Zittingsdocument
6.3.2013 B7‑0121/2013
ONTWERPRESOLUTIE
naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement
over opvoering van de strijd tegen racisme en vreemdelingenhaat
( 2013/2543(RSP) )
Manfred Weber, Véronique Mathieu Houillon, Salvatore Iacolino, Roberta Angelilli
namens de PPE-Fractie
Timothy Kirkhope
namens de ECR-Fractie
Resolutie van het Europees Parlement over opvoering van de strijd tegen racisme en vreemdelingenhaat
( 2013/2543(RSP) )
Het Europees Parlement,
– gezien artikelen 10 en 67 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie volgens welke de Unie streeft naar bestrijding van discriminatie en waarborging van een hoog niveau van veiligheid door middel van maatregelen ter voorkoming van racisme en vreemdelingenhaat,
– gezien artikel 21 van het Handvest van de grondrechten volgens hetwelk iedere discriminatie, met name op grond van ras, etnische afkomst, taal, godsdienst of het behoren tot een nationale minderheid, is verboden,
– gezien Kaderbesluit 2008/913/JBZ van de Raad van 28 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht,
– gezien Richtlijn 2012/29/EU tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten,
– gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,
A. overwegende dat jaarlijks op 21 maart de Internationale Dag van de uitbanning van rassendiscriminatie wordt gevierd ter herdenking van de moord op 69 anti-apartheidsdemonstranten in Zuid-Afrika in 1960;
B. overwegende dat het van essentieel belang is de door racisme en vreemdelingenhaat ingegeven bloedbaden in de geschiedenis van Europa te gedenken en de herinnering eraan levend te houden;
C. overwegende dat de Europese Unie haar oorsprong vindt in de grondgedachte oorlog tegen te gaan en op gezamenlijke voet voort te gaan;
D. overwegende dat de Europese Unie stoelt op de gemeenschappelijke waarden van eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat en is gegrondvest op de bevordering van verdraagzaamheid;
E. overwegende dat Kaderbesluit 2008/913/JBZ betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat naar verwachting in november 2013 zal worden herzien;
F. overwegende dat het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten in een in november 2012 gepubliceerd verslag heeft onderstreept dat door haat ingegeven misdrijven een reëel probleem zijn in de Europese Unie en een bedreiging vormen voor talloze personen en voor de samenleving als geheel;
G. overwegende dat uit een speciale opiniepeiling van Eurobarometer in 2012 is gebleken dat discriminatie nog steeds in de lidstaten van de Europese Unie voorkomt en in de meeste gevallen is te herleiden tot etnische afkomst;
H. overwegende dat tijdens een informele bijeenkomst van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken in januari in Dublin een debat heeft plaatsgevonden over EU-maatregelen om door haat ingegeven misdrijven, racisme, antisemitisme, vreemdelingenhaat en homofobie tegen te gaan;
1. onderstreept dat onverdraagzaamheid en discriminatie in welke vorm dan ook niet in de Europese Unie mogen worden geduld;
2. stelt met bezorgdheid vast dat door haat ingegeven misdrijven zoals racisme, vreemdelingenhaat, antisemitisme, extremisme en intolerantie in Europa nog steeds aan de orde van de dag zijn;
3. roept de lidstaten op waakzaam te blijven in tijden van economische crisis en verleidingen tot toenemende intolerantie en stigmatisering te weerstaan;
4. verzoekt de lidstaten racisme en vreemdelingenhaat tegen te gaan door middel van actieve bevordering van verdraagzaamheid en onderstreept de cruciale rol van onderricht in dezen;
5. wijst erop dat het van belang is dat elke burger zich bewust is van zijn rechten voor wat betreft zijn bescherming tegen door haat ingegeven delicten;
6. verzoekt de lidstaten alle nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat aangifte wordt gedaan van door haat ingegeven, racistische en xenofobe strafbare feiten en dat personen die aangifte doen van misdrijven en slachtoffer zijn van racistische en xenofobe delicten naar behoren worden beschermd;
7. verzoekt de lidstaten toe te zien op het doeltreffend onderzoeken en vervolgen van racistische en xenofobe strafbare feiten;
8. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de Europese Raad, de Raad en de Commissie, alsmede de parlementen en regeringen van de lidstaten.