsopleiding kunnen beperken. Ook het recht op vrijheid van vereniging en aansluiting bij een werknemersorganisatie kan worden beperkt door verzoekers uit te sluiten van deelname aan het management van bepaalde instanties en van het uitoefenen van een openbaar ambt. | Schrappen |
Motivering
Door beperkingen te baseren op de "mogelijk tijdelijke aard van het verblijf van de verzoekers" wordt asielzoekers – die tijdens de behandeling van hun verzoek worden beschouwd als vluchtelingen – de "meest gunstige behandeling [...] welke wordt toegekend aan onderdanen van een vreemd land onder dezelfde omstandigheden" onthouden. Dat is in strijd met artikel 17 van het Vluchtelingenverdrag.
Amendement 19
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – alinea 1 – punt 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(10) "onderduiken": een handeling waarbij een verzoeker, teneinde asielprocedures te ontlopen, ofwel het grondgebied verlaat waar hij overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX32 [Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden, ofwel zich niet ter beschikking houdt van de bevoegde autoriteiten of de rechter; | (10) "onderduiken": een opzettelijke handeling van een verzoeker om de asielprocedures te ontlopen en zich niet ter beschikking te houden van de bevoegde autoriteiten of de rechter; |
__________________ | __________________ |
32 C […], […], blz. […]. | 32 C […], […], blz. […]. |
Amendement 20
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – alinea 1 – punt 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(11) "risico van onderduiken": het in een individueel geval bestaan van redenen gebaseerd op objectieve, in de nationale wetgeving vastgelegde criteria, om aan te nemen dat een verzoeker zou kunnen onderduiken; | (11) "risico van onderduiken": het in een individueel geval bestaan van specifieke redenen gebaseerd op objectieve, overeenkomstig de richtsnoeren van het Asielagentschap van de Europese Unie in de nationale wetgeving vastgelegde criteria, om aan te nemen dat een verzoeker zou kunnen onderduiken; |
Amendement 21
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – alinea 1 – punt 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) "verzoeker met bijzondere opvangbehoeften": een verzoeker die bijzondere waarborgen behoeft om gebruik te kunnen maken van de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen die in deze richtlijn zijn vastgesteld, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen met ernstige ziekten, personen met mentale stoornissen en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld, zoals slachtoffers van vrouwelijke genitale verminking. | (13) "verzoeker met bijzondere opvangbehoeften": een verzoeker die bijzondere waarborgen behoeft om gebruik te kunnen maken van de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen die in deze richtlijn zijn vastgesteld, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen met ernstige ziekten, personen met mentale stoornissen en geestelijke gezondheidsproblemen en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld, zoals slachtoffers van vrouwelijke genitale verminking. |
Amendement 22
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten verstrekken verzoekers zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk bij de indiening van het verzoek om internationale bescherming, informatie over de geldende voordelen en over de verplichtingen die zij moeten nakomen in verband met de opvangvoorzieningen. Zij wijzen er in de te verstrekken informatie op dat de verzoeker, overeenkomstig artikel 17 bis van deze richtlijn, geen recht heeft op de opvangvoorzieningen bedoeld in de artikelen 14 tot en met 17 van deze richtlijn, indien hij zich niet bevindt in de lidstaat waar hij overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden. | De lidstaten verstrekken verzoekers zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk bij de indiening van het verzoek om internationale bescherming, ten minste informatie over de geldende voordelen en over de verplichtingen die zij moeten nakomen in verband met de opvangvoorzieningen. Zij wijzen verzoekers ook op alle relevante informatie over de mogelijke vervanging, vermindering of intrekking van materiële opvangvoorzieningen, als bedoeld in artikel 19 van deze richtlijn. |
Amendement 23
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten verstrekken verzoekers een reisdocument uitsluitend indien om ernstige humanitaire of andere dwingende redenen hun aanwezigheid in een andere staat is vereist. De geldigheidsduur van het reisdocument wordt beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. | De lidstaten verstrekken verzoekers onverwijld een reisdocument wanneer de aanwezigheid van de verzoeker in een andere lidstaat is vereist, in het bijzonder vanwege redenen zoals wanneer een verzoeker naar een andere staat moet reizen met het oog op medische behandeling of bezoeken aan familieleden in bijzondere omstandigheden, zoals bezoeken aan naaste verwanten die ernstig ziek zijn of om een huwelijk of uitvaart van een naaste verwant bij te wonen. Van andere dergelijke redenen is sprake wanneer verzoekers die zijn toegelaten tot de arbeidsmarkt moeten reizen met het oog op hun werkzaamheden, wanneer verzoekers moeten reizen in het kader van hun studie of wanneer minderjarigen samen met hun pleeggezin op reis gaan. De geldigheidsduur van het reisdocument wordt beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. |
Amendement 24
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – alinea 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| De lidstaten stellen verzoekers geen onnodige of onevenredige eisen inzake documenten of administratieve verrichtingen alvorens hen de rechten toe te kennen waarop zij krachtens deze richtlijn aanspraak kunnen maken om de enkele reden dat zij om internationale bescherming verzoeken. |
Amendement 25
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De lidstaten nemen indien nodig een besluit over een specifieke plaats waar een verzoeker moet verblijven om een van de volgende redenen: | 2. De lidstaten kunnen indien dat nodig, evenredig en naar behoren gerechtvaardigd is, een besluit nemen over het verblijf van een verzoeker in een open opvangcentrum of een specifieke accommodatie om een van de volgende redenen: |
Amendement 26
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter d – streepje 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
- verzoekers die niet hebben voldaan aan de verplichting om een verzoek te doen in de lidstaat van eerste binnenkomst, zoals bepaald in artikel [4, lid 1] van Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening], en zich zonder passende verantwoording naar een andere lidstaat hebben begeven en daar een verzoek hebben gedaan; of | - verzoekers die opzettelijk niet hebben voldaan aan de verplichting om een verzoek te doen in de lidstaat van eerste binnenkomst, zoals bepaald in artikel [4, lid 1] van Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening], of zich zonder passende verantwoording naar een andere lidstaat hebben begeven; of |
Amendement 27
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter d – streepje 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
- indien verzoekers zijn teruggestuurd naar de lidstaat waar zij overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] verplicht zijn zich te bevinden, nadat zij zijn ondergedoken en zich naar een andere lidstaat hebben begeven. | - indien verzoekers zijn teruggestuurd naar de lidstaat waar zij overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] verplicht zijn zich te bevinden, nadat zij zijn ondergedoken. |
Amendement 28
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten zorgen ervoor dat verzoekers ten laatste zes maanden na de datum waarop het verzoek om internationale bescherming is ingediend, toegang hebben tot de arbeidsmarkt, indien de bevoegde instantie geen administratieve beslissing heeft genomen en de vertraging niet aan de verzoeker is te wijten. | De lidstaten zorgen ervoor dat verzoekers ten laatste twee maanden na de datum waarop het verzoek om internationale bescherming is ingediend, toegang hebben tot de arbeidsmarkt. |
Amendement 29
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Indien de lidstaat het onderzoek ten gronde van een verzoek om internationale bescherming heeft versneld overeenkomstig artikel [40, lid 1,] onder [a) tot en met f),] van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures], wordt geen toegang tot de arbeidsmarkt verleend. | Schrappen |
Amendement 30
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. De lidstaten geven verzoekers vanaf de datum waarop het verzoek om internationale bescherming is ingediend, effectieve toegang tot taalcursussen teneinde hen te integreren en hen in staat te stellen hun formele kwalificatie volledig te benutten en zo een bijdrage te leveren aan de samenleving. |
Amendement 31
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 – lid 1 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 ter. De lidstaten worden aangemoedigd om verzoekers en autoriteiten passende opleidingen op het gebied van arbeidswetgeving en non-discriminatie aan te bieden ter voorkoming van uitbuiting op het werk door zwartwerk en andere vormen van ernstige arbeidsuitbuiting, en van discriminatie vanaf de datum waarop het verzoek om internationale bescherming is ingediend. |
Amendement 32
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 – lid 3 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
b) vrijheid van vereniging en aansluiting bij en lidmaatschap van een werkgevers- of werknemersorganisatie, of een andere organisatie waarvan de leden een bepaald beroep uitoefenen, met inbegrip van de door dergelijke organisaties verschafte voordelen, zonder dat wordt geraakt aan de nationale bepalingen inzake openbare orde en openbare veiligheid; | b) vrijheid van vereniging en aansluiting bij en lidmaatschap van een werkgevers- of werknemersorganisatie, of een andere organisatie waarvan de leden een bepaald beroep uitoefenen, met inbegrip van de door dergelijke organisaties verschafte rechten en voordelen, zonder dat wordt geraakt aan de nationale bepalingen inzake openbare orde en openbare veiligheid; |
Amendement 33
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 – lid 3 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| c bis) onderwijs en werkgebonden onderwijsaanbod voor volwassenen, met inbegrip van bijscholing en praktische werkervaring op de arbeidsplaats; |
Amendement 34
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 – lid 3 – alinea 1 – letter d bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| d bis) toegang tot door arbeidsbureaus aangeboden studiekeuze- en beroepskeuzebegeleiding; |
Amendement 35
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 – lid 3 – alinea 2 – punt ii
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
ii) wat gelijke behandeling uit hoofde van punt c) van dit lid betreft, door deze behandeling te beperken tot onderwijs en beroepsopleiding die rechtstreeks verband houden met een specifieke activiteit in loondienst; | Schrappen |
Amendement 36
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 – lid 3 – alinea 2 – punt iii
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
iii) wat gelijke behandeling uit hoofde van punt e) van dit lid betreft, door uitsluiting van gezinstoelagen en werkloosheidsuitkeringen, onverminderd Verordening (EU) nr. 1231/2010. | Schrappen |
Amendement 37
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 – lid 3 – alinea 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| De beperkingen van de gelijke behandeling als bedoeld in de punten ii) en iii) zijn niet van toepassing op minderjarigen, ouders van minderjarige kinderen en wettelijke en reguliere primaire verzorgers. |
Motivering
Applying the restrictions set out in paragraph 3, points (ii) and (iii) of art. 15 to minors (or parents of minors and legal or customary primary caregivers, with a subsequent impact on minors) would amount to discrimination under the UN Convention on the Rights of the Child (art. 2(1) [non-discrimination] combined with articles 26(1) and (2) [right to social security] and 28(1)(b) [right to equal access to vocational education]."Article 2 1. States Parties shall respect and ensure the rights set forth in the present Convention to each child within their jurisdiction without discrimination of any kind, irrespective of the child's or his or her parent's or legal guardian's race, colour, sex, language, religion, political or other opinion, national, ethnic or social origin, property, disability, birth or other status. "Article 26 1. States Parties shall recognise the right for every child to benefit from social security, including social insurance, and shall take the necessary measures to achieve the full realization of this right in accordance with their national law. 2. The benefits should, where appropriate, be granted, taking into account the resources and the circumstances of the child and persons having responsibility for the maintenance of the child…" "Article 28 1. States Parties recognise the right of the child to education, and with a view to achieving this right progressively and on the basis of equal opportunity, they shall, in particular: (b) Encourage the development of different forms of secondary education, including general and vocational education, make them available and accessible to every child, and take appropriate measures such as the introduction of free education and offering financial assistance in case of need;"
Amendement 38
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 – alinea 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Indien verzoekers overeenkomstig lid 1 tot de arbeidsmarkt zijn toegelaten, zorgen de lidstaten ervoor dat het in artikel [29] van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures] bedoelde document van de verzoeker vermeldt dat de verzoeker toestemming heeft om werkzaamheden in loondienst te verrichten. | Schrappen |
Amendement 39
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 – lid 5 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 5 bis. Indien overeenkomstig lid 1 toegang tot de arbeidsmarkt is verleend, zorgen de lidstaten er ook voor dat de verzoekers schriftelijk en in een taal die zij begrijpen, worden geïnformeerd over hun arbeidsrechten uit hoofde van het nationale recht. |
Amendement 40
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 16 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. De materiële opvangvoorzieningen voor minderjarigen en gezinnen met minderjarige kinderen bieden kinderen een levensstandaard die toereikend is voor hun fysieke, geestelijke, spirituele, morele en sociale ontwikkeling. Overeenkomstig het non-discriminatiebeginsel hebben minderjarigen en gezinnen met minderjarige kinderen die binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen, recht op toegang tot dezelfde gezinsdiensten als minderjarigen en gezinnen met kinderen die onderdaan zijn van de lidstaat. |
Motivering
Het volstaat niet dat kinderen over een levensstandaard beschikken die voldoende is om in hun levensonderhoud te voorzien en hen te beschermen: ze hebben recht op een levensstandaard die hun (fysieke, geestelijke, spirituele, enz.) ontwikkeling bevordert, zodat zij hun toekomst kunnen plannen [artikel 27 VN-VRK].
Amendement 41
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 16 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Wanneer de lidstaten de middelen waarover een verzoeker beschikt, beoordelen, wanneer zij van een verzoeker een bijdrage verlangen voor het totaal of een deel van de kosten van de materiële opvangvoorzieningen, of wanneer zij een verzoeker om terugbetaling vragen overeenkomstig lid 4, nemen zij het evenredigheidsbeginsel in acht. De lidstaten houden tevens rekening met de individuele omstandigheden van de verzoeker en met de noodzaak diens waardigheid en persoonlijke integriteit te eerbiedigen, ook wat diens bijzondere opvangbehoeften betreft. De lidstaten waarborgen in alle omstandigheden dat de verzoeker een levensstandaard wordt geboden die garandeert dat hij in zijn onderhoud kan voorzien en die zijn fysieke en geestelijke gezondheid beschermt. | 5. Wanneer de lidstaten een verzoeker om terugbetaling vragen overeenkomstig lid 4, nemen zij het evenredigheidsbeginsel in acht en houden zij rekening met de individuele omstandigheden van de verzoeker en met de noodzaak diens waardigheid en persoonlijke integriteit te eerbiedigen, ook wat diens bijzondere opvangbehoeften betreft. De lidstaten waarborgen in alle omstandigheden dat de verzoeker een levensstandaard wordt geboden die garandeert dat hij in zijn onderhoud kan voorzien en die zijn fysieke en geestelijke gezondheid beschermt. |
Amendement 42
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 17 – lid 9 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Deze afwijkende voorzieningen moeten in alle omstandigheden de toegang tot medische hulp overeenkomstig artikel 18 en een waardige levensstandaard voor alle verzoekers waarborgen. | Deze afwijkende voorzieningen moeten in alle omstandigheden de toegang tot medische hulp overeenkomstig artikel 18 en een adequate levensstandaard voor alle verzoekers waarborgen. |
Amendement 43
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 17 bis
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 17 bis | Schrappen |
Opvangvoorzieningen in een andere lidstaat dan die waar de verzoeker geacht wordt zich te bevinden |
|
1. Een verzoeker heeft geen recht op de in de artikelen 14 tot en met 17 vermelde opvangvoorzieningen in een andere lidstaat dan die waar hij geacht wordt zich te bevinden uit hoofde van Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening]. |
|
2. De lidstaten waarborgen een waardige levensstandaard voor alle verzoekers. |
|
3. In afwachting van de overbrenging van een minderjarige naar de verantwoordelijke lidstaat overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] bieden de lidstaten hem toegang tot geschikte educatieve activiteiten. |
|
Amendement 44
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 18 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De lidstaten dragen er zorg voor dat verzoekers, ongeacht waar zij geacht worden zich te bevinden uit hoofde van Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening], de nodige medische zorg ontvangen, die ten minste spoedeisende behandelingen en de essentiële behandeling van ziekten, inclusief ernstige mentale stoornissen, omvat. | 1. De lidstaten dragen er zorg voor dat verzoekers de nodige lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg ontvangen, die ten minste spoedeisende behandelingen en de essentiële behandeling van ziekten, inclusief ernstige mentale stoornissen, omvat. |
Amendement 45
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Ten aanzien van verzoekers die krachtens Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] geacht worden zich op hun grondgebied te bevinden, kunnen de lidstaten in de in lid 2 omschreven situaties: | 1. Op grond van een besluit van een bevoegde autoriteit kunnen de lidstaten in de in lid 2 omschreven situaties: |
Amendement 46
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 – lid 2 – letter g
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
g) niet heeft voldaan aan de verplichting van artikel [4, lid 1] van Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] en zich zonder passende verantwoording naar een andere lidstaat heeft begeven en daar een verzoek heeft gedaan; of | g) niet heeft voldaan aan de verplichting van artikel [4, lid 1] van Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] of zich opzettelijk naar een andere lidstaat heeft begeven; of |
Amendement 47
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 – lid 2 – letter g bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| g bis) ernstig inbreuk heeft gepleegd op de rechtsorde van de lidstaat waar hij het verzoek om internationale bescherming heeft ingediend; |
Amendement 48
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 – lid 2 – letter h
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
h) is teruggezonden nadat hij is ondergedoken en naar een andere lidstaat is vertrokken. | h) is teruggezonden nadat hij is ondergedoken. |
Amendement 49
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 23 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten nemen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk vijf werkdagen nadat een niet-begeleide minderjarige een verzoek om internationale bescherming heeft gedaan, maatregelen om ervoor te zorgen dat de niet-begeleide minderjarige wordt vertegenwoordigd en bijgestaan door een voogd, zodat hij aanspraak kan maken op de rechten en kan voldoen aan de verplichtingen die in deze richtlijn zijn vastgesteld. Een overeenkomstig artikel [22] van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures] aangewezen voogd kan deze taken uitvoeren. De niet-begeleide minderjarige wordt er onmiddellijk van in kennis gesteld dat een voogd is aangewezen. Wanneer een organisatie als voogd is aangewezen, duidt zij een persoon aan die bevoegd is om ten aanzien van de niet-begeleide minderjarige de taken van voogd uit te voeren, overeenkomstig deze richtlijn. De voogd gaat bij de vervulling van zijn taken uit van het belang van het kind, overeenkomstig artikel 22, lid 2, beschikt daartoe over de nodige deskundigheid en heeft geen aantoonbare antecedenten van strafbare feiten in verband met kinderen. Teneinde het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige als bedoeld in artikel 22, lid 2, onder b), te waarborgen, wordt de voogd alleen vervangen indien nodig. Organisaties of personen waarvan de belangen met het belang van de niet-begeleide minderjarige in conflict komen of kunnen komen, worden niet als voogd aangewezen. | De lidstaten nemen zodra een niet-begeleide minderjarige een verzoek om internationale bescherming heeft gedaan, maatregelen om ervoor te zorgen dat de niet-begeleide minderjarige wordt vertegenwoordigd en bijgestaan door een voogd, zodat hij aanspraak kan maken op de rechten en kan voldoen aan de verplichtingen die in deze richtlijn zijn vastgesteld. Een overeenkomstig artikel [22] van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures] aangewezen voogd kan deze taken uitvoeren. De niet-begeleide minderjarige wordt er onmiddellijk van in kennis gesteld dat een voogd is aangewezen. Wanneer een organisatie als voogd is aangewezen, duidt zij een persoon aan die bevoegd is om ten aanzien van de niet-begeleide minderjarige de taken van voogd uit te voeren, overeenkomstig deze richtlijn. De voogd gaat bij de vervulling van zijn taken uit van het belang van het kind, overeenkomstig artikel 22, lid 2, beschikt daartoe over de nodige deskundigheid en ontvangt daartoe een doorlopende en passende opleiding, en heeft geen aantoonbare antecedenten van strafbare feiten, met name in verband met kinderen. Na zijn of haar benoeming controleren de bevoegde autoriteiten regelmatig of de voogd een strafblad heeft, om mogelijke strijdigheden met zijn of haar rol te identificeren. Teneinde het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige als bedoeld in artikel 22, lid 2, onder b), te waarborgen, wordt de voogd alleen vervangen indien nodig. Organisaties of personen waarvan de belangen met het belang van de niet-begeleide minderjarige in conflict komen of kunnen komen, worden niet als voogd aangewezen. |
Amendement 50
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 23 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Om niet-begeleide minderjarigen te beschermen tegen uitbuiting en mensenhandel, identificeren de lidstaten niet-begeleide minderjarigen bij aankomst, registreren zij hen, voeren zij een voorlopige risicobeoordeling uit en verwijzen zij hen door naar de bevoegde kinderbeschermingsinstanties. |
Amendement 51
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 23 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten zorgen ervoor dat een voogd niet tegelijkertijd wordt aangewezen voor een overmatig aantal niet-begeleide minderjarigen, zodanig dat hij zijn taken niet doeltreffend kan uitvoeren. De lidstaten wijzen organisaties of personen aan die tot taak hebben regelmatig erop toe te zien dat voogden hun taken op bevredigende wijze vervullen. Die organisaties of personen zijn ook bevoegd om klachten van niet-begeleide minderjarigen tegen hun voogd te toetsen. | De lidstaten zorgen ervoor dat voogden slechts voor een passend en beperkt aantal niet-begeleide minderjarigen tegelijk worden aangewezen, zodat zij hun taken doeltreffend kunnen uitvoeren. De lidstaten wijzen organisaties of personen aan die tot taak hebben regelmatig erop toe te zien dat voogden hun taken op bevredigende wijze vervullen. Die organisaties of personen zijn ook bevoegd om klachten van niet-begeleide minderjarigen tegen hun voogd te toetsen. Hiertoe worden niet-begeleide minderjarigen op een kindvriendelijke manier en in een taal die zij begrijpen, geïnformeerd over wie deze organisaties of personen zijn en hoe zij vertrouwelijk en veilig klachten kunnen indienen tegen hun voogd. |
Motivering
When mentioning the necessary expertise the guardian should have, it is important to specify, as the Reception Directive does, that such expertise be aimed at enabling the guardian to perform his or her duties in the best interests of the child. Such expertise needs to be combined with appropriate and continuous training provided by the competent authorities. That the candidate to a position of guardianship hasn’t a verified record of child-related crimes or offences is not enough. Other crimes or offences should also lead to discard a candidate, as the guardian is responsible for the overall well-being of the unaccompanied minor and should thus be a person of unblemished integrity. Even after appointment, regular checks of his/her criminal record are made necessary by the sensitive nature of the role. The expression “a disproportionate number” leaves too much room for interpretation, which may lead to misuses. Need to be more prescriptive: the expression “adequate and limited number of unaccompanied minors” has this objective. The addition at the end of the subparagraph of paragraph 1 aims at encouraging and enabling children to participate in and contribute to the monitoring of guardianship systems.
Amendement 52
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 29 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. De lidstaten voorzien in passende opleiding en ondersteuning voor personeel dat waarschijnlijk te maken zal krijgen met de lichamelijke en geestelijke gezondheidsbehoeften van verzoekers die de arbeidsmarkt betreden. |
PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE
Titel | Normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (herschikking) | |||
Document- en procedurenummers | COM(2016)0465 – C8-0323/2016 – 2016/0222(COD) | |||
Commissie ten principale Datum bekendmaking | LIBE 15.9.2016 |
|
|
|
Advies uitgebracht door Datum bekendmaking | EMPL 15.9.2016 | |||
Rapporteur voor advies Datum benoeming | Brando Benifei 9.9.2016 | |||
Behandeling in de commissie | 28.2.2017 | 22.3.2017 |
|
|
Datum goedkeuring | 11.4.2017 |
|
|
|
Uitslag eindstemming | +: –: 0: | 37 9 4 | ||
Bij de eindstemming aanwezige leden | Laura Agea, Guillaume Balas, Brando Benifei, Mara Bizzotto, Enrique Calvet Chambon, David Casa, Martina Dlabajová, Lampros Fountoulis, Elena Gentile, Marian Harkin, Czesław Hoc, Agnes Jongerius, Jan Keller, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Jean Lambert, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Javi López, Thomas Mann, Dominique Martin, Anthea McIntyre, Joëlle Mélin, Elisabeth Morin-Chartier, Emilian Pavel, Sofia Ribeiro, Maria João Rodrigues, Claude Rolin, Anne Sander, Sven Schulze, Siôn Simon, Jutta Steinruck, Romana Tomc, Yana Toom, Ulrike Trebesius, Renate Weber, Tatjana Ždanoka | |||
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers | Maria Arena, Georges Bach, Deirdre Clune, Tania González Peñas, Paloma López Bermejo, Csaba Sógor, Helga Stevens, Neoklis Sylikiotis, Anders Primdahl Vistisen, Flavio Zanonato, Gabriele Zimmer | |||
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2) | Pilar Ayuso, Sergio Gaetano Cofferati, Andrejs Mamikins | |||
HOOFDELIJKE EINDSTEMMING
IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE
37 | + |
ALDE GUE/NGL PPE
S&D
VERTS/ALE | Enrique Calvet Chambon, Marian Harkin, Yana Toom, Renate Weber Tania González Peñas, Paloma López Bermejo, Neoklis Sylikiotis, Gabriele Zimmer Pilar Ayuso, Georges Bach, Deirdre Clune, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Thomas Mann, Elisabeth Morin-Chartier, Sofia Ribeiro, Claude Rolin, Anne Sander, Sven Schulze, Csaba Sógor Maria Arena, Guillaume Balas, Brando Benifei, Sergio Gaetano Cofferati, Elena Gentile, Agnes Jongerius, Jan Keller, Javi López, Andrejs Mamikins, Emilian Pavel, Maria João Rodrigues, Siôn Simon, Jutta Steinruck, Flavio Zanonato Jean Lambert, Tatjana Ždanoka |
9 | - |
ECR ENF NI | Czesław Hoc, Anthea McIntyre, Helga Stevens, Ulrike Trebesius, Anders Primdahl Vistisen Mara Bizzotto, Dominique Martin, Joëlle Mélin Lampros Fountoulis |
4 | 0 |
ALDE EFDD PPE | Martina Dlabajová Laura Agea David Casa, Romana Tomc |
Verklaring van de gebruikte tekens:
+ : voor
- : tegen
0 : onthouding