Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
23.3.2017
***I
ONTWERPVERSLAG
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Uniekader voor hervestiging en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad
( COM(2016)0468 – C8-0325/2016 – 2016/0225(COD) )
Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
Rapporteur: Malin Björk
PR_COD_1amCom
Verklaring van de gebruikte tekens |
* Raadplegingsprocedure *** Goedkeuringsprocedure ***I Gewone wetgevingsprocedure (eerste lezing) ***II Gewone wetgevingsprocedure (tweede lezing) ***III Gewone wetgevingsprocedure (derde lezing)
(De aangeduide procedure is gebaseerd op de in de ontwerptekst voorgestelde rechtsgrond.)
|
Amendementen op een ontwerphandeling |
Amendementen van het Parlement in twee kolommen
Geschrapte tekstdelen worden in de linkerkolom in vet cursief aangegeven. Vervangen tekstdelen worden in beide kolommen in vet cursief aangegeven. Nieuwe tekst wordt in de rechterkolom in vet cursief aangegeven.
In de eerste en tweede regel van de koptekst boven elk amendement wordt verwezen naar het tekstdeel in kwestie van de ontwerphandeling. Indien een amendement betrekking heeft op een bestaande handeling, waarop in de ontwerphandeling wijzigingen worden voorgesteld, bevat de koptekst bovendien een derde en vierde regel, die verwijzen naar de bestaande handeling respectievelijk naar de bepaling in kwestie.
Amendementen van het Parlement in de vorm van een geconsolideerde tekst
Nieuwe tekstdelen worden in vet cursief aangegeven. Geschrapte tekstdelen worden aangegeven met het symbool ▌ of worden doorgestreept. Waar tekstdelen vervangen worden, wordt de nieuwe tekst in vet cursief aangegeven, terwijl de vervangen tekst wordt geschrapt of doorgestreept. Bij wijze van uitzondering worden zuiver technische wijzigingen die de diensten aanbrengen met het oog op de opstelling van de definitieve tekst, niet gemarkeerd.
|
INHOUD
Blz.
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT 5
TOELICHTING 72
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Uniekader voor hervestiging en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad
( COM(2016)0468 – C8-0325/2016 – 2016/0225(COD) )
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad ( COM(2016)0468 ),
– gezien artikel 294, lid 2, en artikel 78, lid 2, onder d) en g), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0325/2016),
– gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 25 januari 2017[1],
– gezien het advies van het Comité van de Regio's van 8 februari 2017[2],
– gezien artikel 59 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken en de Begrotingscommissie ( A8-0000/2017 ),
1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie haar voorstel vervangt, ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aanbrengt of voornemens is er ingrijpende wijzigingen in aan te brengen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (1 bis) Hervestiging is de selectie en toelating van onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben en hun overbrenging uit een staat waar zij bescherming hebben gezocht naar een andere staat, teneinde hun internationale bescherming en een duurzame oplossing te bieden. Hervestiging is een bekende daad van solidariteit met landen die vluchtelingen een onderkomen bieden op basis van humanitaire behoeften. Hervestiging heeft drie onderling verbonden en elkaar aanvullende functies: het is een beschermingsinstrument, een duurzame oplossing en een mechanisme van gedeelde verantwoordelijkheid. |
Or. en
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 1 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (1 ter) De UNHCR heeft op grond van zijn statuut en de resoluties van de Algemene Vergadering van de VN de opdracht over te gaan tot hervestiging als een duurzame oplossing voor personen die zich in een langdurige vluchtelingensituatie bevinden. De expertise van de UNHCR op dit gebied is gebaseerd op decennialang werk en een wereldwijd erkend mandaat. De bevoegdheid van de UNHCR op dit gebied moet een bron van steun zijn voor de hervestigingsprogramma's van de lidstaten en het Uniekader voor hervestiging. |
Or. en
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 1 quater (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (1 quater) Overeenkomstig artikel 78, lid 1, VWEU moet het asielbeleid van de Unie in overeenstemming zijn met het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 en het Protocol van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen alsmede met de andere toepasselijke verdragen. Deze verdragen vinden hun grondslag in artikel 14 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948, waarin het recht wordt erkend om in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging. Hervestiging zal niet in de plaats komen van de spontane aankomst van asielzoekers in de Unie. |
Or. en
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 1 quinquies (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (1 quinquies) Hervestiging is een legale mogelijkheid en moet worden aangevuld met andere legale mogelijkheden, waaronder verruimde gezinshereniging, humanitaire visa, programma's voor toelating op humanitaire gronden, particuliere sponsoringprogramma's en arbeidsmigratie. |
Or. en
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 1 sexies (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (1 sexies) Het Uniekader voor hervestiging moet gebaseerd zijn op humanitaire behoeften, een bijdrage leveren aan het vervullen van de wereldwijde hervestigingsbehoeften en langdurige vluchtelingensituaties verlichten. Het moet in overeenstemming zijn met reeds bestaande hervestigingsstructuren, met name het jaarlijkse driepartijenoverleg inzake hervestiging (ATCR), teneinde de collectieve hervestigingsinspanningen van de lidstaten geleidelijk op te voeren om te kunnen voldoen aan ten minste 25 % van de wereldwijde hervestigingsbehoeften overeenkomstig de jaarlijkse prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften door de UNHCR. |
Or. en
Motivering
Europe has 23.8% of the world's GDP, yet EU Member States host only around 8% of the world's refugees. This places a disproportionate burden on developing countries, which host the vast majority. 22 European countries resettled 13,040 persons in 2015 (9,629 to 17 EU Member States), with Europe contributing, on average, approximately 10 per cent to global resettlement intakes over the past five years. By contrast, that same year, the U.S. resettled 69,933 refugees. In order for an EU Resettlement Framework to add value, it needs to increase both the quality and the quantity of resettlement to the Union. If we want to reduce the need for dangerous journeys, reduce loss of lives and reliance on smuggling networks, this will only become a reality when the number of places offered is credible and meaningful. Therefore, the rapporteur suggests to clearly align the Union Framework to already existing and successful structures, and to increase the number of resettlement places reflecting the EUs responsibility as a global region with the capacity to do so. The will from Member States to contribute to global resettlement needs is clear as more and more Member States are starting national resettlement programmes for the first time. The Union Resettlement Framework should be a stepping stone to increasing our collective effort.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 1 septies (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (1 septies) Het Uniekader voor hervestiging moet de hervestigingsprogramma's van de lidstaten ondersteunen en bevorderen, ongeacht of zij oud of nieuw zijn, de collectieve hervestigingsinspanningen van de lidstaten geleidelijk opvoeren en de opvang en integratie van hervestigde personen ondersteunen en vergemakkelijken. |
Or. en
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 1 octies (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (1 octies) In de Verklaring van New York voor vluchtelingen en migranten1bis wordt er bij staten op aangedrongen hun hervestigingsinspanningen op te voeren en is een alomvattend reactiekader voor vluchtelingen opgenomen waarbinnen staten trachten te voorzien in hervestigingsplaatsen en andere legale mogelijkheden op een schaal die het mogelijk maakt te voldoen aan de jaarlijkse hervestigingsbehoeften zoals vastgesteld door het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties. |
| __________________ |
| 1bis http://www.un.org/ga/search/view_doc.asp?symbol=A/71/L.1 |
Or. en
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(4) Op 15 december 2015 richtte de Commissie tot de lidstaten en de geassocieerde staten een aanbeveling inzake een vrijwillige regeling voor toelating op humanitaire gronden met Turkije29, waarin zij voorstelde dat de deelnemende staten personen zouden toelaten die door het conflict in Syrië ontheemd zijn geraakt en internationale bescherming behoeven. Volgens de verklaring EU-Turkije van 18 maart 2016 treedt een vrijwillige regeling voor toelating op humanitaire gronden in werking, zodra de irreguliere grensoverschrijdingen tussen Turkije en de EU ten einde lopen of ten minste aanzienlijk en duurzaam zijn verminderd. De lidstaten zullen op vrijwillige basis aan deze regeling bijdragen. | Schrappen |
__________________ |
|
29 C(2015)9490. |
|
Or. en
Motivering
De verklaring EU-Turkije en de 1:1-regeling is door vele mensenrechtenactoren bekritiseerd en in twijfel getrokken. De verklaring heeft ertoe geleid dat tienduizenden vluchtelingen terecht zijn gekomen in een niemandsland in Griekenland, waar zij in erbarmelijke omstandigheden verkeren. De rapporteur is daarom van mening dat de verwijzing naar de verklaring EU-Turkije niet past in een toekomstgericht hervestigingskader dat is bedoeld om de EU op het internationale toneel als een belangrijke speler neer te zetten.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(5) Volgens de verklaring EU-Turkije van 18 maart 2016 zouden alle nieuwe irreguliere migranten die vanaf 20 maart 2016 vanuit Turkije oversteken naar de Griekse eilanden naar Turkije worden teruggestuurd. Voor elke Syriër die vanaf de Griekse eilanden naar Turkije wordt teruggestuurd, zal een andere Syriër vanuit Turkije in de EU worden hervestigd, met inachtneming van de kwetsbaarheidscriteria van de VN. In mei 2016 bereikten de lidstaten en de geassocieerde Dublinstaten een consensus over operationele standaardprocedures voor de tenuitvoerlegging van deze hervestigingsregeling. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Zoals door Amnesty en andere mensenrechtenorganisaties is benadrukt, vormen de terugzending van vluchtelingen van Griekenland naar Turkije in het kader van de verklaring EU-Turkije en de daarmee gepaard gaande 1:1-regeling een inbreuk op het internationaal recht. Turkije wordt niet beschouwd als een veilig land of een land met een functionerend asielstelsel. Het is daarom niet passend deze procedure te handhaven in het kader van een solide hervestigingsregeling die op het internationaal asielrecht is gebaseerd.
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(8) Er dient, in het verlengde van de bestaande initiatieven, een stabiel en betrouwbaar Uniekader te worden opgezet voor het hervestigen van personen die internationale bescherming nodig hebben, overeenkomstig de jaarlijkse hervestigingsplannen van de Unie en de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie waarmee gestalte wordt gegeven aan de concrete toezeggingen van de lidstaten. | (8) Er dient, in het verlengde van de bestaande initiatieven en in overeenstemming met het bestaande internationale hervestigingssysteem, een stabiel en betrouwbaar Uniekader te worden opgezet voor het hervestigen van personen die internationale bescherming nodig hebben, overeenkomstig de hervestigingsplannen van de Unie en de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie waarmee gestalte wordt gegeven aan de concrete toezeggingen van de lidstaten en die aansluiten op de jaarlijkse prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften zoals uiteengezet door de UNHCR en gepresenteerd bij het jaarlijkse driepartijenoverleg inzake hervestiging (ATCR). |
Or. en
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(9) Een dergelijk kader is nodig als onderdeel van een goed beheerd migratiebeleid, dat verschillen tussen de nationale hervestigingspraktijken en -procedures beperkt, voorziet in de legale en veilige aankomst op het grondgebied van de lidstaten voor onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben, het risico van een grootschalige irreguliere instroom van onderdanen van derde landen en staatloze personen op het grondgebied van de lidstaten helpt beperken en zo de druk van spontane aankomsten op de asielstelsels van de lidstaten verlicht, blijk geeft van solidariteit met landen in regio's die te maken hebben met een groot aantal ontheemden die internationale bescherming nodig hebben en die uit diezelfde regio dan wel van elders afkomstig zijn door de druk op deze landen te helpen verlichten, de doelstellingen van het buitenlands beleid van de Unie helpt te verwezenlijken door de invloed van de Unie op derde landen te vergroten, en doeltreffend bijdraagt tot mondiale hervestigingsinitiatieven door op internationale fora en met derde landen met één stem te spreken. | (9) Een dergelijk kader is nodig als onderdeel van een goed beheerd gemeenschappelijk Europees asielstelsel dat reeds bestaande nationale hervestigingsprogramma's ondersteunt en uitbreidt, nieuwe nationale hervestigingsinspanningen ondersteunt en bevordert, voorziet in de legale en veilige aankomst op het grondgebied van de lidstaten voor onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben, bijdraagt tot het bieden van bescherming en duurzame oplossingen ten aanzien van de behoeften van een toenemend aantal onderdanen van derde landen en staatloze personen, blijk geeft van solidariteit met landen en regio's die te maken hebben met een groot aantal ontheemden die internationale bescherming nodig hebben en die uit diezelfde regio dan wel van elders afkomstig zijn door de druk op deze landen te helpen verlichten, en doeltreffend bijdraagt tot mondiale hervestigingsinitiatieven door op internationale fora met één stem te spreken. Hervestiging die gekoppeld is aan ontwikkelingsmaatregelen en -beleid kan doeltreffend bijdragen tot een vermindering van de spanningen en een verlichting van langdurige vluchtelingensituaties in derde landen. |
Or. en
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(10) Teneinde het risico van een grootschalige irreguliere instroom van onderdanen van derde landen en staatloze personen op het grondgebied van de lidstaten te helpen beperken, solidariteit te betonen met landen in regio's die te maken hebben met een groot aantal ontheemden die internationale bescherming nodig hebben en die uit diezelfde regio dan wel van elders afkomstig zijn door te helpen de druk op deze landen te verlichten, en teneinde de doelstellingen van het buitenlands beleid van de Unie te helpen verwezenlijken, dienen de regio's of derde landen van waaruit hervestiging moet plaatsvinden, te passen binnen een aanpak op maat met derde landen met het oog op een beter beheer van migratie, als bedoeld in de mededeling van de Commissie van 7 juni 2016 over een nieuw partnerschapskader met derde landen in het kader van de Europese migratieagenda32. | Schrappen |
__________________ |
|
32 COM(2016) 377 final. |
|
Or. en
Motivering
Several stakeholders such as UNHCR, IOM, ECRE, IRC, Caritas, Red Cross, Amnesty International and many more have voiced their concerns about linking resettlement with third countries cooperation in asylum and migration matters as this moves away from resettlement as a protection tool to provide assistance to the most vulnerable refugees. The rapporteur strongly believes that the humanitarian essence of resettlement must be safeguarded, and that resettlement must continue to be based on the needs of the most vulnerable refugees. Determining geographical priorities based on third countries cooperation in the area of migration and leveraging resettlement to reach foreign policy objectives would de facto jeopardize a humanitarian, needs-based and international protection approach.
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(11) Teneinde de verschillen tussen de nationale praktijken en procedures inzake hervestiging te verkleinen, dienen gemeenschappelijke standaardprocedures en gemeenschappelijke toelatingscriteria en uitsluitingsgronden voor de selectie te worden vastgesteld, alsmede een gemeenschappelijke, aan hervestigde personen te verlenen beschermingsstatus. | (11) Teneinde een Uniekader voor hervestiging tot stand te brengen en een grotere deelname van de lidstaten te bevorderen en te ondersteunen, dienen gemeenschappelijke standaardprocedures en gemeenschappelijke toelatingscriteria en uitsluitingsgronden voor de selectie te worden vastgesteld. |
Or. en
Motivering
Although it is important to create incentives for MS to participate in the Union Framework, it is also important that this Framework does not discourage potential national efforts by enforcing common procedures, eligibility criteria or exclusion grounds on national programmes. Participation in the Union Resettlement Framework will be increased gradually by the added value that the programme will provide, and by the pooling of expertise and resources. Furthermore, the basis of resettlement as a durable solution is that states are expected to provide resettled persons with permanent residence. Therefore, it is vital that MS are able to issue residence permits that are more favourable than those suggested in Regulation (EU) No XXX/XXX [Qualification Regulation].
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(12) De gemeenschappelijke standaardprocedures dienen voort te bouwen op de ervaring van de lidstaten op het gebied van hervestiging en op de normen die zij daarbij hanteren, met name de operationele standaardprocedures voor de tenuitvoerlegging van de in de verklaring EU-Turkije van 18 maart 2016 vervatte hervestigingsregeling met Turkije. Het Uniekader voor hervestiging dient te voorzien in het gebruik van twee soorten standaardprocedures voor hervestiging. | (12) De gemeenschappelijke standaardprocedures dienen voort te bouwen op de ervaring van de lidstaten en de UNHCR op het gebied van hervestiging en op de normen die zij daarbij hanteren. Het Uniekader voor hervestiging dient te voorzien in het gebruik van een gewone procedure, een versnelde procedure en een spoedeisende procedure. |
Or. en
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) Beide soorten procedures omvatten de volgende fasen: identificatie, registratie, beoordeling en besluit. | (13) Alle drie soorten procedures dienen de volgende fasen te omvatten: identificatie, voorlegging van geval, beoordeling, besluit en registratie. |
Or. en
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(15) Ook dient een versnelde procedure te worden vastgesteld, waarvan de controles van hetzelfde veiligheidsniveau zijn als die van de gewone procedure. Bij de versnelde procedure dient bij de beoordeling van de behoefte aan internationale bescherming van onderdanen van derde landen of staatloze personen echter uitsluitend te worden beoordeeld of zij in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, zonder na te gaan of zij in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus. | (15) Ook dient een versnelde procedure te worden vastgesteld, waarvan de controles van hetzelfde veiligheidsniveau zijn als die van de gewone procedure. Bij de versnelde procedure dient het bij de beoordeling van de behoefte aan internationale bescherming van onderdanen van derde landen of staatloze personen echter mogelijk te zijn uitsluitend te beoordelen of zij in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, zonder na te gaan of zij in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus. |
Or. en
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 15 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (15 bis) Ook dient een spoedeisende procedure te worden vastgesteld, waarvan de controles van hetzelfde veiligheidsniveau zijn als die van de gewone procedure. Bij de spoedeisende procedure dient op de voorlegging door de UNHCR van dringende of spoedeisende gevallen van hervestiging echter een versnelde beoordeling van de vereisten en toelatingscriteria als vastgesteld onder artikel 5 van toepassing te zijn. |
Or. en
Motivering
De invoering van een specifiek quotum en een specifieke procedure voor spoedeisende gevallen in het hervestigingsplan van de Unie kan uitkomst bieden voor dringende en spoedeisende gevallen in de hele wereld, aangezien er momenteel een aanzienlijk tekort is aan beschikbare plaatsen voor dergelijke gevallen.
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(16) De hervestigingsprocedure dient zo snel mogelijk te worden afgerond, teneinde personen die internationale bescherming nodig hebben, ervan te weerhouden de Europese Unie op irreguliere wijze binnen te komen om bescherming te vragen. Tegelijkertijd dient deze procedure ervoor te zorgen dat de lidstaten voldoende tijd hebben om elk geval volledig en naar behoren te onderzoeken. De uiterste termijnen dienen overeen te komen met hetgeen nodig is om de verschillende soorten beoordelingen te verrichten voor de gewone en de versnelde procedure. | (16) De hervestigingsprocedure dient zo snel mogelijk te worden afgerond, zodat personen die internationale bescherming nodig hebben er minder behoefte aan hebben de Europese Unie op irreguliere wijze binnen te komen om bescherming te vragen. Tegelijkertijd dient deze procedure ervoor te zorgen dat de lidstaten voldoende tijd hebben om elk geval volledig en naar behoren te onderzoeken. De uiterste termijnen dienen overeen te komen met hetgeen nodig is om de verschillende soorten beoordelingen te verrichten voor de gewone, de versnelde en de spoedeisende procedure. |
Or. en
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(17) De voor de hervestigingsprocedure verzamelde persoonsgegevens dienen gedurende maximaal vijf jaar vanaf de dag van hervestiging te worden bewaard. Aangezien onderdanen van derde landen of staatloze personen die reeds door één lidstaat zijn hervestigd of die gedurende de laatste vijf jaar hervestiging naar een lidstaat weigerden, van hervestiging naar een andere lidstaat dienen te worden uitgesloten, dient de opslag van persoonsgegevens, waaronder vingerafdrukken en gezichtsopnamen, gedurende die periode noodzakelijk te worden geacht. | (17) De voor de hervestigingsprocedure verzamelde persoonsgegevens dienen gedurende maximaal vijf jaar vanaf de dag van hervestiging te worden bewaard. |
Or. en
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Overweging 19
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(19) Er is geen subjectief recht op hervestiging. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het is niet duidelijk wat het doel van deze formulering is, noch waarom zij in deze tekst zou moeten worden opgenomen.
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Overweging 20
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(20) Om de regels voor de bij gerichte hervestigingsregelingen van de Unie toe te passen procedure te kunnen aanvullen, dient de Commissie te worden gemachtigd overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen om de procedure aan te passen aan de omstandigheden in het derde land van waaruit de hervestiging plaatsvindt, teneinde de rol vast te stellen die dat derde land in de procedure speelt. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden zorgt voor passende raadpleging, onder meer op deskundigenniveau, in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 201633. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. | Schrappen |
__________________ |
|
33 PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1. |
|
Or. en
Motivering
Het is onduidelijk welk doel en welke reikwijdte deze gedelegeerde handelingen hebben, met name met betrekking tot de beoordeling en besluitvorming ten aanzien van een hervestigingsgeval, noch waarom zij niet anderszins zouden kunnen worden bereikt. De gewone procedure biedt de lidstaten voldoende flexibiliteit om de procedure waar nodig aan te passen om de leden 1 t/m 4 van artikel 10 met succes ten uitvoer te kunnen leggen.
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Overweging 20 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (20 bis) Teneinde deze verordening aan te vullen moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden overgedragen ten aanzien van de vaststelling van het hervestigingsplan van de Unie waarin om de twee jaar het nagestreefde aantal te hervestigen personen wordt vastgelegd, alsmede de details inzake de deelname van de lidstaten aan het plan, hun respectieve bijdragen aan het nagestreefde aantal te hervestigen personen en de algemene geografische prioriteiten. Teneinde deze verordening aan te vullen moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden overgedragen ten aanzien van de vaststelling van gerichte hervestigingsregelingen van de Unie, met daarin het precieze aantal te hervestigen personen ten opzichte van het nagestreefde aantal en de deelname van de lidstaten, overeenkomstig het hervestigingsplan van de Unie. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden zorgt voor passende raadpleging, onder meer op deskundigenniveau, in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. |
Or. en
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Overweging 21
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(21) Om te zorgen voor eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van het Uniekader voor hervestiging, dienen uitvoeringsbevoegdheden aan de Raad te worden verleend voor het vaststellen van het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie, met daarin het maximaal te hervestigen aantal personen, de details inzake de deelname van de lidstaten aan het plan en hun respectieve bijdragen aan het totale aantal te hervestigen personen, alsmede de algemene geografische prioriteiten. | Schrappen |
Or. en
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Overweging 22
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(22) Deze bevoegdheden dienen te worden uitgeoefend op grond van een voorstel van de Commissie inzake het maximale te hervestigen aantal personen en de algemene geografische prioriteiten. De Commissie dient haar voorstel tegelijk te presenteren met haar voorstel voor het ontwerp van de jaarlijkse begroting van de Unie. De Raad dient ernaar te streven het voorstel binnen twee maanden goed te keuren. De Commissie en de Raad dienen rekening te houden met de besprekingen binnen het comité op hoog niveau inzake hervestiging. | Schrappen |
Or. en
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(23) Om te zorgen voor eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van het Uniekader voor hervestiging, dient de Commissie de bevoegdheid te worden verleend om gerichte hervestigingsregelingen van de Unie vast te stellen, met daarin het precieze aantal van het totale aantal te hervestigen personen en de deelname van de lidstaat, overeenkomstig het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie. Die bevoegdheid moet worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren34. De onderzoeksprocedure dient te worden gebruikt voor het vaststellen van gerichte hervestigingsregelingen van de Unie, aangezien deze regelingen aanzienlijke gevolgen hebben. De Commissie dient na de goedkeuring van het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie en telkens wanneer dit nodig is gedurende de periode waarop het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie betrekking heeft, zo snel mogelijk gerichte hervestigingsregelingen van de Unie vast te stellen. De Commissie dient rekening te houden met de besprekingen binnen het comité op hoog niveau inzake hervestiging. | Schrappen |
__________________ |
|
34 PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13. |
|
Or. en
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Overweging 23 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (23 bis) Bij de tweejaarlijkse voorbereiding van het hervestigingsplan van de Unie moet de Commissie voortbouwen op het overleg met het comité op hoog niveau inzake hervestiging. |
Or. en
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(24) In elke gerichte hervestigingsregeling van de Unie dient te worden vastgesteld welke procedurele standaardvoorschriften op de uitvoering daarvan van toepassing dienen te zijn. Daarnaast dienen er regelingen voor lokale samenwerking in te worden opgenomen, voor zover zulks bevorderlijk is voor de uitvoering van deze regelingen. | (24) In elke gerichte hervestigingsregeling van de Unie dient te worden vastgesteld welke procedurele standaardvoorschriften op de uitvoering daarvan van toepassing dienen te zijn. Daarnaast dienen er regelingen voor lokale samenwerking in te worden opgenomen, voor zover zulks bevorderlijk is voor de uitvoering van deze regelingen, met name met de UNHCR, de IOM, het Asielagentschap van de Europese Unie en andere relevante organisaties. |
Or. en
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(25) Hervestigde personen dient internationale bescherming te worden verleend. De in het asielacquis opgenomen bepalingen inzake de inhoud van internationale bescherming dienen van toepassing te zijn vanaf het moment waarop hervestigde personen op het grondgebied van de lidstaten aankomen, met inbegrip van de regels die begunstigden van internationale bescherming moeten weerhouden van secundaire bewegingen. | (25) Hervestigde personen dient internationale bescherming te worden verleend met als doel hun een duurzame oplossing te bieden. De in het asielacquis opgenomen bepalingen inzake de inhoud van internationale bescherming dienen bijgevolg van toepassing te zijn vanaf het moment waarop hervestigde personen op het grondgebied van de lidstaten aankomen. |
Or. en
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Overweging 25 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (25 bis) Hervestigde personen moeten dezelfde toegang tot integratiemaatregelen hebben als andere begunstigden van internationale bescherming overeenkomstig hoofdstuk VII, afdeling III van [de verordening inzake asielnormen]. De lidstaten kunnen de deelname aan dergelijke integratiemaatregelen uitsluitend verplicht stellen indien deze integratiemaatregelen makkelijk toegankelijk, beschikbaar en kosteloos zijn. |
Or. en
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Overweging 27
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(27) Gelet op de expertise van de UNHCR wat betreft het bevorderen van de verschillende vormen van toelating van onderdanen die internationale bescherming nodig hebben, vanuit derde landen waar zij als ontheemde verblijven, tot lidstaten die bereid zijn hen toe te laten, dient de UNHCR een belangrijke rol te blijven spelen bij de hervestigingsinspanningen in het kader van het Uniekader voor hervestiging. Behalve de UNHCR dient ook andere internationale actoren, zoals de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), te worden verzocht om de lidstaten bij te staan bij de tenuitvoerlegging van het Uniekader voor hervestiging. | (27) Gelet op de expertise van de UNHCR wat betreft het bevorderen van de verschillende vormen van toelating van onderdanen die internationale bescherming nodig hebben, vanuit derde landen waar zij als ontheemde verblijven, tot lidstaten die bereid zijn hen toe te laten, dient de UNHCR primair verantwoordelijk te zijn voor de verwijzing van personen die in aanmerking komen voor hervestiging in het kader van het Uniekader voor hervestiging. Behalve de UNHCR dient ook andere internationale actoren, zoals de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), te worden verzocht om de lidstaten bij te staan bij de tenuitvoerlegging van het Uniekader voor hervestiging. |
Or. en
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(28) [Het Asielagentschap van de Europese Unie] dient de lidstaten overeenkomstig zijn mandaat bij te staan bij de tenuitvoerlegging van het Uniekader voor hervestiging. | (28) [Het Asielagentschap van de Europese Unie] dient de lidstaten overeenkomstig zijn mandaat en op verzoek van de lidstaten bij te staan bij de tenuitvoerlegging van het Uniekader voor hervestiging. |
Or. en
Motivering
Het Asielagentschap van de Europese Unie kan een belangrijke rol spelen bij het vergroten en bevorderen van de hervestigingscapaciteit van de lidstaten en hun bijdragen aan de hervestigingsinspanningen van de Unie, zoals uiteengezet in de artikelen 10 en 12.
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(29) Er dient een comité op hoog niveau inzake hervestiging te worden opgericht voor breed overleg met alle belanghebbenden over de tenuitvoerlegging van het Uniekader voor hervestiging. | (29) Er dient een comité op hoog niveau inzake hervestiging te worden opgericht voor breed overleg met alle belanghebbenden over de tenuitvoerlegging van het Uniekader voor hervestiging. Dit comité dient zijn werkzaamheden af te stemmen op die van internationale hervestigingsstructuren, met name het jaarlijkse driepartijenoverleg inzake hervestiging en de jaarlijkse prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften door de UNHCR. Het comité op hoog niveau inzake hervestiging dient de belangrijkste onderdelen van het hervestigingsplan van de Unie en van de verschillende gerichte hervestigingsregelingen van de Unie vast te stellen. |
Or. en
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Overweging 31
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(31) Deze verordening laat onverlet dat de lidstaten nationale hervestigingsregelingen die de doelstellingen van de Unie uit hoofde van deze verordening niet in gevaar brengen, kunnen vaststellen of uitvoeren, bijvoorbeeld als deze leiden tot een extra aantal hervestigingsplaatsen voor de uit hoofde van deze verordening vastgestelde gerichte hervestigingsregelingen van de Unie, bovenop hun bijdrage aan het maximale aantal uit hoofde van het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie te hervestigen personen. | (31) Deze verordening laat onverlet dat de lidstaten nationale hervestigingsregelingen kunnen vaststellen of uitvoeren. |
Or. en
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Bij deze verordening wordt een Uniekader voor hervestiging vastgesteld voor de toelating van onderdanen van derde landen en staatloze personen tot het grondgebied van de lidstaten met het oog op de verlening van internationale bescherming. | Bij deze verordening wordt een Uniekader voor hervestiging vastgesteld voor de toelating van onderdanen van derde landen en staatloze personen tot het grondgebied van de lidstaten met het oog op het bieden van internationale bescherming en een duurzame oplossing. |
Or. en
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Voor de toepassing van deze verordening wordt onder "hervestiging" verstaan: de toelating van onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben, vanuit een derde land waar zij als al dan niet binnenlands ontheemde verkeren, tot het grondgebied van de lidstaten om hun internationale bescherming te bieden. | Voor de toepassing van deze verordening wordt onder "hervestiging" verstaan: de selectie en toelating van onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben en hun overbrenging uit een derde land waar zij als al dan niet binnenlands ontheemde verkeren, naar een lidstaat, teneinde hun internationale bescherming en een duurzame oplossing te bieden. |
Or. en
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 3 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) voorziet in de legale en veilige aankomst op het grondgebied van de lidstaten voor onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben; | (a) voorziet in de legale en veilige overbrenging naar en aankomst op het grondgebied van de lidstaten voor onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben, teneinde hun een duurzame oplossing te bieden; |
Or. en
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 3 – letter -a bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (a bis) draagt bij tot de bescherming van en duurzame oplossingen voor de meest kwetsbare onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben, met inbegrip van personen die zich in een langdurige vluchtelingensituatie bevinden; |
Or. en
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 3 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) helpt het risico te beperken van een grootschalige irreguliere instroom van onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben, op het grondgebied van de lidstaten; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Overeenkomstig artikel 78, lid 1, VWEU moet het asielbeleid van de Unie in overeenstemming zijn met het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 en het Protocol van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen alsmede met de andere toepasselijke verdragen. Deze verdragen vinden hun grondslag in artikel 14 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948, waarin het recht wordt erkend om in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging. Hervestiging kan niet in de plaats komen van de spontane aankomst van asielzoekers in de Europese Unie.
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 3 – letter -b bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (b bis) voert de collectieve hervestigingsinspanningen van de lidstaten geleidelijk op en ondersteunt en vergemakkelijkt de opvang en integratie van hervestigde personen; |
Or. en
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 3 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) draagt bij tot de internationale hervestigingsinitiatieven. | (c) draagt bij tot de internationale hervestigingsinitiatieven, onder meer via het strategische gebruik van hervestiging, met name in langdurige vluchtelingensituaties. |
Or. en
Motivering
The strategic use of resettlement has been defined by UNHCR as follows: “The planned use of resettlement in a manner that maximizes the benefits, directly or indirectly, other than those received by the refugee being resettled. Those benefits may accrue to other refugees, the hosting State, other States or the international protection regime in general.” The strategic use of resettlement should, for the purposes of this Framework, be understood as the use of resettlement in a in a manner that deliberately enhances protection on a broader scale. For UNHCR this has meant, for example, improving the protection conditions in the country of asylum, such as mitigating the risk of refoulement, or ensuring that appropriate documents are issued to asylum-seekers and refugees (e.g. Egypt, Turkey) or that UNHCR has access to refugees in detention (e.g. China and Libya). The strategic use of resettlement should not be understood as a tool for migration control. Potential difficulty in assessing the strategic use of resettlement in a specific situation should not be the basis for excluding a region or a country.
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Bij het bepalen van de regio's of derde landen van waaruit hervestiging uit hoofde van het Uniekader voor hervestiging plaatsvindt, worden overeenkomstig de in de artikelen 7 en 8 bedoelde uitvoeringshandelingen de volgende factoren in aanmerking genomen: | Bij het bepalen van de regio's of derde landen van waaruit hervestiging uit hoofde van het Uniekader voor hervestiging plaatsvindt, worden overeenkomstig de in de artikelen 7 en 8 bedoelde gedelegeerde handelingen de volgende factoren in aanmerking genomen: |
Or. en
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) het aantal personen dat internationale bescherming nodig heeft en als ontheemde in het eigen of een ander derde land verkeert en het feit of deze personen verder zijn gereisd naar het grondgebied van de lidstaten; | (a) de wereldwijde hervestigingsbehoeften zoals gespecificeerd in het UNHCR-document met de prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften, waarin melding wordt gemaakt van de meest kwetsbare vluchtelingen die hervestiging nodig hebben op mondiaal niveau; |
Or. en
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) complementariteit met financiële en technische bijstand aan derde landen waar personen die internationale bescherming nodig hebben, als al dan niet binnenlands ontheemde verkeren; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Deze kwestie wordt behandeld in het op letter d) van dit artikel voorgestelde amendement.
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de algemene betrekkingen van de Unie met het derde land of derde landen van waaruit hervestiging plaatsvindt, en met derde landen in het algemeen; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Several stakeholders such as UNHCR, IOM, ECRE, IRC, Caritas, Red Cross, Amnesty International and many more have voiced their concerns about linking resettlement with third countries cooperation in migration matters as this moves away from resettlement as a protection tool to provide assistance to the most vulnerable refugees. The rapporteur strongly believe that the humanitarian essence of resettlement must be safeguarded, and that resettlement must continue to be based on the needs of the most vulnerable refugees. It is worth noting that UNHCR already views resettlement as the last alternative, meaning that when they assess a case all other alternatives have already been reviewed. Determining geographical priorities based on third countries cooperation in the area of migration and leveraging resettlement to reach foreign policy objectives would de facto jeopardize a humanitarian, needs-based and international protection approach.
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – letter d – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) de doeltreffende medewerking van een derde land met de Unie op het gebied van migratie en asiel, onder meer wat betreft: | (d) het strategische gebruik van hervestiging om collectief oplossingen te bieden en de beschermingsomgeving en veiligheidssituatie in derde landen te verbeteren, onder meer door de ontwikkeling van een doeltreffend asielstelsel en ontwikkelingsbeleid. |
Or. en
Motivering
The strategic use of resettlement has been defined by UNHCR as follows: “The planned use of resettlement in a manner that maximizes the benefits, directly or indirectly, other than those received by the refugee being resettled. Those benefits may accrue to other refugees, the hosting State, other States or the international protection regime in general.” The strategic use of resettlement should, for the purposes of this Framework, be understood as the use of resettlement in a strategic manner to enhance protection on a broader scale. For UNHCR this has meant, for example, improving the protection conditions in the country of asylum, such as mitigating the risk of refoulement, or ensuring that appropriate documents are issued to asylum-seekers and refugees (e.g. Egypt, Turkey) or that UNHCR has access to refugees in detention (e.g. China and Libya). The strategic use of resettlement should not, in any way, be understood as a tool for migration control. Potential difficulty in assessing the strategic use of resettlement in a specific situation should not be the basis for excluding a region or a country.
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – letter d – punt i
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
i) het beperken van het aantal onderdanen van derde landen en staatloze personen dat door de grens op irreguliere wijze te overschrijden vanuit dat derde land het grondgebied van de lidstaten binnenkomt; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Several stakeholders such as UNHCR, IOM, ECRE, IRC, Caritas, Red Cross, Amnesty International and many more have voiced their concerns about linking resettlement with third countries cooperation in border control matters as this moves away from resettlement as a protection tool to provide assistance to the most vulnerable refugees. The rapporteur strongly believe that the humanitarian essence of resettlement must be safeguarded, and that resettlement must continue to be based on the needs of the most vulnerable refugees. Determining geographical priorities based on third countries cooperation in the area of migration control and leveraging resettlement to reach foreign policy objectives would de facto jeopardize a humanitarian, needs-based and international protection approach. Spontaneous arrivals will not be stopped by resettlement, and the only way to reduce the need for people to use irregular ways is to increase resettlement numbers and provide other legal pathways such as humanitarian visas, extended family reunification, humanitarian admission programmes, etc.
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – letter d – punt ii
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
ii) het tot stand brengen van de voorwaarden voor de toepassing van de concepten "eerste land van asiel" en "veilig derde land" voor de terugkeer van asielzoekers die op irreguliere wijze de grens hebben overschreden naar het grondgebied van de lidstaten en afkomstig zijn uit of een band hebben met het betrokken derde land; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Several stakeholders such as UNHCR, IOM, ECRE, IRC, Caritas, Red Cross, Amnesty International and many more have voiced their concerns about linking resettlement with third countries cooperation in asylum and migration matters as this moves away from resettlement as a protection tool to provide assistance to the most vulnerable refugees. The rapporteur strongly believe that the humanitarian essence of resettlement must be safeguarded, and that resettlement must continue to be based on the needs of the most vulnerable refugees. Determining geographical priorities based on third countries cooperation in the area of migration and asylum and leveraging resettlement to reach foreign policy objectives would de facto jeopardize a humanitarian, needs-based and international solidarity and protection approach.
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – letter d – punt iii
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
iii) het vergroten van de capaciteit voor het opvangen en beschermen van personen die internationale bescherming nodig hebben en in dat land verblijven, door onder meer een doeltreffend asielstelsel te ontwikkelen; of | Schrappen |
Or. en
Motivering
Deze kwestie wordt behandeld in het op letter d) van dit artikel voorgestelde amendement.
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – letter d – punt iv
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
iv) het verhogen van het percentage toegelaten onderdanen van derde landen en staatloze personen die illegaal op het grondgebied van de lidstaten verblijven, bv. door het sluiten en doeltreffend uitvoeren van overnameovereenkomsten; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Several stakeholders such as UNHCR, IOM, ECRE, IRC, Caritas, Red Cross, Amnesty International and many more have voiced their concerns about linking resettlement with third countries cooperation in asylum and migration matters as this moves away from resettlement as a protection tool to provide assistance to the most vulnerable refugees. The rapporteur strongly believe that the humanitarian essence of resettlement must be safeguarded, and that resettlement must continue to be based on the needs of the most vulnerable refugees. Determining geographical priorities based on third countries cooperation in the area of migration and leveraging resettlement to reach foreign policy objectives would de facto jeopardize a humanitarian, needs-based and international protection approach.
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) de schaal en inhoud van de door derde landen gedane toezeggingen in verband met hervestiging. | Schrappen |
Or. en
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De volgende onderdanen van derde landen of staatloze personen komen in aanmerking voor de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie die overeenkomstig artikel 8 worden vastgesteld: | Uitsluitend de volgende onderdanen van derde landen of staatloze personen komen in aanmerking voor de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie die overeenkomstig artikel 8 worden vastgesteld: |
Or. en
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – letter a – punt i
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) i) onderdanen van derde landen die zich wegens een gegronde vrees voor vervolging om redenen van ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep, bevinden buiten het land waarvan zij de nationaliteit bezitten of het landsdeel waar zij voordien gewoonlijk verbleven, en de bescherming van dat land niet kunnen of, wegens deze vrees, niet willen inroepen, dan wel staatloze personen die zich om dezelfde redenen bevinden buiten het land of het landsdeel waar zij voordien gewoonlijk verbleven en daarheen niet kunnen, of wegens genoemde vrees niet willen, terugkeren of daar verblijven of, als hieraan niet wordt voldaan, | (a) i) onderdanen van derde landen die zich wegens een gegronde vrees voor vervolging om redenen van ras, geslacht, genderidentiteit, genderexpressie, godsdienst, nationaliteit, seksuele gerichtheid, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep, bevinden buiten het land waarvan zij de nationaliteit bezitten of het landsdeel waar zij voordien gewoonlijk verbleven, en de bescherming van dat land niet kunnen of, wegens deze vrees, niet willen inroepen, dan wel staatloze personen die zich om dezelfde redenen bevinden buiten het land of het landsdeel waar zij voordien gewoonlijk verbleven en daarheen niet kunnen, of wegens genoemde vrees niet willen, terugkeren of daar verblijven of, als hieraan niet wordt voldaan, |
Or. en
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – letter b – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) onderdanen van derde landen en staatloze personen die tot ten minste een van de volgende categorieën behoren: | (b) onderdanen van derde landen en staatloze personen die voldoen aan de criteria onder a) en tevens tot ten minste een van de volgende categorieën behoren: |
Or. en
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – letter b – punt i – streepje 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
- personen die juridische en/of fysieke bescherming nodig hebben; | - personen die juridische en/of fysieke bescherming nodig hebben, met inbegrip van diegenen die met uitzetting worden bedreigd; |
Or. en
Motivering
Aanpassing aan de formulering in de UNHCR-toelatingscriteria voor hervestiging.
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – letter b – punt i – streepje 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
- in sociaaleconomisch opzicht kwetsbare personen; | Schrappen |
Or. en
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – letter b – punt i – streepje 6 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| - personen in langdurige vluchtelingensituaties voor wie naar verwachting geen andere alternatieve duurzame oplossingen voorhanden zijn; |
Or. en
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – letter b –punt ii – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
ii) familieleden van onderdanen van derde landen of staatloze personen of burgers van de Unie die legaal in een lidstaat verblijven: | ii) indien er geen andere legale toegangskanalen tot het grondgebied van de Europese Unie bestaan, inclusief krachtens Richtlijn 2003/86/EG van de Raad1bis, familieleden van onderdanen van derde landen of staatloze personen of burgers van de Unie die legaal in een lidstaat verblijven: |
| __________________ |
| 1bis Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging, PB L 251 van 3.10.2003, blz. 12-18. |
Or. en
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – letter b – punt ii – streepje 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
- de echtgenoot of de niet-gehuwde partner met wie een duurzame relatie wordt onderhouden, indien in het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat niet-gehuwde paren op vergelijkbare wijze worden behandeld als gehuwde paren in het kader van het recht dat betrekking heeft op onderdanen van derde landen of staatloze personen; | - de echtgenoot of de niet-gehuwde partner met wie een duurzame relatie wordt onderhouden; |
Or. en
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – letter b – punt ii – streepje 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
- de minderjarige kinderen van bij het eerste gedachtestreepje bedoelde paren of van te hervestigen onderdanen van derde landen of staatloze personen, mits zij ongehuwd zijn, ongeacht de vraag of zij naar nationaal recht wettige, buitenechtelijke of geadopteerde kinderen zijn; | - de minderjarige kinderen van bij het eerste gedachtestreepje bedoelde paren of van te hervestigen onderdanen van derde landen of staatloze personen, ongeacht de vraag of zij naar nationaal recht wettige, buitenechtelijke of geadopteerde kinderen zijn; |
Or. en
Motivering
De rapporteur begrijpt dat deze formulering is bedoeld om geen steun te geven aan kindhuwelijken. Hierdoor ontstaat echter ook het risico dat slachtoffers van kindhuwelijken nog harder worden gestraft doordat hun hervestiging wordt geweigerd.
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – letter b – punt ii – streepje 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
- de vader, moeder of andere volwassene die naar het recht of de praktijk van de lidstaat waar de volwassene zich bevindt, verantwoordelijk is voor de te hervestigen ongehuwde minderjarige; | de vader, moeder of andere volwassene die naar het recht of de praktijk van de lidstaat waar de volwassene zich bevindt, verantwoordelijk is voor de te hervestigen minderjarige; |
Or. en
Motivering
De rapporteur begrijpt dat deze formulering is bedoeld om geen steun te geven aan kindhuwelijken. Hierdoor ontstaat echter ook het risico dat slachtoffers van kindhuwelijken nog harder worden gestraft doordat hun hervestiging wordt geweigerd.
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) onderdanen van derde landen of staatloze personen die niet onder artikel 1D van de Geneefse Conventie van 1951 vallen, dat betrekking heeft op het genieten van bescherming of bijstand van andere organen of instellingen van de Verenigde Naties dan de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor Vluchtelingen (UNHCR); | (c) onderdanen van derde landen of staatloze personen die voldoen aan de criteria onder a) en b) en tevens, overeenkomstig artikel 1D, alinea 2, van het Verdrag van Genève van 1951, recht hebben op de voorzieningen uit hoofde van dit Verdrag; |
Or. en
Motivering
Article 1D of the 1951 Geneva Convention contains both an exclusion and an inclusion clause. It excludes from the scope of that convention those persons who are at present receiving protection or assistance from an organ or agency of the United Nations other than UNHCR. It follows from the clear wording of Article 1D of the Geneva Convention that only those persons who have actually availed themselves of the assistance provided by UNRWA come within the clause excluding refugee status set out therein, which must, as such, be construed narrowly and cannot therefore also cover persons who are or have been eligible to receive protection or assistance from that agency. The second paragraph of Article 1D of the Geneva Convention includes persons for whom protection or assistances as referred to in the exclusion clause has ceased for any reason. The aim of Article 1D of the Geneva Convention is to avoid overlapping competencies between UNRWA and UNHCR, and, in conjunction with UNHCR’s Statute, ensures the continuity of protection and assistance to Palestinian refugees as necessary. For the purpose of this Framework, reference is only made to Paragraph 2 of Article 1D, i.e. the inclusion clause.
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) onderdanen van derde landen of staatloze personen die door de verantwoordelijke autoriteiten van het land waar zij zich bevinden of zich hebben gevestigd, niet geacht worden de rechten en verplichtingen te hebben welke met het bezit van de nationaliteit van dat land verbonden zijn, noch daarmee gelijkwaardige rechten en verplichtingen. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Hier wordt verwezen naar artikel 1E van het Verdrag van Genève, te weten een uitsluitingsclausule. Het is derhalve niet duidelijk waarom dit is opgenomen in de toelatingscriteria van dit kader.
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten waarborgen dat de eenheid van het gezin tussen de onder b), punt ii), bedoelde personen in stand kan worden gehouden. | De lidstaten waarborgen dat de eenheid van het gezin in stand wordt gehouden bij alle hervestigingspraktijken. |
Or. en
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1 – letter a – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) personen ten aanzien van wie er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat: | (a) personen ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat: |
Or. en
Motivering
Aanpassing aan de formulering in artikel 1F van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 en het Protocol van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen.
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1 – letter a – punt ii
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
ii) zij een ernstig strafbaar feit hebben gepleegd; | ii) zij een ernstig niet-politiek strafbaar feit hebben gepleegd; |
Or. en
Motivering
Aanpassing aan de formulering in artikel 1F van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 en het Protocol van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen.
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) personen ten aanzien van wie er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat zij een gevaar vormen voor de gemeenschap, de openbare orde, de veiligheid, de volksgezondheid of de internationale betrekkingen van de lidstaat die het hervestigingsdossier onderzoekt, óók indien een tweede lidstaat de lidstaat die het hervestigingsdossier behandelt, heeft verzocht die tweede lidstaat gedurende de behandeling te raadplegen in verband met specifieke onderdanen van derde landen of staatloze personen of specifieke categorieën onderdanen van derde landen of staatloze personen, en die tweede lidstaat hun hervestiging heeft geweigerd op deze gronden; | Schrappen |
Or. en
Motivering
According to Article 78(1) TFEU, the Union’s asylum policy must be in accordance with the Geneva Convention of 28 July 1951 and the Protocol of 31 January 1967 relating to the status of refugees, and other relevant treaties. Since the term exclusion has a distinct meaning in the context of international refugee protection, which strictly relates to individuals who may be undeserving of international protection, the rapporteur has chosen to follow the exclusion clauses as set out in Article 1(F) of the Geneva Convention. Additional exclusion clauses such as this one blurs the lines between exclusion and ineligibility.
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1 – letter -b bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (b bis) onderdanen van derde landen of staatloze personen die door de verantwoordelijke autoriteiten van het land waar zij zich bevinden of zich hebben gevestigd, geacht worden de rechten en verplichtingen te hebben welke met het bezit van de nationaliteit van dat land verbonden zijn, of daarmee gelijkwaardige rechten en verplichtingen. |
Or. en
Motivering
Aanpassing aan de formulering in artikel 1E van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 en het Protocol van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen.
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) personen ten aanzien van wie een signalering is uitgevaardigd in het Schengeninformatiesysteem of in een nationale database van een lidstaat, met het oog op het weigeren van toegang; | Schrappen |
Or. en
Motivering
According to Article 78(1) TFEU, the Union’s asylum policy must be in accordance with the Geneva Convention of 28 July 1951 and the Protocol of 31 January 1967 relating to the status of refugees, and other relevant treaties. Since the term exclusion has a distinct meaning in the context of international refugee protection, which strictly relates to individuals who may be undeserving of international protection, the rapporteur has chosen to follow the exclusion clauses as set out in Article 1(F) of the Geneva Convention. Additional exclusion clauses such as this one blurs the lines between exclusion and ineligibility.
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) personen die gedurende de vijf jaar voorafgaand aan hervestiging op irreguliere wijze op het grondgebied van de lidstaten zijn verbleven, er op irreguliere wijze zijn binnengekomen of getracht hebben er op irreguliere wijze binnen te komen; | Schrappen |
Or. en
Motivering
According to Article 78(1) TFEU, the Union’s asylum policy must be in accordance with the Geneva Convention of 28 July 1951 and the Protocol of 31 January 1967 relating to the status of refugees, and other relevant treaties. Since the term exclusion has a distinct meaning in the context of international refugee protection, which strictly relates to individuals who may be undeserving of international protection, the rapporteur has chosen to follow the exclusion clauses as set out in Article 1(F) of the Geneva Convention. Additional exclusion clauses such as this one blurs the lines between exclusion and ineligibility. Furthermore, persons are often compelled to undertake irregular journeys because of their vulnerability and the lack of a foreseeable alternative durable solution. Excluding persons for that very reason runs a high risk of excluding people in dire need of protection. In addition, a person’s protection situation can change under a period of five years, e.g. a war could outbreak in his/her country or the person could be forced into a marriage, such a broad exclusion hamper to take into account the new situation of the person and could lead to a denial of protection.
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) personen die reeds door een andere lidstaat zijn hervestigd in het kader van de uitvoering van deze verordening, de conclusies van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 20 juli 2015 (11097/15), de verklaring EU-Turkije van 18 maart 2016, Aanbeveling C(2015) 9490 van de Commissie van 15 december 2015, of een nationale hervestigingsregeling; en | (e) personen die reeds door een andere lidstaat zijn hervestigd in het kader van de uitvoering van deze verordening, de conclusies van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 20 juli 2015 (11097/15), of een nationale hervestigingsregeling; en |
Or. en
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f) personen die de lidstaten in de laatste vijf jaar voorafgaand aan hervestiging hebben geweigerd te hervestigen overeenkomstig dit lid. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Lidstaten kunnen de hervestiging van een persoon om zeer specifieke redenen weigeren, bijv. wanneer de betrokkene een medische aandoening heeft die om diverse redenen niet in de lidstaat kan worden behandeld. Dit mag geen reden zijn om kwetsbare personen te weigeren in alle lidstaten.
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Onderdanen van derde landen of staatloze personen kunnen worden uitgesloten van gerichte hervestigingsregelingen van de Unie die overeenkomstig artikel 8 zijn vastgesteld, als op het eerste gezicht een van de in lid 1, onder a) of b), bedoelde uitsluitingsgronden van toepassing is. | Schrappen |
Or. en
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Jaarlijks hervestigingsplan van de Unie | Tweejaarlijks hervestigingsplan van de Unie |
Or. en
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Op basis van een voorstel van de Commissie stelt de Raad een jaarlijks hervestigingsplan van de Unie vast in het jaar dat voorgaat aan dat waarin het ten uitvoer moet worden gelegd. | 1. De Commissie beschikt over de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 14 om de twee jaar gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze verordening, teneinde een hervestigingsplan van de Unie vast te stellen, in overeenstemming met de volgende leden. |
Or. en
Motivering
Artikel 7 en artikel 8 zijn als vóór de hervestiging te volgen technische procedures nauw met elkaar verbonden. Teneinde dit beter tot uiting te laten komen, stelt de rapporteur voor de artikelen te wijzigen door in beide artikelen gedelegeerde bevoegdheden op te nemen. Deze wijziging zou de technische procedures niet alleen duidelijker, maar ook transparanter maken. Daarnaast zouden de lidstaten hierdoor grotere bevoegdheden in de gerichte regelingen krijgen, hetgeen van belang is omdat het de lidstaten zijn die deze regelingen ten uitvoer leggen.
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. De hervestigingsplannen van de Unie worden opgesteld op basis van het overleg met het comité op hoog niveau inzake hervestiging en zijn gebaseerd op de jaarlijkse prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften door de UNHCR. |
Or. en
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie omvat: | 2. Het hervestigingsplan van de Unie omvat: |
Or. en
Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) het maximumaantal te hervestigen personen; | (a) een nagestreefd aantal te hervestigen personen dat overeenkomt met ten minste 25 % van de jaarlijkse prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften; |
Or. en
Motivering
Europe has 23.8% of the world's GDP, yet EU Member States host only around 8% of the world's refugees. This places a disproportionate burden on developing countries, which host the vast majority. 22 European countries resettled 13,040 persons in 2015 (9,629 to 17 EU Member States), with Europe contributing, on average, approximately 10 per cent to global resettlement intakes over the past five years. By contrast, that same year, the U.S. resettled 69,933 refugees. In order for an EU Resettlement Framework to add value, it needs to increase both the quality and the quantity of resettlement to the Union. If we want to reduce the need for dangerous journeys, reduce loss of lives and reliance on smuggling networks, this will only become a reality when the number of places offered is credible and meaningful. Therefore, the rapporteur suggests to increase the number of resettlement places reflecting the EUs responsibility as a global region with the capacity to do so.
Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) gegevens over de deelname van de lidstaten aan het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie en hun bijdragen aan het totale aantal te hervestigen personen; | (b) gegevens over de deelname van de lidstaten aan het hervestigingsplan van de Unie en hun bijdragen aan het totale aantal te hervestigen personen; |
Or. en
Amendement 79
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) algemene geografische prioriteiten. | (c) algemene geografische prioriteiten op basis van het UNHCR-document met de prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften. |
Or. en
Amendement 80
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – letter -c bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (c bis) een niet-toegewezen quotum voor spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 11 bis, teneinde rekening te houden met dringende en spoedeisende gevallen, ongeacht de onder c) vastgestelde geografische prioriteiten. |
Or. en
Motivering
De invoering van een specifiek quotum voor spoedeisende gevallen in de hervestigingsplannen van de Unie, dat niet gebonden is aan prioritaire regio's of bevolkingsgroepen, kan uitkomst bieden voor dringende en spoedeisende gevallen in de hele wereld, aangezien er momenteel een aanzienlijk tekort is aan beschikbare plaatsen voor dergelijke gevallen.
Amendement 81
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot instelling van gerichte hervestigingsregelingen van de Unie die in overeenstemming zijn met het krachtens artikel 7 vastgestelde jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. | 1. De Commissie beschikt over de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 14 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze verordening, teneinde gerichte hervestigingsregelingen van de Unie vast te stellen die in overeenstemming zijn met het krachtens artikel 7 vastgestelde hervestigingsplan van de Unie, in overeenstemming met lid 2. |
Or. en
Motivering
Artikel 7 en artikel 8 zijn als vóór de hervestiging te volgen technische procedures nauw met elkaar verbonden. Teneinde dit beter tot uiting te laten komen, stelt de rapporteur voor de artikelen te wijzigen door in beide artikelen gedelegeerde bevoegdheden op te nemen. Deze wijziging zou de technische procedures niet alleen duidelijker, maar ook transparanter maken. Daarnaast zouden de lidstaten hierdoor grotere bevoegdheden in de gerichte regelingen krijgen, hetgeen van belang is omdat het de lidstaten zijn die deze regelingen ten uitvoer leggen.
Amendement 82
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(b) het precieze aantal te hervestigen personen van het maximale totaal als vastgesteld in het in artikel 7, lid 2, onder a), bedoelde jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie en gegevens inzake de deelname van de lidstaten aan de gerichte hervestigingsregeling van de Unie; | (b) het precieze aantal te hervestigen personen van het nagestreefde aantal als vastgesteld in het in artikel 7, lid 2, onder a), bedoelde hervestigingsplan van de Unie en gegevens inzake de deelname van de lidstaten aan de gerichte hervestigingsregeling van de Unie; |
Or. en
Amendement 83
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) de specificatie van de regio's of derde landen van waaruit hervestiging moet plaatsvinden als bedoeld in artikel 4; | (c) de specificatie van de regio's of derde landen van waaruit hervestiging moet plaatsvinden overeenkomstig artikel 7, lid 2, onder c), en als bedoeld in artikel 4; |
Or. en
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(d) indien nodig, regelingen tussen lidstaten inzake lokale coördinatie en praktische samenwerking, ondersteund door het [Europese Asielagentschap] overeenkomstig artikel 12, lid 3, en met derde landen, de UNHCR en andere partners; | (d) indien nodig, regelingen tussen lidstaten inzake lokale coördinatie en praktische samenwerking, ondersteund door de UNHCR en, op verzoek van de lidstaten, het [Asielagentschap van de Europese Unie] overeenkomstig artikel 12, lid 3, en met derde landen en andere partners; |
Or. en
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(e) een beschrijving van de specifieke groep of groepen van onderdanen van derde landen of staatloze personen op wie de gerichte hervestigingsregeling van de Unie van toepassing is; | (e) een beschrijving van de specifieke groep of groepen van onderdanen van derde landen of staatloze personen, gebaseerd op de UNHCR-publicatie van de prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften en uitgaande van de in artikel 5, onder b), punt i), uiteengezette categorieën die in aanmerking komen voor hervestiging, op wie de gerichte hervestigingsregeling van de Unie van toepassing is; |
Or. en
Amendement 86
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(f) het feit of de gewone procedure van artikel 10 of de versnelde procedure van artikel 11 zal worden gevolgd en vermelding, waar nodig, van hoe de identificatie en beoordeling van onderdanen van derde landen of staatloze personen wordt uitgevoerd en een tijdschema voor het nemen van besluiten inzake hervestiging; | (f) het feit of de gewone procedure van artikel 10 of de versnelde procedure van artikel 11 zal worden gevolgd; |
Or. en
Motivering
De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van de regelingen. Het is daarom aan de lidstaten om te bepalen hoe de identificatie en beoordeling moeten worden uitgevoerd. Het tijdschema voor het nemen van besluiten komt reeds aan de orde onder g) van dit artikel.
Amendement 87
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De in de artikelen 10 en 11 vastgestelde hervestigingsprocedures gelden voor onderdanen van derde landen of staatloze personen die in hervestiging hebben toegestemd en deze toestemming nadien noch in algemene zin, noch in verband met een bepaalde lidstaat hebben teruggetrokken. | De hervestiging uit hoofde van deze verordening geldt voor onderdanen van derde landen of staatloze personen die in hervestiging hebben toegestemd. |
Or. en
Motivering
Het vermelden van uitsluitingsgronden in dit artikel wekt verwarring op, aangezien de uitsluitingsgronden worden behandeld in artikel 6.
Amendement 88
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Bij de tenuitvoerlegging van een gerichte hervestigingsregeling van de Unie identificeren de lidstaten de onderdanen van derde landen of staatloze personen en beoordelen zij of de onderdanen van derde landen of staatloze personen onder het toepassingsgebied van een gerichte hervestigingsregeling van de Unie vallen. | Bij de tenuitvoerlegging van een gerichte hervestigingsregeling van de Unie baseren de lidstaten zich allereerst op de identificatie en voorlegging van gevallen door de UNHCR. Andere identificatieactoren kunnen lidstaten of relevante organisaties zijn. |
| De lidstaten beoordelen vervolgens of de onderdanen van derde landen of staatloze personen onder het toepassingsgebied van een gerichte hervestigingsregeling van de Unie vallen. De lidstaten mogen bijstand vragen van [het Asielagentschap van de Europese Unie]. |
Or. en
Amendement 89
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Voor de uitvoering van de gewone procedure mogen de lidstaten de UNHCR, of indien van toepassing, [het Asielagentschap van de Europese Unie] of relevante internationale organen verzoeken om ten volle te onderzoeken of: |
| (a) zij onder de gerichte hervestigingsregeling van de Unie vallen; en |
| (b) zij behoren tot een van de in artikel 5, onder b), punt i), bedoelde categorieën die in aanmerking komen voor hervestiging, alsook de reden voor het onderzoek. |
| De lidstaten mogen de UNHCR ook verzoeken om ten volle te onderzoeken of onderdanen van derde landen of staatloze personen die hen door de UNHCR worden toegewezen, vluchtelingen zijn in de zin van artikel 1 van het Verdrag van Genève van 1951. |
Or. en
Motivering
Voor de duidelijkheid is artikel 10, lid 8, met een aantal wijzigingen, verplaatst naar en opgenomen in artikel 10, lid 1, waarin de procedure uitvoerig wordt beschreven.
Amendement 90
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten mogen onder meer voorrang geven aan onderdanen van een derde land of staatloze personen met: | Schrappen |
(a) familiebanden met onderdanen van derde landen of staatloze personen of burgers van de Unie die legaal in een lidstaat verblijven; |
|
(b) sociale of culturele banden, of andere kenmerken die de integratie in de deelnemende lidstaat kunnen vergemakkelijken, mits hierbij geen sprake is van discriminatie op grond van o.a. geslacht, ras, huidskleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, een handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid, onverlet verschillen in behandeling waartoe de in de eerste alinea bedoelde beoordeling noopt; |
|
(c) specifieke behoefte aan bescherming of specifieke kwetsbare punten. |
|
Or. en
Motivering
Preferential treatment of any particular class or group of refugees, for whatever reason, will come at the expense of appropriate treatment for other persons who, from an objective humanitarian perspective, are equally deserving. The international community has therefore laid down, in the Geneva Convention of 28 July 1951 Relating to the Status of Refugees, binding rules of international humanitarian law that delineate who, in what circumstances, is to be treated as a refugee and how they are to be cared for. All EU Member States are signatories to that Convention. With this background, it is directly unsuitable to include "integration potential" in this Regulation.
Amendement 91
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Na het identificeren van onderdanen van derde landen of staatloze personen registreren de lidstaten de volgende informatie over degenen voor wie zij de hervestigingsprocedure willen volgen: | Schrappen |
(a) naam, geboortedatum, geslacht, nationaliteit en overige personalia; |
|
(b) de vingerafdrukken van alle vingers en een gezichtsopname van elke onderdaan van een derde land of staatloze persoon van zes jaar of ouder; |
|
(c) het soort en het nummer van de identiteits- of reisdocumenten van de onderdaan van het derde land; en |
|
(d) de datum van registratie, de plaats van registratie en de registrerende autoriteit. |
|
Bij de registratie kunnen ook aanvullende gegevens worden verzameld die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de leden 3 en 4. |
|
Or. en
Motivering
Dit lid is achter de leden 3 en 4 geplaatst, omdat de beoordeling aan de hand van de toelatingscriteria en uitsluitingsgronden moet plaatsvinden vóór de registratie van mogelijke begunstigden. Anders bestaat het risico dat gevallen die nooit in aanmerking zouden kunnen komen toch worden geregistreerd, hetgeen zowel onnodige administratieve lasten voor de lidstaten als valse verwachtingen met zich mee zou brengen.
Amendement 92
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 3 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De lidstaten baseren deze beoordeling op schriftelijk bewijs, waaronder, indien van toepassing, informatie van de UNHCR over het feit of de onderdanen van derde landen of de staatloze personen als vluchteling kunnen worden aangemerkt, een persoonlijk onderhoud, of een combinatie van beide. | De lidstaten baseren deze beoordeling met name op schriftelijk bewijs, waaronder, indien van toepassing, informatie van de UNHCR over het feit of de onderdanen van derde landen of de staatloze personen als vluchteling kunnen worden aangemerkt, een persoonlijk onderhoud, of een combinatie van beide. |
Or. en
Motivering
Een uitputtende lijst van elementen waarop de lidstaten hun beoordeling baseren, kan indruisen tegen het beginsel van bewijsvrijheid en vrije keuze van bewijsmateriaal.
Amendement 93
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De lidstaten nemen inzake de hervestiging van onderdanen van derde landen of staatloze personen zo snel mogelijk en uiterlijk acht maanden na hun registratie een besluit op basis van de in lid 3 bedoelde beoordeling. De lidstaten kunnen deze uiterste termijn van acht maanden verlengen met een periode van ten hoogste vier maanden, als het complexe feitelijke of juridische kwesties betreft. | 4. De lidstaten nemen inzake de hervestiging van onderdanen van derde landen of staatloze personen zo snel mogelijk en uiterlijk acht maanden na hun registratie een besluit op basis van de in lid 3 bedoelde beoordeling. De lidstaten kunnen deze uiterste termijn verlengen met een periode van ten hoogste vier maanden, als het complexe feitelijke of juridische kwesties betreft. |
Or. en
Amendement 94
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 4 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 4 bis. Als er een positief besluit is genomen, registreren de lidstaten de volgende informatie, voor zover beschikbaar, over degenen voor wie zij de hervestigingsprocedure willen volgen: |
| (a) naam, geboortedatum, geslacht en nationaliteit; |
| (b) de vingerafdrukken van alle vingers en een gezichtsopname van elke onderdaan van een derde land of staatloze persoon; |
| (c) het soort en het nummer van de identiteits- of reisdocumenten van de onderdaan van het derde land; en |
| (d) de datum van registratie, de plaats van registratie en de registrerende autoriteit. |
Or. en
Motivering
Dit was oorspronkelijk lid 2 (met een paar kleine wijzigingen), dat achter de leden 3 en 4 is geplaatst omdat de beoordeling aan de hand van de toelatingscriteria en uitsluitingsgronden moet plaatsvinden vóór de registratie van mogelijke begunstigden. Anders bestaat het risico dat gevallen die nooit in aanmerking zouden kunnen komen toch worden geregistreerd, hetgeen zowel onnodige administratieve lasten voor de lidstaten als valse verwachtingen met zich mee zou brengen.
Amendement 95
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 5 – alinea 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Bij het verstrijken van deze periode wissen de lidstaten de gegevens. De lidstaten wissen de gegevens over een persoon die vóór het verstrijken van deze periode het burgerschap van een lidstaat heeft verworven, zodra de lidstaat ervan op de hoogte is dat de betrokkene dit burgerschap heeft verworven. | Bij het verstrijken van deze periode wissen de lidstaten de gegevens. De lidstaten wissen de gegevens over een persoon die vóór het verstrijken van deze periode het burgerschap van een lidstaat heeft verworven. |
Or. en
Amendement 96
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. Als er een negatief besluit is genomen, wordt de betrokkene niet hervestigd. | 6. Als er een negatief besluit is genomen, wordt de betrokkene niet hervestigd in de lidstaat die het besluit heeft genomen. De reden van afwijzing wordt meegedeeld aan de UNHCR of andere organisatie die het geval heeft voorgelegd, opdat er eventueel een follow-up aan wordt gegeven. |
Or. en
Motivering
De UNHCR moedigt staten aan de redenen van afwijzing, die niet altijd verband houden met de toelatingscriteria, kenbaar te maken. Aan de hand van deze informatie kan de UNHCR bijvoorbeeld openstaande vragen ophelderen, de eventuele voorlegging van gevallen aan andere (al dan niet Europese) landen van hervestiging in overweging nemen of, waar nodig, follow-up geven aan andere problematiek op het gebied van bescherming.
Amendement 97
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 7 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) de vluchtelingenstatus aanbieden als de betrokken onderdaan van een derde land of staatloze persoon kan worden aangemerkt als vluchteling, of de subsidairebeschermingsstatus als de betrokken onderdaan van een derde land of staatloze persoon in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming. De lidstaat stelt de betrokken onderdaan van een derde land of staatloze persoon in kennis van dit besluit. Het besluit om de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus te verlenen heeft hetzelfde effect als een besluit om de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus te verlenen bedoeld in de artikelen 13 en 19 van Verordening (EU) nr. XXX/XXX [verordening inzake asielnormen], wanneer de betrokkene eenmaal het grondgebied van een lidstaat is binnengekomen; | (a) de vluchtelingenstatus aanbieden als de betrokken onderdaan van een derde land of staatloze persoon kan worden aangemerkt als vluchteling, of de subsidairebeschermingsstatus als de betrokken onderdaan van een derde land of staatloze persoon in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming. De lidstaat stelt de betrokken onderdaan van een derde land of staatloze persoon in kennis van dit besluit en brengt hem op de hoogte van de rechten die een dergelijke status met zich meebrengt. Het besluit om de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus te verlenen heeft hetzelfde effect als een besluit om de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus te verlenen bedoeld in Verordening (EU) nr. XXX/XXX [verordening inzake asielnormen], wanneer de betrokkene eenmaal het grondgebied van een lidstaat is binnengekomen; De lidstaten mogen permanente verblijfsvergunningen of verblijfstitels van onbeperkte duur afgeven onder gunstiger voorwaarden dan die welke in artikel 13 van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad1bis zijn vermeld. |
| __________________ |
| 1bis Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen, PB L 16 van 23.1.2004, blz. 44-53. |
Or. en
Motivering
Aan de basis van hervestiging als duurzame oplossing ligt de verwachting dat staten zorgen voor een permanent verblijf voor hervestigde personen. Een verblijf van een, drie of zelfs vijf jaar kan niet als een duurzame oplossing worden beschouwd. Het is daarom van essentieel belang dat lidstaten die zulks wensen verblijfstitels kunnen afgeven die gunstiger zijn dan die welke in Verordening (EU) nr. XXX/XXX [verordening inzake asielnormen] worden voorgesteld.
Amendement 98
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 7 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(c) onderdanen van derde landen of staatloze personen voor vertrek een oriëntatieprogramma aanbieden met onder meer informatie over hun rechten en plichten, taalles en informatie over het maatschappelijke, culturele en politieke bestel van de lidstaat. | (c) onderdanen van derde landen of staatloze personen voor vertrek een oriëntatieprogramma aanbieden met onder meer informatie over hun rechten en plichten, taalles en informatie over het maatschappelijke, culturele en politieke bestel van de lidstaat. Deze programma's kunnen na aankomst op het grondgebied worden aangeboden. |
Or. en
Amendement 99
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
8. Voor de uitvoering van de gewone procedure mogen de lidstaten alvorens onderdanen van derde landen of staatloze personen te identificeren, de UNHCR, of indien van toepassing, [het Asielagentschap van de Europese Unie] of relevante internationale organen verzoeken om toewijzing van onderdanen van derde landen of staatloze personen ten aanzien van wie voornoemde entiteiten ten volle hebben onderzocht of: | Schrappen |
(a) zij onder de gerichte hervestigingsregeling van de Unie vallen; en |
|
(b) zij tot een van de in artikel 5, onder b), punt i), bedoelde kwetsbare categorieën behoren. |
|
De lidstaten mogen de UNHCR ook verzoeken om ten volle te onderzoeken of onderdanen van derde landen of staatloze personen die hen door de UNHCR worden toegewezen, vluchtelingen zijn in de zin van artikel 1 van de Geneefse Conventie van 1951. |
|
De lidstaten mogen ook verzoeken om rekening te houden met de in lid 1, onder a) tot en met c), vervatte criteria. |
|
Or. en
Motivering
Dit lid is verplaatst en opgenomen in artikel 10, lid 1, aangezien de procedure in beide leden wordt beschreven.
Amendement 100
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 9
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
9. De Commissie wordt de bevoegdheid verleend tot vaststelling van gedelegeerde handelingen volgens de in artikel 14 vastgestelde procedure om de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde elementen aan te vullen, teneinde de hervestigingsprocedure zo nodig aan te passen aan de omstandigheden in het derde land van waaruit hervestiging plaatsvindt. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Het is onduidelijk welk doel en welke reikwijdte deze gedelegeerde handelingen hebben, met name met betrekking tot de beoordeling en besluitvorming ten aanzien van een hervestigingsgeval, noch waarom zij niet anderszins zouden kunnen worden bereikt. Artikel 10 biedt de lidstaten voldoende flexibiliteit om de procedure waar nodig aan te passen om de leden 1 t/m 4 met succes ten uitvoer te kunnen leggen.
Amendement 101
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – alinea 1 – punt 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(1) niet beoordelen of de onderdanen van derde landen of staatloze personen aan de in artikel 5, onder a), punt i), bedoelde vereisten voldoen; | (1) niet hoeven te beoordelen of de onderdanen van derde landen of staatloze personen aan de in artikel 5, onder a), punt i), bedoelde vereisten voldoen; |
Or. en
Amendement 102
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – alinea 1 – punt 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(4) de betrokken onderdanen van derde landen of staatloze personen de subsidiairebeschermingsstatus verlenen. | (4) de betrokken onderdanen van derde landen of staatloze personen de subsidiairebeschermingsstatus mogen verlenen indien de beoordeling inzake de toekenning van de vluchtelingenstatus niet is voltooid binnen de in lid 3 van dit artikel bedoelde termijn. |
Or. en
Amendement 103
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Artikel 11 bis |
| Spoedeisende procedure |
| Wanneer de gedelegeerde handeling van de Commissie tot vaststelling van een hervestigingsplan van de Unie voorziet in een spoedeisende procedure, die niet gebonden is aan specifieke regio's of bevolkingsgroepen, in gevallen waarin acute veiligheidsrisico's voor bepaalde personen of de ernst van hun medische aandoening het noodzakelijk maken hen onverwijld en binnen zeer korte tijd uit de bedreigende omstandigheden te halen, geldt dat de lidstaten in afwijking van artikel 10: |
| 1) zich verbinden tot de instelling van een versnelde procedure voor dringende en spoedeisende gevallen, indien een dergelijke procedure nog niet bestaat; |
| 2) een specifiek aantal plaatsen vaststellen die niet aan specifieke regio's of bevolkingsgroepen gebonden zijn en die van deze procedure gebruik kunnen maken; |
| 3) door de UNHCR dringende of spoedeisende gevallen van hervestiging voorgelegd krijgen, waarvoor het vanwege acute veiligheidsrisico's of de ernst van hun medische aandoening noodzakelijk is dat zij binnen zeer korte tijd uit de bedreigende omstandigheden worden verwijderd; |
| 4) spoed zetten achter de beoordeling of de vluchtelingen of staatloze personen voldoen aan de vereisten en toelatingscriteria als vastgesteld onder artikel 5 van dit kader; |
| 5) ernaar streven binnen twee weken vanaf de voorlegging van een geval een besluit te nemen en ervoor zorgen dat de onderdaan van een derde land of staatloze persoon onverwijld wordt overgebracht. |
Or. en
Motivering
De invoering van een specifiek quotum en een specifieke procedure voor spoedeisende gevallen in de hervestigingsplannen van de Unie, die niet gebonden zijn aan prioritaire regio's of bevolkingsgroepen, kan uitkomst bieden voor dringende en spoedeisende gevallen in de hele wereld, aangezien er momenteel een aanzienlijk tekort is aan beschikbare plaatsen voor dergelijke gevallen.
Amendement 104
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Om de uitvoering van de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie te vergemakkelijken, wijzen de lidstaten nationale contactpunten aan en kunnen zij besluiten om verbindingsfunctionarissen aan te stellen in derde landen. | 1. Om de uitvoering van de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie te vergemakkelijken, wijzen de lidstaten nationale contactpunten aan en kunnen zij besluiten om verbindingsfunctionarissen aan te stellen in derde landen. De lidstaten kunnen zich laten bijstaan door [het Asielagentschap van de Europese Unie] en zo nodig gebruikmaken van bestaande structuren voor operationele samenwerking op het gebied van hervestiging. |
Or. en
Amendement 105
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Voor het uitvoeren van gerichte hervestigingsregelingen van de Unie, en met name het organiseren van een oriëntatieprogramma vóór vertrek, medische controles om na te gaan of de betrokkene in staat is te reizen, reisplannen en andere praktische regelingen, kunnen de lidstaten zich laten bijstaan door partners, overeenkomstig de conform artikel 8, lid 2, onder d), vastgestelde regelingen inzake lokale coördinatie en praktische samenwerking voor gerichte hervestigingsregelingen van de Unie. | 3. Voor het uitvoeren van gerichte hervestigingsregelingen van de Unie, en met name het organiseren van een oriëntatieprogramma vóór vertrek, medische controles om na te gaan of de betrokkene in staat is te reizen, reisplannen en andere praktische regelingen, kunnen de lidstaten zich laten bijstaan door de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en andere partners, overeenkomstig de conform artikel 8, lid 2, onder d), vastgestelde regelingen inzake lokale coördinatie en praktische samenwerking voor gerichte hervestigingsregelingen van de Unie. |
Or. en
Amendement 106
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Er wordt een comité op hoog niveau inzake hervestiging opgericht, samengesteld uit vertegenwoordigers van het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid, en de lidstaten. [Het Asielagentschap van de Europese Unie,] de UNHCR en de IOM kunnen worden uitgenodigd. Vertegenwoordigers van IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland worden uitgenodigd om de vergaderingen van het comité op hoog niveau inzake hervestiging bij te wonen, voor zover zij kenbaar hebben gemaakt aan de uitvoering van het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie te willen deelnemen. | 1. Er wordt een comité op hoog niveau inzake hervestiging opgericht, samengesteld uit vertegenwoordigers van het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de lidstaten, de UNHCR, [het Asielagentschap van de Europese Unie], de IOM en andere relevante maatschappelijke organisaties. Vertegenwoordigers van IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland worden uitgenodigd om de vergaderingen van het comité op hoog niveau inzake hervestiging bij te wonen, voor zover zij kenbaar hebben gemaakt aan de uitvoering van het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie te willen deelnemen. |
| Na het jaarlijkse driepartijenoverleg inzake hervestiging (ATRC) en de UNHCR-publicatie van de prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften komt het comité op hoog niveau inzake hervestiging bijeen om de belangrijkste onderdelen van het hervestigingsplan van de Unie en van de verschillende gerichte hervestigingsregelingen van de Unie vast te stellen. |
Or. en
Amendement 107
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De bevoegdheid om de in artikel 10, lid 9, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt de Commissie met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening voor onbepaalde tijd verleend. | 2. De bevoegdheid om de in artikelen 7 en 8 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt de Commissie voor een termijn van vier jaar verleend met ingang van ... [de datum van inwerkingtreding van deze verordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vier jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. |
Or. en
Motivering
Het voorstel van de Commissie bevat een bevoegdheidsdelegatie voor onbepaalde tijd. Door te kiezen voor een bepaalde termijn (vier jaar) die stilzwijgend kan worden verlengd, kan de verplichting worden opgelegd om uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vier jaar verslag uit te brengen. Zo kunnen beide medewetgevers over een overzicht beschikken en de werking van de bevoegdheidsdelegatie in de praktijk beoordelen.
Amendement 108
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikel 10, lid 9, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. | 3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 7 en 8 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. |
Or. en
Amendement 109
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
6. Een overeenkomstig artikel 10, lid 9, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft medegedeeld daartegen geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd. | 6. Een overeenkomstig de artikelen 7 en 8 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft medegedeeld daartegen geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd. |
Or. en
Amendement 110
Voorstel voor een verordening
Artikel 15
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Artikel 15 | Schrappen |
Comitéprocedure |
|
1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. |
|
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. |
|
Or. en
Amendement 111
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – alinea 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland worden uitgenodigd om deel te nemen aan de tenuitvoerlegging van het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie. De kernelementen van deze verordening, met name die welke betrekking hebben op de hervestigingsprocedure en op de rechten en plichten van hervestigde personen, worden bij die deelname terdege in aanmerking genomen. | IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland worden uitgenodigd om deel te nemen aan de tenuitvoerlegging van het hervestigingsplan van de Unie. De kernelementen van deze verordening, met name die welke betrekking hebben op de hervestigingsprocedure en op de rechten en plichten van hervestigde personen, worden bij die deelname terdege in aanmerking genomen. |
Or. en
Amendement 112
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – alinea 1 – punt 2 – letter a
Verordening (EU) nr. 516/2014
Artikel 2 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(a) "hervestiging": de toelating van onderdanen van derde landen of staatloze personen die behoefte hebben aan internationale bescherming, vanuit een derde land waar zij als al dan niet binnenlands ontheemde verkeren, tot het grondgebied van een van de lidstaten, teneinde hen internationale bescherming te verlenen"; | (a) "hervestiging": de selectie en toelating van onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben en hun overbrenging uit een staat waar zij bescherming hebben gezocht naar een lidstaat, teneinde hun internationale bescherming en een duurzame oplossing te bieden; |
Or. en
Motivering
Aanpassing aan artikel 2 van dit kader.
Amendement 113
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – alinea 1 – punt 2 – letter b
Verordening (EU) nr. 516/2014
Artikel 2 – punt a ter
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
a ter) "gerichte hervestigingsregeling van de Unie": een overeenkomstig artikel 15, lid 2, van [Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening hervestigingskader)] vastgestelde gerichte hervestigingsregeling van de Unie." | a ter) "gerichte hervestigingsregeling van de Unie": een overeenkomstig artikel 8, van [Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening hervestigingskader)] vastgestelde gerichte hervestigingsregeling van de Unie." |
Or. en
Amendement 114
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – alinea 1 – punt 3
Verordening (EU) nr. 516/2014
Artikel 17 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Bovenop de overeenkomstig artikel 15, lid 1, onder a), berekende toewijzing ontvangen de lidstaten per persoon die hervestigd is overeenkomstig een gerichte hervestigingsregeling van de Unie een vast bedrag van 10 000 EUR. | 1. De lidstaten ontvangen bovenop de overeenkomstig artikel 15, lid 1, onder a), berekende toewijzing om de twee jaar een aanvullend bedrag als bedoeld in artikel 15, lid 2, onder b), in de vorm van een vast bedrag van 6 000 EUR per hervestigde persoon. Het vaste bedrag wordt verhoogd tot 10 000 EUR per persoon die hervestigd is overeenkomstig een gerichte hervestigingsregeling. |
Or. en
Motivering
Hoewel de lidstaten moeten worden gestimuleerd om deel te nemen aan het Uniekader voor hervestiging, mogen nationale inspanningen op het gebied van hervestiging niet worden ontmoedigd. De rapporteur tracht met dit amendement een evenwicht tussen deze twee doelstellingen tot stand te brengen.
Amendement 115
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Uiterlijk 31 december 2018 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening door de lidstaten. | 1. Uiterlijk [één jaar na de inwerkingtreding ervan] dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening door de lidstaten. |
Or. en
Amendement 116
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De lidstaten verstrekken de Commissie en [het Asielagentschap van de Europese Unie] de informatie die zij nodig heeft voor het opstellen van haar verslag voor het doeleinde van lid 1, naast de informatie die [het Asielagentschap van de Europese Unie] wordt verstrekt over het aantal onderdanen van derde landen en staatloze personen dat daadwerkelijk wekelijks wordt hervestigd overeenkomstig artikel 22, lid 3, van [Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Dublinverordening)]. | 2. De lidstaten verstrekken de Commissie en [het Asielagentschap van de Europese Unie] de informatie die zij nodig heeft voor het opstellen van haar verslag voor het doeleinde van lid 1, naast de informatie die [het Asielagentschap van de Europese Unie] wordt verstrekt over het aantal onderdanen van derde landen en staatloze personen dat daadwerkelijk wordt hervestigd overeenkomstig artikel 22, lid 3, van [Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Dublinverordening)]. |
Or. en
TOELICHTING
Dagelijks worden 34 000 mannen, vrouwen en kinderen gedwongen hun huis te verlaten als gevolg van conflicten, vervolging, geweld en schendingen van de mensenrechten. Dit aantal neemt elk jaar gestaag toe en op dit moment zijn meer dan 65 miljoen mensen op de vlucht voor hun leven, in een verhouding van twee intern ontheemden per vluchteling. Alleen al in 2015 zijn naar schatting 12,4 miljoen mensen ontheemd geraakt. Gezien de almaar stijgende aantallen en de aanhoudende conflicten en gewelddaden die hieraan ten grondslag liggen, moet er dringend werk worden gemaakt van meer doeltreffende, permanente oplossingen op mondiaal niveau.
Het Verdrag van Genève: een internationaal rechtsinstrument in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog
Na de Tweede Wereldoorlog constateerden veel landen dat het absoluut noodzakelijk was om nieuwe internationale rechtsinstrumenten tot stand te brengen en te bevorderen. Een van de doelen was de invoering van een internationaal instrument om een toevluchtsoord te kunnen bieden aan mensen die bescherming nodig hebben. In het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen heeft de internationale gemeenschap bindende regels van internationaal humanitair recht vastgelegd die bepalen wie in welke omstandigheden als vluchteling moet worden behandeld en hoe voor vluchtelingen moet worden gezorgd. Alle EU-lidstaten hebben dit Verdrag ondertekend. Hoewel de Europese Unie als zodanig geen partij is bij het Verdrag, is bij artikel 63, lid 1, van het EG-Verdrag uitdrukkelijk bepaald dat het gemeenschappelijk asielbeleid moet worden opgesteld in overeenstemming met het Verdrag van 1951 en het Protocol van 1967.
Het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen werd opgericht in 1950, in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog, om de miljoenen mensen te helpen die waren gevlucht of hun huis waren kwijtgeraakt. De UNHCR dient als de "hoeder" van het Verdrag van 1951 en het bijbehorende Protocol van 1967. De UNHCR is een centrale, mondiale speler die steun verleent aan landen die vluchtelingen opvangen en staten bijstaat bij de ontwikkeling van beleidsrespons. Teneinde de activiteit van de Europese Unie op het gebied van bescherming en hervestiging van vluchtelingen te versterken, is het van cruciaal belang voort te bouwen op de werkzaamheden van de UNHCR.
Hervestiging: een veilige en legale mogelijkheid om toegang te krijgen tot internationale bescherming
Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, dat momenteel wordt herzien, gaat in op verschillende aspecten, zoals een betere verdeling van de verantwoordelijkheid voor de opvang van vluchtelingen, opvangvoorzieningen, gemeenschappelijke procedures en regels inzake erkenning. Er is echter sprake van een leemte wat betreft de behoefte aan veilige en legale mogelijkheden om de EU binnen te komen.
Het Europees Parlement heeft de afgelopen jaren in talrijke resoluties verzocht om meer en doeltreffendere veilige en legale routes naar de EU, evenals de Europese Commissie, de Commissaris voor de Mensenrechten van de Raad van Europa, de Hoge Commissaris van de VN voor de vluchtelingen, de speciale rapporteur van de VN voor de mensenrechten van migranten, de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten en vele actoren van het maatschappelijk middenveld. Tijdens een VN-top over vluchtelingen en migranten en een door president Obama bijeengeroepen vluchtelingentop in september 2016 werd tevens verzocht om veilige en legale mogelijkheden, met inbegrip van hervestiging.
Hervestiging vertoont weliswaar enkele overeenkomsten met migratietrajecten, maar is niet hetzelfde. Hervestiging moet derhalve worden erkend als een aanvulling op – en geen vervanging van – andere legale mogelijkheden om toegang te krijgen tot internationale bescherming, waaronder humanitaire visa, verruimde gezinshereniging en programma's voor toelating op humanitaire gronden.
De UNHCR heeft op grond van zijn statuut en de resoluties van de Algemene Vergadering van de VN de opdracht over te gaan tot hervestiging als een van de drie duurzame oplossingen. De officiële definitie van "hervestiging" in het hervestigingshandboek van de UNHCR luidt:
Onder hervestiging wordt verstaan de selectie van vluchtelingen en hun overbrenging uit een staat waar zij bescherming hebben gezocht naar een derde staat dat akkoord gegaan is om deze personen – als vluchtelingen – met een permanente verblijfsstatus toe te laten. De toegekende status garandeert bescherming tegen refoulement en biedt een hervestigde vluchteling en zijn/haar gezin of familie toegang tot rechten die vergelijkbaar zijn met die van ingezetenen. Hervestiging houdt tevens de mogelijkheid in om uiteindelijk een genaturaliseerde burger van het land van hervestiging te worden.
Hervestiging is een instrument dat is ontworpen om vluchtelingen bescherming en een duurzame oplossing te bieden. In het licht hiervan zijn de Hoge Commissaris van de VN voor de vluchtelingen, de Internationale Organisatie voor Migratie, de Europese Raad voor vluchtelingen en ballingen, het International Rescue Committee, Caritas, het Rode Kruis, Amnesty International en vele andere belanghebbenden van mening dat het koppelen van hervestiging aan samenwerking op het gebied van migratievraagstukken met derde landen geen duurzame oplossing is. Deze aanpak wijkt af van het doel van hervestiging om de meest kwetsbare vluchtelingen te beschermen. De behoeften van de meest kwetsbare vluchtelingen moeten de leidraad blijven voor hervestiging. Het is opmerkenswaardig dat de UNHCR hervestiging reeds als laatste redmiddel beschouwt, wat erop neerkomt dat de mogelijkheid van hervestiging pas wordt bekeken wanneer de andere duurzame oplossingen al zijn onderzocht. Door de vaststelling van geografische prioriteiten op basis van samenwerking met derde landen op het gebied van migratie en het gebruik van hervestiging als hefboom om doelstellingen van het buitenlands beleid te verwezenlijken zou dus in feite afbreuk worden gedaan aan het humanitaire en op behoeften gebaseerde aspect van internationale bescherming. Het is tevens van essentieel belang dat het Uniekader wordt afgestemd op de UNHCR voor wat de in de hervestigingsprogramma's gebruikte toelatingscriteria betreft.
Een Uniekader dat een aanvulling vormt op internationale hervestigingsstructuren
Teneinde ervoor te zorgen dat het EU-kader een versterking vormt van de wereldwijde hervestigingsinspanningen en in overeenstemming is met het internationaal recht, moet bij de hervestiging de bescherming van de betrokken personen als uitgangspunt worden genomen. Een EU-kader voor hervestiging moet gebaseerd zijn op humanitaire behoeften, een bijdrage leveren aan het vervullen van de wereldwijde hervestigingsbehoeften en langdurige vluchtelingensituaties verlichten. Het kader moet derhalve worden afgestemd op reeds bestaande internationale hervestigingsstructuren om zo een aanvulling te vormen op de huidige inspanningen, de deelname van de EU-lidstaten aan hervestiging te bevorderen en, in het bijzonder, in de praktijk daadwerkelijk te functioneren. Dit zal worden gerealiseerd op de volgende manieren:
o De rol van de UNHCR als de voornaamste instelling die hervestigingsgevallen naar de lidstaten doorverwijst wordt nogmaals benadrukt (artikel 10). Dit betekent niet dat de lidstaten of andere relevante organisaties geen gevallen kunnen doorverwijzen, maar geeft alleen aan hoe hervestiging momenteel in de praktijk werkt. Er worden wel waarborgen ingevoerd en overlappingen van procedures of structuren worden vermeden.
o De geografische prioriteiten (artikelen 4 en 7) moeten gebaseerd zijn op de jaarlijkse UNHCR-publicatie van de prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften. Deze publicatie bevat een zeer grondige evaluatie op mondiaal niveau van de gebieden waar de hervestigingsbehoeften het dringendst zijn en dient daarom in ieder opzicht richting te geven aan het Uniekader voor hervestiging.
o De rol van het comité op hoog niveau inzake hervestiging moet beter worden afgestemd op de bestaande structuren. Na het jaarlijkse driepartijenoverleg inzake hervestiging (ATRC) komt het comité op hoog niveau inzake hervestiging bijeen om de belangrijkste onderdelen van het hervestigingsplan en van de verschillende hervestigingsregelingen vast te stellen. De samenstelling van het comité op hoog niveau is uitgebreid om voor meer transparantie en kwaliteit te zorgen.
Een Uniekader dat de aantallen doet toenemen
Europa is goed voor 23,8 % van het mondiale bbp (OESO, 2014), maar de EU-lidstaten vangen slechts circa 8 % van de vluchtelingen in de wereld op. Hierdoor wordt een onevenredige last gelegd op ontwikkelingslanden, die de overgrote meerderheid opvangen. In 2015 hebben 22 Europese landen 13 040 personen hervestigd (9 629 in 17 EU-lidstaten), en de bijdrage van Europa aan de opvang van hervestigde personen was de afgelopen vijf jaar gemiddeld circa 10 % van het wereldtotaal. Daarentegen hebben de Verenigde Staten in datzelfde jaar 69 933 vluchtelingen hervestigd.
De EU-lidstaten hebben blijk gegeven van een gebrek aan bereidheid om adequate, legale en veilige mogelijkheden te creëren om de regio binnen te komen. Dit laat vluchtelingen dus geen andere keuze dan zich te wenden tot mensensmokkelaars en gevaarlijke irreguliere reizen te ondernemen. Teneinde de noodzaak van dit soort reizen te beperken, het aantal slachtoffers terug te brengen en de afhankelijkheid van mensensmokkelaars te verminderen, is het van essentieel belang dat het aantal aangeboden plaatsen geloofwaardig en aanzienlijk is. Het Uniekader voor hervestiging moet erop gericht zijn om in ten minste 25 % van de jaarlijkse prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften te voorzien. In 2017 zou dit neerkomen op circa 250 000 personen.
Een Uniekader dat nationale programma's ondersteuning biedt
De EU-lidstaten die beschikken over lopende en succesvolle hervestigingsprogramma's moeten worden aangemoedigd deze programma's voort te zetten en uit te breiden, hun ervaringen te delen en middelen te bundelen. De EU-lidstaten die onlangs hun eerste hervestigingsprogramma's hebben opgestart, moeten alle nodige ondersteuning krijgen om ervoor te zorgen dat hun eerste ervaring bevredigend en positief is. De EU-lidstaten die weinig of geen ervaring met hervestiging hebben, moeten kunnen terugvallen op een robuuste structuur met behulp waarvan zij een begin kunnen maken, met inbegrip van een uitwisseling van beste praktijken met andere lidstaten en operationele en technische ondersteuning van onder meer [het Asielagentschap van de Europese Unie]. Indien het Uniekader voor hervestiging ook gemeenschappelijke procedures, toelatingscriteria of uitsluitingsgronden met zich meebrengt voor de nationale programma's, ontstaat het gevaar dat nationale inspanningen op het gebied van hervestiging worden ontmoedigd.
Tegelijkertijd is het duidelijk dat de lidstaten moeten worden gestimuleerd om deel te nemen aan het Uniekader voor hervestiging. Teneinde een evenwicht tussen deze twee doelstellingen tot stand te brengen, wordt voorgesteld dat de lidstaten de 6 000 EUR per hervestigde persoon uit hoofde van het AMIF blijven ontvangen, en het verhoogde bedrag van 10 000 EUR blijven ontvangen per persoon die in het kader van het Uniekader wordt hervestigd.
Een Uniekader dat een duurzame oplossing biedt
Aan de basis van hervestiging als duurzame oplossing ligt de verwachting dat ontvangende staten zorgen voor een permanent verblijf voor hervestigde personen. Een verblijf van een of drie jaar kan op geen enkele manier als een duurzame oplossing worden beschouwd. Het is daarom van essentieel belang dat lidstaten verblijfstitels kunnen afgeven die gunstiger zijn dan die welke in [de verordening inzake asielnormen] worden voorgesteld. Op dit punt wordt voorgesteld dat de lidstaten permanente verblijfstitels of verblijfstitels van onbeperkte duur kunnen afgeven onder gunstiger voorwaarden dan die welke in artikel 13 van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad als gewijzigd bij Richtlijn 2011/51/EU [de richtlijn betreffende langdurig ingezetenen] zijn vermeld.
A Common European Asylum System must have several safe and legal pathways
Our common asylum system cannot continue to exclusively focus on making it as hard as possible for people fleeing to reach the territory of the European Union. Safe and legal pathways, together with good reception and integration structures, is absolutely vital for a functioning European asylum system. The right to asylum and international law must be respected. It is not a choice that Member States can opt-out of. A robust Union Resettlement Framework that ensures added quality and quantity to already existing European resettlement efforts is one fundamental part of such a system – but must be coupled with other legal pathways as well. The European Union must step up our common efforts and prove that our continent and our Union can take our fair share of the global responsibility.