Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
2.3.2017
***I
ONTWERPVERSLAG
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, alsook tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen
( COM(2016)0466 – C8-0324/2016 – 2016/0223(COD) )
Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
Rapporteur: Tanja Fajon
PR_COD_1amCom
Verklaring van de gebruikte tekens |
* Raadplegingsprocedure *** Goedkeuringsprocedure ***I Gewone wetgevingsprocedure (eerste lezing) ***II Gewone wetgevingsprocedure (tweede lezing) ***III Gewone wetgevingsprocedure (derde lezing)
(De aangeduide procedure is gebaseerd op de in de ontwerptekst voorgestelde rechtsgrond.)
|
Amendementen op een ontwerphandeling |
Amendementen van het Parlement in twee kolommen
Geschrapte tekstdelen worden in de linkerkolom in vet cursief aangegeven. Vervangen tekstdelen worden in beide kolommen in vet cursief aangegeven. Nieuwe tekst wordt in de rechterkolom in vet cursief aangegeven.
In de eerste en tweede regel van de koptekst boven elk amendement wordt verwezen naar het tekstdeel in kwestie van de ontwerphandeling. Indien een amendement betrekking heeft op een bestaande handeling, waarop in de ontwerphandeling wijzigingen worden voorgesteld, bevat de koptekst bovendien een derde en vierde regel, die verwijzen naar de bestaande handeling respectievelijk naar de bepaling in kwestie.
Amendementen van het Parlement in de vorm van een geconsolideerde tekst
Nieuwe tekstdelen worden in vet cursief aangegeven. Geschrapte tekstdelen worden aangegeven met het symbool ▌of worden doorgestreept. Waar tekstdelen vervangen worden, wordt de nieuwe tekst in vet cursief aangegeven, terwijl de vervangen tekst wordt geschrapt of doorgestreept. Bij wijze van uitzondering worden zuiver technische wijzigingen die de diensten aanbrengen met het oog op de opstelling van de definitieve tekst, niet gemarkeerd.
|
INHOUD
Blz.
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT 5
TOELICHTING 65
BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN WAARVAN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INPUT HEEFT ONTVANGEN 68
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, alsook tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen
( COM(2016)0466 – C8-0324/2016 – 2016/0223(COD) )
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad ( COM(2016)0466 ),
– gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 78, lid 2, onder a) en b), en 79, lid 2, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0324/2016),
– gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 14 december 2016[1],
– gezien het advies van het Comité van de Regio's van 8 februari 2017[2],
– gezien artikel 59 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken ( A8‑0000/2017 ),
1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(1) In Richtlijn 2011/95/EU van de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming31 (herschikking), moeten een aantal ingrijpende wijzigingen worden aangebracht. Om te zorgen voor harmonisatie en meer convergentie op het gebied van asielbeslissingen en de inhoud van internationale bescherming en op deze manier de prikkels voor bewegingen binnen de Europese Unie te reduceren en een gelijke behandeling van personen die internationale bescherming genieten, te garanderen, moet de richtlijn worden ingetrokken en worden vervangen door een verordening. | (1) In Richtlijn 2011/95/EU van de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming31 (herschikking), moeten een aantal ingrijpende wijzigingen worden aangebracht. Om te zorgen voor harmonisatie en meer convergentie op het gebied van asielbeslissingen en de inhoud van internationale bescherming en op deze manier personen die internationale bescherming genieten aan te moedigen in de lidstaat te blijven die hen bescherming verleent en een gelijke behandeling van personen die internationale bescherming genieten, te garanderen, moet de richtlijn worden ingetrokken en worden vervangen door een verordening. |
__________________ | __________________ |
31PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9. | 31PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9. |
Or. en
Motivering
De rapporteur geeft de voorkeur aan positieve prikkels voor personen die internationale bescherming genieten om in de lidstaat te blijven die hen bescherming verleent.
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(2) Een gemeenschappelijk asielbeleid, met een gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) dat stoelt op de volledige en niet-restrictieve toepassing van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, als gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967 (hierna het "Verdrag van Genève" genoemd), is een wezenlijk aspect van de doelstelling van de Europese Unie om geleidelijk een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen, die openstaat voor degenen die onder druk van de omstandigheden op wettige wijze in de Unie bescherming zoeken. Dit beleid dient te zijn gebaseerd op het beginsel van solidariteit en een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheid, inclusief de financiële gevolgen, tussen de lidstaten. | (2) Een gemeenschappelijk asielbeleid, met een gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) dat stoelt op de volledige en niet-restrictieve toepassing van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, als gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967 (hierna het "Verdrag van Genève" genoemd), is een wezenlijk aspect van de doelstelling van de Europese Unie om geleidelijk een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen, die openstaat voor degenen die onder druk van de omstandigheden op wettige wijze in de Unie bescherming zoeken. Dit beleid dient te zijn gebaseerd op het beginsel van solidariteit en een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de lidstaten. |
Or. en
Motivering
Echte solidariteit houdt in dat personen die om internationale bescherming verzoeken op adequate wijze over de lidstaten worden verdeeld. Financiële solidariteit mag geen geprefereerde vorm van solidariteit zijn.
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (3 bis) Op dit moment erkennen de lidstaten de asielbeslissingen van andere lidstaten uitsluitend als bij die beslissingen is geweigerd internationale bescherming te verlenen. Teneinde de correcte tenuitvoerlegging van artikel 78, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) te waarborgen, waarin wordt opgeroepen tot een uniforme vluchtelingenstatus die geldig is in de hele Unie, dienen de lidstaten te streven naar een wederzijdse erkenning van asielbeslissingen van andere lidstaten die internationale bescherming verlenen aan personen in nood. |
Or. en
Motivering
Ten slotte zal de volledige wederzijdse erkenning van beslissingen van de lidstaten met betrekking tot internationale bescherming noodzakelijk zijn om te komen tot een werkelijk uniforme internationalebeschermingsstatus in de Unie. De rapporteur is van mening dat die wederzijdse erkenning gebaseerd moet zijn op een in de hele Unie geldige uniforme asielstatus en subsidiairebeschermingsstatus; gemeenschappelijke procedures, criteria en normen voor de opvangvoorzieningen voor asielzoekers of verzoekers om subsidiaire bescherming.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(4) In haar mededeling van 6 april 201632 heeft de Commissie de mogelijkheden uiteengezet om het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te verbeteren; het gaat met name om het tot stand brengen van een duurzaam en billijk systeem voor het bepalen van de voor asielzoekers verantwoordelijke lidstaat, het verbeteren van het Eurodac-systeem, het zorgen voor een convergenter EU-asielsysteem, het voorkomen van secundaire bewegingen binnen de Europese Unie en het vaststellen van een nieuw mandaat voor het Asielagentschap van de Europese Unie. De mededeling is op één lijn met de oproep van de Europese Raad van 18-19 februari 201633 om vooruitgang te boeken wat betreft de hervorming van het bestaande EU-kader teneinde een humaan en efficiënt asielbeleid te garanderen. Voorts worden in de mededeling vervolgstappen voorgesteld overeenkomstig de holistische aanpak van migratie die het Europees Parlement heeft uiteengezet in zijn initiatiefverslag van 12 april 2016. | (4) In haar mededeling van 6 april 201632 heeft de Commissie de mogelijkheden uiteengezet om het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te verbeteren; het gaat met name om het tot stand brengen van een duurzaam en billijk systeem voor het bepalen van de voor asielzoekers verantwoordelijke lidstaat, het verbeteren van het Eurodac-systeem, het zorgen voor een convergenter EU-asielsysteem, het voorkomen van secundaire bewegingen binnen de Europese Unie en het vaststellen van een nieuw mandaat voor het Asielagentschap van de Europese Unie (hierna "het Agentschap" genoemd). De mededeling is op één lijn met de oproep van de Europese Raad van 18-19 februari 201633 om vooruitgang te boeken wat betreft de hervorming van het bestaande EU-kader teneinde een humaan en efficiënt asielbeleid te garanderen. Er worden in de mededeling echter geen vervolgstappen voorgesteld overeenkomstig de holistische aanpak van migratie die het Europees Parlement heeft uiteengezet in zijn initiatiefverslag van 12 april 2016. |
__________________ | __________________ |
32 COM(2016) 197 final. | 32 COM(2016) 197 final. |
33 EUCO 19,02/2016 SN 1.16. | 33 EUCO 19,02/2016 SN 1.16. |
Or. en
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(5) Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van het Dublinsysteem, moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, met name wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Ook zijn er strengere regels nodig inzake het opnieuw beoordelen van een status, om ervoor te zorgen dat bescherming enkel wordt verleend aan personen die bescherming nodig hebben, en zolang zij bescherming nodig hebben. Voorts moeten de verschillende praktijken inzake de duur van verblijfstitels meer op één lijn worden gebracht, en moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt en geharmoniseerd. | (5) Een gemeenschappelijk Uniebeleid inzake internationale bescherming moet gebaseerd zijn op een uniforme status. Ten behoeve van de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel moet de convergentie van de nationale asielstelsels aanzienlijk worden bevorderd, met name wat betreft de erkenningspercentages en het type beschermingsstatus dat de lidstaten toekennen. Tegelijkertijd is het van belang de autoriteiten van de lidstaten administratief niet te zwaar te belasten. Er zijn derhalve strengere regels nodig om ervoor te zorgen dat bescherming wordt verleend aan personen die bescherming nodig hebben. Voorts moet de duur van verblijfstitels worden geharmoniseerd, waarbij ten volle rekening moet worden gehouden met de huidige praktijken in de lidstaten, en moeten de rechten die worden toegekend aan personen die internationale bescherming genieten, verder worden verduidelijkt en geharmoniseerd. |
Or. en
Motivering
Bij het harmoniseren van de duur van verblijfstitels die worden afgegeven aan personen die behoefte hebben aan internationale bescherming dient ten volle rekening te worden gehouden met de huidige praktijken in de lidstaten en niet het "race to the bottom"-beginsel als leidraad te worden genomen.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(7) Het hoofddoel van deze richtlijn is enerzijds te verzekeren dat de lidstaten gemeenschappelijke criteria toepassen voor de identificatie van personen die daadwerkelijk internationale bescherming nodig hebben, en anderzijds ervoor te zorgen dat deze personen in alle lidstaten een gemeenschappelijk pakket rechten genieten. | (7) Het hoofddoel van deze richtlijn is enerzijds te verzekeren dat de lidstaten gemeenschappelijke criteria toepassen voor de identificatie van personen die daadwerkelijk internationale bescherming nodig hebben, en anderzijds ervoor te zorgen dat alle personen die behoefte hebben aan internationale bescherming in alle lidstaten een gemeenschappelijk pakket rechten genieten. |
Or. en
Motivering
Alle personen die behoefte hebben aan internationale bescherming moeten in alle lidstaten dezelfde rechten genieten.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(8) De verdere onderlinge aanpassing van de regels inzake de erkenning en de inhoud van de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus moet bovendien bijdragen tot het terugdringen van de secundaire bewegingen van personen die internationale bescherming genieten of daarom verzoeken, wanneer het gaat om bewegingen die kunnen zijn veroorzaakt door eventuele verschillen tussen de nationale wettelijke maatregelen die de lidstaten hebben genomen tot omzetting van de richtlijn asielnormen die met deze verordening wordt vervangen. | (8) De verdere onderlinge aanpassing van de regels inzake de erkenning en de inhoud van de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus moet bovendien bijdragen tot het terugdringen van de secundaire bewegingen van personen die internationale bescherming genieten of daarom verzoeken. |
Or. en
Motivering
Het is niet duidelijk of verschillen in de omzetting van de bestaande erkenningsrichtlijn de oorzaak van secundaire bewegingen zijn.
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(9) Deze verordening heeft geen betrekking op andere nationale humanitaire statussen die de lidstaten op grond van het nationaal recht kunnen toekennen aan personen die niet in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus. De toekenning van dergelijke andere statussen mag niet tot verwarring met internationale bescherming kunnen leiden. | (9) Deze verordening heeft geen betrekking op andere nationale humanitaire statussen die de lidstaten op grond van het nationaal recht kunnen toekennen aan personen die niet in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus. |
Or. en
Motivering
Zolang er nationale humanitaire beschermingsstatussen bestaan, is de aanname dat er geen sprake zou zijn van een risico op verwarring met de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus moeilijk te verdedigen.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(10) Kandidaten voor hervestiging die daadwerkelijk worden hervestigd, moet internationale bescherming worden verleend. De bepalingen van deze verordening inzake de inhoud van internationale bescherming, met inbegrip van de regels om secundaire bewegingen te ontmoedigen, zijn van overeenkomstige toepassing. | (10) Kandidaten voor hervestiging die daadwerkelijk worden hervestigd, moet internationale bescherming worden verleend. De bepalingen van deze verordening inzake de inhoud van internationale bescherming zijn van overeenkomstige toepassing. |
Or. en
Motivering
De rapporteur geeft de voorkeur aan positieve prikkels voor personen die internationale bescherming genieten om in de lidstaat te blijven die hen bescherming verleent.
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(11) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna het "Handvest" genoemd) zijn erkend. Deze verordening moet in het bijzonder zorgen voor volledige eerbiediging van de menselijk waardigheid en van het recht op asiel van asielzoekers en hun begeleidende gezinsleden, en heeft als doel de toepassing te bevorderen van de artikelen van het Handvest die betrekking hebben op menselijke waardigheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, de vrijheid van meningsuiting en van informatie, het recht op onderwijs, de vrijheid van beroep en het recht te werken, de vrijheid van ondernemerschap, het recht op asiel, non-discriminatie, de rechten van het kind, sociale zekerheid en sociale bijstand en gezondheidszorg, en moet dienovereenkomstig worden uitgevoerd. | (11) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna het "Handvest" genoemd) zijn erkend. Deze verordening moet in het bijzonder zorgen voor volledige eerbiediging van de menselijk waardigheid en van het recht op asiel van asielzoekers en hun begeleidende gezinsleden, en heeft als doel de toepassing te bevorderen van de artikelen van het Handvest die betrekking hebben op menselijke waardigheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, bescherming bij verwijdering, uitzetting of uitlevering, de vrijheid van meningsuiting en van informatie, het recht op onderwijs, de vrijheid van beroep en het recht te werken, de vrijheid van ondernemerschap, het recht op asiel, non-discriminatie, de rechten van het kind, sociale zekerheid en sociale bijstand en gezondheidszorg, en moet dienovereenkomstig worden uitgevoerd. |
Or. en
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de uitvoering van de normen van deze verordening, in het bijzonder die lidstaten die met name als gevolg van hun geografische of demografische situatie met specifieke en onevenredige druk op hun asielstelsel worden geconfronteerd. | (13) Er moet gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie om de lidstaten passende ondersteuning te bieden bij de uitvoering van de normen van deze verordening, in het bijzonder die lidstaten die met name als gevolg van hun geografische of demografische situatie met specifieke en onevenredige druk op hun asielstelsel worden geconfronteerd. Voorts dienen de lidstaten ten volle gebruik te maken, op alle bestuursniveaus, van de mogelijkheden die worden geboden door andere fondsen die niet rechtstreeks verband houden met het asiel- en migratiebeleid, maar die wel voor de financiering van acties op dat gebied kunnen worden ingezet, bijvoorbeeld integratieacties, zoals de beschikbare middelen uit het Europees Sociaal Fonds, het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen, Horizon 2020, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Rechten-, gelijkheids- en burgerschapsprogramma. Die fondsen moeten rechtstreeks ter beschikking worden gesteld van lokale en regionale autoriteiten voor acties die rechtstreeks onder hun verantwoordelijkheden vallen. |
Or. en
Motivering
De correcte titel van het fonds is het Fonds voor asiel, migratie en integratie [niet van toepassing op de Nederlandse versie]. De lidstaten moeten worden aangemoedigd hun opnamecapaciteit te optimaliseren voor wat betreft andere fondsen die kunnen zorgen voor financiering voor integratieacties voor personen die behoefte hebben aan internationale bescherming.
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) Het Asielagentschap van de Europese Unie moet de lidstaten passende ondersteuning bieden voor de toepassing van deze verordening, meer bepaald door deskundigen ter beschikking te stellen die de autoriteiten van de lidstaten helpen bij het in ontvangst nemen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming, door actuele informatie over derde landen te verstrekken, waaronder informatie over landen van herkomst, en door te voorzien in andere relevante richtsnoeren en instrumenten. De autoriteiten van de lidstaten moeten bij de toepassing van deze richtlijn de operationele normen, indicatieve richtsnoeren en beste praktijken van het Asielagentschap van de Europese Unie (hierna het "Asielagentschap" genoemd) in acht nemen. Bij het behandelen van verzoeken om internationale bescherming moeten de autoriteiten van de lidstaten met name rekening houden met de informatie, verslagen, gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in de landen van herkomst die door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst worden verstrekt overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap34. | (14) Het Agentschap moet de lidstaten passende ondersteuning bieden voor de toepassing van deze verordening, meer bepaald door deskundigen ter beschikking te stellen die de autoriteiten van de lidstaten helpen bij het in ontvangst nemen, registreren en behandelen van verzoeken om internationale bescherming, door actuele informatie over derde landen te verstrekken, waaronder informatie over landen van herkomst, en door te voorzien in andere relevante richtsnoeren en instrumenten. De autoriteiten van de lidstaten moeten bij de toepassing van deze richtlijn de operationele normen, indicatieve richtsnoeren en beste praktijken van het Agentschap in acht nemen. Bij het behandelen van verzoeken om internationale bescherming moeten de autoriteiten van de lidstaten rekening houden met de informatie, verslagen, gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in de landen van herkomst die door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst worden verstrekt overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap34. Daarnaast dienen de lidstaten bij de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming rekening te houden met alle relevante informatie van de UNHCR en actieve maatschappelijke organisaties ter plaatse. |
__________________ | __________________ |
34 COM(2016) 271 final. | 34 COM(2016) 271 final. |
Or. en
Motivering
Hoewel de rapporteur het ermee eens is dat de lidstaten bij de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming gebruik moeten maken van de informatie van het Asielagentschap van de Europese Unie, mag het niet de enige bron van informatie zijn. De UNHCR en andere relevante actoren ter plaatse verstrekken ook gedetailleerde informatie over de situatie in derde landen.
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(16) Het begrip "gezinsleden" moet rekening houden met de verschillende vormen van afhankelijkheid en bijzondere aandacht moet worden besteed aan het belang van het kind. Het moet ook zijn afgestemd op de huidige migratietendensen, waarbij verzoekers vaak pas na een lange periode van transit op het grondgebied van de lidstaten aankomen. Onder het begrip "gezinsleden" moeten ook personen vallen die buiten het land van herkomst, voorafgaand aan de aankomst op het grondgebied van de lidstaat, een gezin hebben gevormd. | (16) Het begrip "gezinsleden" moet rekening houden met gezinsdiversiteit, de verschillende vormen van afhankelijkheid en de bijzondere aandacht die moet worden besteed aan het belang van het kind. Het moet ook zijn afgestemd op de huidige migratietendensen, waarbij verzoekers vaak pas na een lange periode van transit op het grondgebied van de lidstaten aankomen. Het begrip "gezinsleden" moet daarom betrekking hebben op zowel personen die buiten het land van herkomst een gezin hebben gevormd als personen die na hun aankomst op het grondgebied van de lidstaat een gezin hebben gevormd, waarbij gedwongen huwelijken in alle gevallen zijn uitgesloten. Voor wat de begrippen "echtgenoot" en "niet‑gehuwde partner" betreft, mag er geen onderscheid worden gemaakt tussen de echtgenoten of dergelijke partners op grond van hun geslacht. |
Or. en
Motivering
Personen die na hun aankomst op het grondgebied van de lidstaat een gezin hebben gevormd, moeten worden opgenomen in de definitie van gezinsleden. Gedwongen huwelijken moeten echter worden uitgesloten, ongeacht waar zij worden voltrokken.
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 22
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(22) Met name is het nodig tot gemeenschappelijke begrippen te komen ten aanzien van ter plaatse ontstane behoeften aan bescherming, de oorsprong van schade en bescherming, binnenlandse bescherming en vervolging, met inbegrip van de redenen voor vervolging. | (22) Met name is het nodig tot gemeenschappelijke begrippen te komen ten aanzien van ter plaatse ontstane behoeften aan bescherming, de oorsprong van schade en bescherming, en vervolging, met inbegrip van de redenen voor vervolging. |
Or. en
Motivering
De rapporteur acht het concept "binnenlandse bescherming" niet voldoende uitgewerkt, duidelijk of veilig om op een volledig geharmoniseerde manier te worden toegepast.
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(23) Bescherming kan geboden worden door de staat, of door partijen of organisaties, met inbegrip van internationale organisaties, die voldoen aan de voorwaarden van deze verordening en die een regio of een deel van enige omvang van het grondgebied van de staat beheersen, mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden. Deze bescherming moet doeltreffend en van niet-tijdelijke aard zijn. | (23) Bescherming kan geboden worden door de staat, of door partijen of organisaties die een mandaat hebben gekregen van de staat, met inbegrip van internationale organisaties, die voldoen aan de voorwaarden van deze verordening en die een regio of een deel van enige omvang van het grondgebied van de staat beheersen, mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden. Deze bescherming moet doeltreffend en van niet-tijdelijke aard zijn. |
Or. en
Motivering
Artikel 1, onder D, van het Verdrag van Genève is tevens van toepassing op personen die worden beschermd door de UNHCR, die een mandaat van de staat moet krijgen om aanwezig te kunnen zijn op het grondgebied van de betreffende staat. Daarnaast mogen niet‑statelijke actoren niet worden beschouwd als beschermingsactoren, tenzij ze hiertoe een specifiek mandaat van de staat hebben gekregen, aangezien zij uit hoofde van het internationaal recht niet ter verantwoording kunnen worden geroepen en dus uitsluitend tijdelijke en wat doeltreffendheid betreft beperkte bescherming kunnen bieden.
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(24) De verzoeker moet daadwerkelijk binnenlandse bescherming tegen vervolging of ernstige schade kunnen genieten in een deel van het land van herkomst waar hij op een veilige en wettige manier naartoe kan reizen, zich toegang toe kan verschaffen en waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt. Het onderzoek of binnenlandse bescherming aanwezig is, moet inherent zijn aan de behandeling van een verzoek om internationale bescherming en moet plaatsvinden zodra de beslissingsautoriteit heeft vastgesteld dat anders de erkenningscriteria van toepassing zouden zijn. Het moet aan de beslissingsautoriteit zijn om aan te tonen dat er een mogelijkheid van binnenlandse bescherming is. | (24) De verzoeker geniet mogelijk daadwerkelijk binnenlandse bescherming tegen vervolging of ernstige schade in een deel van het land van herkomst waar hij op een veilige en wettige manier naartoe kan reizen, zich toegang toe kan verschaffen en waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt. Het onderzoek of binnenlandse bescherming aanwezig is, kan deel uitmaken van de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, op voorwaarde dat de staat of staatsfunctionarissen niet de actoren van vervolging of ernstige schade zijn. Het moet uitsluitend aan de beslissingsautoriteit zijn om aan te tonen dat er een mogelijkheid van binnenlandse bescherming is, maar dit mag de verzoeker niet beletten bewijsstukken voor te leggen om de eventuele bevinding van de beslissingsautoriteit dat er een mogelijkheid van binnenlandse bescherming is, te weerleggen. |
Or. en
Motivering
De lidstaten moeten bevoegd zijn het begrip "binnenlandse bescherming" te gebruiken bij de algemene behandeling van een verzoek om internationale bescherming. Een dergelijk alternatief mag echter niet door de lidstaten worden gebruikt indien de vervolging of ernstige schade uitgaat van de staat of functionarissen die verbonden zijn met de staat.
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(25) Wanneer de staat of staatsfunctionarissen de actoren van vervolging of ernstige schade zijn, moet worden aangenomen dat er geen doeltreffende bescherming beschikbaar is voor de verzoeker. Indien de verzoeker een niet-begeleide minderjarige is, moet bij het nagaan of er daadwerkelijk bescherming aanwezig is, worden onderzocht of er passende zorg en opvang beschikbaar is, die in het belang van de niet-begeleide minderjarige zijn. | (25) Wanneer de staat of staatsfunctionarissen de actoren van vervolging of ernstige schade zijn, moet worden aangenomen dat er geen doeltreffende bescherming beschikbaar is voor de verzoeker en mag de bepaling inzake binnenlandse bescherming niet worden toegepast. Indien de verzoeker een niet-begeleide minderjarige is, moet bij het nagaan of er daadwerkelijk bescherming aanwezig is, worden onderzocht of er passende zorg en opvang beschikbaar is, die in het belang van de niet-begeleide minderjarige zijn. |
Or. en
Motivering
Het alternatief van binnenlandse bescherming mag niet door de lidstaten worden gebruikt indien de vervolging of ernstige schade uitgaat van de staat of functionarissen die verbonden zijn met de staat.
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Overweging 26
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(26) Het is noodzakelijk dat de beslissingsautoriteiten bij de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming van minderjarigen, bijzondere aandacht besteden aan op kinderen gerichte vormen van vervolging. | (26) Het is noodzakelijk dat de beslissingsautoriteiten bij de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming van minderjarigen, bijzondere aandacht besteden aan op kinderen gerichte vormen van vervolging of de afwezigheid van bescherming tegen dergelijke daden van vervolging. |
Or. en
Motivering
De afwezigheid van bescherming tegen vervolging is tevens een factor die in aanmerking moet worden genomen bij de beoordeling van de mogelijkheid van bescherming, met name met betrekking tot minderjarigen.
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(28) Het is evenzeer nodig tot een gemeenschappelijk begrip te komen van de vervolgingsgrond "het behoren tot een bepaalde sociale groep". Bij het omschrijven van een bepaalde sociale groep moet, voor zover deze verband houdt met de gegronde vrees voor vervolging van de verzoeker, terdege rekening worden gehouden met genderaspecten, met inbegrip van genderidentiteit en seksuele gerichtheid, die kunnen samenhangen met bepaalde juridische tradities en gewoonten, en die bijvoorbeeld kunnen leiden tot genitale verminking, gedwongen sterilisatie of gedwongen abortus. | (28) Het is evenzeer nodig tot een gemeenschappelijk begrip te komen van de vervolgingsgrond "het behoren tot een bepaalde sociale groep". Bij het omschrijven van een bepaalde sociale groep moet, voor zover deze verband houdt met de gegronde vrees voor vervolging van de verzoeker, terdege rekening worden gehouden met genderaspecten, met inbegrip van genderidentiteit, geslachtskenmerken en seksuele gerichtheid, die kunnen samenhangen met bepaalde juridische tradities en gewoonten, en die bijvoorbeeld kunnen leiden tot genitale verminking, gedwongen sterilisatie of gedwongen abortus. |
Or. en
Motivering
De geslachtskenmerken van een verzoeker kunnen ook meespelen bij het bepalen of de verzoeker tot een bepaalde sociale groep behoort.
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(29) Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij het beoordelen van verzoeken om internationale bescherming de geloofwaardigheid van de verzoeker onderzoeken met inachtneming van de rechten van het individu als gewaarborgd door het Handvest, met name het recht op menselijke waardigheid en de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven. In het bijzonder met betrekking tot homoseksualiteit mag de individuele beoordeling van de geloofwaardigheid van de verzoeker niet worden gebaseerd op stereotype opvattingen met betrekking tot homoseksuele personen en mag de verzoeker niet worden onderworpen aan gedetailleerde ondervragingen of testen met betrekking tot zijn seksuele gewoonten. | (29) Overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij het beoordelen van verzoeken om internationale bescherming de geloofwaardigheid van de verzoeker onderzoeken met inachtneming van de rechten van het individu als gewaarborgd door het Handvest, met name het recht op menselijke waardigheid en de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven. In het bijzonder met betrekking tot seksuele gerichtheid en genderidentiteit mag de individuele beoordeling van de geloofwaardigheid van de verzoeker niet worden gebaseerd op stereotype opvattingen met betrekking tot seksuele gerichtheid en genderidentiteit en mag de verzoeker niet worden onderworpen aan gedetailleerde ondervragingen of testen met betrekking tot zijn seksuele gewoonten. Bovendien mogen de bevoegde nationale autoriteiten niet concluderen dat de verklaringen van de verzoeker niet geloofwaardig zijn louter omdat de verzoeker zich niet beriep op zijn seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie of geslachtskenmerken toen hij voor het eerst zijn vervolging toelichtte. |
Or. en
Motivering
Tardieve bekendmaking is een van de vier parameters in de recente uitspraak van het HvJ-EU in de zaak van A, B en C tegen Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 2 december 2014, maar komt niet voor in de tekst van de Commissie en moet derhalve worden toegevoegd. Voor LGBTI-asielzoekers leiden angst en stigmatisatie er vaak toe dat zij hun seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie of geslachtskenmerken pas in een later stadium bekendmaken. Hun verzoeken mogen niet louter vanwege een dergelijke tardieve bekendmaking ongunstig worden beoordeeld.
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Overweging 31 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (31 bis) De erkenning van de subsidiairebeschermingsstatus heeft declaratoire kracht. |
Or. en
Motivering
Aangezien de rapporteur van oordeel is dat de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus dezelfde rechten met zich mee moeten brengen in de lidstaat die de bescherming biedt, dienen deze statussen in de verordening gelijk te worden getrokken.
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Overweging 34
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(34) Voor het beoordelen van de ernstige schade op grond waarvan verzoekers in aanmerking kunnen komen voor subsidiaire bescherming, moet onder willekeurig geweld, overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, ook geweld jegens personen ongeacht hun persoonlijke omstandigheden worden verstaan. | (34) Voor het beoordelen van de ernstige schade op grond waarvan verzoekers in aanmerking kunnen komen voor subsidiaire bescherming, moet onder willekeurig geweld, overeenkomstig de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, ook geweld jegens personen ongeacht hun persoonlijke omstandigheden worden verstaan. Factoren waarmee rekening moet worden gehouden bij het bepalen of er sprake is van willekeurig geweld zijn bijvoorbeeld externe agressie, bezetting, buitenlandse overheersing, binnenlandse conflicten, ernstige schending van de mensenrechten of voorvallen die een ernstige verstoring van de openbare orde teweegbrachten in het land van herkomst of in een deel ervan. |
Or. en
Motivering
Er dient rekening te worden gehouden met bepaalde factoren bij het bepalen of er sprake is van willekeurig geweld. Deze lijst is niet volledig.
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Overweging 36 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (36 bis) Een persoon die bescherming nodig heeft omdat hij niet kan terugkeren naar zijn land van herkomst vanwege een natuurramp of een door de mens veroorzaakte ramp moet ook in aanmerking kunnen komen voor bescherming uit hoofde van deze verordening. |
Or. en
Motivering
Personen of groepen personen die, vanwege plotselinge of progressieve veranderingen in de omgeving die hun leven of levensomstandigheden negatief beïnvloeden, gedwongen zijn hun woonplaats te verlaten en op zoek zijn naar en behoefte hebben aan bescherming, moeten uit hoofde van deze verordening in aanmerking komen voor internationale bescherming in de Europese Unie.
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Overweging 37
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(37) De verblijfstitels en de reisdocumenten die na de inwerkingtreding van deze verordening voor het eerst worden afgegeven aan personen die internationale bescherming genieten of worden verlengd, moeten in overeenstemming zijn met de regels die zijn vastgesteld bij respectievelijk Verordening (EG) nr. 1030/2002 en Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad. | (37) De verblijfstitels en de reisdocumenten die na de inwerkingtreding van deze verordening worden afgegeven aan personen die internationale bescherming genieten, moeten in overeenstemming zijn met de regels die zijn vastgesteld bij respectievelijk Verordening (EG) nr. 1030/2002 en Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad. |
Or. en
Motivering
Het is niet relevant of de verblijftitels of reisdocumenten voor het eerst worden afgegeven of worden verlengd, aangezien zij altijd in overeenstemming moeten zijn met de respectieve verordeningen.
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(39) Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds dergelijke bescherming nodig hebben, moeten de beslissingsautoriteiten de toegekende status opnieuw beoordelen, in het geval van vluchtelingen, wanneer de verblijfstitel voor de eerste keer moet worden verlengd, en in het geval van personen die subsidiaire bescherming genieten, wanneer de verblijfstitel voor de eerste en tweede keer moet worden verlengd, evenals wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap37 worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst. | (39) Om na te gaan of personen die internationale bescherming genieten, nog steeds bescherming nodig hebben, kunnen de beslissingsautoriteiten de toegekende status opnieuw beoordelen wanneer de situatie in het land van herkomst van de betrokken persoon aanzienlijk is gewijzigd volgens de gemeenschappelijke analyse en aanwijzingen inzake de situatie in het land van herkomst die op EU-niveau overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van de verordening inzake het Asielagentschap37 worden verschaft door het Asielagentschap en de Europese netwerken inzake informatie over landen van herkomst. |
__________________ | __________________ |
37 COM(2016) 271 final. | 37 COM(2016) 271 final. |
Or. en
Motivering
Een systematische beoordeling van de behoeften aan bescherming zou een zeer arbeidsintensieve aangelegenheid zijn voor de beslissingsautoriteiten van de lidstaten. Het is geenszins het geval dat de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor beslissingen over de behoefte aan internationale bescherming dezelfde zijn als de autoriteiten die verblijfstitels afgeven. Het is tevens van belang de integratievooruitzichten niet te ondermijnen door de perceptie dat de bescherming misschien slechts tijdelijk is.
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Overweging 41
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(41) Wanneer de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus ophoudt te bestaan, moet de toepassing van de beslissing van de beslissingsautoriteit van een lidstaat om de status in te trekken, te beëindigen of niet te verlengen, voor een redelijke termijn nadat die beslissing is genomen, worden uitgesteld, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze in de mogelijkheid wordt gesteld een verzoek om verblijf in te dienen op andere gronden dan die op basis waarvan internationale bescherming werd toegekend, zoals familieredenen of redenen die verband houden met werk of onderwijs, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. | (41) Wanneer de status van de persoon die internationale bescherming geniet ophoudt te bestaan, moet de toepassing van de beslissing van de beslissingsautoriteit van een lidstaat om de status stop te zetten, voor een redelijke termijn nadat die beslissing is genomen, worden uitgesteld, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze in de mogelijkheid wordt gesteld een verzoek om verblijf in te dienen op andere gronden dan die op basis waarvan internationale bescherming werd toegekend, zoals familieredenen of redenen die verband houden met werk of onderwijs, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. |
Or. en
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Overweging 42
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(42) Personen die internationale bescherming genieten, moeten verblijven in de lidstaat die hun bescherming biedt. Personen die in het bezit zijn van een geldig reisdocument en een verblijfstitel die zijn afgegeven door een lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast, moeten de toelating krijgen om het grondgebied van de lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen binnen te komen en zich daar vrij te verplaatsen gedurende een periode van maximaal 90 dagen binnen elke periode van 180 dagen, overeenkomstig de Schengengrenscode38 en artikel 21 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst39. Personen die internationale bescherming genieten, kunnen ook een verzoek om verblijf in een andere lidstaat dan de lidstaat die hun bescherming biedt indienen, overeenkomstig de relevante EU-regels, met name inzake de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan40, en de nationale regels; hierbij vindt echter geen overdracht van de internationale bescherming en de bijhorende rechten plaats. | (42) Personen die internationale bescherming genieten, moeten verblijven in de lidstaat die hun bescherming biedt. Personen die in het bezit zijn van een geldig reisdocument en een verblijfstitel die zijn afgegeven door een lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast, moeten de toelating krijgen om het grondgebied van de lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen binnen te komen en zich daar vrij te verplaatsen binnen de toegestane verblijfsduur, overeenkomstig de Schengengrenscode38 en artikel 21 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst39. Personen die internationale bescherming genieten, kunnen ook een verzoek om verblijf in een andere lidstaat dan de lidstaat die hun bescherming biedt indienen, overeenkomstig de relevante EU-regels, met name inzake de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan40, en de nationale regels; hierbij vindt echter geen overdracht van de internationale bescherming en de bijhorende rechten plaats. |
__________________ | __________________ |
38 Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen. | 38 Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen. |
39 Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen. | 39 Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen. |
40 COM(2016) 378 final. | 40 COM(2016) 378 final. |
Or. en
Motivering
Dergelijke gedetailleerde informatie die kan worden herzien en deel uitmaakt van het dispositief hoort niet thuis in de overwegingen. In de overwegingen dienen vooral de grondgedachten achter de belangrijkste bepalingen van de handeling te worden vermeld.
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Overweging 43
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(43) Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie te voorkomen, moeten personen die internationale bescherming genieten en in een andere lidstaat worden opgemerkt dan die welke hun bescherming biedt zonder dat zij aan de voorwaarden voldoen om daar te verblijven of te wonen, worden teruggenomen door de lidstaat die voor hen verantwoordelijk is op grond van de procedure van de nieuwe Dublinverordening41. | (43) Personen die internationale bescherming genieten en in een andere lidstaat worden opgemerkt dan die welke hun bescherming biedt zonder dat zij aan de voorwaarden voldoen om daar te verblijven of te wonen, moeten worden teruggenomen door de lidstaat die voor hen verantwoordelijk is op grond van de procedure van de nieuwe Dublinverordening41. |
__________________ | __________________ |
41 Verordening (EU) [xxx/xxxx nieuwe Dublinverordening]. | 41 Verordening (EU) [xxx/xxxx nieuwe Dublinverordening]. |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met de aanpak van de rapporteur om personen die internationale bescherming genieten aan te moedigen te blijven en te integreren in de lidstaat die hen internationale bescherming biedt, dient het voorkomen van secundaire bewegingen een welkom neveneffect van dergelijk beleid te zijn, maar niet de motor ervan.
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Overweging 44
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(44) Om secundaire bewegingen binnen de Europese Unie tegen te gaan, moet Richtlijn 2003/109/EG betreffende langdurig ingezetenen worden gewijzigd, teneinde te bepalen dat de berekening van de periode van vijf jaar waarna personen die internationale bescherming genieten in aanmerking komen voor de status van langdurig ingezetene, steeds opnieuw van nul moet beginnen iedere keer dat een persoon wordt opgemerkt in een andere lidstaat dan die welke hem internationale bescherming biedt zonder dat hij het recht heeft daar te wonen of te verblijven overeenkomstig het relevante nationale recht of Unierecht. | (44) Om personen die internationale bescherming genieten aan te moedigen in de lidstaat te blijven die hen deze bescherming biedt, moet de duur van de aan hen afgegeven verblijfstitels op geharmoniseerde wijze worden vastgesteld gedurende een passende periode. |
Or. en
Motivering
Secundaire bewegingen van personen die internationale bescherming genieten moeten worden ontmoedigd, maar niet door sancties tegen hen te bevorderen. In plaats daarvan moeten zij worden aangemoedigd te blijven en te integreren in de lidstaat die hen bescherming biedt. Een van die vormen van aanmoediging is het gedurende een voldoende lange periode op geharmoniseerde wijze vaststellen van de duur van de verblijfstitels die worden afgegeven aan personen die internationale bescherming genieten. Bij het vaststellen van een dergelijke geharmoniseerde periode dienen de huidige praktijken in de lidstaten in aanmerking te worden genomen.
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Overweging 45
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(45) Het begrip nationale veiligheid en openbare orde heeft ook betrekking op gevallen waarin een onderdaan van een derde land behoort tot een vereniging die steun verleent aan internationaal terrorisme of een dergelijke vereniging steunt. | (45) Het begrip nationale veiligheid en openbare orde heeft ook betrekking op gevallen waarin een onderdaan van een derde land behoort tot een vereniging die steun verleent aan internationaal terrorisme. |
Or. en
Motivering
Het begrip "een vereniging steunen die op haar beurt steun verleent aan terrorisme" is te vaag om rechtszekerheid te scheppen.
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Overweging 49 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (49 bis) Gezien het feit dat integratie een tweerichtingsproces is, moeten de eerbiediging van de grondbeginselen van de Unie en de eerbiediging van de grondrechten van de personen die internationale bescherming genieten een vast onderdeel van het integratieproces vormen. Integratie moet inclusie stimuleren in plaats van isolatie, en de deelname van alle betrokken actoren is van cruciaal belang voor het welslagen ervan. De lidstaten, die optreden op nationaal, regionaal en lokaal niveau, moeten personen die internationale bescherming genieten steun en de gelegenheid bieden om zich te integreren en hun leven op te bouwen in hun nieuwe samenleving, waarbij moet worden voorzien in accommodatie, alfabetiserings- en taalcursussen, interculturele dialoog, onderwijs en beroepsopleiding en daadwerkelijke toegang tot de democratische structuren in de samenleving. |
Or. en
Motivering
De rapporteur is van oordeel dat integratie een van de sleutelfactoren is om de behoorlijke werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te bevorderen. De prikkels voor secundaire bewegingen zouden aanzienlijk zwakker worden door een goede integratie van de personen die internationale bescherming genieten in hun gastgemeenschappen.
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Overweging 51
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(51) Met name om sociale moeilijkheden te voorkomen is het voorts aangewezen dat personen die internationale bescherming genieten, niet worden gediscrimineerd op het gebied van sociale bijstand. Ten aanzien van personen die subsidiaire bescherming genieten, moet de lidstaten evenwel enige flexibiliteit worden toegekend om de rechten op dit gebied tot fundamentele prestaties te beperken, waaronder ten minste worden verstaan minimale inkomenssteun, steun bij ziekte of zwangerschap en bij hulpverlening aan ouders, voor zover deze prestaties aan eigen onderdanen worden toegekend op grond van het nationaal recht. Om de integratie van vluchtelingen en personen die subsidiaire bescherming genieten, te bevorderen, moeten de lidstaten over de mogelijkheid beschikken om aan de toegang tot bepaalde in het nationaal recht gespecificeerde sociale bijstand de voorwaarde te verbinden dat de persoon die internationale bescherming geniet daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen. | (51) Met name om sociale moeilijkheden te voorkomen is het voorts aangewezen dat personen die internationale bescherming genieten, niet worden gediscrimineerd op het gebied van sociale bijstand. Om hun integratie te bevorderen, moeten de lidstaten over de mogelijkheid beschikken om aan de toegang tot bepaalde soorten in het nationaal recht gespecificeerde sociale bijstand de voorwaarde te verbinden dat de persoon die internationale bescherming geniet daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen. |
Or. en
Motivering
Het is niet duidelijk waarom personen die bescherming nodig hebben en subsidiaire bescherming genieten niet dezelfde sociale bijstand zouden mogen ontvangen als andere personen die internationale bescherming nodig hebben. Er mag geen sprake zijn van ongelijke behandeling tussen personen die behoefte hebben aan internationale bescherming. Dit is zowel vanuit juridisch oogpunt bedenkelijk als administratief onhandig. Zodra de behoefte aan bescherming is vastgesteld, hebben deze personen allemaal dezelfde sociale behoeften in de ontvangende lidstaat.
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Overweging 52 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (52 bis) Personen die internationale bescherming genieten moeten toegang hebben tot goederen en diensten en de levering van voor het publiek beschikbare goederen en diensten, inclusief voorlichting en advies van arbeidsbureaus. |
Or. en
Motivering
De formulering van de overweging is in overeenstemming met de door Commissie voorgestelde formulering voor bepalingen inzake gelijke behandeling in instrumenten inzake legale migratie (met name de herziening van de blauwe kaart). De overweging vindt haar uitdrukking in de artikelen 30 en 35.
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Overweging 53
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(53) Personen die internationale bescherming genieten, moeten ten behoeve van hun integratie in de samenleving toegang hebben tot integratiemaatregelen; de lidstaten beslissen over de desbetreffende modaliteiten. De lidstaten kunnen de deelname aan dergelijke integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, inburgeringscursussen, beroepsopleiding en andere werkgebonden cursussen, verplicht stellen. | (53) Personen die internationale bescherming genieten, moeten ten behoeve van hun integratie in de samenleving toegang hebben tot integratiemaatregelen; de lidstaten beslissen over de desbetreffende modaliteiten. De lidstaten kunnen de deelname aan dergelijke integratiemaatregelen, zoals taalcursussen, inburgeringscursussen, beroepsopleiding en andere werkgebonden cursussen, verplicht stellen, op voorwaarde dat deze integratiemaatregelen makkelijk toegankelijk, beschikbaar en kosteloos zijn. |
Or. en
Motivering
De rapporteur is ingenomen met de bepalingen inzake toegang tot integratiemaatregelen, maar is van mening dat dergelijke maatregelen altijd kosteloos en makkelijk toegankelijk moeten zijn voor personen die internationale bescherming genieten (d.w.z. niet beperkt tot een of twee grote steden in een lidstaat), alsook rekening moeten houden met eventuele bijzondere behoeften van de betrokkene. Dit is nog belangrijker wanneer een lidstaat de deelname verplicht wil stellen voor personen die internationale bescherming genieten.
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(9) "gezinsleden": voor zover het gezin reeds bestond voordat de verzoeker op het grondgebied van de lidstaten is aangekomen, de volgende leden van het gezin van de persoon die internationale bescherming geniet, die in verband met het verzoek om internationale bescherming in dezelfde lidstaat aanwezig zijn: | (9) "gezinsleden": de volgende leden van het gezin van de persoon die internationale bescherming geniet, die op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn: |
Or. en
Motivering
Personen die na hun aankomst op het grondgebied van de lidstaat een gezin hebben gevormd, moeten worden opgenomen in de definitie van gezinsleden. Gedwongen huwelijken moeten echter worden uitgesloten, ongeacht waar zij worden voltrokken.
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de echtgenoot van de persoon die internationale bescherming geniet, of diens niet-gehuwde partner met wie hij een duurzame relatie onderhoudt, indien het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat ongehuwde paren krachtens zijn recht inzake onderdanen van derde landen op een vergelijkbare wijze behandelt als gehuwde paren; | (a) de echtgenoot van de persoon die internationale bescherming geniet, of diens niet-gehuwde partner met wie hij een duurzame relatie onderhoudt, indien het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat ongehuwde paren krachtens het toepasselijke nationale recht op een vergelijkbare wijze behandelt als gehuwde paren; |
Or. en
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) de minderjarige kinderen van de onder a) bedoelde paren of van de persoon die internationale bescherming geniet, mits zij ongehuwd zijn, ongeacht de vraag of zij naar nationaal recht wettige, buitenechtelijke of geadopteerde kinderen zijn; | (b) de minderjarige kinderen van de onder a) bedoelde paren of van de persoon die internationale bescherming geniet, ongeacht de vraag of zij naar nationaal recht als wettige, buitenechtelijke of geadopteerde kinderen worden gedefinieerd of erkend; |
Or. en
Motivering
De rapporteur is van mening dat de al dan niet gehuwde status van kinderen niet moet meewegen bij het vaststellen van de leden van een gezin.
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de vader, moeder of een andere volwassene die volgens het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat verantwoordelijk is voor de persoon die internationale bescherming geniet, indien deze persoon minderjarig en ongehuwd is; | (c) indien de persoon die internationale bescherming geniet minderjarig is, de vader, moeder of een andere volwassene die volgens het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat verantwoordelijk is voor deze persoon; |
Or. en
Motivering
De rapporteur is van mening dat de gehuwde of ongehuwde status van kinderen niet moet meewegen bij het vaststellen van de gezinsleden.
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 9 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) de broer(s) en zus(sen) van de persoon die internationale bescherming geniet; |
Or. en
Motivering
Deze formulering komt uit de definitie van "gezinsleden" zoals voorgesteld in de nieuwe herschikte Dublinverordening.
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 19
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(19) "voogd": een persoon of een organisatie die door de bevoegde instanties is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen in procedures waarin in deze verordening is voorzien, teneinde het belang van het kind te behartigen en zo nodig rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten. | (19) "voogd": een persoon of een organisatie die door de bevoegde instanties is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen in procedures waarin in deze verordening is voorzien, teneinde het belang en het welzijn van het kind te waarborgen en zo nodig rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten. |
Or. en
Motivering
Harmonisatie van definities en verwijzing naar artikel 3 van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind.
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De verzoeker verstrekt alle elementen waarover hij beschikt ter staving van het verzoek om internationale bescherming. Hij verleent medewerking aan de beslissingsautoriteit en blijft gedurende de procedure aanwezig en beschikbaar. | 1. De verzoeker verstrekt alle elementen waarover hij beschikt ter staving van het verzoek om internationale bescherming. De beslissingsautoriteit en de verzoeker werken gedurende de hele procedure samen. De verzoeker blijft gedurende de procedure aanwezig en beschikbaar. |
Or. en
Motivering
Overeenkomstig de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie zijn de beslissingsautoriteiten verplicht samen te werken met de verzoeker bij het vaststellen van de relevante elementen van het geval. Deze formulering wordt ook gebruikt in artikel 4, lid 1, van de bestaande richtlijn.
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. De beslissingsautoriteit beoordeelt de relevante elementen van het verzoek overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake procedures]. | 3. De beslissingsautoriteit beoordeelt de relevante elementen van het verzoek om internationale bescherming overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake procedures]. |
Or. en
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 5 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de verzoeker heeft een oprechte inspanning geleverd om zijn verzoek te staven; | (a) de verzoeker heeft een oprechte inspanning geleverd om zijn verzoek om internationale bescherming te staven; |
Or. en
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 5 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de verzoeker heeft zijn verzoek om internationale bescherming zo spoedig mogelijk ingediend, tenzij hij goede redenen kan aanvoeren waarom hij dit heeft nagelaten, en | Schrappen |
Or. en
Motivering
Er zijn vele redenen waarom een verzoeker mogelijk niet onmiddellijk een verzoek om internationale bescherming indient. De vraag of de verzoeker zijn verzoek om internationale bescherming zo spoedig mogelijk heeft ingediend, dient niet bepalend te zijn voor het gewicht dat aan zijn verklaringen wordt toegekend.
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Onverminderd het Verdrag van Genève en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens wordt een verzoeker die een volgend verzoek indient overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake procedures] normaliter niet de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus toegekend indien het risico van vervolging of ernstige schade gegrond is op omstandigheden die de verzoeker zelf heeft veroorzaakt nadat hij zijn land van herkomst heeft verlaten. | 3. Mits elk genomen besluit volledig in overeenstemming is met het Verdrag van Genève, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, kan een verzoeker die een volgend verzoek indient overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake procedures] de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus worden geweigerd indien het risico van vervolging of ernstige schade gegrond is op omstandigheden die de verzoeker zelf heeft veroorzaakt nadat hij zijn land van herkomst heeft verlaten. |
Or. en
Motivering
Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie blijkt duidelijk dat de verzoeker zich niet discreet hoeft op te stellen, zich niet van godsdienstige praktijken hoeft te onthouden en zijn seksuele gerichtheid niet hoeft te verhullen om in aanmerking te komen voor internationale bescherming. Indien de internationale bescherming wordt geweigerd, dient deze weigering volledig in overeenstemming te zijn met het Verdrag van Genève en de rechtspraak van het HvJ-EU en het EHRM.
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) partijen of organisaties, inclusief internationale organisaties, die de staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheersen, | (b) partijen of organisaties die een mandaat hebben gekregen van de staat, inclusief internationale organisaties, die de staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheersen, |
Or. en
Motivering
Artikel 1, onder D), van het Verdrag van Genève is tevens van toepassing op personen die die worden beschermd door de UNHCR, die een mandaat van de staat moet krijgen om aanwezig te kunnen zijn op het grondgebied van de betreffende staat. Daarnaast mogen niet‑statelijke actoren niet worden beschouwd als beschermingsactoren, tenzij ze hiertoe een specifiek mandaat van de staat hebben gekregen, aangezien zij uit hoofde van het internationaal recht niet ter verantwoording kunnen worden geroepen en dus uitsluitend tijdelijke en wat hun doeltreffendheid betreft beperkte bescherming kunnen bieden.
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden overeenkomstig lid 2. | zolang zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden overeenkomstig lid 2. |
Or. en
Motivering
De bescherming van de verzoeker moet worden aangetoond in de praktijk en in zijn specifieke geval, niet slechts in beginsel of in het algemeen. De bevoegde autoriteit moet aantonen dat de bescherming niet uitsluitend tijdelijk en wat doeltreffendheid betreft beperkt is.
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Als onderdeel van de beoordeling van een verzoek om internationale bescherming bepaalt de beslissingsautoriteit dat een verzoeker geen internationale bescherming nodig heeft indien hij op een veilige en wettige manier kan reizen naar en zich toegang kan verschaffen tot een deel van het land van herkomst en er redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt, en indien hij in dat deel van het land: | 1. Als onderdeel van de beoordeling van een verzoek om internationale bescherming, en op voorwaarde dat de staat of de staatsfunctionarissen niet de actoren van vervolging of ernstige schade zijn, kan de beslissingsautoriteit bepalen dat een verzoeker geen internationale bescherming nodig heeft indien hij op een veilige en wettige manier kan reizen naar en zich toegang kan verschaffen tot een deel van het land van herkomst en er redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt, en indien hij in dat deel van het land: |
Or. en
Motivering
Het alternatief van binnenlandse bescherming mag niet door de lidstaten worden gebruikt indien de vervolging of ernstige schade uitgaat van de staat of functionarissen die verbonden zijn met de staat. Daarnaast moet het facultatief blijven voor de lidstaten, aangezien de toepassing van het begrip "internationale bescherming" sterk varieert van lidstaat tot lidstaat en niet uniform wordt gebruikt.
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beoordeling van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming vindt plaats zodra de beslissingsautoriteit heeft vastgesteld dat anders de erkenningscriteria van toepassing zouden zijn. De bewijslast van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming rust bij de beslissingsautoriteit. Van de verzoeker wordt niet verlangd dat hij bewijst dat hij voorafgaand aan het verzoeken om internationale bescherming alle mogelijkheden heeft uitgeput om in zijn land van herkomst bescherming te krijgen. | 2. De bewijslast van de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming rust bij de beslissingsautoriteit. Dit belet de verzoeker niet om bewijsstukken voor te leggen om de eventuele bevinding van de beslissingsautoriteit dat binnenlandse bescherming beschikbaar is, te weerleggen. Van de verzoeker wordt niet verlangd dat hij bewijst dat hij voorafgaand aan het verzoeken om internationale bescherming alle mogelijkheden heeft uitgeput om in zijn land van herkomst bescherming te krijgen. |
Or. en
Motivering
Er is geen enkele goede reden waarom de beslissing over de beschikbaarheid van binnenlandse bescherming zou moeten worden genomen als de beslissingsautoriteit al heeft besloten dat de verzoeker anders bescherming nodig zou hebben. Deze beslissing moet deel uitmaken van de algemene beoordeling van de behoefte van de verzoeker aan bescherming. Voorts is de rapporteur verheugd over het feit dat de bewijslast duidelijk bij de beslissingsautoriteit wordt gelegd, maar van oordeel dat dit de verzoeker niet mag beletten de eventuele bevinding dat er binnenlandse bescherming voor hem beschikbaar is, te weerleggen.
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – letter d – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) het begrip "specifieke sociale groep" omvat met name een groep: | (d) het begrip "het behoren tot een specifieke sociale groep" omvat met name een groep: |
Or. en
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – letter d – streepje 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
- waarvan de leden een aangeboren kenmerk vertonen of een gemeenschappelijke achtergrond hebben die niet gewijzigd kan worden, of een kenmerk of geloof delen dat voor de identiteit of de morele integriteit van de betrokkenen dermate fundamenteel is, dat van de betrokkenen niet mag worden geëist dat zij dit opgeven, en | - waarvan de leden een aangeboren kenmerk vertonen of een gemeenschappelijke achtergrond hebben die niet gewijzigd kan worden, of een kenmerk of geloof delen dat voor de identiteit of de morele integriteit van de betrokkenen dermate fundamenteel is, dat van de betrokkenen niet mag worden geëist dat zij dit opgeven, of |
Or. en
Motivering
Onder de twee streepjes worden twee mogelijke bestaansvormen van een specifieke sociale groep beschreven. De streepjes moeten daarom alternatief en niet cumulatief zijn.
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – letter d – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Afhankelijk van de omstandigheden in het land van herkomst kan een specifieke sociale groep een groep zijn die als gemeenschappelijk kenmerk seksuele gerichtheid heeft (deze term kan geen handelingen omvatten die volgens het nationale recht van de lidstaten als strafbaar worden beschouwd); er wordt terdege rekening gehouden met genderaspecten, waaronder genderidentiteit, wanneer moet worden vastgesteld of iemand tot een specifieke sociale groep behoort of wanneer een kenmerk van een dergelijke groep wordt geïdentificeerd; | Afhankelijk van de omstandigheden in het land van herkomst heeft het begrip betrekking op een groep die als gemeenschappelijke kenmerken seksuele gerichtheid en genderaspecten heeft, waaronder genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken. Met die aspecten wordt terdege rekening gehouden wanneer moet worden vastgesteld of iemand tot een specifieke sociale groep behoort of wanneer een kenmerk van een dergelijke groep wordt geïdentificeerd; |
Or. en
Motivering
Het koppelen van seksuele gerichtheid aan handelingen die als strafbaar worden beschouwd is ongepast. Dit moet derhalve ongedaan worden gemaakt. Seksuele gerichtheid kan in wetgeving nooit handelingen omvatten die als strafbaar worden beschouwd en heeft geen juridische meerwaarde, aangezien het begrip "seksuele gerichtheid" duidelijk wordt gedefinieerd in de Europese verdragen en het EU-recht en dus ook in het nationale recht wordt erkend.
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Bij het beoordelen of de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is, kan de beslissingsautoriteit niet redelijkerwijs van een verzoeker verwachten dat hij zich, om risico van vervolging in zijn land van herkomst te voorkomen, met betrekking tot bepaalde gedragingen discreet opstelt of zich van bepaalde praktijken onthoudt wanneer deze gedragingen of praktijken inherent zijn aan zijn identiteit. | 3. Bij het beoordelen of de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is, kan de beslissingsautoriteit niet redelijkerwijs van een verzoeker verwachten dat hij zich, om risico van vervolging in zijn land van herkomst te voorkomen, met betrekking tot bepaalde gedragingen discreet opstelt of zich van bepaalde praktijken onthoudt wanneer deze gedragingen of praktijken inherent zijn aan zijn identiteit of morele integriteit. |
Or. en
Motivering
De term "identiteit" is enigszins restrictief. Ook iemands morele integriteit kan aanleiding geven tot gegronde vrees voor vervolging.
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Een onderdaan van een derde land of staatloze wordt uitgesloten van de vluchtelingenstatus wanneer: | 1. Een onderdaan van een derde land of staatloze wordt uitgesloten van de reikwijdte van deze verordening wanneer: |
Or. en
Motivering
Overeenkomstig artikel 1, onder D), van het Verdrag van Genève wordt de "vluchtelingenstatus" niet geweigerd aan bepaalde categorieën personen. Zij worden eenvoudigweg uitgesloten van de rechten en voordelen uit hoofde van het verdrag. Aangezien dit artikel ook op artikel 1, onder D), van het Verdrag van Genève is gebaseerd, dient deze aanpak eveneens te worden gevolgd in deze verordening.
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Voor de toepassing van lid 2, onder b), en c), worden de volgende daden als ernstige, niet-politieke misdrijven aangemerkt: | Schrappen |
(a) bijzonder wrede handelingen, wanneer de daad in kwestie niet in verhouding staat tot het beweerde politieke doel, |
|
(b) terroristische daden, die worden gekenmerkt door geweld tegen de burgerbevolking, ook wanneer zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd. |
|
Or. en
Motivering
In de in overweging 31 genoemde rechtspraak van het HvJ-EU worden de bepalingen van het bestaande artikel 12, lid 2, onder b) en c), geïnterpreteerd. Het toevoegen van een extra lid aan het artikel schept enkel verwarring. De interpretatie van het HvJ-EU wordt uiteengezet in overweging 31. Die is duidelijk en afdoende om artikel 12, lid 2, onder b) en c), te interpreteren voor wat terrorisme en met name wrede handelingen betreft. Lid 5 moet daarom worden geschrapt.
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De uitsluiting van een persoon van de vluchtelingenstatus is uitsluitend afhankelijk van het al dan niet voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de leden 1 tot en met 5, en er wordt geen aanvullende evenredigheidsbeoordeling uitgevoerd van individuele gevallen. | Schrappen |
Or. en
Motivering
The Commission's proposed text in Article 12(6) is terribly confusing insofar as it refers to case law. The principle of proportionality is a general principle of Union law. The CJEU, in its case-law, has stated that whether someone is refused refugee status on the grounds laid down in Article 12 depends on an assessment of the “seriousness of the acts committed”, which in turn requires taking account of “all the circumstances surrounding the acts in question and the situation of that person”. This inevitably requires a proportionality test. The Commission proposal is misleading in that regard and should be deleted.
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Intrekking, beëindiging of weigering tot verlenging van de vluchtelingenstatus | Stopzetting van de vluchtelingenstatus |
| (Dit amendement is van toepassing op de gehele tekst. Bij aanneming van dit amendement moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.) |
Or. en
Motivering
In artikel 2, lid 14, van deze voorgestelde verordening wordt een definitie gegeven van "stopzetting van de internationale bescherming", namelijk "de beslissing van een bevoegde autoriteit om een vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus in te trekken, te beëindigen dan wel de verlenging ervan te weigeren". Gezien deze definitie is het passend de term "stopzetting van de internationale bescherming" in alle artikelen te gebruiken en niet voortdurend "intrekking, beëindiging of weigering tot verlenging" te herhalen.
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit trekt de vluchtelingenstatus van een onderdaan van een derde land of staatloze in, beëindigt deze of weigert deze te verlengen indien: | 1. De beslissingsautoriteit zet de vluchtelingenstatus van een onderdaan van een derde land of staatloze stop indien: |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ingediend om de consistentie met eerdere amendementen te waarborgen.
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) er goede redenen bestaan om de persoon te beschouwen als een gevaar voor de veiligheid van de lidstaat waar hij zich bevindt; | (d) er goede redenen bestaan om de persoon te beschouwen als een gevaar voor de veiligheid van de lidstaat waar hij zich bevindt, nadat hij definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf; |
Or. en
Motivering
In het Verdrag van Genève worden geen redenen gegeven die overeenkomen met de in artikel 14, lid 1, onder d) en e), uiteengezette redenen voor stopzetting. De rapporteur meent dat zij moeten worden samengevoegd, aangezien het feit te zijn veroordeeld voor een ernstig misdrijf de "goede redenen" zou geven om vast te stellen dat de vluchteling een gevaar vormt voor de veiligheid van de lidstaat in kwestie.
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) de persoon definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf en derhalve een gevaar vormt voor de samenleving van de lidstaat waar hij zich bevindt; | Schrappen |
Or. en
Motivering
In het Verdrag van Genève worden geen redenen gegeven die overeenkomen met de in artikel 14, lid 1, onder d) en e), uiteengezette redenen voor stopzetting. De rapporteur meent dat zij moeten worden samengevoegd, aangezien het feit te zijn veroordeeld voor een ernstig misdrijf de "goede redenen" zou geven om vast te stellen dat de vluchteling een gevaar vormt voor de veiligheid van de lidstaat in kwestie.
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f) artikel 23, lid 2, van toepassing is. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het beginsel van non-refoulement is onbetwistbaar uit hoofde van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de relevante rechtspraak van het HvJ-EU en het EHRM. Niemand mag daarom worden teruggestuurd als hij als gevolg daarvan zou worden onderworpen aan folteringen of onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Deze extra alinea is irrelevant en dient te worden geschrapt.
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De beslissingsautoriteit kan in de in lid 1, onder d) tot en met f), bedoelde situaties besluiten geen status te verlenen aan een vluchteling wanneer nog geen besluit in die zin is genomen. | 2. De beslissingsautoriteit kan in de in lid 1, onder d), bedoelde situaties besluiten geen status te verlenen aan een vluchteling wanneer nog geen besluit in die zin is genomen. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ingediend om de consistentie met eerdere amendementen te waarborgen.
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Personen op wie lid 1, onder d) tot en met f), of lid 2 van toepassing is, genieten de rechten die zijn vastgelegd in de artikelen 3, 4, 16, 22, 31, 32 en 33 van het Verdrag van Genève of daarmee vergelijkbare rechten, voor zover zij in de lidstaat aanwezig zijn. | 3. Personen op wie lid 1, onder d), of lid 2 van toepassing is, genieten de rechten die zijn vastgelegd in de artikelen 3, 4, 16, 22, 31, 32 en 33 van het Verdrag van Genève of daarmee vergelijkbare rechten, voor zover zij in de lidstaat aanwezig zijn. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ingediend om de consistentie met eerdere amendementen te waarborgen.
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de vluchtelingenstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. | 5. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de vluchtelingenstatus stop te zetten overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ingediend om de consistentie met eerdere amendementen te waarborgen.
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Ten behoeve van de toepassing van artikel 14, lid 1, onderwerpt de beslissingsautoriteit de vluchtelingenstatus aan een nieuwe beoordeling met name: | Bij de toepassing van artikel 14, lid 1, kan de beslissingsautoriteit de vluchtelingenstatus aan een nieuwe beoordeling onderwerpen, met name wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is als bedoeld in artikel 8 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in artikel 10 van die verordening blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker. |
Or. en
Motivering
Een systematische beoordeling van de behoeften aan bescherming zou een zeer arbeidsintensieve aangelegenheid zijn voor de beslissingsautoriteiten van de lidstaten. Het is geenszins het geval dat de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor beslissingen over de behoefte aan internationale bescherming dezelfde zijn als de autoriteiten die verblijfstitels afgeven. Het is tevens van belang de integratievooruitzichten niet te ondermijnen door de perceptie dat de bescherming misschien slechts tijdelijk is.
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Dit wordt samengevoegd met de inleidende formule van alinea 1.
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) wanneer een aan een vluchteling afgegeven verblijfstitel voor de eerste keer wordt verlengd. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Een systematische beoordeling van de behoeften aan bescherming zou een zeer arbeidsintensieve aangelegenheid zijn voor de beslissingsautoriteiten van de lidstaten. Het is geenszins het geval dat de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor beslissingen over de behoefte aan internationale bescherming dezelfde zijn als de autoriteiten die verblijfstitels afgeven. Het is tevens van belang de integratievooruitzichten niet te ondermijnen door de perceptie dat de bescherming misschien slechts tijdelijk is. Bijgevolg moet dit punt worden geschrapt.
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. | (c) ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict; of |
Or. en
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van een natuurramp of een door de mens veroorzaakte ramp. |
Or. en
Motivering
Personen of groepen personen die, vanwege plotselinge of progressieve veranderingen in de omgeving die hun leven of levensomstandigheden negatief beïnvloeden, gedwongen zijn hun woonplaats te verlaten en op zoek zijn naar en behoefte hebben aan bescherming, moeten uit hoofde van deze verordening in aanmerking komen voor internationale bescherming in de Europese Unie.
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Intrekking, beëindiging of weigering tot verlenging van de subsidiairebeschermingsstatus | Stopzetting van de subsidiairebeschermingsstatus |
| (Dit amendement is van toepassing op de gehele tekst. Bij aanneming van dit amendement moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.) |
Or. en
Motivering
In artikel 2, lid 14, van deze voorgestelde verordening wordt een definitie gegeven van "stopzetting van de internationale bescherming", namelijk "de beslissing van een bevoegde autoriteit om een vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus in te trekken, te beëindigen dan wel de verlenging ervan te weigeren". Gezien deze definitie is het passend de term "stopzetting van de internationale bescherming" in alle artikelen te gebruiken en niet voortdurend "intrekking, beëindiging of weigering tot verlenging" te herhalen.
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De beslissingsautoriteit trekt de subsidiairebeschermingsstatus van een onderdaan van een derde land of staatloze in, beëindigt deze of weigert deze te verlengen indien: | 1. De beslissingsautoriteit zet de subsidiairebeschermingsstatus van een onderdaan van een derde land of staatloze stop indien: |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ingediend om de consistentie met eerdere amendementen te waarborgen.
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) artikel 23, lid 2, van toepassing is. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het beginsel van non-refoulement is onbetwistbaar uit hoofde van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de relevante rechtspraak van het HvJ-EU en het EHRM. Niemand mag daarom worden teruggestuurd als hij als gevolg daarvan zou worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Deze extra alinea is irrelevant en dient te worden geschrapt.
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de subsidiairebeschermingsstatus in te trekken of te beëindigen of te weigeren deze te verlengen overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. | 3. Beslissingen van de beslissingsautoriteit om de subsidiairebeschermingsstatus stop te zetten overeenkomstig lid 1, onder a), worden pas drie maanden later van kracht, zodat de onderdaan van een derde land of staatloze de mogelijkheid heeft een verzoek om verblijf in de lidstaat op andere gronden in te dienen, overeenkomstig het relevante Unierecht en nationale recht. |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ingediend om de consistentie met eerdere amendementen te waarborgen.
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Ten behoeve van de toepassing van artikel 20, lid 1, onderwerpt de beslissingsautoriteit de subsidiairebeschermingsstatus aan een nieuwe beoordeling met name: | Bij de toepassing van artikel 20, lid 1, kan de beslissingsautoriteit de subsidiairebeschermingsstatus aan een nieuwe beoordeling onderwerpen, met name wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is als bedoeld in artikel 8 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in artikel 10 van die verordening blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker. |
Or. en
Motivering
Een systematische beoordeling van de behoeften aan bescherming zou een zeer arbeidsintensieve aangelegenheid zijn voor de beslissingsautoriteiten van de lidstaten. Het is geenszins het geval dat de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor beslissingen over de behoefte aan internationale bescherming dezelfde zijn als de autoriteiten die verblijfstitels afgeven. Het is tevens van belang de integratievooruitzichten niet te ondermijnen door de perceptie dat de bescherming misschien slechts tijdelijk is.
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) wanneer uit de informatie over landen van herkomst die op Unieniveau beschikbaar is en de gemeenschappelijke analyse van informatie over landen van herkomst als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) XXX/XX [Verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie] blijkt dat er zich op het gebied van de situatie in het land van herkomst een aanzienlijke verandering heeft voorgedaan die relevant is voor de beschermingsbehoeften van de verzoeker; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Dit wordt samengevoegd met de inleidende formule van alinea 1.
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) wanneer een verblijfstitel die is afgegeven aan een persoon die subsidiaire bescherming geniet, voor de eerste en de tweede keer wordt verlengd. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Een systematische beoordeling van de behoeften aan bescherming zou een zeer arbeidsintensieve aangelegenheid zijn voor de beslissingsautoriteiten van de lidstaten. Het is geenszins het geval dat de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor beslissingen over de behoefte aan internationale bescherming dezelfde zijn als de autoriteiten die verblijfstitels afgeven. Het is tevens van belang de integratievooruitzichten niet te ondermijnen door de perceptie dat de bescherming misschien slechts tijdelijk is. Bijgevolg moet dit punt worden geschrapt.
Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Voor vluchtelingen en personen aan wie de subsidiairebeschermingsstatus is verleend, gelden de in dit hoofdstuk vastgestelde rechten en verplichtingen. Dit hoofdstuk geldt onverminderd de in het Verdrag van Genève neergelegde rechten en plichten. | 1. Onverminderd de in het Verdrag van Genève neergelegde rechten en plichten gelden voor personen die internationale bescherming genieten de in dit hoofdstuk vastgelegde rechten en plichten. |
Or. en
Motivering
Linguïstisch amendement.
Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Bij de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk die betrekking hebben op minderjarigen, plaatsen de relevante autoriteiten het belang van het kind voorop. | 5. Bij de uitvoering van deze verordening plaatsen de lidstaten het belang van het kind voorop. |
Or. en
Motivering
De verwijzing naar het vooropstellen van het belang van het kind moet betrekking hebben op de hele verordening, niet alleen op de bepalingen van hoofdstuk VII zoals vermeld in het artikel.
Amendement 79
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Wanneer dit op grond van de in lid 1 bedoelde internationale verplichtingen niet verboden is, kan een al dan niet formeel erkende vluchteling of persoon die subsidiaire bescherming geniet, worden uitgezet of teruggeleid, wanneer: | Schrappen |
(a) er goede redenen bestaan om hem te beschouwen als een gevaar voor de veiligheid van de lidstaat waar hij zich bevindt; |
|
(b) hij definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf en derhalve een gevaar vormt voor de samenleving van de lidstaat waar hij zich bevindt. |
|
In deze gevallen wordt ook de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus beëindigd overeenkomstig respectievelijk artikel 14 of artikel 20. |
|
Or. en
Motivering
Het beginsel van non-refoulement is onbetwistbaar uit hoofde van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de relevante rechtspraak van het HvJ-EU en het EHRM. Daarom wordt niemand teruggestuurd als hij als gevolg daarvan zou worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Dit lid is daarom irrelevant en dient te worden geschrapt.
Amendement 80
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. De lidstaten kunnen besluiten dat dit artikel ook geldt voor andere naaste verwanten die ten tijde van het vertrek uit het land van herkomst of voorafgaand aan de aankomst van de verzoeker op het grondgebied van de lidstaten, deel uitmaakten van het gezin van de persoon die internationale bescherming geniet, en die op dat tijdstip volledig of grotendeels te zijnen laste kwamen. | 6. De lidstaten kunnen besluiten dat dit artikel ook geldt voor andere naaste verwanten die ten tijde van het vertrek uit het land van herkomst of voorafgaand aan de aankomst van de verzoeker op het grondgebied van de lidstaten, deel uitmaakten van het gezin van de persoon die internationale bescherming geniet. |
Or. en
Motivering
Indien de lidstaten besluiten dit artikel te versterken omwille van de instandhouding van het gezin, mogen zij niet worden beperkt tot de naaste verwanten die volledig of deels afhankelijk waren van de persoon die internationale bescherming geniet. De beslissing hierover moet een zaak van de lidstaten blijven.
Amendement 81
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) Personen met de vluchtelingenstatus krijgen een verblijfstitel die drie jaar geldig is en die met perioden van drie jaar kan worden verlengd. | (a) Personen met de vluchtelingenstatus krijgen een verblijfstitel die vijf jaar geldig is en die met perioden van vijf jaar kan worden verlengd. |
Or. en
Motivering
In the interests of encouraging integration in the host Member State, and in offering a positive incentive for beneficiaries of international protection not to engage in secondary movements, the standard period of validity of residence permits should be extended and harmonised. It is important not to unduly undermine integration prospects via the perception that protection may only be temporary. The harmonised duration of residence permits granted to those in need of international protection should take full account of current practice across the Member States and should not be based on a 'race to the bottom' principle.
Amendement 82
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) Personen met de subsidiairebeschermingsstatus krijgen een verblijfstitel die één jaar geldig is en die met perioden van twee jaar kan worden verlengd. | (b) Personen met de subsidiairebeschermingsstatus krijgen een verblijfstitel die vijf jaar geldig is en die met perioden van vijf jaar kan worden verlengd. |
Or. en
Motivering
In the interests of encouraging integration in the host Member State, and in offering a positive incentive for beneficiaries of international protection not to engage in secondary movements, the standard period of validity of residence permits should be extended and harmonised. It is important not to unduly undermine integration prospects via the perception that protection may only be temporary. The harmonised duration of residence permits granted to those in need of international protection should take full account of current practice across the Member States and should not be based on a 'race to the bottom' principle.
Amendement 83
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 2 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de bevoegde autoriteiten de vluchtelingenstatus van een onderdaan van een derde land intrekken, beëindigen of weigeren te verlengen overeenkomstig artikel 14, of de subsidiairebeschermingsstatus van een onderdaan van een derde land intrekken, beëindigen of weigeren te verlengen overeenkomstig artikel 20; | (a) de bevoegde autoriteiten de vluchtelingenstatus van een onderdaan van een derde land stopzetten overeenkomstig artikel 14, of de subsidiairebeschermingsstatus van een onderdaan van een derde land stopzetten overeenkomstig artikel 20; |
Or. en
Motivering
Dit amendement is ingediend om de consistentie met eerdere amendementen te waarborgen.
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) artikel 23, lid 2, van toepassing is; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het beginsel van non-refoulement is onbetwistbaar uit hoofde van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de relevante rechtspraak van het HvJ-EU en het EHRM. Daarom wordt niemand teruggestuurd als hij als gevolg daarvan zou worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Deze alinea is daarom irrelevant en dient te worden geschrapt.
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 2 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde dat vereisen. | (c) de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde dat om dwingende redenen vereisen. |
Or. en
Motivering
De Commissie stelt zonder goede redenen voor om de term "om dwingende redenen", die voorkomt in de huidige richtlijn, te schrappen. Aangezien het lid betrekking heeft op het afnemen van de verblijfstitel van iemand die internationale bescherming nodig heeft, is het duidelijk dat de redenen hiervoor "dwingend" moeten zijn.
Amendement 86
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De bevoegde autoriteiten verstrekken personen met de vluchtelingenstatus reisdocumenten in de in de bijlage bij het Verdrag van Genève vermelde vorm en met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad45. De reisdocumenten zijn ten minste één jaar geldig. | 1. De bevoegde autoriteiten verstrekken personen met de vluchtelingenstatus reisdocumenten in de in de bijlage bij het Verdrag van Genève vermelde vorm en met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad45. De reisdocumenten zijn ten minste vijf jaar geldig. |
__________________ | __________________ |
45 Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PB L 385 van 29.12.2004, blz. 1). | 45 Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PB L 385 van 29.12.2004, blz. 1). |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met de voorgestelde amendementen inzake de duur van verblijfstitels die worden afgegeven aan personen die internationale bescherming genieten, dient de geldigheid van de aan hen afgegeven reisdocumenten ook worden verlengd. Bij het vaststellen van de geldigheidsduur van dergelijke documenten dient rekening te worden gehouden met de gebruikelijke geldigheidsduur van door de lidstaten afgegeven reisdocumenten.
Amendement 87
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De bevoegde autoriteiten verstrekken reisdocumenten met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 aan personen met de subsidiairebeschermingsstatus die geen nationaal paspoort kunnen verkrijgen. De documenten zijn ten minste één jaar geldig. | 2. De bevoegde autoriteiten verstrekken reisdocumenten met de minimale veiligheidskenmerken en biometrische gegevens die worden beschreven in Verordening (EG) nr. 2252/2004 aan personen met de subsidiairebeschermingsstatus die geen nationaal paspoort kunnen verkrijgen. De documenten zijn ten minste vijf jaar geldig. |
Or. en
Motivering
In overeenstemming met de voorgestelde amendementen inzake de duur van verblijfstitels die worden afgegeven aan personen die internationale bescherming genieten, dient de geldigheid van de aan hen afgegeven reisdocumenten ook worden verlengd. Bij het vaststellen van de geldigheidsduur van dergelijke documenten dient rekening te worden gehouden met de gebruikelijke geldigheidsduur van door de lidstaten afgegeven reisdocumenten.
Amendement 88
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Voor personen met de subsidiairebeschermingsstatus kunnen de lidstaten de sociale bijstand beperken tot de meest fundamentele prestaties. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het is niet duidelijk waarom personen die bescherming nodig hebben en subsidiaire bescherming genieten niet dezelfde sociale bijstand zouden mogen ontvangen als andere personen die internationale bescherming nodig hebben. Er mag geen sprake zijn van ongelijke behandeling tussen personen die behoefte hebben aan internationale bescherming. Dit is zowel vanuit juridisch oogpunt bedenkelijk als administratief onhandig. Zodra de behoefte aan bescherming is vastgesteld, hebben deze personen allemaal dezelfde sociale behoeften in de ontvangende lidstaat.
Amendement 89
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 – lid 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
5. Indien een niet-begeleide minderjarige internationale bescherming wordt verleend en er nog niet begonnen is met het opsporen van zijn gezinsleden, beginnen de bevoegde autoriteiten hen zo snel mogelijk na het verlenen van de internationale bescherming op te sporen, waarbij zij het belang van de minderjarige vooropstellen. Indien het opsporen al is gestart, wordt dat waar nodig voortgezet. In gevallen waarin gevaar bestaat voor het leven of de lichamelijke integriteit van de minderjarige of zijn naaste familieleden, met name indien zij in het land van herkomst zijn achtergebleven, moet bij het verzamelen, verwerken en verspreiden van gegevens over deze personen de vertrouwelijkheid worden gewaarborgd. | 5. Indien een niet-begeleide minderjarige internationale bescherming wordt verleend en er nog niet begonnen is met het opsporen van zijn gezinsleden, beginnen de bevoegde autoriteiten hen zo snel mogelijk na het verlenen van de internationale bescherming op te sporen, waarbij zij het belang van de minderjarige vooropstellen. Indien het opsporen al is gestart, wordt dat waar nodig voortgezet. In gevallen waarin gevaar bestaat voor het leven of de lichamelijke integriteit van de minderjarige of zijn naaste familieleden, met name indien zij in het land van herkomst zijn achtergebleven, moet bij het verzamelen, verwerken en verspreiden van gegevens over deze personen de vertrouwelijkheid worden gewaarborgd, zodat hun veiligheid niet in gevaar wordt gebracht. |
Or. en
Motivering
Amendement ingediend om te verduidelijken waarom bij het inwinnen van gegevens de vertrouwelijkheid moet worden gewaarborgd.
Amendement 90
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Om hun integratie in de samenleving te bevorderen, krijgen personen die internationale bescherming genieten, toegang tot integratiemaatregelen waarin de lidstaten voorzien, met name taalcursussen, inburgeringscursussen en beroepsopleiding, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere behoeften van de betrokkenen. | 1. Om hun integratie in de samenleving te bevorderen, krijgen personen die internationale bescherming genieten, toegang tot integratiemaatregelen waarin de lidstaten voorzien, met name inburgeringscursussen en beroepsopleiding, die kosteloos en makkelijk toegankelijk zijn en waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere behoeften van de betrokkenen. |
Or. en
Motivering
De rapporteur is ingenomen met de bepalingen inzake toegang tot integratiemaatregelen, maar is van mening dat dergelijke maatregelen altijd kosteloos en makkelijk toegankelijk moeten zijn voor personen die internationale bescherming genieten (d.w.z. niet beperkt tot een of twee grote steden in een lidstaat), alsook rekening moeten houden met eventuele bijzondere behoeften van de betrokkene. Dit is nog belangrijker wanneer een lidstaat de deelname verplicht wil stellen voor personen die internationale bescherming genieten. Bepaling inzake taalcursussen in het volgende lid.
Amendement 91
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. De lidstaten bieden personen die internationale bescherming genieten daadwerkelijke toegang tot kosteloze taalcursussen, vanaf de dag waarop hun internationale bescherming wordt toegekend. |
Or. en
Motivering
Taalvaardigheden zijn onontbeerlijk om een adequate levensstandaard, realistische arbeidsperspectieven en betere integratievooruitzichten te garanderen voor personen die internationale bescherming genieten. Het leren van de officiële taal of een van de officiële talen van de betrokken lidstaat vergroot de zelfredzaamheid en integratievooruitzichten in de gastgemeenschap en helpt om secundaire bewegingen tegen te gaan. Alle personen die internationale bescherming genieten moeten daarom vanaf de dag waarop hun verzoek om internationale bescherming wordt ingewilligd daadwerkelijke toegang tot taalcursussen krijgen.
Amendement 92
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De lidstaten kunnen deelname aan integratiemaatregelen verplicht stellen. | 2. De lidstaten kunnen deelname aan integratiemaatregelen verplicht stellen, op voorwaarde dat de integratiemaatregelen in kwestie makkelijk toegankelijk en kosteloos zijn en rekening houden met de bijzondere behoeften van de betrokken persoon die internationale bescherming geniet. |
Or. en
Motivering
De rapporteur is ingenomen met de bepalingen inzake toegang tot integratiemaatregelen, maar is van mening dat dergelijke maatregelen altijd kosteloos en makkelijk toegankelijk moeten zijn voor personen die internationale bescherming genieten (d.w.z. niet beperkt tot een of twee grote steden in een lidstaat), alsook rekening moeten houden met eventuele bijzondere behoeften van de betrokkene. Dit is nog belangrijker wanneer een lidstaat de deelname verplicht wil stellen voor personen die internationale bescherming genieten.
Amendement 93
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 2 bis. De lidstaten passen geen strafmaatregelen toe ten aanzien van personen die internationale bescherming genieten indien zij niet kunnen deelnemen aan integratiemaatregelen vanwege omstandigheden die zij niet kunnen beïnvloeden of vanwege de ongeschiktheid van de desbetreffende integratiemaatregelen. |
Or. en
Amendement 94
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid -1 (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| -1. Artikel 4, lid 2, derde alinea, van Richtlijn 2003/109/EG komt als volgt te luiden: |
| "Voor personen aan wie internationale bescherming is verleend, wordt de periode tussen de datum van indiening van het verzoek om internationale bescherming op grond waarvan deze internationale bescherming werd verleend en de datum waarop de in artikel 26 van Verordening (EU) ..../... [erkenningsverordening] bedoelde verblijfstitel werd afgegeven, in aanmerking genomen bij de berekening van de in lid 1 bedoelde periode." |
Or. en
Motivering
The Commission proposes for the beneficiaries of international protection to benefit from long term residence, however the period would only start once their status is granted. The Rapporteur is of the opinion that the protection needs and circumstance of an applicant for an international protection, whom protection is granted at a later stage, are exactly the same as those of beneficiaries on international protection. The period of long term residence should therefore start from the day when an application is made. The Council Directive 2003/109/EC should therefore be amended accordingly.
Amendement 95
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Deze verordening is van toepassing met ingang van [zes maanden na de inwerkingtreding ervan]. | Deze verordening is van toepassing met ingang van [drie maanden na de inwerkingtreding ervan]. |
Or. en
TOELICHTING
De voorgestelde herziening van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) heeft als doel de migratietrends van de afgelopen paar jaar en de instroom van grote aantallen onderdanen van derde landen in de Europese Unie, van wie velen behoefte hebben aan internationale bescherming, het hoofd te bieden. Het is mogelijk dat het voorstellen van nog een herziening van het CEAS, zo kort na de goedkeuring van de laatste hervorming, niet de beste manier is om ervoor te zorgen dat het stelsel volledig in werking treedt en wortel schiet in het nationale beleid en de nationale praktijken. De hervorming van het CEAS moet echter worden aangegrepen als een gelegenheid om het gemeenschappelijk asielbeleid van de Unie, dat gebaseerd moet zijn op ware solidariteit en een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheid, te verbeteren door geleidelijk over te stappen op een uniforme internationalebeschermingsstatus die in de gehele Unie geldig is, zoals vastgelegd in artikel 78, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
De rapporteur beschouwt het voorstel om de erkenningsrichtlijn om te zetten in een verordening als een kans om verder te gaan in de richting van een progressieve, positieve en opwaartse harmonisatie van de normen aan de hand waarvan wordt bepaald of personen internationale bescherming nodig hebben en over welke rechten deze personen moeten beschikken. Hoewel het stelsel onder druk staat, is het van essentieel belang de Europese asieltraditie op basis van het Verdrag van Genève te bekrachtigen en de aanvullende beschermingsmaatregelen te versterken die de Unie geleidelijk heeft ontwikkeld op basis van haar gemeenschappelijke waarden.
Tegen deze achtergrond heeft de rapporteur bijzondere aandacht besteed aan de juiste integratie van de rechtspraak van de twee Europese rechtsinstanties, in Luxemburg en Straatsburg, in de herziene wetgeving, zoals het grondrechten- en anti-discriminatieacquis. De rapporteur heeft rekening gehouden met het beleid en de praktijken die de lidstaten tot dusver hebben ontwikkeld op basis van de erkenningsrichtlijn, en heeft getracht verbeteringen aan te brengen.
De beleidskeuze van de rapporteur in dit verslag berust op de redenering van onderlinge aanpassing van de twee beschermingsstatussen en verdere harmonisatie. De huidige praktijk in de lidstaten en het begrip "bescherming" vormen geen daadwerkelijke redenen die een onderscheid tussen de twee statussen rechtvaardigen. Uit de feiten blijkt met name dat subsidiaire bescherming is gebaseerd op de ongerechtvaardigde veronderstelling dat deze bescherming tijdelijker van aard is, alsook beperkt voor wat doeltreffendheid betreft.
Daarnaast heeft de rapporteur getracht bescherming te combineren met integratie in plaats van met strafmaatregelen, om zo sociale cohesie en veiligheid op lange termijn voor iedereen te bevorderen en secundaire bewegingen te ontmoedigen. De voorgestelde amendementen worden gestuurd door algemene bezorgdheid over de toekomstige praktische werking van de verordening, waarbij moet worden voorkomen dat de overheidsinstanties van de lidstaten niet te zwaar worden belast.
De rapporteur stelt derhalve voor de voorgestelde verplichte beoordeling van de toegekende status van personen die internationale bescherming genieten te wijzigen, zowel in het geval van gewijzigde omstandigheden in het land van herkomst als op het moment van verlenging. Hoewel de rapporteur het ermee eens is dat ontwikkelingen in het land van herkomst – die op geharmoniseerde wijze door het EU-Asielagentschap worden beoordeeld – van invloed kunnen zijn op de behoefte aan bescherming, zou een systematische beoordeling een zeer arbeidsintensieve aangelegenheid zijn voor de beslissingsautoriteiten in de lidstaten. Het voortdurend en mogelijk moeten ondergaan van een dergelijke beoordeling kan bovendien de integratievooruitzichten van de begunstigde in zijn gastgemeenschap ondermijnen. De rapporteur stelt daarom voor dat de beoordeling optioneel blijft voor de lidstaten en niet wordt opgelegd als een automatisch en verplicht onderdeel van de asielstatus.
In dit verband wenst de rapporteur evenmin dat de herziene EU-wetgeving leidt tot een beperking van de duur van de verblijfstitels die momenteel door de lidstaten worden afgegeven aan personen die internationale bescherming genieten en op hun grondgebied verblijven. Zij stelt derhalve voor de nieuwe standaard geldigheidsduur van de verblijfstitels in de EU voor zowel vluchtelingen als personen die subsidiaire bescherming genieten te wijzigen, zodat die beter op de huidige praktijk op nationaal niveau is afgestemd en de begunstigden meer rechtszekerheid verschaft. Dit heeft wederom tot doel de begunstigden aan te moedigen in hun leven te investeren en aldus een bijdrage te leveren aan hun gastgemeenschappen.
Met de amendementen ten aanzien van dit punt wordt bovendien beoogd de duur van de verblijfstitels van vluchtelingen af te stemmen op die van personen die subsidiaire bescherming genieten. De behoefte aan bescherming van personen met laatstgenoemde status is in feite niet tijdelijker; zij hebben eenvoudigweg een andere status omdat ze niet onder de wettelijke definitie en status van vluchtelingen vallen. Zij zijn dan wel geen "vluchtelingen" in de strikte zin van het woord, maar lopen eveneens grote risico's in hun land van herkomst, kunnen niet veilig terugkeren en moeten hun leven opnieuw opbouwen in een land dat hen een "toevluchtsoord" biedt. Het is derhalve net zo essentieel voor hen als voor vluchtelingen om een rechtskader ter bevordering van hun integratie tot stand te brengen. Naast de geldigheidsduur van de verblijfstitel berust een aantal door de rapporteur ingediende amendementen op deze redenering van onderlinge aanpassing van de twee beschermingsstatussen.
Het tot nog toe bereikte niveau van harmonisatie is reden voor trots, maar deze trend moet worden vastgehouden. De rapporteur wenst de Europese humanistische asieltraditie voort te zetten, die door de eeuwen heen heeft bestaan en geleidelijk in de hele EU is verankerd. Dit betekent dat het acquis moet worden geconsolideerd en er een verdere harmonisatie tussen de lidstaten tot stand moet worden gebracht. Het houdt tevens in dat er moet worden geanticipeerd en naar de toekomst moet worden gekeken. In dit verband stelt de rapporteur een innovatief amendement inzake klimaatverandering voor. Natuurlijke of door de mens veroorzaakte veranderingen van de planeet leiden op dit moment al tot kwetsbare situaties en zullen waarschijnlijk steeds meer mensen treffen. Mensen kunnen hierdoor worden gedwongen hun woonplaats en zelfs land te verlaten om in het buitenland een toevluchtsoord te zoeken. De internationale bescherming uit hoofde van de EU-wetgeving moet tevens deze nieuwe behoeften aan bescherming omvatten.
Bescherming tegen daden van vervolging houdt echter niet altijd in dat iemand zijn land moet verlaten. De rapporteur erkent dat er in individuele gevallen een "toevluchtsoord" kan worden gevonden in het land van herkomst, mits de vervolging of ernstige schade niet uitgaat van de staat of functionarissen die verbonden zijn met de staat. Het gaat een stap te ver de lidstaten ertoe te verplichten het alternatief van binnenlandse bescherming te onderzoeken als de beslissingsautoriteit al heeft besloten dat de verzoeker anders bescherming nodig zou hebben. Het alternatief van binnenlandse bescherming moet, in een beperkt aantal gevallen, alleen als optie en niet als verplichting voor de lidstaten worden gehandhaafd.
Tot slot beantwoorden de door de rapporteur voorgestelde amendementen aan de algemene doelstelling om ervoor te zorgen dat personen die behoefte hebben aan bescherming naar behoren worden erkend en over rechten beschikken die bevorderlijk zijn voor hun integratie, waar in de Unie zij ook verblijven. De rapporteur wenst te benadrukken dat de hervorming van het CEAS gericht is op het verbeteren van de bescherming die wordt verleend aan onderdanen van derde landen die bescherming behoeven, in overeenstemming met de EU-traditie en -waarden. De EU moet haar eigen veiligheid waarborgen, maar deze twee dingen gaan samen: de EU moet wel veilig zijn als zij een toevluchtsoord wil blijven voor mensen die conflicten en barbaarse wreedheden ontvluchten en op zoek zijn naar bescherming. Het benadrukken van sancties en mogelijk misbruik van het stelsel werkt waarschijnlijk alleen een algemeen gevoel van onveiligheid in de hand, zowel bij personen die behoefte hebben aan bescherming als bij burgers van de EU. Er dient een positieve boodschap in beide richtingen te worden uitgestuurd, zodat onderdanen van derde landen die er niet noodzakelijkerwijs voor hebben gekozen naar de EU te komen snel het gevoel kunnen krijgen dat zij deel uitmaken van een samenleving waar bescherming en veiligheid samengaan. Dit is wat de rapporteur met haar voorstellen wil bereiken.
BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN WAARVAN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INPUT HEEFT ONTVANGEN
De volgende lijst is op zuiver vrijwillige basis en onder exclusieve verantwoordelijkheid van de rapporteur opgesteld. De rapporteur heeft bij de opstelling van het ontwerpverslag informatie ontvangen van de volgende entiteiten of personen:
Entiteit en/of persoon |
Save the Children |
Europese Raad voor vluchtelingen en ballingen (ECRE) |
Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen |
Commissie Meijers |
Eurocities (netwerk van grote Europese steden) |
ILGA-Europe |
Migration Policy Group |
Jesuit Refugee Service Europe |
Ajda Mihelčič, Brussel |