Zittingsdocument

 

B8-0807/2016

17.6.2016

ONTWERPRESOLUTIE

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement

over de bloedbaden in Oost-Congo

( 2016/2770(RSP) )

Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo, Laura Ferrara, Piernicola Pedicini, Laura Agea

namens de EFDD-Fractie

 

B8-0807/2016

Resolutie van het Europees Parlement over de bloedbaden in Oost-Congo

( 2016/2770(RSP) )

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de Democratische Republiek Congo (DRC),

–  gezien de resolutie van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU van 15 juni 2016 over de situatie aan de vooravond van de verkiezingen en de veiligheidssituatie in de DRC,

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (vv/hv) en haar woordvoerder over de situatie in de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de conclusies van de Raad van 23 mei 2016 over de Democratische Republiek Congo,

–  gezien het jaarverslag van de EU inzake mensenrechten en democratie in de wereld in 2014, dat op 22 juni 2015 door de Raad is aangenomen,

–  gezien de besluiten en beschikkingen van het Internationaal Gerechtshof in het kader van de zaken "Armed Activities on the Territory of the Congo" (Democratische Republiek Congo/Uganda), "Armed Activities on the Territory of the Congo (New Application: 2002)" (Democratische Republiek Congo/Rwanda), "Armed Activities on the Territory of the Congo" (Democratische Republiek Congo/Rwanda) en "Armed Activities on the Territory of the Congo" (Democratische Republiek Congo/Burundi),

–  gezien de kaderovereenkomst voor vrede, veiligheid en samenwerking voor de DRC en de regio, die in februari 2013 in Addis Abeba werd ondertekend,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over de DRC, met name resolutie 2198(2015) over verlenging van het sanctieregime inzake Congo en het mandaat van de groep van deskundigen, en resolutie 2277(2016),

–  gezien het verslag van de groep van deskundigen van de VN inzake de DRC van 12 januari 2015,

–  gezien het jaarverslag van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten van 27 juli 2015 over de mensenrechtensituatie en de activiteiten van het gezamenlijke mensenrechtenkantoor van de Verenigde Naties in de DRC,

–  gezien het internationaal humanitair recht,

–  gezien de Verdragen van Genève betreffende gewapende conflicten, met name het Vierde Verdrag van Genève van 1949 en de protocollen daarbij,

–  gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof,

–  gezien de verklaring van de voorzitter van de VN-Veiligheidsraad van 9 november 2015 over de situatie in de DRC,

–  gezien de verslagen van de secretaris-generaal van de VN van 9 maart 2016 over de Stabilisatiemissie van de Verenigde Naties en de tenuitvoerlegging van het Kader voor vrede, veiligheid en samenwerking voor de DRC en de regio,

–  gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van juni 1981,

–  gezien het Afrikaans Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur,

–  gezien de herziene Partnerschapsovereenkomst van Cotonou,

–  gezien de Congolese grondwet van 18 februari 2006,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat talrijke bronnen melding hebben gemaakt van gruweldaden, bloedbaden, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in het noordoosten van de Democratische Republiek Congo, zoals wijdverbreid seksueel geweld en de ronseling en het gebruik van kinderen door gewapende groeperingen;

B.  overwegende dat in de gebieden Beni, Lubero en Butembo , tussen oktober 2014 en mei 2016 vele burgers te maken kregen met seksueel geweld, huizen, ziekenhuizen en scholen werden platgebrand, meer dan 1 160 mensen werden vermoord en meer dan 1 470 mensen zijn verdwenen;

C.  overwegende dat dit oude, nog onopgeloste conflict tot de binnenlandse en buitenlandse ontheemding van meer dan twee miljoen mensen heeft geleid;

D.  overwegende dat vele gebieden in de regio nu bezet zijn door diverse gewapende groeperingen;

E.  overwegende dat de verantwoordelijkheid voor deze moorden toe te schrijven is aan de gewapende groeperingen die in de regio actief zijn; overwegende dat de reikwijdte van het toezicht van de regering op deze groeperingen onduidelijk is;

F.  overwegende dat er in sommige gevallen misdaden zijn begaan in de onmiddellijke nabijheid van stellingen van het nationale leger (FARDC) en bases van de VN‑vredeshandhavingsmissie in de DRC (Monusco);

G.  overwegende dat het Congolese leger en Monusco (waarvan het mandaat is verlengd en uitgebreid) in de regio aanwezig zijn om de stabiliteit te handhaven, gewapende groeperingen te bestrijden en burgers te beschermen;

H.  overwegende dat er tevens een aanzienlijke en vergaande verantwoordelijkheid voor dit verreikende, complexe en diepgewortelde probleem ligt bij de publieke en private entiteiten die van de instabiliteit profiteren en tot doel hebben de natuurlijke hulpbronnen van de regio te exploiteren;

1.  is zeer bezorgd over de verslechterende humanitaire situatie in het oosten van de DRC en de nu al meer dan twintig jaar aanslepende gewelddadige gewapende conflicten;

2.  betreurt ten zeerste de onverschilligheid van de internationale gemeenschap en het zwijgen van de media ondanks de besluiten en beschikkingen van het Internationaal Gerechtshof en de vele officiële handelingen van de Verenigde Naties en andere internationale instellingen;

3.  veroordeelt de reeds lang gangbare en voortdurende wijdverbreide schending van de meest elementaire mensenrechten, waaronder het verlies aan mensenlevens, en betuigt zijn medeleven met de bevolking van de DRC;

4.  verzoekt de VN, de Afrikaanse Unie en Monusco met klem de situatie snel en doeltreffend aan de pakken, in samenwerking met de regering van de DRC, om te voorkomen dat er nog meer misdaden in het gebied worden gepleegd;

5.  dringt erop aan dat de internationale gemeenschap een grondig, onafhankelijk en transparant onderzoek instelt naar de bloedbaden;

6.  dringt aan op een spoedbijeenkomst van de groep van internationale gezanten en vertegenwoordigers voor het gebied van de Grote Meren in Afrika over de verkiezingen in de DRC en verzoekt de groep hiertoe passende maatregelen te nemen, zoals het mobiliseren van de VN-Veiligheidsraad;

7.  herhaalt dat er geen sprake kan zijn van straffeloosheid voor plegers van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid en verzoekt om de identificatie en vervolging van alle personen die verantwoordelijk zijn voor dergelijke daden;

8.  verwacht dat de openbare aanklager van het Internationaal Strafhof wordt belast met een onderzoek naar de in dit gebied gepleegde misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden, teneinde degenen die verantwoordelijk zijn voor de in de afgelopen decennia gepleegde gruweldaden voor het gerecht te brengen;

9.  hekelt de rol van de private en publieke entiteiten die gebruikmaken van de instabiliteit om lokale hulpbronnen te exploiteren;

10.  wijst op de zware verantwoordelijkheid van degenen die gewapende groeperingen direct of indirect van wapens voorzien;

11.  verzoekt met klem om de onmiddellijke neutralisering van alle gewapende groeperingen in de regio en dringt er bij de regering van de DRC en de internationale gemeenschap op aan dit als prioriteit aan te merken;

12.  roept de AU en de EU op te zorgen voor een permanente politieke dialoog tussen de landen van het Grote Merengebied, om verdere destabilisatie te voorkomen; betreurt dat er slechts beperkte vooruitgang is geboekt bij de tenuitvoerlegging van de kaderovereenkomst voor vrede, veiligheid en samenwerking van februari 2013 en verzoekt alle partijen actief bij te dragen aan de stabilisatie-inspanningen;

13.  verzoekt met klem om de opstelling en openbaarmaking van een evaluatieverslag over het optreden van Monusco; is ingenomen met resolutie 2277(2016) van de VN‑Veiligheidsraad, waarbij het mandaat van Monusco werd verlengd en haar bevoegdheden op het gebied van civiele bescherming en mensenrechten werden uitgebreid;

14.  betreurt het gebrek aan duidelijkheid ten aanzien van het mandaat van Monusco en dringt er bij Monusco op aan ten volle gebruik te maken van haar mandaat om de burgerbevolking te beschermen; dringt erop aan het mandaat effectief te verduidelijken, teneinde Monusco onverwijld de mogelijkheid te bieden de bevolking die door gewapende groepen wordt bedreigd doeltreffend te beschermen;

15.  erkent de door de Congolese autoriteiten geleverde inspanningen ter bestrijding van straffeloosheid en ter preventie van de ronseling van kinderen, seksueel geweld en geweld tegen kinderen, maar maakt zich zorgen over het trage tempo van de vorderingen;

16.  roept op tot meer betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de bescherming van burgers en bij conflictoplossing en bemiddelingsprocessen;

17.  roept op tot het beschermen van mensenrechtenactivisten en ambtenaren;

18.  benadrukt dat deze situatie geen belemmering mag vormen voor het houden van verkiezingen zoals overeenkomstig de bepalingen van de grondwet gepland, en wijst nogmaals op het belang van het eerbiedigen van de limieten voor de lengte van mandaten, met name wanneer die in de grondwet zijn vastgelegd;

19.  benadrukt de plicht van de EU en haar lidstaten om coherentie en transparantie in al hun beleid te waarborgen, ook met betrekking tot de wapenhandel en de handel in grondstoffen; dringt er bij de nationale, Europese en internationale instellingen op aan overeenstemming te bereiken over bindende regelgeving op dit gebied, onder meer middels de oprichting van toezichthoudende organen, teneinde te voorkomen dat onmenselijke conflicten worden aangewakkerd door commerciële activiteiten;

20.  verzoekt de EU te overwegen gerichte sancties op te leggen, zoals reisverboden en bevriezingen van tegoeden, tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor de gewelddadige onderdrukking in de DRC, teneinde verder geweld te voorkomen;

21.  verzoekt de EU en de VN met spoed overeenstemming te bereiken over een kader waarbinnen een vertegenwoordiger wordt gestuurd om de humanitaire situatie te beoordelen en verslag uit te brengen aan de internationale gemeenschap over de omvang van deze bloedbaden;

22.  verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid zich op deze kwestie te concentreren en regelmatig verslag uit te brengen aan het Parlement over de situatie in dit deel van de RDC, teneinde te waarborgen dat de EU het probleem nauwgezet blijft volgen;

23.  verzoekt de EU en haar lidstaten hun steun aan de bevolking van de DRC te handhaven, teneinde de levensomstandigheden van de meest kwetsbare bevolkingsgroepen te verbeteren, met name van de internationaal en intern ontheemden;

24.  is verheugd dat de Congolese autoriteiten zich inspannen om de wetgeving toe te passen die de handel in en verwerking van mineralen verbiedt in gebieden waar mineralen illegaal worden geëxploiteerd, zoals gebieden die door gewapende groeperingen worden gecontroleerd; roept de Congolese autoriteiten op de wetgeving strenger toe te passen en dringt er bij de DRC op aan inspanningen te blijven leveren om het initiatief inzake transparantie van winningsindustrieën na te leven;

25.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Afrikaanse Unie, de ACS-EU-Raad, de secretaris-generaal van de VN, de VN-Mensenrechtenraad en de president, de premier en het parlement van de DRC.