Zittingsdocument

 

A7-0053/2014

27.1.2014

***I

VERSLAG

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap en Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn

( COM(2013)0192 – C7‑0097/2013 – 2013/0103(COD) )

Commissie internationale handel

Rapporteur: Christofer Fjellner

 

PR_COD_1amCom

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens

  *  Raadplegingsprocedure

  ***  Goedkeuringsprocedure

  ***I  Gewone wetgevingsprocedure (eerste lezing)

  ***II  Gewone wetgevingsprocedure (tweede lezing)

  ***III  Gewone wetgevingsprocedure (derde lezing)

 

(De aangeduide procedure is gebaseerd op de in de ontwerptekst voorgestelde rechtsgrond.)

 

 

 

 

 

Amendementen op een ontwerphandeling

Amendementen van het Parlement in twee kolommen

 

Geschrapte tekstdelen worden in de linkerkolom in vet cursief aangegeven. Vervangen tekstdelen worden in beide kolommen in vet cursief aangegeven. Nieuwe tekst wordt in de rechterkolom in vet cursief aangegeven.

 

In de eerste en tweede regel van de koptekst boven elk amendement wordt verwezen naar het tekstdeel in kwestie van de ontwerphandeling.

Indien een amendement betrekking heeft op een bestaande handeling, waarop in de ontwerphandeling wijzigingen worden voorgesteld, bevat de koptekst bovendien een derde en vierde regel, die verwijzen naar de bestaande handeling respectievelijk naar de bepaling in kwestie.

 

Amendementen van het Parlement in de vorm van een geconsolideerde tekst

 

Nieuwe tekstdelen worden in vet cursief aangegeven. Geschrapte tekstdelen worden aangegeven met het symbool ▌of worden doorgestreept. Waar tekstdelen vervangen worden, wordt de nieuwe tekst in vet cursief aangegeven, terwijl de vervangen tekst wordt geschrapt of doorgestreept.

Bij wijze van uitzondering worden zuiver technische wijzigingen die de diensten aanbrengen met het oog op de opstelling van de definitieve tekst, niet gemarkeerd.

 

 

 

 

INHOUD

Blz.

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT  5

TOELICHTING  58

PROCEDURE  64

 

 

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap en Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn

( COM(2013)0192 – C7‑0097/2013 – 2013/0103(COD) )

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad ( COM(2013)0192 ),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 207, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7‑0097/2013),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie internationale handel ( A7-0053/2014 ),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

 

 

 

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Op grond van de herziening moeten enkele bepalingen van de basisverordeningen worden gewijzigd om de transparantie en de voorspelbaarheid te verhogen, in doeltreffende maatregelen ter bestrijding van vergeldingspraktijken te voorzien, de doeltreffendheid en de handhaving van de instrumenten te verbeteren en de praktijk bij nieuwe onderzoeken te optimaliseren. Bovendien dienen bepaalde praktijken die in de afgelopen jaren in verband met antidumping- en antisubsidieonderzoeken zijn toegepast, in de verordeningen te worden opgenomen.

(3) Op grond van de herziening moeten enkele bepalingen van de basisverordeningen worden gewijzigd om de transparantie en de voorspelbaarheid te verhogen, in doeltreffende maatregelen ter bestrijding van vergeldingspraktijken van derde landen te voorzien, de doeltreffendheid en de handhaving van de instrumenten te verbeteren en de praktijk bij nieuwe onderzoeken te optimaliseren.

Motivering

Toelichting met betrekking tot de vraag van welke kant vergeldingsmaatregelen tegen de EU verwacht kunnen worden.

 

 

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) Ter verbetering van de transparantie en de voorspelbaarheid van antidumping- en antisubsidieonderzoeken dienen de partijen die door de instelling van voorlopige antidumping- en compenserende maatregelen worden geraakt, met name importeurs, op de hoogte worden gebracht van de naderende instelling van dergelijke maatregelen. De desbetreffende termijn moet overeenkomen met het tijdvak tussen het tijdstip waarop de ontwerpuitvoeringshandeling aan het overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1225/2009 ingestelde antidumpingcomité en het overeenkomstig artikel 25 van Verordening (EG) nr. 597/2009 ingestelde antisubsidiecomité is voorgelegd, en de vaststelling van die handeling door de Commissie anderzijds. Dit tijdvak is verankerd in artikel 3, lid 3, van Verordening (EU) nr. 182/2011. Ook dienen de partijen in het geval van onderzoeken waarbij de instelling van voorlopige maatregelen niet gepast is, ruim op tijd op de hoogte te worden gesteld van het feit dat geen voorlopige maatregelen worden ingesteld.

Schrappen

 

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

 

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6) Om doeltreffende maatregelen ter bestrijding van vergeldingspraktijken te waarborgen, moeten producenten in de Unie een beroep op de basisverordeningen kunnen doen zonder vergelding door derden te moeten vrezen. De bestaande bepalingen voorzien erin dat in bijzondere omstandigheden een onderzoek kan worden ingesteld zonder dat een klacht is ontvangen, op voorwaarde dat voldoende bewijzen voorhanden zijn voor het bestaan van dumping of tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies, schade en een oorzakelijk verband daartussen. Tot dergelijke bijzondere omstandigheden moeten ook dreigingen met vergelding worden gerekend.

(6) Om doeltreffende maatregelen ter bestrijding van vergeldingspraktijken te waarborgen, moeten producenten in de Unie een beroep op de basisverordeningen kunnen doen zonder vergelding door derden te moeten vrezen. De bestaande bepalingen voorzien erin dat in bijzondere omstandigheden, met name wanneer het diverse en gefragmenteerde bedrijfstakken betreft die grotendeels uit kleine en middelgrote ondernemingen (kmo´s) bestaan, een onderzoek kan worden ingesteld zonder dat een klacht is ontvangen, op voorwaarde dat voldoende bewijzen voorhanden zijn voor het bestaan van dumping of tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies, schade en een oorzakelijk verband daartussen. Tot dergelijke bijzondere omstandigheden moeten ook dreigingen met vergelding door derde landen worden gerekend.

 

 

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) Wanneer een onderzoek niet op basis van een klacht wordt ingesteld, moeten de producenten in de Unie verplicht worden de nodige informatie te verstrekken opdat het onderzoek doorgang kan vinden, teneinde te waarborgen dat voldoende informatie beschikbaar is om het onderzoek uit te voeren ingeval van dergelijke dreigingen met vergelding.

(7) Wanneer een onderzoek niet op basis van een klacht wordt ingesteld, moeten de producenten in de Unie worden verzocht medewerking te verlenen en de nodige informatie te verstrekken opdat het onderzoek doorgang kan vinden, teneinde te waarborgen dat voldoende informatie beschikbaar is om het onderzoek uit te voeren ingeval van dergelijke dreigingen met vergelding. Kleine ondernemingen en micro-ondernemingen moeten van deze verplichting worden vrijgesteld, om hun onredelijke administratieve lasten en kosten te besparen.

Motivering

Eigenlijk gaat het niet om een "verplichting", aangezien niet is voorzien in sancties. Daarom is het zinvoller om gewag te maken van een "verzoek om informatie", waarbij het aan de producenten in de Unie wordt overgelaten om daarop al dan niet positief te reageren.

 

 

 

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Om de praktijk bij nieuwe onderzoeken te optimaliseren, moeten de gedurende het onderzoek geïnde rechten worden terugbetaald aan de importeurs wanneer maatregelen na uitvoering van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen niet worden verlengd. Dit is gepast aangezien in dergelijke gevallen is gebleken dat gedurende het onderzoektijdvak niet aan de voorwaarden voor handhaving van de maatregelen is voldaan.

Schrappen

 

 

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 11 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis) Documenten ter verduidelijking van de vaste praktijk van de Commissie met betrekking tot de toepassing van deze verordening (met inbegrip van de vier ontwerprichtsnoeren inzake de selectie van het referentieland, het nieuwe onderzoek bij het vervallen van de maatregelen en de duur van de maatregelen, de schademarge en de belangen van de Unie) mogen pas door de Commissie worden vastgesteld na inwerkingtreding van deze verordening en adequate raadpleging van het Europees Parlement en de Raad, en deze documenten dienen dan volledig in overeenstemming te zijn met de inhoud van deze verordening.

Motivering

Dit amendement moet ervoor zorgen dat wijzigingen die door het Europees Parlement en de Raad in de tekst van de voorgestelde verordening worden aangebracht, worden meegenomen in de richtsnoeren die uiteindelijk door de Commissie worden vastgesteld.

 

 

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 11 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 ter) De Unie is, in tegenstelling tot haar lidstaten, geen partij bij de IAO-verdragen. Tot dusver zijn alleen de basisverdragen van de IAO door alle lidstaten van de Unie geratificeerd. Om de definitie van een toereikend niveau van sociale normen, die is gebaseerd op de in bijlage I bis van Verordening (EU) nr. 1225/2009 vermelde IAO-verdragen, actueel te houden werkt de Commissie deze bijlage door middel van gedelegeerde handelingen bij zodra lidstaten van de Unie verdere "prioritaire" IAO-verdragen ratificeren.

Motivering

Het criterium voor het bepalen van een toereikend niveau van sociale normen is gebaseerd op IAO-verdragen. Dit is in overeenstemming met de benadering die de EU eveneens hanteert in de hoofdstukken inzake handel en duurzame ontwikkeling in vrijhandelsovereenkomsten en in het SAP+. Aangezien evenwel de lidstaten, en niet de EU, partij zijn bij de IAO-verdragen is het, met het oog op de consistentie, van belang te waarborgen dat alle lidstaten deze verdragen hebben geratificeerd teneinde een minimale gemene deler vast te stellen die voor het criterium kan worden gebruikt. Vooralsnog wordt deze minimale gemene deler gevormd door de basisverdragen van de IAO, maar zodra alle lidstaten andere IAO-verdragen hebben geratificeerd, in het bijzonder "prioritaire" IAO-verdragen, moet de Commissie het criterium actualiseren op grond van deze nieuwe minimale gemene deler.

 

 

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 12 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis) Diverse en gefragmenteerde sectoren die grotendeels uit kmo´s bestaan ondervinden moeilijkheden bij de toegang tot handelsbeschermingsprocedures wegens de complexiteit van de procedures en de hoge kosten die hieraan verbonden zijn. De toegang van kmo's tot het instrument dient te worden bevorderd door een versterking van de rol van de helpdesk voor kmo´s, die kmo's ondersteuning moet bieden bij het indienen van klachten en ertoe moet bijdragen dat aan de drempelvoorwaarden voor het openen van onderzoeken kan worden voldaan. Tevens dienen de administratieve procedures in verband met handelsbeschermingsprocedures beter te worden aangepast aan de beperkte middelen waarover kmo's beschikken.

 

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 12 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 ter) De duur van onderzoeken in antidumpingsgevallen moet worden beperkt tot negen maanden en deze onderzoeken moeten worden afgerond binnen twaalf maanden na inleiding van de procedure. De duur van onderzoeken in antisubsidiegevallen moet worden beperkt tot negen maanden en deze onderzoeken moeten worden afgerond binnen tien maanden na inleiding van de procedure. In ieder geval mogen voorlopige rechten alleen worden ingesteld gedurende een periode die loopt van 60 dagen tot 6 maanden na de inleiding van de procedure.

 

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 12 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 quarter) Niet-vertrouwelijke elementen van aan de Commissie voorgelegde verbintenissen moeten aan de belanghebbenden, het Europees Parlement en de Raad worden medegedeeld. De Commissie moet worden verplicht de bedrijfstak van de Unie te raadplegen alvorens een eventuele aangeboden verbintenis te aanvaarden.

 

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 18 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 bis) Het jaarverslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad betreffende de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 125/2009 en Verordening (EG) nr. 597/2009 maakt het mogelijk de handelsbeschermingsinstrumenten geregeld en tijdig te monitoren als onderdeel van een gestructureerde interinstitutionele dialoog over dit onderwerp. De openbaarmaking van dit verslag, zes maanden na de presentatie ervan aan het Europees Parlement en de Raad, garandeert transparantie voor belanghebbenden en het publiek.

 

 

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 18 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 ter) De Commissie moet zorgen voor grotere transparantie ten aanzien van procedures, interne procedures en onderzoeksresultaten, terwijl alle niet-vertrouwelijke dossiers via een internetplatform openbaar moeten worden gemaakt voor belanghebbenden.

 

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 18 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 quater) De Commissie moet het Europees Parlement en de Raad regelmatig informeren over ingestelde onderzoeken en over ontwikkelingen in verband met deze onderzoeken.

 

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 18 quinquies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 quinquies) Wanneer het aantal producenten in de Unie zo groot is dat een steekproef moet worden genomen, dient de Commissie, bij samenstelling van een steekproef van producenten, ten volle rekening te houden met het aandeel van kmo´s in de steekproef, met name in het geval van diverse en gefragmenteerde bedrijfstakken die grotendeels uit kmo´s bestaan.

 

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt -1 (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Titel

 

Bestaande tekst

Amendement

Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap

Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie.

 

(Deze wijziging is van toepassing voor de gehele tekst van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad)

 

 

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt -1 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Overweging 11 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis) Derde landen interveniëren in toenemende mate in de handel, bijvoorbeeld in de vorm van uitvoerrechten of dubbele prijsstelling, met de bedoeling om voordelen te verschaffen aan binnenlandse producenten. Dergelijke interventies veroorzaken bijkomende verstoringen van de handel. Als gevolg hiervan kan producenten in de Unie niet alleen schade worden berokkend door dumping, maar hebben zij ten opzichte van de producenten uit derde landen die zich aan dergelijke praktijken schuldig maken, ook te kampen met een sterkere verstoring van de handel. Verschillen op het gebied van arbeids- en milieunormen kunnen eveneens in bijkomende verstoringen van de handel resulteren. De regel van het lagere recht dient derhalve in dergelijke gevallen waarin in het land van uitvoer geen toereikende sociale en milieunormen gelden, niet te worden toegepast. Een toereikend niveau wordt gedefinieerd op grond van de ratificatie van de basisverdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en van multilaterale milieuovereenkomsten waarbij de Unie partij is. Met name kmo´s lijden onder oneerlijke concurrentie aangezien zij zich hier vanwege hun kleine omvang moeilijk aan kunnen aanpassen. De regel van het lagere recht dient bijgevolg niet te worden toegepast wanneer de klacht is ingediend namens een bedrijfstak die grotendeels uit kmo's bestaat. Daarentegen moet de regel van het lagere recht altijd worden toegepast als een structurele verstoring van de grondstoffenmark het gevolg is van een besluit dat door een tot de minst ontwikkelde landen behorende staat bewust is genomen ter bescherming van het algemeen belang.

Motivering

Om handelspartners van de EU ervan te weerhouden praktijken te bezigen die structurele handelsverstoringen veroorzaken, dient de regel van het lagere recht niet van toepassing te zijn in gevallen waarin het land van uitvoer geen toereikende sociale en milieunormen gelden of de klagers kmo's zijn. Daarentegen moet de regel van het lagere recht altijd worden toegepast als een structurele verstoring van de grondstoffenmark het gevolg is van een besluit dat door een tot de minst ontwikkelde landen behorende staat bewust is genomen ter bescherming van het algemeen belang en met het oog op legitieme ontwikkelingsdoelstellingen.

 

 

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt -1 ter (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 1 – lid 1 – alinea 2 (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1 ter. Aan artikel 1, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

"Het gebruik van een gedumpt product in verband met de exploratie van het continentaal plateau of de exclusieve economische zone van een lidstaat of de winning van grondstoffen in die gebieden, wordt als invoer in de zin van deze verordening beschouwd die dienovereenkomstig aan rechten wordt onderworpen indien als gevolg van dat gebruik schade wordt berokkend aan de bedrijfstak van de Unie."

Motivering

In overeenstemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (UNCLOS) van 10 december 1982 en de internationale praktijken dient de EU het antidumpinginstrument ook toe te passen op goederen bestemd voor gebruik op het continentaal plateau of in de exclusieve economische zone van de lidstaten.

 

 

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt -1 quater (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 1 – lid 4 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1 quater. Aan artikel 1 wordt het volgende lid toegevoegd:

 

"4 bis. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder een grondstof verstaan de input van een bepaald product dat een doorslaggevende invloed heeft op de productiekosten ervan."

Motivering

Er moeten beschrijvende elementen worden gegeven om te verduidelijken wat er voor de toepassing van deze verordening onder "grondstoffen" wordt verstaan. Het gaat hierbij om energie, materiaal en ieder ander element dat met de vermelde criteria overeenstemt.

 

 

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt -1 quinquies (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 1 – lid 4 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1 quinquies. Aan artikel 1 wordt het volgende lid toegevoegd:

 

"4 ter. Een grondstof wordt geacht voorwerp te zijn van een structurele verstoring wanneer de prijs ervan niet uitsluitend het resultaat is van de normale marktwerking wat vraag en aanbod betreft. Dergelijke verstoringen zijn het gevolg van maatregelen van derde landen zoals uitvoerbelastingen, uitvoerbeperkingen en systemen van dubbele prijzen."

Motivering

Er moeten in deze verordening beschrijvende elementen worden gegeven voor de term "structurele verstoring", voorwaarde voor de niet-toepassing van de regel van het laagste recht. De tweede zin maakt gewag van de nu bestaande verstoringen, maar laat de Commissie de nodige speelruimte om overeenkomstig deze definitie nieuwe verstoringen in aanmerking te nemen die zich in de toekomst zouden kunnen voordoen.

 

 

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 1 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 5 – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Aan artikel 5 wordt het volgende lid 1 bis toegevoegd:

 

"1 bis. De Commissie bevordert toegang tot het instrument voor diverse en gefragmenteerde bedrijfstakken, die merendeels bestaan uit kleine en middelgrote ondernemingen (kmo´s), in de context van gevallen van antidumping, door middel van een helpdesk voor kmo's.

 

De helpdesk voor kmo´s zorgt voor meer bekendheid van het instrument en geeft voorlichting en uitleg met betrekking tot specifieke zaken, de vraag hoe een klacht kan worden ingediend en hoe bewijzen voor dumping en tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies en schade het best kunnen worden gepresenteerd.

 

De helpdesk voor kmo´s stelt standaardformulieren beschikbaar voor met het oog op de beoordeling van de representativiteit in te dienen statistieken en voor de vragenlijsten.

 

Na de instelling van een onderzoek stelt de helpdesk voor kmo's ondernemingen en hun relevante verenigingen die waarschijnlijk gevolgen zullen ondervinden van de instelling van het onderzoek op de hoogte van de relevante termijnen om zich te laten registreren als belanghebbende.

 

Zij helpt de ondernemingen met vragen inzake het invullen van vragenlijsten, waarbij bijzondere aandacht zal worden besteed aan vragen van kmo's met betrekking tot onderzoeken die worden ingesteld overeenkomstig artikel 5, lid 6. Voor zover mogelijk helpt zij problemen als gevolg van taalbarrières verminderen.

 

Ingeval kmo´s aantonen dat er aanwijzingen zijn voor dumping of tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies, verstrekt de helpdesk kmo´s, overeenkomstig artikel 14, lid 6, informatie over de ontwikkeling van de omvang en de waarde van de invoer van het betrokken product.

 

Zij geeft tevens adviezen over aanvullende manieren om in contact te treden met de raadadviseur-auditeur en de nationale douaneautoriteiten. De helpdesk voor kmo's informeert ondernemingen over de mogelijkheden en de voorwaarden waaronder zij kunnen verzoeken om herziening van de maatregelen en om terugbetaling van de betaalde antidumpingrechten."

 

 

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 1 ter (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 5 – lid 4 – alinea 2 (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter. Aan artikel 5, lid 4, wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

"In het geval van diverse en gefragmenteerde bedrijfstakken die grotendeels uit kleine en middelgrote ondernemingen bestaan, helpt de Commissie de belanghebbenden deze drempels te bereiken door ondersteuning te bieden via de helpdesk voor kmo´s."

 

 

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 1 quater (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 5 – lid 6

 

Bestaande tekst

Amendement

 

1 quater. Artikel 5, lid 6, komt als volgt te luiden:

6. Indien in bijzondere omstandigheden wordt besloten een onderzoek te openen, zonder dat een daartoe strekkende schriftelijke klacht van of namens de bedrijfstak van de Gemeenschap is ontvangen, wordt hiertoe slechts overgegaan indien er voldoende bewijsmateriaal is voor het bestaan van dumping, schade en oorzakelijk verband, zoals bedoeld in lid 2, om de opening van het onderzoek te rechtvaardigen.

"6. Indien de Commissie in bijzondere omstandigheden, met name in het geval van diverse en gefragmenteerde bedrijfstakken die merendeels uit kleine en middelgrote ondernemingen bestaan, besluit een onderzoek te openen, zonder dat zij een daartoe strekkende schriftelijke klacht van of namens de bedrijfstak van de Unie heeft ontvangen, wordt hiertoe slechts overgegaan indien er voldoende bewijsmateriaal is voor het bestaan van dumping, tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies, schade en oorzakelijk verband, zoals bedoeld in lid 2, om de opening van het onderzoek te rechtvaardigen."

 

 

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 1 quinquies (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 6 – lid 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quinquies. Artikel 6, lid 9, komt als volgt te luiden:

9. Het onderzoek in de overeenkomstig artikel 5, lid 9, ingeleide procedures wordt, voor zover mogelijk, binnen één jaar afgesloten. Het wordt in ieder geval binnen 15 maanden na de opening beëindigd, overeenkomstig artikel 8 of artikel 9 gedane bevindingen.

"9. Het onderzoek in de overeenkomstig artikel 5, lid 9 ingeleide procedures wordt, voor zover mogelijk, binnen uiterlijk negen maanden afgesloten. Het wordt in ieder geval binnen een jaar na de opening beëindigd, overeenkomstig artikel 8 of artikel 9 gedane bevindingen. De onderzoeksperioden vallen indien mogelijk, in het bijzonder in het geval van diverse en gefragmenteerde bedrijfstakken die grotendeels uit kmo´s bestaan, samen met het boekjaar."

 

 

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 2

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 6 – lid 10

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De producenten in de Unie van het soortgelijke product zijn verplicht tot medewerking aan de krachtens artikel 5, lid 6, ingeleide procedure.

De producenten in de Unie van het soortgelijke product, kleine en middelgrote ondernemingen uitgezonderd, worden verzocht om medewerking aan de krachtens artikel 5, lid 6, ingeleide procedure."

 

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 2

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 6 – lid 10 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

10 bis. De Commissie zorgt voor optimale toegang tot informatie voor alle belanghebbenden door te voorzien in een informatiesysteem door middel waarvan belanghebbenden op de hoogte worden gesteld wanneer er nieuwe niet-vertrouwelijke informatie wordt toegevoegd aan het onderzoeksdossier. Niet-vertrouwelijke informatie moet ook toegankelijk worden gemaakt via een internetplatform.

 

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 2

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 6 – lid 10 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

10 ter. De Commissie ziet erop toe dat de procedurele rechten van de belanghebbenden daadwerkelijk gewaarborgd worden en zorgt er tevens voor dat procedures onpartijdig, objectief en binnen een redelijke termijn worden afgewikkeld, waar nodig door een raadadviseur-auditeur.

Motivering

Om ervoor te zorgen dat producenten en consumenten vertrouwen hebben in, en om de legitimiteit te handhaven van het instrument, moet de transparantie worden verbeterd.

 

 

 

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 2

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 6 – punt 10 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

10 quater. De vragenlijsten die in de onderzoeken worden gebruikt, worden op verzoek van belanghebbenden door de Commissie opgesteld in alle officiële talen van de Unie.

Motivering

Om de rompslomp voor bedrijven te verminderen, en om het niveau van de samenwerking te verhogen, zouden de vragenlijsten op verzoek beschikbaar moeten zijn in alle officiële talen van de Unie.

 

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 3 – letter a

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 7 – lid 1 – zinnen 1 en 2

 

Bestaande tekst

Amendement

1. Voorlopige rechten kunnen worden ingesteld indien een procedure is ingeleid overeenkomstig artikel 5, hiervan bericht is gegeven en belanghebbenden overeenkomstig artikel 5, lid 10, voldoende gelegenheid hebben gehad, inlichtingen te verstrekken en opmerkingen te maken, er voorlopig is vastgesteld dat dumping plaatsvindt en daaruit schade voor een bedrijfstak van de Gemeenschap voortvloeit, en het belang van de Gemeenschap maatregelen ter voorkoming van dergelijke schade noodzakelijk maakt. Voorlopige rechten worden niet eerder ingesteld dan 60 dagen en niet later dan negen maanden na de inleiding van de procedure.

1. Voorlopige rechten kunnen worden ingesteld indien een procedure is ingeleid overeenkomstig artikel 5, hiervan bericht is gegeven en belanghebbenden overeenkomstig artikel 5, lid 10, voldoende gelegenheid hebben gehad, inlichtingen te verstrekken en opmerkingen te maken, er voorlopig is vastgesteld dat dumping plaatsvindt en daaruit schade voor een bedrijfstak van de Unie voortvloeit, en het belang van de Unie maatregelen ter voorkoming van dergelijke schade noodzakelijk maakt. Voorlopige rechten worden niet eerder ingesteld dan 60 dagen en niet later dan zes maanden na de inleiding van de procedure.

Motivering

Om de voorspelbaarheid te verbeteren zou onderzoek dat aanleiding geeft tot voorlopige maatregelen moeten worden verkort van negen maanden tot zeven maanden.

 

 

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 3 – letter a

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 7 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) aan lid 1 wordt de volgende zin toegevoegd:

Schrappen

Voorlopige rechten worden niet eerder toegepast dan twee weken na toezending van de informatie aan de belanghebbenden overeenkomstig artikel 19 bis. Deze informatie doet geen afbreuk aan besluiten die de Commissie daarna neemt.

 

 

 

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 3 – letter b

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 7 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het voorlopige antidumpingrecht bedraagt niet meer dan de voorlopig vastgestelde dumpingmarge. Het voorlopige antidumpingrecht is lager dan de dumpingmarge indien dit lagere recht toereikend is om de schade aan de bedrijfstak van de Unie weg te nemen, tenzij in verband met het betrokken product in het land van uitvoer een structurele verstoring van de grondstoffenmarkt is vastgesteld.

Het voorlopige antidumpingrecht bedraagt niet meer dan de voorlopig vastgestelde dumpingmarge en is lager dan de dumpingmarge indien dit lagere recht toereikend is om de schade aan de bedrijfstak van de Unie weg te nemen.

 

In de volgende omstandigheden is het lagere recht niet van toepassing:

 

a) in verband met het betrokken product is in het land van uitvoer een structurele verstoring van de grondstoffenmarkt of een omvangrijke interventie door de overheid met betrekking tot onder meer prijzen, kosten en inputs, onderzoek en arbeid, outputs, verkoop en investeringen alsook wisselkoersmanipulaties en voorwaarden voor handelsfinanciering vastgesteld;

 

b) in het land van uitvoer gelden geen toereikende sociale en milieunormen, met dien verstande dat sprake is van een toereikend niveau indien het derde land de multilaterale milieuovereenkomsten en de daaraan gehechte protocollen waarbij de Unie op een gegeven tijdstip partij is, alsook de in bijlage I bis vermelde IAO-verdragen heeft geratificeerd en doeltreffend ten uitvoer legt;

 

c) de indiener van de klacht vertegenwoordigt een diverse en gefragmenteerde bedrijfstak die grotendeels uit kmo´s bestaat;

 

d) in het kader van het onderzoek of van een apart antisubsidieonderzoek is, ten minste voorlopig, vastgesteld dat het land van uitvoer een of meer subsidies verstrekt aan de producenten-exporteurs van het betrokken product.

 

Het lagere recht wordt evenwel altijd toegepast wanneer in verband met het betrokken product een structurele verstoring van de grondstoffenmarkt wordt vastgesteld in een land van uitvoer dat tot de minst ontwikkelde landen behoort als vermeld in bijlage IV bij Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad*.

 

__________

 

* Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 732/2008 van de Raad.

Motivering

De regel van het lagere recht dient in antidumpingsgevallen niet te worden toegepast als wordt vastgesteld dat het land van uitvoer zich schuldig maakt aan praktijken die een aanzienlijke verstoring van de normale handel veroorzaken, als het land van uitvoer ontoereikende sociale en milieunormen hanteert of als de klagers kmo's zijn. Daarentegen moet de regel van het lagere recht altijd worden toegepast als een structurele verstoring van de grondstoffenmark het gevolg is van een besluit dat door een tot de minst ontwikkelde landen behorende staat bewust is genomen ter bescherming van het algemeen belang en met het oog op legitieme ontwikkelingsdoelstellingen.

 

 

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 3 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 8 – lid 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

3 bis. Artikel 8, lid 1, komt als volgt te luiden:

1. Mits er voorlopig is vastgesteld dat dumping plaatsvindt en daaruit schade voortvloeit, kan de Commissie overgaan tot aanvaarding van een door een exporteur op vrijwillige basis aangeboden bevredigende verbintenis om zijn prijzen te herzien of de uitvoer met dumping te staken, mits de Commissie na specifieke raadpleging van het raadgevend comité ervan overtuigd is dat de schadelijke gevolgen van de dumping hierdoor worden weggenomen. In dergelijke gevallen en voor de duur van de verbintenis zijn de door de Commissie op grond van artikel 7, lid 1, ingestelde voorlopige rechten of de door de Raad op grond van artikel 9, lid 4, ingestelde definitieve rechten niet van toepassing op de invoer van de betreffende producten die geproduceerd worden door de ondernemingen die worden genoemd in het besluit van de Commissie tot aanvaarding van verbintenissen, en eventuele wijzigingen daarvan. De prijzen worden ingevolge deze verbintenissen niet sterker verhoogd dan nodig is om de dumpingmarge te doen verdwijnen. De prijsverhoging moet lager zijn dan de dumpingmarge als dat toereikend is om de schade aan de bedrijfstak van de Gemeenschap weg te nemen.

"1. Mits er voorlopig is vastgesteld dat dumping plaatsvindt en daaruit schade voortvloeit, kan de Commissie na specifieke raadpleging van het raadgevend comité overgaan tot aanvaarding van een door een exporteur op vrijwillige basis aangeboden bevredigende verbintenis om zijn prijzen te herzien of de uitvoer met dumping te staken, mits door die aangeboden verbintenis gewaarborgd is dat de schadelijke gevolgen van de dumping daadwerkelijk worden weggenomen. In dergelijke gevallen en voor de duur van de verbintenis zijn de door de Commissie op grond van artikel 7, lid 1, ingestelde voorlopige rechten of de door de Raad op grond van artikel 9, lid 4, ingestelde definitieve rechten niet van toepassing op de invoer van de betreffende producten die geproduceerd worden door de ondernemingen die worden genoemd in het besluit van de Commissie tot aanvaarding van verbintenissen, en eventuele wijzigingen daarvan. De prijzen worden ingevolge deze verbintenissen niet sterker verhoogd dan nodig is om de dumpingmarge te doen verdwijnen. De prijsverhoging moet lager zijn dan de dumpingmarge als dat toereikend is om de schade aan de bedrijfstak van de Unie weg te nemen, tenzij de Commissie bij het instellen van voorlopige of definitieve rechten had besloten dat dit lagere recht niet wordt toegepast."

 

 

 

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 3 ter (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 8 – lid 4

 

Bestaande tekst

Amendement

 

3 ter. Artikel 8, lid 4, komt als volgt te luiden:

4. Partijen die een verbintenis aanbieden, dienen een niet-vertrouwelijke versie daarvan te verschaffen die ter beschikking van de bij het onderzoek betrokken partijen kan worden gesteld.

"4. Partijen die een verbintenis aanbieden, dienen een betekenisvolle niet-vertrouwelijke versie daarvan te verschaffen die ter beschikking van de bij het onderzoek betrokken partijen, het Europees Parlement en de Raad kan worden gesteld. De partijen worden verzocht zo veel mogelijk informatie te verstrekken betreffende de inhoud en aard van de onderneming waarbij terdege rekening wordt gehouden met de bescherming van vertrouwelijke informatie in de zin van artikel 19. Voorts moet de Commissie alvorens een eventuele aangeboden verbintenis te aanvaarden de bedrijfstak van de Unie raadplegen met betrekking tot de belangrijkste kenmerken van de onderneming.

Motivering

Om de transparantie met betrekking tot prijsverbintenissen te verhogen dient informatie te worden verstrekt aan de belanghebbenden in de Unie en de ondernemingen die aan maatregelen zijn onderworpen.

 

 

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 4 – letter b

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 9 – lid 4 – laatste zin

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het antidumpingrecht bedraagt niet meer dan de vastgestelde dumpingmarge. Het antidumpingrecht is lager dan de dumpingmarge indien dit lagere recht toereikend is om de schade aan de bedrijfstak van de Unie weg te nemen, tenzij in verband met het betrokken product in het land van uitvoer een structurele verstoring van de grondstoffenmarkt is vastgesteld."

Het antidumpingrecht bedraagt niet meer dan de vastgestelde dumpingmarge en moet lager zijn dan deze marge indien dit lagere recht toereikend is om de schade aan de bedrijfstak van de Unie weg te nemen.

 

In de volgende omstandigheden is het lagere recht niet van toepassing:

 

a) in verband met het betrokken product is in het land van uitvoer een structurele verstoring van de grondstoffenmarkt of een omvangrijke interventie door de overheid met betrekking tot onder meer prijzen, kosten en inputs, onderzoek en arbeid, outputs, verkoop en investeringen alsook wisselkoersmanipulaties en voorwaarden voor handelsfinanciering vastgesteld;

 

b) in het land van uitvoer gelden geen toereikende sociale en milieunormen, met dien verstande dat sprake is van een toereikend niveau indien het derde land de multilaterale milieuovereenkomsten en de daaraan gehechte protocollen waarbij de Unie op een gegeven tijdstip partij is, alsook de in bijlage I bis vermelde IAO-verdragen heeft geratificeerd en doeltreffend ten uitvoer legt;

 

b) de indiener van de klacht vertegenwoordigt een diverse en gefragmenteerde bedrijfstak die grotendeels uit kmo´s bestaat;

 

c) in het kader van het onderzoek of van een apart antisubsidieonderzoek ten minste voorlopig is vastgesteld dat het land van uitvoer een of meer subsidies verstrekt aan de producenten-exporteurs van het betrokken product.

 

Het lagere recht wordt evenwel altijd toegepast wanneer in verband met het betrokken product een structurele verstoring van de grondstoffenmarkt wordt vastgesteld in een land van uitvoer dat tot de minst ontwikkelde landen behoort als vermeld in bijlage IV bij Verordening (EU) nr. 978/2012.

Motivering

De regel van het lagere recht dient in antidumpingsgevallen niet te worden toegepast als wordt vastgesteld dat het land van uitvoer zich schuldig maakt aan praktijken die een aanzienlijke verstoring van de normale handel veroorzaken, als het land van uitvoer ontoereikende sociale en milieunormen hanteert of als de klagers kmo's zijn. Daarentegen moet de regel van het lagere recht altijd worden toegepast als een structurele verstoring van de grondstoffenmark het gevolg is van een besluit dat door een tot de minst ontwikkelde landen behorende staat bewust is genomen ter bescherming van het algemeen belang en met het oog op legitieme ontwikkelingsdoelstellingen.

 

 

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 5

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 11 – lid 2

 

Bestaande tekst

Amendement

2. Een definitieve antidumpingmaatregel vervalt vijf jaar nadat hij is ingesteld of vijf jaar na de datum van beëindiging van het meest recente nieuwe onderzoek dat zowel op de dumping als op de schade betrekking heeft gehad, tenzij bij een nieuw onderzoek wordt vastgesteld, dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk tot een voortzetting of herhaling van dumping en schade zal leiden. Een nieuw onderzoek bij het vervallen van een maatregel wordt op initiatief van de Commissie dan wel op verzoek van of namens een bedrijfstak van de Gemeenschap geopend en de maatregel blijft van kracht, totdat de resultaten van dit onderzoek bekend zijn.

2. Een definitieve antidumpingmaatregel vervalt vijf jaar nadat hij is ingesteld of vijf jaar na de datum van beëindiging van het meest recente nieuwe onderzoek dat zowel op de dumping als op de schade betrekking heeft gehad, tenzij bij een nieuw onderzoek wordt vastgesteld, dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk tot een voortzetting of herhaling van dumping en schade zal leiden. Een nieuw onderzoek bij het vervallen van een maatregel wordt op initiatief van de Commissie dan wel op verzoek van of namens een bedrijfstak van de Gemeenschap geopend en de maatregel blijft van kracht, totdat de resultaten van dit onderzoek bekend zijn.

Een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van een maatregel wordt geopend, wanneer het verzoek daartoe voldoende bewijs bevat, dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk tot voortzetting of herhaling van dumping en schade zou leiden. Deze waarschijnlijkheid kan bijvoorbeeld worden aangetoond door het bewijs, dat nog steeds invoer met dumping plaatsvindt en dat daardoor schade ontstaat, dat het verdwijnen van de schade geheel of ten dele aan de bestaande maatregelen is toe te schrijven of dat de omstandigheden van de exporteurs dan wel de marktsituatie van zodanige aard zijn, dat de schade veroorzakende dumping waarschijnlijk zal voortduren.

Een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van een maatregel wordt geopend, wanneer het verzoek daartoe voldoende bewijs bevat, dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk tot voortzetting of herhaling van dumping en schade zou leiden. Deze waarschijnlijkheid kan bijvoorbeeld worden aangetoond door het bewijs, dat nog steeds invoer met dumping plaatsvindt en dat daardoor schade ontstaat, dat het verdwijnen van de schade geheel of ten dele aan de bestaande maatregelen is toe te schrijven of dat de omstandigheden van de exporteurs dan wel de marktsituatie van zodanige aard zijn, dat de schade veroorzakende dumping waarschijnlijk zal voortduren. Deze waarschijnlijkheid kan tevens worden aangetoond aan de hand van aanhoudende verstorende maatregelen door andere landen.

Bij een overeenkomstig dit lid uitgevoerd onderzoek worden de exporteurs, de importeurs, de vertegenwoordigers van het land van uitvoer en de producenten in de Gemeenschap in de gelegenheid gesteld, de in het verzoek om een nieuw onderzoek verstrekte informatie aan te vullen, te weerleggen of daarover opmerkingen te maken en in de conclusies wordt passend rekening gehouden met al het relevante, naar behoren gestaafde bewijsmateriaal met betrekking tot de vraag, of het al dan niet waarschijnlijk is dat het vervallen van de maatregelen tot voortzetting of herhaling van dumping en schade zal leiden.

Bij een overeenkomstig dit lid uitgevoerd onderzoek worden de exporteurs, de importeurs, de vertegenwoordigers van het land van uitvoer en de producenten in de Gemeenschap in de gelegenheid gesteld, de in het verzoek om een nieuw onderzoek verstrekte informatie aan te vullen, te weerleggen of daarover opmerkingen te maken en in de conclusies wordt passend rekening gehouden met al het relevante, naar behoren gestaafde bewijsmateriaal met betrekking tot de vraag, of het al dan niet waarschijnlijk is dat het vervallen van de maatregelen tot voortzetting of herhaling van dumping en schade zal leiden.

Op een passend tijdstip in de loop van het laatste jaar waarin de in dit lid omschreven maatregelen van toepassing zijn, wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie een bericht gepubliceerd waarin wordt aangekondigd dat de maatregelen op korte termijn zullen vervallen. Na de publicatie van dit bericht kunnen de producenten in de Gemeenschap, uiterlijk drie maanden vóór het einde van de termijn van vijf jaar, overeenkomstig de tweede alinea een verzoek tot een nieuw onderzoek indienen. Tevens wordt een bericht gepubliceerd waarin het feitelijke vervallen van de maatregelen uit hoofde van dit lid wordt aangekondigd.

 

Motivering

Aanhoudende structurele verstoringen moeten kunnen worden beschouwd als bijkomend bewijs voor een verlenging van de maatregelen.

 

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 5 – letter a

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 11 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) aan lid 5 wordt de volgende alinea toegevoegd:

Schrappen

Indien de maatregel na een onderzoek als bedoeld in lid 2 komt te vervallen, worden alle vanaf de datum van opening van dat onderzoek geïnde rechten terugbetaald, mits om die terugbetaling is verzocht bij en deze is toegekend door de nationale douaneautoriteiten overeenkomstig de toepasselijke douanewetgeving van de Unie betreffende terugbetaling en kwijtschelding van rechten. Een dergelijke terugbetaling vormt geen aanleiding tot betaling van rente door de desbetreffende nationale douaneautoriteiten."

 

Motivering

Om de evenwichtigheid van het instrument te handhaven, is deze nieuwe, maar bureaucratische en complexe vorm van terugbetaling niet wenselijk.

 

 

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 6 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 14 – lid 3

 

Bestaande tekst

Amendement

 

6 bis. Artikel 14, lid 3, komt als volgt te luiden:

3. Uit hoofde van deze verordening kunnen bijzondere bepalingen worden vastgesteld, in het bijzonder wat de gemeenschappelijke definitie betreft van het begrip "oorsprong van goederen" als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek.

"3. Uit hoofde van deze verordening kunnen bijzondere bepalingen worden vastgesteld, in het bijzonder wat de gemeenschappelijke definitie betreft van het begrip "oorsprong van goederen" als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek, of overeenkomstig artikel 2 van het douanewetboek."

Motivering

Om de ontwijking van antidumpingmaatregelen te voorkomen dient de werkingssfeer van de handelsbeschermingswetgeving volledig in overeenstemming te worden gebracht met de relevante bepalingen van het communautair douanewetboek.

 

 

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 6 ter (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 14 – lid 5

 

Bestaande tekst

Amendement

 

6 ter. Artikel 14, lid 5, komt als volgt te luiden:

5. De Commissie kan, na raadpleging van het Raadgevend Comité, de douaneautoriteiten opdracht geven passende maatregelen te nemen om de invoer te registreren, zodat vervolgens, met ingang van de datum van registratie, van de betrokken producten rechten kunnen worden geheven. Tot registratie van de invoer kan worden overgegaan naar aanleiding van een door de bedrijfstak van de Gemeenschap ingediend verzoek dat voldoende bewijsmateriaal bevat om een dergelijke maatregel te rechtvaardigen. De registratieverplichting wordt opgelegd door middel van een verordening waarin het doel van de maatregel en, zo nodig, een schatting van de bedragen die eventueel later verschuldigd zullen zijn, worden vermeld. Registratie van de invoer geschiedt niet voor een periode van langer dan negen maanden.

"5. De Commissie kan, na raadpleging van het Raadgevend Comité, de douaneautoriteiten opdracht geven passende maatregelen te nemen om de invoer te registreren, zodat vervolgens, met ingang van de datum van registratie, van de betrokken producten rechten kunnen worden geheven.

 

Tot registratie van de invoer wordt overgegaan naar aanleiding van een door de bedrijfstak van de Unie ingediend verzoek dat voldoende bewijsmateriaal bevat om een dergelijke maatregel te rechtvaardigen. De invoer kan ook op initiatief van de Commissie aan registratie worden onderworpen.

 

Indien de door de bedrijfstak van de Unie ingediende klacht een verzoek tot registratie en voldoende bewijsmateriaal bevat om een dergelijke maatregel te rechtvaardigen, wordt de invoer aan registratie onderworpen met ingang van de datum waarop het onderzoek wordt ingesteld.

 

De registratieverplichting wordt opgelegd door middel van een verordening waarin het doel van de maatregel en, zo nodig, een schatting van de bedragen die eventueel later verschuldigd zullen zijn, worden vermeld. Registratie van de invoer geschiedt niet voor een periode van langer dan negen maanden."

Motivering

Ter beperking van het risico dat de betrokken partijen voorraden aanleggen, dient de invoer te worden geregistreerd na indiening van een gerechtvaardigd verzoek, en wel vanaf de datum waarop het onderzoek wordt geopend indien dit op grond van de klacht gerechtvaardigd is. De Commissie dient tevens de mogelijkheid te hebben om de invoer op eigen initiatief aan registratie te onderwerpen.

 

 

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 6 quater (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 14 – lid 6

 

Bestaande tekst

Amendement

 

6 quater. Artikel 14, lid 6, komt als volgt te luiden:

6. De lidstaten brengen de Commissie over de invoer van producten die het voorwerp van onderzoeken en van maatregelen zijn, maandelijks verslag uit en doen daarbij opgave van het op grond van deze verordening geheven bedrag aan rechten.

"6. De lidstaten brengen de Commissie over de invoer van producten die het voorwerp van onderzoeken en van maatregelen zijn, maandelijks verslag uit en doen daarbij opgave van het op grond van deze verordening geheven bedrag aan rechten. De Commissie kan na ontvangst van een uitdrukkelijk en met redenen omkleed verzoek van een belanghebbende partij en na advies hierover van het raadgevend comité beslissen om hen te informeren over het volume en de waarde van de invoer van deze producten."

Motivering

Ter verhoging van de transparantie dient de Commissie informatie over de invoer mee te delen.

 

 

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 6 quinquies (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 14 – lid 7 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 quinquies. Aan artikel 14 wordt het volgende lid toegevoegd:

 

"7 bis. Wanneer de Commissie beoogt een document aan te nemen of te publiceren ter verduidelijking van de vaste praktijk van de Commissie met betrekking tot de toepassing van enig element van deze verordening, raadpleegt zij alvorens het document aan te nemen of te publiceren het Europees Parlement en de Raad, teneinde consensus te bereiken en het desbetreffende document aan te nemen. Voor latere wijzigingen van dergelijke documenten gelden dezelfde procedurele vereisten. In elk geval zijn deze documenten in volledige overeenstemming met de bepalingen van deze verordening. Zij strekken niet tot uitbreiding van de bevoegdheden van de Commissie tot het vaststellen van maatregelen, zoals geïnterpreteerd door het Hof van Justitie van de Europese Unie."

 

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 7

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 17 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"1. Indien het aantal producenten in de Unie, exporteurs of importeurs, productsoorten of transacties groot is, kan het onderzoek worden beperkt tot een redelijk aantal partijen, producten of transacties, door gebruik te maken van statistisch geldige steekproeven op basis van op het tijdstip van de selectie beschikbare gegevens, of tot de grootste representatieve productie-, verkoop- of exporthoeveelheden die binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kunnen worden onderzocht."

"1. Indien het aantal producenten in de Unie, exporteurs of importeurs dat vrijwillig medewerking aan het onderzoek verleent, of het aantal productsoorten of transacties groot is, kan het onderzoek worden beperkt tot een redelijk aantal partijen, producten of transacties, door gebruik te maken van statistisch geldige steekproeven op basis van op het tijdstip van de selectie beschikbare gegevens, of tot de grootste representatieve productie-, verkoop- of exporthoeveelheden die binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kunnen worden onderzocht. In het geval van diverse en gefragmenteerde bedrijfstakken die grotendeels uit kmo´s bestaan, moet bij de definitieve selectie van partijen rekening worden gehouden met hun aandeel in de desbetreffende bedrijfstak."

Motivering

Om te zorgen voor betere gegevens, zouden de steekproeven betrekking moeten hebben op zowel de producenten die de klacht steunen als op hen die de klacht niet steunen.

 

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 8

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 19 bis – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De producenten in de Unie, de importeurs, de exporteurs, en hun representatieve verenigingen en vertegenwoordigers van het land van uitvoer kunnen om informatie verzoeken over de beoogde instelling van voorlopige rechten. Deze verzoeken dienen binnen de in het bericht van opening/inleiding vastgestelde termijn schriftelijk te worden ingediend. Dergelijke informatie wordt deze partijen ten minste twee weken vóór het verstrijken van de in artikel 7, lid 1, genoemde termijn voor de instelling van voorlopige rechten ter beschikking gesteld. Deze informatie behelst de volgende elementen:

Schrappen

(a) een slechts ter informatie dienend overzicht over de voorgestelde rechten, en

 

(b) nadere gegevens over de berekening van de dumpingmarge en de passende marge om de schade aan de bedrijfstak van de Unie weg te nemen, waarbij naar behoren rekening moet worden gehouden met de geheimhoudingsverplichtingen van artikel 19. De betrokken partijen kunnen binnen een termijn van drie werkdagen opmerkingen over de juistheid van de berekeningen indienen.

 

Motivering

Door vooraf informatie mee te delen over de beoogde instelling van voorlopige rechten wordt het risico van een verdere politisering van de procedure verhoogd. Onderzoeken in het kader van handelsbescherming dienen op technische basis te worden uitgevoerd en de mogelijkheden voor lobbyactiviteiten moeten worden verminderd.

 

 

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 9

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 21 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9. Artikel 21, lid 2, wordt vervangen door:

Schrappen

‘2. Teneinde de autoriteiten een gezonde basis te verschaffen om bij het besluit, of de instelling van maatregelen in het belang van de Unie is, met alle standpunten en gegevens rekening te kunnen houden, kunnen de producenten in de Unie, de importeurs en hun representatieve verenigingen, de representatieve gebruikers en de representatieve consumentenorganisaties binnen de in het bericht van opening van een antidumpingonderzoek gestelde termijnen, zich bij de Commissie bekendmaken en haar inlichtingen verstrekken. Deze inlichtingen, of passende samenvattingen daarvan, worden ter beschikking gesteld aan de andere in dit artikel genoemde partijen, die het recht hebben daarover opmerkingen te maken.

 

Motivering

De huidige praktijk van de Commissie met betrekking tot dit aspect van de beoordeling van het belang van de Unie dient niet te worden gewijzigd.

 

 

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 9 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 22 – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

9 bis. aan artikel 22 wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

"1 bis. Zodra alle lidstaten nieuwe IAO-verdragen hebben geratificeerd, werkt de Commissie bijlage I bis bij volgens de procedure van artikel 290 VWEU."

 

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 9 ter (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Artikel 22 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

9 ter. Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 22 bis

 

Verslag

 

1. Om het toezicht op de tenuitvoerlegging van de Verordening door het Europees Parlement en de Raad te vergemakkelijken legt de Commissie, hierbij terdege rekening houdend met de bescherming van vertrouwelijke informatie in de zin van artikel 19, het Europees Parlement en de Raad jaarlijks een verslag voor over de toepassing en tenuitvoerlegging van deze verordening, als onderdeel van een dialoog inzake handelsbeschermingsinstrumenten tussen de Commissie, het Europees Parlement en de Raad. Het verslag omvat informatie over de vaststelling van voorlopige en definitieve maatregelen, de beëindiging van onderzoeken zonder maatregelen, verbintenissen, nieuwe onderzoeken, herzieningsprocedures en verificatiebezoeken, en de activiteiten van de diverse instanties die bevoegd zijn voor het toezicht op de uitvoering van de verordening en de naleving van de verplichtingen uit hoofde van deze verordening. Het verslag omvat ook het gebruik van handelsbeschermingsinstrumenten door derde landen gericht tegen de Unie, informatie over het herstel van de bedrijfstak van de Unie die getroffen wordt door de genomen maatregelen en de beroepen tegen de genomen maatregelen. Het omvat de werkzaamheden van de raadadviseur-auditeur van het Directoraat-generaal Handel en die van de helpdesk voor kmo´s in verband met de toepassing van deze verordening.

 

2. Het Europees Parlement kan de Commissie binnen een maand nadat deze het verslag heeft ingediend, op een ad-hocvergadering van zijn bevoegde commissie uitnodigen om alle aspecten met betrekking tot de toepassing van deze verordening uiteen te zetten en toe te lichten. Het verslag kan tevens onderwerp zijn van een resolutie.

 

3. Uiterlijk zes maanden na de indiening van het verslag bij het Europees Parlement en de Raad, maakt de Commissie het verslag openbaar."

Motivering

 

 

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 9 quater (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1225/2009

Bijlage I bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

9 quater. De volgende bijlage wordt toegevoegd:

 

"BIJLAGE I BIS

 

In de artikelen 7, 8 en 9 bedoelde IAO-verdragen

 

1. Verdrag betreffende de gedwongen of verplichte arbeid, nr. 29 (1930)

 

2. Verdrag betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht, nr. 87 (1948)

 

3. Verdrag betreffende de toepassing van de beginselen van het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen, nr. 98 (1949)

 

4. Verdrag betreffende gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke arbeidskrachten voor arbeid van gelijke waarde, nr. 100 (1951)

 

5. Verdrag betreffende de afschaffing van gedwongen arbeid, nr. 105 (1957)

 

6. Verdrag betreffende discriminatie in arbeid en beroep, nr. 111 (1958)

 

7. Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces, nr. 138 (1973)

 

8. Verdrag betreffende het verbod op en de onmiddellijke actie voor de uitbanning van de ergste vormen van kinderarbeid, nr. 182 (1999)"

 

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt -1 (nieuw)

Verordening (EG) nr. 597/2009

Titel

 

Bestaande tekst

Amendement

Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad van 11 juni 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap

Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad van 11 juni 2009 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Unie zijn.

 

(Deze wijziging is van toepassing voor de gehele tekst van Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad)

 

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt -1 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 597/2009

Overweging 9 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1 bis. De volgende overweging wordt ingevoegd:

 

"(9 bis) In de Unie zijn tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies in het algemeen verboden krachtens artikel 107, lid 1, VWEU. Tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies die door derde landen worden verleend, zorgen daarom voor een bijzondere verstoring van de handel. De omvang van de door de Commissie goedgekeurde staatssteun is mettertijd gestaag gedaald. Met betrekking tot het antisubsidie-instrument dient de regel van het lagere recht bijgevolg niet meer te worden toegepast op de invoer uit een land of uit landen waar subsidiëring plaatsvindt."

Motivering

Om de handelspartners van de EU van subsidiëringspraktijken te weerhouden, dient de regel van het lagere recht in die gevallen niet van toepassing te zijn. Overweging 9 van het wetgevingsvoorstel van de Commissie moet worden verplaatst naar de basisantisubsidieverordening.

 

 

 

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt -1 ter (nieuw)

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 1 – lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1 ter. In artikel 1, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

"Het gebruik van een gesubsidieerd product in verband met de exploratie van het continentaal plateau of de exclusieve economische zone van een lidstaat of de winning van grondstoffen in die gebieden, wordt als invoer in de zin van deze verordening beschouwd die dienovereenkomstig aan rechten wordt onderworpen indien als gevolg van dat gebruik schade wordt berokkend aan de bedrijfstak van de Unie."

Motivering

In overeenstemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (UNCLOS) van 10 december 1982 en de internationale praktijken dient de EU het antisubsidie-instrument ook toe te passen op goederen bestemd voor gebruik op het continentaal plateau of in de exclusieve economische zone van de lidstaten.

 

 

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 1 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 10 – lid 8

 

Bestaande tekst

Amendement

 

1 bis. Artikel 10, lid 8, wordt vervangen door:

8. Indien de Commissie, in bijzondere omstandigheden, besluit een onderzoek te openen zonder dat zij een schriftelijke klacht van of namens de bedrijfstak van de Gemeenschap om tot opening van een onderzoek over te gaan, heeft ontvangen, geschiedt zulks aan de hand van voldoende bewijsmateriaal betreffende het bestaan van tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies, van schade en van oorzakelijk verband als bedoeld in lid 2, om de opening van een dergelijk onderzoek te rechtvaardigen.

"8. Indien de Commissie in bijzondere omstandigheden, met name in het geval van diverse en gefragmenteerde bedrijfstakken die merendeels uit kmo´s bestaan, , besluit een onderzoek te openen zonder dat zij een schriftelijke klacht van of namens de bedrijfstak van de Unie om tot opening van een onderzoek over te gaan, heeft ontvangen, geschiedt zulks aan de hand van voldoende bewijsmateriaal betreffende het bestaan van tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies, van schade en van oorzakelijk verband als bedoeld in lid 2, om de opening van een dergelijk onderzoek te rechtvaardigen."

 

 

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 2

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 11 – lid 2 (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"11. De producenten van het soortgelijke product in de Unie zijn verplicht tot medewerking aan de krachtens artikel 10, lid 8, ingeleide procedure.

Schrappen

 

 

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 2

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 11 – lid 9

 

Bestaande tekst

Amendement

9. Het onderzoek in de overeenkomstig artikel 10, lid 11, ingeleide procedures wordt, voor zover mogelijk, binnen één jaar afgesloten. Het wordt in ieder geval binnen 13 maanden na de opening ervan afgesloten in overeenstemming met de bevindingen als bedoeld in artikel 13 voor verbintenissen of met die als bedoeld in artikel 15 voor definitieve maatregelen.

9. Het onderzoek in de overeenkomstig artikel 10, lid 11 ingeleide procedures wordt, voor zover mogelijk, binnen uiterlijk negen maanden afgesloten. Het wordt in ieder geval binnen 10 maanden na de opening ervan afgesloten in overeenstemming met de bevindingen als bedoeld in artikel 13 voor verbintenissen of met die als bedoeld in artikel 15 voor definitieve maatregelen. De onderzoeksperioden vallen indien mogelijk, in het bijzonder in het geval van diverse en gefragmenteerde bedrijfstakken die grotendeels uit kmo´s bestaan, samen met het boekjaar.

 

 

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 2

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 11 – lid 11 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

11 bis. De Commissie bevordert de toegang tot het instrument voor diverse en gefragmenteerde bedrijfstakken, die grotendeel uit kmo´s bestaan, in de context van gevallen van antidumping, door middel van een helpdesk voor kmo's.

 

De helpdesk voor kmo´s zorgt voor meer bekendheid van het instrument en geeft voorlichting en uitleg met betrekking tot specifieke zaken, de vraag hoe een klacht kan worden ingediend en hoe bewijzen voor dumping of tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies en schade het best kunnen worden gepresenteerd. De helpdesk voor kmo´s stelt standaardformulieren beschikbaar voor met het oog op de beoordeling van de representativiteit in te dienen statistieken en voor de vragenlijsten.

 

Na de instelling van een onderzoek stelt de helpdesk voor kmo's ondernemingen en hun relevante verenigingen die waarschijnlijk gevolgen zullen ondervinden van de instelling van het onderzoek op de hoogte van de relevante termijnen om zich te laten registreren als belanghebbende.

 

Zij helpt de ondernemingen met vragen inzake het invullen van vragenlijsten, waarbij bijzondere aandacht zal worden besteed aan vragen van kmo's met betrekking tot onderzoeken die worden ingesteld overeenkomstig artikel 10, lid 8. Voor zover mogelijk helpt zij problemen als gevolg van taalbarrières verminderen.

 

Ingeval kmo´s aantonen dat er aanwijzingen zijn voor dumping of tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies, verstrekt de helpdesk kmo´s, overeenkomstig artikel 24, lid 6, informatie over de ontwikkeling van de omvang en de waarde van de invoer van het betrokken product.

 

Zij geeft tevens adviezen over aanvullende manieren om in contact te treden met de raadadviseur-auditeur en de nationale douaneautoriteiten. De helpdesk voor kmo's informeert ondernemingen over de mogelijkheden en de voorwaarden waaronder zij kunnen verzoeken om herziening van de maatregelen en om terugbetaling van de betaalde antidumpingrechten."

 

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 2

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 11 – lid 11 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

11 ter. De Commissie zorgt voor optimale toegang tot informatie voor alle belanghebbenden door te voorzien in een informatiesysteem door middel waarvan belanghebbenden op de hoogte worden gesteld wanneer er nieuwe niet-vertrouwelijke informatie wordt toegevoegd aan het onderzoeksdossier. Niet-vertrouwelijke informatie moet ook toegankelijk worden gemaakt via een internetplatform.

Motivering

Om ervoor te zorgen dat producenten en consumenten vertrouwen hebben in, en om de legitimiteit te handhaven van het instrument, moet de transparantie worden verbeterd.

 

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 2

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 11 – lid 11 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

11 quater. De Commissie ziet erop toe dat de procedurele rechten van de belanghebbenden daadwerkelijk gewaarborgd worden en zorgt er tevens voor dat procedures onpartijdig, objectief en binnen een redelijke termijn worden afgewikkeld, waar nodig door een raadadviseur-auditeur.

Motivering

Om ervoor te zorgen dat producenten en consumenten vertrouwen hebben in, en om de legitimiteit te handhaven van het instrument, moet de transparantie worden verbeterd.

 

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 2

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 11 – lid 11 quinquies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

11 quinquies. De vragenlijsten die in de onderzoeken worden gebruikt, worden op verzoek van belanghebbenden door de Commissie opgesteld in alle officiële talen van de Unie.

Motivering

Om de rompslomp voor bedrijven te verminderen, en om het niveau van de samenwerking te verhogen, zouden de vragenlijsten op verzoek beschikbaar moeten zijn in alle officiële talen van de Unie.

 

 

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 3 – letter -a (nieuw)

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 12 – lid 1 – alinea 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-a) de tweede alinea wordt vervangen door:

Voorlopige rechten worden niet eerder ingesteld dan 60 dagen en niet later dan negen maanden na de inleiding van de procedure.

"Voorlopige rechten worden niet eerder ingesteld dan 60 dagen en niet later dan zes maanden na de inleiding van de procedure."

 

 

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 3 – letter b

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 12 – lid 1 – alinea 3 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) de volgende alinea wordt aan het einde toegevoegd:

Schrappen

"Voorlopige rechten worden niet eerder toegepast dan twee weken na toezending van de informatie aan de belanghebbenden overeenkomstig artikel 29 bis. Deze informatie doet geen afbreuk aan besluiten die de Commissie daarna neemt."

 

 

 

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 3 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 13 – lid 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

3 bis. Artikel 13, lid 1, komt als volgt te luiden:

1. Mits er voorlopig is vastgesteld dat subsidiering plaatsvindt en daaruit schade voortvloeit, kan de Commissie overgaan tot aanvaarding van op vrijwillige basis aangeboden bevredigende verbintenissen, die inhouden dat:

"1. Mits er voorlopig is vastgesteld dat subsidiering plaatsvindt en daaruit schade voortvloeit, kan de Commissie overgaan tot aanvaarding van op vrijwillige basis aangeboden verbintenissen, die inhouden dat:

(a) het land van oorsprong en/of van uitvoer ermee instemt de subsidie in te trekken of te beperken of andere maatregelen te nemen met betrekking tot de gevolgen ervan, or

(a) het land van oorsprong en/of van uitvoer ermee instemt de subsidie in te trekken of te beperken of andere maatregelen te nemen met betrekking tot de gevolgen ervan, or

(b) een exporteur zich ertoe verbindt zijn prijzen te herzien of zijn uitvoer naar het betrokken gebied te staken zolang voor deze uitvoer tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies worden verleend, mits de Commissie na specifieke raadpleging van het Raadgevend Comité ervan overtuigd is dat daarmee de schadelijke gevolgen van de subsidiëring worden weggenomen.

(b) een exporteur zich ertoe verbindt zijn prijzen te herzien of zijn uitvoer naar het betrokken gebied te staken zolang voor deze uitvoer tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies worden verleend, mits de Commissie na specifieke raadpleging van het raadgevend comité heeft vastgesteld dat daarmee de schadelijke gevolgen van de subsidiëring worden weggenomen.

In dergelijke gevallen en voor de duur van de verbintenis gelden de door de Commissie op grond van artikel 12, lid 3, ingestelde voorlopige rechten of de door de Raad op grond van artikel 15, lid 1, ingestelde definitieve rechten niet voor de invoer van de betreffende producten die worden geproduceerd door de ondernemingen die worden genoemd in het besluit van de Commissie tot aanvaarding van verbintenissen, en eventuele wijzigingen daarvan.

In dergelijke gevallen en voor de duur van de verbintenis gelden de door de Commissie op grond van artikel 12, lid 3, ingestelde voorlopige rechten of de door de Raad op grond van artikel 15, lid 1, ingestelde definitieve rechten niet voor de invoer van de betreffende producten die worden geproduceerd door de ondernemingen die worden genoemd in het besluit van de Commissie tot aanvaarding van verbintenissen, en eventuele wijzigingen daarvan.

De prijzen worden ingevolge deze verbintenissen niet meer verhoogd dan nodig om de hoogte van de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidie te compenseren. De prijsverhogingen zouden lager moeten zijn dan de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies als dat toereikend is om de door de bedrijfstak van de Gemeenschap geleden schade weg te nemen.

De regel van het lagere recht is niet van toepassing op prijzen die in het kader van dergelijke verbintenissen in verband met antisubsidieprocedures worden overeengekomen."

Motivering

Verbintenissen kunnen alleen worden aanvaard als de schadelijke gevolgen van de subsidiëring daardoor daadwerkelijk worden weggenomen. Bovendien is regel van het lagere recht in overeenstemming met de andere bepalingen inzake deze regel niet van toepassing in het kader van antisubsidieprocedures.

 

 

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 3 ter (nieuw)

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 13 – lid 4

 

Bestaande tekst

Amendement

 

3 ter. Artikel 13, lid 4, komt als volgt te luiden:

4. Partijen die een verbintenis aanbieden, dienen een niet-vertrouwelijke versie daarvan te verschaffen die ter beschikking van de bij het onderzoek betrokken partijen kan worden gesteld.

"4. Partijen die een verbintenis aanbieden, dienen een betekenisvolle niet-vertrouwelijke versie daarvan te verschaffen die ter beschikking van de bij het onderzoek betrokken partijen, het Europees Parlement en de Raad kan worden gesteld. De partijen worden verzocht zo veel mogelijk informatie te verstrekken betreffende de inhoud en aard van de onderneming waarbij terdege rekening wordt gehouden met de bescherming van vertrouwelijke informatie in de zin van artikel 29. Voorts moet de Commissie alvorens een eventuele aangeboden verbintenis te aanvaarden de bedrijfstak van de Unie raadplegen met betrekking tot de belangrijkste kenmerken van de onderneming."

 

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 6 – letter a

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 22 – lid 1 – alinea 7 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) aan lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

Schrappen

"Indien de maatregel na een onderzoek als bedoeld in artikel 18 komt te vervallen, worden alle na de datum van inleiding van dat onderzoek geïnde rechten terugbetaald. De terugbetaling moet overeenkomstig de douanewetgeving van de Unie bij de nationale douaneautoriteiten worden aangevraagd."

 

Motivering

Om de evenwichtigheid van het instrument te handhaven, is deze nieuwe, maar bureaucratische en complexe vorm van terugbetaling niet wenselijk.

 

 

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 7 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 24 – lid 3

 

Bestaande tekst

Amendement

 

7 bis. Artikel 24, lid 3, komt als volgt te luiden:

3. Uit hoofde van deze verordening kunnen bijzondere bepalingen worden vastgesteld, in het bijzonder wat de gemeenschappelijke definitie betreft van het begrip "oorsprong van goederen" als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek.

"3. Uit hoofde van deze verordening kunnen bijzondere bepalingen worden vastgesteld, in het bijzonder wat de gemeenschappelijke definitie betreft van het begrip "oorsprong van goederen" als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek, of overeenkomstig artikel 2 van het douanewetboek."

Motivering

Om de ontwijking van antisubsidiemaatregelen te voorkomen dient de werkingssfeer van de handelsbeschermingswetgeving volledig in overeenstemming te worden gebracht met de relevante bepalingen van het communautair douanewetboek.

 

 

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 7 ter (nieuw)

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 24 – lid 5

 

Bestaande tekst

Amendement

 

7 ter. Artikel 24, lid 5, komt als volgt te luiden:

5. De Commissie kan, na raadpleging van het Raadgevend Comité, de douaneautoriteiten opdracht geven passende maatregelen te nemen om de invoer te registreren, zodat vervolgens, met ingang van de datum van registratie, van de betrokken producten rechten kunnen worden geheven.

"5. De Commissie kan, na raadpleging van het Raadgevend Comité, de douaneautoriteiten opdracht geven passende maatregelen te nemen om de invoer te registreren, zodat bijvoorbeeld vervolgens, met ingang van de datum van registratie, van de betrokken producten rechten kunnen worden geheven.

Tot registratie van de invoer kan worden overgegaan naar aanleiding van een door de bedrijfstak van de Gemeenschap ingediend verzoek dat voldoende bewijsmateriaal bevat om een dergelijke maatregel te rechtvaardigen.

Tot registratie van de invoer wordt overgegaan naar aanleiding van een door de bedrijfstak van de Unie ingediend verzoek dat voldoende bewijsmateriaal bevat om een dergelijke maatregel te rechtvaardigen. De invoer kan ook op initiatief van de Commissie aan registratie worden onderworpen.

 

Indien de door de bedrijfstak van de Unie ingediende klacht een verzoek tot registratie en voldoende bewijsmateriaal bevat om een dergelijke maatregel te rechtvaardigen, wordt de invoer aan registratie onderworpen met ingang van de datum waarop het onderzoek wordt ingesteld.

De registratie wordt ingevoerd bij verordening waarin het doel van de maatregel wordt uiteengezet en waarin, zo nodig, een raming van de bedragen aan rechten die in de toekomst verschuldigd kunnen zijn, wordt opgenomen. Registratie van de invoer geschiedt niet voor een periode van langer dan negen maanden.

De registratie wordt ingevoerd bij verordening waarin het doel van de maatregel wordt uiteengezet en waarin, zo nodig, een raming van de bedragen aan rechten die in de toekomst verschuldigd kunnen zijn, wordt opgenomen. Registratie van de invoer geschiedt niet voor een periode van langer dan negen maanden."

Motivering

Ter beperking van het risico dat de betrokken partijen voorraden aanleggen, dient de invoer te worden geregistreerd na indiening van een gerechtvaardigd verzoek, en wel vanaf de datum waarop het onderzoek wordt geopend indien dit op grond van de klacht gerechtvaardigd is. De Commissie dient tevens de mogelijkheid te hebben om de invoer op eigen initiatief aan registratie te onderwerpen.

 

 

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 7 quater (nieuw)

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 24 – lid 6

 

Bestaande tekst

Amendement

 

7 quater. Artikel 24, lid 6, komt als volgt te luiden:

6. De lidstaten brengen de Commissie over de invoer van producten die het voorwerp van onderzoeken en van maatregelen zijn, maandelijks verslag uit en doen daarbij opgave van het op grond van deze verordening geheven bedrag aan rechten.

"6. De lidstaten brengen de Commissie over de invoer van producten die het voorwerp van onderzoeken en van maatregelen zijn, maandelijks verslag uit en doen daarbij opgave van het op grond van deze verordening geheven bedrag aan rechten. De Commissie kan na ontvangst van een uitdrukkelijk en met redenen omkleed verzoek van een belanghebbende partij en na advies hierover van het raadgevend comité beslissen om hen te informeren over het volume en de waarde van de invoer van deze producten."

 

 

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 7 quinquies (nieuw)

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 24 – lid 7 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 quinquies. Aan artikel 24 wordt het volgende lid toegevoegd:

 

"7 bis. Wanneer de Commissie beoogt een document aan te nemen of te publiceren ter verduidelijking van de vaste praktijk van de Commissie met betrekking tot de toepassing van enig element van deze verordening, raadpleegt zij alvorens het document aan te nemen of te publiceren het Europees Parlement en de Raad, teneinde consensus te bereiken en het desbetreffende document aan te nemen. Voor latere wijzigingen van dergelijke documenten gelden dezelfde procedurele vereisten. In elk geval zijn deze documenten in volledige overeenstemming met de bepalingen van deze verordening. Zij strekken niet tot uitbreiding van de bevoegdheden van de Commissie tot het vaststellen van maatregelen, zoals geïnterpreteerd door het Hof van Justitie van de Europese Unie."

 

 

 

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 8

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 27 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8. in artikel 27, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:

8. Artikel 27, lid 1, komt als volgt te luiden:

"1. Indien het aantal producenten in de Unie, exporteurs of importeurs, productsoorten of transacties groot is, kan het onderzoek worden beperkt tot:

"1. Indien het aantal producenten in de Unie, exporteurs of importeurs dat medewerking aan het onderzoek verleent, of het aantal productsoorten of transacties groot is, kan het onderzoek worden beperkt tot:

 

a) een redelijk aantal partijen, producten of transacties door aan de hand van op het tijdstip van de selectie beschikbare informatie van statistisch significante steekproeven gebruik te maken; of

 

b) het grootste representatieve productie-, afzet- of uitvoervolume dat redelijkerwijs binnen de beschikbare tijd kan worden onderzocht.

 

In het geval van diverse en gefragmenteerde bedrijfstakken die grotendeels uit kmo´s bestaan,wordt bij de definitieve selectie van partijen rekening gehouden met hun aandeel in de desbetreffende bedrijfstak."

Motivering

Om te zorgen voor betere gegevens, zouden de steekproeven betrekking moeten hebben op zowel de producenten die de klacht steunen als op hen die de klacht niet steunen.

 

 

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 9

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 29 ter

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9. Na artikel 29 wordt het volgende artikel ingevoegd:

Schrappen

"Artikel 29 ter

 

Informatie over voorlopige maatregelen

 

1. De producenten in de Unie, de importeurs, de exporteurs, en hun representatieve verenigingen en het land van oorsprong en/of van uitvoer kunnen om informatie verzoeken over de beoogde instelling van voorlopige rechten. Deze verzoeken dienen binnen de in het bericht van opening/inleiding vastgestelde termijn schriftelijk te worden ingediend. Dergelijke informatie wordt deze partijen ten minste twee weken vóór het verstrijken van de in artikel 12, lid 1, genoemde termijn voor de instelling van voorlopige rechten ter beschikking gesteld.

 

Deze informatie behelst de volgende elementen:

 

(a) een slechts ter informatie dienend overzicht over de voorgestelde rechten, en

 

(b) nadere gegevens over de berekening van de subsidiemarge en de passende marge om de schade aan de bedrijfstak van de Unie weg te nemen, waarbij naar behoren rekening moet worden gehouden met de geheimhoudingsverplichtingen van artikel 29. De betrokken partijen kunnen binnen een termijn van drie werkdagen opmerkingen over de juistheid van de berekeningen indienen.

 

2. Indien wordt besloten het onderzoek voort te zetten zonder voorlopige rechten in te stellen, worden de belanghebbenden twee weken vóór het verstrijken van de in artikel 12, lid 1, genoemde termijn voor de instelling van voorlopige rechten in kennis gesteld van het feit dat geen voorlopige rechten worden ingesteld."

 

 

 

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 10

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 31 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

10. Artikel 31, lid 2, wordt vervangen door:

Schrappen

"2. Teneinde de autoriteiten een deugdelijke basis te verschaffen om bij het besluit of de instelling van maatregelen in het belang van de Unie is, met alle standpunten en gegevens rekening te kunnen houden, kunnen de producenten in de Unie, de importeurs en hun representatieve verenigingen, de representatieve gebruikers- en consumentenorganisaties zich binnen de in het bericht van opening van een antisubsidieonderzoek gestelde termijnen, bij de Commissie bekendmaken en haar inlichtingen verstrekken. Deze inlichtingen, of passende samenvattingen daarvan, worden ter beschikking gesteld aan de andere in dit lid genoemde partijen die het recht hebben daarover opmerkingen te maken."

 

Motivering

De huidige praktijk van de Commissie met betrekking tot dit aspect van de beoordeling van het belang van de Unie dient niet te worden gewijzigd.

 

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 10 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 597/2009

Artikel 33 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

10 bis. Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 33 bis.

 

Verslag

 

1. Om het toezicht op de tenuitvoerlegging van de Verordening door het Europees Parlement en de Raad te vergemakkelijken legt de Commissie, hierbij terdege rekening houdend met de bescherming van vertrouwelijke informatie in de zin van artikel 19, het Europees Parlement en de Raad jaarlijks een verslag voor over de toepassing en tenuitvoerlegging van deze verordening, als onderdeel van een dialoog inzake handelsbeschermingsinstrumenten tussen de Commissie, het Europees Parlement en de Raad. Het verslag omvat informatie over de vaststelling van voorlopige en definitieve maatregelen, de beëindiging van onderzoeken zonder maatregelen, verbintenissen, nieuwe onderzoeken, herzieningsprocedures en verificatiebezoeken, en de activiteiten van de diverse instanties die bevoegd zijn voor het toezicht op de uitvoering van de verordening en de naleving van de verplichtingen uit hoofde van deze verordening. Het verslag omvat ook het gebruik van handelsbeschermingsinstrumenten door derde landen gericht tegen de Unie, informatie over het herstel van de bedrijfstak van de Unie die getroffen wordt door de genomen maatregelen en de beroepen tegen de genomen maatregelen. Het omvat de werkzaamheden van de raadadviseur-auditeur van het Directoraat-generaal Handel en die van de helpdesk voor kmo´s in verband met de toepassing van deze verordening.

 

2. Het Europees Parlement kan de Commissie binnen een maand nadat deze het verslag heeft ingediend, op een ad-hocvergadering van zijn bevoegde commissie uitnodigen om alle aspecten met betrekking tot de toepassing van deze verordening uiteen te zetten en toe te lichten. Het verslag kan tevens onderwerp zijn van een resolutie.

 

3. Uiterlijk zes maanden na de indiening van het verslag bij het Europees Parlement en de Raad, maakt de Commissie het verslag openbaar."

 

 

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

 

Het wordt geconsolideerd met Verordening (EG) nr. 1225/2009 en Verordening (EG) nr. 597/2009 voor …*.

 

____________

 

* PB: gelieve datum in te voegen: drie maanden na inwerkingtreding van deze verordening.

 

 

TOELICHTING

 

Inleiding

Het Commissievoorstel, dat gericht is op modernisering van zowel de antidumpings- als de antisubsidieverordening, omvat vier fundamentele wijzigingen: de niet-toepassing van de regel van het lagere recht in antidumpingsgevallen waar sprake is van structurele verstoringen op de grondstoffenmarkt en in alle antisubsidiegevallen, de verplichting voor Unie-producenten om mee te werken aan onderzoeken die ambtshalve worden geopend, de terugbetaling van tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek geïnde rechten, en het feit dat twee weken op voorhand wordt medegedeeld dat voorlopige maatregelen zullen worden genomen, ook wel bekend als de verzendingsclausule. De aanpak van de Commissie is gebaseerd op drie doelstellingen: de doeltreffendheid van het instrument verhogen, de dreiging van vergelding van derde landen verkleinen en de transparantie en de voorspelbaarheid vergroten. De rapporteur onderschrijft deze drie doelstellingen en is van mening dat ze gecombineerd moeten worden om ervoor te zorgen dat het publiek vertrouwen houdt in de instrumenten. De rapporteur wil daarom een overzicht geven van de kern van het ontwerpverslag door nader in te gaan op de onderstaande vragen.

 

In welke mate zorgt het Commissievoorstel ervoor dat de instrumenten op effectieve wijze worden gebruikt?

De rapporteur is het met de Commissie eens dat de doeltreffendheid van fundamenteel belang is om ervoor te zorgen dat het instrument zijn doel bereikt: het voorkomen van schade tengevolge van illegale dumping en subsidiëring. Met betrekking tot de doeltreffendheid heeft de Commissie aangevoerd dat de terugbetaling van tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek geïnde rechten en de gedeeltelijke niet-toepassing van het lagere recht centraal staan.

 

Terugbetaling van tijdens het nieuwe onderzoek geïnde rechten

De Commissie stelt voor de tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek geïnde rechten terug te betalen, als wordt aangetoond dat dumping of subsidiëring zijn beëindigd, met als argument dat dit de doeltreffendheid ten goede komt. Het is echter de vraag waaruit dit geconcludeerd wordt. Er kan worden aangevoerd dat de voorgestelde terugbetaling niet nodig is, omdat de verordeningen nu al een terugbetalingsprocedure kennen. Daarom stelt de rapporteur voor dit lid te schrappen.

Gedeeltelijke niet-toepassing van het lagere recht

De Commissie stelt voor de regel van het lagere recht gedeeltelijk niet toe te passen in antidumpingsgevallen waar sprake is van structurele verstoringen op de grondstoffenmarkt en in alle antisubsidiegevallen, en voert daarbij aan dat deze niet-toepassing de doeltreffendheid ten goede komt. Opnieuw is het echter zeer de vraag waaruit dit geconcludeerd kan worden. Overeenkomstig de WTO is dumping niet per se illegaal, maar schadelijke dumping wel. De regel van het lagere recht zorgt ervoor dat de aan de Unie-producenten berokkende schade wordt weggenomen, maar het is de vraag of hogere tarieven zullen leiden tot grotere doeltreffendheid. Afschrikking lijkt de motivering van de voorgestelde wijziging, maar er moet wel stilgestaan worden bij de mogelijke gevolgen. Gezien de steeds meer gemondialiseerde waardeketen tegenwoordig, waarbij meer dan 50% van de invoer naar de Unie bestaat uit intermediaire goederen, zal het verhoogde heffingsniveau gedumpte en gesubsidieerde goederen uit derde landen niet alleen buiten de EU-markt houden, maar zou het ook een aanzienlijke impact kunnen hebben op toegang van de Unie tot de intermediaire goederen die gebruikt worden voor de uitvoer van de Unie. Wanneer de tarieven worden verhoogd tot boven het niveau van de berokkende schade, komt de export van de Unie, de motor van de economische groei, ook in gevaar.



Bovendien zou het ontbreken van een nauwkeurige definitie van structurele verstoringen op de grondstoffenmarkt wel eens problematisch kunnen zijn. Tot op heden is de Commissie niet met een uniforme definitie gekomen, wat geleid heeft tot talrijke speculaties. Voorgesteld is dat er ad hoc zal worden bepaald wat een structurele verstoring is, maar ook dat energie- en arbeidskosten moeten worden verdisconteerd in het concept. Door een ongedefinieerd en onvoorspelbaar concept te hanteren, wordt het resultaat ook onvoorspelbaar, waardoor de doeltreffendheid van de niet-toepassing van de regel van het lagere recht in het geding komt. Door dit concept vervagen ook de scheidslijnen tussen antidumping en antisubsidiëring, wat strijdig zou kunnen worden geacht met artikel 32, lid 1, van de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen. Alvorens duidelijk is wat de bedoeling is van het hanteren van het concept van structurele verstoringen op de grondstoffenmarkt, is het dan ook lastig om te bepalen in hoeverre de doeltreffendheid van het instrument zou worden verhoogd, of dat de doeltreffendheid feitelijk zou kunnen worden verlaagd door de rechtsonzekerheid.

Is het Commissievoorstel een juiste reactie op de dreigende vergelding door derde landen?

In het Commissiedocument erkent de Commissie dat de producenten in de Unie zich steeds meer zorgen maken over dreigingen met vergeldingsmaatregelen door producenten uit derde landen nadat er een klacht wegens dumping of subsidie is ingediend, en zij heeft derhalve de verplichting ingevoerd om mee te werken aan de procedure wanneer ambtshalve een onderzoek wordt geopend. Zoals eerder al gezegd, is de rapporteur echter bezorgd over overige delen van het Commissievoorstel die de doelstelling van het beschermen van de Unie tegen een toenemende trend van vergelding zouden kunnen ondermijnen, zoals de gedeeltelijke niet-toepassing van de regel van het lagere recht.

Verplichting om mee te werken aan onderzoeken die ambtshalve worden geopend

Volgens de Commissie kan de dreigende vergelding worden beheerst door ambtshalve onderzoeken te openen, d.w.z. door de Commissie machtigen onderzoeken in te stellen zonder een formele klacht van een producent uit de Unie. Dit voorstel heeft veel voordelen, niet in de laatste plaats de uitgebreide toegang tot gegevens. Hierdoor zou de kwaliteit van de steekproeven in het onderzoek kunnen worden verbeterd, waardoor er betere en hardere conclusies kunnen worden getrokken. Toch zijn er nog steeds onopgeloste problemen die in dit voorstel niet worden opgelost. In de eerste plaats moet worden opgemerkt dat de Commissie nu al, krachtens de bestaande verordeningen, ambtshalve onderzoeken mag openen, wat de vraag doet rijzen waarom de Commissie het ambtshalve openen van onderzoeken nu plotseling ziet als hét antwoord op dreigende vergeldingen. In de tweede plaats wordt het risico van vergelding weliswaar beperkt maar niet volstrekt uitgesloten. Gevoeglijk kan worden aangenomen dat een goedgeïnformeerde producent uit een derde land er probleemloos achter kan komen namens welke producent uit de Unie de Commissie optreedt. In de derde plaats moet de administratieve rompslomp van deelname aan een onderzoek niet onderschat worden, met name voor kmo's, en sommige bedrijven zouden het niet erg op prijs stellen wanneer ze gevoelige commerciële informatie moeten verstrekken. In de vierde plaats is onduidelijk wat de mogelijke consequenties zijn als geen gevolg wordt gegeven aan deze verzoeken om informatie.

Bovendien is een recenter en zorgwekkender fenomeen de tendens in sommige derde landen om bepaalde EU-lidstaten te straffen en vergeldingsacties te starten tegen deze landen, of tegen vitale sectoren die niet noodzakelijkerwijs te maken hebben met de sector die getroffen wordt door de dumping of subsidiëring door het derde land. Dus zou kunnen worden aangevoerd dat in plaats van dat er schade wordt geleden door vergelding binnen één sector, er een steeds groter risico bestaat van een veel schadelijker en onrechtvaardiger vergelding tussen verschillende sectoren. In dat geval zouden Unie-producenten uit andere sectoren, die geen belang hebben bij het resultaat van een onderzoek, worden getroffen door de initiatieven van de Commissie. De rapporteur ziet dit als een uiterst onwenselijke trend.



Desondanks, zou kunnen worden aangevoerd dat de voordelen van betere steekproeven opwegen tegen de nadelen, en dat zij dus als legitiem mogen worden beschouwd. Om bovengenoemde bezwaren weg te nemen, stelt de rapporteur voor de helpdesk voor kmo's te versterken, maar ook om rekening te houden met de potentiële negatieve effecten van overige beleidswijzigingen, zoals de gedeeltelijke niet-toepassing van de regel van het lagere recht.

  Gedeeltelijke niet-toepassing van het lagere recht

Zoals gezegd kan het voorstel van de Commissie om het lagere recht niet toe te passen geacht worden van invloed te zijn op de dreiging van vergelding. Niet-toepassing van de regel van het lagere recht zou kunnen worden opgevat als een verandering van de aard van het instrument, nl. van een corrigerende maatregel in een strafmaatregel. Dit, in combinatie met het feit dat er geen uniforme definitie bestaat van structurele verstoringen op de grondstoffenmarkt, zou eerder kunnen leiden tot een klimaat waarin een lik-op-stukmentaliteit gedijt. De hoofddoelstelling van de regel van het lagere recht is om de berokkende schade weg te nemen, niet om de handelspartners van de Unie te straffen, wat de logica is achter het streven van de Unie om deze regels op te nemen in de WTO-onderhandelingen. Derhalve moet de vraag gesteld worden of beperking van de regel van het lagere recht de doeltreffendheid zal verhogen of de dreiging van vergelding juist zal doen toenemen. De rapporteur is van mening dat de pogingen om het instrument doeltreffender te maken tevergeefs zullen blijken te zijn als de dreiging van vergelding toeneemt. Ook in dit verband moeten de zorgen die hierboven geuit zijn ten aanzien van vergelding binnen één sector die uitmondt in vergelding tussen verschillende sectoren, worden herhaald. Om die reden stelt de rapporteur voor de gedeeltelijke niet-toepassing van de regel van het lagere recht te schrappen.

Zorgt het voorstel voor voldoende transparantie en voorspelbaarheid?

Transparantie en voorspelbaarheid zijn van cruciaal belang voor alle betrokken partijen, en moeten zorgen voor publiek vertrouwen, verantwoordingsplicht en legitimiteit van de instrumenten. De rapporteur wenst drie kwesties te bespreken: de verzendingsclausule, het tijdstip van het treffen van de voorlopige maatregelen en de toegang tot de informatie.

 

Verzendingsclausule

De verzendingsclausule, of de termijn van twee weken voordat er voorlopige maatregelen worden genomen, zou importeurs de rechtszekerheid geven dat de zaken gewoon doorgaan totdat er bewijs is van dumping en subsidiëring. Volgens de Commissie is dit voorstel gericht op een toename van de voorspelbaarheid van de onderzoeken, en veel betrokkenen beschouwen dit als een kwestie van eerlijkheid Er zijn echter ook betrokkenen die stellen dat een vaste termijn te lang of te kort zal zijn. Invoer vanuit Rusland heeft niet een verzendingsclausule van twee weken nodig, maar misschien slechts van vier of vijf dagen. Invoer vanuit Oost-Azië daarentegen behoeft wellicht een verzendingsclausule van zes weken. Anderen hebben gewaarschuwd voor het potentiële gevaar van ophoping. Daarnaast ligt er een discriminerende factor besloten in het voorstel, omdat alleen geregistreerde belanghebbenden gebruik kunnen maken van de verzendingsclausule. De rapporteur stelt derhalve voor de voorafgaande kennisgeving te vervangen door een werkelijke verzendingsclausule en laat zich daarbij inspireren door de vrijwaringsverordening, omdat het product in kwestie dat onderweg is naar de Unie niet getroffen mag worden door voorlopige rechten.

 

Tijdstip van de voorlopige rechten

In combinatie met een werkelijke verzendingsclausule, zijn er andere gebieden van antidumpings- en antisubsidiëringsonderzoek waar transparantie en voorspelbaarheid kunnen worden vergroot In de overgrote meerderheid van de gevallen worden voorlopige rechten ingevoerd op een termijn van negen maanden of in de laatste week van de deadline. Alleen in uitzonderlijke gevallen zijn de voorlopige rechten eerder ingevoerd. Met deze informatie in de hand, stelt de rapporteur voor een clausule op te nemen waarin bepaald wordt dat voorlopige rechten alleen mogen worden opgelegd in de laatste week van het onderzoek.

  Toegang tot informatie

In de huidige verordeningen hebben de belanghebbenden slechts zeer beperkt toegang tot de relevante onderzoeksdossiers. Deze bezorgdheid is geuit door de belanghebbenden, die aanvoeren dat de toegankelijke niet-vertrouwelijke informatie van een te geringe kwaliteit is om van nut te zijn. Om misrekeningen en ongeoorloofd gebruik van gegevens te vermijden zou er daarom meer gedaan moeten worden om zowel vertrouwelijke als niet-vertrouwelijke informatie toegankelijker te maken. De rapporteur stelt daarom verschillende bepalingen voor. Naast de voor hearings bevoegde ambtenaar, moet de Commissie verbeterde transparantie waarborgen door een kennisgevingssysteem in te voeren waardoor wettelijke vertegenwoordigers of belanghebbenden in kennis worden gesteld van nieuwe dossiers die aan het onderzoek worden toegevoegd, in combinatie met een online-toegang tot alle niet-vertrouwelijke dossiers.

In hoeverre houdt het voorstel rekening met nieuwe ontwikkelingen in de toekomst?

Het Commissievoorstel wordt in het algemeen beschouwd als een modernisering, een aanpassing aan moderne handelspatronen. Tegen deze achtergrond acht de rapporteur het noodzakelijk zowel rekening te houden met Omnibus als met de beleidsoverwegingen van de Unie in een ruimer verband.

Omnibus

Met de aanstaande goedkeuring van de algemene handelswetten I en II (Omnibus I en II) is het verstandig voor het Parlement om de ruimere bevoegdheden die de Commissie zal verkrijgen, te controleren. De evenwichtigheid van de modernisering moet gezien worden in het licht van deze aanstaande wijzigingen, wat de vraag doet rijzen in hoeverre het huidige voorstel hier rekening mee houdt. De rapporteur erkent dat de modernisering de algemene handelswetten I en II niet per se mag en moet wijzigen of terugdraaien, maar juist een impuls moet geven om de controle op de instrumenten te verscherpen, en meer rechtszekerheid van de verordeningen te creëren. Om die reden stelt de rapporteur voor het jaarverslag over handelsbeschermingsinstrumenten, dat is ingevoerd na de goedkeuring van Omnibus I, waarover het Parlement een resolutie heeft aangenomen, uit te breiden.

Overige beleidsoverwegingen

Om het instrument af te stemmen op de moderniteit zou er meer rekening gehouden moeten worden met andere beleidsoverwegingen dan tevoren. Het is duidelijk geworden dat de handel voor uitdagingen staat die niet in essentie handelsgerelateerd zijn maar het handelsbeleid wel beïnvloeden. Handelsbeschermingsinstrumenten (TDI's) zijn daarop geen uitzondering. De test inzake het belang van de Unie is een cruciaal onderdeel om te zorgen de beleidssamenhang. Er dreigt echter een gevaar van politisering van het instrument, wanneer het kader van het belang van de Unie niet duidelijk is gedefinieerd. De test inzake het belang van de Unie in TDI-onderzoek moet waarborgen dat de Commissie met één stem spreekt tegen burgers en consumenten, alsmede tegen derde landen. Daarom stelt de rapporteur voor de criteria van de test inzake het belang van de Unie aan te scherpen door het richtsnoer van de Commissie te hanteren.

Conclusie

De rapporteur onderschrijft de doelstellingen van de Commissie. Doeltreffendheid, vermindering van de dreiging van vergelding, transparantie en voorspelbaarheid zijn bewonderenswaardige doelstellingen die in combinatie het publieke vertrouwen in het instrument waarborgen. In essentie wil de rapporteur niet verder gaan dan die doelstellingen, maar hij ziet wel gebieden waarop deze doelstellingen kunnen worden aangevuld door antwoorden te vinden op de vragen die hierboven gesteld zijn.

 

 

PROCEDURE

Titel

Bescherming tegen gedumpte en gesubsidieerde importen uit derde landen

Document- en procedurenummers

COM(2013)0192 – C7-0097/2013 – 2013/0103(COD)

Datum indiening bij EP

10.4.2013

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

INTA

18.4.2013

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Christofer Fjellner

25.4.2013

 

 

 

Behandeling in de commissie

10.7.2013

28.11.2013

17.12.2013

 

Datum goedkeuring

21.1.2014

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

24

6

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laima Liucija Andrikienė, Maria Badia i Cutchet, Nora Berra, David Campbell Bannerman, Daniel Caspary, María Auxiliadora Correa Zamora, Christofer Fjellner, Yannick Jadot, Metin Kazak, Franziska Keller, Bernd Lange, David Martin, Vital Moreira, Paul Murphy, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Niccolò Rinaldi, Helmut Scholz, Peter Šťastný, Robert Sturdy, Henri Weber, Jan Zahradil, Paweł Zalewski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Catherine Bearder, Béla Glattfelder, Syed Kamall, Elisabeth Köstinger, Katarína Neveďalová, Tokia Saïfi, Peter Skinner, Jarosław Leszek Wałęsa

Datum indiening

27.1.2014