Commissie visserij

 

2012/0208(COD)

8.5.2013

***I

ONTWERPVERSLAG

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen

( COM(2012)0432 – C7‑0211/2012 – 2012/0208(COD) )

Commissie visserij

Rapporteur: Rareş-Lucian Niculescu

 

PR_COD_1amCom

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens

       *     Raadplegingsprocedure

   ***     Goedkeuringsprocedure

  ***I     Gewone wetgevingsprocedure (eerste lezing)

 ***II     Gewone wetgevingsprocedure (tweede lezing)

  ***III     Gewone wetgevingsprocedure (derde lezing)

 

(De aangeduide procedure is gebaseerd op de in de ontwerptekst voorgestelde rechtsgrond.)

 

 

 

 

 

Amendementen op een ontwerptekst

Door het Parlement aangebrachte wijzigingen op de ontwerptekst worden in vet cursief aangegeven. De markering in mager cursief is een aanwijzing voor de technische diensten en betreft passages in de ontwerptekst waarvoor een correctie wordt voorgesteld met het oog op de uiteindelijke tekst (bijvoorbeeld aperte fouten of weglatingen in een taalversie). Dergelijke correcties moeten worden goedgekeurd door de betrokken technische diensten.

 

In de koptekst van een amendement op een bestaande tekst, waarvoor in de ontwerptekst wijzigingen worden voorgesteld, wordt op respectievelijk de derde en vierde regel verwezen naar de bestaande tekst en naar de bepaling in kwestie. Tekstdelen die worden overgenomen uit een bepaling van een bestaande tekst die in de ontwerptekst niet is gewijzigd, maar door het Parlement wordt geamendeerd, worden in vet gemarkeerd. Een eventuele schrapping van dergelijke tekstdelen wordt als volgt aangegeven: [...].

 

 

 

 

INHOUD

Blz.

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT.....................5

TOELICHTING........................................................................................................................13

 

 

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen

( COM(2012)0432 – C7‑0211/2012 – 2012/0208(COD) )

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad ( COM(2012)0432 ),

–   gezien artikel 294, lid 2, en artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7‑0211/2012),

–   gezien de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 14 november 2012[1],

–   gezien zijn resolutie van 22 november 2012 over de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen[2],

–   gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie visserij ( A7‑0000/2013 ),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Om sommige bepalingen van Verordening (EG) nr. 850/98 te kunnen toepassen moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen:

(3) Om sommige bepalingen van deze verordening op doeltreffende wijze aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang te kunnen aanpassen, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen:

– met betrekking tot de onderverdeling van gebieden in geografische zones;

– met betrekking tot de onderverdeling van gebieden in geografische zones;

– met het oog op de wijziging van de voorwaarden voor het gebruik van bepaalde combinaties van maaswijdten;

– met het oog op de wijziging van de voorwaarden voor het gebruik van bepaalde combinaties van maaswijdten;

– met het oog op de vaststelling van nadere voorschriften voor het verkrijgen van het percentage doelsoorten dat door meer dan één vissersvaartuig wordt gevangen, teneinde te garanderen dat die percentages in acht worden genomen door alle vaartuigen die bij die visactie zijn betrokken;

– met het oog op de vaststelling van nadere voorschriften voor het verkrijgen van het percentage doelsoorten dat door meer dan één vissersvaartuig wordt gevangen, teneinde te garanderen dat die percentages in acht worden genomen door alle vaartuigen die bij die visactie zijn betrokken;

– met het oog op de vaststelling van regels betreffende de technische beschrijvingen en de methode voor het gebruik van toegestane voorzieningen die aan het visnet mogen worden bevestigd en de mazen van het net niet versperren en evenmin de afmetingen ervan verkleinen;

– met het oog op de vaststelling van regels betreffende de technische beschrijvingen en de methode voor het gebruik van toegestane voorzieningen die aan het visnet mogen worden bevestigd en de mazen van het net niet versperren en evenmin de afmetingen ervan verkleinen;

– met betrekking tot de voorwaarden waaronder aan vaartuigen van meer dan acht meter lengte over alles wordt toegestaan in bepaalde wateren van de Unie boomkorren te gebruiken;

– met betrekking tot de voorwaarden waaronder aan vaartuigen van meer dan acht meter lengte over alles wordt toegestaan in bepaalde wateren van de Unie boomkorren te gebruiken;

– met betrekking tot maatregelen waarmee met onmiddellijke ingang wordt gereageerd op een onverwacht kleine of onverwacht grote aanwas van jonge exemplaren, op veranderingen in de migratiepatronen of op enige andere verandering in de staat van instandhouding van de visbestanden.

– met betrekking tot maatregelen waarmee met onmiddellijke ingang wordt gereageerd op een onverwacht kleine of onverwacht grote aanwas van jonge exemplaren, op veranderingen in de migratiepatronen of op enige andere verandering in de staat van instandhouding van de visbestanden;

 

– met betrekking tot handelingen die bepalen welke vistuigen worden geacht een gelijkwaardige hoge selectiviteit te hebben voor de visserij op langoustine in ICES-deelgebied VI;

 

– met betrekking tot handelingen die bepaalde visserijtakken van een lidstaat in ICES-deelgebieden VIII, IX en X vrijstellen van de toepassing van sommige bepalingen betreffende kieuwnetten, warnetten en schakelnetten indien het niveau van bijvangst en teruggooi van haaien zeer laag is.

Or. en

Motivering

De bevoegdheidsdelegatie moet nader worden gepreciseerd.

 

Amendement 2

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 1

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 2 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De in lid 1 bedoelde gebieden kunnen worden onderverdeeld in geografische zones, met name aan de hand van de in lid 2 bedoelde definities. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 48 bis met betrekking tot de onderverdeling van gebieden in geografische zones gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de afbakening van geografische zones waar specifieke technische instandhoudingsmaatregelen van toepassing zijn.

3. De in lid 1 bedoelde gebieden kunnen worden onderverdeeld in geografische zones, met name aan de hand van de in lid 2 bedoelde definities. De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 48 bis met betrekking tot de onderverdeling van gebieden gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de afbakening van geografische zones waar specifieke technische instandhoudingsmaatregelen van toepassing zijn.".

Or. en

Motivering

Schrapping van overbodige tekst.

 

Amendement 3

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 7 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 29 quinquies – lid 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis) In artikel 29 ter wordt lid 7 vervangen door:

 

"7. In afwijking van lid 1 is de visserij op langoustine in het in dat lid genoemde gebied toegestaan op voorwaarde dat:

 

a) het gebruikte vistuig is uitgerust met een sorteerrooster overeenkomstig bijlage XIV bis, punten 2 tot en met 5, of met een paneel met vierkante mazen als omschreven in bijlage XIV quater, of een ander vistuig met een gelijkwaardige hoge selectiviteit is;

 

b) het vistuig is vervaardigd met een minimummaaswijdte van 80 mm;

 

c) de aan boord gehouden vangst in gewicht voor ten minste 30% uit langoustine bestaat.

 

Op basis van een gunstig advies van het WTECV stelt de Commissie gedelegeerde handelingen vast die bepalen welke vistuigen worden geacht een gelijkwaardige hoge selectiviteit te hebben voor de toepassing van punt a).

Or. en

Motivering

Het gaat hier niet om eenvormige voorwaarden ter uitvoering van de verordening als bedoeld in artikel 291, lid 2, VWEU. Het gaat eigenlijk om uitzonderingen, en dus wijzigingen in de zin van artikel 290 VWEU.

 

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 8

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 34 – lid 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De technische voorschriften voor het meten van het motorvermogen en de afmetingen van het vistuig worden vastgesteld door middel van uitvoeringshandelingen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 48, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

6. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot vaststelling van technische voorschriften voor het meten van de afmetingen van het vistuig. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 48, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Or. en

Motivering

De artikelen 39, 40 en 41 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, voorzien reeds in een kader voor het toezicht op en de certificering en verificatie van het motorvermogen van vissersvaartuigen.

 

Amendement   5

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 8 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 34 ter – lid 11

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis) Artikel 34 ter, lid 11, komt als volgt te luiden:

 

"11. Na overleg met het WTECV is de Commissie bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen om bepaalde visserijtakken van een lidstaat in ICES-deelgebieden VIII, IX en X, van de toepassing van de leden 1 tot en met 9 vrij te stellen op voorwaarde dat uit de door de lidstaten verstrekte gegevens blijkt dat het niveau van bijvangst en teruggooi van haaien zeer laag is.

Or. en

Motivering

Het gaat hier niet om eenvormige voorwaarden ter uitvoering van de verordening als bedoeld in artikel 291, lid 2, VWEU. Het gaat eigenlijk om uitzonderingen, en dus wijzigingen in de zin van artikel 290 VWEU.

 

Amendement 6

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 11

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 48 bis (nieuw) – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De bevoegdheid tot vaststelling van de in artikel 2, lid 3, artikel 4, lid 4, onder c), artikel 4, lid 5, onder b), artikel 16, lid 2, artikel 29, lid 6, en artikel 45, lid 1, bedoelde gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend voor onbepaalde tijd.

2. De bevoegdheid om de in artikel 2, lid 3, artikel 4, lid 4, onder c), artikel 4, lid 5, onder b), artikel 16, lid 2, artikel 29, lid 6, artikel 29 quinquies, lid 7, artikel 34 ter, lid 11, en artikel 45, lid 1, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van drie jaar met ingang van ...*. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van drie jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

 

______________

 

* PB: gelieve de datum van de inwerkingtreding van deze verordening in te vullen.

Or. en

Motivering

Het lijkt beter om de delegatie te beperken in de tijd en de Commissie te verplichten verslag over de uitoefening ervan uit te brengen, met het oog op een periodieke evaluatie van de delegatie en een periodiek onderzoek van de doeleinden waarvoor zij wordt gebruikt.

 

Amendement 7

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 11

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 48 bis (nieuw) – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De in artikel 2, lid 3, artikel 4, lid 4, onder c), artikel 4, lid 5, onder b), artikel 16, lid 2, artikel 29, lid 6, en artikel 45, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheden die in het besluit worden vermeld. Het besluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een latere datum die daarin wordt vermeld. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

3. De in artikel 2, lid 3, artikel 4, lid 4, onder c), artikel 4, lid 5, onder b), artikel 16, lid 2, artikel 29, lid 6, artikel 29 quinquies, lid 7, artikel 34 ter, lid 11, en artikel 45, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheden die in het besluit worden vermeld. Het besluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een latere datum die daarin wordt vermeld. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

Or. en

 

Amendement 8

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 11

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 48 bis (nieuw) – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Een krachtens artikel 2, lid 3, artikel 4, lid 4, onder c), artikel 4, lid 5, onder b), artikel 16, lid 2, artikel 29, lid 6, en artikel 45, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt pas in werking als noch het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de datum van kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt tegen de gedelegeerde handeling, of als zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie vóór het verstrijken van deze termijn heeft meegedeeld geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

5. Een krachtens artikel 2, lid 3, artikel 4, lid 4, onder c), artikel 4, lid 5, onder b), artikel 16, lid 2, artikel 29, lid 6, artikel 29 quinquies, lid 7, artikel 34 ter, lid 11, en artikel 45, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt pas in werking als noch het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de datum van kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt tegen de gedelegeerde handeling, of als zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie vóór het verstrijken van deze termijn heeft meegedeeld geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Or. en

 

 

TOELICHTING

 

De algemene context

 

Met het Verdrag van Lissabon is een nieuwe hiërarchie van normen ingevoerd, met drie niveaus. Op het eerste niveau zijn er de wetgevingshandelingen, die door de wetgever worden vastgesteld volgens de gewone wetgevingsprocedure, waarbij het Europees Parlement en de Raad optreden als gelijkwaardige medewetgevers (zie artikel 294 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, VWEU), of volgens bijzondere wetgevingsprocedures. Daarnaast kan de wetgever aan de Commissie de bevoegdheid overdragen niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen ter aanvulling of wijziging van bepaalde niet-essentiële onderdelen van de wetgevingshandeling (zogeheten gedelegeerde handelingen, zie de definitie in artikel 290, lid 1, van het VWEU); dit is het tweede niveau van normen. Bij juridisch bindende handelingen van de Unie kunnen ook uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden toegekend, als deze handelingen van de Unie volgens eenvormige voorwaarden moeten worden uitgevoerd. Op grond hiervan stelt de Commissie zogeheten uitvoeringshandelingen vast (zie artikel 291 van het VWEU); dit is het derde niveau.

 

Het is niet altijd duidelijk welk type handeling moet worden gekozen. Gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen hebben in vergelijking met wetgevingshandelingen het voordeel dat zij de mogelijkheid bieden om snel te reageren op een nieuwe situatie. Terwijl de gewone wetgevingsprocedure en het gebruik van gedelegeerde handelingen waarborgen dat het Parlement op gelijke voet staat met de Raad, houdt het gebruik van uitvoeringshandelingen in feite in dat het Parlement wordt buitengesloten, aangezien de Commissie niet verplicht is het standpunt van het Parlement te volgen.

 

Het voorstel van de Commissie

 

In verband met de aanpassing van Verordening (EG) nr. 850/98 aan de nieuwe regels van het VWEU heeft de Commissie een wetgevingsvoorstel ingediend waarin de momenteel bij die verordening aan de Commissie verleende bevoegdheden worden verdeeld in maatregen van gedelegeerde aard en maatregelen van uitvoerende aard. De voorgestelde wijzigingen hebben door de bank genomen alleen betrekking op de soorten vast te stellen handelingen en houden geen wijziging van de inhoud van de maatregelen in.

 

De Commissie stelt voor dat zij ertoe wordt gemachtigd gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de onderverdeling van gebieden in geografische zones, tot de voorwaarden voor het gebruik van combinaties van maaswijdten, tot regels voor het verkrijgen van het percentage doelsoorten dat door meer dan één vissersvaartuig wordt gevangen, teneinde te garanderen dat die vangstsamenstellingen in acht worden genomen door alle vaartuigen die bij die visactie zijn betrokken, tot regels betreffende de technische beschrijvingen en de methode voor het gebruik van toegestane voorzieningen die aan het visnet mogen worden bevestigd en de mazen van het net niet versperren en evenmin de afmetingen ervan verkleinen, tot de voorwaarden waaronder aan vaartuigen van meer dan acht meter lengte over alles wordt toegestaan boomkorren te gebruiken, en tot maatregelen waarmee met onmiddellijke ingang wordt gereageerd op een onverwacht kleine of onverwacht grote aanwas van jonge exemplaren, op veranderingen in de migratiepatronen of op enige andere verandering in de staat van instandhouding van de visbestanden.

 

De Commissie stelt voor dat zij ertoe wordt gemachtigd uitvoeringshandelingen vast te stellen met betrekking tot technische voorschriften voor het meten van maaswijdten, van netgedeelten met vierkante mazen en van de twijndikte, tot technische voorschriften voor de vervaardiging van het netmateriaal, tot het oplijsten van de voorzieningen die de mazen van een visnet mogen versperren of de feitelijke afmetingen ervan mogen verkleinen, tot het doorsturen van lijsten met vaartuigen waarvoor een speciaal visdocument voor het gebruik van boomkorren is afgegeven, tot technische voorschriften voor het meten van het motorvermogen en de afmetingen van het vistuig, tot de verplichting van de lidstaten om te ervoor te zorgen dat de visserij-inspanningsniveaus in bepaalde gebieden van ICES-sector IXa niet worden overschreden en tot tijdelijke maatregelen wanneer voor de instandhouding van bestanden van mariene organismen onmiddellijke actie vereist is.

 

Op 6 februari 2013 heeft het Europees Parlement een bijlage aangenomen bij zijn resolutie over de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen[3]. In deze bijlage verklaart het Europees Parlement dat de bepalingen van deze verordening in verband met uitvoeringshandelingen het resultaat waren van een delicaat compromis. Teneinde vóór het aflopen van Verordening (EG) nr. 850/98 eind 2012 een akkoord in eerste lezing te bereiken, heeft het Europees Parlement de mogelijkheid van uitvoeringshandelingen in Verordening (EG) nr. 850/98 aanvaard in bepaalde specifieke gevallen. Het Europees Parlement benadrukte echter dat die bepalingen niet als een precedent opgevat of gebruikt mogen worden in het kader van om het even welke verordening die wordt aangenomen in overeenstemming met de gewone wetgevingsprocedure, en met name het Commissievoorstel voor een verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 850/98 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen.

 

Het standpunt van de rapporteur

 

Over het algemeen is de rapporteur tevreden over de door de Commissie voorgestelde wijzigingen. Wel is de rapporteur van mening dat sommige kwesties waarvoor uitvoeringshandelingen worden voorgesteld, geen betrekking hebben op eenvormige voorwaarden ter uitvoering van de verordening als bedoeld in artikel 291, lid 2, VWEU. Het gaat eigenlijk om uitzonderingen, en dus wijzigingen in de zin van artikel 290 VWEU. Daarom moeten hiervoor gedelegeerde handelingen worden gebruikt.

 

Anderzijds is de rapporteur van oordeel dat de artikelen 39, 40 en 41 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, reeds voorzien in een kader voor het toezicht op en de certificering en verificatie van het motorvermogen van vissersvaartuigen, en dat deze kwesties dus niet voor gedelegeerde handelingen in aanmerking komen.

 

Daarnaast is de rapporteur van mening dat indien gedelegeerde handelingen worden voorgesteld, de delegatie beperkt moet zijn in de tijd, om het gebruik ervan regelmatig te kunnen evalueren.

[1] PB C 11 van 15.1.2013, blz. 86.
[2] Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0448
[3] P7_TA(2012)0448 en P7_TA(2013)0044