Zittingsdocument

 

4.7.2011                                                                                                                  B7‑0392/2011

ONTWERPRESOLUTIE

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

over de veranderingen aan het Akkoord van Schengen

Daniel Cohn-Bendit, Rebecca Harms, Judith Sargentini, Tatjana Ždanoka, Raül Romeva i Rueda

namens de Verts/ALE-Fractie

 

B7‑0392/2011

Resolutie van het Europees Parlement over de veranderingen aan het Akkoord van Schengen

Het Europees Parlement,

–   gezien artikel 2 van het VEU en de artikelen 18, 20, 21, 67, 77 en 80 van het VWEU,

–   gezien artikel 45 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–   gezien de conclusies van de Europese Raad van 24 juni 2011,

–   gezien de mededeling van de Commissie van 5 mei 2011 over migratie ( COM(2011)0248 ),

–   gezien het Akkoord van Schengen van 14 juni 1985,

–   gezien de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen van 19 juni 1990,

–   gezien Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden,

–   gezien Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode),

–   gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de instelling van een evaluatiemechanisme voor de controle van de toepassing van het Schengenacquis ( COM(2010)0624 – C7-0370/2010 – 2010/0312(COD) ),

–   gezien het ontwerpverslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de instelling van een evaluatiemechanisme voor de controle van de toepassing van het Schengenacquis ( COM(2010)0624 ),

–   gezien artikel 110 van zijn Reglement,

A. overwegende dat de verwezenlijking van de Schengenruimte en de integratie van het Schengenacquis in het kader van de EU een van de grootste verworvenheden van het Europese integratieproces vormt die zich kenmerkt door de afschaffing van de personencontroles aan de interne grenzen en door een onvergelijkbare bewegingsvrijheid binnen de EU,

B.  overwegende dat de vrijheid van verkeer een van de pijlers van het burgerschap van de EU is geworden en een van de grondslagen van de Europese Unie als een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, die staat voor het recht van de burgers zich in alle lidstaten vrijelijk te bewegen en te vestigen, waarbij zij aanspraak kunnen maken op dezelfde rechten, vormen van bescherming en waarborgen, waaronder het verbod op elke vorm van discriminatie op grond van nationaliteit,

C. overwegende dat de Schengenvoorschriften die de voorwaarden voor de vrijheid van verkeer van personen over de interne grenzen bepalen, zijn omschreven in de Schengen grenscode, waarvan de artikelen 23 t/m 26 maatstaven en procedures voor de tijdelijke herinvoering van grenscontroles aan de interne grenzen bevatten;

D. overwegende dat de vrijheid van verkeer in de Europese Unie overeenkomstig de Schengengrenscode en artikel 45 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie op welomschreven voorwaarden ook kan worden uitgebreid tot burgers van derde landen die legaal in de EU verblijven,

E.  overwegende dat het mechanisme dat is gebaseerd op de Groep Schengenevaluatie (SCH-EVAL), een uitsluitend intergouvernementeel orgaan, niet voldoende effectief is gebleken,

F.  overwegende dat een nieuw evaluatiemechanisme is opgenomen in het voorstel voor een Verordening tot instelling van een evaluatiemechanisme om de toepassing van het Schengenacquis te controleren, dat momenteel volgens de gewone wetgevingsprocedure bij het EP in behandeling is; overwegende dat in dit mechanisme al voorziet in procedures, beginselen en instrumenten om de lidstaten te steunen aan het Schengenacquis te voldoen, ook wanneer zich onvoorziene gebeurtenissen voordoen,

G. overwegende dat artikel 77 van het VWEU bevestigt dat het Europees Parlement en de Raad, handelend overeenkomstig de gewone wetgevingsprocedure, maatregelen nemen betreffende onder meer de controles waaraan personen bij het overschrijden van de buitengrenzen worden onderworpen, alsmede maatregelen om te voorkomen dat personen, ongeacht hun nationaliteit, bij het overschrijden van de binnengrenzen aan enige controle worden onderworpen,

1.  herinnert eraan dat de vrijheid van verkeer in een Europese ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid een fundamenteel recht is en een pijler vormt van het burgerschap van de Europese Unie, waarvan de voorwaarden om het uit te oefenen zijn neergelegd in de Verdragen en in Richtlijn 2004/38/EG;

2.  is ook van mening dat doeltreffende steun aan de lidstaten om in gevallen van druk aan de buitengrenzen voor eerbiediging van het Schengenacquis te zorgen al ten volle door middel van het nieuwe Schengen evaluatiesysteem kan worden verleend, dat momenteel volgens de gewone wetgevingsprocedure in een nieuwe vorm wordt gegoten;

3.  betreurt ten zeerste dat sommige lidstaten pogingen hebben gedaan om opnieuw grenscontroles in te voeren, wat overduidelijk nu juist recht tegen de geest van het Schengenacquis ingaat;

4.  wijst erop dat de toestroom van migranten en asielzoekers aan de buitengrenzen in geen geval op zich als bijkomende reden voor de herinvoering van grenscontroles kan worden beschouwd;

5.  acht Schengen te belangrijk om hieraan beperkingen te stellen en vindt dat een terugkeer van de grenscontroles alleen in uitzonderlijke gevallen mag plaatsvinden en uitsluitend als laatste redmiddel gedurende een beperkte tijd, nadat alle ander eventuele oplossingen zijn uitgeput; is van mening dat over een dergelijke herinvoering een besluit moet worden genomen op EU-niveau, en niet door de lidstaten afzonderlijk;

6.   verklaart opnieuw sterk gekant te zijn tegen een nieuw Schengenmechanisme dat andere doelen heeft dan de vergroting van de vrijheid van verkeer en de versterking van de EU-governance van de Schengenruimte; het nieuwe mechanisme moet de bestaande mogelijkheden die de Schengengrenscode voor een de facto unilaterale herinvoering biedt niet aanvullen, maar vervangen.

7.  vestigt met nadruk de aandacht op zijn democratische prerogatieven en blijft erbij dat elke poging om artikel 77 van het VWEU niet langer te beschouwen als de juiste rechtsgrondslag voor eventuele maatregelen op dit gebied zal worden beschouwd als een afwijking van de EG-Verdragen en behoudt zich het recht voor, zo nodig, gebruik te maken van alle rechtsmiddelen waarover het beschikt;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.