Zittingsdocument

 

13.3.2012                                                                                                                B7‑0178/2012

ONTWERPRESOLUTIE

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

over de toestand in Belarus ( 2012/2581 (RSP) )

Véronique De Keyser, Libor Rouček, Justas Vincas Paleckis, Kristian Vigenin, Marek Siwiec

namens de S&D-Fractie

 

B7‑0178/2012

Resolutie van het Europees Parlement over de toestand in Belarus ( 2012/2581 (RSP) )

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere resoluties over Belarus, met name die van 16 februari 2012 en 20 januari 2011,

–   gezien de verklaring van de Voorzitter van het Europees Parlement, Martin Schulz, van 28 februari 2012 over het besluit van de autoriteiten van Belarus om de ambassadeurs van de EU en van Polen het land uit te zetten,

–   gezien de conclusies over Belarus van de 3149e bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken op 27 februari 2012,

–   gezien de conclusies van de Europese Raad van 1 en 2 maart 2012,

–   gezien de verklaring van de hoge vertegenwoordiger van de Unie, Catherine Ashton, van 28 februari 2012 over het besluit van de autoriteiten van Belarus om het hoofd van de EU‑delegatie en de ambassadeur van Polen in Minsk het land uit te zetten,

–   gezien de verklaring over de toestand in Belarus die werd aangenomen tijdens de Top van het Oostelijk Partnerschap in Warschau op 30 september 2011,

–   gezien de gezamenlijke verklaring van de ministers van Buitenlandse Zaken van de Visegradgroep, Estland, Letland en Litouwen in Praag op 5 maart 2012,

–   gezien de verklaring van het Belarussische Nationaal Platform van het Middenveldforum van het Oostelijk Partnerschap in Minsk op 2 maart 2012,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Raad van de Europese Unie op 23 januari 2012 een besluit heeft aangenomen dat de criteria verruimt om sancties op te leggen aan Belarussische personen en entiteiten die betrokken zijn bij ernstige schendingen van de mensenrechten en onderdrukking of profiteren van het Belarussische regime;

B.  overwegende dat de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU op 27 februari 2012 hebben gewezen op de verdere verslechtering van de toestand in Belarus en daarom hebben besloten om 21 Belarussische ambtenaren die verantwoordelijk worden gehouden voor de onderdrukking van de civiele samenleving en de democratische oppositie, toe te voegen aan de lijst van personen voor wie een reisverbod geldt en van wie de tegoeden worden bevroren;

C. overwegende dat het Belarussische Ministerie van Buitenlandse Zaken, als reactie op de nieuwe EU-sancties, het hoofd van de EU-delegatie in Minsk en de ambassadeur van Polen in Belarus heeft verzocht het land te verlaten;

D. overwegende dat de EU-lidstaten, naar aanleiding van de verklaring van de Belarussische autoriteiten en als een uiting van eenheid en solidariteit, op 28 februari 2012 zijn overeengekomen om al hun ambassadeurs voor raadpleging naar hun respectieve hoofdsteden terug te roepen;

E.  overwegende dat veel vertegenwoordigers van de Belarussische democratische oppositie en activisten die zich voor de civiele samenleving inzetten, inclusief voormalige presidentskandidaten en prominente voorvechters van de mensenrechten, om politieke redenen in de gevangenis zitten;

F.  overwegende dat een districtsrechter in Vitsyebsk de oppositieactivist Syarhey Kavalenka op 24 februari 2012 tot twee jaar en één maand opsluiting in een laagbeveiligde gevangenis heeft veroordeeld omdat hij de proeftijdregels zou hebben geschonden; overwegende dat Kavalenka werd gearresteerd op 19 december 2011, net een jaar na de oneerlijk verlopen presidentsverkiezing;

G. overwegende dat de Belarussische autoriteiten artikel 30 van de Belarussische grondwet schenden en het recht op vrij verkeer van hun burgers beknotten; overwegende dat het Belarussische Openbaar Ministerie op 1 maart 2012 heeft aangekondigd dat Belarussen die nieuwe buitenlandse sancties tegen Belarus steunen, het risico lopen niet meer naar het buitenland te mogen reizen; overwegende dat drie oppositieleiders en activisten ‑ Anatol Lyabedzka, Alyaksandr Dabravolski en Viktar Karnyayenka ‑ en mensenrechtenactivist Valyantsin Stefanovich tussen 7 en 11 maart de grens tussen Belarus en Litouwen niet over mochten;

H. overwegende dat de regeringen van Belarus, Kazachstan en de Russische Federatie op 11 maart 2012 een gezamenlijke verklaring hebben afgelegd waarin ze het voornemen van de EU hekelen om Belarus economische sancties op te leggen, wat de douane-unie van de drie landen in gevaar zou kunnen brengen;

1.  blijft de verslechterende toestand inzake mensenrechten en fundamentele vrijheden, tezamen met het gebrek aan grondige democratische en economische hervormingen in Belarus met klem veroordelen en zal zich blijven verzetten tegen de onderdrukking van de opposanten van het regime in Minsk;

2.  eist de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating en rehabilitatie van alle politieke gevangenen in Belarus;

3.  betreurt ten zeerste het recente besluit van de Belarussische autoriteiten om het hoofd van de EU-delegatie in Minsk en de ambassadeur van Polen in Belarus het land uit te zetten en vindt dat een contraproductieve en buitensporige maatregel die het toenemende, zelfgekozen isolement van Belarus alleen maar vergroot;

4.  roept Belarus op stappen te ondernemen die van goede wil getuigen en het mogelijk maken om weer normale diplomatieke betrekkingen tussen Belarus en de EU en haar lidstaten tot stand te brengen;

5.  is ingenomen met het besluit van de Raad ter uitbreiding van de lijst van personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen of de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie, of die het Belarussische regime ondersteunen of ervan profiteren, en die aan een reisverbod en een bevriezing van tegoeden onderworpen zijn;

6.  onderstreept dat de EU Belarus geen economische sancties heeft opgelegd en niet de bedoeling heeft de Belarussische bevolking te treffen;

7.  benadrukt dat een geleidelijke hernieuwde toenadering van de EU tot Belarus en de hervatting van de politieke dialoog met de leiders in Minsk ten voordele van de burgers van Belarus mogelijk is indien het land zich bereid toont om werk te maken van de overname van alle internationale normen inzake democratie, mensenrechten, burgerlijke vrijheden en de rechtsstaat;

8.  herhaalt dat de Europese Unie vastbesloten blijft haar engagement ten aanzien van het Belarussische maatschappelijk middenveld te versterken en de democratische betrachtingen van het Belarussische volk te ondersteunen;

9.  moedigt de democratische activiteiten van het Belarussische maatschappelijk middenveld en de niet-gouvernementele organisaties sterk aan;

10. roept de Belarussische autoriteiten op om constructief te reageren op de uitnodiging voor onderhandelingen over een versoepeling van de visumplicht;

11. roept de landen van het Oostelijk Partnerschap op om erop aan te dringen dat Belarus zijn politieke betrekkingen met de EU normaliseert;

12. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de Parlementaire Vergaderingen van de OVSE en de Raad van Europa en het parlement en de regering van Belarus.