Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
12.5.2017
***I
ONTWERPVERSLAG
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie en tot intrekking van Richtlijn 2013/32/EU
( COM(2016)0467 – C8-0321/2016 – 2016/0224(COD) )
Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
Rapporteur: Laura Ferrara
PR_COD_1amCom
Verklaring van de gebruikte tekens |
* Raadplegingsprocedure *** Goedkeuringsprocedure ***I Gewone wetgevingsprocedure (eerste lezing) ***II Gewone wetgevingsprocedure (tweede lezing) ***III Gewone wetgevingsprocedure (derde lezing)
(De aangeduide procedure is gebaseerd op de in de ontwerptekst voorgestelde rechtsgrond.)
|
Amendementen op een ontwerphandeling |
Amendementen van het Parlement in twee kolommen
Geschrapte tekstdelen worden in de linkerkolom in vet cursief aangegeven. Vervangen tekstdelen worden in beide kolommen in vet cursief aangegeven. Nieuwe tekst wordt in de rechterkolom in vet cursief aangegeven.
In de eerste en tweede regel van de koptekst boven elk amendement wordt verwezen naar het tekstdeel in kwestie van de ontwerphandeling. Indien een amendement betrekking heeft op een bestaande handeling, waarop in de ontwerphandeling wijzigingen worden voorgesteld, bevat de koptekst bovendien een derde en vierde regel, die verwijzen naar de bestaande handeling respectievelijk naar de bepaling in kwestie.
Amendementen van het Parlement in de vorm van een geconsolideerde tekst
Nieuwe tekstdelen worden in vet cursief aangegeven. Geschrapte tekstdelen worden aangegeven met het symbool ▌of worden doorgestreept. Waar tekstdelen vervangen worden, wordt de nieuwe tekst in vet cursief aangegeven, terwijl de vervangen tekst wordt geschrapt of doorgestreept. Bij wijze van uitzondering worden zuiver technische wijzigingen die de diensten aanbrengen met het oog op de opstelling van de definitieve tekst, niet gemarkeerd.
|
INHOUD
Blz.
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT 5
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie en tot intrekking van Richtlijn 2013/32/EU
( COM(2016)0467 – C8-0321/2016 – 2016/0224(COD) )
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad ( COM(2016)0467 ),
– gezien artikel 294, lid 2, en artikel 78, lid 2, onder d), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0321/2016),
– gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door de Tsjechische Senaat, de Italiaanse Senaat en de Roemeense Kamer van Afgevaardigden, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,
– gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 14 december 2016[1],
– gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 8 februari 2017[2],
– gezien artikel 59 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken ( A8-0000/2017 ),
1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) De verzoeker moet daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om alle relevante elementen waarover hij beschikt, aan de beslissingsautoriteit uiteen te zetten. De verzoeker moet daarom het recht hebben, behoudens beperkte uitzonderingen, op een persoonlijk onderhoud over de ontvankelijkheid of over de gegrondheid van zijn verzoek, naar gelang. Het recht op een persoonlijk onderhoud kan slechts daadwerkelijk worden uitgeoefend, indien de verzoeker door een tolk wordt bijgestaan en in de gelegenheid wordt gesteld om de gronden voor zijn verzoek uitvoerig toe te lichten. De verzoeker moet voldoende tijd voor voorbereiding en overleg met zijn juridisch adviseur of raadsman worden geboden, en mag tijdens het onderhoud door de juridisch adviseur of raadsman worden bijgestaan. Het persoonlijke onderhoud moet plaatsvinden in zodanige omstandigheden dat een passende geheimhouding wordt gewaarborgd, en worden gevoerd door op passende wijze opgeleid en bevoegd personeel, onder meer, zo nodig, personeel van autoriteiten van andere lidstaten of deskundigen van het Asielagentschap van de Europese Unie. Er kan enkel van een persoonlijk onderhoud worden afgezien indien de beslissingsautoriteit een positieve beslissing over het verzoek gaat nemen of van oordeel is dat de verzoeker niet persoonlijk gehoord kan worden als gevolg van aanhoudende omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. Omdat het persoonlijke onderhoud een wezenlijk onderdeel van de behandeling van het verzoek vormt, moet het onderhoud worden opgenomen en moeten de verzoekers en hun juridische adviseurs toegang krijgen tot de opname, alsook tot het verslag of de transcriptie van het onderhoud, voordat de beslissingsautoriteit beslist of, in het geval van een versnelde behandelingsprocedure, op hetzelfde tijdstip waarop wordt beslist. | (13) De verzoeker moet daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld om alle relevante elementen waarover hij beschikt, aan de beslissingsautoriteit uiteen te zetten. De verzoeker moet daarom het recht hebben, behoudens beperkte uitzonderingen, op een persoonlijk onderhoud over de ontvankelijkheid of over de gegrondheid van zijn verzoek, naar gelang. Het recht op een persoonlijk onderhoud kan slechts daadwerkelijk worden uitgeoefend, indien de verzoeker door een tolk en waar mogelijk en nodig door een cultureel bemiddelaar wordt bijgestaan en in de gelegenheid wordt gesteld om de gronden voor zijn verzoek uitvoerig toe te lichten. De verzoeker moet voldoende tijd voor voorbereiding en overleg met zijn juridisch adviseur of raadsman worden geboden, en mag tijdens het onderhoud door de juridisch adviseur of raadsman worden bijgestaan. Het persoonlijke onderhoud moet plaatsvinden in zodanige omstandigheden dat een passende geheimhouding wordt gewaarborgd, en worden gevoerd door op passende wijze opgeleid en bevoegd personeel, onder meer, zo nodig, personeel van autoriteiten van andere lidstaten of deskundigen van het Asielagentschap van de Europese Unie. Er kan enkel van een persoonlijk onderhoud worden afgezien indien de beslissingsautoriteit een positieve beslissing over het verzoek gaat nemen of van oordeel is dat de verzoeker niet persoonlijk gehoord kan worden als gevolg van aanhoudende omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. Omdat het persoonlijke onderhoud een wezenlijk onderdeel van de behandeling van het verzoek vormt, moet het onderhoud worden opgenomen en moeten de verzoekers en hun juridische adviseurs toegang krijgen tot de opname, alsook tot het verslag van het onderhoud, voordat de beslissingsautoriteit beslist. Als de verzoeker er één is die bijzondere procedurele waarborgen behoeft overeenkomstig de artikelen 19 t/m 22, moet hij de mogelijkheid hebben informatie hierover te verstrekken binnen een redelijke termijn na het persoonlijk onderhoud. |
Or. it
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) Het is zowel in het belang van de lidstaten als van de verzoekers om te garanderen dat behoeften aan internationale bescherming al in de fase van de administratieve procedure correct worden erkend door kwalitatief hoogwaardige informatie en juridische ondersteuning die tot efficiëntere en betere beslissingen leidt. Toegang tot rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten daarom een integraal onderdeel vormen van de gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming. Om de rechten van de verzoeker doeltreffend te beschermen, in het bijzonder het recht van verdediging en het billijkheidsbeginsel, en ten behoeve van de proceseconomie, moeten de verzoekers, op hun verzoek en onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden, kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging krijgen tijdens de administratieve procedure en in de beroepsprocedure. De kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten worden geboden door personen die daartoe krachtens het nationale recht bevoegd zijn. | (14) Het is zowel in het belang van de lidstaten als van de verzoekers om te garanderen dat behoeften aan internationale bescherming al in de fase van de administratieve procedure correct worden erkend door kwalitatief hoogwaardige informatie en juridische ondersteuning die tot efficiëntere en betere beslissingen leidt. Toegang tot rechtsbijstand en vertegenwoordiging moeten daarom een integraal onderdeel vormen van de gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming. Om de rechten van de verzoeker doeltreffend te beschermen, in het bijzonder het recht van verdediging en het billijkheidsbeginsel, en ten behoeve van de proceseconomie, moeten de verzoekers, op hun verzoek en onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden, kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging krijgen tijdens de administratieve procedure en in de beroepsprocedure. De kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging worden geboden zodra de verzoeker de wens te kennen heeft gegeven om om bescherming te verzoeken en moeten worden geboden door personen die daartoe krachtens het nationale recht bevoegd zijn. |
Or. it
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(17) Voor verzoekers van wie is vastgesteld dat zij bijzondere procedurele waarborgen behoeven, moet worden voorzien in passende steun, met inbegrip van voldoende tijd, om de nodige voorwaarden tot stand te brengen waaronder zij daadwerkelijk toegang hebben tot procedures en de elementen ter staving van hun verzoek om internationale bescherming kunnen uiteenzetten. Indien het in het kader van een versnelde behandelingsprocedure of een grensprocedure niet mogelijk is om passende steun te verlenen, moet een verzoeker die bijzondere procedurele waarborgen behoeft, van die procedures worden vrijgesteld. In het geval van een behoefte aan bijzondere procedurele waarborgen die gezien hun aard een beletsel voor de toepassing van een versnelde procedure of een grensprocedure kunnen vormen, moet dat ook te betekenen dat de verzoeker aanvullende waarborgen krijgt in gevallen waarin zjn beroep niet automatisch een schorsende werking heeft, teneinde de voorziening in rechte in de specifieke omstandigheden van de verzoeker doeltreffend te maken. | (17) Voor verzoekers van wie is vastgesteld dat zij bijzondere procedurele waarborgen behoeven, moet worden voorzien in passende steun, met inbegrip van voldoende tijd, om de nodige voorwaarden tot stand te brengen waaronder zij daadwerkelijk toegang hebben tot procedures en de elementen ter staving van hun verzoek om internationale bescherming kunnen uiteenzetten. Indien het in het kader van een versnelde behandelingsprocedure of een grensprocedure niet mogelijk is om passende steun te verlenen, moet een verzoeker die bijzondere procedurele waarborgen behoeft, van die procedures worden vrijgesteld. Minderjarigen worden steeds van de grensprocedure vrijgesteld. |
Or. it
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 21
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(21) De gemeenschappelijke procedure stroomlijnt de termijnen voor de toegang van een persoon tot de procedure, voor de behandeling van het verzoek door de beslissingsautoriteit alsook voor de behandeling van beroepen in eerste instantie door rechterlijke instanties. Omdat het risico bestaat dat de toegang tot de procedure en de behandeling van verzoeken door een onevenredig aantal gelijktijdige verzoeken vertraging oplopen, kan er soms behoefte zijn aan flexibiliteit om die termijnen uitzonderlijk te verlengen. Om een doeltreffende procesbeheersing te garanderen, moet een verlenging van die termijnen echter een laatste redmiddel zijn, aangezien de lidstaten regelmatig hun behoeften moeten inventariseren om een efficiënt asielstelsel in stand te houden, onder meer door zo nodig noodplannen op te stellen, en aangezien het Asielagentschap van de Europese Unie de lidstaten de nodige operationele en technische bijstand moet bieden. Indien de lidstaten voorzien dat zij niet in staat zijn om de vastgestelde termijnen in acht te nemen, moeten zij het Asielagentschap van de Europese Unie om bijstand verzoeken. Indien dat verzoek niet wordt gedaan en het asielstelsel in een lidstaat vanwege de onevenredige druk dermate onwerkzaam wordt dat de werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel in het gedrang komt, kan het Agentschap, op basis van een uitvoeringsbesluit van de Commissie, maatregelen ter ondersteuning van die lidstaat nemen. | (21) De gemeenschappelijke procedure stroomlijnt de termijnen voor de toegang van een persoon tot de procedure, voor de behandeling van het verzoek door de beslissingsautoriteit alsook voor de behandeling van beroepen in eerste instantie door rechterlijke instanties. Omdat het risico bestaat dat de toegang tot de procedure en de behandeling van verzoeken door een onevenredig aantal gelijktijdige verzoeken vertraging oplopen, kan er soms behoefte zijn aan flexibiliteit om die termijnen uitzonderlijk te verlengen. Om een doeltreffende procesbeheersing te garanderen, moet een verlenging van die termijnen echter een laatste redmiddel zijn, aangezien de lidstaten regelmatig hun behoeften moeten inventariseren om een efficiënt asielstelsel in stand te houden, onder meer door zo nodig noodplannen op te stellen, en aangezien het Asielagentschap van de Europese Unie de lidstaten de nodige operationele en technische bijstand moet bieden. Indien de lidstaten voorzien dat zij niet in staat zijn om de vastgestelde termijnen in acht te nemen, moeten zij het Asielagentschap van de Europese Unie om bijstand verzoeken. |
Or. it
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(25) De verzoeker moet tijdig terdege worden geïnformeerd over zijn rechten en verplichtingen in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs mag worden geacht te begrijpen. Als de verzoeker, bijvoorbeeld, weigert mee te werken met de nationale autoriteiten door de voor de behandeling van zijn verzoek vereiste gegevens voor te leggen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet af te staan, of nalaat zijn verzoek binnen de vastgestelde termijn in te dienen, kan het verzoek worden afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien; daarom is het noodzakelijk dat de verzoeker wordt geïnformeerd over de gevolgen van de niet-nakoming van die verplichtingen. | (25) De verzoeker moet tijdig terdege, op beknopte, gemakkelijk begrijpelijke wijze, in duidelijke, eenvoudige taal en in een taal die hij begrijpt, worden geïnformeerd over zijn rechten en verplichtingen. De verzoeker moet worden geïnformeerd over de gevolgen van de niet-nakoming van zijn verplichtingen. |
Or. it
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 26
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(26) Om hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening te kunnen nakomen, moet het personeel van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken, op het gebied van internationale bescherming een adequate kennis hebben of de nodige opleiding hebben gekregen, onder meer met de steun van het Asielagentschap van de Europese Unie. Zij moeten ook adequate middelen en instructies krijgen om hun taken doeltreffend uit te voeren. | (Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Or. it
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 27
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(27) Om de toegang tot de procedure aan grensdoorlaatposten en in detentiecentra te vergemakkelijken, moet informatie ter beschikking worden gesteld over de mogelijkheid om om internationale bescherming te verzoeken. Via tolkdiensten moet worden gezorgd voor de elementaire communicatie die noodzakelijk is voor de bevoegde instanties om te kunnen begrijpen of personen de wens uitdrukken om internationale bescherming te ontvangen. | (27) Om de toegang tot de procedure aan grensdoorlaatposten en in detentiecentra te vergemakkelijken, moet informatie ter beschikking worden gesteld over de mogelijkheid om om internationale bescherming te verzoeken. Via tolkdiensten moet worden gezorgd voor de elementaire communicatie die noodzakelijk is voor de bevoegde instanties om te kunnen begrijpen of personen de wens uitdrukken om internationale bescherming te ontvangen. Het personeel dat tolkdiensten verstrekt, moet een adequate kennis hebben of de nodige opleiding hebben gekregen op het gebied van internationale bescherming. |
Or. it
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(29) Om ervoor te zorgen dat niet-begeleide minderjarigen daadwerkelijk toegang tot de procedure hebben, moet er voor hen altijd een voogd worden aangesteld. De voogd moet een persoon zijn of een vertegenwoordiger van een organisatie die is aangewezen om de niet-begeleide minderjarige bij te staan en door de procedure te leiden teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen. Zo nodig moet de voogd in rechte optreden ten behoeve van de minderjarige. Om de niet-begeleide minderjarigen doeltreffende steun te verlenen, mogen voogden niet voor een onevenredig aantal niet-begeleide minderjarigen tegelijkertijd worden aangesteld. De lidstaten moeten entiteiten of personen benoemen die de voogden ondersteunen bij de uitvoering van hun taken, en verantwoordelijk zijn voor het toezicht op en de monitoring van de uitvoering van hun taken. Een niet-begeleide minderjarige moet een verzoek indienen in eigen naam of via de voogd. Om de rechten en procedurele waarborgen van een niet-begeleide minderjarige te vrijwaren, moet de termijn waarbinnen hij een verzoek moet indienen, beginnen te lopen vanaf het tijdstip waarop zijn voogd is aangesteld en zij elkaar ontmoeten. Indien de voogd het verzoek niet binnen de vastgestelde termijn indient, moet de niet-begeleide minderjarige in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek in eigen naam in te dienen met de bijstand van de beslissingsautoriteit. Het feit dat een niet-begeleide minderjarige ervoor kiest om een verzoek in eigen naam in te dienen, mag niet uitsluiten dat voor hem een voogd wordt aangesteld. | (29) Om ervoor te zorgen dat niet-begeleide minderjarigen daadwerkelijk toegang tot de procedure hebben, moet er voor hen altijd een voogd worden aangesteld. De voogd moet een persoon zijn of een vertegenwoordiger van een organisatie die is aangewezen om de niet-begeleide minderjarige bij te staan en door de procedure te leiden teneinde het belang en het algemeen welzijn van het kind te waarborgen. Zo nodig moet de voogd in rechte optreden ten behoeve van de minderjarige. Om de niet-begeleide minderjarigen doeltreffende steun te verlenen, mogen voogden niet voor een onevenredig aantal niet-begeleide minderjarigen tegelijkertijd worden aangesteld en in geen geval voor meer dan twintig. De lidstaten moeten entiteiten of personen benoemen die de voogden ondersteunen bij de uitvoering van hun taken, en verantwoordelijk zijn voor het toezicht op en de monitoring van de uitvoering van hun taken. Een niet-begeleide minderjarige moet een verzoek indienen in eigen naam of via de voogd. Om de rechten en procedurele waarborgen van een niet-begeleide minderjarige te vrijwaren, moet de termijn waarbinnen hij een verzoek moet indienen, beginnen te lopen vanaf het tijdstip waarop zijn voogd is aangesteld en zij elkaar ontmoeten. Indien de voogd het verzoek niet binnen de vastgestelde termijn indient, moet de niet-begeleide minderjarige in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek in eigen naam in te dienen met de bijstand van de beslissingsautoriteit. Het feit dat een niet-begeleide minderjarige ervoor kiest om een verzoek in eigen naam in te dienen, mag niet uitsluiten dat voor hem een voogd wordt aangesteld. |
Or. it
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 30
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(30) Om de rechten van de verzoekers te waarborgen, moeten alle beslissingen over verzoeken om internationale bescherming worden genomen op basis van de feiten, op objectieve en onpartijdige wijze en op individuele basis na een grondige behandeling waarbij rekening wordt gehouden met alle door de verzoeker verstrekte gegevens en de individuele omstandigheden van de verzoeker. Om een zorgvuldige behandeling van een verzoek te garanderen, moet de beslissingsautoriteit rekening houden met relevante, precieze en actuele informatie over de situatie in het land van herkomst van de verzoeker die bij het Asielagentschap van de Europese Unie en andere bronnen zoals de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen is ingewonnen. De beslissingsautoriteit moet ook rekening houden met alle relevante gemeenschappelijke analyses van informatie over het land van herkomst die door het Asielagentschap van de Europese Unie zijn opgesteld. Een uitstel van het afronden van de procedure moet volledig in overeenstemming zijn met de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) en met het recht op behoorlijk bestuur, onverminderd de efficiëntie en de billijkheid van de procedure uit hoofde van deze verordening. | (30) Om de rechten van de verzoekers te waarborgen, moeten alle beslissingen over verzoeken om internationale bescherming worden genomen op basis van de feiten, op objectieve en onpartijdige wijze en op individuele basis na een grondige behandeling waarbij rekening wordt gehouden met alle door de verzoeker verstrekte gegevens en de individuele omstandigheden van de verzoeker. Om een zorgvuldige behandeling van een verzoek te garanderen, moet de beslissingsautoriteit rekening houden met relevante, precieze en actuele informatie over de situatie in het land van herkomst van de verzoeker die bij het Asielagentschap van de Europese Unie en andere bronnen zoals de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen en andere gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties is ingewonnen. De beslissingsautoriteit moet ook rekening houden met alle relevante gemeenschappelijke analyses van informatie over het land van herkomst die door het Asielagentschap van de Europese Unie zijn opgesteld. Een uitstel van het afronden van de procedure moet volledig in overeenstemming zijn met de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) en met het recht op behoorlijk bestuur, onverminderd de efficiëntie en de billijkheid van de procedure uit hoofde van deze verordening. |
Or. it
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 33
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(33) Onverminderd het gegeven dat een verzoek om internationale bescherming adequaat en volledig moet worden behandeld, is het in het belang van zowel de lidstaten als de verzoekers dat een beslissing zo snel mogelijk wordt genomen. Er moeten maximumtermijnen voor de duur van de administratieve procedure alsook voor het beroep in eerste instantie worden vastgesteld om de procedure voor internationale bescherming te stroomlijnen. Op die manier moeten verzoekers in alle lidstaten een beslissing over hun verzoek kunnen ontvangen binnen de kortst mogelijke termijn, waardoor een snelle en efficiënte procedure wordt gewaarborgd. | (33) Onverminderd het gegeven dat een verzoek om internationale bescherming adequaat en volledig moet worden behandeld, is het in het belang van zowel de lidstaten als de verzoekers dat een beslissing zo snel mogelijk wordt genomen. Er moeten maximumtermijnen voor de duur van de administratieve procedure alsook voor het beroep in eerste instantie worden vastgesteld om de procedure voor internationale bescherming te stroomlijnen. Op die manier moeten verzoekers in alle lidstaten een beslissing over hun verzoek kunnen ontvangen binnen de kortst mogelijke termijn, waardoor een snelle en efficiënte procedure wordt gewaarborgd. De stroomlijning van de procedure doet geenszins afbreuk aan een grondig en individueel onderzoek van de inhoud van het verzoek om bescherming. |
Or. it
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 35
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(35) Vóór de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX van het Europees Parlement en de Raad (Dublinverordening)28, moet de eerste lidstaat waar een verzoek is ingediend de ontvankelijkheid van dat verzoek onderzoeken wanneer een land dat geen lidstaat is, als een voor de verzoeker eerste land van asiel of veilig derde land wordt beschouwd. Daarnaast moet een verzoek als niet-ontvankelijk worden beschouwd wanneer het een volgend verzoek is zonder nieuwe relevante elementen of bevindingen of wanneer een afzonderlijk verzoek van een echtgenoot, partner, ten laste komende meerderjarige of minderjarige niet gerechtvaardigd wordt geacht. | Schrappen |
__________________ |
|
28 PB L [...] van [...], blz. [...]. |
|
Or. it
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 36
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(36) Het begrip eerste land van asiel moet worden toegepast als een grond voor niet-ontvankelijkheid indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een ander land bescherming zou toekennen overeenkomstig de materiële normen van het Verdrag van Genève of de verzoeker in dat land voldoende bescherming zou genieten. De lidstaten hoeven met name een verzoek niet ten gronde te behandelen indien een eerste land van asiel de verzoeker de vluchtelingenstatus of anderszins voldoende bescherming heeft verleend. De lidstaten mogen alleen op die basis handelen indien zij zich ervan hebben vergewist, onder meer, zo nodig of waar van toepassing, op basis van garanties die zij van het betrokken derde land hebben ontvangen, dat de verzoeker in dat land bescherming heeft genoten en zal blijven genieten overeenkomstig het Verdrag van Genève, of op andere wijze voldoende bescherming heeft genoten en zal blijven genieten, met name met betrekking tot het recht op legaal verblijf, passende toegang tot de arbeidsmarkt, opvangfaciliteiten, gezondheidszorg en onderwijs, en het recht op gezinshereniging in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen. | (36) De lidstaten kunnen het begrip eerste land van asiel toepassen als een grond voor niet-ontvankelijkheid indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een ander land bescherming zou toekennen overeenkomstig het Verdrag van Genève van 1951. De lidstaten kunnen met name besluiten een verzoek niet ten gronde te behandelen indien een eerste land van asiel de verzoeker de vluchtelingenstatus heeft verleend. De lidstaten mogen alleen op die basis handelen indien zij zich ervan hebben vergewist, onder meer, zo nodig of waar van toepassing, op basis van garanties die zij van het betrokken derde land hebben ontvangen, dat de verzoeker in dat land bescherming heeft genoten en zal blijven genieten overeenkomstig het Verdrag van Genève, met name met betrekking tot het recht op legaal verblijf, passende toegang tot de arbeidsmarkt, opvangfaciliteiten, gezondheidszorg en onderwijs, en het recht op gezinshereniging in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen. |
Or. it
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 37
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(37) Het begrip veilig derde land moet worden toegepast als een grond voor niet-ontvankelijkheid indien redelijkerwijs mag worden verwacht dat de verzoeker, door een band met het derde land, onder meer een land waardoor hij is gereisd, bescherming in dat land zoekt, en er gronden zijn om aan te nemen dat de verzoeker in dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten. De lidstaten mogen alleen op die basis handelen indien zij zich ervan hebben vergewist, onder meer, zo nodig of waar van toepassing, op basis van garanties die zij van het betrokken derde land hebben ontvangen, dat de verzoeker de mogelijkheid zal hebben om bescherming te ontvangen overeenkomstig de materiële normen van het Verdrag van Genève, of voldoende bescherming zal genieten, met name met betrekking tot het recht op legaal verblijf, passende toegang tot de arbeidsmarkt, opvangfaciliteiten, gezondheidszorg en onderwijs, en het recht op gezinshereniging in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen. | (37) De lidstaten kunnen het begrip veilig derde land toepassen als een grond voor niet-ontvankelijkheid indien redelijkerwijs mag worden verwacht dat de verzoeker, door een band met het derde land, bescherming in dat land zoekt, en er gronden zijn om aan te nemen dat de verzoeker in dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten. Het bestaan van deze band mag niet louter worden opgemaakt uit het feit dat de verzoeker door het grondgebied van het land in kwestie is gereisd. De lidstaten mogen alleen op die basis handelen indien zij zich ervan hebben vergewist dat de verzoeker in het derde land de mogelijkheid zal hebben om bescherming te ontvangen overeenkomstig het Verdrag van Genève van 1951. Het concept van veilig derde land mag alleen worden toegepast in geval van landen die het Verdrag van Genève hebben geratificeerd en ten uitvoer gelegd zonder territoriale beperkingen. |
Or. it
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 38
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(38) Een verzoek om internationale bescherming moet ten gronde worden behandeld om te bepalen of een verzoeker in aanmerking komt voor internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). Een verzoek hoeft niet ten gronde te worden behandeld indien het overeenkomstig deze verordening niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Indien uit een voorlopige beoordeling blijkt dat een verzoek kan worden afgewezen als kennelijk ongegrond, mag het echter op die grond worden afgewezen zonder de ontvankelijkheid ervan te onderzoeken. | (38) Een verzoek om internationale bescherming moet ten gronde worden behandeld om te bepalen of een verzoeker in aanmerking komt voor internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). Een verzoek hoeft niet ten gronde te worden behandeld indien het overeenkomstig deze verordening niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Indien uit een voorlopige beoordeling blijkt dat een verzoek kan worden beschouwd als kennelijk ongegrond en/of gegrond, mag het echter op die gronden worden afgewezen en/of aanvaard zonder de ontvankelijkheid ervan te onderzoeken. |
Or. it
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) De behandeling van een verzoek moet worden versneld en afgerond binnen een termijn van ten hoogste twee maanden in de gevallen waarin het kennelijk ongegrond is omdat het om een oneigenlijk verzoek gaat, onder meer wanneer een verzoeker uit een veilig land van herkomst komt of een verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering te vertragen of te dwarsbomen van een terugkeerbesluit, of wanneer de nationale veiligheid of de openbare orde ernstig in het gedrang komt, indien de verzoeker niet om internationale bescherming verzoekt in de lidstaat van eerste binnenkomst of in de lidstaat waar hij legaal verblijft, of indien een verzoeker van wie het verzoek in behandeling is en die een verzoek in een andere lidstaat heeft gedaan of die zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevindt zonder verblijfsdocument wordt teruggenomen overeenkomstig de Dublinverordening. In het laatste geval mag de behandeling van het verzoek niet worden versneld als de verzoeker gemotiveerde redenen kan aanvoeren voor het verlaten van de andere lidstaat zonder toestemming, voor het doen van een verzoek in een andere lidstaat of voor het feit dat hij anderszins onbeschikbaar was voor de bevoegde autoriteiten, bijvoorbeeld omdat hij niet adequaat en tijdig over zijn verplichtingen was geïnformeerd. Voorts mag voor niet-begeleide minderjarigen slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een versnelde behandelingsprocedure worden toegepast. | (39) De behandeling van een verzoek moet worden versneld en afgerond binnen een termijn van ten hoogste twee maanden in de gevallen waarin het kennelijk ongegrond is omdat het om een oneigenlijk verzoek gaat, onder meer wanneer een verzoeker uit een veilig land van herkomst komt of wanneer de nationale veiligheid of de openbare orde ernstig in het gedrang komt. Voorts mag voor niet-begeleide minderjarigen slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een versnelde behandelingsprocedure worden toegepast. |
Or. it
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 40
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(40) Veel verzoeken om internationale bescherming worden gedaan aan de grens of in een transitzone van een lidstaat voordat een beslissing over de toegang van de verzoeker is genomen. De lidstaten moeten een behandeling van de ontvankelijkheid of een behandeling ten gronde van de zaak kunnen invoeren om aldaar in welbepaalde omstandigheden een beslissing te kunnen nemen over zulke verzoeken. De grensprocedure mag niet langer duren dan vier weken en na die termijn moeten verzoekers toegang krijgen tot het grondgebied van de lidstaat. Alleen wanneer onevenredig grote aantallen verzoekers aan de grenzen of in een transitzone hun verzoeken indienen, mag de grensprocedure ook worden toegepast op plaatsen nabij de grens of de transitzone. Voor niet-begeleide minderjarigen mag slechts binnen de beperkte omstandigheden die in deze verordening zijn vastgesteld, een grensprocedure worden toegepast. | (40) Veel verzoeken om internationale bescherming worden gedaan aan de grens of in een transitzone van een lidstaat voordat een beslissing over de toegang van de verzoeker is genomen. De lidstaten moeten een behandeling van de ontvankelijkheid of een behandeling ten gronde van de zaak kunnen invoeren om aldaar in welbepaalde omstandigheden een beslissing te kunnen nemen over zulke verzoeken. De grensprocedure mag niet langer duren dan vier weken en na die termijn moeten verzoekers toegang krijgen tot het grondgebied van de lidstaat. Alleen wanneer onevenredig grote aantallen verzoekers aan de grenzen of in een transitzone hun verzoeken indienen, mag de grensprocedure ook worden toegepast op plaatsen nabij de grens of de transitzone. Voor minderjarigen mag geen grensprocedure worden toegepast. |
Or. it
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 43
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(43) Indien een verzoeker hetzij uitdrukkelijk uit eigen beweging zijn verzoek intrekt, hetzij de verplichtingen die uit deze verordening, Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Dublinverordening) of Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen) voortvloeien, niet nakomt en daardoor zijn verzoek impliciet intrekt, hoeft het verzoek niet verder te worden behandeld en moet het worden afgewezen als uitdrukkelijk ingetrokken of als een verzoek waarvan is afgezien, en alle verzoeken in de lidstaat door dezelfde verzoeker na die beslissing moeten worden beschouwd als een volgend verzoek. De impliciete intrekking mag echter niet automatisch zijn: de verzoeker moet in de gelegenheid worden gesteld om zich bij de beslissingsautoriteit te melden en aan te tonen dat het verzuim om die verplichtingen na te komen te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. | (43) Indien een verzoeker uitdrukkelijk uit eigen beweging zijn verzoek intrekt, hoeft het verzoek niet verder te worden behandeld en moet het worden afgewezen als uitdrukkelijk ingetrokken of als een verzoek waarvan is afgezien. |
Or. it
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Overweging 43 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (43 bis) De impliciete intrekking mag niet automatisch zijn en mag geen aanleiding geven tot automatische afwijzing van het verzoek, maar moet leiden tot tijdelijke opschorting hiervan. De verzoeker moet de concrete mogelijkheid krejgen om zich bij de beslissingsautoriteit te melden en aan te tonen dat het verzuim om die verplichtingen na te komen te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed heeft. In dit geval wordt het onderzoek van het verzoek hervat. |
Or. it
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Overweging 44
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(44) Indien een verzoeker een volgend verzoek doet zonder nieuwe bewijzen of bevindingen voor te leggen die de kans aanzienlijk groter maken dat hij in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet, of die verband houden met de redenen waarom het eerdere verzoek niet-ontvankelijk is verklaard, mag dat volgend verzoek niet aan een nieuwe volledige behandelingsprocedure worden onderworpen. In die gevallen moeten verzoeken na een voorlopige behandeling als niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond worden afgewezen op grond van het beginsel van het gezag van gewijsde, indien het verzoek zo duidelijk ongegrond of oneerlijk is dat het geen reële kans van slagen heeft. De voorlopige behandeling vindt plaats op grond van schriftelijke opmerkingen en een persoonlijk onderhoud; van het persoonlijke onderhoud kan echter worden afgezien wanneer het op grond van de schriftelijke opmerkingen duidelijk is dat het verzoek niet tot nieuwe relevante elementen of bevindingen leidt of dat het duidelijk ongegrond is en geen reële kans van slagen heeft. In geval van volgende verzoeken kunnen uitzonderingen worden gemaakt op het recht van het individu om op het grondgebied van een lidstaat te blijven nadat een volgend verzoek als niet-ontvankelijk of ongegrond wordt afgewezen, of in het geval van een tweede of later volgende verzoek, zodra een verzoek wordt gedaan in een lidstaat na een definitieve beslissing waarbij een vorig volgend verzoek als niet-ontvankelijk, ongegrond of kennelijk ongegrond is afgewezen. | (44) Indien een verzoeker een volgend verzoek doet zonder bewijzen of bevindingen voor te leggen die nieuw zijn of die verband houden met de redenen waarom het eerdere verzoek niet-ontvankelijk is verklaard, mag dat volgend verzoek niet aan een nieuwe volledige behandelingsprocedure worden onderworpen. In die gevallen moeten verzoeken na een voorlopige behandeling op grond van het beginsel van het gezag van gewijsde worden afgewezen als niet-ontvankelijk of, indien het verzoek duidelijk ongegrond of oneerlijk is, als zijnde kennelijk ongegrond. De voorlopige behandeling vindt plaats op grond van schriftelijke opmerkingen en een persoonlijk onderhoud; van het persoonlijke onderhoud kan echter worden afgezien wanneer het op grond van de schriftelijke opmerkingen duidelijk is dat het verzoek niet tot nieuwe relevante elementen of bevindingen leidt of dat het duidelijk ongegrond is. |
Or. it
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Overweging 45
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(45) Fundamenteel voor de gegrondheid van een verzoek om internationale bescherming is de veiligheid van de verzoeker in zijn land van herkomst. Omdat Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) streeft naar een hoog niveau van convergentie van de normen om onderdanen van derde landen en staatlozen in aanmerking te nemen voor erkenning als personen die internationale bescherming genieten, stelt deze verordening gemeenschappelijke criteria vast om derde landen als veilige landen van herkomst aan te merken; omdat de toepassing van het begrip veilig land van herkomst moet worden versterkt als een wezenlijk instrument om verzoeken die waarschijnlijk ongegrond zijn, sneller te verwerken, stelt deze verordening een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vast. | (45) Fundamenteel voor de gegrondheid van een verzoek om internationale bescherming is de veiligheid van de verzoeker in zijn land van herkomst. Omdat Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) streeft naar een hoog niveau van convergentie van de normen om onderdanen van derde landen en staatlozen in aanmerking te nemen voor erkenning als personen die internationale bescherming genieten, stelt deze verordening gemeenschappelijke criteria vast om derde landen als veilige landen van herkomst aan te merken; omdat de toepassing van het begrip veilig land van herkomst moet worden versterkt als een wezenlijk instrument om verzoeken om internationale bescherming, sneller te verwerken, stelt deze verordening een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst vast. |
Or. it
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Overweging 47
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(47) Wat de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen betreft, voorziet deze verordening in een dergelijke aanmerking. Derde landen moeten op het niveau van de Unie als veilige derde landen worden aangemerkt door middel van een wijziging van deze verordening op basis van de in deze verordening vastgestelde voorwaarden en nadat een gedetailleerde, op feiten gebaseerde beoordeling is uitgevoerd die een inhoudelijk onderzoek en een brede raadpleging van de lidstaten en relevante belanghebbenden omvat. | Schrappen |
Or. it
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Overweging 48
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(48) De vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst en een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige derde landen moet een antwoord bieden op sommige van de bestaande verschillen tussen de nationale lijsten van veilige landen van de lidstaten. Hoewel de lidstaten bevoegd moeten blijven om wetgeving toe te passen of in te voeren die het mogelijk maakt om op nationaal niveau andere derde landen dan die welke op het niveau van de Unie als veilige derde landen zijn aangemerkt, of die welke op de gemeenschappelijke EU-lijst vermeld zijn, als veilige landen van herkomst aan te merken, moet de vaststelling van een dergelijke gemeenschappelijke aanmerking of lijst ervoor zorgen dat het begrip door alle lidstaten op eenvormige wijze wordt toegepast met betrekking tot verzoekers wier landen van herkomst op deze lijst staan of die een band met een veilig derde land hebben. Dit moet een eenvormige toepassing van de procedures vergemakkelijken en daardoor ook secundaire bewegingen van verzoekers om internationale bescherming tegengaan. Daarom moet de mogelijkheid om nationale lijsten of aanmerkingen te gebruiken aflopen binnen een termijn van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening. | (48) De vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst en de definitieve afschaffing van de nationale lijsten van veilige landen van herkomst garanderen dat het begrip door alle lidstaten op eenvormige wijze wordt toegepast met betrekking tot verzoekers wier landen van herkomst op deze lijst staan en kan slechts leiden tot de volledige convergentie van de asielprocedures in de EU, als de procedurefasen en de termijnen worden geharmoniseerd, met name voor versnelde procedures. Daarom moet de mogelijkheid om nationale lijsten of aanmerkingen te gebruiken aflopen binnen een termijn van drie jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening. |
Or. it
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Overweging 48 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (48 bis) Tijdens de overgangsperiode moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de nationale lijsten van veilige landen van herkomst en de gemeenschappelijke EU-lijsten met elkaar overeenkomen. Een land dat van de gemeenschappelijke EU-lijst wordt geschorst of geschrapt, mag op nationaal niveau niet als een veilig land van herkomst worden aangemerkt. |
Or. it
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Overweging 48 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (48 ter) De Commissie moet periodiek de situatie in derde landen onderzoeken en nagaan of de toevoeging van veilige landen van herkomst aan de gemeenschappelijke EU-lijst kan worden voorgesteld, op basis van een reeks informatiebronnen waarover zij beschikt, met name de verslagen van de EDEO en de informatie die wordt verstrekt door de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de UNHCR, de Raad van Europa en andere bevoegde internationale organisaties, alsmede nationale of internationale niet-gouvernementele organisaties. In voorkomend geval moet de Commissie vervolgens een voorstel opstellen om de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst uit te breiden. Ook het Europees Parlement en de Raad moeten de Commissie kunnen verzoeken voorstellen te doen om een land in de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst op te nemen, te schorsen of te schrappen. |
Or. it
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Overweging 48 quater (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (48 quater) Met het oog op de harmonisatie van de nationale lijsten van veilige landen van herkomst in de overgangsperiode van drie jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening, kunnen de lidstaten de Commissie voorstellen toezenden om bepaalde landen aan de gemeenschappelijke lijst van veilige landen van herkomst toe te voegen. De Commissie onderzoekt de voorstellen binnen zes maanden na de indiening ervan, op basis van een reeks informatiebronnen waarover zij beschikt, met name de verslagen van de EDEO en de informatie die wordt verstrekt door de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties, alsmede nationale of internationale niet-gouvernementele organisaties. Als een derde land aan de lijst kan worden toegevoegd, dient de Commissie een voorstel in om de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst uit te breiden. |
Or. it
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Overweging 50
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(50) Bij deze onderbouwde beoordeling moet de Commissie rekening houden met een reeks beschikbare informatiebronnen, waaronder met name de jaarlijkse voortgangsverslagen van de Commissie voor derde landen die door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat zijn aangewezen, regelmatige verslagen van de Europese Dienst voor extern optreden en de informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties. De Commissie moet de schorsing van de aanmerking op het niveau van de Unie van een derde land als veilig derde land of de vermelding een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst met een termijn van zes maanden kunnen verlengen, met een mogelijkheid om die verlenging eenmaal te hernieuwen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op passende wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad. | (50) Bij deze onderbouwde beoordeling moet de Commissie rekening houden met een reeks beschikbare informatiebronnen, waaronder met name de jaarlijkse voortgangsverslagen van de Commissie voor derde landen die door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat zijn aangewezen, regelmatige verslagen van de Europese Dienst voor extern optreden en de informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa en andere relevante internationale gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties. De Commissie moet de schorsing van de aanmerking op het niveau van de Unie van een derde land als veilig derde land of de vermelding een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst met een termijn van zes maanden kunnen verlengen, met een mogelijkheid om die verlenging eenmaal te hernieuwen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op passende wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad. |
Or. it
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Overweging 51
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(51) Indien de geldigheidsduur van de gedelegeerde handeling en de verlengingen verstrijkt zonder dat een nieuwe gedelegeerde handeling is vastgesteld, mag de aanmerking op het niveau van de Unie van het derde land als veilig derde land of de vermelding op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst niet langer geschorst zijn. Dit laat alle voorgestelde wijzigingen voor de schrapping van het derde land uit de lijsten onverlet. | (51) Indien de geldigheidsduur van de gedelegeerde handeling en de verlengingen verstrijkt zonder dat een nieuwe gedelegeerde handeling is vastgesteld, mag de aanmerking van het derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst niet langer geschorst zijn. Om het derde land in kwestie weer op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst te plaatsen stelt de Commissie een gedelegeerde handeling vast. |
Or. it
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Overweging 52
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(52) De Commissie moet de situatie in derde landen die uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst of veilige derde landen zijn geschrapt, regelmatig evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie, onder meer indien een lidstaat de Commissie meedeelt dat hij op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat een derde land na veranderingen in de situatie van dat land opnieuw voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening zijn vastgesteld om het als veilig aan te merken. In een dergelijk geval kunnen de lidstaten dat derde land alleen op nationaal niveau als een veilig land van herkomst of een veilig derde land aanmerken, zolang de Commissie tegen die aanmerking geen bezwaar maakt. Indien de Commissie van oordeel is dat aan deze voorwaarden voldaan is, kan zij een wijziging voorstellen aan de aanmerking op het niveau van de Unie van veilige derde landen of aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst zodat het derde land wordt toegevoegd. | (52) De Commissie moet de situatie in derde landen die uit de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst zijn geschrapt, regelmatig evalueren met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie, onder meer indien een lidstaat de Commissie meedeelt dat hij op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat een derde land na veranderingen in de situatie van dat land opnieuw voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening zijn vastgesteld om het als veilig aan te merken. In een dergelijk geval kunnen de lidstaten dat derde land alleen op nationaal niveau als een veilig land van herkomst aanmerken, zolang de Commissie tegen die aanmerking geen bezwaar maakt. Indien de Commissie van oordeel is dat aan deze voorwaarden voldaan is, kan zij een wijziging voorstellen aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst zodat het derde land wordt toegevoegd. |
Or. it
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Overweging 53
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(53) Naar aanleiding van de conclusies van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 20 juli 2015, tijdens welke de lidstaten zijn overeengekomen dat prioriteit moet worden gegeven aan een beoordeling door alle lidstaten van de veiligheid van de Westelijke Balkan, heeft het Asielagentschap van de Europese Unie op 2 september 2015 een vergadering van deskundigen georganiseerd met de lidstaten waarop er een brede consensus over werd bereikt dat Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo*29, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Montenegro en Servië zijn aan te merken als veilige landen van herkomst in de zin van deze verordening. | Schrappen |
__________________ |
|
29* Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244/99 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo. |
|
Or. it
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Overweging 62
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(62) In Turkije vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in 94 van de in totaal 2 899 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen van incidenten van uitzetting, verwijdering of uitlevering van eigen onderdanen naar derde landen, waar er, onder meer, een ernstig risico bestaat dat zij zouden worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of waar hun leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel een ernstig risico bestaat op uitzetting, verwijdering of uitlevering vanuit dat land naar een ander derde land. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 23,1 % (310) van de asielaanvragen van burgers van Turkije gegrond was. Eén lidstaat heeft Turkije als veilig land van herkomst aangemerkt. Turkije is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op dat moment luidde het oordeel dat Turkije in voldoende mate voldeed aan de politieke criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Turkije moet aan die criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. | Schrappen |
Or. it
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Overweging 63
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(63) Met betrekking tot de intrekking van de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus, en met name met het oog op de regelmatige statusbeoordeling die op grond van Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening asielnormen) moet worden verricht, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de personen die internationale bescherming genieten, naar behoren worden ingelicht over een eventuele heroverweging van hun status en in de gelegenheid worden gesteld om binnen een redelijke termijn door middel van een schriftelijke verklaring en in een persoonlijk onderhoud hun standpunt naar voren te brengen, voordat de autoriteiten een met redenen omklede beslissing tot intrekking van hun status kunnen nemen. | (63) Met betrekking tot de intrekking van de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de personen die internationale bescherming genieten, naar behoren worden ingelicht over een eventuele heroverweging van hun status en in de gelegenheid worden gesteld om binnen een redelijke termijn door middel van een schriftelijke verklaring en in een persoonlijk onderhoud hun standpunt naar voren te brengen, voordat de autoriteiten een met redenen omklede beslissing tot intrekking van hun status kunnen nemen. |
Or. it
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Overweging 65
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(65) Om een verzoeker in staat te stellen zijn recht op een doeltreffende voorziening in rechte uit te oefenen, moet het hem worden toegestaan op het grondgebied van een lidstaat te blijven totdat de termijn voor het instellen van een beroep in eerste instantie verstrijkt en, indien hij dat recht binnen de vastgestelde termijn uitoefent, in afwachting van de uitkomst van de voorziening in rechte. Slechts in een beperkt aantal gevallen dat in deze verordening is vastgesteld, heeft een beroep niet automatisch schorsende werking en moet de verzoeker de rechterlijke instantie verzoeken de tenuitvoerlegging van een terugkeerbesluit te schorsen, tenzij de rechterlijke instantie uit eigen beweging in die zin handelt. Wanneer een uitzondering wordt gemaakt op het recht op een voorziening in rechte met een automatisch schorsende werking moeten de rechten van de verdediging van de verzoeker op passende wijze worden gewaarborgd door hem de nodige tolkdiensten en rechtsbijstand aan te bieden, alsook door de verzoeker voldoende tijd te geven om zijn beroep op te stellen en bij de rechterlijke instantie in te dienen. Voorts moet de rechterlijke instantie in dit kader de beslissing waarbij de internationale bescherming wordt geweigerd, feitelijk en juridisch kunnen behandelen. Het moet de verzoeker worden toegestaan om op het grondgebied te blijven in afwachting van de uitkomst van de procedure om te bepalen of hij al dan niet mag blijven. Die beslissing moet echter binnen de maand worden genomen. | (65) Om een verzoeker in staat te stellen zijn recht op een doeltreffende voorziening in rechte uit te oefenen, moet het hem worden toegestaan op het grondgebied van een lidstaat te blijven totdat de termijn voor het instellen van een beroep in eerste instantie verstrijkt en, indien hij dat recht binnen de vastgestelde termijn uitoefent, in afwachting van de uitkomst van de voorziening in rechte. |
Or. it
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De verordening is niet van toepassing op verzoeken om internationale bescherming en op verzoeken om diplomatiek of territoriaal asiel die bij vertegenwoordigingen van de lidstaten worden ingediend. | Schrappen |
Or. it
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| De lidstaten kunnen bovendien besluiten de verordening toe te passen op verzoeken om internationale bescherming en op verzoeken om diplomatiek of territoriaal asiel die bij vertegenwoordigingen van de lidstaten in derde landen worden ingediend. |
Or. it
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – punt 2 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) "staatloze": persoon die geen staat bij de toepassing van zijn wetgeving beschouwt als zijn staatsburger; |
Or. it
Motivering
De rapporteur wil een leemte opvullen in de EU-wetgeving, die geen definitie bevat van staatloze. De definitie die de rapporteur voorstelt, is overgenomen uit artikel 1, lid 1, van het VN-Verdrag van 1954 betreffende de status van statelozen.
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – punt 2 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) "beslissingsautoriteit": elk semi-rechterlijk of administratief orgaan in een lidstaat dat met de behandeling van verzoeken om internationale bescherming is belast en bevoegd is daarover in eerste aanleg een beslissing te nemen; | (e) "beslissingsautoriteit": elk rechterlijk of administratief orgaan in een lidstaat dat met de behandeling van verzoeken om internationale bescherming is belast en bevoegd is daarover in eerste aanleg een beslissing te nemen; |
Or. it
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – punt 2 – letter i
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(i) "volgend verzoek": een later verzoek om internationale bescherming dat in een lidstaat wordt gedaan nadat een definitieve beslissing over een vorig verzoek is genomen, met inbegrip van gevallen waarin het verzoek werd afgewezen als een expliciet ingetrokken verzoek of als een verzoek waarvan is afgezien na de impliciete intrekking ervan; | (i) "volgend verzoek": een later verzoek om internationale bescherming dat in een lidstaat wordt gedaan nadat een definitieve beslissing is genomen en dat gebaseerd is op de elementen die reeds beoordeeld zijn bij het vorige verzoek en in geval van expliciete intrekking; |
Or. it
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 –lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) ontvangen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming; | (a) behandelen van verzoeken om internationale bescherming; |
Or. it
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Elke lidstaat voorziet de beslissingsautoriteit van passende middelen, met inbegrip van voldoende personeel dat bekwaam is om haar taken overeenkomstig deze verordening uit te voeren. Daartoe beoordeelt elke lidstaat regelmatig de behoeften van de beslissingsautoriteit om ervoor te zorgen dat deze altijd in staat is om verzoeken om internationale bescherming op een doeltreffende manier te behandelen, in het bijzonder wanneer zij een onevenredig groot aantal verzoeken tegelijk ontvangt. | 2. Elke lidstaat voorziet de bevoegde autoriteiten van passende middelen, met inbegrip van voldoende personeel dat bekwaam is om haar taken overeenkomstig deze verordening uit te voeren. Daartoe beoordeelt elke lidstaat regelmatig de behoeften van de beslissingsautoriteit om ervoor te zorgen dat deze altijd in staat is om verzoeken om internationale bescherming op een doeltreffende manier te behandelen, in het bijzonder wanneer zij een onevenredig groot aantal verzoeken tegelijk ontvangt. |
Or. it
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De volgende autoriteiten hebben de taak om verzoeken om internationale bescherming te ontvangen en te registreren, en verzoekers te informeren over de vraag waar en hoe een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend: | De volgende autoriteiten hebben de taak om verzoeken om internationale bescherming te ontvangen en te registreren, en verzoekers te informeren over de vraag waar en hoe een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend. Deze autoriteiten zijn geenszins bevoegd om te besluiten over de inhoud van het verzoek om internationale bescherming: |
Or. it
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) immigratiediensten; | (c) immigratiediensten van de overheid; |
Or. it
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 4 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De beslissingsautoriteit van de verantwoordelijke lidstaat kan voor het ontvangen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming worden bijgestaan door: | 4. De bevoegde autoriteiten van de verantwoordelijke lidstaat kunnen voor het ontvangen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming worden bijgestaan door: |
Or. it
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 4 – letter b bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (b bis) de deskundigen van nationale en internationale onafhankelijke organisaties die zijn opgenomen in een hiervoor bedoeld register dat door de bevoegde lidstaat wordt bijgehouden. |
Or. it
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De lidstaten zorgen ervoor dat het personeel van de beslissingsautoriteit of van andere autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen en registreren van verzoeken om internationale bescherming overeenkomstig lid 3, over de adequate kennis beschikken en de nodige opleiding en instructies krijgen om bij de toepassing van deze verordening hun verplichtingen te kunnen nakomen. | 5. De lidstaten zorgen ervoor dat het personeel van de bevoegde autoriteiten overeenkomstig leden 1 en 2 over de adequate kennis beschikt en de in artikel 7, lid 4, van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake het Asielagentschap van de EU) bedoelde opleiding en de nodige instructies heeft gekregen om bij de toepassing van deze verordening hun verplichtingen te kunnen nakomen. |
Or. it
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De autoriteiten die deze verordening toepassen, waarborgen de vertrouwelijke behandeling van alle informatie die zij tijdens hun werk verkrijgen. | 1. De in artikel 5 bedoelde bevoegde autoriteiten waarborgen de vertrouwelijke behandeling van alle informatie die zij tijdens hun werk verkrijgen. |
Or. it
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) winnen de autoriteiten bij de vermeende actoren van de vervolging of ernstige schade geen informatie in op een wijze die ertoe leidt dat deze actoren rechtstreeks te weten komen dat de betrokkene een verzoek heeft gedaan, en er gevaar zou ontstaan voor de fysieke integriteit van de verzoeker of voor de te zijnen laste komende personen, dan wel voor de vrijheid en veiligheid van zijn nog in het land van herkomst wonende familieleden. | (b) winnen de autoriteiten bij de vermeende actoren van de vervolging of ernstige schade geen informatie in. |
Or. it
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 –lid 2 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de in artikel 27, lid 1, tweede alinea, onder a) en b), bedoelde gegevens te verstrekken; | (a) de in artikel 27, lid 1, eerste alinea, onder a) en b), bedoelde gegevens te verstrekken; |
Or. it
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wanneer een verzoeker weigert samen te werken door niet de bijzonderheden mee te delen die noodzakelijk zijn om het verzoek te behandelen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet te verstrekken, en de verantwoordelijke instanties de betrokkene naar behoren hebben geïnformeerd over zijn verplichtingen en ervoor hebben gezorgd dat hij daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld om die verplichtingen na te komen, wordt zijn verzoek overeenkomstig de in artikel 39 bedoelde procedure afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien. | 3. Wanneer een verzoeker weigert samen te werken door niet de in artikel 27, lid 1, eerste alinea, onder a) en b), bedoelde bijzonderheden mee te delen en door zijn vingerafdrukken en gezichtsopname niet te verstrekken, en de verantwoordelijke instanties de betrokkene naar behoren hebben geïnformeerd over zijn verplichtingen en de hieruit voortvloeiende gevolgen en ervoor hebben gezorgd dat hij daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld om die verplichtingen na te komen, kan zijn verzoek overeenkomstig de in artikel 39 bedoelde procedure worden afgewezen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien. Elk gebruik van geweld bij het nemen van vingerafdrukken en maken van een gezichtsopname is verboden en wordt bestraft. |
Or. it
Motivering
De toepassing van lid 3 mag niet automatisch zijn, maar moet legitiem, nodig, passend en proportioneel zijn, overeenkomstig de artikelen 7, 8, 18, 19 van het Handvest van de grondrechten van de EU.
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De verzoeker stelt de beslissingsautoriteit van de lidstaat waar hij verplicht is zich te bevinden, in kennis van zijn verblijfplaats of adres, of een telefoonnummer waarop hij door de beslissingsautoriteit of andere verantwoordelijke autoriteiten kan worden bereikt. Hij brengt de beslissingsautoriteit van elke verandering op de hoogte. De verzoeker aanvaardt iedere kennisgeving op de recentste verblijfplaats die of het recentste adres dat hij dienovereenkomstig heeft aangegeven, in het bijzonder wanneer hij overeenkomstig artikel 28 een verzoek indient. | 4. De verzoeker stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar hij verplicht is zich te bevinden, in kennis van zijn verblijfplaats of adres, of een telefoonnummer of mailadres waarop hij door de bevoegde autoriteit kan worden bereikt. Hij brengt de beslissingsautoriteit van elke verandering op de hoogte. De verzoeker aanvaardt iedere kennisgeving op de recentste verblijfplaats die of het recentste adres dat hij dienovereenkomstig heeft aangegeven, in het bijzonder wanneer hij overeenkomstig artikel 28 een verzoek indient. |
Or. it
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. Wanneer dat nodig is voor de behandeling van een verzoek, kan de verzoeker door de verantwoordelijke autoriteiten worden verplicht zich te laten fouilleren of zijn goederen te laten doorzoeken. Onverminderd fouillering die plaatsvindt om veiligheidsredenen, wordt een fouillering van de verzoeker uit hoofde van deze verordening verricht door een persoon van hetzelfde geslacht met volledige eerbiediging van de beginselen van inzake de menselijke waardigheid en de lichamelijke en psychische integriteit. | 7. Wanneer dat nodig is voor de behandeling van een verzoek, kan de verzoeker door de beslissingsautoriteiten worden verplicht zich te laten fouilleren of zijn goederen te laten doorzoeken. Onverminderd fouillering die plaatsvindt om veiligheidsredenen, wordt een fouillering van de verzoeker uit hoofde van deze verordening verricht door een persoon van hetzelfde geslacht met volledige eerbiediging van de beginselen van inzake de menselijke waardigheid en de lichamelijke en psychische integriteit. |
Or. it
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De beslissingsautoriteit stelt verzoekers in een taal die zij begrijpen of waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat zij deze begrijpen, in kennis van: | De bevoegde autoriteit stelt verzoekers in een taal die zij begrijpen, op beknopte, gemakkelijk begrijpelijke wijze en in duidelijke, eenvoudige taal in kennis van: |
Or. it
Motivering
De rapporteur is van mening dat de toegang tot informatie, de juistheid hiervan en het feit dat de asielzoeker de hem verstrekte informatie begrijpt, essentiële en fundamentele elementen zijn met betrekking tot de rechten van asielzoekers, die voortvloeien uit het internationaal humanitair recht (zie de zaak Rahimi v. Griekenland).
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) hun rechten en verplichtingen tijdens de procedure, met inbegrip van de verplichting op het grondgebied van de lidstaat te blijven waar hij verplicht is zich te bevinden overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening); | (c) hun rechten en verplichtingen tijdens de procedure, met inbegrip van de mogelijkheid zich bij gezinsleden te voegen die zich bevinden op het grondgebied van andere lidstaten overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (Dublinverordening); |
Or. it
Motivering
De rapporteur is van mening dat de verplichting op het grondgebied te blijven van de overeenkomstig de Dublinverordening bevoegde lidstaat niet in dit artikel hoeft te worden opgenomen, omdat zulks overbodig is en de verplichting in kwestie begrepen is in de verplichtingen waarover de verzoeker moet worden geïnformeerd. Het recht te worden geïnformeerd over het recht op gezinshereniging is daarentegen niet begrepen in de rechten waarover de verzoeker overeenkomstig deze verordening wordt geïnformeerd.
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – letter e bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (e bis) het recht op rechtsbijstand in alle fasien en stappen van de procedure; |
Or. it
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 – letter h
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(h) het resultaat van de beslissing van de beslissingsautoriteit, de redenen voor die beslissing, alsook de gevolgen van een beslissing waarbij internationale bescherming wordt geweigerd en de wijze waarop een dergelijke beslissing kan worden aangevochten. | (h) het resultaat van de beslissing van de beslissingsautoriteit, de redenen voor die beslissing en alle elementen waarmee voor het besluit rekening is gehouden, alsook de gevolgen van een beslissing waarbij internationale bescherming wordt geweigerd en de wijze waarop een dergelijke beslissing kan worden aangevochten. |
Or. it
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt tijdig genoeg verstrekt om verzoekers in staat te stellen de in deze verordening gewaarborgde rechten uit te oefenen en de in de artikel 7 bedoelde verplichtingen na te komen. | De in de eerste alinea, onder a) t/m g), bedoelde informatie wordt verstrekt op het moment waarop het verzoek om internationale bescherming wordt geregistreerd en alleszins vóór het in de artikelen 10 en 11 sexies bedoeld persoonlijk onderhoud, tijdig genoeg om verzoekers in staat te stellen de in deze verordening gewaarborgde rechten uit te oefenen en de in de artikel 7 bedoelde verplichtingen na te komen. |
Or. it
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 bis. Waar mogelijk en nodig stelt de beslissingsautoriteit de verzoeker de hulp ter beschikking van een cultureel bemiddelaar, om hem in de loop van de procedure bij te staan, met name tijdens het persoonlijk onderhoud. |
Or. it
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De beslissingsautoriteit biedt verzoekers de mogelijkheid om contact op te nemen met de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties of met ander organisaties die verzoekers juridisch of ander advies geven overeenkomstig het nationale recht. | 4. De beslissingsautoriteit biedt verzoekers de mogelijkheid om contact op te nemen met de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties of met ander organisaties die verzoekers juridisch of ander advies geven overeenkomstig het nationale recht. Hetzelfde geldt wanneer de verzoeker zich bevindt in een detentiecentrum of aan een grensdoorlaatpost. |
Or. it
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De beslissingsautoriteit zorgt ervoor dat verzoekers en, in voorkomend geval, hun voogden, juridisch adviseurs of andere raadslieden toegang hebben toegang tot de in artikel 33, lid 2, onder e), bedoelde informatie die nodig is voor de behandeling van verzoeken en tot de door de in artikel 33, lid 3, bedoelde deskundigen verstrekte informatie, wanneer de beslissingsautoriteit met die informatie rekening heeft gehouden om een beslissing te nemen over hun verzoek. | 5. De beslissingsautoriteit zorgt ervoor dat verzoekers en, in voorkomend geval, hun voogden, juridisch adviseurs of andere raadslieden toegang hebben toegang tot de in artikel 33, lid 2, onder b), c) en e), bedoelde informatie die nodig is voor de behandeling van verzoeken en tot de door de in artikel 33, lid 3, bedoelde deskundigen verstrekte informatie, wanneer de beslissingsautoriteit met die informatie rekening heeft gehouden om een beslissing te nemen over hun verzoek. |
Or. it
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De beslissingsautoriteit stelt verzoekers binnen een redelijke termijn in kennis van de over hun verzoek genomen beslissing. Indien een voogd, juridisch adviseur of andere raadsman optreedt als wettelijke vertegenwoordiger van de verzoeker, kan de beslissingsautoriteit hem in plaats van de verzoeker in kennis stellen van de beslissing. | 6. De beslissingsautoriteit stelt verzoekers binnen vijf werkdagen in kennis van de over hun verzoek genomen beslissing. Indien een voogd, juridisch adviseur of andere raadsman optreedt als wettelijke vertegenwoordiger van de verzoeker, stelt de beslissingsautoriteit ook hem in kennis stellen van de beslissing. |
Or. it
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het recht om te blijven houdt niet in dat de betrokkene recht heeft op een verblijfsvergunning en geeft hem niet het recht om naar het grondgebied van een andere lidstaat te reizen zonder toestemming zoals bedoeld in artikel 6 van Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen). | 2. Het recht om te blijven houdt in dat de betrokkene recht heeft op een tijdelijke verblijfsvergunning wegens verzoek om asiel. Tijdens het onderzoek van het verzoek heeft de betrokkene niet het recht om naar het grondgebied van een andere lidstaat te reizen zonder toestemming zoals bedoeld in artikel 6 van Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen). |
Or. it
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 3 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De verantwoordelijke autoriteiten van de lidstaten kunnen het recht van de verzoeker om tijdens de administratieve procedure op hun grondgebied te blijven, intrekken, wanneer: | 3. De verantwoordelijke autoriteiten van de bevoegde lidstaten kunnen het recht van de verzoeker om tijdens de administratieve procedure op hun grondgebied te blijven, intrekken, wanneer: |
Or. it
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Een lidstaat kan een verzoeker krachtens lid 3, onder b), alleen uitleveren aan een derde land wanneer de beslissingsautoriteit zich ervan heeft vergewist dat een uitleveringsbesluit niet zal leiden tot direct of indirect refoulement in strijd met de internationale en Unie-verplichtingen van die lidstaat. | 4. Een lidstaat kan een verzoeker krachtens lid 3, onder b), alleen uitleveren aan een derde land of daarheen uitzetten wanneer de beslissingsautoriteit zich ervan heeft vergewist dat een uitleverings- of uitzettingsbesluit niet zal leiden tot direct of indirect refoulement in strijd met de internationale en Unie-verplichtingen van die lidstaat. |
Or. it
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Tijdens het onderhoud over de ontvankelijkheid wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld om passende redenen te geven waarom de in artikel 36, lid 1, bedoelde gronden voor niet-ontvankelijkheid niet op zijn specifieke omstandigheden van toepassing zouden zijn. | 2. Tijdens het onderhoud over de ontvankelijkheid wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld om redenen te geven waarom de in artikel 36, lid 1, bedoelde gronden voor niet-ontvankelijkheid niet op zijn specifieke omstandigheden van toepassing zouden zijn. |
Or. it
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Voordat de beslissingsautoriteit een beslissing ten gronde neemt over een verzoek om internationale bescherming, wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld een inhoudelijk onderhoud te hebben over zijn verzoek. | 1. Voordat de beslissingsautoriteit een beslissing ten gronde neemt over een verzoek om internationale bescherming, wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld een inhoudelijk onderhoud te hebben over zijn verzoek. Dit onderhoud kan plaatshebben op hetzelfde moment als het onderhoud over de ontvankelijkheid. |
Or. it
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Tijdens het inhoudelijke onderhoud wordt de verzoeker voldoende in de gelegenheid gesteld om de elementen aan te voeren ter staving van zijn verzoek overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen), en verstrekt hij de elementen waarover hij beschikt zo volledig mogelijk. De verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld om uitleg te geven over eventueel ontbrekende elementen of over inconsistenties of tegenstrijdigheden in zijn verklaringen. | 2. Tijdens het inhoudelijke onderhoud wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld om de elementen aan te voeren ter staving van zijn verzoek overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen), en verstrekt hij de elementen waarover hij beschikt zo volledig mogelijk. De verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld om uitleg te geven over eventueel ontbrekende elementen of over inconsistenties of tegenstrijdigheden in zijn verklaringen. |
Or. it
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De persoon die het onderhoud over de inhoud van een verzoek voert, draagt geen militair uniform of politie-uniform. | Schrappen |
Or. it
Motivering
De rapporteur heeft dit element simpelweg verplaatst naar artikel 12, omdat deze vereiste moet gelden voor alle persoonlijke onderhouden, zowel die over de ontvankelijkheid als die over de inhoud.
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 bis. De persoon die het onderhoud over de ontvankelijkheid en/of over de inhoud van een verzoek voert, draagt geen militair uniform of politie-uniform. |
Or. it
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer een onevenredig groot aantal onderdanen van derde landen of staatlozen tegelijk om internationale bescherming verzoekt, waardoor het voor de beslissingsautoriteit in de praktijk moeilijk wordt om tijdig met elke verzoeker een persoonlijk onderhoud te voeren, kan de beslissingsautoriteit worden bijgestaan door het personeel van in artikel 5, lid 4, onder a), bedoelde autoriteiten van andere lidstaten en door de in artikel 5, lid 4, onder b), bedoelde door het Asielagentschap van de Europese Unie ingezette deskundigen. | Schrappen |
Or. it
Motivering
De rapporteur is van mening dat het overbodig is hier te vermelden dat de beslissingsautoriteit zich kan laten bijstaan door het personeel van autoriteiten van andere lidstaten, bedoeld in artikel 5, lid 4, onder a), of door deskundigen die door het Asielagentschap van de Europese Unie worden ingezet, omdat deze mogelijkeheid al aan de bevoegde autoriteit wordt verleend in artikel 5, lid 4, van de verordening.
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De persoon die het onderhoud voert, is bevoegd om rekening te houden met de persoonlijke en algemene omstandigheden die een rol spelen bij het verzoek, met inbegrip van culturele achtergrond, leeftijd, geslacht, seksuele gerichtheid, genderidentiteit of kwetsbaarheid van de verzoeker. Het personeel dat met verzoekers een onderhoud voert, beschikt ook over algemene kennis betreffende problemen die het vermogen van de verzoeker om een onderhoud te hebben, negatief kunnen beïnvloeden, zoals aanwijzingen dat de betrokkene in het verleden mogelijk is gefolterd. | 6. De persoon die het onderhoud voert, is bevoegd om rekening te houden met de persoonlijke en algemene omstandigheden die een rol spelen bij het verzoek, met inbegrip van de algemene omstandigheden in het land van herkomst, culturele achtergrond, leeftijd, geslacht, seksuele gerichtheid, genderidentiteit of kwetsbaarheid van de verzoeker. Het personeel dat met verzoekers een onderhoud voert, beschikt ook over algemene kennis betreffende problemen die het vermogen van de verzoeker om een onderhoud te hebben, negatief kunnen beïnvloeden, zoals aanwijzingen dat de betrokkene in het verleden mogelijk is gefolterd. |
Or. it
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 8 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Tijdens het persoonlijk onderhoud is een tolk beschikbaar die in staat is de communicatie tussen de verzoeker en de persoon die het persoonlijk onderhoud voert, goed te doen verlopen. Daarbij wordt gebruikgemaakt van de taal waaraan de verzoeker de voorkeur geeft tenzij er een andere taal kan worden gebruikt die hij begrijpt en waarin hij helder kan communiceren. | Tijdens het persoonlijk onderhoud zijn een tolk en waar mogelijk en nodig een cultureel bemiddelaar beschikbaar die in staat zijn de communicatie tussen de verzoeker en de persoon die het persoonlijk onderhoud voert, goed te doen verlopen. De tolken en de cultureel bemiddelaars hebben vooraf een specifieke opleiding gekregen als bedoeld in artikel 7, lid 5, van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake het Asielagentschap van de EU), die onder meer betrekking heeft op de elementen die worden opgesomd in lid 6 van dit artikel. Daarbij wordt gebruikgemaakt van de taal waaraan de verzoeker de voorkeur geeft tenzij er een andere taal kan worden gebruikt die hij begrijpt en waarin hij helder kan communiceren. Op verzoek van de verzoeker zorgt de beslissingsautoriteit ervoor dat de personen die het onderhoud voeren en de tolken en bemiddelaars hetzelfde geslacht hebben als de verzoeker, voor zover dit mogelijk is en de beslissingsautoriteit geen redenen heeft om aan te nemen dat dit verzoek gebaseerd is op gronden die geen verband houden met moeilijkheden van de verzoeker om de gronden voor zijn verzoek uitvoerig uiteen te zetten. |
Or. it
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit of een andere autoriteit, of deskundigen die deze autoriteit bijstaan bij het voeren van het persoonlijk onderhoud, stellen een uitvoerig en feitelijk verslag met vermelding van alle inhoudelijke elementen, dan wel een schriftelijke weergave van het persoonlijk onderhoud op. | 1. De beslissingsautoriteit of een andere autoriteit, of deskundigen die deze autoriteit bijstaan bij het voeren van het persoonlijk onderhoud, stellen een verslag met vermelding van alle inhoudelijke elementen op. |
Or. it
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Van het persoonlijk onderhoud wordt een geluidsopname of audio-visuele opname gemaakt. De verzoeker wordt vooraf van het maken van deze opname in kennis gesteld. | 2. Van het persoonlijk onderhoud wordt een geluidsopname of audio-visuele opname gemaakt. De verzoeker wordt vooraf van het maken van deze opname in kennis gesteld, alsmede van het gebruik dat hiervan zal worden gemaakt. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de behoeften van verzoekers die bijzondere procedurele waarborgen behoeven. |
Or. it
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De verzoeker wordt bij de afsluiting van het persoonlijk onderhoud of binnen een bepaalde termijn voordat de beslissingsautoriteit een beslissing neemt, in de gelegenheid gesteld om mondeling of schriftelijk opmerkingen te maken of opheldering te verschaffen over onjuiste vertalingen of misverstanden in het verslag of de schriftelijke weergave. Daartoe wordt de verzoeker geïnformeerd over de volledige inhoud van het verslag of over de inhoudelijke elementen van de schriftelijke weergave, zo nodig met bijstand van een tolk. Daarna wordt de verzoeker gevraagd te bevestigen dat de inhoud van het verslag of de schriftelijke weergave een correcte afspiegeling is van het persoonlijk onderhoud. | 3. De verzoeker wordt bij de afsluiting van het persoonlijk onderhoud of binnen een bepaalde termijn voordat de beslissingsautoriteit een beslissing neemt, in de gelegenheid gesteld om mondeling of schriftelijk opmerkingen te maken of opheldering te verschaffen over onjuiste vertalingen of misverstanden in het verslag. Daartoe wordt de verzoeker geïnformeerd over de volledige inhoud van het verslag, zo nodig met bijstand van een tolk. Daarna wordt de verzoeker gevraagd te bevestigen dat de inhoud van het verslag een correcte afspiegeling is van het persoonlijk onderhoud en krijgt hij de mogelijkheid de uitgevoerde invoeging van deze aanvullingen en/of rectificeringen in het verslag van het onderhoud aan te vullen, te rectificeren en te controleren. |
Or. it
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Indien een verzoeker weigert te bevestigen dat de inhoud van het verslag of de schriftelijke weergave een correcte afspiegeling van het persoonlijk onderhoud vormt, worden de redenen voor deze weigering in het dossier van de verzoeker opgenomen. Die weigering belet de beslissingsautoriteit niet om een beslissing over het verzoek te nemen. | 4. Indien een verzoeker weigert te bevestigen dat de inhoud van het verslag een correcte afspiegeling van het persoonlijk onderhoud vormt, worden de redenen voor deze weigering in het dossier van de verzoeker opgenomen. Die weigering belet de beslissingsautoriteit niet om een beslissing over het verzoek te nemen. |
Or. it
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Verzoekers en hun juridisch adviseurs of andere raadslieden hebben toegang tot het verslag of de schriftelijke weergave en tot de opname voordat de beslissingsautoriteit een beslissing neemt. | 5. Verzoekers en hun juridisch adviseurs of andere raadslieden hebben toegang tot het verslag en tot de opname voordat de beslissingsautoriteit een beslissing neemt. ook wanneer het verzoek wordt onderzocht volgens de versnelde behandelingsprocedure. |
Or. it
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. Indien het verzoek wordt behandeld overeenkomstig de versnelde behandelingsprocedure, kan de beslissingsautoriteit op het ogenblik dat de beslissing wordt genomen, toegang verlenen tot het verslag of de schriftelijke weergave, of tot de opname. | Schrappen |
Or. it
Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. De verantwoordelijke autoriteiten bewaren of de opname of de schriftelijke weergave gedurende tien jaar vanaf de datum van de definitieve beslissing. De opname wordt gewist na het verstrijken van die termijn of, wanneer zij betrekking heeft op een persoon die vóór het verstrijken van deze periode het burgerschap van een lidstaat heeft verworven, zodra de lidstaat ervan op de hoogte is dat de betrokkene dit burgerschap heeft verworven. | 7. De verantwoordelijke autoriteiten bewaren de opname gedurende tien jaar vanaf de datum van de definitieve beslissing. De opname wordt gewist na het verstrijken van die termijn of, wanneer zij betrekking heeft op een persoon die vóór het verstrijken van deze periode het burgerschap van een lidstaat heeft verworven, zodra de lidstaat ervan op de hoogte is dat de betrokkene dit burgerschap heeft verworven. |
Or. it
Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Verzoekers hebben het recht om daadwerkelijk een juridisch adviseur of andere raadsman die door het nationale recht als zodanig is erkend of toegelaten, in alle fasen van de procedure te raadplegen over met hun verzoek samenhangende aangelegenheden. | 1. Verzoekers hebben het recht om daadwerkelijk een juridisch adviseur of andere raadsman die door het nationale recht als zodanig is erkend of toegelaten, in alle fasen van de procedure en zodra de wens te kennen is gegeven internationale bescherming te verkrijgen, te raadplegen over met hun verzoek samenhangende aangelegenheden. |
Or. it
Amendement 79
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Op verzoek van de verzoeker bieden de lidstaten kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging in de in hoofdstuk III bedoelde administratieve procedure en in de in hoofdstuk V bedoelde beroepsprocedure. | 1. Op verzoek van de verzoeker bieden de lidstaten kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging in de in hoofdstuk III bedoelde administratieve procedure en in de in hoofdstuk V bedoelde beroepsprocedure, zo snel mogelijk nadat de wens te kennen is gegeven internationale bescherming te verkrijgen en alleszins niet meer dan twee dagen hierna. |
Or. it
Amendement 80
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) bijstand bij de voorbereiding van het verzoek en het persoonlijk onderhoud, met inbegrip van deelname aan het persoonlijk onderhoud voor zover die noodzakelijk is; | (b) bijstand bij de voorbereiding van het verzoek en het persoonlijk onderhoud, met inbegrip van deelname aan het persoonlijk onderhoud; |
Or. it
Amendement 81
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 3 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) het verzoek geacht wordt geen reële kans van slagen te hebben; | Schrappen |
Or. it
Amendement 82
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 5 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) het beroep geacht wordt geen reële kans van slagen te hebben; | Schrappen |
Or. it
Amendement 83
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 5 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Wanneer een besluit om geen kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging aan te bieden, wordt genomen door een andere autoriteit dan een rechterlijke instantie, op grond van het feit dat het beroep geacht wordt geen reële kans van slagen te hebben, heeft de verzoeker recht op een doeltreffende voorziening in rechte bij een rechterlijke instantie tegen die beslissing, en daartoe heeft hij het recht om om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging te verzoeken. | Schrappen |
Or. it
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De lidstaten kunnen om gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de betaalde kosten verzoeken wanneer de financiële situatie van de verzoeker aanzienlijk verbetert of wanneer de beslissing om die kosten te betalen, is genomen op basis van door de verzoeker verstrekte onjuiste informatie. | 4. De lidstaten kunnen om gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de betaalde kosten verzoeken wanneer de beslissing om die kosten te betalen, is genomen op basis van door de verzoeker verstrekte onjuiste informatie. |
Or. it
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Verzoekers waarvan is geconstateerd dat zij bijzondere procedurele waarborgen behoeven, krijgen, zolang de procedure voor internationale bescherming loopt, passende steun, zodat zij aanspraak kunnen maken op de rechten en kunnen voldoen aan de verplichtingen die in deze verordening zijn vastgesteld. | 2. Verzoekers waarvan is geconstateerd dat zij bijzondere procedurele waarborgen behoeven, krijgen, zolang de procedure voor internationale bescherming loopt, passende steun, zodat zij aanspraak kunnen maken op de rechten en kunnen voldoen aan de verplichtingen die in deze verordening zijn vastgesteld, waarbij hun waar mogelijk en nodig ook een cultureel bemiddelaar ter beschikking wordt gesteld. |
Or. it
Amendement 86
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 5 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De verantwoordelijke autoriteiten geven een voogd niet tegelijkertijd de verantwoordelijkheid voor een onevenredig groot aantal niet-begeleide minderjarigen, wanneer hij anders niet meer in staat zou zijn zijn taken doeltreffend uit te voeren. | De verantwoordelijke autoriteiten geven een voogd niet tegelijkertijd de verantwoordelijkheid voor een onevenredig groot aantal niet-begeleide minderjarigen, en in geen geval voor meer dan twintig, omdat hij anders niet meer in staat zou zijn zijn taken doeltreffend uit te voeren. |
Or. it
Amendement 87
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – lid -1 (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| -1. Wanneer op basis van de verklaringen van de verzoeker, documentaire bewijsstukken die voorhanden zijn of andere relevante aanwijzingen twijfel bestaat over de vraag of een niet-begeleide minderjarige effectief jonger is dan achttien jaar, kunnen de beslissingsautoriteiten opdracht geven tot een psychosociale beoordeling die moet worden uitgevoerd door gekwalificeerde beroepsbeoefenaars, om in het kader van de behandeling van een verzoek de leeftijd van de verzoeker te bepalen. |
| De beoordeling van de leeftijd mag niet uitsluitend gebaseerd zijn op het fysieke voorkomen of het gedrag van de verzoeker. |
Or. it
Amendement 88
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Medische onderzoeken kunnen worden gebruikt om de leeftijd van niet-begeleide minderjarigen te bepalen in het kader van de behandeling van een verzoek wanneer er, naar aanleiding van verklaringen van de verzoeker of andere relevante aanwijzingen, met inbegrip van een psychosociale beoordeling, twijfel bestaat over de vraag of de verzoeker jonger is dan achttien jaar. Wanneer het resultaat van het medisch onderzoek geen uitsluitsel biedt of een leeftijdscategorie onder achttien jaar oplevert, nemen de lidstaten aan dat de verzoeker minderjarig is. | 1. Wanneer er na de procedure van lid 1 twijfel blijft over de leeftijd van niet-begeleide minderjarigen, kunnen medische onderzoeken worden gebruikt om de leeftijd van niet-begeleide minderjarigen te bepalen in het kader van de behandeling van een verzoek Het medisch onderzoek wordt gebruikt bij wijze van uiterste middel. Wanneer het resultaat van het medisch onderzoek geen uitsluitsel biedt of een leeftijdscategorie onder achttien jaar oplevert, nemen de lidstaten aan dat de verzoeker minderjarig is. |
Or. it
Amendement 89
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer medische onderzoeken worden gebruikt om de leeftijd van niet-begeleide minderjarigen te bepalen, zorgt de beslissingsautoriteit ervoor dat niet-begeleide minderjarigen vóór de behandeling van hun verzoek om internationale bescherming en in een taal die zij begrijpen of waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat zij deze begrijpen, in kennis worden gesteld van de mogelijkheid dat hun leeftijd door een medisch onderzoek zal worden bepaald. Het gaat daarbij onder meer om informatie over de onderzoeksmethode en over mogelijke gevolgen van het resultaat van het medisch onderzoek voor de behandeling van het verzoek, alsook over de mogelijkheid en de gevolgen van een weigering van de niet-begeleide minderjarige of van zijn voogd om het medisch onderzoek te laten uitvoeren. | 4. Wanneer medische onderzoeken worden gebruikt om de leeftijd van niet-begeleide minderjarigen te bepalen, zorgt de beslissingsautoriteit ervoor dat niet-begeleide minderjarigen vóór de behandeling van hun verzoek om internationale bescherming en in een taal die zij begrijpen, in kennis worden gesteld van de mogelijkheid dat hun leeftijd door een medisch onderzoek zal worden bepaald. Het gaat daarbij onder meer om informatie over de onderzoeksmethode en over mogelijke gevolgen van het resultaat van het medisch onderzoek voor de behandeling van het verzoek, alsook over de mogelijkheid en de gevolgen van een weigering van de niet-begeleide minderjarige of van zijn voogd om het medisch onderzoek te laten uitvoeren. Alle documenten in verband met het medisch onderzoek worden opgenomen in het dossier van de verzoeker. |
Or. it
Amendement 90
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De weigering van niet-begeleide minderjarigen of hun voogden om een medisch onderzoek te laten uitvoeren, kan alleen worden opgevat als een weerlegbaar vermoeden dat de verzoeker niet minderjarig is en belet de beslissingsautoriteit niet een beslissing over het verzoek om internationale bescherming te nemen. | 5. De weigering van niet-begeleide minderjarigen of hun voogden om een medisch onderzoek te laten uitvoeren, kan alleen worden opgevat als een weerlegbaar vermoeden dat de verzoeker niet minderjarig is en mag niet de enige reden zijn om een verzoek om internationale bescherming af te wijzen. |
Or. it
Amendement 91
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Een verzoek om internationale bescherming wordt gedaan wanneer een onderdaan van een derde land of een staatloze aan functionarissen van de beslissingsautoriteit of andere autoriteiten zoals bedoeld in artikel 5, lid 3 of 4, te kennen geeft internationale bescherming te wensen. | Een verzoek om internationale bescherming wordt gedaan wanneer een onderdaan van een derde land of een staatloze aan functionarissen van de bevoegde autoriteiten zoals bedoeld in artikel 5 te kennen geeft internationale bescherming te wensen. |
Or. it
Amendement 92
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wanneer een onevenredig groot aantal onderdanen van derde landen of staatlozen tegelijk om internationale bescherming verzoekt, waardoor het in de praktijk moeilijk wordt om verzoeken te registreren binnen drie werkdagen nadat deze zijn gedaan, kunnen de autoriteiten van de lidstaten deze termijn verlengen tot tien werkdagen. | 3. Wanneer een onevenredig groot aantal onderdanen van derde landen of staatlozen tegelijk om internationale bescherming verzoekt, waardoor het in de praktijk moeilijk wordt om verzoeken te registreren binnen drie werkdagen nadat deze zijn gedaan, kunnen de autoriteiten van de lidstaten deze termijn verlengen tot zeven werkdagen. |
Or. it
Amendement 93
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De verzoeker dient het verzoek in binnen tien werkdagen vanaf de datum waarop het verzoek is geregistreerd, op voorwaarde dat hij daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld om dat binnen die termijn te doen. | 1. De verzoeker dient het verzoek in binnen vijftien werkdagen vanaf de datum waarop het verzoek is geregistreerd, op voorwaarde dat hij daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld om dat binnen die termijn te doen. |
Or. it
Amendement 94
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 4 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De autoriteit die verantwoordelijk is voor het ontvangen en registreren van verzoeken om internationale bescherming, stelt de verzoeker ervan in kennis dat hij, nadat de beslissing over het verzoek is genomen, alleen nieuwe elementen kan aanvoeren die relevant zijn voor de behandeling van zijn verzoek en waarvan hij in een eerder stadium geen kennis had kunnen hebben, of die betrekking hebben op wijzigingen in zijn situatie. | De autoriteit die verantwoordelijk is voor het ontvangen en registreren van verzoeken om internationale bescherming, stelt de verzoeker ervan in kennis dat hij, nadat de beslissing over het verzoek is genomen, alleen nieuwe elementen kan aanvoeren die relevant zijn voor de behandeling van zijn verzoek of die betrekking hebben op wijzigingen in zijn situatie. |
Or. it
Amendement 95
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Wanneer er aanwijzingen zijn dat onderdanen van een derde land of staatlozen die worden vastgehouden in detentiecentra of zich bevinden aan grensdoorlaatposten, met inbegrip van transitzones, aan de buitengrenzen, behoefte kunnen hebben aan internationale bescherming, informeren de verantwoordelijke instanties hen over de mogelijkheid om om internationale bescherming te verzoeken, met name wanneer: | 1. De bevoegde autoriteiten informeren onderdanen van een derde land of staatlozen die worden vastgehouden in detentiecentra of zich bevinden aan grensdoorlaatposten, met inbegrip van transitzones, aan de buitengrenzen, over de mogelijkheid om om internationale bescherming te verzoeken, met name wanneer: |
Or. it
Amendement 96
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 1 – letter -a (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| -a) het waarschijnlijk is dat de persoon bijzondere procedurele waarborgen behoeft overeenkomstig de artikelen 19 en 20; |
Or. it
Amendement 97
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De verantwoordelijke autoriteiten treffen de nodige regelingen zodat tolkdiensten beschikbaar zijn om de toegang tot de procedure voor internationale bescherming te vergemakkelijken. | 2. De verantwoordelijke autoriteiten treffen de nodige regelingen zodat tolkdiensten en indien nodig en mogelijk diensten op het gebied van culturele bemiddeling beschikbaar zijn om de toegang tot de procedure voor internationale bescherming te vergemakkelijken. |
Or. it
Amendement 98
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wanneer een verzoeker geen verzoek namens zijn echtgenoot of partner heeft ingediend als bedoeld in lid 1 binnen tien werkdagen, zoals bedoeld in artikel 28, lid 1, wordt de echtgenoot of partner in de gelegenheid gesteld om in eigen naam een verzoek in te dienen binnen een tweede termijn van tien werkdagen, die begint te lopen na het verstrijken van de eerste termijn van tien werkdagen. Wanneer de echtgenoot of partner binnen deze tweede termijn van tien werkdagen nog steeds geen verzoek heeft ingediend, wordt het verzoek verworpen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, overeenkomstig de in artikel 39 vastgestelde procedure. | 3. Wanneer een verzoeker geen verzoek namens zijn echtgenoot of partner heeft ingediend als bedoeld in lid 1 binnen vijftien werkdagen, zoals bedoeld in artikel 28, lid 1, wordt de echtgenoot of partner in de gelegenheid gesteld om in eigen naam een verzoek in te dienen binnen een tweede termijn van vijftien werkdagen, die begint te lopen na het verstrijken van de eerste termijn van vijftien werkdagen. Wanneer de echtgenoot of partner binnen deze tweede termijn van vijftien werkdagen nog steeds geen verzoek heeft ingediend, wordt het verzoek verworpen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, overeenkomstig de in artikel 39 vastgestelde procedure. |
Or. it
Amendement 99
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer een verzoeker geen verzoek namens een te zijnen laste komende meerderjarige heeft ingediend als bedoeld in lid 1 binnen tien werkdagen, zoals bedoeld in artikel 28, lid 1, dient de beslissingsautoriteit namens die ten laste komende meerderjarige een verzoek in wanneer zij, op grond van een individuele beoordeling van diens persoonlijke situatie, van mening is dat die ten laste komende meerderjarige mogelijk internationale bescherming behoeft. | 4. Wanneer een verzoeker geen verzoek namens een te zijnen laste komende meerderjarige heeft ingediend als bedoeld in lid 1 binnen vijftien werkdagen, zoals bedoeld in artikel 28, lid 1, dient de in artikel 5 bedoelde bevoegde autoriteit namens die ten laste komende meerderjarige een verzoek in wanneer zij, op grond van een individuele beoordeling van diens persoonlijke situatie, van mening is dat die ten laste komende meerderjarige mogelijk internationale bescherming behoeft. |
Or. it
Amendement 100
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 9
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
9. Indien de voor de begeleide minderjarige verantwoordelijke meerderjarige binnen tien werkdagen geen verzoek indient namens de minderjarige, zoals bedoeld in artikel 28, lid 1, wordt de minderjarige in kennis gesteld van de mogelijkheid om zijn verzoek in eigen naam in te dienen en in de gelegenheid gesteld om dat te doen binnen een tweede termijn van tien werkdagen, die begint te lopen na het verstrijken van de eerste termijn van tien werkdagen, als hij daartoe volgens het recht van de betrokken lidstaat handelingsbekwaam is. Wanneer de minderjarige geen verzoek in eigen naam indient binnen deze tweede termijn van tien werkdagen, wordt het verzoek verworpen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, overeenkomstig de in artikel 39 bedoelde procedure. | 9. Indien de voor de begeleide minderjarige verantwoordelijke meerderjarige binnen vijftien werkdagen geen verzoek indient namens de minderjarige, zoals bedoeld in artikel 28, lid 1, wordt de minderjarige in kennis gesteld van de mogelijkheid om zijn verzoek in eigen naam in te dienen en in de gelegenheid gesteld om dat te doen binnen een tweede termijn van vijftien werkdagen, die begint te lopen na het verstrijken van de eerste termijn van vijftien werkdagen, als hij daartoe volgens het recht van de betrokken lidstaat handelingsbekwaam is. Wanneer de minderjarige geen verzoek in eigen naam indient binnen deze tweede termijn van vijftien werkdagen, dient de in artikel 5 bedoelde bevoegde autoriteit een verzoek in namens de minderjarige, als zij, op grond van een individuele beoordeling van diens persoonlijke situatie, van mening is dat hij mogelijk internationale bescherming behoeft. |
Or. it
Amendement 101
Voorstel voor een verordening
Artikel 32 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. In het geval van een niet-begeleide minderjarige gaat de in artikel 28, lid 1, bedoelde termijn van tien werkdagen voor het indienen van het verzoek pas in op het ogenblik dat een voogd voor de niet-begeleide minderjarige is aangesteld en deze de minderjarige heeft ontmoet. Wanneer zijn voogd binnen tien werkdagen geen verzoek namens de niet-begeleide minderjarige indient, dient de beslissingsautoriteit namens de niet-begeleide minderjarige een verzoek in wanneer zij, op grond van een individuele beoordeling van diens persoonlijke situatie, van mening is dat die niet-begeleide minderjarige mogelijk internationale bescherming behoeft. | 2. In het geval van een niet-begeleide minderjarige gaat de in artikel 28, lid 1, bedoelde termijn van vijftien werkdagen voor het indienen van het verzoek pas in op het ogenblik dat een voogd voor de niet-begeleide minderjarige is aangesteld en deze de minderjarige heeft ontmoet. Wanneer zijn voogd binnen vijftien werkdagen geen verzoek namens de niet-begeleide minderjarige indient, dient de in artikel 5 bedoelde bevoegde autoriteit namens de niet-begeleide minderjarige een verzoek in wanneer zij, op grond van een individuele beoordeling van diens persoonlijke situatie, van mening is dat die niet-begeleide minderjarige mogelijk internationale bescherming behoeft. |
Or. it
Amendement 102
Voorstel voor een verordening
Artikel 33 – lid 2 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) de vraag of de activiteiten die de verzoeker heeft ontplooid sinds hij zijn land van herkomst heeft verlaten, door hem uitsluitend of hoofdzakelijk werden verricht om de nodige voorwaarden te scheppen om een verzoek om internationale bescherming te kunnen indienen, teneinde na te gaan of de betrokkene, in geval van terugkeer naar dat land, door die activiteiten aan vervolging of ernstige schade zou worden blootgesteld; | Schrappen |
Or. it
Amendement 103
Voorstel voor een verordening
Artikel 33 – lid 2 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f) de vraag of in redelijkheid van de verzoeker kan worden verwacht dat hij zich onder de bescherming stelt van een ander land waar hij zich op zijn staatsburgerschap zou kunnen beroepen. | Schrappen |
Or. it
Amendement 104
Voorstel voor een verordening
Artikel 33 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Het personeel dat verzoeken behandelt en daarover beslist, beschikt over de nodige kennis over de normen die van toepassing zijn op het gebied van het asiel- en vluchtelingenrecht. Het heeft de mogelijkheid om, telkens wanneer dat nodig is, advies te vragen van deskundigen over specifieke kwesties, zoals medische, culturele, religieuze en kind- of gendergerelateerde kwesties. Zo nodig kunnen zij vragen stellen aan het Asielagentschap van de Europese Unie, overeenkomstig artikel 9, lid 2, onder b), van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake het Asielagentschap van de EU). | 3. Het personeel dat verzoeken behandelt en daarover beslist, beschikt over de nodige kennis over de normen die van toepassing zijn op het gebied van het asiel- en vluchtelingenrecht en heeft de in Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake het Asielagentschap van de EU) vereiste opleiding voltooid. Het heeft de mogelijkheid om, telkens wanneer dat nodig is, advies te vragen van deskundigen over specifieke kwesties, zoals medische, culturele, religieuze en kind- of gendergerelateerde kwesties. Zo nodig kunnen zij vragen stellen aan het Asielagentschap van de Europese Unie, overeenkomstig artikel 9, lid 2, onder b), van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake het Asielagentschap van de EU). |
Or. it
Amendement 105
Voorstel voor een verordening
Artikel 33 – lid 5 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Aan de behandeling van een verzoek om internationale bescherming kan voorrang worden gegeven overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen in hoofdstuk II, met name wanneer: | 5. Aan de behandeling van een verzoek om internationale bescherming kan voorrang worden gegeven overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen in hoofdstuk II, met name wanneer de verzoeker bijzondere opvangbehoeften heeft in de zin van artikel 20 van Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen), of bijzondere procedurele waarborgen behoeft als bedoeld in de artikelen 19 t/m 22 van deze verordening. |
Or. it
Amendement 106
Voorstel voor een verordening
Artikel 33 –lid 5 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) het verzoek waarschijnlijk gegrond is; | Schrappen |
Or. it
Amendement 107
Voorstel voor een verordening
Artikel 33 – lid 5 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de verzoeker bijzondere opvangbehoeften heeft in de zin van artikel 20 van Richtlijn XXX/XXX/EU (richtlijn opvangvoorzieningen), of bijzondere procedurele waarborgen behoeft, in het bijzonder wanneer het om een niet-begeleide minderjarige gaat. | Schrappen |
Or. it
Amendement 108
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. De beslissingsautoriteit kan het afronden van de behandelingsprocedure uitstellen wanneer redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat zij een beslissing neemt binnen de in lid 2 en in artikel 40, lid 4, vastgestelde termijnen met betrekking tot de versnelde behandelingsprocedure, vanwege een onzekere situatie in het land van herkomst die naar verwachting tijdelijk is. In dergelijke gevallen worden door de beslissingsautoriteit: | Schrappen |
(a) ten minste om de twee maanden opnieuw evaluaties verricht van de situatie in dat land van herkomst ; |
|
(b) de betrokken verzoekers binnen een redelijke termijn in kennis gesteld van de redenen voor het uitstel. |
|
De lidstaat stelt de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie binnen een redelijke termijn in kennis van het uitstel van procedures voor dat land van herkomst. De beslissingsautoriteit rondt de behandelingsprocedure in elk geval af binnen 15 maanden na de indiening van een verzoek. |
|
Or. it
Amendement 109
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Een beslissing over een verzoek om internationale bescherming wordt schriftelijk gegeven en de verzoeker onverwijld meegedeeld in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs geacht kan worden te begrijpen. | 1. Een beslissing over een verzoek om internationale bescherming wordt schriftelijk gegeven en de verzoeker onverwijld meegedeeld in een taal die hij begrijpt. |
Or. it
Amendement 110
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Indien een verzoek wordt afgewezen als niet-ontvankelijk, als ongegrond ten aanzien van de vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus, als een verzoek dat expliciet is ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, worden de feitelijke en juridische gronden in de beslissing vermeld. Informatie over de wijze waarop een beslissing tot weigering van internationale bescherming kan worden aangevochten, wordt schriftelijk verstrekt, tenzij deze informatie reeds op andere wijze aan de verzoeker is gegeven. | 2. Indien een verzoek wordt afgewezen als niet-ontvankelijk, als ongegrond ten aanzien van de vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus, als een verzoek dat expliciet is ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, worden de feitelijke en juridische gronden in de beslissing vermeld. Informatie over de wijze en termijnen voor het aanvechten van een beslissing tot weigering van internationale bescherming wordt schriftelijk verstrekt. |
Or. it
Amendement 111
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 –lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) een land dat geen lidstaat is, wordt uit hoofde van artikel 44 beschouwd als een eerste land van asiel voor de verzoeker, tenzij duidelijk is dat de verzoeker niet tot dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten; | Schrappen |
Or. it
Amendement 112
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) een land dat geen lidstaat is, wordt uit hoofde van artikel 45 beschouwd als een veilig land voor de verzoeker, tenzij duidelijk is dat de verzoeker niet tot dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten; | Schrappen |
Or. it
Amendement 113
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Lid 1, onder a) en b), is niet van toepassing op een persoon die subsidiaire bescherming geniet en die is hervestigd krachtens een versnelde procedure overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake hervestiging)36. | Schrappen |
__________________ |
|
36 PB L [...] van [...], blz. [...]. |
|
Or. it
Amendement 114
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Wanneer de beslissingsautoriteit van mening is dat een verzoek op het eerste gezicht kennelijk ongegrond is, is zij niet verplicht zich uit te spreken over de ontvankelijkheid van het verzoek. | 5. Wanneer de beslissingsautoriteit van mening is dat een verzoek op het eerste gezicht kennelijk gegrond is overeenkomstig artikel 40, lid 1, onder -a), van deze verordening, of op het eerste gezicht kennelijk ongegrond is, is zij niet verplicht zich uit te spreken over de ontvankelijkheid van het verzoek. |
Or. it
Amendement 115
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De beslissingsautoriteit verklaart een ongegrond verzoek kennelijk ongegrond in de gevallen als bedoeld in artikel 40, lid 1, onder a), b), c), d) en e). | 3. De beslissingsautoriteit kan een ongegrond verzoek kennelijk ongegrond verklaren in de gevallen als bedoeld in artikel 40, lid 1, onder b). |
Or. it
Amendement 116
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit wijst een verzoek af als een verzoek waarvan impliciet is afgezien wanneer: | 1. De beslissingsautoriteit kan een verzoek afwijzen als een verzoek waarvan impliciet is afgezien wanneer: |
Or. it
Amendement 117
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 –lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de verzoeker zijn verzoek niet heeft ingediend overeenkomstig artikel 28, ondanks het feit dat hij een reële kans heeft gehad om dit wel te doen; | (Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Or. it
Amendement 118
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 –lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de verzoeker weigert samen te werken door niet de bijzonderheden mee te delen die noodzakelijk zijn om het verzoek te behandelen en door niet overeenkomstig artikel 7, lid 3, zijn vingerafdrukken en gezichtsopname te verstrekken; | (c) de verzoeker weigert samen te werken door niet de in artikel 27, lid 1, eerste alinea, onder a) en b), bedoelde bijzonderheden mee te delen en door niet overeenkomstig artikel 7, lid 3, zijn vingerafdrukken en gezichtsopname te verstrekken; |
Or. it
Amendement 119
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 –lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de verzoeker niet is verschenen voor een persoonlijk onderhoud, hoewel hij daartoe verplicht was ingevolge de artikelen 10 tot en met 12; | (Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Or. it
Amendement 120
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) de verzoeker zijn verblijfplaats heeft verlaten, zonder kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten of zonder toestemming als bedoeld in artikel 7, lid 4; | (Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Or. it
Amendement 121
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f) de verzoeker herhaaldelijk niet heeft voldaan aan de meldingsverplichtingen die hem overeenkomstig artikel 7, lid 5, zijn opgelegd. | (Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Or. it
Amendement 122
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. In de gevallen bedoeld in lid 1, beëindigt de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek en stuurt zij de verzoeker een schriftelijke kennisgeving op de woonplaats of het adres als bedoeld in artikel 7, lid 4, waarbij hem wordt meegedeeld dat de behandeling van zijn verzoek is beëindigd en dat het verzoek definitief zal worden afgewezen op grond dat daarvan impliciet is afgezien tenzij de verzoeker binnen een termijn van één maand, te rekenen vanaf de datum van verzending van de schriftelijke kennisgeving zich bij de beslissingsautoriteit meldt. | 2. In de gevallen bedoeld in lid 1, beëindigt de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek en stuurt zij de verzoeker een schriftelijke kennisgeving op de woonplaats of het adres als bedoeld in artikel 7, lid 4, waarbij hem wordt meegedeeld dat de behandeling van zijn verzoek is beëindigd en dat het verzoek definitief zal kunnen worden afgewezen op grond dat daarvan impliciet is afgezien tenzij de verzoeker binnen een termijn van één maand, te rekenen vanaf de datum van verzending van de schriftelijke kennisgeving zich bij de beslissingsautoriteit meldt. |
Or. it
Amendement 123
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Indien de verzoeker zich binnen deze termijn van één maand meldt bij de beslissingsautoriteit en aantoont dat zijn verzuim te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had, hervat de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek. | 3. Indien de verzoeker zich binnen deze termijn van één maand meldt bij de beslissingsautoriteit en vraagt dat de procedure wordt hervat, hervat de beslissingsautoriteit de behandeling van het verzoek. In geval van een volgende niet-naleving van de bepalingen in lid 1 wordt het verzoek definitief afgewezen. |
Or. it
Amendement 124
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer de verzoeker zich niet binnen deze termijn van één maand meldt bij de beslissingsautoriteit en niet aantoont dat zijn verzuim te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had, acht de beslissingsautoriteit het verzoek impliciet ingetrokken. | 4. Wanneer de verzoeker zich niet binnen deze termijn van één maand meldt bij de beslissingsautoriteit, acht de beslissingsautoriteit het verzoek impliciet ingetrokken. |
Or. it
Amendement 125
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Wanneer een asielverzoek impliciet wordt ingetrokken, neemt de beslissingsautoriteit een beslissing tot afwijzing van het verzoek op grond dat daarvan impliciet is afgezien of het verzoek ongegrond is, wanneer de beslissingsautoriteit op het ogenblik dat het verzoek impliciet wordt ingetrokken, reeds heeft vastgesteld dat de verzoeker niet in aanmerking komt voor internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen). | Schrappen |
Or. it
Motivering
Verwijdering van dit lid garandeert coherentie met het amendement dat wordt voorgesteld op artikel 42, lid 3.
Amendement 126
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter -a (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| -a) het verzoek waarschijnlijk gegrond is; |
Or. it
Amendement 127
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de verzoeker kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen heeft afgelegd die tegenstrijdig zijn met voldoende geverifieerde informatie over het land van herkomst, waardoor zijn verklaringen alle overtuigingskracht worden ontnomen met betrekking tot de vraag of hij in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet op grond van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen); | (b) de verzoeker kennelijk inconsequente en tegenstrijdige of kennelijk valse verklaringen heeft afgelegd die tegenstrijdig zijn met voldoende geverifieerde informatie over het land van herkomst, waardoor zijn verklaringen alle overtuigingskracht worden ontnomen met betrekking tot de vraag of hij in aanmerking komt voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet op grond van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen); |
Or. it
Amendement 128
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 –lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de verzoeker de autoriteiten heeft misleid door omtrent zijn identiteit of nationaliteit valse informatie of documenten te verstrekken of door relevante informatie of documenten die een negatieve invloed op de beslissing hadden kunnen hebben, achter te houden; | (c) de verzoeker de autoriteiten heeft misleid door omtrent zijn identiteit of nationaliteit valse informatie of documenten te verstrekken of documenten die een negatieve invloed op de beslissing hadden kunnen hebben, achter te houden. |
Or. it
Amendement 129
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 –lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering te vertragen of te verhinderen van een eerdere of op handen zijnde beslissing die tot zijn verwijdering van het grondgebied van een lidstaat leidt; | Schrappen |
Or. it
Amendement 130
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 –lid 1 – letter g
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(g) de verzoeker niet voldoet aan de verplichtingen van artikel 4, lid 1, en artikel 20, lid 3, van Verordening (EU) XXX/XXX (Dublingverordening), tenzij hij aantoont dat zulks te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had; | Schrappen |
Or. it
Amendement 131
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 –lid 1 – letter h
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(h) het verzoek een volgend verzoek is en zo duidelijk ongegrond of bedrieglijk is dat het geen reële kans van slagen heeft. | Schrappen |
Or. it
Amendement 132
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. De beslissingsautoriteit kan, overeenkomstig de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II, de behandeling ten gronde van een verzoek om internationale bescherming versnellen, in de gevallen waarin: |
| (a) een derde land uit hoofde van artikel 44 wordt beschouwd als een eerste land van asiel voor de verzoeker, tenzij duidelijk is dat de verzoeker niet tot dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten; |
| (b) een derde land uit hoofde van artikel 45 wordt beschouwd als veilig derde land voor de verzoeker, tenzij duidelijk is dat de verzoeker niet tot dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten. |
Or. it
Motivering
De rapporteur is van mening dat toepassing van de concepten van veilig derde land en eerste land van asiel niet kan leiden tot een ontvankelijkheidsprocedure, omdat hiermee een individueel onderzoek van de inhoud van het verzoek om internationale bescherming zou worden uitgesloten. Bovendien acht zij het niet wenselijk de toepassing ervan in het kader van het Europees asielrecht verplicht te stellen. Op basis van deze overwegingen stelt de rapporteur voor de lidstaten de mogelijkheid te laten om deze concepten toe te passen en met name geen onderzoek uit te sluiten van de inhoud van de afzonderlijke verzoeken om internationale bescherming die leiden tot een versnelde procedure en niet tot een ontvankelijkheidsprocedure.
Amendement 133
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 ter. Lid 1 bis is niet van toepassing op een persoon die subsidiaire bescherming geniet en die is hervestigd krachtens een versnelde procedure overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake hervestiging). |
Or. it
Amendement 134
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beslissingsautoriteit rondt de versnelde behandelingsprocedure af binnen twee maanden na de indiening van het verzoek. In de gevallen als bedoeld in punt 1), onder d), rondt de beslissingsautoriteit, bij wijze van uitzondering, de versnelde behandelingsprocedure binnen acht werkdagen af. | 2. De beslissingsautoriteit rondt de versnelde behandelingsprocedure af binnen twee maanden na de indiening van het verzoek. |
Or. it
Amendement 135
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. Als de beslissingsautoriteit er niet in slaagt de versnelde onderzoeksprocedure binnen de in lid 2 bepaalde termijn af te sluiten, wordt het verzoek onderzocht overeenkomstig de andere bepalingen van deze verordening. |
Or. it
Amendement 136
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 –lid 5 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de verzoeker afkomstig is uit een derde land dat als een veilig land van herkomst wordt beschouwd overeenkomstig de voorwaarden van artikel 47; | (a) het verzoek waarschijnlijk gegrond is; |
Or. it
Amendement 137
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer het door de aankomst van onevenredig grote aantallen onderdanen van derde landen of staatlozen die aan de grens of in een transitzone verzoeken om internationale bescherming indienen, in de praktijk moeilijk wordt om de bepalingen van lid 1 op deze plaatsen toe te passen, kan de grensprocedure ook worden toegepast op plaatsen nabij de grens of de transitzone. | 4. Wanneer het door de aankomst van onevenredig grote aantallen onderdanen van derde landen of staatlozen die aan de grens of in een transitzone verzoeken om internationale bescherming indienen, in de praktijk moeilijk wordt om de bepalingen van lid 1 op deze plaatsen toe te passen, kan de grensprocedure ook worden toegepast op plaatsen nabij de grens of de transitzone. Ook in deze omstandigheden worden de voorschriften toegepast van lid 2. |
Or. it
Amendement 138
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De grensprocedure kan overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 11 van Richtlijn (EU) XXX/XXX (richtlijn opvangvoorzieningen) alleen op niet-begeleide minderjarigen worden toegepast wanneer: | De grensprocedure kan niet op minderjarigen worden toegepast. |
Or. it
Amendement 139
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de verzoeker afkomstig is uit een derde land dat als een veilig land van herkomst wordt beschouwd overeenkomstig de voorwaarden van artikel 47; | Schrappen |
Or. it
Amendement 140
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de verzoeker om ernstige redenen geacht kan worden een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaat, of de verzoeker onder dwang is uitgezet om ernstige redenen van nationale veiligheid of openbare orde krachtens het nationale recht; | Schrappen |
Or. it
Amendement 141
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat een derde land een veilig derde land voor de asielzoeker is overeenkomstig de voorwaarden van artikel 45; | Schrappen |
Or. it
Amendement 142
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de verzoeker de autoriteiten heeft misleid door omtrent zijn identiteit of nationaliteit valse informatie of documenten te verstrekken of relevante informatie of documenten die een negatieve invloed op de beslissing hadden kunnen hebben, achter te houden. | Schrappen |
Or. it
Amendement 143
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – lid 5 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Punt d) wordt alleen toegepast wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de verzoeker relevante elementen probeert te verbergen die waarschijnlijk zouden leiden tot een besluit tot weigering van internationale bescherming, mits de verzoeker daadwerkelijk de gelegenheid heeft gekregen om gemotiveerde redenen voor zijn handelingen aan te voeren. | Schrappen |
Or. it
Amendement 144
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Een volgend verzoek wordt onderworpen aan een voorlopige behandeling waarbij de beslissingsautoriteit vaststelt of er nieuwe relevante elementen of bevindingen naar voren zijn gekomen of door de verzoeker zijn voorgelegd die de kans aanzienlijk groter maken dat de verzoeker voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet in aanmerking komt krachtens Verordening (EU) XXX/XXX (verordening asielnormen) of die verband houden met de redenen waarom het eerdere verzoek niet-ontvankelijk is verklaard. | 2. Een volgend verzoek wordt onderworpen aan een voorlopige behandeling waarbij de beslissingsautoriteit vaststelt of er nieuwe relevante elementen of bevindingen naar voren zijn gekomen of door de verzoeker zijn voorgelegd of die verband houden met de redenen waarom het eerdere verzoek niet-ontvankelijk is verklaard. |
Or. it
Amendement 145
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De voorlopige behandeling vindt plaats op grond van schriftelijke opmerkingen en een persoonlijk onderhoud in overeenstemming met de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II. Van het persoonlijk onderhoud kan worden afgezien wanneer het op grond van de schriftelijke opmerkingen duidelijk is dat het verzoek niet tot nieuwe relevante elementen of bevindingen leidt of dat het duidelijk ongegrond is en geen reële kans van slagen heeft. | 3. De voorlopige behandeling vindt plaats op grond van schriftelijke opmerkingen en een persoonlijk onderhoud in overeenstemming met de fundamentele beginselen en waarborgen van hoofdstuk II. Van het persoonlijk onderhoud kan worden afgezien wanneer het op grond van de schriftelijke opmerkingen duidelijk is dat het verzoek niet tot nieuwe relevante elementen of bevindingen leidt. |
Or. it
Motivering
Expliciete en impliciete intrekking kunnen niet worden beschouwd als gevallen van een volgend verzoek, omdat nooit een echt onderzoek van de inhoud heeft plaatsgevonden.
Amendement 146
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 3 – alinea 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Toepassing van lid 3, tweede zin, doet geen afbreuk aan een passend en volledig onderzoek van het verzoek en deze bepaling wordt niet toegepast, wanneer een verzoek is afgewezen als gevolg van een expliciete of impliciete intrekking van het verzoek in de zin van de artikelen 38 en 39. |
Or. it
Motivering
Expliciete en impliciete intrekking kunnen niet worden beschouwd als gevallen van een volgend verzoek, omdat nooit een echt onderzoek van de inhoud heeft plaatsgevonden.
Amendement 147
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 4 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de verzoeker buiten zijn eigen schuld niet in staat was deze elementen of bevindingen tijdens de procedure in het kader van het eerdere verzoek voor te leggen, tenzij het onredelijk wordt geacht om niet met deze elementen of bevindingen rekening te houden. | (b) de verzoeker buiten zijn eigen schuld niet in staat was deze elementen of bevindingen tijdens de procedure in het kader van het eerdere verzoek voor te leggen. |
Or. it
Amendement 148
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Wanneer niet aan de voorwaarden voor de inleiding van een nieuwe procedure als bedoeld in lid 4 is voldaan, verklaart de beslissingsautoriteit het verzoek niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond, wanneer het verzoek zo duidelijk ongegrond of bedrieglijk is dat het geen reële kans van slagen heeft. | 5. Wanneer niet aan de voorwaarden voor de inleiding van een nieuwe procedure als bedoeld in lid 4 is voldaan, verklaart de beslissingsautoriteit het verzoek niet-ontvankelijk. |
Or. it
Amendement 149
Voorstel voor een verordening
Artikel 43
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 43 | Schrappen |
Uitzondering op het recht te blijven bij volgende verzoeken |
|
Onverminderd het beginsel van non-refoulement, kunnen de lidstaten voorzien in een uitzondering op het recht op hun grondgebied te blijven en afwijken van artikel 54, lid 1, indien: |
|
(a) een volgend verzoek door de beslissingsautoriteit niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is verklaard; |
|
(b) een tweede of verder volgend verzoek wordt ingediend in eender welke lidstaat na een definitieve beslissing waarbij een voorgaand volgend verzoek niet-ontvankelijk, ongegrond of kennelijk ongegrond is verklaard. |
|
Or. it
Amendement 150
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Een derde land wordt voor een bepaalde verzoeker beschouwd als eerste land van asiel wanneer: | 1. Een derde land kan voor een bepaalde verzoeker worden beschouwd als eerste land van asiel wanneer: |
Or. it
Amendement 151
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Met betrekking tot niet-begeleide minderjarigen mag het begrip "eerste land van asiel" alleen worden toegepast wanneer de autoriteiten van de lidstaten vooraf van de autoriteiten van het betrokken derde land de verzekering hebben ontvangen dat de niet-begeleide minderjarige door deze autoriteiten zal worden overgenomen en dat hij onmiddellijk één van de in lid 1 bedoelde vormen van bescherming zal genieten. | 4. Met betrekking tot niet-begeleide minderjarigen mag het begrip "eerste land van asiel" niet worden toegepast. |
Or. it
Amendement 152
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Een derde land wordt aangewezen als een veilig derde land, wanneer: | Een derde land kan worden aangewezen als een veilig derde land, wanneer: |
Or. it
Amendement 153
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – alinea 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) de mogelijkheid bestaat om bescherming te ontvangen overeenkomstig de materiële normen van het Verdrag van Genève of voldoende bescherming als bedoeld in artikel 44, lid 2, naargelang van het geval. | (e) de mogelijkheid bestaat om internationale bescherming te vragen en, bij erkenning als vluchteling, bescherming te krijgen overeenkomstig het Verdrag van Genève zonder geografische beperking. |
Or. it
Amendement 154
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 2 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het begrip "veilig derde land" wordt toegepast: | 2. Een lidstaat kan het begrip "veilig derde land" toepassen, wanneer het derde land is aangemerkt als veilig derde land overeenkomstig artikel 50. |
Or. it
Amendement 155
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 –lid 2 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) wanneer een derde land is aangemerkt als veilig derde land overeenkomstig artikel 50; | Schrappen |
Or. it
Amendement 156
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) wanneer een derde land op EU-niveau is aangemerkt als veilig derde land overeenkomstig artikel 50; | Schrappen |
Or. it
Amendement 157
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 –lid 2 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) in individuele gevallen met betrekking tot een specifieke verzoeker. | Schrappen |
Or. it
Amendement 158
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 –lid 3 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) er een band bestaat tussen de verzoeker en het betrokken derde land op grond waarvan het redelijk is dat de verzoeker naar dat land gaat, onder meer omdat de verzoeker door dat derde land is gereisd en dat land geografisch dicht bij het land van herkomst van de verzoeker ligt; | (a) er een band bestaat tussen de verzoeker en het betrokken derde land op grond waarvan het redelijk is dat de verzoeker naar dat land gaat; |
Or. it
Amendement 159
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Met betrekking tot niet-begeleide minderjarigen mag het begrip "veilig derde land" alleen worden toegepast wanneer de autoriteiten van de lidstaten vooraf van de autoriteiten van het betrokken derde land de verzekering hebben ontvangen dat de niet-begeleide minderjarige door deze autoriteiten zal worden overgenomen en dat hij onmiddellijk één van de in lid 1, onder e), bedoelde vormen van bescherming zal genieten. | 5. Met betrekking tot niet-begeleide minderjarigen mag het begrip "veilig derde land" niet worden toegepast. |
Or. it
Amendement 160
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 –lid 6 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de verzoeker hiervan op de hoogte gebracht; | (a) de verzoeker hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht; |
Or. it
Amendement 161
Voorstel voor een verordening
Artikel 46
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 46 | Schrappen |
Aanmerking op EU-niveau als veilig derde land |
|
1. Derde landen worden op EU-niveau als veilige derde landen aangemerkt, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in artikel 45, lid 1. |
|
2. De Commissie evalueert regelmatig de situatie in derde landen die op EU-niveau als veilige derde landen zijn aangemerkt, met de hulp van het Asielagentschap van de Europese Unie en op basis van de andere informatiebronnen als bedoeld in artikel 45, lid 1, tweede alinea. |
|
3. De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen tot schorsing van de aanmerking op EU-niveau van een derde land als veilig derde land onder de voorwaarden van artikel 49. |
|
Or. it
Motivering
Dit artikel moet worden geschrapt, om de draagwijdte te kunnen herdefiniëren van het concept van veilig derde land, waarvan de toepassing facultatief moet zijn. In verband hiermee acht de rapporteur het niet nodig op Europees niveau een lijst op te stellen van veilige derde landen. In elk geval zegt het artikel in kwestie niets over de procedure volgens welke deze gemeenschappelijke lijst moet worden vastgesteld.
Amendement 162
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beoordeling of een derde land mag worden aangemerkt als een veilig land van herkomst overeenkomstig deze verordening, vindt plaats op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Europese dienst voor extern optreden, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa alsook andere relevante organisaties, waarbij rekening wordt gehouden met de gemeenschappelijke analyse van de informatie over de landen van herkomst, zoals bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie). | 2. De beoordeling of een derde land mag worden aangemerkt als een veilig land van herkomst overeenkomstig deze verordening, vindt plaats op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Europese dienst voor extern optreden, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, de Raad van Europa alsook andere relevante gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties, waarbij rekening wordt gehouden met de gemeenschappelijke analyse van de informatie over de landen van herkomst, zoals bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) XXX/XXX (verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie). |
Or. it
Amendement 163
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 – lid 4 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 4 bis. Het Europees Parlement en/of de Raad kunnen de Commissie verzoeken een voorstel te doen om een land op te nemen in de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. |
Or. it
Amendement 164
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De Commissie evalueert regelmatig de situatie in derde landen die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staan, met de hulp van het Asielagentschap van de Unie en op basis van de andere informatiebronnen als bedoeld in artikel 45, lid 2. | 2. De Commissie evalueert regelmatig de situatie in derde landen die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staan of waarvan de vermelding op deze lijst overeenkomstig artikel 49 is geschorst, met de hulp van het Asielagentschap van de Unie en op basis van de andere informatiebronnen als bedoeld in artikel 47, lid 2. Zij houdt het Europees Parlement naar behoren op de hoogte en informeert het tijdig. |
Or. it
Amendement 165
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Schorsing en beëindiging van de aanmerking op het niveau van de Unie van een derde land als veilig derde land of van de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst | Schorsing en beëindiging van de vermelding op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst |
Or. it
Amendement 166
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. In geval van plotselinge veranderingen in de situatie van een derde land dat op het niveau van de Unie is aangemerkt als veilig derde land of dat is vermeld op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, beoordeelt de Commissie gemotiveerd of dat land voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld in artikel 45 of artikel 47 en stelt zij, indien zij van oordeel is dat niet meer aan deze voorwaarden wordt voldaan, een gedelegeerde handeling vast waarbij de aanmerking van dat derde land op het niveau van de Unie als veilig derde land of de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst voor de duur van zes maanden wordt geschorst. | 1. In geval van plotselinge veranderingen in de situatie van een derde land dat is vermeld op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, beoordeelt de Commissie gemotiveerd of dat land voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld in artikel 47 en stelt zij, indien zij van oordeel is dat niet meer aan deze voorwaarden wordt voldaan, een gedelegeerde handeling vast waarbij de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst voor de duur van zes maanden wordt geschorst. Zodra het kan en alleszins alvorens de gedelegeerde handeling goed te keuren brengt de Commissie de lidstaten hiervan op de hoogte en beveelt zij hun aan op nationaal niveau het concept van veilig land van herkomst niet op dit derde land toe te passen. |
Or. it
Amendement 167
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De Commissie evalueert de situatie in het betrokken derde land voortdurend, waarbij zij onder meer rekening houdt met de door de lidstaten verstrekte informatie over veranderingen in de situatie van dat land die zich naderhand voordoen. | 2. De Commissie evalueert de situatie in het betrokken derde land voortdurend, waarbij zij onder meer rekening houdt met de in artikel 47, lid 2, bedoelde informatiebronnen. |
Or. it
Amendement 168
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wanneer de Commissie overeenkomstig lid 1 een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld waarbij de aanmerking op het niveau van de Unie van een derde land als veilig derde land of de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst wordt geschorst, dient zij binnen drie maanden na de datum van vaststelling van die gedelegeerde handeling, overeenkomstig de gewone wetgevingsproces, een voorstel in tot wijziging van deze verordening ter beëindiging van de aanmerking op het niveau van de Unie van dat derde land als veilig derde land of verwijdering van dat land van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. | 3. Wanneer de Commissie overeenkomstig lid 1 een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld waarbij de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst wordt geschorst, dient zij binnen drie maanden na de datum van vaststelling van die gedelegeerde handeling, overeenkomstig de gewone wetgevingsprocedure, een voorstel in tot wijziging van deze verordening ter verwijdering van dat derde land land van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. |
Or. it
Amendement 169
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Wanneer een dergelijk voorstel door de Commissie niet wordt ingediend binnen drie maanden na de vaststelling van de gedelegeerde handeling als bedoeld in lid 2, is de gedelegeerde handeling waarbij de aanmerking op het niveau van de Unie van het derde land als veilig derde land of de vermelding van het derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst wordt geschorst, niet langer van kracht. Wanneer een dergelijk voorstel door de Commissie binnen drie maanden is ingediend, is de Commissie bevoegd om, op basis van een gemotiveerde beoordeling, de geldigheidsduur van deze gedelegeerde handeling te verlengen voor een periode van zes maanden, welke periode één keer met nog eens zes maanden kan worden verlengd. | 4. Wanneer een dergelijk voorstel door de Commissie binnen drie maanden is ingediend, is de Commissie bevoegd om, op basis van een gemotiveerde beoordeling, de geldigheidsduur van deze gedelegeerde handeling te verlengen voor een periode van zes maanden, welke periode één keer met nog eens zes maanden kan worden verlengd. Wanneer een dergelijk voorstel door de Commissie niet binnen drie maanden is ingediend, stelt de Commissie een gedelegeerde handeling vast om het derde land in kwestie weer op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst te plaatsen. |
Or. it
Amendement 170
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 4 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 4 bis. Het Europees Parlement en/of de Raad kunnen de Commissie verzoeken een voorstel te doen om een land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst te schorsen of te schrappen. |
Or. it
Amendement 171
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Aanmerking op nationaal niveau van derde landen als veilig derde land of veilig land van herkomst | Aanmerking op nationaal niveau als veilig land van herkomst |
Or. it
Amendement 172
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Gedurende een periode van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening kunnen de lidstaten met het oog op de behandeling van verzoeken om internationale bescherming wetgeving handhaven of invoeren die voorziet in de nationale aanmerking als veilig derde land of veilig land van herkomst van andere landen dan die welke op het niveau van de Unie als zodanig zijn aangemerkt of op de gemeenschappelijke EU-lijst in bijlage 1 zijn vermeld. | 1. Gedurende een periode van drie jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening kunnen de lidstaten met het oog op de behandeling van verzoeken om internationale bescherming wetgeving handhaven of invoeren die voorziet in de nationale aanmerking als veilig land van herkomst van andere landen dan die welke op het niveau van de Unie als zodanig zijn aangemerkt of op de gemeenschappelijke EU-lijst in bijlage 1 zijn vermeld. |
Or. it
Amendement 173
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Wanneer de aanmerking van een derde land op het niveau van de Unie als veilig derde land of de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst in bijlage 1 bij deze verordening is geschorst ingevolge artikel 49, lid 1, merken de lidstaten dat land niet op nationaal niveau aan als veilig derde land of veilig derde land van oorsprong en passen zij evenmin het begrip "veilig derde land" op een ad- hocbasis met betrekking tot een specifieke verzoeker toe. | 2. Wanneer de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst in bijlage 1 bij deze verordening is geschorst ingevolge artikel 49, lid 1, merken de lidstaten dat land niet op nationaal niveau aan als veilig land van oorsprong. |
Or. it
Amendement 174
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 3 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Wanneer een derde land niet langer op het niveau van de Unie wordt aangemerkt als veilig derde land of een derde land werd verwijderd van de lijst in bijlage I bij de verordening volgens de gewone wetgevingsprocedure, kan een lidstaat de Commissie meedelen dat hij van mening is dat het land, als gevolg van wijzigingen in de situatie daar, opnieuw voldoet aan de voorwaarden van artikel 45, lid 1, en artikel 47. | Wanneer een derde land werd verwijderd van de lijst in bijlage 1 bij de verordening volgens de gewone wetgevingsprocedure, kan een lidstaat de Commissie meedelen dat hij van mening is dat het land, als gevolg van wijzigingen in de situatie daar, opnieuw voldoet aan de voorwaarden van artikel 47. |
Or. it
Amendement 175
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 3 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De mededeling gaat vergezeld van een gemotiveerde beoordeling van de mate waarin dat land de voorwaarden van artikel 45, lid 1, en artikel 47 vervult, met daarbij een toelichting inzake de specifieke veranderingen in de situatie van het derde land waardoor het land opnieuw aan deze voorwaarden voldoet. | De mededeling gaat vergezeld van een gemotiveerde beoordeling van de mate waarin dat land de voorwaarden van artikel 47 vervult, met daarbij een toelichting inzake de specifieke veranderingen in de situatie van het derde land waardoor het land opnieuw aan deze voorwaarden voldoet. |
Or. it
Amendement 176
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 3 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaat die de mededeling doet, mag dat derde land alleen op nationaal niveau aanmerken als een veilig derde land of als een veilig land van herkomst wanneer de Commissie daar geen bezwaar tegen maakt. | De lidstaat die de mededeling doet, mag dat derde land alleen op nationaal niveau aanmerken als een veilig land van herkomst wanneer de Commissie daar geen bezwaar tegen maakt. |
Or. it
Amendement 177
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Onmiddellijk nadat een derde land op nationaal niveau is aangemerkt als veilig derde land of veilig land van herkomst, stellen de lidstaten de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie daarvan in kennis. De lidstaten delen de Commissie en het Agentschap eenmaal per jaar mee op welke andere veilige derde landen dit begrip met betrekking tot specifieke verzoekers ad-hoc is toegepast. | 4. Onmiddellijk nadat een derde land op nationaal niveau is aangemerkt als veilig land van herkomst, stellen de lidstaten de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie daarvan in kennis. De lidstaten delen de Commissie en het Agentschap eenmaal per jaar mee op welke andere veilige derde landen dit begrip met betrekking tot specifieke verzoekers ad-hoc is toegepast. |
Or. it
Amendement 178
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 3 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De verzoeker mag alleen nieuwe elementen naar voren brengen die relevant zijn voor de behandeling van zijn verzoek en waarvan hij in een eerder stadium geen kennis had kunnen hebben of die betrekking hebben op wijzigingen in zijn situatie. | De verzoeker mag nieuwe elementen naar voren brengen die relevant zijn voor de behandeling van zijn verzoek. |
Or. it
Amendement 179
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) binnen één week in het geval van een beslissing waarbij een volgend verzoek niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond wordt verklaard; | (a) binnen twee weken in het geval van een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard, een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als ongegrond of kennelijk ongegrond met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus na een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure of gedurende de detentie van de verzoeker; |
Or. it
Amendement 180
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) binnen twee weken in het geval van een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard, een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien, of een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als ongegrond of kennelijk ongegrond met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus na een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure of gedurende de detentie van de verzoeker; | Schrappen |
Or. it
Amendement 181
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| De lidstaten kunnen de termijnen waarin in dit lid is voorzien, verlengen, als dit nodig is door de individuele omstandigheden van het verzoek. |
Or. it
Amendement 182
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Voor de toepassing van punt b) kunnen de lidstaten voorzien in een ambtshalve toetsing van beslissingen naar aanleiding van een grensprocedure. | Voor de toepassing van punt a) kunnen de lidstaten voorzien in een ambtshalve toetsing van beslissingen naar aanleiding van een grensprocedure. |
Or. it
Amendement 183
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 6 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De in dit lid bedoelde termijnen beginnen te lopen vanaf de datum waarop de beslissing van de beslissingsautoriteit aan de verzoeker is meegedeeld of vanaf het moment waarop de juridische adviseur of raadsman is benoemd als de verzoeker een verzoek om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging heeft ingediend. | De in dit lid bedoelde termijnen beginnen te lopen vanaf de datum waarop de beslissing van de beslissingsautoriteit aan de verzoeker is meegedeeld. Als de verzoeker een verzoek om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging heeft ingediend overeenkomstig artikel 15, beginnen deze termijnen te lopen vanaf het moment waarop de juridische adviseur of raadsman is benoemd. |
Or. it
Amendement 184
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Een rechterlijke instantie heeft de bevoegdheid om te bepalen of de verzoeker op het grondgebied van de verantwoordelijke lidstaat mag blijven, hetzij op verzoek van de verzoeker hetzij ambtshalve, wanneer het recht van de verzoeker om in de lidstaat te verblijven, is geëindigd als gevolg van een van de volgende categorieën beslissingen: | Schrappen |
(a) een beslissing waarbij een verzoek kennelijk ongegrond wordt verklaard of ongegrond wordt verklaard met betrekking tot de vluchtelingenstatus of de subsidiaire-beschermingsstatus in de gevallen die onder een versnelde behandelingsprocedure of grensprocedure vallen; |
|
(b) een beslissing waarbij een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard ingevolge artikel 36, lid 1, onder a) en c); |
|
(c) een beslissing waarbij een verzoek wordt afgewezen als expliciet ingetrokken of als een verzoek waarvan impliciet is afgezien overeenkomstig respectievelijk artikel 38 of artikel 39. |
|
Or. it
Amendement 185
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Een rechterlijke instantie heeft de bevoegdheid om te bepalen of de verzoeker op het grondgebied van de verantwoordelijke lidstaat mag blijven wanneer: | Schrappen |
(a) de verzoeker over de nodige tolkdiensten en rechtsbijstand beschikt, en voldoende tijd heeft om het verzoek op te stellen en aan de rechterlijke instantie de argumenten voor te leggen om hem, in afwachting van de uitkomst van de voorziening in rechte, het recht te verlenen op het grondgebied te blijven; en |
|
(b) de rechterlijke instantie in het kader van de behandeling van het verzoek om op het grondgebied van de verantwoordelijke lidstaat te blijven, feitelijk en juridisch de beslissing onderzoekt waarbij de internationale bescherming wordt geweigerd. |
|
Or. it
Amendement 186
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De lidstaten staan de verzoeker toe om op hun grondgebied te blijven in afwachting van de uitkomst van de procedure om te bepalen of de verzoeker op het grondgebied mag blijven. Die beslissing wordt genomen binnen een maand nadat het beroep is ingesteld. | Schrappen |
Or. it
Amendement 187
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Een verzoeker die een verder rechtsmiddel instelt tegen een eerste of volgende beslissing in beroep heeft geen recht om op het grondgebied van de lidstaat te blijven, tenzij een gerechtelijke instantie op verzoek van verzoeker of ambtshalve anders beslist. Die beslissing wordt genomen binnen een maand na het instellen van dat verdere rechtsmiddel. | Schrappen |
Or. it