Commissie visserij
26.10.2017
***I
ONTWERPVERSLAG
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een meerjarenplan voor de kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee en de visserijen die deze bestanden exploiteren
( COM(2017)0097 – C8-0095/2017 – 2017/0043(COD) )
Commissie visserij
Rapporteur: Ruža Tomašić
PR_COD_1amCom
Verklaring van de gebruikte tekens |
* Raadplegingsprocedure *** Goedkeuringsprocedure ***I Gewone wetgevingsprocedure (eerste lezing) ***II Gewone wetgevingsprocedure (tweede lezing) ***III Gewone wetgevingsprocedure (derde lezing)
(De aangeduide procedure is gebaseerd op de in de ontwerptekst voorgestelde rechtsgrond.)
|
Amendementen op een ontwerphandeling |
Amendementen van het Parlement in twee kolommen
Geschrapte tekstdelen worden in de linkerkolom in vet cursief aangegeven. Vervangen tekstdelen worden in beide kolommen in vet cursief aangegeven. Nieuwe tekst wordt in de rechterkolom in vet cursief aangegeven.
In de eerste en tweede regel van de koptekst boven elk amendement wordt verwezen naar het tekstdeel in kwestie van de ontwerphandeling. Indien een amendement betrekking heeft op een bestaande handeling, waarop in de ontwerphandeling wijzigingen worden voorgesteld, bevat de koptekst bovendien een derde en vierde regel, die verwijzen naar de bestaande handeling respectievelijk naar de bepaling in kwestie.
Amendementen van het Parlement in de vorm van een geconsolideerde tekst
Nieuwe tekstdelen worden in vet cursief aangegeven. Geschrapte tekstdelen worden aangegeven met het symbool ▌ of worden doorgestreept. Waar tekstdelen vervangen worden, wordt de nieuwe tekst in vet cursief aangegeven, terwijl de vervangen tekst wordt geschrapt of doorgestreept. Bij wijze van uitzondering worden zuiver technische wijzigingen die de diensten aanbrengen met het oog op de opstelling van de definitieve tekst, niet gemarkeerd.
|
INHOUD
Blz.
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT 5
TOELICHTING 39
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een meerjarenplan voor de kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee en de visserijen die deze bestanden exploiteren
( COM(2017)0097 – C8-00950095/2017 – 2017/0043(COD) )
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad ( COM(2017)0097 ),
– gezien artikel 294, lid 2, en artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0095/2017),
– gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 31 mei 2017 ([1]),
– gezien artikel 59 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie visserij en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid ( A8‑0000/2017 ),
1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;
2. verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(2) Bij Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad41 zijn de regels van het GVB vastgesteld in overeenstemming met de internationale verplichtingen van de Unie. Het GVB heeft onder meer ten doel te garanderen dat visserij- en aquacultuuractiviteiten uit ecologisch oogpunt duurzaam zijn op de lange termijn, het voorzorgsbeginsel toe te passen bij het visserijbeheer en een ecosysteemgerichte benadering van het visserijbeheer ten uitvoer te leggen. | (2) Bij Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad41 zijn de regels van het GVB vastgesteld in overeenstemming met de internationale verplichtingen van de Unie. Het GVB heeft onder meer ten doel te garanderen dat visserij- en aquacultuuractiviteiten uit ecologisch, economisch en sociaal oogpunt duurzaam zijn op de lange termijn, het voorzorgsbeginsel toe te passen bij het visserijbeheer en een ecosysteemgerichte benadering van het visserijbeheer ten uitvoer te leggen. |
__________________ | __________________ |
41 Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22). | 41 Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22). |
Or. en
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 2 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (2 bis) Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1380/2013 vereist visserijbeheer op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke adviezen geharmoniseerde, betrouwbare en accurate gegevensverzamelingen. |
Or. en
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 3 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (3 bis) De Adriatische Zee is een belangrijk deelgebied van het Middellandse Zeegebied, dat goed is voor ongeveer een derde van de totale aanlandingswaarde. |
Or. en
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(5) De huidige beheersmaatregelen voor de kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee hebben betrekking op de toegang tot de wateren, de controle op de visserijinspanning en technische maatregelen om het gebruik van vistuig te regelen. Uit wetenschappelijk advies blijkt dat de controle van de vangsten het meest geschikte middel is om de visserijsterfte aan te passen, en een doeltreffender beheersinstrument is voor kleine pelagische bestanden43. | (5) De huidige beheersmaatregelen voor de kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee hebben betrekking op de toegang tot de wateren, de controle op de visserijinspanning en technische maatregelen om het gebruik van vistuig te regelen. |
__________________ |
|
43 Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) – Beoordeling van bestanden in de Middellandse Zee – deel 2 (STECF-11-14) |
|
Or. en
Motivering
Er wordt voorgesteld om deze stelling te schrappen, rekening houdend met het meest recente verslag van het WTECV (STECF 16-14), waarin, aan de hand van de analyse van de positieve en negatieve effecten van diverse beheerprincipes, wordt geconcludeerd dat de aanpak waarbij verschillende beheersmaatregelen worden gecombineerd (vangst, inspanning, capaciteitsmaxima) de beste effecten sorteert en dat de individuele benadering van elke maatregel ook negatieve effecten met zich meebrengt.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(6) Met het oog op de verwezenlijking van de GVB-doelstellingen moeten instandhoudingsmaatregelen als meerjarenplannen, technische maatregelen en vangstmogelijkheden (vaststelling en toewijzing), zo nodig met elkaar gecombineerd, worden vastgesteld. | (6) Met het oog op de verwezenlijking van de GVB-doelstellingen moeten instandhoudingsmaatregelen als meerjarenplannen en technische maatregelen, zo nodig met elkaar gecombineerd, worden vastgesteld. |
Or. en
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(8) Het meerjarenplan moet ten doel hebben bij te dragen aan de doelstellingen van het GVB, in het bijzonder de MSY voor de betrokken bestanden bereiken en behouden, zorgen voor een duurzame visserijsector en voorzien in een doeltreffend beheerskader. | (8) Het meerjarenplan moet ten doel hebben bij te dragen aan de doelstellingen van het GVB. |
Or. en
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(11) Krachtens artikel 16, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten de vangstmogelijkheden worden vastgesteld overeenkomstig de in de meerjarenplannen bepaalde streefdoelen. | Schrappen |
Or. en
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(12) Het is passend dat het met de doelstelling inzake het bereiken en behouden van de MSY overeenkomende streefdoel voor de visserijsterfte (target fishing mortality - F) wordt vastgesteld als bandbreedtes van waarden die in samenhang zijn met het bereiken van de maximale duurzame opbrengst (FMSY). Deze op wetenschappelijk advies gebaseerde bandbreedtes zijn noodzakelijk om de flexibiliteit te bieden die nodig is om rekening te houden met ontwikkelingen in het wetenschappelijk advies, om bij te dragen aan de uitvoering van de aanlandingsverplichting en om rekening te houden met de kenmerken van gemengde visserij. De FMSY-bandbreedtes zijn berekend door het WTECV en zijn zo bepaald dat bij toepassing ervan de langetermijnopbrengst ten hoogste 5% lager is dan MSY45 . Bovendien is de bovengrens van de bandbreedte geplafonneerd, zodat de waarschijnlijkheid dat het bestand onder Blim terechtkomt, niet meer dan 5% bedraagt. | (12) Het is passend dat de met de doelstelling inzake het bereiken en behouden van de MSY overeenkomende referentiepunten voor biomassa SSBpa en SSBlim worden vastgesteld. Deze waarden moeten worden gebaseerd op bijgewerkt wetenschappelijk advies. |
__________________ |
|
45 Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij – Kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee. Beoordelingen met betrekking tot de Middellandse Zee, deel 1 (STECF-15-14) . 2015. [Bureau voor publicaties van de Europese Unie, Luxemburg, EUR 27492 EN, JRC 97707, 52 blz.] [The second part of this reference seems to be mistaken. OPOCE, please check.]. |
|
Or. en
Motivering
Biomassa alleen is een geschiktere en zekerdere waarde voor het beheer van kleine pelagische soorten, die afhankelijker zijn van milieuomstandigheden dan van exploitatie. Dat geldt minstens tot er betere wetenschappelijke beoordelingen beschikbaar zijn.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(13) Met het oog op de vaststelling van de vangstmogelijkheden moet er een drempel komen voor FMSYbrandbreedtes bij normaal gebruik en, mits het betrokken bestand als in goede staat verkerend wordt beschouwd, een hogere grens voor bepaalde gevallen. De vangstmogelijkheden mogen alleen op de hogere grens worden vastgesteld indien dat op grond van wetenschappelijk advies of bewijs noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening in het geval van gemengde visserijen of noodzakelijk is om schade aan een bestand als gevolg van wisselwerkingen binnen of tussen soorten te voorkomen, of indien dat tot doel heeft de jaarlijkse schommelingen op het gebied van de vangstmogelijkheden te beperken. | (13) Met het oog op het behalen van de doelstellingen van het meerjarenplan moet het streefdoel voor elke soort SSBpa zijn. Er mag alleen een hoger streefdoel worden vastgesteld indien dat op grond van wetenschappelijk advies of bewijs noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening in het geval van gemengde visserijen of noodzakelijk is om schade aan een bestand als gevolg van wisselwerkingen binnen of tussen soorten te voorkomen, of wanneer een van de kleine pelagische bestanden onder SSBlim ligt. |
Or. en
Motivering
Biomassa alleen is een geschiktere en zekerdere waarde voor het beheer van kleine pelagische soorten, die afhankelijker zijn van milieuomstandigheden dan van exploitatie. Dat geldt minstens tot er betere wetenschappelijke beoordelingen beschikbaar zijn.
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(15) In het licht van de toepassing van vrijwaringsmaatregelen moeten, voor bestanden waarvoor zij beschikbaar zijn, instandhoudingsreferentiepunten worden vastgesteld, uitgedrukt als MSY Btrigger en Blim voor ansjovis- en sardinebestanden. Indien de bestanden onder MSY Btrigger terechtkomen, moet de visserijsterfte worden teruggebracht tot onder FMSY. | (15) In het licht van de toepassing van vrijwaringsmaatregelen moeten instandhoudingsreferentiepunten worden vastgesteld, uitgedrukt als SSBlim en SSBpa voor kleine pelagische bestanden. Indien de bestanden onder SSBlim terechtkomen, moeten passende herstelmaatregelen worden vastgesteld om bij te dragen tot de snelle terugkeer van het betrokken bestand tot een niveau boven SSBpa. |
Or. en
Motivering
Biomassa alleen is een geschiktere en zekerdere waarde voor het beheer van kleine pelagische soorten, die afhankelijker zijn van milieuomstandigheden dan van exploitatie. Dat geldt minstens tot er betere wetenschappelijke beoordelingen beschikbaar zijn.
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(16) Wanneer de bestandsomvang onder het Blim-referentiepunt terechtkomt, dienen verdere vrijwaringsmaatregelen te worden ingevoerd. Vrijwaringsmaatregelen dienen onder meer in te houden dat de vangstmogelijkheden worden gereduceerd en dat er specifieke instandhoudingsmaatregelen worden genomen wanneer een bestand luidens wetenschappelijk advies gevaar loopt. Zo nodig moeten die maatregelen worden aangevuld met andere maatregelen, zoals maatregelen van de Commissie overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 of maatregelen van de lidstaten overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1380/2013. | Schrappen |
Or. en
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(17) Voor bestanden waarvoor geen referentiepunten beschikbaar zijn, dient het voorzorgsbeginsel te worden toegepast. In het specifieke geval van de als bijvangst gevangen bestanden dienen, bij ontstentenis van wetenschappelijk advies over het minimale paaibiomassaniveau van die bestanden, specifieke instandhoudingsmaatregelen te worden vastgesteld wanneer luidens wetenschappelijk advies herstelmaatregelen nodig zijn. | (17) Voor bestanden waarvoor geen referentiepunten beschikbaar zijn, dient het voorzorgsbeginsel te worden toegepast. |
Or. en
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 18 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| (18 bis) Een gemeenschappelijke aanbeveling van de Adriatische lidstaten en een studie inzake technische kenmerken van ringzegens en de impact hiervan op bodempopulaties werden ingediend bij en getoetst door onafhankelijke deskundigen en het WTECV. Het is derhalve passend te voorzien in een afwijking van de tweede alinea van artikel 13, lid 3, van en punt 2 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1967/2006. |
Or. en
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 22
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(22) Omdat vaartuigen die in de Adriatische Zee op kleine pelagische bestanden vissen, veelal korte visreizen maken, dient het in artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 voorgeschreven gebruik van de voorafgaande kennisgeving te worden aangepast zodat de voorafgaande kennisgeving ten minste anderhalf uur voor het geraamde tijdstip van aankomst in de haven wordt gedaan. Echter, rekening houdend met het beperkte effect op de betrokken bestanden van visreizen waarmee zeer kleine hoeveelheden vis zijn gemoeid, is het passend een drempelwaarde voor dergelijke voorafgaande kennisgevingen vast te stellen, namelijk dat vaartuigen ten minste één ton ansjovis of sardine aan boord hebben. | (22) Omdat vaartuigen die in de Adriatische Zee op kleine pelagische bestanden vissen, veelal korte visreizen maken, dient het in artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 voorgeschreven gebruik van de voorafgaande kennisgeving te worden aangepast zodat de voorafgaande kennisgeving ten minste één uur voor het geraamde tijdstip van aankomst in de haven wordt gedaan. Echter, rekening houdend met het beperkte effect op de betrokken bestanden van visreizen waarmee zeer kleine hoeveelheden vis zijn gemoeid, is het passend een drempelwaarde voor dergelijke voorafgaande kennisgevingen vast te stellen, namelijk dat vaartuigen ten minste één ton kleine pelagische soorten aan boord hebben. |
Or. en
Motivering
Met het oog op de specifieke kust en het feit dat de visgronden zich relatief dicht bij de havens bevinden, is het noodzakelijk te voorzien in een kortere tijd voor voorafgaande kennisgeving.
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(24) Overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 moet worden vastgesteld boven welke drempelwaarde een vissersvaartuig zijn vangsten ansjovis en sardine in een aangewezen haven of op een plaats dicht bij de kust moet aanlanden. Bovendien moeten de lidstaten bij de aanwijzing van die havens of plaatsen dicht bij de kust de criteria van artikel 43, lid 5, van die verordening op zodanige wijze toepassen dat een doeltreffende controle gewaarborgd is. | (24) Overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 moet worden vastgesteld boven welke drempelwaarde een vissersvaartuig zijn vangsten kleine pelagische soorten in een aangewezen haven of op een plaats dicht bij de kust moet aanlanden. Bovendien moeten de lidstaten bij de aanwijzing van die havens of plaatsen dicht bij de kust de criteria van artikel 43, lid 5, van die verordening op zodanige wijze toepassen dat een doeltreffende controle gewaarborgd is. |
Or. en
Motivering
Er wordt voorgesteld de definitie "kleine pelagische soorten" te gebruiken van het huidige beheersplan van de GFCM. Deze definitie impliceert dat beide soorten samen worden beheerd. Beide soorten worden samen gevangen, en aangezien het in de visserij op deze soorten niet mogelijk is slechts één ervan te bevissen, moeten de beheersmaatregelen voor beide gelden. Bovendien verschillen de twee soorten qua aard en zijn ze in hoge mate afhankelijk van de milieuomstandigheden. Om die reden moet de exploitatie van deze soorten gezamenlijk worden gecontroleerd en beheerd, zoals dat reeds in het huidige GFCM-kader wordt erkend.
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(25) Met het oog op een tijdige en evenredige aanpassing aan technische en wetenschappelijke vooruitgang, om flexibiliteit te waarborgen en om de ontwikkeling van bepaalde maatregelen mogelijk te maken, moet de bevoegdheid aan de Commissie worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen op het stuk van herstelmaatregelen voor de instandhouding van makreel en horsmakreel, de uitvoering van de aanlandingsverplichting en technische maatregelen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen moeten het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten ontvangen, en moeten hun deskundigen systematisch toegang hebben tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. | (25) Met het oog op een tijdige en evenredige aanpassing aan technische en wetenschappelijke vooruitgang, om flexibiliteit te waarborgen en om de ontwikkeling van bepaalde maatregelen mogelijk te maken, moet de bevoegdheid aan de Commissie worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen op het stuk van de uitvoering van de aanlandingsverplichting en technische maatregelen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen moeten het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten ontvangen, en moeten hun deskundigen systematisch toegang hebben tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. |
Or. en
Motivering
Bepalingen van het meerjarenplan dienen alleen van toepassing te zijn op sardine en ansjovis, aangezien er voor andere soorten (makreel (Scomber ssp.) en horsmakreel (Trachurus ssp.)) een ernstig gebrek is aan gegevens en wetenschappelijke beoordelingen. Deze soorten moeten onder de meerjarenplannen vallen vanwege de aanlandingsverplichting, wat ook het hoofdargument van de Commissie was, maar dit moet duidelijk afzonderlijk worden genoemd in het toepassingsgebied van het meerjarenplan.
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 26
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(26) Overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 dienen bepalingen te worden vastgesteld inzake de periodieke beoordeling door de Commissie van de toereikendheid en doeltreffendheid van de toepassing van deze verordening. Voorafgaand aan deze beoordeling dient het plan op basis van wetenschappelijk advies periodiek te worden geëvalueerd. Die evaluatie moet om de vijf jaar plaatsvinden. Een dergelijke periode biedt voldoende ruimte om de aanlandingsverplichting volledig uit te voeren, om geregionaliseerde maatregelen vast te stellen en uit te voeren en om zicht te krijgen op de gevolgen voor de bestanden en de visserij. Een kortere periode zou bovendien onwerkbaar zijn voor de wetenschappelijke instanties. | (26) Overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 dienen bepalingen te worden vastgesteld inzake de periodieke beoordeling door de Commissie van de toereikendheid en doeltreffendheid van de toepassing van deze verordening. Voorafgaand aan deze beoordeling dient het plan op basis van wetenschappelijk advies periodiek te worden geëvalueerd. Die evaluatie moet vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening plaatsvinden. Een dergelijke periode biedt voldoende ruimte om de aanlandingsverplichting volledig uit te voeren, om geregionaliseerde maatregelen vast te stellen en uit te voeren en om zicht te krijgen op de gevolgen voor de bestanden en de visserij. Een kortere periode zou bovendien onwerkbaar zijn voor de wetenschappelijke instanties. |
Or. en
Motivering
Aangezien er te veel open vragen zijn over de toestand van bestanden en de beheersaanpak, stellen wij voor dat het meerjarenplan na vijf jaar moet worden herzien. De wetenschap zou na deze periode in staat moeten zijn een duidelijk antwoord te geven op de vraag of de beheersaanpak moet worden gewijzigd.
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Deze verordening is van toepassing op de bestanden ansjovis (Engraulis encrasicolus) en sardine (Sardina pilchardus) in de Adriatische Zee (hierna "de betrokken bestanden" genoemd) en op de visserijen die deze bestanden exploiteren. Zij is eveneens van toepassing op de bijvangsten van makreel (Scomber spp.) en horsmakreel (Trachurus spp.) in de Adriatische Zee die bij de visserij op een van de betrokken bestanden of op de beide betrokken bestanden worden gevangen. | 2. Deze verordening is van toepassing op de bestanden ansjovis (Engraulis encrasicolus) en sardine (Sardina pilchardus) in de Adriatische Zee (hierna "kleine pelagische soorten" genoemd) en op de visserijen die deze bestanden bevissen. Met het oog op de uitvoering van de aanlandingsverplichting, zoals vastgesteld in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013, is deze verordening eveneens van toepassing op de bijvangsten van makreel (Scomber spp.) en horsmakreel (Trachurus spp.) in de Adriatische Zee die bij de visserij op kleine pelagische soorten worden gevangen. |
Or. en
Motivering
Bepalingen van het meerjarenplan dienen alleen van toepassing te zijn op sardine en ansjovis, aangezien er voor andere soorten een ernstig gebrek is aan gegevens en wetenschappelijke beoordelingen. Deze soorten moeten onder de meerjarenplannen vallen vanwege de aanlandingsverplichting, wat ook het hoofdargument van de Commissie was, maar dit moet duidelijk afzonderlijk worden genoemd in het toepassingsgebied van het meerjarenplan.
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2 – letter b bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| b bis) "gericht vissen": een visserijactiviteit waarbij sardine of ansjovis ten minste 50 % van de vangst in levend gewicht uitmaakt; |
Or. en
Motivering
Een definitie van gericht vissen is belangrijk voor het beheer op het vlak van de visdagen.
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2 – letter c
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
c) "kleine pelagische bestanden": de in artikel 1, lid 2, van deze verordening vermelde bestanden of een combinatie van daar vermelde bestanden; | c) "kleine pelagische soorten": de bestanden sardine (Sardina pilchardus) en ansjovis (Engraulis encrasicolus); |
Or. en
Motivering
Er wordt voorgesteld de definitie "kleine pelagische soorten" te gebruiken van het huidige beheersplan van de GFCM. Deze definitie impliceert dat beide soorten samen worden beheerd. Beide soorten worden samen gevangen, en aangezien het in de visserij op deze soorten niet mogelijk is slechts één ervan te bevissen, moeten de beheersmaatregelen voor beide gelden. Bovendien verschillen de twee soorten qua aard en zijn ze in hoge mate afhankelijk van de milieuomstandigheden. Om die reden moet de exploitatie van deze soorten gezamenlijk worden gecontroleerd en beheerd, zoals dat reeds in het huidige GFCM-kader wordt erkend.
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2 – letter d
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
d) "FMSY-bandbreedte": een bandbreedte van waarden waarin alle niveaus van visserijsterfte binnen de wetenschappelijk aangegeven grenswaarden van die bandbreedte bij gemengde visserij volgens wetenschappelijk advies een maximale duurzame opbrengst (maximum sustainable yield – MSY) op lange termijn opleveren bij bestaande gemiddelde milieuomstandigheden zonder beduidende nadelige gevolgen voor het reproductieproces voor de betrokken bestanden; | Schrappen |
Or. en
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2 – letter d bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| d bis) "visdag": een doorlopende periode van 24 uur, of een deel daarvan, gedurende welke een vissersvaartuig een visserijactiviteit uitvoert, zoals het zoeken naar vis, het te water laten, uitzetten, slepen en binnenhalen van vistuig, het aan boord halen van de vangst, het aan boord houden, het verwerken aan boord of het overbrengen en het aanlanden van vis of visserijproducten; |
Or. en
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2 – letter d ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| d ter) "SSBlim": het referentiepunt voor paaibiomassa waaronder corrigerende beheersmaatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de bestanden worden teruggebracht tot een niveau dat boven de biologisch veilige grens ligt; |
Or. en
Motivering
Biomassa alleen is een geschiktere en zekerdere waarde voor het beheer van kleine pelagische soorten, die afhankelijker zijn van milieuomstandigheden dan van exploitatie. Dat geldt minstens tot er betere wetenschappelijke beoordelingen beschikbaar zijn.
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2 – letter d quater (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| d quater) "SSBpa": het voorzorgsreferentiepunt voor paaibiomassa waaronder beheersmaatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de bestanden worden teruggebracht tot een niveau dat boven de biologisch veilige grens ligt; |
Or. en
Motivering
Biomassa alleen is een geschiktere en zekerdere waarde voor het beheer van kleine pelagische soorten, die afhankelijker zijn van milieuomstandigheden dan van exploitatie. Dat geldt minstens tot er betere wetenschappelijke beoordelingen beschikbaar zijn.
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2 – letter e
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
e) "MSY Btrigger": het referentiepunt voor paaibiomassa waaronder specifieke en passende beheersmaatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de exploitatieniveaus in combinatie met natuurlijke variaties de bestanden herstellen boven een niveau dat op de lange termijn MSY kan opleveren; | Schrappen |
Or. en
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
f) "vangstmogelijkheid": een gekwantificeerd legaal recht om te vissen, in termen van vangsten en/of visserijinspanning. | Schrappen |
Or. en
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Het meerjarenplan draagt bij tot de verwezenlijking van de in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 genoemde doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid, met name door bij het visserijbeheer de voorzorgsbenadering toe te passen, en beoogt ervoor te zorgen dat de mariene biologische rijkdommen zodanig worden geëxploiteerd dat de populaties van de beviste soorten boven een niveau worden gebracht en behouden dat MSY kan opleveren. | 1. Het meerjarenplan draagt bij tot de verwezenlijking van de in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 genoemde doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid. |
Or. en
Motivering
De doelstellingen zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1380/2013 en hoeven hier niet te worden herhaald. De doelstellingen van het GVB zijn alle even belangrijk en het bereiken van MSY mag niet belangrijker zijn dan andere doelstellingen, zoals de sociale stabiliteit van het betrokken visserijsegment.
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Het meerjarenplan voorziet in een doeltreffend, eenvoudig en stabiel beheerskader voor de exploitatie van de kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee. | 2. Het meerjarenplan voorziet in een doeltreffend, eenvoudig en stabiel beheerskader voor de exploitatie van de kleine pelagische soorten in de Adriatische Zee. |
Or. en
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Streefdoelen voor ansjovis en sardine | Streefdoelen voor kleine pelagische soorten |
Or. en
Motivering
Deze definitie impliceert dat beide soorten samen worden beheerd.
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Het streefdoel voor visserijsterfte wordt voor de betrokken bestanden zo spoedig mogelijk en, geleidelijk toenemend, uiterlijk in 2020 verwezenlijkt en wordt van dan af gehandhaafd binnen de in bijlage I vermelde bandbreedtes en overeenkomstig de in artikel 3, lid 1, neergelegde doelstellingen. | 1. De streefreferentiepunten voor de kleine pelagische bestanden worden zo spoedig mogelijk verwezenlijkt en worden van dan af gehandhaafd boven de in bijlage I vermelde waarden en overeenkomstig de in artikel 3, lid 1, neergelegde doelstellingen. |
Or. en
Motivering
Hiermee worden de bepalingen van artikel 4 aangepast aan het voorstel voor op biomassa gebaseerde referentiepunten.
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De vangstmogelijkheden zijn in overeenstemming met de streefbandbreedtes voor de visserijsterfte die zijn opgenomen in kolom A van bijlage I bij deze verordening. | 2. De beheersmaatregelen voor kleine pelagische soorten zijn in overeenstemming met de streefreferentiepunten die zijn opgenomen in kolom A van bijlage I bij deze verordening. |
Or. en
Motivering
Hiermee worden de bepalingen van artikel 4 aangepast aan het voorstel voor op biomassa gebaseerde referentiepunten. Er wordt voorgesteld de term "vangstmogelijkheden" te vervangen door de term "beheersmaatregelen". Vangstmogelijkheden wijzen met name op het TAC-systeem en dit voorstel vervangt dit door de term "beheersmaatregelen", die beter past bij een beheerssysteem op basis van inspanning.
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Onverminderd de leden 1 en 2 kunnen de vangstmogelijkheden worden vastgesteld op niveaus die overeenkomen met lagere visserijsterfteniveaus dan die welke in kolom A van bijlage I zijn opgenomen. | 3. Onverminderd de leden 1 en 2 kunnen de beheersmaatregelen gericht zijn op niveaus die overeenkomen met hogere waarden dan die welke in kolom A van bijlage I zijn opgenomen, indien: |
| a) dat op grond van wetenschappelijk advies of bewijs noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 3 in het geval van gemengde visserij; |
| b) dat op grond van wetenschappelijk advies of bewijs noodzakelijk is om ernstige schade aan een bestand als gevolg van wisselwerkingen binnen of tussen soorten te beperken; of |
| c) een van de bestanden kleine pelagische soorten zich onder het in kolom B van bijlage I vermelde referentiepunt bevindt. |
Or. en
Motivering
Hiermee worden de bepalingen van artikel 4 aangepast aan het voorstel voor op biomassa gebaseerde referentiepunten. Vangstmogelijkheden wijzen met name op het TAC-systeem en dit voorstel vervangt dit door de term "beheersmaatregelen", die beter past bij een beheerssysteem op basis van inspanning.
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 4
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
4. Onverminderd de leden 2 en 3 kunnen de vangstmogelijkheden voor een bestand worden vastgesteld in overeenstemming met de bandbreedtes voor de visserijsterfte als opgenomen in kolom B van bijlage I, mits het betrokken bestand zich bevindt boven het in kolom A van bijlage II opgenomen referentiepunt voor minimale paaibiomassa: | Schrappen |
a) indien dat op grond van wetenschappelijk advies of bewijs noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 3 in het geval van gemengde visserijen, |
|
b) indien dat op grond van wetenschappelijk advies of bewijs noodzakelijk is om ernstige schade aan een bestand als gevolg van wisselwerkingen binnen of tussen soorten te beperken, of |
|
c) om schommelingen in de vangstmogelijkheden tussen opeenvolgende jaren tot ten hoogste 20% te beperken. |
|
Or. en
Motivering
Hiermee worden de bepalingen van artikel 4 aangepast aan het voorstel voor op biomassa gebaseerde referentiepunten. Vangstmogelijkheden wijzen met name op het TAC-systeem en dit voorstel vervangt dit door de term "beheersmaatregelen", die beter past bij een beheerssysteem op basis van inspanning.
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. De instandhoudingsreferentiepunten, uitgedrukt als minimumniveau en grensniveau voor de paaibiomassa van een bestand, die moeten worden toegepast om de volledige reproductiecapaciteit van het betrokken bestand niet aan te tasten, zijn opgenomen in bijlage II. | 1. De instandhoudingsreferentiepunten, uitgedrukt als grensniveau voor de paaibiomassa van een bestand, die moeten worden toegepast om de volledige reproductiecapaciteit van de kleine pelagische bestanden niet aan te tasten, zijn opgenomen in kolom B van bijlage I. |
Or. en
Motivering
De voorgestelde wijzigingen zijn in overeenstemming met andere voorstellen die gebaseerd zijn op biomassa als enige en zekerdere waarde.
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. Wanneer luidens wetenschappelijk advies de paaibiomassa van een van de beide betrokken bestanden lager is dan het in kolom A van bijlage II bij deze verordening vermelde referentiepunt voor minimale paaibiomassa, worden alle passende herstelmaatregelen vastgesteld om een snelle terugkeer van het betrokken bestand boven een niveau dat MSY kan opleveren, te waarborgen. In het bijzonder worden de vangstmogelijkheden voor de betrokken bestanden in afwijking van artikel 4, leden 2 en 4, van deze verordening vastgesteld op een niveau dat overeenkomt met een visserijsterfte die op een waarde onder de in kolom A van bijlage I bij deze verordening vermelde bandbreedte is teruggebracht, rekening houdend met de afname van de biomassa van dat bestand. | 2. Wanneer luidens wetenschappelijk advies de paaibiomassa van een van de kleine pelagische bestanden lager is dan het in kolom B van bijlage I bij deze verordening vermelde referentiepunt voor minimale paaibiomassa, worden alle passende herstelmaatregelen vastgesteld om bij te dragen tot een snelle terugkeer van de kleine pelagische bestanden boven het in kolom A van bijlage I vastgestelde referentiepunt. In het bijzonder worden de beheersmaatregelen in afwijking van artikel 4, lid 2 en in overeenstemming met artikel 4, lid 3, van deze verordening aangepast om rekening te houden met de afname van de biomassa van dat bestand. |
Or. en
Motivering
De voorgestelde wijzigingen zijn in overeenstemming met andere voorstellen die gebaseerd zijn op biomassa als enige en zekerdere waarde.
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
3. Wanneer luidens wetenschappelijk advies de paaibiomassa van een van de beide betrokken bestanden lager is dan het in kolom B van bijlage II bij deze verordening vermelde referentiepunt voor de grenspaaibiomassa (Blim), worden verdere herstelmaatregelen genomen om een snelle terugkeer van het betrokken bestand boven een niveau dat MSY kan opleveren, te waarborgen. In het bijzonder kunnen die herstelmaatregelen, in afwijking van artikel 4, leden 2 en 4, inhouden dat de gerichte visserij op het betrokken bestand wordt geschorst en de vangstmogelijkheden op passende wijze worden verlaagd. | 3. Wanneer luidens wetenschappelijk advies de paaibiomassa van beide kleine pelagische bestanden lager is dan het in kolom B van bijlage I bij deze verordening vermelde referentiepunt voor de grenspaaibiomassa (SSBlim), worden verdere herstelmaatregelen genomen om bij te dragen tot een snelle terugkeer van de twee bestanden tot niveaus boven het in kolom A van bijlage I vastgestelde referentiepunt. In het bijzonder kunnen die herstelmaatregelen, in afwijking van artikel 4, lid 2, inhouden dat de gerichte visserij op het betrokken bestand wordt geschorst en dat er andere passende beheersmaatregelen worden genomen. |
Or. en
Motivering
De voorgestelde wijzigingen zijn in overeenstemming met andere voorstellen die gebaseerd zijn op biomassa als enige en zekerdere waarde.
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Wanneer luidens wetenschappelijk advies herstelmaatregelen nodig zijn voor de instandhouding van de in artikel 1, lid 2, van deze verordening bedoelde kleine pelagische bestanden of, in het geval van ansjovis en sardine, wanneer de paaibiomassa van een van die beide bestanden voor een bepaald jaar lager is dan de in kolom A van bijlage II bij de onderhavige verordening opgenomen instandhoudingsreferentiepunten, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 16 van de onderhavige verordening en artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot: | 1. Wanneer luidens wetenschappelijk advies herstelmaatregelen nodig zijn voor de instandhouding van de kleine pelagische bestanden of wanneer de paaibiomassa van een van die beide bestanden voor een bepaald jaar lager is dan de in kolom B van bijlage I bij de onderhavige verordening opgenomen instandhoudingsreferentiepunten, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 16 van de onderhavige verordening en artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot: |
Or. en
Motivering
De voorgestelde wijzigingen zijn in overeenstemming met andere voorstellen die gebaseerd zijn op biomassa als enige en zekerdere waarde.
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
a) de kenmerken van het vistuig, met name de maaswijdte, de constructie van het vistuig en de afmetingen van het vistuig of het gebruik van voorzieningen voor selectiviteit, om te zorgen voor selectiviteit of deze te verbeteren; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Er wordt voorgesteld deze reeksen maatregelen te schrappen, aangezien deze geen snelle resultaten kunnen opleveren. Wanneer de situatie zich voordoet dat een van beide bestanden onder SSBlim terechtkomt en de Commissie moet reageren, moeten er passendere maatregelen voorhanden zijn die zo spoedig mogelijk tot positieve ontwikkelingen kunnen leiden.
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
b) het gebruik van het vistuig en de diepte waarop het vistuig wordt ingezet, om te zorgen voor selectiviteit of deze te verbeteren; | Schrappen |
Or. en
Motivering
Er wordt voorgesteld deze reeksen maatregelen te schrappen, aangezien deze geen snelle resultaten kunnen opleveren. Wanneer de situatie zich voordoet dat een van beide bestanden onder SSBlim terechtkomt en de Commissie moet reageren, moeten er passendere maatregelen voorhanden zijn die zo spoedig mogelijk tot positieve ontwikkelingen kunnen leiden.
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 – letter f
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
f) andere kenmerken gerelateerd aan selectiviteit. | Schrappen |
Or. en
Motivering
Er wordt voorgesteld deze reeksen maatregelen te schrappen, aangezien deze geen snelle resultaten kunnen opleveren. Wanneer de situatie zich voordoet dat een van beide bestanden onder SSBlim terechtkomt en de Commissie moet reageren, moeten er passendere maatregelen voorhanden zijn die zo spoedig mogelijk tot positieve ontwikkelingen kunnen leiden.
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 bis. Onverminderd lid 1 zijn de volgende maatregelen van toepassing voor een periode van vijf jaar om de in artikel 4 vastgestelde streefdoelen te bereiken: |
| a) in 2018 wordt de vangstlimiet voor kleine pelagische soorten vastgesteld op het vangstniveau van 2014. Met ingang van 2019 worden de vangstlimieten voor kleine pelagische soorten tot 2022 elk jaar geleidelijk verlaagd met 5% ten opzichte van het voorgaande jaar; |
| b) de visserijinspanning van vissersvaartuigen die gericht vissen op kleine pelagische soorten bedraagt ten hoogste 180 visdagen per jaar en 20 visdagen per maand, met maximaal 144 visdagen per jaar voor gericht vissen op sardines en maximaal 144 visdagen voor gericht vissen op ansjovis; |
| c) elk jaar worden gebieds- of tijdsgebonden sluitingen toegepast om broed- en paaiplaatsen te beschermen. Deze sluitingen gelden voor het gehele verspreidingsgebied van kleine pelagische soorten in de Adriatische Zee, voor perioden van niet minder dan 15 opeenvolgende dagen en tot 30 opeenvolgende dagen. Deze sluitingen vinden plaats in de volgende perioden: |
| i) voor sardine, van 1 oktober tot en met 31 maart, en |
| ii) voor ansjovis, van 1 april tot en met 30 september; |
| d) extra sluitingen voor vaartuigen van meer dan 12 meter lengte over alles worden toegepast gedurende minimaal zes maanden. Die sluitingen betreffen ten minste 30% van het gebied dat als broedgebied is aangemerkt of als gebied dat van belang is voor de bescherming van jonge leeftijdsklassen van vis (in de territoriale en de binnenzee); |
| e) de totale vlootcapaciteit van trawlers en ringzegenvaartuigen die actief vissen op kleine pelagische soorten is niet hoger dan de geregistreerde vlootcapaciteit van de actieve vloot in 2014 wat betreft brutotonnage (BT) en/of brutoregisterton (BRT), motorvermogen (kW) en aantal vaartuigen. |
Or. en
Motivering
De voorgestelde maatregelen zijn vanaf 2017 en gedeeltelijk vanaf 2015 volledig ten uitvoer gelegd. Zij zijn in overeenstemming met het GFCM-beheersplan en het is van essentieel belang om dezelfde beheersaanpak en maatregelen te handhaven, opdat de gevolgen ervan naar behoren kunnen worden beoordeeld. Daarnaast wordt voorgesteld voor dezelfde periode de vangstlimiet geleidelijk te verlagen.
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 ter (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| 1 ter. Onverminderd lid 1 bis varieert de duur van de onder c en d van dat lid bedoelde sluitingen niet meer dan 10% tussen opeenvolgende jaren, om de stabiliteit te waarborgen en om variaties in beheersmaatregelen te beperken. |
Or. en
Motivering
De voorgestelde maatregelen zijn vanaf 2017 en gedeeltelijk vanaf 2015 volledig ten uitvoer gelegd. Zij zijn in overeenstemming met het GFCM-beheersplan en het is van essentieel belang om dezelfde beheersaanpak en maatregelen te handhaven, opdat de gevolgen ervan naar behoren kunnen worden beoordeeld. Daarnaast wordt voorgesteld voor dezelfde periode de vangstlimiet geleidelijk te verlagen.
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 bis (nieuw)
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
| Artikel 6 bis |
| Technische maatregelen |
| 1. Voor de toepassing van deze verordening zijn de tweede alinea van artikel 13, lid 3, van en punt 2 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1967/2006 niet van toepassing. |
| 2. Voor de toepassing van deze verordening wordt de maximale lengte van omsluitingsnetten (ringzegens en zegens zonder sluitlijn) beperkt tot 600 meter met een netdiepte van ten hoogste een derde van de lengte. |
Or. en
Motivering
Voor de uitvoering van elk beheersplan is het essentieel om deze bepalingen in het meerjarenplan op te nemen. Dat was ook een van de maatregelen waarom al werd gevraagd in de gemeenschappelijke aanbeveling van de Adriatische lidstaten en die werd uitgewerkt in de studie over de technische kenmerken van ringzegens en de impact ervan op bodempopulaties. De studie en de aanbeveling zijn ook getoetst door onafhankelijke deskundigen en het WTECV, die de conclusies hebben bevestigd. Dit is een van de essentiële bepalingen voor het waarborgen van de levensvatbaarheid van de visserij met ringzegens op kleine pelagische soorten in de Adriatische Zee.
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. In afwijking van artikel 17, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 wordt de in dat artikel bedoelde voorafgaande kennisgeving ten minste anderhalf uur vóór het geplande tijdstip van aankomst in de haven gedaan. De bevoegde autoriteiten van de kustlidstaten kunnen per geval toestemming geven om de haven op een vroeger tijdstip binnen te varen. | 1. In afwijking van artikel 17, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 wordt de in dat artikel bedoelde voorafgaande kennisgeving ten minste één uur vóór het geplande tijdstip van aankomst in de haven gedaan. De bevoegde autoriteiten van de kustlidstaten kunnen per geval toestemming geven om de haven op een vroeger tijdstip binnen te varen. |
Or. en
Motivering
Met het oog op de specifieke kust en het feit dat de visgronden zich relatief dicht bij de havens bevinden, is het noodzakelijk te voorzien in een kortere tijd voor voorafgaande kennisgeving.
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De verplichting tot voorafgaande kennisgeving geldt voor kapiteins van Unievissersvaartuigen die ten minste één ton ansjovis of één ton sardine aan boord hebben. | 2. De verplichting tot voorafgaande kennisgeving geldt voor kapiteins van Unievissersvaartuigen die ten minste één ton kleine pelagische soorten aan boord hebben. |
Or. en
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Voor de toepassing van deze verordening wordt het toepassingsgebied van de bepalingen van artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 uitgebreid tot vissersvaartuigen met een lengte over alles van acht meter of meer die in de Adriatische Zee doelgericht op kleine pelagische soorten vissen. | (Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Or. en
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De in artikel 9, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 bedoelde vrijstelling is niet van toepassing op vaartuigen die overeenkomstig deze verordening doelgericht vissen op kleine pelagische soorten in de Adriatische Zee, ongeacht hun lengte. | (Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Or. en
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
1. Voor de toepassing van deze verordening wordt de in artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 neergelegde verplichting om een elektronisch visserijlogboek bij te houden en minstens eenmaal per dag elektronisch door te sturen naar de bevoegde autoriteit van de vlaggenlidstaat, uitgebreid tot kapiteins van Unievissersvaartuigen met een lengte over alles van acht meter of meer die doelgericht vissen op ansjovis of sardine. | 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt de in artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 neergelegde verplichting om een elektronisch visserijlogboek bij te houden en minstens eenmaal per dag elektronisch door te sturen naar de bevoegde autoriteit van de vlaggenlidstaat, uitgebreid tot kapiteins van Unievissersvaartuigen met een lengte over alles van acht meter of meer die doelgericht vissen op kleine pelagische soorten. |
Or. en
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 2
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
2. De in artikel 15, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 bedoelde vrijstelling is niet van toepassing op kapiteins van vaartuigen die doelgericht vissen op ansjovis of sardine, ongeacht de lengte van het vaartuig. | 2. De in artikel 15, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 bedoelde vrijstelling is niet van toepassing op kapiteins van vaartuigen die doelgericht vissen op kleine pelagische soorten, ongeacht de lengte van het vaartuig. |
Or. en
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – alinea 1 – inleidende formule
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
De in levend gewicht uitgedrukte drempel voor de desbetreffende bestanden die onder het meerjarenplan vallen, bij overschrijding waarvan een vissersvaartuig zijn vangsten overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 in een aangewezen haven of op een plaats dicht bij de kust moet aanlanden, bedraagt: | De in levend gewicht uitgedrukte drempel voor de kleine pelagische soorten, bij overschrijding waarvan een vissersvaartuig zijn vangsten overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 in een aangewezen haven of op een plaats dicht bij de kust moet aanlanden, bedraagt 4 ton. |
Or. en
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – alinea 1 – letter a
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
a) 2 000 kg ansjovis; | Schrappen |
Or. en
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – alinea 1 – letter b
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
b) 2 000 kg sardine. | Schrappen |
Or. en
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening en daarna om de vijf jaar ziet de Commissie erop toe dat een evaluatie plaatsvindt van de gevolgen van het meerjarenplan voor de onder deze verordening vallende bestanden en voor de visserijen die deze bestanden exploiteren. De Commissie deelt de resultaten van die evaluatie mee aan het Europees Parlement en de Raad. | Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening ziet de Commissie erop toe dat een evaluatie plaatsvindt van de gevolgen van het meerjarenplan voor de onder deze verordening vallende bestanden en voor de visserijen die deze bestanden exploiteren. De Commissie deelt de resultaten van die evaluatie mee aan het Europees Parlement en de Raad en dient, indien nodig, een voorstel in tot wijziging van deze verordening. |
Or. en
Motivering
Aangezien er te veel open vragen zijn over de toestand van bestanden en de beheersaanpak, stellen wij voor dat het meerjarenplan na vijf jaar moet worden herzien. De wetenschap zou na deze periode in staat moeten zijn een duidelijk antwoord te geven op de vraag of de beheersaanpak moet worden gewijzigd.
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – titel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
Streefdoel voor de visserijsterfte | Streefreferentiepunten voor kleine pelagische soorten |
Or. en
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – ondertitel
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
(als bedoeld in artikel 4) | (als bedoeld in de artikelen 4 en 5) |
Or. en
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – tabel
| ||
Door de Commissie voorgestelde tekst | ||
Bestand | Streefbandbreedte voor de visserijsterfte die in samenhang is met het bereiken van de maximale duurzame opbrengst (FMSY) |
|
| Kolom A | Kolom B |
Ansjovis | 0,23 – 0,30 | 0,30 – 0,364 |
Sardine | 0,065 – 0,08 | 0,08 – 0,11 |
Amendement | ||
Bestand | Streefreferentiepunten voor kleine pelagische soorten |
|
| Kolom A | Kolom B |
Ansjovis | SSBpa | SSBlim |
Sardine | SSBpa | SSBlim |
Or. en
Motivering
Biomassa alleen is een geschiktere en zekerdere waarde voor het beheer van kleine pelagische soorten, die afhankelijker zijn van milieuomstandigheden dan van exploitatie. Dat geldt minstens tot er betere wetenschappelijke beoordelingen beschikbaar zijn.
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Bijlage II
| |
Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendement |
[...] | Schrappen |
Or. en
TOELICHTING
1) Achtergrond van het voorstel
Het meerjarenplan voor de kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee en de visserijen die deze bestanden exploiteren (hierna: "meerjarenplan voor de Adriatische Zee") wordt vastgesteld overeenkomstig de basisverordening. Meerjarenplannen worden als prioriteit vastgesteld, op basis van wetenschappelijk, technisch en economisch advies, en moeten instandhoudingsmaatregelen omvatten om visbestanden te herstellen en in stand te houden boven niveaus die de maximale duurzame opbrengst kunnen opleveren. In de basisverordening is bovendien bepaald dat maatregelen niet in de meerjarenplannen kunnen worden opgenomen wanneer geen rekening is gehouden met hun economische en sociale effecten.
Het meerjarenplan voor de Adriatische Zee, het eerste in zijn soort in het Middellandse Zeegebied, zal waarschijnlijk een grote impact hebben op het visserijbeheer in de Middellandse Zee in zijn geheel.
De Adriatische Zee is een belangrijk deelgebied van de Middellandse Zee en is goed voor ongeveer een derde van de totale aanlandingswaarde. Sardine en ansjovis vormen het grootste deel van de vangsten van kleine pelagische soorten. De grootste hoeveelheden worden gevangen door Italië en Kroatië. Een derde lidstaat, Slovenië, vangt minder dan 1 % en Albanië en Montenegro vangen vergelijkbare kleine hoeveelheden. Kleine pelagische visserijen worden momenteel op nationaal, EU- en internationaal niveau gereguleerd. De Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee is het internationale orgaan dat dit soort visserijen op dit moment reguleert.
Het uiteindelijke doel van het voorstel is het tot stand brengen van de maximale duurzame opbrengst (maximum sustainable yield of MSY) voor 2020, zoals vereist uit hoofde van het gemeenschappelijk visserijbeleid. In haar toelichting bij het voorstel stelt de Commissie dat de voornaamste doelstelling van het meerjarenplan voor de Adriatische Zee erin bestaat de bestanden en de visserijsector in een gezonde toestand te brengen door te zorgen voor een duurzame visserij.
2) Strekking van het voorstel
De Commissie diende op 24 februari 2017 een voorstel in voor een meerjarenplan voor de kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee en de visserijen die deze bestanden exploiteren. Het meerjarenplan voor de Adriatische Zee kan worden toegepast op bestanden ansjovis, sardine, makreel en horsmakreel. De fundamentele doelstelling van het meerjarenplan is het bereiken en behouden van de maximale duurzame opbrengst (MSY) voor de desbetreffende bestanden, het zorgen voor een duurzame visserijsector en het voorzien in een doeltreffend beheerskader.
In het kader van het meerjarenplan voor de Adriatische Zee worden de voorgestelde streefdoelen uitgedrukt als streefbandbreedtes voor de visserijsterfte rond FMSY conform de aanbevelingen van het WTECV, met 2020 als uiterste termijn. Er zijn streefdoelen opgenomen voor ansjovis en sardine en de bandbreedtes zijn gebaseerd op de aanbevelingen van het WTECV. Volgens de toelichting van de Commissie zullen deze bandbreedtes het mogelijk maken de desbetreffende bestanden te beheren op basis van de MSY en waarschijnlijk ruimte bieden voor een aanpassing in het geval van wijzigingen in het wetenschappelijke advies. Waar gegevens voor de visbestanden beschikbaar zijn, worden die referentiepunten uitgedrukt als paaibiomassa.
Het voorstel omvat bepalingen in verband met de aanlandingsverplichting die moeten worden aangenomen met het oog op regionalisering.
3) Standpunt van de rapporteur
De rapporteur is verheugd over het meerjarenplan voor de Adriatische Zee, aangezien dit zal voorzien in een instrument voor het meerjarige beheer van biologische mariene hulpbronnen om bij te dragen tot het herstellen van bestanden en het weer duurzaam maken van de visserijsector. Volgens wetenschappelijke beoordelingen van de toestand van bestanden sardine en ansjovis is er momenteel sprake van overexploitatie in de Adriatische Zee. De rapporteur steunt de maatregelen die gericht zijn op het verbeteren van de toestand van de bestanden, met een bijzondere nadruk op de ruimtelijke bescherming van gebieden waarin jonge vis moet worden beschermd en het beschermen van een bestand tijdens het paaien.
Rekening houdend met de toestand van de bestanden, de specifieke aard van de visserij en de complexe sociaaleconomische situatie in het gebied rond de Adriatische Zee, en met het oog op het waarborgen van een doeltreffend beheer en het verduidelijken en vereenvoudigen van de afzonderlijke bepalingen van het voorstel, stelt de rapporteur voor de volgende wijzigingen aan te brengen:
Gezamenlijk beheer van sardine en ansjovis
De rapporteur is het niet eens met het voorstel van de Commissie om sardine en ansjovis gescheiden te beheren en stelt in plaats daarvan voor deze twee soorten gezamenlijk te beheren. Kleine pelagische biomassa kan van jaar tot jaar sterk variëren, ongeacht de visserijsterfte, aangezien kleine pelagische soorten sterk afhankelijk zijn van milieuomstandigheden. Gezien het feit dat het bij de visserij niet volledig mogelijk is om uitsluitend op een van de twee bovengenoemde soorten te vissen, is de rapporteur van mening dat deze gezamenlijk moeten worden beheerd. Bovendien hebben de twee soorten, sardine en ansjovis, dezelfde ecologische niche en veroudert hun biomassa. In het voorstel voert de rapporteur de term "kleine pelagische soorten" in, die ook wordt gebruikt in het regionale plan dat werd opgesteld door de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee.
Instandhouding van het beginsel van een regime op basis van het beheer van de visserijinspanning
De rapporteur verzet zich sterk tegen de pogingen van de Commissie om ervoor te zorgen dat de visserij wordt gereguleerd aan de hand van de vaststelling van totale vangstvolumes en een quotasysteem. Op dit moment is op het gehele Adriatische gebied (GSA 17 en GSA 18) het beheersplan van toepassing dat is opgesteld door de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee (GFCM) en dat is gebaseerd op de regulering van de visserijinspanning en -capaciteit door middel van ruimtelijk-temporele regulering en maxima voor het aantal visdagen per vaartuig, maar dat de veilige vangstbeperking in eerste instantie vaststelt op het vangstniveau van 2014. De nu geldende aanbeveling van de GFCM (GFCM/40/2016/2) werd in 2016 uitgebracht. De rapporteur is van mening dat de huidige aanbeveling bijzonder belangrijk is, omdat deze zorgt voor relatieve stabiliteit voor de sector. Het pakket maatregelen wordt in 2017 en 2018 uitgevoerd en gedurende die tijd moet duidelijk worden of die maatregelen, die sinds 2015 volledig van toepassing zijn, doeltreffend zijn en resultaten opleveren.
In het Middellandse Zeegebied als geheel wordt het beheersregime zoals hierboven beschreven uitgevoerd en zal een duidelijke wijziging in het beheer in een klein deel de EU-markt waarschijnlijk verstoren, ruimte vrijmaken voor meer invoer vanuit landen buiten de EU en de visserijsector in een ongelijke marktpositie brengen.
Aangezien het voorstel van de rapporteur gebaseerd is op het beheer van de visserijinspanning, stelt zij voor de beheersregeling in verband met "mogelijkheden" te vervangen door "beheersmaatregelen".
De rapporteur wil erop wijzen dat de wetenschappelijke beoordelingen en aanbevelingen kunnen veranderen en is van mening dat dit nog een reden is om af te zien van quotasystemen. Het moet worden benadrukt dat met dezelfde gegevens die door de werkgroepen van de GFCM en het WTECV werden geproduceerd verschillende resultaten zijn behaald. De onzekerheid die deze beoordelingen met zich meebrengen zorgt voor aanvullende twijfels bij het nemen van verreikende belangrijke besluiten op basis van wetenschappelijke aanbevelingen die zo sterk kunnen variëren.
Wetenschappelijke beoordelingen en het gebruik hiervan in het voorgestelde plan
Een van de belangrijkste bepalingen van het voorstel houdt verband met biologische referentiepunten. In het voorstel worden deze referentiepunten gebaseerd op de visserijsterftewaarde (F), die in samenhang is met het exploiteren van hulpbronnen in overeenstemming met de maximale duurzame opbrengst (FMSY). Deze waarde is het streefniveau dat volgens de basisverordening voor 2020 moet worden bereikt. De samenhang van de visserijsterftewaarde met de theoretische waarde van de exploitatie in overeenstemming met de maximale duurzame opbrengst is echter afhankelijk van een aantal aannames die zijn ingesloten in de procedure voor de wetenschappelijke beoordeling van de toestand van bestanden en kan dus sterk uiteenlopen. In 2016 was het WTECV bijvoorbeeld van mening dat de FMSY-waarde voor sardine 0,08 was, terwijl de GFCM deze waarde tegelijkertijd op 0,7 vaststelde, bijna tien keer hoger. Tijdens de laatste plenaire vergadering van het WTECV (17 januari) werd een aanbeveling uitgebracht waarin werd gesteld dat de waarde die moest worden gebruikt voor het streefniveau van de maximale duurzame opbrengst niet FMSY moest zijn, maar een theoretische conversie waarin de exploitatie werd meegerekend (verhouding tussen de visserijsterfte en de totale sterfte, E=0,4), die ook kon worden uitgedrukt als de visserijsterftewaarde F. Gezien het feit dat zelfs het wetenschappelijke adviesorgaan van de Commissie (het WTECV) concludeerde dat sprake is van een aantal onzekerheden bij deze beoordelingen, stelt de rapporteur voor dat het referentiepunt dat moet worden gebruikt in het meerjarenplan voor de Adriatische Zee de biomassa van het bestand moet zijn in plaats van de visserijsterfte. Het is met name van belang dat, op een moment waarop deze kwestie aanleiding geeft tot controverses binnen de wetenschappelijke gemeenschap, het niet mogelijk moet zijn om een quotasysteem in te voeren waarbij de totale vangst zou worden bepaald door deze juist op die referentiepunten te richten. Gezien de variatie in de referentiepunten kunnen deze niet worden gebruikt om de totale toegestane vangst te bepalen; de regeling die moet worden toegepast, moet worden gebaseerd op de regulering van de visserijinspanning om het voortbestaan van een afzonderlijke soort te waarborgen in voldoende hoeveelheden wat de biomassa betreft.
De technische kenmerken bepalen van ringzegens voor het vissen op kleine pelagische soorten in de Adriatische Zee
De rapporteur stelt voor dat het voorstel voor een plan voorziet in een vrijstelling van de bepaling van de Middellandse Zeeverordening inzake het laten zakken van een ringzegen en de verhouding tussen diepte en netdiepte. Er moet worden benadrukt dat het plan wordt opgesteld in overeenstemming met de regionale kenmerken en moet worden afgestemd op de visserijen van het gebied waarvoor het ontworpen is; in het plan moeten bovendien vanaf het begin de specifieke kenmerken van het vistuig worden erkend dat in de Adriatische Zee wordt gebruikt en moet dit gebruik worden toegestaan.
De landen aan de Adriatische Zee, bijeengebracht binnen AdriaMed (een subregionaal initiatief in de vorm van een FAO-project), hebben een wetenschappelijke studie verricht om de technische kenmerken te beschrijven van ringzegens in de Adriatische Zee, de mogelijke gevolgen hiervan voor de zeebodem en hun visserijgedrag. Uit de studie bleek dat Italië, Kroatië en Slovenië terecht vragen om de zodanige vaststelling van de afmetingen van een ringzegen in het kader van het plan dat de maximale lengte 600 m bedraagt en de hoogte niet meer dan een derde van de lengte. Gezien het feit dat dit de voorgestelde afmetingen zijn, is het essentieel om afstand te doen van de bepaling van de Middellandse Zeeverordening die het gebruik van ringzegens beperkt in gebieden met een diepte van minder dan 70 % ten opzichte van de netdiepte; vanwege de samenstelling van de bodem van de Adriatische Zee, kan dit niet worden gehandhaafd.
Sociaaleconomische gevolgen van het voorgestelde plan
In de basisverordening is onder meer bepaald dat maatregelen niet in de meerjarenplannen kunnen worden opgenomen wanneer geen rekening is gehouden met hun economische en sociale effecten.
De rapporteur wil erop wijzen dat in het Commissievoorstel geen gedetailleerde beoordeling is opgenomen van de sociaaleconomische gevolgen. Ze maakt zich in het bijzonder zorgen omdat de visserijsector in het Middellandse Zeegebied zich al meer dan twintig jaar in een crisis bevindt en nieuwe bepalingen die niet goed doordacht zijn aanzienlijke gevolgen kunnen hebben en de gehele sector kapot kunnen maken. Bovendien zijn er geen maatregelen voor financiële ondersteuning en/of omschakeling voor ondernemingen en werknemers in verband met het voorstel om de vangst van sardine en ansjovis te beperken, hoewel deze een belangrijke economische hulpbron vormt voor kleine lokale gemeenschappen, en met name eilandgemeenschappen, en industrieën.