Commissie visserij
8.5.2012
***I
ONTWERPVERSLAG
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een meerjarenplan voor het Baltische zalmbestand en de visserijtakken die dat bestand exploiteren
( COM(2011)0470 – C7‑0220/2011 – 2011/0206(COD) )
Commissie visserij
Rapporteur: Marek Józef Gróbarczyk
PR_COD_1amCom
Verklaring van de gebruikte tekens |
* Raadplegingsprocedure *** Goedkeuringsprocedure ***I Gewone wetgevingsprocedure (eerste lezing) ***II Gewone wetgevingsprocedure (tweede lezing) ***III Gewone wetgevingsprocedure (derde lezing)
(De aangeduide procedure is gebaseerd op de in de ontwerptekst voorgestelde rechtsgrond.)
|
Amendementen op een ontwerptekst |
Door het Parlement aangebrachte wijzigingen op de ontwerptekst worden in vet cursief aangegeven. De markering in mager cursief is een aanwijzing voor de technische diensten en betreft passages in de ontwerptekst waarvoor een correctie wordt voorgesteld met het oog op de uiteindelijke tekst (bijvoorbeeld aperte fouten of weglatingen in een taalversie). Dergelijke correcties moeten worden goedgekeurd door de betrokken technische diensten.
In de koptekst van een amendement op een bestaande tekst, waarvoor in de ontwerptekst wijzigingen worden voorgesteld, wordt op respectievelijk de derde en vierde regel verwezen naar de bestaande tekst en naar de bepaling in kwestie. Tekstdelen die worden overgenomen uit een bepaling van een bestaande tekst die in de ontwerptekst niet is gewijzigd, maar door het Parlement wordt geamendeerd, worden in vet gemarkeerd. Een eventuele schrapping van dergelijke tekstdelen wordt als volgt aangegeven: [...].
|
INHOUD
Blz.
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT.....................5
TOELICHTING........................................................................................................................18
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een meerjarenplan voor het Baltische zalmbestand en de visserijtakken die dat bestand exploiteren
( COM(2011)0470 – C7‑0220/2011 – 2011/0206(COD) )
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad ( COM(2011)0470 ),
– gezien artikel 294, lid 2, en artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7‑0220/2011),
– gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 18 januari 2012[1],
– gezien artikel 55 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie visserij en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid ( A7‑0000/2012 ),
1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de nationale parlementen.
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(6) In het uitvoeringsplan dat tijdens de Wereldtop over duurzame ontwikkeling in Johannesburg in 2002 is overeengekomen, is bepaald dat alle commerciële bestanden hersteld moeten worden tot een dusdanig niveau dat zij tegen 2015 een maximale duurzame opbrengst kunnen opleveren. ICES is van mening dat dit niveau voor de rivierbestanden Baltische zalm overeenkomt met een productie van smolt (jonge zalm die voor het eerst naar zee trekt) van tussen de 60% en 75% van de potentiële productiecapaciteit van smolt van de verschillende wildezalmrivieren. Dat wetenschappelijk advies moet de basis vormen voor de vaststelling van doelstellingen en streefcijfers in het meerjarenplan. | (6) In het uitvoeringsplan dat tijdens de Wereldtop over duurzame ontwikkeling in Johannesburg in 2002 is overeengekomen, is bepaald dat alle commerciële bestanden hersteld moeten worden tot een dusdanig niveau dat zij tegen 2015 een maximale duurzame opbrengst kunnen opleveren. Helcom is van mening dat dit niveau voor de rivierbestanden Baltische zalm overeenkomt met een productie van smolt (jonge zalm die voor het eerst naar zee trekt) van 80% van de potentiële productiecapaciteit van smolt van de verschillende wildezalmrivieren. Dat wetenschappelijk advies moet de basis vormen voor de vaststelling van doelstellingen en streefcijfers in het meerjarenplan. |
Or. pl
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(12) Volgens wetenschappelijk advies kan het aangroeigericht uitzetten van zalmen aanmerkelijke gevolgen hebben voor de genetische diversiteit van de Baltische zalmbestanden en bestaat er een risico dat het grote aantal gekweekte vissen dat elk jaar in de Oostzee wordt vrijgelaten, de genetische integriteit van de wilde zalm beïnvloedt, en zou het uitzetten moeten worden uitgefaseerd. Daarom moeten de voorwaarden voor het vrijlaten van zalm in dit meerjarenplan worden vastgesteld. | (12) Volgens wetenschappelijk advies kan het aangroeigericht uitzetten van zalmen aanmerkelijke gevolgen hebben voor de genetische diversiteit van de Baltische zalmbestanden en bestaat er een risico dat het grote aantal gekweekte vissen dat elk jaar in de Oostzee wordt vrijgelaten, de genetische integriteit van de wilde zalm beïnvloedt, en zou het uitzetten meer moeten worden gecontroleerd. Daarom moeten de voorwaarden voor het vrijlaten van zalm in dit meerjarenplan worden vastgesteld. |
Or. pl
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(14) Aangezien het vrijlaten van zalm op dit moment in bepaalde lidstaten echter verplicht kan zijn, en om de lidstaten de tijd te geven zich aan deze eisen aan te passen, moeten andere vormen van vrijlaten van zalm dan aangroeigerichte uitzet en heraangroeigerichte uitzet gedurende een overgangsperiode van zeven jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening worden toegestaan. | (14) Na tien jaar moeten andere vormen van vrijlaten van zalm dan aangroeigerichte uitzet en heraangroeigerichte uitzet worden verboden wanneer de productie van smolt in een bepaalde rivier 80% bedraagt van de potentiële productiecapaciteit van smolt in die rivier. Op dit moment kan het vrijlaten van zalm in bepaalde lidstaten verplicht zijn, en dus moeten de lidstaten de tijd krijgen om zich aan de nieuwe eisen aan te passen. |
Or. pl
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(16) Een aanzienlijk deel van de kustvaartuigen die op zalm vissen is minder dan 10 m lang. Om die reden moet het gebruik van een visserijlogboek zoals vereist op grond van artikel 14 en de verplichting tot voorafgaande kennisgeving zoals vereist op grond van artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1224/2009, voor alle vissersvaartuigen gaan gelden. | (16) De verplichting tot het gebruik van een visserijlogboek op grond van artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 en tot voorafgaande kennisgeving op grond van artikel 17 van diezelfde verordening moet voor alle vissersvaartuigen met een lengte van meer dan 12 meter gaan gelden. |
Or. pl
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(17) Om ervoor te zorgen dat de zalmvangst niet verkeerd wordt aangegeven als zeeforel en dus aan echte controle ontsnapt, moet de verplichting om voorafgaande kennisgevingen overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 in te dienen ook gaan gelden voor alle vaartuigen die zeeforel aan boord hebben. | (17) Om ervoor te zorgen dat de zalmvangst niet verkeerd wordt aangegeven als zeeforel en dus aan echte controle ontsnapt, moet de verplichting om voorafgaande kennisgevingen overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 in te dienen gelden voor alle vaartuigen met een lengte van meer dan 12 meter die zeeforel aan boord hebben. |
Or. pl
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
a) de commerciële visserij in de Oostzee en op met de Oostzee in verbinding staande rivieren op het grondgebied van lidstaten (hierna “de betrokken lidstaten” genoemd); | a) de commerciële visserij en de recreatievisserij in de Oostzee en op met de Oostzee in verbinding staande rivieren op het grondgebied van lidstaten (hierna “de betrokken lidstaten” genoemd); |
Or. pl
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
b) recreatievisserij op zalm in de Oostzee, wanneer die visserij door dienstvaartuigen plaatsvindt. | Schrappen |
Or. pl
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2 – letter h bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (h bis) "recreatievisserij": niet-industriële visserijactiviteiten waarbij gebruik wordt gemaakt van verschillende soorten eenheden en vistuig, al dan niet met winstoogmerk; |
Or. pl
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Wildezalmrivieren die 50% van de potentiële capaciteit voor de productie van smolt hebben bereikt tegen de tijd dat deze verordening in werking treedt, moeten binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening elk een wildesmoltproductie van 75% van de potentiële capaciteit voor de productie van smolt hebben bereikt. | 1. Wildezalmrivieren die 50% van de potentiële capaciteit voor de productie van smolt hebben bereikt tegen de tijd dat deze verordening in werking treedt, moeten binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening elk een wildesmoltproductie van 80% van de potentiële capaciteit voor de productie van smolt hebben bereikt. |
Or. pl
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Wildezalmrivieren die nog geen 50% van de potentiële capaciteit voor de productie van smolt hebben bereikt tegen de tijd dat de onderhavige verordening in werking treedt, moeten binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening elk een productie van wilde smolt van 50% en binnen tien jaar van 75% van de potentiële capaciteit voor de productie van smolt hebben bereikt. | 2. Wildezalmrivieren die nog geen 50% van de potentiële capaciteit voor de productie van smolt hebben bereikt tegen de tijd dat de onderhavige verordening in werking treedt, moeten binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening elk een productie van wilde smolt van 50% en binnen tien jaar van 80% van de potentiële capaciteit voor de productie van smolt hebben bereikt. |
Or. pl
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Met ingang van het elfde jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening moet de productie van wilde smolt in elke wildezalmrivier op een niveau van ten minste 75% van de potentiële productie van smolt worden gehandhaafd. | 3. Met ingang van het elfde jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening moet de productie van wilde smolt in elke wildezalmrivier op een niveau van ten minste 80% van de potentiële productie van smolt worden gehandhaafd. |
Or. pl
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. De Commissie beoordeelt om de drie jaar op basis van de in de artikelen 4 en 5 vastgestelde doelstellingen en streefcijfers de verenigbaarheid en de doeltreffendheid van de op grond van het onderhavige artikel door de lidstaten genomen maatregelen.
| 4. De Commissie beoordeelt jaarlijks op basis van de in de artikelen 4 en 5 vastgestelde doelstellingen en streefcijfers de verenigbaarheid en de doeltreffendheid van de op grond van het onderhavige artikel door de lidstaten genomen maatregelen.
|
Or. pl
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Gebruik van de nationale quota door dienstvaartuigen | Gebruik van de nationale quota in het kader van de recreatievisserij |
Or. pl
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Artikel 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Op zee vanaf dienstvaartuigen gevangen zalm wordt in mindering gebracht op het nationale quotum. | In het kader van recreatievisserij gevangen zalm wordt in mindering gebracht op het nationale quotum. |
Or. pl
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Voor wildezalmrivieren die bij de inwerkingtreding van de onderhavige verordening nog geen 50% van de potentiële capaciteit voor de productie van smolt hebben bereikt, moeten de betrokken lidstaten uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening nationale technische instandhoudingsmaatregelen vaststellen.
| 1. Voor wildezalmrivieren die bij de inwerkingtreding van de onderhavige verordening nog geen 50% van de potentiële capaciteit voor de productie van smolt hebben bereikt, moeten de betrokken lidstaten uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening nationale technische instandhoudingsmaatregelen vaststellen.
|
Or. pl
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De Commissie beoordeelt om de drie jaar op basis van de in de artikelen 4 en 5 vastgestelde doelstellingen en streefcijfers de verenigbaarheid en de doeltreffendheid van de op grond van de artikelen 9 en 10 door de lidstaten genomen maatregelen, met name in die gevallen waarin wildezalmrivieren door verschillende lidstaten lopen.
| 1. De Commissie beoordeelt jaarlijks op basis van de in de artikelen 4 en 5 vastgestelde doelstellingen en streefcijfers de verenigbaarheid en de doeltreffendheid van de op grond van de artikelen 9 en 10 door de lidstaten genomen maatregelen, met name in die gevallen waarin wildezalmrivieren door verschillende lidstaten lopen.
|
Or. pl
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Artikel 14
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Het vrijlaten van zalm, anders dan overeenkomstig de artikelen 12 en 13, mag worden voortgezet tot en met 7 jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening. | Het vrijlaten van zalm, anders dan overeenkomstig de artikelen 12 en 13, mag worden voortgezet tot en met 7 jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening. Na tien jaar moet het vrijlaten van zalm in andere dan de in artikel 12 en 13 bedoelde vormen worden verboden wanneer de productie van smolt in een bepaalde rivier 80% bedraagt van de potentiële productiecapaciteit van smolt in die rivier. |
Or. pl
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Artikel 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
In afwijking van artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 moeten kapiteins van EU-vissersvaartuigen, ongeacht de lengte van die vaartuigen, die over een visvergunning voor zalm beschikken, een logboek bijhouden van hun activiteiten overeenkomstig de in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 vastgestelde regels. | In afwijking van artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 moeten kapiteins van vissers- en dienstvaartuigen van de EU met een totale lengte van meer dan 12 meter die over een visvergunning voor zalm beschikken, een logboek bijhouden van hun activiteiten overeenkomstig de in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 vastgestelde regels. |
Or. pl
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Artikel 17
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
In afwijking van de inleidende zin van artikel 17, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 stellen kapiteins van EU-vissersvaartuigen, ongeacht de lengte van die vaartuigen, die zalm en/of zeeforel aan boord hebben, de bevoegde autoriteiten van hun vlaggenlidstaat onmiddellijk na de visserijactiviteit in kennis van de in artikel 17, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 bedoelde informatie. | In afwijking van de inleidende zin van artikel 17, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 stellen kapiteins van vissers- en dienstvaartuigen van de EU met een totale lengte van meer dan 12 meter die zalm en/of zeeforel aan boord hebben, de bevoegde autoriteiten van hun vlaggenlidstaat onmiddellijk na de visserijactiviteit in kennis van de in artikel 17, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 bedoelde informatie. |
Or. pl
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Artikel 20
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De betrokken lidstaten verifiëren de juistheid van de informatie die in de vangstaangiften is geregistreerd, door middel van inspecties van de aanlandingen. Bij dergelijke inspecties van de aanlandingen moet ten minste 10% van het totale aantal aanlandingen worden geïnspecteerd. | De betrokken lidstaten verifiëren de juistheid van de informatie die in de vangstaangiften is geregistreerd, door middel van inspecties van de aanlandingen. Bij dergelijke inspecties van de aanlandingen moet ten minste 50% van het totale aantal aanlandingen worden geïnspecteerd. |
Or. pl
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Artikel 20 bis |
| Controle op de recreatievisserij |
| De controle op de recreatievisserij in het kader van deze verordening steunt in het bijzonder op artikel 55 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 en op artikel 64 en 65 van Verordening (EU) nr. 404/2011. |
Or. pl
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Artikel 22 bis
|
| Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening bezorgt de Commissie aan het Parlement en de Raad de resultaten van een wetenschappelijk onderzoek naar de invloed van roofdieren, in het bijzonder zeehonden en aalscholvers, op het Baltische zalmbestand. Deze resultaten dienen als basis voor een beheersplan van de Commissie met betrekking tot roofdierenpopulaties die de Baltische zalmbestanden beïnvloeden. Dit plan treedt uiterlijk in 2016 in werking. |
Or. pl
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De betrokken lidstaten rapporteren in het derde jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening en vervolgens om de drie jaar aan de Commissie over de overeenkomstig hoofdstuk V vastgestelde technische instandhoudingsmaatregelen en over de verwezenlijking van de in artikel 5 vastgestelde doelstellingen.
| 1. Een jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening en vervolgens ieder jaar rapporteren de betrokken lidstaten aan de Commissie over de overeenkomstig hoofdstuk V vastgestelde technische instandhoudingsmaatregelen en over de verwezenlijking van de in artikel 5 vastgestelde doelstellingen.
|
Or. pl
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 2 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De betrokken lidstaten rapporteren in het zesde jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening en vervolgens om de zes jaar aan de Commissie over de tenuitvoerlegging van de onderhavige verordening en over de verwezenlijking van de in lid 5 vastgestelde doelstellingen. De rapportage van de lidstaten bevat met name de volgende informatie:
| 2. De betrokken lidstaten rapporteren in het derde jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening en vervolgens om de drie jaar aan de Commissie over de tenuitvoerlegging van de onderhavige verordening en over de verwezenlijking van de in lid 5 vastgestelde doelstellingen. De rapportage van de lidstaten bevat met name de volgende informatie:
|
Or. pl
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Artikel 24
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
In het jaar na dat waarin de Commissie rapporten van de lidstaten ontvangt, evalueert zij op basis van de in artikel 23 bedoelde rapportage door de lidstaten en op basis van wetenschappelijk advies het effect van de beheersmaatregelen op het Baltische zalmbestand en op de visserijtakken die dat bestand bevissen. | In het jaar na dat waarin de Commissie rapporten van de lidstaten ontvangt, evalueert zij op basis van de in artikel 23 bedoelde rapportage door de lidstaten en op basis van wetenschappelijk advies het effect van de beheersmaatregelen op het Baltische zalmbestand en op de visserijtakken die dat bestand bevissen. De Commissie herziet het verbod op het gebruik van drijfnetten in de zalmvisserij in het licht van hun impact op het Baltische zalmbestand. |
Or. pl
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Artikel 27
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Wanneer een betrokken lidstaat de in de artikelen 6 of 11 bedoelde maatregelen op de vastgestelde uiterste datum niet heeft vastgesteld of bekendgemaakt, of wanneer die maatregelen inadequaat en/of ondoeltreffend worden bevonden naar aanleiding van een in artikel 6, lid 4, of artikel 11, lid 1, bedoelde beoordeling, wordt de in de artikelen 6 of 11 bedoelde bevoegdheid van de betrokken lidstaat door de Commissie ingetrokken. Het besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheden die in het besluit worden vermeld. Het besluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een latere datum die in het besluit wordt vermeld. | Wanneer een betrokken lidstaat de in de artikelen 6 of 11 bedoelde maatregelen op de vastgestelde uiterste datum niet heeft vastgesteld of bekendgemaakt, of wanneer die maatregelen inadequaat en/of ondoeltreffend worden bevonden naar aanleiding van een in artikel 6, lid 4, of artikel 11, lid 1, bedoelde beoordeling, wordt de in de artikelen 6 of 11 bedoelde bevoegdheid van de betrokken lidstaat door de Commissie ingetrokken. De intrekking van deze bevoegdheid gebeurt in overeenstemming met de in artikel 258 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgestelde procedure. |
Or. pl
TOELICHTING
In het kader van de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid wordt gestreefd naar een beter beheer van de mariene bestanden. Het meerjarenplan voor het behoud van de Baltische zalm speelt in dit verband een zeer belangrijke rol. Om de impact van dit verslag op het niveau van het zalmbestand in het Oostzeegebied te kunnen inschatten, vond een uitvoerige raadpleging van alle belanghebbenden plaats: beroepsvissers, sportvissers, niet-gouvernementele organisaties, adviesorganen zoals de Regionale Adviesraad voor de Oostzee en de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES), vertegenwoordigers van de regeringen en de lokale overheden van de betrokken lidstaten, het Comité van de Regio's, enz. De Commissie kreeg heel wat vragen, vooral in verband met controversiële kwesties als de recreatievisserij en de toewijzing van visserijquota in de lidstaten. Uit deze contacten kwam een manifest gebrek aan essentiële gegevens naar voren, wat de opstelling van dit verslag er niet eenvoudiger op maakte.
Recreatievisserij
De recreatievisserij is een van de activiteiten die een grote impact hebben op het niveau van het Baltische zalmbestand. Toch wordt deze impact vaak verkeerd ingeschat, enerzijds omdat adequate controles ontbreken, anderzijds omdat de lidstaten niet altijd voldoen aan hun plicht om informatie te verstrekken. Dat heeft geleid tot een ongecontroleerde ontwikkeling van de recreatievisserij, waarbij vissers specifieke termen zoals "dienstvaartuigen" aan hun eenheden geven om aan controles te ontsnappen. Het aantal niet-aangemelde vangsten van Baltische zalm is op die manier gestegen. Voorts maken sommige recreatievaartuigen gebruik van gesofisticeerd vistuig zoals drijfnetten, en versperren ze de doorgang van zalmen in de rivieren met staande netten van maar liefst 100 meter lang. Dit staat volledig haaks op het concept recreatievisserij, dat eigenlijk moet bijdragen aan de bevordering van een duurzame visserijcultuur, en daarmee ook aan de toeristische aantrekkingskracht van de regio's die van de visserijsector afhankelijk zijn. Kleinschalige visserij kan een cruciale rol spelen bij de bevordering van allerlei vormen van duurzame en verantwoorde visserij, onder meer door in te zetten op een recreatieve zalmvisserij die steunt op duidelijke en transparante controles.
Op dit moment is er sprake van een manifest gebrek aan gegevens en dus aan wetenschappelijk materiaal over de mate waarin aan recreatievisserij wordt gedaan, alsook over haar invloed op de Baltische zalmbestanden van ieder land. Met dit verslag wil de rapporteur duidelijke regels voorstellen om tot komen tot eenduidige beginselen voor het beheer van en de controle op de recreatievisserij. Hij meent dat een degelijk uitgeoefende recreatievisserij in aanzienlijke mate zou bijdragen aan de ontwikkeling van alternatieve vormen van visserij, en daarmee aan een duurzame groei in de regio's die van de visserijsector afhankelijk zijn.
Advies van de Regionale Adviesraad voor de Oostzee
Zoals de praktijk het wil, dient de Commissie bij de planning van het beheer van de visbestanden in de wateren van de Europese Unie rekening te houden met de standpunten van de regionale adviesraden. Daarom wijst de rapporteur op het advies van de Regionale Adviesraad voor de Oostzee, dat op een aantal belangrijke punten inzake het beheer van de Baltische zalmbestanden afwijkt van het beheersvoorstel van de Commissie. De belangrijkste verschillen houden verband met de streefcijfers voor de rivierbestanden wilde zalm, met de visserijsterftecoëfficiënt voor de mariene zalmbestanden, met de geleidelijke uitfasering van de uitzettingsvormen die buiten het toepassingsgebied van de verordening vallen, en met de verplichtingen betreffende het bijhouden van een visserijlogboek en de voorafgaande kennisgeving. De bovengenoemde kwesties raken aan de basis van het beheersplan voor de Baltische zalmbestanden, en dus wenst de rapporteur te onderstrepen dat de verschillende standpunten van de Regionale Adviesraad voor de Oostzee en de Commissie tot conflicten kunnen leiden. Binnen de betrokken sectoren zou het voorstel van de Commissie mogelijk op weinig steun kunnen rekenen. Dit toont eens te meer aan dat bij de uitwerking van de beheersplannen voor de visbestanden in de Europese Unie zoveel mogelijk belangengroepen moeten worden geraadpleegd om een compromis te bereiken dat het milieu en de duurzame ontwikkeling van de visserij ten goede komt.
De invloed van roofdieren op de Baltische zalmbestanden
Tijdens de opstelling van dit verslag werd getracht de invloed van roofdieren, met name zeehonden en aalscholvers, op de Baltische zalmbestanden in kaart te brengen. Uit de analyse van de ter zake gepubliceerde documenten blijkt dat er op dit gebied geen betrouwbare, op feiten gebaseerde studies bestaan. Tal van bronnen geven wel aan dat roofdieren een grote impact hebben op het voortplantingsniveau van de zalm, vooral op de hoeveelheid smolt in de rivieren. De rapporteur is van mening dat grondig wetenschappelijk onderzoek nodig is om een beeld te krijgen van de roofdieren die de Baltische zalm aanvallen: hoeveel zijn het er, om welke soorten gaat het en waaruit bestaat precies hun invloed?
Hoofdlijnen van het verslag
Voortplanting
De rapporteur is van mening dat het productieniveau van smolt moet worden vastgesteld op 80 procent van de potentiële productiecapaciteit van smolt in de verschillende wildezalmrivieren, overeenkomstig de aanbeveling van Helcom. Dit niveau vormt de basis voor de natuurlijke voortplanting en bevordert als dusdanig de aangroei van de Baltische zalmbestanden. Het voorstel om het uitzetten van zalm in andere dan de in de artikelen 12 en 13 van de verordening bedoelde vormen te beperken, kan in bepaalde situaties - met name wanneer relevante gegevens ontbreken en het niveau van de zalmbestanden terugvalt - nefaste gevolgen hebben en tot een verdere daling van deze bestanden leiden.
Toepassingsgebied van de verordening
De rapporteur is van mening dat het toepassingsgebied van de verordening zo moet worden vastgesteld dat ze alle vormen van recreatievisserij bestrijkt.
Controle op de vangsten
De rapporteur wil dat de controle op de vangsten wordt versterkt en stelt daarom voor minstens 50 procent van de in iedere lidstaat aangelande vangsten te inspecteren. Het verslag pleit in het bijzonder voor een scherpere controle op alle vormen van recreatievisserij en wil dat alle via deze weg verkregen vangsten worden aangemeld. Uit analyse van de controleverslagen van het Europees Bureau voor visserijcontrole ten aanzien van de Baltische staten blijkt dat het niveau van de controle momenteel te wensen overlaat, waardoor er mogelijk sprake is van een groot aantal niet-aangemelde vangsten. De rapporteur sluit zich aan bij het standpunt van de Regionale Adviesraad voor de Oostzee en stelt dat visserijvaartuigen met een lengte van minder dan 12 meter niet moeten worden verplicht om een logboek bij te houden en voorafgaande kennisgevingen in te dienen. In het licht van het bovenstaande moet meer aandacht worden besteed aan de aanmelding van vangsten en aan de controle in de havens, zodat de zalmbestanden zich kunnen herstellen.
Intrekking van de bevoegdheidsdelegatie aan de lidstaten door de Commissie
Het zij opgemerkt dat de Commissie in haar voorstel voor een verordening betreffende de Baltische zalmbestanden bevoegdheden delegeert aan de lidstaten met betrekking tot de regelgeving op een aantal gebieden waarvoor de Unie exclusief bevoegd is (behoud van de mariene biologische hulpbronnen). De Commissie ondersteunt op die manier een geregionaliseerd en gedecentraliseerd beheer van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Zij behoudt zich evenwel het recht voor tussen te komen wanneer een lidstaat niet aan zijn in de verordening neergelegde verplichtingen voldoet en dus niet naar behoren bijdraagt aan het herstel van de Baltische zalmbestanden. De gedelegeerde handelingen moeten worden gezien als een positieve stap in de richting van een eenvormig gemeenschappelijk visserijbeleid, die de Commissie in het kader van deze verordening in staat stelt betere controles uit te voeren en doeltreffender op te treden ten aanzien van de aan de betrokken lidstaten gedelegeerde bevoegdheden.
De rapporteur stelt wel dat de intrekking van de bevoegdheidsdelegatie aan de lidstaten door de Commissie in overeenstemming met de in artikel 258 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgestelde procedure moet gebeuren.