Begrotingscommissie
30.11.2010
ONTWERPVERSLAG
over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 10/2010 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010, afdeling III – Commissie
(0000/2010 – C7‑0000/2010 – 2010/2246(BUD) )
Begrotingscommissie
Rapporteur: László Surján
PR_BUD_DAB
INHOUD
Blz.
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT..............................................3
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 10/2010 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010, afdeling III – Commissie
(0000/2010 – C7‑0000/2010 – 2010/2246(BUD) )
Het Europees Parlement,
– gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 314 hiervan, en op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 bis hiervan,
– gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen[1] en inzonderheid de artikelen 37 en 38 daarvan,
– gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010 die definitief is vastgesteld op 17.12.2009[2],
– gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer[3],
– gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 10/2010 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010, ingediend door de Commissie op 20 oktober 2010 ( COM(2010)0598 ),
– gezien nota van wijzigingen nr. 1 op het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 10/2010 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010, ingediend door de Commissie op 26 november 2010,
– gezien het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 10/2010, die hij heeft vastgesteld op ... 2010 (0000/2010 – C7-0000/2010),
– gelet op de artikelen 75 ter en 75 quinquies van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A7‑0000/2010),
A. overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 10/2010 voor de algemene begroting 2010 betrekking heeft op de volgende kwesties:
– een netto opwaartse bijstelling van de geraamde ontvangsten (466 miljoen EUR) na de herziening van de raming van eigen middelen en andere ontvangsten;
– een verlaging van de betalingskredieten in begrotingsonderdelen voor de rubrieken 1a, 1b, 2 en 4 (755,6 miljoen EUR), nadat rekening is gehouden met de voorgestelde herschikkingen in het kader van de zogenaamde "globale overschrijving", waarbij de betalingen over de begrotingsonderdelen opnieuw in evenwicht worden gebracht om rekening te houden met de tot dusver geboekte vooruitgang bij de uitvoering van de begroting;
– de invoering van een nieuwe begrotingspost 06 04 14 04 voor de financiering van projecten op het vlak van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie in het kader van het Europees economisch herstelplan en de opvoering van begrotingspost 26 01 51 31 EU-bijdrage voor de zogeheten Europese scholen van het type II, waarbij het bedrag van 4,83 miljoen EUR in vastleggings- en betalingskredieten voor 2010 zal beschikbaar worden dankzij een herschikking binnen beleidsterrein 26 Administratie van de Commissie;
– een verlaging van de vastleggingskredieten ten belope van 15 miljoen EUR voor sommige maatregelen voor rubriek 1a;
– een verlaging van de vastleggings- en betalingskredieten ten belope van 330 miljoen EUR bij rubriek 2 voor begrotingsartikel 05 02 03 Restituties voor niet in bijlage I genoemde producten en voor begrotingsartikel 05 02 12 Melk en zuivelproducten, en een verdere vermindering met 28 miljoen EUR vastleggingskredieten en 5 miljoen EUR betalingskredieten van de reserve;
B. overwegende dat de nota van wijzigingen op het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 10/2010 voorziet in een schrapping van de verlaging van de vastleggingskredieten in rubriek 2 voor artikel 05 02 12 "Melk en zuivelproducten" (- 280 miljoen EUR) en artikel 05 02 03 "Restituties voor niet in bijlage 1 genoemde producten" (- 50 miljoen EUR), doordat de behoeften van het EGFL hoger zijn dan oorspronkelijk verwacht en bestemmingsontvangsten die in 2010 zijn gegenereerd, maar niet gebruikt, naar 2011 kunnen worden overgedragen,
C. overwegende dat het algemene gevolg voor de uitgaven van 2010 een verlaging is van de vastleggingskredieten met 43 miljoen EUR en van de betalingskredieten met 761 miljoen EUR,
D. overwegende dat de bedoeling met het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 10/2010, dat met nota van wijzigingen nr. 1 is gewijzigd, is om deze aanpassing formeel in de begroting op te nemen,
E. overwegende dat deze aanpassing leidt tot een overeenkomstig daling zowel van de definitieve bijdragen van de lidstaten aan de Europese begroting als van de voorlopige twaalfden, als vóór eind 2010 geen akkoord wordt bereikt,
F. overwegende dat tijdens de vergadering van het bemiddelingscomité van 15 november 2010 geen akkoord is bereikt, met name wat het eventuele gebruik betreft van de extra marges voor 2010 die met ontwerp van gewijzigde begroting nr. 10/2010 zijn gecreëerd om in de financieringsbehoeften van het ITER-project in 2012 en 2013 te voorzien,
1. neemt kennis van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 10/2010, dat met nota van wijzigingen nr. 1 is gewijzigd;
2. merkt op dat het in artikel 314, lid 5, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bedoelde bemiddelingscomité geen overeenstemming over een gemeenschappelijke tekst heeft bereikt;
2. [hecht zijn goedkeuring aan/ verwerpt /wijzigt] het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 10/2010, dat met nota van wijzigingen nr. 1 is gewijzigd [zonder wijzigingen] en gelast zijn voorzitter te verklaren dat gewijzigde begroting nr. x/2010 is [verworpen/ definitief is aangenomen ] en te zorgen voor de publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie];
3. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.