Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

 

2016/0222(COD)

18.1.2017

***I

ONTWERPVERSLAG

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (herschikking)

( COM(2016)0465 – C8-0323/2016 – 2016/0222(COD) )

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Sophia in 't Veld

(Herschikking – artikel 104 van het Reglement)

PR_COD_1recastingam

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens

  *  Raadplegingsprocedure

  ***  Goedkeuringsprocedure

  ***I  Gewone wetgevingsprocedure (eerste lezing)

  ***II  Gewone wetgevingsprocedure (tweede lezing)

  ***III  Gewone wetgevingsprocedure (derde lezing)

 

(De aangeduide procedure is gebaseerd op de in de ontwerptekst voorgestelde rechtsgrond.)

 

 

 

 

 

Amendementen op een ontwerphandeling

Amendementen van het Parlement in twee kolommen

 

Geschrapte tekstdelen worden in de linkerkolom in vet cursief aangegeven. Vervangen tekstdelen worden in beide kolommen in vet cursief aangegeven. Nieuwe tekst wordt in de rechterkolom in vet cursief aangegeven.

 

In de eerste en tweede regel van de koptekst boven elk amendement wordt verwezen naar het tekstdeel in kwestie van de ontwerphandeling.

Indien een amendement betrekking heeft op een bestaande handeling, waarop in de ontwerphandeling wijzigingen worden voorgesteld, bevat de koptekst bovendien een derde en vierde regel, die verwijzen naar de bestaande handeling respectievelijk naar de bepaling in kwestie.

 

Amendementen van het Parlement in de vorm van een geconsolideerde tekst

 

Nieuwe tekstdelen worden in vet cursief aangegeven. Geschrapte tekstdelen worden aangegeven met het symbool ▌of worden doorgestreept. Waar tekstdelen vervangen worden, wordt de nieuwe tekst in vet cursief aangegeven, terwijl de vervangen tekst wordt geschrapt of doorgestreept.

Bij wijze van uitzondering worden zuiver technische wijzigingen die de diensten aanbrengen met het oog op de opstelling van de definitieve tekst, niet gemarkeerd.

 

 

 

 

INHOUD

Blz.

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT  5

TOELICHTING  38

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (herschikking)

( COM(2016)0465 – C8-0323/2016 – 2016/0222(COD) )

(Gewone wetgevingsprocedure – herschikking)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad ( COM(2016)0465 ),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 78, lid 2, onder f), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0323/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het gemotiveerde advies dat in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid is uitgebracht door de Italiaanse Senaat, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 14 december 2016[1],

–  gezien het advies van het Comité van de Regio’s van ... 2017[2],

–  gezien het Interinstitutioneel akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten[3],

–  gezien de brief d.d. ... 2017 van de Commissie juridische zaken aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken overeenkomstig artikel 104, lid 3, van zijn Reglement,

–  gezien de artikelen 104 en 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken ( A8-0000/2017 ),

A.  overwegende dat het voorstel van de Commissie volgens de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel worden vermeld en dat met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere besluiten met die wijzigingen kan worden geconstateerd dat het voorstel louter een codificatie van de bestaande besluiten behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen;

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast, rekening houdend met de aanbevelingen van de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Indien een verzoeker zich bevindt in een andere lidstaat dan de lidstaat waar hij uit hoofde van Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden, dient die verzoeker geen recht te kunnen doen gelden op de in de artikelen 14 tot en met 17 vermelde opvangvoorzieningen.

Schrappen

Or. en

 

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)   Indien de regels betreffende de aan verzoekers uit te reiken documenten in de EU geharmoniseerd zijn, is het voor verzoekers moeilijker om zich op ongeoorloofde wijze in de Unie te verplaatsen. Er moet worden verduidelijkt dat de lidstaten slechts een reisdocument dienen te verstrekken indien daarvoor ernstige humanitaire of andere dwingende redenen bestaan. De geldigheidsduur van reisdocumenten moet voorts worden beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. Ernstige humanitaire redenen kunnen bijvoorbeeld in overweging worden genomen als een verzoeker naar een andere staat moet reizen met het oog op medische behandeling of bezoeken aan familieleden in bijzondere omstandigheden, zoals bezoeken aan naaste verwanten die ernstig ziek zijn of om een huwelijk of uitvaart van een naaste verwant bij te wonen. Van andere dwingende redenen kan sprake zijn wanneer verzoekers die zijn toegelaten tot de arbeidsmarkt moeten reizen met het oog op hun werkzaamheden, wanneer verzoekers moeten reizen in het kader van hun studie of wanneer minderjarigen samen met hun pleeggezin op reis gaan.

(12)   Indien de regels betreffende de aan verzoekers uit te reiken documenten in de EU geharmoniseerd zijn, is het voor verzoekers moeilijker om zich op ongeoorloofde wijze in de Unie te verplaatsen. De geldigheidsduur van reisdocumenten moet worden beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn. Een dergelijke reden kan bijvoorbeeld zijn dat een verzoeker naar een andere staat moet reizen met het oog op medische behandeling of bezoeken aan familieleden in bijzondere omstandigheden, zoals bezoeken aan naaste verwanten die ernstig ziek zijn of om een huwelijk of uitvaart van een naaste verwant bij te wonen. Van andere dergelijke redenen kan sprake zijn wanneer verzoekers die zijn toegelaten tot de arbeidsmarkt moeten reizen met het oog op hun werkzaamheden, wanneer verzoekers moeten reizen in het kader van hun studie of wanneer minderjarigen samen met hun pleeggezin op reis gaan.

Or. en

 

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)   Verzoekers hebben niet het recht om zelf te kiezen in welke lidstaat zij een verzoek indienen. Verzoekers moeten een verzoek om internationale bescherming doen in de lidstaat van eerste binnenkomst, of, indien zij legaal verblijven, in de lidstaat waar zij legaal verblijven of wonen. Wanneer een verzoeker niet aan deze verplichting heeft voldaan nadat overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] de verantwoordelijke lidstaat is vastgesteld, is het minder waarschijnlijk dat het die verzoeker wordt toegestaan te verblijven in de lidstaat waar het verzoek is gedaan en is het derhalve waarschijnlijker dat deze zal onderduiken. Diens verblijfplaats moet derhalve goed in het oog worden gehouden.

(13)   Verzoekers hebben niet het recht om zelf te kiezen in welke lidstaat zij een verzoek indienen. Verzoekers moeten een verzoek om internationale bescherming doen in de lidstaat van eerste binnenkomst, of, indien zij legaal verblijven, in de lidstaat waar zij legaal verblijven of wonen.

Or. en

 

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)   Verzoekers worden geacht zich te bevinden in de lidstaat waar het verzoek is gedaan of in de lidstaat waarheen zij zijn overgebracht overeenkomstig de Dublinverordening. Indien een verzoeker is ondergedoken en zonder toestemming uit deze lidstaat is vertrokken naar een andere lidstaat, is het om de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te waarborgen, cruciaal dat de verzoeker snel wordt teruggebracht naar de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden. Totdat de verzoeker is overgebracht, blijft het risico bestaan dat hij onderduikt; zijn verblijfplaats moet daarom goed in het oog worden gehouden.

(14)   Verzoekers worden geacht beschikbaar te blijven voor de desbetreffende autoriteiten van de lidstaat waar het verzoek is gedaan of in de lidstaat waarheen zij zijn overgebracht overeenkomstig de Dublinverordening. Wanneer een verzoeker is ondergedoken en zonder toestemming is vertrokken naar een andere lidstaat, is het om de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te waarborgen, cruciaal dat de verzoeker snel wordt teruggebracht naar de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden. Totdat de verzoeker is overgebracht, blijft het risico bestaan dat hij onderduikt; zijn verblijfplaats moet daarom goed in het oog worden gehouden.

Or. en

 

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)   Het feit dat een verzoeker eerder is ondergedoken en naar een andere lidstaat is vertrokken, is een belangrijke factor bij de beoordeling van het risico dat de verzoeker onderduikt. Teneinde te waarborgen dat de verzoeker niet opnieuw onderduikt en ter beschikking blijft van de bevoegde autoriteiten, moet diens verblijfplaats goed in het oog worden gehouden wanneer hij is teruggezonden naar de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden.

Schrappen

Or. en

 

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)   Om redenen van openbaar belang of openbare orde of met het oog op een snelle behandeling en een doeltreffende controle van het verzoek om internationale bescherming, met het oog op een snelle behandeling en een doeltreffende controle van de procedure om overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [de Dublinverordening] de verantwoordelijke lidstaat vast te stellen, of teneinde op doeltreffende wijze te voorkomen dat de verzoeker onderduikt, moeten de lidstaten, indien dat noodzakelijk is, aan verzoekers een specifieke verblijfplaats toewijzen, zoals een opvangcentrum, een particuliere woning, een appartement, een hotel of een ander voor de huisvesting van verzoekers ingericht pand. Het besluit daartoe kan noodzakelijk zijn om op doeltreffende wijze te voorkomen dat de verzoeker onderduikt, met name ingeval deze niet heeft voldaan aan de verplichting om: een verzoek te doen in de lidstaat van eerste irreguliere of legale binnenkomst; te blijven in de lidstaat waar hij geacht wordt te zich te bevinden; of ingeval de verzoeker is teruggestuurd naar de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden, nadat hij is ondergedoken en naar een andere lidstaat is vertrokken. Indien de verzoeker recht heeft op materiële opvangvoorzieningen, moet voor de verstrekking van deze materiële opvangvoorzieningen de voorwaarde gelden dat de verzoeker verblijft op de toegewezen specifieke plaats.

(16)   Om redenen van openbaar belang of openbare orde of met het oog op een snelle behandeling en een doeltreffende controle van het verzoek om internationale bescherming, of om op doeltreffende wijze te voorkomen dat de verzoeker onderduikt wanneer door de desbetreffende autoriteiten is vastgesteld dat er een risico bestaat dat een verzoeker onderduikt, moeten de lidstaten, indien dat noodzakelijk is, aan verzoekers een specifieke verblijfplaats kunnen toewijzen, zoals een opvangcentrum, een particuliere woning, een appartement, een hotel of een ander voor de huisvesting van verzoekers ingericht pand. Het besluit daartoe kan noodzakelijk zijn om op doeltreffende wijze te voorkomen dat de verzoeker onderduikt, met name ingeval deze niet heeft voldaan aan de verplichting om te blijven in de lidstaat waar hij geacht wordt te zich te bevinden, of, ingeval de verzoeker is teruggestuurd naar de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden, nadat hij is ondergedoken en naar een andere lidstaat is vertrokken. Wanneer de verzoeker recht heeft op materiële opvangvoorzieningen, moet voor de verstrekking van deze materiële opvangvoorzieningen de voorwaarde gelden dat de verzoeker verblijft op de toegewezen specifieke plaats.

Or. en

 

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)   Indien er redenen zijn om aan te nemen dat het risico bestaat dat een verzoeker onderduikt, moeten de lidstaten verzoekers verplichten om zich bij de bevoegde autoriteiten te melden, zo vaak als nodig is om erop toe te zien dat de verzoeker niet onderduikt. Om verzoekers te ontmoedigen om opnieuw onder te duiken, moeten de lidstaten tevens de mogelijkheid hebben materiële opvangvoorzieningen, indien de verzoeker daarop recht heeft, slechts in natura te verstrekken.

(17)   Indien er redenen zijn om aan te nemen dat het risico bestaat dat een verzoeker onderduikt, moeten de lidstaten verzoekers eveneens, op basis van een besluit van de rechterlijke instanties, verplichten om zich bij de bevoegde autoriteiten te melden, zo vaak als nodig is om erop toe te zien dat de verzoeker niet onderduikt. Om verzoekers te ontmoedigen om opnieuw onder te duiken, moeten de lidstaten tevens de mogelijkheid hebben materiële opvangvoorzieningen, indien de verzoeker daarop recht heeft, slechts in natura te verstrekken. Verzoekers moeten eveneens de mogelijkheid krijgen om in beroep te gaan tegen besluiten op grond waarvan zij worden verplicht om zich bij de bevoegde autoriteiten te melden.

Or. en

 

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)   Elk besluit tot beperking van de bewegingsvrijheid van een verzoeker moet berusten op het individuele gedrag en de specifieke situatie van de betrokken persoon, rekening houdend met diens eventuele bijzondere opvangbehoeften en het evenredigheidsbeginsel. Verzoekers moeten naar behoren in kennis worden gesteld van dergelijke besluiten en de gevolgen van niet-naleving daarvan.

(18)   Elke beperking van de bewegingsvrijheid van de verzoeker moet berusten op een besluit van de rechterlijke instanties, waarin rekening wordt gehouden met het individuele gedrag en de specifieke situatie van de betrokken persoon, met inbegrip van diens eventuele bijzondere opvangbehoeften en het evenredigheidsbeginsel. Verzoekers moeten naar behoren in kennis worden gesteld van dergelijke besluiten en de gevolgen van niet-naleving daarvan. Zij moeten eveneens de mogelijkheid krijgen om in beroep te gaan tegen dergelijke besluiten.

Or. en

 

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)   Gezien de ernstige gevolgen voor verzoekers die zijn ondergedoken of ten aanzien van wie er geacht wordt een onderduikrisico te bestaan, moet onderduiken zodanig worden gedefinieerd dat er sprake is van zowel een opzettelijke handeling om de toepasselijke asielprocedures te omzeilen als de feitelijke omstandigheid dat de betrokkene niet ter beschikking is van de bevoegde autoriteiten, bijvoorbeeld doordat de verzoeker het gebied waar hij geacht wordt zich te bevinden, heeft verlaten.

(19)   Gezien de ernstige gevolgen voor verzoekers die zijn ondergedoken of ten aanzien van wie er geacht wordt een onderduikrisico te bestaan, moet onderduiken zodanig worden gedefinieerd dat er sprake is van zowel een opzettelijke handeling om de toepasselijke asielprocedures te omzeilen als de feitelijke omstandigheid dat de betrokkene niet ter beschikking is van de bevoegde autoriteiten.

Or. en

 

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)   De bewaring van verzoekers moet worden toegepast in overeenstemming met het onderliggende beginsel dat personen niet in bewaring mogen worden gehouden om de enkele reden dat zij internationale bescherming zoeken, met name overeenkomstig de internationale wettelijke verplichtingen van de lidstaten en overeenkomstig artikel 31 van het Verdrag van Genève. Verzoekers mogen alleen in bewaring worden genomen onder de in deze richtlijn vastgestelde, zeer duidelijk omschreven uitzonderlijke voorwaarden en alleen indien dit beantwoordt aan de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid, zowel wat de wijze als wat het doel van de bewaring betreft. Bewaring van verzoekers uit hoofde van deze richtlijn moet schriftelijk worden bevolen door de gerechtelijke of bestuurlijke autoriteiten met vermelding van de redenen ervan, ook indien de betrokkene reeds in bewaring wordt gehouden wanneer het verzoek om internationale bescherming wordt gedaan. Verzoekers die in bewaring worden gehouden, dienen daadwerkelijk de noodzakelijke procedurele waarborgen te kunnen genieten, zoals een beroep voor een nationale rechterlijke instantie.

(20)   De bewaring van verzoekers moet worden toegepast in overeenstemming met het onderliggende beginsel dat personen niet in bewaring mogen worden gehouden om de enkele reden dat zij internationale bescherming zoeken, met name overeenkomstig de internationale wettelijke verplichtingen van de lidstaten en overeenkomstig artikel 31 van het Verdrag van Genève. Verzoekers mogen alleen in bewaring worden genomen onder de in deze richtlijn vastgestelde, zeer duidelijk omschreven uitzonderlijke voorwaarden en alleen indien dit beantwoordt aan de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid, zowel wat de wijze als wat het doel van de bewaring betreft. Bewaring van verzoekers uit hoofde van deze richtlijn moet schriftelijk worden bevolen door de gerechtelijke autoriteiten met vermelding van de redenen ervan, ook indien de betrokkene reeds in bewaring wordt gehouden wanneer het verzoek om internationale bescherming wordt gedaan. In ieder besluit tot oplegging van bewaring moet worden verwezen naar de in overweging genomen beschikbare alternatieven en de redenen waarom deze niet doeltreffend konden worden toegepast. Verzoekers die in bewaring worden gehouden, dienen daadwerkelijk de noodzakelijke procedurele waarborgen te kunnen genieten, zoals de mogelijkheid tot beroep.

Or. en

Motivering

Aangezien het ontwerpverslag amendementen bevat op de recent voorgestelde tekst inzake meldingsplicht waarin het nemen van de relevante besluiten uitsluitend wordt neergelegd bij de gerechtelijke autoriteiten, is het noodzakelijk om eveneens het deel van de tekst te wijzigen dat betrekking heeft op de soorten besluiten waarmee bewaring kan worden opgelegd en waartoe, als meest beperkende maatregel ten aanzien van iemands bewegingsvrijheid, eveneens, a fortiori, uitsluitend kan worden besloten door gerechtelijke autoriteiten. Anders wordt de interne logica van de tekst verstoord.

 

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 30

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)   De lidstaten moeten ernaar streven om bij de toepassing van deze richtlijn de beginselen van het belang van het kind en van de eenheid van het gezin volledig in acht te nemen, overeenkomstig respectievelijk het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Verdrag van de Verenigde Naties van 1989 inzake de rechten van het kind en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De opvangvoorzieningen voor minderjarigen moeten worden aangepast aan hun specifieke situatie, zowel voor niet-begeleide minderjarigen als minderjarigen met hun familie, en gepaste rekening moet worden gehouden met hun veiligheid en hun fysieke en emotionele toestand; de voorzieningen moeten worden aangeboden op een wijze die hun algemene ontwikkeling stimuleert.

(30)   De lidstaten moeten ernaar streven om bij de toepassing van deze richtlijn de beginselen van het belang van het kind en van de eenheid van het gezin volledig in acht te nemen, overeenkomstig respectievelijk het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Verdrag van de Verenigde Naties van 1989 inzake de rechten van het kind en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De lidstaten moeten eveneens zorgen voor volledige naleving van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld en het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen. De opvangvoorzieningen voor minderjarigen moeten worden aangepast aan hun specifieke behoeften, zowel voor niet-begeleide minderjarigen als minderjarigen met hun familie, en gepaste rekening moet worden gehouden met hun veiligheid, in het bijzonder door te zorgen voor kindvriendelijke woonruimte, het voorkomen van seksueel en gendergerelateerd geweld, hun fysieke en emotionele toestand en onderwijs; al deze voorzieningen moeten worden aangeboden op een wijze die hun algemene ontwikkeling stimuleert.

Or. en

 

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 31

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  De lidstaten moeten er zorg voor dragen dat verzoekers de nodige medische zorg ontvangen, die ten minste spoedeisende behandelingen en essentiële behandeling van ziekten, inclusief ernstige psychische stoornissen, omvat. In verband met de volksgezondheid dient, ter voorkoming van ziekten en ter bescherming van de gezondheid van individuele verzoekers, de toegang van verzoekers tot gezondheidszorg tevens preventieve medische behandelingen, zoals vaccinaties, te omvatten. De lidstaten kunnen om redenen van volksgezondheid verzoekers een medisch onderzoek laten ondergaan. De resultaten van dit medisch onderzoek mogen niet van invloed zijn op de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming, die te allen tijde objectief, onpartijdig en op individuele basis overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [richtlijn asielprocedures] moet worden verricht.

(31)   De lidstaten moeten er zorg voor dragen dat verzoekers volledige toegang tot de nodige medische zorg ontvangen, die ten minste spoedeisende behandelingen, zwangerschaps- en kraamzorg en essentiële behandeling van ziekten, inclusief ernstige psychische stoornissen, zoals posttraumatische stress-stoornissen omvat. In verband met de volksgezondheid dient, ter voorkoming van ziekten en ter bescherming van de gezondheid en rechten van individuele verzoekers, de toegang van verzoekers tot gezondheidszorg tevens diensten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en preventieve medische behandelingen, zoals vaccinaties, te omvatten. De lidstaten kunnen om redenen van volksgezondheid verzoekers een medisch onderzoek laten ondergaan, in overeenstemming met de richtsnoeren die gezamenlijk moeten worden opgesteld door het Asielagentschap van de Europese Unie en het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding. De resultaten van dit medisch onderzoek mogen niet van invloed zijn op de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming, die te allen tijde objectief, onpartijdig en op individuele basis overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [richtlijn asielprocedures] moet worden verricht.

Or. en

 

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 32

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)   Het recht van een verzoeker op materiële opvangvoorzieningen uit hoofde van deze richtlijn mag in bepaalde omstandigheden worden beperkt, bijvoorbeeld wanneer een verzoeker is ondergedoken en zich vanuit de lidstaat waar hij geacht wordt zich te bevinden naar een andere lidstaat heeft begeven. De lidstaten moeten er echter op toezien dat verzoekers te allen tijde toegang hebben tot medische hulp en een waardige levensstandaard, overeenkomstig het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind, in het bijzonder door te voorzien in de bestaansmiddelen en basisbehoeften van de verzoeker, zowel wat diens fysieke veiligheid en waardigheid als wat diens interpersoonlijke betrekkingen betreft, met inachtneming van de inherente kwetsbaarheid van verzoekers om internationale bescherming en hun familie of belangenbehartiger. De nodige aandacht dient tevens uit te gaan naar verzoekers met bijzondere opvangbehoeften. De specifieke behoeften van kinderen, met name wat betreft de eerbiediging van het recht van het kind op onderwijs en toegang tot gezondheidszorg, moeten in aanmerking worden genomen. Wanneer een minderjarige zich bevindt in een andere lidstaat dan die waar hij geacht wordt zich te bevinden, moet de lidstaat de minderjarige toegang verlenen tot gepaste educatieve activiteiten in afwachting van de overbrenging naar de verantwoordelijke lidstaat. De specifieke behoeften van vrouwelijke verzoekers die gendergerelateerd letsel hebben ondervonden, moeten in acht worden genomen, onder meer door erop toe te zien dat zij gedurende de verschillende fasen van de asielprocedure toegang hebben tot medische zorg, juridische bijstand en gepaste traumabegeleiding en psychosociale zorg.

(32)   De lidstaten zien erop toe dat asielzoekers te allen tijde toegang hebben tot gezondheidszorg. De specifieke behoeften van kinderen, met name wat betreft de eerbiediging van het recht van het kind op onderwijs en toegang tot gezondheidszorg, moeten in aanmerking worden genomen. De specifieke behoeften van verzoekers, in het bijzonder vrouwen, die seksueel of gendergerelateerd geweld hebben ondervonden, moeten in acht worden genomen, onder meer door erop toe te zien dat zij gedurende de verschillende fasen van de asielprocedure toegang hebben tot medische zorg, juridische bijstand en gepaste traumabegeleiding en psychosociale zorg. Deze verzoekers moeten worden beschouwd als personen met bijzondere opvangbehoeften.

Or. en

 

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 33

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)   De reikwijdte van de definitie van gezinslid moet in overeenstemming zijn met de realiteit van de huidige ontwikkelingen op migratiegebied, die inhoudt dat verzoekers vaak pas na een langdurige reis op het grondgebied van de lidstaten aankomen. De definitie dient derhalve gezinnen te omvatten die buiten het land van herkomst, maar voor de aankomst op het grondgebied van de lidstaten zijn gevormd.

(33)   De reikwijdte van de definitie van gezinslid moet niet-discriminerend zijn en in overeenstemming met de realiteit van de huidige ontwikkelingen op migratiegebied, die inhoudt dat verzoekers vaak pas na een langdurige reis op het grondgebied van de lidstaten aankomen. De definitie dient derhalve gezinnen te omvatten die buiten het land van herkomst, maar voor de aankomst op het grondgebied van de lidstaten zijn gevormd. De lidstaten moeten de definitie van gezinslid toepassen in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van de Raad van Europa en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake de reikwijdte van de definitie van gezin, en daarbij rekening houden met de verschillende vormen van afhankelijkheid en de bijzondere aandacht die moet worden besteed aan de belangen van het kind; het is daarbij van groot belang om vrouwelijke verzoekers te beschermen die het slachtoffer zijn van kindhuwelijken, huwelijken op jonge leeftijd en gedwongen huwelijken. Ongetrouwde stellen mogen niet worden gediscrimineerd op grond van seksuele geaardheid of genderidentiteit.

Or. en

 

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 34

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)   Om de zelfstandigheid van verzoekers te bevorderen en de grote verschillen tussen de lidstaten te beperken, is het essentieel duidelijke regels vast te stellen met betrekking tot de toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt en ervoor te zorgen dat die toegang effectief is, door geen voorwaarden op te leggen die effectief verhinderen dat een verzoeker werk zoekt. Arbeidsmarkttoetsen die voorrang geven aan eigen onderdanen, andere Unieburgers of onderdanen van derde landen die al legaal in de betrokken lidstaat verblijven, mogen de effectieve toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt niet bemoeilijken en dienen te worden uitgevoerd onverminderd het beginsel dat Unieburgers voorrang genieten, zoals is vastgelegd in de desbetreffende bepalingen van de toepasselijke toetredingsakten .

(34)   Om de zelfstandigheid van verzoekers te bevorderen en de grote verschillen tussen de lidstaten te beperken, is het essentieel duidelijke regels vast te stellen met betrekking tot de toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt en ervoor te zorgen dat die toegang effectief is, door geen voorwaarden op te leggen die effectief verhinderen dat een verzoeker werk zoekt.

Or. en

 

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 35

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)   De maximale termijn voor de toegang tot de arbeidsmarkt moet worden afgestemd op de duur van het onderzoek ten gronde van het verzoek. Teneinde de integratievooruitzichten en de zelfstandigheid van verzoekers te vergroten, wordt aangemoedigd dat in een vroeg stadium toegang tot de arbeidsmarkt wordt verleend indien het verzoek waarschijnlijk gegrond is, ook als het verzoek overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures] met voorrang is behandeld. De lidstaten dienen derhalve te overwegen die termijn zo veel mogelijk te bekorten om ervoor te zorgen dat verzoekers, indien het waarschijnlijk is dat hun verzoek gegrond is, uiterlijk drie maanden na het indienen van het verzoek toegang krijgen tot de arbeidsmarkt. De lidstaten dienen echter geen toegang te geven tot de arbeidsmarkt aan verzoekers wier verzoek om internationale bescherming waarschijnlijk ongegrond is en volgens een versnelde procedure wordt behandeld.

(35)   Teneinde de integratievooruitzichten en de zelfstandigheid van verzoekers te vergroten, moet onmiddellijke toegang tot de arbeidsmarkt worden verleend.

Or. en

 

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 40 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(40 bis)   Taalvaardigheden zijn onontbeerlijk om een adequate levensstandaard voor verzoekers te garanderen, ervoor te zorgen dat hun onmiddellijke toegang tot de arbeidsmarkt wordt verleend, en hun materiële opvangvoorzieningen, met inbegrip van niet-voedingsmiddelen, te waarborgen. Het leren van de officiële taal of één van de officiële talen van de desbetreffende lidstaat zou de zelfredzaamheid en de integratievooruitzichten in het gastland vergroten, en zou helpen om secundaire bewegingen tegen te gaan. Alle verzoekers moeten daarom vanaf de dag waarop zij hun verzoek om internationale bescherming indienen daadwerkelijke toegang tot taalcursussen krijgen.

Or. en

 

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 10

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)   "onderduiken": een handeling waarbij een verzoeker, teneinde asielprocedures te ontlopen, ofwel het grondgebied verlaat waar hij overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden, ofwel zich niet ter beschikking houdt van de bevoegde autoriteiten of de rechter;

(10)   "onderduiken": een opzettelijke handeling om de toepasselijke asielprocedures te omzeilen en de feitelijke omstandigheid dat de betrokkene zich niet ter beschikking houdt van de desbetreffende autoriteiten;

__________________

__________________

32 PB C […] van […], blz. […].

32 PB C […] van […], blz. […].

Or. en

 

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 11

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)   "risico van onderduiken": het in een individueel geval bestaan van redenen gebaseerd op objectieve, in de nationale wetgeving vastgelegde criteria, om aan te nemen dat een verzoeker zou kunnen onderduiken;

(11)   "risico van onderduiken": het in een individueel geval bestaan van specifieke redenen gebaseerd op objectieve en specifieke criteria overeenkomstig de richtsnoeren van het Asielagentschap van de Europese Unie en de nationale wetgeving, om aan te nemen dat een verzoeker zou kunnen onderduiken, uitgezonderd criteria die algemeen van aard zijn zoals het louter zijn van een verzoeker in de zin van Verordening (EU) .../... [procedureverordening] of iemands nationaliteit;

Or. en

 

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 13

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)   "verzoeker met bijzondere opvangbehoeften": een verzoeker die bijzondere waarborgen behoeft om gebruik te kunnen maken van de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen die in deze richtlijn zijn vastgesteld , zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen met ernstige ziekten, personen met mentale stoornissen en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld zijn blootgesteld, zoals slachtoffers van vrouwelijke genitale verminking .

(13)   "verzoeker met bijzondere opvangbehoeften": een verzoeker die bijzondere waarborgen behoeft om gebruik te kunnen maken van de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen die in deze richtlijn zijn vastgesteld, zoals minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande vrouwen, adolescente meisjes, door vrouwen geleide huishoudens, lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksuelen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, slachtoffers van mensenhandel, slachtoffers van kindhuwelijken, huwelijken op jonge leeftijd en gedwongen huwelijken, niet-gelovigen, afvalligen en religieuze minderheden, personen met ernstige ziekten, personen met mentale stoornissen, met inbegrip van posttraumatische stress-stoornissen, en personen die folteringen hebben ondergaan, zijn verkracht of aan andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek, door vooroordelen ingegeven, seksueel of gendergerelateerd geweld zijn blootgesteld, zoals slachtoffers van vrouwelijke genitale verminking

Or. en

 

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   De lidstaten verstrekken verzoekers zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk bij de indiening van het verzoek om internationale bescherming, informatie over de geldende voordelen en over de verplichtingen die zij moeten nakomen in verband met de opvangvoorzieningen . Zij wijzen er in de te verstrekken informatie op dat de verzoeker, overeenkomstig artikel 17 bis van deze richtlijn, geen recht heeft op de opvangvoorzieningen bedoeld in de artikelen 14 tot en met 17 van deze richtlijn, indien hij zich niet bevindt in de lidstaat waar hij overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] geacht wordt zich te bevinden .

1.   De lidstaten verstrekken verzoekers zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk bij de indiening van het verzoek om internationale bescherming, informatie over de geldende voordelen en over de verplichtingen die zij moeten nakomen in verband met de opvangvoorzieningen . Zij wijzen in de te verstrekken informatie op de opvangvoorzieningen waar de verzoekers recht op hebben, de gevolgen van onderduiken, de gronden voor bewaring, de gronden voor vervanging, beperking of intrekking van eventuele opvangvoorzieningen, het recht op beroep tegen bewaring of besluiten inzake de vervanging, beperking of intrekking van opvangvoorzieningen. De lidstaten stellen de verzoekers eveneens in kennis van de relevante asielprocedures alsook van de rechten die zij ontvangen nadat hun een vluchtelingenstatus is toegekend.

Or. en

 

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde informatie schriftelijk wordt verstrekt volgens een door het Asielagentschap van de Europese Unie te ontwikkelen model en in een taal die de verzoeker verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij deze verstaat. Indien nodig wordt deze informatie tevens mondeling verstrekt en aan de behoeften van minderjarigen aangepast .

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde informatie schriftelijk wordt verstrekt in een beknopte, transparante, begrijpelijke en makkelijk toegankelijke vorm, in duidelijke en eenvoudige taal en volgens een door het Asielagentschap van de Europese Unie te ontwikkelen model en in een taal die de verzoeker verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij deze verstaat. Zij bevat relevante informatie met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden die kunnen leiden tot bijzondere opvangbehoeften of behoeften aan bijzondere procedurele waarborgen als voorzien in deze Richtlijn en [de procedureverordening]. Indien nodig wordt deze informatie tevens mondeling en in visuele vorm door middel van een video of pictogrammen verstrekt en wordt zij aangepast aan de behoeften van minderjarigen of personen met bijzondere opvangbehoeften.

Or. en

Motivering

Gebaseerd op de formulering die wordt voorgesteld in het voorstel van de Commissie voor de herschikking van de Eurodac-verordening.

 

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten verstrekken verzoekers een reisdocument uitsluitend indien om ernstige humanitaire of andere dwingende redenen hun aanwezigheid in een andere staat is vereist. De geldigheidsduur van het reisdocument wordt beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn.

De lidstaten verstrekken verzoekers onverwijld een reisdocument wanneer de aanwezigheid van de verzoeker in een andere staat is vereist, in het bijzonder vanwege redenen zoals wanneer een verzoeker naar een andere staat moet reizen met het oog op medische behandeling of bezoeken aan familieleden in bijzondere omstandigheden, zoals bezoeken aan naaste verwanten die ernstig ziek zijn of om een huwelijk of uitvaart van een naaste verwant bij te wonen. Van andere dergelijke redenen is sprake wanneer verzoekers die zijn toegelaten tot de arbeidsmarkt moeten reizen met het oog op hun werkzaamheden, wanneer verzoekers moeten reizen in het kader van hun studie of wanneer minderjarigen samen met hun pleeggezin op reis gaan. De geldigheidsduur van het reisdocument wordt beperkt tot het doel en de duur zoals die voor de reden van afgifte noodzakelijk zijn.

Or. en

 

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   De lidstaten nemen indien nodig een besluit over een specifieke plaats waar een verzoeker moet verblijven om een van de volgende redenen:

2.   De lidstaten kunnen indien nodig een besluit nemen over een specifieke plaats waar een verzoeker moet verblijven zoals een opvangcentrum, een particuliere woning, een appartement, een hotel of een ander voor de huisvesting van verzoekers ingericht pand, op basis van objectieve criteria die zijn gedefinieerd op grond van de nationale wetgeving en een besluit van de rechterlijke instanties, om een van de volgende redenen:

Or. en

 

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)   voor de snelle behandeling en een doeltreffende controle van de procedure om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening];

Schrappen

Or. en

Motivering

Deze reden kan door de meeste lidstaten worden toegepast op alle nieuwe verzoekers die zij in behandeling nemen, terwijl de noodzaak ervan niet is bewezen.

 

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter d – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)   om doeltreffend te voorkomen dat de verzoeker onderduikt, in het bijzonder:

d)   om doeltreffend te voorkomen dat de verzoeker onderduikt wanneer door de desbetreffende autoriteiten is vastgesteld dat er een risico bestaat dat een verzoeker onderduikt, in het bijzonder:

Or. en

 

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – letter d – streepje 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-   verzoekers die niet hebben voldaan aan de verplichting om een verzoek te doen in de lidstaat van eerste binnenkomst, zoals bepaald in artikel [4, lid 1] van Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening], en zich zonder passende verantwoording naar een andere lidstaat hebben begeven en daar een verzoek hebben gedaan; of

-   verzoekers die opzettelijk niet hebben voldaan aan de verplichting om een verzoek te doen in de lidstaat van eerste binnenkomst, zoals bepaald in artikel [4, lid 1] van Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] om de toepasselijke asielprocedures te omzeilen, en zich zonder passende verantwoording naar een andere lidstaat hebben begeven en daar een verzoek hebben gedaan; of

Or. en

 

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   Indien er redenen zijn om aan te nemen dat het risico bestaat dat een verzoeker onderduikt, verplichten de lidstaten verzoekers, indien nodig, om zich bij de bevoegde autoriteiten te melden of daar persoonlijk te verschijnen, onmiddellijk dan wel op een vastgesteld tijdstip, zo vaak als nodig is om daadwerkelijk te voorkomen dat de verzoeker niet onderduikt.

3.   Indien er redenen zijn om aan te nemen dat het risico bestaat dat een verzoeker onderduikt, kunnen de lidstaten verzoekers, indien nodig en evenredig op grond van een besluit van de rechterlijke instanties, verplichten om zich bij de bevoegde autoriteiten te melden of daar persoonlijk te verschijnen, onmiddellijk dan wel op een vastgesteld tijdstip, zo vaak als nodig is om daadwerkelijk te voorkomen dat de verzoeker onderduikt.

Or. en

 

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.   De lidstaten vermelden in elk overeenkomstig dit artikel genomen besluit de feitelijke en, indien van toepassing, de wettelijke redenen ervan. Verzoekers worden onverwijld schriftelijk in kennis gesteld, in een taal die zij verstaan of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij deze verstaan, van de vaststelling van een dergelijk besluit, van de procedures om het besluit te betwisten overeenkomstig artikel 25 en van de consequenties van niet-nakoming van de verplichtingen die bij het besluit worden opgelegd.

8.   De lidstaten vermelden in elk overeenkomstig dit artikel genomen besluit de feitelijke en, indien van toepassing, de wettelijke redenen ervan. Verzoekers worden onverwijld schriftelijk in kennis gesteld, in een taal die zij verstaan of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij deze verstaan, in een beknopte, transparante, begrijpelijke en makkelijk toegankelijke vorm, in duidelijke en eenvoudige taal, van de vaststelling van een dergelijk besluit, van de procedures om het besluit te betwisten overeenkomstig artikel 25 en van de consequenties van niet-nakoming van de verplichtingen die bij het besluit worden opgelegd.

Or. en

Motivering

Gebaseerd op de formulering die wordt voorgesteld in het voorstel van de Commissie voor de herschikking van de Eurodac-verordening.

 

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   De lidstaten houden een persoon niet in bewaring om de enkele reden dat hij een verzoeker is .

1.   De lidstaten houden een persoon niet in bewaring om de enkele reden dat hij een verzoeker is of op basis van de nationaliteit van een verzoeker. De bewaring is gebaseerd op een besluit van de rechterlijke instanties, is strikt noodzakelijk om te waarborgen dat de verzoeker een specifieke en concrete verplichting vervult, wordt beëindigd zodra de specifieke en concrete verplichting is vervuld, en heeft niet de aard van een strafmaatregel.

 

 

Or. en

 

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 3 – alinea 1 – letter d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)   om in het kader van een grens procedure als bedoeld in artikel [41] van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures] een beslissing te nemen over het recht van de verzoeker om het grondgebied te betreden;

Schrappen

Or. en

Motivering

Asielzoekers die het recht hebben op het grondgebied van de lidstaten te verblijven, mogen niet in bewaring worden geplaatst omwille van immigratieredenen. Artikel 5, lid 1, onder b, EVRM: "detentie teneinde de nakoming van een door de wet voorgeschreven verplichting te verzekeren" is niet van toepassing.

 

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bewaring wordt schriftelijk bevolen door rechterlijke of administratieve instanties. In het bevel tot bewaring worden de feitelijke en juridische gronden vermeld waarop het gebaseerd is.

Bewaring wordt schriftelijk bevolen door rechterlijke instanties. In het bevel tot bewaring worden de feitelijke en juridische gronden vermeld waarop het gebaseerd is en wordt verwezen naar de overwogen beschikbare alternatieven en de redenen waarom deze niet doeltreffend konden worden toegepast.

Or. en

Motivering

Aangezien het ontwerpverslag amendementen bevat op de recent voorgestelde tekst inzake meldingsplicht waarin het nemen van de relevante besluiten uitsluitend wordt neergelegd bij de gerechtelijke autoriteiten, is het noodzakelijk om eveneens het deel van de tekst te wijzigen dat betrekking heeft op de soorten besluiten waarmee bewaring kan worden opgelegd en waartoe, als meest beperkende maatregel ten aanzien van iemands bewegingsvrijheid, eveneens, a fortiori, uitsluitend kan worden besloten door gerechtelijke autoriteiten. Anders wordt de interne logica van de tekst verstoord. Deze motivering is om dezelfde reden eveneens van toepassing op de amendementen 33, 34 en 35.

 

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de bewaring wordt bevolen door een administratieve instantie, zorgen de lidstaten er ambtshalve of op verzoek van de verzoeker voor dat de rechtmatigheid van de bewaring door de rechter met spoed wordt getoetst. Indien de rechtmatigheid van de bewaring ambtshalve wordt getoetst, wordt het besluit daartoe zo spoedig mogelijk bij aanvang van de bewaring genomen. Indien de verzoeker om toetsing verzoekt, wordt het besluit tot toetsing van de rechtmatigheid zo spoedig mogelijk na de aanvang van de betrokken procedures genomen. Te dien einde stellen de lidstaten in hun nationale recht een termijn vast binnen welke de rechterlijke toetsing ambtshalve en/of de rechterlijke toetsing op verzoek van de verzoeker moet worden uitgevoerd.

Schrappen

Indien de toetsing ertoe leidt dat de bewaring als niet rechtmatig beoordeeld wordt, wordt de betrokken verzoeker onmiddellijk vrijgelaten.

 

Or. en

 

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bewaring wordt, op verzoek van de verzoeker en/of ambtshalve, met redelijke tussenpozen door een rechterlijke instantie opnieuw bezien, in het bijzonder wanneer het om een bewaring van langere duur gaat of wanneer zich nieuwe omstandigheden voordoen of nieuwe informatie beschikbaar komt die van invloed kunnen zijn op de rechtmatigheid van de bewaring.

De bewaring wordt, op verzoek van de verzoeker en/of ambtshalve, met redelijke tussenpozen door een rechterlijke instantie opnieuw bezien, in het bijzonder wanneer het om een bewaring van langere duur gaat of wanneer zich nieuwe omstandigheden voordoen of nieuwe informatie beschikbaar komt die van invloed kunnen zijn op de rechtmatigheid van de bewaring. Indien de toetsing ertoe leidt dat de bewaring als niet rechtmatig beoordeeld wordt, wordt de betrokken verzoeker onmiddellijk vrijgelaten.

Or. en

 

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 6 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij de in lid 3 bedoelde rechterlijke toetsing van het bevel tot bewaring zorgen de lidstaten ervoor dat verzoekers toegang hebben tot gratis rechtsbijstand en vertegenwoordiging. Dit omvat ten minste de voorbereiding van de vereiste proceduredocumenten en het verschijnen voor de rechterlijke instantie namens de verzoeker.

Bij de in lid 5 bedoelde rechterlijke toetsing van het bevel tot bewaring zorgen de lidstaten ervoor dat verzoekers toegang hebben tot gratis rechtsbijstand en vertegenwoordiging. Dit omvat ten minste de voorbereiding van de vereiste proceduredocumenten en het verschijnen voor de rechterlijke instantie namens de verzoeker.

Or. en

 

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat verzoekers ten laatste zes maanden na de datum waarop het verzoek om internationale bescherming is ingediend, toegang hebben tot de arbeidsmarkt, indien de bevoegde instantie geen administratieve beslissing heeft genomen en de vertraging niet aan de verzoeker is te wijten.

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat verzoekers vanaf de datum waarop het verzoek om internationale bescherming is ingediend toegang hebben tot de arbeidsmarkt.

Or. en

 

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 2 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Om redenen van arbeidsmarktbeleid kunnen de lidstaten verifiëren of een vacature kan worden vervuld door een onderdaan van de betrokken lidstaat of door een andere burger van de Unie , of door een onderdaan van een derde land die legaal in die lidstaat verblijft .

Schrappen

Or. en

 

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 15 bis

 

Taalcursussen

 

De lidstaten zorgen ervoor dat verzoekers vanaf de datum waarop het verzoek om internationale bescherming is ingediend daadwerkelijk en kosteloos toegang hebben tot taalcursussen. De lidstaten kunnen van de verzoekers evenwel een bijdrage verlangen voor het totaal of een deel van deze kosten overeenkomstig de in artikel 16, leden 4 en 5, opgenomen voorwaarden.

Or. en

Motivering

De rapporteur is van mening dat de zelfredzaamheid van verzoekers en hun integratievooruitzichten in het gastland daadwerkelijk zullen toenemen wanneer zij vanaf het moment waarop zij hun verzoek om internationale bescherming indienen toegang hebben tot taalcursussen. Taalvaardigheden zijn onontbeerlijk als instrument om onmiddellijke toegang tot de arbeidsmarkt van verzoekers mogelijk te maken, hun materiële opvangvoorzieningen te verbeteren en secundaire bewegingen tegen te gaan, hetgeen een doelstelling van het Commissievoorstel is. De lidstaten moeten er daarom voor zorgen dat alle verzoekers vanaf de datum waarop hun verzoek is ingediend toegang hebben tot taalcursussen.

 

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – lid 1 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Indien huisvesting in natura wordt verstrekt, biedt deze een passende levensstandaard en neemt deze één van de volgende vormen of een combinatie daarvan aan:

1.   Indien huisvesting in natura wordt verstrekt, biedt deze een passende levensstandaard, zodat zij geschikt is voor verzoekers, waarbij rekening wordt gehouden met hun specifieke situatie en behoeften gedurende de gehele aanvraagprocedure teneinde onnodige verhuizingen tussen verschillende opvangplaatsen te voorkomen, en neemt deze één van de volgende vormen of een combinatie daarvan aan:

Or. en

 

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   De lidstaten houden rekening met gender- en leeftijdspecifieke problemen en met de situatie van verzoekers met bijzondere opvangbehoeften bij de verstrekking van materiële opvangvoorzieningen .

3.   De lidstaten houden rekening met gender- en leeftijdspecifieke problemen en met de situatie van verzoekers met bijzondere opvangbehoeften bij de verstrekking van materiële opvangvoorzieningen . Naast leeftijd en gender houden de lidstaten eveneens rekening met diversiteit (leeftijds-, gender- en diversiteitsbenadering).

Or. en

Motivering

Om te waarborgen dat de mondiale leeftijds-, gender- en diversiteitsbenadering van de UNHCR wordt gevolgd, voegt de rapporteur diversiteit toe. Zie voor meer informatie: https://emergency.unhcr.org/entry/51771/age-gender-and-diversity-agd

 

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   De lidstaten treffen passende maatregelen om geweldpleging en gendergerelateerd geweld, met inbegrip van aanranding en seksuele intimidatie te voorkomen , wanneer huisvesting wordt geboden .

4.   De lidstaten treffen passende maatregelen om geweldpleging en gendergerelateerd geweld, met inbegrip van aanranding en seksuele intimidatie, evenals alle vormen van geweld dat gepleegd wordt op grond van vooroordelen en discriminatie in verband met de persoonlijke kenmerken van het slachtoffer als bedoeld in artikel 22, lid 3, van Richtlijn 2012/29/EU van het Europees Parlement en de Raad1bis te voorkomen, wanneer huisvesting wordt geboden.

 

1bis Richtlijn 2012/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/220/JBZ van de Raad (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 57).

Or. en

 

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – lid 9 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze afwijkende voorzieningen moeten in alle omstandigheden de toegang tot medische hulp overeenkomstig artikel 18 en een waardige levensstandaard voor alle verzoekers waarborgen .

Deze afwijkende voorzieningen moeten in alle omstandigheden de volledige toegang tot medische hulp overeenkomstig artikel 18 en een waardige levensstandaard voor alle verzoekers waarborgen, waarbij hun veiligheid wordt gegarandeerd en bijzondere opvangbehoeften worden vastgesteld, geregistreerd en vervuld.

Or. en

 

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 17 bis

Schrappen

Opvangvoorzieningen in een andere lidstaat dan die waar de verzoeker geacht wordt zich te bevinden

 

1.   Een verzoeker heeft geen recht op de in de artikelen 14 tot en met 17 vermelde opvangvoorzieningen in een andere lidstaat dan die waar hij geacht wordt zich te bevinden uit hoofde van Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening].

 

2.   De lidstaten waarborgen een waardige levensstandaard voor alle verzoekers.

 

3.   In afwachting van de overbrenging van een minderjarige naar de verantwoordelijke lidstaat overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] bieden de lidstaten hem toegang tot geschikte educatieve activiteiten.

 

Or. en

Motivering

Niet relevant, aangezien een onderscheid tussen opvangvoorzieningen en een waardige behandeling niet nodig is.

Een minderjarige moet altijd volledige toegang tot onderwijs krijgen. Het is niet duidelijk wat "geschikte" in deze context betekent.

 

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – lid 1 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Ten aanzien van verzoekers die krachtens Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] geacht worden zich op hun grondgebied te bevinden, kunnen de lidstaten in de in lid 2 omschreven situaties :

1.   Ten aanzien van verzoekers kunnen de lidstaten in de in lid 2 omschreven situaties en op grond van een besluit van de rechterlijke instanties:

Or. en

 

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – lid 2 – alinea 1 – letter g

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)   niet heeft voldaan aan de verplichting van artikel [4, lid 1] van Verordening (EU) XXX/XXX [Dublinverordening] en zich zonder passende verantwoording naar een andere lidstaat heeft begeven en daar een verzoek heeft gedaan; of

Schrappen

Or. en

 

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – lid 2 – alinea 1 – letter h

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  is teruggezonden nadat hij is ondergedoken en naar een andere lidstaat is vertrokken.

Schrappen

Or. en

Motivering

Er zijn reeds bepalingen inzake de beperking van de bewegingsvrijheid na onderduiken en het niet verzoeken om internationale bescherming in de verantwoordelijke lidstaat.

 

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 21 – lid 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)   verzoekers ter nadere beoordeling van hun psychologische en fysieke toestand doorverwijzen naar een arts of psycholoog, indien er aanwijzingen zijn dat een verzoeker wellicht slachtoffer is van foltering, verkrachting of een andere ernstige vorm van psychologisch, fysiek of seksueel geweld en dat dit van invloed kan zijn op de opvangbehoeften van de verzoeker; en

c)   verzoekers ter nadere beoordeling van hun psychologische en fysieke toestand doorverwijzen naar een arts of psycholoog, indien er aanwijzingen zijn dat een verzoeker wellicht slachtoffer is van foltering, verkrachting of een andere ernstige vorm van psychologisch, fysiek, door vooroordelen ingegeven, seksueel en gendergerelateerd geweld en dat dit van invloed kan zijn op de opvangbehoeften van de verzoeker; en

Or. en

 

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 24 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat personen die gendergerelateerd geweld, foltering, verkrachting of andere ernstige vormen van geweld hebben ondergaan, voor hun daardoor veroorzaakte letsel de vereiste behandeling ontvangen, met name door hen toegang te geven tot passende medische en psychische behandeling en verzorging te verlenen.

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat personen die seksueel en gendergerelateerd geweld, andere vormen van door vooroordelen ingegeven geweld, foltering, verkrachting of andere ernstige vormen van geweld hebben ondergaan, voor hun daardoor veroorzaakte letsel de vereiste behandeling ontvangen, met name door hen toegang te geven tot passende medische en psychische behandeling en verzorging te verlenen.

Or. en

 

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   De lidstaten treffen passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de autoriteiten en andere organisaties die deze richtlijn uitvoeren, de nodige opleiding hebben ontvangen met betrekking tot de behoeften van zowel mannelijke als vrouwelijke verzoekers. De lidstaten integreren daartoe het door het Asielagentschap van de Europese Unie ontwikkelde asielcurriculum in de opleiding van hun personeel, overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake het asielagentschap van de Europese Unie].

1.   De lidstaten treffen passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de autoriteiten en andere organisaties die deze richtlijn uitvoeren, de nodige opleiding hebben ontvangen met betrekking tot de behoeften van zowel mannelijke als vrouwelijke verzoekers. De lidstaten integreren daartoe het door het Asielagentschap van de Europese Unie ontwikkelde asielcurriculum in de opleiding van hun personeel, overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake het asielagentschap van de Europese Unie], waarbij het belang wordt onderstreept van actieve vaststelling van bijzondere opvangbehoeften (leeftijds-, gender- en diversiteitsbenadering) en van deugdelijke preventie- en responsactiviteiten met betrekking tot seksueel en gendergerelateerd geweld en door vooroordelen ingegeven geweld vanaf de datum waarop het verzoek om internationale bescherming is ingediend.

Or. en

 

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 30 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uiterlijk op [drie jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn] , en vervolgens om de vijf jaar, brengt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de toepassing van deze richtlijn en stelt zij, in voorkomend geval, de noodzakelijke wijzigingen voor.

Uiterlijk op [een jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn] , en vervolgens om de vijf jaar, brengt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de toepassing van deze richtlijn en stelt zij, in voorkomend geval, de noodzakelijke wijzigingen voor.

Or. en

 

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 30 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zenden op verzoek van de Commissie uiterlijk op [twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn] de noodzakelijke informatie toe voor de opstelling van dit verslag .

De lidstaten zenden op verzoek van de Commissie uiterlijk op [zes maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] en daarna om de drie jaar de noodzakelijke informatie toe voor de opstelling van dit verslag.

Or. en

 

TOELICHTING

In 2016 heeft de Europese Commissie een voorstel voor de hervorming van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) ingediend dat onder meer behelsde enkele richtlijnen te transformeren in volledig geharmoniseerde verordeningen. Met betrekking tot de opvangvoorzieningen stelde de Commissie een herschikking van de bestaande richtlijn met enige verdere harmonisering voor. De rapporteur aanvaardt de keuze van het rechtsinstrument van de Commissie, maar is van mening dat verdere harmonisering binnen de richtlijn noodzakelijk is.

De belangrijkste elementen van het herschikkingsvoorstel van de Commissie zijn erop gericht het aantal asielzoekers dat de lidstaat die verantwoordelijk is voor hun verzoek verlaat (secundaire bewegingen), te verminderen door strafmaatregelen voor te stellen en de integratie van asielzoekers te vergroten. Het ontwerpverslag van de rapporteur is eveneens gericht op het verminderen van secundaire bewegingen, maar is gebaseerd op stimulansen en niet op strafmaatregelen. Wat integratie betreft stelt de rapporteur voor verzoekers vanaf de dag waarop zij hun verzoek indienen toegang te bieden tot taalcursussen en de arbeidsmarkt, teneinde de zelfredzaamheid van verzoekers en hun integratievooruitzichten in het gastland te vergroten. Een ander belangrijk element van het ontwerpverslag betreft de doelstelling te garanderen dat de grondrechten van asielzoekers worden gewaarborgd en om dit te bewerkstelligen verduidelijkt de rapporteur bepalingen met betrekking tot verzoekers met specifieke behoeften.

Beperking van secundaire bewegingen

De rapporteur staat niet achter de in het Commissievoorstel uiteengezette repressieve benadering, maar deelt wel de mening dat maatregelen moeten worden genomen om asielzoekers te ontmoedigen de lidstaat die verantwoordelijk is voor hun verzoek te verlaten. De rapporteur is van mening dat het bieden van kwalitatief hoogwaardige opvangvoorzieningen, die in de gehele EU hetzelfde niveau moeten hebben, de belangrijkste factor is bij het voorkomen van secundaire bewegingen.

In het ontwerpverslag blijft de mogelijkheid behouden om in bepaalde specifieke gevallen de bewegingsvrijheid te beperken teneinde secundaire bewegingen te voorkomen, maar deze gevallen zijn beperkt en een aantal waarborgen, zoals rechterlijke toetsing, zijn toegevoegd. De rapporteur verduidelijkt de definitie van onderduiken en schrapt de mogelijkheid een lager niveau van opvangvoorzieningen te bieden (waardige levensstandaard). In het ontwerpverslag wordt de inzet van bewaring aanzienlijk beperkt; inbewaringstelling is uitsluitend mogelijk met de hoogst mogelijke waarborgen en onder zeer strikte voorwaarden.

Integratie

De rapporteur is van mening dat de zelfredzaamheid van verzoekers en hun integratievooruitzichten in het gastland daadwerkelijk zullen toenemen wanneer zij vanaf de eerste dag van de procedure toegang hebben tot de arbeidsmarkt en taalcursussen.

De Commissie stelt voor de maximumtermijn voor de toegang van verzoekers tot de arbeidsmarkt te verkorten van negen maanden tot zes maanden. De rapporteur stelt voor onmiddellijke toegang tot de arbeidsmarkt te bieden en schrapt de mogelijkheid om gebruik te maken van arbeidsmarkttoetsen. Het voorstel van de rapporteur zal ertoe leiden dat verzoekers wier verzoek waarschijnlijk zal worden ingewilligd van het begin af aan zelfredzamer zijn, aangezien zij in staat zullen worden gesteld om op doeltreffende wijze te integreren, de lokale taal te leren en bij te dragen aan de samenleving van het gastland.

De rapporteur steunt het voorstel van de Commissie voor gelijke behandeling van asielzoekers en EU-onderdanen wat betreft arbeidsomstandigheden, onderwijs, beroepsopleiding en de erkenning van diploma's. Bovendien stelt de rapporteur voor dat de lidstaten vanaf het begin van de aanvraagprocedure taalcursussen moeten aanbieden om de integratievooruitzichten van verzoekers in de lidstaat waar zij wonen te vergroten.

Om de integratie van en stabiliteit voor verzoekers te verbeteren introduceert de rapporteur de verplichting voor de lidstaten om vanaf het begin passende woonruimte te bieden, teneinde te voorkomen dat verzoekers meerdere malen worden overgeplaatst naar verschillende opvangcentra en centra voor tijdelijke opvang.

Bescherming van de grondrechten

De rapporteur is van mening dat alle asielzoekers gedurende hun aanvraagprocedure veilig moeten zijn en om dit te bereiken is het van groot belang te garanderen dat de grondrechten van alle asielzoekers bij de opvangprocedure worden gewaarborgd. Er zijn extra maatregelen nodig om de grondrechten van verzoekers met bijzondere behoeften te beschermen en de rapporteur verwelkomt de voorstellen van de Commissie inzake specifieke regels voor verzoekers met bijzondere behoeften, die in het ontwerpverslag nader zijn verduidelijkt.

De rapporteur onderstreept dat het van belang is personen met bijzondere opvangbehoeften snel te identificeren en hen gedurende de aanvraagprocedure te volgen, dat personeel moet worden opgeleid om personen met bijzondere opvangbehoeften te herkennen en dat er gezorgd moet worden voor kindvriendelijke opvangomstandigheden, alsook voor volledige toegang tot de noodzakelijke gezondheidszorg, met inbegrip van diensten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en geestelijke gezondheidszorg.

In het voorstel van de rapporteur wordt voorts met klem gewezen op de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van het internationaal recht, de gemeenschappelijke waarden van de EU als verankerd in artikel 2 VEU en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind en het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Verdrag van Istanbul), teneinde bij het verstrekken van opvang seksueel en gendergebaseerd geweld, evenals alle andere vormen van haatmisdrijven, te bestrijden en te voorkomen.

 

[1] Nog niet in het Publicatieblad verschenen.
[2] PB C .../Nog niet in het Publicatieblad verschenen.
[3] PB C 77 van 28.3.2002, blz. 1.