EUROPEES PARLEMENT
Zittingsdocument
30.9.2008 B6‑0522/2008
ONTWERPRESOLUTIE
naar aanleiding van een verklaring van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Cristiana Muscardini, Eugenijus Maldeikis, Ģirts Valdis Kristovskis, Jan Tadeusz Masiel, Seán Ó Neachtain, Marek Aleksander Czarnecki
namens de UEN-Fractie
over de toekomst van de WHO Doha-ontwikkelingsagenda
Resolutie van het Europees Parlement over de toekomst van de WHO Doha-ontwikkelingsagenda
Het Europees Parlement,
– gezien de ministeriële verklaring over het Doha-proces van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) van 14 november 2001,
– onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de Doha-ontwikkelingsagenda (Doha Development Agenda, DDA),
– gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,
A. overwegende dat de ministeriële WTO-besprekingen ter afronding van de Doha-ronde eind juli 2008 zijn vastgelopen,
B. overwegende dat er enige vooruitgang is geboekt waardoor de WTO-leden dicht bij afronding van de overeenkomst zijn gekomen,
C. overwegende dat de belangen van de ontwikkelingslanden, en met name van de minst ontwikkelde landen, alsmede het engagement van alle WTO-leden met betrekking tot de "ontwikkelingsronde" de kern van de onderhandelingen moeten blijven vormen,
D. overwegende dat niet-sluiting van een overeenkomst de geloofwaardigheid van het multilaterale handelssysteem, en daardoor van de WTO zelf, wel eens ernstig zou kunnen ondermijnen,
E. overwegende dat afsluiting van de DDA elke dag urgenter wordt, aangezien de economische en financiële vooruitzichten steeds slechter worden,
1. is ernstig teleurgesteld en verontrust over de patstelling op de ministerconferenties van de WTO afgelopen juli;
2. bekrachtigt zijn volledige onderschrijving van de multilaterale aanpak van het handelsbeleid en een WTO die garant kan staan voor een evenwichtig resultaat in de internationale handel op basis van volledige eerbiediging van de milleniumontwikkelingsdoelstellingen;
3. is ervan overtuigd dat de succesvolle afronding van de Doha-ronde in de huidige situatie van economische en financiële crisis een stabiliserende factor zou kunnen vormen; blijft vasthouden aan de DDA, aangezien de wereldwijde problemen in verband met de continuïteit van de voedselvoorziening, energie en klimaatverandering door de WTO dringend moeten worden aangepakt zodra deze ronde afgesloten is;
4. is zich terdege bewust van de moeilijkheden die verbonden zijn aan één verbintenis (Single Undertaking); verwelkomt de vooruitgang die tot dusver in de onderhandelingen is geboekt, en die tijdens de volgende bijeenkomst een belangrijke en geconsolideerde basis zou moeten vormen voor de voortzetting van de Doha-ronde en het bereiken van een positief resultaat;
5. dringt er bij de EU, de VS en de G20 als nieuwe grote economische actoren op aan zich in de huidige onderhandelingen van hun verantwoordelijkheid te kwijten, de geest van de onderhandelingsronde ten volle te eerbiedigen, en alles in het werk te stellen om tot het eind van dit jaar tot een overeenkomst te komen, zodat de DDA nog steeds in 2009 kan worden afgerond; onderstreept andermaal de betekenis van differentiatie tussen ontwikkelingslanden en opkomende landen;
6. dringt er bij India en de VS op aan onverwijld een politieke oplossing te zoeken voor het speciale beschermingsmechanisme (SSM), teneinde een billijk evenwicht te waarborgen tussen handel en ontwikkelingskwesties dat het mogelijk maakt ook andere landbouwvraagstukken te behandelen en op te lossen, zoals de uitbreiding van tariefquota, de vereenvoudiging van tarieven en subsidies voor katoen, alsmede kwesties in verband met markttoegang voor niet-landbouwproducten en diensten;
7. is van mening dat de moeilijkheden rond de DDA laten zien hoe belangrijk het is om, zodra de ronde is afgesloten, onverwijld de hervorming van de WTO aan te pakken, teneinde de WTO effectiever en transparanter te maken en de democratische legitimiteit en de integratie ervan in het grotere geheel van mondiaal beheer te verbeteren; herhaalt dat er behoefte is aan gerichte technische steun en capaciteitsopbouw om ontwikkelingslanden te helpen effectief in de DDA te participeren;
8. verzoekt de Commissie en de Raad een overeenkomst vast te stellen om volledige deelname van het Europees Parlement aan de internationale handelsbesprekingen van de EU te waarborgen;
9. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de regeringen en de parlementen van de lidstaten en de directeur-generaal van de WTO.