Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
2.2.2017
***I
ONTWERPVERSLAG
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van [Verordening (EU) nr. 604/2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend], voor de identificatie van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land of staatloze en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving (herschikking)
( COM(2016)0272 – C8-0179/2016 – 2016/0132(COD) )
Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
Rapporteur: Monica Macovei
(Herschikking – artikel 104 van het Reglement)
PR_COD_1recastingam
Verklaring van de gebruikte tekens |
* Raadplegingsprocedure *** Goedkeuringsprocedure ***I Gewone wetgevingsprocedure (eerste lezing) ***II Gewone wetgevingsprocedure (tweede lezing) ***III Gewone wetgevingsprocedure (derde lezing)
(De aangeduide procedure is gebaseerd op de in de ontwerptekst voorgestelde rechtsgrond.)
|
Amendementen op een ontwerphandeling |
Amendementen van het Parlement in twee kolommen
Geschrapte tekstdelen worden in de linkerkolom in vet cursief aangegeven. Vervangen tekstdelen worden in beide kolommen in vet cursief aangegeven. Nieuwe tekst wordt in de rechterkolom in vet cursief aangegeven.
In de eerste en tweede regel van de koptekst boven elk amendement wordt verwezen naar het tekstdeel in kwestie van de ontwerphandeling. Indien een amendement betrekking heeft op een bestaande handeling, waarop in de ontwerphandeling wijzigingen worden voorgesteld, bevat de koptekst bovendien een derde en vierde regel, die verwijzen naar de bestaande handeling respectievelijk naar de bepaling in kwestie.
Amendementen van het Parlement in de vorm van een geconsolideerde tekst
Nieuwe tekstdelen worden in vet cursief aangegeven. Geschrapte tekstdelen worden aangegeven met het symbool ▌of worden doorgestreept. Waar tekstdelen vervangen worden, wordt de nieuwe tekst in vet cursief aangegeven, terwijl de vervangen tekst wordt geschrapt of doorgestreept. Bij wijze van uitzondering worden zuiver technische wijzigingen die de diensten aanbrengen met het oog op de opstelling van de definitieve tekst, niet gemarkeerd.
|
INHOUD
Blz.
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT 5
TOELICHTING 50
BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN 52
BIJLAGE: ADVIES VAN DE ADVIESGROEP VAN DE JURIDISCHE DIENSTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN DE COMMISSIE 53
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EU) nr. 604/2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend, voor de identificatie van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land of staatloze en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving (herschikking)
( COM(2016)0272 – C8-0179/2016 – 2016/0132(COD) )
(Gewone wetgevingsprocedure – herschikking)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad ( COM(2016)0272 ),
– gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 78, lid 2, onder e), 79, lid 2, onder c), 87, lid 2, onder a) en 88, lid 2, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0179/2016),
– gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 19 oktober 2016,
– gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 8 december 2016,
– gezien het Interinstitutioneel akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten[1],
– gezien de brief d.d. ...2017 van de Commissie juridische zaken aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken overeenkomstig artikel 104, lid 3, van zijn Reglement,
– gezien de artikelen 104 en 59 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en het advies van de Begrotingscommissie ( A8-0000/2017 ),
A. overwegende dat het voorstel van de Commissie volgens de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel worden vermeld en dat met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere besluiten met die wijzigingen kan worden geconstateerd dat het voorstel louter een codificatie van de bestaande besluiten behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen;
1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast, rekening houdend met de aanbevelingen van de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Titel 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Voorstel voor een | Voorstel voor een |
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD | VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD |
betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van [Verordening (EU) nr. 604/2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend], voor de identificatie van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land of staatloze en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving (herschikking) | betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van [Verordening (EU) nr. 604/2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend], voor de identificatie van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land of staatloze en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1077/2011 (herschikking) |
Or. en
Motivering
In het oorspronkelijke voorstel van de Commissie vallen DubliNet en de operationele verantwoordelijkheid van eu-LISA onder artikel 5, lid 5, waarin de opbouw van Eurodac wordt beschreven, hetgeen vanuit operationeel oogpunt niet correct is. Beter zou zijn om Verordening (EU) 1077/2011 te wijzigen. Derhalve wordt er een amendement ingediend dat voorziet in een nieuw hoofdstuk met daarin de tekst van de Commissie en aanvullende bepalingen waarin de operationele verantwoordelijkheid wordt verduidelijkt (amendement 59). De tekst houdt verband met een amendement in een niet-gecodificeerd gedeelte.
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(5) Biometrische gegevens vormen een belangrijk element om de juiste identiteit van die personen vast te stellen, hetgeen ertoe noopt een systeem voor de vergelijking van hun vingerafdruk - en gezichtsopname gegevens in te stellen. | (5) Biometrische gegevens vormen een belangrijk element om de juiste identiteit van die personen vast te stellen, hetgeen ertoe noopt een systeem voor de vergelijking van hun biometrische gegevens in te stellen. |
| (Dit amendement is van toepassing op de gehele tekst. Bij aanneming van dit amendement moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.) |
Or. en
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(10) Om de lidstaten te helpen een oplossing te vinden voor problemen in verband met niet-medewerking aan het nemen van vingerafdrukken, staat deze verordening ook toe dat in laatste instantie de gezichtsopname wordt vergeleken zonder vingerafdrukken, indien het onmogelijk is de vingerafdrukken van de onderdaan van een derde land of de staatloze te nemen doordat diens vingertoppen, al dan niet opzettelijk, zijn beschadigd of geamputeerd. De lidstaten moeten alles in het werk stellen om de vingerafdrukken van de betrokkene te nemen, voordat een vergelijking op basis van slechts een gezichtsopname wordt verricht, indien de niet-medewerking is gebaseerd op andere redenen dan de toestand van de vingertoppen van de betrokkene. Als gezichtsopnamen in combinatie met vingerafdrukgegevens worden gebruikt, kan het aantal te registreren vingerafdrukken worden verminderd, terwijl hetzelfde resultaat wordt bereikt wat de nauwkeurigheid van de identificatie betreft. | (10) Om de lidstaten te helpen een oplossing te vinden voor problemen, indien het onmogelijk is de vingerafdrukken van de onderdaan van een derde land of de staatloze te nemen doordat diens vingertoppen, al dan niet opzettelijk, zijn beschadigd of geamputeerd, staat deze verordening ook toe dat er gezichtsopnamen worden vergeleken zonder dat er vingerafdrukken worden genomen. De lidstaten moeten alles in het werk stellen om de vingerafdrukken van de betrokkene te nemen, voordat een vergelijking op basis van slechts een gezichtsopname wordt verricht. |
Or. en
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(11) De terugkeer van onderdanen van derde landen die geen verblijfsrecht in de Unie hebben, zulks in overeenstemming met de grondrechten die tot de algemene beginselen van zowel het Unierecht als het internationaal recht behoren, met inbegrip van de verplichtingen inzake de bescherming van vluchtelingen en de mensenrechten, alsook overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG26, is een wezenlijk onderdeel van de brede maatregelen om migratie aan te pakken en met name irreguliere migratie terug te dringen en te ontmoedigen. Om het vertrouwen van het publiek in het migratie- en asielstelsel van de Unie te behouden, moet het stelsel van de Unie voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen doeltreffender worden gemaakt, wat gepaard moet gaan met het streven om personen die bescherming nodig hebben, te helpen. | (11) De terugkeer van onderdanen van derde landen of staatlozen die geen verblijfsrecht in de Unie hebben, zulks in overeenstemming met de grondrechten die tot de algemene beginselen van zowel het Unierecht als het internationaal recht behoren, met inbegrip van de verplichtingen inzake de bescherming van vluchtelingen en de mensenrechten, alsook overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG26, is een wezenlijk onderdeel van de brede maatregelen om migratie aan te pakken en met name irreguliere migratie terug te dringen en te ontmoedigen. Om het vertrouwen van het publiek in het migratie- en asielstelsel van de Unie te behouden, moet het stelsel van de Unie voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen of staatlozen doeltreffender worden gemaakt, wat gepaard moet gaan met het streven om personen die bescherming nodig hebben, te helpen. |
__________________ | __________________ |
26 Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98). | 26 Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98). |
Or. en
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(12) De nationale autoriteiten van de lidstaten ondervinden moeilijkheden bij de identificatie van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen die van bedrieglijke methoden gebruikmaken om identificatie te vermijden en de procedures om hen met het oog op terugkeer en overname van nieuwe documenten te voorzien, te dwarsbomen. Het is daarom van wezenlijk belang dat gegevens over onderdanen van derde landen en staatloze personen die illegaal in de EU blijken te verblijven, worden verzameld en naar Eurodac worden doorgezonden, zodat zij ook kunnen worden vergeleken met de gegevens die zijn verzameld en doorgezonden om de identiteit vast te stellen van personen die om internationale bescherming verzoeken en van onderdanen van derde landen die zijn aangehouden bij het illegaal overschrijden van de buitengrenzen van de Unie; het doel daarvan is identificatie en verstrekking van nieuwe documenten te vergemakkelijken met het oog op terugkeer en overname, en identiteitsfraude tegen te gaan. Dit moet tevens bijdragen tot verkorting van de procedures die noodzakelijk zijn om terugkeer en overname van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen te verzekeren, inclusief verkorting van de periode gedurende welke zij in afwachting van verwijdering in administratieve detentie mogen worden gehouden. Daarnaast moeten de derde landen van doorreis kunnen worden geïdentificeerd, zodat deze de illegaal verblijvende onderdaan van een derde land kunnen overnemen. | (12) De nationale autoriteiten van de lidstaten ondervinden moeilijkheden bij de identificatie van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen of staatlozen die van bedrieglijke methoden gebruikmaken om identificatie te vermijden en de procedures om hen met het oog op terugkeer en overname van nieuwe documenten te voorzien, te dwarsbomen. Het is daarom van wezenlijk belang dat gegevens over onderdanen van derde landen en staatlozen die illegaal in de EU blijken te verblijven, worden verzameld en naar Eurodac worden doorgezonden, zodat zij ook kunnen worden vergeleken met de gegevens die zijn verzameld en doorgezonden om de identiteit vast te stellen van personen die om internationale bescherming verzoeken en van onderdanen van derde landen of staatlozen die zijn aangehouden bij het illegaal overschrijden van de buitengrenzen van de Unie; het doel daarvan is identificatie en verstrekking van nieuwe documenten te vergemakkelijken met het oog op terugkeer en overname, en identiteitsfraude tegen te gaan. Dit moet tevens bijdragen tot verkorting van de procedures die noodzakelijk zijn om terugkeer en overname van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen of staatlozen te verzekeren, inclusief verkorting van de periode gedurende welke zij in afwachting van verwijdering in administratieve detentie mogen worden gehouden. Daarnaast moeten de derde landen van doorreis kunnen worden geïdentificeerd, zodat deze de illegaal verblijvende onderdaan van een derde land of de staatloze kunnen overnemen. |
Or. en
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) De Raad steunde in zijn conclusies van 8 oktober 2015 over de toekomst van het terugkeerbeleid het initiatief van de Commissie om een uitbreiding van het toepassingsgebied en het doel van Eurodac te onderzoeken, zodat de daarin opgenomen gegevens ook voor terugkeerdoeleinden kunnen worden gebruikt27. De lidstaten moeten over de noodzakelijke instrumenten kunnen beschikken om illegale immigratie en secundaire bewegingen van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen in de Unie op te sporen. Daarom dienen de aangewezen autoriteiten van de lidstaten de Eurodac-gegevens onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden te kunnen vergelijken. | (13) De Raad steunde in zijn conclusies van 8 oktober 2015 over de toekomst van het terugkeerbeleid het initiatief van de Commissie om een uitbreiding van het toepassingsgebied en het doel van Eurodac te onderzoeken, zodat de daarin opgenomen gegevens ook voor terugkeerdoeleinden kunnen worden gebruikt27. De lidstaten moeten over de noodzakelijke instrumenten kunnen beschikken om illegale immigratie en secundaire bewegingen van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen of staatlozen in de Unie op te sporen. Daarom dienen de aangewezen autoriteiten van de lidstaten de Eurodac-gegevens onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden te kunnen vergelijken. |
__________________ | __________________ |
27 EU-actieplan inzake terugkeer ( COM(2015) 453 final). | 27 EU-actieplan inzake terugkeer ( COM(2015) 453 final). |
Or. en
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) In de mededeling van de Commissie over krachtigere en slimmere informatiesystemen voor grenzen en veiligheid28 wordt de aandacht gevestigd op de noodzaak om als langetermijndoelstelling de interoperabiliteit van informatiesystemen te verbeteren, waarop ook de Europese Raad en de Raad hebben gewezen. In de mededeling wordt voorgesteld een deskundigengroep inzake informatiesystemen en interoperabiliteit op te richten, die moet onderzoeken of het juridisch en technisch haalbaar is om de informatiesystemen voor grenzen en veiligheid interoperabel te maken. Die groep moet de noodzaak en evenredigheid van de totstandbrenging van interoperabiliteit met het Schengeninformatiesysteem (SIS) en het Visuminformatiesysteem (VIS) beoordelen en onderzoeken of het noodzakelijk is het rechtskader voor de toegang tot Eurodac voor rechtshandhavingsdoeleinden te herzien. | (14) In de mededeling van de Commissie over krachtigere en slimmere informatiesystemen voor grenzen en veiligheid28 wordt de aandacht gevestigd op de noodzaak om als langetermijndoelstelling de interoperabiliteit van informatiesystemen te verbeteren, waarop ook de Europese Raad en de Raad hebben gewezen. In de mededeling wordt voorgesteld een deskundigengroep inzake informatiesystemen en interoperabiliteit op te richten, die moet onderzoeken of het juridisch en technisch haalbaar is om de informatiesystemen voor grenzen en veiligheid interoperabel te maken. Die groep moet de noodzaak en evenredigheid van de totstandbrenging van interoperabiliteit met het Schengeninformatiesysteem (SIS), het Visuminformatiesysteem (VIS) en andere relevante databanken op het gebied van justitie en binnenlandse zaken beoordelen. In het bijzonder moet worden onderzocht of er interoperabiliteit tot stand moet worden gebracht tussen Eurodac en het inreis-uitreissysteem (EES), om wederzijdse raadpleging tussen de systemen en automatische verzending van het EES naar Eurodac mogelijk te maken voor gegevens van onderdanen van derde landen of staatlozen die de maximale toegestane verblijfsduur hebben overschreden. Aangezien de lidstaten momenteel geen informatie over terugkeerbesluiten uitwisselen, dient de Deskundigengroep inzake informatiesystemen en interoperabiliteit ook de eventuele voordelen van het registreren van terugkeerbesluiten en andere maatregelen in verband met de verwijdering van gegevens in Eurodac te onderzoeken. |
__________________ | __________________ |
28 COM(2016) 205 final | 28 COM(2016) 0205 |
Or. en
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 19
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(19) Verzoeken van Europol om vergelijking met Eurodac-gegevens mogen alleen in welbepaalde gevallen, in specifieke omstandigheden en onder strikte voorwaarden worden ingewilligd. | (19) Europol mag alleen in welbepaalde gevallen, in specifieke omstandigheden en onder strikte voorwaarden toestemming krijgen voor vergelijkingen met Eurodac-gegevens. |
Or. en
Motivering
Het amendement houdt verband met artikel 1, lid 1, onder c), van het voorstel (niet-gecodificeerd), waarin is vastgelegd dat Eurodac niet alleen gericht is op de tenuitvoerlegging van de Dublin-verordening maar ook rechtshandhaving als doel heeft. De controle vooraf die momenteel door een onafhankelijke controlerende autoriteit wordt uitgevoerd van elk geval waarin de operationele eenheid van Europol toegang krijgt tot Eurodac, is om wettelijke redenen, technische redenen en redenen in verband met gegevensbescherming buitengewoon lastig uit te voeren. Het schrappen van deze eis wordt gecompenseerd door het nieuwe lid 3 ter van artikel 22 tot aanscherping van de verplichting om de regels inzake gegevensbescherming na te leven en de controlemechanismen toe te passen waarin deze regels voorzien.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 22
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(22) In deze verordening worden ook de voorwaarden vastgesteld waaronder verzoeken om vergelijking van vingerafdrukgegevens met Eurodac-gegevens mogelijk dienen te zijn om terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten te voorkomen, op te sporen of te onderzoeken alsook de noodzakelijke waarborgen ter bescherming van het grondrecht op eerbiediging van het privéleven van personen van wie de persoonsgegevens in Eurodac worden verwerkt. Deze voorwaarden zijn streng omdat in de Eurodac-gegevensbank vingerafdrukgegevens worden geregistreerd van personen die er niet van worden verdacht een terroristisch misdrijf of ander ernstig strafbaar feit te hebben gepleegd. | (22) In deze verordening worden ook de voorwaarden vastgesteld waaronder verzoeken om vergelijking van biometrische of alfanumerieke gegevens met Eurodac-gegevens mogelijk dienen te zijn om terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten te voorkomen, op te sporen of te onderzoeken alsook de noodzakelijke waarborgen ter bescherming van het grondrecht op eerbiediging van het privéleven van personen van wie de persoonsgegevens in Eurodac worden verwerkt. Deze voorwaarden zijn streng omdat in de Eurodac-gegevensbank biometrische en alfanumerieke gegevens worden geregistreerd van personen die er niet van worden verdacht een terroristisch misdrijf of ander ernstig strafbaar feit te hebben gepleegd. Erkend wordt dat rechtshandhavingsinstanties en Europol niet altijd beschikken over de biometrische gegevens van de dader of het slachtoffer wiens zaak zij onderzoeken, hetgeen voor hen een belemmering kan vormen om gegevensbanken voor biometrische matching, zoals Eurodac, te raadplegen. Om een grotere bijdrage te leveren aan onderzoeken van deze autoriteiten en Europol, moeten in dergelijke gevallen zoekopdrachten op basis van alfanumerieke gegevens worden toegestaan in Eurodac, in het bijzonder als deze autoriteiten en Europol mogelijk over bewijs beschikken van de persoonsgegevens of identiteitspapieren van slachtoffers of personen die worden verdacht van strafbare feiten. |
Or. en
Motivering
Op grond van het voorstel mogen nationale rechtshandhavingsautoriteiten en Europol niet verzoeken om vergelijkingen met specifieke alfanumerieke gegevens, hetgeen ten koste gaat van onderzoeken, met name op het gebied van terrorismebestrijding, waarbij geprobeerd wordt om erachter te komen waar en op welke datum verdachten, waarvan bekend is welke identiteit ze hebben gebruikt maar geen vingerafdrukken beschikbaar zijn, de EU zijn binnengekomen. In deze context, en aangezien de werkingssfeer van artikel 1, lid 1, onder c), van het voorstel wordt uitgebreid van louter de tenuitvoerlegging van de Dublin-verordening naar rechtshandhavingsdoeleinden, zouden nationale rechtshandhavingsinstanties en Europol noodzakelijkerwijs toegang moeten hebben tot alle Eurodac-gegevens om hun taken naar behoren te kunnen uitvoeren.
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(24) Het is tevens noodzakelijk dat de lidstaten van elke persoon die om internationale bescherming verzoekt en van elke in verband met de illegale overschrijding van de buitengrens van een lidstaat aangehouden of illegaal in een lidstaat verblijvende onderdaan van een derde land of staatloze, voor zover deze zes jaar of ouder is, onverwijld vingerafdrukken nemen en vingerafdrukgegevens toezenden. | (24) Het is tevens noodzakelijk dat de lidstaten van elke persoon die om internationale bescherming verzoekt en van elke in verband met de illegale overschrijding van de buitengrens van een lidstaat aangehouden of illegaal in een lidstaat verblijvende onderdaan van een derde land of staatloze, voor zover deze zes jaar of ouder is, onverwijld biometrische gegevens verzamelen en toezenden. |
Or. en
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 30
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(30) De lidstaten dienen kennis te nemen van het werkdocument van de diensten van de Commissie over de uitvoering van de Eurodac-verordening wat de verplichting om vingerafdrukken te nemen betreft, dat de Raad op 20 juli 2015 heeft goedgekeurd34, waarin een beste praktijk is opgenomen voor het nemen van vingerafdrukken van irreguliere onderdanen van derde landen. Indien het nationale recht van een lidstaat toestaat dat in laatste instantie vingerafdrukken onder dwang mogen worden genomen, moeten de desbetreffende maatregelen volledig voldoen aan het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Onderdanen van derde landen die als kwetsbaar worden beschouwd of die minderjarig zijn, mogen niet worden gedwongen om mee te werken aan het nemen van vingerafdrukken of het maken van een gezichtsopname, tenzij er sprake is van naar behoren gerechtvaardigde omstandigheden waarin dat volgens het nationale recht geoorloofd is. | (30) De lidstaten dienen kennis te nemen van het werkdocument van de diensten van de Commissie over de uitvoering van de Eurodac-verordening wat de verplichting om vingerafdrukken te nemen betreft, dat de Raad op 20 juli 2015 heeft goedgekeurd34, waarin een beste praktijk is opgenomen voor het nemen van vingerafdrukken van irreguliere onderdanen van derde landen of staatlozen. Indien het nationale recht van een lidstaat toestaat dat in laatste instantie vingerafdrukken onder dwang mogen worden genomen, moeten de desbetreffende maatregelen volledig voldoen aan het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Onderdanen van derde landen of staatlozen die als kwetsbaar worden beschouwd of die minderjarig zijn, mogen niet worden gedwongen om mee te werken aan het nemen van vingerafdrukken of het maken van een gezichtsopname, tenzij er sprake is van naar behoren gerechtvaardigde omstandigheden waarin dat volgens het nationale recht geoorloofd is. |
__________________ | __________________ |
SWD(2015) 150 final van 27 mei 2015. | SWD(2015) 150 final van 27 mei 2015. |
Or. en
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 31
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(31) Treffers in Eurodac dienen te worden geverifieerd door een geoefende deskundige op het gebied van vingerafdrukken, zodat de juiste lidstaat wordt aangewezen als verantwoordelijke lidstaat volgens Verordening (EU) en zodat de onderdaan van een derde land of staatloze, of de persoon die verdacht wordt van strafbare feiten of het slachtoffer is van een misdrijf en wiens vingerafdrukken mogelijk in Eurodac zijn opgeslagen, correct wordt geïdentificeerd. Treffers in Eurodac op basis van een gezichtsopname moeten eveneens worden geverifieerd indien er twijfel over bestaat of het resultaat op dezelfde persoon betrekking heeft. | (31) Treffers in Eurodac dienen te worden geverifieerd door een geoefende deskundige op het gebied van vingerafdrukken, zodat de juiste lidstaat wordt aangewezen als verantwoordelijke lidstaat volgens Verordening (EU) en zodat de onderdaan van een derde land of staatloze, of de persoon die verdacht wordt van strafbare feiten of het slachtoffer is van een misdrijf en wiens vingerafdrukken mogelijk in Eurodac zijn opgeslagen, correct wordt geïdentificeerd. Treffers in Eurodac op basis van een gezichtsopname moeten eveneens worden geverifieerd door een functionaris die overeenkomstig de nationale praktijk is opgeleid, vooral wanneer uitsluitend gezichtsopnames worden vergeleken. Wanneer de vingerafdrukken en de gezichtsopname tegelijkertijd worden vergeleken en er voor beide sets van biometrische gegevens een treffer is, kunnen de lidstaten het resultaat voor de gezichtsopname indien nodig controleren en verifiëren. |
Or. en
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 34
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(34) Deze bewaringstermijn dient te worden bekort in bepaalde bijzondere omstandigheden waarin bewaring van vingerafdruk - en gezichtsopname gegevens alsmede alle andere persoonsgegevens voor een zo lange duur onnodig is. Vingerafdruk - en gezichtsopname gegevens alsmede alle andere persoonsgegevens van een onderdaan van een derde land dienen onverwijld te worden verwijderd zodra een onderdaan van een derde land of staatloze het burgerschap van een lidstaat verkrijgt. | (34) Deze bewaringstermijn dient te worden bekort in bepaalde bijzondere omstandigheden waarin bewaring van vingerafdruk - en gezichtsopname gegevens alsmede alle andere persoonsgegevens voor een zo lange duur onnodig is. Vingerafdruk - en gezichtsopname gegevens alsmede alle andere persoonsgegevens van een onderdaan van een derde land of een staatloze dienen onverwijld te worden verwijderd zodra een onderdaan van een derde land of staatloze het burgerschap van een lidstaat verkrijgt. |
Or. en
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 41
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(41) Met het oog op de bescherming van persoonsgegevens en op het vermijden van systematische vergelijkingen, die dienen te worden verboden, mag de verwerking van Eurodac-gegevens slechts in welbepaalde gevallen worden toegestaan en wanneer zij noodzakelijk is om terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten te voorkomen, op te sporen of te onderzoeken. Een dergelijk specifiek geval doet zich in het bijzonder voor wanneer het verzoek om vergelijking verband houdt met een specifieke en concrete situatie, of met een specifiek en concreet gevaar in verband met een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit of met bepaalde personen jegens wie gegronde vermoedens bestaan dat zij dergelijke misdrijven of dergelijke feiten zullen plegen of hebben gepleegd. Een specifiek geval doet zich ook voor wanneer het verzoek om vergelijking verband houdt met een slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit. De aangewezen autoriteiten en Europol mogen derhalve alleen om een vergelijking met Eurodac verzoeken wanneer zij gegronde redenen hebben om aan te nemen dat een dergelijke vergelijking informatie zal opleveren die in aanzienlijke mate bijdraagt aan het voorkomen, opsporen of onderzoeken van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit. | (41) Met het oog op de bescherming van persoonsgegevens en op het vermijden van systematische vergelijkingen, die dienen te worden verboden, mag de verwerking van Eurodac-gegevens slechts in welbepaalde gevallen worden toegestaan en wanneer zij noodzakelijk is om terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten te voorkomen, op te sporen of te onderzoeken. Een dergelijk specifiek geval doet zich in het bijzonder voor wanneer het verzoek om vergelijking verband houdt met een specifieke en concrete situatie, of met een specifiek en concreet gevaar in verband met een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit of met bepaalde personen jegens wie gegronde vermoedens bestaan dat zij dergelijke misdrijven of dergelijke feiten zullen plegen of hebben gepleegd. Een specifiek geval doet zich ook voor wanneer het verzoek om vergelijking verband houdt met een slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit. De aangewezen autoriteiten mogen derhalve alleen om een vergelijking met Eurodac verzoeken wanneer zij gegronde redenen hebben om aan te nemen dat een dergelijke vergelijking informatie zal opleveren die in aanzienlijke mate bijdraagt aan het voorkomen, opsporen of onderzoeken van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit. |
Or. en
Motivering
Het amendement houdt verband met artikel 1, lid 1, onder c), van het voorstel (niet-gecodificeerd), waarin is vastgelegd dat Eurodac niet alleen gericht is op de tenuitvoerlegging van de Dublin-verordening maar ook rechtshandhaving als doel heeft. De controle vooraf die momenteel door een onafhankelijke controlerende autoriteit wordt uitgevoerd van elk geval waarin de operationele eenheid van Europol toegang krijgt tot Eurodac, is om wettelijke redenen, technische redenen en redenen in verband met gegevensbescherming buitengewoon lastig uit te voeren. Het schrappen van deze eis wordt gecompenseerd door het nieuwe lid 3 ter van artikel 22 tot aanscherping van de verplichting om de regels inzake gegevensbescherming na te leven en de controlemechanismen toe te passen waarin deze regels voorzien.
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 50
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(50) De doorgifte van op grond van deze verordening door een lidstaat of Europol uit het centraal systeem verkregen persoonsgegevens aan derde landen, internationale organisaties of in of buiten de Unie gevestigde private instanties dient te worden verboden, teneinde het recht op asiel te waarborgen en om ervoor te zorgen dat gegevens van personen die om internationale bescherming verzoeken, niet aan derde landen worden doorgegeven. Dit houdt in dat de lidstaten geen uit het centraal systeem verkregen informatie mogen doorgeven over: de naam of namen; de geboortedatum; de nationaliteit; de lidstaat of lidstaten van oorsprong of de lidstaat van toewijzing; de details van het identiteits- of reisdocument ; de plaats en de datum van het verzoek om internationale bescherming; het referentienummer dat door de lidstaat van oorsprong wordt gebruikt; de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen en de datum waarop de lidstaat of lidstaten de gegevens aan Eurodac hebben toegezonden; de gebruikersidentificatie van de operator; en eventuele informatie over de overbrenging van de betrokkene op grond van [Verordening (EU) nr. 604/2013]. Dit verbod mag geen afbreuk doen aan het recht van de lidstaten om dergelijke gegevens door te geven aan derde landen waarop [Verordening (EU) nr. 604/2013] van toepassing is [ overeenkomstig Verordening (EU) [2016/…] dan wel de op grond van Richtlijn (EU) [2016/…] vastgestelde nationale voorschriften ], om ervoor te zorgen dat lidstaten in het kader van deze verordening met die derde landen kunnen samenwerken. | (50) De doorgifte van op grond van deze verordening door een lidstaat of Europol uit het centraal systeem verkregen persoonsgegevens aan derde landen, internationale organisaties of in of buiten de Unie gevestigde private instanties dient te worden verboden, teneinde het recht op asiel te waarborgen en om ervoor te zorgen dat gegevens van personen die om internationale bescherming verzoeken, niet aan derde landen worden doorgegeven. Dit houdt in dat de lidstaten geen uit het centraal systeem verkregen informatie mogen doorgeven over: de naam of namen; de geboortedatum; de nationaliteit; de lidstaat of lidstaten van oorsprong of de lidstaat van toewijzing; de details van het identiteits- of reisdocument ; de plaats en de datum van het verzoek om internationale bescherming; het referentienummer dat door de lidstaat van oorsprong wordt gebruikt; de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen en de datum waarop de lidstaat of lidstaten de gegevens aan Eurodac hebben toegezonden; de gebruikersidentificatie van de operator; en eventuele informatie over de overbrenging van de betrokkene op grond van [Verordening (EU) nr. 604/2013]. Dit verbod mag geen afbreuk doen aan het recht van de lidstaten om dergelijke gegevens door te geven aan derde landen waarop [Verordening (EU) nr. 604/2013] van toepassing is [ overeenkomstig Verordening (EU) [2016/…] dan wel de op grond van Richtlijn (EU) [2016/…] vastgestelde nationale voorschriften ], om ervoor te zorgen dat lidstaten in het kader van deze verordening met die derde landen kunnen samenwerken. Dit verbod mag geen afbreuk doen aan het recht van Europol om, uit hoofde van hoofdstuk V van Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad1 bis, dergelijke gegevens door te geven aan derde landen, internationale organisaties of binnen de Unie of elders gevestigde particuliere lichamen. |
| ______________________ |
| 1 bis Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad. |
Or. en
Motivering
Het amendement houdt verband met artikel 1, lid 1, onder c), van het voorstel (niet-gecodificeerd), waarin is vastgelegd dat Eurodac niet alleen gericht is op de tenuitvoerlegging van de Dublin-verordening maar ook rechtshandhaving als doel heeft. Deze bepaling stelt Europol in staat om, onder specifieke voorwaarden en overeenkomstig de toepasselijke voorschriften inzake externe betrekkingen van de Europol-verordening, Eurodac-gegevens door te geven aan derde partijen. In feite bestaat de meerwaarde van Europol onder meer in de totstandbrenging van synergieën tussen rechtshandhavingsinstanties binnen en buiten de EU. De interne en externe dimensies van de veiligheid van de Unie zijn nauw met elkaar verweven.
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 51
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(51) In afzonderlijke gevallen mag van het centraal systeem verkregen informatie worden gedeeld met een derde land om te helpen bij de identificatie van een onderdaan van dat derde land met het oog op diens terugkeer. Voor het delen van persoonsgegevens dienen strenge voorwaarden te gelden. Indien dergelijke informatie wordt gedeeld, mag aan een derde land geen informatie worden verstrekt over het feit dat een onderdaan van een derde land om internationale bescherming heeft verzocht, indien het land waardoor de betrokkene wordt overgenomen diens land van oorsprong is of indien het een ander derde land is waardoor hij zal worden overgenomen. Elke doorgifte van gegevens aan een derde land met het oog op de identificatie van een onderdaan van een derde land moet in overeenstemming zijn met hoofdstuk V van Verordening (EU) [2016/…]. | (51) In afzonderlijke gevallen mag van het centraal systeem verkregen informatie worden gedeeld met een derde land om te helpen bij de identificatie van een onderdaan van dat derde land met het oog op diens terugkeer. Voor het delen van persoonsgegevens dienen strenge voorwaarden te gelden. Indien dergelijke informatie wordt gedeeld, mag aan een derde land geen informatie worden verstrekt over het feit dat een onderdaan van een derde land of een staatloze om internationale bescherming heeft verzocht, indien het land waardoor de betrokkene wordt overgenomen diens land van oorsprong is of indien het een ander derde land is waardoor hij zal worden overgenomen. Elke doorgifte van gegevens aan een derde land met het oog op de identificatie van een onderdaan van een derde land of een staatloze moet in overeenstemming zijn met hoofdstuk V van Verordening (EU) 2016/679. |
Or. en
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
b) te helpen bij de beheersing van illegale immigratie en secundaire bewegingen binnen de Unie en bij de identificatie van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen met het oog op de vaststelling van door lidstaten te nemen passende maatregelen, waaronder verwijdering en repatriëring van personen zonder verblijfsvergunning; | b) te helpen bij de beheersing van illegale immigratie en secundaire bewegingen binnen de Unie en bij de identificatie van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en staatlozen met het oog op de vaststelling van door lidstaten te nemen passende maatregelen, waaronder maatregelen met betrekking tot de verwijdering, repatriëring en terugkeer van irregulier verblijvende onderdanen van derde landen of staatlozen. |
Or. en
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
c) vast te stellen onder welke voorwaarden de aangewezen autoriteiten van de lidstaten en de Europese Politiedienst (Europol) mogen verzoeken om vingerafdruk - en gezichtsopname gegevens te vergelijken met in het centraal systeem opgeslagen gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden , met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten. | c) vast te stellen onder welke voorwaarden de aangewezen autoriteiten van de lidstaten mogen verzoeken om biometrische of alfanumerieke gegevens te vergelijken met in het centraal systeem opgeslagen gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden, met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, en onder welke voorwaarden de Europese Politiedienst (Europol), om zijn taken te kunnen vervullen, gegevens mag vergelijken met Eurodac-gegevens. |
Or. en
Motivering
De vergelijkingsdoeleinden op grond waarvan Europol gebruik mag maken van Eurodac-gegevens komen niet overeen met de doeleinden op grond waarvan nationale rechtshandhavingsautoriteiten gebruik mogen maken van Eurodac. Europol heeft geen bevoegdheid voor dwangmaatregelen op het gebied van rechtshandhaving. Het mandaat van Europol bestaat niet in het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, maar is erop gericht om de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten daarbij te ondersteunen. Derhalve dient afzonderlijk te worden vermeld voor welke doeleinden Europol Eurodac-gegevens mag verwerken.
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Bij minderjarigen vanaf zes jaar worden vingerafdrukken genomen op een kindvriendelijke manier die rekening houdt met de gevoeligheden van kinderen, door een functionaris die specifiek is opgeleid voor de registratie van vingerafdrukken en gezichtsopnamen van minderjarigen. De minderjarige wordt op een bij diens leeftijd passende wijze ingelicht met behulp van brochures en/of informatiegrafieken en/of demonstraties die specifiek zijn ontworpen om het nemen van vingerafdrukken en het maken van een gezichtsopname aan minderjarigen uit te leggen; de minderjarige wordt bij het nemen van de vingerafdrukken en het maken van de gezichtsopname begeleid door een voor hem verantwoordelijke volwassene, voogd of vertegenwoordiger. Bij de procedure voor het nemen van vingerafdrukken en het maken van gezichtsopnamen eerbiedigen de lidstaten te allen tijde de waardigheid en de lichamelijke integriteit van de minderjarige. | 2. Bij minderjarigen vanaf zes jaar worden biometrische gegevens verzameld op een kindvriendelijke manier die rekening houdt met de gevoeligheden van kinderen, door een functionaris die specifiek is opgeleid voor het nemen van vingerafdrukken en het maken van gezichtsopnamen van minderjarigen. De minderjarige wordt op een bij diens leeftijd passende wijze, zowel mondeling als schriftelijk, ingelicht met behulp van brochures en/of informatiegrafieken en/of demonstraties die specifiek zijn ontworpen om het nemen van vingerafdrukken en het maken van een gezichtsopname aan minderjarigen uit te leggen; de minderjarige wordt bij het verzamelen van de biometrische gegevens en het maken van de gezichtsopname begeleid door een voor hem verantwoordelijke volwassene, voogd of wettelijke vertegenwoordiger. Bij de procedure voor het nemen van vingerafdrukken en het maken van gezichtsopnamen eerbiedigen de lidstaten te allen tijde de waardigheid en de lichamelijke integriteit van de minderjarige. |
Or. en
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De lidstaten kunnen overeenkomstig het nationale recht administratieve sancties opleggen wegens niet-medewerking aan het nemen van vingerafdrukken of het maken van een gezichtsopname als bedoeld in lid 1. Deze sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend. In dit verband mag voor het vaststellen of verifiëren van de identiteit van een onderdaan van een derde land slechts in laatste instantie detentie worden toegepast. | 3. De lidstaten leggen overeenkomstig het nationale recht administratieve sancties op wegens niet-medewerking aan het nemen van vingerafdrukken of het maken van een gezichtsopname als bedoeld in lid 1. Deze sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend. In dit verband mag voor het vaststellen of verifiëren van de identiteit van een onderdaan van een derde land slechts in laatste instantie detentie worden toegepast. |
Or. en
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1 – letter o bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| o bis) "biometrische gegevens": vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens; |
Or. en
Motivering
Het amendement houdt verband met horizontaal amendement 2 en is noodzakelijk om de interne logica van de tekst te waarborgen.
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1 – letter o ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| o ter) "alfanumerieke gegevens": gegevens weergegeven door letters, cijfers, speciale karakters, spaties en leestekens; |
Or. en
Motivering
Het amendement houdt verband met amendement 9 en is noodzakelijk om de interne logica van de tekst te waarborgen.
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1 – letter o quater (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| o quater) "verblijfstitel": een verblijfstitel zoals gedefinieerd in Verordening ..., artikel ..., onder (...) [ 2016/0133(COD) ; Dublin IV]; |
Or. en
Motivering
Nieuwe definitie voor een term die in een niet-gecodificeerd tekstgedeelte wordt gebruikt (artikel 19, lid 5), met het oog op het waarborgen van de interne logica van de tekst
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1 – letter o quinquies (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| o quinquies) "interface control document": een technisch document met daarin de vereisten waaraan de nationale toegangspunten moeten voldoen om elektronisch te kunnen communiceren met het centraal systeem, met name door op gedetailleerde wijze het formaat en de mogelijke inhoud te beschrijven van de informatie die tussen het centraal systeem en de nationale toegangspunten wordt uitgewisseld. |
Or. en
Motivering
Nieuwe definitie voor een term die in een niet-gecodificeerd tekstgedeelte wordt gebruikt (artikel 23, lid 2), met het oog op het waarborgen van de interne logica van de tekst
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De communicatie-infrastructuur voor Eurodac maakt gebruik van het bestaande netwerk "Beveiligde trans-Europese diensten voor telematica tussen overheidsdiensten" (TESTA). Op het bestaande virtuele particuliere netwerk van TESTA wordt een afzonderlijk speciaal voor Eurodac bestemd virtueel particulier netwerk ingesteld om te waarborgen dat Eurodac-gegevens logisch gescheiden worden van andere gegevens. | 2. De communicatie-infrastructuur voor Eurodac maakt gebruik van het bestaande netwerk "Beveiligde trans-Europese diensten voor telematica tussen overheidsdiensten" (TESTA). Teneinde de vertrouwelijkheid te waarborgen, worden naar of vanuit Eurodac verzonden persoonsgegevens versleuteld. |
Or. en
Motivering
Het amendement is bedoeld om de vertrouwelijkheid van gegevens te waarborgen (zoals tegenwoordig het geval is, maar het is explicieter gemaakt) zonder te hoeven overstappen op een virtueel particulier netwerk. De Commissie heeft toegegeven dat de oorspronkelijke tekst van het lid in tegenspraak was met haar intenties, aangezien ze de kwestie met eu-LISA aan het bespreken is. Dit amendement maakt het mogelijk om via TESTA zowel het Eurodomein-netwerk te blijven gebruiken of te migreren naar een speciaal netwerk, zoals voor SIS II en VIS ook het geval is (op basis van een beoordeling van de gereedheid en impact door eu-LISA, maar dit hoeft niet aan de orde te worden gesteld in deze verordening).
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
In dergelijke gevallen worden in de testomgeving maatregelen voor beveiliging, toegangscontrole en registratie toegepast die gelijkwaardig zijn aan die van het productiesysteem van Eurodac. Werkelijke persoonsgegevens die voor testdoeleinden worden gebruikt, worden zodanig geanonimiseerd dat de betrokkene niet meer kan worden geïdentificeerd. | In dergelijke gevallen worden in de testomgeving maatregelen voor beveiliging, toegangscontrole en registratie toegepast die gelijkwaardig zijn aan die van het productiesysteem van Eurodac. Werkelijke persoonsgegevens die voor testdoeleinden worden gebruikt, worden zodanig geanonimiseerd dat de betrokkene niet meer kan worden geïdentificeerd. Nadat het doel van de test is verwezenlijkt, dienen dergelijke werkelijke persoonsgegevens permanent uit de testomgeving te worden verwijderd. |
Or. en
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Het afzonderlijke beveiligde kanaal voor elektronische verzending tussen de autoriteiten van de lidstaten, dat bekendstaat als het communicatienetwerk "DubliNet" dat bij [artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1560/2003] is ingesteld voor de doeleinden bedoeld in de artikelen 32, 33 en 46 van Verordening (EU) […/…], wordt eveneens door eu-LISA geëxploiteerd en beheerd. | Schrappen |
Or. en
Motivering
In het voorstel vallen DubliNet en de operationele verantwoordelijkheid van eu-LISA onder artikel 5, lid 5, waarin het operationeel beheer van Eurodac wordt beschreven, hetgeen niet geheel correct was (zie eveneens desbetreffend amendement 58). De desbetreffende tekst, vergezeld van aanvullende bepalingen over operationele verantwoordelijkheid, is ingediend als amendement op Verordening 1077/2011 (zie amendement 59).
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De controlerende autoriteit zorgt ervoor dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor het verzoeken om vergelijkingen van vingerafdrukken met Eurodac-gegevens. | 2. De controlerende autoriteit zorgt ervoor dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor het verzoeken om vergelijkingen van biometrische of alfanumerieke gegevens met Eurodac-gegevens. |
Or. en
Motivering
Op grond van het voorstel mogen nationale rechtshandhavingsautoriteiten en Europol niet verzoeken om vergelijkingen met specifieke alfanumerieke gegevens, hetgeen ten koste gaat van onderzoeken, met name op het gebied van terrorismebestrijding, waarbij geprobeerd wordt om erachter te komen waar en op welke datum verdachten, waarvan bekend is welke identiteit ze hebben gebruikt maar geen vingerafdrukken beschikbaar zijn, de EU zijn binnengekomen. In deze context, en aangezien de werkingssfeer van artikel 1, lid 1, onder c), van het voorstel wordt uitgebreid van louter de tenuitvoerlegging van de Dublin-verordening naar rechtshandhavingsdoeleinden, zouden nationale rechtshandhavingsinstanties en Europol noodzakelijkerwijs toegang moeten hebben tot alle Eurodac-gegevens om hun taken naar behoren te kunnen uitvoeren.
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – alinea 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Alleen de controlerende autoriteit mag verzoeken om vergelijking van vingerafdrukken en gezichtsopnamen doorsturen naar het nationale toegangspunt. | Alleen de controlerende autoriteit mag verzoeken om vergelijking van biometrische en alfanumerieke gegevens doorsturen naar het nationale toegangspunt. |
Or. en
Motivering
Op grond van het voorstel mogen nationale rechtshandhavingsautoriteiten en Europol niet verzoeken om vergelijkingen met specifieke alfanumerieke gegevens, hetgeen ten koste gaat van onderzoeken, met name op het gebied van terrorismebestrijding, waarbij geprobeerd wordt om erachter te komen waar en op welke datum verdachten, waarvan bekend is welke identiteit ze hebben gebruikt maar geen vingerafdrukken beschikbaar zijn, de EU zijn binnengekomen. In deze context, en aangezien de werkingssfeer van artikel 1, lid 1, onder c) van het voorstel wordt uitgebreid van louter de tenuitvoerlegging van de Dublin-verordening naar rechtshandhavingsdoeleinden, zouden nationale rechtshandhavingsinstanties en Europol noodzakelijkerwijs toegang moeten hebben tot alle Eurodac-gegevens om hun taken naar behoren te kunnen uitvoeren.
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden wijst Europol een gespecialiseerde dienst aan met naar behoren gemachtigde Europol-ambtenaren die fungeert als zijn controlerende autoriteit, onafhankelijk van de in lid 2 van dit artikel vermelde aangewezen autoriteit optreedt bij de uitvoering van haar taken uit hoofde van deze verordening, en van de aangewezen autoriteit geen instructies ontvangt met betrekking tot de resultaten van de verificatie. De dienst zorgt ervoor dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor het verzoeken om vergelijkingen van vingerafdrukken en gezichtsopnamen met Eurodac-gegevens. Europol wijst in overleg met elke lidstaat het nationale toegangspunt van die lidstaat aan dat zijn verzoeken om vergelijkingen van vingerafdruk - en gezichtsopname gegevens aan het centraal systeem meedeelt. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Zie motivering bij amendement 8. Het feit dat Europol momenteel afhankelijk is van de technische infrastructuur van een lidstaat om toegang te krijgen tot Eurodac-gegevens zorgt echter voor onnodige risico's. Bovendien zou het systeem, zodra er gebruik van wordt gemaakt, log en traag worden. Het systeem van de lidstaat om Europol met Eurodac te verbinden zou moeten voldoen aan de strikte beveiligingseisen van Europol. Op dit moment kan vanwege technische problemen en problemen in verband met gegevensbescherming geen verbinding tot stand worden gebracht via het Nederlandse nationale toegangspunt.
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vervatte doeleinden wijst Europol een operationele dienst aan die via zijn aangewezen nationale toegangspunt om vergelijkingen met Eurodac-gegevens mag verzoeken. De aangewezen autoriteit is een operationele dienst van Europol die bevoegd is informatie te vergaren, op te slaan, te verwerken, te analyseren en uit te wisselen om het optreden van de lidstaten bij het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten die onder het mandaat van Europol vallen, te ondersteunen en te versterken. | 2. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vervatte doeleinden wijst Europol een operationele dienst aan die vergelijkingen met Eurodac-gegevens mag maken. De aangewezen autoriteit is een operationele dienst van Europol die bevoegd is informatie te vergaren, op te slaan, te verwerken, te analyseren en uit te wisselen om het optreden van de lidstaten bij het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten die onder het mandaat van Europol vallen, te ondersteunen en te versterken. |
Or. en
Motivering
Het amendement houdt verband met artikel 1, lid 1, onder c), van het voorstel (niet-gecodificeerd), waarin is vastgelegd dat Eurodac niet alleen gericht is op de tenuitvoerlegging van de Dublin-verordening maar ook rechtshandhaving als doel heeft. Het feit dat Europol afhankelijk is van de technische infrastructuur van een lidstaat om toegang te krijgen tot Eurodac-gegevens zorgt echter voor onnodige risico's. Bovendien zou het systeem, zodra er gebruik van wordt gemaakt, log en traag worden. Het systeem van de lidstaat om Europol met Eurodac te verbinden zou moeten voldoen aan de strikte beveiligingseisen van Europol. Op dit moment kan vanwege technische problemen en problemen in verband met gegevensbescherming geen verbinding tot stand worden gebracht via het Nederlandse nationale toegangspunt.
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De maandelijkse statistieken inzake de in lid 1, onder a) tot en met h), bedoelde personen worden iedere maand gepubliceerd en voor het publiek toegankelijk gemaakt. Aan het eind van ieder jaar wordt door eu-LISA betreffende de in lid 1, onder a) tot en met h), bedoelde personen een statistisch jaar verslag gepubliceerd en voor het publiek toegankelijk gemaakt. Dit statistische verslag omvat een uitsplitsing van de gegevens per lidstaat. | 2. De maandelijkse statistieken inzake de in lid 1, onder a) tot en met h), bedoelde personen worden uitgesplitst naar sekse en leeftijd om inzicht te krijgen in hoeveel minderjarigen het betreft, en worden iedere maand gepubliceerd en voor het publiek toegankelijk gemaakt. Aan het eind van ieder jaar wordt door eu-LISA betreffende de in lid 1, onder a) tot en met h), bedoelde personen een statistisch jaar verslag gepubliceerd en voor het publiek toegankelijk gemaakt. Dit statistische verslag omvat een uitsplitsing van de gegevens per lidstaat. |
Or. en
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Naast de regelmatige statistische verslagen bedoeld in lid 1 verstrekt eu-LISA de Commissie op verzoek statistische gegevens over specifieke aspecten ten behoeve van onderzoek en analyse, waarbij er geen mogelijkheid is om de gegevens terug te voeren op individuele personen. Deze gegevens worden gedeeld met andere agentschappen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken indien zij relevant zijn voor de uitvoering van hun taken. | 3. Op verzoek van de Commissie verstrekt eu-LISA aan de Commissie statistische gegevens over specifieke aspecten in verband met de toepassing van deze verordening, alsmede de overeenkomstig lid 1 opgestelde statistische verslagen, en stelt deze op verzoek ter beschikking van de lidstaten. |
| Op zijn technische locaties houdt eu-LISA zich, voor analysedoeleinden, bezig met het opzetten, de tenuitvoerlegging en het hosten van een centraal register, met daarin de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde gegevens, op grond waarvan het identificeren van personen niet toegestaan is, maar wel verslagen en statistieken op maat mogen worden verstrekt aan eu-LISA, de Commissie en de autoriteiten van de lidstaten die overeenkomstig artikel 28, lid 2, op de lijst van aangewezen autoriteiten zijn geplaatst. eu-LISA verleent uitsluitend beveiligde toegang tot het centraal register via TESTA, en voorziet in toegangscontrole en specifieke gebruikersprofielen, die uitsluitend worden gebruikt voor het opstellen van verslagen en het genereren van statistieken. Er mag eveneens toegang worden verleend aan bevoegde gebruikers van agentschappen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, op voorwaarde dat deze toegang relevant is voor de uitvoering van hun taken. |
Or. en
Motivering
eu-LISA verstrekt vooraf gedefinieerde statistieken. Er is echter behoefte aan bepaalde ad hoc gegenereerde statistieken, en dan niet alleen statistieken van technische aard (die bijvoorbeeld de prestaties en de beschikbaarheid van het systeem meten), maar ook statistieken van zakelijke aard die niet kunnen worden opgenomen in een limitatieve lijst, aangezien ze vandaag de dag relevant zijn (bijvoorbeeld crisisstatistieken) en onder bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld in verband met de wekelijkse registraties in de hotspots, de toegenomen frequentie van bepaalde vooraf gedefinieerde statistieken, enz., belangrijker of relevanter worden voor de belanghebbenden van deze verordening (de Commissie, de lidstaten en andere agentschappen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken).
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Ook leden van de Europese grens[- en kust]wachtteams en asieldeskundigen van de lidstaten mogen vingerafdrukken nemen en vingerafdrukgegevens doorzenden, wanneer zij taken uitvoeren en bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de [verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2007/2004, Verordening (EG) nr. 863/2007 en Besluit 2005/267/EG van de Raad] en [Verordening (EU) nr. 439/2010]. | 3. Wanneer de betrokken lidstaat daar om verzoekt, mogen ook leden van de Europese grens- en kustwachtteams en asieldeskundigen van de lidstaten, wanneer zij taken uitvoeren en bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad1 bis, biometrische gegevens verzamelen en doorzenden. |
| _________________ |
| 1 bis Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1). |
Or. en
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – letter s bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| s bis) gegevens van familieleden (zoals de naam en het nummer van het paspoort of de identiteitskaart van de persoon in kwestie), en een specifieke vermelding als het een niet-begeleide minderjarige betreft. |
Or. en
Motivering
Het belang van het kind dient een essentieel onderdeel van deze verordening te vormen. Dit amendement houdt verband met artikel 2 (niet-gecodificeerde tekst).
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
7. Ook leden van de Europese grens[- en kust]wachtteams mogen vingerafdrukken nemen en vingerafdrukgegevens doorzenden, wanneer zij taken uitvoeren en bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de [verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2007/2004, Verordening (EG) nr. 863/2007 en Besluit 2005/267/EG van de Raad]. | 7. Wanneer de betrokken lidstaat daar om verzoekt, mogen ook leden van de Europese grens- en kustwachtteams, wanneer zij taken uitvoeren en bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in Verordening (EU) 2016/1624, biometrische gegevens verzamelen en doorzenden. |
Or. en
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Niet-inachtneming van de in lid 3 van dit artikel bedoelde termijn van 72 uur ontslaat de lidstaten niet van hun verplichting de vingerafdrukken te nemen en toe te zenden aan het centraal systeem. Wanneer het als gevolg van de toestand van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een passende vergelijking in de zin van artikel 26 mogelijk te maken, neemt de lidstaat van oorsprong opnieuw vingerafdrukken van de personen die zijn aangehouden zoals beschreven in lid 1 van dit artikel en zendt hij deze zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur nadat zij met succes opnieuw zijn genomen, opnieuw toe. | 4. Niet-inachtneming van de in lid 3 van dit artikel bedoelde termijn van 72 uur ontslaat de lidstaten niet van hun verplichting de biometrische gegevens te verzamelen en toe te zenden aan het centraal systeem. Wanneer het als gevolg van de toestand van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een passende vergelijking in de zin van artikel 26 mogelijk te maken, neemt de lidstaat van oorsprong opnieuw vingerafdrukken van de personen die zijn aangehouden zoals beschreven in lid 1 van dit artikel en zendt hij deze zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur nadat zij met succes opnieuw zijn genomen, opnieuw toe. |
Or. en
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Hoofdstuk V – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
PROCEDURE VOOR DE VERGELIJKING VAN GEGEVENS INZAKE PERSONEN DIE OM INTERNATIONALE BESCHERMING VERZOEKEN, ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN DIE ZIJN AANGEHOUDEN BIJ IRREGULIERE GRENSOVERSCHRIJDING EN PERSONEN DIE ILLEGAAL OP HET GRONDGEBIED VAN EEN LIDSTAAT BLIJKEN TE VERBLIJVEN | PROCEDURE VOOR DE VERGELIJKING VAN GEGEVENS INZAKE PERSONEN DIE OM INTERNATIONALE BESCHERMING VERZOEKEN EN ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN EN STAATLOZEN DIE ZIJN AANGEHOUDEN BIJ IRREGULIERE GRENSOVERSCHRIJDING EN PERSONEN DIE ILLEGAAL OP HET GRONDGEBIED VAN EEN LIDSTAAT BLIJKEN TE VERBLIJVEN |
Or. en
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Het centraal systeem zendt de treffer of het negatieve resultaat van de vergelijking automatisch toe aan de lidstaat van oorsprong volgens de procedure van artikel 26, lid 4. Bij een treffer zendt het voor alle reeksen gegevens die met de treffer overeenkomen de gegevens toe zoals bedoeld in artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, samen met, in voorkomend geval, de in artikel 19, leden 1 en 4 , bedoelde markering. Bij een negatief resultaat worden de gegevens bedoeld in artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, niet toegezonden. | (Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Or. en
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Wanneer het als gevolg van de toestand van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een passende vergelijking in de zin van artikel 26 mogelijk te maken of wanneer een in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, bedoelde persoon medewerking aan het nemen van vingerafdrukken weigert, kan een lidstaat in laatste instantie een vergelijking van enkel de gezichtsopnamegegevens verrichten. | 1. Wanneer het als gevolg van de toestand van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een passende vergelijking in de zin van artikel 26 mogelijk te maken, vergelijkt de lidstaat enkel de gezichtsopnamegegevens. |
Or. en
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden kunnen de in artikel 6, lid 1, en artikel 8, lid 2, bedoelde aangewezen autoriteiten overeenkomstig artikel 21, lid 1, tot de controlerende autoriteit een gemotiveerd elektronisch verzoek richten, samen met het door hen gebruikte referentienummer, om, met het oog op vergelijking, via het nationale toegangspunt vingerafdruk - en gezichtsopname gegevens door te geven aan het centraal systeem. Na ontvangst van een dergelijk verzoek gaat de controlerende autoriteit na of is voldaan aan alle voorwaarden voor een in artikel 21 of artikel 22, naargelang van het geval, bedoeld verzoek om vergelijking. | 1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden kunnen de in artikel 6, lid 1, en artikel 8, lid 2, bedoelde aangewezen autoriteiten overeenkomstig artikel 21, lid 1, tot de controlerende autoriteit een gemotiveerd elektronisch verzoek richten, samen met het door hen gebruikte referentienummer, om, met het oog op vergelijking, via het nationale toegangspunt biometrische of alfanumerieke gegevens door te geven aan het centraal systeem. Na ontvangst van een dergelijk verzoek gaat de controlerende autoriteit na of is voldaan aan alle voorwaarden voor een in artikel 21 of artikel 22, naargelang van het geval, bedoeld verzoek om vergelijking. |
Or. en
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Wanneer is voldaan aan alle voorwaarden voor een verzoek om een vergelijking als bedoeld in artikel 21 of artikel 22, stuurt de controlerende autoriteit het verzoek om vergelijking door naar het nationale toegangspunt dat het volgens de procedures van de artikelen 15 en 16 naar het centraal systeem doorstuurt voor vergelijking met de vingerafdruk- en gezichtsopname gegevens die overeenkomstig artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, en artikel 14, lid 1, aan het centraal systeem zijn toegezonden. | 2. Wanneer is voldaan aan alle voorwaarden voor een verzoek om een vergelijking als bedoeld in artikel 21 of artikel 22, stuurt de controlerende autoriteit het verzoek om vergelijking door naar het nationale toegangspunt dat het volgens de procedures van de artikelen 15 en 16 naar het centraal systeem doorstuurt voor vergelijking met de biometrische of alfanumerieke gegevens die overeenkomstig artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, en artikel 14, lid 1, aan het centraal systeem zijn toegezonden. |
Or. en
Motivering
Zie motivering bij amendement 9.
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden mogen aangewezen autoriteiten binnen het kader van hun bevoegdheden alleen een gemotiveerd elektronisch verzoek richten ter vergelijking van vingerafdrukgegevens met in het centraal systeem opgeslagen gegevens wanneer vergelijkingen met de onderstaande gegevensbanken niet tot de vaststelling van de identiteit van de betrokkene hebben geleid: | 1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden mogen aangewezen autoriteiten binnen het kader van hun bevoegdheden alleen een gemotiveerd elektronisch verzoek richten ter vergelijking van biometrische of alfanumerieke gegevens met in het centraal systeem opgeslagen gegevens wanneer vergelijkingen met de onderstaande gegevensbanken niet tot de vaststelling van de identiteit van de betrokkene hebben geleid: |
Or. en
Motivering
Zie motivering bij amendement 9.
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens blijven beperkt tot het opzoeken met behulp van vingerafdruk - of gezichtsopname gegevens. | 2. Verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens worden uitgevoerd met behulp van biometrische of alfanumerieke gegevens . |
Or. en
Motivering
Zie motivering bij amendement 9.
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden mag de aangewezen autoriteit van Europol binnen het kader van het mandaat van Europol en indien dit nodig is voor het vervullen van de taken van Europol alleen een gemotiveerd elektronisch verzoek richten ter vergelijking van vingerafdrukgegevens met in het centraal systeem opgeslagen gegevens wanneer vergelijkingen met vingerafdrukgegevens die zijn opgeslagen in informatieverwerkingssystemen die technisch en wettelijk toegankelijk zijn voor Europol, niet tot de vaststelling van de identiteit van de betrokkene hebben geleid en wanneer voldaan is aan elk van de volgende voorwaarden: | 1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder c), vastgelegde doeleinden heeft de aangewezen autoriteit van Europol, binnen het kader van haar mandaat, het recht op rechtstreekse toegang tot en zoekopdrachten naar vergelijkingen met in het centraal systeem opgeslagen gegevens, wanneer voldaan is aan elk van de volgende voorwaarden: |
Or. en
Motivering
Het amendement houdt verband met artikel 1, lid 1, onder c), van het voorstel (niet-gecodificeerd), waarin is vastgelegd dat Eurodac niet alleen op de tenuitvoerlegging van de Dublin-verordening gericht is maar ook op rechtshandhavingsdoeleinden. De controle vooraf die momenteel door een onafhankelijke controlerende autoriteit wordt uitgevoerd van elk geval waarin de operationele eenheid van Europol toegang krijgt tot Eurodac, is om wettelijke redenen, technische redenen en redenen in verband met gegevensbescherming buitengewoon lastig uit te voeren. Het schrappen van deze eis wordt gecompenseerd door het nieuwe lid 3 ter van artikel 22 tot aanscherping van de verplichting om de regels inzake gegevensbescherming na te leven en de controlemechanismen toe te passen waarin deze regels voorzien.
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
b) de vergelijking is noodzakelijk in een specifiek geval (wat inhoudt dat er geen systematische vergelijkingen worden verricht); en | b) de vergelijking is noodzakelijk in een specifiek geval en wordt uitsluitend uitgevoerd om vast te stellen of de informatie in het centraal systeem overeenkomt met de door Europol verwerkte informatie. |
Or. en
Motivering
Het amendement houdt verband met artikel 1, lid 1, onder c), van het voorstel (niet-gecodificeerd), waarin is vastgelegd dat Eurodac niet alleen op de tenuitvoerlegging van de Dublin-verordening gericht is maar ook op rechtshandhavingsdoeleinden. De controle vooraf die momenteel door een onafhankelijke controlerende autoriteit wordt uitgevoerd van elk geval waarin de operationele eenheid van Europol toegang krijgt tot Eurodac, is om wettelijke redenen, technische redenen en redenen in verband met gegevensbescherming buitengewoon lastig uit te voeren. Het schrappen van deze eis wordt gecompenseerd door het nieuwe lid 3 ter van artikel 22 tot aanscherping van de verplichting om de regels inzake gegevensbescherming na te leven en de controlemechanismen toe te passen waarin deze regels voorzien.
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
c) er bestaan gegronde redenen om aan te nemen dat de vergelijking wezenlijk zal bijdragen tot het voorkomen, opsporen of onderzoeken van een van de betrokken strafbare feiten. Dergelijke gegronde redenen bestaan met name wanneer er een gegrond vermoeden bestaat dat de verdachte, de overtreder of het slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit behoort tot één van de in deze verordening behandelde categorieën. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het amendement houdt verband met artikel 1, lid 1, onder c), van het voorstel (niet-gecodificeerd), waarin is vastgelegd dat Eurodac niet alleen op de tenuitvoerlegging van de Dublin-verordening gericht is maar ook op rechtshandhavingsdoeleinden.
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Verzoeken om vergelijking met Eurodac-gegevens blijven beperkt tot het vergelijken van vingerafdruk - of gezichtsopname gegevens. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Op grond van het voorstel mogen nationale rechtshandhavingsautoriteiten en Europol niet verzoeken om vergelijkingen met specifieke alfanumerieke gegevens, hetgeen ten koste gaat van onderzoeken, met name op het gebied van terrorismebestrijding, waarbij geprobeerd wordt om erachter te komen waar en op welke datum verdachten, waarvan bekend is welke identiteit ze hebben gebruikt maar geen vingerafdrukken beschikbaar zijn, de EU zijn binnengekomen. In deze context, en aangezien de werkingssfeer van artikel 1, lid 1, onder c) van het voorstel wordt uitgebreid van louter de tenuitvoerlegging van de Dublin-verordening naar rechtshandhavingsdoeleinden, zouden nationale rechtshandhavingsinstanties en Europol noodzakelijkerwijs toegang moeten hebben tot alle Eurodac-gegevens om hun taken naar behoren te kunnen uitvoeren.
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Voor het verwerken van de gegevens die Europol door middel van vergelijking met Eurodac-gegevens heeft verkregen, is de toestemming nodig van de lidstaat van oorsprong. Deze toestemming wordt verleend via de nationale Europol-dienst van die lidstaat. | 3. Voor het verwerken van de gegevens die Europol door middel van vergelijking met Eurodac-gegevens heeft verkregen, is de toestemming nodig van de lidstaat van oorsprong. |
Or. en
Motivering
De werkingssfeer van artikel 1, lid 1, onder c) van het voorstel van de Commissie wordt uitgebreid van louter de tenuitvoerlegging van de Dublin-verordening naar rechtshandhavingsdoeleinden. Het feit dat Europol afhankelijk is van de technische infrastructuur van een lidstaat om toegang te krijgen tot Eurodac-gegevens zorgt echter voor onnodige risico's. Bovendien zou het systeem, zodra er gebruik van wordt gemaakt, log en traag worden. Het systeem van de lidstaat om Europol met Eurodac te verbinden zou moeten voldoen aan de strikte beveiligingseisen van Europol. Op dit moment kan vanwege technische problemen en problemen in verband met gegevensbescherming geen verbinding tot stand worden gebracht via het Nederlandse nationale toegangspunt.
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 bis. Krachtens Verordening (EU) 2016/794 kan Europol de betrokken lidstaat om nadere informatie verzoeken. |
Or. en
Motivering
Het amendement houdt verband met artikel 1, lid 1, onder c), van het voorstel (niet-gecodificeerd), waarin is vastgelegd dat Eurodac niet alleen gericht is op de tenuitvoerlegging van de Dublin-verordening maar ook rechtshandhaving als doel heeft. Met het oog op overeenstemming is de formulering overgenomen van artikel 41, lid 4, van het SIS-besluit.
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 3 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 ter. De verwerking van persoonsgegevens ten gevolge van de in lid 1 bedoelde toegang moet overeenkomstig de in Verordening (EU) 2016/794 vastgestelde waarborgen inzake gegevensbescherming worden uitgevoerd. Europol houdt een register bij van alle zoekopdrachten en alle gevallen waarin toegang is verleend tot het centraal systeem en verstrekt deze documentatie, op verzoek, aan de functionaris voor gegevensbescherming die uit hoofde van Verordening (EU) 2016/794 is aangesteld, alsmede aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, met als doel om de rechtmatigheid van de gegevensverwerking te verifiëren. |
Or. en
Motivering
Het amendement houdt verband met artikel 1, lid 1, onder c), van het voorstel (niet-gecodificeerd), waarin is vastgelegd dat Eurodac niet alleen gericht is op de tenuitvoerlegging van de Dublin-verordening maar ook rechtshandhaving als doel heeft. Europol moet vereenvoudigde en rechtstreekse toegang krijgen tot Eurodac-gegevens en moet onnodige procedures vermijden die zijn vermogen om zijn taken uit te voeren alleen maar zouden vertragen. Lid 3 ter, waarvan de tekst afkomstig is van artikel 18, lid 4, van de Europol-verordening, is ingevoegd om de gegevensbeschermingsvoorschriften aan te scherpen en te compenseren voor het feit dat de eis van een systeem voor dubbele controle is geschrapt (goedkeuring vooraf door de controlerende autoriteit).
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 3 quater (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 quater. De uitvoerend directeur van Europol verleent een beperkt aantal naar behoren gemachtigde Europol-ambtenaren toegang tot het centraal systeem, indien dit noodzakelijk is voor de vervulling van hun taken. |
Or. en
Motivering
Het amendement houdt verband met artikel 1, lid 1, onder c), van het voorstel (niet-gecodificeerd), waarin is vastgelegd dat Eurodac niet alleen gericht is op de tenuitvoerlegging van de Dublin-verordening maar ook rechtshandhaving als doel heeft. De formulering is overgenomen van artikel 17, lid 3, van de Europol-verordening en is bedoeld om slechts een beperkt aantal naar behoren gemachtigde Europol-ambtenaren toegang te verlenen tot Eurodac-gegevens, overeenkomstig het "need to know"-beginsel.
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 3 quinquies (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 3 quinquies. Persoonsgegevens die door middel van een zoekopdracht in het centraal systeem zijn verkregen, mogen niet worden doorgegeven aan of ter beschikking gesteld van derde landen, internationale organisaties of binnen de Unie of elders gevestigde particuliere lichamen, tenzij dit strikt noodzakelijk en evenredig is in individuele gevallen die onder het mandaat van Europol vallen. Een dergelijke overdracht van gegevens wordt uitgevoerd overeenkomstig hoofdstuk V van Verordening (EU) 2016/794, op voorwaarde dat de lidstaat van herkomst ermee instemt. |
Or. en
Motivering
Het amendement houdt verband met artikel 1, lid 1, onder c), van het voorstel (niet-gecodificeerd), waarin is vastgelegd dat Eurodac niet alleen gericht is op de tenuitvoerlegging van de Dublin-verordening maar ook rechtshandhaving als doel heeft. Dit lid stelt Europol in staat om, onder specifieke voorwaarden en overeenkomstig de toepasselijke voorschriften inzake externe betrekkingen van de Europol-verordening, Eurodac-gegevens door te geven aan derde partijen. In feite bestaat de meerwaarde van Europol onder meer in de totstandbrenging van synergieën tussen rechtshandhavingsinstanties binnen en buiten de EU. De interne en externe dimensies van de veiligheid van de Unie zijn nauw met elkaar verweven.
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Het resultaat van de overeenkomstig artikel 15 verrichte vergelijking van vingerafdrukgegevens wordt in de ontvangende lidstaat onverwijld gecontroleerd door een deskundige op het gebied van vingerafdrukken zoals bepaald overeenkomstig zijn nationale regelgeving, die specifiek is opgeleid in de soorten vingerafdrukvergelijkingen die in deze verordening zijn opgenomen. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), van deze verordening vastgelegde doeleinden gebeurt de definitieve identificatie door de lidstaat van oorsprong, in samenwerking met de andere betrokken lidstaten. | 4. Het resultaat van de overeenkomstig artikel 15 verrichte vergelijking van vingerafdrukgegevens wordt in de ontvangende lidstaat onverwijld gecontroleerd door een deskundige op het gebied van vingerafdrukken zoals bepaald overeenkomstig zijn nationale regelgeving, die specifiek is opgeleid in de soorten vingerafdrukvergelijkingen die in deze verordening zijn opgenomen. Wanneer van het centraal systeem een treffer wordt ontvangen op basis van vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens, kunnen de lidstaten het resultaat van de vergelijking van gezichtsopnamegegevens indien nodig controleren en verifiëren. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), van deze verordening vastgelegde doeleinden gebeurt de definitieve identificatie door de lidstaat van oorsprong, in samenwerking met de andere betrokken lidstaten. |
Or. en
Motivering
Na de inwerkingtreding van deze verordening moeten vergelijkingen worden gebaseerd op vingerafdruk- en gezichtsopnamegegevens.
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 5 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Het resultaat van de overeenkomstig artikel 16 verrichte vergelijking van gezichtsopnamegegevens wordt in de ontvangende lidstaat onverwijld gecontroleerd en geverifieerd. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), van deze verordening vastgelegde doeleinden gebeurt de definitieve identificatie door de lidstaat van oorsprong, in samenwerking met de andere betrokken lidstaten. | Het resultaat van de overeenkomstig artikel 16 verrichte vergelijking van gezichtsopnamegegevens wordt in de ontvangende lidstaat onverwijld gecontroleerd en geverifieerd, indien nodig door een speciaal opgeleide deskundige, en overeenkomstig de nationale voorschriften van de lidstaat. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), van deze verordening vastgelegde doeleinden gebeurt de definitieve identificatie door de lidstaat van oorsprong, in samenwerking met de andere betrokken lidstaten. |
Or. en
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 2 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Wanneer de onder artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, vallende persoon een minderjarige is, verstrekken de lidstaten de informatie op een aan zijn leeftijd aangepaste manier. | Wanneer de onder artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, vallende persoon een minderjarige is, zorgen de lidstaten ervoor dat de persoon in kwestie de procedure begrijpt, door de informatie op een aan zijn leeftijd aangepaste manier te verstrekken, zowel mondeling als schriftelijk, met behulp van materiaal (brochures, informatiegrafieken, demonstraties, of een combinatie ervan) dat specifiek is ontworpen om het nemen van vingerafdrukken en het maken van een gezichtsopname uit te leggen aan minderjarigen. |
Or. en
Motivering
Het belang van het kind dient een essentieel onderdeel van deze verordening te vormen. Dit amendement houdt verband met artikel 2 (niet-gecodificeerde tekst).
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Persoonsgegevens betreffende personen bedoeld in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 1, die een lidstaat heeft verkregen naar aanleiding van een treffer met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) of b), vastgelegde doeleinden, mogen in afwijking van artikel 37 van deze verordening worden doorgegeven aan of ter beschikking gesteld van een derde land overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EU) [2016/…], indien dat noodzakelijk is om de identiteit van een onderdaan van een derde land aan te tonen met het oog op terugkeer, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: | 1. Persoonsgegevens betreffende personen bedoeld in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 1, die een lidstaat heeft verkregen naar aanleiding van een treffer met het oog op de in artikel 1, lid 1, onder a) of b), vastgelegde doeleinden, mogen in afwijking van artikel 37 van deze verordening worden doorgegeven aan of ter beschikking gesteld van een derde land overeenkomstig hoofdstuk V van Verordening (EU) 2016/679, indien dat noodzakelijk is om de identiteit van een onderdaan van een derde land of een staatloze aan te tonen met het oog op terugkeer, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: |
Or. en
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Artikel 40 bis |
| Operationeel beheer van DubliNet en gerelateerde taken |
| 1. eu-LISA beheert en exploiteert het afzonderlijke beveiligde kanaal voor elektronische verzending tussen de autoriteiten van de lidstaten, dat bekendstaat als het communicatienetwerk "DubliNet" en bij artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1560/20031 bis van de Commissie is ingesteld voor de in de artikelen 32, 33 en 46 van Verordening (EU) nr. ... [Dublin IV] bedoelde doeleinden. |
| 2. Het operationeel beheer van DubliNet bestaat in de uitvoering van alle taken die nodig zijn om gedurende vijf dagen per week tijdens normale kantooruren de beschikbaarheid van het netwerk te waarborgen. |
| 3. eu-LISA is verantwoordelijk voor de volgende taken in verband met DubliNet: |
| a) het verlenen van technische ondersteuning aan lidstaten in de vorm van een helpdesk, gedurende vijf dagen per week tijdens normale kantooruren, onder meer voor problemen in verband met communicatie, het versleutelen en ontsleutelen van e-mailberichten, en problemen die voortvloeien uit de ondertekening van formulieren; |
| b) het verlenen van IT-beveiligingsdiensten; |
| c) het beheren, registreren en verlengen van de digitale certificaten die worden gebruikt voor het versleutelen en ondertekenen van e-mailberichten in DubliNet; |
| d) de technische ontwikkeling van DubliNet; |
| e) contractuele aangelegenheden. |
| 4. Het Agentschap zorgt er in samenwerking met de lidstaten voor dat te allen tijde de beste voorhanden zijnde en de veiligste technologie en technieken worden gebruikt voor DubliNet, onder voorbehoud van een kosten-batenanalyse. |
| _________________ |
| 1 bis Verordening (EG) nr. 1560/2003 van de Commissie van 2 september 2003 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 222 van 5.9.2003, blz. 3). |
Or. en
Motivering
In het oorspronkelijke voorstel waren DubliNet en de operationele verantwoordelijkheid van eu-LISA opgenomen in het artikel waarin de opbouw van Eurodac werd beschreven, hetgeen niet helemaal klopte. Dit nieuwe hoofdstuk bevat de relevante tekst, aangevuld met beschrijvingen om te verduidelijken wat operationele verantwoordelijkheid inhoudt, en is als amendement opgenomen in de oprichtingsverordening van eu-LISA.
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Hoofdstuk VIII bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| HOOFDSTUK VIII bis |
| WIJZIGINGEN VAN VERORDENING (EG) nr. 1077/2011 |
| Artikel 40 ter |
| Verordening 1077/2011 wordt als volgt gewijzigd: |
| 1) Aan artikel 1, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd: |
| "Het Agentschap is eveneens belast met het operationeel beheer van een afzonderlijk beveiligd kanaal voor elektronische verzending tussen de autoriteiten van de lidstaten, dat bekendstaat als het communicatienetwerk "DubliNet" en bij artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1560/2003 van de Commissie is ingesteld voor de uitwisseling van informatie overeenkomstig Verordening (EU) nr. ...* [Dublin IV]". |
| _____________ |
| * Verordening (EG) nr. 1560/2003 van de Commissie van 2 september 2003 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 222 van 5.9.2003, blz. 3).". |
| 2) Het volgende artikel wordt ingevoegd: |
| "Artikel 5 bis |
| Taken betreffende DubliNet |
| 1. Het Agentschap verricht met betrekking tot DubliNet: |
| a) de bij artikel [...] van Verordening (EU) nr. ... [Eurodac] opgelegde taken; |
| b) taken met betrekking tot opleiding in het technische gebruik van DubliNet." |
Or. en
Motivering
Zie motivering bij amendement 58.
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Uiterlijk op […] maakt Europol aan de Commissie zijn aangewezen autoriteit, zijn controlerende autoriteit en het door hem aangewezen nationale toegangspunt bekend, alsook onverwijld eventuele wijzigingen daarvan. | 2. Uiterlijk op […] maakt Europol aan de Commissie zijn aangewezen autoriteit bekend, alsook onverwijld eventuele wijzigingen daarvan. |
Or. en
Motivering
Zie motivering bij amendement 8. Het feit dat Europol momenteel afhankelijk is van de technische infrastructuur van een lidstaat om toegang te krijgen tot Eurodac-gegevens zorgt echter voor onnodige risico's. Bovendien zou het systeem, zodra er gebruik van wordt gemaakt, log en traag worden. Het systeem van de lidstaat om Europol met Eurodac te verbinden zou moeten voldoen aan de strikte beveiligingseisen van Europol. Op dit moment kan vanwege technische problemen en problemen in verband met gegevensbescherming geen verbinding tot stand worden gebracht via het Nederlandse nationale toegangspunt.
TOELICHTING
Het onderhavige voorstel voor een tweede herschikking van Eurodac maakt deel uit van het eerste pakket voorstellen voor de hervorming van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS), dat in mei 2016 door de Commissie is voorgesteld, in antwoord op de migratie- en vluchtelingencrisis van 2015. Het voorstel is bedoeld ter ondersteuning van de praktische uitvoering van het hervormde Dublinsysteem en ter aanpassing en versterking van Eurodac, een en ander met het oog op de huidige uitdagingen op het gebied van immigratie.
De huidige migratie- en vluchtelingencrisis heeft aan het licht gebracht dat het bestaande CEAS ernstige tekortkomingen vertoont. Zo ondervinden de nationale autoriteiten van de lidstaten dikwijls moeilijkheden bij de identificatie van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen die gebruikmaken van bedrieglijke methoden om identificatie te vermijden en de procedures te dwarsbomen die erop gericht zijn om hen, met het oog op terugkeer en overname, van nieuwe documenten te voorzien. Bijgevolg is de rapporteur ingenomen met de uitbreiding van het toepassingsgebied van Eurodac, op grond waarvan de voor immigratie bevoegde autoriteiten de gegevens mogen doorgegeven en vergelijken van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen die niet om asiel verzoeken en wellicht rondreizen in de Europese Unie zonder te zijn ontdekt. Op deze manier wordt Eurodac niet langer alleen als hulpmiddel gebruikt om te bepalen welke lidstaat krachtens de Dublin-verordening de verantwoordelijkheid draagt, maar kan het ook voor bredere immigratiedoeleinden worden ingezet, met inbegrip van maatregelen inzake verwijdering en repatriëring.
Voorts wordt in het voorstel van de Commissie benadrukt dat vergelijkingen met gegevens die in het centraal systeem zijn opgeslagen, kunnen worden gebruikt voor rechtshandhavingsdoeleinden, met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten. In dit verband benadrukt de rapporteur hoe belangrijk het is dat rechtshandhavingsinstanties toegang krijgen tot Eurodac, en stelt zij een reeks amendementen voor om het Europol gemakkelijker te maken zijn taken uit te voeren. Vanwege technische problemen en de strikte voorwaarden van de geldende verordening kan Europol momenteel geen verbinding maken. Tegenwicht aan de voorgestelde amendementen om Europol vereenvoudigde en rechtstreeks toegang tot Eurodac te bieden, wordt geboden door andere door de rapporteur voorgestelde amendementen om de gegevensbeschermingsvoorschriften aan te scherpen.
Krachtens het voorstel van de Commissie kunnen onder welbepaalde voorwaarden gezichtsopnamen of de combinatie van vingerafdrukgegevens en gezichtsopnamen worden vergeleken. Deze regel is eveneens van toepassing op rechtshandhavingsdoeleinden. Derhalve mogen nationale rechtshandhavingsautoriteiten en Europol op grond van het voorstel van de Commissie niet verzoeken om vergelijkingen met specifieke alfanumerieke gegevens, hetgeen ten koste zou gaan van onderzoeken, met name op het gebied van terrorismebestrijding, en in het bijzonder wanneer geprobeerd wordt om erachter te komen waar en op welke datum verdachten, waarvan bekend is welke identiteit ze hebben gebruikt maar geen vingerafdrukken beschikbaar zijn, de EU zijn binnengekomen. In dit verband stelt de rapporteur voor dat rechtshandhavingsautoriteiten en Europol de mogelijkheid krijgen om alfanumerieke gegevens te vergelijken, in het bijzonder als ze mogelijk over bewijs beschikken van de persoonsgegevens of identiteitspapieren van slachtoffers of personen die worden verdacht van strafbare feiten.
Een ander belangrijk element van het voorstel van de Commissie is om de leeftijdgrens voor het nemen van vingerafdrukken bij kinderen te verlagen naar zes jaar. De rapporteur is ingenomen met dit voorstel, aangezien niet-begeleide minderjarigen op deze manier gemakkelijker zouden kunnen worden getraceerd als ze van hun families worden gescheiden of weglopen uit zorginstellingen. Voorts zou het van essentieel belang zijn om kwetsbare kinderen in het oog te houden en te beschermen tegen uitbuiting of mensensmokkel. Om het welzijn en het belang van minderjarigen te waarborgen is het belangrijk dat de minderjarigen zelf de procedure begrijpen. Om de procedure te vergemakkelijken voert de rapporteur een verplichting in om informatie te verstrekken op een manier die op de leeftijd is afgestemd, zowel mondeling als schriftelijk, met behulp van materiaal (brochures, informatiegrafieken, demonstraties, of een combinatie ervan) dat specifiek is ontworpen om de procedure uit te leggen aan minderjarigen. Ter vergroting van het potentieel van het systeem om vermiste familieleden op te sporen en hen met andere familieleden te herenigen, en met het oog op de eventuele toevoeging aan de toekomstige versie van Eurodac van extra alfanumerieke gegevens van personen die om internationale bescherming verzoeken, stelt de rapporteur voor ook familiebanden te registreren en specifiek te vermelden of het om een niet-begeleide minderjarige gaat.
Tot slot stelt de rapporteur verbeteringen voor ten aanzien van het afzonderlijke beveiligde kanaal voor elektronische verzending tussen de lidstaten en de Commissie, dat bekendstaat als het communicatienetwerk "DubliNet", alsook ten aanzien van het operationeel beheer ervan door eu-LISA. Deze bepaling is opgenomen in een afzonderlijk artikel en de taken van eu-LISA met betrekking tot het operationeel beheer van DubliNet worden verduidelijkt. Voorts wordt er een overeenkomstige wijziging van Verordening (EU) nr. 1077/2011 betreffende eu-LISA voorgesteld, die aansluit bij dit amendement.
BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN
BIJLAGE: ADVIES VAN DE ADVIESGROEP VAN DE JURIDISCHE DIENSTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN DE COMMISSIE
|
ADVIESGROEP VAN DE JURIDISCHE DIENSTEN |
Brussel, 12 januari 2017
ADVIES
AAN HET EUROPEES PARLEMENT
DE RAAD
DE COMMISSIE
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van [Verordening (EU) nr. 604/2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend], voor de identificatie van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land of staatloze en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving (herschikking)
COM(2016)0272 van 4.5.2016 – 2016/0132(COD)
Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten, en in het bijzonder punt 9 hiervan, is de adviesgroep bestaande uit de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op 31 mei en 7 juli 2016 bijeengekomen om o.a. bovengenoemd voorstel van de Commissie te behandelen.
Tijdens deze bijeenkomsten leidde de behandeling van het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot herschikking van Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EU) nr. 604/2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1077/2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, ertoe dat de adviesgroep in gemeen overleg tot de volgende slotsom kwam.
1. De volgende tekstdelen hadden gemarkeerd moeten worden met de grijze achtergrond die gewoonlijk wordt gebruikt om materiële wijzigingen aan te geven:
- in de eerste aanhaling, de voorgestelde toevoeging van een verwijzing naar Artikel 79, lid 2, onder c), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
- in overweging 46, de toevoeging van de woorden "- en migratie";
- in artikel 9, lid 1, onder b), de toevoeging van het woord "later";
- de gehele tekst van artikel 15;
- in artikel 26, lid 6, de voorgestelde schrapping van de laatste woorden "overeenkomstig artikel 34 van de Verordening (EU) nr. 604/2013";
- in artikel 37, lid 2, de voorgestelde vervanging van de woorden "ernstig risico" met "reëel risico".
2. In de titel van artikel 14 had het woord "Vergelijking" moeten worden gemarkeerd met een dubbele doorhaling.
De adviesgroep heeft na bestudering van het voorstel dan ook eensgezind geconstateerd dat het voorstel geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangemerkt. Voorts heeft de adviesgroep met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere rechtshandeling met die inhoudelijke wijzigingen geconstateerd dat het voorstel louter een codificatie van de bestaande tekst behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen.
F. DREXLER H. LEGAL L. ROMERO REQUENA
juridisch adviseur juridisch adviseur directeur-generaal