Zittingsdocument

 

B8-1129/2016

19.10.2016

ONTWERPRESOLUTIE

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement

over nucleaire veiligheid en non-proliferatie

( 2016/2936(RSP) )

Sabine Lösing, Javier Couso Permuy, Takis Hadjigeorgiou, Marie‑Christine Vergiat, Paloma López Bermejo, Marina Albiol Guzmán, Neoklis Sylikiotis, Stelios Kouloglou, Kostadinka Kuneva, Tania González Peñas, Xabier Benito Ziluaga, Estefanía Torres Martínez, Miguel Urbán Crespo, Lola Sánchez Caldentey

namens de GUE/NGL-Fractie

 

B8-1129/2016

Resolutie van het Europees Parlement over nucleaire veiligheid en non-proliferatie

( 2016/2936(RSP) )

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn resolutie van 17 januari 2013 over de aanbevelingen van de toetsingsconferentie van de partijen bij het non-proliferatieverdrag inzake de totstandbrenging van een massavernietigingswapenvrij Midden-Oosten[1],

–  gezien zijn resolutie van 10 maart 2010 over het Verdrag inzake de non-proliferatie van kernwapens[2],

–  gezien de conclusies van de Raad over de negende Toetsingsconferentie van de partijen bij het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (NPV) (8079/15),

–  gezien de top over nucleaire veiligheid die op 31 maart en 1 april 2016 heeft plaatsgevonden in Washington DC,

–  gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van 13 december 2011 over de totstandbrenging van een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten (A/RES/66/61),

–  gezien Besluit 2012/422/GBVB van de Raad van 23 juli 2012 ter bevordering van een proces dat moet leiden tot de instelling van een zone in het Midden-Oosten die vrij is van kernwapens en alle andere massavernietigingswapens[3],

–  gezien Besluit A/RES/70/33 van de Algemene Vergadering van de VN tot oprichting van een Open Werkgroep (OEWG) voor het bevorderen van multilaterale nucleaire ontwapening in Genève in 2016 en het verslag van die werkgroep aan de Algemene Vergadering van de VN, dat op 19 augustus 2016 is goedgekeurd (A/71/371),

–  gezien het Alomvattend Kernstopverdrag (Comprehensive Nuclear-Test-Ban Treaty (CTBT)), de integrale-waarborgovereenkomsten en de aanvullende protocollen van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA), het Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal, het Internationaal Verdrag ter bestrijding van daden van nucleair terrorisme, de Haagse Gedragscode tegen de verspreiding van ballistische raketten, het Verdrag over de vermindering van strategische kernwapens (START I), het Verdrag inzake de beperking van strategische aanvalswapens (SORT) en het in 2010 vernieuwde START-Verdrag (New START),

–  gezien het slotdocument van de NPV-toetsingsconferentie van 2010, met name het actieplan met 64 concrete follow-upmaatregelen,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het bezit en het gebruik van kernwapens helaas nog steeds een overheersende rol spelen in het militaire beleid van kernwapenstaten, zowel de officiële als de niet-officiële; overwegende dat het bezit en de verspreiding van massavernietigingswapens, zoals chemische, biologische en kernwapens, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale stabiliteit en veiligheid vormt;

B.  overwegende dat het proces van multilaterale ontwapening jarenlang heeft stilgelegen en het aan de politieke wil heeft ontbroken om het nieuw leven in te blazen; overwegende dat het voor de veiligheid van het allergrootste belang is te voorkomen dat terroristen en nog meer staten kernwapens krijgen of gebruiken, dat de wereldwijde bestanden worden verminderd, dat de modernisering op dit gebied een halt wordt toegeroepen en dat gestreefd wordt naar een wereld zonder kernwapens;

C.  overwegende dat de conclusies en het actieplan van de NPV-toetsingsconferentie van 2010 essentiële akkoorden waren om een echt nucleair ontwapeningsproces tot stand te brengen; overwegende dat er sprake is van een duidelijk gebrek aan vooruitgang en aan politieke wil om de doelstellingen van het NPV, zoals de 64 concrete maatregelen van het in 2010 overeengekomen actieplan, concreet uit te voeren;

D.  overwegende dat alle drie de pijlers van het NPV moeten worden versterkt, te weten non-proliferatie, ontwapening en recht van samenwerking inzake de civiele toepassing van kernenergie;

E.  overwegende dat de EU zich ertoe heeft verbonden om proliferatieprogramma's die wereldwijd bezorgdheid wekken, te voorkomen, te ontmoedigen, stop te zetten en zo mogelijk te elimineren; overwegende dat het noodzakelijk is dat de EU zich nog meer inspant om verspreidingsstromen en financiering van verspreiding tegen te gaan, verspreiding te bestraffen en maatregelen te ontwikkelen ter voorkoming van de niet-tastbare overdracht van kennis en knowhow, door middel van multilaterale verdragen, verificatiemechanismen, nationaal en internationaal gecoördineerde exportcontroles en samenwerkingsprogramma's voor dreigingsvermindering;

F.  overwegende dat het in 2016 20 jaar geleden is dat het Verdrag voor een alomvattend verbod op kernproeven werd opengesteld voor ondertekening, op 24 september 1996; overwegende dat dit verdrag niet in werking is getreden omdat sommige NPV- en niet‑NPV-partijen het niet ondertekend of geratificeerd hebben;

G.  overwegende dat vier van de negen kernwapenstaten geen partij zijn bij het NPV en dat de Democratische Volksrepubliek Korea (DVK) haar lidmaatschap heeft opgezegd; overwegende dat de Raad van de Europese Unie en de VN-Veiligheidsraad hun veroordeling hebben uitgesproken over de door DVK als geslaagd bestempelde proef van 6 januari 2016 met een waterstofbom; overwegende dat de DVK op 9 september 2016 haar vijfde kernproef heeft uitgevoerd, wat een duidelijke schending is van de internationale verplichtingen van het land op grond van de resoluties van de VN‑Veiligheidsraad;

H.  overwegende dat de EU betrokken is geweest bij de internationale onderhandelingen en het bemiddelingsproces van de E3/EU+3 en de onderhandelingen met Iran om een diplomatieke en vreedzame oplossing te vinden voor het Iraanse nucleaire programma; overwegende dat de EU een belangrijke rol speelt als partij bij het met Iran overeengekomen gezamenlijk algemeen actieplan voor het toezicht op de tenuitvoerlegging van het akkoord;

I.  overwegende dat er in het kader van nucleaire samenwerkingsregelingen en bilaterale regelingen met NAVO-landen naar schatting nog steeds 150 tot 200 substrategische kernwapens in vijf niet-kernwapenstaten van de NAVO zijn gestationeerd (België, Duitsland, Italië, Nederland en Turkije), zonder dat daarover in de betrokken landen een democratisch debat heeft plaatsgevonden of dat zelfs maar bevestigd is of er op hun grondgebied al dan niet massavernietigingswapens aanwezig zijn;

J.  overwegende dat de NAVO zich er met haar strategisch concept van 2010 en de Defence and Deterrence Posture Review van 2012 toe verplicht de voorwaarden te creëren voor een wereld zonder kernwapens;

K.  overwegende dat Rusland en de Verenigde Staten voortgaan met de tenuitvoerlegging van het New START-verdrag, dat in 2021 zal aflopen tenzij het door beide partijen wordt verlengd;

L.  overwegende dat er behoefte is aan nauwe coördinatie en samenwerking tussen de EU en haar buren, en in het bijzonder tussen de Verenigde Staten en Rusland, met het oog op de herstarten en voortzetten van de inkrimping van het kernkoppenarsenaal en de non-proliferatieregeling;

1.  geeft uiting aan zijn ernstige bezorgdheid over het gevaar van een nieuwe nucleaire wapenwedloop; benadrukt derhalve dat de versterking van het NPV als hoeksteen van de wereldwijde non-proliferatie- en ontwapeningsregeling van vitaal belang is en dringend noodzakelijk om te bevestigen dat het akkoord dat de kern van het NPV vormt, nog steeds geldig is; dringt erop aan dat daarom alles in het werk wordt gesteld om het NPV onverkort ten uitvoer te leggen en de overeenkomsten, verdragen en instanties waarop de bestaande non-proliferatieregeling steunt, te versterken, in het bijzonder het CTBT en de integrale-waarborgovereenkomsten van de IAEA; stelt dat multilaterale inspanningen alleen doeltreffend zijn als ze passen in een weldoordachte visie op een zo spoedig mogelijke totstandbrenging van een kernwapenvrije wereld;

2.  herinnert de EU en de lidstaten eraan dat nucleaire ontwapening en non-proliferatie van kernwapens nauw met elkaar verweven zijn en elkaar wederzijds versterken; stelt zich op het standpunt dat het voor het voortbestaan en de versterking van het NPV noodzakelijk is een routekaart op te stellen met een stappenplan en een tijdschema voor nucleaire ontwapening; dringt er bij de kernwapenstaten op aan gevolg te geven aan hun overeenkomstig artikel 6 NPV gedane toezegging om te goeder trouw de onderhandelingen over effectieve maatregelen met het oog op een spoedige beëindiging van de wapenwedloop en nucleaire ontwapening voort te zetten; benadrukt dat de kernwapenstaten deze toezegging, hoewel die voor de relevantie van het non-proliferatiestelsel van wezenlijk belang is, in onvoldoende mate gestand hebben gedaan;

3.  verzoekt de EU en haar lidstaten nucleaire ontwapening tot prioriteit van het buitenlands en veiligheidsbeleid te maken en de impasse in de onderhandelingen over nucleaire ontwapening op bilateraal en mondiaal niveau te doorbreken;

4.  is ingenomen met het feit dat er sinds 2003 clausules inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens worden opgenomen in de EU-overeenkomsten met derde landen en EU-actieplannen; merkt op dat die maatregelen zonder uitzondering door alle partnerlanden van de EU ten uitvoer moeten worden gelegd en opgenomen moeten worden in alle EU-overeenkomsten, met inbegrip van gemengde overeenkomsten;

5.  is ingenomen met het groeiende bewustzijn bij het publiek en onder politici; steunt de "Mayors for Peace"-campagne voor nucleaire ontwapening en een kernwapenvrije wereld voor 2020, alsook het "Global Zero"-initiatief; benadrukt de verantwoordelijkheid van parlementen en parlementsleden als het gaat om bevordering van nucleaire non-proliferatie en ontwapening en is in dit verband verheugd over de inspanningen van het mondiale Parliamentary Network on Nuclear Disarmament (PNND);

6.  dringt er bij de EU-lidstaten die over kernwapens beschikken op aan onmiddellijk te stoppen met de verbetering, ontwikkeling, productie en aanleg van voorraden van kernkoppen en de overbrengingsmiddelen daarvoor; verzoekt die staten nieuwe initiatieven te ontplooien om met andere kernwapenstaten in onderhandeling te treden over een verdere aanzienlijke vermindering en uiteindelijk een totale uitbanning van kernwapens;

7.  roept op tot strikte naleving van het moratorium op kernproeven zolang het CTBT nog niet in werking is getreden, aangezien er nog steeds ratificeringen ontbreken; verzoekt de resterende landen in bijlage II bij het CTBT, wier ratificering vereist is om het verdrag in werking te doen treden, met aandrang om het verdrag te ondertekenen en/of te ratificeren, aangezien dit universele en nationaal verifieerbare verdrag inzake het verbod op kernproeven het meest doeltreffende middel is om kernwapenproeven en andere kernexplosies te verbieden;

8.  steunt verdere inspanningen om de taakomschrijving van de IAEA uit te breiden, met inbegrip van de generalisatie van de aanvullende protocollen bij de waarborgovereenkomsten van de IAEA alsook andere maatregelen die tot doel hebben vertrouwensopbouwende maatregelen te ontwikkelen; streeft ernaar ervoor te zorgen dat de IAEA voldoende middelen ter beschikking worden gesteld om haar essentiële opdracht, namelijk het veilig maken van activiteiten op nucleair gebied, te kunnen vervullen;

9.  betreurt het dat kernwapenstaten die het NPV hebben ondertekend, hun arsenaal moderniseren en treuzelen met het inkrimpen of elimineren van hun kernarsenaal en met het afstappen van een op militaire afschrikking gebaseerde militaire doctrine;

10.  verzoekt alle kernwapenstaten een negatieve veiligheidsgarantie te verstrekken en zich ervan te onthouden kernwapens te gebruiken of te dreigen met het gebruik ervan;

11.  geeft zijn volledige steun aan de stappen die van Amerikaanse en Russische zijde worden ondernomen om het kernwapenarsenaal substantieel te verminderen, zoals overeengekomen in de START- en de SORT-overeenkomst; betreurt het dat er sinds de inwerkingtreding van New START in 2011 geen verdere onderhandelingen zijn gevoerd over de hoognodige vermindering van het aantal gestationeerde en niet-gestationeerde kernkoppen, waarbij voor het eerst ook substrategische kernwapens aan de orde moeten komen; dringt daarom aan op ratificatie van het CTBT en voortzetting van de New-START-overeenkomst;

12.  laakt de jongste kernproeven van de DVK, waaronder de proef met een waterstofbom, die een ernstige bedreiging vormen voor de vrede en veiligheid op het Koreaans schiereiland en in Noordoost-Azië; steunt niettemin het kader van het zespartijenoverleg en verzoekt om hervatting daarvan met het oog op de denuclearisatie van het Koreaans schiereiland, en wijst erop dat China daarbij een belangrijke rol speelt; steunt ook de recente initiatieven voor de eerste bilaterale besprekingen tussen de twee staten van het Koreaans schiereiland; bevestigt zijn steun en inzet voor een vreedzame, diplomatieke oplossing voor de Noord-Koreaanse nucleaire kwestie; roept de DVK ertoe op weer op constructieve wijze met de internationale gemeenschap te gaan praten, en in het bijzonder met de leden van het zespartijenoverleg, en wel met het oog op duurzame vrede en veiligheid op een kernwapenvrij Koreaans schiereiland; benadrukt dat de besprekingen over de afschaffing van kernwapens veel soepeler zouden kunnen verlopen als er tegelijkertijd onderhandelingen zouden plaatsvinden over de vervanging van de Koreaanse wapenstilstand van 1953 door permanente vredesregelingen, zoals de DVK heeft voorgesteld maar diverse malen is afgewezen;

13.  is ingenomen met de resoluties van de Algemene Vergadering van de VN van december 2011 en 2012 over de instelling van een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten, alsook met de conclusies van de Raad van juli 2012 die dit proces ondersteunen; is van mening dat onderhandelingen over de instelling van een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten, het Middellandse Zeegebied en Noordoost-Azië essentieel zijn om de bezorgdheid van de landen van die regio over de veiligheid weg te nemen; betreurt het dat de voor 2012 geplande conferentie over de instelling van deze massavernietigingswapenvrije zone is uitgesteld; dringt erop aan dat deze conferentie onmiddellijk wordt gestart;

14.  verzoekt alle landen in het gebied zich in afwachting van de totstandbrenging van een kernwapenvrije zone te onthouden van het ontwikkelen, produceren of anderszins verwerven, en testen van kernwapens en niet toe te staan dat kernwapens of kernladingen op hun grondgebied of gebieden onder hun gezag gestationeerd worden;

15.  dringt aan op de totstandbrenging van een massavernietigingswapenvrije zone in Europa; dringt er met name bij de regeringen van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk op aan dat zij afstand doen van hun kernwapens; dringt er bij de regering van de Verenigde Staten op aan dat zij haar tactische kernwapens uit Europa verwijdert en verzoekt de regering van de Russische Federatie haar kernwapens niet te stationeren in het westelijk deel van haar grondgebied of ze daaruit terug te trekken; dringt aan op de ontbinding van alle nucleairesamenwerkingsregelingen tussen de lidstaten van de EU en de Verenigde Staten/ de NAVO;

16.  is verheugd over de voltooiing van het werk van de OEWG overeenkomstig resolutie A/RES/70/33 van de Algemene Vergadering van de VN, en de aanbeveling aan de Algemene Vergadering van de VN die is opgenomen in het eindverslag van de OEWG (A/71/371) en op 19 augustus 2016 met ruime steun is aangenomen, om in 2017 een conferentie te beleggen waaraan alle staten mogen deelnemen, om te onderhandelen over een juridisch bindend instrument om kernwapens te verbieden, wat moet leiden tot volledige uitbanning ervan; merkt op dat dit de non-proliferatie- en ontwapeningsdoelstellingen en -verplichtingen van het NPV zal versterken en zal helpen de voorwaarden te creëren voor mondiale veiligheid en een wereld zonder kernwapens;

17.  verzoekt de EU en haar lidstaten de aanbevelingen van de OEWG te steunen en daar in belangrijke mate aan bij te dragen, met name aan het doel om een juridisch bindend instrument in het leven te roepen om kernwapens te verbieden, in een proces waarbij de beginselen van transparantie, onomkeerbaarheid en verifieerbaarheid de leidraad vormen en waarbij rekening wordt gehouden met zowel de veiligheids- als de humanitaire dimensie van kernwapens;

18.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de lidstaten, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de secretaris-generaal van de VN, de hoge VN-vertegenwoordiger voor ontwapening, de voorzitter van de NPV-toetsingsconferentie 2015 en de directeur-generaal van het IAEA.

 

[1] PB C 440 van 30.12.2015, blz. 97.
[2] PB C 349E van 22.12.2010, blz. 77.
[3] PB L 196 van 24.7.2012, blz. 67.