Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

 

2016/0223(COD)

8.5.2017

ADVIES

van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, alsook tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen

( COM(2016)0466 – C8-0324/2016 – 2016/0223(COD) )

Rapporteur voor advies: Brando Benifei

 

PA_Legam

BEKNOPTE MOTIVERING

De voorgestelde hervorming van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel heeft tot doel een duurzamer, billijker en holistisch EU-migratiebeleid vorm te geven, op basis van de beginselen van billijke verdeling van de verantwoordelijkheid en solidariteit tussen de lidstaten.

Hoewel Europa en de lidstaten zich de afgelopen jaren inspanningen hebben getroost om zowel middels wetgeving, alsook via beleid doeltreffend op de vluchtelingencrisis te reageren, functioneert het asielstelsel nog niet op alle onderdelen naar tevredenheid. Zo bestaan er met name nog verschillen bij de regels en de criteria voor het verlenen van de status van vluchteling en van subsidiaire bescherming, de erkenningspercentages tussen de lidstaten, alsook de rechten en plichten van begunstigden. De Commissie stelt voor de huidige herschikte richtlijn asielnormen in te trekken en te vervangen door een verordening, hetgeen leidt tot een groter harmonisatiepotentieel van de nieuwe gemeenschappelijke Europese instrumenten. Rapporteur is van oordeel dat de hervormingen moeten bijdragen tot het ultieme doel van het verbeteren van de bestaande situatie, in concreto het verwezenlijken van vooruitgang ten aanzien van de rechten die worden toegekend aan personen die bescherming behoeven, en niet uitsluitend een functioneel-administratieve reorganisatie of rationalisering van de regels, praktijken en procedures.

In dit verband is maatschappelijke integratie en integratie in de arbeidsmarkt voor personen die internationale bescherming genieten een must.

Rapporteur stelt in zijn ontwerpverslag dan ook amendementen voor die tot doel hebben te komen tot Europese wetgeving op basis waarvan het potentieel van die integratievooruitzichten maximaal kan worden benut. Dit betekent dat allereerst de rechten die worden toegekend aan vluchtelingen, enerzijds, en aan personen die subsidiaire bescherming genieten, anderzijds, gelijk moeten worden getrokken (zoals in een aantal lidstaten reeds het geval is), in de wetenschap dat de verschillen tussen de rechten van deze twee groepen vaak stoelen op de aanvechtbare veronderstelling dat de noodzakelijke bescherming een meer tijdelijk karakter heeft. Dit leidt niet alleen tot onnodige administratieve complexiteit, maar brengt ook de kansen op integratie van de personen in kwestie direct in gevaar, bijvoorbeeld vanwege de te korte duur van hun werk- of verblijfsvergunning - die bovendien vaak onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn - of doordat de verlenging ervan afhankelijk is van een beoordeling van de beschermingsstatus, hetgeen ook duur en onnodig is. Om dezelfde redenen stelt rapporteur voor de mogelijkheid voor de lidstaten om de sociale bijstand voor personen die subsidiaire bescherming genieten tot fundamentele prestaties te beperken, uit de tekst te schrappen.

Het voorstel van de Commissie houdt voor de lidstaten de mogelijkheid in de deelname aan integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, beroepsopleiding en andere werkgerelateerde maatregelen, voor personen die subsidiaire bescherming genieten, verplicht te stellen om hun opname in de samenleving vlotter te laten verlopen. Hoewel het klopt dat dit een nuttig instrument is om de kortetermijnuitdagingen op het vlak van integratie om te zetten in een kans voor de samenleving als geheel, moet worden verduidelijkt dat de maatregelen in kwestie kosteloos, beschikbaar en makkelijk toegankelijk moeten zijn en dat te allen tijde rekening moet worden gehouden met de rechten en waarden van personen die subsidiaire bescherming genieten. Daarnaast moet worden gewaarborgd dat het niet of slechts gedeeltelijk aan dergelijke maatregelen deelnemen nooit gevolgen heeft voor de beschermingsstatus van de betrokken personen, aangezien dit een schending van het internationaal vluchtelingenrecht vormt.

Tot slot is rapporteur het niet eens met de keuze van de Commissie om bij het vaststellen van regels voor secundaire bewegingen in te zetten op bestraffing, en vindt hij het geëigender te kiezen voor een systeem dat mensen er middels stimulansen toe aanzet te blijven in het land dat hen bescherming heeft toegekend.

AMENDEMENTEN

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  In Richtlijn 2011/95/EU van de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking)31, moeten een aantal ingrijpende wijzigingen worden aangebracht. Om te zorgen voor harmonisatie en meer convergentie op het gebied van asielbeslissingen en de inhoud van internationale bescherming en op deze manier de prikkels voor bewegingen binnen de Europese Unie te reduceren en een gelijke behandeling van personen die internationale bescherming genieten, te garanderen, moet de richtlijn worden ingetrokken en worden vervangen door een verordening.

(1)  In Richtlijn 2011/95/EU van de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking)31, moeten een aantal ingrijpende wijzigingen worden aangebracht. Om te zorgen voor harmonisatie en meer convergentie op het gebied van asielbeslissingen en de inhoud van internationale bescherming en op deze manier personen die internationale bescherming genieten aan te moedigen in de lidstaat te blijven die hen bescherming verleent en een gelijke behandeling van personen die internationale bescherming genieten, te garanderen, moet de richtlijn worden ingetrokken en worden vervangen door een verordening.

__________________

__________________

31 PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9.

31 PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9.

 

 

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

 

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is gebaseerd op gemeenschappelijke normen voor asielprocedures, erkenning en bescherming op Unieniveau, opvangvoorzieningen en een systeem voor het bepalen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielzoekers. Hoewel er al vooruitgang is geboekt bij de ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, zijn er nog grote verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toegepaste procedures, de erkenningspercentages, het soort bescherming dat wordt verleend, en de materiële opvangvoorzieningen en prestaties voor personen die om internationale bescherming verzoeken of die internationale bescherming genieten. Deze verschillen zetten in grote mate aan tot secundaire bewegingen en ondermijnen het doel ervoor te zorgen dat alle verzoekers gelijk worden behandeld, waar ook in de Unie zij een verzoek indienen.

(3)  Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is gebaseerd op gemeenschappelijke normen voor asielprocedures, erkenning en bescherming op Unieniveau, opvangvoorzieningen en een systeem voor het bepalen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielzoekers. Hoewel er al vooruitgang is geboekt bij de ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, zijn er nog grote verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toegepaste procedures, de erkenningspercentages, het soort bescherming dat wordt verleend, en de materiële opvangvoorzieningen en prestaties voor personen die om internationale bescherming verzoeken of die internationale bescherming genieten. Deze verschillen, alsook het feit dat de macro-economische en arbeidsmarktsituatie sterk verschilt van de ene lidstaat tot de andere, ondermijnen de doelstelling van gestandaardiseerde opvangvoorzieningen voor alle verzoekers, waar ook in de Unie zij een verzoek indienen.

 

 

Amendement     3

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van het Dublinsysteem, moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, met name wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Ook zijn er strengere regels nodig inzake het opnieuw beoordelen van een status, om ervoor te zorgen dat bescherming enkel wordt verleend aan personen die bescherming nodig hebben, en zolang zij bescherming nodig hebben. Voorts moeten de verschillende praktijken inzake de duur van verblijfstitels meer op één lijn worden gebracht, en moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt en geharmoniseerd.

(5)  Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van het Dublinsysteem, moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, in het bijzonder wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Ook zijn er strengere regels nodig inzake het opnieuw beoordelen van een status, om ervoor te zorgen dat bescherming enkel wordt verleend aan personen die bescherming nodig hebben, en zolang zij bescherming nodig hebben. Voorts moeten de verschillende praktijken inzake de duur van verblijfstitels meer op één lijn worden gebracht, en moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt en geharmoniseerd.

 

Amendement     4

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  In het licht van het bovenstaande moet een verordening worden vastgesteld die zorgt voor meer harmonisatie in de Unie en de rechtszekerheid en transparantie bevordert.

(6)  In het licht van het bovenstaande moet een verordening worden vastgesteld die zorgt voor een snellere en meer systematische harmonisatie in de Unie en de rechtszekerheid en transparantie bevordert.

 

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

 

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  De verdere onderlinge aanpassing van de regels inzake de erkenning en de inhoud van de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus moet bovendien bijdragen tot het terugdringen van de secundaire bewegingen van personen die internationale bescherming genieten of daarom verzoeken, wanneer het gaat om bewegingen die kunnen zijn veroorzaakt door eventuele verschillen tussen de nationale wettelijke maatregelen die de lidstaten hebben genomen tot omzetting van de richtlijn asielnormen die met deze verordening wordt vervangen.

(8)  De verdere onderlinge aanpassing van de regels inzake de erkenning en de inhoud van de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus moet bovendien bijdragen tot het terugdringen van de secundaire bewegingen van personen die internationale bescherming genieten of daarom verzoeken, alsook tot de totstandbrenging van hoge beschermingsnormen in de hele Unie.

 

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Kandidaten voor hervestiging die daadwerkelijk worden hervestigd, moet internationale bescherming worden verleend. De bepalingen van deze verordening inzake de inhoud van internationale bescherming, met inbegrip van de regels om secundaire bewegingen te ontmoedigen, zijn van overeenkomstige toepassing.

(10)  Kandidaten voor hervestiging die daadwerkelijk worden hervestigd, moet internationale bescherming worden verleend. De bepalingen van deze verordening inzake de inhoud van internationale bescherming zijn van overeenkomstige toepassing.

 

Amendement     7

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna het "Handvest" genoemd) zijn erkend. Deze verordening moet in het bijzonder zorgen voor volledige eerbiediging van de menselijk waardigheid en van het recht op asiel van asielzoekers en hun begeleidende gezinsleden, en heeft als doel de toepassing te bevorderen van de artikelen van het Handvest die betrekking hebben op menselijke waardigheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, de vrijheid van meningsuiting en van informatie, het recht op onderwijs, de vrijheid van beroep en het recht te werken, de vrijheid van ondernemerschap, het recht op asiel, non-discriminatie, de rechten van het kind, sociale zekerheid en sociale bijstand en gezondheidszorg, en moet dienovereenkomstig worden uitgevoerd.

(11)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna het "Handvest" genoemd), het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 1950, het Europees Sociaal Handvest van 1961, de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948, het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 1951 en het Protocol van 1967 daarbij. Deze verordening moet in het bijzonder zorgen voor volledige eerbiediging van de menselijke waardigheid en van het recht op asiel van asielzoekers en hun begeleidende gezinsleden, en heeft als doel de toepassing te bevorderen van de artikelen van het Handvest die betrekking hebben op menselijke waardigheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, de vrijheid van meningsuiting en van informatie, het recht op onderwijs, de vrijheid van beroep en het recht te werken, de vrijheid van ondernemerschap, het recht op asiel, non-discriminatie, de rechten van het kind, sociale rechten, met inbegrip van sociale zekerheid en sociale bijstand, en gezondheidszorg, en moet dienovereenkomstig worden uitgevoerd.

 

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

 

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de uitvoering van de normen van deze verordening, in het bijzonder die lidstaten die met name als gevolg van hun geografische of demografische situatie met specifieke en onevenredige druk op hun asielstelsel worden geconfronteerd.

(13)  Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de uitvoering van de normen van deze verordening, in het bijzonder met betrekking tot het bevorderen van de integratie op de lange termijn van personen die internationale bescherming genieten, en om ondersteuning te bieden aan die lidstaten die met name als gevolg van hun geografische of demografische situatie moeite ondervinden met hun asielstelsel. Daartoe moet voldoende financiering beschikbaar worden gesteld aan lokale en regionale autoriteiten en internationale en maatschappelijke organisaties, onder meer door lokale en regionale autoriteiten directer en efficiënter toegang te geven tot het Fonds voor asiel, migratie en integratie en tot andere fondsen voor acties die rechtstreeks onder hun bevoegdheden vallen.

 

Amendement     9

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Bij de uitvoering van deze verordening moet het belang van het kind voorop staan, overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 1989. In het kader van de beoordeling van het belang van het kind moeten de autoriteiten van de lidstaten met name terdege rekening houden met het beginsel van eenheid van gezin, het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige, overwegingen van veiligheid en de opvattingen van de minderjarige, in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit.

(15)  Bij de uitvoering van deze verordening moet het belang van het kind voorop staan, overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 1989. In het kader van de beoordeling van het belang van het kind moeten de autoriteiten van de lidstaten met name terdege rekening houden met het beginsel van eenheid van gezin, het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige, de culturele achtergrond en de taalvaardigheden van de minderjarige, overwegingen van veiligheid en de opvattingen van de minderjarige, in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit.

 

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij het beoordelen van verzoeken om internationale bescherming de geloofwaardigheid van de verzoeker onderzoeken met inachtneming van de rechten van het individu als gewaarborgd door het Handvest, met name het recht op menselijke waardigheid en de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven. In het bijzonder met betrekking tot homoseksualiteit mag de individuele beoordeling van de geloofwaardigheid van de verzoeker niet worden gebaseerd op stereotype opvattingen met betrekking tot homoseksuele personen en mag de verzoeker niet worden onderworpen aan gedetailleerde ondervragingen of testen met betrekking tot zijn seksuele gewoonten.

(29)  Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij het beoordelen van verzoeken om internationale bescherming de geloofwaardigheid van de verzoeker onderzoeken met inachtneming van de rechten van het individu als gewaarborgd door het Handvest, met name het recht op menselijke waardigheid en de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven. In het bijzonder met betrekking tot seksuele gerichtheid en genderidentiteit mag de individuele beoordeling van de geloofwaardigheid van de verzoeker niet worden gebaseerd op stereotype opvattingen met betrekking tot seksuele gerichtheid en genderidentiteit en mag de verzoeker niet worden onderworpen aan gedetailleerde ondervragingen of testen met betrekking tot zijn seksuele gewoonten. Bovendien mogen de bevoegde nationale autoriteiten er niet van uitgaan dat de verklaringen van de verzoeker niet geloofwaardig zijn louter omdat de verzoeker zich niet beriep op zijn seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie of geslachtskenmerken toen hij voor het eerst zijn vervolging toelichtte.

 

Amendement     11

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  Voor het beoordelen van de ernstige schade op grond waarvan verzoekers in aanmerking kunnen komen voor subsidiaire bescherming, moet onder willekeurig geweld, overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, ook geweld jegens personen ongeacht hun persoonlijke omstandigheden worden verstaan.

(34)  Voor het beoordelen van de ernstige schade op grond waarvan verzoekers in aanmerking kunnen komen voor subsidiaire bescherming, moet onder willekeurig geweld, overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, ook geweld jegens personen ongeacht hun persoonlijke omstandigheden worden verstaan. Factoren waarmee rekening moet worden gehouden bij het bepalen of er sprake is van willekeurig geweld, zijn bijvoorbeeld externe agressie, bezetting, buitenlandse overheersing, binnenlandse conflicten, ernstige schending van de mensenrechten of voorvallen die een ernstige verstoring van de openbare orde hebben teweeggebracht in het land van herkomst of in een deel ervan.

 

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 37

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(37)  De verblijfstitels en de reisdocumenten die na de inwerkingtreding van deze verordening voor het eerst worden afgegeven aan personen die internationale bescherming genieten of worden verlengd, moeten in overeenstemming zijn met de regels die zijn vastgesteld bij respectievelijk Verordening (EG) nr. 1030/2002 en Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad.

(37)  De verblijfstitels en de reisdocumenten die na de inwerkingtreding van deze verordening worden afgegeven aan personen die internationale bescherming genieten, moeten in overeenstemming zijn met de regels die zijn vastgesteld bij respectievelijk Verordening (EG) nr. 1030/2002 en Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad.

 

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 39

 

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(39)  Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds dergelijke bescherming nodig hebben, moeten de beslissingsautoriteiten de toegekende status opnieuw beoordelen, in het geval van vluchtelingen, wanneer de verblijfstitel voor de eerste keer moet worden verlengd, en in het geval van personen die subsidiaire bescherming genieten, wanneer de verblijfstitel voor de eerste en tweede keer moet worden verlengd, evenals wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst37.

(39)  Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds dergelijke bescherming nodig hebben, kunnen de beslissingsautoriteiten de toegekende status opnieuw beoordelen wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst37.

_________________

_________________

37 COM(2016) 271 final.

37 COM(2016) 271 final.

 

Amendement     14

Voorstel voor een verordening

Overweging 41

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(41)  Wanneer de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus ophoudt te bestaan, moet de toepassing van de beslissing van de beslissingsautoriteit van een lidstaat om de status in te trekken, te beëindigen of niet te verlengen, voor een redelijke termijn nadat die beslissing is genomen, worden uitgesteld, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze in de mogelijkheid wordt gesteld een verzoek om verblijf in te dienen op andere gronden dan die op basis waarvan internationale bescherming werd toegekend, zoals familieredenen of redenen die verband houden met werk of onderwijs, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht.

(41)  Wanneer de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus ophoudt te bestaan, moet de toepassing van de beslissing van de beslissingsautoriteit van een lidstaat om de status in te trekken, te beëindigen of niet te verlengen, voor een redelijke termijn nadat die beslissing is genomen, worden uitgesteld, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze in de mogelijkheid wordt gesteld een verzoek om verblijf in te dienen op andere gronden dan die op basis waarvan internationale bescherming werd toegekend, zoals familie- of medische redenen of redenen die verband houden met werk of onderwijs, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht.

 

Amendement     15

Voorstel voor een verordening

Overweging 43

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(43)  Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie te voorkomen, moeten personen die internationale bescherming genieten en in een andere lidstaat worden opgemerkt dan die welke hun bescherming biedt zonder dat zij aan de voorwaarden voldoen om daar te verblijven of te wonen, worden teruggenomen door de lidstaat die voor hen verantwoordelijk is op grond van de procedure van de nieuwe Dublinverordening41.

(43)  Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie te ontmoedigen, moeten personen die internationale bescherming genieten en in een andere lidstaat worden opgemerkt dan die welke hun bescherming biedt zonder dat zij aan de voorwaarden voldoen om daar te verblijven of te wonen, worden teruggenomen door de lidstaat die voor hen verantwoordelijk is op grond van de procedure van de nieuwe Dublinverordening41.

_________________

_________________

41 Verordening (EU) [xxx/xxxx nieuwe Dublinverordening].

41 Verordening (EU) [xxx/xxxx nieuwe Dublinverordening].

 

Amendement     16

Voorstel voor een verordening

Overweging 44

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(44)  Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie tegen te gaan, moet Richtlijn 2003/109/EG betreffende langdurig ingezetenen worden gewijzigd, teneinde te bepalen dat de berekening van de periode van vijf jaar waarna personen die internationale bescherming genieten in aanmerking komen voor de status van langdurig ingezetene, steeds opnieuw van nul moet beginnen iedere keer dat een persoon wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke hem internationale bescherming biedt zonder dat hij het recht heeft daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante nationale recht of Unierecht.

Schrappen

 

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 47

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(47)  Binnen de grenzen van de internationale verplichtingen is voor de toekenning van voordelen inzake toegang tot werk en sociale zekerheid voorafgaande afgifte van een verblijfstitel vereist.

(47)  Binnen de grenzen van de internationale verplichtingen kan voor de toekenning van voordelen inzake toegang tot werk en sociale zekerheid voorafgaande afgifte van een verblijfstitel vereist zijn.

 

Amendement     18

Voorstel voor een verordening

Overweging 48

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(48)  De bevoegde autoriteiten kunnen de toegang tot een beroepsactiviteit als werknemer of zelfstandige beperken wat betreft betrekkingen die de uitoefening van openbaar gezag en de verantwoordelijkheid voor het beschermen van het algemeen belang van de staat of andere overheidsinstanties behelzen. Evenzo, in verband met het uitoefenen van het recht inzake gelijke behandeling, kunnen personen die internationale bescherming genieten, met betrekking tot lidmaatschap van een werknemersorganisatie en tot het uitoefenen van een specifiek beroep worden uitgesloten van deelneming aan het bestuur van publiekrechtelijke lichamen alsook van uitoefening van een publiekrechtelijke functie.

(48)  De bevoegde autoriteiten kunnen de toegang tot een beroepsactiviteit als werknemer of zelfstandige beperken wat betreft betrekkingen die de uitoefening van openbaar gezag en de verantwoordelijkheid voor het beschermen van het algemeen belang van de staat of andere overheidsinstanties behelzen.

 

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 49

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(49)  Om ervoor te zorgen dat personen die internationale bescherming genieten, de in deze verordening beschreven rechten en voordelen beter benutten, moet rekening worden gehouden met hun speciale behoeften en met de specifieke integratieproblemen waarmee zij worden geconfronteerd, en moet hun toegang tot met integratie verband houdende rechten worden bevorderd, met name op het gebied van werkgebonden onderwijsmogelijkheden en beroepsopleiding en toegang tot procedures voor de erkenning van buitenlandse diploma's, getuigschriften en andere bewijzen van officiële kwalificaties, in het bijzonder in het licht van het ontbreken van bewijsstukken en hun onvermogen om de kosten van de erkenningsprocedures te betalen.

(49)  Om ervoor te zorgen dat personen die internationale bescherming genieten, de in deze verordening beschreven rechten en voordelen beter benutten, moet rekening worden gehouden met hun speciale behoeften en met de specifieke integratieproblemen waarmee zij worden geconfronteerd, en moet hun toegang tot met integratie verband houdende rechten en maatregelen worden bevorderd, met name op het gebied van onderwijs en werkgebonden onderwijsmogelijkheden, beroepsopleiding en toegang tot procedures voor de erkenning van buitenlandse diploma's, getuigschriften en andere bewijzen van officiële kwalificaties, in het bijzonder in het licht van het ontbreken van bewijsstukken en hun onvermogen om de kosten van de erkenningsprocedures te betalen.

 

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 50

 

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(50)  Personen die internationale bescherming genieten, moeten op het gebied van sociale zekerheid gelijk worden behandeld met onderdanen van de lidstaat die de bescherming biedt.

(50)  Personen die internationale bescherming genieten, moeten op het gebied van sociale zekerheid volgens het non-discriminatiebeginsel en gelijk worden behandeld met onderdanen van de lidstaat die de bescherming biedt.

 

Amendement     21

Voorstel voor een verordening

Overweging 51

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(51)  Met name om sociale moeilijkheden te voorkomen is het voorts aangewezen dat personen die internationale bescherming genieten, niet worden gediscrimineerd op het gebied van sociale bijstand. Ten aanzien van personen die subsidiaire bescherming genieten, moet de lidstaten evenwel enige flexibiliteit worden toegekend om de rechten op dit gebied tot fundamentele prestaties te beperken, waaronder ten minste worden verstaan minimale inkomenssteun, steun bij ziekte of zwangerschap en bij hulpverlening aan ouders, voor zover deze prestaties aan eigen onderdanen worden toegekend op grond van het nationaal recht. Om de integratie van vluchtelingen en personen die subsidiaire bescherming genieten, te bevorderen, moeten de lidstaten over de mogelijkheid beschikken om aan de toegang tot bepaalde in het nationaal recht gespecificeerde sociale bijstand de voorwaarde te verbinden dat de persoon die internationale bescherming geniet daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen.

(51)  Met name om sociale moeilijkheden te voorkomen en de integratie te vergemakkelijken van personen die internationale of subsidiaire bescherming genieten, is het aangewezen hun zonder discriminatie sociale en juridische bijstand te bieden.

 

Amendement     22

Voorstel voor een verordening

Overweging 52

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(52)  Personen die internationale bescherming genieten, moeten toegang hebben tot gezondheidszorg, met inbegrip van lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg.

(52)  Personen die internationale bescherming genieten, moeten toegang hebben tot gezondheidszorg, met inbegrip van zowel lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg als van seksuele en reproductieve gezondheidszorg.

 

Amendement     23

Voorstel voor een verordening

Overweging 52 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(52 bis)  Personen die internationale bescherming genieten moeten ook toegang hebben tot goederen en diensten en de levering van voor het publiek beschikbare goederen en diensten, inclusief voorlichting en advies van arbeidsbureaus.

 

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 53

 

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(53)  Personen die internationale bescherming genieten, moeten ten behoeve van hun integratie in de samenleving toegang hebben tot integratiemaatregelen; de lidstaten beslissen over de desbetreffende modaliteiten. De lidstaten kunnen de deelname aan dergelijke integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, inburgeringscursussen, beroepsopleiding en andere werkgebonden cursussen, verplicht stellen.

(53)  Personen die internationale bescherming genieten, moeten ten behoeve van hun integratie in de samenleving daadwerkelijk en kosteloos toegang hebben tot integratiemaatregelen; de lidstaten beslissen over de desbetreffende modaliteiten. De lidstaten kunnen de deelname aan dergelijke integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, inburgeringscursussen, beroepsopleiding en andere werkgebonden cursussen, verplicht stellen, op voorwaarde dat deze integratiemaatregelen makkelijk toegankelijk en kosteloos zijn. Deelname aan deze maatregelen laat de rechten en plichten uit hoofde van deze verordening onverlet en vormt nooit een reden voor toetsing, intrekking, beëindiging, weigering of niet-verlenging van de vluchtelingen- en subsidiairebeschermingsstatus. Eventuele sancties van de lidstaten uit hoofde van de nationale wetgeving wegens het niet-deelnemen aan verplichte integratiemaatregelen moeten altijd evenredig zijn.

 

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – alinea 1 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  wanneer een aan een vluchteling afgegeven verblijfstitel voor de eerste keer wordt verlengd.

Schrappen

 

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – alinea 1 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  wanneer een verblijfstitel die is afgegeven aan een persoon die subsidiaire bescherming geniet, voor de eerste en de tweede keer wordt verlengd.

Schrappen

 

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Binnen de grenzen van de internationale verplichtingen is voor de toekenning van voordelen inzake de toegang tot werk en sociale zekerheid de voorafgaande afgifte van een verblijfstitel vereist.

3.  Binnen de grenzen van de internationale verplichtingen kan voor de toekenning van voordelen inzake de toegang tot werk en sociale zekerheid de voorafgaande afgifte van een verblijfstitel vereist zijn.

 

Amendement     28

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Bij de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt rekening gehouden met de specifieke situatie van personen met bijzondere behoeften, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen die lijden aan een geestesziekte en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld, als na een individuele beoordeling van hun situatie wordt vastgesteld dat zij bijzondere behoeften hebben.

4.  Bij de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt rekening gehouden met de specifieke situatie van personen met bijzondere behoeften, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen die lijden aan een geestesziekte en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld, als na een individuele beoordeling van hun situatie wordt vastgesteld dat zij bijzondere behoeften hebben.

 

Amendement     29

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bevoegde autoriteiten verschaffen personen die internationale bescherming genieten, zo spoedig mogelijk nadat hun de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus is verleend, toegang tot informatie betreffende de rechten en plichten die verbonden zijn aan die status. Deze informatie wordt verstrekt in een taal die zij begrijpen of redelijkerwijs geacht kunnen worden te begrijpen, en vermeldt uitdrukkelijk de gevolgen van het niet nakomen van de in artikel 28 omschreven verplichtingen op het gebied van bewegingen binnen de Unie.

De bevoegde autoriteiten verschaffen personen die internationale bescherming genieten, zo spoedig mogelijk nadat hun de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus is verleend, toegang tot informatie betreffende de rechten en plichten die verbonden zijn aan die status. Deze informatie wordt schriftelijk verstrekt in een taal die zij begrijpen en vermeldt uitdrukkelijk de gevolgen van het niet nakomen van de in artikel 29 omschreven verplichtingen op het gebied van bewegingen binnen de Unie.

 

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – letter a

 

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  Personen met de vluchtelingenstatus krijgen een verblijfstitel die drie jaar geldig is en die met perioden van drie jaar kan worden verlengd.

(a)  Personen met de vluchtelingenstatus krijgen een verblijfstitel die vijf jaar geldig is en die met perioden van vijf jaar kan worden verlengd.

 

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – letter b

 

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  Personen met de subsidiairebeschermingsstatus krijgen een verblijfstitel die één jaar geldig is en die met perioden van twee jaar kan worden verlengd.

(b)  Personen met de subsidiairebeschermingsstatus krijgen een verblijfstitel die vijf jaar geldig is en die met perioden van vijf jaar kan worden verlengd.

 

Amendement     32

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Personen die internationale bescherming genieten, genieten het recht van vrij verkeer binnen het grondgebied van de lidstaat die de internationale bescherming verleent, met inbegrip van het recht hun verblijfsplaats op dat grondgebied vrij te kiezen, onder dezelfde voorwaarden en beperkingen als die welke gelden voor andere onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied verblijven en zich in een vergelijkbare situatie bevinden.

1.  Personen die internationale bescherming genieten, genieten het recht van vrij verkeer binnen het grondgebied van de lidstaat die de internationale bescherming verleent, met inbegrip van het recht hun verblijfsplaats op dat grondgebied vrij te kiezen, onder dezelfde voorwaarden en beperkingen als die welke gelden voor andere onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied verblijven.

 

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 2 – letter a

 

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  arbeidsomstandigheden, met inbegrip van salaris en ontslag, werktijden, verlof en vakantie, alsmede de voorschriften inzake veiligheid en gezondheid op het werk;

(a)  arbeidsomstandigheden, met inbegrip van salaris en ontslag, werktijden, verlof en vakantie, verlof om gezinsredenen, alsmede de voorschriften inzake veiligheid en gezondheid op het werk;

 

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  vrijheid van vereniging en aansluiting bij of participatie in een werkgevers- of werknemersorganisatie of een andere organisatie waarvan de leden een bepaald beroep uitoefenen, met inbegrip van de door dergelijke organisaties verschafte voordelen;

(b)  vrijheid van vereniging en aansluiting bij of participatie in een werkgevers- of werknemersorganisatie of een andere organisatie waarvan de leden een bepaald beroep uitoefenen, met inbegrip van de door dergelijke organisaties verschafte rechten en voordelen;

 

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  werkgebonden onderwijsaanbod voor volwassenen, beroepsopleiding, met inbegrip van bijscholing en praktische werkervaring op de arbeidsplaats;

(c)  onderwijs en werkgebonden onderwijsaanbod, beroepsopleiding, met inbegrip van bijscholing en praktische werkervaring op de arbeidsplaats;

 

Amendement     36

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 2 – letter d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  door arbeidsbureaus verleende adviesdiensten.

(d)  door arbeidsbureaus verleende advies- en follow-updiensten.

 

Amendement     37

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De bevoegde autoriteiten faciliteren waar nodig de volledige toegang tot de activiteiten als bedoeld in lid 2, onder c) en d).

3.  De bevoegde autoriteiten faciliteren de volledige toegang tot de activiteiten als bedoeld in lid 2, onder c) en d).

 

Amendement     38

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Volwassenen aan wie internationale bescherming is verleend, hebben toegang tot het algemene onderwijsstelsel, voortgezette opleidingsvoorzieningen en om- en herscholing, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor onderdanen van derde landen die legaal in die lidstaat verblijven en zich in een vergelijkbare situatie bevinden.

2.  Volwassenen aan wie internationale bescherming is verleend, hebben toegang tot het algemene onderwijsstelsel, voortgezette opleidingsvoorzieningen en om- en herscholing, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor onderdanen.

 

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Aan de toegang tot bepaalde in de nationale wetgeving vastgestelde sociale bijstand kan de voorwaarde worden verbonden dat de persoon die internationale bescherming geniet, daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen.

Aan de toegang tot bepaalde in de nationale wetgeving vastgestelde sociale bijstand kan de voorwaarde worden verbonden dat de persoon die internationale bescherming geniet, daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen, die kosteloos, beschikbaar en makkelijk toegankelijk zijn.

 

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Voor personen met de subsidiairebeschermingsstatus kunnen de lidstaten de sociale bijstand beperken tot de meest fundamentele prestaties.

Schrappen

 

Amendement     41

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Personen die internationale bescherming genieten en bijzondere behoeften hebben, zoals zwangere vrouwen, gehandicapten, personen die foltering, verkrachting of andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld hebben ondergaan of minderjarigen die het slachtoffer zijn geweest van enige vorm van mishandeling, verwaarlozing, uitbuiting, foltering, wrede, onmenselijke en vernederende behandeling of die onder een gewapend conflict hebben geleden, krijgen passende gezondheidszorg, met inbegrip van de behandeling van geestesziekten waar nodig, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor onderdanen van de lidstaat die de bescherming verleent.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

 

Amendement     42

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Zo spoedig mogelijk nadat de internationale bescherming is verleend en uiterlijk binnen vijf werkdagen nemen de bevoegde autoriteiten, zoals uiteengezet in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures] de nodige maatregelen om te verzekeren dat niet-begeleide minderjarigen worden vertegenwoordigd door een wettelijke voogd, dan wel, indien nodig, door een organisatie die belast is met de zorg voor en het welzijn van minderjarigen, of op een andere passende wijze worden vertegenwoordigd, zoals op basis van wetgeving of een rechterlijke uitspraak.

Zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen vijf dagen nemen de bevoegde autoriteiten, zoals uiteengezet in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) xxx/xxx [Verordening inzake procedures] de nodige maatregelen om te verzekeren dat niet-begeleide minderjarigen worden vertegenwoordigd door een wettelijke voogd, dan wel, indien nodig, door een organisatie die belast is met de zorg voor en het welzijn van minderjarigen, of op een andere passende wijze worden vertegenwoordigd, zoals op basis van wetgeving of een rechterlijke uitspraak.

 

Amendement     43

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 3 – alinea 1 – letter d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  in andere huisvesting die geschikt is voor minderjarigen.

Schrappen

 

Amendement     44

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Voor zover mogelijk worden broers en zussen bij elkaar gehuisvest, rekening houdend met het belang van de betrokken minderjarige en in het bijzonder met zijn leeftijd en maturiteit. Veranderingen in de verblijfplaats van minderjarigen worden tot het strikt noodzakelijke minimum beperkt.

4.  Voor zover mogelijk worden broers en zussen bij elkaar gehuisvest, rekening houdend met het belang van de betrokken minderjarige en in het bijzonder met zijn leeftijd en maturiteit. Veranderingen in de verblijfplaats van minderjarigen worden tot het strikt noodzakelijke minimum beperkt en de plaatsing in administratieve detentie wordt vermeden.

 

Amendement     45

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Personen die internationale bescherming genieten, hebben toegang tot huisvesting onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die welke van toepassing zijn op andere onderdanen van derde landen die legaal op grondgebied van de lidstatenverblijven en zich in een vergelijkbare situatie bevinden.

1.  Personen die internationale bescherming genieten, hebben toegang tot huisvesting onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die welke van toepassing zijn op onderdanen.

 

Amendement     46

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De nationale praktijken van spreiding van personen die internationale bescherming genieten, worden voor zover mogelijk uitgevoerd zonder discriminatie van personen die internationale bescherming genieten, en garanderen gelijke kansen wat toegang tot huisvesting betreft.

2.  De nationale praktijken van spreiding van personen die internationale bescherming genieten, worden uitgevoerd zonder discriminatie van personen die internationale bescherming genieten, en garanderen gelijke kansen wat toegang tot huisvesting betreft.

 

Amendement     47

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Om hun integratie in de samenleving te bevorderen, krijgen personen die internationale bescherming genieten, toegang tot integratiemaatregelen waarin de lidstaten voorzien, met name taalcursussen, inburgeringscursussen en beroepsopleiding, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere behoeften van de betrokkenen.

1.  Om hun integratie in de samenleving te bevorderen, krijgen personen die internationale bescherming genieten, kosteloos en laagdrempelig toegang tot integratiemaatregelen waarin de lidstaten voorzien, met name taalcursussen, inburgeringscursussen en beroepsopleiding, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere behoeften van de betrokkenen.

 

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten kunnen deelname aan integratiemaatregelen verplicht stellen.

2.  De lidstaten kunnen deelname aan integratiemaatregelen verplicht stellen, op voorwaarde dat de integratiemaatregelen in kwestie kosteloos en makkelijk toegankelijk zijn en rekening houden met de bijzondere behoeften van de persoon die internationale bescherming geniet. Deelname aan integratiemaatregelen laat de rechten en plichten uit hoofde van deze verordening onverlet en vormt geen reden voor toetsing, intrekking, beëindiging, weigering of niet-verlenging van de vluchtelingen- of subsidiairebeschermingsstatus en de daaraan verbonden rechten en plichten.

 

 

 

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, alsook tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen

Document- en procedurenummers

COM(2016)0466 – C8-0324/2016 – 2016/0223(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

12.9.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

EMPL

12.9.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Brando Benifei

9.9.2016

Behandeling in de commissie

22.3.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

3.5.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

41

7

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laura Agea, Guillaume Balas, Brando Benifei, Mara Bizzotto, Vilija Blinkevičiūtė, Enrique Calvet Chambon, Ole Christensen, Lampros Fountoulis, Elena Gentile, Arne Gericke, Marian Harkin, Czesław Hoc, Danuta Jazłowiecka, Agnes Jongerius, Rina Ronja Kari, Jan Keller, Ádám Kósa, Kostadinka Kuneva, Jean Lambert, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Verónica Lope Fontagné, Javi López, Thomas Mann, Dominique Martin, Anthea McIntyre, Elisabeth Morin-Chartier, Emilian Pavel, Marek Plura, Sofia Ribeiro, Robert Rochefort, Maria João Rodrigues, Claude Rolin, Anne Sander, Sven Schulze, Romana Tomc, Yana Toom, Ulrike Trebesius, Marita Ulvskog, Renate Weber, Tatjana Ždanoka, Jana Žitňanská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Georges Bach, Heinz K. Becker, Lynn Boylan, Rosa D’Amato, Tania González Peñas, Paloma López Bermejo, Edouard Martin, Tamás Meszerics, Flavio Zanonato

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Petra Kammerevert

 

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING

IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

41

+

ALDE

EPP

Verts/ALE

GUE/NGL

S&D

Enrique Calvet Chambon, Marian Harkin, Robert Rochefort, Yana Toom, Renate Weber

Georges Bach, Heinz K. Becker, Danuta Jazłowiecka, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Verónica Lope Fontagné, Thomas Mann, Elisabeth Morin-Chartier, Marek Plura, Sofia Ribeiro, Claude Rolin, Anne Sander, Sven Schulze, Romana Tomc

Jean Lambert, Tamás Meszerics, Tatjana Ždanoka

Lynn Boylan, Tania González Peñas, Rina Ronja Kari, Kostadinka Kuneva, Paloma López Bermejo

Guillaume Balas, Brando Benifei, Vilija Blinkevičiūtė, Ole Christensen, Elena Gentile, Agnes Jongerius, Petra Kammerevert, Jan Keller, Javi López, Edouard Martin, Emilian Pavel, Maria João Rodrigues, Marita Ulvskog, Flavio Zanonato

 

7

-

ECR

ENF

NI

Arne Gericke, Czesław Hoc, Anthea McIntyre, Ulrike Trebesius, Jana Žitňanská

Mara Bizzotto

Lampros Fountoulis

 

4

0

EFDD

ENF

EPP

Laura Agea

Mireille D'Ornano, Dominique Martin

Ádám Kósa

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding