Zittingsdocument

 

7.3.2012                                                                                                                  B7‑0135/2012

ONTWERPRESOLUTIE

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

over Kazachstan ( 2012/2553(RSP) )

Charles Tannock, Janusz Wojciechowski, Valdemar Tomaševski, Ryszard Antoni Legutko, Ryszard Czarnecki, Tomasz Piotr Poręba

namens de ECR-Fractie

 

B7‑0135/2012

Resolutie van het Europees Parlement over Kazachstan ( 2012/2553(RSP) )

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere resoluties over Kazachstan en Centraal‑Azië,

–   gezien de EU‑strategie voor Centraal-Azië,

–   gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) met Kazachstan en de onderhandelingen over een nieuwe PSO,

–   gezien de verklaring van 17 december 2011 van de vicevoorzitter / hoge vertegenwoordiger van de EU, Catherine Ashton, over de gebeurtenissen in het district Zjanaozen,

–   gezien de verklaring van 17 december 2011 van de vicevoorzitter / hoge vertegenwoordiger van de EU, Catherine Ashton, over de parlementaire verkiezingen in Kazachstan,

–   gezien het voorlopige verkiezingswaarnemingsverslag van de OVSE / het ODIHR met betrekking tot de verkiezingen die op 15 januari 2012 werden gehouden,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de betrekkingen tussen de EU en de Republiek Kazachstan op alle vlakken zijn geïntensiveerd; overwegende dat Kazachstan een cruciale rol vervult met betrekking tot de stabiliteit en de veiligheid in Centraal‑Azië, alsook met betrekking tot de economische ontwikkeling van de regio als geheel; overwegende dat de EU zeer goede betrekkingen met Kazachstan onderhoudt en in dialoog is met het land;

B.  overwegende dat de president van Kazachstan op 17 februari 2012 diverse wetten heeft getekend die erop zijn gericht de juridische basis voor arbeidsverhoudingen, rechten van werknemers en de sociale dialoog te verbeteren;

C. overwegende dat de staking van arbeiders in de olie‑industrie in de stad Zjanaozen in de provincie Mangistau en in andere regio's van Kazachstan al sinds de lente van 2011 aan de gang is en dat zich op 16 december 2011 rellen met gewelddadige confrontaties hebben voorgedaan;

D. overwegende dat de president van Kazachstan een grondig onderzoek naar de gebeurtenissen heeft verordend en daartoe een overheidscommissie in het leven heeft geroepen onder leiding van de eerste vicepremier, en internationale deskundigen heeft uitgenodigd aan het onderzoek deel te nemen;

E.  overwegende dat Kazachstan in 2010 voorzitter werd van de OVSE en heeft toegezegd een reeks democratische hervormingen door te voeren en de grondbeginselen van deze organisatie te eerbiedigen;

F.  overwegende dat de EU en Kazachstan onderhandelen over een nieuwe overeenkomst ter vervanging van de inmiddels verstreken partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO), waarmee wordt beoogd de betrekkingen tussen de EU en Kazachstan te versterken en te verdiepen;

1.  benadrukt dat de betrekkingen tussen de EU en Kazachstan en de intensivering van de economische en politieke samenwerking van groot belang zijn; verwelkomt de aanvang van de onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst ter vervanging van de inmiddels verstreken partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO);

2.  neemt kennis van het voorlopige verkiezingswaarnemingsverslag van de OVSE / het ODIHR, de Parlementaire Vergadering van de OVSE en de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa waarin wordt geconstateerd dat de parlementsverkiezingen van 15 januari 2012 technisch gezien goed georganiseerd verliepen;

3.  verwelkomt de juridische aanpassingen die de afgelopen maanden zijn doorgevoerd en die erop zijn gericht meer partijen tot het parlement toe te laten;

4.  is zeer bezorgd over de gebeurtenissen op 16 december 2011 in Zjanaozen waarbij ten minste 16 doden en 110 gewonden vielen; betuigt de families van de slachtoffers zijn deelneming; verwelkomt de instelling van een overheidscommissie onder leiding van de eerste vicepremier om de gebeurtenissen op objectieve en transparante wijze te onderzoeken;

5.  dringt er bij de Kazachse autoriteiten op aan een eerlijke rechtsgang te waarborgen voor de deelnemers aan de rellen en hun fundamentele mensenrechten te eerbiedigen;

6.  dringt bij de Kazachse autoriteiten aan op een open en constructieve sociale dialoog met de werknemers van de olie‑industrie en roept hen op tot een passende oplossing te komen;

7.  dringt er bij de EU en met name bij de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid op aan om geregeld verslag uit te brengen aan het Europees Parlement;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de hoge vertegenwoordiger / vicevoorzitter, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van de Republiek Kazachstan en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.