Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
7.9.2016
***I
ONTWERPVERSLAG
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Asielagentschap van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 439/2010
( COM(2016)0271 – C8-0174/2016 – 2016/0131(COD) )
Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
Rapporteur: Péter Niedermüller
PR_COD_1amCom
Verklaring van de gebruikte tekens |
* Raadplegingsprocedure *** Goedkeuringsprocedure ***I Gewone wetgevingsprocedure (eerste lezing) ***II Gewone wetgevingsprocedure (tweede lezing) ***III Gewone wetgevingsprocedure (derde lezing)
(De aangeduide procedure is gebaseerd op de in de ontwerptekst voorgestelde rechtsgrond.)
|
Amendementen op een ontwerptekst |
Amendementen van het Parlement in twee kolommen
Geschrapte tekstdelen worden in de linkerkolom in vet cursief aangegeven. Vervangen tekstdelen worden in beide kolommen in vet cursief aangegeven. Nieuwe tekst wordt in de rechterkolom in vet cursief aangegeven.
In de eerste en tweede regel van de koptekst boven elk amendement wordt verwezen naar het tekstdeel in kwestie van de ontwerphandeling. Indien een amendement betrekking heeft op een bestaande handeling, waarop in de ontwerphandeling wijzigingen worden voorgesteld, bevat de koptekst bovendien een derde en vierde regel, die verwijzen naar de bestaande handeling respectievelijk naar de bepaling in kwestie.
Amendementen van het Parlement in de vorm van een geconsolideerde tekst
Nieuwe tekstdelen worden in vet cursief aangegeven. Geschrapte tekstdelen worden aangegeven met het symbool ▌ of worden doorgestreept. Waar tekstdelen vervangen worden, wordt de nieuwe tekst in vet cursief aangegeven, terwijl de vervangen tekst wordt geschrapt of doorgestreept. Bij wijze van uitzondering worden zuiver technische wijzigingen die de diensten aanbrengen met het oog op de opstelling van de definitieve tekst, niet gemarkeerd.
|
INHOUD
Blz.
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT 5
TOELICHTING 58
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Asielagentschap van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 439/2010
( COM(2016)0271 – C8-0174/2016 – 2016/0131(COD) )
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad ( COM(2016)0271 ),
– gezien artikel 294, lid 2, en artikel 78, leden 1 en 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0174/2016),
– gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien artikel 59 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en het advies van de Begrotingscommissie ( A8-0000/2016 ),
1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(11) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet zorgen voor een meer gestructureerde en gestroomlijnde productie van informatie over landen van herkomst op het niveau van de Europese Unie. Om overlapping te voorkomen en synergie met de nationale verslagen tot stand te brengen, moet het Agentschap informatie verzamelen en verslagen met informatie over landen van herkomst opstellen met gebruikmaking van Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst. Voorts moet het Agentschap, om voor meer convergentie te zorgen bij het onderzoek van verzoeken om internationale bescherming en wat betreft de aard en de kwaliteit van de geboden bescherming, samen met de lidstaten aan een gemeenschappelijke analyse werken die informatie verschaft over de situatie in specifieke landen van herkomst. | (11) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet zorgen voor een meer gestructureerde en gestroomlijnde productie van informatie over landen van herkomst op het niveau van de Europese Unie. Om overlapping te voorkomen en synergie met de nationale verslagen tot stand te brengen, moet het Agentschap informatie verzamelen en verslagen met informatie over landen van herkomst opstellen met gebruikmaking van Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst. Voorts moet het Agentschap, om voor meer convergentie te zorgen bij het onderzoek van verzoeken om internationale bescherming en wat betreft de aard en de kwaliteit van de geboden bescherming, samen met de lidstaten aan een gemeenschappelijke analyse werken die informatie verschaft over de situatie in specifieke landen van herkomst. Deze gemeenschappelijke analyse moet worden opgesteld in samenspraak met de Hoge Commissaris van de Verenigde naties voor vluchtelingen (UNHCR) en met volledige inachtneming van en in overeenstemming met de meest recente UNHCR-richtsnoeren inzake subsidiabiliteit voor de beoordeling van de behoefte aan internationale bescherming van asielzoekers uit specifieke landen van herkomst. Deze gemeenschappelijke analyse moet in voorkomend geval ook rekening houden met de landen- en situatiespecifieke stellingnames van de UNHCR. Indien er een conflict bestaat tussen de gemeenschappelijke analyse en de UNHCR-richtsnoeren, moeten de lidstaten bij de beoordeling van afzonderlijke verzoeken om internationale bescherming zorgvuldig rekening houden met die richtsnoeren, in overeenstemming met de toezichtsverantwoordelijkheid van de UNHCR als bedoeld in paragraaf 8 van het Statuut van het Bureau van de Hoge Commissaris voor vluchtelingen juncto artikel 35 van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 1951 en artikel II van het Protocol betreffende de status van vluchtelingen van 1967. |
Or. en
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet, in nauwe samenwerking met de Commissie en zonder afbreuk te doen aan de verantwoordelijkheid van de Commissie als hoedster van de Verdragen, een mechanisme instellen voor het monitoren en het beoordelen van de uitvoering van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel en de naleving van de operationele normen, richtsnoeren en beste praktijken inzake asiel, en voor het controleren van de werking van de asiel- en opvangstelsels van de lidstaten. De monitoring en beoordeling moeten alomvattend zijn en moeten in het bijzonder gebaseerd worden op de informatie die de lidstaten verstrekken, analyse van informatie over de asielsituatie door het Agentschap, bezoeken ter plaatse en aselecte controle van specifieke zaken. Het Agentschap moet over zijn bevindingen verslag uitbrengen aan de raad van bestuur, die vervolgens het verslag moet goedkeuren. De uitvoerend directeur moet na overleg met de Commissie ontwerpaanbevelingen voor de betrokken lidstaat opstellen, waarin de maatregelen worden uiteengezet die noodzakelijk zijn om de ernstige tekortkomingen aan te pakken; deze moeten vervolgens door de raad van bestuur als aanbevelingen worden goedgekeurd. | (14) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet, in nauwe samenwerking met de Commissie en zonder afbreuk te doen aan de verantwoordelijkheid van de Commissie als hoedster van de Verdragen, een mechanisme instellen voor het monitoren en het beoordelen van de uitvoering van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel en de naleving van de operationele normen, richtsnoeren en beste praktijken inzake asiel, en voor het controleren van de werking van de asiel- en opvangstelsels van de lidstaten. De monitoring en beoordeling moeten alomvattend zijn en moeten in het bijzonder gebaseerd worden op de informatie die de lidstaten, de non-gouvernementele organisaties op nationaal of Unieniveau, de UNHCR, de relevante VN-organen die toezien op de mensenrechtenverdragen en de monitoringmechanismen van de Raad van Europa inzake mensenrechten verstrekken, analyse van informatie over de asielsituatie door het Agentschap, bezoeken ter plaatse en aselecte controle van specifieke zaken. Het Agentschap moet over zijn bevindingen verslag uitbrengen aan de raad van bestuur, die vervolgens het verslag moet goedkeuren. De uitvoerend directeur moet na overleg met de Commissie ontwerpaanbevelingen voor de betrokken lidstaat opstellen, waarin de maatregelen worden uiteengezet die noodzakelijk zijn om de ernstige tekortkomingen aan te pakken; deze moeten vervolgens door de raad van bestuur als aanbevelingen worden goedgekeurd. |
Or. en
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 16 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (16 bis) De in de asielondersteuningsteams ingezette deskundigen moeten, voordat zij deelnemen aan operationele activiteiten, met goed gevolg de thematische en specialistische opleiding hebben afgerond die relevant is voor hun taken en functies. Deskundigen die tot het personeel van het Agentschap behoren mogen alleen worden betrokken bij het onderzoek van verzoeken om internationale bescherming wanneer zij kunnen aantonen over relevante ervaring van ten minste een jaar te beschikken als asielmedewerker bij de asieldienst van een lidstaat of als UNHCR-beschermingsfunctionaris. Alle door de leden van de asielondersteuningsteams verrichte activiteiten moeten volledig in overeenstemming zijn met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest), met name met artikel 18 inzake het recht op asiel. |
Or. en
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 20
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(20) Op bepaalde als "hotspots" bekend staande delen van de buitengrenzen, waar de lidstaten een onevenredige migratiedruk ondervinden als gevolg van een sterke gemengde instroom van migranten, moeten de lidstaten kunnen rekenen op extra operationele en technische versterking door ondersteuningsteams voor migratiebeheer, bestaande uit deskundigen van de lidstaten die worden ingezet via het Asielagentschap van de Europese Unie, het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie en Europol of andere relevante agentschappen van de Unie, alsook deskundigen die tot het personeel behoren van het Asielagentschap van de Europese Unie en het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie. Het Agentschap moet zijn activiteiten in de ondersteuningsteams voor migratiebeheer coördineren met de Commissie en andere relevante agentschappen van de Unie. | (20) Op bepaalde als "hotspots" bekend staande delen van de buitengrenzen, waar de lidstaten een onevenredige migratiedruk ondervinden als gevolg van een sterke gemengde instroom van migranten, moeten de lidstaten kunnen rekenen op extra operationele en technische versterking door ondersteuningsteams voor migratiebeheer, bestaande uit deskundigen van de lidstaten die worden ingezet via het Asielagentschap van de Europese Unie, de Europese grens- en kustwacht en Europol of andere relevante agentschappen van de Unie, alsook deskundigen die tot het personeel behoren van het Asielagentschap van de Europese Unie en de Europese grens- en kustwacht. Het Agentschap moet zijn activiteiten in de ondersteuningsteams voor migratiebeheer coördineren met de Commissie en andere relevante agentschappen van de Unie. Alle door de leden van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer verrichte activiteiten moeten volledig in overeenstemming zijn met het Handvest, met name met artikel 18 inzake het recht op asiel. |
Or. en
Motivering
Het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie moet in de gehele tekst worden vervangen door de Europese grens- en kustwacht.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(25) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet een nauwe dialoog onderhouden met het maatschappelijk middenveld, teneinde informatie uit te wisselen en kennis op het gebied van asiel te bundelen. Het Agentschap moet een adviesforum oprichten dat fungeert als mechanisme voor het uitwisselen van informatie en het delen van kennis. Het adviesforum moet de uitvoerend directeur en de raad van bestuur bijstaan op terreinen die onder deze verordening vallen. | (25) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet een nauwe dialoog onderhouden met het maatschappelijk middenveld, teneinde informatie uit te wisselen en kennis op het gebied van asiel te bundelen. Het Agentschap moet een adviesforum oprichten dat fungeert als mechanisme voor het uitwisselen van informatie en het delen van kennis. Het adviesforum moet de uitvoerend directeur en de raad van bestuur adviseren op terreinen die onder deze verordening vallen. |
Or. en
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 26 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (26 bis) Er moet een onafhankelijke grondrechtenfunctionaris worden aangesteld om de eerbiediging van de grondrechten binnen het Agentschap te bevorderen, onder meer door de opstelling van de grondrechtenstrategie van het Agentschap en door klachten die het Agentschap in het kader van het klachtenmechanisme ontvangt, af te handelen. |
Or. en
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 26 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (26 ter) De door het Asielagentschap van de Europese Unie vastgestelde operationele procedures en methoden moeten in voorkomend geval de betrokkenheid bevorderen van de lidstaten, de agentschappen van de Unie en externe deskundigen, met name van de UNHCR en non-gouvernementele organisaties, bij de ontwikkeling van onder meer opleidingsmateriaal, verslagen over het land van herkomst, richtsnoeren, operationele normen en beste praktijken zoals genoemd in de artikelen 7, 8, 9, 10, 11 en 12 van deze verordening. |
Or. en
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 36
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(36) Verordening (EU) nr. XXX/2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens17 is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten in toepassing van deze verordening, tenzij de verwerking wordt verricht door de aangewezen of controlerende verantwoordelijke autoriteiten van de lidstaten met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid. | (36) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens17 is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten in toepassing van deze verordening, tenzij de verwerking wordt verricht door de aangewezen of controlerende verantwoordelijke autoriteiten van de lidstaten met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid. |
__________________ | __________________ |
17 PB L […] | 17 Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1). |
Or. en
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 37
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(37) Richtlijn 2016/XXX/EU van het Europees Parlement en de Raad18 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de verantwoordelijke autoriteiten van de lidstaten met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten op grond van deze richtlijn. | (37) Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad18 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de verantwoordelijke autoriteiten van de lidstaten met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten op grond van deze richtlijn. |
__________________ | __________________ |
18 PB L […] | 18 Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van het Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89). |
Or. en
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 46
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(46) De bevoegdheid van de asielautoriteiten van de lidstaten voor het nemen van beslissingen over individuele verzoeken om internationale bescherming, blijft berusten bij de lidstaten. | (46) De bevoegdheid van de asielautoriteiten van de lidstaten voor het nemen van beslissingen over individuele verzoeken om internationale bescherming, blijft berusten bij de lidstaten. Dit sluit evenwel niet de mogelijkheid uit van een gezamenlijke behandeling van verzoeken om individuele bescherming door een lidstaat en het Agentschap op verzoek van het Agentschap en binnen het kader zoals uiteengezet in een tussen de gastlidstaat en het Agentschap overeengekomen operationeel plan. |
Or. en
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) ondersteunen van de lidstaten bij de opleiding van deskundigen van alle nationale overheidsdiensten, rechterlijke instanties en nationale diensten die verantwoordelijk zijn voor asielzaken, onder meer door een gemeenschappelijk basiscurriculum te ontwikkelen; | (d) ondersteunen van de lidstaten bij en de lidstaten voorzien van de opleiding van deskundigen van alle nationale overheidsdiensten, rechterlijke instanties en nationale diensten die verantwoordelijk zijn voor asielzaken, onder meer door een gemeenschappelijk basiscurriculum te ontwikkelen; |
Or. en
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het Agentschap werkt nauw samen met de asielinstanties van de lidstaten, de nationale immigratie- en asieldiensten en andere nationale diensten, en de Commissie. Het Agentschap voert zijn taken uit onverminderd de aan andere betrokken organen van de Unie toevertrouwde taken, en werkt nauw samen met deze organen en de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen (UNHCR). | 2. Het Agentschap werkt nauw samen met de asielinstanties van de lidstaten, de nationale immigratie- en asieldiensten en andere nationale diensten, en de Commissie. Het Agentschap voert zijn taken uit onverminderd de aan andere betrokken organen van de Unie toevertrouwde taken, en werkt nauw samen met deze organen en de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen (UNHCR) en met de relevante non-gouvernementele organisaties. |
Or. en
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 bis. Indien wordt geconstateerd dat de asielinstanties van een lidstaat, nationale migratie- en asieldiensten of andere nationale diensten stelselmatig niet voldoen aan de verplichting om te goeder trouw samen te werken, waaronder aan de verplichting om tijdig nauwgezette informatie te verstrekken overeenkomstig Verordening (EG) nr. 862/2007 van het Europees Parlement en de Raad1 bis, dient de uitvoerend directeur een verslag in bij de raad van bestuur en de Commissie en neemt hij of zij die informatie op in het jaarlijks activiteitenverslag over de asielsituatie in de Unie als bedoeld in artikel 65 van deze verordening. |
| ___________________ |
| 1 bis Verordening (EG) nr. 862/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende communautaire statistieken over migratie en internationale bescherming en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 311/76 van de Raad betreffende de opstelling van statistieken over buitenlandse werknemers (PB L 199 van 31.7.2007, blz. 23-29). |
Or. en
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Het Agentschap baseert zijn analyse op de informatie die wordt verstrekt door met name de lidstaten, de relevante instellingen en organen van de Unie, de Europese Dienst voor extern optreden, de UNHCR en andere internationale organisaties. | Het Agentschap baseert zijn analyse op de informatie die wordt verstrekt door met name de lidstaten, de relevante instellingen en organen van de Unie, de Europese Dienst voor extern optreden, de UNHCR en andere internationale en non-gouvernementele organisaties. |
Or. en
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Het Agentschap werkt daartoe nauw samen met het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie en steunt met name op de risicoanalyse die dat agentschap verricht, om te garanderen dat er bij de informatie van de beide agentschappen sprake is van maximale consistentie en convergentie. | Het Agentschap werkt daartoe nauw samen met de Europese grens- en kustwacht om te garanderen dat er bij de informatie van de beide agentschappen sprake is van maximale consistentie en convergentie. |
Or. en
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het Agentschap ontwikkelt deze opleiding in nauwe samenwerking met de lidstaten, en in overleg met relevante opleidingsinstanties in de lidstaten, waaronder academische instellingen en andere relevante organisaties. | 2. Het Agentschap ontwikkelt deze opleiding in nauwe samenwerking met de lidstaten, en, in voorkomend geval, met de Europese grens- en kustwacht en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, en in overleg met relevante opleidingsinstanties in de lidstaten, waaronder academische instellingen en andere relevante organisaties, zoals de UNHCR, de nationale en internationale verenigingen van rechters en andere desbetreffende non-gouvernementele organisaties. |
Or. en
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 5 – letter g bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (g bis) hervestiging, waaronder met betrekking tot selectieoperaties, het verstrekken van informatie voorafgaand aan het vertrek en ondersteuning na aankomst; |
Or. en
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 5 – letter g ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (g ter) kwesties in verband met de behandeling van verzoeken om internationale bescherming met betrekking tot gender, genderidentiteit en seksuele geaardheid; |
Or. en
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 5 – letter g quater (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (g quater) kwesties in verband met de inhoudelijke aspecten van internationale bescherming, de rechten van personen aan wie internationale bescherming is verleend en ondersteuning bij de integratie; |
Or. en
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 5 – letter g quinquies (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (g quinquies) een reeks professionele-ontwikkelingsactiviteiten voor leden van rechterlijke instanties; |
Or. en
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 5 – letter g sexies (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (g sexies) andere relevante kwesties, zo nodig, op basis van een besluit van de raad van bestuur. |
Or. en
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. Het Agentschap neemt de nodige initiatieven om ervoor te zorgen dat de deskundigen die deelnemen aan de asielondersteuningsteams en de asielinterventiepool vóór hun deelname aan de door het Agentschap georganiseerde operationele activiteiten gespecialiseerde opleiding hebben gekregen die relevant is voor hun taken en functies. Het Agentschap organiseert regelmatig oefeningen met deze deskundigen volgens de in zijn jaarlijks werkprogramma vastgestelde planning voor gespecialiseerde opleidingen en oefeningen. | 7. Het Agentschap verstrekt de deskundigen die deelnemen aan de asielondersteuningsteams en de asielinterventiepool vóór hun deelname aan de door het Agentschap georganiseerde operationele activiteiten een gespecialiseerde opleiding die relevant is voor hun taken en functies. Het Agentschap organiseert regelmatig oefeningen met deze deskundigen volgens de in zijn jaarlijks werkprogramma vastgestelde planning voor gespecialiseerde opleidingen en oefeningen. |
Or. en
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Het Agentschap is een centrum dat relevante, betrouwbare, nauwkeurige en recente informatie verzamelt over de landen van herkomst van personen die om internationale bescherming verzoeken, met inbegrip van specifieke informatie met betrekking tot kinderen en personen die tot kwetsbare groepen behoren. Het Agentschap zorgt op Unieniveau voor informatie over landen van herkomst door het opstellen en regelmatig bijwerken van verslagen en andere documenten, over onder meer thematische aangelegenheden die kenmerkend zijn voor deze landen. | 1. Het Agentschap is een centrum dat relevante, betrouwbare, nauwkeurige en recente informatie verzamelt over de landen van herkomst van personen die om internationale bescherming verzoeken, met inbegrip van specifieke informatie met betrekking tot kinderen, gender, seksuele geaardheid, personen die tot kwetsbare groepen behoren en minderheden. Het Agentschap zorgt op Unieniveau voor informatie over landen van herkomst door het opstellen en regelmatig bijwerken van verslagen en andere documenten, over onder meer thematische aangelegenheden die kenmerkend zijn voor deze landen. |
Or. en
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) het maakt gebruik van alle relevante informatiebronnen, waaronder zijn eigen informatieanalyse inzake de asielsituatie en andere informatie die het ontvangt van gouvernementele, niet-gouvernementele en internationale organisaties, onder meer door middel van de in artikel 9 bedoelde netwerken, van de instellingen, organen en instanties van de Unie en van de Europese Dienst voor extern optreden; | (a) het maakt gebruik van alle relevante informatiebronnen, waaronder zijn eigen informatieanalyse inzake de asielsituatie en andere informatie die het ontvangt van gouvernementele, niet-gouvernementele en internationale organisaties, zoals de UNHCR, onder meer door middel van de in artikel 9 van deze verordening bedoelde netwerken, van door het Agentschap gecoördineerde onderzoeksmissies, van de instellingen, organen en instanties van de Unie en van de Europese Dienst voor extern optreden; |
Or. en
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) het beheert en ontwikkelt een portaalsite met het oog op het verzamelen van informatie over landen van herkomst; | (b) het beheert en ontwikkelt een openbaar toegankelijke portaalsite met het oog op het verzamelen en verspreiden van informatie over landen van herkomst; |
Or. en
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) het ontwikkelt, overeenkomstig de vereisten van het Unierecht inzake asiel, een gemeenschappelijk formaat en een gemeenschappelijke aanpak, waaronder een taakstelling, voor het opstellen van verslagen en het ontwikkelen van andere producten die op Unieniveau voorzien in informatie over landen van herkomst. | (c) het ontwikkelt een gemeenschappelijk formaat en een gemeenschappelijke aanpak, waaronder een taakstelling, voor het opstellen van verslagen en het ontwikkelen van andere producten die op Unieniveau voorzien in informatie over landen van herkomst, overeenkomstig de vereisten van het internationale en Unierecht inzake asiel en met de betrokkenheid van externe deskundigen van met name de UNHCR, de academische wereld en relevante non-gouvernementele organisaties. |
Or. en
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst | Netwerkaanpak inzake informatie over landen van herkomst |
Or. en
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Om te zorgen voor meer convergentie bij de toepassing van de in Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad22 vastgelegde beoordelingscriteria, coördineert het Agentschap de inspanningen die de lidstaten leveren voor het bijdragen aan en ontwikkelen van een gemeenschappelijke analyse die informatie verschaft over de situatie in specifieke landen van herkomst. | 1. Om te zorgen voor meer convergentie bij de toepassing van de in Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad22 vastgelegde beoordelingscriteria, coördineert het Agentschap de inspanningen die de lidstaten leveren voor het bijdragen aan en ontwikkelen van een gemeenschappelijke analyse die informatie verschaft over de situatie in specifieke landen van herkomst. Het Agentschap zorgt ervoor dat deze gemeenschappelijke analyse volledig rekening houdt met de meest recente UNHCR-richtsnoeren inzake subsidiabiliteit voor de beoordeling van de behoefte aan internationale bescherming van asielzoekers uit specifieke landen van herkomst, en met landen- of situatiespecifieke stellingnames van de UNHCR, voor zover van toepassing. |
__________________ | __________________ |
22 Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking) (PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9). | 22 Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking) (PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9). |
Or. en
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De uitvoerend directeur legt de gemeenschappelijke analyse, na overleg met de Commissie, ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur. De lidstaten moeten de gemeenschappelijke analyse in aanmerking nemen bij de behandeling van verzoeken om internationale bescherming, onverminderd hun bevoegdheid om te beslissen over individuele aanvragen. | 2. De uitvoerend directeur legt de gemeenschappelijke analyse, na overleg met de Commissie, de UNHCR en het adviesforum, ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur. De lidstaten moeten de gemeenschappelijke analyse in aanmerking nemen bij de behandeling van verzoeken om internationale bescherming, onverminderd hun bevoegdheid om te beslissen over individuele aanvragen. |
Or. en
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Het Agentschap ziet erop toe dat de gemeenschappelijke analyse permanent wordt herzien en indien nodig wordt bijgewerkt. Voor iedere herziening moet vooraf met de Commissie overleg worden gepleegd en is de goedkeuring van de raad van bestuur vereist. | 3. Het Agentschap ziet erop toe dat de gemeenschappelijke analyse permanent wordt herzien en indien nodig wordt bijgewerkt. Voor iedere herziening moet vooraf met de Commissie, de UNHCR en het adviesforum overleg worden gepleegd en is de goedkeuring van de raad van bestuur vereist. |
Or. en
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 4 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De lidstaten verstrekken het Agentschap maandelijks relevante informatie over de beslissingen die zijn genomen met betrekking tot verzoekers om internationale bescherming die afkomstig zijn uit derde landen die het voorwerp uitmaken van de gemeenschappelijke analyse. Deze informatie omvat met name: | 4. De lidstaten verstrekken het Agentschap maandelijks alle relevante informatie over de beslissingen die zijn genomen met betrekking tot verzoekers om internationale bescherming die afkomstig zijn uit derde landen die het voorwerp uitmaken van de gemeenschappelijke analyse. Deze informatie omvat met name: |
Or. en
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 4 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) gegevens over het type bescherming dat is verleend en een samenvatting van de criteria op basis waarvan internationale bescherming is toegekend of geweigerd. |
Or. en
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. De informatie die het Agentschap in het kader van de leden 1 en 2 van dit artikel verstrekt moet worden opgesteld overeenkomstig de algemene beginselen als bedoeld in artikel 8 van deze verordening en moet rekening houden met informatie die wordt ontvangen van de UNHCR, de VN-organen die toezien op de mensenrechtenverdragen, de monitoringmechanismen van de Raad van Europa inzake mensenrechten, het Internationaal Comité van het Rode Kruis, relevante non-gouvernementele organisaties en andere desbetreffende onafhankelijke en betrouwbare bronnen. |
Or. en
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het Agentschap ontwikkelt op eigen initiatief of op verzoek van de Commissie, en in overleg met de Commissie, operationele normen inzake de uitvoering van de asielinstrumenten van het Unierecht en indicatoren voor het monitoren van de naleving van deze normen, evenals richtsnoeren en beste praktijken met betrekking tot de uitvoering van de asielinstrumenten van het Unierecht. Het Agentschap brengt de normen, indicatoren, richtsnoeren of beste praktijken na overleg met de Commissie en nadat deze door de raad van de bestuur zijn goedgekeurd, ter kennis van de lidstaten. | 2. Het Agentschap ontwikkelt op eigen initiatief of op verzoek van de Commissie, en in overleg met de Commissie operationele normen inzake de uitvoering van de asielinstrumenten van het Unierecht en indicatoren voor het monitoren van de naleving van deze normen, evenals richtsnoeren en beste praktijken met betrekking tot de uitvoering van de asielinstrumenten van het Unierecht. Bij de ontwikkeling van deze richtsnoeren raadpleegt het Agentschap de relevante rechterlijke instanties en verenigingen teneinde de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht volledig te eerbiedigen. Het Agentschap brengt de normen, indicatoren, richtsnoeren of beste praktijken na overleg met de Commissie en nadat deze door de raad van de bestuur zijn goedgekeurd, ter kennis van de lidstaten. |
Or. en
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. De in de leden 1 en 2 van dit artikel genoemde operationele normen, indicatoren, richtsnoeren en beste praktijken worden in voorkomend geval opgesteld in overleg met de UNHCR en non-gouvernementele organisaties. |
Or. en
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Het Agentschap helpt de lidstaten op hun verzoek bij de toepassing van de operationele normen, richtsnoeren en beste praktijken op hun asiel- en opvangstelsels, door de nodige deskundigheid en operationele en technische bijstand te bieden. | 3. Het Agentschap helpt de lidstaten op hun verzoek bij de toepassing van de operationele normen, richtsnoeren en beste praktijken op hun asiel- en opvangstelsels, door de nodige deskundigheid en operationele en technische bijstand te bieden in overeenstemming met artikel 16 van deze verordening. |
Or. en
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Het Agentschap richt in nauwe samenwerking met de Commissie een mechanisme op voor: | 1. Het Agentschap richt in nauwe samenwerking met de Commissie en de relevante non-gouvernementele organisaties een mechanisme op voor: |
Or. en
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de monitoring van de uitvoering en de beoordeling van alle aspecten van het CEAS in de lidstaten, en met name het Dublinsysteem, de opvangvoorzieningen, de asielprocedures, de toepassing van de criteria voor het bepalen van de beschermingsbehoeften en de aard en de kwaliteit van de bescherming die de lidstaten bieden aan personen die behoefte hebben aan internationale bescherming, onder meer wat betreft de eerbiediging van de grondrechten, de waarborgen ter bescherming van kinderen en de behoeften van kwetsbare personen; | (a) de monitoring van de uitvoering en de beoordeling van alle aspecten van het CEAS in de lidstaten, en met name het Dublinsysteem, de opvangvoorzieningen, de detentie van asielzoekers, de asielprocedures met inbegrip van juridische bijstand, de toepassing van de criteria voor het bepalen van de beschermingsbehoeften en de aard en de kwaliteit van de bescherming die de lidstaten bieden aan personen die behoefte hebben aan internationale bescherming, onder meer wat betreft de eerbiediging van de grondrechten, de waarborgen ter bescherming van kinderen en de behoeften van kwetsbare personen en hervestiging; |
Or. en
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. In het kader van lid 1 ontvangt het Agentschap geanonimiseerde realtimegegevens van de desbetreffende IT-systemen van de EU, zoals Eurodac, VIS, SIS II en Entry-Exit. |
Or. en
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Het Agentschap kan zijn beoordeling met name baseren op de informatie die de lidstaten verstrekken, zijn eigen analyse van informatie over de asielsituatie, bezoeken ter plaatse en aselecte controle van specifieke zaken. | Het Agentschap baseert zijn beoordeling met name op de informatie die de lidstaten verstrekken, zijn eigen analyse van informatie over de asielsituatie, bezoeken ter plaatse en aselecte controle van specifieke zaken, en op beoordelingen die worden verstrekt door non-gouvernementele organisaties op nationaal of Unieniveau, de UNHCR en de andere relevante VN-monitoringorganen voor de mensenrechtenverdragen of de monitoringmechanismen van de Raad van Europa inzake de mensenrechten. |
Or. en
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Het Agentschap beoordeelt in hoeverre de lidstaten paraat zijn om problemen ten gevolge van mogelijke onevenredige druk op hun asiel- en opvangstelsels aan te pakken. Het Agentschap kan de lidstaten verzoeken hun noodplannen met maatregelen voor mogelijke situaties van onevenredige druk voor te leggen en helpt de lidstaten indien nodig bij het opstellen en aanpassen van hun noodplannen. | 3. Het Agentschap beoordeelt in hoeverre de lidstaten paraat zijn om problemen ten gevolge van mogelijke onevenredige druk op hun asiel- en opvangstelsels aan te pakken. Het Agentschap kan de lidstaten verzoeken hun noodplannen met maatregelen voor mogelijke situaties van onevenredige druk voor te leggen en helpt de lidstaten indien nodig bij het opstellen en aanpassen van hun noodplannen, in overeenstemming met artikel 16 van deze verordening. |
Or. en
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De raad van bestuur stelt in overleg met de Commissie per lidstaat, of voor alle lidstaten samen, het programma voor de monitoring en beoordeling van de asiel- en opvangstelsels vast op basis van thematische of specifieke aspecten van de asielstelsels. Het programma maakt deel uit van de meerjarige of jaarlijkse programmering als bedoeld in artikel 41. | Het Agentschap stelt in overleg met de Commissie het programma voor de monitoring en beoordeling van de asiel- en opvangstelsels van de lidstaten vast. Het programma maakt als volgt deel uit van de meerjarige of jaarlijkse programmering als bedoeld in artikel 41 van deze verordening: |
Or. en
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – alinea 1 – letter a (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (a) In de meerjarige programmering worden voor ieder jaar de lidstaten vastgesteld waarvan de asiel- en opvangstelsels moeten worden gemonitord, waarbij erop wordt toegezien dat iedere lidstaat ten minste om de vijf jaar aan monitoring wordt onderworpen. |
Or. en
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – alinea 1 – letter b (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (b) Het jaarlijkse werkprogramma bevat een lijst van de lidstaten die het volgende jaar worden gemonitord, in overeenstemming met de meerjarenplanning en in aanvulling op eventuele thematische beoordelingen in een of meerdere lidstaten die nodig worden geacht in het volgende jaar op basis van de informatieanalyse die overeenkomstig artikel 4 van deze verordening wordt opgesteld. Er wordt ook in vermeld wat de monitoring zal omvatten en welk tijdschema zal worden gevolgd voor de bezoeken ter plaatse. |
Or. en
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – alinea 1 – letter c (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c) Het Agentschap kan op eigen initiatief of op verzoek van de Commissie een monitoringexercitie voor de beoordeling van de asiel- en opvangstelsels van een lidstaat starten, indien er grote bezorgdheid heerst over de werking van een van de aspecten van de asiel- en opvangstelsels van die lidstaat. |
Or. en
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
In de meerjarige programmering worden voor ieder jaar de lidstaten vastgesteld waarvan de asiel- en opvangstelsels moeten worden gemonitord, waarbij erop wordt toegezien dat iedere lidstaat ten minste om de vijf jaar aan monitoring wordt onderworpen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
In het jaarlijkse werkprogramma worden de lidstaten vastgesteld die het daaropvolgende jaar moeten worden gemonitord, overeenkomstig de meerjarige programmering en de thematische beoordelingen. Er wordt ook in vermeld wat de monitoring zal omvatten en welk tijdschema zal worden gevolgd voor de bezoeken ter plaatse. | Schrappen |
Or. en
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – alinea 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Het jaarlijkse werkprogramma kan indien nodig worden aangepast overeenkomstig artikel 41. | Schrappen |
Or. en
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – alinea 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Het Agentschap kan op eigen initiatief of op verzoek van de Commissie een monitoringexercitie voor de beoordeling van de asiel- en opvangstelsels van een lidstaat starten, indien er grote bezorgdheid heerst over de werking van een van de aspecten van de asiel- en opvangstelsels van die lidstaat. | Schrappen |
Or. en
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het Agentschap zet voor iedere monitoringexercitie, en zo nodig ook voor de bezoeken ter plaatse, teams van deskundigen op. De teams van deskundigen bestaan uit deskundigen die tot het personeel van het Agentschap behoren en vertegenwoordigers van de Commissie. De teams van deskundigen zijn verantwoordelijk voor het opstellen van een verslag op basis van hun bevindingen tijdens de bezoeken ter plaatse en de informatie die de lidstaten hebben verstrekt. | 2. Het Agentschap zet voor iedere monitoringexercitie, en zo nodig ook voor de bezoeken ter plaatse, teams van deskundigen op. De teams van deskundigen kunnen bestaan uit deskundigen die tot het personeel van het Agentschap behoren en vertegenwoordigers van de Commissie. De teams van deskundigen zijn verantwoordelijk voor het opstellen van een verslag op basis van hun bevindingen tijdens de bezoeken ter plaatse en de informatie die de lidstaten, deskundigen van non-gouvernementele organisaties en de UNHCR hebben verstrekt. |
Or. en
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De uitvoerend directeur zendt het ontwerpverslag van het team van deskundigen door naar de betrokken lidstaat, die zijn opmerkingen kenbaar maakt. Rekening houdend met de opmerkingen van de betrokken lidstaat dient de uitvoerend directeur vervolgens het ontwerpverslag in bij de raad van bestuur. De raad van bestuur keurt het monitoringverslag goed en zendt het door aan de Commissie. | 3. De uitvoerend directeur zendt het ontwerpverslag van het team van deskundigen door naar de betrokken lidstaat, die zijn opmerkingen kenbaar maakt. Rekening houdend met de opmerkingen van de betrokken lidstaat finaliseert de uitvoerend directeur vervolgens het ontwerpverslag en zendt het door naar het Europees Parlement en de Commissie. |
Or. en
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De uitvoerend directeur dient na overleg met de Commissie bij de betrokken lidstaat ontwerpaanbevelingen in, waarin de maatregelen worden uiteengezet die moeten worden genomen om de ernstige tekortkomingen die in het monitoringverslag zijn vastgesteld, aan te pakken. De betrokken lidstaat heeft één maand de tijd om zijn opmerkingen over de ontwerpaanbevelingen kenbaar te maken. De raad van bestuur neemt de opmerkingen in overweging en keurt vervolgens de aanbevelingen goed, waarna zij de betrokken lidstaat verzoekt een actieplan op te stellen met maatregelen om de tekortkomingen te verhelpen. | 4. De uitvoerend directeur dient na overleg met de Commissie bij de betrokken lidstaat ontwerpaanbevelingen in, waarin de maatregelen worden uiteengezet die moeten worden genomen om de ernstige tekortkomingen die in het monitoringverslag zijn vastgesteld, aan te pakken. De betrokken lidstaat heeft één maand de tijd om zijn opmerkingen over de ontwerpaanbevelingen kenbaar te maken, en tien dagen indien zich een situatie voordoet zoals bedoeld in lid 1, onder c). De raad van bestuur neemt de opmerkingen in overweging en keurt vervolgens de aanbevelingen goed, waarna zij de betrokken lidstaat verzoekt een actieplan op te stellen met maatregelen om de tekortkomingen te verhelpen. |
Or. en
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De betrokken lidstaat dient binnen één maand na de goedkeuring van de in lid 4 bedoelde aanbevelingen bij het Agentschap een actieplan in. De lidstaat brengt binnen drie maanden na de goedkeuring van de aanbevelingen bij het Agentschap verslag uit over de uitvoering van het actieplan en brengt vervolgens iedere maand verslag uit gedurende een periode van maximaal zes maanden. | 5. De betrokken lidstaat dient binnen één maand na de goedkeuring van de in lid 4 bedoelde aanbevelingen bij het Agentschap een actieplan in en binnen vijftien dagen indien zich een situatie voordoet zoals bedoeld in lid 1, onder c). De lidstaat brengt binnen drie maanden na de goedkeuring van de aanbevelingen bij het Agentschap verslag uit over de uitvoering van het actieplan en binnen 45 dagen indien zich een situatie voordoet als bedoeld in lid 1, onder c). De lidstaat brengt vervolgens iedere maand verslag uit gedurende een periode van maximaal zes maanden. |
Or. en
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 3 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) bijstand verlenen aan de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de behandeling van verzoeken om internationale bescherming; | (c) bijstand verlenen aan de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de behandeling van verzoeken om internationale bescherming, onder meer aan de hand van gezamenlijke behandeling indien de betrokken lidstaat daarom verzoekt; |
Or. en
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 3 – letter j bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (j bis) bijstand verlenen aan de rechterlijke instanties van de betreffende lidstaten door rechters uit andere lidstaten die deskundig zijn op het gebied van het asielrecht in te zetten; |
Or. en
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 3 – letter j ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (j ter) bijstand verlenen in het kader van het doorverwijzingsmechanisme, de identificatie en bescherming van kwetsbare groepen, onder wie slachtoffers van trauma, vervolging in verband met gender of seksuele geaardheid, ernstige mensenrechtenschendingen en slachtoffers van mensenhandel, en bijstand bieden bij de verlening van passende ondersteuning aan die kwetsbare groepen. |
Or. en
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De uitvoerend directeur evalueert het resultaat van de operationele en technische maatregelen en dient binnen 60 dagen na het eind van deze maatregelen bij de raad van bestuur gedetailleerde evaluatieverslagen in. Het Agentschap verricht een volledige vergelijkende analyse van de resultaten, die wordt opgenomen in het in artikel 65 bedoelde jaarlijkse activiteitenverslag. | 5. De uitvoerend directeur evalueert het resultaat van de operationele en technische maatregelen en dient binnen 60 dagen na het eind van deze maatregelen bij de raad van bestuur gedetailleerde evaluatieverslagen in. Dat doet hij of zij op basis van een meldings- en evaluatieregeling met indicatoren en ijkpunten voor de evaluatie, onder meer met betrekking tot de bescherming van de grondrechten en in voorkomend geval rekening houdend met informatie van andere Unieagentschappen en -organen en van andere bronnen, zoals de UNHCR en non-gouvernementele organisaties. Het Agentschap verricht een volledige vergelijkende analyse van de resultaten, die wordt opgenomen in het in artikel 65 bedoelde jaarlijkse activiteitenverslag. |
Or. en
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Via een pool van nationale deskundigen, opgebouwd op basis van de verschillende vastgestelde profielen, dragen de lidstaten bij aan de asielondersteuningsteams door deskundigen aan te wijzen die beantwoorden aan de verlangde profielen. | 4. Via een pool van nationale deskundigen, opgebouwd op basis van de verschillende vastgestelde profielen, dragen de lidstaten bij aan de asielondersteuningsteams door deskundigen aan te wijzen die beantwoorden aan de verlangde profielen. Deskundige leden van rechterlijke instanties worden benoemd door de desbetreffende rechterlijke instanties. |
Or. en
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. De lidstaten zien erop toe dat de deskundigen die zij ter beschikking stellen, voldoen aan door de raad van bestuur gevraagde profielen en aantallen. De duur van de inzet wordt bepaald door de lidstaat van herkomst en bedraagt ten minste 30 dagen. | 7. De lidstaten zien erop toe dat de deskundigen die zij ter beschikking stellen, voldoen aan door de raad van bestuur gevraagde profielen en aantallen. De duur van de inzet wordt bepaald door de lidstaat van herkomst en bedraagt ten minste 60 dagen. |
Or. en
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Via een pool van nationale deskundigen, opgebouwd op basis van de verschillende vastgestelde profielen, dragen de lidstaten bij aan de asielinterventiepool door deskundigen aan te wijzen die beantwoorden aan de verlangde profielen. De duur van de inzet wordt bepaald door de lidstaat van herkomst en bedraagt ten minste 30 dagen. | 3. Via een pool van nationale deskundigen, opgebouwd op basis van de verschillende vastgestelde profielen, dragen de lidstaten bij aan de asielinterventiepool door deskundigen aan te wijzen die beantwoorden aan de verlangde profielen. De duur van de inzet wordt bepaald door de lidstaat van herkomst en bedraagt ten minste 60 dagen. |
Or. en
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 bis. Het Agentschap kan controleren of de door de lidstaten voorgestelde deskundigen beantwoorden aan de vastgestelde profielen en kwalificaties en beslist welke deskundigen uit de asielinterventiepool worden gekozen. Het Agentschap kan de lidstaat verzoeken om een deskundige uit de asielinterventiepool te verwijderen wanneer die niet aan deze vereisten voldoet of in geval van wangedrag of inbreuk op de voorschriften die van toepassing zijn op hun inzet. |
Or. en
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 2 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) het grondgebied waarop de asielondersteuningsteams actief zijn, indien het de bedoeling is dat ze mobiel zijn; |
Or. en
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 2 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) een gedetailleerde en duidelijke beschrijving van de taken en bijzondere instructies voor de asielondersteuningsteams of deskundigen van de asielinterventiepool, met inbegrip van de nationale en Europese databanken die zij mogen raadplegen en de uitrusting die zij in de gastlidstaat mogen gebruiken of bij zich mogen hebben; | (e) een gedetailleerde en duidelijke beschrijving van de taken en verantwoordelijkheden, waaronder met betrekking tot de eerbiediging van de grondrechten, en bijzondere instructies voor de asielondersteuningsteams of deskundigen van de asielinterventiepool, met inbegrip van de nationale en Europese databanken die zij mogen raadplegen en de uitrusting die zij in de gastlidstaat mogen gebruiken of bij zich mogen hebben; |
Or. en
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 2 – letter i
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(i) een meldings- en evaluatieregeling met ijkpunten voor het evaluatieverslag en de uiterste datum voor het indienen van het definitieve evaluatieverslag; | (i) een meldings- en evaluatieregeling met ijkpunten voor het evaluatieverslag, waaronder met betrekking tot de eerbiediging van de grondrechten, en de uiterste datum voor het indienen van het definitieve evaluatieverslag; |
Or. en
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 2 – letter j
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(j) de modaliteiten voor de samenwerking met derde landen, andere organen en instanties van de Unie of internationale organisaties; | (j) de modaliteiten voor de samenwerking met derde landen, andere organen en instanties van de Unie of internationale organisaties op terreinen waarop die actoren een vergelijkbaar mandaat hebben; |
Or. en
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 2 – letter k
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(k) procedures voor het doorverwijzen van personen die internationale bescherming nodig hebben, slachtoffers van mensenhandel, niet-begeleide minderjarigen en personen in een kwetsbare situatie naar de verantwoordelijke nationale autoriteiten met het oog op passende bijstand. | (k) procedures voor het identificeren en het doorverwijzen van personen die internationale bescherming nodig hebben, slachtoffers van mensenhandel, niet-begeleide minderjarigen en personen in een kwetsbare situatie naar de verantwoordelijke nationale autoriteiten met het oog op passende bijstand. |
Or. en
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. In de lidstaten waar de UNHCR actief is en over de capaciteit beschikt om bij te dragen aan het verzoek om operationele en technische bijstand, pleegt het Agentschap bij de opzet en uitvoering van het operationele plan overleg en coördinatie met de UNHCR. |
Or. en
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De uitvoerend directeur schort de inzet van de asielondersteuningsteams op of beëindigt deze indien niet langer aan de voorwaarden voor het uitvoeren van de operationele en technische maatregelen wordt voldaan of de gastlidstaat het operationele plan niet naleeft. | 6. De uitvoerend directeur schort de inzet van de asielondersteuningsteams op of beëindigt deze indien niet langer aan de voorwaarden voor het uitvoeren van de operationele en technische maatregelen wordt voldaan of de gastlidstaat het operationele plan niet naleeft of indien hij of zij na raadpleging van de grondrechtenfunctionaris van oordeel is dat inbreuken zijn gepleegd op grondrechten of internationale-beschermingsverplichtingen met een ernstig karakter of die waarschijnlijk zullen voortduren. |
Or. en
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De deskundigen van de asielinterventiepool worden ingezet volgens de procedure van artikel 20, gesteld dat vanuit iedere lidstaat binnen drie werkdagen na de datum waarop de uitvoerend directeur en de om bijstand verzoekende lidstaat het operationele plan zijn overeengekomen, deskundigen worden ingezet. De lidstaten kunnen zich niet beroepen op de uitzondering van artikel 17, lid 6. | 2. De deskundigen van de asielinterventiepool worden beschikbaar gesteld om te worden ingezet volgens de procedure van artikel 20, gesteld dat vanuit iedere lidstaat binnen drie werkdagen na de datum waarop de uitvoerend directeur en de om bijstand verzoekende lidstaat het operationele plan zijn overeengekomen, deskundigen worden ingezet. De lidstaten kunnen zich niet beroepen op de uitzondering van artikel 17, lid 6. |
Or. en
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 7 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 7 bis. Het Agentschap kan stand-byovereenkomsten sluiten met internationale en non-gouvernementele organisaties teneinde hun capaciteit en technische expertise te benutten in aanvulling op de capaciteit van het Agentschap voor het verlenen van operationele ondersteuning. In voorkomend geval kan het Agentschap deskundigen van deze organisaties inzetten totdat geschikte deskundigen van de lidstaten beschikbaar zijn. Voordat zij worden ingezet volgen de deskundigen van deze organisaties een gespecialiseerde opleiding die relevant is voor hun taken en functies en die door het Agentschap wordt georganiseerd in overeenstemming met artikel 7, lid 7, van deze verordening. |
Or. en
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 1 – letter a bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (a bis) binnenlands vervoer tussen verschillende regio's van de gastlidstaat; |
Or. en
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – alinea 1 – letter f bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (f bis) autohuur en alle aanverwante kosten, zoals verzekering, brandstof en tol; |
Or. en
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 1 – letter f ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (f ter) communicatiekosten; |
Or. en
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 1 – letter f quater (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (f quater) tolkkosten. |
Or. en
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De raad van bestuur stelt maatregelen vast voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 45/2001 door het Agentschap, onder meer betreffende de benoeming van de functionaris voor gegevensbescherming van het Agentschap. Deze maatregelen worden vastgesteld na raadpleging van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. | 2. Er wordt een functionaris voor gegevensbescherming aangesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001. De raad van bestuur stelt maatregelen vast voor de toepassing van die verordening door het Agentschap. Deze maatregelen worden vastgesteld na raadpleging van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. |
Or. en
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Artikel 32 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De persoonsgegevens worden verwijderd zodra zij zijn doorgezonden aan het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten, Europol of Eurojust of aan de verantwoordelijke autoriteiten van de lidstaten, of zodra zij zijn gebruikt voor het analyseren van informatie over de asielsituatie. De opslagtermijn is in ieder geval niet langer dan 30 dagen na de datum waarop het Agentschap de betrokken gegevens heeft verzameld of ontvangen. Het mag op geen enkel moment mogelijk zijn om op basis van de resultaten van de analyse van informatie over de asielsituatie een natuurlijke persoon te identificeren. | 3. De persoonsgegevens worden verwijderd zodra zij zijn doorgezonden aan het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten, Europol of Eurojust of aan de verantwoordelijke autoriteiten van de lidstaten, of zodra zij zijn gebruikt voor het analyseren van informatie over de asielsituatie. De opslagtermijn is in ieder geval niet langer dan 60 dagen na de datum waarop het Agentschap de betrokken gegevens heeft verzameld of ontvangen. Het mag op geen enkel moment mogelijk zijn om op basis van de resultaten van de analyse van informatie over de asielsituatie een natuurlijke persoon te identificeren. |
Or. en
Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 1 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) een grondrechtenfunctionaris; |
Or. en
Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter l
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(l) benoemt de uitvoerend directeur en de plaatsvervangend uitvoerend directeur, treedt op als tuchtraad ten aanzien van de uitvoerend directeur, en verlengt indien nodig zijn ambtstermijn of ontheft hem uit zijn functie overeenkomstig de artikelen 45 en 47; | Schrappen |
Or. en
Amendement 79
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter w
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(w) neemt het ontwerpverslag aan van het team van deskundigen dat de monitoringexercitie uitvoert, overeenkomstig artikel 14, lid 3; | Schrappen |
Or. en
Amendement 80
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Uitvoerend directeur | Benoeming van de uitvoerend directeur en de plaatsvervangend uitvoerend directeur |
Or. en
Amendement 81
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De uitvoerend directeur is een personeelslid en wordt aangeworven als tijdelijk functionaris van het Agentschap overeenkomstig artikel 2, onder a), van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden. | 1. De uitvoerend directeur en de plaatsvervangend uitvoerend directeur, die de uitvoerend directeur bijstaat, zijn personeelsleden en worden aangeworven als tijdelijk functionarissen van het Agentschap overeenkomstig artikel 2, onder a), van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden. |
Or. en
Amendement 82
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De uitvoerend directeur wordt benoemd door de raad van bestuur, uit een kandidatenlijst die door de Commissie wordt opgesteld na een open en transparante selectieprocedure. De uitvoerend directeur wordt benoemd op grond van zijn verdiensten en bewezen sterke bestuurs- en managementvaardigheden, alsmede zijn ruime ervaring op het gebied van migratie en asiel. | Het Europees Parlement en de Raad stellen bij gezamenlijk besluit de uitvoerend directeur en plaatsvervangend uitvoerend directeur aan op basis van een lijst die is opgesteld door de Commissie na bekendmaking van de post in het Publicatieblad van de Europese Unie en in voorkomend geval in de pers of via internet. |
Or. en
Amendement 83
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Voor het sluiten van de arbeidsovereenkomst met de uitvoerend directeur wordt het Agentschap vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van bestuur. | Schrappen |
Or. en
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. De uitvoerend directeur en de plaatsvervangend uitvoerend directeur worden benoemd op grond van verdiensten, onafhankelijkheid en bewezen bestuurs- en managementvaardigheden op hoog niveau, alsmede hun ruime beroepservaring op het gebied van migratie en asiel. |
Or. en
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 2 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 ter. De uitvoerend directeur en de plaatsvervangend uitvoerend directeur komen in aanmerking voor herbenoeming. |
Or. en
Amendement 86
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 2 quater (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 quater. Behalve door regelmatige vervanging of overlijden eindigt de ambtsvervulling van de uitvoerend directeur en de plaatsvervangend uitvoerend directeur als ze ontslag nemen. De uitvoerend directeur en de plaatsvervangend uitvoerend directeur kunnen op verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de Commissie door het Hof van Justitie van de Europese Unie uit hun ambt ontheven worden verklaard, indien zij niet meer aan de eisen voor de uitoefening van dat ambt voldoen of schuldig zijn bevonden aan ernstig wangedrag. |
Or. en
Amendement 87
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Vóór de benoeming kan de door de raad van bestuur gekozen kandidaat worden verzocht een verklaring voor de bevoegde commissie van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden. | Schrappen |
Or. en
Amendement 88
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De ambtstermijn van de uitvoerend directeur bedraagt vijf jaar. Aan het einde van deze termijn stelt de Commissie een beoordeling op waarin rekening wordt gehouden met de evaluatie van de resultaten van de uitvoerend directeur en de toekomstige taken en uitdagingen van het Agentschap. | 4. De ambtstermijn van de plaatsvervangend uitvoerend directeur en de uitvoerend directeur bedraagt vijf jaar. Aan het einde van deze termijn stelt de Commissie een beoordeling op waarin rekening wordt gehouden met de evaluatie van de resultaten van de plaatsvervangend uitvoerend directeur en de uitvoerend directeur en de toekomstige taken en uitdagingen van het Agentschap. |
Or. en
Amendement 89
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Op grond van een voorstel van de Commissie, waarin rekening wordt gehouden met de beoordeling als bedoeld in lid 4, kan de raad van bestuur de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmaal verlengen met ten hoogste vijf jaar. | Schrappen |
Or. en
Amendement 90
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De raad van bestuur stelt het Europees Parlement in kennis van zijn voornemen om de ambtstermijn van de uitvoerend directeur te verlengen. In de maand die voorafgaat aan de verlenging van zijn ambtstermijn kan de uitvoerend directeur worden gevraagd een verklaring voor de bevoegde commissie van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden. | Schrappen |
Or. en
Amendement 91
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. Een uitvoerend directeur wiens ambtstermijn is verlengd, kan na afloop van de volledige termijn niet deelnemen aan een nieuwe selectieprocedure voor hetzelfde ambt. | Schrappen |
Or. en
Amendement 92
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
8. De uitvoerend directeur kan uitsluitend uit zijn functie worden ontheven bij besluit van de raad van bestuur op voorstel van de Commissie. | Schrappen |
Or. en
Amendement 93
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 9
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
9. De raad van bestuur neemt besluiten over de benoeming van de uitvoerend directeur, de verlenging van diens ambtstermijn en de ontheffing van de uitvoerend directeur uit zijn functie met een tweederdemeerderheid van zijn stemgerechtigde leden. | Schrappen |
Or. en
Amendement 94
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 – lid 5 – letter o
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(o) het in het kader van de monitoring indienen van ontwerpverslagen en aanbevelingen bij achtereenvolgens de betrokken lidstaat en de raad van bestuur, overeenkomstig artikel 14, leden 3 en 4; | (o) het in het kader van de monitoring indienen van ontwerpaanbevelingen bij achtereenvolgens de betrokken lidstaat en de raad van bestuur, overeenkomstig artikel 14, lid 4, van deze verordening; |
Or. en
Amendement 95
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 – lid 5 – letter u bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (u bis) de benoeming van een grondrechtenfunctionaris; |
Or. en
Amendement 96
Voorstel voor een verordening
Artikel 47
| |
Oorspronkelijke tekst | Amendement |
Artikel 47 | Schrappen |
Plaatsvervangend uitvoerend directeur |
|
1. De uitvoerend directeur wordt bijgestaan door een plaatsvervangend uitvoerend directeur. |
|
2. De bepalingen van artikel 45 zijn van toepassing op de plaatsvervangend uitvoerend directeur. |
|
Or. en
Amendement 97
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Artikel 47 bis |
| Grondrechtenfunctionaris |
| 1. Na raadpleging van de raad van bestuur en het adviesforum stelt de uitvoerend directeur een grondrechtenfunctionaris aan. De grondrechtenfunctionaris beschikt over de nodige kwalificaties en ervaring op het terrein van grondrechten. De grondrechtenfunctionaris is verantwoordelijk voor de opstelling van de grondrechtenstrategie, het monitoren van de naleving van de grondrechten en het bevorderen van de eerbiediging van de grondrechten binnen het Agentschap. |
| 2. De grondrechtenfunctionaris is onafhankelijk in de uitvoering van zijn of haar taken als grondrechtenfunctionaris, rapporteert rechtstreeks aan de uitvoerend directeur en werkt samen met de raad van bestuur en het adviesforum. De grondrechtenfunctionaris brengt regelmatig verslag uit en draagt aldus bij tot het mechanisme voor monitoring van de grondrechten. |
| 3. De grondrechtenfunctionaris wordt geraadpleegd met betrekking tot de overeenkomstig artikel 19 van deze verordening opgestelde operationele plannen en heeft toegang tot alle informatie inzake de eerbiediging van de grondrechten, in verband met alle activiteiten van het Agentschap. |
Or. en
Amendement 98
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 3 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Op voorstel van de uitvoerend directeur besluit de raad van bestuur over de samenstelling en werkmethoden van het adviesforum, met inbegrip van thematische of geografische adviesgroepen, en over de wijze waarop informatie aan het adviesforum wordt doorgegeven. | Op voorstel van de uitvoerend directeur besluit de raad van bestuur over de samenstelling van het adviesforum, rekening houdend met de kennis, deskundigheid en diversiteit van maatschappelijke organisaties en met de relevantie voor de activiteiten van het Agentschap, en over de wijze waarop informatie aan het adviesforum wordt doorgegeven. Het adviesforum stelt zijn werkmethoden vast na overleg met de raad van bestuur en de uitvoerend directeur. |
Or. en
Amendement 99
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Het adviesforum staat de uitvoerend directeur en de raad van bestuur bij in asielgerelateerde zaken, overeenkomstig de specifieke behoeften op gebieden die als prioritaire werkterreinen van het Agentschap zijn aangemerkt. | 4. Het adviesforum adviseert de uitvoerend directeur en de raad van bestuur in asielgerelateerde zaken, overeenkomstig de specifieke behoeften op gebieden die als prioritaire werkterreinen van het Agentschap zijn aangemerkt. |
Or. en
Amendement 100
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Artikel 54 bis |
| Bescherming van de grondrechten en een grondrechtenstrategie |
| 1. Het Agentschap garandeert de bescherming van de grondrechten bij de uitoefening van zijn taken uit hoofde van deze verordening, in overeenstemming met het desbetreffende Unierecht, met name het Handvest, het desbetreffende internationale recht, waaronder het Verdrag van 1951 en het Protocol van 1967, de in het kader van het CEAS aangenomen rechtsnormen en de verplichtingen in verband met de toegang tot en de inhoud van internationale bescherming. |
| 2. Daartoe stelt het agentschap een grondrechtenstrategie op, die het nader uitwerkt en toepast, waaronder een doeltreffend mechanisme om erop toe te zien dat bij alle activiteiten van het agentschap de grondrechten worden geëerbiedigd. |
| 3. Het Agentschap houdt bij het uitoefenen van zijn taken rekening met de bijzondere behoeften van kinderen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, slachtoffers van mensenhandel, personen die medische bijstand behoeven, personen die internationale bescherming behoeven en andere personen in een bijzonder kwetsbare situatie. Het Agentschap besteedt in al zijn activiteiten bijzondere aandacht aan de kinderrechten en zorgt ervoor dat de belangen van het kind worden geëerbiedigd. |
Or. en
Amendement 101
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Artikel 54 ter |
| Gedragscode |
| 1. Het Agentschap stelt een gedragscode op die van toepassing is op alle deskundigen die betrokken zijn bij door het Agentschap gecoördineerde ondersteuningsoperaties, en werkt deze verder uit. In de gedragscode worden procedures vastgelegd ter waarborging van de beginselen van de rechtstaat en eerbiediging van de grondrechten, met bijzondere nadruk op kinderen, niet-begeleide minderjarigen en andere personen in een kwetsbare situatie, alsook op personen die om internationale bescherming verzoeken. De gedragscode is van toepassing op alle personen die deelnemen aan de activiteiten van het Agentschap. |
| 2. Het Agentschap werkt zijn gedragscode uit en werkt deze regelmatig bij in samenwerking met het adviesforum. |
Or. en
Amendement 102
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 quater (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Artikel 54 quater |
| Klachtenmechanisme |
| 1. Het Agentschap neemt in samenwerking met de grondrechtenfunctionaris de nodige maatregelen om overeenkomstig dit artikel een klachtenmechanisme in te stellen teneinde de eerbiediging van de grondrechten bij alle activiteiten van het Agentschap te monitoren en te waarborgen. |
| 2. Eenieder die rechtstreeks de gevolgen ondervindt van de acties van het personeel dat betrokken is bij operationele activiteiten die worden georganiseerd door of met behulp van het Agentschap, en van mening is dat met deze acties zijn of haar grondrechten zijn geschonden, en iedere partij die dergelijke personen vertegenwoordigt, kan schriftelijk een klacht indienen bij het Agentschap. |
| 3. Uitsluitend voldoende gemotiveerde klachten in verband met concrete schendingen van de grondrechten zijn ontvankelijk. Anonieme, kwaadwillige, lichtzinnige, provocerende, hypothetische of onnauwkeurige klachten worden uit het klachtenmechanisme uitgesloten. |
| 4. De grondrechtenfunctionaris wordt belast met de behandeling van door het Agentschap ontvangen klachten overeenkomstig het recht op behoorlijk bestuur. Daartoe onderzoekt de grondrechtenfunctionaris de ontvankelijkheid van een klacht en hij registreert ontvankelijke klachten, zendt alle geregistreerde klachten door aan de uitvoerend directeur, zendt klachten betreffende leden van de teams door aan de lidstaat van herkomst, informeert de desbetreffende autoriteit of instantie die bevoegd is voor grondrechten in een lidstaat en registreert en waarborgt welke follow-up het Agentschap of de lidstaat daaraan geeft. |
| 5. Overeenkomstig het recht op behoorlijk bestuur worden de klagers, wanneer hun klacht ontvankelijk is, ervan in kennis gesteld dat de klacht is geregistreerd, een beoordeling is gestart en het antwoord zal worden gestuurd zodra het beschikbaar is. Als een klacht aan de nationale autoriteiten of organen wordt gezonden, worden hun contactgegevens aan de klager meegedeeld. Als een klacht niet ontvankelijk is, worden de klagers in kennis gesteld van de redenen daarvoor en wordt hen, indien mogelijk, gewezen op verdere mogelijkheden om verhaal te zoeken. |
| Elk besluit wordt schriftelijk en onderbouwd overgelegd. |
| 6. Wanneer een klacht met betrekking tot een personeelslid van het Agentschap wordt geregistreerd, zorgt de uitvoerend directeur, in overleg met de grondrechtenfunctionaris, voor passende follow-up, met inbegrip van disciplinaire maatregelen, waar nodig. De uitvoerend directeur brengt binnen een bepaalde termijn aan de grondrechtenfunctionaris verslag uit over de bevindingen en de follow-up die het Agentschap aan de klacht heeft gegeven, met inbegrip van disciplinaire maatregelen, waar nodig. |
| Wanneer een klacht betrekking heeft op gegevensbescherming, betrekt de uitvoerend directeur de grondrechtenfunctionaris van het Agentschap bij de kwestie. De grondrechtenfunctionaris en de gegevensbeschermingsfunctionaris stellen een schriftelijk memorandum van overeenstemming op met daarin hun taakverdeling en samenwerking voor de ontvangen klachten. |
| 7. Wanneer een klacht met betrekking tot een deskundige van een gastlidstaat of een teamlid wordt geregistreerd, daaronder ook begrepen gedetacheerde teamleden of gedetacheerde nationale deskundigen, zorgt de lidstaat van herkomst voor passende follow-up, met inbegrip van disciplinaire maatregelen, waar nodig, of andere maatregelen overeenkomstig het nationaal recht. De betrokken lidstaat brengt binnen een bepaalde termijn en vervolgens, indien nodig, op regelmatige tijdstippen aan de grondrechtenfunctionaris verslag uit over de bevindingen en de follow-up die aan de klacht is gegeven. Het Agentschap volgt de kwestie op als van de betrokken lidstaat geen verlag wordt ontvangen. |
| 8. Wanneer schendingen van de grondrechten of de verplichtingen op het gebied van internationale bescherming door een deskundige van het Agentschap of een gedetacheerde nationale deskundige worden vastgesteld, verzoekt het Agentschap de lidstaat om deze deskundige of gedetacheerde nationale deskundige onverwijld van de activiteit van het Agentschap of de asielinterventiepool uit te sluiten. |
| 9. De grondrechtenfunctionaris brengt aan de uitvoerend directeur en de raad van bestuur verslag uit over de bevindingen en de follow-up die het Agentschap en de lidstaten aan de klachten hebben gegeven. Het Agentschap neemt in zijn jaarverslag informatie op over het klachtenmechanisme. |
Or. en
TOELICHTING
Het voorstel van de Commissie voor de oprichting van een Asielagentschap van de Europese Unie beoogt de rol van het EASO te versterken en het uit te bouwen tot een agentschap dat een nieuwe rol kan spelen in de uitvoering van het CEAS en een groter aandeel in de operaties krijgt. De rapporteur is van mening dat het hiertoe essentieel is om het huidige EASO om te vormen tot een volwaardig EU-agentschap met de noodzakelijke middelen en bevoegdheden om lidstaten in crisissituaties bij te staan, maar ook om de lidstaten de nodige operationele en technische bijstand te bieden teneinde de asiel- en opvangstelsels van de lidstaten te kunnen versterken en aanvullen, onder meer door een duurzame en billijke verdeling van de verzoeken om internationale bescherming te ondersteunen en de uitvoering van het CEAS te monitoren en te beoordelen. Meer in het algemeen is het van belang om het Agentschap te voorzien van een mandaat dat overeenstemt met het algemene doel om het CEAS te versterken. Voorts is de rapporteur, gelet op de spoedige inwerkingtreding van de verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht, van mening dat een even sterk en operationeel Asielagentschap cruciaal is om de huidige crisis te beheren.
De rapporteur is ingenomen met en ondersteunt het voorstel van de Commissie dat gericht is op een aanzienlijke versterking van de rol van het EASO op het gebied van praktische samenwerking en informatie-uitwisseling inzake asiel, het zorgen voor meer convergentie van het CEAS, het bevorderen van het internationaal en Unierecht en operationele normen inzake asiel, het monitoren en beoordelen van de uitvoering van het CEAS en het verlenen van meer operationele en technische bijstand aan de lidstaten.
De rapporteur ondersteunt het standpunt dat een nieuwe operationele capaciteit van het Agentschap van cruciaal belang is. Het Agentschap moet over de technische, financiële en personele middelen beschikken die passen bij zijn nieuwe taken, met name gezien de huidige problematiek rond de immigratiestromen naar Europa, en deze middelen moeten hem efficiënt ter beschikking worden gesteld. Deze capaciteit moet worden gebaseerd op de bijdrage van de lidstaten.
De rapporteur benadrukt hoe belangrijk het is dat het Agentschap op strategisch, operationeel en technisch niveau samenwerkt met andere Europese organen en agentschappen, met name de Europese grens- en kustwacht. Bovendien stelt de rapporteur voor de betrekkingen tussen het Agentschap en de UNHCR te versterken en meent hij dat die samenwerking veel voordelen zou opleveren. Ook wordt voorgesteld om de betrekkingen tussen het Agentschap en non-gouvernementele organisaties, waaronder verenigingen van rechters, te versterken.
De rapporteur is van mening dat opleiding tot de belangrijkste taken van het Agentschap behoort. De rapporteur stelt voor om de reikwijdte van de door het Agentschap aangeboden opleidingen te verbreden en ze flexibeler en beter aanpasbaar te maken aan de huidige behoeften. Daarom krijgt de raad van bestuur de mogelijkheid om nieuwe onderwerpen te introduceren.
De rapporteur is ingenomen met de rol van het Agentschap bij het monitoren van de naleving van alle CEAS-aspecten door de lidstaten. De rapporteur vindt dat alle CEAS-aspecten ten minste om de vijf jaar moeten worden gemonitord in alle lidstaten. Dit kan ook worden beschouwd als een preventieve maatregel, omdat op deze manier tekortkomingen tijdig kunnen worden opgespoord en rechtgezet. Daarnaast zouden de resultaten van deze beoordelingen ook een helder beeld geven van de algemene werking van het CEAS.
Naast deze algemene beoordeling is de rapporteur van mening dat het mogelijk moet zijn om jaarlijks te beslissen over een beoordeling of monitoring. Voorgesteld wordt om deze beoordeling te koppelen aan de informatieanalyse die het Agentschap opstelt overeenkomstig artikel 4. De jaarlijkse beoordeling kan in een of meerdere lidstaten worden uitgevoerd, afhankelijk van de bovengenoemde door het Agentschap opgestelde informatieanalyse.
De Commissie heeft voorgesteld het Agentschap de mogelijkheid te bieden om op eigen initiatief of op verzoek van de Commissie een monitoringexercitie te starten. De rapporteur steunt dit voorstel, maar deze monitoring mag alleen in specifieke gevallen worden verricht, wanneer gebeurtenissen in een lidstaat leiden tot grote bezorgdheid over de werking van een van de aspecten van de asiel- en opvangstelsels van die lidstaat en de werking van het CEAS in het gedrang kunnen brengen indien niet tijdig wordt opgetreden.
De rapporteur stelt voor dat het Agentschap een grondrechtenstrategie opstelt die wordt voorbereid door de grondrechtenfunctionaris, die ook verantwoordelijk wordt voor het klachtenmechanisme.